U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking (Voortzetting)

De heer Van Mechelen heeft het woord.

Dirk Van Mechelen

Voorzitter, collega’s, er zijn nog tradities in dit huis. Eentje is dat de onderwerpen hier door weinig mensen besproken worden. Na twaalf jaar ben ik dat gewoon. (Gelach)

Minister, collega’s, ook ik dank de verslaggever. Mevrouw Smaers heeft de rol overgenomen van eminente voorgangers. Het is aan haar om die in te vullen.

Ik zou mijn toespraak over de begroting willen starten met de stelling: na regen komt zonneschijn. Net zoals de federale overheid en alle Europese landen kende Vlaanderen ernstige begrotingsproblemen als gevolg van de financiële tsunami, veroorzaakt door de wereldwijde crisis, ontstaan in en vooral veroorzaakt door de financiële wereld.

Minister, de Vlaamse overheid heeft in 2009 en 2010 maximaal getracht deze negatieve spiraal te doorbreken, de begrotingstoestand onder controle te houden en te stabiliseren. Dat verdient uiteraard respect. Over de snelheid en de wijze waarop dat gebeurde, zouden we kunnen discussiëren. Maar met de cijfers van de begrotingscontrole 2011 voor ogen – een substantiële aangroei van de middelen als gevolg van de stevige groei – ontstaat opnieuw de mogelijkheid en de opportuniteit om aan te knopen met de traditie van een rigoureus en duurzaam Vlaams begrotingsbeleid. De vraag is dan ook of de huidige Vlaamse Regering opnieuw deze weg wil inslaan en werken aan een stevige, structureel gezonde financiële basis voor haar beleid op korte, maar vooral middellange en lange termijn.

De twee moeilijke jaren van kaasschaafbesparingen zijn voorbij. De gevolgen ervan zijn uiteraard nog voelbaar. De evolutie van de Vlaamse begroting oogt op het eerste gezicht gezond, maar meer dan ooit, collega’s, speelt de Bijzondere Financieringswet in het voordeel van gewesten en gemeenschappen. Het is alsof het manna als het ware uit de hemel valt. Ik besef beter dan wie ook dat die Bijzondere Financieringswet een mes is dat langs twee kanten snijdt. Alleszins is het op dit ogenblik duidelijk in het voordeel van gewesten en gemeenschappen.

Daarnaast hebben we natuurlijk onze eigen succesvolle Vlaamse gewestbelastingen, waarbij vooral registratierechten, maar ook schenkingsrechten, het uitstekend doen en genieten van de aantrekkende conjunctuur. Als je de ontvangsten uit de begroting 2010 tegenover de herraamde cijfers van de budgetcontrole 2011 plaatst, spreken we over een stijging met maar liefst 1,9 miljard euro meer middelen, of 8,6 procent.

En er is nog goed nieuws op komst. Door de bijstelling van de groeiverwachtingen door de Nationale Bank op 17 juni laatstleden, kunnen er nog eens circa 293 miljoen euro extra middelen uit de Bijzondere Financieringswet bij komen, middelen die vooralsnog niet zijn toegewezen in deze begrotingscontrole.

Collega’s, zelden voorheen kon een Vlaamse Regering in een dergelijke korte tijdspanne rekenen op zoveel extra inkomsten. Dit is met andere woorden een uitgelezen kans om de begrotingstrein op de juiste rails te zetten.

Maar ik zou zeggen: helaas. Ten eerste zien we dat het begrotingssaldo ‘op eigen dienstjaar’, zoals minister Bourgeois vanmorgen nog op de radio zei over de gemeentebegrotingen, negatief is. Het tekort loopt zelfs op van 106 miljoen euro bij de initiële begroting tot 286 miljoen euro in de huidige tabellen, al kom je volgens mijn berekeningen uit op een bedrag in de buurt van 430 miljoen euro.

Ten tweede stellen we vast dat ondanks deze substantiële stijging van de middelen, de regering nog altijd systematisch een beroep doet op leningen als financieringsmiddel voor participaties, een techniek waarop ook het Rekenhof terecht kritiek uit. Voor deze extra beleidsmarge wordt dus jaarlijks geleend op de financiële markten, waardoor de Vlaamse schuld opnieuw oploopt. Bovendien kan men zich de vraag stellen of deze participaties op termijn ESR-neutraal zullen zijn, of opnieuw leiden tot consolidatie met de Vlaamse begroting en zo het huidige schijnbare begrotingsevenwicht ondergraven. Grote zorgvuldigheid en waakzaamheid zullen dus nodig zijn. We moeten opletten dat voldoende rentabiliteit gegarandeerd is, zoals de heer Van den Heuvel al stelde.

Voorlopig heeft de regering in dit debat het voordeel van de twijfel, maar neem onze herhaalde waarschuwingen ter harte, minister. In deze begroting wordt opnieuw 406 miljoen euro bijkomende schuld aangegaan en de zogenaamde ESR-correcties code 8 nemen toe van 389 miljoen euro naar 411 miljoen euro, en dat op een ogenblik dat Europa daadwerkelijk de duimschroeven aandraait voor dit soort financiële constructies. Dit is met andere woorden bijzonder zorgwekkend.

Ook de onderbenuttingsbuffer stijgt opnieuw, van 120 miljoen euro naar 258 miljoen euro. Dit wordt verklaard door het feit dat van de extra kredieten slechts een gedeelte zal worden uitgevoerd. Meer bepaald zal 24 procent van het beleid niet worden omgezet in betaalverplichtingen, wat een vrij hoog percentage is. Het ziet er mijns inziens naar uit dat de onderbenutting andermaal gebruikt wordt om een sluitende begroting op vorderingssaldo te kunnen voorleggen.

Wat er dan weer niet in de begroting staat, zijn voldoende provisies: geen conjunctuurbuffer, geen nieuwe provisies voor de zorgverzekering, maar wel een nieuwe, zogenaamde ‘buffer voor betaalincidenten van 50 miljoen euro’.

Na de onderbenuttingsbuffer van vorig jaar hebben we er opnieuw nieuwe begrotingsterminologie bij. Net zoals het Rekenhof stelt in zijn advies, zijn hier serieuze vragen bij te stellen en getuigt deze techniek van weinig begrotingsorthodoxie.

Daarnaast ben ik bezorgd over het wegwerken van de zo vermaledijde eenmalige ontvangsten. Dan heb ik het wel degelijk over de zeer betwistbare constructie waarbij gronden van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) en Vlaanderen worden verkocht aan Aquafin. Onze oud-collega André Denys zou spreken van een ‘enorme debudgettering’.

De vraag die vandaag moet opduiken bij het verder nauwkeurig bekijken van de meerjarenbegroting is of deze Vlaamse Regering haar hoge Vi A-ambities zal kunnen waarmaken. Niet voor niets legde het Rekenhof de vinger in de wonde, het meest uitgesproken in zijn kritiek op de uitvoering van het nieuwe Masterplan 2020 voor de Antwerpse regio maar ook voor wat het behalen van de innovatienorm van 1 procent betreft.

De Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM) en het Masterplan 2020 dreigen de achillespees te worden van deze Vlaamse Regering. Minister, ik vrees dat u zich opnieuw aan het vastrijden bent. Dat bleek ook bij de eerste rapportage over het nieuwe masterplan. En voor alle duidelijkheid: hierbij heb ik geen leedvermaak. Komt daar nog bij dat de samenwerking met de Tijdelijke Vereniging Studiegroep Antwerpen Mobiel (TV SAM), de brains van het masterplan, werd opgezegd. We stellen vast dat in de begroting 2011 niet is voorzien in de vaste jaarlijkse beheersvergoeding, voorzien in de kaderovereenkomst tussen de Vlaamse Regering en de NV BAM, van 24,5 miljoen euro, dat BAM voor meer dan 100 miljoen euro afschrijvingen deed en dat, alsof dit de kapitaalbasis van BAM nog niet zwaar genoeg raakt, er nu ook een effectieve kapitaalsverlaging wordt ingeschreven van 89 miljoen euro. Het oorspronkelijk beschikbare eigen en volstort vermogen van 822,2 miljoen euro voor de financiering van de Oosterweelverbinding en de andere masterplanprojecten wordt hierdoor structureel aangetast. En denken dat we hiervoor ooit voor 129 miljoen aandelen van de Gewestelijke Investeringsmaatschappij voor Vlaanderen (GIMV) verkochten!

Naast de technische uitvoerbaarheid van het nieuwe masterplan rijzen er dan ook steeds meer vragen over de financiële haalbaarheid van de volledige uitvoering van dit plan, nu geraamd op een bedrag tussen de 6 en de 7 miljard euro. In ieder geval, minister, dreigen we zeker geconfronteerd te worden met een negatieve solvabiliteitsratio, dat is de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen, door, vanzelfsprekend, een oplopende kostprijs voor de Oosterweelverbinding en door een dalend eigen vermogen. Hierdoor zal de ultieme financiering van dit project er zeker niet eenvoudiger op worden.

De volgende maanden hebben we dan ook absoluut nood aan nieuwe, correcte inschattingen van de kostprijs van de Oosterweelverbinding met tunnels, voor de aanleg van de Al02, de ondertunneling van de R11, de betere aansluiting van de A12 op de Liefkenshoektunnel, de bouw van een tweede Tijsmanstunnel en een optimalere aansluiting van deze tunnel op de E17. Hieruit zal moeten blijken of een nieuwe prioritering van de werken niet wenselijk is en meteen ook de gelegenheid zou geven om een beter en misschien nieuw maatschappelijk draagvlak op te bouwen rond dit masterplan. De regering zal met andere woorden de zomer hard kunnen gebruiken om tegen het najaar en tegen de begroting 2012 harde garanties klaar te stomen met betrekking tot de concrete uitvoering van het masterplan.

Ook het innovatieluik blijft haperen. Het is vanzelfsprekend een goede zaak dat er in extra betaalkredieten wordt voorzien voor het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT) en het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (AGIOn). De voorziene stijging van de middelen is evenwel een gebrekkige compensatie voor een eerdere, weinig visionaire saneringsoperatie in de sector van onderzoek en innovatie. Ook het groeipad van O&O in de meerjarenbegroting blijft te weinig ambitieus om tegen 2020 de 1 procentnorm te kunnen halen, zoals de Vlaamse Raad voor Wetenschap en Innovatie (VRWI) ons dit voorrekende.

Met 60 miljoen extra in 2012 en tweemaal 70 miljoen extra in 2013 en 2014, zal er in de daaropvolgende jaren, 2015-2020, een zeer zware inhaaloperatie moeten gebeuren om de 1 procentnorm te kunnen halen. Het lijkt alsof de regering twijfelt aan het rendement van de ingezette middelen en eigenlijk ook deze ViA-doelstelling wil afzwakken.

Collega’s, is de Vlaamse Regering opnieuw een krachtige investeringsregering? Naast de rechtzetting van de besparing met betrekking tot innovatie, wil de regering met haar meerontvangsten nog op andere terreinen investeren, onder meer in gevaarlijke punten, dringend onderhoud, dringende werken inzake overstromingen en schoolinfrastructuur. De vraag is alleen hoe ze dat gaat doen.

Vooraleer we kunnen beschikken over een concreet financieel plan van aanpak om de wateroverlast in de toekomst structureel te vermijden, vrees ik dat nog veel water door de Schelde zal moeten stromen. Daartegenover staat dat de investeringen in gevaarlijke punten reeds jaren in uitvoering zijn maar meer dan ooit een blijvend aandachtspunt dreigen te worden met de nodige budgettaire consequenties. De extra middelen voor onderhoud aan onze wegen, worden dankbaar aangewend op het terrein, maar ook hier is de vraag of dit de volgende winter het nodige soelaas kan brengen. Ook de 25 miljoen extra voor schoolinfrastructuur is meer dan nuttig, maar volstaat na al de reeds geleverde inspanningen blijkbaar nog steeds niet. Kortom, ook hier zal de regering prioriteiten moeten vaststellen en dat zal een bijzondere uitdaging zijn, zeker op het moment dat ze in de helft van de legislatuur de boeg moet wenden richting 2014. Mogelijk kunnen de extra middelen uit de Bijzondere Financieringswet voor deze doelstellingen efficiënt worden aangewend.

Ten slotte, collega’s, vergeten we ook niet de gesel van de wachtlijsten in vele sectoren. Ook hier zullen snel beleidskeuzes moeten worden gemaakt om een antwoord te bieden op een groot aantal verzuchtingen. Ook de financiële toestand van onze gemeenten en steden vraagt bijzondere aandacht. Zij hebben het moeilijk, maar zij blijven de sterke uitvoerders van het Vlaams beleid op het terrein, dicht bij de burger. Ik blijf het dan ook betreuren dat we een deel van de penalty’s op de terugbetaling van de KBC-schuld niet gedeeltelijk gebruiken om een nieuw fiscaal pact met onze steden en gemeenten te sluiten door een tweede schuldovername.

Voorzitter, ik wil besluiten met te stellen dat we weliswaar opnieuw een begroting in evenwicht hebben maar dat zelfgenoegzaamheid absoluut moet worden vermeden. Vlaanderen leverde in het verleden steeds extra begrotingsinspanningen, waarmee het zijn eigen schuld structureel kon afbouwen en reserves aanleggen, waarvan de noodzaak en de kwetsbaarheid inmiddels voldoende werden bewezen. Een zorgzaam en innovatief Vlaanderen met een toekomstgerichte economie, moet onze welvaart veilig stellen, maar blind blijven voor de financiële uitdagingen die eraan komen in de nieuwe Belgische en Europese context, lijkt me eerder erg kortzichtig en onverstandig. De toekomst zal uitwijzen wie het bij het rechte eind heeft. (Applaus bij Open Vld)

De voorzitter

De heer Sannen heeft het woord.

Ludo Sannen

Voorzitter, minister, collega’s, de begrotingswijziging die we vandaag bespreken, zorgt ervoor dat de begroting 2011 nog wat mooier kleurt dan ze was. Ik wil vandaag niet ingaan op technische elementen die we besproken hebben in de commissie. De verslaggeefster was voldoende duidelijk en omstandig. Ik wil ze daar ook voor bedanken. De vorige collega’s zijn trouwens ook punctueel bij heel wat cijfers blijven stilstaan en ik voel me niet geroepen om die nog eens te herhalen.

Wel duidelijk is dat een begrotingscontrole, en zeker de meerjarenraming, op zichzelf interessant is. Ze vertrekt van een ongewijzigd beleid, maar is langs de andere kant een stukje relatief. De minister zelf wijst bij de uitgangspunten, de parameters, op de nodige relativiteit.

Vandaag lezen we dat de inflatie gestegen is tot 3,67 procent. Ik weet niet welke impact dat gaat hebben op een mogelijke toekomstige indexsprong. Een deel van de parameters – ook de groei van 0,1 procent – zorgt ervoor dat de inkomsten hoger ligger dan geraamd. Het zou er kunnen voor zorgen dat we in 2011 18,7 miljoen euro meer inkomsten hebben. Dat het snel kan gaan, hebben we ervaren in het verleden. Denk maar aan de bankencrisis. We zijn één week schuldenvrij geweest. Ik weet niet wat toekomstige crisissen kunnen brengen. Ik heb vandaag wel gelezen dat Griekenland een besparingsplan heeft goedgekeurd. Voorlopig zijn we misschien gered in de eurozone, maar ik heb de indruk dat er ons nog onverwachte zaken kunnen overkomen.

Minister, het is een begroting in evenwicht. Dat was het en dat blijft het. Wij krijgen door deze begrotingscontrole nog wat extra ruimte, voor nieuw beleid bijvoorbeeld. Ik denk aan de 65 miljoen euro die wordt vrijgemaakt om een inhaalbeweging te doen inzake O&O. Tezelfdertijd zijn we in deze begroting niet overmoedig. Er wordt de nodige voorzichtigheid aan de dag gelegd. U voorziet in een indexprovisie. Die is nodig, al verwacht het Planbureau pas begin volgend jaar een mogelijke indexsprong.

Aan de andere kant doen we eindelijk opnieuw een correctie ten opzichte van de initiële begroting door het optrekken van de betaalkredieten. Dat is belangrijk. We moeten meer betaal- dan beleidskredieten hebben. Dat is dé manier om mogelijke impliciete schuld af te bouwen. Daar waren we op het einde van de vorige legislatuur mee bezig.

Ik wil even stilstaan bij schuld en de schuldenproblematiek. In de begroting 2011 zullen we nog altijd eindigen met 6,9 miljard euro schuld. We hebben de ambitie om deze schuld tegen het einde van de legislatuur te halveren. In 2020 zou Vlaanderen schuldenvrij moeten zijn. In het verleden heb ik meermaals gezegd dat het hebben van schuld voor mij geen taboe was.

De vraag is over welke schuld we dan spreken. De directe schuld? Indirecte schuld via pps? Impliciete schuld? De schuld die we nu opbouwen via mogelijke participaties? Trouwens, we moeten de Vlaamse schulden zien in samenhang met de toename van de schulden van onze gemeenten. We kunnen ze ook niet los zien van de federale schuld en de mogelijke staatshervorming die op ons afkomt. De buitenwereld maakt geen onderscheid als we het hebben over de schuld van de overheid.

Minister, de financiële wereld is op dit moment minder mild ten opzichte van overheidsschulden. De impact van de ratingbureaus is duidelijk. Vlaanderen en België staan daar gedeeltelijk machteloos tegenover, enkel Europa zal daar iets aan kunnen doen. De ratingbureaus die gefaald hadden bij de bankensector doen nu aan overcompensatie. De problemen in de bankensector zijn gedragen door de belastingbetaler. De economische crisis die daarop volgde, wordt betaald door de belastingbetaler. Nu dreigt weer diezelfde belastingbetaler te moeten opdraaien voor de mogelijke overheidsschuld, waarbij men in zekere zin in overacting gaat.

Ik begrijp de Griekse burgers wel enigszins, ik begrijp ‘les indignés’ in Spanje en andere jongeren die zonder perspectief met een ontzettend hoge werkloosheidsgraad allerlei besparingen opgelegd krijgen voor iets wat hen totaal ontsnapt en waar ze geen vat op hebben.

Bij ons in België en in Vlaanderen is het gelukkig zo ver nog niet gekomen. De Belgische overheidsschuld is nochtans hoog. Dit brengt ons in een precaire situatie. Vlaanderen zal, zeker met ons huidige financieringsmechanisme, op dit vlak zijn verantwoordelijkheid moeten nemen.

Het huidig mechanisme is vooral op dotaties gebaseerd. We kunnen dit niet los van de totale Belgische schuldenproblematiek zien. Een herziening van de Financieringswet zou eventueel tot een ander fiscaal systeem kunnen leiden en zou meer fiscale verantwoordelijkheid bij de entiteiten kunnen leggen. Pas op dat ogenblik kunnen we met betrekking tot de schuldenproblematiek een ander pad volgen.

De begroting 2011 kent geen bijkomende schuldopbouw, met uitzondering misschien van de geplande kapitaalparticipaties. Wat die kapitaalparticipaties betreft, is mijn zorg niet dat we daarvoor geld lenen. Dit is zeker geen probleem indien hier een meerwaarde tegenover staat. We moeten die meerwaarde dan echter ook garanderen. We moeten ervoor zorgen dat het om goede participaties gaat. Mijn enige zorg is dat de participaties ESR-neutraal blijven. Die ESR-neutraliteit moet ook in de toekomst gewaarborgd blijven.

Al sinds het ogenblik waarop ik in het Vlaams Parlement aankwam, ondertussen vijftien jaar geleden, zijn we bezig met de afbouw van de Vlaamse schulden. Ik denk hierbij onder meer aan de Demeester-norm of aan de daaropvolgende coalities onder leiding van minister van Financiën Van Mechelen. Steeds hebben we de schulden van Vlaanderen verder afgebouwd. We zijn een week schuldenvrij geweest. Ik zou dan ook graag zien dat we onze schulden vanuit eenzelfde goede, belangrijke en ernstige benadering blijven beheersen en beheren.

Mijnheer Van Mechelen, ik heb in het verleden al eerder verklaard dat schulden op zich voor mij geen taboe vormen. Wie schulden heeft, moet er echter wel voor kunnen zorgen dat hij die schulden kan beheersen. We moeten, zoals ik daarnet al heb verklaard, die schulden steeds in een breder kader plaatsen.

Minister, we moeten vooral structurele schulden voorkomen. Deze begroting is, zoals de heer Van den Heuvel al heeft benadrukt, een van de weinige begrotingen in evenwicht in Europa. Het is een begroting zonder een tekort. We zitten op de goede weg om ten minste onze structurele schulden niet te laten groeien. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Voorzitter, een oproep van de heer Van Mechelen heeft me alert gemaakt. Hij heeft in zijn betoog gesteld dat we niet in zelfgenoegzaamheid mogen vervallen. Hij heeft gelijk. Ik durf echter te stellen dat dit duidelijk niet het geval is. We vervallen niet in zelfgenoegzaamheid. We hebben al sinds het begin van de legislatuur de ambitie daar niet in te vervallen.

De ambitie die we ons hebben gesteld, hield in dat we in 2011 een begroting in evenwicht wilden voorleggen. Deze begrotingscontrole volgt dit spoor nog steeds. Het is een begroting in evenwicht. Dit is, zoals al eerder is gezegd, vrij uniek.

We creëren vanaf dit jaar ook de nodige budgettaire ruimte om slim te investeren. Er kan meer worden geïnvesteerd, maar we proberen beide doelstellingen met elkaar te rijmen. Als we willen investeren en het budget in evenwicht willen houden, zijn de grenzen uiteraard beperkt.

Ten gevolge van een aantal meevallers kan de Vlaamse begroting in 2011 op 682 miljoen euro aan bijkomende inkomsten rekenen. Deze meevallers zijn grotendeels aan bijkomende ontvangsten te wijten.

Maar ik verwijs ook naar het verslag van het Rekenhof, dat expliciet bevestigt dat de betrokken groei- en inflatieparameters, en dus ook de verwachte hogere inkomsten, voorzichtig werden ingeschat door de Vlaamse Regering.

Deze extra ruimte wordt deels aangewend voor een aantal zogenaamde automatische kostendrijvers, waarvan de effecten van de vergrijzing van het onderwijzend personeel de belangrijkste is. De hogere inflatie heeft ook een rechtstreeks effect op de lonen die worden betaald door de Vlaamse Overheid, met name 112 miljoen euro.

De Vlaamse Regering heeft in deze begrotingscontrole 2011 ook voor 250 miljoen euro bijkomende betaalkredieten gepland, onder meer voor Openbare Werken, het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT) en het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (AGIOn). Door deze extra betaalkredieten verkleinen we de zogenaamde impliciete schuld, het verschil tussen de beleids- en betaalkredieten. Hiervoor heeft het Rekenhof in haar verslag bij deze begrotingscontrole overigens haar uitdrukkelijke waardering uitgesproken.

Het wegwerken van deze impliciete schuld is dan ook een voorbeeld van de budgettaire orthodoxie van de huidige minister van Begroting en de Vlaamse Regering. Het is beleidsmatig immers onverantwoord veel te beloven voor de komende jaren in beleidskredieten, zonder hiervoor de nodige betaalkredieten te plannen.

Bij de vorige begrotingscontrole 2010 en de begrotingsopmaak 2011 werden samen voor meer dan 600 miljoen euro extra betaalkredieten gepland. Voor het eerst in jaren liggen de betaalkredieten hierdoor hoger dan de beleidskredieten.

Daarnaast bleef nog 115 miljoen euro beschikbaar om in te zetten in nieuw beleid. Onderzoek en Ontwikkeling is met 65 miljoen euro de sector die daar het meeste kan van profiteren, daarnaast is er 18 miljoen euro extra voor scholenbouw. Terecht vindt de Vlaamse Regering deze sectoren van essentieel belang om onze samenleving en economie op een duurzame manier te laten ontwikkelen.

Voor degenen die beweren dat de Vlaamse Regering deze budgettaire meevallers beter had aangewend om overschotten te boeken en de schulden versneld af te bouwen, heb ik een boodschap. De voorbije jaren hebben we vanuit de Vlaamse Regering een belangrijke saneringsoperatie doorgevoerd, voor ongeveer 2 miljard of 8 procent van het totale Vlaamse budget. Dat is niet niks.

We maken ons met dit beleid op korte termijn niet populair. Uitleggen dat er moet worden gesnoeid, is niet het leukste. De boodschap dat het noodzakelijk is om de tering naar de nering te zetten, wordt op termijn gewaardeerd, want we snijden vooral in de overheid zelf. We geven het voorbeeld.

Het moet de bedoeling zijn dat we de vrijgekomen budgettaire ruimte moeten inzetten voor het Vlaamse beleid dat op termijn belangrijk is om tot een structurele ommezwaai te kunnen komen, en dat het niet moet worden gebruikt om structurele putten op andere niveaus te dempen.

Met deze begrotingscontrole wordt de ambitie hoog gehouden om niet te vervallen in zelfgenoegzaamheid, maar om alert op te treden binnen de marges die we hebben en die we kunnen spenderen. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Vereeck heeft het woord.

Lode Vereeck

Voorzitter, minister, collega’s, voorafgaand aan de eigenlijke bespreking wil ik nog even terugkomen op de terbeschikkingstelling van documenten aan het Rekenhof. Mevrouw Smaers verwoordde een heel correcte, objectieve analyse. Het Rekenhof was not amused. In het verleden beschikte het Rekenhof wél over die documenten, en het beschikt over de documenten van het federale niveau. Het Rekenhof heeft het over “een gevaarlijk precedent”. Dat zijn de woorden van de voorzitter van het Rekenhof zelf. “Een gevaarlijk precedent”: dat betekent dat dit voorheen nog nooit is gebeurd. En er is natuurlijk de e-mail waarin de verschillende departementen werden opgeroepen niet mee te werken met het Rekenhof. Ik verwoord hier het ongenoegen van mijn fractie, van de oppositie en ook van een deel van de meerderheid.

Het Rekenhof stelde zich heel terughoudend op. Het hof zei dat het geen uitspraken doet over de opportuniteit van de gemaakte keuzes. Voor het Rekenhof gaat het erom dat het de beleidskredieten accuraat wil inschatten, en daarvoor heeft het hof meer informatie nodig dan wat men tot op dat moment had gekregen. Ik heb dan positief gereageerd op uw voorstel om dat eens uit te klaren, zo niet blijft dat probleem steeds opnieuw opduiken. Wij moeten duidelijk afspreken welke documenten naar het Rekenhof moeten opdat het hof een goede, degelijke analyse zou kunnen maken. Voorzitter, tot vandaag heb ik nog geen verslag ontvangen van het onderhoud tussen het Rekenhof, de Vlaamse Regering en uzelf. Ik neem aan dat wij dat binnenkort zullen ontvangen, zodat dit probleem voor eens en voor altijd van de baan is.

Straks zullen wij het Rekendecreet en het reparatiedecreet-Peumans bespreken. Wij weten nog steeds niet wat de rol van het Rekenhof daarbij zal zijn. Omdat de oppositie hier zit te wachten tot het witte konijn uit de hoed wordt getoverd, wordt onze argwaan nog aangescherpt. Ik begrijp niet waarom wij dat niet in alle rust in de commissie konden bespreken en dat hier ad hoc moeten doen. Dat is bijzonder jammer. Dat, gecombineerd met wat is gebeurd tijdens de begrotingscontrole, verklaart waarom wij argwanend toekijken.

Dan is er de begroting zelf. Vanuit het Vlaams Parlement bekeken kunnen wij stellen dat de Vlaamse Regering niet veel realiseert. Ik las nog maar pas dat het Oosterweeldossier muurvast zit. De afgelopen tien maanden is er niets veranderd. De interne staatshervorming is een maat voor niets; er is niets veranderd. Toen de journalist van TV Limburg peilde naar de positieve zaken, vermeldde hij het begrotingsevenwicht als een voorbeeld voor andere gewesten en landen. Ik heb hem toen proberen uit te leggen dat het een virtueel evenwicht is. Het is een evenwicht dankzij schuldopbouw, toevallige inkomsten en zeer onevenwichtige uitgaven.

Men kan het vergelijken met een gezin dat zegt dat het met de inkomsten alle uitgaven kan dekken. Maar dat gezin doet dat door geld te gaan lenen, door de Lotto te winnen en door een onevenwicht in de uitgaven te realiseren waarbij men wel op reis gaat maar geen geld meer heeft voor voeding. De verdeling van het budget over de kerntaken is volgens ons onevenwichtig. Voor die kerntaken is nauwelijks extra geld. Er is 115 miljard. De extra budgetruimte is bijzonder klein. De problemen inzake scholenbouw en de wachtlijsten in de gehandicaptensector zijn er nog altijd. Er is nauwelijks vooruitgang inzake het structurele onderhoud van de wegen.

Het is jammer dat de heer Van den Heuvel er niet is. Hij sprak daarjuist over eenmalige maatregelen van 181 miljoen euro. Hij verwijst naar het verkopen van de gronden van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) aan Aquafin, maar er zijn natuurlijk ook die 297 miljoen euro KBC-dividenden. Ik noem dat ook eenmalige inkomsten. Ook is er de schuldopbouw, waar ik straks iets meer over zeg.

Ten opzichte van de begrotingscontrole 2010 – het hangt er maar vanaf wat uw referentiepunt is – hebben we 1,5 miljard euro meer inkomsten. Ik ben blij dat CD&V, bij monde van de heer Van den Heuvel, stelt dat dit evenwicht niet structureel is. Dat is hetzelfde als zeggen dat het een virtueel evenwicht is: het is eigenlijk in grote mate een pr-operatie.

Om u duidelijk te maken in wat voor rooskleurige tijden deze regering leeft, waardoor die inspanningen helemaal niet zo moeilijk zijn, kijk ik naar de enorm sterke ontvangsten. Als we de begrotingscontrole 2011 vergelijken met de begrotingsopmaak 2011 komt er 436 miljoen euro extra binnen. De heer Van Mechelen verwees ook al naar het volgende. Vergelijken we dat met de begrotingsopmaak in 2010, om twee uitersten te nemen, is dat bijna 2 miljard euro dat op anderhalf jaar extra binnenkomt. Ik geef nog een laatste cijfer, om maar te zeggen hoe goed de Vlaamse Regering nu in de slappe was zit: ten opzichte van de begrotingsopmaak zijn er voor 682 miljoen euro budgettaire meevallers.

Hoe je dat ook draait of keert: de ontvangsten vertonen een enorm groeipad. Als je dat vergelijkt met het begrotingstraject dat naar voren werd geschoven aan het begin van deze legislatuur, zie je dat het toen economisch veel minder rooskleurig was. We hebben die groeiverwachtingen alleen maar naar boven kunnen bijstellen. Dat vertaalt zich ook in de meerjarenraming. Het verschil tussen wat er oorspronkelijk voor 2011 in die meerjarenraming staat en wat we nu krijgen, is 719 miljoen euro. Ik kan allerlei vergelijkingen maken. De bottomline is: we hebben een enorm groeipad in de ontvangsten.

Vanuit die optiek beginnen er belletjes te rinkelen bij de oppositie: hoe is het mogelijk dat er met zoveel extra geld, zo weinig extra middelen zijn voor de Vlaamse kerntaken? Waarom is er geen bijstelling van het begrotingstraject? Meer zelfs: hoe komt het dat de schuld dan nog eens stijgt met 0,4 miljard euro?

We kunnen een interessante denkoefening doen. Indien de parameters waren geëvolueerd zoals in de meerjarenraming, en daar ging u toch van uit toen u dat begrotingstraject uitrolde, indien we nog steeds binnen die economische context zouden werken, en u zou dezelfde maatregelen genomen hebben, dan zat u nu met een tekort van een half miljard euro. Dat toont aan dat u het – gemakkelijk zal ik niet zeggen – niet echt moeilijk hebt om die begroting sluitend te maken.

Waar gaan de extra middelen naartoe, die 682 miljoen euro? 300 miljoen euro, het gros, gaat naar het oplossen van betaalproblemen. Dat is in wezen niet slecht. Dat is goed. We hebben er vanuit mijn fractie al op gewezen dat die betaalachterstanden niet kunnen bij een overheid en dat we daaraan iets moeten doen.

Alleen: dit stond in de sterren geschreven. U wist dat al. De SERV schreef in zijn kritische rapport over de begrotingsopmaak 2011 dat die betaalproblemen de grootste risicofactor zouden zijn voor de begroting in 2011. Bij de begrotingsopmaak voorspelde de SERV al dat de 44 miljoen die u toen had toegekend aan het IWT, niet zou volstaan. U wist dat dus toen al. Ik ben het ermee eens dat het goed is dat u iets aan die betaalproblemen doet, maar u blust een brand die al woedde en die u deels zelf hebt aangestoken.

Er zijn twee manieren om begin dit jaar te reageren. Ofwel zet u dan al de zaken op orde, ofwel gokt u erop dat er in de loop van het jaar nog wat ontvangsten bij komen, zodat het allemaal wel zal loslopen.

U hebt voor het tweede gekozen. Dat heeft natuurlijk het voordeel dat u geen structurele, moeilijke keuzes moet maken. Ik kan dus eigenlijk de kritiek staande houden die ik hier al sinds juni 2009 uit: in deze legislatuur zijn er eigenlijk geen structurele keuzes gemaakt. Er was de kaasschaafmethode, maar geen structurele keuzes. Het Rekenhof stelt in zijn rapport bij de begrotingsopmaak dat er, alleen al door de verkoop van die gronden van de VMM en Aquafin, voor 2010 en 2011 samen sprake is van 357,5 miljoen euro aan opbrengsten. Dat is al goed voor 18 procent van uw totale inspanning. Het afschaffen van de jobkorting was in 2010 ook al goed voor 41 procent van de totaalbesparing die u moet doen. Dat u geen structurele maatregelen neemt, komt dan eigenlijk tot uiting in die betaalproblemen. Dat is een parameter aan de oppervlakte. U hebt natuurlijk uw kans schoon gezien. In 2011, zeker bij die begrotingscontrole, is er veel extra geld. U kunt dat dus natuurlijk doen op de begroting van 2011.

Ludo Sannen

De hele begroting is uiteindelijk een structurele keuze. Men heeft bij het opstellen van de eerste begroting een structurele keuze gemaakt. De kaasschaafmethode is ook een keuze. Die kan weliswaar pijn doen, maar men is er daarbij wel van uitgegaan dat dit enkel voor een beperkte periode kon. Men is ervan uitgegaan dat er misschien ooit meer middelen zouden zijn. U kunt toch niet zeggen dat de keuzes niet structureel zijn. Uw fractie zou waarschijnlijk andere keuzes hebben gemaakt. U zou bepaalde uitgaven die nu in de begroting zitten, het liefst niet hebben gedaan: dat kan ik aannemen. U kunt echter niet beweren dat de begroting geen structurele keuze is. De uitgaven die worden gedaan, worden gedaan om een beleid te voeren waarvoor deze regering duidelijk kiest. Ze wist dat, indien de conjunctuur zou veranderen, ze misschien had moeten bijsturen in negatieve zin. We hebben inderdaad geluk gehad, door de dotaties, door de bijkomende middelen, zodat we de keuzes die we twee jaar geleden hebben gemaakt, consistent kunnen blijven voortzetten.

Lode Vereeck

Laat ik het dan anders formuleren. Het gaat in ieder geval om keuzes die erg oppervlakkig en niet-structureel waren. Indien u reeds eerder uw begroting op orde had gesteld, dan had u met de extra inkomsten die nu waren binnengekomen, fantastische dingen kunnen doen. We hebben steeds gepleit voor dat eerder op orde stellen en volgens mij had dat perfect gekund in 2010. (Opmerkingen van de heer Ludo Sannen)

Neen, sorry. Daar komen we dan nu toe. Nemen we het paradepaardje van dat nieuwe beleid, de mooie dingen die u doet. Dan gaat het over die 65 miljoen euro die zogezegd onderzoek en ontwikkeling opnieuw op het juiste pad moet brengen. Dat bedrag compenseert eigenlijk nauwelijks de besparingen die de afgelopen periode zijn gebeurd. Zo mist u al uw eerste afspraak, namelijk die van het Pact 2020. In uw eigen regeerakkoord wordt trouwens gewaagd van 2014, denk ik. Die Barcelonanorm haalt u al niet. In het verleden had u wel structureler moeten besparen op andere domeinen. Daarover kunnen we natuurlijk van mening verschillen. Mocht u ingrijpender hebben bespaard, dan had u deze doelstelling gehaald die u zelf wou halen. Dit is uw eigen beleid. U hebt dat naar voren geschoven. Weken, maanden is minister Lieten blijven beweren dat we die Barcelonanorm nog zouden halen tegen 2014, om dan uiteindelijk toe te geven dat het 2020 zou worden en vervolgens uiteindelijk toe te geven dat we zelfs 2020 niet zullen halen. Zelfs met de inspanning die u nu levert, zullen we die Barcelonanorm in 2020 niet halen. De heer Van Mechelen heeft er daarnet al naar verwezen.

En dan blijkt het nog des te opmerkelijker dat deze regering een schuld aangaat van 0,4 miljard euro, waardoor die totale schuld stijgt naar bijna 7 miljard euro. We weten natuurlijk wel dat een groot deel daarvan is veroorzaakt door de bankencrisis.

De rest heeft te maken met de tekorten van de afgelopen jaren en met het aangaan van participaties. Ook daar wil ik een waarschuwing geven. In 2010 werd al voor 440 miljoen euro aan participaties ingeschreven. Bij de begrotingsopmaak was dat nog een 310 miljoen euro waarvan 10 miljoen euro voor SOFI (Strategisch Overleg Financiën), het investeringsfonds van de SOC’s (Strategische Onderzoekscentra). Over die 310 miljoen euro bestaat nog enige onduidelijkheid. Nu, bij de begrotingscontrole, komt daar nog eens 20 miljoen euro bij. In 2011 zitten we dus aan 330 miljoen euro aan participaties.

Principieel is mijn partij voorstander van participaties in regelingen zoals het Vlaams Innovatiefonds ( Vinnof) en ARKimedes. Nu gaat het echter in drie jaar tijd over bijna 1 miljard euro aan participaties, waarvoor trouwens in de komende jaren ook schuld wordt aangegaan. In 2012 gaat het nog eens over 270 miljoen euro, in 2013 over 195 miljoen euro en in 2014 over 45 miljoen euro. Ik verwijs hier graag naar de Inspectie van Financiën, die naar aanleiding van het lanceren van het tweede ARKimedes-Fonds, stelde dat de techniek van schuldfinanciering moeilijk te verzoenen is met sober budgettair beheer. Ze stelde ook specifiek voor deze participaties dat die dividendinkomsten niet zeker zijn. Het gaat om inkomsten met een hoog risico, waarbij het risico op minwaarde zeer groot is. Ze stelt dan ook voor om de financiering daarvan te doen uit eenmalige meevallers. Een mogelijkheid zou kunnen zijn, zoals de heer Tack al heeft aangegeven, om de eenmalige inkomsten, die dividenden van de KBC, te gebruiken. Maar u hebt die natuurlijk nodig om een begrotingsevenwicht te realiseren.

Wel positief is dat de terugbetalingspremie van KBC integraal gaat naar de afbouw van de schuld. We zijn zeer blij dat de meerderheid intussen tot dat inzicht is gekomen. Ik heb in het verleden nog andere uitspraken gehoord waarbij men zei dat men eventueel de helft van de terugbetalingspremie voor nieuw beleid zou gebruiken. Het lijkt me echter een correcte keuze die ‘ windfall profit’ integraal in te zetten voor de schuldafbouw. Ook de SERV heeft daar al voor gepleit. Dat is een goede beslissing. Indien u dit niet zou doen, zou volgens de berekeningen van het Rekenhof de schuld nog verder oplopen.

Ik blijf nog zitten met uw tweede afspraak met Pact 2020. Het is me nog altijd niet duidelijk wel beleidsdocument de richting aangeeft wanneer het gaat over de opbouw van schuld. Enerzijds is er uw beleidsnota waarin staat: “De ambitie is dus niet om begrotingsoverschotten te boeken om de schuld af te bouwen.” Anderzijds is er Pact 2020 dat bepaalt: “De Vlaamse overheid blijft volgend decennium financieel gezond. Het uitgangspunt is de eind 2008 verworven schuldenvrije positie te behouden.” Er blijft toch nog enige spanning tussen die twee beleidsdocumenten. Ik weet eigenlijk niet goed welk van beide voorrang heeft.

Wat de meerjarenraming betreft, stel ik vast dat oorspronkelijk voor 2014 was voorzien in een beleidsmarge van 1 miljard euro. De bovengrens lag oorspronkelijk op 1,4 miljard euro. Dat was volgens het Rekenhof niet haalbaar. Intussen, door de veranderende parameters en een gunstige economische ontwikkeling en ten gevolge van de Financieringswet die daarop inhaakt, voorziet de meerjarenraming voor 2014 nu al in 1,3 miljard euro voor nieuw beleid. De tot voor kort onmogelijk haalbare bovengrens van 1,4 miljard euro voor nieuw beleid in 2014 komt stilaan in zicht.

Minister, cruciaal in de meerjarenraming is – maar misschien verschillen we daarover van mening – de vraag welke cruciale keuzes de regering hier maakt. Ik heb dat niet echt uit de tabellen kunnen halen. We blijven voor een stuk op onze honger. We krijgen wel een zo goed mogelijk onderbouwde voorspelling van wat de inkomsten zijn, maar er wordt niets gezegd over het groeipad dat u wenst in te zetten voor de wachtlijsten en de infrastructuur. Ik denk dat een meerjarenraming niet alleen over inkomsten moet gaan, maar ook langs de uitgavenzijde bepaalde keuzes moet durven vastleggen.

Voorzitter, ik zal mijn halfuur niet helemaal gebruiken. Ik zou willen besluiten met samen te vatten dat de ontvangsten sterk gestegen zijn, 719 miljoen euro extra ten aanzien van de meerjarenraming. Ik vind het vanuit die heel ruime budgettaire context onbegrijpelijk dat er dan toch nog schuld wordt opgebouwd, terwijl er amper geld is voor de Vlaamse kerntaken. Ik wijs er opnieuw op dat de begroting gebaseerd is op 480 miljoen euro aan eenmalige maatregelen, iets waar zowel het Rekenhof als de SERV op gewezen hebben, en dat, indien de begroting de vorige twee jaren structureel of ingrijpender op orde was gesteld, we nu die extra ontvangsten wel hadden kunnen gebruiken voor bijvoorbeeld schuldafbouw, het Vlaams kerntakenbeleid en de aanleg van de reserves. En dan verwijs ik nog niet naar de eventuele budgettaire buffers die we moeten bouwen wanneer er nieuwe taken naar Vlaanderen komen in het kader van een staatshervorming, want daar is deze regering vragende partij voor.

Ik denk dus dat de Vlaamse Regering de afgelopen jaren een kans heeft gehad en gemist om de Vlaamse financiën voor te bereiden op de toekomst. Deze begrotingscontrole maakt dat mijns inziens duidelijk. De LDD-fractie zal de begrotingscontrole dan ook niet goedkeuren. (Applaus bij het Vlaams Belang, Open Vld en LDD)

De voorzitter

De heer Watteeuw heeft het woord.

Filip Watteeuw

Voorzitter, minister, collega’s, ik wil eerst de verslaggeefster bedanken voor haar zakelijke en bondige verslag. Het was to the point en stond in schril contrast met wat ik iedere keer opnieuw zie bij de minister-president. Ik kijk iedere keer vol bewondering naar de minister-president als hij probeert om een positieve sfeer te creëren rond de Vlaamse Regering, welke complexe problemen, incidenten, ruzies er ook zijn geweest. Wat er ook op zijn weg komt, hij blijft altijd de positieve boodschap verkondigen.

De minister-president zegt altijd: “De Vlaamse Regering is goed bezig. Het is de enige regering die haar begroting in evenwicht heeft. Voor Vlaanderen is de crisis verleden tijd. Meer zelfs, de cijfers zijn zelfs zo goed dat er alweer een overschot is en er alweer cadeaus kunnen worden uitgedeeld. Met Vlaanderen in Actie timmert deze regering fors aan de toekomst en speelt handig in op de grote uitdagingen van onze tijd.”

Schitterend is dat beeld, of zo lijkt het toch, maar minister Muyters gaat daar niet mee akkoord.

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Mijnheer Watteeuw, ik weet niet waarom u het “cadeaus” noemt die we kunnen uitdelen. Als ik uw eigen betogen uit het verleden hoor, was u ongeveer de enige die niet pleitte voor een begroting in evenwicht. U vond toen blijkbaar dat er behoeften waren die moesten worden ingevuld. Nu noemt u ze plots “cadeaus”. Ik denk dat u toch even moet kijken naar uw woordenschat.

Filip Watteeuw

Inderdaad, de minister-president heeft dat niet zo gezegd. Hij heeft gesproken over een nieuw beleid. We zullen wel zien of het al dan niet cadeaus waren.

Ook u was in ieder geval toch vrij euforisch over deze begroting. Ik heb de indruk dat u en de minister-president op geen enkele manier van uw stuk te brengen zijn – zelfs als het gaat over harde feiten. De begroting en het beleid van deze Vlaamse Regering is schitterend.

Hoe blijft dat verhaal echter overeind? Er is echt niet veel nodig om dat verhaal in elkaar te laten zakken. Ik stel u de oogst van één dag, van vandaag, voor. Dat is veelzeggend. Ik heb enkel pagina 8 nodig van De Standaard en de cover van Knack. In De Standaard staat: “Vlaams Energiebedrijf schroeft ambities terug.” Een van de grote projecten van deze regering wordt toch wat ingeperkt. “Geen provinciale kiesdrempel.” Het Kiesdecreet zal straks namelijk nog wat moeilijkheden kennen wanneer erover moet worden gestemd. Blijkbaar is het voor de meerderheid toch niet zo makkelijk om projecten te realiseren.

Op de cover van Knack staat: ‘Op zoek naar 7 miljard voor Antwerps mobiliteitsplan.’ Waar gaat u dat geld vandaan halen?

De voorzitter

De heer Decaluwe heeft het woord.

Carl Decaluwe

Als het mag, voorzitter, want de spreker bepaalt.

De voorzitter

Ja, u mag.

Filip Watteeuw

Ik ben zeer verheugd over de miraculeuze wederopstanding van de heer Decaluwe. (Gelach)

Carl Decaluwe

Mijnheer Watteeuw, u moet krantenartikels en covers nooit zomaar geloven. Als er staat dat het Vlaams Energiebedrijf de ambities terugschroeft, vind ik dat compleet naast de kwestie.

We hadden deze ochtend een interessant debat in de commissie, met onder andere onze goede collega de heer Vereeck en ook met een – op dit vlak – constructieve oppositie. Het enige wat voor mij telt, zijn de ambities van het Vlaamse regeerakkoord. Wat deze ochtend werd goedgekeurd in de commissie Energie en volgende week hopelijk in de plenaire vergadering, is perfect wat in het regeerakkoord staat. Sommige ambities van een bepaalde partij werden misschien wat teruggeschroefd, maar uiteindelijk is wat werd goedgekeurd, een perfecte uitvoering ten opzichte van het regeerakkoord. We zullen het debat van deze ochtend niet meer herhalen. Als we de ambities van het Vlaams Energiebedrijf – toch een van de blikvangers van het Vlaamse regeerakkoord – op kruissnelheid krijgen, zal het op middellange termijn een volwaardige producent van hernieuwbare energie zijn. We zullen dat debat volgende week nog eens voeren.

Filip Watteeuw

Dat zullen we zeker doen. Het lijkt mij wat bij de haren getrokken om het Vlaams Energiebedrijf, met zijn budget van 200 miljoen euro, voor te stellen als een grote energiespeler. Er zal toch wat meer nodig zijn om daar een echte energiespeler van te maken.

Mijnheer Decaluwe, er zijn wel meer redenen om grote vraagtekens te zetten bij het zelfgenoegzame begrotingsverhaal. De heer Sannen heeft er ook al naar verwezen: h eel Europa is in de ban van een structurele financiële crisis. Landen dreigen failliet te gaan. Nieuwe bankcrisissen dreigen. De prijzen voor olie, grondstoffen en voedsel lopen op. Grote besparingsprogramma’s worden doorgevoerd. Mensen komen massaal op straat. Het is onverstandig om te denken dat wij hier allemaal aan zouden kunnen ontsnappen.

Ik vraag mij af hoe tevreden en opgetogen deze regering wel mag zijn over de begroting. Hoe realistisch is dat beeld van een zogenaamde positieve begroting als we weten dat er ooit een nieuwe financieringswet komt die allicht voor een stuk de bodem onder de goede Vlaamse begrotingscijfers kan wegslaan? Hoe realistisch is dat beeld als we weten dat we inderdaad veel bevoegdheden bij zullen krijgen, maar dat dit geen geld gaat opleveren, maar eerder geld gaat kosten? “Geen nood,” zegt de ploeg-Peeters, “wij geven geen eurocent. Wij gaan voor meer bevoegdheden en meer geld. Punt uit.”

Hoe realistisch is dat beeld van een positieve begroting als je weet dat veel kosten buiten beeld worden gehouden? Denk maar aan de ontzaglijke bedragen die nodig zullen zijn voor mobiliteitsinfrastructuur in en rond Antwerpen: de Oosterweeltunnel, de BAM-tunnels, de A102-tunnel, de tunnel onder de R11 en nog veel meer fraais. Niemand gelooft nog dat al dat beton alleen met tolgelden zal worden betaald. Al dat geld is er gewoonweg niet, maar niemand wil het geweten hebben. Alles is goed, alles is mogelijk, keuzes maken is niet nodig.

Ludo Sannen

Mijnheer Watteeuw, ik ben een beetje verrast. Ik dacht dat ik plots de heer Van Mechelen vooraan zag staan. Want hij heeft een paar keer opgeroepen om overschotten te realiseren, om ons op die manier voor te bereiden op de staatshervorming, om reserves aan te leggen. Dat is wat ik van u hier hoor, terwijl mevrouw Meuleman of mevrouw Vogels voortdurend vragen om meer middelen in te zetten voor beleid. Wij denken dat het een evenwichtige vorm is om er nu te zorgen, wat andere landen niet kunnen, voor een begroting in evenwicht. We hebben inderdaad geen grote overschotten. We realiseren op dit moment inderdaad geen grote reserves, omdat we het beleid dat nu wordt gevoerd niet willen hypothekeren.

Maar op wat u zegt, is er maar één antwoord, dat is het antwoord van de heer Van Mechelen: het huidige beleid terugschroeven en potjes aanleggen. En dat terwijl de collega’s van uw eigen fractie vragen om meer middelen voor bijna alle beleidsdomeinen. (Applaus bij CD&V en bij de N-VA)

Filip Watteeuw

Mijnheer Sannen, ik zet me af tegen een zelfgenoegzame Vlaamse Regering, die voortdurend doet alsof ze de enige goede leerling van de klas is, terwijl er nog heel wat werk is. U hebt het zelf aangegeven. Er zijn nog serieus wat problemen. U hebt de Europese problemen aangehaald. Ze zijn niet min. We moeten stoppen met te denken dat een begrotingsevenwicht betekent dat we goed bezig zijn. Een begrotingsevenwicht is iets dat moet worden nagestreefd. Dat heb ik vroeger ook al gezegd. U stelt het nu even anders voor. Dat valt inderdaad na te streven. Maar eens dat begrotingsevenwicht bereikt is, doen alsof er ook een goed beleid wordt gevoerd, dat is iets anders.

Collega’s, ik ga verder met mijn betoog. Hoe realistisch is dat beeld van een positieve begroting als je weet Dexia en de Gemeentelijke Holding opnieuw in de tang genomen worden en dat onze steden en gemeenten geconfronteerd worden met grote tekorten?

Hoe realistisch is dat beeld van een positieve begroting als je weet dat op Europese en op wereldschaal een wedloop bezig is van investeringen in een duurzaamheidstransitie, in groene technologieën, een slimme energiestructuur, het sluiten van industriële kringlopen, een groene economie, waarbij overheden in bijvoorbeeld de BRIC-landen (Brazilië, Rusland, Indië, China) actief aan de kar trekken? Dat gebeurt terwijl de ministers in Vlaanderen nog aan het discussiëren zijn over welk vehikel ze eventueel zouden kunnen oprichten om in de toekomst misschien ook op de duurzaamheidstrein te springen: een cleantech-vzw, een energiebedrijfje, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO), het IWT, een duurzaamheidsarena. Maar die duurzaamheidstrein is al lang vertrokken, terwijl de meerderheid op het perron staat te gesticuleren.

Hoe realistisch is dat beeld van een positieve begroting als je weet dat geen rekening wordt gehouden met de echte demografische en sociale noden? Vlaanderen staat voor enorme uitdagingen. Door de groei van de bevolking, zullen veel meer middelen nodig zijn voor extra schoolgebouwen en om te vermijden dat kinderen in overvolle klassen terecht komen, moet er geïnvesteerd worden. Ook voor de oudere Vlamingen zal extra geïnvesteerd moeten worden. Hoe wereldvreemd is een regeringsleider die triomfeert omdat slechts 0,4 procent van de Vlamingen in armoede leeft, terwijl het in werkelijkheid om 18 procent gaat?

Hoe realistisch is het beeld van een begroting die nauwelijks extra middelen uittrekt voor kinderopvang, scholenbouw, die verwacht dat wachtlijsten vanzelf zullen wegsmelten als sneeuw voor de zon, en dat de vergrijzing enkel een federaal probleem is?

Collega’s, hoe realistisch is het beeld van een positieve begrotingsaanpassing als men de besparingen met de kaasschaaf van de voorbije twee jaar gewoon aanhoudt, ook nu er weer meer geld is. Deze besparingen zijn hard aangekomen. Net als in Nederland wordt vooral het meer progressieve middenveld hard aangepakt. Maar daar wordt niet op teruggekomen.

Veel verenigingen in de culturele, vormings- en milieusector hebben al een zware aderlating mogen ondergaan, en dat blijft zo.

Minister, hoe goed is een regering bezig als er eerst zwaar bespaard wordt, zoals in het wetenschappelijke onderzoek, om nadien weer de teugels te vieren en zo de indruk te wekken dat men ineens wel fors investeert in onderzoek en ontwikkeling? In feite is dit ook een waanbeeld. De werkelijkheid is dat er veel kostbare tijd verloren ging en dat onze achterstand op het vlak van onderzoek de komende jaren nog zal vergroten.

De werkelijkheid is ook dat wat de besteding van de onderzoeksgelden betreft, geen duidelijke keuzes meer worden gemaakt, laat staan echt duurzame keuzes. De laatste weken is ten overvloede gebleken dat commerciële belangen de besteding van overheidsmiddelen voor onderzoek meer aansturen dan het algemeen belang.

Minister, hoe realistisch is het beeld van een slagkrachtige, eendrachtige regeringsploeg-Peeters II, die even sterk uit de verf komt als, zo niet sterker is dan Peeters I? Dat de viceminister-president haar wanhoop uitschreeuwde in een mail over haar uit teflon en beton opgetrokken collega’s in de ploeg is inmiddels vergeten. (Opmerkingen)

Dat de begroting voor Media niet eens goedgekeurd raakte in de commissie, wordt nu met veel liefde onder de mat geveegd. Dat de N-VA weerwraak neemt op Janssens en de sp.a vanwege het Lange Wapperdossier, is een idee-fixe, maar dan vooral van de oppositie. Dat het project van de interne staatshervorming van Bourgeois intussen eerder lijkt op een kaas met gaten, wordt straal genegeerd. (Opmerkingen)

Dat de meerderheid hopeloos verdeeld is over het waterbeleid, de jeugdzorg, het energiebeleid, het mobiliteitsbeleid, De Lijn, het derde net van de VRT – ja, waarover eigenlijk niet – wil men obstinaat niet onder ogen zien. Alles gaat goed in de Vlaamse Regering. (Opmerkingen. Applaus)

Niemand die ooit zou durven te denken aan een coalitiewissel. Het is één grote vriendengroep, de ploeg-Peeters. Eén grote familie. Het negenkoppige reisgenootschap uit ‘In de Ban van de Ring’ is er niets tegen: vier hobbits, een elf, een dwerg, een dolende prins, een tovenaar en een verrader. U mag zelf de rollen invullen. (Opmerkingen)

En wat handig, zo’n ring waarmee je jezelf in Vlaanderen onzichtbaar kunt maken en plots kunt opduiken in het verre buitenland, als alles plots toch tegenzit of als er toch enige tegenspraak dreigt.

Het is een reisgenootschap dat gedoemd is uit elkaar te vallen door na-ijver en wantrouwen. Maar wees gerust, collega’s: niet zo in Vlaanderen. Alles gaat goed in Vlaanderen, alles draait op wieltjes in deze regering. De vraag is niet: wie gelooft deze mensen nog? Dat is duidelijk. Niemand. (Opmerkingen)

De vraag is eerder: wie in deze regering gelooft dit zelf nog? Of met andere woorden: wie is er mythomaan, of wie doet alleen maar alsof? (Applaus bij Groen!)

Mijnheer Watteeuw, ik heb daarstraks de oproep gehoord van de heer Gatz over woord, moed, hoop en goesting. Hoop heb ik hier niet gevonden. (Opmerkingen)

Collega’s, we hebben in de commissie een heel goed en inhoudelijk sterk debat gehad, met het Rekenhof, met de SERV en met de commissieleden.

Tegelijk warm en houd kunnen blazen, het is een gave die mij niet gegeven is, maar de heer Watteeuw heeft het hier prachtig naar voren gebracht. Ik begrijp vooral dat wij in deze regering fundamenteel van mening verschillen met wat de heren Watteeuw en Vereeck hier naar voren hebben gebracht.

Ik kan dat appreciëren. Dat is geen probleem, maar ik zal er niet al te veel op ingaan.

Ik hoor de heer Vereeck zeggen dat we niets dan rooskleurigheid hebben gehad. Ik kan mij herinneren dat we in september ontdekten dat er een kleine 2 miljard euro minder inkomsten zijn dan wat er in de begrotingsopmaak 2009 was voorzien. Ik veronderstel dat het ‘rooskleurig’ is, dat we ‘het geluk’ hebben gehad om 2 miljard euro minder te hebben dan oorspronkelijk was voorzien. Dat was het gevolg van de economische gebeurtenissen. Ik kan dat alleen maar vaststellen. Er zijn, zoals altijd, goede en slechte dingen. Er zijn meevallers en tegenvallers. Dat zien we ook in een regering.

Ik ga niet nog eens uitleggen waaraan we de extra middelen die er zijn gekomen, hebben besteed. De tabellen zijn gegeven bij de begrotingsopmaak, en ook nu. U vindt dat wij daar verkeerde keuzes maken. Iedereen moet dat zelf bekijken. Wel fundamenteel vind ik wat vanuit de meerderheid zeer nadrukkelijk werd gesteld – ik heb het de heren Van Dijck, Van den Heuvel en Sannen horen zeggen –: wij zijn absoluut niet zelfgenoegzaam. Mijnheer Van Mechelen, u hebt hier ook al begrotingen moeten maken en bewaken. Wij doen dat met de hele ploeg, mijnheer Watteeuw. Ik mag hier de begroting vertolken, maar ik heb haar niet gemaakt. Zij wordt gemaakt door de hele regering. De keuzes worden gemaakt door de hele regering. Iedereen heeft moeten schaven. Iedereen heeft discussies moeten voeren. Iedereen heeft – en dat is ook fundamenteel – behoeften moeten terugschroeven en vragen moeten laten liggen. Die vragen zijn er, dat is hier vaak gezegd. En neen, we zijn niet zelfgenoegzaam. Wat er gebeurt, is helemaal niet vanzelfsprekend. De aandachtspunten van de heer Van den Heuvel bevestigen dat. De vergelijking met Griekenland vind ik er ver over.

Mijnheer Vereeck, u hebt het over de meerjarenraming. Laat ons eerlijk zijn: een raming is een raming. Ik heb er een tabel bij gestopt om duidelijk te maken wat 0,1 procent extra groei en 0,1 procent extra inflatie betekenen, nu en in de volgende jaren. Het geeft ons een indicatie van waar we in de toekomst naartoe zouden kunnen gaan. Maar we hebben de relativiteit van de cijfers tussen juni 2009 en vandaag al vaak gezien. Als u heel graag niet een meerjarenraming maar een meerjarenbegroting zou hebben, waarin ook alle keuzes voor de uitgaven zijn gemaakt, dan moet ik u eerlijk zeggen dat dit een gevaarlijke manier van werken zou zijn. Stel dat die raming tegenvalt, dan nog zullen diegenen die denken dat ze uitgaven kunnen doen, dat blijven denken. Dat is niet de juiste manier van werken. Wij moeten een begrotingsopmaak maken voor het volgende jaar. Wij zijn daar nu mee bezig. Maar een raming gaat verder en geeft een indicatie waar je bij een gelijkblijvend beleid zou eindigen. Dat is de bedoeling van een raming. Daarom noemen we het consequent de meerjarenraming en niet de meerjarenbegroting.

Ik wil op een paar punten wat dieper ingaan. Niet op alle punten – dat hebben we in de commissie gedaan. Alle punten die aan bod zijn gekomen, zijn in de commissie behandeld. Ik denk aan de publiek-private samenwerking (pps). Op pagina 57 van het verslag staat mijn antwoord: het is afgesproken in de commissie, ook met de regering, dat er een jaarlijkse weergave zal zijn door de minister-president over alle pps’en die werden aangegaan en de gevolgen daarvan. Mijnheer Tack, u kunt dat blijven aanhalen. Ik neem u dat niet kwalijk. Iedereen moet dat doen hoe hij dat zelf wil doen, maar dat is in ieder geval de afspraak.

Mijnheer Van Mechelen, u zegt dat er op 17 juni 2011 nieuwe ramingen zijn gemaakt die positiever zijn, maar voor hetzelfde geld zijn ze over zes maanden wat negatiever. In elk geval zal dat geen effect hebben op de dotatie 2011. Die is gemaakt op basis van parameters die vroeger zijn vastgelegd. Tenzij de Federale Regering plots iets anders zou doen dan in het verleden, zullen de nieuwe ramingen van 17 juni 2011 geen herziening geven van de dotatie. Ik denk dat u dat weet. Het zou verkeerd zijn om de 239 miljoen euro extra waar u het over hebt, nu wel in rekening te brengen en daar beslissingen over te nemen. Dat zal een verrekening kunnen geven in 2012 als de ramingen zich zouden voortzetten in de volgende jaren, maar u weet ook hoe snel ze veranderen, mijnheer Van Mechelen. Dat kunnen we in elk geval niet doen.

Heel wat mensen hebben het gehad over de schuld. De heer Sannen heeft dat naar voren gebracht en ook de heer Van Mechelen. Over de participaties moeten we heel goed waken dat ze degelijk zijn, dat ze ESR-neutraal zijn, dat ze het nodige rendement hebben, dat ze goed gekozen zijn. Daar staat ook schuld tegenover. Het moet schuld zijn, waar inhoud tegenover staat. Mijnheer Van Mechelen, u zei dat we daar zorgvuldig mee moeten zijn. Ik ben me daar heel goed van bewust. Mijnheer Vereeck, ik ben blij dat we nog niet kunnen zeggen waar het allemaal naartoe gaat. Mijnheer Sannen, we zullen elke participatie op zich moeten afwegen tegen alle parameters die nodig zijn om de ESR-neutraliteit te hebben, maar ook om iets te hebben staan tegenover die schuld.

Mijnheer Van Mechelen, ik ben wat verbaasd dat u zegt dat ik de onderbenutting heb verhoogd. Ik gebruik heel consequent, vanaf 2009, eenzelfde methodologie voor het inschatten van de onderbenutting. Er zijn redenen om te zeggen dat met de manier waarop we het hebben gedaan, er een onderschatting van de onderbenutting is. Er zullen misschien redenen zijn om te zeggen dat het een overschatting is. Ik houd me echter consequent aan de methodologie die we gebruiken. Dat is de enige goede manier. We nemen de onderbenutting van het jaar voordien, we halen daar de eenmalige dingen in verband met de jobkorting uit, we verdelen de percentages, we passen ze toe op de beleidskredieten van het jaar daarna, we trekken daar de besparingen af, waar we een parameter van nemen omdat men bij besparingen eerst onderbenuttingen gaat gebruiken. Dat is de manier waarop we de onderbenutting hebben ingeschat. Dat hebben we gedaan in 2009 bij de begrotingscontrole, bij de opmaak van de begroting in 2010, de controle in 2010, en in 2011 doen we dat opnieuw. Het zou inconsequent geweest zijn om nu plots die methodologie te wijzigen. Overigens zegt het Rekenhof, waar graag naar wordt verwezen, uitdrukkelijk dat dit correct is gebeurd en dat het denkt dat het een juiste methodologie is. Het Rekenhof maakt nu geen opmerkingen, ook niet de opmerking die in het verleden is gemaakt, namelijk dat het de sluitpost van de regering is.

De heer Watteeuw hoorde ik warm en koud blazen. Ik krijg soms de indruk dat men denkt ‘the sky is the limit’: we moeten volgens de oppositie in meer provisies voorzien, de provisies die we inschrijven zijn niet goed, het moeten er andere zijn, we moeten meer geven aan een groeipad voor innovatie, we moeten meer investeren, we moeten meer wachtlijsten oplossen, we moeten een nieuw fiscaal pact schrijven, we moeten meer middelen hier hebben en meer middelen daar. Ik heb echter niet begrepen waar we die middelen dan gaan compenseren.

Met deze begroting moeten we effectief niet op onze lauweren rusten. Bij elke uitgave moeten we nauwgezet blijven volgen wat we doen. Het in rang houden van deze begroting is een oefening die elke dag opnieuw moet gebeuren. Dan kunnen we een begroting in evenwicht blijven voorleggen en kunnen we voor de eerste keer opnieuw voldoen aan de eerste behoeften, terwijl er zoveel behoeften zijn in de maatschappij.

De Vlaamse Regering in haar geheel heeft haar werk gedaan. We zijn niet zelfgenoegzaam, maar wel een beetje fier dat we dit in twee jaar tijd bereiken en de eerste stappen kunnen zetten om aan de behoeften te voldoen die iedereen erkent. (Applaus bij de meerderheid)

Dirk Van Mechelen

Voorzitter, collega’s, ik heb een paar opmerkingen. Over de begroting 2004-2009 zal wel iemand anders wikken en beschikken. In 2009 hadden we de begrotingsdoelstellingen verlaagd tot een economische groei van nul. Het is anders uitgedraaid, maar uiteindelijk heeft de Vlaamse Regering 1,2 miljard euro geleend om dit dicht te fietsen. Dat is niemand zijn verdienste.

Minister, ik sprak over nog 239 miljoen euro die in een afrekening kan komen. Als de Federale Regering nog een begrotingswijziging zou indienen in het najaar, zouden deze middelen wel kunnen worden gerecupereerd voor de begroting 2011. Doet ze dat niet, dan zullen die natuurlijk worden verrekend in 2012 en krijgen we nota bene een dubbele opstap. Dan spreken we over 480 miljoen euro. Ik wil maar zeggen dat er van schaarsheid aan middelen geen sprake is.

We zijn bezorgd over de meerjarenbegroting inzake het BAM-dossier, het Masterplan 2020, de evolutie van O&O en het halen van de 1 procent. U gaat niet in op onze opmerkingen, waarvan akte.

Ik heb letterlijk gezegd dat we ons moeten hoeden, we hebben weliswaar een begroting in evenwicht, voor zelfgenoegzaamheid. Ik herhaal mijn laatste zin om dat duidelijk te maken, mijnheer Van Dijck. “Een zorgzaam en innovatief Vlaanderen met een toekomstgerichte economie moet onze welvaart veilig stellen, maar” – en dan komt het – “blind blijven voor de financiële uitdagingen die eraan komen in de nieuwe Belgische en Europese context, lijkt me eerder kortzichtig en onverstandig. Dat bedoel ik met de uitdaging waarvoor we staan.”

Erik Tack

Ik sluit me aan bij een aantal opmerkingen van de heer Van Mechelen. Minister, ik heb geen antwoord gekregen op mijn vraag hoe men tegen 2020 een schuldenvrij Vlaanderen gaat krijgen zoals in het Pact 2020 is vooropgesteld.

We hebben die discussie al gehad. Toen ik een schuldevolutie heb gegeven, hebt u gezegd dat ik orakelde. Nee, we hebben een inschatting gedaan. Voor zover ik weet, is de KBC een beursgenoteerd bedrijf. Ik heb uiteraard geen voorinformatie over het wat en hoe van de terugbetaling van de KBC, om maar iets te noemen.

Het pad van de meerjarenraming gaat naar 2015. De Vlaamse Regering houdt zich aan het regeerakkoord. Dat heeft participaties vooropgesteld. Daar staat iets tegenover. Vanaf 2011 zullen we een begroting in evenwicht hebben. We zullen dat verder uitvoeren in de jaren daarop. Dat is een keuze van de Vlaamse Regering. Ze verschilt van de keuze van andere regio’s. Wij hebben de behoeften en de uitgaven teruggeschroefd.

Voor het Masterplan 2020 verwijs ik naar pagina 55 van het commissieverslag daarover. Daar is uitdrukkelijk gesteld dat daar in de commissie Openbare Werken de nodige discussie over is gevoerd, en dat verdere discussies worden gepland. In de meerjarenraming was het – volgens de gegevens waar ik over beschikte – niet nodig om daar meer van op te nemen. De discussie over de financierbaarheid van het Masterplan 2020 kan op andere momenten gebeuren. Dat heeft niets te maken met de meerjarenraming, noch met de uitgaven- en inkomstenbegrotingsherziening 2011.

Erik Tack

Ik besluit hieruit dat een schuldenvrij Vlaanderen in 2020 tot 2014 geen bezorgdheid van de Vlaamse Regering meer is. Blijkbaar zal hier in de volgende legislatuur aan moeten worden gewerkt.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.