U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 7 december 2011, 15.02u

van Wilfried Vandaele aan minister Joke Schauvliege, beantwoord door minister Jo Vandeurzen
119 (2011-2012)
De voorzitter

Het antwoord wordt gegeven door minister Vandeurzen.

De heer Vandaele heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, 2011 is een rampjaar op het gebied van de concentratie van fijn stof. Al op 16 plaatsen in Vlaanderen werd een langdurige overschrijding van de norm gemeten.

We kennen het probleem en we kennen ook de oorzaken. De Vlaamse Regering heeft al een aantal stappen gezet met het actieplan ‘fijn stof’, het luchtkwaliteitsplan, de vergroening van de belasting op de inverkeerstelling (BIV) en verkeersbelasting. Toch geraken we er niet. Onze doelstellingen liggen nog zeer veraf.

Dit weekend stond er in Gazet van Antwerpen een artikel van professor Wilfried De Backer. Hij is pneumoloog en heeft onderzoek gedaan naar fijn stof in de Craeybeckxtunnel. Hij zegt op een bepaald moment – en dat vind ik toch wel een ferme uitspraak – dat de Vlaamse overheid geen rekening houdt met de resultaten van zijn onderzoek. Als we als overheid onderzoek laten doen, is het altijd de bedoeling om er iets van te gebruiken in het beleid, los van het feit dat die professor misschien wat ontgoocheld is omdat een nieuw project niet aanvaard is door het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT), los van het feit dat er misschien ook nog geen tijd is geweest om die resultaten te implementeren in het beleid, los van het feit dat we als parlement misschien eens in eigen boezem moeten kijken – want wij maken ook beleid en moeten ook kijken naar resultaten van wetenschappelijk onderzoek.

Toch wilde ik minister Schauvliege – maar u zult daar net zo goed op antwoorden – vragen hoe ze reageert op die toch wel forse bewering dat ze geen rekening houdt met wetenschappelijk onderzoek.

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Namens minister Schauvliege kan ik u het volgende antwoorden. De metingen die hebben plaatsgevonden in de Craeybeckxtunnel bevestigen eigenlijk dat de concentratie in tunnels en aan tunnelmonden hoger is dan in de buitenlucht. Dat blijkt ook uit eerdere metingen en uit modelleringsstudies. Diverse studies hebben de impact van fijn stof op de gezondheid aangetoond. Het zal u uiteraard heel goed bekend zijn dat de Vlaamse overheid een aantal actieplannen en maatregelen heeft ontwikkeld om die emissies en die concentraties aan fijn stof terug te dringen.

U weet dat in 2005 het algemene Vlaams stofplan in werking is gesteld, dat een aantal emissiereducerende maatregelen bevat, zowel voor de industrie als voor gebouwenverwarming, landbouw en transport. In 2007-2008 is dat plan aangevuld met zonegerichte actieplannen, met als doel het stofprobleem in de industriële hotspotzones, waaronder de haven van Antwerpen, de Gentse kanaalzone en Oostrozebeke, te reduceren. Dat heeft geleid tot aanzienlijke stofreducties bij enkele grote industriële bronnen, en tot een aantal bijkomende maatregelen in het lokaal transport. U weet ook dat het systeem van het smogalarm in werking is gesteld. Ik meen dat ik u dat niet verder, tot in de technische details hoef uit te leggen.

Als gevolg van al die maatregelen is in de periode 2005-2010 de totale Vlaamse fijnstofuitstoot verder teruggedrongen met 17 procent, van 21 tot 17,5 kiloton. De emissies door het transport zijn in die periode met 25 procent gereduceerd, van 6,2 tot 4,7 kiloton. We kunnen dus stellen dat het fijnstofreductiebeleid van de afgelopen jaren in het algemeen daadwerkelijk vruchten heeft afgeworpen, en heeft geleid tot een vermindering van de gezondheidsaspecten. U weet ook dat het verkeer een relatief beperkte invloed heeft op de concentraties aan fijn stof in de lucht, doordat de zeer fijne stofdeeltjes slechts in geringere mate bijdragen aan de massa fijn stof. Het verkeer heeft natuurlijk wel een belangrijke invloed op de gezondheid, en als proxy voor de gezondheidsimpact wordt dikwijls de concentratie aan elementair koolstof gebruikt. Maatregelen verminderen op dezelfde wijze de concentratie aan stikstofdioxide als de concentratie aan elementair koolstof.

Recent werd een stikstofdioxideplan goedgekeurd. Ook dat moet een positieve impact hebben op de gezondheid. In het plan ligt de focus op maatregelen die de emissie door het verkeer moeten verminderen. Om de luchtkwaliteitsdoelstellingen te halen en de impact op de gezondheid van verkeersemissies te verminderen, wordt, zoals u weet, ingezet op een betere doorstroming op het hoofdwegennet, op een doorgedreven vergroening van het voertuigenpark, op de efficiëntieverbetering van het wegverkeer ter beheersing van de groei van de voertuigkilometers en op een vermindering van de directe blootstelling op plaatsen waar huizen dicht bij snelwegen staan.

Kortom, er zijn een aantal maatregelen genomen. Die plannen worden uitgevoerd. U weet ook dat er om de blootstelling aan luchtverontreiniging door het verkeer te verminderen, een brochure is gemaakt voor de ruimtelijke planners, de stedenbouwkundigen en de deskundigen die het milieueffectenrapport (MER) opstellen. Het is dus niet zo dat er moet worden gekeken naar een reactie van de Vlaamse overheid op die ene studie. Er moet worden gekeken naar de totale reactie van de Vlaamse overheid met betrekking tot deze problematiek. Die reactie is er wel degelijk.

Minister, ik wil even ingaan op die gezondheidsaspecten. Daarom is het goed dat u hier staat, en niet minister Schauvliege. De professor stelt dat Vlaanderen zich te veel toespitst op de door Europa opgelegde norm, en te weinig op de gezondheidsimpact. Ik ben soms geneigd om hem daarin gelijk te geven, ook als ik andere deskundigen hoor. We leven in een heel dichtbevolkt land. Misschien mogen we ons niet blindstaren op die norm, maar moeten we ook stilstaan bij die gezondheidsimpact. Dat is eigenlijk ook wat u hebt gezegd. Kunt u daar aanvullend nog iets aan toevoegen?

De voorzitter

De heer Sanctorum heeft het woord.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Minister, uw collega bevindt zich natuurlijk in Durban, als minister verantwoordelijk voor het klimaat. Dit is uw thema niet, dus ik zal het u persoonlijk niet verwijten, maar uw antwoord voldeed totaal niet. Uw antwoord ging totaal voorbij aan de realiteit met betrekking tot fijn stof in Vlaanderen.

Minister, in Vlaanderen halen we de normen niet. De fijnstofconcentraties stijgen opnieuw. Op meerdere locaties halen we de normen van verleden jaar niet. Er is dus opnieuw een stijgende trend op het vlak van fijn stof. Vandaag zijn er al op 17 locaties normoverschrijdingen. Europa dreigt met boetes.

De Vlaamse Regering doet sinds deze legislatuur zo goed als niets. Er is inderdaad een Actieplan fijn stof, het dateert al van enkele jaren terug, maar er wordt geen nieuw beleid gevoerd. Telkens als we minister Schauvliege hiermee confronteren, wordt er gezegd: “Ja, maar we voeren wel onderzoek”. Nu schroeft men blijkbaar zelfs dit onderzoek terug! Op vlak van dit concrete dossier inzake het onderzoek, hebt u totaal geen antwoord gegeven. Met andere woorden: in Vlaanderen heerst een non-beleid op het vlak van fijn stof!

De voorzitter

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Voorzitter, minister, ook wat de Open Vld betreft, moet er zeker nog een tandje bij worden gestoken wat het beleid inzake de vermindering van het fijn stof betreft. U praat over de nieuwe BIV en de vergroening van ons wagenpark, maar wat ons betreft, is de nieuwe regeling die voorop wordt gesteld, zeker niet voldoende.

Er werd daarnet ook een studie van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) bekendgemaakt over de houtverbranding. Ook bij de bespreking van de beleidsbrief met minister Schauvliege hebben we gezien dat daarbij veel toxische stoffen vrijkomen, vooral fijn stof. Er is een scherpere aanpak nodig.

Minister, aangezien u minister van Welzijn bent, zou ik u willen vragen wat er verder zal gebeuren in verband met de houtverbranding en het vrijkomen van fijn stof.

Minister Jo Vandeurzen

Dames en heren, mijn excuses dat ik inzake een aantal technische aspecten niet voldoende kan antwoorden. Ik kan u wel bevestigen dat we uiteraard heel goed beseffen dat er een relatie is met het volksgezondheidsbeleid. Als u de beleidsbrief 2012 erbij neemt, zult u zien dat er heel uitdrukkelijk in staat dat we in verband met dat thema opnieuw in het overleg met de administraties moeten bekijken of een aantal zaken op het vlak van volksgezondheid aanleiding moeten geven tot een aantal initiatieven. Dat overleg is bezig.

U weet dat ons agentschap een aantal aanbevelingen doet ten aanzien van mensen die met nieuwe projecten willen starten, aanbevelingen met betrekking tot de lokalisaties. Ik wil graag bevestigen dat op dit punt het overleg bezig is tussen de betrokken administraties. Ik hoop er binnenkort een rapportering over te krijgen en die zal aanleiding geven tot overleg met mijn collega over deze problematiek.

Voorzitter, de heer Sanctorum gaf bijna de indruk dat minister Schauvliege op de vlucht is gegaan naar Durban om deze vraag te vermijden. Ik neem aan dat dat niet zo is.

Ik ben het met hem eens dat we in elk geval extra inspanningen moeten doen om het fijnstofprobleem aan te pakken. Mijn vraag ging uit van de metingen in de Craeybeckxtunnel, een situatie van emissie of uitstoot en niet zozeer van luchtkwaliteit of immissie. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

Het incident is gesloten.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.