U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 26 oktober 2011, 14.01u

De voorzitter

De heer Van Hauthem heeft het woord.

Joris Van Hauthem

Voorzitter, minister-president, het is niet de eerste keer dat we hierover vragen stellen, maar ‘de kat komt nu toch stilaan op de koord’. Als ik het goed heb, zit u vanavond samen met uw collega’s bij de formateur om effectief te bespreken wie wat zal doen inzake de budgettaire sanering in het algemeen. Volgens het advies van de Hoge Raad van Financiën werd het aandeel van de deelstaten geschat op 400 miljoen euro, op basis van een bepaalde verdeelsleutel. Gisteren hebben de liberalen in het algemeen, laten weten dat de deelstaten meer moeten doen en hebben de Franstalige liberalen in het bijzonder, laten weten dat vooral de deelstaat Vlaanderen meer moet doen omdat het bij ons sociaal-economisch iets beter gaat en we dus ook iets meer zouden kunnen bijdragen.

Minister-president, de stelling van uw regering is altijd geweest dat we al 2 miljard euro hebben bespaard, dat onze begroting dit jaar in evenwicht is en dat ook volgend jaar zal zijn, en dat het nu aan de andere entiteiten is om dezelfde inspanning te leveren. Tegelijkertijd laat u wel een bepaalde marge als het gaat over een grotere bijdrage inzake de pensioenen van de Vlaamse ambtenaren en de zogenaamde usurperende bevoegdheden.

Wat is het nu? Blijft u bij uw stelling dat een begrotingsevenwicht volstaat als sanering? Welke marge ziet u nog voor uzelf en voor uw collega’s?

De voorzitter

Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters

Voorzitter, aangezien de Vlaamse Regering deze voormiddag nog eens de puntjes op de i heeft gezet, kan ik vrij duidelijk zijn. Ik heb daarstraks contact met de andere ministers-presidenten van het land gehad. Voor de tweede maal staan alle regio’s en alle deelstaten op een duidelijke lijn.

Vlaanderen heeft in 2011 en in 2012 een begroting in evenwicht. Het is duidelijk dat dit niet vanzelfsprekend is. Straks zullen we nog een actuele vraag behandelen over het feit dat we naar aanleiding van de vereffening van de Gemeentelijke Holding een verlies van 265 miljoen euro moeten incasseren. We zullen dit probleem zo snel mogelijk oplossen. Het is niet omdat we nu een probleem met ons begrotingsevenwicht hebben, dat we de Federale Regering om hulp zullen vragen.

Een begroting in evenwicht is het eerste wat elke overheid in dit land moet nastreven. We hebben daar bloed, zweet en tranen voor gelaten. We zullen dit evenwicht dan ook verder blijven bewaken.

Ik heb hier al verschillende malen verklaard dat we over een aantal elementen willen blijven discussiëren. In de eerste plaats gaat het dan om de responsabilisering in verband met onze ambtenaren. In 2003 is een wet goedgekeurd die echter nooit in werking is getreden. Er is tot nader order nog steeds geen akkoord tussen alle regio’s en de federale overheid tot stand gekomen.

Momenteel draagt de Vlaamse overheid 7 miljoen euro bij voor de pensioenen van de ambtenaren. In het verleden heeft toenmalig minister Van Mechelen nog voorgesteld hiervoor een groeipad te ontwikkelen. Wij staan daarvoor open. Er moet, voor alle duidelijkheid, niet enkel een akkoord met de Federale Regering worden gesloten: ook het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en het Waalse Gewest moeten hetzelfde doen. De Vlaamse overheid is wijs en volwassenen genoeg om de responsabiliseringsbijdrage voor onze eigen ambtenaren op te trekken.

Over de usurperende bevoegdheden hebben we het hier al verschillende malen gehad. De eerste vraag is natuurlijk wat we onder usurperende bevoegdheden verstaan. Dat kan van 400 miljoen euro tot 2 miljard euro variëren. Ons standpunt is dat usurperende bevoegdheden regionale bevoegdheden zijn waarvoor de federale overheid geld uittrekt. We willen daar nog verder over discussiëren.

Mijn eerste conclusie is dat een begroting in evenwicht een belangrijke boodschap uitstuurt. Mijn tweede conclusie is dat we geen overschotten zullen boeken of in bijkomende bijdragen zullen voorzien enkel omdat de Federale Regering dat vraagt. Dat staat trouwens ook in het Vlaams regeerakkoord. We kunnen over die twee elementen nog van gedachten wisselen en nagaan hoe we tot een akkoord met de federale overheid en met de andere regio’s kunnen komen.

Joris Van Hauthem

Minister-president, u hebt net verklaard dat u met de vertegenwoordigers van de andere regio’s hebt vergaderd. Wat hebt u dan gezamenlijk afgesproken? Volgens u zouden de andere entiteiten best ook een inspanning leveren die met de Vlaamse inspanning te vergelijken valt. Is daarover dan een afspraak gemaakt?

Hoe dan ook komt aan de deelstaten een bijdrage van 400 miljoen euro toe. Hoe zal die bijdrage, onder welke vorm dan ook, over de deelstaten worden verdeeld? U hebt verklaard met een gezamenlijk standpunt naar de formateur te zullen trekken. Wat is dat standpunt dan? Zult u zeggen dat Vlaanderen al genoeg heeft gedaan? Zullen de andere deelstaten, al dan niet met uw akkoord, zeggen dat ze nog steeds wat te weinig zullen doen en pas in 2015 een begroting in evenwicht zullen voorleggen? Is dat de inhoud van het globaal akkoord tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest?

Tot slot wil ik opmerken dat u met betrekking tot de usurperende bevoegdheden van het ene op het andere been danst. Toen u daar voor het eerst over begon, ging het om een aanbod aan de Federale Regering. De Federale Regering kon eigen bevoegdheden door de Vlaamse overheid laten uitvoeren en zelf de kosten dragen. Een jaar of twee geleden zei u al dat de middelen in dergelijke gevallen ook moesten worden overgedragen. Ik zou hierover graag wat meer duidelijkheid krijgen.

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Minister-president, het is de bedoeling om een bijkomende vraag te stellen, maar eigenlijk heb ik die niet. Ik ben alleen verheugd met het antwoord. Ik vind dat het belangrijk is in het kader van een aantal ontwikkelingen. We werden de voorbije dagen immers geconfronteerd met een aantal oprispingen van politici die aan de federale onderhandelingstafel zitten.

Minister-president, laat het dan een open vraag zijn: ik vraag u om het regeerakkoord in stand te houden, om te blijven uitvoeren wat we moeten uitvoeren. Er zijn in Vlaanderen inderdaad ook noden. Het is een oproep die we aan de andere gemeenschappen en gewesten ook moeten doen, namelijk doen net zoals de Vlaamse overheid, die op twee jaar tijd meer dan 2 miljard euro heeft bespaard door de tering naar de nering te zetten. Op die manier hebben wij al duidelijk het goede voorbeeld gegeven en ons zeer loyaal opgesteld tegenover de uitgangspunten die eenieder in dit land moet nastreven.

De voorzitter

De heer Vereeck heeft het woord.

Lode Vereeck

Minister-president, met alles wat er de afgelopen dagen en weken is gebeurd: meent u het nu dat u nog altijd naar een begroting in evenwicht gaat? Zou u niet ernstig werk maken van wat wij bij de Septemberverklaring hebben gesuggereerd, namelijk het aanleggen van buffers? Het stond in de sterren geschreven wat er ging gebeuren met de Gemeentelijke Holding. We hebben daar ook naar verwezen tijdens onze repliek op de Septemberverklaring. Mijn vraag is opnieuw: zou het niet veel verstandiger zijn om in plaats van te streven naar evenwicht, te streven naar overschotten dan wel het aanleggen van buffers en het afbouwen van schuld?

Ik voeg daaraan toe dat u zelf die opening hebt gecreëerd, maar dat u een beetje op hardhandige wijze door uw minister van Begroting terug in uw hok bent geduwd. U hebt zelf gezegd dat u het wel zag zitten om eventuele overschotten te creëren.

Wat goed is voor Vlaanderen, is goed voor Vlaanderen. Wat dat voor de Belgische openbare financiën betekent, daar hoeven wij ons eigenlijk niet veel van aan te trekken. Die houding zou ik nog kunnen begrijpen. Dat is een assertieve Vlaamse houding. Maar dat u dan per se niet voor buffers gaat, begrijp ik niet.

De voorzitter

De heer Van den Heuvel heeft het woord.

Voorzitter, de heer Van Hauthem voelt zich ongeveer elke week verplicht om een vraag over de staatshervorming aan de minister-president te stellen. Hij is daar vandaag ook weer in geslaagd. Het antwoord van de minister-president is al lange tijd hetzelfde. Voor degenen die daaraan zouden twijfelen: dit is een standpunt dat heel duidelijk gedragen is door de Vlaamse Regering, zoals de heer Van Dijck zegt, omdat die zaken heel duidelijk in het regeerakkoord staan en er voldoende noden zijn in Vlaanderen.

De Vlaamse begroting is in evenwicht. De minister-president heeft al lange tijd gezegd dat over die twee punten, de pensioenbijdragen en de usurperende bevoegdheden, kan worden gepraat. Er is dus niets nieuws onder de zon.

Ik ben blij dat ook de andere gewesten op die lijn staan. Van die laatste twee punten zou ik trouwens nog wel eens willen zien hoe enthousiast de Waalse en Brusselse collega’s daarop zullen reageren.

De voorzitter

De heer Tommelein heeft het woord.

Minister-president, men moet natuurlijk niet doen alsof een Vlaming twee portemonnees heeft: een federale portemonnee en een Vlaamse portemonnee. Wat die Vlaming moet weten is dat als er bespaard wordt op het federale niveau, hij dat ook zal voelen, net zozeer als wanneer er niet wordt bespaard op het Vlaamse niveau. Het gaat wel degelijk over diezelfde Vlaming. Die Vlaming is hoofdaandeelhouder van de Belgische federatie.

Ook nogal duidelijk is, wanneer je Vlaamse overschotten hebt op de begroting, dat geen transfer is naar de federale overheid. Soms wordt dat gemakkelijkheidshalve als bijdrage beschouwd. Het is goed voor Vlaanderen zelf als er begrotingsoverschotten gerealiseerd worden. Je moet daarbij abstractie kunnen maken van het federale niveau. Dat je daarmee de begroting in zijn totaliteit helpt, is juist. Ik denk dat er beter buffers en overschotten gerealiseerd worden.

Minister-president, u hebt gelijk wat betreft de usurperende bevoegdheden. Het is niet normaal dat de federale overheid geld uittrekt voor Vlaamse bevoegdheden. Daar geef ik u 100 procent gelijk in.

Mijn concrete vraag is: indien u abstractie maakt van het federale niveau, zou er dan geen noodzaak zijn aan begrotingsoverschotten voor de Vlamingen, in het belang van de Vlamingen en voor Vlaanderen zelf?

De voorzitter

De heer Crombez heeft het woord.

John Crombez

In het verlengde van de vorige opmerkingen, is het inderdaad zo dat de minister-president en de minister van Begroting hier al maanden hetzelfde verhaal vertellen, en terecht. Er is een regeerakkoord: geen overschotten en geen tekorten.

Geen overschotten wil zeggen dat er ook beleid is beslist in het regeerakkoord en de ontwikkelingen ernaast. Het is niet zomaar om het even wat: er staat heel wat in de steigers.

Ik vind het onvoorstelbaar wat de heer Michel en de heer De Croo vragen. Er is op het federale niveau twee jaar aan een stuk gezegd dat de begroting op schema was. Wat wou dat zeggen: globaal ongeveer 3 procent te kort. Nu men aan het einde van de rit komt, blijkt er 10 miljard euro te weinig zijn. Men zit 10 miljard euro naast het schema. Men zegt nu: omdat wij een gat in ons hand hadden en jullie niet, zouden we het liefst het geld bij jullie halen.

Minister-president, mag ik ervan uitgaan dat de Vlaamse Regering, ook gegeven de eerdere schema’s van de Hoge Raad voor Financiën (HRF), die redenering aanhoudt? Wij zijn binnen de schema’s gebleven, we hebben bespaard. We hebben de put van 10 miljard euro zelfs niet mee kunnen veroorzaken.

Minister-president Kris Peeters

Voorzitter, collega’s, mijnheer Crombez, dat is zeer pertinent. De Hoge Raad voor Financiën heeft in maart 2011 een advies gegeven waarin een scenario stond over de verdeling van de lasten. Er was trouwens voor entiteit 2 (gewesten en lokale overheden ) in min 0,4 voorzien. Zonder dat er een akkoord voor is, gaan wij ervan uit dat de steden en gemeenten ervoor zullen zorgen dat het surplus er zal zijn. Het is geen verdeling onder de gewesten, maar het komt van de lokale overheden.

Het is niet wijs om het debat op deze manier te voeren, maar ieder neemt zijn verantwoordelijkheid. Ik ga er ook van uit dat de Hoge Raad voor Financiën dit weekend niet met andere cijfers of andere voorstellen komt. Ik denk dat de HRF een zeer eerbiedwaardige instelling is die niet moet worden ingezet om het een of ander gelijk te behalen.

Ik begrijp dat de oppositie iedere keer opnieuw probeert om mist te spuien rond de overschotten. We hebben bij de bespreking van de begroting 2012 gezegd dat er een aantal provisies worden aangelegd. We hebben dat toegelicht. Het ging onder meer over conjunctuurprovisies versus andere provisies enzovoort. Er zijn dus provisies aangelegd vanuit een Vlaamse benadering van voorzichtigheid. Ik heb ook gezegd dat we in februari een versnelde begrotingscontrole zullen uitvoeren om na te gaan of we de provisies nog moeten behouden of aanwenden. Er worden dus provisies aangelegd.

Er is een verschil tussen provisies en overschotten. We leggen provisies aan vanuit onze eigen Vlaamse dynamiek wanneer wij vinden dat het wijs is en wanneer wij vinden dat er voorzichtigheidsoverwegingen zijn. We hebben dat ook gedaan.

Wat we niet meer gaan doen, is overschotten aanleggen zoals in de vorige regeerperiode is gebeurd omdat het federale niveau ons vraagt om overschotten te realiseren. De heer Crombez heeft gelijk. Geconfronteerd met noden inzake schoolinfrastructuur, met problemen rond water enzovoort, blijft de stelling van Open Vld dat we overschotten moeten boeken om de dynamiek op federaal niveau een handje te helpen, maar niet om onze eigen noden in te vullen.

Mijnheer Van Mechelen, als er bepaalde leningen worden terugbetaald, zullen we dat geld inzetten voor de schuldafbouw. Het is mijn verantwoordelijkheid en niet die van de oppositie. We hebben een aantal bijkomende noden ingevuld, onder meer innovatie waarvan de Open Vld-fractie zelfs vond dat dit decretaal moest worden vastgelegd. Ik denk dat uw verhaal niet helemaal klopt, maar goed, dat is de verantwoordelijkheid van de oppositie. (Applaus bij de meerderheid)

Mijnheer Van Hauthem, ik hoop dat er duidelijkheid is over die 400 miljoen euro. Niet dat we een akkoord hebben gegeven over het advies van de Hoge Raad voor Financiën, maar entiteit 2 zal een bijdrage kunnen leveren vanuit de lokale overheden. Over de ESR-problematiek hebben we het hier al gehad.

Ik ben inderdaad op mijn hoede wat de usurperende bevoegdheden betreft. De usurperende bevoegdheden zijn te onderscheiden van de bevoegdheden die wij met de zesde staatshervorming zullen krijgen. Ik heb steeds het onderscheid gemaakt tussen het ene en het andere. Bij de bevoegdheden die we zullen krijgen, zullen ook maximaal de middelen moeten worden overgedragen. Dat is niet het geval bij de usurperende bevoegdheden. Dat zit in een ander kader, dat moeten we nog verder bespreken. De vraag is hoever je met die usurperende bevoegdheden kunt gaan. Wanneer die usurperende bevoegdheden op federaal niveau worden geschrapt en ik dat niet zelf kan invullen omdat ik de bevoegdheden niet heb, zitten we met een probleem. Dat is een delicaat debat dat samenhangt met die zesde staatshervorming en het moment waarop die in werking treedt.

Ik ben daar zeer goed van op de hoogte en volg dat ook goed op. Om 19.15 uur zullen mijn collega’s en ikzelf een heel duidelijk gezamenlijk standpunt hebben. Mijn collega’s van het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest willen ook zo snel mogelijk naar een evenwicht – dat ze nu nog niet hebben – streven en kunnen niets bijkomends doen. Dat is duidelijk.

Joris Van Hauthem

Dat laatste is inderdaad bijzonder duidelijk. We willen naar een evenwicht tegen 2015. Dit jaar zou er dus niets gebeuren. Dan moet u ook niets doen. Zo eenvoudig is dat.

De vraag van de heer Michel, dat de gewesten en de regio’s een bijdrage zouden leveren, is wat waanzinnig. Vooral het feit dat Vlaanderen het dan weer moet doen. Wij zijn al veel te lang de jackpot van de nv België. We zijn het vandaag trouwens nog altijd. Het feit dat de andere entiteiten weigeren om nu al richting evenwicht te gaan, zegt ook genoeg. Reden te meer om wat dat betreft het been stijf te houden. Wij zullen dat, zoals gewoonlijk, zeer goed opvolgen. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

Het incident is gesloten.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.