U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde zijn de voorstellen van decreet van mevrouw Else De Wachter, de heer Tom Dehaene, mevrouw Lies Jans, de heer John Crombez en de dames Vera Jans, Helga Stevens en Tinne Rombouts houdende regeling van de interlandelijke adoptie van kinderen en van de dames Vera Van der Borght en Patricia Ceysens, de heer Peter Gysbrechts en de dames Lydia Peeters en Gwenny De Vroe houdende wijziging van het decreet van 15 juli 2005 tot regeling van de interlandelijke adoptie van kinderen , wat de oprichting van een Vlaams Centrum voor Adoptie betreft, die door de commissie in samenhang zijn behandeld met dien verstande dat het voorstel van decreet van mevrouw Else De Wachter, de heer Tom Dehaene, mevrouw Lies Jans, de heer John Crombez en de dames Vera Jans, Helga Stevens en Tinne Rombouts als basis voor de bespreking werd genomen. Wij volgen hier dezelfde werkwijze.

De algemene bespreking is geopend.

Geef ik eerst het woord aan de heer Dehaene of aan mevrouw Rombouts?

De heer Dehaene heeft het woord.

Tom Dehaene

We hebben heel lang gewerkt aan dit voorstel van decreet. We zijn daarmee gestart tijdens de vorige legislatuur. Ere wie ere toekomt: tijdens de vorige legislatuur heeft mevrouw De Wachter een voorstel van decreet voorgelegd aan de meerderheid en dat nadien ook ingediend. Dat is toen niet meer behandeld omdat onder andere mijn fractie vroeg om eerst een uitgebreide consultatieronde te organiseren. Dat is ook gebeurd, in de vorm van een staten-generaal. Wie het verslag naleest, zal merken dat het voorstel van Open Vld hetzelfde is als het voorstel dat mevrouw De Wachter heeft ingediend tijdens de vorige legislatuur. Ik oordeel niet, ik wil alleen duiden waar die twee verschillende voorstellen vandaan komen.

Het voorstel van de meerderheid is er gekomen na de staten-generaal waar al sprake van was in het regeerakkoord. De sector is daarin heel uitgebreid aan bod gekomen. Het was een oefening die als voorbeeld kan dienen voor vele andere toekomstige voorstellen van decreet.

Ik wil de collega’s die intern binnen CD&V hebben meegewerkt aan dit voorstel van decreet, expliciet bedanken. Mevrouw Jans, mevrouw Rombouts en mevrouw Schryvers hebben mee het veld geconsulteerd zodat wij met kennis van zaken konden discussiëren over dit voorstel van decreet.

Dit is een belangrijk voorstel van decreet over een belangrijk thema. Het is een heel menselijk thema, waarbij het niet altijd eenvoudig is om eventuele bijsturingen door te voeren. Die bijsturingen waren echter wel degelijk nodig, dat bleek zeer duidelijk uit de staten-generaal.

Het is nodig om meer duidelijkheid te creëren om de procedure uit te zuiveren. Er is ook duidelijkheid over de timing. Vandaar dat er in het voorstel van decreet sprake is van een instroombeheer. Dat is een eerlijke manier om iedereen die adoptie overweegt duidelijk te maken dat veel mensen zich geroepen voelen terwijl er steeds minder kindjes worden aangeboden voor adoptie. Op zich is dat een goede zaak. Het Verdrag van Den Haag, dat een aantal belangrijke uitspraken doet over adoptie, bepaalt dat men bij voorkeur kindjes in eigen land moet kunnen opvangen. Daar zijn allerlei argumenten voor. Dit is niet de plaats om daar in detail op in te gaan. Het is echter een belangrijk uitgangspunt, waar wij ons volmondig achter scharen, ook met dit voorstel van decreet.

Daardoor worden steeds meer kindjes in hun eigen land opgevangen en worden er dus minder kindjes voor adoptie aangeboden. Dat wetend vonden we het eerlijk tegenover de kandidaat-adoptieouders hun duidelijk te maken dat, als er duizend kandidaten zijn voor adoptie, en er maar honderd kindjes zijn, dat niet realistisch is. Voor alle duidelijkheid, dat moet verder worden uitgewerkt. We moeten een formule kunnen uitwerken die bepaalt dat, als er bijvoorbeeld honderd kindjes zijn, het geen zin heeft om duizend adoptieouders te laten starten met de procedure. De beide moeten met elkaar in verband worden gebracht. Voor alle duidelijkheid, ik gebruik fictieve cijfers We weten echter over hoeveel kinderen het gaat, op basis van de voorbije jaren. We werken immers met adoptiekanalen.

Ik heb het al gehad over de timing en over het instroombeheer. We willen ook wat de procedure betreft veel meer duidelijkheid creëren en meer stroomlijnen, zodat het maatschappelijk onderzoek zowel in Limburg als in West-Vlaanderen op een gelijkaardige manier kan verlopen. Ook daarover hebben we zeer veel verhalen gehoord. We beseffen dat het maatschappelijk onderzoek moet gebeuren. Dat is een zeer belangrijke schakel in de procedure, ook ingevolge het Verdrag van Den Haag. We menen echter dat er verbetering mogelijk is. Daarom hebben we dat opgenomen in het voorstel van decreet.

Ook de kostprijs is een element van het voorstel van decreet. We zeggen zeer duidelijk dat er vanaf het begin duidelijkheid moet bestaan voor de kandidaat-ouder over wat een adoptie zou kunnen kosten, goed wetend dat die kosten kunnen verschillen naargelang het adoptieland.

Ik zal niet elk punt van het voorstel van decreet aanhalen. Dat zou ons te ver leiden. We hebben daar trouwens diverse hoorzittingen over georganiseerd. Ik kan iedereen het verslag aanraden.

We creëren met ons voorstel één duidelijk aanspreekpunt: het Vlaams Centrum voor Adoptie zal hét aanspreekpunt zijn voor iedereen die betrokken is bij adoptie. Het gaat dan over de adoptieouders, maar ook over de adoptiekinderen. Zelfs ouders die ooit hun kindje hebben afgestaan, zouden, mochten ze in Vlaanderen zijn, bij dat centrum terechtkunnen. We zullen dat centrum verankeren binnen Kind en Gezin. Er is dus geen sprake van een aparte organisatie daarvoor. Belangrijk is dat het centrum ook jaarlijks zal rapporteren aan het Vlaams Parlement, zodat we de procedure die we nu hebben uitgewerkt en die volgens ons een sterke verbetering is, op jaarbasis kunnen opvolgen.

Voldoet wat we hebben uitgewerkt aan wat we hebben vooropgesteld? Een van de belangrijkste elementen is het onderzoek van de kanalen. Mevrouw Rombouts zal daar straks iets meer over zeggen.

Ook krijgt de adoptieambtenaar een mandaatfunctie. Daaronder verstaan wij allemaal duidelijk dat dit een bepaalde duur heeft en we nauw kunnen overleggen met die ambtenaar.

Er zijn dus steeds meer kindjes die in eigen land worden opgevangen. Dat is een goede zaak, maar we weten allemaal dat er in de wereld nog altijd genoeg situaties zijn waarin adoptie de juiste keuze is. Het is aan ons om voldoende kanalen te creëren om ook Vlaanderen ter zake op de kaart te zetten en kindjes de kans te geven om naar Vlaamse adoptieouders te komen. We moeten respecteren dat steeds meer landen inspanningen doen om hun kindjes daar te houden, maar als er wordt gewerkt met adoptie, dan willen we met dit voorstel van decreet een duidelijke en heldere procedure uitwerken, die menselijker moet zijn voor alle betrokken partijen. Dat is het doel van ons voorstel.

Ik sluit graag af met een uiting van waardering. We waarderen de inbreng van alle actoren ten zeerste. Dankzij die inbreng kunnen we tot een gedragen decreet komen. Daar moet natuurlijk later nog verder uitvoering aan worden gegeven. Dat zal ongetwijfeld ook van een leien dakje lopen. (Applaus)

De voorzitter

Mevrouw De Wachter heeft het woord.

Else De Wachter

Voorzitter, ik weet dat het even niet duidelijk was wie eerst het woord moest nemen. Ik vind het perfect dat we de enige hier nog aanwezige man die het voorstel van decreet mee heeft ondertekend, hebben laten voorgaan. Wij, dames, hebben daar absoluut geen probleem mee.

Ik zal trachten niet al te veel in herhaling te vallen. Het is vandaag echter een zeer belangrijke dag. We zijn in staat dit voorstel van decreet ter stemming aan de plenaire vergadering voor te leggen.

De heer Dehaene heeft al een aantal punten aangehaald. Hij heeft toegelicht hoe dit voorstel van decreet tot stand is gekomen. Dat is niet gisteren of vandaag gebeurd. We zijn, samen met de sector, zeer grondig te werk gegaan. De staten-generaal heeft een cruciale rol gespeeld. We zijn nagegaan waar de knelpunten zich situeerden en hoe we het voorstel van decreet het best konden aanpassen en verbeteren. Voor sommigen zou het voorstel van decreet nog veel verder moeten gaan, voor anderen betekent het al een hele omwenteling.

De heer Dehaene heeft al vermeld dat dit voorstel van decreet om mensen gaat. Dat betekent dat het ook om emoties gaat. Dat is tijdens de totstandkoming duidelijk gebleken. Uit het debat is gebleken dat het belangrijk was een aantal amendementen in te dienen. Ik zal daar straks dieper op ingaan.

Adoptie is de zoektocht naar een goed evenwicht tussen alle betrokken actoren. Ik wil heel duidelijk stellen dat elke betrokkene even belangrijk is. Eigenlijk is het vandaag een speciale dag. Deze ochtend hebben we in de commissie Welzijn een belangrijk debat over pleegzorg gevoerd. Daarnet hebben we het ontwerp van decreet betreffende het kinder- en jeugdrechtenbeleid besproken. Nu gaat het over adoptie. Daarbij stellen we steeds het belang van het kind absoluut centraal. Dat geldt voor alle betrokkenen: het kind waar het om gaat, het oorspronkelijke gezin en het hele adoptiegezin.

De interlandelijke adoptie heeft de voorbije jaren met groeiende wachttijden gekampt. De gemiddelde duurtijd van de adoptieprocedures heeft de voorbije dagen enorm veel aandacht gekregen. Blijkbaar geven de verschillende organisaties verschillende wachttijden aan. Ik ben ervan overtuigd dat dit afhankelijk is van het dossier waarover het gaat. We moeten elk dossier individueel bekijken.

Hieruit blijkt hoe belangrijk de discussie van de afgelopen dagen is om duidelijkheid, zekerheid en transparantie te kunnen bieden. Ik ben er absoluut van overtuigd dat het belangrijk is die zekerheid over heel de procedure en over de termijnen te kunnen bieden. We zijn er immers van overtuigd dat adoptie een enorme impact op alle betrokkenen en op alle leden van de gezinnen heeft. Dit geldt op het menselijk, het financieel en het familiaal vlak. Het gaat steeds om enorme investeringen. We mogen echter niet vergeten dat het belang van het kind moet primeren. Ik zal dat nog vaak herhalen.

Ik ben dan ook zeer verheugd dat we hier een nieuw voorstel van decreet inzake de interlandelijke adoptie ter stemming kunnen voorleggen. We willen met dit voorstel van decreet de duidelijkheid en de transparantie bewerkstellingen. Het is belangrijk dat het Haags Adoptieverdrag ons de mogelijkheid biedt in het licht van de rechten van het kind een maximale bescherming aan te bieden. Daarnaast moeten we uiteraard ook een realistische langetermijnvisie zonder enige loze belofte kunnen uitwerken. We willen de kandidaat-adoptieouders vanaf het begin van de adoptieprocedure duidelijkheid en een redelijk perspectief bieden. Het is voor de kandidaat-adoptieouders beter concreet te weten waar ze aan toe zijn dan in het wilde weg geen perspectief te hebben. Aangezien dit laatste punt ons cruciaal lijkt, stellen we voor een instroombeheerder aan te stellen.

Laat het heel duidelijk zijn: voor ons is het belangrijk dat iedereen die zich kandidaat wil stellen, dat ook moet kunnen, maar dat we de kandidaat-adoptieouders een perspectief kunnen bieden via het instroombeheer.

Voor de duidelijkheid en transparantie van het maatschappelijk onderzoek zal de screening van kandidaat-adoptieouders moeten worden gebaseerd op wetenschappelijk onderbouwde criteria waaraan ieder maatschappelijk onderzoek moet voldoen. Het Vlaams Centrum voor Adoptie dient werk te maken van een proactief kanaalonderzoek met duidelijke timing, motivering en een betere samenwerking met de actoren die nu al op het werkveld zijn, met ambassades en consulaten, voor het verzamelen van informatie. Het moet ook meer garanties kunnen bieden op het moment dat er een beslissing wordt genomen over een kanaalonderzoek. Ook dat hebben we in dit voorstel van decreet opgenomen, zodat men niet in het ongewisse blijft.

Het Vlaams Centrum voor Adoptie zal een volwaardige afdeling binnen Kind en Gezin worden, dat de taken inzake adoptie overneemt en dat als volwaardig superviserend en coördinerend centraal adoptiepunt zal functioneren. Belangrijk voor onze fractie is dat de ouders, de geadopteerden en hun verenigingen hierin een adviserende rol krijgen. Dat is ook duidelijk opgenomen in het voorstel van decreet. Het centrum moet het uithangbord worden van een goed uitgebouwd Vlaams adoptiebeleid. Die actoren moeten worden betrokken in het Vlaams Centrum voor Adoptie, ze moeten advies kunnen geven over het hele gebeuren in de adoptiesector zodat de beslissingen daar kunnen worden genomen.

Transparantie van het Vlaams Centrum voor Adoptie is absoluut nieuw en zal een basis vormen. Daarom zal het centrum jaarlijks een verslag uitbrengen aan de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement over de werking en het al dan niet halen van de vooropgestelde doelstellingen. Zo kan het parlement zijn verantwoordelijkheid nemen om eventueel bij te schaven en te verbeteren.

Door de erkenning van één Steunpunt Adoptie wordt de versnippering van het interlandelijk adoptielandschap tegengegaan. We hebben dat ook al besproken in het kader van de pleegzorg. Voor ons is het belangrijk dat we de aanwezige kwaliteit kunnen bundelen, zodat de professionalisering wordt samengebracht. Dat kan alleen maar een versterking betekenen voor het hele adoptielandschap in Vlaanderen.

Met de zekerheid van het inzagerecht kom ik even terug op onze activiteiten en acties van de voorbije weken en maanden. Dit voorstel van decreet is uitvoerig besproken in de commissie. We hebben rekening gehouden met de opmerkingen die werden geformuleerd tijdens de hoorzittingen. We hebben er ook de geadopteerden gehoord, die vroegen om het inzagerecht verder uit te bouwen in dit voorstel van decreet. We zijn hieraan tegemoet gekomen via amendering, zodat de geadopteerde zekerheid heeft over dat inzagerecht en er meer acties in kan ondernemen.

De goedkeuring van het voorstel van decreet inzake interlandelijke adoptie vandaag is een belangrijke eerste stap in het proces. Dit is het fundament en op basis hiervan zullen de uitvoeringsbesluiten moeten worden opgemaakt. Die moeten in de praktijk worden omgezet in de sector. Dat zal samen met de sector moeten gebeuren zodat dit vlot kan verlopen, zodat het decreet op 1 januari 2013 effectief van start kan gaan.

Sommigen zullen dit een hele omwenteling vinden binnen de hele adoptiesector, anderen misschien een kleine stap, een begin. Ik ben ervan overtuigd dat dit een zeer cruciale stap is en ik hoop dat we dit kunnen voortzetten in Vlaanderen, maar ook op het internationale vlak, waarbij het belang van het kind centraal staat, rekening houdende met de oorspronkelijke biologische familie en met het hele gezin waar de kinderen terechtkomen.

Wij hier in Vlaanderen brengen deze duidelijke boodschap via dit voorstel van decreet. Wij nemen hier onze politieke verantwoordelijkheid in het adoptielandschap en hopen dat we zo ooit kunnen komen tot een mondiaal landschap waarbij iedereen beseft dat het belang van het kind centraal staat, waarbij stabiliteit, continuïteit en het warm omgaan met onze kinderen essentieel is voor hun menswaardige ontwikkeling.

Tot slot wil ik iedereen bedanken die de voorbije weken en maanden heeft meegewerkt aan de totstandkoming van dit voorstel van decreet. De sterkte van dit voorstel van decreet zit absoluut in de samenwerking tussen de verschillende politieke echelons en actoren, de verschillende adoptiegerelateerde organisaties, het Kinderrechtencommissariaat, maar vooral de mensen over wie het gaat: de kinderen, de geadopteerden, de volwassen geadopteerden, de kandidaat-adoptiegezinnen en de adoptiegezinnen.

We moeten dit blijven bewerkstellingen. We staan hier absoluut achter. Het belang van het kind staat centraal. We kunnen dat alleen doen samen met alle actoren die ik zonet heb opgenoemd, om er een succesverhaal van te maken.

We nemen in Vlaanderen onze verantwoordelijkheid. Ik hoop dat we dat samen met de andere landen kunnen bewerkstelligen. Het ideaal is dat ieder kind in zijn eigen omgeving kan worden opgevangen. Er wordt aan gewerkt. Ik ben ervan overtuigd dat er op dat vlak internationaal nog heel wat werk voor de boeg is, vandaar dit voorstel van decreet. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Mevrouw Jans heeft het woord.

Lies Jans

Voorzitter, collega’s, ik ben heel tevreden om hier te mogen staan, om dit sluitstuk van een heel proces mee te kunnen ondersteunen. Ere wie ere toekomt: mevrouw De Wachter is een sterke trekker geweest in dit verhaal. Ik wil haar dus zeker bedanken, maar ook de andere collega’s binnen de meerderheidspartijen. En ook de sector mogen we zeker niet vergeten. Alle mensen in het adoptieveld hebben een enorme bijdrage geleverd om hier een goed werkstuk te kunnen voorleggen. Ik hoop dat we straks bij de stemming kunnen zien dat iedereen dit werkstuk mee ondersteunt.

Het is duidelijk dat dit voorstel van decreet rond interlandelijke adoptie noodzakelijk was. De decreetgeving was aan een stevige opfrisbeurt toe. Er zijn immers heel wat knelpunten in de sector. Een essentieel probleem is de versnippering van de sector. Dat heeft ertoe geleid dat er in de adoptiesector te weinig slagkracht is geweest. Dat was zeer nadelig, zowel voor de kandidaat-ouders als voor de geadopteerden. Het is dan ook belangrijk dat we vandaag deze stap zetten.

Wij vinden het een goede zaak dat we vandaag dit werkstuk kunnen voorleggen, om een oplossing te bieden voor de problemen. We zijn er ook van overtuigd dat dit maar een eerste stap is en dat er waarschijnlijk nog veel andere besprekingen gevoerd zullen moeten worden om dit puzzelstuk neer te leggen. Naast dit voorstel van decreet zijn er ook nog veel uitvoeringsbesluiten nodig om alles op zijn pootjes te laten vallen. Daar zal dus nog veel werk voor nodig zijn.

Mevrouw De Wachter alludeerde al op de berichten van de laatste dagen over de lange wachttijden. Er werd gesproken over acht à tien jaar dat men moet wachten vooraleer men een kind kan adopteren. Vanuit de sector komen er ook berichten over vier à vijf jaar. Op zich is de precieze termijn niet belangrijk, maar het is wel duidelijk dat die wachttijd te lang is. Met dit voorstel van decreet willen we daar iets aan doen.

Het effect, zo lazen we in de krant, is dat het aantal kandidaat-adoptieouders daalt of zelfs gehalveerd zou zijn. Als we kijken naar de lange wachtlijsten, mag dat op zich geen probleem vormen. We hebben tijdens de hoorzittingen immers ook gehoord dat het aantal kandidaat-geadopteerden sterk aan het dalen is, wat eigenlijk wel een goede evolutie is. De landen zien blijkbaar toch ook zelf steeds meer in dat het voor de kinderen zelf in vele gevallen beter is om in eerste instantie in het eigen land kansen te geven aan het kind, en pas in tweede instantie te gaan kijken naar een interlandelijke adoptie. Op zich mag dit dus geen probleem vormen.

Het voorstel van decreet pleit voor een realistisch instroombeheer. Dat is absoluut noodzakelijk. Ouders moeten veel sneller in de procedure weten waar ze aan toe zijn. Het aantal kinderen dat in de toekomst beschikbaar zal zijn voor adoptie, zal zeker en vast niet stijgen. Ouders moeten bij het begin van een adoptieprocedure weten waar ze aan toe zijn. Met de oprichting van een Vlaams Centrum voor Adoptie zetten we daartoe een eerste stap. Dat centrum, dat wordt opgericht binnen de schoot van Kind en Gezin, moet het gezicht en het uithangbord voor adoptie worden en moet werken aan het verhelpen van problemen.

Een eerste punt is, zoals al eerder aangehaald, het installeren van een realistisch instroombeheer. Dat zal nog verder moeten worden uitgewerkt via uitvoeringsbesluiten. Het debat daarover zal nog verder gevoerd moeten worden. Een andere belangrijke taak die wij toekennen aan het Vlaams Centrum voor Adoptie is de proactieve en ondersteunende rol die het moet spelen bij het voeren van kanaalonderzoeken, het openen en onderhouden van kanalen.

Momenteel worden de mogelijkheden inzake adoptie immers sterk beperkt omdat de expertise niet altijd aanwezig is om in verschillende landen aan kanaalonderzoek te doen met het oog op het openen van een kanaal. Via het geven van een advies, zal het Vlaams centrum voor adoptie het kanaalonderzoek in de toekomst kunnen faciliteren, waardoor de mogelijkheden voor adoptie in tot op heden onontgonnen gebieden beter benut kunnen worden.

Eveneens een belangrijke taak die door de collega’s nog niet uitdrukkelijk is benadrukt, maar die ik toch wil vermelden, is dat dit Vlaams centrum voor adoptie een publieke loketfunctie moet hebben en ook een soort klachtendienst moet worden in heel het adoptiebeleid. Het is belangrijk dat alle betrokkenen in het adoptieproces weten waar ze terecht kunnen met vragen of klachten over adoptie. Dat moet ook laagdrempelig zijn. Het Vlaams centrum voor adoptie zal daar zeker moeten op inspelen.

In het voorstel van decreet worden nog een heel aantal andere taken opgesomd die het Vlaams centrum voor adoptie moet opnemen. Daar ga ik niet verder op in. Wel wil ik nog benadrukken dat het voorstel van decreet van de meerderheid alomvattend is. We hebben het niet enkel over dat Vlaams centrum voor adoptie, we hebben ook enorm veel aandacht besteed aan de andere aspecten van dit adoptiebeleid. Ik denk aan de oprichting van het steunpunt voor adoptie. De rol van de adoptiediensten wordt duidelijk omschreven, net als hoe het toezicht uitgeoefend moet worden. Ook de piste van zelfstandige adoptie is nog steeds opgenomen in dit voorstel van decreet.

Ik verwijs net als mevrouw De Wachter naar de hoorzittingen. Belangrijk voor de N-VA-fractie waren de opmerkingen over het inzagerecht voor geadopteerden. We hebben van de vereniging van geadopteerden gehoord dat het inzagerecht voor geadopteerden in de huidige wetgeving veel te beperkt is. Via een amendement bij dit voorstel van decreet willen wij ervoor zorgen dat het inzagerecht wordt uitgebreid. Vanaf de leeftijd van 12 jaar zullen kinderen bij het Vlaams centrum voor adoptie een aanvraag kunnen doen om inzage te krijgen in hun dossier. Dat is ook niet meer dan normaal. Het is een fundamenteel recht in het Kinderrechtenverdrag van de VN om inzage te krijgen in je afkomst en herkomst.

Beste collega’s, dit voorstel van decreet is een zeer belangrijke stap voorwaarts. Het is een echt werkstuk vanuit de commissie. Dat is een goede zaak. Het is gegroeid van onderuit, we hebben de mensen gehoord en in de mate van het mogelijke met alle opmerkingen rekening gehouden. Daarom liggen er vandaag ook nog heel wat amendementen voor. De samenwerking bij het uitschrijven van dit decreet was zeer goed.

We vinden het ook belangrijk dat het parlement betrokken wordt bij de verdere uitvoering en naleving van dit decreet. Daarom zijn er twee zaken opgenomen in dit voorstel van decreet waarvan wij als parlementsleden zeker gebruik moeten maken. Het Vlaams centrum voor adoptie zal een jaarlijks activiteitenverslag moeten uitbrengen aan het Vlaams Parlement. Dat biedt ons de mogelijkheid om te controleren of de pistes die wij nu hebben uitgeschreven daadwerkelijk worden uitgevoerd en waar nodig kunnen wij dan bijsturen. Een tweede essentieel punt is dat via uitvoeringsbesluiten nog heel wat zaken verder moeten worden uitgeschreven. De N-VA-fractie hoopt dat wij daaraan samen met de Vlaamse Regering kunnen meewerken.

Collega’s, dit is een zeer belangrijk voorstel van decreet. Samen met de amendementen die door de meerderheid zijn ingevoerd, hebben we een mooi sluitstuk van heel het proces. Ik hoop dan ook dat iedereen zich erachter kan scharen. We zijn ervan overtuigd dat het voorstel van decreet een stap in de goede richting is en dat er een grondige verandering zal komen. Het belangrijkste is waarschijnlijk dat we het in samenspraak met de sector hebben opgesteld.

De voorzitter

Mevrouw Jans, worden er nog amendementen ingediend? Nee? Oké.

Mevrouw Van der Borght heeft het woord.

Vera Van der Borght

Voorzitter, ik wil u eerst bedanken voor de lekkere Limburgse vlaaien. Het heeft me gesmaakt.

Collega’s, ik sluit me graag aan bij de dankwoorden van mevrouw Jans voor allen die aan dit voorstel van decreet hebben gewerkt. Ik kom hier naar voren en zal nog enige tijd van u in beslag nemen omdat het een belangrijk decreet is. In de commissie zijn er aangaande adoptie vele vragen gesteld, in de plenaire vergadering zijn er actuele vragen gesteld, in de pers is het veel aan bod gekomen. Dat bewijst dat het onze aandacht verdient.

Er zijn inderdaad heel wat gelijkenissen tussen beide voorstellen van decreet betreffende de interlandelijke adoptie, maar uiteraard ook enkele essentiële verschillen. Er is ook een lange voorgeschiedenis. Voorafgaand aan de inhoudelijke bespreking, wil ik die toch even kort geven omdat het relevant is om te weten wanneer we het debat over beide voorstellen van decreet voeren.

Collega Dehaene en anderen, eind vorige legislatuur werd een voorstel van decreet ingediend door collega Else De Wachter als hoofdindiener namens sp. a en door mezelf namens Open Vld. Onze beide fracties wensten toen verregaande hervormingen door te voeren in de adoptiesector en in de beleidsvisie rond interlandelijke adoptie. Met het einde van de legislatuur in zicht, verdween het voorstel van tafel wegens tijdsgebrek in de werkzaamheden van deze commissie. Ten behoeve van collega’s die blijkbaar vergeten hoe de manier van werken in elkaar zit: er is een hoofdindiener die de trekker is en die schrijft en initiatief neemt om te vergaderen. Dat was ook toen zo. Open Vld heeft toen, samen met sp. a, telkenmale actief aan de vergaderingen deelgenomen. Bij het begin van de nieuwe legislatuur nam onze fractie opnieuw de draad op. Het voorstel van decreet werd opnieuw ingediend, deze keer namens Open Vld alleen. Collega Else De Wachter was toen nog niet terug in het parlement en kon dus onmogelijk worden gevraagd om het voorstel opnieuw mee in te dienen. Ik weet dat er kritiek is op het feit dat Open Vld alleen het identieke voorstel heeft ingediend, maar ik blijf erbij dat het voorliggende voorstel een goed voorstel was en blijft. Het gaat ook verder dan wat de meerderheid nu voorstelt.

Alleszins, in maart 2010 was het voorstel klaar voor behandeling in de commissie. Dat er nu pas, bijna twee jaar later, over wordt gestemd, is te betreuren. Het argument dat werd aangevoerd, was dat men het best kon wachten totdat de staten-generaal Adoptie achter de rug was en die begon in december 2009 en eindigde in mei 2010. Dat was aanvaardbaar en wij waren dan ook bereid om te wachten. Na de afronding van de staten-generaal klonk het dan echter dat we met de behandeling het best konden wachten totdat de minister met een eigen ontwerp naar het parlement zou komen. Een ontwerp dat op basis van de bevindingen uit de staten-generaal snel vorm zou krijgen. Het wachten op dat initiatief vanuit de Vlaamse Regering werd immers al snel meer wachten, nog wat wachten en nog meer wachten, om er uiteindelijk niet te komen, want we bespreken hier nu een voorstel dat uit het parlement zelf afkomstig is.

Uiteindelijk belandden we dus in het najaar 2011 bij de start van het huidige parlementaire werkjaar. We kozen er toen voor om ook de sector te horen. Die hoorzittingen hebben heel wat interessante bevindingen opgeleverd en soms zelfs voor enige commotie gezorgd binnen onze commissie.

Het is goed dat dit gebeurd is, maar uiteraard moeten nu knopen worden doorgehakt.

Dan kom ik terecht bij de inhoudelijke discussie. Ik wil me focussen op drie voor ons fundamentele punten die we met ons voorstel van decreet beogen. Een: adoptie als volwaardige zorgvorm gestalte geven en dit door een eigen verzelfstandigd agentschap op te richten, zijnde het Vlaams centrum voor adoptie, en adoptie dus niet langer onder te brengen binnen het agentschap Kind en Gezin. Mijnheer Dehaene, dat is niet omdat wij voorstander zouden zijn van nieuwe structuren en meer ambtenaren, maar omdat we vinden dat dit beleidsdomein in zijn geheel nood heeft aan een integrale en neutrale aanpak om een coherent en vereenvoudigd beleid te kunnen voeren. Door een reorganisatie en een herschikking van het personeel, hoeft dit niet meer te kosten. Dankzij het onafhankelijk statuut van dit agentschap zullen mensen zich volledig op adoptie kunnen focussen, wat een grote meerwaarde kan opleveren.

Twee: via dit onafhankelijk agentschap Vlaams centrum voor adoptie moet er werk worden gemaakt van een versterking van alle actoren en diensten betrokken bij interlandelijke adoptie, zoals de adoptiediensten, de diensten voor nazorg, de voorbereiding van de kandidaat-adoptanten. Dat impliceert voor ons ook een wetenschappelijk onderbouwde standaardisering en professionalisering van maatschappelijke onderzoeken door een gecentraliseerde dienst op te richten en onder te brengen in dat agentschap. Ook de nazorg kan daarom best in dat agentschap worden ondergebracht zodat zo veel mogelijk expertise gecentraliseerd kan worden gedeeld.

Drie: inzetten op het ondersteunen en stimuleren van interlandelijke adopties door de adoptiediensten sterker te ondersteunen en te begeleiden vanuit het Vlaams centrum voor adoptie, in het bijzonder voor wat betreft het onderzoeken en openen van nieuwe adoptiekanalen. Hierbij kan het niet de bedoeling zijn om de toegang tot of de instroom naar adoptie arbitrair in te perken of adopties zelfs te ontmoedigen. Kandidaat-adoptanten moeten via een verkenningsronde vooraf heel duidelijk geïnformeerd worden over de procedures en termijnen, waarna ze uiteraard zelf het best kunnen oordelen of ze al dan niet een procedure aanvangen.

Daarnaast blijven er voor ons te veel vraagtekens over hoe men dat ‘realistisch instroombeheer’ zal organiseren. Ik kijk daar met enig wantrouwen tegenaan. Immers, in het voorstel van de meerderheid is dit instroombeheer cruciaal om het adoptiebeleid te doen slagen. Alleen staat er in dit voorstel van decreet geen enkele aanwijzing over hoe men dit gaat realiseren, behalve dan het ontradende aspect van de infosessies bij de aanvang van de procedure. Ik hoorde daarnet collega Lies Jans duidelijk stellen dat hier inderdaad nog enig debat over moet worden gevoerd vooraleer men kan overgaan tot uitvoeringsbesluiten.

Collega’s, men moet zich er wel bewust van zijn dat adoptie een burgerlijk recht is, en dat het inperken daarvan door de Vlaamse overheid gewoonweg niet kan. Het stoort me dan ook mateloos dat ik de voorbije dagen in artikelen in de kranten moest lezen over het welles-nietesspelletje over de wachttijden van vier jaar of van acht tot tien jaar. Kind en Gezin komt nu naar buiten met nieuwe cijfers. De woordvoerster van Kind en Gezin stelt dat men een nieuwe berekening heeft gemaakt over de wachttijden, na de mediaberichten over de zeer lange wachttijden van acht tot tien jaar. Daaruit blijkt dat dergelijke lange wachttijden zeer uitzonderlijk zouden zijn. Volgens Kind en Gezin bedraagt de gemiddelde wachttijd maar de helft van wat sommigen zeggen.

Ik vind dat Kind en Gezin zich op dat moment niet alleen mag beperken tot het rechtzetten van die cijfers, maar dat het ook zijn verantwoordelijkheid moet opnemen ten aanzien van de voorbereidingscentra die trouwens ook erkend worden door Kind en gezin. Mevrouw Pia Dejonckheere, de coördinator van één van de twee erkende voorbereidingscentra adoptie, gebruikt immers het schrikbeeld van wachttijden van acht tot tien jaar om kandidaat-adoptieouders als het ware te ontmoedigen om de procedure aan te vatten. Ik vind dat dit niet kan.

Ik citeer uit wat zij vertelde in een artikel in De Standaard, van begin deze week: “In mei konden we het niet meer aanzien, en heeft de sector via de media zelf bekendgemaakt dat kandidaat-adoptieouders acht tot tien jaar moeten wachten op een kind (…) Ik denk dat ouders daardoor afgeschrikt zijn. We zien in elk geval voor het eerst een spectaculaire daling van het aantal kandidaten. Dat is zeer goed nieuws.”

Ik verwacht dus van Kind en Gezin dat de organisatie in klare en duidelijke taal van de voorbereidingscentra eist dat cijfers van een wachttijd van acht tot tien jaar niet langer worden gebruikt, met de bedoeling kandidaat-adoptieouders af te schrikken. Wanneer Kind en Gezin dat toch niet zou doen, dan is het duidelijk dat dit onze stelling versterkt dat adoptie beter wordt weggehaald bij Kind en Gezin, aangezien de organisatie duidelijk geen blijk geeft van een positieve ingesteldheid ten aanzien van interlandelijke adoptie.

Er is zelfs meer. Volgende passage uit datzelfde artikel doet ons vrezen voor het ergste: “Wat Dejonckheere meer zorgen baart aan het decreet, is dat het bepaalt dat er proactief op zoek moet worden gegaan naar nieuwe kanalen. ‘Met andere woorden, naar meer kinderen’, zegt ze. ‘En dat is nu net wat we niet willen. Want adoptie is altijd kinderhulp geweest, een manier om kinderen die in hun eigen land niet opgevangen konden worden, een thuis te geven. En die betekenis heeft het nog altijd. Maar in de loop der jaren is adoptie gezinsvorming, geworden, een manier om mensen die geen kinderen kunnen krijgen, toch een kind te geven. En daar staan we niet achter. Het is goed om voor de kinderen te zorgen die in hun eigen land niet opgevangen kunnen worden, maar we moeten niet zelf het vliegtuig op om kinderen te gaan zoeken.’”

Ik zou daarover eerst en vooral willen zeggen dat we uiteraard weten dat het aantal voor adoptie beschikbaar gestelde kinderen mondiaal daalt en dat dit een goede zaak is, omdat dit bewijst dat steeds meer landen een oplossing voor deze kinderen in eigen land vinden. Maar het moet toch duidelijk zijn dat voor een groot aantal landen internationale adoptie van weeskinderen voorlopig nog altijd de enige oplossing is. Of durft men hier te stellen dat er geen landen in de wereld meer zijn waar kinderen nog op zoek zijn naar opvang in een warme thuis in hun eigen land? Gelooft men dat werkelijk?

Het komt er dus voor onze adoptiediensten en kandidaat-adoptieouders op aan deze kinderen te vinden en – uiteraard met respect voor het Verdrag van Den Haag – hiervoor nieuwe kanalen te zoeken en te activeren. Volgens ons is het op dat punt dat de Vlaamse overheid inspanningen moet leveren om alles sneller en doeltreffender te laten gaan verlopen, met een positieve ingesteldheid in plaats van een negatieve. Dan gaat het zowel over het sneller inspelen en daadwerkelijk ondersteunen van de onderzoeken die door de adoptiebureaus worden opgestart als over het valideren van kanalen die door inspanningen van vrije adoptanten als het ware worden ‘ontdekt’. Met andere woorden: er is nood aan een actief beleid dat nieuwe noden ontdekt en oplossingen aanbiedt. Pas als men daartoe alle inspanningen heeft gedaan, is het gepast om een instroombeleid te gaan voeren, eerder dan zoals nu, met een tekortschietend beleid, kandidaat-adoptanten af te schrikken met doemscenario’s van tien jaar wachttijd. Doemscenario’s die volgens Kind en Gezin blijkbaar niet kloppen.

Collega's, van uitzonderlijk belang bij de nazorg is het inzagerecht van geadopteerden in hun dossiers. Voor de dossiers die werden afgehandeld sinds het decreet van 15 juli 2005 in voege trad, is dat geen probleem, aangezien in dat decreet reeds de verplichting werd ingeschreven dat de adoptiebureaus een kopie van elk dossier moeten overmaken aan de adoptieambtenaar. Dit is echter wel een probleem voor de oudere dossiers, die dikwijls in het bezit zijn van personen die vroeger aan adoptiebemiddeling hebben gedaan en geen of een gebrekkige inkijk in die dossiers verlenen. In de commissie hebben wij daarover zelfs verzoekschriften behandeld. In het decreet van 2005 is dan ook de verplichting opgenomen dat deze dossiers aan de adoptieambtenaar moesten worden overgemaakt, wat slechts zeer gedeeltelijk is gebeurd.

Deze verplichting wordt in het voorstel van de meerderheid niet meer opgenomen. Men neemt enkel de strafbepaling over, maar om iets strafbaar te maken, moet men het wel eerst verplichten. Ik betreur dan ook oprecht, collega’s, dat de meerderheid dit amendement van ons niet heeft willen steunen, want daardoor blijven mensen die met oudere dossiers worden geconfronteerd, in de kou staan.

Voorzitter, collega’s, de keuzes die wij voorstellen in ons voorstel van decreet zijn weliswaar radicaler, maar even gerechtvaardigd. Ik herhaal net als in de commissie dat in het voorstel van de meerderheid een aantal zaken terecht aangepakt en bijgestuurd worden, maar ik vind onze doelstellingen er toch niet of slechts in zwakkere mate terug. Er wordt geen eigen verzelfstandigd agentschap opgericht, men blijft binnen de koepel en dus binnen invloedssfeer van Kind en Gezin zitten.

Het voorstel is bovendien niet consequent: men plaatst de voorbereidings- en nazorgdiensten wel in een nieuw steunpunt adoptie, maar men blijft voor de maatschappelijke onderzoeken verder een beroep doen op de talrijke caw’s waardoor kansen gemist worden op het vlak van eenduidigheid en eenvormigheid in de onderzoeken en van een verdere professionalisering van de diensten maatschappelijk onderzoek binnen de caw’s – en laat net dat een punt van frustratie zijn bij heel wat kandidaat-adoptieouders.

We hebben nood aan een duidelijke omslag in visie en beleid rond interlandelijke adoptie. Ik denk dat ons voorstel van decreet daartoe de beste garanties biedt. In de commissie werd ons voorstel van decreet uiteraard weggestemd. Een aantal amendementen werd als gevolg van de hoorzittingen door ons ingediend, net zoals door de meerderheid. Vele waren gelijkaardig. Enkele amendementen werden overgehouden, maar voor ons gaat dit voorstel van decreet niet ver genoeg en vertrekt het vanuit een te enge en te defensieve visie. Om die reden zal onze fractie zich onthouden bij de stemming. (Applaus bij Open Vld)

De voorzitter

Mevrouw Dillen heeft het woord.

Marijke Dillen

Voorzitter, collega’s, er is vandaag al heel veel gezegd. Ook ik zal bondig zijn, want dit dossier is tijdens de talrijke zittingen van de commissie, waaronder hoorzittingen, heel uitvoerig besproken.

Collega’s, onze fractie zal het voorstel van decreet van de meerderheid steunen. De huidige regelgeving voor interlandelijke adoptie heeft inderdaad talrijke tekortkomingen op diverse gebieden, dat hebben veel sprekers voor mij reeds beklemtoond. In de commissie hebben we twee min of meer gelijklopende voorstellen, met heel veel overlappingen, besproken. Naar aanleiding van de verschillende hoorzittingen heeft de commissie een aantal interessante suggesties en ideeën gekregen om de oorspronkelijk voorliggende voorstellen te amenderen, waarop de commissie gelukkig ook is ingegaan. Tussen haakjes moet ik ook zeggen dat vele van die suggesties en voorstellen ook aan bod zijn gekomen in de staten-generaal.

Collega’s, dit is een belangrijk dossier. Beide voorstellen proberen de knelpunten in de geldende regelgeving, de structuren en de procedures weg te werken. Ik denk bijvoorbeeld aan de problematiek van de wachtlijsten, aan de knelpunten in het maatschappelijk onderzoek en aan de screening van alle kandidaat-adoptieouders. Ik wil er trouwens even voor waarschuwen dat een screening inderdaad belangrijk is en grondig moet gebeuren, maar dat men de lat toch ook niet te hoog mag leggen, want voor natuurlijke ouders gebeurt die screening ook niet.

Het huidige voorstel dat hier vandaag aan de basis ligt, heeft verschillende voordelen. Ik denk te mogen zeggen dat het een realistisch voorstel is, ook al is het absoluut niet volmaakt – en ik meen dat de indieners dat ook zullen erkennen. Er komt inderdaad een vereenvoudiging, een verbetering van de procedure. Mits de uitvoeringsbesluiten op een correcte wijze zullen worden ingevuld, denk ik dat een langetermijnvisie op interlandelijke adoptie hier toch een basis krijgt.

Ik wil enkele kritische bedenkingen formuleren. Het voorstel van decreet – dat is ook in de commissie aan bod gekomen – besteedt veel aandacht aan kinderen met speciale noden. Maar hier moeten we toch wel heel omzichtig mee omgaan. Gisteren nog waarschuwde de adoptiecoördinator, mevrouw Dejonckheere, voor de toenemende adopties van kinderen met een handicap. Ik citeer uit haar waarschuwing: “In Nederland is al de helft van de buitenlandse adopties een kind met zo’n special need. Ook in België zal het die kant opgaan. Ik vraag me af of de kandidaat-adoptieouders wel de draagkracht hebben om voor dergelijke kinderen te zorgen. Deze kinderen komen ook op de wachtlijsten bijzondere jeugdzorg, psychiatrie, MPI’s terecht en die wachtlijsten zijn al zo lang. Moeten we dergelijke adopties aanmoedigen?”

Het lijkt me belangrijk om hier heel omzichtig mee om te gaan.

Adoptie moet kinderen toekomstkansen geven. Talloze malen is in de commissie bevestigd dat het belang van het kind centraal moet staan. Ik ga daar 100 procent mee akkoord, laat dat duidelijk zijn. Veel kinderen op nog al te veel plaatsen in de wereld leven in mensonwaardig omstandigheden. Maar het mag zeker niet de bedoeling zijn om in deze landen steeds meer adoptiekanalen te openen. Voor deze kinderen is vaak betere en meer doeltreffende ontwikkelingshulp aangewezen waarbij de echte noden op het terrein worden aangepakt. Dat zal vaak meer in hun belang zijn.

Ook de federale overheid heeft in dit dossier een grote verantwoordelijkheid. Ik hoop dan ook dat daar de nodige initiatieven zullen worden genomen, met het oog op meer duidelijkheid en rechtszekerheid.

Wij zullen het voorstel van decreet steunen, wij zijn gematigd positief. We mogen het niet overroepen, want er blijven knelpunten en vraagtekens. We gaan zeker zeer strikt toezien op de invulling van de uitvoeringsbesluiten. Mevrouw De Wachter heeft de hoop geformuleerd dat de uitvoeringsbesluiten tegen eind 2012 klaar zouden zijn. Ik ben heel benieuwd. We zullen dat opvolgen. Het voorstel van decreet heeft verdiensten waarin wij ons kunnen vinden. We zullen het goedkeuren.

De voorzitter

De heer Vereeck heeft het woord.

Lode Vereeck

Voorzitter, dames en heren, ook mijn fractie zal dit voorstel van decreet steunen, zij het dat ik me zal onthouden om twee redenen. Dit is volgens ons een voorstel van decreet dat heel veel stappen in de goede richting zet, maar waaraan nog knelpunten zitten. De vorige spreker haalde dat ook al aan.

Wij wijzen op de centrale rol die wordt toebedeeld aan Kind en Gezin, wij vinden dat deze taak beter zou worden vervuld door een gecentraliseerde onafhankelijke dienst. Ik wijs er nog op dat het voor ons niet helemaal duidelijk is hoe men tot een realistisch instroombeheer kan komen. Dat vraagt nog enige verduidelijking. Dat zijn de twee punten van verbetering en kritiek die ik nog naar voren wou brengen. Ik zal straks bij de stemming nog even naar deze interventie verwijzen.

Ik heb nog een bedenking. Artikel 35 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind verbiedt kinderhandel. Iedereen met gezond verstand en ook maar één greintje menselijkheid en ethisch besef zal dat verbod steunen. Dat is de ethische en menselijke evidentie zelf. Maar we moeten beseffen dat een verbod altijd leidt tot zwarte markten, ook in deze sector. Er bestaat illegale handel in baby’s. Dat is een consequentie. Als we een verbod invoeren, moeten we ook bereid zijn om die illegale handel te bestrijden. Dat is meer een federale materie.

Maar, collega’s, een verbod invoeren op handel – en hier gaat het om een verbod op de overdracht van de eigendomsrechten, in dit geval de ouderschapsrechten – leidt steeds tot wachtlijsten. Dat is een economische wetmatigheid, of we dat nu leuk vinden of niet. Zodra een product gratis wordt aangeboden, zal er meer vraag dan aanbod zijn, zal er steeds meer behoefte zijn dan er uiteindelijk voorzieningen kunnen worden gecreëerd. Dus, collega’s, moeten wij die wachttijden niet enkel en alleen als een probleem zien, maar ook als het logische gevolg van de ethische keuzes die wij hier vandaag hebben genomen.

Voorzitter, ik wou enkel deze kleine bedenking bij dit dossier maken.

De voorzitter

Mevrouw Vogels heeft het woord.

Mieke Vogels

Voorzitter, collega’s, ik zal hier een iets andere stem laten horen. Ik wil motiveren waarom mijn fractie dit decreet niet zal goedkeuren.

Ik weet, als voormalig minister bevoegd voor adoptie, beter dan wie ook dat adoptie een zeer gevoelige materie is. Het gaat over mensen die hun kinderwens willen waarmaken langs de ene kant, en aan de andere kant over kinderen die niet in hun natuurlijke milieu kunnen opgroeien en die daar zelf niet voor hebben gekozen en die het recht hebben om te weten wat hun roots zijn. Adoptie gaat altijd over een moeilijk evenwicht tussen het recht van het kind en het recht op een kind. Dat is een heel emotionele en moeilijke spanning.

Collega’s, dit voorstel van decreet is opgesteld omdat het aantal kandidaat-adoptieouders en het aantal kinderen dat werd aangeboden voor interlandelijke adoptie steeds verder uit elkaar groeien. Ik erger mij mateloos aan het cijfergevecht dat momenteel in de kranten wordt gevoerd. Is het nu acht jaar wachten of vier of vijf? Het doet er niet toe. De realiteit is dat er vorig jaar of twee jaar geleden, ik weet het niet meer precies, zeshonderd gezinnen van de jeugdrechter een attest kregen om een kind te kunnen adopteren, terwijl er in datzelfde jaar maar 120 kinderen ter beschikking waren voor adoptie. De procedure om dat attest te krijgen wordt steeds zwaarder. Mensen die de hele procedure hebben doorlopen, denken dat hun kinderwens waar zal worden. Daarom is dit een zeer gevoelig en zeer moeilijk punt.

De vorige spreker zei al dat de oorzaak hiervan de consequentie is van ethische keuzes die wij hebben gemaakt met het Haags Adoptieverdrag. Wij hebben dat allemaal goedgekeurd. Met dat verdrag hebben wij gezegd dat interlandelijke adoptie de laatste stap is. Kinderen moeten prioritair kunnen opgroeien in hun eigen natuurlijke milieu. Wij hebben in het verleden nogal wat kinderen geadopteerd uit landen als China en Chili, die het op dit moment economisch heel wat beter doen. Zij beantwoorden nu aan het Haags Adoptieverdrag en maken er nu een zaak van om te zeggen dat zij geen kinderen meer willen afstaan voor interlandelijke adoptie. Zij zeggen dat ze intern in hun land voldoende mensen hebben om kinderen die geadopteerd moeten worden, in hun natuurlijke context te laten opvangen. Dat is eigenlijk een goede zaak.

Collega’s hebben hier verwezen naar de staten-generaal die er is geweest en naar de zeer interessante hoorzittingen. Ik heb daaruit drie zaken onthouden. Ten eerste: forceer geen nieuwe kanalen. Ga niet proactief op zoek. Er is opnieuw een vorm van kinderhandel aan het ontstaan. Nu zie je overal in de westerse wereld kanalen voor adoptie opdrogen. In de Verenigde Staten en Spanje, twee landen die heel actief nieuwe kanalen zoeken, zie je dat het aantal adopties de voorbije tien jaar met 44 procent is gedaald.

Op de internationale adoptiemarkt, die we eigenlijk niet zo zouden mogen noemen maar het is wel de realiteit, beslist een land dat, wanneer iemand een kind uit dat land wil adopteren, er in ruil subsidies moeten komen voor bepaalde projecten. Vroeger was er een een-op-eenrelatie en werd er geld betaald om een kind te adopteren. Nu worden er kinderen ter adoptie gegeven door een bepaald land op voorwaarde dat er projecten in dat land worden gesteund. Er is zowel in de staten-generaal als tijdens de hoorzitting uitdrukkelijk gezegd dat het geen zin heeft dat een kleine regio als Vlaanderen meedoet aan dat soort van concurrentie, om ethische redenen – dit staat haaks op het Haags verdrag – en omdat daar geen budgetten voor zijn. Wij kunnen niet op tegen landen als de Verenigde Staten of Spanje die er momenteel helaas veel geld voor over hebben om projecten te steunen en toch kinderen ter adoptie naar hun land te halen.

Er is duidelijk gezegd, zowel tijdens de staten-generaal als tijdens de hoorzittingen om vanuit Vlaanderen op dit moment niet proactief op zoek te gaan. Wij mogen daar niet aan meedoen.

Tijdens de staten-generaal en tijdens de hoorzitting heeft men ons erop gewezen dat het goed zou zijn om een soort van instroombeheer te hebben. Het heeft geen zin om tijdens een bepaald jaar 600 mensen heel de procedure te laten doorlopen als men weet dat er toch maar 100 kinderen voor adoptie beschikbaar zijn. Het zou dus beter zijn een beperkt aantal mensen toe te laten om heel die procedure te doorlopen zodat er aan het einde van die procedure een grotere zekerheid is dat de kinderwens zal worden ingevuld.

Er is tijdens die hoorzittingen ook veel aandacht geweest voor het toenemend aantal ‘special needs’-kinderen. Dat betekent dat landen zeggen dat zij intern het grootste aantal kinderen die voor adoptie in aanmerking komen, kunnen opvangen. Voor interlandelijke adoptie willen zij echter een aantal kinderen ter adoptie stellen die een bepaalde handicap hebben, oudere kinderen met een psychisch trauma, kinderen met een mentale handicap enzovoort. Het is schrijnend om te zien dat ouders hier na vele jaren wachten beslissen om dan toch voor zo’n 'special needs'-kind te gaan. We moeten ons durven afvragen of dat de bedoeling is. We weten dat er in dit land lange wachtlijsten zijn voor gehandicapten om in een voorziening terecht te komen. We weten ook dat ouders op een emotionele manier beslissen om zo’n ‘special needs’-kind op te vangen.

Dit voorstel van decreet gaat op geen van al die zaken in. Ik ben het helemaal eens met Pia Dejonckheere, in tegenstelling tot mevrouw Van der Borght, wanneer zij zegt dat het heel erg is dat in dit voorstel van decreet staat dat er proactief op zoek gegaan moet worden naar nieuwe adoptiekanalen. Ik vind dat fout. Ik ben het totaal niet eens met wat bijvoorbeeld mevrouw Van der Borght zegt, namelijk dat het onaanvaardbaar is dat er nog lange wachtlijsten zijn en een gebrekkige regeling, terwijl er wereldwijd toch een grote behoefte is om kinderen die een warme thuis zoeken op te vangen. Mevrouw Van der Borght, het Haags verdrag bepaalt precies het tegenovergestelde. Er zijn overal ter wereld kinderen die wachten op een warme thuis, zelfs hier in Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Het Haags verdrag heeft het daar echter niet over. Het Haags verdrag heeft het over de vraag wat het beste is voor een kind op een bepaald moment. En dan komt die interlandelijke adoptie op de laatste plaats. Op dit moment, helemaal in de geest van het Haags verdrag, zijn er helaas steeds minder adoptiekanalen beschikbaar.

De mensen van Het Klein Mirakel, een van de adoptieorganisaties, stelden tijdens de hoorzitting dat ze twee landen van herkomst hadden, Kazachstan en Polen. Kazachstan is ondertussen weggevallen. Alleen Polen blijft nog over. De kans is groot dat ook Polen morgen verklaart de kinderen die voor adoptie in aanmerking komen, wel intern te zullen opvangen. Ik ben het totaal niet eens met het voorstel van decreet, dat uitdrukkelijk voorschrijft proactief op zoek te gaan naar nieuwe adoptiekanalen, en dat bovendien verbindt aan een adoptieambtenaar, die daarover verslag moet uitbrengen en dreigt te worden afgerekend op het al dan niet aanbrengen van nieuwe adoptiekanalen.

De voorzitter

Mevrouw Vogels, mag ik u even onderbreken? Mevrouw Van der Borght en mevrouw Rombouts willen tussenkomen. Ik geef eerst het woord aan mevrouw Van der Borght. Zij werd immers met naam en toenaam genoemd. Mevrouw Rombouts, maak u niet ongerust.

Vera Van der Borght

Mevrouw Vogels, u hebt zich twee keer heel expliciet tot mij gericht. Dit is misschien een van de weinige keren dat we niet dezelfde mening hebben wat welzijn betreft. Wat heb ik willen bedoelen met dat proactief zoeken? Vandaag zijn er nog heel veel kandidaat-adoptieouders. Ik denk niet dat het in landen als Bolivië, El Salvador, Ghana, Mongolië, Namibië, Nicaragua, Panama en Sri Lanka nu economisch heel goed gaat. Ik kan me niet voorstellen dat daar geen kinderen meer zouden zijn die kunnen geholpen worden met een goede, warme thuis hier in Vlaanderen. Dat wou ik zeggen. Er zijn nog heel veel kanalen die wij niet aanboren en die buurlanden van ons, zoals Nederland, wel gebruiken. Ik kan nog heel wat landen opnoemen. Ook in Zuid-Afrika zijn er nog. Ik wil maar bewijzen dat er nog wel veel landen zijn waar een grote vraag en nood bestaat voor die kinderen.

De voorzitter

Mevrouw Vogels, wilt u nu al reageren op de woorden van mevrouw Van der Borght?

Mieke Vogels

Neen, voorzitter, ik zal eerst nog even luisteren naar de andere leden die het woord gevraagd hebben.

De voorzitter

Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Rombouts, en daarna aan mevrouw De Wachter.

Voorzitter, ik wil reageren, want ondertussen heb ik mijn blaadje volgeschreven met een aantal reacties.

Mevrouw Vogels, u begint uw betoog door te stellen dat u heel goed weet waarover u het hebt, aangezien u ook minister van Welzijn bent geweest. Na heel uw uiteenzetting begin ik misschien enigszins te begrijpen waarom u geen minister bent gebleven. (Rumoer)

Mieke Vogels

De tijd dat u minister zult worden... Als u zo doorgaat, zal dat een tijdje duren, denk ik.

Ik alludeer daar ook niet op. Dat is misschien een verschil.

Ik wil u twee vragen stellen. U wijst erop dat er vroeger adopties uit China gebeurden, terwijl daar vandaag zelfopvang kan zijn. De heer Vereeck heeft er ook naar verwezen. We onderschrijven heel duidelijk dat er geen mensenhandel mag zijn. We gaan zelfs verder: we hebben het Haags verdrag van het kind onderschreven.

Zegt u nu dat er eigenlijk helemaal nooit interlandelijke adoptie met China had mogen plaatsvinden? Zegt u dat die dossiers uit het verleden dan eigenlijk geen goede dossiers waren, dat dit eigenlijk beter niet had plaatsgevonden?

Dan kom ik tot mijn tweede vraag. Zou het kunnen dat interlandelijke adoptie niet net bijdraagt tot een ruimere verspreiding van het Haags verdrag, tot het sensibiliseren van de landen van herkomst, zodat ze weten dat dit verdrag belangrijk is en dat ze meer moeten werken aan opvang in het eigen land?

Ik wil ook nog een derde punt aanhalen. U stelt dat in de hoorzittingen en de staten-generaal is gesteld dat het geen zin heeft om aan proactief kanaalonderzoek te doen. Ter zake zijn inderdaad een aantal elementen naar voren geschoven, maar anderen hebben dan weer gesteld dat proactief kanaalonderzoek wel degelijk kan bijdragen tot een goed adoptiebeleid.

Belangrijk is de vraag wat we verstaan onder dat proactief kanaalonderzoek. Er zijn mensen die stellen dat proactief kanaalonderzoek enigszins naar mensenhandel ruikt, dat we alleen maar op zoek gaan naar meer kindjes omdat we alleen maar kinderwensen willen invullen, en dat allemaal niet in het belang van het kind.

Volgens mij bedoelen we dat met het huidige decreet net niet. Het huidige decreet vertrekt immers heel duidelijk vanuit het kind.

We onderschrijven het Haags Adoptieverdrag. Dit betekent dat het belang van het kind duidelijk wordt vooropgesteld. Dit betekent echter niet dat er geen kinderwens moet zijn. Dat lijkt me inherent verbonden aan goede adoptieouders.

Het proactief kanaalonderzoek is duidelijk zoeken in landen waar kinderen niet de nodige ontwikkelingskansen en gelijke kansen krijgen om een goed leven en een goede ontwikkeling te kennen. Zoals hier al is aangehaald, bestaan die landen. Indien dit niet het geval zou zijn, zouden we hier eigenlijk vertellen dat alle landen die een interlandelijke adoptie kennen, de wetgeving en de verdragen eigenlijk met de voeten treden.

We stellen vast dat de interlandelijke adoptie in andere Europese landen bestaat. Ik vraag me af waarom onze kandidaat-adoptieouders niet even capabel zouden zijn en niet dezelfde mogelijkheden zouden hebben om die kinderen goed op te vangen als in die andere Europese landen.

Daarom wordt die vraag net gesteld. We zoeken inderdaad landen waar effectief nog kindernoden zijn. We willen die kinderen de juiste ontwikkelingskansen bieden. Dat staat in het voorstel van decreet.

Een laatste punt betreft uw verhaal rond special needs. Niemand ontkent dat er een mondiale terugval is wat betreft het aantal adoptabele kinderen. De grootste noden in de kinderopvang situeren zich specifiek dan nog eens bij de kinderen met bijkomende noden. Mevrouw Vogels, u stelt dat Vlaanderen uitgebreide wachtlijsten heeft. Met het Vlaams beleid, met onze ontwikkeling, kunnen we die kinderen een aantal bijkomende kansen bieden die ze, spijtig genoeg, in andere landen nog niet aan hun kinderen kunnen bieden. We kunnen daar effectief een oplossing voor bieden.

U heeft terecht aangehaald dat de ouders aan wie een kind met special needs wordt toegewezen, goed moeten worden ingelicht en voorbereid. Ze moeten op een goede manier kunnen afwegen of zij en hun omgeving die last kunnen dragen. De stelling dat we in de gehandicaptenzorg eigenlijk al voldoende wachtlijsten voor onze eigen mensen hebben, ruikt een beetje naar ‘eigen volk eerst’. (Opmerkingen van mevrouw Mieke Vogels)

Else De Wachter

We zijn allemaal wat emotioneler bij dit dossier betrokken. Daarnet hebben twee fracties verklaard dat ze zich zullen onthouden of het voorstel van decreet niet zullen goedkeuren. Dit heeft mij enkel duidelijker gemaakt hoe belangrijk dit decreet eigenlijk is.

Mevrouw Vogels heeft verklaard dat bepaalde zaken, zoals het instroombeheer, in het voorstel van decreet niet aan bod komen. Volgens mij is dit nog nooit zo duidelijk geweest. Dit staat in het voorstel van decreet. Een paar andere fracties willen het voorstel van decreet ondersteunen, maar hebben een paar kritische bedenkingen. Dat is hun goed recht. Hieruit blijkt net hoe belangrijk het instroombeheer is.

Ik wil duidelijk stellen dat geen enkel kandidaat-adoptiegezin vindt dat we nu exact moeten kunnen zeggen hoe lang de hele procedure zal duren. Het is veel belangrijker dat we gezinnen een duidelijk perspectief kunnen bieden. Ik heb het nadrukkelijk over gezinnen. Vaak zijn er immers al andere kinderen in een gezin aanwezig. Het instroombeheer maakt het mogelijk dat perspectief te bieden.

De kinderen met special needs vormen een belangrijk element van het hele dossier. We hebben dit punt uitdrukkelijk in het voorstel van decreet opgenomen. Er staat duidelijk dat veel meer aandacht aan die kinderen moet worden besteed en wat dit precies inhoudt. Het gaat dan onder meer om de draagkracht in een gezin. Dit punt komt aan bod tijdens het maatschappelijk onderzoek. We willen dit nog verder uitbouwen. Dit moet ook tijdens de voorbereiding en de verkenning aan bod komen.

Mevrouw Van der Borght heeft een aantal elementen aangehaald die volgens mij heel duidelijk in het voorstel van decreet staan vermeld. Volgens haar is de informatiesessie zeer belangrijk. Volgens ons is dit cruciaal. We gaan zelfs nog verder. We stellen dat op voorhand eventueel een verkenningssessie kan plaatsvinden. De diensten krijgen dan de vraag wat de stand van zaken is. Dit kan in het maatschappelijk verslag worden opgenomen. We gaan dus een stapje verder.

Alvorens de procedure van start kan gaan, moet een voorbereiding worden gevolgd. Dit moet het gezin in staat stellen te beslissen of het echt voor een adoptie wil gaan, de adoptie nog even wil uitstellen of een andere keuze wil maken. Ik vind het belangrijk om dat hier toch even te stellen.

De laatste dagen zijn er in de pers inderdaad heel wat zaken verschenen rond de mogelijke wachttijden. Dit verschilt ook heel sterk van dossier tot dossier. Dat hangt met heel veel aspecten samen.

Het is hier al aangegeven: daar kun je nu geen expliciete gemiddelde tijd op zetten. Het bewijst alleen hoe belangrijk het is om van in het begin duidelijkheid te geven via instroombeheer en informatie. Daarom is dit voorstel van decreet ook zo cruciaal.

Mieke Vogels

Natuurlijk heeft het Verdrag van Den Haag een enorme invloed gehad, dat heb ik ook gezegd. Dat is ook de reden waarom er nu minder kinderen ter adoptie worden aangeboden. Dat is omdat landen er een zaak van maken dat verdrag toe te passen en ervoor zorgen dat hun kinderen ter adoptie kunnen worden opgegeven in hun eigen land. Natuurlijk is dat een gevolg van het Verdrag van Den Haag. Het is ook goed dat dat gevolg er is.

Ik heb onthouden uit de staten-generaal en de hoorzittingen dat mensen zeggen op te passen met een proactief beleid. Ik hoor u hier wel zeggen dat u daarmee dit en dat bedoelt, maar ik lees dat niet in het voorstel van decreet. In de verslagen van de werkzaamheden van de commissie is absoluut niet duidelijk gedefinieerd wat men onder een proactief beleid verstaat, wat men verwacht van de adoptieambtenaar in de komende periode inzake het aanboren van nieuwe kanalen. Ik blijf daar op mijn honger zitten.

Natuurlijk staat het instroombeheer in het voorstel van decreet, mevrouw De Wachter. Tijdens de hoorzitting zijn er heel wat kritische vragen gesteld over het instroombeheer. Men is het ermee eens, maar het is niet zo simpel. Wat doe je bijvoorbeeld met zelfstandige kandidaat-adoptieouders? Moeten die achteraan de rij aanschuiven of mogen ze voorsteken? Wat doe je met holebi kandidaat-adoptieouders? We weten goed dat er nu geen kanaal is waar holebi kandidaat-adoptieouders gebruik van kunnen maken. Moeten ze mee aanschuiven? Dat blijft een open vraag. Wat met koppels waarvan één partner een andere nationaliteit heeft? Al die vragen kwamen aan bod tijdens de hoorzittingen en de commissie gaf daar geen antwoord op. Men zegt dat dat uitvoeringsbesluiten zijn. Dan komt men hier zeggen dat men die van nabij wil volgen. Als een wetgever een wet maakt, verwacht ik dat dergelijke zaken worden uitgediscussieerd, dat ze mee in het verslag staan, zodat de minister die de wet moet uitvoeren, handvaten heeft om te weten wat het parlement precies wil.

Hier staat: instroombeheer, punt. Er staat: proactiviteit. Maar er staat niets meer in.

Tom Dehaene

Ik probeer aandachtig te luisteren naar mevrouw Vogels, maar als ze overdrijft, kan ik me echt niet inhouden.

Mevrouw Vogels, de staten-generaal heeft bijna unaniem gevraagd naar een decretale basis om een instroombeheer te doen. U zegt dat we dat allemaal moeten regelen in het voorstel van decreet. Dat doe je toch niet. Dat zijn toch uitvoeringsbesluiten omdat ze kunnen wijzigen. Als u verwijst naar de discussie van de laatste dagen, dan is dat goed. U bevestigt alleen maar dat we dat niet in het voorstel van decreet mogen zetten en dat het kan wijzigen, naargelang van de evolutie. Meer kanalen, meer kindjes: oké, dan kunnen er meer mensen instromen. Het enige wat we doen in dit voorstel van decreet is wat de staten-generaal duidelijk vroeg. We creëren een decretale basis om aan instroombeheer te doen, zodat we de adoptiegezinnen duidelijk kunnen maken dat als er te veel is, ze niet moeten beginnen omdat ze veel te lang in de onzekerheid zullen zitten.

Vera Van der Borght

Mijnheer Dehaene, daar gaat het nu net om: de vaagheid van de omschrijving hoe jullie juist instroombeheer gaan aanpakken. Ik vraag niet om dit in het decreet van a tot z uitvoerig te omschrijven. Dat zal komen in de uitvoeringsbesluiten, maar er was duidelijk de vraag onder andere in de commissie om toch enige verduidelijking te geven van hoe jullie dat nu zien.

Tom Dehaene

Ik heb het in mijn uiteenzetting gedaan.

Vera Van der Borght

Neen, ik heb heel goed geluisterd en u hebt niet gezegd hoe u dat gaat doen.

Als jullie als initiatiefnemers dergelijke zaken schrijven in een voorstel van decreet, kan ik niet anders dan veronderstellen dat jullie ook van gedachten hebben gewisseld over hoe jullie dat zien. Als u vandaag zegt dat we dat wel zullen zien in de uitvoeringsbesluiten, wil dat zeggen dat u er totaal geen zicht op hebt. Ik vind dat getuigen van weinig verantwoordelijkheidsgevoel.

Tom Dehaene

Ik heb in mijn betoog duidelijk gezegd dat we gaan kijken naar de adopties die er de voorbije jaren zijn geweest. Als je honderd adopties hebt, moet je geen duizend adoptieouders laten starten.

Vera Van der Borght

En dat is uw uitleg van hoe u dat gaat aanpakken?

Tom Dehaene

Ik kan u vandaag geen exacte formule geven, mevrouw Van der Borght. Maar wij hebben duidelijk gezegd: kijk naar de voorbije jaren, en op basis daarvan kan men bepalen hoeveel ouders er kunnen beginnen.

Mieke Vogels

Mijnheer Dehaene, ik heb nooit gezegd dat u al die details in uw voorstel van decreet moet schrijven, maar als u de pretentie hebt om als parlementslid een voorstel van decreet te maken waarvan u zelf zegt dat het grenzen verlegt en historisch is, verwacht ik dat daar een zekere visie achter zit en dat u precies zegt wat instroombeheer en proactief kanaalonderzoek voor u betekenen.

Dat moet niet in het voorstel van decreet staan, maar wel in het verslag. Er is zoiets als de geest en de letter van de wet. Hier heb je alleen de letter van de wet. De rest wordt allemaal overgelaten aan de uitvoering.

Voorzitter, collega’s, ik blijf echt op mijn honger met dit voorstel van decreet. Wat overblijft, is het eigenlijke structuurdecreet. Maar ook daar is nog niet veel duidelijkheid over. Men wil alles in één adoptiedienst onderbrengen binnen Kind en Gezin, maar er is nog geen duidelijkheid over de precieze positie van de diensten die nu het maatschappelijk onderzoek doen en bij de caw’s zitten. Ook daar heeft de decreetgever geen duidelijke visie over gemaakt.

Dan is er het steunpunt adoptie, een zoveelste steunpunt dat elk jaar een verslag zal maken, nog maar eens een verslag. Dit is weer een zoveelste structuurdecreet dat ten gronde eigenlijk weinig of niets zal oplossen. Wat men wel doet, is aan de kandidaat-adoptieouder de indruk geven dat het in de toekomst beter zal worden en dat er minder wachtlijsten zullen zijn. Ik heb daar de tools niet voor gevonden in dit voorstel van decreet, integendeel. Ik had minstens verwacht dat, als we dan toch zo’n grondig debat voeren over interlandelijke adoptie, we de ramen en de deuren zouden hebben opengegooid en eens gekeken zouden hebben naar bijvoorbeeld Groot-Brittannië.

Tom Dehaene

En de staten-generaal, wat is dat dan?

Mieke Vogels

In Groot-Brittannië, mijnheer Dehaene, is er een totaal ander systeem van pleegzorg, waar pleegouders heel andere rechten hebben en kinderen veel sneller voor adoptie worden vrijgegeven. Er zijn destijds daarvoor in de Kamer van Volksvertegenwoordigers wetsvoorstellen ingediend. Ik denk dat je alleen in die richting oplossingen zult vinden in de toekomst. Ik hoop dat ik uitdrukkelijk en uitvoerig heb geïllustreerd waarom wij dit voorstel van decreet niet zullen goedkeuren. (Opmerkingen. Rumoer)

De voorzitter

Heel kort, alstublieft. Ik denk dat uw band helemaal uitgerafeld is. Heel kort, alstublieft.

Tom Dehaene

Heel kort. Mevrouw Vogels verwijt ons dat we de deuren en de ramen niet hebben opengezet. Neen, mevrouw Vogels, we hebben inderdaad niet alleen de deuren en de ramen opengezet, we hebben ook het dak eraf gehaald. We hebben een staten-generaal georganiseerd waar iedereen zijn zegje heeft gedaan, waar naar het buitenland is gekeken en zo meer. Zeggen dat we niet ruimdenkend zijn geweest, vind ik van het laagste dat ik vandaag al gehoord heb.

Voorzitter, u hebt mij daarstraks niet het woord gegeven toen ik het gevraagd heb. (Rumoer)

De voorzitter

Mevrouw Rombouts, u hebt verschillende keren het woord gehad. Op een bepaald moment oordeel ik dat er genoeg gedebatteerd is. Ga uw gang.

Dank u wel. Voorzitter, ik heb een vraag mogen stellen aan mevrouw Vogels, maar ik heb op het moment dat zij antwoord gaf al het teken gegeven dat ze mijn vraag blijkbaar niet begrepen had en dat ik daar opnieuw op wenste te reageren.

Bij dezen wil ik mijn vraag opnieuw stellen, mevrouw Vogels. (Rumoer).

Mijn vraag ging er niet over of het Haagse verdrag niet heeft bijgedragen tot minder kanalen. De vraag was of het interlandelijke adoptiebeleid ook niet zou bijdragen aan de sensibilisering van landen om inderdaad meer aandacht te hebben om hun kinderen in hun eigen land op te vangen.

U verwees naar Kazachstan, dat niet meer open is. (Rumoer)

Het is toch wel belangrijk om te onderstrepen dat Kazachstan zelf in een procedure bezig is om zich conform te verklaren met het Haags verdrag. Er zijn effectief nog landen waar er noden zijn. We moeten in dat interlandelijke adoptiebeleid kunnen geloven en daarop verder bouwen. Dat is wat het voorstel van decreet vandaag doet.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

De voorzitter

Artikelsgewijze bespreking

Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het voorstel van decreet van mevrouw Else De Wachter, de heer Tom Dehaene, mevrouw Lies Jans, de heer John Crombez en de dames Vera Jans, Helga Stevens en Tinne Rombouts houdende regeling van de interlandelijke adoptie van kinderen.

De door de commissie aangenomen tekst wordt als basis voor de bespreking genomen. (Zie Parl. St. Vl. Parl. 2010-11, nr. 1168/4)

– De artikelen 1 tot en met 30 worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het voorstel van decreet houden.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.