U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 27 april 2011, 14.04u

De voorzitter

Algemene bespreking (Voortzetting)

Dames en heren, we hervatten de vergadering. Er was geen sprake van een sabotagedaad: het was gewoon de timer, in het kader van de energiebesparing.

Minister Van den Bossche heeft het woord.

Mevrouw Van Volcem, ik wil u er gewoon even op wijzen dat ernstig decreetgevend werk enige tijd vergt. Al meer dan een jaar geleden heeft de regering de studie naar de onrendabele toppen besteld. Als we aanpassingen willen aanbrengen met betrekking tot subsidies en steun, dan moeten we weten op basis waarvan we dat kunnen doen. De regering heeft die studie dus besteld. In het begin van deze bestuursperiode heeft de regering immers ingezien dat er mogelijkerwijs een aantal wijzigingen nodig waren. Na die onrendabeletoppenstudie is er een ernstige discussie geweest in de commissie. Ik weet niet meer of u toen aanwezig was, maar er zijn ook hoorzittingen geweest met mensen die meer toelichting hebben gegeven bij die studie. Het beleid wou zich daarop baseren om een aantal ingrepen door te voeren.

Dan is er een ontwerp gekomen. Over dat ontwerp is er ook een uitvoerig debat geweest. Het ontwerp dateert overigens al van november. Er zijn dus hoorzittingen geweest. Er is een uitvoerig debat geweest. Er zijn wijzigingen en amendementen geweest. Dat alles heeft het decretaal werk enkel maar beter gemaakt. Als lid van dit parlement zou u moeten weten dat gedegen decreetgevend werk gemakkelijk meer dan een jaar in beslag neemt, zeker als we dat moeten baseren op een aantal wetenschappelijke studies die nog moesten worden besteld. We hebben dat op een ernstige manier gedaan. Dat is niet enkel de verdienste van de regering. Het is net zo goed de verdienste van de commissie, die heeft aangedrongen op degelijk studiewerk en die hoorzittingen heeft georganiseerd. Ik ben de commissie daar overigens zeer dankbaar voor. Ik vind het echter bijzonder vreemd dat u stelt dat ik vooral tijd heb verloren en niet heb ingegrepen. Dat is niet waar: we zijn daar snel mee gestart.

Wat me ook enigszins stoort, is dat u in dezelfde toespraak stelt dat ik niet snel genoeg heb ingegrepen en dat ik aan haastwerk heb gedaan. U blaast warm en koud tegelijk wat dat betreft. Dat is natuurlijk weinig logisch. Dat is niet coherent. Ofwel is dit haastwerk, maar dat geloof ik niet. Dit is degelijk werk geweest. Ofwel zijn we niet snel genoeg gegaan. Misschien vindt u dat ik wat meer haastwerk had moeten leveren. U hebt dat gezegd in uw toespraak. Ik vond dat in feite wat flauw: zo kunt u me om het even wat verwijten.

U brengt een aantal nieuwe zaken naar voren. U zegt dat we de openbaredienstverplichtingen misschien moeten betalen met algemene middelen. Dat is een debat dat we moeten voeren naar aanleiding van het nieuwe systeem. We moeten een aantal dingen herwerken. Hoe zullen we dat doen? Nu zou ik, telkens u daarmee komt aanzetten, kunnen zeggen dat u zelf mee dat systeem van openbaredienstverplichtingen hebt uitgevonden en dat mee op die tarieven hebt gelegd, en dat u nu met iets anders voor de dag komt. Ik zal dat niet doen: zoals de heer Decaluwe heeft gesteld, heeft iedereen in dit parlement immers samen aan systemen gebouwd. Er zijn altijd momenten waarop die systemen aan evaluatie toe zijn. Dan moet men durven in te zien wat de positieve en de negatieve kanten van die systemen zijn, en men moet daar dan conclusies uit durven te trekken.

Ik stel dus voor, mevrouw Van Volcem, dat wij allen ophouden met elkaar te verwijten wat in eerdere regeringen is gebeurd, omdat we dan nooit allemaal samen zullen kunnen werken aan een nieuw systeem dat de steun op de juiste hoogte zet, dat flexibel genoeg is om te verhinderen dat we bij elke wijziging opnieuw dit parlement moeten bezighouden met zo’n wijziging, en waar de kosten op een faire manier worden verdeeld. Als we dat allemaal samen willen doen, moeten we ophouden met te zeggen wie in welk jaar wat gedaan heeft. We moeten daar gewoon ernstig werk van maken. Dat is een oproep tot constructief debat over de grenzen van partijen heen, om van dit systeem een eerlijker systeem te maken dan het op heden is.

De voorzitter

Mevrouw Van Volcem, u hebt daarnet aan mijn adres de opmerking gemaakt dat dit niet behandeld is naar aanleiding van de begeleidende bepaling bij de begroting 2011. Dat is een gewoon een toepassing van het Reglement van het Vlaams Parlement. Ik moet als voorzitter de bewaker en de hoeder van dit parlement zijn. Ik heb de regering op voorhand verwittigd dat alles wat geen rechtstreekse relatie had met de begroting, uit het programmadecreet zou worden gegooid. Ik heb dat gewoon heel consequent toegepast. De regering was gewaarschuwd, en minister Van den Bossche had dat ook begrepen.

Ik heb dat dus niet uit willekeurige overwegingen gedaan. Dat was gewoon een toepassing van het reglement.

Jan Penris

Voorzitter, ik heb daarnet een van de achtbare collega’s kritiek horen uiten op het feit dat de heer Fernand Huts nogal wat zonnepanelen zou hebben aangelegd met de bedoeling er grote winsten mee op te strijken.

Binnen de Open Vld-fractie zijn er genoeg collega’s die de energiebelangen van de heer Huts zullen verdedigen, maar ik heb in de commissie al opgemerkt dat we Fernand Huts in dezen niets kwalijk kunnen nemen. Die man heeft gewoon gedaan wat elke ondernemer in zijn plaats zou doen. Dat is juist de illustratie van het falende beleid. Er was een gat in de markt, en hij is daar, als ondernemer, in gesprongen. Laten we hem dat alstublieft niet kwalijk nemen. Mevrouw De Ridder zal mij in dezen bijtreden.

De voorzitter

De heer Verfaillie heeft het woord.

Jan Verfaillie

Mijnheer Penris, u moet de woorden van de heer Decaluwe niet verdraaien. Hij heeft duidelijk gezegd dat een aantal politici dit toejuichen en dat ze dat hebben gepromoot. De heer Decaluwé heeft niet gezegd dat de heer Huts dat niet mocht doen. Dat is een groot verschil met wat u zegt.

De voorzitter

De heer Martens heeft het woord.

Bart Martens

Voorzitter, minister, collega’s, de lange duurtijd van deze plenaire vergadering biedt ons de tijd om wat in archieven te duiken, en dat heb ik de voorbije uren ook gedaan. Ik heb het eerste voorontwerp van decreet teruggevonden waarin het systeem van de groenesysteemcertificaten stond uitgewerkt. Dat is ondertekend door de Vlaamse minister van Economie, KMO, Landbouw en Media Eric Van Rompuy. Ere wie ere toekomt, want dit systeem van groenestroomcertificaten, zoals het finaal in 2000 officieel in het parlement is terechtgekomen en zoals het uiteindelijk is uitgewerkt, heeft zeker zijn verdiensten.

Anno 2000 was het aandeel groene stroom in Vlaanderen 0 procent. Vandaag, 10 jaar later, wordt er in de distributienetten van onze netbeheerders 8 procent groene stroom geïnjecteerd. Dat is al heel wat. Dat is zelfs meer dan de doelstelling van 6 procent die we tegen 2010 moesten halen. We zijn goed op weg om tegen 2020 21 procent van onze stroom uit hernieuwbare bronnen te halen.

De peetvaders, de uitvinders van dit systeem verdienen veel lof, want daarvoor bestond er nagenoeg niets op het vlak van ondersteuning voor groenestroombronnen. Ik noem de heer Van Rompuy daar graag bij. Hij heeft daar ook een verdienste aan. Hij heeft in zijn laatste maanden als minister advies gevraagd aan de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen (Minaraad) over het voorwerp van decreet. De paars-groene regering is daarmee verder gegaan.

En eigenlijk is dit systeem ook niet zo slecht, want het verplicht de klassieke leveranciers van grijze stroom om een bepaald in de tijd toenemend aandeel van de stroom die zij leveren aan hun klanten, te halen uit groenestroombronnen. Ze moeten daar niet zelf in investeren, het zijn derden die groene stroom produceren en daar certificaten voor krijgen die ze op de certificatenmarkt kunnen verkopen aan die leveranciers. Dat is een systeem dat de kostenefficiëntie in de hand werkt en ervoor zorgt dat op de goedkoopst mogelijke manier groene stroom ter beschikking wordt gesteld voor de markt en uiteindelijk finaal bij de gebruikers terechtkomt.

Dat systeem is in de loop der jaren het onderwerp geworden van verschillende wijzigingen. De belangrijkste wijziging is volgens mij die van 2004 waarbij men heeft vastgesteld dat de marktprijs van die groenestroomcertificaten niet voldoende was om bepaalde, toch beloftevolle technieken voor de toekomst te kunnen steunen. Dan ging het inderdaad vooral over de fotovoltaïsche cellen, de zonne-energie. Die kon niet rendabel zijn met de marktwaarde van de certificaten. Daarom heeft men toen beslist om voor dat soort technologieën een gegarandeerde waarde in te bouwen aan dewelke de netbeheerders die certificaten moeten opkopen en doorverkopen op de reguliere markt.

Uiteraard wisten we in dit parlement toen dat die zonnepanelen veel duurder waren, de duurste vorm van hernieuwbare energie. Toch hebben we daar toen in geïnvesteerd, volgens mij ook om goede redenen. Wij zagen namelijk dat die technologie snel goedkoper zou worden en op een termijn van vijftien of twintig jaar ook zonder subsidies even goedkoop zou zijn als de conventionele vormen van stroomproductie. Natuurlijk was het toen belangrijk om zelf ook bedrijven in die sector aanwezig te hebben die mee zouden kunnen surfen op de vloedgolf van exportmogelijkheden die op dat moment zouden ontstaan. Het zou spijtig zijn indien we die boot van de zonne-energie, die hoe dan ook nog zijn anker zou lichten, hadden gemist.

Net door dat ondersteuningsbeleid dat regio’s als Vlaanderen en Wallonië en landen als Duitsland en Spanje in het leven hebben geroepen, werden die feiten ook bewezen. Bij elke verdubbeling van het aantal panelen, zien we een kostprijsdaling van 20 procent. Vandaag is een zonnepaneel nog maar de helft van de prijs van zoveel jaren geleden. Het is natuurlijk zo dat we, op het moment dat die prijzen zo gigantisch gedaald waren, te laat hebben ingegrepen om de subsidies, overeenkomstig die daling, aan te passen. Natuurlijk was het niet de bedoeling om te gaan oversubsidiëren. In 2009 hebben we gezien dat we de handrem moesten optrekken en het subsidieniveau stapsgewijs moesten aanpassen aan het goedkoper worden van die zonnepanelen.

Dat heeft natuurlijk ook een omgekeerde reactie met zich meegebracht. In 2009 hebben we de prijs voor zonne-energie van 450 euro per 1000 kilowattuur verlaagd naar 350 euro. Dat is ingegaan in 2010 en had als gevolg dat er een gigantische piek aan aanvragen was van gezinnen en bedrijven die nog onder het gunstig subsidieregime van 2009 panelen wilden plaatsen. We kunnen die bedrijven en gezinnen natuurlijk niets verwijten. Zij hebben gedaan wat wij als overheid hebben gestimuleerd, namelijk investeren in die hernieuwbare energie.

Het was natuurlijk zo dat de laattijdige aanpassing van het steunniveau aan de reële meerkost op het vlak van productie ervoor gezorgd heeft dat zonnepanelen bij sommige gezinnen en sommige bedrijven niet meer een vorm van duurzame investering waren, een sluitstuk op een goed geïsoleerde, efficiënt verwarmde woning, maar eerder als een beleggingsproduct werden gezien. Zo zijn zonnepanelen terechtgekomen op plaatsen waar ze niet thuishoren, bijvoorbeeld op niet-geïsoleerde daken en op landbouwgronden – alsof die nog niet schaars genoeg zijn. Er waren inderdaad bedrijven die geïnteresseerd waren in het produceren van certificaten en groene stroom om hun eigen verbruik af te dekken.

Ook op dat vlak is er in 2009 ingegrepen. We hebben er toen voor gezorgd dat we alleen nog steun zouden geven aan nieuwe zonnepanelen die op een geïsoleerd dak worden geplaatst. Het plaatsen van zonnepanelen op niet-geïsoleerde daken is namelijk een verkeerde investering omdat de investering in isolatie van het dak veel meer zou opbrengen, veel meer energie, CO2 en geld zou besparen dan de investering in zonnepanelen. Daarom hebben we die praktijk ook uit de wereld geholpen.

In 2009 gebeurde dus een eerste ingreep. Maar de opbrengsten van een aantal grote installaties bleven toch aanzienlijk. De zogenaamde ‘zonneplantages’ bleven dus aangroeien. Op een bepaald ogenblik was 0,3 procent van de installaties goed voor 27 procent van de certificaten. Als we daaraan geen halt hadden toegeroepen, zouden de kosten de pan uitrijzen. De eerste die het signaal gaf dat er iets moest gebeuren, was Eandis. Iets meer dan een jaar geleden zei Eandis de consumenten dat het bedrijf als netbeheerder verplicht is om de certificaten tegen een bepaalde waarde op te kopen, dat de evolutie van het aantal geïnstalleerde zonnepanelen gigantisch is onderschat en dat de kosten op een of andere manier moeten gerecupereerd worden. Het is immers de wettelijke taak van Eandis om de kosten te maken maar ook om de reële kosten in de tarieven door te rekenen.

Deze wake-up call gaf een jaar geleden aanleiding tot een actualiteitsdebat hier. Toen is gezegd dat we niet zouden wachten op de globale evaluatie, volgens het decreet gepland voor 2012, maar tussentijds zouden ingrijpen om een kostenexplosie te voorkomen door voor de zeer grote installaties, die vanwege hun schaalvoordelen niet dezelfde steun behoeven als de kleine, de subsidies te verminderen. Dat is ook gebeurd. De regering probeerde dat via het programmadecreet te regelen, maar de voorzitter stelde terecht waarom het reglement dat niet toestaat. Het is dan maar met een ontwerp van decreet geregeld.

Ik denk dat de kwaliteit van het ontwerp van decreet, dankzij amendementen die op basis van hoorzittingen zijn uitgewerkt, is verbeterd. Het Vlaams Parlement heeft zijn werk gedaan. We hebben vastgesteld dat onder meer de steun voor een aantal bestaande en nieuwe vergistingsinstallaties die mest en biologische afvalstromen zoals groente-, fruit- en tuinafval verwerken, ontoereikend was. Dat is aangepast, zodat er een stabiel investeringsklimaat blijft voor dergelijke technologie. We hebben het dalende boetetraject later geïntroduceerd, om de leveranciers en groenstroomproducenten te respecteren die contracten hadden afgesloten op basis van de toen geldende boete. Dat zorgde ervoor dat die bedrijven minder in de problemen kwamen en de nieuwkomers en uitdagers zoals Nuon en groenestroomproducenten zoals Electrawinds er hun voordeel mee doen. Via een amendement hebben we ook voor transparantie gezorgd, zodat de leveranciers niet meer kosten voor groene stroom kunnen doorrekenen dan ze werkelijk maken.

Dit is een belangrijke tussenstap geweest om te voorkomen dat de kosten verder oplopen, dat investeringen in vergistingsinstallaties stilvallen en dat bestaande installaties, bijvoorbeeld op het vlak van mestverwerking, de deuren moeten sluiten. Maar het is slechts een tussenstap. De globale evaluatie die in 2011 wordt opgestart zal het hele systeem doorlichten. Dat moet de aanleiding zijn om een traject voor de verschillende vormen van energieproductie vast te leggen. Welk groeipad willen we voor biomassa, voor zonnepanelen, voor windmolens? Aan de hand van de mate van realisatie van de doelstellingen kan men dan het steunniveau aanpassen. De steun kan ook aan de marktprijs worden gekoppeld. Want bij stijgende stroomprijzen moeten de installaties minder subsidies krijgen om toch rendabel te blijven. We moeten dus nagaan in hoeverre het steunniveau voor nieuwe installaties niet moet worden gekoppeld aan de kilowattuurprijs.

We zouden ook voor de biomassa-installaties een koppeling kunnen maken met de prijzen van de grondstoffen. Al die onderzoeksvragen moeten aan bod komen in de globale evaluatie. Uiteraard hebben we naast het hertimmeren van het groenestroomsysteem nood aan het verder inzetten op innovatie, om ervoor te zorgen dat hernieuwbare technologie sneller goedkoper wordt.

We hebben ook nood aan een aanpassing van het vergunningenbeleid, dat vandaag vaak de realisatie van windmolens in landelijk gebied in de weg staat. De ene ontwikkelaar krijgt de bouwvergunning, de andere de milieuvergunning en dan rijden ze elkaar in de weg. We moeten naar een ‘permis unique’, zoals in Wallonië. We moeten ook werk maken van provinciale gewestelijke windplannen, die op een proactieve manier aanduiden waar we wel windmolens wensen en waar ze wel landschappelijk inpasbaar zijn zonder de omgeving te hinderen.

We moeten werk maken van de modernisering van onze netten, omdat al die groene stroom ook ter plaatse moet geraken. Dat moet in twee richtingen kunnen verlopen. Vandaag is het net opgebouwd als een watervalsysteem van hoogspanning via middenspanning naar laagspanning. In de toekomst zal dat in verschillende richtingen moeten. Verkavelingen met veel zonne-energie of microwarmtekrachtinstallaties zullen op bepaalde momenten hun stroomproductie stroomopwaarts moeten kunnen sturen. Dat vereist slimme meters en een hele ombouw van onze netten. Voor die kost staan we. We zijn samen overeengekomen in het Pact 2020 dat we het Vlaamse distributienet in die zin zouden aanpassen.

Het subsidiesysteem alleen hertimmeren is uiteraard onvoldoende. Ook op de andere domeinen moet aan de weg worden getimmerd. De einddoelstelling moet zijn om een gezond evenwicht te bereiken. Langs de ene kant moet er een stabiel investeringsklimaat zijn, dat ons op een kostenefficiënte manier in staat stelt om onze doelstellingen te bereiken en dat rechtszekerheid biedt, ook aan investeerders in die markt, en dat eigen bedrijven op de been brengt in de innovatieve sectoren van morgen. Langs de andere kant mogen de kosten voor de consument niet hoger oplopen dan nodig.

Wat die kosten betreft, is er nu heel veel te doen over de aanpassing van de tarieven van Eandis. Voor een gemiddeld gezin in Vlaanderen, dat woont in het werkingsgebied van een gemengde intercommunale, zal dat leiden tot een stijging van 72 euro per jaar. Laat ons alstublieft die 72 euro ook eens in perspectief plaatsen.

De nucleaire sector, de Franse overheid, realiseert met haar boekhoudkundig afgeschreven kerncentrales op onze markt een jaarlijkse winst die schommelt tussen de 800 en de 950 miljoen euro, volgens de berekening van de Nationale Bank, of tussen 1,7 en 2,3 miljard euro, volgens de berekening van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG). Dat kost een gezin in België gemiddeld tussen 300 en 800 euro per jaar. Die winsten worden ook in de tarieven doorgerekend. Wat wij vandaag betalen aan de superwinsten van de Franse monopolist op onze markt is het vijf- tot tienvoudige van de prijsaanpassing die nu gebeurt omwille van de extra kosten voor zonne-energie en de REG-premies.

Het zijn dus niet de panelen van uw buurman die voor een kostenstijging zorgen, het zijn de superwinsten die het buurland hier realiseert die onze hoge stroomfacturen bepalen. Aan die superwinsten heeft onze economie niets. Die verhuizen volledig naar het buitenland, naar Parijs, waar de hoofdzetel van GDF SUEZ is gevestigd. Die panelen van de buurman zorgen er wel voor dat we een stuk onafhankelijker worden van de internationale energiemarkt, dat we schonere lucht kunnen inademen omdat die stroom niet geproduceerd wordt door de verbranding van fossiele brandstoffen, dat er een economische sector op de been is gebracht met duizenden groene jobs en dat de panelen voor iedereen goedkoper zijn geworden.

Laat ons die 72 euro per jaar ook eens afzetten tegen 80 euro per jaar. Dat is het slaapstandverlies van een Belgacomdecoder.

Volgens een recent onderzoek van de het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (OIVO) verliezen we aan de slaapstand en stand-by van onze Belgacomdecoder meer geld per jaar dan wat de aanpassing aan de zonnepanelen en de extra richtpremies ons nu kosten. Laat ons dat allemaal eens in perspectief plaatsen. De 11.575 gezinnen die in de provincie Antwerpen hebben meegedaan met de groepsaankoop hebben gemiddeld op jaarbasis 250 euro bespaard door naar een goedkopere leverancier over te stappen. Dat is drie keer meer besparen dan de extra kost die de netbeheerders nu gaan doorrekenen.

We moeten dus niemand stigmatiseren. We mogen niet verder voeding geven aan een soort afgunstmaatschappij met de ene die het zich niet kan permitteren en die moet betalen voor de andere. Als we in dat straatje verder gaan, dan komen we uit bij diegene die geen kind kan of wil krijgen en toch moet betalen voor het kindergeld van zijn buur. We moeten daar van afstappen. Daar hebben we echt geen belang bij. Dat is ook niet het probleem. Laat ons die eigenaars van zonnepanelen niet verder stigmatiseren. Het voorstel van de heer Decaluwe is goed. We hebben nood aan een soort ‘wiedergutmachung’. Dat kan gebeuren door middel van een barbecue die wordt opgezet door de eigenaars van zonnepanelen. Dat is een zeer goed idee. Het weer was er de laatste weken naar.

Collega’s, dit parlement heeft zijn werk gedaan. We hebben ingegrepen op het juiste moment om een kostenexplosie te vermijden. We zijn er toch in geslaagd om een stabiel investeringsklimaat overeind te houden. Ik hoop dat de Federale Regering hetzelfde zal doen. Ik kom terug op wat ik daarnet heb gezegd: waar blijft de federale overheid met een nieuwe onrendabeletoppenstudie voor de offshore windmolens? De laatste windmolens die nu op de Thorntonbank zullen worden gebouwd, worden vergoed tegen de prijs van de eerste windmolens die werden opgericht, terwijl die heel veel leergeld hebben moeten betalen. Het is niet logisch dat eenzelfde subsidieregime overeind blijft voor de nieuwste windmolenparken in vergelijking met de oudere.

Alle maatschappelijke actoren in de raad van de CREG zeggen dat het afromen van de nucleaire renten moet worden gebruikt om te investeren in offshore windenergie. Dat is niet wat de Federale Regering van plan is. Ten eerste doen ze er alles aan om die nucleaire winsten zo klein mogelijk in te schatten. Blijkbaar wil men de eigen regulator niet meer geloven en moet de Nationale Bank worden ingeschakeld om toch maar op een bedrag te komen dat dichter ligt bij de inschatting van Electrabel zelf. Het tweede punt is wat premier Leterme gisteren in Terzake zegt: “We moeten in functie van het algemeen belang ervoor zorgen dat een billijk deel van de winsten die Electrabel maakt op reeds boekhoudkundig afgeschreven kerncentrales nu in de schatkist terechtkomt.” Het moet dus niet gebruikt worden voor investeringen in nieuwe technologie. Ik denk dat dat een kolossale fout is. Mijnheer Decaluwe, die fade-out van het nucleaire loopt perfect synchroon met de fade-in van de hernieuwbare energie. Je hoeft daar helemaal niet de levensduur van de kerncentrales voor te verlengen. Als je de nucleaire renten afroomt, kun je minstens 500 miljoen euro per jaar ophoesten. Dat kan nu worden geïnvesteerd in de interconnectiekosten en in de kosten van de offshore. Op het moment dat de kerncentrales worden gesloten, is die steun niet meer nodig, dan draaien de windmolens op eigen kracht en kunnen we het zonder verdere steunverlening doen.

Carl Decaluwe

Mijnheer Martens praat veel over de Federale Regering. Men kan daarover veel van mening verschillen. Dat stoort niet: sp.a zit op het federale niveau in de oppositie, dus op dat vlak is er geen probleem. Ik heb gehoord dat er vanmorgen op het kernkabinet een bijzonder positieve vergadering is geweest over deze problematiek. Als ik het goed begrijp zal de Federale Regering binnenkort ten aanzien van de gebruiker een aantal goede initiatieven nemen op dat vlak.

We kunnen ook de discussie voeren waarbij wordt gezegd dat het niet in de algemene begroting moet. Ik vind wat de Federale Regering voorstelt goed, maar we kunnen ons afvragen of de Federale Regering moet blijven investeren in hernieuwbare energie, want dat is mijns inziens nog altijd een gewestbevoegdheid. Als iedereen binnen zijn bevoegdheden doet wat hij moet doen, zou het misschien al een stuk eenvoudiger zijn. Hetzelfde geldt voor het stedelijk beleid, ook daarin investeert de Federale Regering en ook dat is gewestmaterie. Als iedereen op zijn domeinen zou blijven, zou het misschien wel goed zijn.

Ik herhaal, mijnheer Martens, dat, ongeacht of dit in de algemene begroting zit of niet, het uiteindelijk de laatste in de rij is die betaalt, wat er ook gebeurt. Maar goed, dit is een federale discussie, maar ik heb er wel vertrouwen in dat premier Leterme in bijzonder moeilijke omstandigheden, in lopende zaken, dit dossier tot een goed einde brengt. Dat is een vaststelling en dat verdient een pluim.

Bart Martens

Mijnheer Decaluwe, dat is natuurlijk uw beoordeling. De schrijver van het editoriaal in de De Tijd eindigde vandaag zijn commentaarstuk met de zin: “Het is wraakroepend hoe de regering-Leterme er een potje van maakt.” (Rumoer)

Het zijn niet mijn woorden, ik citeer gewoon. (Rumoer)

Carl Decaluwe

We moeten hier dit debat niet voeren, het hoort thuis op het federale niveau, maar als er wordt gezegd dat de Federale Regering en premier Leterme er een potje van maken, moet ik toch reageren. Het is verdorie dankzij de regering in lopende zaken en dankzij de premier dat er nog een vorm van stabiliteit is, ook ten aanzien van de financiële markten! Veel mensen beseffen dat onvoldoende. (Applaus bij CD&V)

In plaats van te leuteren op een aantal vlakken, zou men mee moeten onderhandelen om uit het federale slop te geraken. Het is dankzij premier Leterme dat er geen financiële crisis is in dit land en ook dat mag wel eens gezegd worden! (Applaus bij CD&V)

Bart Martens

Mijnheer Decaluwe, we staan klaar voor dat mee onderhandelen. We zullen dat met veel plezier doen.

Ik wil hier ook constructief eindigen en u de hand reiken. Als we het er hier over eens zijn dat het een goede zaak is om de oude technologie voor de nieuwe te laten betalen om er op die manier voor te zorgen dat de transitie naar een groene-energievoorziening kan plaatsvinden zonder dat de koopkracht voor de gezinnen daar zwaar onder lijdt en zonder dat de concurrentiekracht van onze bedrijven daar zwaar onder lijdt, dan zijn we een objectieve bondgenoot. Laten we daar dan samen werk van maken.

Voorzitter, ik besluit. De tussenstap die nu is gezet, werd op tijd gezet en is de goede tussenstap. Natuurlijk is het groot onderhoud nu pas begonnen. Tegen het eind van dit jaar zal dat moeten leiden tot een globaal hertimmerd kader dat een stabiel investeringsklimaat garandeert, dat de stroomvoorziening sterk vergroent en dat zorgt voor betaalbare prijzen. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer van Rouveroij heeft het woord.

Sas van Rouveroij

Voorzitter, ik heb het woord gevraagd op het einde van de uiteenzetting van de heer Martens, maar niet om te repliceren op zijn uiteenzetting, alhoewel het duidelijk is dat we het niet altijd met elkaar eens zijn. Ik laat eventuele replieken over aan mevrouw Van Volcem, indien zij dat nuttig acht.

Ik wil nog even terugkeren naar iets wat misschien een fait divers lijkt, maar dat het volgens mij, kort na de pauze ten gevolge van het uitvallen van het licht, plotseling helemaal niet meer bleek te zijn. Ik keer terug naar wat de heer Decaluwe in het halfduister, vlak voor het licht uitviel, zei over een investering door Fernand Huts en Katoen Natie. Het was iets waarop de heer Penris reageerde nadat het licht weer scheen. Op dat ogenblik had de heer Martens echter het spreekgestoelte al beklommen en had hij zijn eerste woorden al geformuleerd. U zult zich herinneren dat ik toen mijn hand heb opgestoken, maar dat ik het woord niet kreeg in het kader van uw algemene strategie. Ik wil dus even terugkeren naar dat moment.

Ik stel twee zaken vast. Ik kijk daarbij ook naar de minister, die heel veel ervaring heeft in een lokaal bestuur. In dit parlement en in Vlaanderen hanteert men schijnbaar regels of legt men die op aan lokale besturen terwijl men die zelf niet respecteert. Ik heb al meermaals vastgesteld dat hier soms over personen wordt gesproken, nominatief, en over bedrijven, met naam en toenaam. Ik neem daar akte van. In een gemeenteraad is dat niet toegelaten.

De heer Verfaillie stelde een retorische vraag, terwijl we allemaal goed hadden begrepen wat de heer Decaluwe bedoelde. Hij had het natuurlijk niet over de investeringen die Katoen Natie zich heeft getroost op de Linkerkoever. Het was niet meer of niet minder dan een lage aanval onder de gordel op een collega, meerbepaald mevrouw De Ridder. Wanneer de heer Decaluwe zich permitteert om zoiets te insinueren, dan moet hij consequent zijn. Hij houdt dan een pleidooi voor een beroepsverbond ofwel voor het feit dat wij hier allemaal beroepspolitici zouden zijn. Mevrouw De Ridder heeft een keuze gemaakt. Die keuze heeft ze op lokaal vlak een stukje gesaldeerd. Het is haar goed recht om een consultancyopdracht te aanvaarden voor een bedrijf. Ik zou de collega’s geen eten willen geven die dat hier ook doen. Ik zou dan ook graag hebben dat de heer Decaluwe zich in de toekomst onthoudt van dergelijke insinuaties.

Carl Decaluwe

Ik val echt van mijn stoel. Dit was totaal niet mijn bedoeling. Ik wilde er gewoon op wijzen dat Open Vld bepaalde verwijten maakt over projecten die worden gerealiseerd, terwijl ook Open Vld-mandatarissen in dit parlement tijdens de vorige legislatuur bepaalde stellingen hebben geponeerd. Zo heeft mevrouw Moerman gelobbyd voor de haven van Gent en mevrouw De Ridder samen met de heer Martens voor de haven van Antwerpen. Wanneer men hier dan een bepaalde stelling poneert en beweert tegen te zijn, dan moet men ook consequent zijn. Dat is het enige dat ik wilde zeggen. Wanneer dat overkomt als een laag-bij-de-grondse aanval op mevrouw De Ridder, dan wil ik me daarvoor excuseren. Ik heb mevrouw De Ridder zelfs per sms gefeliciteerd met haar keuze.

Jan Penris

Ik heb de naam van mevrouw De Ridder wel genoemd, niet de heer Decaluwe. Mevrouw De Ridder heeft bepaalde engagementen genomen. Die zijn publiek gemaakt. We mogen daar dan ook publiek over debatteren. In de marge daar een beetje schamper over doen, is een Antwerpse gewoonte. In Gent is men fijner. Wij in Antwerpen zijn wat harder gewoon.

Sas van Rouveroij

Wat dat laatste betreft, kan ik de heer Penris alleen maar bijtreden. Voor het overige ben ik echt blij met het antwoord van de heer Decaluwe. Ik hoop dat ik niet naïef ben.

De voorzitter

Mevrouw Homans heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, ik zal me beperken tot het voorwerp van wat hier ter stemming voorligt, namelijk het ontwerp van decreet. Het zou misschien nuttig zijn om een extra plenaire vergadering of commissievergadering te organiseren zodat een debat kan worden gevoerd over algemene tendensen en evoluties in de energiesector. Het gaat hier over alles behalve heel concreet over het ontwerp van decreet en de voorliggende amendementen.

Het ondersteunen van hernieuwbare energie vinden we een goed idee. Onze partij vindt dat absoluut nodig, maar het moet betaalbaar blijven en het moet vooral met een realistische visie zijn.

Minister, ik geloof dat de Vlaamse Regering, maar ook het Vlaams Parlement, een gebrek heeft aan een totaalvisie over energie, over waar we naartoe gaan en wat de meest realistische energiemix is. Onverkort pleiten, tegen 2040 of 2050, afhankelijk wan wie het doet, voor honderd procent hernieuwbare energie, en tegelijk pleiten voor een zo snel mogelijke uitstap van kernenergie, vind ik totaal onrealistisch zonder een totaalvisie. Ik vraag me af hoe we onze energie zullen kunnen blijven betalen.

Iedereen is het erover eens dat energie een basisbehoefte is. Iedereen staat hier te fulmineren tegen het feit dat de energiefactuur te hoog is. Zoveel mogelijk hernieuwbare energie – 100 procent als het even kan – en tegelijk de kerncentrales sluiten: ik vraag me af hoe we energie in de toekomst betaalbaar kunnen blijven houden.

Minister, Europa heeft ons bepaalde doelstellingen opgelegd. Tegen 2020 moeten we 13 procent hernieuwbare energie hebben. Daarvoor zijn we altijd een loyale partner geweest en dat willen we ook zijn. Maar ik pleit toch voor het ontwikkelen van een totaalvisie over hernieuwbare energie en een energiemix.

De oversubsidiëring, vooral in de sector van de PV-installaties (Photo-Voltaic), was absoluut een feit. Minister, u hebt dat ook snel ingezien en u was niet te beroerd om dat toe te geven. Dat siert u. U zegt dat u fout was en dat u hebt ingegrepen. Dat het tijd heeft gekost, is normaal. Als u kwaliteit wilt afleveren, dan moet u daar de tijd voor nemen.

Ik wil graag weten in welke technologie we in het kader van de hernieuwbare energie wel moeten investeren. Het is gemakkelijk om te zeggen dat we PV niet meer moeten subsidiëren omdat het achterhaald is. Ik ben het daarmee eens, versta me niet verkeerd. Ik hoor dat biomassa niet zo’n goed idee is, windmolens dan weer wel. Welke technologieën verkiest deze voltallige Vlaamse Regering en wat is haar visie daarop? Misschien hoort dit thuis in het debat dat we moeten hebben.

De eigenaars die nu zonnepanelen hebben en het risico, dat toen nog bestond, hebben genomen om te investeren in zonnepanelen, worden nu met alle zonden van Israël overladen, terwijl het eigenlijk de overheid is geweest. Wie in de overheid zetelt, interesseert me niet. Het is altijd een collectieve verantwoordelijkheid van de regering en van dit parlement. Welke minister van welke kleur nu net bevoegd was, doet er niet toe. Die mensen hebben een risico genomen en hebben de aanzet gegeven tot de 13 procent die we tegen 2020 moeten halen. We moeten hen niet scheef bekijken en hen de schuld geven voor de hoge elektriciteitsfactuur. Minister, ik zeg niet dat u dat doet.

Naast het aanpakken van de oversubsidiëring, hebben we geprobeerd nog andere zaken recht te zetten met dit ontwerp van decreet, vooral met de amendementen vanuit het parlement. Ik wil nog even stilstaan bij de transparantie. Dat is een heel belangrijk amendement. Bepaalde leveranciers rekenen bepaalde kosten door – omdat het systeem het toelaat, geven ze toe – die ze zelf niet moeten betalen in het kader van hun groenestroomverplichtingen. Dat kan absoluut niet door de beugel. Het zijn altijd de eindconsumenten, bedrijven en particulieren, die daarvoor moeten opdraaien, en dat kan niet de bedoeling zijn.

Met een amendement op dit ontwerp van decreet komt er meer transparantie. De leveranciers zullen verplicht worden bepaalde cijfers door te geven aan de VREG, en die gaat die publiceren op een webstek die iedereen kan consulteren. Bovendien heeft de minister zich in de regering geëngageerd om aan de VREG een meer doorgedreven systeem van transparantie te bedenken. Ik hoop dat dit binnen een jaar uitwerking kan krijgen.

Het principe van de eindigheid is ook heel belangrijk. Iemand met een PV-installatie krijgt een minimumsteun onder de vorm van groenestroomcertificaten, momenteel voor een periode van 20 jaar. Vanaf 2015 wordt dat 15 jaar. Maar nadien krijgt men nog altijd certificaten die men kan verhandelen op de markt. Eigenlijk is het een subsidie voor het leven of voor het leven van de installatie. Dat is ook een oversubsidiëring. Het verhandelen van de certificaten op de markt wordt ook doorverrekend in de eindfactuur. Niet enkel de subsidie maar ook dit systeem moet worden aangepakt.

Er komt dus een eindigheid van de certificaten. Bovendien heeft de minister zich ook geëngageerd om te onderzoeken of dit systeem ook realistisch zou zijn voor energie uit wind en biomassa.

Minister, ik herhaal mijn pleidooi voor het kunnen voeren van een doorgedreven debat. Ik vind dit een zeer nuttig decreet. Het is alvast een stap in de goede richting. Het moest er komen. U hebt uw verantwoordelijkheid genomen. Ik blijf wel ongeduldig uitkijken naar de grondige evaluatie die aangekondigd is voor het eind van het jaar.

U hebt tijdens de paasvakantie een aantal uitspraken gedaan die veel verder gaan dan dit ontwerp van decreet. Ik denk dus dat we een aantal dingen nog wel moeten onderzoeken, maar ik denk dat we wel wat overeenkomsten kunnen vinden.

Minister, ik zou toch willen pleiten om samen met de Vlaamse Regering een totaalvisie te ontwikkelen voor energie, hernieuwbare energie, betaalbare energie en een nuttige energiemix. Ik val in herhaling, maar ik hoor hier collega’s pleiten om zoveel mogelijk hernieuwbare energie – geen 30 procent, maar 100 procent in 2040 – te produceren en tegelijkertijd de kerncentrales te sluiten. Ik vraag me dan af hoe wij in de toekomst onze energiefactuur nog zullen kunnen betalen. (Applaus bij CD&V en de N-VA)

De voorzitter

De heer Reekmans heeft het woord.

Peter Reekmans

Voorzitter, minister, collega’s, ik zal proberen het debat op een creatieve manier levendig te houden. We hebben al heel veel gehoord en ook al vaak hetzelfde gehoord.

Minister, ik heb de indruk dat ik in vele commissiebesprekingen waar ik niet bij was, eigenlijk niets gemist heb, want het echte nieuws gaf u enkele dagen na de bespreking in dit parlement vooral in de media. Twee jaar lang hebben mijn partij en ikzelf u verteld dat de oversubsidiëring van de zonnepanelen tot een probleem zou leiden. Na twee jaar ziet u effectief het licht. U zegt dat niet zonnepanelen de toekomst zijn, maar wel windenergie. U wilt volgens uw nieuw plan maar liefst 300 windmolens realiseren. U gaat opnieuw plannen realiseren vooraleer de regelgeving op punt staat. Het Vlaams windmolenbeleid heeft ertoe geleid dat we er de voorbije periode amper hebben gezet. Goed bestuur zou zijn dat de regelgeving in orde is zodat de windmolens mogelijk zijn. Vorig jaar werden er amper 10 geplaatst. Minister, ik heb daar maar één woord voor: dit is je reinste aankondigingspolitiek, de zoveelste keer al.

De collega van N-VA liet daarnet ook verstaan dat ze twijfelt of windmolens wel een goede oplossing zijn. Een regeringspartij zit dus niet op dezelfde lijn als de minister van Energie. Dan stel ik mij de vraag waar dit beleid naartoe gaat.

Concreet, wat die windmolens betreft, was u misschien beter eerst met een degelijk beleid naar het parlement gekomen, voor u weer eens een plan lanceerde dat met haken en ogen aaneenhangt. U hebt de vragen van het parlement geantwoord dat u voorstander bent van zoekzones. Dat zijn plaatsen waar windmolens kunnen komen. U ging ermee akkoord om de afstandsregels te gaan onderzoeken. In Vlaanderen hebben veel mensen moeite met die windmolens omdat ze te dicht bij woningen of bebouwde gebieden komen. Volgens de huidige regelgeving kan er een windmolen komen op 150 à 250 meter afstand van een woning. Ten opzichte van een natuurgebied is dat 900 meter. Ik concludeer daaruit dat de kikker en de pad in Vlaanderen beter beschermd zijn dan de Vlaming op het vlak van windmolens. Ik heb u de suggestie gedaan in de commissie om eens te gaan kijken naar Nederland. Daar gelden afstandsregels die viermaal de hoogte van de windmolen bedragen. Daar is er weinig of geen protest van de omwonenden.

De windmolens passen het best in havens, industriegebieden en langs de autosnelweg. De windmolens in de haven van Antwerpen leggen een ware calvarietocht af. Ik vraag me af wanneer u die driehonderd windmolens gaat plaatsen. U hebt dat plan aangekondigd. Wanneer gaat u dat uitvoeren? Tegen 2020? 2030? 2050? Dat zou ik graag vernemen.

Wij zijn uw plannen voor windmolens wel genegen, minister. Maar nogmaals, het is weer een mooi voorbeeld van uw politiek van ideetjes lanceren zonder degelijk plan. Daarom heb ik de suggestie gedaan in de commissie om eerst werk te maken van de voorwaarden tot plaatsing van windmolens. Ik weet niet waar u zich op baseert voor dat cijfer van driehonderd. Hebt u dat berekend? Op basis waarvan? Hebt u rekening gehouden met de huidige problematiek? Hebt u in uw geest de nieuwe wetgeving al gerealiseerd zonder dat wij daar weet van hebben? Dat zou ik graag van u vernemen.

Ik snap wel dat u een bocht moest nemen. U en uw partij hebben een bocht moeten nemen om u tegen te zeggen. U moest eigenlijk het beleid van acht jaar lang, gelanceerd door uw grote leider van toen, Steve Stevaert, omkeren. U moest toegeven dat dat beleid niet was wat u ervan verwachtte. U moest toegeven dat de oversubsidiëring te veel kostte aan de modale burger. De kleine man is toch nog steeds iets waar sp.a zich voor wil inzetten, hoop ik voor u. Toen moest u natuurlijk iets anders weten te vertellen. U vertelde dat er na acht jaar sleet zat op het beleid van de zonnepanelen. U wou het eens herbekijken. Het werkte niet meer goed. U vond een oplossing: windmolens. Driehonderd stuks.

U hebt het wel over vernieuwbare energie en zonnepanelen. Maar, zegt u in datzelfde interview, eigenlijk kunnen de mensen het beste gaan isoleren. Daar ben ik het mee eens, minister. U hebt zwaar geïnvesteerd in dakisolatie, u bent er zelfs mee gaan plaatsen, heb ik gezien op foto’s. Op dat gebied hebt u uw best gedaan, dat durf ik zeggen. Als het goed is, zeggen we dat ook.

Maar u hebt iets niet gedaan en daar heb ik u pas nog vragen over gesteld. Het is een heel technische kwestie, dat realiseer ik me. Ik heb u vier, vijf weken geleden gewaarschuwd dat we gaan isoleren met twee snelheden. Binnen enkele jaren willen we nieuwbouwwoningen met een E-peil 40, aan de andere kant hebben we vandaag de renovatie. Minister, ik heb u toen ondervraagd over de premies, de subsidiëring via buitenschrijnwerk. Om dat E-peil 40 te halen, moeten we over enkele jaren naar een Uw-waarde gaan voor buitenschrijnwerk van 1,1 tot 1,2. De Uw-waarde is de totale isolatiewaarde van zowel het raamkaderwerk als het glas. Het raamkaderwerk is de Uf-waarde en het glas is de Ug-waarde. Om dit te kunnen toelichten moet ik even wat technische uitleg geven.

Anderzijds zeggen we voor de nieuwbouwwoningen dat we naar een Uw-waarde 1,2-1,1 gaan, dat is E-peil 40. Ik weet dat het gedeeltelijk federale materie is, maar ook in Vlaanderen subsidiëren wij vandaag via fiscaal voordeel effectief Uw-waarden van 2 en lager. Ter vergelijking: in Frankrijk is dat vandaag al 1,4. Dit telt alleen voor renovatie. Minister, wij zijn vandaag dus nog aan het renoveren in buitenschrijnwerk met Uw-waarden lager dan 2. Wij gaan binnen enkele jaren van de nieuwbouwers 1,1-1,2 eisen. Deze nieuwe technologieën kosten heel veel geld. We gaan dus binnenkort krijgen dat nieuwbouw alleen nog mogelijk zal zijn voor mensen die heel veel geld hebben en dat renovatie zal zijn voor degenen die minder geld hebben. Door het feit dat we die Uw-waarden niet aanpakken en doen zakken – want ook dit is al acht jaar ongewijzigd – zullen we een isolatie van woningen in twee snelheden krijgen. Minister, ik heb u dat enkele weken geleden ook verteld. Ik was aangenaam verrast toen u in dat interview zei dat we vooral moeten inzetten op isoleren. Ik hoop dat u daar effectief werk van zult maken.

Ik maakte ook volgende opmerking. Vandaag bieden Eandis en Infrax premies aan als je enkel je glas vervangt met een Ug-waarde 1,3 en lager. Minister, ik heb toen gezegd dat Ug 1,3 al twee jaar niet meer bestaat. We geven dus premies voor beglazing die al twee jaar niet meer bestaat. Misschien kunt u dat na acht jaar ook eens up-to-date maken. Ik zit in de sector, daarom ken ik er iets van en wil ik er iets technischer op doorgaan. Een technisch debat is toch wel belangrijk als we het hebben over isolatie.

Er is het verhaal over het E-peil en de isolatie van de Ug. Toen ik in de commissie zei dat enkel glas vervangen geen nut heeft, zei u: ik ga de mensen die enkel glas willen vervangen en nog goede raamkaders hebben, niet verplichten om effectief alles te vervangen. Minister, de Europese gelijkmaking van de Uw-waarden bepaalt heel duidelijk dat enkel glas met een slechte kaderwaarde, leidt tot een slechte Uw-waarde. Vandaag mensen premies geven voor enkel glas in slecht isolerende kaders heeft geen enkel nut. Ik hoop dat u daar dringend ingrijpt en een lijn trekt. Ik zeg dit omwille van het feit dat als effectief de Uw-waarden zakken voor zowel renovatie als nieuwbouw, het betaalbaar zal worden voor iedereen. Vandaag zijn enkel de nieuwe technologieën van toepassing voor nieuwbouw en niet voor renovatie.

Mijnheer Reekmans, u hebt dat pleidooi ook gehouden in de commissie. De eerlijkheid gebiedt me om te zeggen dat het net die commissievergadering was waar u wel aanwezig was. Dit heeft totaal geen uitstaans met het ontwerp van decreet dat nu voorligt. U mag hier natuurlijk zeggen wat u wilt, als het maar over energie gaat. U hebt ook gezegd dat bij bepaalde zaken verschillende overheden bevoegd zijn voor energie. De federale en de Vlaamse overheid zijn niet op elkaar afgestemd. U had evengoed uw collega op het federale niveau kunnen vragen een initiatief te nemen om de twee bevoegdheidsdomeinen een beetje meer op elkaar af te stemmen. Ik heb dat gedaan, mijnheer Reekmans. Ik denk dus dat u beter stopt met dit pleidooi en overgaat tot de orde van de dag, en dat is namelijk het ontwerp van decreet dat nu voorligt, met de groenestroomcertificaten. Als u dat niet kunt, moet u in het vervolg naar de commissievergaderingen komen.

Peter Reekmans

Mevrouw Homans, ik was zelfs niet van plan het woord te nemen vandaag. Op het einde van mijn betoog zult u horen wat mijn mening over het ontwerp van decreet is. Als ik het daarover moet hebben, ben ik op twee minuten uitgepraat.

Ik wil het hebben over de totaliteit. U bent een trouw lid, dat elke keer naar de commissievergaderingen gaat. Ik ben eerder een spijbelaar, ik ben niet te benauwd om dat toe te geven, maar ik lees mijn dossiers wel. U mag met mij in debat gaan. Ik heb geen enkel probleem om met u ten gronde in debat te gaan. U moet het toch heel frustrerend vinden dat eens het debat was gevoerd in de commissie, plots in de media totaal nieuwe verhaaltjes verschijnen. U hebt net hier nog verteld dat u niet overtuigd bent van het windmolenplan van de minister. Misschien moeten de meerderheidsfracties dat eens bespreken voor het in de plenaire vergadering komt. Bon.

Minister, ik wil het concreet over de isolatie hebben. U hebt die idee zelf in de media en niet in de commissie gelanceerd. Ik had dat in de commissie zelfs niet kunnen ontdekken. Normaal gezien, wordt de beste leerling van de klas beloond. Ik hoop dat u dit op het vlak van isolatie ook zult doen.

Mijnheer Decaluwe, u hebt daarnet iets gezegd dat me is bijgebleven. Het is zelfs een van de elementen die me ertoe hebben gebracht toch mee het debat te voeren. U bent niet bang om heilige huisjes aan te pakken. Ik ben blij dat een lid van CD&V eindelijk die woorden heeft gebruikt. Ik hoop dat u hiermee de intercommunales bedoelde. U hebt immers niet gezegd om welke heilige huisjes het gaat.

Carl Decaluwe

Mijnheer Reekmans, u hebt niet goed geluisterd. Ik heb zelf het voorbeeld van 100 kilowattuur gegeven. We kunnen met dat bedrag van 19 miljoen euro heel wat doen op het vlak van isolatie. We zullen dat debat nog ten gronde voeren. Dat is een van die heilige huisjes.

Peter Reekmans

Ik hoop nog steeds dat die verwijzing naar heilige huisjes ook op de intercommunales slaat. Ik wil de meerderheid nog een zoveelste tip geven. De meerderheid zou beter de gepolitiseerde intercommunales, waarvan de distributiekosten verantwoordelijk zijn voor 30 procent van de factuur van de consument, eindelijk eens aanpakken.

Ik lees allerlei zaken in de krant. Sommige partijen promoten nu een verlaging van het btw-tarief. Ik geef hier een voorbeeld van een manier waarop de overheid de energiefactuur effectief kan laten zakken. Vlaanderen is hier effectief voor bevoegd. Ik heb twee jaar geleden, toen ik pas in het Vlaams Parlement zetelde, de ongelijkheid van de tarieven van die intercommunales op het vlak van energiedistributie in kaart gebracht. Er is me toen verteld dat het om historische redenen zo was gegroeid.

Ik heb toen samen met Groen! een voorstel van resolutie ingediend om tenminste elk stopcontact in Vlaanderen gelijk te maken. Dat is pas sociaal. Ik pretendeer niet dat ik de socialisten moet leren wat socialisme is of wat sociaal is. Iedereen hetzelfde laten betalen voor een basisnutsvoorziening lijkt me echter sociaal. Dit voorstel van resolutie is door de meerderheid weggestemd. Ondertussen is effectief nog niets gebeurd.

Er is een reden waarom ik dit punt opnieuw ter sprake breng. Kort nadat dit ontwerp van decreet in de commissie is behandeld, heb ik, opnieuw via de media, vernomen dat Eandis een stijging van de facturen met 6 euro per maand moet doorvoeren om alles te kunnen betalen. Het is blijkbaar allemaal de fout van de zonnepanelen. Iets later heeft de heer Stevaert, de voorzitter van Infrax, laten weten dat de stijging daar slechts 3 euro zou bedragen.

De mensen in de straat die dit nieuws te horen kregen, waren verbolgen. Het was echter handig gespeeld. De schuld werd volledig op de zonnepanelen gestoken. We hoeven het echter niet op de zonnepanelen te steken: we moeten het steken op de architecten van de oversubsidiëring van de zonnepanelen. Alleen zijn dit toevallig de bazen van de intercommunales die nu de prijzen laten stijgen. Ik vind dit gewoonweg gortig. De mensen die ervoor verantwoordelijk zijn dat de facturen uit de hand lopen, kondigen nu plots aan dat de facturen opnieuw zullen stijgen.

Daarop verklaart een minister van diezelfde partij dat er acht jaar geleden een andere visie heerste. Het is nu nodig een ander beleid te voeren. Enkele dagen later moet ik echter, opnieuw via de media en niet in de commissie, vernemen dat het tarief van Eandis niet met 6 euro zal stijgen. Dit is in feite een zaak die in de commissie aan bod zou moeten komen. De prijsstijging zal van streek tot streek variëren. Daar waar veel zonnepanelen liggen, zal meer moeten worden betaald. Dat was aanvankelijk ook niet aangekondigd.

Het is afhankelijk van de streek. Ik heb de moeite gedaan om de effectieve stijging van de facturen van de onderdelen van de Eandis-groep naast hun respectieve prijsniveaus te leggen. De resultaten zijn opmerkelijk. De stijging is het grootst op die plaatsen waar het nu al het duurst is. De stijging is het kleinst waar het nu al het goedkoopst is. Eandis rekent gradueel stijgingen door. Zo blijft de goedkoopste de goedkoopste en de duurste de duurste.

Toeval? Ik weet het niet, maar ik vind het toch allemaal heel bizar dat nog niemand in het parlement heeft bekeken waarop Eandis zich baseert. Ik zou de daadwerkelijke cijfers over de zonnepanelen wel eens willen zien in de commissie, de cijfers waarop ze zich baseren om de prijsstijging door te rekenen waar de meeste zonnepanelen liggen. Toevallig is de stijging het grootste waar het al het duurst was. Mijnheer Decaluwe, ik vind dat zeer bizar.

Het nu voorliggende ontwerp van decreet is natuurlijk louter een reeks ad-hocmaatregelen die er nu snel moeten worden doorgedrukt, om financiële redenen. Zal dit een beter, een meer optimaal, een coherenter energiebeleid tot resultaat hebben? Neen. Deze Vlaamse meerderheid, deze Vlaamse Regering heeft immers geen samenhangende visie op het energiebeleid. Ze heeft er geen op de traditionele energiebronnen, en geen op de vormen van hernieuwbare energie. Minister, geachte leden, we hebben vandaag meer dan ooit nood aan een consistente totaalvisie op een zo cruciale sector als die van de energie. Laten we hopen dat straks dat licht eindelijk toch eens in dit halfrond zal schijnen, dat we hier weldra kunnen debatteren over de fundamentele vraagstukken van het energiebeleid en niet langer worden verblind door non-discussies over zonnepanelen of zand in de ogen gestrooid krijgen, opgestoven door windmolens. Daarom zal de LDD-fractie zich expliciet onthouden. (Applaus bij LDD)

De voorzitter

De heer Sanctorum heeft het woord.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Voorzitter, geachte leden, minister, ik zal uiteraard niet in herhaling vallen. Op mijn beurt wil ik natuurlijk de heer Wienen, die blijkbaar niet meer aanwezig is, bedanken voor het uitgebreide verslag. Hij heeft de kritiek die ik in de commissie heb geuit op dit ontwerp van decreet, heel mooi samengevat.

Er valt natuurlijk wel wat inhoudelijke kritiek te geven op dit ontwerp, maar ik wil toch ook even mijn ei kwijt over de procedure. Het is daarnet al even kort aangehaald: eigenlijk is dit begonnen als een amendement op het programmadecreet. Terecht heeft de voorzitter van dit parlement dit, omwille van die technische reden, uit de commissiebespreking gehaald, met de boodschap dat dit een volwaardig ontwerp van decreet moest zijn. Uiteindelijk was het een ontwerp van decreet, maar bleek dat er geen advies van de SERV en de Minaraad was bijgevoegd. Uiteindelijk en bij wijze van spreken na de discussie in de commissie Energie kwamen er dan ook nog eens zes amendementen van de meerderheid, die toch vrij fundamenteel ingrepen op het ontwerp van decreet. Minister, collega’s, eerlijk gezegd, ik vind dit geen goed decreetgevend werk. Ik vind dit echt geen goede manier van werken. Dat wat de procedure betreft.

Carl Decaluwe

Dit verbaast me wat. Ik vind dat nu net wél goed parlementair werk. We hebben bij wijze van spreken Jan en alleman uitgenodigd op de hoorzittingen. We hebben daar een aantal dingen uit geleerd en aanpassingen gedaan. Ik begrijp dat de oppositie dat misschien wat lastig vond op het ogenblik zelf, maar ik vind dat werkelijk een voorbeeld van goed parlementair werk: hoorzittingen, aanpassingen aanbrengen en goedkeuren. Dat is althans mijn overtuiging. Het verbaast me wat dat Groen! vindt dat we niet veel meer mogen veranderen als iets is ingediend.

Mijnheer Sanctorum, u hebt alle recht om opmerkingen te maken over de procedure, maar zelf hebt u en heeft Groen! toch ook talrijke amendementen ingediend.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Dat lijkt me vrij logisch voor een oppositiepartij. Tenzij u niet wordt uitgenodigd op de kabinetten.

De heer Sanctorum verwijt ons wat hij zelf doet, namelijk amendementen indienen tijdens de commissievergadering.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Dat was ik inderdaad nog vergeten in mijn kritiek op de procedure: de amendementen vanuit de meerderheid werden tijdens de bespreking uitgedeeld. (Opmerkingen)

Ik vind dat geen normale manier van werken. Ik heb zelfs op voorhand in de commissie gevraagd om ze op voorhand rond te delen. Ik zou dat van mijn kant ook gedaan hebben, maar blijkbaar is dat niet gebeurd. Dan moeten de leden van de oppositie die op het laatste moment nog doornemen en dan nog beslissen hoe ze gaan stemmen. Ik vind dat eerlijk gezegd geen manier van werken.

Mijnheer Decaluwe, het is inderdaad heel goed werk van een parlementslid als hij of zij op basis van de hoorzittingen een aantal amendementen indient. Maar de link tussen wat in de hoorzittingen werd gezegd en uiteindelijk in de amendementen werd gegoten, was ook niet altijd even duidelijk. Ik heb die kritiek ook geuit. Bijvoorbeeld: geen groenestroomcertificaten meer na twintig jaar voor zonne-energie. Ik wil daar gerust over discussiëren, maar dat is nauwelijks aan bod gekomen tijdens de hoorzittingen. Er was wellicht nog wat discussie tussen de meerderheidspartijen, en dan verschijnt plots dat amendement, maar het heeft weinig te maken met de hoorzittingen. Ik zou hetzelfde kunnen zeggen over het feit dat de grens tussen de kleinere zonne-installaties en de grote zonneparken daalde van 1 megawatt naar 250 kilowatt.

Bart Martens

Die laatste opmerking van de heer Sanctorum verwondert mij toch. Elk amendement vloeit mijns inziens voort uit wat in de hoorzittingen door een aantal actoren is gevraagd. De beperktheid in de duur van de certificaten is onder meer gevraagd door Essenscia, Voka en UNIZO. De extra steun die we hebben gegeven voor de vergisters, is gevraagd door de Organisatie Duurzame Energie Vlaanderen en biogasvertegenwoordigers. Het sterker degressief maken van de steun voor zonnepanelen in functie van het geïnstalleerde vermogen is ook door zeer veel actoren gevraagd. Er is dus wel degelijk een inhoudelijke link tussen elk van onze amendementen en wat verschillende actoren in de hoorzittingen hebben opgebracht.

De transparantie en het doorrekenen van de kosten is iets wat de VREG had opgemerkt. André Pictoel zei dat zij de indruk hadden dat een aantal leveranciers meer kosten doorrekenen dan ze reëel maken voor de aankoop van stroomcertificaten. Elk van de amendementen die wij hebben ingediend, vindt zijn oorsprong in standpunten die actoren tijdens de hoorzittingen hebben aangebracht.

Voorzitter, collega’s, ik heb het geluk om mijn werk te kunnen doen met een commissie van parlementsleden die over het thema energie – en ook over wonen, trouwens – verschrikkelijk veel weten. Dat gaat over mensen uit zowel meerderheid als oppositie. Ik vind de meerwaarde van de voorstellen die die parlementsleden doen, groot. Ik ben het natuurlijk vaker eens met voorstellen die uit de meerderheid komen dan met voorstellen die uit de oppositie komen, al is dat niet noodzakelijk altijd zo.

Ik vind het ook een grote meerwaarde dat parlementsleden uit de meerderheid zelf ook voorstellen kunnen doen om decretaal werk van een regering te verbeteren. Het zou jammer zijn, mochten al die mensen met al hun kennis over en visie op die zaken dat werk niet meer mogen verrichten, simpelweg omdat ze als lid van de meerderheid misschien ook vroeger de kans krijgen om in dialoog te gaan met mij bijvoorbeeld. Ik vind het jammer dat u dat zo ziet.

Het parlement moet zijn werk kunnen doen. Elk van de parlementsleden heeft daar een rol in te spelen, ook als die parlementsleden uit de meerderheid komen. Ik vind zelfs dat die op een gezonde manier kritisch kunnen kijken naar het werk van een regering.

Veerle Heeren

Mijnheer Sanctorum, ik begrijp eigenlijk niet wat u nu wilt zeggen. Dat er een afbouw is na twintig jaar, is toch de evidentie zelf? En dat we daarop anticiperen via amendementen, vind ik ook de evidentie zelf. Ik hoop inderdaad dat de zonnepanelen – en morgen mogen dat voor mijn part de windmolens zijn – zo goedkoop gaan worden in een bouwproces dat je dat mee opneemt. Het is een beetje zoals met het hoogrendementsdubbelglas. Tien jaar geleden kostte je dat nog 100.000 frank extra, vandaag is dat standaard.

En ik hoop inderdaad – ik heb mij dat gisteren laten vertellen door onze fractie – dat de plastieken zonnepanelen binnenkort waarschijnlijk ook leverbaar zullen zijn. Dat is dan toch een positief verhaal en dan moet de overheid dat verder toch niet meer subsidiëren? Of heb ik uw betoog verkeerd begrepen?

Jan Penris

Voorzitter, ik moet mij volgens de procedure ook tegenover u verantwoorden.

We hebben meerderheid en oppositie telkens op hun wenken kunnen bedienen. U had gelijk toen u vaststelde dat een advies van de SERV en van de Minaraad ontbrak in dit belangrijk document. We hebben ervoor gezorgd dat die stukken er waren en dat die ook werden besproken. We hebben dan, op vraag van meerderheid en oppositie, verschillende belangengroepen kunnen horen. We mogen het de meerderheid niet kwalijk nemen dat ze daar inspiratie uit heeft kunnen putten. Wat we hun wel kwalijk kunnen nemen, is dat het kort dag was. Daar volg ik u wel in, en dat heb ik in de zitting ook geventileerd.

We zijn wat verrast door de amendementen van de meerderheid. Maar goed, het reglement staat toe dat de meerderheid in extensie, op het allerlaatste moment, haar amendementen indient, verdedigt en ter stemming voorlegt. Ik had het liever anders gezien, we hadden een dag extra kunnen uittrekken. Ik heb gemerkt dat u op een gegeven de draad kwijt was, zoals ook sommige leden van de meerderheid.

Misschien hadden we het wat meer kunnen laten bezinken, maar reglementair was er niets fout. Ik begrijp uw bekommernis, maar u mag van mij, als voorzitter, aannemen dat ik aan uw bekommernissen als oppositielid ruimschoots tegemoet ben gekomen. Ik hoop dat u dat weet te waarderen.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Waarvoor dank.

Ik wil niet te veel toespitsen op het procedurele. Het was toch opvallend dat het advies van de SERV en de Minaraad ontbrak en dat dat als amendement van de meerderheid werd verstopt in het programmadecreet. Je kunt je daar vragen bij stellen.

Natuurlijk mag de meerderheid amendementen indienen. Maar er rijst wel een probleem als een amendement op het programmadecreet voorligt, dat eigenlijk de inhoud is van een ontwerp van decreet, dat fundamentele zaken wijzigt in het beleid rond hernieuwbare energie, en de sector er onvoldoende bij betrokken is, hoewel er een aantal zaken voorliggen die ingrijpend zijn. Nadien wordt dat opnieuw aangepast als het een ontwerp van decreet is en nadien wordt het nogmaals gewijzigd via een amendement. Dit alles op een paar maanden tijd. Ik kan u verzekeren dat de sector van de zonnepanelen het echt niet meer weet en heel veel kritiek heeft op dit parlement en de minister van Energie. Ik denk dat die kritiek terecht is. Er veranderen namelijk heel de tijd zaken en het is niet altijd even duidelijk waar dit vandaan komt. Hiermee eindig ik mijn kritiek op het procedurele.

Ik zou graag nog willen reageren op een aantal zaken die werden gezegd. Mijnheer Decaluwe, ik was het opvallend eens met wat u zei. Dat mag ook eens worden gezegd. Ik deel de bekommernis van de meeste parlementsleden over het actieplan Wind. Zowel in de commissie voor Energie als de commissie voor Ruimtelijke Ordening wordt er zeer veel gediscussieerd over windenergie. Dat zijn steeds dezelfde discussies en dezelfde argumentatie. In de praktijk gebeurt of verandert er echter zeer weinig. De heer Martens verwees terecht naar het systeem van de permis unique. We horen nu al zo lang over dat verhaal, maar toch bestaat het in Vlaanderen nog steeds niet.

Ik ben het ook eens met het verfijnen van het ondersteuningsbeleid voor zon. Ook in het Waals systeem bestaat dat. In het ontwerp van decreet is er toch al die limiet van 250 kilowatt. Wat mij betreft, mag dat nog verder worden verfijnd, zoals dat in Wallonië het geval is. De federale fiscale stimuli voor zon moeten natuurlijk in rekening worden gebracht als wij ons beleid op Vlaams niveau evalueren. Dat gebeurt ook. Die fiscale studies worden mee opgenomen in die onrendabeletoppenstudies van de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO).

Maar ik wil wel waarschuwen voor de houding waarbij men zich tegen elk ondersteuningsbeleid voor zon keert. Gemeenten en provincies schaffen hun premies af. Op het federale niveau woedt wellicht de discussie of de belastingvermindering met 40 percent nog houdbaar is. Ook wij grijpen in. Ik vrees dat dit alles ertoe leidt dat zon uiteindelijk niet meer interessant zal zijn.

Er is gesproken over het afwijzen van heilige huisjes. Wel, gemeenten zijn aandeelhouder van Electrabel. De heer Louis Tobback zei het ook: waarom moeten de gemeenten aandeelhouder van Eandis zijn? Waarom zou men daar geen Vlaams vehikel van maken? Op dat punt ben ik het met hem eens. Sommigen zullen het met mij niet eens zijn, maar ik vind dat Eandis een verantwoordelijkheid heeft voor het feit dat zonne-energie zo onder vuur ligt. Infrax deed dat niet. Ik weet ook wel dat Infrax het tarievenplan later heeft ingediend en de zaken beter heeft kunnen inschatten. Maar Eandis heeft systematisch de boodschap verspreid dat zonnepanelen eigenlijk onbetaalbaar zijn. Eandis moest dat niet doen. Eandis moest met de kritiek de consument niet lastigvallen maar daarmee naar de raad van bestuur of de bevoegde minister stappen.

Carl Decaluwe

De waarheid heeft haar rechten. Bepaalde politieke partijen hebben Eandis systematisch aangevallen. Eandis reageerde daarop met perscommuniqués waarin de situatie correct werd uitgelegd. Het is dus niet zo dat Eandis een beleid voerde om de installatie van zonnepanelen te ontmoedigen. Eandis heeft gewoon uitgelegd wat de impact van bepaalde maatregelen op de distributienettarieven zou zijn. De raad van bestuur van Eandis heeft trouwens een voortreffelijke nota verspreid. Iedereen zou die eens moeten lezen. Het is niet correct om Eandis en de aandeelhouders de zwartepiet toe te spelen. U weet dat Infrax langer heeft gewacht, wellicht uit tactische overwegingen, om uiteindelijk een meerjarentarievenafspraak te kunnen maken. Dat gaf Infrax tijd om de situatie beter te beoordelen. Eandis had ook niets kunnen doen, en binnen twee jaar de tarieven plots en massaal optrekken. Ik denk dus dat men het correct heeft aangepakt.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

De politieke wereld zit in Eandis, en dat is toch een belangrijke nuance. Ik heb de cijfers van Eandis samen met een energie-expert bekeken. Daaruit leren we dat de prognoses van de capaciteit en productie voor zonne-energie voor 2011 en 2012 zwaar zijn onderschat. Eandis kan daar niets aan doen. Eandis gaat voor het tarievenplan uit van een verschil van 1 megawatt voor zonne-energie. Via een amendement van de meerderheid is dat tot 250 kilowatt verminderd, waardoor de extra capaciteit nogmaals zal verminderen. Ik vrees dus dat we op basis van een verkeerde inschatting te veel betalen.

Goed, maar misschien moeten we daarover, zoals de heer Reekmans zei, nog eens discussiëren in de commissie. Ik heb toch mijn vragen als ik de cijfers van Eandis bekijk.

Ik wil eerst nog even reageren op het Vlaams Belang. Mijnheer Penris, u maakt de rangschikking van prioriteiten omgekeerd. Ik zou het uiteraard anders doen. Maar als Vlaams-nationalist zou u toch moeten pleiten voor meer energieonafhankelijkheid. In dat geval zullen we moeten investeren in hernieuwbare energie en zelfs niet in kerncentrales. Uranium vinden we niet in onze achtertuin.

De term ‘geothermie’ werd hier blijkbaar geïntroduceerd door de heer Martens. U had het daar terecht over. Geothermie blijkt een gigantisch potentieel te hebben. We hebben een bezoek gebracht aan de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO). Als ik het mij goed herinner, ging dat over een investering van 7,5 miljard euro, waardoor Vlaanderen voor de helft zou kunnen draaien op geothermische energie. Dat is gigantisch. Dat is een potentieel dat totaal niet wordt aangeboord, letterlijk dan.

Over welke kernfusie hebt u het, mijnheer Penris? Dat bestaat niet. Er wordt al tientallen jaren over gepraat en het bestaat nog altijd niet. Wat mij betreft mag daarnaar onderzoek gebeuren, maar liefst niet alle onderzoek. Ik vrees dat we daar de oplossing voor het energievraagstuk niet zullen vinden.

Ik hoop dat u met de voeten op grond blijft, mijnheer Sanctorum, wat betreft geothermie. Er is mogelijk een potentieel bij geothermie, maar het onderzoek is vandaag nog niet zo ver om het te kunnen integreren in Vlaanderen. Ik denk niet dat we dan moeten stellen dat er nog totaal onaangeboorde bronnen van energie zijn en dat het schandalig is dat we die nog niet aanboren. We moeten geothermie opvolgen. Het kan kansen inhouden, maar we moeten met de voeten op de grond blijven. Dat weet u zeer goed, want u bent mee op bezoek geweest bij de VITO.

Jan Penris

Ik deel het pessimisme van onze CD&V-collega niet. Ik heb duidelijk gemaakt dat we op drie vlakken nader onderzoek hebben te verrichten en dat we daarin ook als Vlaamse Gemeenschap kunnen investeren: kernfusie, geothermie en getijdenwerking. Getijdencentrales zijn een zekere bron van energievoorziening. In Schotland is men daar al vrij ver in. Hier in Vlaanderen staat men nog nergens. We hebben vele instellingen die nuttig onderzoek doen en ons verder kunnen brengen. Laat ons op die drie onderwerpen inzetten. Ik denk dat we elkaar daarin kunnen vinden, goede collega, om ons min of meer energieonafhankelijk te maken van grootmachten uit het buitenland.

Ik ben blijkbaar verkeerd begrepen. Ik zeg niet dat we niet moeten blijven investeren en dat we het potentieel niet moeten aanboren op het moment dat het kan. Integendeel, we moeten dat onderzoek voluit blijven ondersteunen. Maar stellen dat het vandaag in de praktijk kan worden aangeboord en binnen dit en een jaar de oplossing zal bieden, is te voorbarig.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Ik begrijp uw reactie eerlijk gezegd niet goed. Ik beschouw geothermie niet als dé oplossing voor het hele energievraagstuk in Vlaanderen of daarbuiten. Dat heb ik ook niet gezegd. Maar dit is nu eens onderzoek op eigen bodem waarvan studies op dit moment uitwijzen dat het een gigantisch potentieel heeft. Laat ons daar verder op inzetten en dat niet wegmoffelen als iets waarmee we misschien iets kunnen doen maar waarvan we niet te veel heil mogen verwachten. Of zijn we het toch eens? U zegt toch dat het veel potentieel heeft?

Ik word verkeerd begrepen of mijn woorden worden in een andere context geplaatst. Ik heb gezegd dat we verder moeten gaan met het onderzoek. Maar u haalde aan dat dit de oplossing was en dat het schandalig was dat we daar nu nog niet in investeren.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Mevrouw Van Volcem van Open Vld heeft een zeer lange redevoering gehouden, waarin ik wel dertig keer het woord ‘kostenefficiëntie’ heb gehoord. Dat is een zeer belangrijke factor. Maar laten wij ons niet blindstaren op de kostenefficiëntie van vandaag van een bepaalde technologie. Dan zouden we vandaag massaal moeten investeren in biomassa. We schaffen alles van zon en wind af en zetten met de huidige brandstofprijzen zuiver in op biomassa. Ik vrees dat wij dan binnen vijf jaar in een zeer slechte situatie zitten. Laat ons dus ook naar de toekomst kijken en zien welke technologie een groot potentieel heeft. Zon heeft effectief potentieel. Vandaag is dat een dure technologie, maar die prijs daalt jaarlijks. Het is een zeer interessante technologie om CO2-uitstoot te vermijden. Ik gruwel echt van die berichten die stellen dat zon een foute keuze is. Zon heeft een zeer grote toekomst, zelfs in Vlaanderen.

Sp.a stelt een aantal zeer interessante pistes voor, onder meer met betrekking tot het bepalen van een traject voor de verschillende vormen van groene energie. Dat is iets zeer fundamenteels. Ik heb ook iets gehoord over het koppelen van marktprijzen, en dan natuurlijk ook over het afromen van de nucleaire winsten om te investeren in offshore windenergie. Dat klinkt mij als muziek in de oren.

De N-VA heeft het over het aanpakken van oversubsidiëring. Volledig akkoord voor zon, maar ook voor andere technologieën. In het voorliggende ontwerp van decreet is dat niet het geval.

Mijnheer Sanctorum, het is al uitvoerig aan bod gekomen in de commissie en in dit debat dat dit een eerste kleine stap was in de goede richting. Er komt een algehele evaluatie. Minister Van den Bossche heeft dat al verschillende keren aangekondigd. Wij zullen daar echt wel voor andere technologieën de meest onrendabele toppen zo goed mogelijk benaderen. Als er daar oversubsidiëring is, zullen wij die als eerste aanpakken. Daarover mag u mij citeren als het zover is.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Ik vrees dat aan de oversubsidiëring waarover ik het nu heel even heb, die van de omgebouwde steenkoolcentrale van Electrabel, niet veel meer zal gemorreld worden.

Mijnheer Sanctorum, ten eerste is het zo dat wij er voor biomassabijstook nog een flink stuk afhalen. Dat weet u. En ten tweede grijpen we zelfs in voor een centrale die al bestaat – en dat is de enige uitzondering op het principe dat we niet retroactief ingrijpen. Daar zeggen wij: “Sorry, maar u zult het met minder moeten doen.” In plaats van de inspanning te erkennen die wij daar doen, doet u alsof er daar niets gebeurt. Mijnheer Sanctorum, ik begrijp niet goed wat u daarmee wilt bereiken. Het is in ieder geval niet waar wat u zegt.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Ik denk dat het wel degelijk waar is wat ik zeg. Ik maak even een vergelijking. Het is een goede zaak dat er in Rodenhuize geen steenkoolcentrale meer zal staan. Er komt in de plaats een biomassacentrale, weliswaar niet met recuperatie, zodanig dat die groene warmte kan gebruikt worden, maar wel met een hoog elektrisch rendement. Laat ons de vergelijking maken tussen de Electrabelcentrale in Rodenhuize en die in Awirs in Wallonië. Die in Rodenhuize produceert 180 megawatt, die in Awirs 80 megawatt. De vrij grote centrale van Rodenhuize krijgt voor 89 procent aan groenestroomcertificaten, die in Wallonië voor een kwart van die 80 megawatt. Tegen een lagere boeteprijs, dus ook tegen een lagere marktwaarde van groenestroomcertificaten. Dat is een gigantisch verschil. Ook Electrabel staat bij de Waalse kabinetten te hengelen naar meer ondersteuning. Maar daar krijgen zij lik op stuk. Terwijl er hier blijkbaar een deal wordt gemaakt: 89 procent groenestroomcertificaten gedurende tien jaar. En als we daar iets aan veranderen, krijgen we nog een fikse schadevergoeding. Dat is een mooie deal.

U vergelijkt de cijfers niet op de correcte manier. U weet dat er nog een flink percentage afgaat voor penalisatie omdat de pellets uit Canada komen. U vergelijkt ook heel selectief een aantal zaken in Wallonië. Weet u dat men daar 520 euro krijgt voor een megawattuur productie uit zonnepanelen? Ik vind dat geen oversubsidiëring meer, ik vind dat waanzin.

Carl Decaluwe

Mijnheer Sanctorum, ik besef dat Rodenhuize en Electrabel voor veel mensen als een rode lap werken. Ik herhaal dat voor mij x, y of z er niet toe doen, maar als de overheid op een bepaald ogenblik een investering steunt, dan moet dezelfde overheid ervoor zorgen dat ze een betrouwbare partner is en rechtszekerheid geven.

De 89 procent is er nu en wij moeten ons woord geven en blijven houden, zodat ook de rechtszekerheid blijft. Zo niet, mijnheer Sanctorum, zullen we geen enkele mens meer vinden die nog wil investeren in hernieuwbare energie, want men zal ervan uitgaan dat er over drie jaar een andere minister zal zijn waardoor alles weer zal veranderen. Rechtszekerheid is voor ons een heel belangrijk begrip en we houden ons eraan.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

U beseft toch wel dat als u de rechtszekerheid wilt garanderen voor elke technologie, u bijvoorbeeld ook de boeteprijs niet kunt wijzigen, iets wat u ook zult willen doen. Dat is wat mij betreft trouwens verdedigbaar, want de boeteprijs ligt vandaag op een redelijke waarde, maar op termijn zal die waarschijnlijk moeten dalen. Volgens uw redenering moet er rechtszekerheid zijn, ook voor de bestaande investeringen en dus komen we niet aan de boeteprijs zodat die de marktwaarde van de certificaten niet wijzigt. Die redenering staat echter niet in het ontwerp van decreet, want vanaf 2013 gaat de boeteprijs wel degelijk omhoog.

Carl Decaluwe

Mijnheer Sanctorum, als men nu stemt, weet men waar men aan toe is, ook op het vlak van de nieuwe investeringen. Het kan niet de bedoeling zijn om over twee of drie jaar weer heel de boel ondersteboven te keren. Hetzelfde geldt voor de groenestroomcertificaten. Ik heb al gezegd dat degene die er nu heeft, ze houdt. Een afspraak is een afspraak.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Als bijvoorbeeld windenergie een gegarandeerde termijn krijgt en de waarde van de certificaten daalt op termijn en men heeft daar niet op gerekend, dan doet u toch een ernstige ingreep in de investering in de windmolens. Dezelfde redenering kan worden toegepast op de boeteprijs.

Mijnheer Sanctorum, u haalt een aantal dingen door elkaar. Op de marktwaarde zitten natuurlijk nooit garanties. De minimumsteun is het enige dat een garantie biedt en die kan worden beschouwd als een contractuele garantie tussen de overheid, in dezen Eandis die de taak van de overheid uitvoert, en degene die de groene stroom produceert. Een marktwaarde is nooit een zekerheid. Marktwaarde fluctueert per definitie.

Een aantal bedrijven hebben contracten afgesloten waarbij ze erop gokken dat het niveau ongeveer gelijk blijft. Dat kan. Ze kunnen met dat soort contracten wat winnen of wat verliezen, maar zekerheid kan in dezen nooit worden gegeven, dat zou u toch moeten begrijpen.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Ik begrijp dat heel goed, minister, maakt u zich geen zorgen.

Waar het over gaat, is dat men niet altijd dezelfde redenering volgt. Er wordt gesproken over rechtszekerheid, zelfs wanneer men weet dat er een oversubsidiëring is. Als u vanuit de overheid morrelt aan de boeteprijs, kunt u dezelfde redering toepassen, maar dan grijpt u ook in op de rechtszekerheid. De marktwaarde daalt dan. U kunt wel zeggen dat we daar niets mee te maken hebben, maar eigenlijk is dat wel het geval, want die is gelieerd aan de boeteprijs.

Mijnheer Sanctorum, u was ook aanwezig tijdens de hoorzitting en u hebt ook gehoord dat bepaalde actoren hebben gepleit voor het niet zo snel laten dalen van de boeteprijs. Er is een amendement ingediend door de meerderheid dat daar volledig aan tegemoet komt. Wij grijpen absoluut niet retroactief in op gedane investeringen. (Opmerkingen van de heer Hermes Sanctorum)

Neen, er is niets retroactief aan dit ontwerp. U haalt zelfs het voorbeeld van de boeteprijs aan en de investeringen die gebaseerd werden op de boeteprijs. U mag het mij dan niet kwalijk nemen dat ik u een antwoord geef inzake de boeteprijs.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

U doet het voor één technologie en wat mij betreft was dat een goede zaak. Ik heb dat ook gezegd. U hebt zich gefixeerd op een specifieke situatie. Het ging over contracten tot twee jaar, gebaseerd op bepaalde brandstofprijzen en dergelijke. U hebt de onderhandelingen natuurlijk ook gevoerd met de bewuste sector, dat was de reden. Het illustreert opnieuw het ad-hocbeleid. Er worden allerlei voorstellen gedaan en plots komt er allerlei kritiek en begint men daar weer aan te prutsen, en een paar maanden later nog eens. Wat mij betreft, is dat inderdaad knip- en plakwerk. We moeten volop inzetten op de volwaardige evaluatie in plaats van op de tussentijdse die alleen maar leidt tot ad-hocmaatregelen.

Ik begrijp niet hoe een parlementslid zo de werking van het parlement onderuit kan halen. Elke ingreep die hier door een parlementslid is voorgesteld en door de regering is aanvaard, noemt u knip- en plakwerk. U vindt dus dat ik met een ontwerp zou moeten aankomen in het parlement en dat niemand daar iets aan zou mogen veranderen. Men zou voorstellen mogen doen maar ik zou die niet mogen toestaan. Dan hebben we geen knip- en plakwerk maar een gaaf document. Ik vind dat geen respect voor het parlement. Ik vind dat bijzonder beschamend. (Applaus bij de meerderheid)

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Mijn voornaamste kritiek op u de afgelopen weken ging vooral over die zogenaamde slingerpolitiek. Ik heb me daar echt aan geërgerd. U kunt er zelf misschien niet altijd veel aan doen. Minister-president Peeters die destijds minister van Leefmilieu was, stelde dat windenergie een hype was. U hebt de boodschap gegeven dat we teveel hebben ingezet op zonne-energie en nu voluit moeten gaan voor windenergie. Voor mij is dat slingerpolitiek. Het lijkt me geen goed beleid. Hoe moeilijk het ook is, u moet al het gepalaver kunnen overstijgen. Iedereen heeft daar wel een mening over. U bent Vlaams minister van Energie. U bent het Vlaamse gezicht inzake energie en u moet al het gekrakeel kunnen overstijgen. U moet ook durven zeggen dat we ook voor zon moeten durven te kiezen in Vlaanderen.

Wat de volwaardige evaluatie betreft, is mijn boodschap dat er enkel nog steun is voor de echte groene stroom. Ik ben blij dat UNIZO tijdens de hoorzitting ook vragen had bij de ondersteuning van afvalverbranding. Die krijgt voor 47,78 procent ondersteuning voor de elektriciteitsproductie daaruit. UNIZO had daar ook heel wat kritiek op.

We moeten ook werken aan een intelligenter en efficiënter systeem van groenestroomcertificaten. We moeten kijken naar de buitenlandse voorbeelden zonder die klakkeloos over te nemen. Ik ben ook het Waals model genegen, niet alleen ik trouwens, ook Essenscia en de Organisatie voor Duurzame Energie Vlaanderen (ODE) bleken de voordelen in te zien van dit systeem. Tijdens die discussie moeten we ook geen valse argumenten in de discussie gooien. Ik heb al een aantal keren gehoord dat in Wallonië de distributienettarieven veel hoger liggen dan in Vlaanderen. Dat heeft echter niets te maken met groene stroom. Die tarieven liggen hoger omwille van het reliëf en omwille van het feit dat het minder dicht bevolkt is. We moeten die valse argumenten dan ook achterwege laten.

We moeten ook werken aan een billijke spreiding van de kosten tussen particulieren en bedrijven. De meerkost van de zonnepanelen verdwijnt in het zogenaamde cascadesysteem. Wanneer men de verhogingen ziet per energie-intercommunale en de verhogingen tussen de laagspanningsklanten – particulieren en kleine kmo’s – enerzijds en de middenspanningsklanten anderzijds, dan gaat dat over een factor van 9 tot 27. Bedrijven maken een kleine 50 procent uit van de zonnepanelen. Die zonnepanelen zijn de voornaamste reden van die stijging. Ik vind dat onvoorstelbaar. Ik hoop dat u als socialistisch minister van Energie daartegen in durft te gaan. Ik hoop dat u versneld de herziening van het systeem zult doorvoeren. In de planning gebeurt nu een evaluatie en zal volgend jaar een herziening plaatsvinden. Ik denk dat we die tijd niet hebben. We moeten nog dit jaar naar een volwaardige herziening van het groenstroomcertificatensysteem gaan. (Applaus bij Groen!)

Ter afronding wil ik nog enkele overwegingen meegeven. Laat het duidelijk zijn dat elke nieuwe investering in energie geld zal kosten. We mogen niet de illusie scheppen dat energie niets zal kosten of goedkoper zal worden. We moeten wel een langetermijnvisie ontwikkelen, trajecten uittekenen, eventueel per technologie waar we tegen wanneer willen uitkomen. Dat betekent dat we een slimme mix nodig zullen hebben.

Misschien is er te veel ingezet op zon, maar ik vind dat zon een goede oplossing kan zijn op kleine oppervlakken. Neem nu een dak, voor een gezin is dat een prima investering. Waar er veel plaats is, zoals in havenzones, is het slimmer om voor wind te kiezen. De technologie zelf kost 3,5 keer minder en de ondersteuning, aangezien er voor die certificaten een lagere prijs wordt betaald, zorgt er uiteindelijk voor dat het in vergelijking met wat de gemeenschap vandaag betaalt voor zonne-energie, 10 tot 11 keer goedkoper is om te kiezen voor wind om eenzelfde hoeveelheid energie te laten produceren.

Het is belangrijk om in alle technologieën te investeren, maar ook in de juiste technologie op de juiste plaats. We moeten dat rationeel benaderen. We zullen elke vorm van hernieuwbare energie nodig hebben, maar wel de juiste vorm op de juiste plaats. Is dat slingerpolitiek? Neen, zeker niet. We moeten die afweging kunnen maken, zeker als de ambitie inzake hernieuwbare energie groot is. We moeten durven na te gaan waar we met welke technologie kunnen landen en welke technologie welke ondersteuning verdient. Dat is de belangrijkste verdienste van het huidige certificatensysteem. We hebben er met die quota voor kunnen zorgen dat we die doelstellingen met zekerheid kunnen halen. Dat is een belangrijke verdienste van wat tot vandaag nog bestaat.

Er zijn twee belangrijke voorwaarden voor een draagvlak om de investeringen in hernieuwbare energie te houden. Er moet een juiste maatschappelijke kost zijn. Met dit ontwerp van decreet wordt daar een belangrijke stap toe gezet. We gaan naar een sterke verlaging van de certificaten voor zonnepanelen, zeker voor de grote parken.

Bovendien moet die kost ook fair worden verdeeld. Om dat te doen, zowel tussen consumenten onderling als tussen consumenten en bedrijven, hebben we een nieuw systeem nodig. Dat nieuwe systeem komt eraan, zo snel als het kan. Er zijn vier studies besteld en die zouden tegen deze zomer moeten worden afgerond. Dan kunnen we die bekijken om in het najaar de blauwdruk voor een nieuw systeem uit te tekenen. Die timing is vrij ambitieus, maar die moeten we proberen aan te houden.

Anderzijds mogen we ook niet sneller gaan dan we kunnen, want we gaan een systeem uitbouwen dat zijn deugdelijkheid zal moeten bewijzen in de komende jaren. Een week meer of minder zou geen rol mogen spelen. De reden daarvoor is dat vandaag enkele belangrijke beslissingen worden genomen om ervoor te zorgen dat de definitieve wijziging een slimme wijziging kan zijn.

Bij het nieuwe systeem zal het een belangrijk aandachtspunt zijn om een zekere vorm van flexibiliteit te kunnen inbouwen. Ondanks de verdienste van het huidige groenestroomcertificatensysteem is er ook een belangrijk minpunt, en dat is dat we die bedragen niet snel kunnen aanpassen aan de veranderde kost van de technologie. Het duurt algauw een jaar om dat decreet te veranderen. Dat moeten we ook meenemen als conclusie.

Ik ga akkoord met de meeste leden van dit parlement dat we moeten gaan naar een langetermijnvisie, en dat de regering en het parlement die moeten uittekenen om te weten dat elk stukje van die puzzel in een geheel past, en dat het geen dagjespolitiek kan zijn, waarbij we nooit weten waar we precies uitkomen. Op dat vlak zijn we zeker bondgenoten.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

De voorzitter

Artikelsgewijze bespreking

Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het ontwerp van decreet.

De door de commissie aangenomen tekst wordt als basis voor de bespreking genomen. (Zie Parl. St. Vl. Parl. 2010-11, nr. 948/9)

– De artikelen 1 tot en met 10 worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het ontwerp van decreet houden.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.