U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 9 november 2011, 14.02u

van Kathleen Helsen, Kathleen Deckx, Vera Celis, Paul Delva, Fatma Pehlivan, Goedele Vermeiren en Sabine Poleyn, verslag door Ann Brusseel en Elisabeth Meuleman
1042 (2010-2011) nr. 1
De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde is het voorstel van decreet van de dames Kathleen Helsen, Kathleen Deckx en Vera Celis, de heer Paul Delva en de dames Fatma Pehlivan, Goedele Vermeiren en Sabine Poleyn betreffende het inschrijvingsrecht.

De algemene bespreking is geopend.

Mevrouw Helsen heeft het woord.

Kathleen Helsen

Voorzitter, collega’s, wij hebben tijdens verschillende commissiebijeenkomsten het voorstel van decreet besproken. Wij hebben ook hoorzittingen georganiseerd en rekening gehouden met de opmerkingen die daar zijn verwoord. Er zijn adviezen aan de Raad van State en de Vlaamse onderwijsraad (VLOR) gevraagd, en die zijn ernstig doorgenomen. Op basis daarvan is de tekst aangepast. Wij zijn ervan overtuigd dat dit voorstel van decreet de instrumenten bevat die wij ter beschikking van de lokale overlegplatformen (LOP’s) stellen om de inschrijving van leerlingen in de toekomst op een goede manier te regelen. Ik wil nu niet op het dossier ingaan. Het is een zeer complexe, technische materie. In de commissie zijn wij op die elementen ingegaan. Misschien is het nu het moment om vragen en opmerkingen aan bod te laten komen.

De voorzitter

Mevrouw Van Steenberge heeft het woord.

Gerda Van Steenberge

Voorzitter, collega’s, het verwondert mij dat er geen verslaggeving is geagendeerd over dit toch vrij belangrijke voorstel van decreet.

De voorzitter

Mevrouw, ik heb vandaag laten navragen of iemand verslag zou uitbrengen. Wij hebben daartoe alle moeite van de wereld gedaan. Mevrouw Meuleman heb ik aan de lijn gekregen, en zij heeft mij gezegd dat zij geen verslag zou uitbrengen. Mevrouw Brusseel heb ik proberen te contacteren, maar dat is mij niet gelukt. In toepassing van het reglement wordt er geen verslag geagendeerd als niemand op voorhand een verslag vraagt.

Mevrouw Van Steenberge heeft het woord.

Gerda Van Steenberge

Ik formuleer het anders: ik ben erg verwonderd dat de verslaggevers niet hebben aangekondigd of hebben gevraagd om hier verslag uit te brengen. Want zowel Open Vld als Groen! hebben tijdens de commissiebijeenkomsten bijzonder veel bezwaren geuit. De gang van zaken was tegen hun zin, want de meerderheid had geen oren naar hun opmerkingen. Ik zal er nog op terugkomen. Het verwondert mij dus dat er geen verslag wordt uitgebracht. Ik zou er daarom misschien wat uitgebreider kunnen op ingaan. Weest u echter gerust: ik zal niet langer spreken dan de mij toegemeten tijd van een half uur.

Ik zal mij beperken tot een bespreking van de algemene principes van het voorstel. Mevrouw Helsen zegt dat het een vrij technisch decreet is. Op het eerste gezicht is dat wel zo. Maar het is wel een decreet waarin fundamentele keuzes worden gemaakt. Het zijn niet de keuzes van mijn fractie. Ik kom daar nog op terug.

Ik schets even de voorgeschiedenis. Hoe is dit voorstel van decreet tot stand gekomen? Naar aanleiding van twee actualiteitsdebatten heeft het Vlaams Parlement in twee moties vragen tot de Vlaamse Regering gericht. Ik zal ze even voorlezen.

In de actualiteitsmotie over de capaciteitsproblemen in Antwerpen en Brussel vraagt het Vlaams Parlement aan de Vlaamse Regering: “1° dat er op korte termijn een stabiele regeling voor de aanmeldings- en inschrijvingsproblematiek zal worden uitgewerkt waarbij er een onderscheid wordt gemaakt tussen Brussel en Vlaanderen; 2° dat via de grondige evaluatie van het GOK-decreet (Gelijke-onderwijskansendecreet) de impact ervan op het verkrijgen van de sociale mix in de scholen kan nagegaan worden; 3° dat er een regeling komt waardoor de Nederlandstalige kinderen absolute zekerheid krijgen dat ze ingeschreven kunnen worden in een Nederlandstalige school in Brussel.” Het voorliggende voorstel van decreet verwezenlijkt niets van wat in deze actualiteitsmotie wordt gevraagd. Ik leg nog uit waarom.

In een tweede actualiteitsmotie staat opnieuw dat er een evaluatie van het GOK-decreet en van het aanmeldings- en inschrijvingsbeleid moet komen. Op basis daarvan moeten aanpassingen gebeuren en moet erover worden gewaakt dat scholen een weerspiegeling zijn van de lokale omgeving en waar mogelijk de sociale mix zo goed mogelijk realiseren.

Op basis daarvan kwam in de pers en werd ons voorgesteld dat minister Smet een ontwerp van decreet zou uitwerken. Tot onze verbazing werd geen ontwerp van decreet maar een voorstel van decreet ingediend door alle meerderheidspartijen. Dat verbaasde ons. Wat ons niet verbaasde, is dat daardoor op het eerste zicht de verplichting van de regering om een advies te vragen bij de Raad van State, de Vlor en andere instanties kon worden omzeild.

De meerderheidspartijen hebben dat advies wel ingewonnen. Op basis van die adviezen is het eerste voorstel van decreet vrij grondig veranderd. Het eerste voorstel van decreet was op zijn zachtst gezegd kunst- en vliegwerk.

Het tweede voorstel, het amendement, is in onze ogen nog altijd kunst- en vliegwerk. Het bereikt niet de doelstellingen die de motie naar voren heeft gebracht. Via het Inschrijvingsdecreet wilde men de capaciteitsproblematiek oplossen. Die problematiek kan via het Inschrijvingsdecreet niet worden opgelost. Daarvoor is alleen een sterke scholenbouw nodig. In het Inschrijvingsdecreet wordt ook geen rekening gehouden met de demografische groei, zeker in Antwerpen en Brussel. Het gaat daar volledig aan voorbij. Het voorstel van decreet kent nobele doelstellingen maar die worden evenmin bereikt.

Een eerste uitgangspunt, namelijk dat wordt gestreefd naar optimale leer- en ontwikkelingskansen voor elk kind, is uiteraard een principe dat buiten kijf staat. Wie zou daar nu tegen zijn? Maar ons principe is dat dit moet gelden voor alle kinderen. Door het voorstel van decreet worden er voorrangsregels en ordeningscriteria ingeschreven waardoor niet alle kinderen nog optimale leer- en ontwikkelingskansen krijgen. Niet alle kinderen zullen nog naar de school kunnen gaan die hun ouders voor hen kiezen.

Een tweede doelstelling die wordt nagestreefd, is de sociale cohesie. Dat is uiteraard even lovenswaardig. Alleen kan het voor ons niet door de beugel dat men daarbij het bevorderen van de sociale mix in de scholen voorstelt als het enige zaligmakende en noodzakelijke middel om deze doelstelling te bereiken. Indien men immers met sociale cohesie de cohesie binnen onze maatschappij bedoelt, dan zijn daartoe andere middelen vereist die niet louter een kwestie zijn van kwantiteit maar vooral een kwestie van kwaliteit van het onderwijs dat in deze scholen wordt aangeboden.

In dit voorstel van decreet wordt nogal eens een mengeling gemaakt van sociale mix en sociale cohesie. Men zegt ook dat de scholen een afspiegeling moeten zijn van de buurt waarin men woont. Dat zijn tegenstrijdige begrippen. Door de sociale mix wordt die school niet meer de afspiegeling van de buurt waarin men woont. Men is tegen de zwarte scholen maar wanneer die school nu eenmaal de afspiegeling is van die buurt, dan moet men geen kinderen van elders importeren om een sociale mix te krijgen. Men heeft dat ooit geprobeerd in de Verenigde Staten. Men is daar zelfs zo ver gegaan dat er bussen werden ingelegd. In dit voorstel van decreet wordt dat niet naar voren geschoven maar de heer Yüksel heeft dit ook eens in de plenaire vergadering voorgesteld. Die verplichte sociale mix is mislukt in de Verenigde Staten. Sociale mix en sociale cohesie hebben niets met elkaar te maken.

Kathleen Helsen

Mevrouw Van Steenberge, in het voorstel van decreet staat dat in buurten waar een bepaalde sociale mix waar wij spontaan aan denken, niet aanwezig is, het niet de bedoeling is dat de scholen die dan absoluut realiseren. Wij bieden de scholen en de LOP-gebieden (lokaal overlegplatform) instrumenten aan om zelf te bepalen hoe zijn hun schoolpopulatie aansturen. Wanneer zij oordelen dat zij voorrang geven aan kinderen uit de buurt, dan kan dat perfect. Dat is geen enkel probleem. Er staat zelfs in de memorie van toelichting dat dit niet in alle scholen kan, gekoppeld aan de buurt, aan de eigenheid, aan het pedagogische projecten en de pedagogische methodes die de scholen gebruiken, bijvoorbeeld in het buitengewoon onderwijs. Dat staat allemaal in die memorie van toelichting. Wat u nu zegt, is niet wat wij in het voorstel van decreet bedoelen. Dat is niet de opdracht die wij opleggen.

Natuurlijk, indien de scholen of de LOP-gebieden daarvoor kiezen, dan is dat een lokale optie, maar het voorstel van decreet legt dat niet op. Dat is niet de doelstelling die wij zo expliciet naar voren schuiven.

Gerda Van Steenberge

Mevrouw Helsen, uw memorie van toelichting is niet volledig compatibel met uw voorstel van decreet.

Kathleen Helsen

Wel wat de uitgangspunten betreft.

Gerda Van Steenberge

Ja, maar ik denk dat er nog heel veel water naar de zee zal vloeien voor iemand duidelijk kan zeggen wat er nu precies in het voorstel van decreet staat. Dat is nog een kritiekpunt: u hebt het over transparantie en duidelijkheid, maar ik hoor nu al dat diverse scholen beginnen te steigeren. Zij weten niet wat ze moeten doen. Ze weten niet wat precies wordt verplicht en wat niet. Sommige dingen worden wel verplicht. In Antwerpen en in Brussel …

Kathleen Helsen

Er is een verschil tussen een decreettekst en een toelichting bij een voorstel van decreet, dat stelt hoe dat voorstel in de praktijk op het terrein moet worden uitgevoerd. Pas wanneer wij als parlement duidelijk maken welke decreettekst we finaal goedkeuren, kan de communicatie ten gronde ten overstaan van de sector in alle transparantie en eenvoud gebeuren. Wie het voorstel van decreet leest, kan dat op een eenvoudige manier overbrengen, via een aangepaste communicatie. Dat gebeurt niet aan de hand van deze decreettekst: daar hebt u gelijk in. Met een aangepaste communicatie is het echter perfect mogelijk om aan de sector uit te leggen welke de mogelijkheden zijn van dit voorstel van decreet. Ik ben het ermee eens dat dit wel moet gebeuren.

Gerda Van Steenberge

Ik zal daar straks nog eens op terugkomen. De communicatie van sommige meerderheidspartijen met betrekking tot wat er in het voorstel staat, is hypocriet. De heer De Wever is nu bezig aan zijn ronde. Toen hij daarmee is begonnen, in Wilrijk, hebben ouders opgemerkt dat ze hun kind niet meer konden inschrijven in de school van hun keuze. Hij heeft toen geantwoord te vinden dat ouders nu opnieuw die keuze moeten krijgen. Hij heeft gesteld te vinden dat het inschrijvingsbeleid zoals dat in Antwerpen gebeurt, niet juist is. De keuzevrijheid moest primeren, zodat stadsvlucht wordt vermeden en we geen overvolle witte scholen krijgen in Edegem. Dat staat haaks op het voorstel dat nu mee wordt ondertekend door twee dames van de N-VA.

Dat bedoel ik als ik het heb over de communicatie over het voorstel van decreet. Het is leuk om in de kranten te zeggen dat men niet zo hard van stapel zal lopen. Vandaag stond er opnieuw een groot artikel in De Standaard waarin wordt gesteld dat men dat perfect kan uitleggen. Nu moet u het mij eens uitleggen. We zijn twee à drie maanden met dit voorstel bezig geweest in de commissie. Ik heb het zelf vier of vijf keer gelezen, en telkens opnieuw moest ik vragen hoe de vork nu in de steel zat. Ben ik de stomme trien? Ik denk het niet, hoor. En dat wilt u allemaal op een eenvoudige wijze uitleggen aan de ouders en de scholen?

De voorzitter

Mevrouw De Knop heeft het woord.

Irina De Knop

Ik moet mevrouw Van Steenberge bijtreden: dit is inderdaad al bijzonder complex voor ons. Ik merk dat er zelfs in de media een discussie wordt gevoerd tussen de technici die dit zullen moeten uitvoeren, namelijk onder meer de voorzitters van de LOP’s en de schepenen. Het is, denk ik, wel de bedoeling dat die mensen de decreettekst kunnen interpreteren en toepassen. Mevrouw Helsen, als ik zie dat er daar al discussie is, dan vrees ik dat er inderdaad nog heel wat interpretatieproblemen zullen rijzen.

De voorzitter

Mevrouw Deckx heeft het woord.

Kathleen Deckx

Voorzitter, ik wil mevrouw Helsen bijtreden. Mevrouw Van Steenberge, u bent het die in de commissie, toen bepaalde oppositiepartijen ons hebben gewezen op de complexiteit, hebt gezegd dat u dit al meermaals had moeten instuderen en dat u het perfect zou kunnen uitleggen aan de ouders. Ik denk inderdaad dat mensen die gewoon zijn met wetteksten te werken, dit perfect zullen kunnen lezen. We zullen de minister ook vragen ervoor te zorgen dat dit werkstuk heel goed wordt vertaald ten behoeve van de scholen, zodat ook de mensen die niet gewend zijn om wetteksten te lezen, daarmee kunnen werken. We zijn er zeer gerust in dat dit zal lukken.

De voorzitter

Mevrouw Celis heeft het woord.

Vera Celis

Mevrouw Van Steenberge, u geeft aan dat de toestand in Antwerpen inderdaad om een vrije keuze van de ouders vraagt. Iedereen is het erover eens dat die vrije keuze in de mate van het mogelijke moet worden gegarandeerd. Waarom is er echter zeer intens aan dit voorstel van decreet gewerkt? Omdat die ideale toestand en die absolute keuze in die grootsteden, en specifiek in Antwerpen, momenteel niet kunnen worden gegarandeerd.

We hebben dan alle opties lijn per lijn en letter per letter met elkaar vergeleken. Nu zullen we enorm veel tijd en energie moeten investeren om dit ten aanzien van het werkveld correct te vertalen. De keuzevrijheid van de ouders is nog steeds prioritair. De toestand in Antwerpen biedt ons echter niet de kans dit optimaal in te vullen.

De voorzitter

De heer Bouckaert heeft het woord.

Boudewijn Bouckaert

Voorzitter, ik vind dat in verband met dit voorstel van decreet heel wat mist wordt gespuid. De mensen die geen lid zijn van de commissie, vragen zich waarschijnlijk af waarover het hier eigenlijk gaat.

Het voorstel van decreet bevat heel wat technische details waar ik niet dieper op zal ingaan. Ik snap een gedeelte van de technische uitwerking ook niet. Mevrouw Van Steenberge heeft echter een essentieel punt aangeraakt. In de verantwoording staat de doelstelling omschreven: de realisatie van een sociale mix. Dat staat er met zoveel woorden in. We kunnen daar voor of tegen zijn, maar we moeten niet beweren dat het niet in de tekst staat.

Daarnaast creëert dit voorstel van decreet ook een duidelijk beleidsinstrument om de sociale mix tot stand te brengen. Dat is omwille van de technische bepalingen soms moeilijk te detecteren. Er wordt echter in de mogelijkheid van een dubbele contingentering voorzien. Elke school moet laten weten hoeveel GOK-leerlingen en niet-GOK-leerlingen ze wil. Jammer genoeg valt dit in de grote steden vaak samen met autochtonen en allochtonen. We moeten het zeggen zoals het is.

Die verklaringen van de scholen worden dan het onderwerp van een discussie in het LOP. Het LOP zal dan beslissen hoe die verhoudingen er moeten uitzien. Een constructivistisch ingrijpen is, met andere woorden, mogelijk. Die maatregel wordt niet door de Vlaamse Regering opgelegd: de aansturing gebeurt door de LOP’s.

De scholen verliezen effectief een gedeelte van hun actieve recruteringsvrijheid. Omwille van het ‘first come, first served’-principe waren ze al een gedeelte van die vrijheid kwijt. Nu zullen ze nog meer verliezen. Het is mogelijk hier goede argumenten voor te geven. De indieners mogen echter niet verbergen dat dit het geval is.

Kathleen Helsen

Het voorstel van decreet reikt instrumenten aan die kunnen worden gebruikt om een sociale mix tot stand te brengen. Het voorstel van decreet legt echter niet de verplichting op die sociale mix te realiseren indien die leerlingen zich niet voor een inschrijving komen aanmelden.

Gerda Van Steenberge

Ik ben blij dat mevrouw Helsen mijn punt heeft hardgemaakt. Na haar twee zinnen begrijpt niemand er nog iets van.

De situatie in Antwerpen vraagt om een regeling. Het probleem is dat dit voorstel van decreet zich niet tot Antwerpen beperkt. Het wordt ingevoerd voor alle steden en gemeenten waar een LOP actief is. Waar er geen problemen zijn, zullen problemen worden gecreëerd. Waar er een probleem is, zijn de betrokkenen tegen dit voorstel van decreet gekant. De Antwerpse schepen Voorhamme heeft verklaard dat dit een stalinistische en van bovenaf opgelegde maatregel is. Hij gaat hier niet mee akkoord. Hierop heeft minister Smet verklaard dat het voorstel van decreet niet van hem afkomstig is. (Opmerkingen van minister Pascal Smet)

In dat geval is de krant weer verkeerd. Dit is echter typisch de hier gehanteerde werkwijze. Minister Smet heeft de pen vastgehouden. Telkens als ik mevrouw Deckx een vraag om verduidelijking stelde, moest de minister of een van zijn medewerkers me uitleggen hoe het zat. De indieners waren daar niet toe in staat.

Vera Celis

Volgens mevrouw Van Steenberge geldt dit voor elk LOP. Dit is een veralgemening. Dit voorstel van decreet is er voor de drie grootsteden waar een capaciteitsprobleem is vastgesteld. Aangezien er in de Kempen geen capaciteitsprobleem is, is dit voorstel van decreet in de Kempen niet van toepassing. Het hoeft daar niet eens uit de schuif te worden gehaald.

Gerda Van Steenberge

Blijkbaar maken we nu decreten die niet moeten worden toegepast. Wat is dat nu?

Kathleen Helsen

Mevrouw Van Steenberge, als u het verslag erop naleest, dan kunt u perfect zien wie er antwoorden heeft gegeven. Ik zie daar toch wel regelmatig de namen van de indieners vermeld staan.

Mevrouw Celis zegt net dat wij instrumenten aanreiken om daar waar zich problemen stellen, op een goede manier de zaken op te lossen. Ik heb ook u altijd horen pleiten voor het wegwerken van de wachtrijen aan de schoolpoorten. U vond dat dat probleem moest worden opgelost. Dat heb ik altijd begrepen. Met dit voorstel van decreet bieden wij de mogelijkheid om die wachtrijen aan de schoolpoorten weg te werken. Ik begrijp niet waarom u daar tegen bent.

Gerda Van Steenberge

Ik ben allereerst voor de vrije schoolkeuze. Ik ga niet zomaar kritiek geven zonder zelf een voorstel te lanceren. Wij zijn voor de absolute keuzevrijheid van ouders om hun kinderen te sturen naar de scholen die zij willen. Dat kan momenteel niet. Als de school vol zit, zijn er nu ordeningscriteria opgelegd waarbij een modaal Vlaams kind met een moeder die enigszins een opleiding heeft genoten, een kind dat een nakomertje is of geen broers of zussen heeft, absoluut niet dezelfde mogelijkheden heeft als al degenen die voorrang krijgen. Dat is geen gelijke behandeling. U pleit zo voor een gelijke behandeling, maar in onze ogen is dat geen gelijke behandeling.

De voorzitter

Mevrouw Pehlivan heeft het woord.

Fatma Pehlivan

Mevrouw Van Steenberge, ik wil u ook een vraag stellen. U hebt het over de vrije schoolkeuze van de ouders. Daar kan ik inkomen. Mijn vraag is: voor welke ouders? Alleen voor blanke ouders? Is het dat wat u bedoelt? Laten we, zoals de heer Bouckaert heeft gezegd, het probleem misschien bij de naam noemen: autochtonen en allochtonen. Veel allochtone ouders hebben die vrije schoolkeuze niet. Door dit voorstel van decreet zouden ze die wel kunnen hebben.

Gerda Van Steenberge

De enige keuze moet volgens de meerderheid worden gemaakt in Brussel en Antwerpen. De problematiek in Brussel en in Antwerpen wordt niet opgelost. We hebben te maken met een demografische groei en we hebben een capaciteitsproblematiek, die ook met dit voorstel van decreet niet wordt opgelost. Men gaat uit van de capaciteit die er nu is. Het is trouwens de heer Van Der Taelen die altijd spreekt over de explosieve groei in Brussel. Dat probleem wordt niet opgelost! Dat is precies het grote probleem. Los dit eerst op en bouw scholen!

Kathleen Deckx

Mevrouw Van Steenberge, u spreekt over het oplossen van het capaciteitsprobleem. Ik denk niet dat wij ooit hebben gezegd dat wij met dit voorstel van decreet extra capaciteit zouden creëren. Integendeel, de minister heeft daarvoor heel wat geld uitgetrokken en taskforces geïnstalleerd. Hij volgt dat probleem op de voet op en heeft er ook al oplossing aan gegeven. Dit voorstel van decreet dient om de problemen van kampeertoestanden aan de schoolpoorten te voorkomen. Daarvoor zijn hier de nodige instrumenten opgenomen.

Als u zegt dat de leden van de meerderheid niet hebben gewerkt aan dat voorstel van decreet en ook niet konden antwoorden op vragen, dan vergaloppeert u zich serieus. We hebben er met zijn alleen enorm aan gewerkt. We ontkennen niet dat op bepaalde vlakken technische medewerkers van de minister absoluut ondersteuning hebben geboden. Dat is ook raadzaam als je aan een dergelijk werkstuk begint. Ik vind wel dat u blijkbaar na de kritiek die uit Antwerpen is gekomen, het geweer van schouder verandert. Ik lees in het verslag: “Hoe dan ook meent het lid” – en het gaat over u – “dat het voorstel van decreet, of het amendement, een hele verbetering van de bestaande situatie inhoudt.” Wel, ik meen dat vandaag niet meer uit uw woorden te kunnen opmaken.

Mevrouw Van Steenberge, in het belang van alle schoolgaande kinderen in Vlaanderen, wil ik u vragen om dit vandaag niet in het belachelijke te trekken maar het voorstel van decreet een kans te geven en ook de mensen op het veld een kans te geven om hiermee om te gaan en de vruchten ervan te plukken. (Applaus bij sp.a)

Gerda Van Steenberge

Wat betreft het schrijven van het voorstel van decreet, heb ik gezegd dat minister Smet, die in de pers zegt dat hij er niet de hand in heeft, wel degelijk meegeschreven heeft. Dat heb ik willen aantonen.

Ten tweede heb ik in de commissie gezegd dat ik constructief wou meewerken aan de verbering van een voorstel van decreet waar ik niet achter stond. Dat staat ook in het verslag. Ik ben geen voorstander van dit voorstel van decreet, maar als het er dan toch moet komen, heb ik graag dat een decreet op iets trekt – ik ben jurist, ik kom niet uit het middenveld van het onderwijs. Wij als decreetgever moeten degelijke voorstellen van decreet afleveren, en dit was geen degelijk voorstel van decreet.

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Ik wil mevrouw Deckx bijtreden. Wat u nu doet, mevrouw Van Steenberge, is intellectueel oneerlijk. Wij verschillen grondig van mening, maar ik heb u gewaardeerd om uw dossierkennis, uw intellectuele eerlijkheid en de manier waarop u te werk gaat in de commissie. Ik heb ook kritiek op het voorstel van decreet betreffende het inschrijvingsrecht, maar nu bent u absoluut oneerlijk bezig.

Gerda Van Steenberge

Iedereen mag het verslag lezen.

Irina De Knop

Ik sluit me aan bij de woorden van mevrouw Meuleman. Ik ben hier niet om de meerderheid te verdedigen. Zoals u weet, mevrouw Van Steenberge, was ik samen met mijn fractie zowat de grootste tegenstander van dit voorstel van decreet. Maar u maakt hier wel een bocht van 180 graden. Op ogenblikken dat ik de situatie en de werkwijze heb aangekaart, hebt u verschillende keren gezegd dat wat voorlag, volgens u duidelijk begrijpbaar was. Ik meen dat u van mening bent veranderd, en dat is uw volste recht, maar uw houding vandaag klopt niet met uw houding in de commissie.

Waar ik u wel gelijk in moet geven, is dat dit voorstel van decreet het capaciteitsprobleem helemaal niet oplost. Ik hoor een aantal leden van de meerderheid – zowel mevrouw Deckx als mevrouw Helsen – zeggen dat ze de wachtrijen aan scholen willen aanpakken. Prima, collega’s. U zult ze onzichtbaar maken. Proficiat daarvoor. Maar zijn de wachtrijen weg? Helemaal niet. Men zal gewoon op een onzichtbare wijze ouders een andere plaats voor hun kind toewijzen. Ik vind het schandalig dat in de pers en in dit parlement wordt gezegd dat de wachtrijen zullen worden weggewerkt. Schandalig! (Applaus bij Open Vld en LDD)

Gerda Van Steenberge

Wat de werkwijze betreft, heb ik gezegd dat de meerderheid niets verkeerds deed. Op inhoudelijk vlak heb ik van bij het begin gezegd dat ik niet akkoord ging met het voorstel van decreet, maar dat ik constructief wou meewerken om het te verbeteren, want het komt er toch. En daar kon u zich moeilijk bij neerleggen, mevrouw De Knop, dat ze niet luisteren naar de oppositie. U zegt dat u meer tijd wilt en het voorstel meer wilt kunnen bespreken. Parlementaire democratie bestaat hier niet. Het is meerderheid tegen oppositie. Leg er u bij neer dat u niet meer tot de meerderheid behoort.

De voorzitter

Minister Smet heeft het woord.

Minister Pascal Smet

Ik heb er geen weet van, mevrouw Van Steenberge, dat ik zou hebben verklaard dat wij niets met dit voorstel van decreet te maken hebben. Ik heb in de commissie gezegd dat het voorstel van decreet in overleg met de regering is gemaakt. Ik heb niet verklaard dat het niet van ons zou zijn. Ik heb dat ook nergens gelezen. Ik heb niet de gewoonte om mijn verantwoordelijkheid te ontlopen.

Deze meerderheid heeft ook nooit gezegd dat wij met dit voorstel van decreet de capaciteitsproblemen in de steden gaan oplossen. Dat is nooit beweerd. Ik vind het opnieuw bijzonder ontgoochelend, onder andere van mevrouw De Knop, dat men doet alsof wij de wachtrijen wegwerken. In de commissie waren meerderheid en oppositie het erover eens dat de fysieke wachtrijen weg moesten. De fysieke wachtrijen in de straat wegwerken, mevrouw De Knop. Ik raad u aan om eens na te lezen wat partijgenoten van u daarover in Brussel allemaal hebben verteld in het verleden. Zij wilden zo’n systeem. Een beetje eerlijkheid is hier dus wel op zijn plaats.

Gerda Van Steenberge

Tijdens het actualiteitsdebat was het ons zo voorgesteld dat er maatregelen zouden worden genomen voor de capaciteitsproblematiek. Ik ging ervan uit dat de problemen in Antwerpen en Brussel zouden worden opgelost, maar die zijn met dit voorstel van decreet niet opgelost. Is het jullie ambitie niet, tot daaraan toe. Maar buiten Antwerpen en Brussel zijn er geen aanmeldings- of inschrijvingsproblemen, dus jullie anticiperen nu al op een probleem dat zich niet zal voordoen. Daar gaan dus bijkomende problemen gecreëerd worden. Wij verschillen van mening, zoals we over 99 procent van de zaken van mening verschillen.

Een evaluatie van het GOK-decreet is er niet gekomen. Het wordt verschillende keren gevraagd in die motie. Het voorstel van Inschrijvingsdecreet gaat voort op het GOK-decreet. Alle criteria blijven behouden, behalve de niet-thuistaal Nederlands. De evaluatie is er niet. Ik heb dat al een aantal keren aangehaald, zowel in de plenaire vergadering als in de commissie. Het staat decretaal verankerd dat die evaluatie er om de drie jaar, en zeker na negen jaar, moet komen. We zijn nu tien jaar verder, en die evaluatie is er niet.

Dat is niet alleen in dit dossier het geval. Deze ochtend hebben we ook al gesproken over de evaluatie van de lerarenopleiding die er nog moet komen. Men voert altijd maar wijzigingen door zonder de bestaande systemen, zoals inschrijvings- en aanmeldingssystemen, te evalueren. Men doet gewoon verder. Men zou toch eerst de bestaande systemen moeten evalueren, vooraleer men een grondige hervorming doorvoert.

De kwaliteit van het onderwijs wordt niet gegarandeerd. Nochtans is dat een belangrijk punt. De kwaliteit van het onderwijs is primordiaal. Dat, en niet het nastreven van een sociale mix, moet als eerste punt op de agenda staan. Over de transparantie en de duidelijkheid heb ik het al gehad.

Men heeft in het decreet een aantal voorstellen opgenomen, maar daar staan geen financiële middelen tegenover. In de krant wordt ook gezegd dat men een callcenter wil invoeren in het secundair onderwijs. Daar zal men een aantal medewerkers voor nodig hebben, in Antwerpen alleen al 100. Er worden in het decreet echter geen financiële middelen uitgetrokken. Dan moet men dat idee ook niet opperen.

Er wordt volledig afgestapt van de school onder de kerktoren. Daar wordt soms wat smalend over gedaan, maar niet door mij. Een buurtschool of de school onder de kerktoren is voor vele ouders vrij belangrijk. Door dat voorstel van decreet komt dat toch wel op de tocht te staan. Men heeft een campusregeling, een voorrangsregeling uitgewerkt. Als men de lagere school heeft doorlopen in een school waar ook een secundaire school aan verbonden is, heeft men voorrang om in die secundaire school in te schrijven. Dat betekent dat het zesde leerjaar op de tocht staat in de plattelandsscholen die niet verbonden zijn aan een secundaire school. Ouders die hun kind willen inschrijven in de school van hun keuze, zullen hun kind al in het zesde leerjaar naar de basisschool van die secundaire school laten gaan. Op die manier heeft hun kind namelijk voorrang. De plattelandsscholen vrezen dat er een vlucht zal zijn uit de zesde leerjaren en dat de scholen onder de kerktoren zullen worden misdeeld.

Kathleen Deckx

Mevrouw Van Steenberge, over die campusgedachte hebben we inderdaad van mening gewisseld. De meerderheid heeft besloten dat we die moeten behouden omdat ze belangrijk is. Wat u zegt, zou kunnen gebeuren. We moeten dat opvolgen. Wij hebben die campusgedachte overeind gehouden omdat het logisch is dat kinderen die een lagere school hebben doorlopen, samen met hun vriendjes naar de bovenbouw van diezelfde school kunnen gaan. Wij vinden het veel moeilijker om te zeggen dat die wel en die niet mag, dan nieuwkomers te weigeren. Daarom hebben wij aan die gedachte vastgehouden.

Kathleen Helsen

Mevrouw Van Steenberge, de campusgedachte is als een mogelijkheid opgenomen in het decreet, maar het is aan de LOP’s en de scholen om erover te oordelen of ze dat willen toepassen. We hebben toch wel een sleutel ingebouwd in het decreet door heel duidelijk te formuleren dat het LOP Basisonderwijs een gunstig advies moet geven bij meerderheid van de onderwijspartners. Dat is niet niets. Eigenlijk hebben de basisscholen een enorme sleutel bij het decreet. Het is geen verplichting, maar een mogelijkheid.

Gerda Van Steenberge

Maar, mevrouw Helsen, de basisschool van mijn dochter is niet verbonden aan een LOP.

Kathleen Helsen

Dan zijn ze helemaal vrij.

Gerda Van Steenberge

Maar mijn dochter zal wel naar een secundaire school in Aalst moeten gaan. Die zijn wel verbonden aan een LOP. Alle secundaire scholen zijn in Aalst. In Erpe-Mere is er geen secundaire school. Mijn dochter zal in het zesde leerjaar dus naar Aalst moeten verhuizen, want anders maakt ze weinig kans.

Boudewijn Bouckaert

Wat mevrouw Helsen zegt over de campusgedachte klopt. Dat staat zo in het decreet. De overgang van lager naar secundair onderwijs wordt niet verplicht opgelegd bij de LOP’s. Daarvoor is een dubbele meerderheid nodig binnen de LOP’s. Dat zie ik niet zo snel gebeuren. Maar als het gebeurt, zal het niet goed zijn. Er was een striemende kritiek in het advies van de Vlor, onder andere van mevrouw Van Hecke, u allen welbekend: als je de campusgedachte invoert, zullen de mensen hun lagere school beginnen te kiezen in functie van de middelbare school die ermee verbonden is. Dat zou kunnen leiden tot verkeerde keuzes. Daardoor zou de buurtschool in de verdrukking kunnen komen. De campusgedachte zit er nog altijd voor een deel in en kan ingevoerd worden. Dat zal toch een beperkt negatief effect hebben.

Irina De Knop

Ik ga akkoord met de tegenstanders van de campusgedachte. Weliswaar moet daar nu een gezamenlijk akkoord of advies over zijn, maar daarmee is het probleem dat mevrouw Van Steenberge en de heer Bouckaert hier schetsen, niet opgelost.

Ik betreur ook dat de ene voorrangsregel wel wordt overgelaten aan een LOP, terwijl de andere voorrangsregel centralistisch wordt bepaald. Als je een decreet maakt, betracht dan tenminste een eenduidigheid in de regelgeving. Je moet hetzelfde doen voor kinderen van het personeel. Dat had je ook moeten laten beslissen door het LOP. Dat stelt Open Vld voor: probeer zo weinig mogelijk voorrangsregels centralistisch op te leggen.

Gerda Van Steenberge

Mevrouw De Knop, wij willen absoluut niet overal een LOP oprichten. Wij pleiten voor de autonomie van de scholen. De schooldirecteuren weten nog heel goed waarmee ze bezig zijn. Zij hebben een pedagogisch project dat zij helemaal niet kunnen uitvoeren als zij zich aan al die voorrangsregels moeten onderwerpen. Alles overlaten aan de LOP’s is echter ook een vrij centralistische idee, mevrouw De Knop. Het is dan zogezegd per regio en per LOP-gebied, maar voor mij komt dat op hetzelfde neer.

Wij vonden uiteraard de gedachte dat het Nederlandstalig karakter van Brussel moet gevrijwaard blijven heel goed. Maar door de 55 procentregel als tweede voorrangscriterium naar voren te schuiven, terwijl ‘broers en zussen’ het eerste criterium blijft, zal er in de praktijk van de 55 procentregel weinig in huis komen. Wij pleiten voor een 100 procent-regel voor de Nederlandstalige kinderen, maar in de praktijk komt dat niet neer op 100 procent Nederlandstalige scholen in Brussel. Dat bestaat niet. Er zijn niet genoeg Nederlandstalige kinderen meer in Brussel om aan 100 procent Nederlandstalige scholen te komen. Wij pleiten dus niet voor louter Nederlandstalige scholen in Brussel. De plaatsen moeten opgevuld worden. Wij pleiten wel voor een voorrangsregel voor alle Nederlandstalige kinderen die zich aanbieden in een Nederlandstalige school.

De voorzitter

De heer Delva heeft het woord.

Paul Delva

Ik ben blij dat we hierover kunnen discussiëren. Wij hebben binnen de meerderheid een lange weg afgelegd voor wat betreft de bescherming van de Nederlandstalige kinderen in Brussel. Een aantal jaren geleden was dat bijna onbespreekbaar. Wij hebben een paar jaren geleden een eerste doorbraak geforceerd. Wij borduren daarop voort. Ik ben gevoelig voor wat u zegt. Maar u weet natuurlijk even goed als ik: indien u pleit voor een 100 procent voorrang voor Nederlandstalige kinderen, zult u een concentratie creëren van Nederlandstalige kinderen in een beperkt aantal scholen en zult u de weinige Nederlandstalige kinderen die er vandaag nog zijn in de vele tientallen andere scholen in Brussel, daar weghalen. Ik ken die argumentatie. Ik praat daar heel regelmatig met heel veel mensen over. Ik vind het belangrijk dat elk Nederlandstalig kind in Brussel of elk Nederlandstalig kind buiten Brussel dat een plaats zoekt in een Vlaamse school in Brussel terecht kan, zo mogelijk in een school van zijn of haar keuze of misschien van een tweede of derde keuze. Dat moet de bedoeling zijn. Ik zie geen meer sluitende oplossing dan deze die vandaag voorligt. Behalve wat u daar voorstelt. Maar daar ben ik om een andere reden geen voorstander van.

Gerda Van Steenberge

Mijnheer Delva, u weet toch ook dat met de regeling die er nu is niet alle Nederlandstalige kinderen een plaats hebben in de Nederlandstalige scholen in Brussel. Door de voorrangsregel voor broers en zussen zullen Vlaamse kinderen geen voorrang hebben in de school van hun keuze. Het is nu eenmaal een demografisch gegeven dat bepaalde groepen meer broers en zussen hebben. Spijtig genoeg zijn onze Vlaamse kinderen in de minderheid in Brussel. We zullen hierover wellicht van mening blijven verschillen.

Paul Delva

De gedachte dat Nederlandstalige kinderen in hun school van keuze binnen zullen geraken via een of andere voorrangsmechanisme, is fout. U weet zeer goed wat de wachtrijen zijn in bijvoorbeeld het Sint-Jan Berchmanscollege. Zelfs al gaat men in die school naar 100 procent, dan nog zal er voor al die kinderen geen plaats zijn. Het gaat niet op.

Gerda Van Steenberge

Het is wel een betere aanzet.

Minister Pascal Smet

Voorzitter, ik hoor mevrouw Van Steenberge zeggen dat er op dit moment Nederlandstalige kinderen in Brussel zouden zijn die, als ze dat wensen, geen plaats zouden hebben in het Brussels onderwijs. Dat klopt niet. Ik heb geen weet van Nederlandstalige kinderen, van wie een van de ouders thuis Nederlands spreekt, die geen plaats zouden vinden in het Brussels onderwijs. U beweert dat. Dan weet u blijkbaar meer dan ik of dan alle onderwijsadministraties, zowel van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, de Vlaamse Gemeenschap als de andere scholen.

Alle kinderen die naar het Nederlandstalig onderwijs willen gaan en die thuis Nederlands spreken, kunnen dat op dit moment nog altijd.

Gerda Van Steenberge

Mij is het anders gezegd. Ik zal het nagaan en als ik iemand vind, dan zal ik het u laten weten.

Minister Pascal Smet

Ik kan u zeggen dat er kranten op zoek zijn geweest naar mensen maar ze niet hebben gevonden.

Gerda Van Steenberge

Ik heb andere krantenartikels gezien. Ik lees waarschijnlijk Griekse kranten.

Dit zijn een paar punten van kritiek die ik geef op het voorstel van decreet zoals het nu voorligt. Mevrouw Deckx, nog eens voor de duidelijkheid en zoals ik ook al in de commissie heb gezegd: wij delen het volledige voorstel van decreet en de standpunten erachter niet. De hoofdreden waarom onze fractie het niet zal goedkeuren, is nog altijd dat wij een absolute keuzevrijheid van ouders willen.

Vanmorgen heeft professor Aelterman tijdens de hoorzitting nog eens gezegd dat ouders voor hun kinderen een school kiezen, en geen richting of type. Dat is voor hen heel belangrijk. Als ouders hun kinderen niet kunnen sturen naar een school die zij wensen, dan zijn ze enorm ontgoocheld. Ik vind dat een zwaar probleem. Ik vind dat alle ouders de keuze moeten hebben om hun kind te sturen naar de school die ze wensen. Met dit voorstel van decreet zien wij dat niet meer gebeuren. We zien dat er in centrumsteden, waar er nu nog geen capaciteitsprobleem is maar wel al een beperkt aantal plaatsen, problemen zullen worden gecreëerd die er niet zijn voor bepaalde kinderen.

Voor ons moet ook de autonomie van de scholen worden opgewaardeerd. De schoolbesturen worden nu bijna niet betrokken. Tot nu toe zijn er scholen die volgens een pedagogisch project – waar ik blijf achterstaan – bepaalde inschrijvingen doen of niet doen. Als men voor een pedagogisch project kiest, dan moet men er bewust voor kiezen en naar die school kunnen gaan. Dat dan een voorrangsregeling geldt voor kinderen die in feite niet achter dat pedagogisch project staan, kan er bij mij niet in. Ik begrijp dat niet goed.

De schoolpoortkeuze is dus heel belangrijk. Ouders willen dat dit blijft kunnen. We zien regelmatig dat ouders in Antwerpen echt boos zijn vanwege de bestaande regeling. Trouwens, Antwerpen heeft nu al zijn vierde regeling van aanmelding. Ook zijn ze niet goed gezind met het voorstel van decreet, want het gaat om weer een ander systeem dat wordt opgelegd. Wat duidelijkheid en transparantie betreft, kan dat tellen.

Door de inschrijvings- of aanmeldingsprocedure in Antwerpen is er een stadsvlucht ontstaan. Ouders wensen die sociale mix helemaal niet. Ze sturen hun kinderen nu naar een randgemeente omdat daar een school is die beter aanleunt bij de keuze die ze wensen.

Wat zal het resultaat zijn? Ik geef een voorbeeld. Eliasje wordt volgend jaar drie jaar en mag naar school. Hij is een nakomer, zijn broers en zussen zijn ouder en gaan niet meer naar die school. Hij woont in een centrumstad. Zijn ouders willen hem inschrijven in een school van hun keuze. Zijn ouders werken niet in die school. Hij is ook geen GOK-leerling want zijn moeder heeft een diploma secundair onderwijs. Volgens al die criteria zal Elias achteraan staan voor een inschrijving en eventueel met wat geluk in de school van zijn keuze terecht kunnen. Dat wensen wij niet. Wij vrezen daarvoor met dit Inschrijvingsdecreet.

Irina De Knop

Mevrouw Van Steenberge, bij wat u wilt realiseren, zal geen enkel voorstel van decreet kunnen helpen. U maakt heel wat omwegen, maar dit is wat u wilt: de ouders die een exclusief witte school willen, moeten die absoluut kunnen krijgen. U zegt: “Als ik voor mijn kind een school wil zonder enige allochtoon, dan moet dat kunnen.” Daarvoor pas ik. Dat wil niet zeggen dat ik het helemaal eens ben met het voorstel van decreet. Maar uw maatschappijmodel is totaal niet het mijne. U wilt de zwarte opsluiten in de steden en de rand aan de witte geven. Of u wilt een wit getto creëren in de stad. Dat is wat u wilt. Zeg dat dan ook.

Gerda Van Steenberge

Mevrouw De Knop, ik zeg net dat dit het effect is van het huidige inschrijvings- en aanmeldingssysteem in Antwerpen. Het is het effect! Ik woon niet in Antwerpen, hoor. Ik stuur mijn kind niet naar Antwerpen. Dat is niet op mij van toepassing. Het ligt aan al die ouders …

Irina De Knop

U zegt wel: om plaats te hebben in die stad of die school, moeten de allochtonen maar wijken zodat wij Nederlandstaligen meer kans maken om binnen te geraken. Dat zegt u toch wel!

Gerda Van Steenberge

Als die allochtonen Nederlandstalig zijn, mevrouw De Knop, dan heb ik daar geen probleem mee. Het gaat over het Nederlandstalige karakter. U maakt een onderscheid op basis van kleur, ik niet hoor. Ik spreek over Vlamingen. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Bovendien vind ik dit voorstel van decreet zeer hypocriet. Ik zou van alle Open Vld-mandatarissen van heel het land eens willen weten waar hun kinderen ingeschreven zijn, in welke scholen of topscholen, in welke internaten, internaten blijven buiten schot want dat is in overtal. Ik vind het voorstel van decreet vrij hypocriet.

Irina De Knop

Spreek voor uw eigen partij en laat anderen voor hun partij spreken.

Gerda Van Steenberge

Maar ik spreek voor mijn partij. Ik wil die keuzevrijheid behouden. Ik ben eerlijk, ik zeg dat ik de keuzevrijheid wil behouden voor de ouders.

Mevrouw De Knop, ik heb uw reflectienota gelezen. Ik was er blij mee. Dat was nogal een wending. Wat u in de commissie zei, staat helemaal niet in de nota. In de commissie hebt u doen uitschijnen dat u het voorstel van decreet niet ver genoeg gaand vond, dat het overal moest worden ingevoerd. Nu zegt u enkel dat de criteria van broers en zussen behouden moeten blijven en dat we de rest moeten overlaten aan de lokale overlegplatformen (LOP’s). Dat is toch een kering in uw redenering. Het is wellicht een voortschrijdend inzicht. Ik kan dat alleen maar toejuichen.

De heer De Wever zegt dat er in Antwerpen een probleem is. Er is een stadsvlucht, iedereen schrijft zijn kinderen in in de rand. De N-VA wil het omgekeerde zien, de ouders in Antwerpen moeten de keuzevrijheid van school hebben.

Mijn partij stemt zoals we het zeggen. We zullen tegen dit voorstel van decreet stemmen. Andere partijen zeggen: luister naar mijn woorden maar kijk niet naar mijn daden. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

Mevrouw De Knop heeft het woord.

Irina De Knop

Collega’s, ik kon het niet laten om al vanop mijn bank te reageren.

Zoals mevrouw Van Steenberge zei, heeft de Open Vld-fractie een reflectienota ingediend op dit voorstel van decreet. We zijn het er inderdaad absoluut niet mee eens. We zijn het voor een groot gedeelte inhoudelijk niet eens met de tekst, maar we zijn het vooral niet eens met de manier waarop de meerderheid in de commissie te werk ging. Er zijn bijvoorbeeld dertien stukken in dit dossier. Dat doet vermoeden dat deze nieuwe inschrijvingsmethode voor de scholen niet echt zonder slag of stoot vandaag in de plenaire vergadering is beland.

Dit is een kroniek van een heel lange lijdensweg, en bij momenten was die hallucinant te noemen. Eerst ontweek met name de Vlaamse Regering enkele overleg- en adviesverplichtingen door het decreet door parlementsleden te laten indienen. De Raad van State tikte de meerderheid daarvoor hard op de vingers. Het is onder druk van een aantal oppositiepartijen en van het onderwijsveld dat een aantal belangrijke aanpassingen dienden te worden gedaan. Vervolgens werd een amendement gewoon door een compleet nieuw voorstel vervangen. Daarna kwam er zelfs op de dag van de stemmingen in de commissie, nochtans na het zomerreces en dus na heel wat tijd om daarover te reflecteren, te elfder ure nog een volledige reeks amendementen van de meerderheidspartijen.

Ik ben hier nog niet zo heel lang, maar ik dacht toch: dit is ‘du jamais vu’. De slinkse manier waarop meerderheidspartijen deze nieuwe inschrijvingsregeling voor scholen willen goedkeuren, is voor Open Vld onaanvaardbaar.

Gerda Van Steenberge

Mevrouw De Knop, mag ik u even iets vragen? U hebt samen met Groen! een reeks amendementen ingediend, dan ingetrokken en daarna weer ingediend onder een andere vorm, ik meen op dezelfde dag dat de amendementen van de meerderheid werden ingediend. Wat is dan het verschil in werkwijze? U hebt toch ook een heel reces de tijd gehad?

Irina De Knop

Uiteraard. Het klopt dat ook wij na het reces een aantal aanpassingen hebben gedaan, maar wij zijn in dezen niet de initiatiefnemers, wij hebben getracht om via een aantal amendementen de zaak recht te trekken. Ik vind trouwens dat uw vergelijking helemaal niet opgaat.

In ieder geval is de manier waarop de meerderheidspartijen deze nieuwe inschrijvingsregeling voor scholen willen goedkeuren, voor ons onaanvaardbaar en absoluut niet goed te keuren. Zoals u daarnet zelf zei, mevrouw Van Steenberge, getuigt het wat mij betreft van bedenkelijk kunst- en vliegwerk met als enig resultaat dat het systeem van het inschrijvingsrecht in het voorstel van decreet vandaag nog altijd niet voldoet.

Kathleen Helsen

Mevrouw De Knop, ik kreeg graag wat meer uitleg van u. U zegt dat de parlementsleden dit op een slinkse manier binnengebracht en behandeld hebben.

Irina De Knop

Ik heb dit misschien inderdaad niet goed uitgelegd. Wat ik daarmee bedoel, betreft de manier waarop het decreet werd binnengebracht, met name via een voorstel van decreet en niet via een ontwerp van decreet. Dat noem ik slinks.

Kathleen Helsen

U hebt dus moeite met parlementaire initiatieven?

Irina De Knop

Ik heb er moeite mee, mevrouw, dat u op deze manier met een decreet dat u – zoals u zelf hebt gezegd – met de hulp van het kabinet hebt geschreven, een aantal adviezen trachtte te ontlopen. Die adviezen zijn er achteraf dan wel gekomen op vraag van de commissieleden.

Kathleen Helsen

Mevrouw De Knop, wij hebben van in het begin het advies van de Raad van State en van de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) gevraagd. We hebben dat van in het begin gezegd en we hebben dat ook gedaan. Ik heb geen enkel probleem met parlementaire initiatieven. Het verbaast me dat u daar als parlementslid problemen mee hebt. Ik vind het ook niet onlogisch dat parlementsleden dat in overleg doen met een minister die, als wij dit goedkeuren, verantwoordelijk is voor de uitvoering van dit decreet. Ik vind het niet onlogisch dat parlementsleden de minister daarbij betrekken.

Kathleen Deckx

Ik zou me willen aansluiten bij mevrouw Helsen. Het lijkt me toch wel heel eigenaardig dat parlementsleden andere parlementsleden het recht ontzeggen om een voorstel van decreet in te dienen, een voorstel van decreet dat door de parlementsleden op politiek vlak heel grondig overlegd werd en waarbij inderdaad technische ondersteuning werd geboden door een kabinet of door medewerkers. Ik meen dat dit een logische zaak is.

U beweert dat we daarmee de Raad van State en de Vlor wilden omzeilen, dat is helemaal niet waar. Daarbij komt dat we door het feit dat ze adviezen hebben geleverd die wij heel grondig hebben bekeken, het aanvankelijk ingediende decreet heel grondig hebben bijgestuurd. Ik meen dat ons toch absoluut niet kwalijk kan worden genomen dat we rekening houden met wat de Raad van State zegt en dat we rekening houden met wat de Vlor zegt. Het zou ons vandaag toch wel heel kwalijk worden genomen als we dat niet hadden gedaan. Ik begrijp uw werkwijze eerlijk gezegd ook niet.

Mevrouw Deckx, u mag de oppositie ook wat krediet geven. Het was de bedoeling het voorstel van decreet er zo snel mogelijk door te jagen. Dan zijn wij gelukkig alert geweest. We hebben ervoor gezorgd dat we iets grondiger konden werken. Eigenlijk was het de bedoeling om dat voorstel van decreet te laten goedkeuren en te laten ingaan op september 2011. Dat is twee maanden geleden, niet te vergeten. Dat was de bedoeling, maar gelukkig hebben wij daar een stokje voor gestoken. Ik steek daarvoor een pluim op onze hoed.

Vera Celis

Ik wil het ook graag hebben over het kunst- en vliegwerk. Als ik zie hoeveel dagen en uren er denkwerk en overleg is geweest om tot dit voorstel van decreet te komen, dan geloof ik niet dat je van kunst- en vliegwerk kunt spreken.

Mevrouw De Knop, ik zit hier nog niet zo lang. Een van de eerste zaken die ik heb gedaan, is het bestuderen van de begrippenlijst en hoe je initiatieven kunt nemen in het parlement. Een voorstel van decreet is perfect legaal. Ik zie dus niet wat er mis is.

Mevrouw Meuleman, u zegt dat de oppositie er verdienste aan had door er een stokje voor te steken. Ik ben blij dat u dat zegt, want dat is toch een teken dat er goed wordt geluisterd naar de oppositie.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer

Ik was niet van plan om al te spreken, maar als ik mevrouw Meuleman hoor, dan ben ik daartoe wel verplicht omwille van de intellectuele eerlijkheid van het verslag. Mevrouw Meuleman, ik betreur dat u geen verslag hebt gegeven van een zo belangrijk voorstel van decreet. Mocht u dat wel hebben gedaan, dan zou u weten dat het ingaat op 1 september 2012, en niet op 1 september 2011, en dan zou u die pluim niet op uw hoed steken. Ik vraag u uitdrukkelijk om pagina 14 van het verslag eens te lezen. Daar staat wie daarover het eerst en het sterkst heeft gesproken.

Het heeft me moeite gekost om de minister er op dat ogenblik van te overtuigen dat het decreet niet kon ingaan op 1 september 2011, maar ten vroegste op 1 september 2012. Het siert de minister dat hij mij is gevolgd. Voor de eerlijkheid van het verslag heb ik graag dat de zaken juist worden geciteerd.

Een zaak is overduidelijk, er zal niet meer worden gekampeerd aan schoolpoorten. Daar staan alle partijen achter. Dit is een technisch heel moeilijk voorstel van decreet. Het is inhoudelijk bijzonder belangrijk en emotioneel gevoelig. Dat heeft de discussie al duidelijk gemaakt. Er zijn hoorzittingen geweest, er was een advies van de Raad van State, er was een advies van de Vlor. Mevrouw Deckx heeft gelijk: mocht daar geen rekening mee gehouden zijn, dan was er schande en harde taal gesproken, en zeer terecht.

Er is nu wel rekening mee gehouden, maar hebben we nu een ideaal decreet? Eerlijk gezegd, ik vrees van niet. Maar als de oppositie een voorstel van decreet had moeten maken, dan waren we niet dagen, maar nog jaren bezig. (Applaus bij CD&V en de N-VA)

Ik ben niet beschaamd te zeggen dat er misschien nog verbeteringen mogelijk zijn. Misschien is dat zo. Ik heb nog vragen bij dit voorstel van decreet. Is de telefooncentrale de ideale oplossing om daarmee te werken? Ik heb daar vragen bij. Moeten we dat nog aanpassen? Het duurt nog een jaar voor het voorstel van decreet ingaat. Nu kunnen we ernstig werken aan de voorbereiding. We kunnen nu zorgen voor een goede communicatie met de scholen. Moet er nog worden bijgestuurd? Zou dat zo’n schande zijn voor zo’n technisch moeilijk voorstel van decreet? Voor mij persoonlijk niet.

Ik geef een ander voorbeeld. Tot de laatste dag van oktober van het schooljaar waarop de inschrijving betrekking heeft, kunnen leerlingen nog steeds worden verplicht van school te veranderen. Welnu, dat vind ik persoonlijk minder gelukkig. Die eventueel vrijgekomen plaatsen als gevolg van de volgorde die moet worden gerespecteerd, dat mag geen twee maanden duren.

Aanpassingen moeten nog mogelijk zijn. Indien wij samen vaststellen dat er problemen opduiken en dat er aanpassingen nodig zijn, dan zullen wij daar de juridische ruimte voor hebben. Is dat een schande? Ik denk het niet. Ik had op dat punt ook graag de mening van u gekend, minister.

De bezorgdheid van mevrouw Van Steenberge over de plattelandsscholen is ook de mijne. De commissievoorzitter heeft terecht gewezen op de grote nuanceringen die in de tekst zijn aangebracht. Als we na een jaar of twee zouden merken dat in de tekst een aantal vergissingen zitten, dan moeten wij het decreet aanpassen. Graag vernam ik uw mening over mij suggesties.

Irina De Knop

Ik hoor hier zeggen dat er hoorzittingen zijn georganiseerd en dat naar de oppositie is geluisterd. Mag ik erop wijzen dat het amendement dat het eerste voorstel verving, er is gekomen vooraleer de hoorzitting begon? Ik herinner mij dat de mensen die aanwezig waren, de tekst maar heel kort vooraf hebben kunnen inkijken. Het is er dus compleet over om te ontkennen dat men kunst- en vliegwerk heeft afgeleverd.

Mijnheer De Meyer, u zegt dat fouten of manco’s in het decreet achteraf nog kunnen worden aangepast. Zou het dan niet beter zijn geweest om wat meer tijd te nemen om de zaak grondiger te bekijken? En zou het ook niet beter zijn geweest om met een ontwerp van decreet te werken, zodat de minister met alle onderwijsactoren vooraf – en niet nadien – had kunnen overleggen? Als wij met voorstellen van decreet willen werken, dan moeten wij dat in alle commissies voor alle belangrijke onderwerpen doen. Dan zullen wij de werking van het parlement herwaarderen. Onze voorzitter zal daar bijzonder gelukkig mee zijn. Maar u moet toch toegeven dat dit voor dergelijk belangrijke onderwerpen erg ongebruikelijk is.

Dat was het punt dat ik wou maken toen ik het over kunst- en vliegwerk had. Als het resultaat misschien niet perfect is – u zei het zelf –, dan vrees ik dat dit komt omdat u te snel hebt willen handelen. Dat is wat wij de hele tijd in de commissie hebben aangeklaagd. Het is juist dat er een decretale regeling moest komen. Maar wij hadden echt nog wel een aantal maanden om dat van de eerste keer goed te doen.

Het onderwijsveld stuurt signalen uit dat schooldirecties met de daver op het lijf zitten om een fout te begaan wegens de complexiteit van het voorliggende systeem. Het decreet zou de basis moeten vormen van een zeer duidelijke regelgeving inzake inschrijvingsprocedures, maar het heeft het tegenovergestelde effect. Wij hebben dat ook de afgelopen dagen en weken kunnen vernemen. Het zorgt voor heel wat onzekerheid in scholen, maar vooral ook bij ouders. Ik vrees daarom dat vooral kansarme ouders en ouders van kinderen met zorgnoden de dupe zullen worden. Kansrijke ouders zullen immers wel naar het journaal kijken of een kwaliteitskrant lezen, en weten wat hen te doen staat.

Onze fractie pleit dus voor een eenvoudigere en eenvormige inschrijvingsprocedure voor alle scholen, met een onderscheid tussen het basisonderwijs en het secundair onderwijs. De inschrijvingsprocedure moet een middel zijn om inschrijvingen te regelen, niet om een algemeen capaciteitsprobleem in de regio op te lossen. U zegt dat ook niet, maar u zegt wel dat u wachtrijen wilt wegwerken. Zo creëert u de indruk dat u aan de capaciteit wilt sleutelen, of toch de capaciteitsproblemen onzichtbaar wilt maken.

De voorzitter

Minister Smet heeft het woord.

Minister Pascal Smet

Mevrouw De Knop, wanneer mensen van de meerderheid of ikzelf iets zeggen, is het misschien wel aangewezen om te luisteren. We hebben het over fysieke wachtrijen. Mag ik u erop wijzen dat een belangrijke persoon van uw partij – ik neem aan dat hij nog belangrijk is in uw partij – in het verleden herhaaldelijk zelf heeft gepleit om dat te doen? U weet wie ik bedoel, want u hebt nog voor hem gewerkt.

Irina De Knop

U laat echt geen kans onbenut om mij daaraan te herinneren. Ik denk dat dit irrelevant is.

Natuurlijk willen wij die wachtrijen wegwerken. U hebt echter op verschillende momenten de indruk gegeven dat u daardoor ook iets doet aan de capaciteit, en dat is helemaal niet het geval. Wij vragen dan ook dat die scholenbouw uw eerste prioriteit en zorg zou zijn. Het is nog niet zo lang geleden, minister, dat ik heb geprobeerd u ervan te overtuigen dat indien u het capaciteitsprobleem, onder andere in Brussel, niet aanpakt, u dat morgen zult moeten doen in de randgemeenten. U hebt daarop geantwoord dat dit een gedeelde verantwoordelijkheid was. Eigenlijk wilt u iets doen aan de scholenbouw maar dan in elk geval voor Brussel met de handrem op. Wij herhalen dan ook in onze reflectienota dat als u iets wilt doen aan de wachtrijen voor de scholen, u de scholenbouw moet aanpakken.

Minister Pascal Smet

Mevrouw De Knop, ik weet niet welke definitie u hebt van een handrem. Wanneer wij dit jaar 22 miljoen euro investeren vanuit de Vlaamse Gemeenschap in bijkomende scholenbouw in Brussel, dan kunt u moeilijk zeggen dat we dat doen met de handrem op. Tenzij u een heel eigenaardige definitie van handrem hebt.

Irina De Knop

Ik vrees dat dit onvoldoende zal zijn. Ik vind het goed dat dit gebeurt maar wanneer we zien welke demografische evolutie op ons afkomt, vrees ik dat dit niet zal volstaan. U zult verwijzen naar de verantwoordelijkheden van het Franstalige onderwijs in Brussel. U zult echter de impact daarvan op de Rand zien, en daar is het wel uw volledige bevoegdheid.

Het is de bedoeling van dit voorstel van decreet om via de inschrijvingsprocedure de sociale mix en de sociale cohesie te bevorderen. Het zou een afspiegeling moeten zijn van de populatie van de buurt.

De Vlaamse meerderheid mist in dit voorstel van decreet de kans om een betere sociale mix in de scholen in heel Vlaanderen te bewerkstelligen. Het systeem van dubbele contingentering die evenredigheid moet brengen tussen leerlingen uit een sterk milieu en leerlingen uit een zogenaamde zwak milieu, geldt vandaag enkel voor scholen in LOP-gebieden. De Vlor is van mening dat het beter was geweest om die evenredigheid in elke school verplicht te maken. Wij willen ons daarbij aansluiten. Daarmee pleiten wij niet voor een ingewikkelde inschrijvingsprocedure in elke school. Wanneer u echter het systeem van de dubbele contingentering hanteert waarbij duidelijk vooraf wordt bepaald dat een school moet plaatsmaken voor sociaal sterke en sociaal zwakke leerlingen, dan zou u kunnen bewerkstelligen dat elke school daar aandacht voor heeft en niet enkel scholen die een capaciteitsprobleem hebben. Dan zou u voor een deel kunnen ondervangen wat er nu gebeurt, met name dat er mensen naar de Rand gaan om aan het probleem te ontsnappen.

Kathleen Helsen

Mevrouw De Knop, ik begrijp u niet als ik uw houding in dit dossier vergelijk met een andere houding die u vaak aanneemt waarbij u het heel belangrijk vindt dat de overheid niet te veel oplegt. Hier vraagt u dat wij voor heel Vlaanderen een aantal zaken opleggen, zelfs waar dat niet nodig is en er geen problemen zijn. Wij maken het in dit voorstel van decreet mogelijk dat daar waar men voor dit systeem wil kiezen, men dat ook kan doen. Daar waar er geen problemen zijn, willen wij niets opleggen Ik vind het heel gek dat u vanuit Open Vld de vraag stelt om de vrijheid te beperken.

De voorzitter

De heer Wienen heeft het woord.

Wim Wienen

Mevrouw De Knop, ik vind de redenering die u nu ontwikkelt, wat eigenaardig. U pleit ervoor zo’n regeling en zo’n mix door te voeren in heel Vlaanderen, terwijl uw partijgenote, mevrouw Coolsaet, in de Antwerpse gemeenteraad eigenlijk het tegenovergestelde bepleit. Zij pleit er zelfs voor om de voorrangsregelingen die nu in de steden bestaan, terug te schroeven en af te schaffen.

Irina De Knop

U moet het ene los van het andere zien. Het systeem dat de Vlor uitdenkt, is nieuw. Dat is het systeem van die dubbele contingentering, dat deels wordt overgenomen. Daarbij gaat men eigenlijk afbakenen hoeveel plaats er is voor GOK-leerlingen en voor niet-GOK-leerlingen, voor sociaal sterkeren en voor sociaal zwakkeren. Wat mensen echter verkeerd zien, is dat dit een absolute muur zou zijn tussen het ene en het andere. Ik geef het voorbeeld van een gemeente in de rand rond Gent, waar alleen maar ‘Vlamingen’ wonen, om het zo maar even te zeggen. Ook als een school daar het systeem van die dubbele contingentering toepast en het potje van die ‘Vlamingen’ vol zit, en er onvoldoende mensen uit een GOK-milieu zijn, dan kan die school dat gewoon aanvullen. Op zich is dat dus niet zo moeilijk. Het gaat er gewoon om dat de meerderheid kiest voor een systeem om de sociale mix te bevorderen, maar dat wel enkel wil doen waar er een capaciteitsprobleem is. Waarom? Als u de sociale mix dan toch zo belangrijk vindt, waarom maakt u daar dan geen basisprincipe van, zodat elke school daarvan doordrongen is? In elke school moet er plaats zijn voor zowel de ene als de andere groep.

Ik wijs u erop dat dit niet alleen mijn pleidooi is, maar ook het pleidooi van de Vlor en van het LOP in Gent. Dit is niet zomaar mijn individueel standpunt, en dit hoeft niets haaks te staan op het feit dat we voor de rest pleiten voor zo veel mogelijk autonomie voor scholen. Voor mij is dit een basisprincipe, zoals het basisprincipe van de vrije schoolkeuze.

Kathleen Helsen

Mevrouw De Knop, u geeft hier een zeer verwarrend voorbeeld. Nu wordt voorgesteld dit enkel op te leggen waar er een capaciteitsprobleem is. U geeft het voorbeeld van een gemeente waar er geen capaciteitsprobleem is, maar u pleit ervoor het ook daar op diezelfde manier te regelen. U geeft dan een voorbeeld waarbij u meteen ook stelt dat er een capaciteitsprobleem is. Het is echter niet nodig om het daar toe te passen, want iedereen die zich wil inschrijven in die school, kan dat doen. Er is immers plaats genoeg.

Irina De Knop

Waarom dan niet het systeem van de dubbele contingentering doortrekken? Wat is dan het probleem daarmee?

Kathleen Helsen

Het is niet nodig: mensen die daar niet naar school willen gaan, omdat ze gewoon niet in die omgeving wonen, melden zich daar niet aan. Die mensen zijn er niet. Wie er wél naar school wil gaan, kan zich laten inschrijven. Er is geen enkel probleem. Wij zeggen ook: daar waar een bepaalde sociale mix niet op dezelfde manier kan worden gerealiseerd als in een stedelijk gebied, hoeft dat ook niet.

Mevrouw Helsen, u stelt dat het niet nodig is. Het is wél nodig. Doet u dat niet, dan zijn de effecten immers pervers. U ondermijnt dan uw eigen principe van de sociale mix, omdat kansrijke ouders uit het stadscentrum vluchten naar die rand en er in de stad een nog grotere concentratie van echt heel kansarme kinderen zal zijn dan die er nu al is. Dat is het probleem dat diverse experts al meermaals hebben aangekaart in de commissie; Ik begrijp dus echt niet waarom daar niets aan wordt gedaan. Dat is immers echt in eigen vlees snijden. We kunnen achter dat principe staan, maar u ondermijnt dat eigen principe op die manier volledig.

Kathleen Helsen

Mevrouw Meuleman, Vlaanderen is veel diverser dan een grootstad met een rand.

Irina De Knop

Mevrouw Meuleman, ik had hetzelfde hier staan. Het onderscheid tussen scholen in en buiten een LOP-gebied is vandaag toch wel kunstmatig. Dat zal problemen scheppen. Scholen die naast de stad liggen, in de rand, liggen niet noodzakelijk in een LOP-gebied. Ze zijn niet onderhevig aan het nastreven van die evenredigheid, en dat zal inderdaad vooral de selectieve stadsvlucht van sterke kinderen in de hand werken. Mevrouw Van Steenberge, dat is precies wat ik daarnet zei in mijn repliek op u: u wenst dat. Volgens mij zal dit daadwerkelijk het effect zijn van dit voorstel van decreet. Ik ben bijzonder bezorgd over dat effect. Volgens mij zal dat de effectiviteit van de maatregel van de dubbele contingentering, waar ik achter sta, in het gedrang brengen, omdat het probleem gewoon wordt verschoven. In tegenstelling tot de partij die hier net aan bod kwam, vinden wij een sociale mix wél belangrijk. Vindt men dat ook belangrijk, dan moet men dat belangrijk vinden in heel Vlaanderen. Er is het probleem van de grote steden die overlopen. De instroom van de stadscholen naar die van de randgemeenten neemt sowieso toe.

De Brusselse Rand vormt het perfect voorbeeld. Ten gevolge van de capaciteitsproblemen in Brussel worden ook die scholen met steeds meer capaciteitsproblemen geconfronteerd. Daarbij wordt het ook moeilijk het Nederlandstalige karakter te behouden.

Dat brengt me bij mijn volgende punt van kritiek: de schrapping van de indicator ‘thuistaal niet Nederlands’. Dat zal in de Rand rond Brussel ongewenste effecten hebben. De hoorzittingen en het debat dat we in de commissie hebben gevoerd, hebben me geen garanties op een oplossing geboden. Volgens mij is de N-VA hier ook niet gerust in. Zo heeft onder meer de heer Segers al meermaals vragen gesteld over de effecten van de schrapping van deze indicator.

Het eenvoudige engagement dit op te volgen, zoals het daarnet is verwoord, staat niet in verhouding tot de krachtige waarschuwingen en de aanbevelingen van onder meer de Vlor. Het lijkt ons dan ook nuttig de aanbevelingen van de Vlor ondubbelzinnig te volgen. We moeten een oplossing voor de dubbele contingentering zoeken en we moeten de indicator ‘thuistaal niet Nederlands’ behouden.

Op die manier kunnen we de Nederlandstaligheid van de scholen in de Vlaamse Rand waarborgen. Momenteel ondervinden die scholen de gevolgen van het systeem, maar blijven ze ook aan de zijlijn staan. Ze kunnen niet profiteren van de oplossingen die hier worden uitgewerkt.

Gerda Van Steenberge

Hoewel ik daar al een paar keer over heb nagedacht, begrijp ik het nog altijd niet. In het voorstel van decreet wordt de voorwaarde ‘thuistaal niet Nederlands’ geschrapt. Open Vld wil die voorrangsregel voor kinderen met een andere thuistaal echter behouden. Het effect zou zijn dat een Franstalig kind in een school in Halle voorrang zou krijgen op een Nederlandstalig kind. Kan mevrouw De Knop dat misschien nog eens uitleggen?

Irina De Knop

Vroeger was ‘thuistaal niet Nederlands’ een indicator voor de GOK-criteria. Zodra het aantal GOK-leerlingen was bereikt, kwamen de Nederlandstalige kinderen aan bod. Een school kon het aantal GOK-leerlingen tot, bijvoorbeeld, 20 of 30 procent beperken. Dit bood de Nederlandstalige kinderen mogelijkheden. Die overige 70 procent werd daar immers mee opgevuld.

Zodra een dubbele contingentering wordt ingevoerd, zullen heel wat Franstaligen in de Vlaamse Rand toestromen. Daarbij komen nog de Franstaligen die in de Vlaamse Rand zelf uit de boot vallen. Het gevolg is dat er geen plaats meer zal zijn voor de Nederlandstaligen. In feite vormt de indicator ‘thuistaal niet Nederlands’ een garantie voor de Nederlandstaligen. De Franstaligen worden dan immers bij de GOK-leerlingen gerekend.

Dit is een heel technische discussie. We moeten ons echter absoluut bewust zijn van de perverse effecten die dit voorstel van decreet in de Vlaamse Rand zal hebben. Volgens mij is dat ook bij de N-VA gaan dagen. De heer Segers zou daar anders geen vragen over stellen.

Ik vrees dat we het probleem dat we enkele jaren geleden in Brussel hadden en waarvoor we ondertussen met de 55-procent regeling enigszins een oplossing hebben gezocht gewoon naar de Rand rond Brussel zullen verplaatsen. Daar zullen we immers niet met de dubbele contingentering en met de indicator ‘thuistaal niet Nederlands’ werken. In feite verkleinen we op die manier de kansen van de Nederlandstaligen.

De voorzitter

De heer Segers heeft het woord.

Willy Segers

Voorzitter, mevrouw De Knop heeft me hier al een paar keer geciteerd. Mijn vragen hadden evenwel betrekking op het Turks in Lommel en hadden niets met de Vlaamse Rand te maken. (Gelach)

Irina De Knop

In dat geval was het iemand anders. Volgens mij heeft een lid van de N-VA meermaals vragen over het effect van de schrapping van die indicator gesteld.

Volgens ons moet het systeem van de dubbele contingentering in alle scholen kunnen worden ingevoerd. Dit zou, los van de vrije schoolkeuze, wat ik ook een belangrijk criterium vind, een algemeen basisprincipe moeten worden. Hierdoor zouden alle scholen beide categorieën opvangen. De scholen zouden dan in heel Vlaanderen en niet enkel in de LOP-gebieden naar een gezonde weerspiegeling van de buurt en van de maatschappij streven. Volgens ons zou het voorstel van decreet ook enkel mogen regelen wat lokaal niet kan worden geregeld.

Gerda Van Steenberge

Ik heb daar nog een vraag over. Zoals mevrouw Helsen daarjuist zei: Vlaanderen is meer dan een stad en de rand. Je hebt plattelandsgemeenten waar er weinig of geen GOK-leerlingen zijn. Financieel hebben die scholen enorm veel moeite, want ze krijgen geen extra middelen. Hoe wilt u een sociale mix bereiken in plattelandsgemeenten waar er geen GOK-leerlingen zijn? U zegt dat er in elke gemeente waar er minimum twee scholen zijn, er een LOP moet zijn.

Irina De Knop

Ik wil niet noodzakelijk dat die sociale mix er overal komt, ik wil gewoon dat het een principe wordt. Eigenlijk is het een systeem van een dubbele contingentering. Als je dat invoert in heel Vlaanderen, zal dat in plattelandsgebieden inderdaad geen toepassing krijgen of zal dat heel eenvoudig in te vullen zijn. Wat is het probleem dan om het te doen?

Bepaalde scholen die heel selectief zijn, hebben geen reden meer om bepaalde kinderen met een bepaalde sociaal-economische achtergrond of een bepaalde taalachterstand, te weigeren.

Het voorstel van decreet zou volgens ons enkel maar mogen regelen wat niet lokaal kan worden geregeld. Aan dit uitgangspunt beantwoordt het voorstel van decreet niet op alle vlakken. Zo kan de Vlaamse Regering vandaag zonder meer beslissen om op een bepaalde plaats een aanmeldingsprocedure op te leggen. Volgens Open Vld kan de Vlaamse Regering alleen maar een aanmeldingsprocedure verplichten na overleg met het LOP en enkel daar waar er een capaciteitsprobleem is.

Wanneer het voorstel van decreet wel effectief het subsidiariteitsbeginsel volgt en de verantwoordelijkheid legt op het lokale niveau, geeft het onvoldoende invulling aan de ondersteuning van dit niveau. Ik verklaar me nader. Het LOP is thans een overlegorgaan en geen operationeel instrumentarium, maar oefent wel een aantal tijdrovende en kostelijke taken uit op het gebied van inschrijvingen en aanmeldingen. Hier staan momenteel onvoldoende middelen tegenover. Volgens Open Vld moet de regering in een adequate ondersteuning voorzien van de LOP’s, die in overeenstemming is met hun takenpakket en bevoegdheden.

Wij stellen voor dat het LOP meer aanwezig zou zijn in het lokale onderwijslandschap in heel Vlaanderen. Dat betekent misschien dat het LOP, zoals het vandaag is, deels kan worden gewijzigd in haar samenstelling. Wij willen inderdaad de functie van het LOP uitbreiden en versterken. Wij stellen voor dat in elke gemeente waar er minstens twee scholen op het grondgebied gevestigd zijn, een LOP wordt opgericht, dat zich kan bezighouden met het inschrijvingsbeleid, maar daarnaast ook met andere onderwijsmateries, zoals het flankerend onderwijsbeleid. Wat ons betreft, is het heel duidelijk dat de lokale overheid de regierol daarvan ter harte neemt, waarbij het lokale bestuur aan het roer zit van het LOP.

Een van de hoofddoelstellingen van dit voorstel van decreet is om de kampeertoestanden voor scholen in de toekomst te vermijden. Wel, volgens mij sluit dit voorstel van decreet de kampeertoestanden niet uit. Het decreet bevat wel een aantal keuzes waarbij het LOP de mogelijkheid heeft om zijn aanmeldingen en inschrijvingen vroeger en afzonderlijk te organiseren, zodat je een zicht hebt op vrije plaatsen na de inschrijving van voorrangsgroepen, broers en zussen en kinderen van personeel. De school kan dan controleren en heeft de tijd en de ruimte om acties zoals School in Zicht op poten te kunnen zetten.

Maar dit blijkt niet de basisoptie te zijn van het voorstel van decreet. De basisgedachte gaat uit van een gezamenlijke aanmelding, een aanmelding voor broers en zussen samen met een reguliere aanmelding. Onder andere het LOP uit Gent waarschuwt dat daarmee in het verleden heel wat fouten zijn gebeurd.

Het welslagen van de nieuwe inschrijvingsprocedure zal dus in grote mate afhangen van de manier waarop het LOP de aanmeldingen organiseert en hoe het door de Vlaamse overheid hierbij technisch, met efficiënte en gebruiksvriendelijke tools ondersteund zal worden. Een generiek aanmeldingssysteem waarop elk LOP dat het wil, zijn eigen voorkeuren of opties kan aanduiden, is wat mij betreft echt wel cruciaal in het welslagen. Elk LOP is nu zelf wat beginnen te experimenteren om een systeem uit te werken. We hopen echt dat er een slim en centraal aanmeldingssysteem wordt ontworpen waar de LOP’s eigen klemtonen in kunnen leggen.

Het lijkt ons heel cruciaal dat het aanmeldingssysteem wordt gekoppeld aan een centraal inschrijvingsregister. We vrezen dat er voor een aanmeldingssysteem en een inschrijvingssysteem dat veel extra administratief werk oplevert, geen groot draagvlak te vinden zal zijn bij de onderwijspartners.

Ik geef het maar mee als suggestie. Ik denk dat het een kritische succesfactor is om ervoor te zorgen dat uw voorstel van decreet ook op de vloer zou worden gedragen. Het is heel duidelijk dat daarvoor ook de nodige middelen zullen moeten worden uitgetrokken.

Het nieuwe inschrijvingsbeleid kan ook maar succes hebben als het complexe voorstel van decreet vertaald wordt naar leesbare teksten en handleidingen, niet alleen voor de LOP’s en de scholen, maar vooral ook voor de ouders, die na de onduidelijkheid en de mist die zij hebben gelezen over dit voorstel van decreet, duidelijkheid moeten krijgen. Vlotte en duidelijke informatie voor de ouders zal van essentieel belang zijn, als we willen vermijden dat er processen komen tegen scholen wegens bepaalde keuzes of inschrijvingen.

Ik kom tot de conclusie dat het voorstel van decreet veel te complex is, de onduidelijkheid vergroot, te centralistisch is opgevat, de werkdruk op het onderwijzend personeel vergroot en na ellendig knoeiwerk tot stand is gekomen. We betreuren dat er niet meer tijd werd genomen om daar eens grondig over te gaan. Wij kunnen dus niet akkoord gaan met dit voorstel van decreet. We verzoeken de indieners om hun voorstel van decreet in te trekken en op basis van de hoorzittingen nog eens heel goed na te denken en op een transparante en eenvoudige manier een nieuw voorstel uit te werken. (Applaus bij Open Vld, LDD en Groen!)

De voorzitter

Mevrouw Deckx heeft het woord.

Kathleen Deckx

Voorzitter, ik wil me aansluiten bij de inleiding die mevrouw Helsen heeft gegeven. De indieners beogen met dit voorstel van decreet een verdere uitbouw van het inschrijvingsrecht. We hebben bijkomende uitgangspunten van het gelijkekansenbeleid geformuleerd. We hopen toch dat, hoewel de oppositiepartijen er niet of niet allemaal van overtuigd zijn, de transparantie over het aantal beschikbare plaatsen in de scholen en de inschrijvingen verhoogd wordt.

De ultieme doelstelling is het vermijden van kampertoestanden en fysieke wachtrijen aan de schoolpoorten.

Het voorstel van decreet dat vandaag voorligt, is technisch. Het is erg belangrijk. Er is rekening gehouden met de adviezen van de Vlor, met de opmerkingen tijdens de hoorzittingen, en hier en daar ook met wat de oppositie heeft ingebracht. De vrije keuze van de ouders blijft vooropstaan. We hopen dat de scholen met dit voorstel van decreet tot een afspiegeling van hun omgeving kunnen komen.

Is dat centralistisch, zoals mevrouw De Knop stelt? Ik denk het niet. Er zijn nog heel veel vrijheden overgelaten aan de diverse LOP’s en scholen. Er zit een contradictie in het pleidooi van mevrouw De Knop. Enerzijds zegt ze dat we het overal met dubbele contingentering moeten regelen, zelfs waar er geen problemen zijn. Anderzijds zegt ze dat we veel te centralistisch zijn.

Ik zal het hierbij laten, voorzitter, maar zal wel ingaan op de punten die de oppositieleden nog aanhalen. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Mevrouw Celis heeft het woord.

Vera Celis

Ik sluit me als mede-indiener van het voorstel van decreet aan bij mevrouw Helsen en mevrouw Deckx. Wij beseffen zeer goed dat dit een bijzonder moeilijk voorstel van decreet is en dat we uiteindelijk absoluut aandacht moeten hebben voor capaciteitsuitbreiding en investering in scholenbouw, maar dit voorstel van decreet is een middel om de inschrijvingen vandaag al te regelen, om de vraag en het aanbod beter op elkaar te kunnen afstemmen.

Als men wil dat dit voorstel van decreet slaagt, dan zal er volgens onze fractie wel moeten worden voldaan aan de volgende voorwaarden. Ten eerste moet er een zeer duidelijke communicatie zijn met de scholen, de onderwijspartners, de ouders en de lokale overheden. We vragen aan u, minister, dat u voldoende zorg besteedt aan de communicatie over de aanmeldings- en inschrijvingsprocedure en de nodige ondersteuning geeft aan de scholen en al diegenen die ermee te maken hebben.

Ten tweede denken we dat verdere professionalisering van de LOP’s zeer belangrijk is. Zij krijgen via dat voorstel van decreet immers belangrijke taken toebedeeld. Ten slotte denk ik dat een zeer goede opvolging van het voorstel van decreet absoluut noodzakelijk is. Te gepasten tijde zal het een en ander moeten worden geëvalueerd. Zijn de doelstellingen bereikt? Zijn er geen ongewenste neveneffecten? Indien er knelpunten worden gesignaleerd, moeten we bekijken hoe we die snel en efficiënt kunnen aanpakken, zoals de heer De Meyer heeft aangegeven.

Gerda Van Steenberge

Mevrouw Celis, ik vraag me af hoe u de evaluatie van het voorstel van decreet ziet. Staat daar een tijdspad op? Is dat hetzelfde tijdspad als de evaluatie van het GOK-decreet, van aanmeldings- en inschrijvingsdecreten? In het voorstel van decreet werd ook steeds gezegd dat er een evaluatie moest komen. Als de evaluatie van dat voorstel van decreet op dezelfde manier zal gebeuren als de evaluatie van het GOK-decreet, de evaluatie van de lerarenopleiding of welke evaluatie dan ook, dan heb ik daar mijn bedenkingen bij.

Vera Celis

Mevrouw Van Steenberge, ik denk dat we wel wat sneller te werk kunnen gaan. Bij mijn weten zijn er op dit moment drie steden waar we een probleem moeten oplossen. Voor de rest zijn er in Vlaanderen eigenlijk bijzonder weinig problemen met de inschrijvingen of de capaciteit. Zodra er melding van problemen wordt gemaakt, kunnen we daar op inspelen en moeten we daar geen jaren mee wachten.

Boudewijn Bouckaert

Waarde collega’s, voorzitter, ik ben het slachtoffer van de voorrangsregel. Ik kom achteraan in het debat om het woord te voeren. Heel wat zaken zijn al gezegd, heel veel punten zijn al aangehaald.

Ik wil eerst iets zeggen over de werkwijze. Als voorzitter van de commissie heb ik een helikopterzicht. De oppositie moet toegeven dat het verdienstelijk is dat zo’n belangrijke regeling vanuit het parlement komt, dat het een bottom-up regeling is en geen oekaze van het ministerie. Dat mag worden gezegd.

De advisering is op een behoorlijke wijze gebeurd. Er was een advies van de Vlor waar – hoewel ik daar het daar inhoudelijk niet mee eens ben – gevolg aan werd gegeven. De Vlor is een van de strategische adviesraden (SAR’s) die toch wel heel veel impact hebben op het wetgevend proces. Dat kunnen we alleen maar toejuichen. Wat minder was, is dat – zoals mevrouw De Knop heeft aangehaald – er steeds nieuwe amenderingen kwamen die de commissie overvielen. Door de techniciteit zagen we op de duur door de bomen het bos niet meer.

Ook moet ik zeggen dat men oorspronkelijk van plan was dat in september 2011 door te duwen, wat een totaal onwerkbare regeling was. Waarom is dat gewijzigd? De heer De Meyer is een goed man, maar hij is geen heilige. Het is gewijzigd omdat we een hoorzitting hebben georganiseerd. Op die hoorzitting heeft de basis gezegd dat het onmogelijk was dat in september 2011 door te voeren. Daar hebben we dan conclusies uit getrokken en heeft de heer De Meyer dat via een amendement een jaar uitgesteld. Dat is volgens mij een wijs resultaat.

Het feit dat het een voorstel – en geen ontwerp – van decreet is, heeft natuurlijk een aantal nadelen. Ten eerste kan de minister Pontius Pilatus spelen en als men hem erover aanspreekt, zeggen dat het van de meerderheid is. Een ander punt is dat er aan zo’n voorstel geen reguleringsimpactanalyse (RIA) gekoppeld is. We zien vaak dat zo’n RIA wel bij zulke zeer mineure ontwerpen van decreet zit, maar aan dit voorstel, dat een zwaar regulerende impact heeft, is geen RIA gekoppeld.

Dit is een belangrijk decreet. Er wordt een stap gezet in het Vlaamse onderwijslandschap. Is het een goede stap? Ik vind van niet. Maar er wordt toch een zeer ingrijpende wijziging aangebracht in de vrije schoolkeuze en in de actieve onderwijsvrijheid. Daar kunnen goede redenen voor zijn, maar het had toch eens in een RIA uitgevlooid moeten worden. Maar omdat het een voorstel van decreet is, gaat dat niet.

Mevrouw Celis had het over evaluatie ex post. Dat zal echt moeten. Ik hoop dat dat eerlijk zal gebeuren. Voorzitter, dit kan via het instrument van de reguleringsimpactevaluatie (RIE). Daarbij worden de effecten van een toegepast decreet gemeten en beoordeeld zodat er een evaluatie kan zijn van de toepassing van het decreet.

Ik sla een aantal zaken over want, dames en heren, het is al laat.

Dit voorstel van decreet is qua doelstellingen nogal onduidelijk. In de eerste plaats wordt er gesproken van de bevordering van de sociale cohesie in Vlaanderen. Cohesie is een sociologisch begrip. Maar wat wil men daarmee zeggen? Samenhang wordt niet per se bevorderd door mensen bestendig te mixen. Men moet van Vlaanderen geen ‘Gemeinschaft’ maken. Ik gebruik de woorden van de socioloog Tönnies, die het heeft over een nauw betrokken gemeenschap die een zelfde doel heeft, met warme persoonlijke relaties. Dat is onmogelijk en dat is ook niet de bedoeling, anders belanden we in een totalitaire maatschappij. Vlaanderen is, in sociologische termen, een ‘Gesellschaft’, dat is een zeer brede samenleving met veel anonieme relaties waar mensen, ook zij die niet van elkaar houden, toch in respect en verdraagzaamheid met elkaar kunnen samenleven. Dat vormt de cohesie van een brede samenleving, van een ‘great society’, zoals de liberaal Friedrich von Hayek heeft gesteld. Belangrijk voor de cohesie in een samenleving is dan dat iedereen doordrongen is van een aantal gemeenschappelijke regels, normen en waarden. Een van die waarden is: ‘voor wat hoort wat’. Mijn oog valt hier op de naam van een auteur die een boek heeft geschreven met een dergelijke titel. Het is belangrijk voor de cohesie dat die waarden doordringen. In een multiculturele samenleving is het van belang dat voor groepen die uit contexten komen waar die waarden niet zo belangrijk zijn of waar men andere waarden heeft, die waarden op een assertieve manier worden aangebracht, ook in het onderwijs. Dat is veel belangrijker voor de cohesie dan op een artificiële manier te werken met een sociale mix.

Waarde collega’s, opdat het onderwijs een instrument van integratie en dus sociale cohesie zou zijn, moet men het niet op een artificiële wijze willen omtoveren in een multicultureel ontmoetingscentrum – ik overdrijf hier een beetje – maar moet men het laten werken als een krachtige springplank voor alle kinderen: GOK-leerlingen en niet-GOK-leerlingen, allochtonen en autochtone Vlaamse kinderen. Het onderwijs moet een ladder van sociale mobiliteit zijn, die aan de meest kansarme groepen een perspectief biedt om vooruit te komen en een plaats te vinden in onze welzijnssamenleving. Dat is van belang voor het onderwijs. Sociale mobiliteit bewerkstellig je door goede kwaliteit te leveren. Voor kansarmen is onderwijs een veel krachtiger instrument om erop vooruit te gaan dan voor kansrijken. Een daling van de kwaliteit zal daarom proportioneel de kansarmen veel harder treffen dan de kansrijken, die allerlei methodes hebben om dat te repareren.

Een sociale mix is niet per se het instrument voor meer kwaliteit. Minister, ik heb u daarover in de commissie een vraag gesteld. Ik heb het onderzoek van de Nederlandse onderwijssocioloog Dronkers aangehaald, die na veel tellen en meten tot de conclusie kwam dat etnische diversiteit in een school niet per se de onderwijsprestaties in de gunstige zin beïnvloedt. Veeleer het omgekeerde is het geval.

Hij zegt dat zwarte scholen – om de term witte en zwarte scholen te gebruiken, alhoewel ik het een akelige term vind – vaak veel beter presteren doordat er een zekere homogeniteit van de schoolbevolking is. Het is een dogma dat de sociale mix per se kwaliteitsverbetering teweeg zou brengen.

We hebben met de commissie de Lucernaschool bezocht. Dat is een tamelijk homogene school voor voornamelijk Vlaamse kinderen van Turkse afkomst. Het is een prima school van hoge kwaliteit. Het hoeft niet per se een probleemschool te zijn.

Het is een beetje een mythe dat men met een sociale mix moet werken. Natuurlijk ben ik ervoor dat onze samenleving uiteindelijk op een sociale mix zou uitdraaien, maar in tegenstelling tot Open Vld die de sociale mix op een artificiële overheidsgestuurde manier tot stand wil zien komen – wat me toch een beetje verwondert –, geloof ik als liberaal dat dit vooral het gevolg zal zijn van marktwerking, open kansen en dat over tien tot twintig jaar het onderscheid allochtoon-autochtoon volledig verdwenen zal zijn. Dat kun je niet aansturen, daarvoor moet je spontane processen laten werken.

Irina De Knop

Mijnheer Bouckaert, u zegt dat verwonderd bent door de positie die wij innemen. Ik wil het toch nog even verduidelijken.

Op het ogenblik dat je in een school zit in Erpe-Mere waar geen enkele anderstalige woont of geen enkel sociaal-economisch zwak kind, zal ook in ons voorstel die school vol met witte kinderen zijn. Pas op het moment dat er in Erpe-Mere ineens heel wat anderstaligen en sociaal-economisch zwakke kinderen zouden komen wonen, zegt ons voorstel dat een school zijn verantwoordelijkheid moet nemen en ook die kinderen een plaats moet geven omdat het een reflectie van de buurt is.

Ik pleit er niet voor om witte scholen zwart te maken of om zwarte scholen wit te maken, maar wel dat er in elke school een soort alarmsysteem zou zijn waardoor men bewust of onbewust bepaalde kinderen de toegang tot de school ontzegt. Het systeem treedt alleen maar in werking op het ogenblik dat er een capaciteitsprobleem is.

Boudewijn Bouckaert

Het klopt dus wat u zegt, vandaar mijn verwondering. Het spijt me dat ik de meerderheid moet bijtreden dat men geen instrumenten moet ontwikkelen om problemen op te lossen die er niet zijn. Ik vind dat een goed devies van het beleid. Als Erpe-Mere geen problemen heeft, moet er ook geen dubbele contingentering worden ingevoerd. Men schrijft gewoon in en ongeveer iedereen kan binnen in de school. Op dat vlak vind ik het voorstel eigenlijk niet slecht.

Irina De Knop

Maar het systeem dat wij voorstellen, is geen probleem voor scholen waar er geen probleem is, want uiteindelijk kan iedereen worden ingeschreven. Op die manier is er wel een systeem waarmee in alle randgemeenten het probleem van een mogelijke stadsvlucht kan worden ondervangen, tenzij u zegt dat u een ander voorstel hebt.

Boudewijn Bouckaert

We moeten opletten dat we geen discussie onder de oppositie voeren, dat hadden we eerder moeten doen.

U wilt eigenlijk dat het systeem van de dubbele contingentering – want daar gaat het toch over – als het ware incrementeel wordt uitgebreid. Eerst de agglomeratie Antwerpen want de witten trekken uit Antwerpen. Het wordt verder uitgebreid als een olievlek over heel Vlaanderen. Ik denk niet dat dat een goede oplossing is.

De voorzitter

Mevrouw Pehlivan heeft het woord.

Fatma Pehlivan

Mijnheer Bouckaert, u spreekt van een spontaan proces. Dat spontaan proces is al dertig jaar bezig. U zegt dat we er over tien jaar wel zullen komen als we het spontaan laten ontwikkelen. Ik herinner me dat men zich van het probleem dat we nu bespreken en waarvoor we een oplossing proberen te vinden, pas de laatste tien jaar politiek is bewust geworden. Als parlementsleden kunnen we dit niet zomaar aan ons voorbij laten gaan of zich spontaan laten ontwikkelen. Als we vanuit dit parlement niet een aantal regels gaan opleggen, dan geloof ik niet dat we er binnen tien jaar uit zijn. Zelfs met de regels die we nu opleggen in het kader van het Inschrijvingsdecreet en het Gelijkekansenondewijs, ben ik ook niet optimistisch dat we er over tien jaar zullen zijn.

In die zin kan het een bijdrage leveren om alle kinderen – allochtoon en autochtoon, kansarm en arbeiderskind – gelijke kansen te bieden. Voor mij maakt het niet uit waar een kind vandaan komt. Als die mogelijkheid in onze onderwijsstructuren niet bestaat, als er grote groepen kinderen uitgesloten worden van hoger onderwijs, dan is het onze plicht om de regelgeving aan te passen. Iedereen, elk kind, moet in het hoger onderwijs kunnen instromen, doorstromen en uitstromen volgens zijn eigen ervaring en talenten.

Het voorstel van Inschrijvingsdecreet kan daaraan bijdragen. Ik hoop dat we het binnen tien jaar kunnen evalueren. Op een bepaald moment moet er een evaluatie volgen. We kunnen regels opleggen, maar er moet een resultaatsverbintenis aan gekoppeld zijn. Dat is mijn bezorgdheid. Het GOK-decreet heeft dat niet opgelegd. Er is regelgeving, er zijn middelen, maar geen resultaatsverbintenis. We zullen dat moeten bijschaven. We moeten evalueren wat het opgeleverd heeft voor die groepen.

Minister Pascal Smet

Mevrouw De Knop had het weer over de rand rond Antwerpen en Brussel. Het is bijna een obsessie.

Het voorstel van Inschrijvingsdecreet bevat daar een heel handige regel voor. In de ordeningscriteria kan de afstand woonplaats-school worden opgenomen. Als ouders hun kinderen in de rand willen inschrijven maar er ver vandaan wonen, kunnen we dat uitsluiten. We kunnen voorrang geven aan de kinderen die in de eigen lokale gemeenschap wonen.

Ik begrijp de vrees. Ik wil niet ontkennen dat er in Brussel een lichte stijging is van het aantal kinderen dat in de stad woont en in de Rand naar school gaat. Dat is nog altijd een heel klein percentage. Het voorstel van decreet geeft de scholen en de lokale gemeenschap dus een middel om daar tegenin te gaan: de woonplaats-schoolafstand. Dat is een handig middel. Het is niet voor 100 procent sluitend, ik weet het. Als we een cirkel trekken rond de school, hebben we slechts een deel van de kinderen. Dat heeft altijd meegespeeld, ook in het verleden.

Boudewijn Bouckaert

Mevrouw Pehlivan, ik pleit niet voor uitsluiting. Ons onderwijs moet natuurlijk inclusief zijn. Het moet kansen bieden aan iedereen. Daar zijn we het over eens.

De integratie is de doelstelling. De grote vraag is de keuze van het instrument. Ik heb echt wel mijn twijfels over het artificiële mixen via de contingentering als middel. Mijn voorstel zou eerder zijn om te mikken op buurtscholen, zeker in het basisonderwijs. In de verantwoording wordt dat een beetje naar voren geschoven. Het wordt dan eigenlijk weer losgelaten. Dat is voor mij onduidelijk.

De buurtschool heeft enorm veel praktische voordelen. Ouders moeten niet meer rondrijden met hun kinderen in de auto, fiets of bakfiets – dat laatste is nogal in de mode in Antwerpen. Men kan de buurtschool koppelen aan het kostbare weefsel van de buurt, de brede school, de kinderbibliotheek en dergelijke. Ik vind dat een veel betere doelstelling, mikken op de buurtschool, en vooral voor het lager onderwijs. Het programma voor het lager onderwijs is immers grotendeels hetzelfde in alle scholen. Het probleem van specifieke keuzes vervalt dan.

En dan zult u waarschijnlijk zeggen, mevrouw Pehlivan, dat we dan, als het een zwarte buurt is, met zwarte scholen zullen zitten. Dat is inderdaad zo, maar ‘so what?’. Laten we dan, als die scholen problemen hebben op het vlak van omkadering en dergelijke, een tandje bij steken. Er wordt trouwens al een tandje bij gestoken via de GOK-financiering.

Laten we niet stellen dat er overal hetzelfde percentage moet zijn, 70/30 of 80/20, want dan gaan we met kinderen rondzeulen in de stad om dat percentage te bereiken. Dit is de ‘busing’ waarop mevrouw Van Steenberge doelde en die perverse effecten heeft gehad in de VS. Men heeft de racistische wetten (de ‘Jim Crow-laws’) afgeschaft in het Zuiden – terecht –, maar men heeft met de ‘ busing’ het racisme in het noorden in de hand gewerkt. Het is geen goede methode om het probleem op te lossen.

Ik pleit er dus voor dat de buurtschool echt wordt gepromoot. Dat doen we ten eerste door een afstandsregel. Zo zouden we kunnen zeggen dat 60 procent van de kinderen in de school binnenkomen via de afstandsregel, want dan is er een kritische massa van de buurt. Ten tweede moet dit gebeuren door subsidiëring van een aantal projecten die de buurtscholen promoten en die de negatieve perceptie die soms bestaat, wegnemen. We hebben op dat vlak een heel mooi project bezocht – ik dacht dat u daarbij was, mevrouw Pehlivan. Het betrof School in zicht. Het is een geslaagd project , die mensen zijn erin geslaagd om de perceptie weg te nemen en om de mix in de buurt van kansarmen en van kansrijken, door te trekken naar de school. Ten derde moet er ook worden gewerkt aan meer gelijkheid inzake de kwaliteit van de scholen zodat mensen minder verre scholen kiezen omdat er grote gepercipieerde of reële kwaliteitsverschillen zijn.

Daar zou ik de nadruk op leggen en niet op al die voorrangsregels, want die zullen veel oprispingen teweegbrengen bij de bevolking. Bijvoorbeeld de regel dat kinderen van personeel voorrang hebben, vind ik niet verstandig. De heer Voorhamme heeft gezegd dat het een beetje lijkt op ‘eigen volk eerst’. Het is een vorm van zelfbediening, ik vind het geen goede regel. Ook de campusregel heeft perverse effecten, dat is al heel duidelijk gezegd. Ik zou met zo weinig mogelijk voorrangsregels werken. Met de afstandsregel kunnen we het volgens mij doen, dat lijkt me het beste.

Fatma Pehlivan

Mijnheer Bouckaert, ik hoop dat dit decreet er niet toe bijdraagt dat bepaalde GOK-kinderen zich in bepaalde scholen inschrijven en dan gewoon op de achterste banken moeten plaatsnemen. Ik hoop dat het daar niet toe kan leiden.

Als we dat doen, is de volgende stap het bekijken van het resultaat en we moeten dat resultaat ook meten. Als we dat niet doen, dan kan ik u gewoon bijtreden, daar hebt u gelijk in. We kunnen kinderen inderdaad niet zomaar mixen zonder na te gaan of er ook een bepaald pedagogisch project aan moet worden verbonden.

U hebt het over het promoten van de buurtschool. Ik ken wijken en buurten in Gent waar buurtscholen waren. Op een bepaald moment waren dat allemaal zwarte scholen. U kent die scholen ook en hun niveau. Het gaat er niet om dat het allemaal kinderen van allochtonen waren, het gaat erom hoe we ermee omgaan. In die kwestie moeten we ons nog verdiepen. Het is daarop dat we een antwoord moeten zoeken, of die scholen gemengd zijn of niet.

Ik meen dat een gemengde school het beste is, want uiteindelijk leven we in een gemengde maatschappij. Segregatie is gewoon nadelig, zowel voor allochtone kinderen als voor autochtone kinderen. We moeten proberen om daaraan via het Inschrijvingsdecreet, dat een middel kan zijn, een bijdrage te leveren. In bepaalde wijken en buurten waar het niet kan, waar het onmogelijk is, moeten we bekijken hoe we in die scholen kunnen investeren. Ik hoop dat we uiteindelijk dezelfde doelstelling nastreven.

Boudewijn Bouckaert

Mevrouw Pehlivan, ik denk dat dat zo is. De grote vraag is of je de problemen in de zwarte scholen oplost door er kinderen uit een andere buurt in te stoppen. Dat doe je min of meer door het systeem van de dubbele contingentering. Het LOP zal zeggen dat de verhouding tussen GOK-leerlingen en niet-GOK-leerlingen 70-30 is in haar LOP-gebied, en dat dat in alle scholen ongeveer zo moet zijn. Bepaalde scholen zullen een 90/10-verhouding willen. Dan zal het LOP collectief beslissen dat het 70-30 moet worden. Dan ga je met kinderen sollen. Daar kun je niet onderuit. Je kunt er goede argumenten voor vinden, maar je mag niet verhullen dat dit een van de consequenties zal zijn van het gekozen beleidsinstrument.

Kathleen Helsen

Mijnheer Bouckaert, u hebt het voorstel van decreet niet goed gelezen. Het LOP heeft de mogelijkheid om op het niveau van een wijk, van het hele gebied van een school, van een vestigingsplaats de contingenten te bepalen, rekening houdend met bijvoorbeeld de buurt, met de eigenheid van de school. Dat is perfect mogelijk binnen het voorstel van decreet. U pleit ervoor rekening te houden met de buurt en buurtscholen te creëren. Dit voorstel van decreet maakt dat mogelijk.

Boudewijn Bouckaert

Maar het garandeert dat niet.

Kathleen Helsen

Omdat we de ruimte geven aan het LOP om rekening te houden met de lokale situatie en om lokaal na te gaan of we met z’n allen ervoor kiezen om buurtscholen te creëren. Dat is mogelijk. Initiatieven als ‘School in zicht’ zijn perfect mogelijk en passen in dit voorstel van decreet. Maar we laten de ruimte aan de LOP’s om die keuze te maken. De Vlaamse overheid bepaalt dat niet.

Boudewijn Bouckaert

Mevrouw Helsen, dat is interessant. Heeft de LOP dan de mogelijkheid om bijvoorbeeld te zeggen dat er in Noord-Antwerpen geen dubbele contingentering geldt? Mag dat? Mogen ze zeggen dat de verhouding 100-0 is?

Kathleen Helsen

Als het LOP daarmee akkoord gaat, dan kan het LOP op het niveau van een school of vestigingsplaats een ander contingent vastleggen. Wat het contingent is, bepaalt het LOP zelf.

Boudewijn Bouckaert

Ik hoop dat de LOP’s dan de wijsheid hebben om het buurtmodel te propageren, want dat is het beste. Maar er is geen garantie. De LOP’s kunnen eventueel andere beslissingen nemen.

Voor de lagere scholen zou ik het buurtmodel propageren. Voor het secundair onderwijs zou ik de zaak voorlopig laten zoals ze is. Daar zit een kost aan vast. Het fysisch kamperen zal nog een tijdje duren. We hebben nu de hervorming van het secundair onderwijs. Het inschrijvingsbeleid kan niet worden losgekoppeld van de hervorming van het hoger onderwijs.

In de hoorzitting van deze ochtend en van de voorbije weken hadden we interessante sprekers. Die hadden het over de schoolpoortkeuze. Ouders kiezen voor een school. De bedoeling van de eerste graad is de keuzes open te houden tot 14 jaar, zodat men nog alle richtingen uit kan. Dat is voorwerp van discussie, maar het is toch een loffelijke bedoeling. Als de tweede en derde graad van die school heel beperkt is, dan is de keuze van de school ook de keuze van de richting die men gaat volgen in de tweede en derde graad. Dat is het probleem van de schoolpoortkeuze dat werd opgeworpen door sommige experts.

In het inschrijvingsbeleid stelt men de inschrijving in de eerste graad gelijk met de inschrijving in de tweede graad. Wie inschrijft in een school voor de eerste graad, behoudt zijn inschrijving voor de tweede graad. Dat is de facto een voorrangsregel, maar juridisch is het anders verpakt. De schoolpoortkeuze versterk je natuurlijk nog met dit inschrijvingsrecht.

Ik zeg niet dat het anders moet, maar dit is een voorbeeld dat aantoont dat beide elementen niet volledig los van elkaar kunnen worden gezien. Daarom pleit ik ervoor om voor het secundair onderwijs de zaken voorlopig zo te laten.

Ik heb het grootste respect voor de collega’s die veel werk hebben gestoken in dit voorstel. Ik vraag toch ook wat respect voor de oppositie. Ik denk dat de oppositie constructief heeft meegewerkt. Zij heeft een aantal kritieken ingebracht en ook met het advies van de Vlor gewerkt. Ik denk dat onze werkzaamheden getuigen van een goede werking van het parlement.

Ik hoop dat ik mij vergis, maar ik vrees dat dit decreet de polarisering in Vlaanderen eerder zal doen toenemen dan dat het de cohesie zal versterken. Daarom zal ik bij de stemming met veel spijt op het rode knopje drukken.

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, stel u voor dat ik ook het 99 bladzijden tellende verslag had verwoord! Ik was ervan overtuigd dat er voldoende discussie zou zijn en dat het niet nodig zou zijn de plenaire vergadering te bezwaren met een lang, uitgebreid verslag. (Opmerkingen van mevrouw Van Steenberge)

Ik zal de belangrijkste elementen in het verslag hier bespreken. De meeste elementen zijn trouwens al aan bod gekomen. Ik wil vooreerst de uitgangspunten van het decreet verdedigen. Het decreet wil een aantal problemen wegwerken, zoals het kamperen voor schoolpoorten wegwerken, de sociale mix stimuleren en het schoollopen in de buurt bevorderen. Het decreet heeft volgens mij niet de bedoeling om de capaciteitsproblemen op te lossen. Dat laatste moet wel gebeuren, maar dat doet hier niet echt ter zake.

Sommigen noemen dit voorstel van decreet stalinistisch en centralistisch. Dat is niet het geval. Het decreet v ertrekt van het principe van het inschrijvingsrecht. Het staat ouders vrij om hun kinderen in te schrijven in een school naar keuze. Alleen bij een capaciteitstekort wil de overheid op een zeer gematigde manier bijsturen en proberen op een zeer zachtaardige wijze gelijke kansen, sociale mix en schoolgaan in de buurt te stimuleren. Een van onze opmerkingen is wel dat het toepassingsgebed erg beperkt blijft. Wij hadden dat decreet graag in geheel Vlaanderen willen toepassen, want wij vrezen dat de witte vlucht uit de steden op komst is. Ik zal daar nog op terugkomen.

Als er een capaciteitstekort is en er dan toch kindjes moeten worden geweigerd, zo is het uitgangspunt van het voorstel van decreet, dan kan het niet dat overwegend gekleurde en kansarme kindjes in witte scholen worden geweigerd. Want de ouders van kansarme kindjes zijn nu eenmaal niet zo snel en vooruitziend en begrijpen niet altijd hoe systemen in elkaar zitten. In het ergste geval kunnen witte scholen ze bewust weigeren omdat zij hun publiek willen selecteren. Het uitgangspunt van het decreet is dus nobel en de logica zelf: daar kan niemand iets tegen hebben.

Het uitgangspunt is dus de vrije keuze van de ouders, en enkel bij een capaciteitstekort wil men uniforme regels invoeren om segregatie tegen te gaan en de sociale mix en het schoollopen in de buurt te stimuleren. De LOP’s krijgen veel vrijheid, zonder dat ooit kindjes moeten worden geïmporteerd of geëxporteerd uit of naar andere wijken of gebieden. Waar die informatie vandaan komt, weet ik niet. Ik vond de berichtgeving in de pers, die door sommigen is herhaald, dan ook echt ongelukkig. Dat was intellectueel oneerlijk.

Ik schaar mij dus achter de uitgangspunten. Maar wij hebben ook kritiek. Wij hebben daarom amendementen ingediend. Het voorstel van decreet slaagt er immers zelf in om de goede uitgangspunten te ondermijnen of niet consequent toe te passen.

Ik weet niet wat daar is gebeurd. Het zijn wellicht politieke evenwichten tussen de meerderheid die hebben gespeeld, een soort koehandel of gelobby vanuit bepaalde hoeken. Daar staan zaken in die heel spijtig zijn en die volgens ons hadden moeten worden aangepast om tot een goed en werkbaar voorstel van decreet te komen.

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Kunt u daar voorbeelden van geven?

Sommige zaken zijn erin gekomen als gevolg van gelobby vanuit een bepaalde hoek. Vanuit andere hoek komen er dan tegenkantingen. De campusregeling is daarnet al uitgebreid aan bod gekomen. Daarbij krijgen kinderen uit een lagere school die verbonden is aan een middelbare school voorrang. Dat zal nadelig zijn voor landelijke schooltjes. We hebben daar cijfers over gekregen. Daaruit blijkt dat in de regio Leuven nu al 15 procent van de kinderen in het vijfde of zesde leerjaar verandert van een landelijke school naar een school die verbonden is aan middelbare school in de stad. Daarbij zijn nog niet de ouders gerekend die strategisch kiezen. We hebben vastgesteld dat dit een reëel probleem zal zijn maar toch is men daar niet op willen ingaan.

Mevrouw Meuleman, beeld u in dat we dat niet hadden gedaan. Ik begrijp dat er risico’s zijn. Wanneer men dat niet doet, dan kan het gebeuren dat kinderen die heel hun lagereschoolperiode naar een bepaalde lagere school zijn geweest vervolgens niet naar de bovenbouw in diezelfde school kunnen doorstromen. Vindt u dat dan logisch?

Dat zal veel minder voorvallen, want er zijn genoeg andere regelingen die ervoor kunnen zorgen dat die kinderen kansen krijgen. Denk eens aan al die andere kinderen die in landelijke scholen zitten waaraan geen secundaire school verbonden is. Die kunnen sowieso niet bij hun vriendjes naar school. Ik vind dit een nepargument. De groep die daardoor wel benadeeld wordt, is veel groter.

De voorzitter

De heer Delva heef het woord.

Paul Delva

Die campusvoorrang is verbonden aan een goedkeuring door het LOP basisonderwijs. De basisscholen moeten zich akkoord verklaren met die bepaalde voorrang. Laten uitschijnen alsof dat een automatisme is, klopt niet. De cijfers die we tijdens de hoorzitting hebben gehoord, hebben ons allemaal getroffen. Die wijziging aan het initiële voorstel van decreet ligt daaraan ten grondslag. Er zal dus inderdaad een campusvoorrang zijn maar uitsluitend in die gebieden waar de basisscholen zich daarmee akkoord verklaren. Dat is een belangrijke nuancering van de uitleg die u geeft.

U bent niet altijd dapper genoeg geweest om dat niet toe te laten. Er is dus wel toegegeven aan bepaald gelobby.

Paul Delva

U zegt dat het inderdaad niet heel centralistisch is en u geeft daar argumenten voor. Dat is een van de beste voorbeelden. We leggen de bal in het kamp van de LOP’s, niet alleen de LOP’s van het secundair onderwijs maar in eerste instantie die van het basisonderwijs. Ik vind dat een enorme vooruitgang ten opzichte van het initiële voorstel van decreet. Ook in de pers is dat idee niet opgenomen. Ik vind dat een heel belangrijke nuancering die is aangebracht.

Gerda Van Steenberge

Mijnheer Delva, voor zover ik me herinner, is tijdens de hoorzitting nergens een voorbeeld gegeven waarbij de kinderen van een basisschool die verbonden is aan een secundaire school, niet kunnen worden ingeschreven in die secundaire school.

Er moet goedkeuring komen van het LOP basisonderwijs. Niet alle basisscholen vallen echter onder een LOP. Niet alle basisscholen kunnen dus hun toestemming geven om dat al dan niet in te voeren.

Kathleen Helsen

Mevrouw Van Steenberge, dat voorbeeld is wél duidelijk aan bod gekomen. Dat wordt toegepast in Leuven. Daar zijn duidelijke afspraken met de basisscholen, met de scholen die op een campus zijn gelegen, over capaciteitsuitbreiding. Die wordt beperkt, zodat de stroom van de plattelandsgemeenten naar de stad niet mogelijk is. Er bestaat dus wel een voorbeeld. Dat voorbeeld toont aan dat het belangrijk is om goede afspraken te maken binnen zowel het LOP secundair onderwijs als het LOP basisonderwijs. Dat is een goede regeling. Die leidt niet tot de effecten die wij vrezen. Daarom hebben we die aanpassing aangebracht. De heer Bouckaert stelt terecht dat het niet vanzelfsprekend zal zijn dat daar een akkoord over wordt bereikt in de diverse LOP’s.

Ik hoop van niet. Het ware volgens ons beter geweest, had het voorstel van decreet dat uitgesloten en had men ons amendement ter zake aanvaard.

We hadden nog aan aantal andere zaken graag aangepast gezien. Er wordt nog steeds gewerkt met het principe dat wie eerst komt, eerst maalt, waarbij het tijdstip van aanmelden belangrijk is. Men doet dat door een telefonisch aanmeldingssysteem. Na drie jaar experimenteren, zowel in Antwerpen als in Gent, is heel duidelijk gebleken dat men daarvan wil afstappen, dat men niet gelooft in dat principe dat wie eerst komt, eerst maalt, ook vanwege die sociale aspecten. Toch heeft de meerderheid daaraan willen vasthouden en is ze niet bereid geweest dat te wijzigen.

Boudewijn Bouckaert

Mevrouw Meuleman, stel dat met de toepassing van de voorrangsregeling 80 procent van de capaciteit wordt benut. Hoe zult u dan die andere 20 procent invullen? Dat is de restgroep, zoals men die oneerbiedig betitelt.

Mijnheer Bouckaert, u was ook aanwezig bij die hoorzitting. Er zijn experimenten geweest. Eerst en vooral worden de telefonische meldingen verwerkt. Er werd gesteld dat dit tot chaos leidt en ervoor zorgt dat dit niet op een eerlijke manier kan verlopen.

Boudewijn Bouckaert

In Gent verloopt dat vrij goed, met het elektronisch aanmelden.

Er waren meer voorbeelden van gevallen waarbij het niet goed verliep. Er werd gepleit om niet te werken met chronologie, maar voor die echte restgroep – het zullen er nooit zoveel zijn, maar er zou toch een overtal kunnen zijn – het criterium van de toeval te gebruiken. Dat is het eerlijkste en zorgt er niet voor dat sterkeren worden bevoordeeld ten opzichte van de zwakkeren. Ik vond dat een zeer goed argument. Er is ook aangetoond hoe de regelgeving in die zin zou kunnen worden aangepast. Dat is niet gebeurd.

Een ander, veeleer praktisch en zelfs technisch, amendement betrof het vervroegd inschrijven of aanmelden van broers en zussen. Dat is niet mogelijk als men niet zeker is dat men niemand zal moeten weigeren. Men was echt wel vragende partij om dat wél te kunnen doen. Mijnheer Bouckaert, u zult dat graag horen. U hebt het amendement gesteund dat ik ter zake heb ingediend. Dat dit niet mogelijk is, bemoeilijkt de toeleidingsacties van School in zicht, waarbij witte ouders zich spontaan inschrijven in concentratiescholen en de sociale mix van onderuit komt, wat ook wij een goede zaak vinden. Ook dat heeft men niet willen aanpassen.

Ik heb een aantal inhoudelijke kritieken gegeven. Er zijn nog kleine opmerkingen te maken. Inhoudelijk zijn er nog een paar fouten die volgens mij de sterkte van het voorstel van decreet ondermijnen. Ik wil het ook nog even hebben over de manier waarop het voorstel tot stand is gebracht. Ook dat is al uitgebreid aan bod gekomen, maar toch. Er was de ontwerpversie van het voorstel van decreet. Daarop is er een totaalamendement ingediend. Daarop zijn subamendementen ingediend. Die hebben ons ter zitting bereikt, na lang palaveren. Dat moest ter plaatse worden aangepast. We hebben tijdens die vergadering bijna een uur met de duimen zitten te draaien. Natuurlijk was de sfeer dus niet meer zo goed en van dien aard dat wij als oppositie nog tot veel medewerking bereid waren. We zijn inderdaad boos opgestapt. Dat lijkt me vrij begrijpelijk. We hebben het dan even gehad over de reisplannen van iedereen, om de tijd te doden, maar ook dan was dat uur vrij snel gevuld en was bij mij de grens toch ook bereikt. Dat is geen ernstige manier van werken.

Dan is er de poging tot antidatering. Er is geprobeerd dit voorstel van decreet nog in september 2011 in te voeren. De meerderheid moet niet zeggen dat ze deze belangrijke en ingrijpende beslissing niet op een versnelde en slinkse manier heeft proberen te nemen. Het zou niet eerlijk zijn dat te ontkennen.

Aangezien we als oppositie alles uit de kast hebben gehaald om een fatsoenlijk debat alsnog mogelijk te maken, is uiteindelijk een discussie gevoerd. De meerderheid heeft zich echter star opgesteld en heeft geweigerd zelfs maar de kleinste technische en praktische details aan te passen.

Ik was van goede wil. De uitgangspunten spraken me aan. Ik zag in waarom dit voorstel van decreet nodig was. Ik kon de opzet van het voorstel van decreet grotendeels volgen. De meerderheid weigerde echter halsstarrig elke aanpassing. Bepaalde experts stelden nochtans duidelijk voor bepaalde zaken te wijzigen.

Het gevolg is dat deze werkwijze als een boemerang weer in het gezicht van de meerderheid zal terechtkomen. Er komt op dit ogenblik nog fel protest uit allerhande hoeken. In Antwerpen zijn het middenveld, de schepen en het katholiek onderwijs in alle staten. Er blijkt daar een grote verwarring te bestaan. Ik vind dat niet altijd terecht. Zoals ik al heb gesteld, vind ik bepaalde beweringen niet correct.

Dat die verwarring momenteel nog heerst, toont aan dat er een probleem met dit voorstel van decreet is. Er is te weinig overleg gepleegd. Op het laatste moment heeft de meerderheid nog getracht alles recht te trekken. Er is allerijl een bezoek aan Antwerpen gebracht om de zaak nog eens uit te leggen. We merken echter dat de experts er zelf niet wijs uit geraken. Ik vraag me af hoe dit moet worden uitgelegd aan ouders die hun kinderen willen inschrijven. Ik wens de betrokkenen veel geluk.

Wat de heer De Meyer hierover heeft verklaard, is trouwens een schoolvoorbeeld van stuntelig decreetgevend werk. Er moet over een belangrijk voorstel van decreet worden gestemd. Sommigen zijn van mening dat ze beter kunnen instemmen. Dit biedt immers de mogelijkheid aan het werk te gaan en tegen 2012 een goed systeem op te zetten. De heer De Meyer heeft echter verklaard dat we een en ander later nog wel zullen oplappen. Als er nog foutjes in zouden staan, zullen we nog wel tot wijzigingen overgaan. Zo begint het. We zijn vertrokken voor jarenlang gebakkelei, oplapdecreetjes en allerhande bijsturingen. Ik ben ervan overtuigd dat het onderwijs hier heel blij mee zal zijn. Het onderwijs krijgt een decreet. Volgend jaar komt er een bijsturing en het jaar nadien volgt er nog eentje. Zo gaat het dan verder om alles te wijzigen wat nog niet helemaal juist blijkt te zijn. Het was misschien beter geweest alles de eerste keer goed te doen.

Jos De Meyer

Mevrouw Meuleman, bedoelt u nu dat er van u niets meer mag wijzigen?

Ik had liever van de eerste keer een goed voorstel van decreet gezien. Dat is de teneur van mijn betoog. Indien de meerderheid niet zo halsstarrig had geweigerd een aantal praktische wijzigingen aan te brengen en op een aantal zaken, waaronder amendementen, in te gaan, zouden we van in het begin al een beter resultaat kunnen bereiken. Ik klaag de gevolgde methode en die halsstarrigheid aan.

De voorzitter

Mijnheer De Meyer, ik veronderstel dat u uw toespraak daarstraks al hebt gehouden?

Jos De Meyer

Ik heb mijn punt bijna gemaakt. Ik wil gewoon nog een paar kleine aanvullingen naar voren brengen.

Ik vind de talrijke interventies van de oppositie verwarrend. Volgens de enen zijn er te veel amendementen en volgens de anderen zijn er te weinig amendementen. Ik vind dit moeilijk te begrijpen.

Minister, zou u me nog een antwoord kunnen geven op mijn vraag over het telefonisch aanmeldingssysteem en over de mogelijkheid om de vrijgekomen plaatsen eventueel tot de laatste schooldag van oktober te behouden? Staat u daar zelf achter of kunnen we dat nog eens samen bespreken?

Daarnaast is er al meermaals op gewezen dat er inzake communicatie nog veel werk is. Ik geef even een voorbeeld. De verstandige voorzitter van de commissie Onderwijs interpreteert de artikelen over de buurtscholen anders dan de meerderheid.

Dat wijst er toch wel op dat zelfs mensen die van heel nabij het voorstel van decreet hebben gevolgd, soms een andere interpretatie geven. Des te meer is de uitleg en de communicatie die naar de scholen moet gaan, van uitzonderlijk belang.

De voorzitter

Mevrouw Turan heeft het woord.

Güler Turan

Vooreerst wil ik mijn appreciatie uiten aan de collega’s van de commissie Onderwijs. Ze hebben zeer technisch werk verricht. Als niet-lid van de commissie heb ik geprobeerd om vandaag het debat een beetje te volgen, uit interesse, en vooral ook omdat er zo dikwijls wordt verwezen naar Antwerpen en de kritiek die de schepen van Onderwijs van Antwerpen heeft geuit.

Ik wil heel de discussie niet opnieuw opstarten. Bovendien ben ik daar niet gewapend voor. Ik ben niet zo technisch onderlegd als u. Ik heb wel een concrete vraag voor de minister. Minister, op dit ogenblik hebt u gehoord dat de schepen van Antwerpen, gelet op de specifieke problematiek in deze stad, praktische problemen voelt aankomen bij de uitvoering van bepaalde elementen uit het voorstel van decreet. Ik verwijs ook naar de bedenkingen die de heer De Meyer daarnet heeft geuit. Minister, bent u bereid om in de toekomst met de stad Antwerpen of met andere grootsteden die dezelfde problemen hebben, in overleg te gaan om de praktische haalbaarheid en uitvoering van dit voorstel van decreet te vergemakkelijken?

De voorzitter

Minister Smet heeft het woord.

Minister Pascal Smet

Ik wil heel kort zijn. Er zijn drie vragen gesteld waar ik nog op moet antwoorden.

Ik ben het er absoluut mee eens dat er nog werk inzake communicatie te doen is. Ik wil ook wat relativeren. Heel toevallig was er gisteren de jaarlijkse bijeenkomst van alle LOP-voorzitters uit Vlaanderen en Brussel. U weet dat die één keer per jaar bijeenkomen op het departement en dat er voor de vijfde keer ook een ontmoeting met de minister was gepland. Ik heb gisterenavond twee uur lang met die mensen gepraat. Ik had niet de indruk dat die mensen in paniek raakten over dit voorstel van decreet. Veel van die mensen vonden dat er een goed werkstuk op tafel lag.

Ik heb hun gisteren gezegd dat we de communicatie goed moeten uitwerken. Zoals mevrouw Helsen en anderen hebben gezegd, is het trouwens de gewoonte dat, wanneer er technische decreten worden goedgekeurd – en dit is een technische materie – die vertaald worden in een taal die iedereen begrijpt, ook de scholen, de ouders en iedere geïnteresseerde. Van zodra het voorstel van decreet is goedgekeurd, zal ik aan de medewerkers van het departement en van het Agentschap voor Onderwijscommunicatie opdracht geven om dit zeer duidelijk te vertalen zodat iedereen begrijpt waarover het gaat.

U weet ook dat het de gewoonte is bij Onderwijs, dat we, los van een vertaling in een document dat iedereen begrijpt, ook een omzendbrief zullen maken om dit in de praktijk uit te werken.

Als we vaststellen in de vertaling, in de omzendbrief en in de technische uitwerking, dat er op bepaalde punten een wijziging nodig zou zijn, is het ook de gewoonte in Onderwijs dat we die wijzigingen kunnen aanbrengen. Als vandaag het voorstel van decreet wordt goedgekeurd, wordt er een heel belangrijke stabiliteit gegeven en een heel duidelijk kader. We hebben decreten, zoals onderwijsdecreten en verzameldecreten, waardoor we middelen hebben om, als het moet, binnen dit kader een of andere aanpassing te doen. Dat wil ik zeker niet uitsluiten. Dat zou heel dom zijn omdat het tegen alle tradities ingaat.

Ik ben altijd bereid om met iedereen rond de tafel te gaan zitten, en uiteraard ook met de stad Antwerpen. Ik wil heel concreet het engagement aangaan dat we met technici uit de stad Antwerpen, waar de grootste vragen zijn, en met technici uit het onderwijsdepartement samen zullen komen om dingen uit te klaren. Zijn er dan dingen die niet voldoende uitgeklaard worden, dan kunnen we kijken waar we al of niet verder moeten verduidelijken of desgevallend aanpassen. Dat engagement is heel duidelijk.

Laat ons nu gewoon het decreet uitvoeren. Het brengt stabiliteit. De doelstellingen zijn goed. Als er aanpassingen in de concretisering nodig zijn, dan zullen we die met de meerderheid voorstellen. Die wil is er duidelijk bij ons. Ten aanzien van Antwerpen kan ik begrijpen dat er zorgen zijn. Wij zijn ervan overtuigd dat vele zorgpunten die er zijn, worden opgevangen door het voorstel van decreet.

Laat ons dat dus verduidelijken. Laat ons dat punt per punt uitwerken. Dan kunnen we sowieso al veel problemen oplossen. Het engagement ten aanzien van Antwerpen is in elk geval heel duidelijk.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

De voorzitter

Artikelsgewijze bespreking

Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het voorstel van decreet.

De door de commissie aangenomen tekst wordt als basis voor de bespreking genomen. (Zie Parl. St. Vl. Parl. 2010-11, nr. 1042/12)

– De artikelen I.1 tot en met VI.1 worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het voorstel van decreet houden.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.