U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking (Voortzetting)

Mobiliteit en Openbare Werken.

Dames en heren, aan de orde is de voortzetting van de algemene bespreking van het ontwerp van decreet houdende de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2012, het ontwerp van decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2012 en het ontwerp van decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2012.

We bespreken nu het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken.

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Goedemorgen, voorzitter, minister, collega’s. Vanmorgen twee uur van Leuven naar Brussel en hier een nagenoeg lege zaal: ik wil het woord ‘file’ vandaag liefst niet meer horen. Maar dat er inzake mobiliteit nog veel uitdagingen wachten, is duidelijk.

Op vijf minuten iets zinnigs zeggen over mobiliteit en openbare werken is voor een CD&V’er, die graag ‘en-enverhalen’ vertelt, geen gemakkelijke opdracht. Ook worden de beleidsbrieven van minister Crevits elk jaar langer. Waar de beleidsnota nog 75 bladzijden bedroeg, zitten we met deze beleidsbrief ondertussen al aan het dubbel, met 151 bladzijden. De leden van de commissie zijn hier niet rouwig om. We krijgen op die manier veel informatie en bij de bespreking van de beleidsbrief in de commissie konden alle onderwerpen aan bod komen. Vandaar dat ik me vandaag zal proberen te beperken tot enkele hoofdpunten.

Het belangrijkste dat op stapel staat, is het nieuwe Mobiliteitsplan Vlaanderen, dat in 2012 het licht zal zien. Wij kijken uit naar de eerste gedachtewisseling hierover in de commissie na het kerstreces. Uit de grote mobiliteitsenquête die in het informatieve stadium voor het nieuwe plan werd opgezet, blijkt dat verkeersveiligheid de topprioriteit is voor de Vlaming. Ik wil de beleidsbrief dan ook toetsen aan het gekende STOP-principe (Stappers en Trappers, Openbaar vervoer, Privévervoer), dat bij een correcte toepassing zou moeten bijdragen tot een grotere verkeersveiligheid.

Wat doet Vlaanderen voor zijn voetgangers en fietsers, de stappers en de trappers? Het verder afwerken van het zwartepuntenprogramma is hier uiteraard erg belangrijk. We hebben dit jaar, na een kritisch rapport van het Rekenhof over die zwarte punten, ten gronde kunnen debatteren over de wijze waarop dit programma is gerealiseerd. Maar wij hebben nooit in twijfel getrokken dat zwarte punten witte punten moeten worden. Het belang dat aan fietsen wordt gehecht, blijft groot. Dit jaar kregen we bijvoorbeeld voor het eerst een meerjareninvesteringsprogramma fietsinvesteringen en een grondige fïetsongevallenanalyse. Nu komt er een fietspraktijkexamen voor leerlingen van het zesde leerjaar, er is aandacht voor fietskoeriers in steden, er is een FietsGIS (geografisch informatiesysteem) voorbereid en in Vlaams-Brabant moet de studie voor een FietsGEN (gewestelijk expressnet) zijn beslag krijgen. In het jaar van de gemeenteraadsverkiezingen wordt de eerste verkiezing van Vlaamse fietsstad en fietsgemeente een schot in de roos. Ongeveer een op vier Vlaamse gemeenten gaat de uitdaging aan. Ik ben benieuwd naar de resultaten. Dat de fiets aan belang moet winnen, ook in comodaliteit met andere vervoersmiddelen, hoeft geen betoog. Fietsen is goed voor gezondheid en milieu en elke fietser op de weg is een auto minder in de file. De CD&V-fractie wil de minister dan ook aanmoedigen om verder te fietsen op de ingeslagen weg.

Wat doet Vlaanderen voor de ‘O’, het openbaar vervoer? Volgens de enen is het te veel en volgens de anderen is het te weinig. Het punt is dat De Lijn niet stilstaat. De doorstroming blijft een groot probleem, maar ik bedoel dit natuurlijk figuurlijk.

De Lijn springt mee op de kar van de digitale dienstverlening, onder meer door middel van de chipkaart die in 2012 in Vlaams-Brabant volop zal worden getest, van de plug-in-routeplanner, van de elektronische nieuwsbrief en van de nieuwe iPhone-applicatie. Daarnaast wordt ook geïnvesteerd in nieuw materiaal, zoals langere trams. De plannen voor nieuwe tramverbindingen worden gestaag verder onderzocht. Wat hopelijk sneller kan worden gerealiseerd, is een snel busnetwerk dat, al dan niet in een eigen bedding, in de strijd tegen de files voor het woon-werkverkeer kan worden ingezet. Ook de uitbouw van meerdere stationsomgevingen in Vlaanderen tot multimodale knooppunten blijft een prioriteit.

In 2011 heeft de nieuwe beheersovereenkomst het licht gezien. Een veel geciteerde passage betreft de jaarlijkse verhoging van de kostendekkingsgraad met minimaal een half procentpunt. Naar het schijnt, heeft de raad van bestuur vorige week haar huiswerk afgerond. We kijken met belangstelling uit naar het antwoord van de Vlaamse Regering.

Een zaak blijft nog steeds onduidelijk. Welke definitie van de kostendekkingsgraad wordt precies gehanteerd? De voorliggende begroting voorziet in 469.000 euro aan bijkomende middelen voor het leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs. Dit is een meerkost voor De Lijn. Ik hoop echter dat dit bij de berekening van de kostendekkingsgraad niet wordt meegeteld. Ik ga ervan uit dat we voor dit belangrijk thema, de kostendekkingsgraad, de scenario’s die de raad van bestuur zal voorstellen en de reactie van de Vlaamse Regering hierop, kort na Nieuwjaar de nodige tijd zullen kunnen uittrekken.

Wat doet Vlaanderen ten slotte voor de ‘P’, het privévervoer? Onze wegen kreunen nog steeds onder de jarenlange ondermaatse investeringen. Het is de verdienste van minister Crevits dat ze het wegenonderhoud hoog op de agenda heeft geplaatst. Dit is in overleg met onder meer de automobilistenverenigingen en met de logistieke sector gebeurd. De recente aankondiging van de geplande werken voor volgend jaar bewijst dat de minister niet voor de zure appel van veelvuldige wegenwerken terugdeinst. Mijn fractie drukt evenwel de wens uit dat de eventueel noodzakelijke besparingen, waar de kranten vol van staan en waarover we het hier gisteren al hebben gehad, de inhaaloperatie in verband met het wegenonderhoud niet zullen beïnvloeden.

Er is overigens meer dan enkel onderhoud nodig. Er moet ook vooruitgang worden geboekt met betrekking tot de missing links en de verkeersveilige heraanleg van wegen en kruispunten.

Aangezien we het niet altijd over Antwerpen moeten hebben, wil ik als Vlaams-Brabander tot slot nog even verwijzen naar het belangrijke dossier van de optimalisering van de ring rond Brussel. Over alle andere belangrijke thema’s kan ik nu niets meer zeggen. (Applaus bij CD&V)

De voorzitter

De heer van Rouveroij heeft het woord.

Sas van Rouveroij

Voorzitter, ik heb een korte vraag over de verhoging van de kostendekkingsgraad. Mevrouw Brouwers heeft gesteld dat er verschillende mogelijkheden zijn. De Lijn heeft een aantal scenario’s uitgestippeld. Een van die scenario’s houdt een verhoging van de tarieven in. Is een scenario waarin de tarieven boven op de index worden verhoogd, voor mevrouw Brouwers bespreekbaar?

De heer van Rouveroij kent het regeerakkoord even goed als ik. De Vlaamse Regering zal in eerste instantie moeten oordelen of ze het regeerakkoord op dit vlak al dan niet zeer strikt wil volgen. Volgens mij moet de minister deze vraag beantwoorden.

Sas van Rouveroij

Dat is een duidelijk antwoord.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Voorzitter, ten behoeve van alle aanwezigen die een goed geheugen op prijs stellen, zal ik even een resolutie citeren die door het Vlaams Parlement, inclusief de Open Vld-fractie, is goedgekeurd. Punt 19 van deze resolutie over de beheersovereenkomst van De Lijn stelt dat een evaluatie van het tarievenbeleid en de prijselasticiteit georganiseerd kan worden na de uitrol van de smartcard.

Ik heb de motie gelezen die hier deze namiddag ter stemming voorligt. De indieners stellen dat de smartcard tegen 2013 moet zijn uitgerold. Dat is ook het schema dat wij voor ogen hebben.

Het lijkt me een goede zaak de discussie over het tarievenbeleid zeer goed voor te bereiden. Ik vind het in elk geval zeer waardevol dat De Lijn een oefening met betrekking tot de inkomsten en de uitgaven heeft gemaakt.

U hebt zelf het scenario goedgekeurd. Inzake de tarieven is haastwerk niet goed. Er is eerst een uitgerolde smartcard nodig. Het Vlaams Parlement heeft die aanpak goedgekeurd, inclusief de Open Vld-fractie.

Sas van Rouveroij

Het klopt dat wij dat samen met CD&V hebben goedgekeurd. Dat betekent dat u zich niet automatisch laat gijzelen door het regeerakkoord.

De voorzitter

Mevrouw Jans heeft het woord.

Lies Jans

De kostendekkingsgraad en de tarievenpolitiek zijn belangrijke aangelegenheden. Er is daarover al uitvoerig gediscussieerd. Ook de minister zei het al: het is belangrijk dat De Lijn out of the box gaat denken. Alle mogelijke scenario’s moeten naast elkaar worden gelegd, en dan moet de Vlaamse Regering een beslissing nemen. Er is het regeerakkoord, maar het is niet slecht dat wij eens een zicht krijgen op alle mogelijkheden.

De voorzitter

De heer Reekmans heeft het woord.

Peter Reekmans

Voorzitter, minister, collega's, ik weet niet meer hoe het zit. U zegt in de krant dat de raad van bestuur van De Lijn met voorstellen moet komen. Hier hoor ik mevrouw Jans zeggen dat de Vlaamse Regering het zal moeten regelen. De raad van bestuur van De Lijn bestaat natuurlijk uit politici, en dat zijn eigenlijk mensen van deze meerderheid en deze Vlaamse Regering – we moeten daar niet flauw over doen. Over dit onderwerp heb ik een actuele vraag ingediend. In de pers staan allerlei scenario’s over de kostendekkingsgraad van De Lijn.

Het kan niet dat men op een bepaald ogenblik zo maar scenario’s de wereld instuurt. Sommige meerderheidspartijen nemen dan een bocht, want ooit pleitten zij voor basismobiliteit altijd en overal, tot in alle uithoeken van Vlaanderen, maar vandaag is dat voor sp.a niet meer nodig. Dit debat hoort in een begrotingsdebat thuis. Minister, wat is uw standpunt? De heer van Rouveroij zei het al. Zult u het regeerakkoord respecteren? Wij worden geconfronteerd met een erfenis van de gratispolitiek, maar iedereen weet inmiddels dat gratis niet bestaat. Wij hebben het dan over de abonnementen voor 65-plussers. Ik besef dat het voor de meerderheidspartijen niet gemakkelijk is om gepensioneerden die af en toe de bus nemen om een koffietje te gaan drinken, hun abonnement af te nemen. Maar het falen van het gratisbeleid is elke dag meer en meer voelbaar.

Ik geef een voorbeeld dat ik in een actuele vraag wou opnemen. Ik onderzocht de wirwar van abonnementen en andere aanbiedingen van De Lijn. Op dat punt orde op zaken stellen zou aan een besparing moeten voorafgaan. Ik geef een voorbeeld. Een toegangsticket voor een volwassene voor het Museum M in Leuven kost 9 euro. Maar wie van op eender welke plek in Vlaams-Brabant een vervoersbiljet van De Lijn combineert met een museumpas voor één dag betaalt slechts 7 euro. Wie het museum wil bezoeken, kan er dus beter het busticket bij kopen, zelfs al neem je de bus niet. In tijden van budgettaire krapte is dat toch je reinste luxe? Ik heb zo een hele lijst van voorbeelden, want die toestanden doen zich ook voor voor opera- en pretparkbezoeken. Dat heeft niets te maken met basismobiliteit. Ik gun iedereen zijn museumbezoek. Maar moet de overheid het vervoer voor de ontspanning van de Vlaming nog langer subsidiëren? Is dat in tijden van crisis nog aanvaardbaar?

De federale wetgeving inzake het pensioenfonds voor werknemers van overheidsbedrijven is een tijdje geleden gewijzigd.

Ik heb minister Schauvliege al meermaals geïnterpelleerd over het pensioenfonds van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening (VMW). De Vlaamse Regering heeft een staatswaarborg gegeven om dat pensioenfonds te dekken. De VMW heeft daar 400 miljoen euro voor nodig en heeft maar 160 miljoen euro. Gisteren heb ik de leeftijdscurve bestudeerd bij De Lijn. In de volgende jaren komt er heel wat op ons af inzake pensioenen. Hoe is de stand van zaken van dat pensioenfonds vandaag? De besparing van 40 miljoen euro die er nu aankomt, zal absoluut te weinig zijn om de pensioenen te garanderen.

De heer Reekmans is net aan het telefoneren, zie ik. De verlaagde prijs voor een museumticket in Leuven komt wel tot stand door een derdebetalersysteem via de stad.

De voorzitter

De heer Roegiers heeft het woord.

Jan Roegiers

De heer Reekmans opent een debat en begint dan te telefoneren.

De voorzitter

Mijnheer Roegiers, ik zal iedereen erop attent maken als ze niet luisteren, niet alleen de heer Reekmans, maar ook anderen. We hebben dat gisteren ook al gedaan.

Het museumticket is een derdebetalersysteem. Mijnheer Reekmans, u moet in de gemeenteraad van Leuven proberen te geraken. Dan kunt u daartegen ageren. De minister heeft hier eigenlijk niets mee te maken.

Minister Hilde Crevits

Mevrouw Brouwers, dank u voor deze zeer nuttige toevoeging. Ik wil het debat zuiver houden. Ik ben heel ongelukkig met de uitspraak van de heer Reekmans dat er nota’s de wereld worden ingestuurd. De Lijn heeft geen enkele nota de wereld ingestuurd.

Wat heeft de overheid aan het bedrijf gevraagd? Ik zal het voorlezen om geen interpretatie mogelijk te maken. We hebben gevraagd dat De Lijn in het jaar 2011, dus voor 31 december, een strategisch plan zou opmaken met verschillende scenario’s voor een kwantitatief groeipad voor de kostendekkingsgraad. Kwantitatief betekent dat het in cijfers omhoog gaat. Hierbij wordt minstens het scenario bekeken dat een jaarlijks groeipad van gemiddeld 0,5 procent vooropstelt.

Voor de verschillende maatregelen moet duidelijk worden aangegeven welke effecten ze hebben op de verschillende doelstellingen binnen de beheersovereenkomst. Er is een beheersovereenkomst goedgekeurd. Wat is het effect op alle maatregelen en op de randvoorwaarden als je wilt stijgen? De randvoorwaarden, dat is dan het regeerakkoord. Op de vraag of De Lijn toelating had om out of the box uit te zoeken hoe ze de kostendekkingsgraad kan laten stijgen binnen of buiten het regeerakkoord, is het antwoord ja. De Lijn mag dat absoluut doen, maar moet telkens aangeven wat de effecten zijn op de randvoorwaarden die in het regeerakkoord worden gesteld.

Wat heeft de raad van bestuur gedaan?

De voorzitter

Mijnheer Reekmans, kunt u die pc even dichtdoen en geen berichten tikken, maar wel luisteren naar de minister. Eerst komt u hier spel maken, en daarna zit u gewoon op uw pc te tikken. Doe die alstublieft dicht. (Applaus)

Als u eerst vragen stelt aan de minister, moet u luisteren naar haar antwoord. Elke keer is het van dat. U begint dan met de heer Sabbe te praten, dat lijkt nergens op. Het is een elementaire vorm van beleefdheid dat u luistert naar het antwoord als u een vraag stelt.

Minister Hilde Crevits

Ik probeer glimlachend en belangstellend te blijven. Dat is een tip van minister Vandeurzen.

De raad van bestuur van De Lijn heeft twee keer vergaderd over het thema, en heeft de discussie in drie delen opgebouwd.

In het eerste deel – mevrouw Brouwers heeft het aangehaald en ik wil dat niet onder de mat vegen – hebben ze een correcte definiëring proberen te geven van het begrip kostendekkingsgraad. Ik zal daar een voorbeeld van geven. Ik kan de kostendekkingsgraad middels een zeer eenvoudige ingreep laten verdubbelen. Meteen. We hebben daar niet veel voor nodig. Er is een beheersovereenkomst. In Brussel zegt men dat er onrechtstreekse inkomsten zijn. Dat zijn vergoedingen die het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest geeft voor gunsttarieven die worden toegekend aan bijvoorbeeld 65-plussers. Wij doen dat niet in Vlaanderen. De Lijn krijgt een dotatie en tegenover het gratis openbaar vervoer voor 65-plussers staan geen ontvangsten. Als we hetzelfde systeem zouden toepassen, krijgen we een grote extra theoretische inkomst. De kostendekkingsgraad gaat dan omhoog.

Tweede voorbeeld is het leerlingenvervoer. Er is in de commissie vaak over gediscussieerd. Er is een regeling met onderwijs, De Lijn is verplicht om de leerlingen in het bijzonder onderwijs te vervoeren. Dat is een zeer goede maatregel, maar door de evolutie van de kosten zijn de uitgaven voor De Lijn dit jaar 64,3 miljoen euro. Daar staan bijna geen inkomsten tegenover. Als we dat niet meerekenen in de kostendekking omdat het een verplichting is, krijgen we een totaal andere impact; dan gaat de kostendekkingsgraad in theorie omhoog. We moeten dat correct definiëren. We moeten appelen met appelen vergelijken. Daar is aandacht aan besteed.

De raad van bestuur heeft grondig onderzocht hoe de uitgaven kunnen dalen. Men heeft een heleboel scenario’s bediscussieerd. Men kan de uitgaven doen dalen door minder bussen te doen rijden. Men kan dat doen door – iets wat wel in het regeerakkoord staat – in laagbezette gebieden de bus te vervangen door een belbus of door de belbus te vervangen door een taxi. Ik heb het vorige week nog in de commissie gezegd: deze oefening is nu bezig. Er gebeuren gebiedsevaluaties. Men gaat nu tot in detail bekijken op welke plaatsen meer efficiëntie kan worden bereikt. Omgekeerd is ook een heel onderzoek gevoerd naar de ontvangsten.

De nota van de raad van bestuur stond in de krant voor ik ze ontvangen had. Ik vind dat zeer betreurenswaardig. Ik ben het ermee eens dat het debat niet in de media moet worden gevoerd. Het is een debat waar het bedrijf aan moet meewerken. Het heeft de opdracht gekregen om tegen eind dit jaar die scenario’s op te stellen. Dan moet er samen met de Vlaamse Regering worden onderzocht hoe we ervoor kunnen zorgen dat de lage kostendekkingsgraad in de toekomst duurzaam hoger wordt.

Collega’s, ik ga niet vooroplopen op het debat. Ik wil het debat niet verstoren. Het zal nog heel wat overleg vragen. De Lijn heeft zich heel correct van haar opdracht gekweten. Ik hou rekening met de aanbevelingen in uw resoluties. Ik denk niet dat dat vodjes papier zijn. We moeten daar zorgzaam mee omgaan in de komende tijd.

Dat Pensioenfonds bestaat inderdaad. Het wordt in het voorjaar bij het afsluiten van de rekeningen geëvalueerd. Op dat moment zullen we zicht hebben op de stand van zaken. Dan weten we of we moeten remediëren. Nu lopen we vooruit op een debat dat pas in het voorjaar plaatsvindt.

Peter Reekmans

Voorzitter, ik wil even iets rechtzetten. Ik geloof dat het nog altijd mijn vrijheid is als ik mijn pc wil aanzetten om iets op te zoeken dat van belang is voor het debat.

De voorzitter

Reageert u op de minister, alstublieft.

Peter Reekmans

Ik wou de minister interpelleren over het pensioenfonds bij De Lijn. We houden het begrotingsdebat 2012 van de Vlaamse Regering. Het pensioenfonds van een overheidsbedrijf heeft impact op die begroting. Vandaar mijn heel concrete vraag, minister. Ik wist dat u ging antwoorden dat u dat pas zou evalueren als de rekening wordt afgesloten. Ik vraag u heel concreet, vandaag: wat is de huidige stand van het pensioenfonds? Is De Lijn in staat om – gelet op de leeftijdscurve van haar personeel – de pensioenen te garanderen? Die stand van zaken is van belang voor het begrotingsdebat 2012 dat we nu voeren.

De voorzitter

Minister, ik heb begrepen dat u het engagement aangaat om dat in de commissie Openbare Werken te zijner tijd te bespreken. Als de rekening gepubliceerd is, hebt u alle gegevens.

Peter Reekmans

Ik vraag de stand van zaken vandaag.

De voorzitter

De minister kan daar nu niet op antwoorden. Ik engageer mij als voorzitter van de commissie om dat tijdig te agenderen zodat de minister op basis van de cijfers perfect kan antwoorden in het voorjaar.

Peter Reekmans

Voorzitter, ik snap niet dat u een vraag afblokt in het kader van de begrotingsbespreking. Ik vraag de stand van zaken nu. Ik mag toch de stand van zaken vragen.

De voorzitter

De minister heeft net gezegd dat ze tot volgend jaar de cijfers afwacht. Wat moet ik dan zeggen? Ik ga het engagement aan dat we die cijfers eerder hebben en dan kunnen we ze in de commissie bespreken.

Peter Reekmans

De Vlaamse Regering heeft dus nu geen zicht op de huidige stand van zaken van het pensioenfonds van De Lijn? En dit in een begrotingsdebat? Excuseer voorzitter!

Minister Hilde Crevits

Mijnheer Reekmans, het zou bijzonder interessant geweest zijn als u zelf bij de begrotingsbesprekingen aanwezig geweest was, want dan kon u dat daar ook gevraagd hebben. Maar u doet zelden of nooit de moeite om langer dan vijf minuten in een commissie aanwezig te zijn. Die vraag is bij de begrotingsbespreking totaal niet aan bod gekomen.

Mijn geheugen is redelijk vermaard, maar als u van mij verwacht dat ik elke dag de stand van zaken van elk fonds en de rekeningen in mijn hoofd heb zitten, dan zou ik naar de dokter moeten, want dan is er ook iets fout.

Ik heb het daarnet ook al gezegd dat er voor het pensioenfonds methodieken bestaan. Het wordt afgesloten na de rekening en dan zullen we nagaan of er effectief een probleem is. Het is iets wat fluctueert. Ik zal er me zeer correct aan houden, zoals het trouwens al die jaren gebruikelijk is geweest.

Peter Reekmans

Minister, dit is geen vraag over een cijfertje van een of ander ding. Het gaat over een pensioenfonds van De Lijn, een van de grootste overheidsbedrijven. Ik heb net het voorbeeld van de VMW gegeven. De VMW zou vandaag 400 miljoen euro moeten hebben, maar heeft er maar 160. Ik zeg u nu al dat De Lijn tekorten in haar pensioenfonds zal hebben en dat de Vlaamse Regering weer een staatswaarborg zal moeten geven. Ik vind dit wel relevant in dit begrotingsdebat want het is weer maar eens een cijfer dat er in februari bij zal komen.

De voorzitter

Mijnheer Reekmans, tegen die tijd zullen we dat in de commissie bespreken.

Mevrouw Van den Eynde heeft het woord.

Marleen Van den Eynde

Voorzitter, minister, collega’s, het is bijna Nieuwjaar en dan zou ik eventjes met bloemen willen gooien. Ik wil ook eerlijk zijn: we hebben voor ons een innoverende minister met, ja collega’s, een innoverende beleidsbrief. Een minister die durft te proberen en te ondernemen, een minister die een open beleid voert. U bent een minister van proefprojecten: een proefproject om de lange en zware vrachtwagens te introduceren, een proefproject om stille leveringen uit te voeren aan warenhuizen, een proefproject om toeritdosering in te voeren, een proefproject over de verkeerslichtenregeling, een proefproject voor trajectcontrole, een proefproject om de vrachtwagensluis in te richten aan dorpskernen, en ik ben er misschien nog een aantal vergeten.

Minister, ik bedoel dit helemaal niet schertsend of beledigend, maar ik moet zeggen dat ik het knap vind dat u ideeën tot uitwerking brengt om nadien na te gaan of ze ook op grotere schaal toegepast kunnen worden. Alleen die regulitis waar ons land bekend voor staat, doet u in vele gevallen de nek om.

Minister, in ieder geval zou 2012 een jaar moeten worden waarin u die proefprojecten binnen een toch redelijke termijn en met succes tot uitvoering zou moeten kunnen brengen. Want we zijn inderdaad halverwege de legislatuur, en het zou goed zijn mochten die proefprojecten daadwerkelijk geleid hebben tot enerzijds een betere verkeersdoorstroming, en anderzijds meer veiligheid.

Waar u het echter niet makkelijk mee hebt, is De Lijn, minister. De Lijn hangt als een blok aan uw been, door het beleid dat tijdens de vorige legislaturen door de voormalige socialistische ministers voor Mobiliteit werd vastgelegd. U kunt niet meer afwijken van een aantal besliste zaken, zoals een aantal openbaarvervoersprojecten. En daarom doe ik alvast een warme oproep zodat u, wanneer u de beslissing moet nemen over onder meer de vertramming tot diep in de rand van de steden, zeer goed zou nadenken over wat de gevolgen hiervan zullen zijn voor de andere vormen van vervoersmodi.

Ik stel me toch ook wel ernstige vragen over het aankoopbeleid van De Lijn inzake bussen en trams. De Lijn heeft zopas een aantal voertuigen aangekocht, onder meer 33 gelede bussen. Ik heb in het verleden ook vanop deze plaats kenbaar gemaakt dat er veel problemen zijn met de kwaliteit van deze bussen. De harmonicagedeeltes scheuren onderaan open zodat uitlaatgassen naar binnen worden gezogen. De uitlaat van de bus ligt immers net voor het harmonicagedeelte. Minister, u geeft aan dat de constructeur de constructie van de harmonica heeft aangepast, maar ondertussen rijden er in Vlaanderen nog heel wat van die gelede bussen rond. Hoe gaat De Lijn daar eigenlijk mee om? Het zijn echt verschrikkelijk ongezonde toestanden, waar deze overheid komaf mee moet maken. Ik vraag u dus nogmaals dat De Lijn opnieuw in overleg gaat met de constructeur om deze gelede bussen daadwerkelijk te herstellen. Zo niet, zijn deze bussen niet in staat om nog langer als openbaarvervoermiddel ingezet te worden.

Minister, toen we de bespreking van de beleidsbrief aanvatten, had ik nog geen zicht op het investeringsprogramma van het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV). U gaf me op 24 november nog goede hoop, maar bij het doornemen van dit document stel ik vast dat uw inspanningen inzake het nemen van maatregelen tegen geluidsoverlast ten gevolge van wegverkeer, het komende jaar in grote mate verminderen ten opzichte van het althans bijna voorbije jaar. Vele van deze investeringen voor geluidsschermen worden eerder doorgeschoven naar 2013, en dat betreur ik, minister. Hoelang moeten we nog aan de klaagmuur staan voor bepaalde dossiers waarvoor de overheid de volle 100 procent financiële verantwoordelijkheid draagt, worden uitgevoerd?

Wil het Vlaams Belang dan in heel Vlaanderen geluidsschermen plaatsen? Neen, dat is absoluut onze boodschap niet, maar wij stellen vast dat veel buurtbewoners die in zwaar door lawaaioverlast geteisterde buurten wonen, jaren aan een stuk met een kluitje in het riet worden gestuurd. Die situatie is voor ons onaanvaardbaar. We kijken dus uit naar een gezamenlijke discussie met de commissie Leefmilieu over de geluidsplannen van de regering inzake verkeerslawaai.

Nog zo een dossier van AWV dat voor enige verrassing zorgde en dat deze morgen in de kranten stond, is het dossier over de ‘banaan’ in Boom, de ontsluiting van de bedrijvenzone Krekelenberg. Ik zie dat de minister-president knikt, hij weet ongetwijfeld waarover het gaat. Toen de beslissing in 2007 werd genomen, was iedereen het erover eens dat deze ontsluiting met spoed moest worden aangelegd. Vandaag zitten we weer met vertragingen, waardoor de situatie op de A12 en de omliggende wijken en straten die gebruikt worden als verbindingsweg naar de N171 of de E19, nog slechter wordt. Minister, hoe komt AWV toch tot zo’n beslissing? Vindt u al deze beslissingen dan verantwoord?

Uw beleidsdomein is te uitgebreid om in vijf minuten te bespreken. Wij hebben er in de commissie drie dagen en vele uren aan gewijd. Wij blijven aandringen op een degelijke verkeersongevallenanalyse en hopen dat u er dit jaar een prioriteit van zult maken. Uit de mobiliteitsenquête blijkt trouwens dat verkeersveiligheid voor de burger de belangrijkste prioriteit is. Wanneer u die inspanningen levert, minister, zult u in ons een partner vinden. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Minister Hilde Crevits

Ik heb twee korte, punctuele opmerkingen. Wat de geluidsschermen betreft, ken ik uw wens om er nog veel meer te plaatsen, maar wie door Vlaanderen rijdt, kan niet anders dan tot de conclusie komen dat er enorm veel geluidsschermen geplaatst werden, zeker op de drukste assen. Dat zal ook volgend jaar het geval zijn, maar u weet dat ik een zorgzaam evenwicht moet vinden om de beschikbare middelen te besteden. De keuze is gemaakt om een wegdek dat in slechte staat is, duurzaam te vernieuwen. Voor volgend jaar werd ervoor gekozen om een heel grote inspanning te doen om op de gewest- en de snelwegen heel hard door te werken. Toch zullen we op een aantal plaatsen, onder meer in Aalst, geluidsschermen plaatsen.

Wat de ‘banaan’ betreft en de N171 die er op lange termijn aan hangt, vind ik het heel spijtig. U weet dat er op dit ogenblik slechts een indicatief programma voorgelegd is. Ik ga er al het mogelijke aan doen om ervoor te zorgen dat de toestand kan worden aangepast in een definitief programma. De middelen staan op het reserveprogramma. Ik heb begrepen dat er nog wat archeologische zaken moeten gebeuren, maar als er een versnelling mogelijk is, zullen we het sneller doen. Uw bezorgdheid is terecht en wordt ook door de minister-president gedeeld en door heel veel andere mensen, ook door mezelf. Als het technisch mogelijk is om sneller te gaan, dan zal ik dat doen.

De voorzitter

De heer Keulen heeft het woord.

Voorzitter, minister u bent eigenlijk een goed minister, maar ook weer niet zo goed dat er geen werk meer is om oppositie te voeren. Bij de vorige twee begrotingsbesprekingen in de plenaire vergadering, over de begroting 2010 en de begroting 2011, heb ik stilgestaan bij de problematiek van de grote infrastructuurwerken in Vlaanderen en de zorg om ook in de toekomst in Vlaanderen nog grote infrastructuurwerken een kans te geven, in het belang van onze welvaart en ons welzijn, en dat binnen redelijke termijnen. Het is de ambitie om te komen tot een halvering van de termijnen. We willen het doen op zes à zeven jaar. Vandaag doen we het nog op tien tot vijftien jaar, en is het bijna een ‘mission impossible’ geworden.

Een aantal weken geleden hebben we daarover in de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën en Begroting van de minister-president zelf tekst en uitleg gekregen. Ik begrijp dat men bezig is met het klaarstomen – als ik dat zo mag zeggen – van een aantal werven, minister-president.

Ik heb u toen echter ook het volgende gezegd: the proof of the pudding is in the eating. Vandaag geeft Open Vld u het voordeel van de twijfel, maar u zult binnen een redelijke termijn met maatregelen voor de dag moeten komen, met een aangepaste wetgeving, om ervoor te zorgen dat die grote infrastructurele en maatschappelijke projecten in Vlaanderen in de toekomst opnieuw binnen een redelijke termijn kunnen worden uitgevoerd.

Minister, het is belangrijk om binnen een cruciaal departement als het uwe, het infrastructuurdepartement, een beleid te kunnen voeren zonder ideologische remmingen. Daarnet hebben we al een debat gehad over De Lijn, en meer bepaald over de kostendekkingsgraad. We zullen dat debat ook de komende dagen en weken blijven voeren. Ik vind het heel belangrijk dat u ter zake zelf openingen maakt. U loopt niet voor de fanfare het bos in, maar u laat uitschijnen bereid te zijn dat debat te voeren.

Laat dit ook duidelijk zijn: Open Vld is pro openbaar vervoer, net als ikzelf. Ik vind dat een moderne regio als Vlaanderen nood heeft aan een dynamisch en performant openbaar vervoer. Alleen moet worden bekeken of de kosten en de kwaliteit nog in verhouding tot elkaar staan. Vandaag krijgt De Lijn een dotatie van ongeveer 870 miljoen euro, en dat op een totaalbudget van bijna 27 miljard euro. Als we alle posten van De Lijn optellen, komen we bijna aan 970 miljoen euro. Diegenen die ooit in de regering hebben gezeten en er vandaag nog deel van uitmaken, weten dat altijd het gevaar dreigt dat Europa zal opleggen dat De Lijn, door de lage kostendekking, mee moet worden geconsolideerd met de Vlaamse begroting. Dat klinkt wat cryptisch, maar wie dan minister van Financiën en Begroting is, die is nog niet jarig. Dan zijn er wel wat problemen die we moeten oplossen.

Minister, wat de kostendekking betreft, meen ik dat u een gigantisch probleem hebt: niet langer dan enkele dagen geleden heeft OKRA, de grootste seniorenvereniging, die gelieerd is aan de Christelijke Mutualiteit en de spreekbuis is van tienduizenden 65-plussers, immers verklaard dat 65-plussers perfect in staat zijn hun busticket te betalen, dat gratis voor hen niet hoeft. Ik zie dat de heer Roegiers nu als door een wesp gestoken en bijna reflexmatig reageert. Mijnheer Roegiers, men moet dat debat durven te voeren. Iets gratis maken kan interessant zijn om een bepaald punt onder de aandacht te brengen, om iets te lanceren. Het kan echter nooit de leidraad zijn voor een beleid op middellange en lange termijn. Gratis is immers het synoniem voor hogere belastingen. Zeker Open Vld is daar geen pleitbezorger van. Ik zou ook willen weten wat de coalitiepartners daar zelf over denken.

Jan Roegiers

Goede collega Keulen, ik reageer nog niet zo reflexmatig als u zou denken. Alleen moet u de mededeling van OKRA correct citeren. OKRA heeft verklaard dat gratis openbaar vervoer voor 65-plussers misschien niet meer nodig is, maar dat het zeker niet de bedoeling kan zijn dat af te schaffen voor alle 65-plussers. Dat is een nuance die u in het debat moet aanbrengen al u OKRA hier naar voren schuift.

Bovendien zijn er naast OKRA andere ouderenverenigingen die vrijdag en in het weekend wél hun steun hebben betuigd aan het gratis openbaar vervoer voor 65-plussers. Ik wil dus niet reflexmatig reageren, maar wil wel enige nuance aanbrengen in het debat.

Met die nuance heb ik ook geen enkel probleem. OKRA wijst er echter op dat 65-plussers die vandaag de hoogste pensioenen hebben, en dus een groter pensioen krijgen dan wat werknemers uit de laagste looncategorieën vandaag krijgen, niet moeten betalen, terwijl die werknemers wel zouden moeten betalen. Dat is de wereld op zijn kop. Ik vind ook dat we dat debat genuanceerd moeten voeren.

We moeten ons ook hoeden voor cosmetica. Minister, wat dat betreft, hebt u een punt. Morgen kan men immers beginnen die dotatie uit te rafelen en ze als een soort van inkomsten naar De Lijn door te schuiven. Dan zal dat cijfer meteen een stuk beter worden. Vandaag bevinden we ons in Europees verband echter aan de staart wat die cijfers betreft. Daar moet dus duidelijk aan worden gewerkt, zonder ideologische remmingen.

Voorzitter, onder uw leiding hebben wij als leden van de Commissie voor Mobiliteit en Openbare Werken een paar weken geleden een werkbezoek gebracht aan de gemeente Maastricht, onze buurgemeente. Dat was een van onze beste werkbezoeken ooit. We hebben daar geleerd dat mensen bereid zijn te betalen voor openbaar vervoer, mits dat modern, regelmatig en performant is.

Wat blijkt? Men heeft daar zelfs de tarieven opgetrokken en het gebruik van het openbaar vervoer is zelfs toegenomen.

Minister, ook wat betreft kwaliteit en dienstverlening: praat vandaag met mensen uit de syndicale wereld. Het klinkt misschien gek uit mijn mond, maar op tijd op de werkvloer geraken met De Lijn, blijft nog altijd een heel heikele klus of een onmogelijke opdracht. U moet ook daar dat debat durven te voeren. Open Vld is bereid om dat te doen met een open visie. We rekenen ook op diezelfde open visie op De Lijn bij de meerderheid. (Applaus bij Open Vld)

Minister Hilde Crevits

Ik heb aandachtig geluisterd naar de uiteenzetting van de heer Keulen, maar een ding is me niet helemaal duidelijk. Hij somde de voorwaarden op voor het openbaar vervoer. Ik kan me vinden in een aantal daarvan.

Mijnheer Keulen, u maakt de link met de kostendekkingsgraad en u zegt dat ik met een aantal mensen moet praten die met De Lijn niet op tijd op hun werk geraken. Dat heeft in se niets te maken met de prestaties die chauffeurs leveren. U weet dat, in tegenstelling tot een trein, een bus heel vaak rijdt door het gewone verkeer en dus ook op bepaalde momenten vast zit in het gewone verkeer. Ook wat dat betreft wil ik het debat sereen proberen houden. De prijzen zijn één zaak. De betere doorstroming moet er absoluut komen. Collega Van den Eynde verwees al naar al mijn proefprojecten, waarbij Nederland een voorbeeld kan zijn op een aantal vlakken. Dat heeft eigenlijk niets te maken met de acties die door chauffeurs worden gehouden en het werk dat zij leveren. Ik denk dat u hetzelfde bedoelt, maar het was me even onduidelijk.

We bedoelen andermaal hetzelfde. Als de chauffeurs niet staken, dan doen die mensen ontzettend hun best. Dat staat los van de kostendekking. Beschouw dat als een tweede deel in mijn uiteenzetting.

Opnieuw, ten aanzien van de dienstverlening en zeker het werkende deel van de bevolking, denk ik dat men de zaken met de loep moet durven te bekijken en een aantal dingen te herorganiseren zodat de mensen die voor onze welvaart zorgen, op tijd op hun werk geraken.

Jan Roegiers

Voorzitter, minister, collega’s, Latijn is hot in de Wetstraat. Hoewel ik het zelf amper ken, is er toch een spreuk die al een aantal jaren meegaat en die ik hier graag naar voren schuif: pacta sunt servanda. Ik verwijs hiermee uiteraard naar het regeerakkoord en de discussie die we hebben over De Lijn.

Ik probeer dit in al zijn nuance en in alle rust te brengen en dit u even in herinnering te brengen: “We leggen een aantal nieuwe klemtonen om een beter openbaar vervoer te realiseren. (…) We bereiken een hogere kostendekkingsgraad zonder in te boeten op comfort en dienstverlening. De Lijn zal daarvoor onder meer maatregelen nemen die op efficiëntieverhoging gericht zijn. (…) Op basis van de benchmarkstudie, de aanbevelingen van het Rekenhof over de financiering, het verzamelen van statistisch materiaal en de efficiëntie bij De Lijn, komen we tot een nieuwe beheersovereenkomst. Buiten de jaarlijkse indexering zullen de tarieven van De Lijn niet stijgen.”

Collega’s, dit is een duidelijk regeerakkoord maar het is ook genuanceerd. Ik wil er u allen aan herinneren dat in de benchmarkstudie De Lijn een goede score heeft gehaald op alle vlakken. Performantiemaatstaven, transparantie, noem het maar allemaal op: het was allemaal behoorlijk goed. Op basis van die benchmarkstudie hebben we die nieuwe beheersovereenkomst afgesloten. Het parlement heeft daar zijn werk in kunnen doen en ook die beheersovereenkomst is duidelijk.

Maar, collega’s, het regeerakkoord zegt inderdaad dat de kostendekkingsgraad moet stijgen. Wij zullen ons als sociaaldemocraten ook loyaal houden aan die passus van het regeerakkoord. Dat betekent dat ook de kostendekkingsgraad omhoog moet, maar u weet wat de nuance is die het regeerakkoord heeft aangebracht in dat verband.

Sas van Rouveroij

Mijnheer Roegiers, in het regeerakkoord staat dat de tarieven aan de kant van de ontvangsten niet mogen stijgen boven op de index. U omschrijft dat als ‘zeer genuanceerd’. Ik omschrijf dat als ‘niet meer dan de index’. Dat is niet genuanceerd, maar zeer helder. De kostendekkingsgraad kan, aan de kant van de ontvangsten, niet worden bijgestuurd. Een index is namelijk geen bijsturing, geen inhaalbeweging. Dat moet ik u, socialist, toch niet uitleggen.

Aan de kant van de uitgaven zijn de mogelijkheden ook beperkt. Het decreet Basismobiliteit blijft de bijbel van deze regering. U weet dat we inzake basismobiliteit al zo ver gevorderd zijn dat elke bijkomende inspanning een marginale kost met zich kan meebrengen die naar alle waarschijnlijkheid niet meer in verhouding staat tot de marginale opbrengst, die maatschappelijk is.

Ik aanvaard dat de regering haar regeerakkoord wil respecteren. Zo hoort het ook. Pacta sunt servanda. Maar we moeten de vinger aan de pols houden. De omstandigheden zijn inmiddels drastisch gewijzigd. Alle hens aan dek, inclusief De Lijn. Bent u, als socialistische fractie, bereid om zowel aan de kosten- als de ontvangstenkant dit regeerakkoord met uw coalitiepartners met open geest opnieuw te bekijken?

Ik merk bij de minister wel een open geest op. De heer Keulen heeft daarnet uitgelegd dat de minister helder communiceert en haar positie tegenover De Lijn niet gebruikt of misbruikt om de raad van bestuur van De Lijn in het keurslijf van het regeerakkoord te dwingen. Zij kunnen daar ‘out of the box’ redeneren. Dat is goed. Wat doen we echter met de resultaten van deze ‘out of the box’-redenering? Wordt die dan terug ‘in the box’ gestoken door de sp.a?

De voorzitter

De heer Vereeck heeft het woord.

Lode Vereeck

Mijnheer Roegiers, minister, hoe houdbaar is dit deel van het regeerakkoord? De heer Van Rompuy zei gisteren dat we voor heel bijzondere tijden staan en dat we bepaalde onderdelen van het regeerakkoord in vraag moeten durven stellen. Ik heb meer bepaald bij deze passage toch wel enkele bedenkingen.

Mijnheer van Rouveroij zegt terecht dat er maar een beperkt aantal mogelijkheden zijn. Er zijn er volgens mij echter drie. Ofwel werkt u langs de tariefstructuur. Dan komt er een absolute oekaze van de socialisten. Ofwel werkt u langs de kostenzijde. Ook daar ziet de collega niet meteen veel marge, maar u hopelijk wel. De derde mogelijkheid is dat u veel meer betalende reizigers tracht aan te trekken. Hebt u al zicht op de nieuwe cijfers met betrekking tot het aantal passagiers?

Jan Roegiers

Ik zal herhalen waar ik mee begonnen ben: pacta sunt servanda.

Dit is verder ook een genuanceerd regeerakkoord. Mijnheer van Rouveroij, u haalt de indexeringen en prijsverhogingen aan. Maar er wordt evengoed gesproken over efficiëntieverhoging. Ik heb gisteren ook duidelijk gezegd dat we wat de basismobiliteit betreft ongeveer aan 90 procent zitten. Het is inderdaad het overdenken waard of we nog tot in elke uithoek van Vlaanderen, in elke straat, een bus moeten hebben en of we dit inderdaad niet kunnen vervangen door efficiëntere maatregelen als een belbus of een taxi. Dat is een opening die heel duidelijk wordt gemaakt door onze kant.

Het is dus een en-en-verhaal. De raad van bestuur heeft bovendien inderdaad een moeilijke denkoefening gemaakt. Hij zal zijn bevindingen overmaken aan de minister. De meerderheid, de regering, moet daar dan keuzes uit maken.

Wij zullen ons constructief opstellen, maar ons ook houden aan het regeerakkoord.

Minister Hilde Crevits

Ik herhaal wat ik in mijn eerste betoog zei. Ik probeer de puzzel die het parlement heeft goedgekeurd, te respecteren. In het regeerakkoord staat inderdaad duidelijk dat de bestaande prijzen enkel mogen worden geïndexeerd. Je kunt daar een aantal creatieve denkpistes op toepassen. Zo zou je prijzen kunnen differentiëren: als er nieuwe snelbussen of sneltrams zouden komen, kan je daar bijvoorbeeld andere prijzen op plakken. Dat staat allemaal in de nota.

Het parlement zelf, de drie meerderheidspartijen en Open Vld, heeft de resolutie, met heel weinig tegenstemmen, goedgekeurd naar aanleiding van de beheersovereenkomst. Daar staat letterlijk: “(…) na de uitrol van de smartcard een evaluatie van het tarievenbeleid en de prijselasticiteit te organiseren.”

Dat is ook de reden waarom De Lijn nu die opdracht gekregen heeft om daar ‘out of the box’ over te gaan denken. Iedereen focust nu op dat gratis openbaar vervoer voor 65-plussers, maar er staan nog heel veel andere zaken in. Als je bijvoorbeeld de prijs van een ticketje hier vergelijkt met die in andere landen, hebben wij een perfect normale prijs. Verval hier dus niet in algemeenheden. Neem dat document eens grondig door. Die oefening is niet zonder enige reden gebeurd. Als we zulke oefeningen doen, moeten we dat grondig voorbereiden.

Er is het regeerakkoord, maar in punt 19 van de resolutie staat duidelijk dat we over het tarievenbeleid en de prijselasticiteit kunnen nadenken na de uitrol van de smartcard. Die smartcard moet eind 2013 uitgerold zijn. Ik probeer mij te houden aan de afspraken die in dit parlement gemaakt zijn. Wat dat betreft, zijn we zeer zorgzaam aan het werken.

Daarnet werd de vraag geopperd of we in elke uithoek in een buslijn moeten voorzien. Ik ben nogal gevoelig voor het feit dat iedereen in Vlaanderen de kans moet krijgen om op een of andere wijze gebruik te maken van het openbaar vervoer, maar tegelijk vind ik dat we de oefening bus/belbus/taxi moeten doen. Die oefening is bezig, de gebiedsevaluaties lopen. Ik beschouw dat niet als een besparingsoefening, maar als een oefening om de middelen die vrijkomen, te investeren op plaatsen waar er nu te weinig is, waar we een overvraag hebben naar openbaar vervoer. Dat trekt dan weer extra reizigers aan, collega’s.

Mijnheer Vereeck, u hebt mij in de voorbije jaren nog nooit absolute reizigersaantallen horen uitspreken. De Lijn communiceert daarover. Voor mij is de ultieme test de uitrol van de smartcard. Dan zullen we exact weten hoeveel mensen het openbaar vervoer gebruiken. Dan wordt door mij een nulmeting georganiseerd, en vanaf dan zullen we de heel correcte cijfers kennen.

In de cijfers die De Lijn elk jaar publiceert, kun je tendensen zien. Dat zijn steekproeven. Men hanteert bepaalde parameters. De ene persoon gebruikt zijn abonnement vaker dan de andere. Het gaat dus om gemiddelden. Als die cijfers stijgen, kun je daar dus wel tendensen in zien, die doen vermoeden dat er inderdaad intenser gebruik wordt gemaakt van het openbaar vervoer. Ik zal echter zelf pas een nulmeting organiseren op het moment dat de smartcard uitgerold is. Die cijfers zullen dan als basis kunnen dienen om onze vraag-en-aanbodoefening te verfijnen, waar iedereen ook achter staat.

Lode Vereeck

Minister, ik noteer dat na de uitrol van de smartcard de resolutie voorrang krijgt op het regeerakkoord. Dat is een heel goede zaak.

Indien de reizigersaantallen zouden dalen, zult u toch nog eens met bijzondere zorg naar de tarieven moeten kijken, want dan zullen de inkomsten ook nog verder dalen.

De voorzitter

Mevrouw Vogels heeft het woord.

Mieke Vogels

Collega’s, wij hebben destijds altijd gezegd dat gratis niet bestaat. Er is immers altijd iemand die betaalt: ofwel de gebruiker van het openbaar vervoer, ofwel de belastingbetaler. In tijden van budgettaire schaarste moet je de belastingsgelden op een goede manier uitgeven.

Ik begrijp de collega’s die het niet normaal vinden dat iemand met een heel hoog pensioen gratis met de bus rijdt, maar er is ook de andere kant. Als het gaat over ‘basismobiliteit voor iedereen’, vult men dat nogal gemakkelijk in, in die zin dat het tot in elke uithoek van het land moet zijn. Ik wil echter ook de betaalbaarheid van het openbaar vervoer naar voren brengen in die basismobiliteit. Er zijn inderdaad heel wat senioren die het financieel moeilijk hebben en voor wie het gratis openbaar vervoer eigenlijk de enige manier is om nog wat sociaal contact te hebben.

Als men heel die tarievenpolitiek gaat herdenken, wil ik dus ook aandacht vragen voor een hele groep mensen voor wie die basismobiliteit financieel niet gegarandeerd is. Ik hoor dat nu te weinig. Als men het toch over belastingsgeld heeft, moet men ervoor zorgen dat men tarieven voor abonnementen nuanceert naargelang het inkomen, voor ouderen, maar ook voor schoolgaande kinderen en mensen die geen auto kunnen betalen.

Peter Reekmans

Minister, de cijfers die we vandaag van De Lijn kennen, zijn voor mij volstrekt onbetrouwbaar. Daar kunnen we ons niet op baseren. Wat de belbus betreft, zijn er cijfers. Ook collega’s van de meerderheid hebben u daar al vragen over gesteld. Ik heb u daar ook al tweemaal een vraag over gesteld. Hoewel de cijfers inzake het gebruik van de belbus schabouwelijk zijn in vergelijking met de kostprijs, hebt u daar de voorbije twee jaar niets aan bijgestuurd. Die cijfers van de belbus zijn nochtans duidelijk.

Minister Hilde Crevits

Mevrouw Vogels, de uiteenzetting is terecht, maar u kunt niet ontkennen dat de prijs van ons openbaar vervoer aan ontvangstenzijde absoluut het laagste is in vergelijking met eender welke regio. Dat is ook gebleken uit de benchmarkstudie. Wanneer we het hebben over betaalbaarheid, ben ik het wel met u eens dat we rekening moeten houden met de draagkracht bij mensen. Dat is vandaag absoluut het geval. Een van de effecten van het Omnio-statuut dat een paar jaar geleden is ingevoerd, was dat een veel grotere groep dan vroeger plots toegang kreeg tot het goedkope abonnement van 30 euro. Vandaag zien we daar de effecten van. Dat heeft een negatief effect voor de ontvangsten bij De Lijn. Mensen beginnen te weten waar ze recht op hebben. Het is logisch dat dit wordt toegepast maar dit heeft een negatieve impact op de kostendekkingsgraad. Daar moet in het debat rekening mee worden gehouden. Het openbaar vervoer moet betaalbaar blijven. U hebt terecht gezegd dat gratis niet bestaat. De totale uitgaven moeten worden gedekt door de algemene begroting van Vlaanderen. We moeten proberen daar een goed evenwicht in te vinden.

Wat de belbus betreft, vind ik dat deze vergelijking niet opgaat. Het grote verschil tussen een bus en een belbus is dat een belbus vraagafhankelijk rijdt. Dat betekent dat wanneer we een bus zouden laten rijden waar de belbus rijdt, de uitgaven exponentieel veel groter zouden zijn. De belbus kan door individuelen worden gereserveerd en rijdt op bepaalde momenten. Die belbus zit nooit vol, dat kan niet anders. Hij heeft immers het voordeel dat hij pas uitrijdt op het moment dat er een reservatie en een boeking is.

We stellen wel vast dat sommige belbussen enorm succesvol zijn en dat andere juist heel weinig worden gebruikt. Met de oefening die nu bezig is, vervangen we die belbussen door een taxi en vervangen we de laagbezette bussen door belbussen. Op die manier krijgen we een efficiëntiewinst in die zin dat het aanbod niet wordt verminderd – de basismobiliteit blijft gegarandeerd door die taxi – en dat de vrijgekomen middelen geïnvesteerd kunnen worden op plaatsen waar er een tekort aan aanbod is. Ik heb een studerende zoon die vaak wordt geconfronteerd met overvolle bussen of trams. Het is dus niet alleen een kwestie van lege maar ook van overvolle bussen. Het is de kunst om de juiste bus op de juiste plaats te laten rijden.

Peter Reekmans

Minister, een jaar geleden, op 11 december 2010, antwoordde u op een schriftelijke vraag: “We hebben 120 belbusgebieden.” Verder kon ik uit uw antwoord afleiden dat we per dag gemiddeld een à twee betalende reizigers hebben in heel dat belbusgebied. Minister, als u wilt besparen, dat lijkt dit me een geweldige tip.

Mieke Vogels

Minister, het enige wat ik heb willen zeggen, is dat u wat Groen! betreft, niet moet besparen op de sociale tarieven. Ik neem elk dag de tram die meestal overvol zit. Ik zie daar vooral mensen die van die tram of bus gebruikmaken omdat ze geen wagen hebben. Het gaat dan bijvoorbeeld over vrouwen met kinderwagens die gebruikmaken van dat sociaal tarief maar die geen alternatief hebben omdat ze geen wagen hebben. Dat heeft ook te maken met de toenemende armoede in de steden. Ik hoop dat de heer Roegiers het ermee eens is dat er niet wordt bespaard op sociale tarieven maar dat de besparingen elders moeten worden gezocht.

Minister Hilde Crevits

Dit is een heel boeiend debat. Ik apprecieer de aandacht van het parlement voor de keuzes die zullen moeten worden gemaakt.

De belbus is vraagafhankelijk en rijdt dus enkel als iemand een belbus boekt. Mijnheer Reekmans, ik raad u aan om bijvoorbeeld in de Westhoek eens te spreken met mensen voor wie die belbus de enige manier is om zich te verplaatsen. Sommige kinderen moeten die ook gebruiken om op school te geraken. Het is verkeerd om in die dossiers te kijken naar algemene Vlaamse statistieken: je moet het succes lijn per lijn beoordelen. Ik ben het ermee eens dat je voor lijnen die niet succesvol zijn, heel sterk moet overwegen om een taxi in te zetten. Maar de lijnen die goed worden gebruikt, kunnen misschien zelfs overschakelen op een gewone bus. Gooi het kind van de belbus niet weg met het badwater.

Jan Roegiers

Eindelijk is het weer aan mij. Mevrouw Vogels, ik ontvang uw opmerkingen met genoegen. Uiteraard vinden we elkaar daarin voor de volle 100 procent. Voor wie daaraan twijfelt, ik denk dat de minister overigens ook op dezelfde lijn zit. Als het gaat over efficiëntie en er wordt geopperd om belbussen te vervangen door taxi’s, moeten we ook oog hebben voor de plaatsen waar men kampt met capaciteitsproblemen. Ik ben een veelvuldig gebruiker van het openbaar vervoer, maar meer dan eens kan ik er gewoonweg niet bij op de tram. Het is een oefening die langs beide kanten moet worden gemaakt.

Minister, ik was gisteren na het debat over het buitenlands beleid net op tijd thuis voor Reyers laat. Ik was bijzonder ontroerd door het getuigenis van de broer en de zus van Ramses Van Hulle, de jongen die vorig jaar in Anzegem verongelukt is. Hij is een van de vele verkeersslachtoffers die wij in Vlaanderen moeten tellen.

Dit dossier volgt de heer D’Hulster eigenlijk voor onze fractie, maar omdat ik nog een beetje tijd heb, roep ik op om een doortastend beleid te voeren in verband met de verkeersslachtoffers, die er helaas nog altijd veel te veel zijn. Elke verkeersdode is er één te veel. Naast alle discussies over efficiëntieverhoging en beheersovereenkomsten van De Lijn, moeten we ook oog hebben voor het menselijk leed dat ons verkeer soms aanricht. Het openbaar vervoer kan soms een alternatief zijn om het moordend verkeer een stuk te verzachten.

Lode Vereeck

Ik dank u voor die laatste oproep, mijnheer Roegiers, die we enkel kunnen ondersteunen. Elke vermijdbare verkeersdode is er één te veel.

Mijnheer Roegiers, u zegt dat u op één lijn zit met de minister. Ik heb nochtans begrepen dat voor de minister artikel 19 van de resolutie geldt en voor u het regeerakkoord, voor wat de tarieven betreft. Ik ben misschien getraind op het zoeken naar contradicties binnen de meerderheid, maar ik wil wel weten in welk debat ik de komende weken terechtkom. Gaan we de tarieven aanpassen of niet? Volgen we de resolutie of het regeerakkoord? In het kader van de besparingen is dat een belangrijke principiële beslissing.

Minister Hilde Crevits

Mijnheer Vereeck, het debat over de efficiëntie van De Lijn, het doen dalen van de uitgaven en het verhogen van de inkomsten dus, zullen we de komende weken grondig voeren op basis van de nota. De resolutie punt 19, in het licht van de timing van de smart card in 2013, en het regeerakkoord, dat loopt tot 2014, hoeven elkaar helemaal niet tegen te spreken. Deze regering heeft belangrijk werk te doen op die fronten.

Mijnheer Roegiers, u weet allicht dat niet alleen de heer Van Hulle maar ook een aantal andere ouders en broers of zussen van verongelukte kinderen nu en dan komen overleggen op mijn kabinet om te bekijken hoe we samen met professionele deskundigen het verkeersveiligheidsbeleid in Vlaanderen beter vorm kunnen geven. Collega’s, ik blijf versteld staan van het gemak waarmee wij in Vlaanderen omgaan met een verkeersongeval. Het is precies alsof het erbij hoort, alsof het iets normaals is. Voor mij is het niet iets normaals, het hoort er absoluut niet bij. Wat we kunnen vermijden, moeten we vermijden. Daarom zullen we volgend jaar sensibiliseringsacties ondernemen om het bewustzijn te vergroten.

Sas van Rouveroij

Minister, zegt u nu dat de aanpassing aan de tarieven een zaak zal zijn voor de volgende regering?

Minister Hilde Crevits

Mijnheer van Rouveroij, ik heb dat helemaal niet gezegd. Ik heb gezegd dat het debat daarover in de komende maanden zal gevoerd worden. Maar het zal zich niet beperkten tot de tarieven. Er is een verschil tussen aanpassen, stroomlijnen, keuzes maken en het effectief uitvoeren. Dat moet ook op een goede manier gebeuren. Daarover zal er ongetwijfeld duidelijkheid ontstaan in de komende maanden.

Jan Roegiers

Minister, ik deel uw absolute verontwaardiging. Wij gaan soms te gemakkelijk om met verkeersdoden, alsof het erbij hoort. Maar even groot is mijn verontwaardiging als ik sommige straffen zie van mensen die een verkeersdode op hun geweten hebben. De verontwaardiging daarover is minstens even groot.

De voorzitter

Mevrouw Jans heeft het woord.

Lies Jans

Minister, collega’s, de beleidsbrief was naar aloude gewoonte weer zeer uitgebreid en gedetailleerd. De N-VA-fractie apprecieert dat. Maar dat belet ons toch niet om in de commissie een grondige discussie te voeren. Alle partijen hebben dat gedaan. Het was een zeer uitgebreide en interessante discussie. Ik wil mij vooral toespitsen op enkele punten die voor de N-VA belangrijk zijn.

In eerste instantie staan we voluit achter het programma dat u uitrolt in verband met het optimaliseren van het bestaande wegennetwerk via projecten zoals dynamisch verkeersmanagement (DVM), slimme verkeerslichten en het invoeren van spitsstroken. We zijn ervan overtuigd dat het hier gaat om ‘quick wins’, die ons in staat stellen om, alvorens bijkomende grote investeringen te doen, eerst uit te gaan van de mogelijkheden van het bestaande netwerk. Heel wat nieuwe ideeën hierover duiken de laatste jaren op en ook Vlaanderen moet hierop inspelen. We doen dat ook. Graag had ik in dat verband de aandacht willen vragen voor het secundaire wegennet. Dit kan vaak een aanvulling vormen op het primaire wegennet, de autosnelwegen, dat in veel gevallen verzadigd is en waar het verkeer vaak te snel vanuit het secundaire wegennet naartoe wordt geleid. Wat ons betreft zal, in het kader van het nieuwe Mobiliteitsplan Vlaanderen, zeker moeten worden gekeken naar een evaluatie en categorisering van de secundaire wegennetten.

Zeer belangrijk is ook het verhogen van de verkeersleefbaarheid, de heer Roegiers had het er ook al over. De ongevallencijfers dalen, maar dat is nog niet voldoende: de weg is nog lang. Het zwartepuntenprogramma werd uitgebreid besproken in de commissie, er was heel wat commotie rond. We zijn blij dat de aanbestedingen nagenoeg allemaal zijn afgerond. Wij hopen dat de uitvoering snel kan worden voltooid. Er zijn nog veel onveilige gewestwegen. Ook de gemeenten moeten voldoende ondersteund worden om hun lokale wegen op een veilige manier aan te pakken.

Ook wij streven naar een kwaliteitsvol, kostenefficiënt aanbod van openbaar vervoer. Laat ons in deze financieel moeilijke tijden vooral mikken op het verbeteren van de kwaliteit van de woon-werkverplaatsingen. De verplaatsingen binnen de Vlaamse Ruit zijn hierbij prioritair. Het aanbodgestuurde model dient meer plaats te maken voor een vraaggestuurd model. De N-VA is uitgesproken voorstander om kansen te geven aan alle vervoersmodi, dus ook het openbaar vervoer. Maar laat ons duidelijk inzetten waar er een duidelijke vraag en meerwaarde is. De afstemming van verschillende vervoersmodi op elkaar is, wat ons betreft, een oplossing voor veel verkeersproblemen.

We staan voor financieel woelige tijden. Het zijn al financieel woelige tijden geweest en het wordt nog erger. De situatie laat zich nog somberder inschatten dan twee jaar geleden, toen het regeerakkoord is opgesteld.

Het is dan ook belangrijk verder te streven naar het halen van de doelstelling in de beheersovereenkomst met De Lijn, namelijk de verhoging van de kostendekkingsgraad. We moeten die doelstelling halen om kostenefficiënt met ons openbaar vervoer te kunnen omgaan en om een correcte tariefpolitiek te kunnen voeren.

Ik blijf nog even in de sfeer van het openbaar vervoer met enkele opmerkingen over het spoorvervoer. Iedereen weet dat het spoor een federale materie is. Hoewel Vlaanderen bevoegd is voor de mobiliteit en het spoor een onderdeel van onze mobiliteit vormt, heeft Vlaanderen jammer genoeg weinig impact op het spoorvervoer.

Het is belangrijk dat we als Vlamingen inspraak in het spoorvervoer hebben. Vorige week hebben we in de commissie een eerste aanzet tot een Vlaamse spoorstrategie besproken. We hebben vastgesteld dat we de afgelopen jaren heel weinig inspraak in het beleid van de NMBS hebben gehad. We vinden het belangrijk dat we met betrekking tot het nieuw meerjareninvesteringsprogramma van de NMBS voor de periode 2013-2025 niet langs de zijlijn blijven staan. We moeten niet wachten tot we kunnen zien wat er uit de federale spoorwegmand valt. Onze Waalse collega’s doen dat overigens ook niet en hebben hun visie al duidelijk uiteengezet.

Het is belangrijk dat we onze Vlaamse accenten in het mobiliteitsbeleid en in de spoorstrategie van de NMBS kunnen verankeren. Vorige week hebben we tijdens de plenaire zitting dan ook een resolutie goedgekeurd die specifiek aandacht vraagt voor zaken die we in de op til zijnde Vlaamse spoorstrategie opgenomen willen zien. Dit is voor ons alvast een eerste belangrijke stap.

Ik wil er ook nog even op wijzen dat niet enkel het spoor belangrijk is. Aangezien we alle vervoersmodi op elkaar moeten afstemmen, moeten we de nodige aandacht aan de binnenvaart schenken. Ik zal hier nu niet verder op ingaan.

Tot slot wil ik opmerken dat de N-VA uitkijkt naar de bevoegdheden in verband met de mobiliteit die naar aanleiding van de federale staatshervorming aan Vlaanderen zullen worden overgedragen. Ik ga ervan uit dat we hierover in de commissie nog uitgebreid van gedachten zullen kunnen wisselen. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

De heer Reekmans heeft het woord.

Peter Reekmans

Voorzitter, het lukt de Vlaamse Regering net de gaten in het hoofdwegennet te dichten. Verder blijft de Vlaamse Regering aan het gebruik van het openbaar vervoer en van de fiets denken om alles op te lossen.

De Oosterweelverbinding, die we eigenlijk ‘Oosterkweelverbinding’ zouden moeten noemen, staat synoniem voor veel gekweel en geblaat, maar geen wol. De Vlaamse Regering boekt in dit dossier geen meter, laat staan een kilometer, vooruitgang.

Hetzelfde geldt voor de ring rond Brussel, de E40 en de E19. Dit zijn filerampgebieden waarvoor geen Rampenfonds bestaat waaruit de slachtoffers kunnen putten. De automobilisten en truckchauffeurs betalen jaarlijks nochtans 14 miljard euro.

Dat geld wordt besteed aan andere projecten, zoals de aanleg van fietstunnels, vrije busbanen en ecoducten voor hazen en vossen, die de files geenszins oplossen. Hierdoor is de kostprijs van het zwartepuntenprogramma, dat de verkeersveiligheid voor allen zou opkrikken, verdrievoudigd. De prijs bedraagt nu 1,1 miljard euro. Ooit was dat 400 miljoen euro. Voormalig minister Stevaert zou dat programma op vijf jaar tijd uitvoeren. Die termijn is ondertussen verdubbeld.

LDD vraagt de Vlaamse Regering heel concreet eindelijk voor de juiste prioriteiten te kiezen. Voor ons is er dat slechts eentje. De Vlaamse Regering moet investeren in oplossingen voor de files. De burgers en de bedrijven hebben dar recht op.

Tot slot wil ik nog een punt in verband met De Lijn naar voren brengen. Zoals ik daarnet al heb opgemerkt, zijn er 120 belbusgebieden. Uit de cijfers die de minister me heeft bezorgd, blijkt het gemiddeld aantal betalende reizigers een tot twee per dag te bedragen. Dat is sociaal, economisch en ecologisch onaanvaardbaar. (Applaus bij LDD)

De voorzitter

De heer Penris heeft het woord.

Jan Penris

Voorzitter, ik neem het woord met een zekere schroom en zal dan ook op mijn plaats blijven zitten.

In de eerste plaats moet ik me bij de minister verontschuldigen. Ik heb begrepen dat we worden afgerekend op onze aan- en afwezigheden tijdens de begrotingsdebatten. Ik had echter een goede reden om niet aanwezig te zijn. Ik ben voorzitter van een andere commissie. Helaas liepen de werkzaamheden van deze commissie, die drie zware beleidsdomeinen moest behandelen, samen met de werkzaamheden van de commissie Openbare Werken. De minister weet evenwel dat mijn hart even goed ligt bij het domein dat zij beheert. Om die reden wilde ik me eerst verontschuldigen.

Ten tweede: mevrouw Van den Eynde heeft al met bloemetjes gegooid; ik voeg er nog eentje aan toe. Ik feliciteer u voor het feit dat u de loodsgelden tot 2014 niet zult verhogen. Ik hoop dat dit een verworvenheid is. Ik hoop wel dat u tegenover het Nederlands loodswezen het been zult stijf houden. Zij hebben een schadeclaim ingediend wegens inkomensverlies. Verdragsrechtelijk zijn wij tot niets verplicht, dus ik hoop dat u voor een keer tegenover de Nederlanders stout blijft.

Ik bedank u ook voor het feit dat u ons de bijlage bij de notificatie inzake het Noriantdossier aan de EU hebt laten inkijken. Dat is een zeer leerrijk document. Ik mag uiteraard niet uit de biecht klappen, maar ik heb het als jurist met veel interesse gelezen en veel geleerd over het Europees recht. Wat ik daarin helaas niet terugvind is de reden waarom wij blijven vasthouden aan deze aannemer voor dit deeldossier van het Oosterweelverhaal. Er zitten in de tekst interessante juridische argumenten, maar geen enkel politiek of economisch argument waarom wij bij Noriant moeten blijven.

Tot slot wil ik even iets zeggen over een lokaal dossier. Merksem is een belangrijke deelgemeente, die door mij wordt vertegenwoordigd. Er is een enorm actueel en een dreigend verkeersprobleem dat alles te maken heeft met het feit dat uw beslissingen uitblijven. Merksem heeft nood aan duidelijkheid over een aantal dossiers. Hoe en met welke op- en afritten zullen wij de A102 realiseren? Wat zal er gebeuren met de brug aan de IJzerlaan? Oorspronkelijk wou men de brug slechten, maar wij hebben de indruk dat, ten gevolge van de nieuwe plannen inzake het Oosterweeldossier, die brug zou kunnen blijven bestaan. Hoe zullen wij de Vaartkaai herinrichten? Wat zijn de ambities van De Lijn op de Bredabaan? Zal er een transferium in het noorden van Antwerpen worden aangelegd, waar de bussen van de Noorder- en de Voorkempen aansluiting krijgen met een sneltramlijn? Of zal De Lijn de ambitie aanhouden om dat transferium op de Rooseveltplaats aan te leggen? Ik reken misschien niet nu, maar toch in de zeer nabije toekomst op een antwoord.

Minister Hilde Crevits

Voorzitter, collega's, de tarieven van de loodsgelden worden door mij bepaald. Ik heb dit jaar beslist om het crisistarief op te heffen en de loodsgelden met 6 procent te verhogen. Gezien de economische context was dat een moeilijke beslissing, maar zij was noodzakelijk. Ik hoop dat die verhoging de komende tijd zal volstaan. Ik ben blij dat u het waardeert dat wij de aanmeldingsdocumenten ter inzage hebben ingediend. Ik denk dat de vraag aan Europa of het mogelijk is om met de aannemerscoalitie waarmee wordt onderhandeld ook kan worden onderhandeld om een gedeelte van de opdracht uit te voeren, logisch is. De onderhandelingen zijn al een eind opgeschoten, maar Europa zal laten weten of dat in het licht van de Europese regelgeving kan.

In Merksem, en bij uitbreiding in de gehele rand, beweegt er veel. Niet enkel over de A102, maar ook over de R11 en de R11bis moeten er knopen worden doorgehakt inzake toekomstige herinrichting. De gemeentelijke begeleidingscommissie (GBC) heeft gisteren vergaderd over de R11bis. Ik verwacht van gouverneur Berx de derde week van januari een uitgebreid verslag. Een aantal burgemeesters hebben mij ook aangeschreven, met de uitdrukkelijke vraag om die dossiers samen, als één geheel te bekijken, in combinatie met het Oosterweeldossier en alle ontsluitingselementen.

Ik hoop het proces op ruimtelijk gebied tegen het einde van januari te kunnen vastleggen. Uw vragen zijn me bekend. Hopelijk komt er in de komende maanden duidelijkheid over het intense overlegproces dat vandaag loopt.

De voorzitter

Landbouw en Visserij

Dames en heren, we bespreken nu het beleidsdomein Landbouw en Visserij.

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Voorzitter, ministers, beste collega’s, een belangrijk kenmerk van de begroting Landbouw is de continuïteit waarbij een aantal beleidsinstrumenten voor het voeren van een duurzaam landbouwbeleid worden gevrijwaard. We denken hierbij aan de middelen voor het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) als motor van vernieuwing, innovatie en verduurzaming, de middelen voor het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO), het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) alsook extra middelen voor de uitvoering van het plan voor de korte keten.

Ik wil drie punten belichten. Ten eerste, het crisisbestendiger maken van de sector. Het jaar 2011 was weer een jaar met crisis voor bepaalde sectoren, vooral voor de tuinbouwsector, de fruitteelt en de varkenshouderij. Daarbij komen kostenstijgingen en dus ook een sterke daling van het landbouwinkomen. Eurostat publiceerde gisteren trouwens dat de toegevoegde waarde van land- en tuinbouw, wat een maatstaf is voor het landbouwinkomen, in België het sterkste daalde in heel Europa.

De minister-president, die landbouw in zijn hart draagt, heeft telkens met de nodige maatregelen getracht de ergste nood te lenigen en de enorme gevolgen voor de sector te helpen verlichten. Overbruggingskredieten zijn een belangrijk interventie-instrument van het VLIF, ook het vervroegd uitbetalen van premies, uitstel van aflossing en kredietherschikkingen. Voor de langere termijn is er onder andere het Vlaams actieplan voor de varkenshouderij.

Een nadere analyse van Eurostatcijfers geven ons hopelijk de kans om de verschillen van de Europese lidstaten te vergelijken zodat we eventueel de nodige acties kunnen ondernemen. De landbouwsector is wel de enige sector die levend materiaal produceert, en de primaire behoeften van de mens inlost. De land- en tuinbouwbouwsector wordt geconfronteerd met een pak extra risico’s waar andere economische sectoren van gevrijwaard blijven. Het meer risicobestendig maken van de sector is dan ook opdracht nummer één voor het beleid, in samenspraak met de landbouworganisaties.

Ten tweede, het flankerend landbouwbeleid. In de beleidsbrief Leefmilieu handelt een passage over het decreet Landinrichting. Het is positief dat de landbouw eindelijk ook decretaal een duidelijke ondersteuning krijgt, want dat mist de Vlaamse land- en tuinbouw vaak in het flankerend beleid. We kijken dan ook uit naar dit debat en vragen de minister van Landbouw dit mee op te volgen.

Ten derde het plattelandsfonds. Tijdens de vorige budgetbesprekingen was aangekondigd om in 2011 het decreet voor de oprichting van het plattelandsfonds uit te werken en de eerste middelen in 2012 te plannen. Dit is echter niet gehaald, onder andere door de budgettaire ruimte. De minister-president kondigde aan het besluitvormingsproces over een nieuw decreet in de loop van 2012 af te ronden, zodat het fonds vanaf 2013 operationeel kan zijn.

We begrijpen en ondersteunen de redenering van de minister-president dat een degelijk plattelandsfonds moet worden voorgesteld en dat kwaliteit belangrijker is dan snelheid. Anderzijds begrijpen we ook de teleurstelling van vele gemeenten, maar we denken dat dit veeleer een uiting is van frustratie over het Gemeentefonds. Alle noden die de verschillende gemeenten aangeven, zijn niet op te lossen met een plattelandsfonds, maar nopen er ons wel toe de discussie te voeren over het Gemeentefonds.

Mijn vraag is dan ook of de Vlaamse Regering de ruimte ziet om dat gesprek aan te gaan met het oog op de volgende gemeentelijke legislatuur. Er is al veel studiewerk verricht, waaruit blijkt dat de twee grote Vlaamse steden zeker 70 tot 80 miljoen euro extra middelen krijgen, als rekening wordt gehouden met alle beschikbare objectieve criteria. Dat gaat over 4 tot 5 procent van het Gemeentefonds. Als die middelen beschikbaar worden gesteld, kun je veronderstellen dat een discussie over een herverdeling moet kunnen gebeuren.

Er liggen heel wat uitdagingen op tafel die we samen graag aangaan en onze fractie zal deze begroting dan ook ten volle ondersteunen.

De voorzitter

De heer Callens heeft het woord.

Karlos Callens

Minister-president, wat uw beleidsbrief Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid betreft, heeft Open Vld een aantal kritische kanttekeningen. Voor een oppositiepartij is dat normaal.

Maar laat mij beginnen met een aangelegenheid waarin we uw bondgenoot zijn, en dat is het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). In dit parlement hebben we al een resolutie opgesteld over de partijgrenzen heen, omdat we het er met zijn allen over eens zijn dat de plannen in hun huidige vorm nadelig zijn voor Vlaanderen.

Voor de Vlaamse landbouw, die hoofdzakelijk gekenmerkt wordt door niet-grondgebonden, gespecialiseerde en intensieve productieprocessen, hebben we er alle belang bij om de gepaste economische omgevingsvoorwaarden en groeimogelijkheden te realiseren. Enkel door een gespecialiseerde en een grootschaligere productie kunnen de boeren de eco-efficiëntie van onze land- en tuinbouw vergroten.

Piet Vanthemsche van de Boerenbond stelde tijdens onze studiedag Duurzame Landbouw terecht dat “de eerste vorm van duurzaamheid economisch is” en dat “de Vlaamse landbouw voor zijn overleven geen andere keuze had dan zich te specialiseren in intensieve landbouw”. We verwachten dat u alle zeilen bol zet, minister-president, om op Europees niveau een bijsturing van het voorgestelde GLB te bewerkstelligen.

Een ander levensnoodzakelijk punt – dat mevrouw Rombouts net heeft aangehaald – is het verhogen van de crisisbestendigheid. Ik merk nog altijd een gebrek aan een structurele mogelijkheid om een verzekering te nemen tegen extreme weersomstandigheden. Nu de regionalisering van het Rampenfonds deel uitmaakt van het communautair akkoord, is het momentum aangebroken om hiervan werk te maken. Minister-president, ik wil erop aandringen dat u het overleg met de private verzekeringssector reanimeert en met hen zoekt naar een formule die betaalbaar is voor zowel de overheid als de sector. In dit verband lijkt het ons aangewezen de idee te onderzoeken van een gesolidariseerde cofinanciering naar analogie met het Sanitair Fonds, waarin bijdragen van de boeren fiscaal volledig aftrekbaar zijn.

In de marge willen we opmerken dat we tevreden zijn met de andere landbouwbevoegdheden die Vlaanderen er op termijn zal bij krijgen: de Pachtwet, het Belgisch Interventie- en RestitutieBureau (BIRB) en het dierenwelzijn. Wat dat laatste betreft, spreken we de hoop uit dat het zal worden toegevoegd aan het beleidsdomein Landbouw om realistische eisen inzake dierenwelzijn naar de veehouderij te kunnen stellen. Dan kan er van nabij worden toegekeken op het realiseren van opgelegde aanpassingen inzake normering rond dierenwelzijn.

De casus met de verrijkte kooien spreekt boekdelen. Vanaf 1 januari komen een aantal kippenhouderijen in de problemen. Er is weliswaar een voorstel tot gedoogperiode geformuleerd, maar voor zover we weten heeft Europa daarvoor zijn zegen nog niet gegeven. Minister-president, wat is de stand van zaken?

Tegelijkertijd wil ik ervoor pleiten dat u de belofte om 2,5 miljoen euro toe te wijzen aan de varkenshouderijen via VLIF-steun zo snel mogelijk zou realiseren zodat de varkenshouderijen kunnen voldoen aan de nieuwe Europese eisen voor de groepshuisvesting van zeugen.

Tot besluit zou ik nog twee puntjes willen aanstippen. Zo ben ik ten eerste zeer verheugd over de resolutie betreffende het actieplan voor de honingbij, die we vorige week hebben goedgekeurd. Minister-president, gelet op het dringend en vitaal karakter ervan, zou ik u nog eens met aandrang willen vragen om goed te waken over de uitvoering hiervan.

Tot slot zijn we verheugd dat de minister-president na herhaaldelijk aandringen van onze kant een actie aankondigt met betrekking tot de promotie van de Vlaamse wijnbouw. Bij deze wil ik nu al symbolisch klinken op een eclatant succes en moeten we willens nillens toegeven dat de beleidsbrief van de minister alvast letterlijk eten en drinken bevat.

De voorzitter

Mevrouw Robeyns heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, de Vlaamse land- en tuinbouwers hebben geen gemakkelijk jaar achter de rug. 2011 was het jaar van de crisissen, van de bacteriële uitbraken alsook van de extreme weersomstandigheden. Het meer crisisbestendig maken van deze sector vormt een gigantische uitdaging waar de verschillende overheden op de verschillende niveaus de komende weken, maanden en jaren aan moeten werken.

Minister-president, onze fractie is alvast blij dat u het verbeteren van die crisisbestendigheid in 2012 als prioriteit naar voren schuift. Zo kunnen we in de toekomst hopelijk voorkomen dat we op regelmatige wijze crisissen moeten bestrijden die we misschien op een structurele wijze hadden kunnen vermijden.

Naast de crisisbestendigheid vormt ook de verduurzaming van de sector een gigantische uitdaging die we de komende maanden en jaren niet kunnen en niet mogen ontlopen. Minister-president, zowel uzelf als de sector zijn zich daarvan bewust. Getuige daarvan zijn de recente actieplannen ‘korte ketenverkoop’ en ‘varkenshouderij’ waarin terecht gefocust wordt op duurzaamheid. Wij hopen uiteraard dat duurzaamheid verder gaat en dat er ook aandacht zal zijn voor onder andere duurzame materialen, transparantie en efficiëntie van de ketenwerking, duurzame voedselkeuzes, voedselverlies en voedselverspilling.

Duurzaamheid komt ook duidelijk naar voren in de belangrijke herziening van het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Vergroeningsmaatregelen zijn belangrijk en bieden kansen voor zowel de biodiversiteit als voor de landbouw. Bij de uitwerking van die maatregelen moeten de lidstaten echter wel een zekere flexibiliteit en keuzevrijheid behouden zodat milieuwinsten op maat uitgewerkt kunnen worden.

En ondanks de tendens naar schaalvergroting en professionalisering moeten we ook aandacht hebben voor de situatie van de familiale landbouw en de jonge land- en tuinbouwers. Zij zijn door de grote investeringslast en de geringe financiële buffer uiterst kwetsbaar voor crisissen.

Tot slot, minister, wil ik nog kort twee zaken zeggen over het plattelandsbeleid. De vele kleine landelijke gemeenten in Vlaanderen worden vandaag geconfronteerd met heel wat specifieke uitdagingen. Samen met hen, moeten wij waken over de leefbaarheid en leefkwaliteit op het platteland.

Een eerste vaak onderschat probleem is de verdoken armoede op het platteland. De dienstverlening in die landelijke gebieden wordt alsmaar meer afgebouwd en alsmaar meer mensen raken geïsoleerd en zijn eenzaam. Ook bij de land- en tuinbouwers is armoede een steeds groter wordend probleem. Wij moeten permanent aandacht hebben voor deze problematiek en u, minister, moet het voortouw nemen in deze strijd, uiteraard in overleg met de minister bevoegd voor armoedebestrijding.

Tot slot wil ik nog even de beperkte bestuurskracht van veel plattelandsgemeenten aanhalen. U weet dat heel wat kleine, landelijke gemeenten vandaag het water aan de lippen staat. Het behoud en beheer van de open ruimte is een gigantische uitdaging waarvoor de nodige middelen vandaag vaak ontbreken. Van bij aanvang van deze regering wordt dan ook reikhalzend uitgekeken naar het fameuze plattelandsfonds. De concrete realisatie blijft tot nu toe jammer genoeg achterwege. Maar onze fractie hoopt dat het platteland en de plattelandsgemeenten het komende jaar effectief een prioriteit worden en dat zij in 2013 op die broodnodige extra ondersteuning kunnen rekenen.

De voorzitter

De heer Vanden Bussche heeft het woord.

Marc Vanden Bussche

Voorzitter, minister-president, collega’s, ik zal zoals mijnheer Callens beginnen met een positieve noot inzake het visserijbeleid. In onze plaatselijke krant van maandag laatstleden stond: “Vissers mogen meer schol en tong vangen in de Noordzee. Verder mogen er in de Noordzee volgend jaar evenveel roggen gevangen worden als dit jaar.”

Dit is goed nieuws voor wie graag verse noordzeevis eet, maar vooral voor onze vissers. De rederscentrale toont zich dan ook gematigd positief. De totale hoeveelheid die de Vlaamse vissers in 2012 mogen vangen, stijgt met 7 procent tegenover 2011. Enige ongerustheid blijft bestaan, omdat er gevoelige verminderingen zijn voor tong in de visserijgebieden ten westen van Engeland. Onze fractie blijft dan ook vragende partij voor een meer intense samenwerking met de wetenschap om de correctheid van alle analyses over de visbestanden aanvaardbaar te maken voor alle partijen.

Minder positief is het resultaat van het plattelandsbeleid, dat ook voor 2012 een plattebeursbeleid blijft. Ik heb een heel mooi betoog gehoord van de burgemeester van Bever die op een heel serene manier alle problemen van de plattelandsgemeenten uit de doeken heeft gedaan. Ze zijn uiteraard gekend, enerzijds zijn er dalende inkomsten bij de landbouwers, anderzijds is er geen mogelijkheid om verkavelingen aan te leggen, om jonge mensen aan te trekken of om industriegebouwen op te richten in de landelijke gemeenten. Het is miserie tot en met.

Nochtans was deze legislatuur veelbelovend begonnen. Ik geef u het voorbeeld van Alveringem. Die gemeente kon zich bij het begin van de legislatuur verheugen over het bezoek van zowel de voorzitter van het Vlaams Parlement als van de minister-president. Hoge verwachtingen werden geschapen, maar twee jaar later hebben die plaatsgemaakt voor diepe ontgoocheling en ongeloof. De gemeenteraad van Alveringem, typerend voor de vele Westhoekgemeenten, heeft ten einde raad, nog niet langer dan twee weken geleden, een motie tegen het uitstel van het plattelandsfonds goedgekeurd. Een afschrift daarvan werd bezorgd aan de Vlaamse Regering.

De waarheid zit in de overweging dat de oprichting van het plattelandsfonds voor een beperkt aantal gemeenten geen groot budget van de Vlaamse Regering vergt, maar dat de ondersteuning wel belangrijk is voor de individuele gemeenten. De plattelandsgemeenten hebben het gevoel dat ze met een kluitje in het riet gestuurd worden en dat de budgetten telkens weer moeten wijken, onder meer door het Dexiadebacle, maar in feite zijn zij iedere keer weer de pineut. Als ze dan het grotestedenbeleid bekijken, dan heerst er ongeloof tot en met. Voor 2012 is opnieuw nergens in voorzien. Mijn fractie vraagt dan ook dat bij de aangekondigde begrotingswijziging toch werk zou worden gemaakt van de oprichting van het plattelandsfonds. (Applaus bij Open Vld)

De voorzitter

Mevrouw Eerlingen heeft het woord.

Tine Eerlingen

Voorzitter, minister-president, collega’s, de beleidsbrief Landbouw vangt aan met een aantal positieve noten: “De Vlaamse landbouw is productief en is goed voor ruime handelsoverschotten”, “De eindproductiewaarde voor de Vlaamse land- en tuinbouw kent haar hoogste niveau sinds het laatste decennium. Tegelijkertijd daalt de druk op het milieu.”

Vandaag lezen we echter dat het Belgische landbouwinkomen volgens Eurostat met 22,5 procent daalde. We hebben het voorbije jaar meerdere crisissen meegemaakt.

Vlaanderen heeft de taak erop toe te zien dat onze landbouw zijn voorsprong ten opzichte van de andere regio’s blijft behouden. De cruciale vraag daarbij is hoe we dit kunnen realiseren. Blijven we inzetten op de klassieke remedies en instrumenten of gaan we naar een geleidelijke omschakeling tot een toekomstgerichte sector? Voor de N-VA is het duidelijk: de landbouw moet de sector zijn waarbij sterk wordt ingezet op duurzaamheid waarbij ook maatschappelijke diensten worden verleend, en op innovatie.

Er zijn vele uitdagingen: de stijgende energie- en grondstofkosten, de dalende marktprijzen voor de meeste landbouwproducten, met tegelijk een stijgende vraag naar voedsel, en een verdere reductie van de milieu-impact. We pleiten voor een verschuiving van de steun via pijler I naar pijler II. Momenteel worden er in Vlaanderen heel veel middelen ter beschikking gesteld via rechtstreekse inkomenssteun. Volgens ons moeten er veeleer middelen gaan naar acties die het algemeen belang dienen. Beheersovereenkomsten en agromilieumaatregelen zijn daar een voorbeeld van. Anderzijds is het ook belangrijk dat we blijven investeren. We zijn dus tevreden met het feit dat het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) bijkomende middelen krijgt om die investeringen te kunnen doen.

Om concurrentieel te blijven, is voortdurend onderzoek en innovatie noodzakelijk, niet alleen wat de producten betreft, maar ook met betrekking tot de productieprocessen. De toename van de dotatie voor het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) ondersteunt dat. Sommige landbouwers kiezen voor schaalvergroting om hun rendabiliteit te vergroten. Andere landbouwbedrijven zullen dan weer kiezen voor een kleinschalig karakter. Er zal dus sprake zijn van twee types. Diegenen die kiezen voor een kleinschalig karakter, zullen veeleer gaan voor een verbreding van hun activiteiten. Voorbeelden zijn hoevetoerisme, korteketenverkoop en het beheren van de open ruimte.

Een leefbare landbouw moet een zeer gerichte ondersteuning krijgen. Het strategisch plan korte keten en de promotiecampagnes via het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) zijn ondersteunende elementen. We zien dat daarvoor bijkomende middelen worden vrijgemaakt. Volgens de N-VA legt de voorliggende beleidsbrief de juiste klemtonen. De tekst en bijhorende begroting krijgen dan ook onze goedkeuring. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters

Ik heb begrepen dat iedereen, ook de oppositie, pleit voor een plattelandsfonds, waarvan akte. Zoals afgesproken zal ik dat fonds in 2013 operationeel maken. Ik ga ervan uit dat de opmerkingen die de oppositie op andere domeinen heeft geformuleerd, dan achterwege zullen blijven. Ik zal dat zeker koesteren voor volgend jaar. Niemand, zeker niet de heer Vanden Bussche, zal dan opmerken dat het bedrag te klein is of dat het niet operationeel genoeg is. Dat is ook de reden waarom we dit niet nu operationeel hebben gemaakt, maar ervoor hebben gekozen dat volgend jaar te doen.

Ook heb ik begrepen dat iedereen, ook de oppositie, pleit voor het verder aanpakken van de crisisbestendigheid van de sector. Dat is een zeer terechte zorg, die ik ook heb geformuleerd. Volgens de meest recente cijfers zou het inkomen in de landbouwsector met meer dan 20, of zelfs met meer dan 30 procent zijn gedaald. Ik zou graag eens de reacties van de leden willen zien als hun inkomen op één jaar met 30 procent of meer zou dalen. Het kot zou te klein zijn. Dat is een reden temeer om daar zeker op in te zetten.

Mijnheer Vanden Bussche, u weet dat de Europese Commissie in een daling met 44 procent had voorzien met betrekking tot tong in de Ierse Zee. Na hard onderhandelen zijn die percentages sterk benedenwaarts aangepast, ook in het voordeel van onze vissers.

De voorzitter

Minister-president, het is hier wel een glazen huis, geen kot.

De voorzitter

Welzijn, Volksgezondheid en Gezin

We bespreken nu het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.

Mevrouw Jans heeft het woord.

Voorzitter, minister-president, heren ministers, geachte leden, de noden en uitdagingen op het vlak van welzijn en gezondheid in onze samenleving zijn zeer groot, en blijven dat waarschijnlijk ook. Dat het totaalbudget hiervoor onder de huidige omstandigheden met meer dan 200 miljoen euro stijgt, bewijst dat deze Vlaamse Regering in zorg investeert en resoluut kiest voor de zorg voor bijvoorbeeld personen met een handicap, voor kinderopvang, voor jeugdzorg en voor vrijwilligers. De beleidsbrief geeft duidelijk de visie en de richting aan die onze zorg uit moet om een antwoord te kunnen blijven bieden op die steeds complexere en steeds talrijkere vragen.

De vermaatschappelijking van de zorg staat daarin centraal. Hier draagt iedereen, elke sector, zijn steentje bij om zorg te kunnen bieden aan de patiënt of aan de cliënt in zijn natuurlijke of sociale omgeving, waarbij de behandelnoden en de vragen van de zorgvrager centraal staan. Maar ook op innovatie wordt zeer duidelijk ingezet, niet enkel op technologisch vlak maar ook wat betreft organisatie van de zorg. Tenslotte krijgt ook preventie bijzonder veel aandacht. Beter voorkomen dan genezen, is een oeroud spreekwoord, maar het vat dit wel goed samen.

Het meest belangrijke is en blijft de uitbreiding, de inzet van extra middelen. Ook dit jaar stellen we onomwonden vast dat de budgetten stijgen en dat de minister duidelijke prioriteiten naar voren schuift. De grootste stijging van de budgetten is ook nu te noteren in het beleidsdomein personen met een handicap. Dit jaar is er 36,7 miljoen extra voor uitbreidingen in die sector. Dat komt natuurlijk bovenop de jaarlijkse dotatie van intussen meer dan 1,3 miljard euro aan ons Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH). De aanpak van de uitdagingen in deze sector blijven essentieel. Alles wat daar gebeurt, elke investering en elke uitgave, is erop gericht om te evolueren naar een meer vraaggestuurde zorg.

Vervolgens is er de kinderopvang. Het belang daarvan hoeft niet onderstreept te worden.

De voorzitter

Mevrouw Dillen heeft het woord.

Marijke Dillen

Mevrouw Jans, het is juist dat deze beleidsbrief een aantal heel mooie doelstellingen formuleert. Maar de vraag blijft toch wat we daar volgend jaar concreet van realiseren. Ik wil me vooral focussen op het voorbeeld dat u geeft van de personen met een handicap. Het budget is inderdaad opnieuw toegenomen, maar helaas moeten we durven erkennen dat ondanks alle mooie beloften uit het verleden, zeker van uw ministers, die in dit departement al jaar en dag de verantwoordelijkheid dragen, de wachtlijsten nog steeds niet worden weggewerkt. We hebben vorige week al kennis gekregen van de nota over opvangtekort die nu naar Straatsburg gaat. We kunnen dat alleen maar onderschrijven, men heeft volledig gelijk.

Ik wil erop aandringen dat deze Vlaamse Regering in het algemeen en minister Vandeurzen in het bijzonder gaat werken aan een heroriëntering van de middelen, een aantal posten binnen het totale beleid gaat schrappen en zich volledig gaat toeleggen op het wegwerken van de wachtlijsten. Ik hoop dat u mij daarin steunt. Daarnaast dring ik aan op het realiseren van het recht op zorg, iets waar de mensen al lang vragende partij voor zijn. Ze blijven nog altijd in de kou staan. Dat is in het welvarende Vlaanderen, ondanks de crisis waarin we ons bevinden, minister, totaal onmenselijk en onwaardig. Mevrouw Jans, ik hoop dat wij bij de beloofde begrotingsaanpassing, die we misschien in februari kunnen doen, in u een bondgenoot kunnen vinden om meer in te zetten op de sector van personen met een handicap om er eindelijk voor te zorgen dat er geen mensen meer op de wachtlijst staan en dat het recht op zorg gewaarborgd wordt.

De voorzitter

De heer Van Malderen heeft het woord.

Bart Van Malderen

Voorzitter, collega’s, ik deel op zich de bezorgdheid van mevrouw Dillen over de positie van mensen met een handicap. We moeten allemaal begrip hebben voor mensen die heel lang moeten wachten op zorg. Maar de al dan niet geveinsde onwetendheid van mevrouw Dillen verbaast me eigenlijk. Mevrouw Jans heeft het terecht aangehaald: het is op zich zeer goed dat op een moeilijk moment, economisch en financieel, we nog altijd 36 miljoen euro kunnen bijsteken bij de zorg voor mensen met een handicap. Maar ik heb ook al in de commissie en gisteren in mijn algemene toelichting aangehaald dat de 1,3 miljard natuurlijk ook moet worden gewijzigd. Mevrouw Jans legt heel duidelijk het accent dat we er moeten voor zorgen dat heel de zorgorganisatie meer vraaggestuurd en maatgericht gaat werken.

Mevrouw Dillen, u doet alsof er niets bestaat en dat men nu plotseling pas zou moeten gaan werken rond het wegwerken van wachtlijsten. Eerlijk gezegd, is dat de waarheid geweld aandoen. Deze meerderheid heeft het Perspectiefplan 2020 naar voren geschoven, waar heel duidelijk zorggarantie wordt ingeschoven.

De veranderingsmanager heeft vorige week in de commissie het projectplan toegelicht. Er is het engagement om alle middelen die over zijn binnen het uitbreidingsbeleid, integraal te besteden aan vraaggestuurde zorg. Er worden dus toch wel heel duidelijke accenten gelegd, die wij ook duidelijk kunnen onderschrijven.

Marijke Dillen

Mijnheer Van Malderen, u moet mij geen geveinsde onwetendheid toeschrijven. Ik heb niet gezegd dat minister Vandeurzen niets doet in dit dossier. Hij weet dat ik iedere keer mee supporter voor alle extra middelen die hij kan verwerven naar aanleiding van de begrotingsbespreking.

We stellen vast dat er, ondanks de extra middelen, toch nog altijd zeer grote noden bestaan. Al meer dan een decennium lang wordt er aan deze mensen beloofd dat er een oplossing zal komen voor de problematiek. We hebben hier ooit een regering gehad – uw partij maakte daar trouwens deel van uit– die zelfs beloofde om alle wachtlijsten weg te werken. Er worden voor volgend jaar 36 miljoen euro extra middelen uitgetrokken. Dat is echter onvoldoende. Op een aantal posten kan er zeker nog worden bespaard. We moeten allemaal nagaan waar er binnen de verschillende andere departementen kan worden bespaard, zodat we die middelen kunnen inzetten op menselijke noden. Het wegwerken van de menselijke noden is voor mij prioritair. We moeten er allemaal samen voor zorgen dat geen enkele persoon met een handicap die – dringende – nood heeft aan een opvangplaats, in de kou blijft staan.

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Voorzitter, naar aanleiding van wat er verleden week is gebeurd en de manier waarop de zaken werden voorgesteld, wil ik een aantal zaken benadrukken. Ten eerste denk ik dat we elkaar niet moeten overtuigen van de belangrijkheid van de uitdaging, de schrijnende situaties en het feit dat het weliswaar een ambitie moet zijn om die zorggarantie te kunnen organiseren, maar dat daarvoor nog een aantal belangrijke beleidsmatige stappen moeten worden gezet.

Het budget van 2012 is voor de sector personen met een beperking fors verhoogd. We willen zo maximale ruimte geven aan het vraagstuk van de uitbreiding van de aangepaste zorg.

Ik betreur het dat vorige week de indruk werd gewekt dat je als het ware een foto van de wachtlijst van tien jaar geleden en een foto van de huidige geregistreerde zorgaanvragen met elkaar kunt vergelijken en daaruit dan de beleidsmatige conclusie uit kunt trekken dat er niets is gebeurd.

Die voorstelling van zaken is niet correct. De grond van de zaak is natuurlijk dat er grote noden blijven en dat er inspanningen moeten gebeuren. Nu registreren we zorgaanvragen. Toen werden enkel de zorgaanvragen geregistreerd waar we op redelijke termijn geen antwoord op konden geven. Bovendien ging het toen enkel om volwassenen, nu geldt het voor alle leeftijden. Met andere woorden, vandaag is een zorgvraag waarop na twee dagen antwoord wordt gegeven, een geregistreerde zorgvraag die wordt opgenomen in de lijst. Tien jaar geleden stond die er niet in.

Ik betreur het dat er een vergelijking werd gemaakt die suggereert dat er nog geen resultaten zijn, wat niet juist is.

In de eerste helft van 2011 werden meer dan 4000 zorgvragen als dossier afgesloten. 2600 daarvan hebben een effectief antwoord gegeven binnen de handicapspecifieke zorg. Dat wil zeggen dat de uitbreiding van onze capaciteit haar effecten niet mist. Ik vind het belangrijk dat naar voren te schuiven. Er wordt te veel de indruk gecreëerd dat men wel inspanningen doet, maar dweilt met de kraan open. Dat is niet juist. De inspanningen moeten worden voortgezet, maar bovendien worden ingepast in een plan om tot zorggarantie en vraagsturing te komen. Dat plan veronderstelt dat we een aantal dossiers, zoals objectieve inschaling, ook op een goede manier aanpakken.

Ik ben blij dat de veranderingsmanager verleden week in de commissie uitvoerig de kans gekregen heeft om toe te lichten op welke manier hij dat plan wenst uit te voeren.

Kortom, we moeten inderdaad grote inspanningen doen. Het is echter niet helemaal correct om de indruk te wekken dat we op het terrein van de capaciteitsuitbreiding geen resultaten boeken.

De voorzitter

Mevrouw Van der Borght heeft het woord.

Vera Van der Borght

Ik hoor het u graag zeggen, minister. Ik geloof wel dat u inspanningen doet, maar kunt u mij dan alstublieft eens verklaren waarom mensen met een zwaar gehandicapt kindje vandaag nog altijd vijf jaar moeten wachten vooraleer ze een persoonlijk assistentiebudget kunnen krijgen?

Minister Jo Vandeurzen

Ik vind het jammer dat we de discussie op die manier moeten voeren. Ik erken dat er belangrijke problemen en uitdagingen zijn. Mijn antwoorden kunnen niet de indruk geven dat ik die onder de mat wil vegen of dat er geen situaties zijn waarvoor we op dit moment nog zoeken naar goede oplossingen. Ik wil dat zeker niet minimaliseren.

Het systeem van de middelen die gemobiliseerd kunnen worden voor de noodsituatie, werkt. We zien dat aan de cijfers. Als er echt dringende situaties zijn, is er in de regelgeving een methode om snel belangrijke interventies te kunnen doen en daar middelen voor te mobiliseren.

De lijst van degenen die kandidaat zijn voor een PAB wordt geïntegreerd in de zorgregie. Dat zal mogelijk maken dat mensen zelf ook een belangrijke impact hebben op de keuze van de zorg die wordt aangeboden als men in aanmerking komt in het kader van de prioriteiten voor een invulling van de zorgvraag. We hebben op dit moment twee systemen: enerzijds voor het persoonlijk assistentiebudget en anderzijds voor zorg in natura.

Dit soort debatten over de verschillende criteria en zo meer, moet echt van de baan. Daarom is de beweging die we gaan doen, zo belangrijk. Daarom zul je, door de provinciale verantwoordelijke, en met grote impact van de betrokkene zelf, mee kunnen beslissen of je je zorgvraag wilt laten invullen door een PAB, dan wel door een andere vorm van handicapspecifieke ondersteuning.

Vera Van der Borght

Minister, ik hoop niet dat u met wat u nu zegt, precies bedoelt wat onze vrees was, namelijk dat men door het samenbrengen van de twee wachtlijsten weer een verkapte manier heeft gevonden om mensen toch naar voorzieningen te sluizen. U zegt heel duidelijk dat het de mensen zullen zijn die de keuze gaan maken. Ik kan mij inbeelden dat iemand op een bepaald moment voor de keuze komt te staan: men kan naar een bepaalde voorziening, en dan is men geholpen, maar als die mensen opteren voor een persoonlijk assistentiebudget, zullen ze misschien nog een beetje moeten wachten. Ik hoop dat ik het fout heb.

Minister Jo Vandeurzen

U begint een vorm van paranoia aan de dag te leggen, mevrouw Van der Borght. Ik vind dergelijke intentieprocessen niet ernstig. U hebt heel goed kunnen horen wat de formule is. Bij de beweging die gebeurt, en die trouwens door u en anderen uitdrukkelijk gevraagd wordt, wordt er juist veel meer impact gegeven aan de betrokkene zelf om de keuze te kunnen maken in welke vorm van zorg hij of zij wenst te worden ondersteund. Dat is de grond van de zaak.

Als u de omzendbrief 2012 gelezen hebt, hebt u gezien dat, naast het invullen van de engagementen die we moeten invullen vanwege de gebouwen die in gebruik genomen worden door engagementen met het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA) van vorige jaren, alle andere uitbreidingen zullen gebeuren in PAB of in persoonsvolgende convenanten. Ik denk niet dat er een duidelijker politiek signaal kan zijn voor de richting waarin het systeem zal gaan. Dat staat expliciet beschreven in het perspectiefplan.

Ik vind het jammer dat er altijd weer dingen gezocht worden die er niet zijn. Ook de veranderingsmanager is daar zeer duidelijk in geweest, ook vorige week nog.

Vera Van der Borght

Voorzitter, de minister noemt mij paranoïde. Hij moet zich niet altijd zo kwaad maken als ik iets vraag. Ik vraag gewoon een verduidelijking. Het is nuttig dat er klaarheid is. We zullen in het verslag kunnen nalezen wat u precies bedoeld hebt, minister.

De voorzitter

Mevrouw Van der Borght, ik heb tien jaar in de gezondheidszorg gewerkt. Paranoia valt te genezen. (Gelach. Opmerkingen)

Ik denk inderdaad niet dat het verslag van deze plenaire zitting en de uitspraken van de minister nodig zijn om te begrijpen dat de vraagsturing het uitgangspunt is. Dat is duidelijk gebleken toen de veranderingsmanager zijn projectplan kwam toelichten. Verder blijkt dat duidelijk uit de omzendbrief en uit alle documenten en begrotingsstukken die voorliggen. Als ik kijk naar het beleidsdomein personen met een handicap, in het licht van wat hier voorligt, met name de begroting 2012, kan ik niet anders dan stellen dat dit binnen ons beleidsdomein de prioriteit bij uitstek is. Ik ontken echter niet dat elke nood er een te veel is.

Ook in andere zaken is er nog ruimte voor de noodzakelijke uitbreiding. Wat kinderopvang betreft, hoeft het belang niet onderstreept te worden, zowel voor onze gezinnen als voor onze economie. Hier wordt een extra budget van 22 miljoen euro ingezet. Dat zijn belangrijke middelen voor, wat ons betreft, een cruciaal beleidsdomein.

Wat de bijzondere jeugdbijstand betreft, is er veel werk geleverd in de ad-hoccommissie Jeugdhulp onder voorzitterschap van mevrouw De Wachter. De motie die daar werd ingediend, is gehonoreerd. Er is een budget vrijgemaakt van 5 miljoen euro voor de uitbreiding van het aanbod en de pleegplaatsingen en voor de vertrouwenscentra kindermishandeling.

Ook het budget voor geestelijke gezondheidszorg stijgt met 2,7 miljoen euro. Ook hier trekt de minister de kaart van de zorgvernieuwing en de zorg voor kwetsbare doelgroepen zoals de ouderen. Ik wil verder ook melding maken van het extra budget voor de versterking van ons actieplan suïcidepreventie. Dit is heel actueel na de conferentie daarover vorige zaterdag.

Vorig jaar werd het budget voor de ondersteuning van vrijwilligers die van onschatbare waarde zijn, verdubbeld naar aanleiding van het Europees Jaar van de Vrijwilliger. Deze verdubbeling blijft dit jaar behouden, wat wij zien als een heel belangrijk signaal.

In het kader van het decreet Vlaamse Sociale Bescherming is voorzien in een budget van 4 miljoen euro voor de opstartkosten van de maximumfactuur. Ook het budget voor de thuiszorg stijgt met 17,8 miljoen euro.

Tot slot wordt ook het budget voor het eerstelijnswelzijnswerk verhoogd met 1,75 miljoen euro. Dit is niet het grote bedrag, maar ik wil er wel expliciet melding van maken omdat het in de sector wel het verschil maakt. Zo wordt 500.000 euro uitgetrokken voor de verenigingen waar armen het woord nemen. Dit komt neer op een stijging van 25 procent van de budgetten.

Dit zijn maar enkele elementen waarop ingezet wordt in de begroting 2012. In de commissie is een veel ruimer debat gevoerd en konden alle vragen gesteld worden en rekenen op een antwoord van de minister of van zijn administratie. Vanuit CD&V hebben we onze doelstellingen op het vlak van welzijn altijd duidelijk verwoord. In deze begroting en beleidsbrief vinden we de zaken terug die voor ons cruciaal zijn. Ondanks de budgettair moeilijke situatie wordt hier op de juiste plaatsen terecht geïnvesteerd. CD&V keurt deze begroting dan ook met overtuiging goed.

De voorzitter

Mevrouw Van der Borght heeft het woord.

Vera Van der Borght

Minister, het moet gezegd: u sleept veel geld uit de brand voor Welzijn, namelijk een derde van de 230 miljoen euro voor nieuw beleid. De vraag is of u dat ook zult kunnen behouden. Minister Muyters kondigde gisteren immers aan dat er in februari terecht een begrotingscontrole moet komen om de zaken bij te sturen.

Open Vld kan niet aanvaarden dat steeds meer sociale rechten en daaraan gekoppeld uitgaven worden gecreëerd terwijl de overheid niet in staat is om de meest fundamentele rechten van mensen te garanderen. Daarom zullen wij ons blijven verzetten tegen nieuwe ideeën als de kindpremie en de opstart van de maximumfactuur.

Wij maken andere keuzes. Wij willen deze middelen besteden aan bijkomende IKG-plaatsen (inkomensgerelateerde kinderopvang) in de zelfstandige kinderopvang, in de bijzondere jeugdzorg, in de gezinszorg en aan extra budgetten voor persoonlijkeassistentiebudgetten. We moeten dus eerst de bestaande opdrachten van Welzijn invullen en pas dan nieuwe initiatieven nemen inzake sociale bescherming.

Het instellen van een verhoogde uitkering voor de zorgverzekering voor de zwaarst zorgbehoevenden steunen we wel, omdat dat volgens ons een beter systeem is dan de budgettair moeilijk in de hand te houden maximumfactuur.

Minister Jo Vandeurzen

Ik heb ondertussen begrepen dat ondanks dat alles het plattelandsfonds wel een prioriteit is voor Open Vld. Ik begrijp niet zo goed wat u zegt over de maximumfactuur, mevrouw Van der Borght, want die staat in een decreet dat u zelf hebt goedgekeurd. Wij voeren het Woonzorgdecreet uit.

Vera Van der Borght

Ik heb me wel onthouden bij die stemming, minister. Maar goed, we hebben er moeite mee omdat is aangetoond dat op het federale niveau het budget voor de maximumfactuur inmiddels meer dan verdrievoudigd is, terwijl chronisch zieken nog altijd problemen hebben om de factuur van hun gezondheidszorg te betalen. Dan vind ik het evident dat we grondig evalueren en bijsturen.

Minister Jo Vandeurzen

Met dat laatste ben ik het eens. Maar ik benadruk: het Woonzorgdecreet is de decretale basis om het systeem van de maximumfactuur in te voeren. Dat decreet is door u goedgekeurd. Ik word regelmatig ondervraagd over de wijze waarop ik het Woonzorgdecreet uitvoer. Wel, dit is er een deel van.

Vera Van der Borght

Ik wou juist zeggen: in het Woonzorgdecreet staat heel veel dat vandaag nog niet is gerealiseerd.

We horen vandaag veel over de vermaatschappelijking van de zorg. Vrij vertaald betekent het dat we mensen met een zorgnood meer een beroep laten doen op het eigen netwerk en op reguliere zorgkanalen, vooraleer een beroep te doen op specifieke zorgvormen. Om dit te realiseren, moeten de randvoorwaarden wel vervuld zijn. Meer inzet van thuiszorg is dan onontbeerlijk. De diensten krijgen een groei van welgeteld 2 procent. Wie de maatschappelijke kaart van Vlaanderen bekijkt, ziet een verdunning van de gezinnen. Waar we vroeger driegeneratiegezinnen kenden, zien we vandaag veel alleenstaande ouders met kinderen en sowieso een heleboel alleenstaanden.

Een aantal belangrijke beslissingen wordt naar de volgende regering verschoven, zoals het persoonsgebonden of persoonsvolgend budget (PGB). Dat zal pas worden ingevoerd vanaf 2015, meer dan tien jaar nadat het PGB-decreet werd goedgekeurd in dit parlement. Het moet me van het hart, minister, dat het de voorbije zeven, acht jaar toch heel traag is vooruitgegaan met de noodzakelijke zorgvernieuwing in deze sector.

Het ontwerp van decreet over de voorschoolse kinderopvang zal weldra worden besproken en ter stemming voorgelegd. Het bevat goede zaken, alleen krijgen we geen zicht op het budgettaire kader, toch niet onbelangrijk. Wanneer zullen alle vergunde initiatieven aanspraak kunnen maken op dezelfde subsidiëring? Zullen bijkomende voorwaarden en bijkomende financiering samen lopen? Als we willen vermijden dat massaal veel initiatieven sneuvelen, is dat een conditio sine qua non.

Minister Lieten, de strijd tegen armoede is een blijvende opdracht van elke regering, want armoede is onaanvaardbaar in een ontwikkeld land als het onze. Ondanks alle actieplannen armoedebestrijding blijven positieve resultaten uit: de armoede in Vlaanderen is niet gedaald. De SAR stelde bij de beoordeling van het Vlaams actieplan voor armoedebestrijding voor om te focussen op een beperkt aantal actiepunten die we wel kunnen uitvoeren, in plaats van te komen met ellenlange lijsten met maatregelen.

Die visie delen wij. Voor Open Vld zijn drie inspanningen voor armoedebestrijding cruciaal. Eén, de problemen van kinderen in armoede in het onderwijs moeten dringend worden aangepakt, zodat de kinderen alle kansen krijgen en geen achterstand oplopen. Twee, op het vlak van tewerkstelling moet de begeleiding voldoende doorlopen, ook nadat mensen werk hebben gevonden. Drie, voor diegenen die te ver van de arbeidsmarkt verwijderd zijn, moet een beleid worden gevoerd dat hen leidt naar zinvolle sociale activiteiten, met mogelijk een voorbereiding op een latere participatie in de arbeidsmarkt.

Güler Turan

Mevrouw Van der Borght, bedankt om even terug te komen op de armoedeproblematiek. Minister, het is inderdaad zeer positief dat u de ellenlange lijst, die er was en in uitvoering is, hebt beperkt tot twaalf plus één prioriteiten. Ook op het bestrijden van kinderarmoede wordt verder ingezet.

Minister, wij hebben in de bespreking van alle beleidsbrieven geprobeerd om bij al uw collega’s armoede bovenaan op de agenda te plaatsen. We hebben gezien dat er bij ondernemen een probleem is. Vandaag ging het hier al over verdoken armoede bij de landbouwers. Ook is er de toeleiding van werklozen naar ondernemerschap en de armoede daarbij. Ik wil opnieuw uw aandacht vestigen op het rapport over gekleurde armoede dat twee weken geleden werd voorgesteld. Daar is er nog veel onontgonnen gebied. Daar is er nog heel veel werk aan de winkel. Als sociaal Vlaanderen inzet op armoede, moeten we ervoor zorgen dat we iedereen mee hebben. Ik vraag aan u, coördinerend minister, om er bij al uw collega’s op aan te dringen dat ze in de toekomst ook oog hebben voor gekleurde armoede.

Minister Ingrid Lieten

Mevrouw Van der Borght, wij hebben die prioriteiten ook bekeken. Wij zijn in dialoog getreden met de adviesraden, de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) en het Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen. De regering heeft de prioriteiten die daaruit zijn voortgekomen, bevestigd. Ik kan u geruststellen: wij hebben ook heel wat acties rond kinderarmoede. Ik vind het heel fijn dat u daaraan uw volledige steun toekent.

Mevrouw Turan, wij hebben enkele weken inderdaad de cijfers uit het jaarboek over gekleurde armoede gekregen. Deze hebben een aantal tendensen die er al waren, heel sterk bevestigd. Wij hebben daarover in de regering gesproken. Wij hebben afgesproken dat alle regeringsleden zullen bekijken in hoeverre die cijfers bijkomende inzichten opleveren om hun bestaande acties te finetunen of beter te focussen en om eventueel nieuwe acties op te zetten. De regering zal de dialoog daarover in het begin van volgend jaar voortzetten.

Güler Turan

Voorzitter, ik hoor hier sommige collega’s roepen: “Arm is arm, waarom begint u nu over gekleurde armoede?” Armoedeproblematiek is een complexe problematiek, die we ook gericht naar doelgroepen moeten aanpakken: eenoudergezinnen, mensen in kansengroepen, gehandicapte mensen, ondernemers in armoede, landbouwers in armoede en gekleurde armoede. We moeten daar oog voor hebben. We moeten de armoedeproblematiek in zijn geheel aanpakken, ten behoeve van alle mensen.

Lies Jans

Ik ben het ermee eens dat we in het armoedebeleid prioriteiten moeten stellen. Mevrouw Van der Borght, u zegt dat ook. U haalt als eerste prioriteit de kinderarmoede aan. Dat is zeer terecht. Maar wij hebben geen mirakeloplossing voor de kinderarmoede. Om dat te verhelpen, moeten wij er op alle domeinen op inspelen. Wij moeten acties ondernemen op het vlak van welzijn, gezondheidszorg, onderwijs en tewerkstelling. Als we dat doen, hebben we inderdaad heel wat acties. Het resultaat daarvan is het Vlaams Actieplan voor Armoedebestrijding. Uw kritiek was dat het uit 194 acties bestaat en dat het niet kan dat we de middelen zo versnipperen. Maar het is wel nodig om op al die pistes in te spelen om uiteindelijk aan, bijvoorbeeld, de kinderarmoede een oplossing te bieden.

Mieke Vogels

Voorzitter, ik heb de indruk dat het armoededebat altijd ondergesneeuwd wordt door wollige taal over acties en complexiteit en dat we uit het oog verliezen wat er op het terrein gebeurt. Minister Vandeurzen verwees zelf naar het jaarboek en de onthutsende cijfers over gekleurde armoede. Laat mij toe om te zeggen dat er in het jaarboek Armoede geen enkele actie vermeld staat die structureel ingrijpt op het minder arm maken van kinderen in armoede. Dat heeft te maken met inkomen en toegankelijkheid.

Minister, net voor dit debat hadden we het over mobiliteit en openbare werken. Heel wat gekleurde armoede tekent zich af op het openbaar vervoer. Mensen in armoede zijn gedwongen om het openbaar vervoer te gebruiken want ze hebben geen alternatief. In het vorige debat ging het over eventuele besparingen in het tarievenbeleid bij De Lijn. Minister, ik reken op u om ervoor te zorgen dat de sociale tarieven niet zullen worden aangepakt en verhoogd, en dat minstens de mobiliteit van mensen in armoede zal worden gegarandeerd. Dan hebben we een concrete maatregel. Ik pleit voor meer concrete maatregelen in plaats van altijd maar proefprojecten, kleine dingen en veel geblaat over complexiteit.

Lies Jans

Mevrouw Vogels, u volgt het armoedebeleid op. U hebt het altijd over wolligheid. Het Vlaams Actieplan bevat nu net concrete maatregelen. U zegt zelf dat het inkomen het begin is van de strijd tegen armoede.

Het Vlaams Actieplan voor Armoedebestrijding bevat concrete werkgelegenheidsmaatregelen om dit te verhelpen. Ik weet dan ook niet waarover mevrouw Vogels het heeft.

Mieke Vogels

Van een totaal van 196 maatregelen zijn er zes of zeven geselecteerd die de Vlaamse Regering echt belangrijk vindt. Tijdens het debat over het Vlaams Actieplan voor Armoedebetrijding hebben we die maatregelen besproken.

Waar gaat het concreet over? Er komt geld voor het steunpunt om de armoede verder te bestuderen. Dat is een concreet resultaat. Het is echter nog niet duidelijk wat zal gebeuren met de middelen die uit de schrapping van de jobkorting voortvloeien. Minister Muyters is hier aanwezig. Er is beloofd dat een aantal tewerkstellingsprojecten voor mensen in armoede tot stand zouden worden gebracht. Dat is concreet. Het gaat echter om een paar projecten en niet om een structurele verbetering van de toestand van kinderen in armoede.

Een structurele verbetering van de toestand van kinderen in armoede bestaat uit een betere huisvesting, een gezondere voeding of een daling van het aantal kinderen in de klas. Dat zijn structurele maatregelen om de armoede aan te pakken. Dat is beter dan het zoveelste steunpunt of een paar projecten. Die projecten zijn waardevol, maar het blijft steeds bij projecten.

Ik nodig mevrouw Vogels uit het verslag te lezen van het debat dat we gisteren tijdens de plenaire vergadering over het beleidsdomein Werk hebben gevoerd. Ik heb toen een stand van zaken met betrekking tot de alternatieven voor de jobkorting gegeven.

Cindy Franssen

Ik wil toch even op de woorden van mevrouw Vogels reageren. De ene keer staan er te veel en de andere keer staan er weer te weinig matregelen in het actieplan. De Vlaamse Regering is zelf kritisch geweest. Uit de Vlaamse Armoedemonitor is gebleken dat we te weinig vooruitgang boeken. Er is gekozen voor een aantal prioriteiten die op de sociale grondrechten met betrekking tot de verschillende levensdomeinen teruggaan. Een concreet voorbeeld hiervan is de Vlaamse vrijetijdspas, die onder de verantwoordelijkheid van minister Schauvliege valt.

Wat concrete maatregelen inzake de kinderarmoede betreft, wil ik erop wijzen dat we in de commissie een voorstel van resolutie hebben ingediend met 41 aanbevelingen om de aanpak van de Vlaamse Regering aan te scherpen. (Opmerkingen van mevrouw Vera Van der Borght)

Nu zijn het blijkbaar te veel aanbevelingen. De oppositie weet niet altijd wat ze wil.

Mevrouw Vogels heeft de bespreking van dat voorstel van resolutie niet bijgewoond. Indien ze de kinderarmoede zo belangrijk vindt, ga ik ervan uit dat ze dit voorstel van resolutie deze namiddag zal steunen.

Mieke Vogels

Ik geloof niet meer in resoluties. We kunnen hier nog honderd resoluties goedkeuren. Geen enkel mens met honger zal daar minder honger van krijgen. Geen enkel gezin met kinderen dat nu in de kou zit, zal het warm krijgen van een vrijetijdspas. We morrelen in de rand. De echte problemen met betrekking tot armoede, zoals slechte huisvesting, onvoldoende toegang tot kwalitatief onderwijs of slechte toegang tot de gezondheidszorg, worden niet aangepakt. Dat is de essentie. (Applaus van de heer Filip Watteeuw)

Minister Ingrid Lieten

Mevrouw Vogels heeft twee vragen gesteld. Voor ik op de eerste vraag antwoord, wil ik opmerken dat ik wel degelijk in resoluties geloof. De Vlaamse Regering zal het voorstel van resolutie over kinderarmoede ter harte nemen en nagaan hoe ze haar doelstellingen nog scherper kan formuleren.

De Vlaamse Regering heeft een actieplan opgesteld dat concrete structurele maatregelen bevat. Die maatregelen worden nu al voor een groot gedeelte uitgevoerd. Voorbeelden hiervan zijn de invoering van de huursubsidie, de uitbreiding van het aantal plaatsen in de kinderopvang en de inkomensgerelateerde kinderopvang. Minister Vandeurzen houdt zich met dat decreet bezig. Met betrekking tot de werk-welzijnstrajecten proberen we een nieuwe methodiek uit. Het is de bedoeling die trajecten verder in het hele tewerkstellingsbeleid te integreren. Daar is minister Muyters dan weer mee bezig.

Volgens mevrouw Vogels morrelen we maar wat in de marge. Ik aanvaard die kritiek niet. De hele Vlaamse Regering wil hier op een structurele manier en in alle beleidsdomeinen aan werken.

De tweede vraag van mevrouw Vogels heeft betrekking op de mobiliteit. Ik deel haar bezorgdheid. Ik wil hier echter aan toevoegen dat ze niet enkel op mij, maar op heel de Vlaamse Regering een beroep kan doen. In het Vlaams regeerakkoord staat duidelijk vermeld dat de tarieven enkel zullen worden geïndexeerd. Het is net onze bedoeling ervoor te zorgen dat zo veel mogelijk mensen het openbaar vervoer gebruiken. Dit is niet enkel belangrijk voor het milieu en voor de leefbaarheid van de steden. Mobiliteit is ook essentieel voor de individuele ontplooiing van iedereen.

Mieke Vogels

Zo-even bleek nog dat het regeerakkoord over mobiliteit niet echt sluitend is. Ook de heer Van Rompuy heeft daarover uitspraken gedaan. U moet ook ophouden met zaken te zeggen die niet juist zijn. De uitkering van de huursubsidies is nog steeds niet gerealiseerd. De zaak is opnieuw met zes maanden uitgesteld. Enkel mensen die al vijf jaar op de wachtlijst staan, komen in aanmerking. Steeds meer mensen kunnen hun huishuur niet betalen. 85.000 mensen wachten op een sociale woning. Die huursubsidies remediëren dus niet aan de structurele armoede, en dat geldt ook voor de andere maatregelen.

Vera Van der Borght

Voorzitter, ministers, collega's, ik wil nog even reageren op wat mevrouw Franssen en mevrouw Jans zegden. Onze strategische adviesraad (SAR) adviseert ons om het aantal actiepunten te beperken – in het Vlaams Actieplan staan er 196 en in de resolutie 41 – en om ervoor te zorgen dat een beperkt aantal ook daadwerkelijk wordt uigevoerd. Ik ondersteun dat standpunt.

Ik besluit. Er worden voor Welzijn extra middelen uitgetrokken. Volgens ons wordt het geld niet oordeelkundig besteed. Onze visie verschilt van die van de meerderheid. 2012 kan een scharnierjaar worden, maar dan moet u dat wel willen. Ik vrees evenwel dat met de voorliggende begroting kansen worden gemist. U krijgt evenwel nog de kans om in februari een en ander recht te trekken.

De voorzitter

Mevrouw De Vits heeft het woord.

Mia De Vits

Voorzitter, minister, collega’s, het is al dikwijls gezegd: wij beleven moeilijke economische en budgettaire tijden. In dergelijke periodes is het belangrijk dat een regering durft investeren. Als Europa lidstaten en regio’s alleen maar aanspoort om te saneren, dan zullen onze groeicijfers naar beneden tuimelen. Het is positief dat de Vlaamse Regering onder meer investeert op het vlak van welzijnsbeleid. Ik denk dat zij dat ook doet in de aangewezen domeinen. Als sp. a hebben wij geijverd voor bijkomende middelen voor welzijn. Ik wil enkele van onze accenten nog eens op een rijtje zetten.

– De heer Carl Decaluwe, ondervoorzitter, treedt als voorzitter op.

Om te beginnen is het belangrijk te investeren in kinderopvang. Met de goedkeuring van het decreet over de kinderopvang door de Vlaamse Regering op 18 november, zetten wij een belangrijke stap vooruit. Er wordt fors geïnvesteerd in de uitbreiding van het aanbod aan kinderopvang, zodat tegen 2020 elk kind het recht op een betaalbare kwaliteitsvolle plaats verwerft. Dat decreet moet hier nog worden goedgekeurd en nadien worden uitgeklaard via uitvoeringsbesluiten. De klok tikt. Als wij het kaderdecreet willen uitvoeren binnen het uitgezette tijdspad, dan zullen wij het tempo er moeten inhouden. Daarbij moeten wij rekening houden met de ongerustheid in de sector. Zo vreest de gesubsidieerde kinderopvang bijvoorbeeld dat onthaalouders acht kinderen zullen moeten opvangen. De problemen en zorgen van de zelfstandige sector zijn u ook bekend. Het komt er nu op aan om het recht op kinderopvang tegen 2020 te garanderen, en dat kan enkel dankzij een groeipad voor de gesubsidieerde en de zelfstandige sector.

De tweede investering is voor personen met een handicap. Voor ons is het belangrijk dat er bijkomende middelen worden ingezet, en vooral dat er tijdens deze regeerperiode een omslag wordt gemaakt naar een meer vraaggestuurde zorg en een zorg op maat. We begrijpen dat er inspanningen worden geleverd om de personeelsnoden in te vullen. Dat is ook nodig, maar er is vooral nood aan nieuwe plaatsen voor personen met een handicap.

Ten derde moeten we investeren in armoedebestrijding. We hebben een coördinerend minister voor Armoedebestrijding, maar elk beleidsdomein moet dit integreren. In 2012 is er 750.000 euro extra uitgetrokken voor de projectmatige subsidiëring van samenwerkingsverbanden van erkende instellingen voor schuldbemiddeling. Samenwerken moet binnen deze sector, maar de vraag blijft hoe we de wachtlijsten voor schuldbemiddeling kunnen verminderen.

Minister, u zei terecht dat toegankelijkheid, preventie en kwaliteit voorop moeten staan. Ook lokale besturen moeten hier mee aan de kar trekken. In de commissie hebt u gesuggereerd om schuldbemiddeling als criterium op te nemen bij de financiering van de lokale overheden door het Gemeentefonds. Dat is goed, maar ik verwacht volgend jaar een concreet initiatief.

Minister, het komt toe aan de lokale overheid om van schuldbemiddeling een prioriteit te maken. Maar dan moeten er streefcijfers zijn en een duidelijke timing. Dat is het belangrijkste. Samenwerken is zinvol, voldoende middelen plannen is noodzakelijk, maar we moeten vooral de wachtlijsten wegwerken. (Applaus)

De voorzitter

Mevrouw Stevens heeft het woord.

Helga Stevens

Voorzitter, ministers, collega’s, de beleidsbrief en bijbehorende begroting die hier wordt besproken, kunnen op de goedkeuring van onze fractie rekenen. Ondanks deze moeilijke economische tijden, zal de Vlaamse Regering haar belofte nakomen om een welzijns- en investeringsregering te zijn. De begroting 2012 legt een duidelijk accent op de welzijns- en zorgsector. Het budget voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin stijgt met 203 miljoen euro. Een belangrijk deel daarvan gaat naar de uitbreiding van het aanbod. We zullen dat geld gebruiken om meer te investeren in zorg aan huis, ambulante hulp en zorg op maat.

De tijd ontbreekt me om op alle slakken zout te leggen, maar ik ga even dieper in op enkele punten. Onze fractie is tevreden dat aanbevelingen van de commissie Jeugdzorg worden opgenomen in de beleidsbrief en de begroting. De uitbreiding van het ambulante aanbod en pleegplaatsingen, en de oprichting van vertrouwenscentra voor kindermishandeling zijn belangrijke maatregelen om tegemoet te komen aan de noden van deze sector. Uiteraard willen we tegelijk ook proberen om zoveel mogelijk jongeren uit de bijzondere jeugdzorg weg te houden. Ook daarom vinden we de extra budgetten voor preventieve gezinsondersteuning goed. Een stabiele gezinssituatie en een degelijke opvoeding zijn nog steeds belangrijke factoren die er mee voor zorgen dat jongeren ook tijdens de turbulente tienerjaren op het rechte pad blijven. Opvoeden wordt steeds moeilijker, gezinnen moeten daarin de nodige ondersteuning kunnen krijgen.

De N-VA is ook tevreden met het uitgetekende gezinsbeleid. De kinderopvang krijgt 22 miljoen euro extra in 2012. 15 miljoen euro zal worden gebruikt om 1500 bijkomende inkomensgerelateerde opvangplaatsen te realiseren en om de vergoeding per plaats per dag op te trekken van 25,75 euro tot 28,95 euro. Op deze manier wordt de leefbaarheid van dit systeem vergroot. De overige 7 miljoen euro wordt geïnvesteerd in de uitbreiding van het aanbod met ongeveer 1200 plaatsen.

Deze inspanningen mogen niet onderschat worden. Immers, dankzij de kinderopvang kunnen gezinnen werk en gezin combineren. Daar extra in investeren is dus van groot belang, willen we zo veel mogelijk mensen aan de slag houden.

Ook de kindpremie is zo’n gezinsondersteunende maatregel. Als N-VA staan wij daar nog steeds achter. De maatregel, die 14,5 miljoen euro kost – wat niet veel is als je het totale budgettaire plaatje bekijkt – betekent een duwtje in de rug van de gezinnen. Door deze forfaitaire premie te koppelen aan een bezoek bij Kind en Gezin, worden bovendien twee vliegen in één klap geslagen. We zijn tevreden dat hiermee, samen met de opstart van de maximumfactuur thuiszorg, belangrijke delen van het regeerakkoord worden uitgevoerd.

Het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) krijgt in totaal ruim 74 miljoen euro extra in 2012. Hiervan dient 36,7 miljoen euro voor het uitbreidingsbeleid. Dat zijn stevige bedragen. Gaan we met deze inspanningen de wachtlijsten volledig wegwerken? Helaas niet, jammer genoeg. Want de noden zijn groot. Maar het is wel een stap in de goede richting. Vergeet niet dat deze Vlaamse Regering de afgelopen twee jaar al 53,8 miljoen extra investeerde in het uitbreidingsbeleid.

Bovendien wordt dit jaar definitief de stap gezet in de richting van een persoonsvolgende financiering, een mijlpaal in deze sector. De N-VA zal deze evolutie nauwlettend opvolgen. Het is belangrijk dat de persoon met een handicap meer vat heeft op zijn of haar ondersteuning en dat de zorg evolueert in de richting van een vraaggestuurde zorg. Zorg op maat dus.

Met stip wil ik noteren dat de minister ook de andere vakministers wil betrekken bij zijn beleid, dit in de geest van het VN-verdrag voor de Rechten van Personen met een Handicap. Immers, een handicap raakt aan alle beleidsdomeinen. Kinderen met een handicap gaan naar school. Personen met een handicap gaan uit werken, moeten soms de bus nemen, hebben vrije tijd. Ook zij worden ouder. Ze moeten ergens wonen. Meer transversaal beleid is hard nodig. Maar niet alleen voor personen met een handicap, ook voor jongeren in de jeugdzorg. Ook voor ouderen enzovoort.

Minister, beste collega’s, ik rond af. We zijn als fractie tevreden dat de Vlaamse Regering de aangegane initiatieven in het regeerakkoord zo veel mogelijk in daden weet om te zetten. We gaan van vandaag op morgen niet alle problemen oplossen, maar deze maatregelen illustreren het beleid dat deze Vlaamse Regering voor ogen heeft: sociaal en gezinsvriendelijk. (Applaus)

De voorzitter

Mevrouw Franssen heeft het woord.

Cindy Franssen

Voorzitter, minister, dames en heren, ik zal het over armoede hebben. Dat zal u niet verbazen. De woorden ‘armoede’ en ‘armoedebestrijding’ zijn nog nooit zoveel gedrukt geworden. Wekelijks duikt er wel een persartikel op over armoede. Het staat in het Vlaams actieplan, in de beleidsnota en -brieven, in het Vlaams regeerakkoord, het Pact 2020, Vlaanderen in Actie, 2010 was het Europees jaar van de strijd tegen armoede.

We zijn ondertussen halverwege de legislatuur. Het wordt tijd om even aan kritische zelfreflectie te doen. Het is hoog tijd voor een tussentijdse stand van zaken, want ondanks de goede intenties blijven de cijfers alarmerend! U weet dat ik probeer de vinger aan de pols te houden.

Vorige week kwam het 20e jaarboek van het Centrum Ongelijkheid, Armoede, Sociale Uitsluiting en de Stad (OASeS) uit. Er is in 2011 voor het eerst opnieuw sprake van een stijging, zeker wat de kinderarmoede betreft. Ook Decenniumdoelen trekt aan de alarmbel met betrekking tot de implementatie van het Vlaams actieplan. De scores van Kind en Gezin tonen een verdubbeling van het aantal geboortes in kansarme gezinnen aan in minder dan tien jaar tijd. De Vlaamse Regering trok zelf aan de alarmbel door die dertien prioriteiten naar voren te schuiven waar CD&V zich kan in vinden, temeer omdat ze mede door de SERV-partners worden ondersteund.

De specifieke doelgroepen waar bijzondere aandacht voor vereist is, werden gespecificeerd: kinderarmoede, armoede bij senioren, gekleurde armoede. Deze keuzes sluiten aan bij het middenveld. Het jaarthema van Welzijnszorg : ‘Armoede is geen kinderspel’. Volgend jaar zullen zij focussen op armoede bij senioren. Ik ben ervan overtuigd dat u hier samen met de bevoegde minister van Welzijn Vandeurzen sterk zult op inzetten.

De CD&V-fractie is tevreden met de vooruitgang die geboekt wordt op het vlak van de armoedetoets, de implementatie van de quickscan, het proactief onderzoeken van de armoede-incidentie van het beleid op verschillende domeinen. Ook het nieuw Steunpunt Beleidsrelevant Onderzoek Armoede, dat met de start van het nieuwe jaar het licht zal zien, vinden we bijzonder positief. Ook het middenveld ondersteunt dit.

Minister, de eerste fase van planning zijn we ontgroeid. De tweede fase van monitoring heeft ons doen focussen op de kern van de zaak. Nu moeten we overschakelen naar de derde versnelling: het ombuigen van de armoedecijfers. Budgetten en timing, dames en heren van de Vlaamse Regering, zijn hierbij de sleutelwoorden. We staan voor grote uitdagingen. Om de doemscenario’s het hoofd te bieden zoals de wijd verspreide verwachting van een algemene verarming, van een groeiende polarisering en van de afbouw van het draagvlak van de solidariteit, zullen we proactief moeten zijn. Proactief om de nieuwe bevoegdheden en hefbomen die met de staatshervorming naar Vlaanderen zullen komen, te ontluizen van mattheuseffecten en de nieuw te implementeren beleidsmaatregelen en bevoegdheden te onderwerpen aan de armoedetoets en waar mogelijk de sociale rechten te automatiseren. De tijd dringt, minister, maar dit kan een scharniermoment zijn. Ik daag de Vlaamse Regering uit.

De voorzitter

Mevrouw De Wachter heeft het woord.

Else De Wachter

Voorzitter, minister-president, ministers, collega’s, Welzijn is een heel uitgebreid bevoegdheidsdomein. Mevrouw De Vits heeft al een aantal thema’s die voor ons belangrijk zijn, toegelicht. Ik wil nog een paar klemtonen leggen.

Het is een belangrijke beleidsbrief, die toch wel ambitieus is en waaraan wij met u zeker wensen te werken. In een aantal dossiers die ik wil benadrukken, staan jongeren en kinderen centraal. Dat zal u wellicht niet verwonderen. In 2012 zijn er voor ons enorme uitdagingen. U geeft ze ook aan in de beleidsbrief. Zeer belangrijk voor ons is dat uit al die dossiers blijkt dat, als we er nu in investeren, we in de toekomst een enorm rendement kunnen realiseren. Het gaat niet alleen om meer middelen, maar het gaat ook vaak om de herschikking van middelen.

Vorige week hebben we in de commissie het voorstel van decreet inzake interlandelijke adoptie goedgekeurd. Ik veronderstel dat we hierover verder zullen kunnen debatteren na het reces. Niet alleen het decreet zelf is belangrijk, maar ook de uitvoeringsbesluiten want dan pas kan het echte werk van start gaan. Ik denk aan het instroombeheer, het kanaalonderzoek, de contacten met ambassades en consulaten.

Het is belangrijk dat bij Welzijn niet alleen initiatieven worden genomen en decreten vorm krijgen, maar dat ze ook in de praktijk worden gebracht. Er is het komende jaar nog heel wat werk om dit alles in de praktijk te brengen.

Een tweede dossier waar ik even bij stilsta, is de pleegzorg. We hebben ook hier de voorbije weken duidelijk over gediscussieerd in de commissie Welzijn. Hoe staat het met de pleegzorg in Vlaanderen? Waar moeten we naartoe? Ook hiervoor zal 2012 een heel belangrijk jaar worden, staat er in de beleidsbrief.

Er is al herhaaldelijk verwezen naar de Commissie Jeugdzorg. We zullen de uitvoering van de moties opvolgen. Ook pleegzorg is hierin cruciaal. Het is bewezen dat vooral voor kleinere kinderen en jongeren pleegzorg, na uiteraard het eigen gezin, de tweede belangrijkste oplossing is om tegemoet te komen aan hun noden.

Ook hier zullen we verder moeten bekijken, minister, wat met het oog op de middelen de belangrijkste oplossing is voor deze doelgroep. Ik denk daarbij niet alleen aan preventie en sensibilisatie, maar ook aan het statuut van de pleeggezinnen. Laat het heel duidelijk zijn dat het uiteraard niet alleen gaat om de verloning. Pleeggezinnen vragen niet alleen verloning, maar vooral ook ondersteuning bij kosten en werkingskosten waar ze mee te maken krijgen. Ook dat moeten we in 2012 absoluut verder kunnen aanpakken.

Een derde belangrijk dossier is de overheveling van de federale naar de Vlaamse overheid van het jeugdsanctierecht. In de bijzondere jeugdzorg is dit al vaak aan bod gekomen. We zullen moeten bekijken hoe het op Vlaams niveau kan worden geïmplementeerd. Het gaat niet alleen over detentie, maar vooral ook over maatregelen om jongeren de nodige zorg op het gepaste niveau te kunnen aanbieden.

Het werd al door verschillende collega’s aangehaald dat 2012 ook het jaar is van het bestrijden van kinderarmoede. Ook daarbij staat het kind centraal. Zoals de collega’s al hebben gezegd, moet niet alleen dit niveau, maar moeten alle beleidsdomeinen ter zake hun verantwoordelijkheid nemen.

Minister, naast de Commissie Bijzondere Jeugdzorg waar we de moties zullen opvolgen, wil ik ervoor pleiten dat we bondgenoten worden om samen te werken aan de uitvoering van de beleidsbrief. Het is heel belangrijk voor alle kinderen en jongeren in Vlaanderen dat wat in de budgetten en in de begroting is opgenomen, ook effectief wordt uitgevoerd het komende jaar. (Applaus bij sp.a en de N-VA)

De voorzitter

De heer Dehaene heeft het woord.

Tom Dehaene

Voorzitter, minister, ik heb drie minuten spreektijd gekregen en ik wil me daarin beperken tot een aantal zaken. Eigenlijk zou ik kunnen voorstellen om ons te beperken tot drie minuten applaus, want dat is wat onze minister verdient. (Applaus. Opmerkingen)

Minister, ze horen het niet graag, maar zelfs de oppositieleden zullen moeten toegeven dat dit voor wat Welzijn betreft een heel mooie begroting en een goede beleidsbrief zijn, vandaar dat ik wou oproepen om mijn drie minuten te gebruiken om te applaudisseren, maar ik twijfel eraan dat ik de oppositie zo ver krijg.

Het is een begroting die extra middelen krijgt: 203 miljoen euro, een gigantisch bedrag. We kunnen dat alleen maar toejuichen. Er zitten heel veel nieuwe zaken in de pijplijn, ze wachten op uitvoering. De collega’s hebben er al naar verwezen, ik hoef niet in herhaling te vallen. 2012 kunnen we in dit parlement gerust uitroepen tot het jaar van de decreten binnen Welzijn. Er staan heel wat decreten op stapel. Ik geef u graag een overzichtje.

Er is een decreet over kinderopvang, over eerstelijnsgezondheidszorg, het GEWIN-decreet (Gezondheids- en Welzijnsinformatieplatform), over de Vlaamse sociale bescherming, over adoptie, over pleegzorg en over gezinsondersteuning. U merkt het, collega’s, er zitten heel veel decreten aan te komen.

Gelukkig hebben we daar veel extra middelen voor kunnen vrijmaken. Voor kinderopvang – ik onderstreep het graag – hebben we 22 miljoen euro: enerzijds voor uitbreiding en anderzijds voor extra ondersteuning en extra plaatsen die inkomensgerelateerd zijn. Ook dat is een belangrijke pijler in het nieuwe decreet. Het is de bedoeling om nog veel meer plaatsen te maken waarvan de bijdrage van de ouders gekoppeld zal zijn aan het inkomen.

Het zijn een heel mooie beleidsbrief en een mooie begroting. Ik vind het mijn taak, minister, om mijn collega’s te waarschuwen voor februari. De begroting is inderdaad opgesteld aan de hand van de toen beschikbare gegevens. We weten allemaal dat er ondertussen heel veel gebeurd is en we weten dat er een oefening zit aan te komen tegen februari. Ik doe dan ook een heel warme oproep aan alle collega’s om de geplande uitbreiding in Welzijn, die nodig is en die gedragen wordt door zowel de meerderheid als de oppositie, zo veel mogelijk te vrijwaren en om Welzijn in februari goed en zacht te behandelen. (Applaus bij CD&V, de N-VA en sp.a)

Verontschuldigingen
Regeling van de werkzaamheden

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.