U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 23 november 2011, 14.02u

De voorzitter

De heer Bouckaert heeft het woord.

Boudewijn Bouckaert

Minister, u hebt waarschijnlijk al uit de pers vernomen dat het aantal inschrijvingen in de hogescholen enorm stijgt. Dat kan een bron van vreugde zijn, maar dat is ook een bron van zorgen. We zien dat er dit jaar 6390 studenten bij zijn gekomen. Dat is een zeer significante stijging van 5 procent. De afgelopen vijf jaar zijn er 29.000 studenten bij gekomen.

Nu blijkt dat de financiering van ons hoger onderwijs niet volgt. Er is geen gelijklopende expansie van de financiering. De heer Oosterlinck, als voorzitter van de Associatie K.U.Leuven, toch een belangrijke actor in het Vlaams onderwijslandschap, heeft gezegd dat door de financiering op basis van vijf jaar geleden er 80 miljoen euro te weinig subsidies zijn. Hierdoor begint de kwaliteit te dalen. Vandaar dat verscheidene actoren in het onderwijs opperen om na te denken over bijkomende financiering, onder meer door een verhoging van het inschrijvingsgeld. Men zegt dat het inschrijvingsgeld in Vlaanderen 570 euro bedraagt. In Wallonië is dat meer dan 800 euro. Wallonië ligt geografisch toch niet zo ver van ons, het is toch een land met een gelijklopende onderwijscultuur. Het is niet te vergelijken met bijvoorbeeld de Verenigde Staten, dat wel ver ligt.

Minister, sluit u nog altijd, zoals bij vorige gelegenheden, een verhoging van het inschrijvingsgeld uit? Of voorziet u in een bijkomende financiering voor de hogescholen, want het water staat hun blijkbaar aan de lippen?

De voorzitter

Minister Smet heeft het woord.

Minister Pascal Smet

Voorzitter, dit is geen nieuw debat. Wij hebben nog niet zo lang geleden hierover gepraat in de commissie. Ik denk dat de fractie van de heer Bouckaert zowat de enige in dit parlement is die pleit voor een verhoging van de inschrijvingsgelden voor het hoger onderwijs. Ik heb al meerdere keren kunnen vaststellen dat men hier kamerbreed vindt dat we dat niet moeten doen. En dan heb ik het niet alleen over de meerderheidspartijen.

De afgelopen jaren is inderdaad het aantal studenten gestegen. Maar de financiële middelen zijn ook gestegen. Bovendien zijn zowel de hogescholen als de universiteiten het de afgelopen jaren eens geworden, met mijn voorganger, over een nieuwe financiering. U weet dat we een systeem hebben met een referentieperiode van vijf jaar. Als het aantal studenten met 2 procent stijgt, komen er financiële middelen bij. Dat is het fameuze kliksysteem. Dat werkt met vijf jaar vertraging – maar dat geldt, mijnheer Bouckaert, ook als er minder studenten zijn. U weet ook dat, door de demografische evolutie, de kans groot is dat er de komende jaren, door een vertraging van de effecten die we nu in het basisonderwijs vaststellen, minder studenten in het secundair onderwijs en wellicht ook in het hoger onderwijs zullen zijn. Je weet het natuurlijk nooit, maar de kans bestaat toch dat er minder zullen zijn.

Wij zullen tijdens deze legislatuur bovendien nog eens 100 miljoen euro in het hoger onderwijs investeren: 42 miljoen euro voor de academiserende opleidingen en de integratie, en 58 miljoen euro op basis van het kliksysteem. Ik denk niet dat er veel systemen zijn die tijdens deze legislatuur 100 miljoen euro extra zullen krijgen. En dan moet u weten dat er een duidelijke beslissing is, dat er tussen nu en 2015 nog eens minstens 120 miljoen euro extra bij zal komen.

Wij zullen dus de vraag naar meer financiële middelen, die ik op zich wel begrijp, niet onmiddellijk kunnen honoreren. Wij willen dat niet doen door middel van een verhoging van het inschrijvingsgeld. We geven extra middelen. Ik kijk vooral ook uit naar de opbrengst die de planlastvermindering met zich kan meebrengen voor de hogescholen.

Boudewijn Bouckaert

Wat mijn fractie daarover denkt, is misschien niet zo relevant. Toch wil ik melden dat ik in een amendement op Onderwijsdecreet XXI heb voorgesteld om onderwijsinstellingen de vrijheid te geven om eventueel iets meer of zelfs iets minder te vragen. Wij stellen die liberalisering voor. De rectoren, professoren en docenten kletsen niet uit hun nek. De forse stijging van de studentenaantallen zorgt voor een achterstand in de financiering. De gemiddelde financiering per student is erop achteruit gegaan. Er wordt dan wel gezegd dat de verminderde planlast het probleem iets verzacht, maar dat zal uiteindelijk weinig soelaas bieden.

De voorzitter

Mevrouw Helsen heeft het woord.

Kathleen Helsen

Voorzitter, minister, collega's, u zegt dat niemand in het Vlaams Parlement de inschrijvingsgelden wil verhogen. De commissie ad hoc over het hoger onderwijs heeft van gastsprekers in de hoorzittingen de vraag gekregen om de inschrijvingsgelden opnieuw te bekijken. Zowel de administratie als uzelf wezen er ons echter op dat wij aan het Pact van New York zijn gebonden.

Minister Pascal Smet

Mevrouw Moerman zegt dat.

Kathleen Helsen

Ook uw kabinet en uw administratie zeggen dat. Daarom hebben wij ons daar toen bij neergelegd. Vandaag stellen wij vast dat niet iedereen die afspraak op dezelfde manier interpreteert. Eigenlijk waren wij wel bereid om te bekijken of wij de inschrijvingsgelden moeten verhogen, maar dan wel op voorwaarde dat dit wordt gekoppeld aan een evaluatie van de studiefinanciering. Het kan niet de bedoeling zijn dat wij een financiële drempel voor de toegang tot het hoger onderwijs zouden optrekken. Ik wijs er nog op dat wij op dit ogenblik zeer lage inschrijvingsgelden vragen.

De voorzitter

U krijgt 1 minuut spreektijd, en daar kijk ik streng op toe, zo niet duurt de vergadering veel te lang.

Mevrouw Van Steenberge heeft het woord.

Gerda Van Steenberge

Voorzitter, minister, collega's, mevrouw Helsen heeft gelijk. Minister, ik sta achter uw standpunt: de evaluatie van de financiering van het hoger onderwijs en de eventuele aanpassing van de inschrijvingsgelden moeten wij nog doen. Mijnheer Bouckaert, het klopt dat de rectoren niet uit hun nek kletsen. Maar het is niet zo dat zij moeten beslissen hoe wij de financiering van het hoger onderwijs aanpakken. Suggesties kunnen zij overmaken. Ik denk dat de meeste commissieleden niet echt waren gewonnen voor een drastische verhoging, maar eventueel bereid waren om dat samen met de studiefinanciering te bekijken. Wij blijven achter dat laatste staan.

De voorzitter

Mevrouw Vanderpoorten heeft het woord.

Marleen Vanderpoorten

Voorzitter, minister, collega's, ik ben het eens met de vorige sprekers. Mijn fractie is er voorstander van om de hoogte van de inschrijvingsgelden te herbekijken. Minister, ik begrijp uw redenering niet goed. U zegt dat u veel geld aan het hoger onderwijs geeft. Maar als er via de inschrijvingsgelden meer geld in het laatje zou komen, dan kunt u meer geld besteden aan de andere onderwijsniveaus. Op alle niveaus is veel geld nodig. Hogere inschrijvingsgelden kunnen elders voor meer ademruimte zorgen.

De voorzitter

Mevrouw Celis heeft het woord.

Vera Celis

Voorzitter, minister, collega's, het klopt dat wij het over de financiering in de commissie ad hoc over het hoger onderwijs hebben gehad. Niemand stelt de democratisering van het hoger onderwijs in vraag. De financiering hoort daarbij. De enorme instroom in het hoger universitair en niet-universitair onderwijs is daarbij ter sprake gekomen. Die instroom kan moeilijk worden georganiseerd en kost ook erg veel geld. Wij moeten ook voorkomen dat veel leerlingen in het hoger onderwijs zitten maar daar eigenlijk niet thuishoren.

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, minister, even voor de duidelijkheid: bij de bespreking tijdens de ad-hoccommissie heb ik inderdaad ook een minderheidsstandpunt laten opnemen. Mijn partij pleit niet voor een verhoging van de inschrijvingsgelden, maar wij willen ook die hervorming herbekijken. Op dit moment hebben de inschrijvingsgelden een omgekeerd herverdelingseffect. De gegoede studenten die hoger onderwijs volgen, hebben nog steeds alle baten, terwijl de kosten van het hoger onderwijs grotendeels worden verhaald op die mensen die heel vroeg gaan werken en dus niet de baten van het hoger onderwijs hebben. Wij vinden het op dit moment een unfair systeem. Wij vinden wel dat we een hervorming moeten bekijken.

De heer Bouckaert heeft absoluut gelijk: we hebben een sterk stijgende participatie gehad aan het hoger onderwijs, maar de middelen zijn niet gevolgd, met alle gevolgen van dien, zoals overvolle aula’s, het verminderen van de contactmomenten, een daling van de kwaliteit. Hoe kunnen we dat hoger onderwijs blijvend en op een goede en kwaliteitsvolle manier financieren? Dat debat moet gevoerd worden, minister.

Minister Pascal Smet

Collega’s, ik kan alleen maar herhalen dat de afgelopen tien jaar het aantal studenten met 43 procent is gestegen, en de middelen met 46 procent. Vooraleer u papegaait wat sommigen zeggen, is het misschien niet slecht om die cijfers eens te bekijken. Ik stel ook vast dat veel van die middelen niet gegaan zijn naar het academische personeel, maar vaak naar het andere personeel. Die middelen zijn er dus bij gekomen, mijnheer Bouckaert. En het is niet de overheid die beslist waar die naartoe gaan.

Het kan zijn, collega’s, dat u dat debat hebt gevoerd in het kader van de ad-hoccommissie, maar ik herinner u eraan dat we dat debat ook hier en elders al opnieuw hebben gevoerd, en dat de standpunten heel duidelijk waren. Mevrouw Vanderpoorten, als ik u nu hoor zeggen dat uw fractie plots voorstander is van een verhoging van het inschrijvingsgeld, moet u dringend eens met mevrouw Moerman gaan praten. Ik denk dat zij nu van haar stoel valt. Zij heeft de heer Bouckaert bijna tegen de grond gewerkt omdat hij durfde te pleiten voor een verhoging van de studiegelden. Een beetje intellectuele eerlijkheid is toch wel nodig in dit debat.

Sommigen pleiten voor een verhoging van het inschrijvingsgeld, maar anderzijds moet de Vlaamse Regering dan de studietoelagen verhogen. Dat is inderdaad een andere constructie die je kunt opzetten, maar is het dan niet efficiënter om meer middelen uit te trekken om rechtstreeks aan de hogescholen te geven, in plaats van via de mensen te gaan? Dat lijkt mij een duidelijker manier.

Ik houd mij aan het regeerakkoord. Zoals de OESO zegt, moeten we vandaag niet bezig zijn met hoe we mensen kunnen uitsluiten uit het hoger onderwijs, maar moeten we ons de vraag stellen hoe we mensen kunnen insluiten in het hoger onderwijs.

Mijnheer Bouckaert, u vraagt of ik bereid ben om daar met de hogeronderwijsinstellingen een debat over te voeren. Ik ben de eerste keer dat ik ze heb ontmoet, toen ik beginnend minister was, nog niet vergeten. Toen heeft men mij gezegd dat men 5 tot 10 procent kon besparen als ik de planlast zou verminderen. ‘I’m your man’, heb ik toen gezegd. Kom met voorstellen af en we zullen planlastenverminderingsdecreten goedkeuren om tot die synergiewinst te komen. Ik kan alleen maar zeggen dat ik die voorstellen tot op vandaag nog niet heb gezien. Naar het schijnt, zijn ze wel in opmaak. Ik ben dus in blijde verwachting.

De minister-president zal het met mij eens zijn dat we naast de onderwijsdecreten met heel veel plezier ook naar planlastenverminderingsdecreten in het Onderwijs willen gaan. Ik ben bereid om dat te doen.

Boudewijn Bouckaert

Minister, u bent een handige jongen. U spreekt over een tijdsperiode van tien jaar, terwijl de betrokkenen uit het hoger onderwijs het over vijf jaar hadden. Daar komt natuurlijk een ander resultaat uit.

Wat de inschrijvingsgelden betreft, ben ik verheugd over de steun van de centrumfracties. Ik stel vast dat de twee grootste socialistische fracties tegen enige wijziging in het inschrijvingsgeld zijn. (Opmerkingen)

In dat verband moet misschien gezegd worden dat de opmerking van mevrouw Moerman niet voortvloeide uit het pact van New York, maar uit het arrest van het Arbitragehof. Zij heeft dat op een bepaalde manier geïnterpreteerd, maar het is toch van dien aard dat een verhoging van inschrijvingsgelden nog altijd mogelijk is als er een verandering is van kwaliteit en programma.

Minister, ik stel voor dat we dit debat openhouden. We moeten dit debat niet voeren in termen van uitsluiting of insluiting. Dat is demagogisch. Ik zou kunnen spreken over responsabilisering. Misschien zitten niet alle studenten in het onderwijs op de juiste plaats. Dat mag ook eens gezegd.

De voorzitter

Het incident is gesloten.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.