U bent hier

De voorzitter

De heer Vandaele heeft het woord.

Voorzitter, gisteren heeft de stuurgroep Taal van de VRT ter gelegenheid van de Taaldag van de VRT verklaard dat de openbare omroep nood heeft aan een nieuw taalcharter om meer ruimte voor regionale uitspraak en voor taalvarianten te maken.

Volgens ons is dit in tegenspraak met de nieuwe beheersovereenkomst. In een resolutie die het Vlaams Parlement op 18 mei 2011 heeft goedgekeurd, staat het volgende: “De VRT zal maximaal een helder Standaardnederlands gebruiken in haar programma’s.” Dit standpunt is in de beheersovereenkomst met de VRT overgenomen: “De VRT zorgt ervoor dat haar journalisten, presentatoren en interviewers het Standaardnederlands gebruiken. De VRT gebruikt voorts waar dit kan en past een helder Standaardnederlands in haar programma’s. De taaladviseur zorgt, in toepassing van het taalcharter, eveneens voor permanente aandacht voor het Standaardnederlands.”

– De heer Jan Peumans, voorzitter, treedt opnieuw als voorzitter op.

Wat ons betreft, is de regel dat de standaardtaal wordt gebruikt, punt uit. Ik weet dat het taalcharter momenteel dialecten en tussentaal in bepaalde programma’s niet uitsluit. Dialect kan functioneel zijn. De tussentaal, destijds door Geert van Istendael het Verkavelingsvlaams genoemd, is een artificieel taaltje, met heel wat Brabants-Antwerpse elementen. Dat taaltje heeft volgens mij geen reden van bestaan. Ik zal daar dan ook nooit voor pleiten.

Minister, vindt u het pleidooi voor meer taalvariatie in overeenstemming met de nieuwe beheersovereenkomst?

De voorzitter

Minister Lieten heeft het woord.

Minister Ingrid Lieten

Voorzitter, op de eerste plaats staat in de beheersovereenkomst duidelijk dat de standaardtaal moet worden gesproken. Daar doen we geen afbreuk aan. Gisteren heeft de VRT een taaldag georganiseerd. Om dat debat over de kleur en de verstaanbaarheid van de door de openbare omroep gehanteerde taal wat te stofferen, heeft de stuurgroep Taal een insteek gegeven.

De stuurgroep heeft gevraagd of een aantal schakeringen in de standaardtaal mogelijk zijn. Ik wil even verduidelijken wat onder schakeringen wordt verstaan. De heer Vandaele en ik spreken allebei Standaardnederlands. Iedereen zal echter horen dat ik wel van Limburg afkomstig ben en hij niet. We spreken nochtans allebei hetzelfde Standaardnederlands.

Minister, bij u horen we dat niet, bij mij wel. (Opmerkingen. Gelach)

Minister Ingrid Lieten

Die schakeringen moeten in dat verband worden bekeken. De stuurgroep, die het debat moest organiseren, heeft zich op de Nederlandse Taalunie (NTU) beroepen. De NTU is van mening dat onze standaardtaal gevarieerd is. Vlamingen en Nederlanders spreken op een andere manier de standaardtaal. Er zijn verschillen in de zinsbouw, in de woordenschat en soms in de accenten. De vraag is dan ook hoe de VRT daar als openbare omroep mee moet omgaan.

De VRT heeft gisteren een persbericht verspreid waarin duidelijk staat te lezen dat ze een normverspreider wil blijven. De VRT stelt de norm niet vast en verwijst in dat verband zelf naar de NTU. De VRT wil de norm blijven verspreiden en de standaardtaal blijven hanteren. Dit staat ook in de beheersovereenkomst.

De VRT stelt echter ook dat het in bepaalde programma’s voor bepaalde sprekers misschien mogelijk moet zijn het dialect of een tussentaal te spreken. De vraag is ook hoe we daarmee moeten omgaan. (Opmerkingen van de voorzitter)

Het debat ging over het dialect en de tussentaal. Wie mag het gebruiken en in welke programma’s kan het worden gebruikt?

Ik vind dit een bijzonder gevaarlijke discussie. Het is trouwens ook geen nieuwe discussie. Sommigen gebruiken het argument dat het gebruik van de standaardtaal in bepaalde programma’s artificieel is. Ik vind dat onzin. Een goed acteur kan om het even welk personage in de standaardtaal neerzetten.

Wat echt artificieel is, is bijvoorbeeld wat we zien in Het goddelijke monster, waar acteurs het West-Vlaams moeten aanleren en dan iets voortbrengen waarbij elke West-Vlaming zijn tenen voelt krullen. Dat is pas artificieel. Ze doen trouwens zo’n moeite dat zelfs hun acteerprestaties erdoor naar beneden gaan.

Minister, duizenden buitenlanders en ook heel wat nieuwkomers bij ons, doen hun uiterste best om onze standaardtaal te leren. We moeten dat respecteren. Als ze de televisie of de radio aanzetten, dan horen ze heel wat dingen die ze niet begrijpen. Eigenlijk is dat een schande. Ik pleit ervoor om alstublieft te stoppen met heel die discussie, al dat gezeur over taalvarianten en over tussentaal. Weg met dat gezeur. Laten we volop inzetten op Standaardnederlands, helder Nederlands. Daar zit de norm. (Applaus bij de meerderheid, Open Vld en Groen!)

De voorzitter

De heer Verstreken heeft het woord.

Johan Verstreken

Voorzitter, ik zou in het West-Vlaams kunnen babbelen, maar ik zal dat niet doen want het moet standaardtaal zijn. Er waren tijden bij de toenmalige BRT, toen Eugène Berode er taalraadsman was, waar iedereen een stemtest moest afleggen. Je geraakte niet in dat huis van vertrouwen als je uitspraak niet correct was. Je mocht niet horen uit welke provincie je kwam. Je taalgebruik moest perfect zijn. Ik zeg niet dat we de klok terug moeten draaien, maar er moeten normen zijn. Ik steun volledig wat de heer Vandaele, al dan niet de dikke Van Dale, hier heeft gezegd. (Gelach)

Die standaardtaal is belangrijk. Er moet een standaardtaal zijn. Dat is noodzakelijk. Maar los daarvan mogen bepaalde dialectklanken in bepaalde programma’s wel. Maar presentatoren, journalisten en sportjournalisten moeten correct Nederlands spreken en moeten de standaardtaal formuleren. Dat is nodig.

Ik ben een beetje bang wanneer de huidige taalraadsman zegt dat radiopresentatoren best meer over variatie in hun Standaardnederlands mogen laten horen. Ik denk dat dat niet kan. Ik wil bij dezen de taalraadsman uitnodigen om te komen naar de commissie Cultuur of naar de Taalunie om daar tekst en uitleg over te geven.

Wordt het taalcharter voorgelegd aan de Mediacommissie? Graag! Minister, wilt u onze boodschap doorgeven aan de VRT?

De voorzitter

De heer Wienen heeft het woord.

Wim Wienen

Voorzitter, de minister stelt zich de vraag: hoe gaan we daarmee om? Ik zou op zijn minst zeggen: heel omzichtig. Ik vind het heel eigenaardig dat de VRT met een nieuw taalcharter bezig is waarin dit soort ideeën worden ontwikkeld, op een moment dat minister Smet van Onderwijs een talennota heeft geschreven waarin hij net gaat naar een opwaardering van dat Standaardnederlands.

Ik denk dat de VRT nu een omgekeerde beweging maakt. Dat kan niet de bedoeling zijn. Ik denk dat de VRT op dit gebied een voorbeeldfunctie te vervullen heeft. Ik merk dat men blijkbaar de mosterd haalt bij de BBC en daar een voorbeeld aan neemt. Wel, ik heb een raad aan de VRT: behoud op zijn minst het Standaardnederlands en neem de goede voorbeelden van de BBC over, namelijk hoe men omgaat met de omroeporganisatie en hoe men omgaat met de aandeelhouders.

De voorzitter

De heer Tommelein heeft het woord.

Ik steun de heer Vandaele. Niet de dikke Van Dale, bij ons is dat de dikke Tommelein.

Er is een onderscheid in de tongval. Ik denk niet dat er een probleem is dat men van mij vermoedt dat ik van Brabant ben. Ik denk wel dat dialect, en zeker het ‘koetervlaams’, moet worden uitgesloten. Ofwel spreekt men Standaardnederlands bij de openbare omroep, ofwel kiest men voor dialect. Dan moet men gaan voor volledig dialect. Dat kan men misschien overlaten aan de regionale omroepen, daar is misschien een markt voor. De openbare omroep moet heel duidelijk op deze lijn blijven: Standaardnederlands. We hebben het als West-Vlamingen al moeilijk genoeg om voorbeelden te horen van hoe het echt moet.

De voorzitter

De heer De Coene heeft het woord.

Philippe De Coene

Je zult nooit kunnen vermijden dat er in programma’s mensen zijn die kromtaal of dialect gebruiken. Je zult maar Arno als gast hebben in je programma, of Robbe De Hert, of Johan Vande Lanotte. Dan wordt het altijd een beetje moeilijk.

Als je medewerkers uitnodigt, vind ik wel dat die zich moeten bedienen van de standaardtaal.

Gisteravond in De laatste show waren we getuige van een gesprek met een medewerker van een VRT-programma die een ellendig soort Nederlands sprak met een ellendige tongval, een soort Joost Vandecasteele. Minister, bespaar ons dit. Voor de medewerkers: laat ons de standaardtaal koesteren.

De voorzitter

De heer Verstrepen heeft het woord.

Jurgen Verstrepen

Ik heb de indruk dat de VRT een tekort heeft aan mensen die nog deftig kunnen spreken en praten. Ik kom nog uit de klas van – inderdaad – Eugène Berode. Ik denk dat de VRT de norm moet houden en hoog in het vaandel moet dragen.

Het is een beetje vreemd: als ze in de richting gaan van dialecten en andere talen, komen ze bij u aankloppen. Enerzijds zeggen ze dat ze minder gaan ondertitelen, maar anderzijds moeten ze als er meer dialecten op televisie komen, meer ondertitelen. Ik denk dat ze er zelfs de centen niet voor hebben en dat ze zo ver nog niet hebben nagedacht.

Ik denk dat men het er over alle partijen heen over eens is dat de VRT een voorbeeldfunctie heeft op het vlak van taalgebruik en de natie moet bijbrengen hoe je correct Nederlands praat.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron

Ik ben het eens met de heer Verstrepen. Natuurlijk moet ik mij nu langzaam maar zeker een beetje schamen. Ik dacht nochtans: “Wat een opluchting, er mag eindelijk wat taalvariatie zijn.” Neen, ik ben ook voor een standaardtaal.

Ik ben een fervent BBC-kijker en daar is ook vaak taalvariatie in de betekenis van een accent. Je hoort het of een presentator uit Schotland komt of uit Londen. Op zich vind ik dat niet erg. Als we met onze Noord-Nederlandse vrienden in de Taalunie spreken, dan begrijpen we elkaar soms niet omdat de klankrijkdom zover uit elkaar ligt.

Tussentaal is eigenlijk niet te harden. Dialect kunnen we steunen, maar de standaard is het goede Nederlands.

Minister Ingrid Lieten

Ik ervaar dat iedereen het eens is met het principe en ook de VRT is het daarmee eens. De standaardtaal is de standaard en de norm en de VRT heeft een belangrijke rol te spelen als vertaler van die norm. Die norm neemt ze ook ter harte.

De vraag is welke afwijkingen van de norm er mogelijk en toegestaan zijn en onder welke voorwaarden. Die afwijkingen kunnen verschillend zijn. Ze kunnen gaan over accenten, over zinsbouw, over woordenschat, over tussentaal, over jongerentaal, over ‘slang’ of over woordgebruik dat in bepaalde programma’s kan en mag worden gebruikt of niet. Daarover ging net het debat.

Ik vind dat we de VRT een pluim moeten geven omdat ze net door het organiseren van zo’n debat, aangeeft hoe belangrijk ze dat vindt en dat ze daar intern ook een duidelijke politiek over wil voeren. Men wil het charter actualiseren. We kunnen er in het parlement zeker en vast een debat over voeren. Men wil ook de taaladviseur in zijn rol herbevestigen. Het debat ging er net over waar er afwijkingen van de norm mogelijk zijn.

De VRT heeft er ook een onderzoek over laten uitvoeren om na te gaan wat de kijkers en luisteraars vinden. Daaruit blijkt heel duidelijk dat de kijkers en de luisteraars een onderscheid maken naargelang de ernst van het programma. Als het gaat om een ernstig programma – nieuws, duiding, informatie – dan heeft de kijker geen enkele tolerantie tegenover het gebruik van accenten of tussentaal. Iedereen verwacht dan een correct en helder taalgebruik. Als het gaat over minder ernstige programma’s – entertainment –, dan maakt de kijker toch ook nog een onderscheid. De presentator moet correct Nederlands spreken, maar men is wel tolerant als bepaalde gasten een tussentaal of dialect gebruiken.

De VRT heeft nu ook gezegd om bij het begin van een nieuw format elke keer opnieuw duidelijk af te spreken wat de taalregels zijn. Ik denk dat dat goed is omdat iedereen van bij het begin de verwachte taalvereisten kent. Het bewijst dat de VRT zich ernstig neemt, zowel in haar rol als normverspreider van de standaardtaal, als als cultuurmedium waar dialect en jongerentaal aan bod kunnen komen, duidelijk uitgesproken en op voorhand bepaald.

Voor mij is dat een goede manier van doen en zo kunnen we er in het parlement over spreken en onze mening en opmerkingen geven.

Minister, u bent toch iets lakser wat de afwijking betreft dan de collega’s. Ik was blij met het debat omdat er toch een bijna kamerbreed standpunt is. U bent iets lakser en ik vind dat jammer.

Ik hoop dat de VRT luistert naar wat hier gezegd werd. Ik vind dat het parlement een duidelijk signaal geeft.

Minister, u verwijst naar een enquête. Daarin vraagt u aan de mensen wat zij willen. Het zijn echter ook niet de autobestuurders die de verkeersreglementen bepalen.

Als het taalcharter van de VRT moet worden aangepast, moet dat niet zijn om meer variatie toe te laten, maar om die standaard sterker neer te zetten. Dat is volgens ons ook de geest van de beheersovereenkomst. (Applaus bij de meerderheid en bij Open Vld)

De voorzitter

Het incident is gesloten.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.