U bent hier

De voorzitter

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister, België is een van de meest vervuilde landen van Europa. Dat blijkt uit de studie ‘Ranking the Stars’. Nederland wordt daarin vergeleken met andere Europese landen op het gebied van milieu, natuur en klimaat. Wij doen het heel slecht op het vlak van milieubeleid. Voor de luchtkwaliteit scoren we tweede slechtste, voor de waterkwaliteit derde slechtste, voor de bodemkwaliteit tweede slechtste en voor de bescherming van de natuur eveneens tweede slechtste. Voor het klimaat doen we het iets beter maar toch scoren we nog altijd zevende slechtste.

Minister, vorig jaar stelde ik een vraag over hetzelfde thema maar dan op basis van een andere studie van de universiteit van Yale. Ook toen behoorden wij bij de slechtste leerlingen van de klas. U zei toen dat er onnauwkeurigheden waren en dat er verouderde cijfers waren gebruikt. Nu zou ik graag van u vernemen of dat ook met deze studie het geval is.

De voorzitter

Mevrouw Van den Eynde heeft het woord.

Marleen Van den Eynde

Deze week werd het rapport van het Europees Milieuagentschap bekendgemaakt. Minister, u moet toegeven dat dit rapport zeer vernietigend is voor ons land. Het is bijna beschamend en zeer verontrustend.

Inzake bodem, lucht en waterkwaliteit maar ook inzake natuurbeheer en klimaat scoort ons land bijzonder slecht. We bengelen helemaal onderaan het lijstje van de landen van de Europese Unie. Iedere burger in dit land is bezorgd om zijn gezondheid en de kwaliteit van zijn leefomgeving, zeker wanneer men weet dat er jaarlijks ongeveer 13.000 sterfgevallen zijn ten gevolge van de slechte luchtkwaliteit in ons land. Dat stemt toch wel tot nadenken. Dit moet ons als politici en u als minister aanzetten om dringend werk te maken van een betere luchtkwaliteit.

De relatie tussen gezondheid en milieu is niet alleen uw verantwoordelijkheid maar een verantwoordelijkheid en zorg van iedere minister in deze regering. U zult nu misschien wel zeggen dat de regering al heel wat inspanningen heeft gedaan. Het zou jammer zijn indien dat niet zo was. Toch heb ik het gevoel dat we een beetje ter plaatse blijven trappelen. Ik vind het dan ook bijzonder jammer dat u als Vlaams minister van Leefmilieu niet hebt gereageerd op dit rapport, in tegenstelling tot de federale minister. Een reactie van u op dit rapport had misschien een stimulans en een responsabilisering kunnen betekenen voor vele burgers in dit land om mee te werken aan een beter leefmilieu.

Minister, wat is uw conclusie van dit rapport? Waarom hebt u niet gereageerd?

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

De studie waarvan sprake bevat 19 bladzijden met heel wat grote foto’s. Het is niet echt een studie maar een samenbrengen van gegevens die al bestonden. Die gegevens dateren van vorig jaar. Daarover is een vraag gesteld van de universiteit van Yale waar ik inderdaad een aantal vraagtekens naast geplaatst heb. Er staan ook gegevens in van het Europees Milieuagentschap. Men heeft alles samengebracht en in een rapport gegoten. Dit is een rapport van een Nederlandse milieuvereniging over de situatie in Nederland. Daarin wordt ook verwezen naar België. Daarom vond ik het ook niet opportuun om daar vanuit Vlaanderen op te reageren.

Op basis van dit rapport wil ik een aantal zaken herhalen die ik vorig jaar al heb gezegd op basis van de studie van Yale.

Met een aantal parameters wordt geen rekening gehouden. Ik denk dan aan het afvalbeleid. Op dat vlak scoren wij heel goed.

Ten tweede moeten we toch ook wel de beoordeling van de luchtkwaliteit relativeren. Het klopt dat we in Vlaanderen geen koploper zijn. Het rapport is echter geschreven op maat van Nederland. Men vergelijkt de NOx-uitstoot in België met die in andere Europese landen op basis van oppervlakte. Het klopt dat we daar de derde slechtste score hebben. We zijn dan ook een klein land. Als je de uitstoot per inwoner bekijkt, stijgt die score echter spectaculair en belanden we plots in de top 10. Er worden dus eigenlijk regio’s vergeleken die niet met elkaar kunnen worden vergeleken. Finland stoort zeer goed wat de NOx-uitstoot betreft als je die per oppervlakte bekijkt, maar als je die per inwoner bekijkt, scoren wij beter dan Finland. Finland heeft het geluk 10 keer groter te zijn dan België. Ik plaats dus een aantal vraagtekens naast deze ranking.

Dat wil niet zeggen dat we geen belang hechten aan die studie. Het is belangrijk dat we blijven inzetten op zuiver water en goede luchtkwaliteit. Als je de evolutie bekijkt op twintig jaar tijd, is onze lucht-, water- en bodemkwaliteit trouwens al spectaculair verbeterd. Uiteraard moeten we bijkomend sturen. Onlangs zijn we met een nieuw actieplan tegen fijn stof naar de Vlaamse Regering gegaan. In dat plan staan een aantal maatregelen, bijvoorbeeld op het vlak van mobiliteit, waar de voltallige Vlaamse Regering zich heeft achter geschaard.

De studie, die is gemaakt door een Nederlandse milieuvereniging, moet in haar context worden bekeken. De studie gaat over België, niet enkel over Vlaanderen. Uiteraard moeten we blijven werken aan een betere lucht-, water- en bodemkwaliteit.

Minister, ik begrijp dat u de cijfers opnieuw nuanceert omdat hier dezelfde cijfers worden gebruikt dan in de studie van Yale. Er wordt echter ook verwezen naar het Europees Milieuagentschap in Kopenhagen. Er worden met andere woorden veel ruimere cijfers gebruikt.

Ik ben nu twee jaar Vlaams parlementslid. Het is de tweede maal dat ik een slechte studie onder ogen krijg. Dat is heel onprettig en pijnlijk voor de Vlaamse Regering.

Vorige keer hebben enkele andere parlementsleden u gevraagd om correcte gegevens te bezorgen aan de instanties die zulke studies maken. De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) beschikt over cijfers. Waarom worden die dan niet overgemaakt?

De Bond Beter Leefmilieu zei in een reactie op deze studie “dat er een doortastender milieubeleid nodig is”. Ik hoop dan ook dat u daar effectief werk van zult maken.

Marleen Van den Eynde

Minister, cijfers zijn cijfers. Het gaat er niet om wie gelijk heeft. We moeten die cijfers goed interpreteren, daar de nodige lessen uit trekken en nieuwe maatregelen nemen. U geeft aan dat er nieuwe plannen komen voor fijn stof en NOx.

Minister, ik stel vast dat de Vlaamse Regering de elektrische wagen promoot, maar dat we nog geen stap verder staan om die elektrische wagen als alternatief voor dieselwagens te gebruiken. Wagens op Compressed Natural Gas (CNG) daarentegen zijn wel klaar om al op de markt te brengen. Ik begrijp niet goed waarom deze Vlaamse Regering inzake brandstof ter plaatse blijft trappelen.

De voorzitter

De heer Martens heeft het woord.

Bart Martens

Minister, het is waar dat ons resultaat beter zou zijn geweest als men een aantal andere indicatoren had gebruikt. Als we bijvoorbeeld de afvalproductie per persoon of de aanwezigheid van de vos in de open ruimten hadden meegenomen, zou Vlaanderen er veel beter uitgekomen zijn.

De indicatoren die werden beoordeeld in de studie moeten ons toch op een aantal vlakken ongerust maken. Wat de indicator biodiversiteit betreft, hingen we ook helemaal onderaan het lang lijstje van landen.

Het klopt dat onze uitgangssituatie moeilijk is. We zijn een verstedelijkt gebied. We slagen er echter ook niet in om de doelstelling uit ons eigen regeerakkoord te halen. Daar moeten we eerlijk in zijn. We wilden 10.000 hectare extra bossen creëren, maar slagen er maar net in het bosareaal stabiel te houden. We wilden jaarlijks 3000 hectare natuurgebied onder actief natuurbeheer brengen, maar slagen er niet in om die doelstelling nog maar voor de helft te realiseren. Onze fractie vraagt om op dat vlak meer dan een tandje bij te steken.

De voorzitter

De heer Vandaele heeft het woord.

Minister, u had het over luchtkwaliteit. Ik heb daar onlangs een vraag om uitleg over gesteld. Vlaanderen haalt niet de doelstellingen inzake de NOx-reductie. In 2007 hebben we een aantal dingen vastgelegd in een NEC-reductieprogramma (national emission ceiling). We halen dat niet. Straks, in 2013, komt er een nieuwe NEC-richtlijn van Europa met ongetwijfeld strengere normen. De vraag is op welke manier u zich daarop voorbereidt. Als we vandaag al de normen niet halen, hoe zullen we dat dan kunnen na 2013?

De voorzitter

De heer Sabbe heeft het woord.

Ivan Sabbe

Minister, we blijven in rondjes draaien. Ik had een vraag om uitleg voor u op dinsdag 4 oktober over de hervormingen van de belasting op de inverkeerstelling (BIV). Ook daar bleek duidelijk, ondanks het feit dat u ternauwernood nog wat bijsturing hebt gedaan, dat u ook in het beleid onvoldoende de klemtoon legt op NOx en de schadelijke uitstoot, wat toch een van de kernproblemen is van onze luchtkwaliteit. U stemt daar onvoldoende uw beleid op af.

De voorzitter

De heer Sanctorum heeft het woord.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Eerst even een zijdelingse bemerking. Het is toch wel komiek dat we eerst spreken over het uitbreiden van de capaciteit van de autosnelwegen, dan over het afschaffen van de treinen en vervolgens over de verslechterende of de onvoldoende milieukwaliteit.

Minister, we doen het niet zo goed in vergelijking met andere Europese landen. U twijfelt aan de waarde van de studie. Eerst en vooral is die studie gemaakt op basis van verzamelde gegevens, onder meer van het Europees Milieuagentschap. Minister, ook de studiedienst van de Vlaamse Regering, die de Vlaamse Regionale Indicatoren (VRIND) opstelt, stelt een aantal negatieve evoluties vast – u weet dat ongetwijfeld wel – op het vlak van hoeveelheid afval, grondstoffenverbruik, erosiegevoeligheid, nitraat in oppervlaktewater en afbakening van het Vlaams Ecologisch Netwerk. Het staat stil, minister. Het staat stil. U bent misschien een diesel en u komt traag op gang, maar we zijn ondertussen halverwege de legislatuur en we wachten nog altijd op een milieubeleid.

Mevrouw De Vroe, u zegt dat we een jaar nadien hier terug staan. Dit verzameld werk van een Nederlandse milieuvereniging is een samenraapsel, ook van de resultaten van vorig jaar. Het is dus logisch dat daar hetzelfde resultaat uit komt. Het klopt dat men ook verwijst naar het Europees Milieuagentschap. Dat gebruikt gegevens van 2005. Men kan me zeggen: geef de meest recente gegevens. We hebben die, maar men moet die natuurlijk opvragen.

Collega’s, eind deze week zult u de beleidsbrief ontvangen. Daarin staan alle gegevens en alle parameters in vergeleken, tot en met de recentste cijfers die we hebben, voor alle componenten van het leefmilieubeleid. Op basis daarvan kunnen we in de commissie heel uitgebreid discussiëren. U zult zien dat er een positieve evolutie is. Ik blijf herhalen dat wat betreft de leefmilieukwaliteit en ook de luchtkwaliteit, over 20 jaar bekeken, er een spectaculaire vooruitgang is. Het klopt dat we er nog niet zijn en dat we nog niet voldoen aan de Europese richtlijn Fijn Stof. Maar, collega’s, ik heb het al een aantal keer gezegd: 20 lidstaten van de 27 voldoen niet aan die richtlijn. Het is een uitdaging voor elke lidstaat. Het klopt dat we daar verder in moeten investeren. Dat is ook wat we doen.

Ik wil ook verwijzen naar de BIV, waar de heer Sabbe het over had. Ik heb het al gezegd in de commissie: we houden daarbij rekening met alle componenten, namelijk de uitstoot van CO2, klimaat, de uitstoot van fijn stof en ook NOx. Op basis van al die parameters hebben we de BIV bepaald. Dat is op een heel objectieve manier gebeurd om zo de aankoop van een nieuwe wagen ecologisch te sturen.

Collega’s, zeggen dat er niets gebeurt, dat er geen vooruitgang is en dat het alleen maar slechter wordt, klopt niet. We blijven erop inzetten. Het klopt dat het niet evident is. We hebben een specifieke regio, die dichtbevolkt is, met industrie die heel energie-intensief is. We moeten daarmee weten om te gaan. Het is niet altijd evident om maatregelen te nemen, maar we blijven erop inzetten en we blijven steeds opnieuw bijsturen. Daarom hebben we onlangs in de Vlaamse Regering een engagement genomen vanuit de verschillende beleidsdomeinen die te maken hebben met de luchtkwaliteit, om een aantal bijkomende maatregelen te nemen.

Minister, ik kijk uit naar de beleidsbrief. Ik hoop dat daar alvast zaken in staan waaruit we kunnen concluderen dat er verbetering komt. Door dergelijke studies krijgen we als België en als Vlaanderen een belabberd imago. De doelstellingen die in het regeerakkoord staan, zouden toch minstens gerealiseerd moeten worden. Ik hoop uit de beleidsbrief te kunnen aflezen dat u effectief vooruitgang zult boeken.

Ik hoop ook dat u deze en vorige studie niet zomaar naast u neer zult leggen. Ik heb gelezen dat uw federale collega zegt dat hij de studie grondig zal doornemen en zal proberen om die zaken mee te nemen in zijn beleid. Ik hoop alvast dat u dat ook zult doen.

Marleen Van den Eynde

Minister, u geeft zelf toe dat beide rapporten vergelijkbaar zijn. Dan zijn dus wel de juiste cijfers gebruikt. U zult uw communicatiebeleid eens moeten bijsturen en de juiste cijfers doorsturen naar het Europees Agentschap voor Milieu.

Ik heb de indruk dat deze regering tot op heden een leefmilieubeleid voert op basis van een verhoging van de belasting op de inverkeerstelling, en niet een positief beleid, door het uit het circuit nemen van vervuilende wagens. En dat vinden we bijzonder jammer.

De voorzitter

Het incident is gesloten.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.