U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Meulemans heeft het woord.

Voorzitter, minister, geachte leden, we hebben ongetwijfeld allemaal de oproep gelezen van de 12-jarige Thomas. Thomas heeft volgend jaar geen school. Zijn mama en hijzelf hebben zeventien scholen gebeld, voor hij terecht kon op Sint-Bavo. Ook daar lukte het echter niet: hij is autist en slaagt er echt niet in om in het gewone onderwijs te aarden. Niet omdat hij niet begaafd genoeg zou zijn. Integendeel, Thomas is meer dan normaal begaafd. Hij is hoogbegaafd. Toch kan hij niet aarden in het gewone onderwijs.

Zoals Thomas zijn er veel kinderen. Heel wat kinderen lijden aan een autismespectrumstoornis (ASS). Thomas zegt: “Als de overheid het niet voor mij doet, doe ik het zelf.” Hij weet een gebouw staan in Herzele en vraagt centen aan u, minister, om dat gebouw in te richten zodat kinderen met een ASS daar terechtkunnen.

Minister, dat gaat natuurlijk niet op die manier. Het is aan ons om ervoor te zorgen dat kinderen zoals Thomas wel ergens terechtkunnen. Wat gaat u vanuit het beleid doen zodat kinderen als Thomas wel een plek hebben in het gewoon onderwijs en daar een succesvolle schoolloopbaan kunnen doorlopen?

De voorzitter

Mevrouw Helsen heeft het woord.

Kathleen Helsen

Voorzitter, minister, collega’s, mevrouw Meuleman heeft het voorbeeld aangehaald waarover we deze week hebben kunnen lezen in de kranten. Thomas is één voorbeeld dat aantoont dat we hervormingen moeten doorvoeren in ons onderwijs.

Mevrouw Vanderpoorten heeft dit dossier opgestart toen zij minister van Onderwijs was. We hebben vorige legislatuur verder gewerkt aan dat dossier. We zijn daar dus al een aantal jaren mee bezig. Minister, u bent op dit moment ook op zoek naar een draagvlak voor het dossier leerzorg. We stellen vast dat we blijven botsen op het gegeven dat we geen draagvlak vinden voor een dossier waar we al jaren mee bezig zijn. Het is belangrijk dat dossier onder de loep te nemen. Het voorbeeld van Thomas toont namelijk aan dat we niet altijd in staat zijn om voldoende plaatsen aan te bieden en dat we niet altijd de juiste onderwijsvormen kunnen aanbieden om in te spelen op nieuwe problematieken die zich aandienen. Ook hier stellen we vast dat het gewoon onderwijs niet de competenties heeft om alle kinderen met behoeften op te nemen. Ook al doen de leerkrachten heel serieuze inspanningen om alle kinderen het beste onderwijs te geven, toch moeten zij vaak, met pijn in het hart, kinderen doorsturen omdat het te moeilijk is om alle kinderen op te nemen.

Minister, ik weet dat u met dit dossier bezig bent, maar dat u op het probleem stuit dat er geen draagvlak is. Welke verdere stappen wilt u de komende weken en maanden zetten?

De voorzitter

Minister Smet heeft het woord.

Minister Pascal Smet

Allereerst wil ik niet ingaan op het geval van Thomas. Ik heb dat verhaal grondig laten nagaan en stel voor dat we dat achter gesloten deuren toelichten in de commissie Onderwijs. Het verhaal is veel genuanceerder dan wat in de krant staat. Vele mensen, zowel op het niveau van het centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB) als op het niveau van het ministerie van Onderwijs, hebben geprobeerd een oplossing te zoeken voor hem. Die oplossing was er overigens ook. Om redenen van privacy en om de familie te beschermen, wens ik hier vandaag niet op dit concrete geval in te gaan. Ik ben wel bereid dat achter gesloten deuren in de commissie Onderwijs te doen.

Niemand zal ontkennen dat de hele ASS-problematiek in het onderwijs onze bijzondere aandacht verdient. Dat is in het verleden ook al gebeurd. U zult ongetwijfeld weten dat we daar de afgelopen jaren extra geld voor hebben uitgetrokken en niet op hebben bespaard. We hebben 58,5 extra pedagogische begeleiders die in het onderwijs staan om extra ondersteuning te geven en extra kennis te verwerven. We hebben vanuit het onderwijs ook heel de ondersteuning geïntegreerd onderwijs (gon). 6136 leerlingen worden op die manier geholpen. Op jaarbasis geven we ook nog eens 3,6 miljoen euro extra voor extra begeleiding in het gewone onderwijs. Zo kunnen we leerkrachten bijstaan om kinderen met autisme zo veel mogelijk te helpen in het gewone onderwijs. Dat komt neer op 2 uur gedurende twee jaar per onderwijsniveau.

Ik ontken niet dat er op het veld een enorme vraag is. U weet dat men geprobeerd heeft dat op het veld op te lossen door bijkomend aanbod type 7 op te richten in het buitengewoon onderwijs. De bestaande scholen met dit aanbod, kunnen uitbreiden, maar voor nieuwe scholen of scholen die vandaag nog geen type 7-aanbod hebben hebben we momenteel een programmatiestop. Die programmatiestop voor scholen die met een nieuw aanbod type 7 willen starten, werd, op ons verzoek, goedgekeurd door dit parlement. Die stop wordt ook verlengd. Er kan dus geen nieuw aanbod type 7 worden opgericht. Bovendien is type 7 daar eigenlijk geen goed type voor. Het is een soort van kunstgreep die men toepast om een oplossing te bieden, maar die komt niet overeen met de diagnostiek. We moeten daar dus een oplossing voor vinden.

U hebt er terecht op gewezen dat we op dit moment volop onderzoeken hoe ver we met dat draagvlak geraken. Ik heb steeds gezegd dat ik voor de zomer knopen wil doorhakken: ofwel vinden we een draagvlak en proberen we dat uit te werken, ofwel vinden we dat draagvlak niet. In het laatste geval moeten we dan een aantal problemen oplossen, en een ervan is alles wat met autisme te maken heeft. Ik engageer me dat te doen.

U weet dat in het kader van de zoektocht naar een draagvlak voor de resonantiegroepen één werkgroep erg specifiek was gericht op de autismespectrumstoornis. Dat toont aan dat we ons zeer goed zijn bewust van de noden die er zijn. Laat ons daarom de komende dagen, of hooguit binnen enkele weken, proberen om te zien hoe ver we geraken. Nadat het dossier door de regering is besproken en is beslist wat we tijdens deze legislatuur nog zullen doen en wat niet, zal ik uiteraard het parlement inlichten.

Ik vat samen. Ik zal in de commissie graag de details van het geval-Thomas toelichten. Wat het algemene probleem betreft, zijn we ons ervan bewust dat er werk aan de winkel is en dat we nog tijdens deze legislatuur stappen vooruit zullen moeten zetten.

Eigenlijk zijn de maatregelen die nodig zijn al een tijdje gekend. In het verslag van hoorzittingen uit 2009 staan ze. Er is een concrete vraag om het aantal uren voor geïntegreerd onderwijs (gon) uit te breiden, zodat de begeleiding van leerlingen met autismespectrumstoornis kan worden uitgebreid. Zoals u het zegt, zijn die vandaag beperkt tot twee uur per week, gedurende twee jaar. Dat is veel te weinig; vaak hebben ze die begeleiding tijdens hun hele schoolcarrière nodig. Men vraagt heel concreet om die beperking in de tijd af te schaffen.

Men vraagt ook om een flexibeler systeem in te voeren, want op sommige momenten heeft men meer begeleiding nodig dan op andere. Men vraagt ook dat de begeleiding wordt uitgebreid naar het hoger onderwijs. Vaak gaat het immers om erg begaafde kinderen, maar die talenten worden niet benut omdat er niet in begeleiding is voorzien. Ten slotte vraagt men dat scholen en leerkrachten worden begeleid. Die vragen zijn gekend. Bent u bereid daarop in te gaan, in afwachting van de realisatie van het aanslepende leerzorgdossier? Er zijn dringend maatregelen nodig.

Kathleen Helsen

Ik ben bezorgd. U zegt in uw antwoord dat u het probleem zult aanpakken naargelang er al dan niet een draagvlak is. We hebben allemaal gelezen dat er geen draagvlak is voor datgene wat nu voorligt. Ik vraag u ernstig te onderzoeken hoe u voor een draagvlak kunt zorgen om de problemen aan te pakken. Een oplossing voor enkele van de problemen volstaat op lange termijn niet. Het is echt nodig dat u goed kijkt naar de redenen waarom er vandaag geen draagvlak is en op zoek gaat naar de oplossingen waar wel een draagvlak voor is. Wij kunnen niet blijven wachten. Het Vlaams Parlement heeft het VN-verdrag geratificeerd, wij zijn duidelijk gevat door het dossier.

De voorzitter

Mevrouw Vanderpoorten heeft het woord.

Marleen Vanderpoorten

Voorzitter, minister, collega's, ik heb uiteindelijk geen actuele vraag over dit onderwerp ingediend omdat het over een individueel geval gaat. Ik heb Thomas ondertussen leren kennen. Het is een complexe materie. Ik was van plan om morgen, tijdens de bespreking in de commissie van Onderwijsdecreet XXI, op de zaak in te gaan. Want er staat in dat ontwerp van decreet een artikel over de verlenging van de projecten en over de 58,5 ondersteuners.

Bij de algemene vragen sluit ik me evenwel graag aan, want het is een dossier dat blijft aanslepen. Zelfs de vakbondspers bloklettert dat er voor leerzorg geen draagvlak is. U zegt nu dat u voor de zomer zult beslissen. Ik probeer u te houden aan uw woorden. Ik ga er dus van uit dat er heel snel een structurele oplossing voor kinderen met autisme uit de bus komt. Het is een gigantisch probleem. Er zijn er veel meer dan vroeger omdat het probleem veel sneller wordt gedetecteerd. Ik houd u aan uw woord en vind dat we de komende weken in de commissie het debat ten gronde moeten voeren.

De voorzitter

Mevrouw Deckx heeft het woord.

Kathleen Deckx

Minister, ik sluit me ook graag aan bij de vragen. Samen met mevrouw Helsen en mevrouw Vanderpoorten heb ik het probleem al aangekaart in de commissie Onderwijs in februari. Ik weet dat u al heel wat inspanningen doet, dat er extra budgetten zijn, ook voor de periode na twee jaar GON-begeleiding (geïntegreerd onderwijs), maar er is nog heel wat werk aan de winkel. U hebt toen gezegd dat de resonantiegroepen nog enkele weken nodig hadden. Ik neem aan dat er nu een stand van zaken is.

Ik zie dat minister Muyters binnengekomen is. Ik wil me ook tot hem richten. Het is niet enkel een probleem van Onderwijs. Mensen met autisme en aanverwante stoornissen worden ook op andere vlakken met problemen geconfronteerd, onder andere bij het zoeken naar werk en in de werkomgeving. Minister Muyters kan daar ook werk van maken. Ik dank u.

De voorzitter

Mevrouw Celis heeft het woord.

Vera Celis

De groep met ASS is inderdaad een bijzonder moeilijke groep. Er zijn absoluut inspanningen geleverd, ook budgettair.

Ik wil even terugkomen op een passage uit de beleidsnota, waarin uitdrukkelijk wordt gesteld dat we moeten inzetten op de leerlingen en minder op de structuren. Minister, misschien moet u er toch eens over nadenken om een draagvlak te zoeken, waarbij we echt inzetten op het veld en de scholen zelf, en de middelen minder naar de structuren laten afvloeien.

De voorzitter

Mevrouw Van Steenberge heeft het woord.

Gerda Van Steenberge

Ook onze fractie heeft niet gewacht op de oproep van Thomas om daarover vragen te stellen. We hebben deze vraag vorige week nog gesteld naar aanleiding van de bespreking van OD XXI. We hebben de bespreking uitgesteld naar morgen omdat dan in het Programmadecreet, zoals mevrouw Vanderpoorten zegt, enkele artikelen gaan over autismespectrumstoornissen.

We hebben al meermaals gezegd dat we niet akkoord gaan dat er telkens een tijdelijke maatregel wordt genomen: we zijn voor een structurele oplossing. De leerzorg laat te lang op zich wachten. Ik veronderstel dat mevrouw Helsen zich morgen bij de stemming over het Programmadecreet en OD XXI zal onthouden, omdat dit opnieuw een tijdelijke maatregel invoert voor autismespectrumstoornissen. Ik kijk uit naar morgen. (Applaus van mevrouw Marijke Dillen)

Minister Pascal Smet

Het is belangrijk om coherent te zijn. Als er wordt gezegd dat we een draagvlak moeten proberen te zoeken, doen we dat. Het is een complex gegeven. Al veertien jaar probeert men daar iets aan te doen. Soms moeten bepaalde dingen rijpen, soms zijn ze rijp en kunnen we beslissen, soms niet.

Ik kan u geruststellen dat we in de regering, de collega’s en ik uiteraard ook, op dit moment bekijken welke richting we uit zullen gaan. We zijn nu echt in de eindfase gekomen van wat we met het dossier leerzorg moeten doen: ja of nee. Ofwel is er een draagvlak en gaan we volgens die piste verder. Ofwel is er nog geen draagvlak voor een globaal kader en moeten we de problemen die zich stellen, onder andere van de autismespectrumstoornissen, oplossen.

We doen al een aantal dingen. Het is onvoldoende, dat zal ik zeker niet ontkennen. We zijn nog niet in de helft van deze legislatuur. De rest van de legislatuur zullen we verder stappen zetten: ofwel het brede kader creëren, ofwel de problemen oplossen. Die beslissing zullen we de komende weken nemen in de schoot van de regering. Zodra die beslissing genomen is, zullen wij uiteraard het parlement inlichten. Ik dank u.

Ik steun de vraag van mevrouw Helsen, mevrouw Vanderpoorten en alle anderen naar duidelijkheid over het leerzorgkader.

Ik herhaal mijn vraag, minister. Ik hoop dat u die GON-uren wilt uitbreiden. Twee jaar twee uur per week is te weinig. Die kinderen hebben meer en langer begeleiding nodig. Ik ga zelf een initiatief nemen. Ik hoop dat het gesteund wordt door collega’s in het parlement, zodat we dat toch al kunnen verhelpen.

Kathleen Helsen

Voorzitter, minister, het werkveld zit al gedurende drie jaar met vragen naar verduidelijking. Ik zou heel graag willen dat u een antwoord geeft zodat ze kunnen zeggen of er een draagvlak is of niet. De vragen van het veld moeten worden beantwoord.

De voorzitter

Het incident is gesloten.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.