U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 28 september 2011, 14.08u

De voorzitter

De heer Ceyssens heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, mijn actuele vraag doet misschien denken aan de verwijzing van mijn fractieleider deze morgen naar een klein Gallisch dorpje, maar het heeft er totaal niets mee te maken. De problematiek van de everzwijnen in Limburg is al meermaals aangekaart. Mevrouw Peeters heeft er al vragen over gesteld, andere collega’s en ikzelf ook.

Minister, als een plan van aanpak hebt u in februari 2011 uw beheersvisie voor everzwijnen voorgesteld. Die beheersvisie heeft geleid tot een rapport dat werd opgemaakt door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO). Daarin zijn een aantal beheerszones afgebakend. Dat rapport hebben we ondertussen ontvangen, waarvoor dank. Maar dat is maar een begin van de oplossing. Nu zullen de go- en no-gozones – waar kunnen de everzwijnen rustig rondlopen en waar niet? – moeten worden afgebakend. Moeten daarvoor bijkomende middelen worden ingeschakeld?

Ondertussen steken de Limburgse jagers de armen in de lucht of moet ik zeggen, de loop in de grond. Ze zeggen dat ze niet langer gaan opdraven voor de schade die is aangebracht door die evers, want ze kunnen ze onmogelijk nog bestrijden. We zouden het een vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid kunnen noemen, maar ze hebben een punt als ze zeggen dat het probleem op een aantal vlakken hun capaciteit overstijgt. Dat brengt veel problemen met zich mee. Als ze dat hard gaan maken, zullen er nog meer everzwijnen verschijnen. De Limburgse melkveehouders en akkerbouwers zullen noodgedwongen allemaal varkenshouders worden, want zij zullen ze mogen voederen. Dan spreken we nog niet over het probleem van verkeersveiligheid en zelfs publieke veiligheid dat daarmee gepaard gaat.

Minister, uw plan van aanpak is goed, maar ondertussen begint de tijd te dringen. Wat gaat u doen naar aanleiding van dit schrijven?

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Dit zijn inderdaad belangrijke signalen. We hebben ondertussen stappen ondernomen. We hebben de beheersvisie op de everzwijnen ingevoerd. Dat houdt in dat er bepaalde zones afgebakend zijn. Die zones maken geen doorloop mogelijk van everzwijnen, dat zijn grote verkeersassen, waterwegen enzovoort.

We hebben het opgedeeld in een aantal pilootprojecten. Onder andere in Limburg is het de bedoeling dat we de everzwijnen intensiever gaan bestrijden met de middelen die we hebben in de jachtreglementering. We gaan dat samen met alle stakeholders doen, de jagers, de wildbeheerseenheden, de landbouwers, de natuurverenigingen, het INBO, dat de situatie ook wetenschappelijk kan beoordelen. Op basis daarvan zullen we nagaan of het effect heeft, of de populatie inderdaad afneemt en er zo minder schade is. Het is belangrijk dat we op die manier een goede evaluatie doen, die ook op wetenschap berust en op ervaringen in de praktijk. Het is niet de bedoeling op die manier alles op de lange baan te schuiven. We willen heel snel vooruitgaan en zorgen dat dit onzekerheden en wrevel op het terrein wegneemt.

Anderzijds wil ik ook wijzen op het feit dat er momenteel instrumenten zijn in de jachtreglementering die te weinig worden gebruikt. Er wordt gezegd dat men ’s nachts geen everzwijnen kan bejagen. Dat klopt niet. Men kan gedurende negen maanden, van 1 januari tot eind september, een aanvraag doen om ook ’s nachts everzwijnen te bejagen. We merken dat dit weinig wordt gebruikt. Nochtans is nog geen enkele aanvraag geweigerd.

Ten tweede is er de mogelijkheid om een afschotplan goedgekeurd te krijgen gedurende dat aantal maanden. Wat blijkt? Als wij die vergunning afleveren, wordt gemiddeld maar 25 procent van wat men aan everzwijnen zou mogen schieten, benut.

We kunnen dus zeggen dat er met de instrumenten die er nu zijn, meer resultaat kan worden behaald. Wij hopen dat we op dat vlak beter kunnen sensibiliseren en mensen meer attent maken op de mogelijkheden die er nu al zijn op het terrein.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. De beheersvisie lijkt mij een goed plan van aanpak. Dat is gestructureerd. Eerst gaan we bekijken in welke gebieden we die dieren nog willen hebben en waar we ze onder controle kunnen houden, en nadien kijken we naar de gebieden waar we ze absoluut niet willen hebben.

Het zou ook goed zijn om daarna eens te bekijken of er bijkomende mogelijkheden moeten worden geopend. U hebt gelijk wanneer u zegt dat er vandaag een aantal mogelijkheden onderbenut worden.

Feit is dat er zich vandaag een probleem voordoet op het terrein. Het is nu september. Een aantal gewassen bevinden zich nog op de akkers. Dit kan nog een cruciale periode worden met betrekking tot schade aan landbouwgewassen. We gaan met ons werk binnen die beheersvisie niet klaar zijn vooraleer die periode verstreken is. Daarom wil ik u nog eens vragen of er zaken zijn die u tussentijds wilt ondernemen.

De voorzitter

De heer Vandaele heeft het woord.

Minister, we weten dat de bejagingsmogelijkheden vandaag al vrij uitgebreid zijn, zeker als we daar de bestrijding en de bijzondere jacht bij nemen. Toch zijn wij als N-VA bereid om mee te gaan in een nog soepeler regeling, met go- en no-gozones en met nultolerantie op bepaalde plaatsen, bijvoorbeeld in West-Vlaanderen.

De keerzijde van de medaille van die nu al vrij uitgebreide bejagingsmogelijkheden is dat de jachtrechthouder vandaag verantwoordelijk is voor die schade, tenzij die everzwijnen uit reservaten komen waar niet gejaagd kan worden. Als u de regeling inzake schade zou herbekijken, willen wij ervoor pleiten om het hele plaatje te bekijken, zodat we geen ongewenste effecten sorteren op andere gebieden.

Wat ten slotte de nachtjacht betreft: toch oppassen daarmee, uit veiligheidsoverwegingen en om de natuur niet te zeer te verstoren.

De voorzitter

De heer Sabbe heeft het woord.

Ivan Sabbe

Het hemd is natuurlijk nader dan de rok, collega’s, en als de Boerenbond iets vraagt in verband met de everzwijnen, zal de minister ook iets doen. Toen wij met betrekking tot de vos gevraagd hebben om ’s nachts iets te doen, leken we wel ketters in dit parlement. Toen werd de N-VA zelfs opgevoerd om voor te lezen uit het boek Van den Vos Reynaerde.

Uiteindelijk hebben wij niets bereikt. Aan de vos, een dier dat veel schadelijker is voor de mens en drager kan zijn van een terminale ziekte als de vossenlintworm, wil men niets doen. Maar als een van de geledingen van CD&V vraagt om iets te doen aan een minder prangend probleem, haalt men wel alles uit de kast, om zelfs ’s nachts op everzwijnen te kunnen jagen. De heer Vandaele roept op tot voorzichtigheid ’s nachts, maar als we hetzelfde vragen voor de vos, schreeuwt hij moord en brand, alsof we de Vlaamse bevolking in gevaar zouden brengen als we de vos ’s nachts willen bejagen.

Hier wordt eens te meer met twee maten en twee gewichten gewerkt. Dat kan niet. Ik steun de vraag van de heer Ceyssens, maar laat ons dan alstublieft consequent zijn en de lijn doortrekken.

De voorzitter

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Lydia Peeters

Ook ik steun de vraag van de heer Ceyssens. We zijn al ruim twee jaar samen met de Boerenbond, de jagersverenigingen en tal van lokale besturen vragende partij om iets te doen aan die overdreven everzwijnenpopulatie. In september 2010 is er namens alle sectoren – het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO), het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB), jagersverenigingen – een duidelijk standpunt geuit dat er dringend iets moest worden gedaan.

Minister, u zegt dat u al tal van stappen ondernomen hebt. Maar we zijn nu eind 2011, en er is nog niets concreets gebeurd aan die overdreven populatie. De populatie blijft alsmaar toenemen. Alleen al in Limburg zijn er het voorbije jaar niet minder dan twintig verkeersongevallen gebeurd met lichamelijk letsel – die met enkel stoffelijke schade zijn hier dus niet meegeteld – door evers.

Die recente cijfers komen van de arrondissementscommissaris. En dan heb ik het nog niet gehad over de schade aan de fauna en de flora, of aan de schade die aan landbouwbedrijven wordt toegebracht. Veel landbouwers spreken ons daarop aan. Het is vijf over twaalf.

Ik heb nog een vraagje. Medio augustus ontving u een brief van de Limburgse jagersverenigingen. Hebt u hun al geantwoord? Die mensen protesteren omdat zij nog nooit bij overleg zijn betrokken.

Voorzitter, collega's, de reglementering op de jacht bestaat al een aantal jaar. Die steunt op een aantal delicate evenwichten. Dat was geen eenvoudige oefening, want de jacht lokt zeer emotionele, tegenstrijdige reacties uit. De enen willen de jacht zo streng mogelijk reglementeren, de anderen willen een versoepeling.

Wij hebben toegegeven dat er met de everzwijnen een probleem is. De beheersvisie op dit punt is er, en op het terrein wordt daarover met alle stakeholders gesproken. Iedereen is erbij betrokken. Kan er iets gebeuren? Ik wil eerst de evaluatie afwachten. Uiteraard willen wij het gesprek met de eenheden verantwoordelijk voor het wildbeheer aangaan. Mevrouw Peeters, de brief waarover u het hebt is pas eind augustus bij ons toegekomen. Er komt een antwoord, en de administratie is gevraagd om daarover een overleg op te starten. Uiteraard zijn wij steeds bereid om met iedereen op het terrein na te gaan of wij op korte termijn nog iets extra’s kunnen ondernemen.

Indien de wildbeheerseenheid niet langer pachter wil zijn en van het jachtrecht afziet omdat het altijd de jachtrechthouder is die de eventuele schade moet vergoeden, dan moet de overheid zelf tot actie overgaan en de everzwijnen bestrijden of die taak uitbesteden. Ik wil dus niet op basis van emoties maar op basis van gegevens beslissingen nemen. En ik ben bereid om met iedereen op het terrein daarover in gesprek te gaan, om zo snel en goed mogelijk uit de problemen te geraken.

Mijnheer Sabbe, het is een vossenstreek om nu over de vossen te beginnen, want als ik op uw opmerking inga, dan is mijn spreektijd op en kan ik niets meer over de everzwijnen zeggen. Ik zal later met u over de vossen discussiëren.

Mevrouw Peeters heeft gelijk, het is inderdaad vijf over twaalf. Het rapport van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) toont aan dat aan het probleem wordt geremedieerd. Er is wetenschappelijk werk verricht en dat moet toestaan om binnenkort duidelijke en goede beslissingen te nemen. Mijn laatste bekommernis is wel dat in afwachting van een oplossing de rekening niet wordt betaald door de landbouwers van Limburg.

De voorzitter

Het incident is gesloten.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.