U bent hier

De voorzitter

De heer Bouckaert heeft het woord.

Boudewijn Bouckaert

Voorzitter, minister, in De Loketten loopt een tentoonstelling van Raoul De Keyser: ‘De dingen die ik zie, komen steeds weer.’ Die spreuk is van toepassing op de vragen over onze kleuterklassen.

U hebt waarschijnlijk ook in de krant gelezen dat de Werkgroep Kleuteronderwijs dreigt met een staking wegens de toestand in het kleuteronderwijs. De werkgroep is op 14 oktober vorig jaar in de commissie komen spreken. We hebben een heel vruchtbare gedachtewisseling gehouden. U hebt toen een tijdspad uitgezet. Nu blijkt dat de situatie urgent is. We lezen in de krant dat er honderden kleuterklasjes zijn met meer dan 25 kinderen. In Pittem is er zelfs een klas met meer dan vijftig kleuters. Dat is gewoon onhoudbaar.

In een reactie daarop, minister, zei u dat u daar wilt op ingaan, maar dat er dan elders bespaard moet worden. De kleinste schooltjes zouden moeten worden afgeschaft, en het kleuterturnen zou moeten verdwijnen. De Werkgroep Kleuteronderwijs heeft daar zeer verbolgen op gereageerd.

U hebt die besparingen niet vermeld tijdens de gedachtewisseling met de werkgroep. Dit komt nogal aan als een verrassing. U gaat besparen binnen het kleuteronderwijs. Om welk bedrag gaat het? Waarom zoekt u die besparingen binnen het kleuteronderwijs zelf, en gaat u niet op zoek in andere sectoren?

De voorzitter

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Ann Brusseel

Ik sluit me aan bij de vragen van de heer Bouckaert. Minister, ik maak mij grote zorgen. Er zijn te veel supergrote kleuterklassen. Het gaat niet alleen over al die klasjes met meer dan 20, 25 kleuters; het gaat eigenlijk voornamelijk over die 150 klassen waar er 35 leerlingen zitten, en de tientallen klassen waar er tussen de 38 en 42 zitten, met als uitschieter Pittem.

Collega’s, een kindje in voorschoolse opvang is er beter aan toe. Daar is er één kinderverzorger per zeven peuters. Het kleuteronderwijs moet het stellen met een paar extra halve dagen per week een kinderverzorgster terwijl de kleuterjuf al niet meer toekomt aan haar pedagogische taken. Ze zijn herleid tot het bewaren van kinderen, als dat al goed zou lukken.

Want gedurende een hele dag 30 kleutertjes, waarvan een aantal nog helemaal niet zindelijk is, in een klein klasje onderbrengen, betekent dat de juf niet aan pedagogische taken toekomt. De juf houdt zich dan bezig met het verversen van de kindjes en andere zorgtaken. Nochtans is het kleuteronderwijs de sokkel waarop later wordt voortgebouwd. We zijn het allemaal eens over het belang van goed kleuteronderwijs.

Ik vraag me af of u met de begrotingstabellen voor ogen van uw hart een steen maakt en hun zegt dat ze maar geduld moeten oefenen. Ik kan dat eerlijk gezegd niet. Ik vind dat die schrijnende situatie niet kan blijven duren. In het belang van het welzijn, de veiligheid en de emotionele en cognitieve ontwikkeling van de kleuters kan het zo niet verder.

U hebt gezegd dat u in 2012 de problemen mogelijkerwijs zult aanpakken. Ik vind dat dit te laat is. Wat zult u tegen september 2011 ondernemen ten bate van de kleuterjuffen, de kleuters en hun ongeruste ouders?

De voorzitter

Minister Smet heeft het woord.

Minister Pascal Smet

Voorzitter, collega’s, ik ben bijzonder blij met de twee vragen. Dat staat me toe om de onzin die ik de afgelopen weken heb gehoord, en dan in het bijzonder uit de mond van de heer Sauwens en die werkgroep, te weerleggen. Ik zal dat erg duidelijk doen. (Rumoer)

Ik heb het niet over de heer Johan Sauwens. Ik kan begrijpen dat mensen opkomen voor kleuters. Ik doe dat ook. Maar men mag het debat niet vergiftigen met foute gegevens. Ik zal er enkele opsommen. De heer Sauwens zegt dat er 3000 kleuterscholen zijn. Dat is niet zo. Afgerond zijn er 2300. Misschien telt hij de vestigingsplaatsen mee? Ik weet dat niet. In elk geval moeten we de scholen tellen, en niet de vestigingsplaatsen. Hij kan dus duidelijk niet tellen. Dat is punt een.

Twee: mijnheer Bouckaert, die man lijkt wel uw raadgever te zijn, want u zegt dat ik heb gezegd dat ik zal besparen in het kleuteronderwijs. Waar heb ik dat gezegd, mijnheer Bouckaert? Nergens. Ik vermoed dat de heer Sauwens in de paasvakantie van mij heeft gedroomd. Ik weet het niet zeker, hoor. Heeft hij een visioen gehad en leidt hij daaruit af dat ik dat eventueel zou willen? Ik heb nooit voorgesteld om het kleuterturnen af te schaffen. Het idee is zelfs niet begonnen in mijn hoofd op te komen.

Toch zegt de heer Sauwens in die werkgroep dat ik dat zou willen doen. Neen. Wel is het zo dat ik op een bepaald ogenblik heb voorgesteld om de middelen te ‘ontkleuren’. Blijkbaar weet hij niet wat ‘ontkleuren’ betekent. Dat betekent dat men aan scholen niet langer de administratieve planlast oplegt om de turnlessen te rechtvaardigen Dat hebben we wel gezegd.

De werkgroep stelt ook dat we de kleine kleuterscholen zouden willen afschaffen. Interessant om dat te lezen, ik wist niet dat we dat van plan waren. En als het niet zo triest en zo erg was, zouden we kunnen zeggen dat gisteren de kers op de taart kwam: de heer Sauwens trommelt een schooldirectrice op om te zeggen dat het in Vlaanderen nu wel heel ver is gekomen – en u beiden zegt dat ook – omdat zij een kleuterklas met 50 kleutertjes heeft. Het eerste wat ik deed, is het raadplegen van de databank van het Departement Onderwijs.

Wat blijkt uit die raadpleging? Op 26 april – het laatste instapmoment – waren er 159 kleuters in die school. Die school heeft 196 lestijden en 9 uren kinderverzorging. Men moet geen wiskundig genie zijn om te berekenen dat het ministerie aan die basisschool 7,5 voltijdse leerkrachten betaalt om 159 kinderen op te vangen. Anders gezegd, die school kan 7,5 klassen inrichten. Ik heb vandaag een verificateur naar die school gestuurd. Daaruit blijkt dat die school in het eerste jaar 50 kinderen heeft samengezet. Ik lees vandaag in de krant iets anders, maar tegen de verificateur zegt men dat. In het tweede jaar zijn er klassen met 27, 23, 25, 17 en 17 kleuters. Wel, die school beschikt over voldoende leerkrachten om 7 klassen op te richten en die klas van 50 te ontdubbelen. Men kan van die klas twee klassen maken, elke dag van de week.

Dus zeggen dat er vijftig kinderen in die klassen moeten zitten omdat het ministerie van Onderwijs, de minister en de Vlaamse Regering te weinig geld geven, is manifest gelogen. Die schooldirectrice zal bij mij uitgenodigd worden. Ik zal samen met de mensen van het ministerie uitleggen hoe ze haar school zal organiseren. Want ik kan niet aanvaarden dat men in Vlaanderen de ouders probeert wijs te maken dat het ministerie en de Vlaamse Regering te weinig geld geven, terwijl ze van ons wel voldoende geld krijgen voor de organisatie van de school. Men kan dat perfect ontdubbelen.

Men laat uitschijnen dat het ministerie van Onderwijs in september lestijden en leerkrachten ter beschikking stelt. Dan komen er verschillende instapmomenten. Het is evident dat er dan kleuters bijkomen. En dan zegt men, gisteren ook op het nieuws, dat men geen extra leerkrachten krijgt. Dat klopt dus ook niet. Men houdt er blijkbaar geen rekening mee dat in het kleuteronderwijs wel extra leerkrachten en lestijden worden toegekend wanneer er kleuters bijkomen. Concreet voor deze school: men is op 1 september 2010 begonnen met 122 kinderen. Men had 175 uren lestijden en 9 uren kinderverzorging. Op 26 april zijn er 37 kinderen bijgekomen. Er zijn nu dus 159 kinderen. Men is gestegen naar 196 uren lestijden. Dat is een stijging van 21 uren. Met andere woorden, voor alle kinderen die in die school zijn bijgekomen tussen september en mei, is er een bijna voltijdse leerkracht bijgekomen, betaald door het ministerie.

Moraal van het verhaal: er is in bepaalde scholen een probleem. Dat wil ik niet ontkennen. De Vlaamse Regering werkt aan een nieuw omkaderingssysteem. Men moet echter ophouden het debat te vergiftigen met foutieve cijfers en informatie.

Boudewijn Bouckaert

Minister, ik stel vast dat u de Werkgroep Kleuterscholen beschuldigt van leugenachtige informatie. Ik zal dat checken met die werkgroep. Als dat niet waar blijkt te zijn, zult u een belangrijke actor uit het middenveld – mensen die zich onbaatzuchtig en te goeder trouw inzetten voor de verbetering van ons onderwijs – in een slecht daglicht stellen. Ik zal dat aankaarten in de werkgroep zelf.

Minister Pascal Smet

Doe dat maar.

Boudewijn Bouckaert

Het kan juist zijn wat u zegt over Pittem. Het gaat over een specifiek dossier, en het kan kloppen wat u daarover zegt. Maar het feit dat in Vlaanderen het cijfer van twintig kinderen per klas vaak wordt overschreden, kan niet worden ontkend. De omkadering van het kleuteronderwijs zou moeten worden opgetrokken op het niveau van het basisonderwijs. Het tijdspad daarvoor is nog zeer lang. Intussen verergert de situatie in de kleuterscholen. Daar gaat u niet op in, minister. Kan daar geen sense of urgency in gecreëerd worden? Kan de omkadering niet op een versnelde manier in het kleuteronderwijs worden uitgebreid? We zijn het er allemaal over eens dat het kleuteronderwijs heel belangrijk is in het kader van het gelijkekansenonderwijs.

Ann Brusseel

Minister, het spijt me, maar ik heb geen antwoord gekregen op mijn vraag. Het was misschien een inleiding.

Als u zegt dat die cijfers niet kloppen en dat een aantal mensen liegt, dan geloof ik u niet. Waarom zouden die kleuterscholen hun reputatie op het spel zetten door met zo’n kwetsbaar verhaal naar de kranten te trekken en te zeggen dat ze in de penarie zitten? Of de uren moeten worden ingekleurd, is een discussie die misschien moet worden gevoerd. Als er dan blijkbaar uren zijn voor de splitsing van bepaalde klassen en die gebeurt niet, dan moet u nagaan wat het probleem is. U zegt echter dat een ontdubbeling perfect mogelijk is in de peuterklas, maar dan moeten wel uren worden weggenomen van andere klassen. Dat zegt u er niet bij. U geeft een aantal uren aan een school waarmee die school een bepaald aantal leerkrachten kan aanstellen. De ene klas is groter dan de andere. Als men die grote klas wil splitsen, dan krijgt men die uren toch niet opeens uit een hoed getoverd.

Volgens mij klopt er ergens iets niet. Ik denk niet dat het aan de kleuterscholen ligt; ik denk dat er een groot probleem zit in het verhaal dat u komt te vertellen. Ik zou graag een concreet antwoord krijgen op mijn vraag wat u zult doen. U erkent het probleem, wat gaat u eraan doen? Gaat u zelf de pampers verversen in die scholen of zult u voor uren zorgen?

De voorzitter

Mevrouw Helsen heeft het woord.

Kathleen Helsen

Voorzitter, minister, u haalt nogal zwaar uit naar de mensen die het opnemen voor de kleuterscholen. We moeten het beschouwen als een sterk signaal dat ze willen geven, namelijk dat er een ernstig probleem is dat we onder de loep moeten nemen. Ik vind dat we een houding moeten aannemen waarmee we echt werk maken van extra ondersteuning voor de kleuterscholen.

Op 24 februari 2010 reeds, iets langer dan een jaar geleden, hebben we in dit parlement de problematiek vrij uitgebreid besproken. Toen heb ik heel nadrukkelijk gevraagd naar een integrale aanpak van de problematiek in de kleuterscholen. Niet enkel en alleen extra omkadering en een gelijkschakeling met het lager onderwijs zijn belangrijk, maar ook de personele inzet in de kleuterscholen zal onder de loep moeten worden genomen. Indien wij in extra omkadering in de kleuterscholen voorzien, zullen we ook extra personeel nodig hebben dat vandaag niet ter beschikking staat. Ook dat moeten we dus onder de loep nemen.

Ook de capaciteitsproblematiek is een item dat ik toen aan bod heb gebracht. Op dit moment hebben we nog geen integraal plan gezien. Ik blijf vragen naar een integrale aanpak van de problematiek in de kleuterscholen. Ook de heer De Meyer heeft daarover in maart 2010 een vraag gesteld, en hij heeft toen de problematiek nog eens onder de aandacht gebracht.

De kleuterschool is enorm belangrijk. Elk onderzoek toont aan dat de ontwikkeling op jonge leeftijd enorme kansen biedt. We moeten daarop inzetten. We moeten echt kiezen voor een kleuteronderwijs waar kinderen de beste ontwikkeling krijgen.

De voorzitter

De heer Wienen heeft het woord.

Wim Wienen

Voorzitter, collega’s, door het specifieke voorbeeld dat de minister ontkent en waarover hij zegt dat de feiten niet kloppen, heb ik de indruk dat hij het probleem enigszins wil minimaliseren. Ik hoop dat dat niet het geval is, want de problemen met de grote kleuterklassen zijn er.

Het Vlaams Parlement moet zich dan ook bezinnen over de financieringswijze van de kleuterklassen op dit moment. We weten allemaal dat de financiering en het toekennen van de uren gebeurt op basis van de tellingen die – als ik me niet vergis – in februari gebeuren. Soms kloppen die niet meer met de werkelijkheid.

Als we dat financieringssysteem herbekijken, zou ik toch ook aan de minister durven voor te stellen om ook de GOK-regeling (gelijke onderwijskansen) bij het kleuteronderwijs te herbekijken of af te schaffen. Op dit moment is een GOK-kleuter, een kleuter van allochtone origine, nog altijd veel meer centjes waard dan een autochtone kleuter: 900 euro tegenover 400 euro.

Minister, als u wat schuift met dat budget, zou u alle kleuters in heel Vlaanderen kunnen helpen. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

Mevrouw Deckx heeft het woord.

Kathleen Deckx

Voorzitter, minister, wanneer men hier aangeeft dat u het probleem tracht te minimaliseren, dan weet ik zeker dat dat niet het geval is. U hebt heel duidelijk aangegeven dat u meer geld zult vrijmaken voor het kleuteronderwijs. Dat is hier al heel dikwijls duidelijk gesteld en we weten dat dat het geval zal zijn.

Ik geef u volmondig gelijk dat als er cijfers gegeven worden, dat juiste cijfers moeten zijn. Ik treed u absoluut bij als u stelt dat u de juistheid van die cijfers zult laten onderzoeken. U hebt daar inderdaad redenen voor, want uit het verslag dat werd opgemaakt ten gevolge van de gedachtewisseling met de Werkgroep Kleuteronderwijs, bleek al dat er een verschil zat op de cijfers. De heer Sauwens heeft toen zelf verklaard dat dat het geval was en dat het hem verwonderde. Ik vraag me echt af hoe het juist zit. Het is heel nuttig om dat te onderzoeken.

Minister, als ik de mensen van het Vlaams Belang hoor en ook de mensen van de Werkgroep Kleuteronderwijs, roep ik u op om u absoluut niet te laten afbrengen van het gelijkekansenonderwijs. Gelijke kansen zijn cruciaal voor ons onderwijs. Alle leerlingen moeten kansen krijgen, en dat vergt voor sommige leerlingen iets meer geld en middelen dan voor andere.

De voorzitter

Mevrouw Celis heeft het woord.

Vera Celis

Voorzitter, minister, ik wou graag ingaan op drie punten. Er zijn natuurlijk de vragen van de kleuterscholen, maar er zijn zoveel verschillende kleuterscholen en situaties. Als die mensen een vraag stellen aan de beleidsmensen, dan is die vraag pertinent. Ik denk dat iedereen het daarover eens is.

Er is een optimale toestand, namelijk kleinere klassen en een grotere omkadering. We kunnen het daar over de partijgrenzen heen over eens zijn. Het is voor iedereen een bestaande wens. U zegt dat er in 2012 de budgettaire ruimte zal zijn om in te spelen op die kleinere klassen en grotere omkadering. Intussen zijn er wel problemen. Ik zeg dan dat we creatieve oplossingen zullen moeten vinden. Vorige week heb ik een prachtig initiatief gezien waarbij men te grote klassen gaat verdelen over de rest van de kleuterklassen. Je kunt wel groepen splitsen, maar dan moet je ook nog voldoende klaslokalen en leerkrachten hebben.

Denk dus goed na over creatieve oplossingen. Maak er een oplijsting van zodat iedereen op korte termijn geholpen is en zorg voor de langere termijn voor een structureel verbeterde toestand.

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Voorzitter, minister, het is al genoeg gezegd dat er al sinds de jaren 80 een structurele onderfinanciering van het kleuteronderwijs is. Tel er nog het capaciteitsprobleem bij en er zijn gigantisch grote klassen.

Ik ben dan ook ontzettend verontwaardigd over uw reactie. Dat is pure intimidatie als je het mij vraagt. Iedereen die kritiek heeft op uw beleid en naar de pers durft stappen, krijgt de inspectie over de vloer. U laat die doorlichten en die moet bij u op het matje komen. Minister, dat is me nogal een manier van reageren.

Ik denk dat er absoluut een probleem is. Of er nu 3000 kleuterscholen zijn en of u de vestigingsplaatsen al dan niet meetelt, dat is niet de kern van het probleem. Het probleem is dat er effectief kleuterscholen zijn – we hebben het zelf kunnen zien – die overbevolkt zijn en die op een veel te kleine ruimte veel te veel kleine kinderen hebben. En u zegt dat u iets gaat doen in 2012. U wilt niet zeggen wat, u zegt niet hoeveel en u wacht er nog een jaar mee.

Ik vind dat ongehoord, en uw reactie is ook ongehoord. (Applaus bij Groen!)

Minister Pascal Smet

Voorzitter, als er mensen zijn die opkomen voor kleinere kleuterklassen, dan ben ik het eens met hen en ik kan er alleen maar respect voor hebben. Voor de vele mensen die dat terecht en vanuit een oprechte bekommernis doen, doe ik mijn hoed af en heb ik respect. Het enige wat ik vraag, is dat men een debat voert met eerlijke cijfers, met eerlijke gegevens en dat men het niet vergiftigt met onjuistheden.

Net zoals iedereen die gisteren de krant heeft gelezen, was ik geschokt dat dat kon. Ik vind dan dat een minister die een beetje ernstig is, moet nagaan wat er aan de hand is. Mevrouw Brusseel, mevrouw Meuleman, ik kan er ook niet omheen dat er in die bepaalde school een spelletje of cinema of wat dan ook wordt opgevoerd, terwijl uit de werkelijkheid en uit de cijfers blijkt dat er perfect voldoende middelen zijn om die klas te ontdubbelen. Dat is zo. Voorzitter, ik zal in de commissie – want ik laat het hier dus niet bij – uitleggen hoe dat zal gebeuren en hoe ze het kunnen doen. U mag dat ook zien en dan zult u het begrijpen. Er zijn in die school voldoende middelen.

Wil dat zeggen dat ik het probleem minimaliseer? Uiteraard niet. Anders zouden ikzelf en mijn medewerkers de afgelopen weken en maanden met alle betrokken actoren in het onderwijs – onderwijsverstrekkers, directeurs, vakbonden – niet bezig geweest zijn om een nieuw en eerlijker omkaderingssysteem voor het basisonderwijs, en in het bijzonder het kleuteronderwijs, uit te werken. En we zijn er bijna. En ja, dat neemt een beetje tijd. Maar zoals een belangrijk vakbondsman zei: “Dat neemt een beetje tijd als je het ernstig en serieus wil doen”. We zijn het dus ernstig en serieus aan het doen.

Voorzitter, wat dit voorbeeld heel duidelijk heeft aangetoond, is dat het niet de overheid is die beslist hoe de klassen worden ingericht en verdeeld. Dat is de autonomie van de school. Iedereen die het onderwijs een beetje kent, weet dat er in sommige scholen wordt geschoven van de kleuterklas naar het lager onderwijs, van de hoofdschool naar een vestigingsplaats, of om ondersteuning te geven aan een directie. En er zijn nog andere redenen.

Ik vind dat elke ouder in Vlaanderen het recht heeft te weten hoeveel leerkrachten en lestijden het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming ter beschikking van elke school stelt. De komende dagen zal op de website van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming verschijnen hoeveel lestijden en leerkrachten we in het kleuteronderwijs ter beschikking stellen. Er zijn verschillen tussen regio’s en tussen scholen. Het debat zal echter op een genuanceerde manier worden gevoerd.

De heer Bouckaert verwijst naar klassen met meer dan vijftig kleuters. Ik kan ook voorbeelden aanhalen van kleuterklassen in Vlaanderen met tien of zelfs nog minder kinderen. Daar hoor ik hier niets over zeggen. Die klassen bestaan nochtans ook.

Iedereen vraagt zich af waar de cijfers van de heer Sauwens vandaan komen. Het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming telt per school en niet per klas. Dit kan per klas min of meer worden berekend. Volgens de heer Sauwens zitten in 200 klassen in Vlaanderen meer dan 35 kleuters. Dit betekent dat 1,67 procent van onze kleuterklassen een probleem heeft. Volgens de heer Sauwens is dit een schande. Er zitten daar immers meer dan 35 kleuters in een klas. Ik weet echter niet of iedereen ten volle beseft dat we in Vlaanderen 12.000 kleuterklassen hebben. Volgens de cijfers van de heer Sauwens hebben we in 1,67 procent van die klassen een probleem. Dat is mogelijk. Ik weet het niet. Niemand kan de door hem aangehaalde cijfers bevestigen.

Sommigen vinden dat ik nogal scherp uithaal. Dat wordt me ook door mensen uit het onderwijs gevraagd. Die mensen slagen er elke dag wel in dat allemaal te organiseren. Ze sturen me mails om me te vragen hoe het nu zit. Ze vragen me te reageren. Voor hen kan het niet meer. De maat is vol. Die berichten ontvang ik ook.

Het enige wat ik vandaag wil doen, is duidelijk stellen dat het debat niet met oneerlijkheden mag worden vergiftigd. Sommigen willen opkomen voor kleinere klassen in het kleuteronderwijs. Ik ben het daar absoluut mee eens. De Vlaamse Regering doet dit trouwens. De komende weken zal duidelijk worden hoe we dit willen aanpakken. Er zal in heel wat bijkomende omkadering worden voorzien. Er zal meer kleuteronderwijs komen. We zullen hier bijkomende miljoenen euro’s in pompen.

Ik ben het eens met de stelling dat we naar kleinere kleuterklassen moeten gaan. Voor september 2011 zullen we alle scholen opnieuw duidelijk maken wat ze al dan niet kunnen doen. Een school kan de GOK-uren gebruiken om klassen op te splitsen. Dat kan perfect. Heel wat scholen in Vlaanderen doen dit momenteel al. Die scholen hebben geen problemen. Andere scholen verkiezen individuele behandelingen. Of die aanpak al dan niet effectief is, laat ik op dit ogenblik in het midden. Het is in elk geval een mogelijkheid.

We zullen de mogelijkheden goed uitleggen. Ik zal voor heel Vlaanderen en voor heel de wereld openbaar maken hoeveel elke school van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming ontvangt. Dit zal iedereen in staat stellen de individuele rekening per school te maken.

De Vlaamse Regering heeft zich in een meerjarenplanning en -begroting geëngageerd. Ik heb me er in mijn eigen beleidsbrief ook toe geëngageerd vanaf 1 september 2012 in een nieuw omkaderingssysteem voor het kleuteronderwijs en het basisonderwijs te voorzien. Zoals steeds, zullen we die belofte houden. (Applaus bij sp.a)

Boudewijn Bouckaert

Ik wil het debat absoluut niet vergiftigen. Ik wil het particulier geval van de school in Pittem dan ook achterwege laten. Het Vlaams Parlement dient niet om dergelijke gevallen uit te spitten.

Ik vind evenwel dat de minister het probleem minimaliseert. Hij kan niet ontkennen dat veel kleuterscholen al een overtal aan kleuters tellen. Hij kan voorbeelden aanhalen van klassen met minder kleuters. Wat is dan de oplossing? Moeten we de kleuters van de ene naar de andere klas deporteren?

Waar het eigenlijk om gaat, is de sense of urgency. Dat heb ik verschillende andere partijen ook horen verklaren. Er zijn nu al overtallen in veel kleuterklassen. Indien we de situatie demografisch bekijken, zien we dat de toestand snel zal verslechteren. De minister weet dit zeer goed. Ik roep hem dan ook om keuzes te maken.

Het geld groeit niet aan de bomen. De minister zal de financiering ergens moeten vinden. Indien de GOK-uren voor de kleuterscholen toch mogen worden gebruikt om klassen te splitsen, vraag ik me af waarom we het hele systeem niet kunnen herbekijken. De GOK-uren voor het basisonderwijs en het middelbaar onderwijs wil ik nog apart bekijken. We moeten er echter van uitgaan dat elke kleuter ongeveer even veel kost. We kunnen het systeem van GOK-uren voor het kleuteronderwijs beter afschaffen.

U besteedt ook heel veel geld aan het assisteren van directies, omdat die worden geconfronteerd met een grote planlast. Waarom werkt u niet veeleer aan het verminderen van die planlast, zodat die vergroting van die administratieve omkadering niet meer nodig is?

Ann Brusseel

Minister, u hebt het gehad over een paar maatregelen voor 2011, zonder heel concreet te zeggen welke. Maar goed, we zullen die discussie verder voeren in de commissie, samen met mevrouw Vanderpoorten en mevrouw De Knop. U hebt het over heel wat extra miljoenen. Op het eerste gezicht klinkt dat goed, maar ik vraag me af of die extra miljoenen bestemd zijn voor plannen die in de toekomst nodig zijn. We gaan immers, tenzij ik me vergis, naar de grootste demografische groei sinds de Tweede Wereldoorlog. Of zijn dat extra miljoenen om die facturen te betalen die daar al een tijdje liggen te wachten? Die zijn er immers ook nog. Wees u er dus bewust van dat u die ‘heel wat extra miljoenen’ – wat vrolijk, maar ook heel vaag klinkt – geen tweemaal zult kunnen gebruiken.

Wat ik heel erg vind, is het volgende. U stelt dat het in de meeste scholen goed gaat, hoewel er in meer dan tweehonderd klasjes te veel leerlingen zitten. Ik ben het daar niet mee eens. U ijvert voor ‘de meeste scholen’, ik blijf ijveren voor die tweehonderd klasjes waar het niet goed gaat. Van mij mag elke kleuterleidster een standbeeld krijgen. Eigenlijk hebben de kleuterleidsters dat standbeeld al: ze hebben immers een minister die al twee jaar perfect stilstaat. Als dat geen standbeeld is! (Applaus bij Open Vld. Opmerkingen van minister Pascal Smet)

De voorzitter

Het incident is gesloten.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.