U bent hier

De voorzitter

Dames en heren, het debat is geopend.

De heer Tommelein heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, vorige week woensdag werden de Vlamingen wakker in een nieuw medialandschap. Dat werd althans meegedeeld in talloze persartikelen en via overvloedige mededelingen van mediaspecialisten, mediamakers, beleidsmakers en andere geïnteresseerden. Toch is er op het scherm zelf weinig veranderd.

We mogen de overname van VT4 en VIJFtv door performante mediaspelers in Vlaanderen niet onderschatten. Deze ontwikkeling zal ongetwijfeld een belangrijke impact hebben op de toekomst van de Vlaamse media. Nochtans kwam de aankoop van VT4 en VIJFtv door Wouter Vandenhaute en partners ook niet uit de lucht gevallen. We wisten allemaal al enige tijd dat de eigenaars van De Vijver geïnteresseerd waren in de SBS-zenders, ook al lag het bedrijf aanvankelijk niet in poleposition. Onderschat dus nooit de underdog, collega’s.

De invloed van zo’n scenario kon door de andere mediaspelers dus op voorhand al enigszins worden ingeschat. Toch was dit een verrassing, niet het minst door de niet geringe inbreng van tijdschriftenuitgever Sanoma. Zoals bekend, werd de structuur van De Vijver daardoor ook ingrijpend vertekend. Corelio, Sanoma en de oorspronkelijke stichters beheersen nu elk voor een derde een mediabedrijf dat zowel in productie, print als televisie actief is. Daarnaast zal er zonder enige twijfel een rechtstreekse verbinding worden opgezet met de overige activiteiten van Corelio en Sanoma. Ook de band met Flanders Classics kan voor verrassingen zorgen. Met andere woorden: een nieuwe crossmediale groep heeft in Vlaanderen het levenslicht gezien.

Sommigen zien dat louter als een tegengewicht voor die andere crossmediale speler, De Persgroep, en zijn daar al of niet gelukkig mee. Maar dat is abstractie maken van – of volledig voorbij gaan aan – het feit dat er nog multimediale ondernemingen actief zijn in Vlaanderen, waaronder Roularta, Concentra en Alfacam. We krijgen er dus een belangrijke crossmediale speler bij. Wij, als liberalen, staan daar alvast niet negatief tegenover. Het crossmediale aspect hoeft immers niet automatisch te leiden tot een verenging van het landschap door concentratie of kartelvorming. Ik veronderstel dat we blijvend mogen rekenen op de deskundigheid van de Raad voor Mededinging en de Vlaamse Mediaregulator om daarop toe te zien.

Neen, collega’s, het crossmediale karakter van de nieuwe mediagroep biedt kansen en mogelijkheden voor de verschillende platformen. Ik denk aan naambekendheid en promotie. Zolang dat gebeurt met respect voor de deontologie en de redactionele onafhankelijkheid, zien wij daar geen graten in. Anderen doen dat trouwens al langer. Waarom zou er nu dan wel een probleem zijn?

Daarnaast kan ook de meerwaarde voor het verwerven van de broodnodige middelen moeilijk onder stoelen of banken worden gestoken. Het aanbieden van pakketten heeft zonder twijfel zijn voordeel. In dat opzicht is het ook niet verwonderlijk dat Wouter Vandenhaute nu al luidop nadenkt over de uitbouw van een eigen radiozender. Eens te meer, minister, blijkt hoe belangrijk een grondige denkoefening over het gewenste radiolandschap zou zijn. Er komt immers veel meer bij kijken dan radio alleen. 2016 lijkt veraf, maar hier is duidelijk werk aan de winkel. De huidige scheeftrekking in het radiolandschap moet immers dringend worden herzien. Laat ons daar nu al de nodige voorbereidingen voor treffen.

In ieder geval kunnen de extra middelen – met of zonder radio – op hun beurt opnieuw geïnvesteerd worden in kwaliteitsvolle producten, hetzij op televisie, hetzij op andere platformen. En daar moet het om te doen zijn: het verzorgen van een kwaliteitsvol media-aanbod.

Voorzitter, collega’s, De Vijver wordt een nog belangrijkere speler dan hij al was in Vlaanderen. Daar zijn we het allemaal over eens.

Wat betekent de nieuwe situatie nu concreet voor de anderen? Voorspellingen doen is natuurlijk gevaarlijk, temeer omdat de nieuwe eigenaars nog volop nadenken over een plan en ambities met VT4 en VIJFtv. Dat die twee zenders moeten uitgroeien tot belangrijke tv-zenders, daar zal weinig twijfel over bestaan. We kijken vol verwachting uit naar hoe dit concreet zal gebeuren. Het is een feit dat de gevolgen niet gering zullen zijn. Maar hoe ingrijpend de situatie ook zal zijn, we moeten de toekomst positief tegemoet zien. Want wat kan en zal dit betekenen voor de Vlaamse luisteraar, voor de Vlaamse kijker, voor de Vlaamse lezer? Dat lijkt mij het belangrijkste uitgangspunt.

Hier ligt een zeer grote opportuniteit om nog meer kwaliteit te brengen in het Vlaamse medialandschap. De nieuwe constellatie rond de SBS-zenders is immers vrij uniek. Niet alleen zullen de zenders kunnen genieten van de voordelen van een nieuwe multimediale strategie, ze worden ook gelinkt aan een van de sterkste productiehuizen in Vlaanderen. Deze verankering binnen de Vlaamse context kan een grote uitdaging zijn voor alle andere spelers. Dan denk ik niet alleen aan de grote omroepen VRT en de Vlaamse Media Maatschappij (VMMa), maar eveneens aan de verschillende kleinere zelfstandige productiehuizen die Vlaanderen rijk is. We kunnen ook maar hopen dat zij allemaal van de gelegenheid zullen gebruikmaken om eveneens ambitieuze toekomstplannen te hebben en erover na te denken. Op die manier kan de eerste schok van de nieuwe situatie omgezet worden in een positieve dynamiek.

Collega’s, een sterke en kwaliteitsvolle derde speler kan en moet de andere omroepen verplichten hun eigen creatief talent verder te ontwikkelen en te ontplooien, net als het talent dat ook bij de andere productiehuizen aanwezig is. Ik weiger alvast te aanvaarden dat creativiteit een monopolie van Woestijnvis alleen zou zijn. Nu, de verschillende spelers zullen hun strategie en toekomstplannen moeten evalueren.

Wij volgen dit met grote belangstelling, maar hoeven ons, als politici en beleidsmakers, niet zomaar in een zetel te zetten en af te wachten. De overname van de zenders vindt namelijk plaats op een cruciaal moment. We zijn enkele weken verwijderd van het finaliseren van de nieuwe beheersovereenkomst met de openbare omroep. Dat verdient onze bijzondere aandacht. Want het is nu dat we zullen moeten bepalen hoe we de toekomst van de VRT zien, zeker in dit nieuwe gewijzigde landschap. Dit dwingt ons om duidelijke en verantwoordelijke keuzes te maken voor de openbare omroep.

We moeten onszelf dan ook niet verliezen in de grote discussie of De Vijver nu al dan niet groot geworden is door de VRT of omgekeerd, of de VRT haar eigen concurrent heeft grootgebracht of niet. Dat is de discussie van de kip of het ei en dat brengt maar weinig bij. De feiten zijn wat ze zijn, namelijk dat de heer Vandehautte als ondernemer een ambitieuze en risicovolle keuze heeft gemaakt. We moeten dan ook naar de toekomst van de Vlaamse media kijken en naar de rol die de VRT daarin te vervullen heeft. Die rol moet er een zijn van verantwoordelijkheid. Verantwoordelijkheid van de openbare omroep ten opzichte van een leefbare sector, waarin voldoende ruimte wordt gelaten voor private initiatieven, groot of klein.

De overname van SBS door De Vijver zal een nieuw evenwicht met zich meebrengen, waarin niet één, maar twee sterke commerciële spelers samen met de publieke omroep het gros van het televisie- en radiolandschap bekleden. Het is voor Open Vld dan ook van cruciaal belang dat de VRT dit evenwicht niet verstoort. Dat is vandaag, bij de opmaak van de nieuwe beheersovereenkomst, in grote mate onze verantwoordelijkheid. Daarom pleiten wij, liberalen, opnieuw voor een sterke, kwaliteitsvolle en relevante publieke omroep, die zijn enigszins dominante marktpositie durft te laten varen. De focus moet worden gelegd op kwaliteit en bereik, niet op marktaandeel. De VRT moet zich niet per se willen mengen als derde speler tussen het privaat initiatief, maar keuzes maken die haar duidelijk onderscheiden van de rest. Daarbij moet in de eerste plaats nadruk worden gelegd op prioritaire opdrachten, pas in tweede instantie op al de rest.

In dit kader wil ik dan ook het idee van het derde net opnieuw ter discussie te stellen. Want dit lijkt mij op dit moment meer dan ooit overbodig. Is het de taak van de openbare omroep om marktleider te zijn inzake kinderaanbod? Neen, want dat is ze al. Het is haar taak om te voorzien in kwalitatieve en educatieve kinderprogramma's. Daarvoor is geen aparte zender nodig. Als de private initiatieven van hoogstaande kwaliteit zijn, dan kunnen we dit alleen maar toejuichen.

Hetzelfde is waar voor sport. Het derde net zou moeten dienen als schaamlapje voor een uitgebreid sportaanbod. De openbare omroep moet op dat vlak niet de beste te zijn. Wij moeten keuzes maken. Ik durf te pleiten voor een plafond voor de sportuitgaven. En het zou opportuun zijn een belangrijk gedeelte van het sportbudget – bijvoorbeeld een derde – te besteden aan sporten die minder of geen aandacht krijgen.

De keuze voor de financiering van de VRT blijft een belangrijk aandachtspunt. Twee uitgangspunten dienen daarbij centraal te staan. Een: de VRT heeft nood aan voldoende inkomsten om haar openbare omroeptaken kwaliteitsvol te vervullen. Twee: privémiddelen moeten zo veel mogelijk naar de privézenders gaan. Een gezond evenwicht tussen beide uitgangspunten is ontzettend belangrijk. We moeten het aandeel van de VRT in de commerciële inkomstenmarkt tot een minimum beperken. In die optiek moeten we de noodzaak van reclame op de tv-kanalen van de VRT in vraag durven te stellen.

Voorzitter, collega’s, het is onze taak te bepalen welke rol de openbare omroep in deze nieuwe context moet vervullen. Ik hoop dan ook dat de minister hierover haar licht zal laten schijnen.

Tot slot wil ik het nog heel even hebben over de eventuele samenwerking tussen de publieke omroep en Woestijnvis na 2012. We vinden het positief dat samenwerking nog steeds mogelijk is, zolang elk productiehuis op gelijke voet wordt behandeld. Het is aan de omroepen om de strategie te bepalen en aan de verschillende productiehuizen om content te leveren. Het is aan ons en aan de bevoegde instanties om erover te waken dat geen onaanvaardbare kartelvormingen tussen welke spelers ook tot stand komen. De grote complexiteit van deze materie kan een niet te onderschatten invloed hebben op de samenwerking. We hopen dan ook dat hier in een constructieve sfeer duidelijkheid kan worden geschapen. Dan komt niemand voor verrassingen te staan, zeker wat betreft de rechtenproblematiek van de VRT. Dan pas kan het medialandschap zich ten volle ontplooien. En dat is in het belang van iedereen, van alle Vlamingen. (Applaus bij Open VLD, de N-VA en CD&V)

De voorzitter

De heer Wienen heeft het woord.

Wim Wienen

Voorzitter, minister, collega’s, ik was verrast toen ik vaststelde dat dit onderwerp het voorwerp van een actualiteitsdebat is. De aanleiding van dit debat is natuurlijk de overname van de SBS-zenders door De Vijver, het moederhuis van Woestijnvis. De commentaren van de politici waren overwegend positief. Is daar nu een kentering in gekomen? Men zei onder meer dat het een goede zaak is dat een Vlaamse onderneming de zenders heeft overgenomen, en als lid van de VB-fractie ben ik het daar natuurlijk mee eens. Minister Lieten zei ook dat sterke spelers voor meer kwaliteit zullen zorgen, wat in het voordeel van de kijker is. De heer Decaluwe zei namens CD&V dat de overname een goede zaak is voor het medialandschap, want dat komt de kwaliteit ten goede en vormt een tegenwicht tegen De Persgroep. Iedereen zei ook dat dit een belangrijke ontwikkeling voor de productiehuizen is.

We weten allemaal dat er kanttekeningen zijn te maken – niet zozeer bij de overname, maar wel over de gevolgen ervan. We kunnen daarover nog maar weinig zeggen. Er is al gesproken en geschreven over de vraag wat u zult doen inzake de reclame-inkomsten van de commerciële zenders. Blijft de koek dezelfde en wordt die dan verdeeld tussen de twee spelers, of komt er een dynamiek op gang en zal de koek groter worden? Leidt de huidige toestand tot mediaconcentratie? Vandaag is het nog altijd de Vlaamse Regulator voor de Media (VRM) en de Belgische mededingingsautoriteit die deze vraag moet beantwoorden. Misschien komt dit debat dus een beetje te vroeg.

Het Vlaams Parlement en de Vlaamse Regering hebben echter wel iets te zeggen over de VRT. De Vlaamse Gemeenschap is de enige aandeelhouder van de openbare omroep. Quo vadis, VRT, in deze nieuwe context?

Dat was ook de teneur in de media. Daar was de vraag: kan de VRT die concurrentie vandaag aan? Dan werd erop gealludeerd dat de VRT niet over print beschikt, en de nieuwe groep die nu het levenslicht heeft gezien wel. Dan heb ik verschillende meningen gehoord, waaronder die van minister Lieten. Zij stelde dat we misschien meer moeten inzetten op het digitale platform voor de VRT. Daar zou de VRT nu voluit moeten gaan. Ik had graag geweten wat de minister daar precies mee bedoelt. Wordt het een uitbreiding van deredactie.be? Dat is deels een online krant. Ik denk dat de krantenuitgevers dat niet zullen toejuichen.

Eigenlijk ben ik van mening dat de vraag of de VRT die concurrentie aankan, een foute vraag is. De VRT moet die concurrentie niet aankunnen. Het is niet de openbare omroep die met commerciële spelers moet gaan concurreren. Ik sta niet alleen met die mening. Ik heb afgelopen zomer, zoals men dat in Antwerpen zegt, een ‘zotte kost’ gedaan en een boekje gekocht van een man die de media enigszins kent. (Opmerkingen. Gelach)

Wat schrijft die over de concurrentie in de mediasector? Hij schrijft: “De concurrenten uit de periode-Mary moeten nu concullega’s worden.” Er moet met andere woorden meer samenwerking komen, en de VRT moet als openbare omroep een unieke plaats innemen in dat medialandschap.

Wat moet die unieke plaats zijn, collega’s? Ik denk dat we voluit moeten gaan voor de kerntaken van de VRT, zoals die beschreven staan in het Mediadecreet. De decreetgever is wijs geweest toen de publieke opdracht van de VRT is bepaald. In de commissie Media heb ik ook de indruk dat daar eigenlijk weinig discussie over is. Niemand is, voor zover ik gehoord heb, bereid om die publieke opdracht van de VRT te veranderen. In artikel 6, paragraaf 2, van het Mediadecreet staat nog altijd: “De VRT zorgt voor een kwalitatief hoogstaand aanbod in de sectoren informatie, cultuur, educatie en ontspanning. Prioritair moet de VRT op de kijker en luisteraar gerichte informatie- en cultuurprogramma’s brengen.” Dat lijkt me essentieel als de VRT zich wil onderscheiden in dit snel veranderende medialandschap, met twee grote nieuwe omroepen.

Het is net in die twee domeinen enigszins fout gelopen, collega’s. Daar moeten we eerlijk over zijn. We hebben in de commissie Media meerdere discussies gehad over cruciale fouten die worden gemaakt door de nieuwsredactie, terwijl net daar de VRT het meest performant moet zijn. Een nieuwsdienst moet het paradepaardje van een openbare omroep zijn. Idem dito voor cultuur. Ik lees vandaag in De Standaard dat zelfs de verkorte uitzendingen van de Koningin Elisabethwedstrijd niet meer analoog aan de kijker zullen worden aangeboden. De VRT gaat voor de Elisabethwedstrijd een cross-overprogramma maken. De analoge kijker die nog iets wil meepikken van de Elisabethwedstrijd kan er met andere woorden een ‘cross over’ maken.

Dat is allemaal zeer prangend en zeer problematisch voor de VRT. Als de VRT nog een toekomst wil hebben in dit steeds wijzigende en boeiende medialandschap, moet ze focussen op haar publieke opdracht. Niets meer en niets minder. Men mag deze nieuwe situatie niet aangrijpen om het speelveld waarin de VRT wordt geacht te opereren uit te breiden, om zo die concurrentie aan te gaan. De kwaliteit moet primeren bij de VRT op de punten die in het decreet aan de VRT zijn toebedeeld. Met een dergelijke manier van werken bij de VRT kunnen we een toekomst garanderen voor een belangrijke en goede openbare omroep. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer Verstrepen heeft het woord.

Jurgen Verstrepen

Minister, het moet gezegd: u bent goed bezig. Terwijl u studies laat uitvoeren en weinig beslissingen neemt, verandert het medialandschap in Vlaanderen drastisch. Ik zou zeggen: doe zo voort en doe vooral niet te veel. Het komt wel goed zonder uw ingrijpen. Ik zeg dat niet alleen, mijn fijne collega van CD&V heeft dat onlangs ook nog gezegd. U mag mij er niet van verdenken dat ik de enige ben die het bedenk.

Minister, hier staan we dan. De pers brengt veel verhalen over televisie. Ik zal hier geen voorspellingen doen, zoals zoveel collega’s. Ik zal mij beperken tot de feiten. De televisieproductiegroep De Vijver, grootgemaakt met belastinggeld, koopt nu de televisiezenders VT4 en VIJFtv-SBS. Indien de Belgische mededingingsautoriteit en de Vlaamse Mediaregulator er geen stokje voor steken, mag De Vijver zich de nieuwe eigenaar van SBS België noemen. Ik begrijp dat die organisaties zich liever bezighouden met het chronometreren van reclamespotjes, maar als het op echte marktanalyse aankomt, komen ze meestal te laat. Maar goed, hun mening hebben we echt niet nodig.

Gezien het gros van de politici in dit halfrond graag in amusementsprogramma’s op televisie komt, z al ik de pret niet bederven en zeg ik: “Gefeliciteerd Woestijnvis.” En dat meen ik. Gefeliciteerd waarvoor? Voor het – met geleend geld en een buitenlandse partner – kopen van televisiezenders die jarenlang hebben moeten opboksen tegen de Vlaamse regelgever. De SBS-zenders werden hier jarenlang stiefmoederlijk behandeld omdat ze niet van ons waren. Zelfs geen radiolicentie werd hun gegund. SBS werd zelfs openlijk geschoffeerd door dit parlement en de commissie Media. Nu, na een passage van Woestijnvis en co, zijn jullie blij. Eigen zenders eerst. Het kan verkeren in Vlaanderen. Maar zo eigen zijn ze niet. Het is goed dat SBS in Vlaamse handen is gekomen, althans – ik wel de pret echt niet bederven – voor een klein deel. De Finnen hoesten veel geld op maar dat vergeten we liever even. Iedereen praat over Vlaamse verankering terwijl we buitenlands geld nodig hebben om die zenders Vlaams te laten blijven. VT4 en VIJFtv waren eigenlijk, volgens de perceptie, al Vlaams verankerd. Met Sanoma komt een kapitaalkrachtige buitenlandse speler op de Vlaamse televisiemarkt. Een internationaal persbericht van de Finse mediagroep, dat blijkbaar nogal wat mensen is ontgaan, claimt de aankoop van zenders in Nederland en België.

Ik heb tot nu toe nog geen enkele garantie gehoord dat we wel degelijk meer Vlaamse producties zullen krijgen. Een zendschema bevat 24 uur, je kunt er geen 12 bij toveren. Je krijgt hooguit verschuivingen. Ik noteer ook dat jullie liever de Finnen dan de Duitsers zien komen. In het consortium rond Vandenhaute zijn de Finnen de partij met de diepste zakken, met een omzet van 2,8 miljard euro, het veelvoudige van Vlaamse mediagroepen De Persgroep, Roularta en Corelio. Op termijn kan dat een effect hebben op de machtsverhoudingen. Een kniesoor die daarover valt maar goed, ik gun iedereen zijn perspleziertje. En ja, ik ben blij om de verdere liberalisering van de media en het vrije ondernemerschap, mocht u daaraan twijfelen.

Ik verneem ook: “Hoe meer zenders, hoe meer programma’s er nodig zijn en hoe meer creatieve mensen zich kunnen uitleven.” Dergelijke uitspraken vind ik een beetje goedkoop, ze bevestigen het gebrek aan kennis over mediaproductie in de politiek en in de kabinetten. Trek uw subsidieportefeuille maar open want herverdeling, toch een welbekend begrip in bepaalde politieke families, zorgt niet voor overleving. Dezelfde koek moet verdeeld worden op een andere manier. De groei van de reclamemarkt is niet groot genoeg om een volwaardige nieuwe commerciële mediagroep financiële draagkracht te bezorgen in Vlaanderen. Alle cijfers bewijzen dit. Het reclamegeld groeit niet tot in de hemel en een televisieprogramma maken kost hier evenveel als in een groter land, zeker gezien de kwaliteit die we hier kennen, met dat verschil dat het afzetgebied veel kleiner is. We zijn een klein geografisch gebied met veel zenders, goede zenders. De strijd zal dus crossmediaal gevoerd worden: deze zenders zullen elkaar bevechten voor de reclamegelden.

Minister, deze nieuwe situatie is ook een uniek moment waarbij u, als mediaminister, en de Vlaamse Regering het verschil kunnen maken. Dit mag u echt niet voorbij laten gaan. Er wordt opnieuw onderhandeld over een nieuwe beheersovereenkomst van de VRT met de Vlaamse overheid. Het moment is gekomen om een duidelijke streep te trekken onder het huidige mediabeleid en om iets vernieuwends te doen.

Ons voorstel houdt in dat de openbare omroep uitsluitend werkt met middelen van de overheid: geen reclameboodschappen, geen sponsoring op het VRT-scherm en op de VRT-zenders. Laat de private omroepen zichzelf bedruipen met de middelen uit de reclamemarkt. Ik weet wat de kritiek is: “wie zal dat betalen?”. Wel, wees ook eens creatief. Dit is de enige correcte en toekomstgerichte beslissing die u nu kunt nemen.

Ik vraag een volledige decommercialisering van de openbare omroep, maar zet hem niet op droog zaad. Geef voldoende budget. Vraag aan de Reyerslaan hoeveel het exact kost om televisie en radio te maken. Geef de VRT een zuivere overheidsfinanciering en geef extra zuurstof aan de nieuwe commerciëlen waaronder De Vijver. Verkoop MNM aan de meestbiedende, zorg voor evenwicht in de mediamarkt in Vlaanderen. Dat zijn de beslissingen die u nu moet nemen.

We moeten ook lessen trekken uit het verleden. Bij de VRT is men wakker geschoten: jarenlang geldstromen naar Woestijnvis en amper rechten in de kast. Als eerste reactie werd ‘Man Bijt Hond’ gedumpt: 5 miljoen euro per jaar. Woestijnvis kon zich dankzij de VRT een plaats onder de productiehuizen verwerven, verdiende daar goed geld aan en koopt nu met dat geld SBS.

Het is ook cynisch, want hoewel Wouter Vandenhaute herhaalde dat Woestijnvis openstaat voor verdere samenwerking met de VRT, mag men toch aannemen dat hij in eerste instantie, zeker met zo’n grote internationale mediagroep, van zijn eigen zenders een commercieel succes wil maken. En dan ligt de verhuizing van een aantal programma’s voor de hand, zo niet zou hij een heel slecht mediamens zijn en kan zijn ontslag wellicht aangekondigd worden.

Hoe de VRT dit zal aanpakken interesseert mij mateloos en ik vermoed dat het ook u allen interesseert, want heel veel middelen gaan naar de VRT. Ook Wouter Vandehaute wil dit weten, want hij gooit de bal terug naar Sandra De Preter. De beslissing ligt bij de VRT en dus moeten wij daarover discussiëren. De timing is belangrijk. We discussiëren nu over de nieuwe beheersovereenkomst. Neem uw tijd. Als dat impliceert dat de nieuwe beheersovereenkomst vertraging kent, dan is dat maar zo. De verandering die nu plaatsgrijpt in het Vlaamse tv-landschap, is een gelegenheid om de positie van de VRT daarin volledig te herdefiniëren.

Wat mij zorgen baart, puur vanuit mediatechnisch standpunt, is dat Vandenhaute zegt dat hij de tijd aan zijn kant heeft omdat hij het contract met de VRT heeft. Dat geeft De Vijver, een rechtstreekse concurrent met heel veel middelen, een vol jaar de tijd om de kat uit de boom te kijken en om ook in de interne keuken van de openbare omroep te kijken hoe die zich wil wapenen tegen een nieuwe concurrent – ‘faut le faire’.

Ik hoop dat men dit aan de Reyerslaan goed genoeg beseft. Daar zegt men dat er zonder Woestijnvis meer ademruimte is voor anderen. Ik hoop het. Als de VRT het spel helemaal fair wil spelen, mag ze niet langer met Woestijnvis werken. Alle nieuwe, jonge en toekomstige ‘woestijnvissen’ in Vlaanderen moeten nu kansen krijgen.

Dit is een uniek moment en de openbare omroep kan nu haar vliegwielfunctie voor Vlaams televisietalent bewijzen, wars van commerciële wetmatigheden die creativiteit en productie sowieso, door de economische eigenheid, onder druk zetten. Ik lees en hoor dat het bovendien voor de openbare omroep ook geen ramp is om een deel van zijn kijkers te verliezen. Bent u het daarmee eens, minister? Ik zou dat graag weten, het is een belangrijk antwoord. Moet de VRT onder de grote marktaandeeldruk staan? U hebt gezegd van niet. Mag het aandeel van de VRT zakken zonder dat hier de gelegenheid wordt benut om te beslissen om minder middelen te geven? Als je een openbare omroep wilt, dan moet je daar maar voor tekenen in marktaandelen en centen, dat is de keuze van de politiek. Als je de verschuiving krijgt – ik wil niet moeilijk doen –, dan krijg je toch wat hier jarenlang werd verdedigd, want dan krijg je nog steeds wat Woestijnvis voor de Vlaming brengt, maar op een ander kanaal. Wat is het probleem dan nog?

Je kunt niet met een meetlat bepalen hoeveel kijkers een zender moet of mag halen, maar de openbare omroep moet zich herbronnen, weg van commerciële denkpatronen, weg van een economisch geheel. Het moet volledig nieuw zijn en volwaardig gesteund vanuit dit huis, door de meerderheid en de oppositie.

Een commercieel mediabedrijf heeft meer dan louter inhoudelijke redenen om televisiezenders over te nemen en heeft advertenties nodig. Als je alles in één hand hebt, weekbladen, kranten en televisiezenders in één holding, kun je de adverteerder een interessanter pakket aanbieden, met reclame op tv, in de bladen en misschien zelfs op de radio.

Collega’s, uiteindelijk is dit geen slecht nieuws voor de Vlaamse mediawereld, haar adverteerders en haar kijkers. Leve de concurrentie en leve de situatie van de VRT! Een openbare omroep heeft andere opdrachten dan de reclameverkopers die programma’s rond de publiciteit maken.

De Woestijnvissers gaan wasproducten combineren met bijtende honden. De VRT moet de Woestijnvissers de oren wassen op het vlak van programmakwaliteit en dat is de verantwoordelijkheid van het beleid. (Applaus bij LDD)

De voorzitter

De heer Decaluwe heeft het woord.

Carl Decaluwe

Voorzitter, minister, collega’s, ik begin met een citaat: “Een van de kantelmomenten in de Vlaamse audiovisuele sector wordt in 2011 zeker de verdere bedrijfsontwikkeling van het productiehuis Woestijnvis en diens holding De Vijver.” Dit citaat staat op bladzijde 286 van het boek “Live or let die. Is er nog een toekomst voor de openbare omroep?”.

Collega’s, het stond in de sterren geschreven. Dit boek is intussen nagenoeg uitverkocht. (Opmerkingen)

De voorzitter

Mijnheer Decaluwe, er is een duidelijke vraag van het parlement. Wie is de auteur van dat boek?

Carl Decaluwe

Die staat voor u. Er is nog een beperkt aantal exemplaren, mijnheer Van Mechelen.

Sinds de oprichting van VT4 midden jaren 90 is deze televisiezender voor de derde keer van eigenaar veranderd. Eerst was er SBS Broadcasting, later het Duitse televisieconcern ProSieben en nu wordt de omroep overgenomen door de groep De Vijver-Corelio-Sanoma. De derde overname is wellicht de meest spectaculaire. Als mediawatcher kan ik zeggen dat dit na 1 februari 1989, de opstart van de commerciële omroep vtm, de grootste omwenteling is in het toch wel kleine Vlaamse unieke media-ecosysteem.

Belangrijk is ook dat het een kleine triomf is voor het Vlaamse entrepreneurschap, met enige hulp ook wel van de Finnen van Sanoma. Het is een zeer goede zaak dat VT4 nu een Vlaamse commerciële zender is geworden omdat er nu langs Vlaamse kant een volleerde concurrentie kan komen tussen de verschillende private spelers. En ook omdat het nu een volwaardige Vlaamse mededinger betreft, een speler die alle media beheert en gewicht in de schaal kan leggen tegenover De Persgroep/Roularta, want het gaat om Corelio, Sanoma en Woestijnvis.

Nog een goede zaak is het feit dat de aangescherpte concurrentie bij de private spelers steevast de kwaliteit van het televisieaanbod verder ten goede komt. Ook voor de Vlaamse productiehuizen is het een goede zaak, want zij kunnen een boost verwachten. Bovendien hoop ik dat het een extra stimulans zal zijn voor het diverse talrijke jonge talent in Vlaanderen op het vlak van film en media.

De overname is vrij uniek in de mediageschiedenis. Een productiehuis dat grootgebracht werd met uitsluitend overheidsgeld van een publieke omroep wordt waarschijnlijk een van de belangrijkste concurrenten van datzelfde overheidsbedrijf. De vraag vanuit de overheid is of dat goed en behoorlijk bestuur is. De overname is ook des te uitdagender. Het is immers de eerste keer in Vlaanderen dat één groep niet alleen een televisiezender en een productiehuis heeft, met een stevige poot in de geschreven pers, maar ook eigenaar is van belangrijke sportevenementen. De groep heeft last but not least ook belangrijke sportrechten in zijn portefeuille. Het is de eerste keer dat die combinatie tot stand is gekomen in het Vlaamse medialandschap.

Er zijn dus veel redenen voor hoerageroep op alle banken. Maar ik denk dat er ook een aantal belangrijke uitdagingen zijn, en misschien ook zelfs een aantal provocaties. Als overheid moeten we hieruit ook onze lessen willen trekken. Het is heel voorbarig om nu al te voorspellen wat er zal gebeuren en meteen te handelen. Dat zou ondoordacht en vroegtijdig zijn.

Collega’s, ik wil deze toch wel belangrijke mediadeal vanuit drie invalshoeken belichten, vanuit de Vlaamse televisiekijker, vanuit het beleid en vanuit de VRT zelf.

Voor de kijker wijzigt er op het eerste gezicht niets. Normaliter zou de toegenomen Vlaamse concurrentie het kwaliteitsniveau van de programma’s verder moeten verhogen. In vergelijking met het buitenland was de kwaliteit van de Vlaamse commerciële zenders vandaag al hoog. Hopelijk kan die dan nog verhogen.

De grotere Vlaamse focus, samen met de wetenschap dat fictie van eigen bodem heel goed scoort – wat elke zender en de voorbije jaren zeker VT4 goed hebben begrepen –, zouden op het inhoudelijke vlak een en ander versneld kunnen doen bewegen. Meer dan ooit zal de lokale content belangrijk zijn. VT4 was trouwens deze weg ook al op een succesvolle manier ingeslagen. In het belang van de kijker komt er niet alleen een belangrijke kwaliteitsstijging, maar ook meer programmadiversiteit.

Het is geweten dat veel Vlaamse televisiekijkers zeer trouw zijn aan een zender en heel moeilijk hun kijkgedrag veranderen. Anderen doen dat dan weer wel. Zolang er een open net beschikbaar blijft in Vlaanderen is er voor mij geen probleem. Het productiehuis Woestijnvis had en heeft op de Vlaamse openbare omroep een aantal kijkcijferkleppers. Het kijkerprofiel van veel typische Woestijnvisprogramma’s leunt aan bij de hoger opgeleide Vlamingen, vaak van het mannelijk geslacht. Die vinden bij Woestijnvis hun gading. Deze kijkersgroep heeft als kapitaalkrachtigere groep een hoge consumeercapaciteit. Het zijn hogeropgeleiden, met een groter inkomen. Dat is interessant voor de adverteerders, die hen alsnog niet konden bereiken vanwege het reclameverbod op de VRT. Misschien opent dit nieuwe mogelijkheden. Het is een retorische vraag of de kijkers wijzigingen in de advertentiemarkt teweeg zullen brengen.

Misschien loopt de vergelijking mank, maar zoals de overlopers in de politiek hun stemmen meenemen, zou het wel eens kunnen dat Woestijnvis ook een belangrijk deel van haar kijkers zal meenemen. Al is het maar een deel ervan, dit effect zal er sowieso zijn.

En dan de kijk vanuit het beleid. Minister, verschillende collega’s van zowel de meerderheid als de oppositie hebben het al benadrukt, u kunt door deze nieuwe deal niet zomaar overgaan tot de orde van de dag. Meer dan ooit moeten er echte keuzes worden gemaakt. Keuzes vanuit een doordachte visie, een visie die rekening houdt met deze recente ontwikkeling en met wat nog zal komen.

Voor het algemeen belang is het belangrijk de juiste richting voor de VRT aan te geven: een transparantere werking met een goed beheer, zeker in relatie tot productiehuizen. De sleutels van de toekomst voor de VRT en voor de kijker, zijn ongetwijfeld de garantie van het open net, de rechtenkwestie en dit in combinatie met een kwalitatief aanbod van lokale content.

Daarom pleit ik met aandrang voor een uitbreiding van de evenementenlijst van wat allemaal kan op open net. Collega’s hebben al verwezen naar de Koningin Elisabethwedstrijd, wieler- en voetbalwedstrijden. Het Europees Hof heeft belangrijke uitspraken gedaan en die geven ons een hefboom om de evenementenlijst uit te breiden in het belang van de Vlaamse cultuur.

Ook moet er misschien worden nagedacht om meer tijd te nemen voor de onderhandelingen over een nieuwe beheersovereenkomst. Ik stel u de vraag, minister, u moet er zelfs niet op antwoorden.

Dit is een grote schok in het medialandschap, en ik voorspel een nieuwe grote schok in juni. De blitzkrieg van de VRT van gisteren was te emotioneel. Ik betreur dat.

De premature fase na deze toch wel belangrijke overname, was nog niet voorbij. Men had misschien moeten wachten, want de hond uit Man bijt hond zou wel eens nijdig kunnen terugbijten.

De vraag is of men niet beter wat temporiseert met de lopende beheersovereenkomst en rustig afwacht wat er zal gebeuren. Ik geef een voorbeeld. De uitgevoerde marktbevraging in aanloop naar de onderhandelingen is voorbijgestreefd. Corelio zal wellicht geen vragende partij meer zijn voor beelden van de VRT voor haar websites om die eventueel te commercialiseren. Het ‘syndicationverhaal’ zal een andere invulling krijgen.

Het beleid moet hier lessen uit trekken en een kader creëren om mogelijke kartelvorming tegen te gaan. We moeten vermijden om in situatie van twee tegen een te komen.

Het laatste luik gaat over de Vlaamse publieke omroep. Voor de VRT zijn er door de overname opportuniteiten maar ook uitdagingen. Het staat immers buiten kijf dat dit effecten zal hebben op de structuur van onze publieke omroep. De overname van VT4 en VIJFtv is een belangrijk kantelmoment om de mensen van binnen de omroep te herwaarderen en de onnodige consultancy en marketingtussenschakels in het creatieve proces naar nieuwe programma’s weg te laten.

De VRT mag echter zeker niet mee ijveren in de commerciële ratrace tussen vtm en VT4. De omroep moet zich focussen op haar kernactiviteit en haar publieke opdracht, zoals vervat in het Mediadecreet. Als dat ertoe zal leiden dat bepaalde evenementen niet meer op de openbare omroep te zien zullen zijn maar op het open net van een commerciële omroep, dan zou ik zeggen ‘So what?’.

Er moet me nog iets van het hart, en ik kijk naar de voorzitter. We hebben vanuit ons parlementair initiatiefrecht al vaak initiatieven genomen, zoals bij de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM). Samen met collega Verstrepen en anderen, heb ik dat destijds ook gedaan voor de zogenaamde exclusiviteitscontracten van Woestijnvis. Voorzitter, het grootste geheim tot op vandaag, namelijk de kostprijs die contractueel was vastgelegd, is door de VRT nu zelf naar buiten gebracht. We mochten het nooit weten. 5 miljoen euro kostte het. Men liet zelfs uitschijnen dat het te duur was. Als we er hier opmerkingen over maakten, verweet men ons dat we de VRT aan het bashen waren. Ik stel vast dat het duo Aimé Van Hecke-Tony Mary het parlement jarenlang heeft voorgelogen. Ik denk dat dat hier nu toch eens mag worden rechtgezet.

De voorzitter

De heer Verstrepen heeft het woord.

Jurgen Verstrepen

Voor de duidelijkheid: vraagt u nu als lid van de meerderheid om de periode van de besprekingen over de beheersovereenkomst en de procedure in de commissie met de hoorzittingen opnieuw aan te passen en dus af te wijken van het tijdschema?

Carl Decaluwe

Mijnheer Verstrepen, ik stel vast dat er vanaf 1 januari 2012 een nieuwe beheersovereenkomst moet zijn. Normaliter probeert men alles af te ronden tegen eind mei of begin juni. Omdat er nog een aantal mediaschokken op komst zijn, moeten we misschien rustig het stof laten neerdwarrelen en in het belang van de openbare omroep rustig de tijd nemen om de nodige initiatieven te kunnen nemen. Een beetje temporiseren zou misschien op zijn plaats zijn.

De voorzitter

De heer Wienen heeft het woord.

Wim Wienen

De vraag is natuurlijk wat temporiseren is. Ga je wachten met het afsluiten van een beheersovereenkomst en de openbare omroep in de onzekerheid laten tot het eind van dit jaar? Ik weet niet of dat wenselijk is.

Ik herinner me dat in dit parlement de afspraak was gemaakt dat er resoluties zouden worden ingediend tegen Pasen. Ik stel vast dat er geen meerderheidsresolutie is. Zou het temporiseren in het onderhandelen van een beheersovereenkomst niet eerder te maken hebben met het feit de meerderheid het niet eens wordt over de richting die ze de VRT uit wil sturen?

Carl Decaluwe

Met dat laatste heeft het niets te maken, maar wel met een bekommernis om de openbare omroep. Ik herhaal het nog eens dat er nog grote schokken op komst zijn. Men moet rustig nagaan wat er op komst kan zijn zodat men zich kan wapenen. Ik laat me niet vastpinnen op een timing: rustig nadenken en niet emotioneel reageren, in het belang van de openbare omroep.

De voorzitter

De heer Tommelein heeft het woord.

Mijnheer Decaluwe, ik heb begrip voor uw vraag om te ‘overzomeren’. Niet al uw collega’s zijn daartoe bereid, bijvoorbeeld uw collega Van Rompuy is daartoe minder geneigd.

Het is van het grootste belang dat de openbare omroep zeer snel duidelijkheid krijgt over zijn opdracht en ruimte. We kunnen misschien wel wachten tot er nog eventuele schokken komen, maar we kunnen zo wel blijven wachten. Intussen heeft die openbare omroep nog altijd zijn specifieke taak. Ik vind dat hij zeer snel moet weten waar hij aan toe is en waar hij zich moet aan houden.

Carl Decaluwe

Mijnheer Tommelein, ik heb er al voor gepleit dat de VRT zich nu meer dan ooit moet concentreren op haar kerntaken. We zeggen dat al jaren, en ik zeg nog altijd hetzelfde. Het is niet de bedoeling dat de VRT in concurrentie gaat met de private aandeelhouders inzake marktaandelen en kijkcijfers. Dat is geen opdracht noch prioriteit van de VRT.

Transparantie zal hoe dan ook het sleutelwoord blijven. Als de VRT nu voorwaarden oplegt aan Woestijnvis rond de band met De Vijver, dan moet de VRT zelf dezelfde voorwaarden vervullen als ze deals afsluit met andere productiehuizen. Dat geldt meer dan ooit.

De gemaakte keuzes zullen misschien resulteren in een herverdeling van de marktaandelen. De VRT zal misschien van de huidige 46 procent zakken naar 32 à 30; de commerciële zenders zullen elk rond de 30 procent schommelen. Wat is het probleem dan? Als het geld van grote sportevenementen vrijkomt, kan de VRT in minder populaire sporten investeren. Wie zegt dat men dan slecht bezig is, is niet goed bezig. Ik ben ervan overtuigd dat we boeiende mediatijden tegemoet gaan.

De Vlaamse overheid, minister, moet waken over het Vlaamse subtiele media-ecosysteem, met respect voor alle spelers, en met genegenheid voor onze publieke omroep. (Applaus bij CD&V, van de heer Marc Hendrickx en van de heer Bart Caron)

De voorzitter

De heer D’Hulster heeft het woord.

Steve D'Hulster

Ministers, voorzitter, collega’s, zoals u wellicht allemaal weet, is mijn goede collega Philippe De Coene op het vlak van mediabeleid de Johan Cruijff van de sp.a-fractie. De heer De Coene kan hier jammer genoeg niet zijn wegens gezondheidsredenen. Het is bijna onmogelijk om Johan Cruijff te vervangen, toch wil ik met deze invalbeurt toch graag de krachtlijnen van het sp. a-standpunt overbrengen.

Collega’s, ik maak deel uit van de Woestijnvisgeneratie. Op televisievlak ben ik opgegroeid met de vruchten die zijn voortgekomen uit de samenwerking tussen de VRT en Woestijnvis: Man bijt hond, In de gloria, De Parelvissers, Het Eiland, Van Vlees en Bloed, De Ronde en ga zo maar door. Die samenwerking heeft gedurende vele jaren aan de lopende band successen opgeleverd, zowel op het vlak van kijkcijfers als op het vlak van creativiteit. Toen duidelijk werd dat aan die samenwerking een eind zou komen, was mijn eerste reactie als tv-kijker het best te omschrijven als “dameendjenie” – ik probeer mijn tekst een beetje aan te passen aan de West-Vlamingen in het halfrond. (Rumoer. Gelach)

Het Vlaamse medialandschap is door de gebeurtenissen van de afgelopen dagen grondig door elkaar geschud. Die nieuwe situatie hoeft ons geen angst in te boezemen. Integendeel, ze biedt net enorme kansen. Wie liefheeft, moet ook los kunnen laten. De VRT en Woestijnvis hebben elkaar het afgelopen decennium liefgehad. Ze hebben elkaar groot gemaakt. Nu kan die laatste partner op eigen benen staan.

Natuurlijk betekent dat een aderlating aan talent en creativiteit, maar het is net die aderlating die plaats maakt voor nieuw bloed. De VRT kan nu volop kiezen voor nieuw talent, om te beginnen door te investeren in de mensen van het eigen huis maar ook door wat meer aan polygamie te gaan doen op vlak van tv-programma’s. Er komt nu 18 miljoen euro vrij die vroeger uitsluitend waren voorzien voor Woestijnvis. Er zijn heel wat creatieve en goede productiehuizen in Vlaanderen. Dat zorgt voor meer ademruimte en voor meer kansen voor hen. Die concurrentie zal de creativiteit ten goede komen, en daar is de Vlaamse kijker alleen maar bij gebaat.

Collega’s, angst is altijd een slechte raadgever. In dit geval is dat zeker zo. Het is belangrijk dat de VRT vooral niet in de touwen gaat hangen, maar zich offensief opstelt ten aanzien van deze nieuwe uitdagingen. De manier waarop de VRT en haar CEO Sandra De Preter de afgelopen dagen hebben gereageerd, is in elk geval zeer hoopgevend. Vlaanderen heeft een sterke VRT nodig, een VRT die vertrekt vanuit haar eigen troeven, die programma’s kan aanbieden met een hoge kwaliteit en een groot bereik, die de lat hoog kan blijven leggen op het vlak nieuws en, voor diegenen die geen France 2 hebben, sport, die blijft kiezen voor een divers en reclamevrij aanbod voor jong en oud en die een kweekvijver blijft om talent te laten ontbolsteren en daar ook de tijd voor te geven. Het is belangrijk om dit in een degelijke beheersovereenkomst te vertalen.

Maar de overname van SBS door De Vijver creëert ook opportuniteiten in de commerciële hoek. Naast de openbare omroep krijg je nu twee grote blokken. Ook daar kan een extra impuls ontstaan. Want laat ons niet vergeten dat de afgelopen jaren ook VMMa heel wat kwalitatieve producten heeft afgeleverd en dat ook daar heel wat creatief talent zit dat geprikkeld kan worden door deze nieuwe evolutie.

Collega’s, het is in elk geval ook een goede zaak dat SBS door de overname gedeeltelijk in Vlaamse handen is gekomen waarvan we bovendien weten dat die de nodige garanties kunnen bieden op een kwaliteitsvol aanbod.

Minster, collega’s, het zal te maken hebben met het feit dat ik zelf volop in de kleuters zit, maar het gewijzigde medialandschap heeft iets weg van ‘Finding Nemo’. Woestijnvis heeft de veilige bokaal van de VRT verlaten en heeft resoluut gekozen voor de open zee. Woestijnvis zal moeten wennen aan die nieuwe habitat. De VRT moet nu op zoek naar nieuwe creatieve vissen om haar bokaal mee te vullen en moet vooral vermijden dat er kwallen in komen. Dat is voor beide actoren een enorme uitdaging. Maar sp. a is ervan overtuigd dat we door resoluut te kiezen voor een offensieve openbare omroep, die blijft gaan voor kwaliteit en creatief talent, de Vlaamse kijker een beter televisieaanbod kunnen bieden, en dat is uiteindelijk waar het om gaat. (Applaus bij de meerderheid en van de heer Bart Caron)

Wim Wienen

Mijnheer D’Hulster, ik dank u hartelijk voor uw uiteenzetting, maar die was bij momenten nogal wollig, vond ik. Ze doet me een beetje denken aan de CVP van vroeger, maar dat zal ik u zeker niet verwijten. U hebt enkele keren gezegd dat de VRT offensief moet zijn en offensief de uitdagingen moet aangaan. Maar wat verstaat de sp. a-fractie daaronder? Ik merk dat in dit halfrond ondertussen Open Vld ervan overtuigd is dat in dit nieuwe medialandschap de VRT zich moet beperken tot zijn kerntaken zoals beschreven in de publieke opdracht in het decreet. Ook CD&V heeft dat gezegd en ook ikzelf heb dat op de tribune meegedeeld. Is ook sp. a de mening toegedaan dat de VRT, wil ze nog een taak en een rol te spelen hebben in dat medialandschap, zich moet focussen op de kerntaken zoals vervat in het decreet?

Steve D'Hulster

Mijnheer Wienen, het lijkt me evident dat de VRT in dit nieuwe landschap haar rol opnieuw zal moeten vinden en op zoek moet gaan naar een nieuwe rol binnen dat evenwicht. Ik denk dat ik in mijn uiteenzetting duidelijk ben geweest over het feit dat de VRT sterk moet zijn, ten eerste in het blijven zorgen voor een kwaliteitsvol aanbod door te blijven investeren in nieuw talent. Dat kan ze nu volop doen omdat de bokaal deels is leeggelopen. Ze moet ook sterk blijven in de dingen waar ze nu al sterk in is, namelijk nieuws, sport en een aantal zaken die u net hebt opgesomd.

Ik ben wat minder concreet. Ik vind het logisch dat iemand die slechts ad interim als mediaspecialist optreedt zich enigszins bescheiden opstelt. Ik denk dat minister Lieten de rest van de hier gestelde vragen met plezier zal beantwoorden.

Carl Decaluwe

Eerst en vooral wil ik mijn appreciatie voor de heer D’Hulster uitdrukken. Het is niet zo evident hier zo maar in te vallen. Zijn laatste woorden hebben me echter verontrust. Ik denk dat hij de betekenis van het woord ‘offensief’ ondertussen al deels heeft verduidelijkt. Hiermee heeft hij me al wat gerustgesteld.

De VRT moet natuurlijk sterk zijn. Het lijkt me echter belangrijk dat de VRT niet aan een toekomstige rat race tussen de commerciële zenders zal deelnemen. De VRT zal met haar kernopdrachten het verschil moeten maken. Ze zal meer dan ooit in informatie, nieuws en duiding moeten investeren. Dit lijkt me een duidelijke basisboodschap. Indien dit de vertaling van het offensief is, denk ik dat de heer D’Hulster en ikzelf perfect op dezelfde lijn zitten.

Jurgen Verstrepen

Ik zou voor de duidelijkheid de heer D’Hulster nog om een kleine toelichting willen vragen. Daarnet heeft hij verklaard dat hij erop rekent dat de VRT nieuw talent zal aanboren. Ik link dit meteen met de budgetten. Indien het budget van 5 miljoen euro voor Man bijt hond wordt vrijgemaakt, kan dat geld worden besteed om andere productiehuizen te bedienen of om meer creativiteit te creëren. De VRT heeft eigenlijk ook verklaard intern te willen produceren.

Mijnheer D’Hulster, ik vind dat het helder moet verlopen. Pleit u ervoor Woestijnvis naar de commerciële markt te laten vertrekken en de budgetten die dan vrijkomen, ongeveer 18 miljoen euro, te besteden? Is dat de visie van uw fractie?

Steve D'Hulster

Ik denk dat we vooral in eigen talent moeten investeren. De VRT kan voor eigen producties naar meer spelers trekken.

Jurgen Verstrepen

Dat heeft natuurlijk financiële implicaties. We kunnen de VRT moeilijk zeggen dat ze nu alles zelf moet betalen en met dezelfde financiële middelen naar andere partners moet stappen. Koken kost geld. Indien de deal met Woestijnvis wordt stopgezet, komt een budget vrij. Is het de bedoeling dat budget bij andere productiehuizen te gebruiken? Dat is mijn vraag.

Steve D'Hulster

Ja.

Ik zal proberen geen lastige vragen te stellen. Ik waardeer de manier waarop de heer D’Hulster de Johan Cruijff van de sp.a moet vervangen. Ik vind hem eigenlijk meer lijken op Ronaldo, iets eigentijdser.

Mijnheer D’Hulster, u hebt daarnet de notie van een reclamevrije omroep naar voren geschoven. Betekent dit dat uw fractie of uzelf vinden dat de VRT, zeker wat de televisie-uitzendingen betreft, beter reclamevrij zou zijn? Het is natuurlijk mogelijk dat ik het verkeerd heb begrepen.

Steve D'Hulster

VRT moet haar sterktes uitspelen. Ik bedoel hiermee dat de VRT van haar eigen sterke kanten moet vertrekken. Het is een ongelooflijke troef dat de VRT een aanbod kan ontwikkelen dat niet door reclameboodschappen wordt onderbroken.

Carl Decaluwe

Ik wil misverstanden vermijden. Voor zover ik weet, wordt op de VRT niets voor reclame onderbroken. De openbare omroep is immers reclamevrij. Er is geen reclame op de openbare omroep en dat moet ook zo blijven.

In de nieuwe driehoek tussen de twee belangrijke spelers en de openbare omroep zal de openbare omroep op een nog subtielere manier met de commerciële inkomsten moeten omgaan. We kunnen die inkomsten niet zo maar wegdenken. Er is immers geen overheidsgeld om dit te compenseren. Het is niet de bedoeling de VRT dood te knijpen. Het lijkt me belangrijker dan ook om bepaalde commerciële inkomsten in de beheersovereenkomst te specificeren en te plafonneren. Voor de VRT zou het goed zijn te weten wat kan en niet kan. Dit zou ook een goede zaak zijn voor de commerciële markt waaraan de VRT zich moet verwachten. Dit zou in het nieuwe Vlaamse medialandschap een belangrijke boodschap zijn. We mogen de VRT niet zo maar op allerlei vlakken commerciële inkomsten laten binnenhalen alsof alles mogelijk is. Dit lijkt me met het oog op de toekomstige Pax Media een van de sleutels in de discussie over het behoud van het subtiele Vlaamse medialandschap.

Jurgen Verstrepen

Ik vind de discussie over de richting zeer boeiend, maar wat is het nu: decommercialiseren we de openbare omroep of niet? Er bestaat al lang een plafond. Dat werd gewoon regelmatig creatief omzeild. Als men het heeft over onderbrekingen, neem ik aan dat het gaat over de sponsormededelingen, die niet in de programma’s zelf vallen. Dat is ook verdoken reclame. Ik hoor hier nu twee betogen in de meerderheid. Bij sp.a wordt gepleit voor decommercialisering, wat ik toejuich, terwijl men bij CD&V de commercie verdedigt. De verwarring wordt dus gewoon groter.

Wim Wienen

De heer Decaluwe stelt dat de VRT reclamevrij is, maar de facto is ze dat natuurlijk niet, omdat er inderdaad sprake is van sponsoradvertenties. Ik vind dat we in het kader van de nieuwe beheersovereenkomst de denkoefening moeten aangaan van het écht reclamevrij maken van het geheel als het gaat over televisie. We hebben dat idee eens horen opperen tijdens de hoorzittingen over de nieuwe beheersovereenkomst. Ik deel de mening van de heer Verstrepen niet. Hij wil de VRT volledig reclamevrij maken, terwijl ik nog altijd vind dat reclame op de radio moet worden toegelaten. Anders komen adverteerders niet meer aan bod op de radio. De VRT heeft momenteel immers nog steeds de meeste radiozenders. Het daadwerkelijk reclamevrij maken van de televisie, de sponsordeals inbegrepen, lijkt me echter wel wat.

Carl Decaluwe

Een aantal leden creëren ongelooflijk veel verwarring. Er is een onderscheid tussen reclame, sponsoring, boodschappen van algemeen nut, product placement enzovoort. Er is een plafond voor radioreclame. Op televisie is reclame uit den boze. We pleiten gewoon voor een goed kader voor de commerciële inkomsten van de VRT. Nogmaals, de CD&V-fractie wil de VRT niet doodknijpen, maar het is belangrijk dat we een duidelijk kader aangeven, zodat men bijvoorbeeld weet wat bij boodschappen van algemeen nut kan en voor welk bedrag. Nu bestaat dat al, maar niet voor alles. We pleiten voor een duidelijker kader, dat zeer belangrijk zal zijn in het toekomstige medialandschap. Ik heb echter de indruk dat iedereen hier wat verwarring aan het creëren is. Commerciële inkomsten – hoe men die ook noemt, collega’s van de oppositie – zullen noodzakelijk blijven voor de VRT. Wie pleit voor het afschaffen ervan en niet de moed heeft de dotatie met 10, 20, 30, 40, 50 miljoen euro te verhogen, is de openbare omroep op een zeer subtiele manier aan het vermoorden. Dat willen wij niet.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron

Dat was eigenlijk ook mijn bevinding bij de discussie die zich zo langzamerhand aan het ontwikkelen was. Mijnheer D’Hulster, laat u vooral niet vangen in dit soort debatten. Er zijn immers geheime gangen en vallen ingebouwd. Laten we duidelijk zijn: het kan dat mensen tegen reclame op de VRT zijn. Mij om het even, maar dan moet dat worden gecompenseerd door de dotatie op te trekken, zoals de heer Decaluwe zegt. Daar gaat het over. Het gaat morgen echt over de vraag welke VRT we willen en met welk geld we die zullen betalen. Voor ons zal er zeker geen sprake zijn van een verlaagde dotatie. Integendeel, die moet behoorlijk groot blijven om kwaliteitsvolle programma’s te kunnen maken. De kwestie van de reclame komt neer op de vraag wie de veerman betaalt. Wie betaalt er voor het overgangsbewijs om van de linkeroever naar de rechteroever van de rivier te varen? Dat is het enige waarover het echt gaat. Laat u niet verstrikken in dat soort discussies. Ga voor een sterke openbare omroep, gefinancierd door een duaal model. Wil men dat niet, dan is de rekening gekend.

De voorzitter

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Eric Van Rompuy

Het zou de VRT echt enorm schaden, mochten we de omroep nu ongeveer 20 à 25 procent van haar middelen ontnemen. Daarover gaat het immers. Dat zou gebeuren op een ogenblik waarop ze zou moeten concurreren en investeren in kwaliteit. Dat hoor ik toch overal. Televisie is nu eenmaal duur. Dan zou men de VRT in de beheersovereenkomst maar eventjes een kwart van haar middelen afnemen. Ik heb hier wekenlange discussies gehoord over de besparingsoperatie. Op een budget van in totaal ongeveer 500 miljoen euro ging dat over ongeveer 10 procent. Als men daar nu nog eens 20 à 25 procent van wil afnemen, dan is dat dodelijk.

De commerciële zenders weten waaraan ze beginnen. Die wetgeving bestaat. Er is sponsoring op de openbare omroep. Er is reclame op de radio. Iedereen weet dat. Diegenen die nu instappen in VT4 – Sanoma, Woestijnvis en Corelio –, weten dat dit het financieringsmodel is waar ze zijn ingestapt.

Maar nu, om hun meer kansen te geven, de openbare omroep zijn reclamemiddelen ontnemen en hen in een saneringsoperatie dwingen op een ogenblik dat ze een groeiscenario moeten ontwikkelen?

In 1998 is hier kamerbreed een resolutie goedgekeurd – onder andere Kris Van Dijck, Carl Decaluwé, Dirk Van Mechelen waren er toen ook al – om de openbare omroep reclamevrij te maken. Bert De Graeve heeft mij toen gezegd dat als dat zou worden doorgevoerd, hij de VRT niet kon heropstarten, omdat hij het geld van de reclame op de radio zeker nodig had om de openbare omroep te kunnen herfinancieren. Gelukkig zijn we daar toen niet op ingegaan. Die resolutie is nooit uitgevoerd, en ik ben daar nog altijd fier op. (Gelach)

Ik zie hier nu een nieuw debat ontstaan in die richting. Dat is de grootste fout die men zou kunnen maken.

Collega’s, heb toch eens wat vertrouwen. De discussie die we nu horen, werd ook gevoerd bij de opkomst van vtm. Dat heeft een aantal jaren geduurd. De VRT heeft zich toen moeten herpositioneren, maar ze is daar toen in geslaagd. Waarom zou ze daar nu ook niet in slagen? Creatief talent is niet het monopolie van één productiehuis. Een aantal productiehuizen waren zeer gefrustreerd omdat zij niet konden ontwikkelen en groeien doordat zij die exclusiviteitscontracten niet hadden. Misschien kunnen zij nu nieuwe mogelijkheden creëren.

De openbare omroep heeft bovendien vijftig jaar ervaring. Daar zit enorm veel talent in eigen huis, dat meer mogelijkheden en kansen krijgt. Maar dat hangt natuurlijk af van het management. Laten we als parlement niet de fout maken die in het verleden is gemaakt, namelijk dat wij hier gaan zeggen welk soort programma’s er moet worden gemaakt en hoe de VRT zich moet positioneren. Het parlement moet het mission statement en de middelen bepalen; de raad van bestuur en het management van de VRT moeten dat invullen. Laat ons de rollen niet omkeren.

Collega’s, ik heb er zeker niet voor gepleit om de reclame te verminderen of om de inkomsten van de VRT aan te pakken. Er moet een evenwicht zijn. Wij moeten ervoor zorgen dat de openbare omroep met voldoende middelen zijn opdracht kan uitvoeren. De private middelen moeten maximaal naar de private initiatieven gaan. Je moet natuurlijk wel duidelijkheid scheppen in hoever de VRT kan gaan. En laat ons een onderscheid maken, mijnheer Van Rompuy, tussen radioreclame en tv-reclame. De VRT heeft momenteel een vrij dominant marktaandeel in radio. Tv-reclame is nog iets anders.

U spreekt over vijftig jaar ervaring, maar er zijn ook crossmediale activiteiten. Die markt is zich aan het ontwikkelen. Het zijn op dit moment niet meer louter tv- of radio-omroepen, maar groepen die op verschillende kanalen spelen en dus crossmediaal inkomsten binnenhalen. Ook dat moet je in ogenschouw nemen. Daarom pleit ik er, in tegenstelling tot de heer Decaluwe, voor om niet te treuzelen met die beheersovereenkomst, maar aan de VRT heel duidelijk te zeggen waar ze moeten eindigen.

Jurgen Verstrepen

Collega’s, ik heb duidelijk niet gepleit voor minder middelen. Ik heb gepleit voor wat zich internationaal doorzet bij de openbare omroep en de commerciële zenders. Wij bezoeken met veel enthousiasme de BBC, die volledig reclamevrij is, en praten daar over de financieringsmodules. Maar als het over de VRT gaat, zegt men dat die reclame nodig heeft.

Ik durf te wedden dat, als je voor een zuivere financiering kiest, je meer mogelijkheden creëert op de Vlaamse markt. Als de commerciëlen meer koek krijgen en de openbare omroep krijgt een vast, duidelijk omschreven budget om zijn kwaliteit te laten maken, creëer je een veel stabielere markt.

De afgelopen jaren werd hier dikwijls gepleit tegen de commercialiseringsdrift van de openbare omroep, tegen de knipperlichtenprocedure en tegen het misbruik van de reclame. Maar wat blijkt nu? Er komt nu een Vlaamse speler, en nu zegt men dat de VRT reclamegeld uit de markt moet blijven halen. Als die nieuwe speler faalt, dan is de verantwoordelijkheid duidelijk: die ligt in dit huis.

De voorzitter

De heer Yüksel heeft het woord.

Veli Yüksel

Mijnheer Verstrepen, u hebt daarnet op de tribune gezegd dat de VRT niet op droog zaad mag worden gezet. U pleit er ook voor de reclame af te schaffen op de VRT. Pleit u dan voor meer middelen voor de VRT, voor een verhoging van de dotatie? Ik dacht dat u in de commissie voortdurend tegen die verhoging pleit? Wat wilt u eigenlijk?

Jurgen Verstrepen

Nogmaals, ik vind dat je geen verstoppertje moet spelen met die tweeslachtigheid in de politiek over de dotatie en de budgettering van de openbare omroep. Ik moet er eigenlijk niet op antwoorden, maar zal dat toch doen. Als je kiest voor een openbare omroep in Vlaanderen en je wilt dat die kwaliteit brengt, moet je in de politiek je verantwoordelijkheid nemen. Als blijkt dat dat een x-aantal centen kost, dan is dat maar zo. Moet je dat verhogen? De ministers moeten bepalen waar de prioriteiten liggen en hoe belangrijk zo’n openbare omroep is voor Vlaanderen. Dat is de beslissing van de meerderheid.

Wim Wienen

Naar aanleiding van het betoog van de heer van Rompuy, wil ik graag duidelijkheid verschaffen. Ik pleit er niet voor om de 25 procent die ze uit de markt halen volledig af te schaffen. Ik pleit voor een werkelijk reclamevrije televisie. Ik heb ook duidelijk gezegd dat reclame via de radio geen enkel probleem is. Het voorbeeld van de BBC is al aangehaald. Misschien moet de heer Verstrepen dan ook maar eens zeggen wat de Britse burger betaalt aan die openbare omroep. Ik weet niet of de Vlaamse burger bereid is evenveel te betalen voor een openbare omroep. Ik wil duidelijk stellen dat het Vlaams Belang niet tegen het duaal financieringsmodel is. Wij pleiten enkel voor het afschaffen van reclame op de televisie.

Eric Van Rompuy

Er worden allerlei zaken door elkaar gehaspeld. De sponsoring is maar een heel beperkt deel. Dat is trouwens decretaal geregeld, bijna met seconden, met vermelding van merken, enzovoort. Dat is werkelijk decretaal ingevuld. Dat gaat ook om zeer beperkte bedragen. Als je dat in het geheel van het budget van de openbare omroep bekijkt, is dat minimaal.

Mijnheer Verstrepen, ik heb onlangs nog een rapport gelezen over de financiering van de publieke omroepen in Europa. De VRT zit op de helft van het gemiddelde in Europa. Veel openbare omroepen worden in Europa gefinancierd, ook met reclamegeld. Kijk bijvoorbeeld naar de RTBF in Wallonië of de NOS in Nederland. Ik begrijp dus niet dat u zegt dat er geen reclamegeld zit in de openbare omroep. Misschien is dat zo bij de BBC, maar dat is altijd al zo geweest.

Ik voel aan met welke bedoeling u dat zegt. Men gaat de middelen van de VRT met 25 procent verminderen en dan gaat u binnen 2 jaar een grote interpellatie houden en zeggen dat de openbare omroep slechts 20 procent marktaandeel heeft en geen 400 miljoen euro verdient. Zo komen we dan opnieuw in het eerdere debat. Laat ons dat positief bekijken. We moeten nu echter niet het debat voeren over de middelen van de openbare omroep. Ik heb geen enkel medelijden met diegenen die nu in de markt gestapt zijn om een nieuwe zender te ontwikkelen. Dat moeten ze dan maar “funden”. Ik heb geen enkel medelijden met Corelio, noch met Sanoma of met Woestijnvis die zich nu op de markt hebben begeven. Corelio wou vroeger niet met televisie beginnen, maar vond het veiliger de radioreclame te doen, de Vlaamse Audiovisuele regie (Var). Er is toen een joint venture gekomen tussen de openbare omroep en de Var. Ze hebben zich dat jarenlang betreurd.

Nu zijn ze in een commerciële activiteit gestapt. Natuurlijk zullen ze proberen het maximale rendement te halen. Daarvoor zijn ze ook ondernemers. Die concurrentie zal dus groot zijn. Op dat moment moet je de VRT toch niet 25 procent van zijn middelen ontnemen? Dit parlement zou daarmee een totaal verkeerd signaal geven.

De voorzitter

De heer Van Mechelen heeft het woord.

Dirk Van Mechelen

In de tweede helft van de jaren negentig heeft dit parlement, op basis van het voorstel van decreet ondertekend door de heer Chevalier, de heer Coveliers en de heer Van Rompuy, beslist om te kiezen voor een gemengde financiering voor de openbare omroep. Gelet op het gewijzigde medialandschap, lijkt het mij absoluut noodzakelijk dat je een duidelijk standpunt inneemt over die financiering vooraleer je de beheersovereenkomst afsluit.

Ik merk dat er mogelijk een discussie zou kunnen komen over de verrijking van ons medialandschap in plaats van over de verschraling. Dit moet dan gebeuren met de spelregels zoals die tot op vandaag vastliggen. Het parlement moet er dan op toezien dat men met de commerciële inkomsten die de VRT int, niet alleen de kas vergroot, maar ook het marktmechanisme binnen de openbare omroep ontwikkelt. Zo kan er een nieuwe dynamiek ontstaan, zoals bijvoorbeeld het verlaten van het ambtenarenstatuut voor het contractuele statuut. Men moet die dynamiek dus de kans laten, tenzij men daar het roer wilt omgooien.

Maar dit is een debat dat moet worden gevoerd nog voor de beheersovereenkomst wordt afgesloten.

De voorzitter

Met dank aan de heer D’Hulster, want hij ligt aan de basis van dit minidebatje. (Applaus)

De heer Vandaele heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, ik kom ter zake. (Rumoer)

De kogel is door de kerk, de vis is op het droge, de underdog heeft het gehaald. Het is een verhaal dat Vlamingen graag horen: David – Wouter – wint het van Goliath, het grote buitenlandse RTL delft het onderspit tegen de kleine Vlaamse uitdager De Vijver. Hoewel ingewijden al maanden voorspelden dat RTL het zou halen, heeft De Vijver de SBS-zenders VT4 en VIJFtv overgenomen. Dat gebeurde na een aandelenherschikking, waarbij telkens een derde van de aandelen in handen kwam van de tandem Vandenhaute-Watté, Corelio en het Finse Sanoma. Dat zorgt volgens mij voor een flinke Vlaamse verankering: twee derden is niet niks.

Het medialandschap wordt door de overname grondig herschikt, dat klopt. De SBS-zenders kenden een bewogen geschiedenis. VT4 stak in 1995 van wal. De zender omzeilde aanvankelijk de Vlaamse regelgeving door uit te zenden vanuit het Verenigd Koninkrijk. Begin van de eeuw verhuisde de zender dan toch naar Vlaanderen. In 2004 werd VIJFtv opgericht. De zenders bleven wel eigendom van de internationale SBS-koepel , die op een bepaald ogenblik zelf in handen van ProSiebenStat1 kwam.

Met de beslissing van vorige week komen VT4 en VIJFtv nu echt in Vlaamse handen. Wij zijn daar blij om. Ik heb me altijd afgevraagd of uitgerekend een woestijnvis wel kon overleven in een vijver. Zou die daar niet in verdrinken? Integendeel, die woestijnvis is in die vijver een vette vis geworden, en u weet dat mijn partij altijd naar vette vissen uitkijkt. (Rumoer)

De Vlaamse kijkers werden de afgelopen jaren erg verwend met kwaliteitsvolle eigen programma’s, op alle netten. Het merendeel van de Vlamingen kijkt het liefst naar Vlaamse programma’s, met Vlaamse inhoud. In de top honderd van meest bekeken programma’s van 2010 is het ver zoeken naar een programma dat niet van eigen makelij is. Wij hechten een groot belang aan eigen producties, eigen series, eigen films en eigen muziek. Dat is een goede zaak voor ons samenhorigheidsgevoel, de positie van onze Vlaamse, Nederlandstalige cultuur en en voor de creatieve industrie in ons land, die een bijzonder belangrijke en toekomstgerichte tak is.

Het is nu even afwachten tot het stof gaat liggen. We moeten kijken hoe de spelers zullen reageren op de gewijzigde verhoudingen. Welke gevolgen zullen er voor de kijker zijn? Op het eerste gezicht zijn die gevolgen positief. Meer concurrentie moet leiden tot betere kwaliteit. Als Woestijnvis voortaan in de eerste plaats voor VT4 en VIJFtv gaat produceren, dan komt er ruimte vrij voor nieuwe creatievelingen, voor minder bekende productiehuizen, om nieuwe dingen te maken, ook voor de openbare omroep. Welke gevolgen zullen er zijn voor de commerciële omroepen? Ik begrijp dat de VMMa zich zorgen maakt over de reclame-inkomsten, die op korte termijn geen grote groei meer zullen kennen. Men vreest dat die nog meer versnipperd zullen worden.

VT4 en VIJFtv haalden vorig jaar samen een marktaandeel van 16,3 percent in de doelgroep van 18- tot 54-jarigen. Aangezien de nieuwe bazen van beide zenders al hebben bewezen dat ze zowel zakelijk als creatief talent hebben, wordt verwacht dat het aantal kijkers van VT4 en VIJFtv de komende tijd zal toenemen. Dat De Vijver geen nieuwe zender moet oprichten, maar een doorstart kan maken met bestaande zenders, laat een snelle groei van het marktaandeel voorspellen. De kijkers hebben de zenders al op hun toestel geprogrammeerd, en moeten dus de weg niet meer zoeken.

Sommigen bij de commerciële omroepen vrezen dat, als Woestijnvis programma’s blijft maken voor de VRT, er afspraken kunnen worden gemaakt tussen de VRT en VT4 en VIJFtv over wie welke programma’s wanneer op welke doelgroepen richt. Persoonlijk lijkt me dat vergezocht, maar de vrees bestaat blijkbaar.

Welke gevolgen zullen er zijn voor de openbare omroep? De overname valt op een scharniermoment, namelijk op het moment dat de Vlaamse overheid een nieuwe beheersovereenkomst voorbereidt met de VRT. Op het eerste gezicht is er voor ons geen reden om het tijdpad aan te passen of om onze accenten in die beheersovereenkomst fundamenteel te wijzigen. Ook al worden de commerciële zenders sterker, dat is voor ons geen aanleiding om van de VRT een nichezender te maken, om de openbare omroep nog enkel die dingen te laten doen die de commerciële niet doen. De recente evoluties sterken ons ook in ons pleidooi om te vragen dat de openbare omroep een gewaarborgd aantal Vlaamse en Nederlandstalige producties zou uitzenden.

Sommigen formuleerden de voorbije dagen de vrees dat, als Woestijnvis in de toekomst een belangrijke leverancier blijft van de VRT, de concurrerende zenders VT4 en VIJFtv als het ware op de eerste rij zitten om aan bedrijfsspionage te doen. Zij weten immers al twee of drie jaar op voorhand welke programma’s de openbare omroep zal uitzenden op welke uren en gericht op welke doelgroepen. Het lijkt niet evident dat de VRT nog gewoon programma’s bij Woestijnvis zou bestellen en zo de concurrenten eigenlijk in huis zou halen.

De verklaring gisteren van mevrouw De Preter, CEO van de VRT, toont aan dat zij die bezorgdheid deelt. Zij zegt dat Woestijnvis voortaan behandeld zal worden als elk ander productiehuis. De VRT eist dat Woestijnvis onafhankelijk staat tegenover De Vijver. Ook kondigt de VRT nu al aan een aantal dingen zelf te gaan doen. Ze zal onder meer het strategisch belangrijke slot na het journaal van Man bijt hond zelf invullen. Dat is een goede zaak, want het is volgens ons nog steeds een van de kerntaken van een omroep om ook zelf programma’s te maken. Door de besparingen was de laatste jaren al meer ingezet op interne productie. Wellicht zal die nu nog meer kansen krijgen.

Uiteraard blijven er knelpunten en zullen er discussies komen. Ik denk aan de wielerwedstrijden. De nv Flanders Classics staat wel los van de nv De Vijver. Enkel Corelio enerzijds en Vandenhaute en Watté anderzijds participeren hierin, niet Sanoma. De VRT heeft deze wedstrijden mee groot gemaakt en heeft veruit de meeste knowhow om wielerwedstrijden in beeld te brengen. De vraag is dus waar die wielerwedstrijden zullen terechtkomen.

Wat ons inziens bijzondere aandacht verdient in de verhouding tussen de VRT en Woestijnvis, is de rechtenproblematiek. In de wandelgangen gaan al jaren geruchten over het feit dat Woestijnvis meer rechten op zak houdt dan gewoonlijk het geval is bij productiehuizen die programma’s leveren aan een omroep. Ook wordt in dezelfde wandelgangen gefluisterd dat Woestijnvis de voorbije jaren naar believen archiefmateriaal kopieerde van de VRT.

Ter gelegenheid van de overname verklaarde Vandenhaute in de media dat Woestijnvis: “de rechten heeft op alle programma’s en daar dus vanaf medio 2012 mee kan doen wat het wil.” Op de hoorzittingen ter voorbereiding van de beheersovereenkomst stelde Vandenhaute dat het logisch en normaal is dat die rechten berusten bij wie de programma’s heeft verzonnen. Wat er vervolgens met de rechten gebeurt, is voorwerp van negotiatie. Hij zei ook nog iets bevreemdends: “De bekommernis om die rechten is terecht, maar het is niet het exclusiviteitscontract dat het grote probleem is, wel het mismanagement bij de VRT.” Ik neem aan dat Vandenhaute hiermee toen niet suggereerde dat de VRT hem meer rechten heeft gelaten dan normaal verwacht kan worden.

De voorzitter

De heer Verstreken heeft het woord.

Johan Verstreken

Wat de heer Vandaele zegt, klopt. Minister, ik zou u daarover een vraag willen stellen. De rechten zouden exclusief bij Woestijnvis zitten en de archiefbeelden, die men de afgelopen jaren al dan niet gratis heeft kunnen gebruiken, bij de VRT? Worden die archiefbeelden meegenomen en kunnen die onbeperkt gebruikt worden zonder vergoeding aan de VRT? Tot wie behoren de archiefrechten? In het verleden zaten die bij de VRT en nu blijkbaar deels bij Woestijnvis. Kan SBS in de toekomst bijvoorbeeld fragmenten uit Man bijt hond en quizprogramma’s uit het archief van de VRT gebruiken?

Carl Decaluwe

Voorzitter, ik deel de analyse en bekommernis van mijn goede collega, de heer Wilfried Vandaele, volledig. Mijnheer Vandaele, ik heb ditzelfde discours drie, vier jaar geleden uitgesproken. Daarop word ik in bepaalde media tot op vandaag nog altijd op afgerekend: ik ben vijand nummer één van de VRT omdat ik destijds dergelijke zaken heb gezegd. Nu komt het allemaal uit. Door het mismanagement destijds gaat de VRT nu zwaar bloeden.

Minister, een tweede element dat onze aandacht verdient, is de vraag of, als een commerciële omroep nu start met al die rechten en formats, Europa niet zal vinden dat er onrechtmatige staatssteun werd toegekend. Op dat vlak was die hoorzitting interessant. Het was die Europese ambtenaar die dat opperde. We moeten dat eens bekijken. Als we volwaardige programma’s die met belastinggeld zijn gemaakt, zomaar gebruiken, dan is er een discussie mogelijk over onrechtmatige staatssteun. Ik zuig dat hier niet uit mijn duim, een aantal Europese topambtenaren zijn zich daar ook van bewust.

De heer Hellemans van de VRT gaf op die hoorzitting ook toe dat de VRT Woestijnvis soms preferentieel heeft behandeld wat betreft de inkomstenverdeling, en bovendien dat Woestijnvis enkele producentenrechten in handen heeft waarmee het weg kan naar omroepen die niet concurreren met de VRT, evenals bepaalde rechten om te putten uit het VRT-archief. De heer Hellemans zei ook iets bijzonder vreemds: “Er is dus wel een verschil in behandeling geweest tussen Woestijnvis en de andere productiehuizen.”

Onderhandelingen met betrekking tot aankopen en rechtenkwesties zijn uiteraard een zaak voor het management. Maar omdat die aankopen grotendeels met overheidsmiddelen werden betaald, is het niettemin belangrijk dat het parlement een antwoord krijgt op een paar belangrijke vragen. Zijn de regelingen met betrekking tot de rechten op programma’s die tussen de VRT en Woestijnvis zijn getroffen dezelfde als de regelingen die met andere productiehuizen werden gemaakt? Welke afspraken werden precies gemaakt tussen de openbare omroep en Woestijnvis wat betreft het gebruik van het VRT-archief? Op dat soort vragen willen we toch wel graag een antwoord krijgen.

Wim Wienen

Mijnheer Vandaele, dat zijn inderdaad zeer interessante vragen. Maar daarop is intussen een antwoord gekomen door het rapport van het Rekenhof. Dat antwoord luidt dat we daar geen antwoord op kunnen geven omdat het toenmalige management van de VRT nooit de nodige stavingsstukken ter beschikking heeft gesteld aan het Rekenhof. Er zijn contracten louter mondeling afgesloten door het vorige management. Daarin kan ik de heer Decaluwe volledig bijtreden. De heren Van Hecke en Mary zijn als cowboys te werk gegaan aan de Reyerslaan, met alle gevolgen van dien. Maar ik weet niet in hoeverre het nog nuttig is om dat in dit debat te brengen. Vandaag moeten wij bekijken waar we de VRT positioneren in dat nieuwe medialandschap. Al drie partijen hebben geantwoord dat de VRT moet focussen op de kernopdracht zoals vervat in het Mediadecreet. Mijnheer Vandaele, ik had graag van u vernomen of de N-VA-fractie daar achter staat. Met deze drie hebben we al een meerderheid, maar de N-VA is steeds welkom om erbij te komen.

De voorzitter

De heer Van Der Taelen heeft het woord.

Luckas Van Der Taelen

Voorzitter, er moet mij toch iets van het hart. Er wordt hier terecht gesproken over contracten die niet echt transparant zijn. Waar ik woest van word – en ik ben hopelijk niet de enige in dit halfrond – is van de arrogantie van zelfverklaarde CEO’s die jarenlang weigeren om het parlement informatie te geven, die daar zeer geheimzinnig over doen, die op hetzelfde moment torenhoge lonen incasseren en van wie jaren nadien blijkt dat zij contracten hebben afgesloten zoals bepaalde leden van de Waalse Regering – ik maakte gisteren in de commissie die vergelijking – die totaal Engelsonkundig waren en in Londen gingen onderhandelen met Bernie Ecclestone. Dames en heren, op dat niveau is er onderhandeld. Een gelukkige wind heeft indertijd een kopie van het contract met Woestijnvis in mijn handen gespeeld. Ik heb gelezen wat daar in stond. Dames en heren, er wordt hier een beetje onvriendelijk gedaan in de richting van de heren Van Hecke en Mary, maar de geschiedenis heeft haar rechten.

Weet u nog wie het contract heeft onderhandeld – dit werkwoord is verkeerd –, weet u wie zijn handtekening heeft gezet onder het eerste contract met Woestijnvis? Neen, het was niet de heer Van Hecke. Neen, het was ook niet Tony Mary. Het was de zogenaamde redder van de VRT, De Graeve, bijgestaan door Piet Van Roe, die daarna nog eens heeft mogen optreden als zogenaamde redder van de VRT. Als nu zou blijken dat in die contracten zelfs staat dat de rechten op het archief van de VRT zijn verkocht, dan zou ik in ons aller plaats toch verschrikkelijk verontwaardigd zijn. Als men zover is gegaan dat men een deel van het Vlaamse patrimonium heeft verkocht, dan moeten we toch eens beginnen na te denken, minister, of die zelfverklaarde CEO’s hun boekje niet een klein beetje te buiten zijn gegaan en of ze daarvoor niet op het matje moeten worden geroepen.

Wat mij stoort in de hele discussie is de ‘als-als’. Ik heb op het einde van mijn betoog gevraagd dat er heel snel duidelijkheid zou komen over de rechtenproblematiek, want ook bij de VRT kondigt men vandaag aan dat een verdere samenwerking met Woestijnvis niet onmogelijk is. Als de VRT verder wil samenwerken, moet men vrij snel tot conclusies komen over de verschillende rechten, de auteursrechten, de productierechten, de uitzendrechten. We kunnen de discussie, die heel juridisch en heel complex is, hier nu niet voeren. Er wordt gezegd dat dit of dat een schande is, maar geen kat weet hier, noch op de VRT hoe de zaken ervoor staan. We zijn dus verkeerd bezig.

Ik vind dat we het hier veel te gemakkelijk hebben over de uitverkoop en het belastingsgeld. Laten we eerlijk zijn: als de VRT vandaag de onbetwiste marktleider is in Vlaanderen, dan is dat voor een groot stuk te danken aan het exclusiviteitscontract dat werd afgesloten met Woestijnvis. Dat contract is de voorbije zeven jaar voor de VRT niet altijd een slechte zaak geweest, anders zou ze vandaag niet staan waar ze staat. Woestijnvis heeft zich ertoe verbonden om in exclusiviteit voor één omroep te werken. Alles heeft zijn voordelen en zijn nadelen. Om het in Cruijff-termen uit te drukken: “Elk nadeel heb z’n voordeel.”

Carl Decaluwe

Ik ben toch wel tevreden met het betoog van de heer Van Der Taelen, want tot een aantal jaar geleden praatte Groen! anders. Ik verwijs naar mijn goede oude collega Jos Stassen. Wie deze vragen durfde te stellen in de commissie, werd werkelijk tegen de muur gezet. Het was inmenging et cetera et cetera.

Mijnheer Van Der Taelen, de waarheid heeft echter ook haar recht. Het eerste exclusiviteitscontract werd inderdaad getekend door Bert De Graeve, maar het tweede niet en er is een verschil tussen het eerste en het tweede. Toen is het kwaad geschied inzake de rechten, de afgeleide producten en zo meer. Ik denk vooral ook aan de slots en de premies: als een programma in de top tien van de kijkcijfers komt, dan krijg je zoveel meer. Dat is met het tweede contract gebeurd, onder Mary en Van Hecke. Ze hebben daarover altijd gelogen. Laat het een les wezen voor de toekomst. Ik ben er vandaag nog altijd heel kwaad over dat het management toen miljoenen euro, zonder enige controle van de raad van bestuur als parlementaire controle, over de balk heeft gegooid. Hoe goed de huidige managers ook zijn en hoeveel vertrouwen we ook in hen hebben, we moeten betonneren dat een dergelijke schandalige manier van werken in de toekomst onmogelijk is.

De cruciale vraag, ook in de beheersovereenkomst, betreft de rechtenproblematiek. In het toekomstige digitale landschap is wie de rechten heeft, koning. Men zal die zo veel mogelijk in eigen huis moeten houden en over de afgeleide producten moet met de productiehuizen, in een win-winsituatie, opnieuw worden genegotieerd. Belangrijk is, minister, dat het fundamenteel in een nieuwe beheersovereenkomst wordt gebetonneerd dat alle productiehuizen op een evenwaardige en correcte manier worden behandeld. De openbare omroep is een publiek bedrijf dat geen enkele partner mag bevoordelen of benadelen. Dat is de voorbije jaren te veel gebeurd. Voor dat mismanagement van destijds, zal men nu een zware tol betalen.

Mijnheer Wienen, u vindt het niet zinvol om de discussie over de rechten opnieuw te starten, ik vind dat wel. Het is een complexe discussie. Ik wil niemand verdacht maken, ik heb alleen een paar vragen gesteld en ik hoop dat ik daar een antwoord op krijg. De VRT en het parlement hebben er beide voordeel bij om daar een antwoord op te krijgen. Ik heb het gevoel dat het nieuwe management daar op een totaal andere manier tegen aankijkt dan het vorige. Als er antwoorden zijn, denk ik dat we die deze keer wel zullen kunnen krijgen.

In de marge is hier de naam van de heer Van Hecke genoemd. Daarbij zien we hoe snel de context in het medialandschap verandert. Dat blijkt uit de positie van iemand als de heer Van Hecke, de man die er onder meer voor gezorgd heeft dat Woestijnvis een langlopend exclusiviteitscontract bij de VRT kon tekenen. Die man zit nu namens Sanoma aan de andere kant van de tafel. We weten dat hij een zeer gewiekste kerel is. Tot nader order ga ik er toch van uit dat zelfs hij dat scenario niet op voorhand heeft kunnen bedenken.

Zoals de oude eigenaars van VT4 en VIJFtv willen ook de nieuwe hun crossmediale werking uitbouwen met een landelijke radiopoot. We weten dat de mogelijkheden hier beperkt zijn. Naast de landelijke radiokanalen van VMMa, Q-Music en JoeFM, is er enkel nog de Nostalgieketen met een landelijke dekking en MNM, maar die heeft voor ons wel nog een toekomst binnen de VRT.

Hoe dan ook, met de recentste overname krijgen we in Vlaanderen een paar sterke commerciële spelers die verschillende media in hun pakket hebben: kranten, tijdschriften, tv, radio, internet. Na Van Thillo met De Persgroep, is er nu ook Vandenhaute met De Vijver. We hebben dus stilaan onze eigen kleine Berlusconi’s. Zo lang ze zich concentreren op jong vrouwelijk schoon, is er geen probleem, maar als ze straks ook in de politiek gaan, is dat een ander paar mouwen. (Applaus bij N-VA, CD&V en van de heer Luckas Van Der Taelen)

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron

Minister, ik zal niet herhalen wat de meeste collega’s hier al hebben gezegd. Ik wil daar nog een aantal zaken aan toevoegen en nog een aantal suggesties doen aan u en aan de VRT.

De overname is een goede zaak, ook voor de Vlamingen die de aandeelhouders zijn van de VRT. We krijgen een fantastisch creatief televisielandschap. Twee zenders die al op de goede weg waren, krijgen nu nog een extra schwung. Het is zelfs goed voor de VRT nu ze misschien is ontdaan van die last en druk van Woestijnvis die er i n zekere zin is. Het is een immense creatieve uitdaging. Er lopen ook bij de VRT heel wat mensen rond die deze creatieve uitdaging willen aanpakken. Zij zaten met een zekere ontevredenheid en frustratie door het gebrek aan kansen in eigen huis. We moeten die medewerkers en hun onmiskenbare talent laten openbloeien. Ik denk dat we nog heel wat mooie dingen zullen zien.

Er is ook een aantal gevaren, ook voor de kijker. Zo bestaat er gevaar voor exclusiviteit en voor gesloten modellen. Wielerklassiekers zoals de Ronde van Vlaanderen staan op de evenementenlijst maar een aantal andere staat er niet op. We moeten nadenken over de toegang van alle Vlamingen tot een aantal evenementen maar daarom niet de volledige voetbalcompetitie. Ik neem aan dat ook het voetbalcontract een heel interessante uitkomst zou kunnen krijgen en misschien een nieuwe speler in het voetballandschap zou kunnen aantrekken. We zouden dan een soort superarbiter krijgen die het Belgische voetbal zou regelen.

Tegelijkertijd moet dit ook een denkoefening zijn over de vrije nieuwsgaring. Wanneer Vlaanderen morgen zes sterke zenders telt, dan is de vraag hoeveel minuten men in een uitzending over voetbal of wielrennen of andere informatie, kwijt kan.

Ik denk dat we die evaluatie nu moeten maken om elke Vlaming toegang te geven tot een minimum aan sport. Daarover moeten we een gesprek voeren.

Er komt een nieuw landschap en daarin zouden we wel eens kunnen evalueren van een ruziënd paar – openbare omroep versus de VMMa en een wat kleinere SBS-groep – naar een spannende driehoeksverhouding. De VMMa, De Vijver en Woestijnvis die nu VT4 en VIJFtv hebben, en de openbare omroep houden elkaar in een soort houdgreep, of staan toch in een spannende relatie tot elkaar. Ook daar moeten we aandacht voor hebben. Ik denk dat de Pax Media voorbij is. Er komt een zware concurrentiestrijd, al is het maar over de verdeling van de reclame. VMMa en vtm mogen daarover toch wel ongerust zijn. Er kunnen ook coalities ontstaan of kartels, en daarvoor moeten we ten minste waakzaam zijn.

Ik sluit af met enkele aanbevelingen. De eerste gaat over doorgroeien. Als een hele goede voetballer bij een Vlaamse eersteklasser een aanbieding krijgt om bij Barcelona te spelen, dan zul je die niet tegenhouden. Maar je gaat hem niet laten vertrekken met de helft van de ploeg of van het stadion waar hij speelt. Dat gebeurt nu met Woestijnvis. Die vertrekt met de helft van het hebben en houden naar elders. Ze nemen de bruidschat mee en ze nemen zelfs een deel van de slagkracht weg.

Laat het vooral een les zijn. Het is niet de eerste keer dat de VRT nestelt waarin koekoekseieren zijn gelegd. Ook Studio 100 is groot geworden met dank aan de VRT. Proficiat aan de mensen van Studio 100 en Woestijnvis voor hun kwaliteit, maar als ze weggaan moet de openbare omroep daar ook vruchten kunnen van plukken. Als er nieuwe contracten worden onderhandeld met productiehuizen over de rechten van bedenkers en auteurs en van wie produceert en uitzendt, moeten we veel waakzamer zijn dan ooit in het verleden. We moeten onze kroonjuwelen niet elke keer opnieuw verkopen.

Als Wouter Vandenhaute Woenstijnvis en De Vijver laat doorgroeien, dan is dat fantastisch, maar eigenlijk zijn die kroonjuwelen met ons geld gemaakt en behoren ze ons, minstens moreel, toe.

Wim Wienen

Mijnheer Caron, aan wie richt u het verwijt? Verwijt u de CEO van Woenstijnvis en de CEO van Studio 100 dat ze de kroonjuwelen hebben meegenomen? De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij de personen die aan die heren hebben gezegd: neem de kroonjuwelen maar mee. Dat is er gebeurd. U kunt Wouter Vandenhaute niet aanwrijven dat hem alles op een gouden schoteltje is aangeboden.

Carl Decaluwe

Ik geloof niet dat de heer Caron zegt dat het de fout is van de mensen van Studio 100 of Woestijnvis. Het parlement moet zich vandaag wel bemoeien, want wij moeten de opdracht geven aan de VRT, desnoods in een beheersovereenkomst, om bij samenwerking met productiehuizen, een niet-concurrentiebeding af te dwingen. We mogen niet voor de tweede keer de fout maken dat we iemand groot maken, die straks het eigen huis beconcurreert. Zo’n niet-concurrentiebeding bestaat ook in alle andere commerciële sectoren, maar de VRT heeft daar blijkbaar nog nooit van gehoord. Het is belangrijk voor het hoofdstuk over de rechten in de nieuwe beheersovereenkomst.

Bart Caron

Ik sluit me daarbij aan. Mijnheer Wienen, het gaat inderdaad om de contracten die de VRT heeft afgesloten. Daar ligt de verantwoordelijkheid. Laat ons daar vooral lessen uit trekken voor de toekomst.

Mijn tweede aanbeveling gaat over de VRT zelf. De VRT moet zich voorzichtig opstellen. Grootsprakerigheid en blufpoker zijn vandaag niet aan de orde. De verklaringen over Man Bijt Hond en het gebruik van het woord ‘dumpen’ daarbij, zijn niet gepast. Ofwel wijst dat op paniekvoetbal, ofwel is het een soort verharding die totaal onnodig is. Er is creatief talent in huis, gebruik het, neem uw tijd. Laat het stof neerdwarrelen en maak een strategisch plan over hoe de openbare omroep zijn rug zal rechten en de toekomst tegemoet zal gaan.

Over individuele dossiers gaan praten, draagt niet bij tot een positieve beeldvorming.

Veli Yüksel

Het is hier al een paar keer gezegd dat er met het vertrek van Woestijnvis ruimte komt voor creatief talent bij de VRT. Ik vind dat een belediging voor alle 2500 medewerkers bij de VRT. Er is altijd creatief talent geweest. Er is altijd creativiteit geweest. Door het slechte management bij de VRT heeft die creativiteit nooit ruimte gekregen. Daar gaat het over. Ik hoop dat de minister bij de onderhandelingen voor de nieuwe beheersovereenkomst de verantwoordelijken hierover aanspreekt. Waar hebben al die bollen en structuren toe geleid?

De mensen zeggen nu dat ze fout geweest zijn, Leo Hellemans incluis. Ze zeggen dat ze verkeerde afspraken hebben gemaakt. Nu zeggen dat er ruimte zal komen voor creativiteit, is naïef.

Er wordt nog altijd niet uitgesloten dat men in de toekomst met Woestijnvis blijft samenwerken. In mijn ogen getuigt dat van grote naïviteit. Ik hoop dat de VRT nu eens eindelijk wakker wordt.

Bart Caron

Mijn derde aanbeveling gaat over transparantie. Ik ben hier al zeven jaar en voordien heb ik ook al het beleid gevolgd. Ook ik ben verontwaardigd omdat er nooit over sommen, geld en contracten mocht worden gepraat. Ik kan begrijpen dat bedrijfsgeheimen bedreigend kunnen zijn als ze bekend worden. Ik vind het dan ook niet gepast dat het huis zelf die cijfers gebruikt om haar eigen grote gelijk te bewijzen.

Minister, ik heb u al verschillende keren bekritiseerd omdat de dotatie zo drastisch daalt. Als ze dan zelf gaan zeggen dat 5 miljoen euro voor Man bijt hond of 18 miljoen euro voor het hele contract van Woestijnvis veel te hoog is, dan voel ik mij bedrogen door datzelfde management.

Dit moet een les voor de toekomst zijn. Ik vind dat dit parlement als vertegenwoordiger van de aandeelhouder – de Vlaming – meer nog dan voorheen transparantie moet krijgen over de uitgaven van dat huis. Het gaat over duur belastinggeld. Die aandeelhouder moet transparantie krijgen.

Collega, u weet zeer goed dat de dotatie niet naar omlaag is gegaan. U verklaart dingen die niet correct zijn. De dotatie van de VRT is niet omlaag gegaan. Het is correct dat de VRT besparingen moest doorvoeren omdat er een aantal managementfouten gemaakt waren.

Verklaren dat de dotatie omlaag is gegaan, ligt in dezelfde lijn als de heer Van Rompuy die verklaart dat als je de reclame weghaalt, er 25 procent van de inkomsten weg is. Het is niet juist en niet correct.

Carl Decaluwe

De dotatie gaat inderdaad niet omlaag. Ze gaat wel niet sneller vooruit dan we gehoopt hadden.

Ik wil het pleidooi van de heer Caron over Man bijt hond nog eens ten volle onderstrepen en dan vooral het feit dat men nu laat uitschijnen dat het te duur was. Drie jaar geleden zei iedereen hier – ministers incluis – dat het marktconform was en een goedkoop programma was.

Ik herhaal het nog eens: men heeft het parlement toen voorgelogen. Ik vind dat een ernstig feit. Ik hoop dat het in de toekomst nooit meer gebeurt.

Bart Caron

Dat is een kwestie van goed bestuur en management, niets meer of minder. De openbare omroep moet voldoende middelen krijgen om zijn taakstelling uit te voeren. Besparing in tijden van pest en cholera begrijp ik. Dat kunnen we ondersteunen, maar straks staan we voor een nieuwe beheersovereenkomst.

Mijn laatste punt is het Vlaams instituut voor archivering van audiovisueel erfgoed. Vandaag wordt eens te meer bewezen dat we een Vlaams instituut nodig hebben waarin ons collectief beelderfgoed bewaard en toegankelijk gemaakt wordt. We moeten dat losmaken van een zender of speler op het terrein. Het instituut moet een coördinerende opdracht krijgen. Het moet het beeldarchief maximaal ontsluiten en bruikbaar maken voor veel televisiemakers. Dat moet niet gratis gebeuren maar tegen marktconforme prijzen. Creativiteit moet gevoed worden door archiefbeelden. De burger heeft ook recht op die beelden. Daar mag geen handel mee worden gedreven.

Ik sluit me met de toestemming van mijn fractieleider aan bij de gedachten van de heer Decaluwe. (Opmerkingen van de heer Carl Decaluwe)

Dat was een inside joke. Deze belangrijke gebeurtenis – de belangrijkste in de afgelopen twintig jaar in de mediawereld – zou toch nog een extra reflectiemoment over de rol en taakstelling van onze omroep mogen uitlokken. We staan aan de vooravond van een beheersovereenkomst. Ook wij durven hardop stellen dat visie, prioriteiten, commercialisering, positionering ten opzichte van de andere spelers, buitengewoon belangrijke vragen zijn.

Moeten we overhaast – binnen de zes à acht weken – een beheersovereenkomst rond krijgen, minister? Zouden we toch geen zes maanden extra tijd kunnen nemen? Daar is een goede reden voor. Het contract met Woestijnvis loopt nog tot medio 2012. Zouden we de nieuwe beheersovereenkomst niet laten starten op de dag dat Woestijnvis voor de VRT een productiehuis wordt zoals elk ander? Zouden de posities daardoor niet scherper afgelijnd zijn? Zouden we de tijd niet nemen om die denkoefening in alle klaarheid te maken?

Welke VRT willen wij? Nee, we willen geen commerciële. We willen geen zender die alleen rekening houdt met de kijkcijfers. We willen geen nichezender. We willen wel een zender die informatie en cultuur brengt. We willen een zender die ook sport brengt, maar welke sport? We willen een zender die entertainment brengt, maar welk entertainment? We willen een zender met Vlaamse fictie die aansluit bij onze cultuur en dat in het hart draagt. Even ademhalen en die oefening maken, zou zinvol zijn.

Wim Wienen

Mijnheer Caron, kan een beheersovereenkomst worden verlengd? Dat weet ik gewoon niet. De huidige overeenkomst loopt af op 31 december 2011. Kan die zomaar, en stoemelings, worden verlengd tot medio 2012?

Bart Caron

Het is mogelijk om een beheersovereenkomst of een gedeelte ervan gedurende een zekere tijd te verlengen. Er kan een aanvulling worden gemaakt. Dat is allemaal mogelijk. Het is zelfs een heel eenvoudige operatie. Ik pleit niet voor een leegte. Ik pleit ervoor om de tijd te nemen. Ik wijs op het naderende einde van het contract met Woestijnvis. Ik vind me echt in de woorden van de heer Decaluwe. (Applaus bij Groen! en van de heer Carl Decaluwe)

Elke discussie in de commissie Media vandaag toont aan hoe snel die wereld evolueert. Ik zeg telkens opnieuw aan de minister dat er nieuwe cruciale strategische beslissingen werden genomen binnen de VRT vóór er een nieuwe beheersovereenkomst is. Ik zou geneigd zijn om het tegendeel te doen, mijnheer Caron, en om ervoor te zorgen dat de VRT zeer snel het kader kent waarin ze kan opereren en handelen. Uitstel kan die belangrijke strategische beslissingen blokkeren. De beheersovereenkomst van de VRT is het kader waarin de openbare omroep moet werken. Ik zeg u dat die tweeduizend werknemers, het management, de directie en de leiding van de VRT nood hebben aan een kader, en wel zo snel mogelijk.

Jurgen Verstrepen

Ik wil graag een correctie aanbrengen in dit verhaal. Ik denk dat dat kader er altijd is. Het is niet omdat een beheersovereenkomst niet tijdig wordt vernieuwd dat de VRT stilvalt. Er zijn heel veel beslissingen genomen en contracten getekend die over de periode van de beheersovereenkomst heen gaan. Ik denk niet dat dat zozeer een probleem is.

De voorzitter

Minister Lieten heeft het woord.

Minister Ingrid Lieten

Collega’s, we hebben in Vlaanderen een gezond medialandschap met vele entrepreneurs die niet alleen in Vlaanderen in het medialandschap actief zijn, maar ook regelmatig overnames doen. Ik wil er enkele opsommen. We hebben recent de overnames gehad door Roularta in Frankrijk van Vitaya. We hebben Corelio en Concentra die samenwerken wat betreft het drukken. We hebben De Persgroep die in Nederland NRC heeft overgenomen. We hebben Concentra dat de digitale zender Acht heeft opgericht. We hebben Studio 100 die internationaal actief is. Al die mensen en entrepreneurs zijn een bewijs van een gezond medialandschap en verdienen onze appreciatie, net zoals de mensen van De Vijver onze appreciatie verdienen samen met Corelio en Sanoma bij de overname van de zenders VT4 en VIJFtv.

Is die overname goed nieuws? Ik heb in de media gezegd van wel. Ik meen dat en wil dat nog even herhalen. Deze overname zal zeker en vast een nieuwe dynamiek creëren, zal ervoor zorgen, als we mogen voortgaan op het verleden van de partners die in De Vijver stappen, dat er meer kwaliteit zal zijn, dat er zeker en vast bijkomende Vlaamse content zal zijn en dat er meer ruimte zal komen voor Vlaamse productiehuizen. In die zin is die overname voor de kijker goed nieuws.

Zal die overname rimpelloos verlopen in het landschap? Neen, natuurlijk niet. Die overname zal heel veel effecten hebben, niet alleen voor de kijker maar ook voor een aantal andere spelers. VT4 heeft nu een marktaandeel van 11,3 procent en VIJFtv heeft een marktaandeel van 4,6 procent. Samen gaan ze nu al voor 26,8 procent van het reclameaandeel. Ze zijn dus eigenlijk al een belangrijke speler. De overname door de nieuwe groep, zal zeker zijn effect hebben op de kijkers. Die zullen hun kijkgedrag misschien aanpassen, ze zullen aangetrokken worden en verschuiven. De adverteerders zullen de nieuwe opportuniteiten bekijken en daar zullen ook verschuivingen plaatsvinden. We spreken hier zeker van een verticale integratie, waarbij een productiehuis en een zender elkaar vinden en nauw gaan samenwerken, wat ook een nieuw effect heeft. Het heeft zeker effect op de crossmediale samenwerking en de concentraties die we steeds meer in het landschap zien. Er zal ook een effect zijn op de privéproductiehuizen. Mag ik u er trouwens aan herinneren dat deze regering dit jaar al het Mediafonds heeft geïnstalleerd waarbij ik samen met minister Schauvliege 6,5 miljoen heb vrijgemaakt specifiek bedoeld om privéproducties mogelijk te maken die voor alle zenders dienstig kunnen zijn en die zo Vlaamse content kunnen blijven stimuleren, zowel voor fictie als voor animatie en documentaires? In die zin hebben we al een stukje geprobeerd om zeker en vast voldoende zuurstof te geven aan de productiehuizen.

Wat zal de impact zijn op de zendschema’s? Dat kunnen we nog niet voorspellen. We moeten uiteindelijk de nieuwe beheerders van de zenders de kans geven om te kijken wat ze met die zenders gaan doen, welke kijkers ze zullen aantrekken en welke programma’s ze zullen brengen.

Ook wat betreft de impact op de concurrentiepositie en de mededinging moeten we nog even wachten op de Belgische mededingingsautoriteit, die de wettelijke taak heeft om te kijken of er een aantasting is van de wet op de bescherming van de economische mededing, of de Europese mededingingsregels geschonden worden en of ook daar aanpassingen moeten gebeuren of niet. De Belgische mededingingsautoriteit is daarmee bezig. De uitkomst van dat verhaal zal misschien al of niet impact hebben op het wijzigende landschap.

Kortom, iedere speler in het medialandschap zal zijn strategie nu herbekijken. Dat geldt ook voor de VRT. We kunnen zeker en vast van gedachten wisselen over de strategie van de VRT.

De VRT heeft een intens en bewogen jaar achter de rug. Ik som even op. We hebben een nieuwe raad van bestuur. We hebben een nieuwe CEO. Er is een besparingsplan afgesproken dat nu, in overleg met de vakbonden, wordt uitgevoerd. Hier is een nieuw financieel kader aan verbonden. Nu is er, ten gevolge van de overname van twee zenders, een wijziging in het medialandschap.

Volgens mij heeft de VRT goed op die wijzigingen gereageerd. Ik wil dan ook een paar kanttekeningen maken bij de opmerkingen die bepaalde sprekers hebben gemaakt. Volgens mij hebben de raad van bestuur, de CEO en het management van de VRT in februari 2011, toen bekend werd dat een overname tot de mogelijkheden behoorde en dat Woestijnvis hier misschien betrokken zou zijn, goed en adequaat gereageerd.

De VRT heeft meteen besloten de onderhandelingen over een preferentiële relatie te bevriezen tot de uitkomst van het overnamebod bekend is. De VRT heeft verklaard dat er voor 2012 een continuïteit is. Het is nu al 2011. Iedereen die in de media werkt, weet dat er nu al zekerheid over de zendschema’s en de programmatie in 2012 moet zijn. Die continuïteit is er. De VRT heeft tevens verklaard de discussie over de toekomst even te bevriezen.

Ondertussen heeft de VRT echter niet stilgezeten. De voorbije maanden is met verschillende scenario’s rekening gehouden. De VRT heeft zich voorbereid. Dit heeft de VRT in staat gesteld om, nu de beslissing is genomen, snel en adequaat te reageren. De VRT heeft niet emotioneel gereageerd. De VRT heeft zich voorbereid en heeft verschillende scenario’s afgewogen. De raad van bestuur heeft hierover een goed debat kunnen voeren.

De VRT heeft op een rustige en consequente wijze gereageerd. Ik heb de VRT nergens horen verklaren dat Woestijnvis zou worden gedumpt. Ik heb het persbericht hier voor me. De VRT kiest voor vernieuwing. Er zijn kansen op een nieuwe dynamiek. De VRT wil het programmaschema vernieuwen. De VRT wil van deze gebeurtenis, die de context wijzigt, een opportuniteit maken om te vernieuwen. Dit lijkt me een daad van goed bestuur.

De VRT heeft tevens duidelijk verklaard een samenwerking met het productiehuis Woestijnvis na 2012 niet uit te sluiten. Die samenwerking kan echter niet langer in de vorm van een preferentieel partnerschap.

Ik vind de reactie van de VRT zeer afgewogen en goed voorbereid. Ik wil de raad van bestuur, de voorzitter en de CEO feliciteren met deze grondige voorbereiding en met deze duidelijke, evenwichtige en ook offensieve manier om een overheidsbedrijf te leiden.

De impact van de wijziging zal zeker de besprekingen van de beheersovereenkomst beïnvloeden. Verschillende sprekers hebben gevraagd wat de krijtlijnen van de beheersovereenkomst zullen zijn. Ik wil nog even van deze gelegenheid gebruikmaken om die krijtlijnen duidelijk te stellen.

In mijn ogen moet een openbare omroep zich niet beperken tot thema’s of publieksgroepen die aantrekkelijk zijn voor adverteerders. Een openbare omroep moet de logica van de adverteerders of van de private aandeelhouders niet volgen. Een openbare omroep moet zich niet in een kijkcijferfetisjisme verliezen.

De openbare omroep moet een goed evenwicht vinden tussen de verschillende doelstellingen die de VRT in het Mediadecreet worden opgelegd. Die doelstellingen zijn niet enkel belangrijk omdat ze in het Mediadecreet zijn opgenomen. Ze zijn belangrijk omdat het voor een goed werkende democratie belangrijk is dat burgers behoorlijk geïnformeerd zijn en zich op basis daarvan een genuanceerd oordeel over maatschappelijke, culturele, economische en politieke evoluties kunnen vormen.

Een democratie streeft steeds naar een genuanceerd evenwicht tussen de verlangens van de meerderheid en de verlangens van de minderheid. Op dat vlak heeft de VRT een belangrijke rol te vervullen. De VRT moet die inclusieve samenleving verder gestalte geven.

Het publieke belang van de VRT bestaat er volgens mij net uit een bijdrage te leveren tot die democratische, pluralistische en bijgevolg inclusieve samenleving waarin verschillende meningen aan bod komen. Die samenleving is een warm en verdraagzaam Vlaanderen.

En dat staat ook met zoveel woorden in het regeerakkoord. Erin staat dat we gaan voor een sterke Vlaamse openbare omroep, die bijdraagt aan een democratische en verdraagzame samenleving. Publieke omroepen zijn ook identiteitsbepalend. Ze versterken ook het maatschappelijk weefsel. Ze hebben ook een educatieve en emancipatorische functie, en bieden ook een ruime waaier aan ontspanning. Belangrijk is dat, als een publieke omroep goed functioneert, elke burger daar op een bepaald moment wel zijn gading vindt.

Wat betekent dat nu concreet vertaald? Ik wil heel duidelijk zeggen dat voor mij de volgende beheersovereenkomst geen krimpscenario voor de VRT met zich zal meebrengen. De VRT mag niet worden gereduceerd tot een zender die louter marktaanvullend werkt. De publieke omroep moet blijven inzetten op de standaard met betrekking tot kwaliteit en creativiteit, maar ook met betrekking tot diversiteit, inclusiviteit en innovatie. De VRT moet blijven inzetten op die vier kerntaken die in het Mediadecreet staan: nieuws, sport, cultuur en entertainment. Om die reden vind ik het ook belangrijk dat we de volgende jaren gaan voor een continuïteit in de financiering. Ik pleit ook voor het behoud van het model van gemengde financiering voor de VRT. Dat garandeert niet alleen enige onafhankelijkheid, maar responsabiliseert zeker ook het management en het personeel van de VRT. In het verleden heeft dat, denk ik, een goede cultuurverandering met zich meegebracht. Ter voorbereiding van de beheersovereenkomst en de finale onderhandelingen heb ik dan ook aan de VRT gevraagd een rationele analyse te maken van de kosten en de inkomsten die ze verwacht of zou kunnen verwachten.

We moeten rekening houden met het veranderende landschap. Zeker en vast als we een gemengde financiering behouden, moeten we ook bekijken hoe we met andere, private spelers rekening kunnen houden. Dat zijn echter ook diverse spelers: de krantenuitgevers hebben niet altijd dezelfde belangen als de privézenders of de adverteerders. Het zal opnieuw een moeilijke, maar deugdzame evenwichtsoefening zijn om te proberen die marktverstoring zo veel mogelijk te vermijden.

Wat de inhoud betreft, wil ik absoluut blijven inzetten op kwaliteit. Een enkel lid heeft het al aangehaald: we mogen zeggen dat de VRT die levert tegen een veel lagere maatschappelijke kostprijs dan de publieke omroepen in de ons omringende landen. In Vlaanderen betaalt elke belastingbetaler jaarlijks ongeveer 48 euro voor de VRT, en dat bedrag ligt in heel wat landen van de Europese Unie een stuk hoger, terwijl qua bereik de VRT van de publieke omroepen de voorbije jaren een van de weinige stijgers is. Ook wat dat betreft, mogen we er dus ook voldoende vertrouwen in hebben dat het management en het personeel van de VRT op dat elan kunnen doorgaan. Er moet uiteraard ook meer ruimte komen voor onderzoeksjournalistiek en buitenlandberichtgeving. Daarover hebben we in de commissie ook al meermaals gesproken. In haar informatieopdracht moet de publieke omroep natuurlijk ook het volle vertrouwen van de bevolking genieten. Dat hebben we gisteren ook al besproken. Daarom is die onafhankelijkheid, maar ook die correctheid van de berichtgeving onontbeerlijk. Ik heb de VRT dan ook gevraagd dat de nieuwsdienst structureel verder een intern proces van zelfreflectie zou uitvoeren, met het oog op die voortdurende kwaliteitsverbetering.

De VRT moet inzetten op diversiteit en pluriformiteit. Dat debat hebben we nog eens gevoerd. De VRT moet ook inzetten op Vlaamse inhoud. Vlaamse fictie, documentaires, animatie en ontspanning worden zeer sterk door de kijker gesmaakt. Ze vormen ook een belangrijke bijdrage aan de verdere ontwikkeling van ons eigen Vlaams cultureel patrimonium, onze eigen identiteit. De VRT moet daarbij een belangrijke rol spelen. Net als alle andere zenders kan ze daarvoor gebruikmaken van het Mediafonds.

Bij het finaliseren van de onderhandelingen moet er zeker en vast voldoende aandacht gaan naar het evoluerende medialandschap. Dat is niet alleen een evoluerend landschap met nieuwe aandeelhoudersstructuren, maar vooral ook een landschap dat sterk evolueert door nieuwe technologieën en nieuwe media. Dat stelt ook de publieke omroep voor belangrijke uitdagingen. Tot voor kort was mediagebruik veeleer eenzijdig, was er veeleer sprake van eenrichtingsverkeer. Nu zijn kijkers en luisteraars mediaconsumenten en -producenten geworden.

Ik heb het al eens gesteld en wil het nog eens duidelijk herhalen: de VRT moet zich op alle mediaplatformen begeven. Men kan niet aan de ene zijde pleiten voor een kwalitatief hoogstaande en eigentijdse publieke omroep, en tegelijkertijd vinden dat men zich moet beperken tot traditionele mediatoepassingen en elke technologische media-innovatie naast zich neer moet leggen. Ik zal het nog scherper stellen: als de VRT zich niet mag bezighouden met de nieuwe media, dan zijn we begonnen met stervensbegeleiding, en daar ga ik niet aan meedoen.

Collega’s, er moet zeker gekeken worden naar meer samenwerking, niet alleen met andere mediaspelers, maar ook met andere spelers in bijvoorbeeld de culturele sector. Ook daar is er een mogelijkheid in de nieuwe beheersovereenkomst. Ook rond innovatie is samenwerking aan de orde.

Ik onderschrijf ook de betogen van enkele collega’s met betrekking tot sport. Ook inzake sport moet er voldoende aandacht zijn voor de diversiteit van het aanbod en een bredere benadering. Sport is ook meer dan competitief spektakel. Het heeft ook betrekking op ontspanning, gemeenschapsgevoel en gezondheid. Ook daar denk ik dat de VRT een tandje bij kan steken.

Met betrekking tot de beheersovereenkomst wil ik benadrukken dat de VRT als publieke omroep een voorbeeldfunctie heeft, ook als het gaat over maatschappelijk verantwoord ondernemen. Ik denk aan diversiteit op de werkvloer, maar zeker ook aan correcte arbeidsvoorwaarden voor de werknemers en correcte contracten met onderaannemers, die op hun beurt ook correcte arbeidsvoorwaarden moeten bieden aan hun werknemers.

Bovendien is het belangrijk dat de VRT de knowhow in huis houdt die haar toelaat om zelf intern programma’s te blijven maken. Ik ondersteun de strategische keuze die het management en de raad van bestuur gemaakt hebben om de opvolger van ‘Man Bijt Hond’ zelf te maken. Het gaat immers om een strategisch slot, dat men in eigen handen wil houden en waarvoor men niet langer afhankelijk wil zijn van externe spelers.

Collega’s, de nieuwe beheersovereenkomst hoeft wat mij betreft de VRT niet meer op de kaart te zetten. De VRT staat op de kaart. Ze is stevig verankerd. Ze heeft een gezondheidskuur ondergaan naar aanleiding van de besparingen. Ze heeft een nieuwe raad van bestuur en een nieuwe CEO, die heel duidelijk en adequaat hebben gehandeld. Ze zal ook bekwaam zijn om een goede nieuwe beheersovereenkomst af te sluiten.

Wij hebben ter voorbereiding van die beheersovereenkomst al heel veel gediscussieerd. Er zijn in de commissie uitgebreide hoorzittingen geweest, waarbij heel veel spelers uit het medialandschap zijn gehoord. Ik heb zelf mijn voorbereidingen getroffen. De VRT heeft zich voorbereid. Ik wacht op de resoluties van het parlement. Daarna is er wat mij betreft niets wat het aanvatten van de finale onderhandelingen in de weg staat. Ik dank de collega’s dat ze mij meer ruimte willen geven, maar wat mij betreft, is die ruimte niet nodig. We hoeven niet te overzomeren, maar kunnen verder volgens plan voor het reces over de beheersovereenkomst onderhandelen. Dank u wel. (Applaus)

Minister, ik dank u voor uw antwoord.

Ik hoor het onderwerp ‘sport’ hier vaak terugkeren in het debat. Dat is inderdaad belangrijk. Sport beroert de mensen. Als je ziet hoe kampioenen als Philippe Gilbert de harten van iedereen kunnen beroeren, is dat belangrijk. Maar het blijft ook belangrijk dat bij uitstek de openbare omroep meer aandacht heeft voor sporten die minder of zelfs niet aan bod komen. U hebt daar zelf ook op gewezen in uw antwoord.

U hebt het over de belangen en verzuchtingen van de verschillende types van media, maar dat raakt beetje bij beetje achterhaald. We hebben uiteraard de belangen van de kranten, de radiomakers, de televisiemakers en de andere, nieuwe mediavormen, maar langzamerhand raakt dat toch in elkaar verstrengeld en moeten we er als beleidsmakers meer en meer rekening mee houden dat we met multimediale groepen te maken hebben, die alles brengen wat noodzakelijk is om de kijker een totaalaanbod te bieden. Als bepaalde groepen dat niet wensen te doen en apart willen blijven zitten in hun kleine hokje, is dat hun eigen keuze.

Maar ik denk dat wij, als overheid, heel duidelijk keuzes moeten maken voor de verschillende multimediale groepen die aan cross-selling gaan doen via hun verschillende platformen en ze niet meer als ‘stand alone’ mogen bekijken.

Wim Wienen

Minister, ik dank u voor uw antwoord.

Het woord ‘continuïteit’ is het cruciale stuk uit uw antwoord over de toekomst van de VRT in dit nieuwe medialandschap. Wat verstaat u precies onder continuïteit? Als continuïteit betekent dat de VRT nog steeds, zoals ze in het verleden al te vaak heeft gedaan, de concurrentie wil aangaan met die commerciële omroepen, dan pas ik daarvoor. Als dat wil zeggen dat de VRT een derde kanaal wil omdat Ketnet onder druk komt te staan van de commerciële kinderzenders, dan pas ik daarvoor. Ik kies voor een openbare omroep en beheersovereenkomst waarin gefocust wordt op de kerntaken die in het decreet vervat zijn. U hebt er enkele vermeld, zoals cultuur, nieuws, sport en ook entertainment. U bent echter wel vergeten dat in diezelfde paragraaf van het decreet ook staat dat er prioritair aandacht moet uitgaan naar cultuur en nieuws. Er staat dus inderdaad dat er vier kerntaken van de openbare omroep zijn, maar ook dat de prioriteit ligt bij cultuur en nieuws. Ik vind het belangrijk dat we naar een openbare omroep gaan die niet de concurrentie met de commerciële zenders aangaat, die geen tegenspeler, maar een medespeler in dat medialandschap is.

Ik hoop dat de democratie nog iets betekent voor u. Als ik de pleidooien deze middag goed heb beluisterd, denk ik dat mijn mening over het focussen op die kerntaken, niet alleen door mijn eigen fractie, maar ook door de woordvoerder van de CD&V en de heer Tommelein van de Open Vld wordt gedeeld. Dat is op zijn minst al een meerderheid in dit parlement. De regering weet nog niet welke richting ze precies wil uitgaan met die beheersovereenkomst, maar ik denk ze best rekening houdt met dit punt.

Tot slot, minister, hoeft het wegvallen van Woestijnvis geen ramp te betekenen voor de VRT en mag het de VRT niet desoriënteren. Als de VRT volledig inzet op kwaliteit en kwaliteit in die kerntaken, kan ze zich wel degelijk onderscheiden van de commerciële omroepen en heeft ze een mooie toekomst in het medialandschap.

Jurgen Verstrepen

Minister, ik dank u voor uw antwoord, maar vind het zonde van de zendtijd. U hebt wat naast de kwestie geantwoord. Het debat ging over de toekomst van het gewijzigde medialandschap, maar ik krijg telkens weer het gevoel van ‘u staat erbij en kijkt ernaar’.

U zei daarnet dat de VRT niet de logica van de adverteerders moet volgen. U hebt dat al een aantal keren gezegd en u weet dat ik dat ondersteun. Als het gevolg van dat niet-prioritair gericht zijn op de adverteerders tot gevolg heeft dat de sponsorinkomsten en radioreclame dalen, zegt u dan: geen probleem, we passen het bij? Ja of nee? Er is de discussie van het knipperlichtmodel, maar ik vind dat het het een of het ander moet zijn. De inkomsten dalen omdat zij daar geen of minder strategie insteken. Bent u als overheid bereid om daar wat bij te passen, als de inkomsten blijven dalen? Je moet leren uit het verleden. Dat hoor ik hier te weinig. De VRT is een overheidsbedrijf gefinancierd met publieke middelen dat nochtans met zeer veel lege handen achterblijft. Ik ga de debatten over de rechten niet meer voeren. Nu moeten we redden wat te redden valt. We zullen zien of het bestuur dat doet, tenslotte zijn ze daar voor aangesteld.

Het gemengde model van financiering was in zijn tijdsframe toen waarschijnlijk het meest correcte model. Maar het komt letterlijk uit de vorige eeuw en is een analoog, voorbijgestreefd, financieringsmodel. Ik vind dat men daar niet te gemakkelijk aan voorbij mag gaan en dat men elk model out of the box moet herbekijken. Ik begrijp niet waarom men dat analoge model zo halsstarrig blijft verdedigen. Iedereen in media weet dat het de grootste uitdaging van deze eeuw is om van een analoge euro een digitale te maken. Ik vind dus dat men daar niet zo gemakkelijk aan voorbij mag gaan. Het gaat er niet over de VRT droog te zetten, maar wel oog te hebben voor de toekomst. Zoals u weet is het hot topic op de internationale televisiemarkten hoe je media financiert, hoe je dat doet. Dan kun je er niet aan voorbijgaan dat in het gemengde financieringsmodel de VRT nog altijd reclame probeert te genereren uit de markt die vrij klein is. Als je dat model houdt, vrees ik dat we de volgende keer nog eens iets moeten redden dat misschien minder te redden valt en meer gaat kosten.

Ik vind dus dat men vooruit moet kijken, en niet vasthouden aan analoge modellen. Ik roep dus nogmaals op om daar oog voor te hebben, zeker wanneer de beheersovereenkomst ter sprake komt. Het gaat er dan niet over of u meer geld van het Vlaams Parlement wilt, maar wel of u naar de toekomst wilt kijken.

Carl Decaluwe

Ik dank u voor het antwoord. Ik heb u erg aandachtig beluisterd. Ik kan me vergissen, maar ik heb een beetje het gevoel dat u stelt dat er niet veel aan de hand is en we tot de orde van de dag kunnen overgaan en dat daarbij de continuïteit van het beleid vooropstaat. Die indruk heb ik, en ik hoop dat ik me vergis. Want ik ben ervan overtuigd dat men in het belang van de openbare omroep goed moet nadenken vooraleer een aantal zaken op papier worden gezet. Zo niet zou men er volgend jaar omstreeks deze periode wel eens spijt van kunnen hebben.

U verwees naar de taken van de openbare omroep. U blijft alle taken zoals opgesomd in het decreet hetzelfde belang toekennen. Het decreet legt daarentegen prioriteiten op. En vandaag zal de Vlaamse Regering en de raad van bestuur meer dan ooit verplicht worden om keuzes te maken. Alles bij het oude laten kan niet. Men zal verschuivingen moeten doorvoeren: meer informatie, duiding, nieuws en cultuur, en minder ontspanning en sport. Dat moet in de budgetten worden vertaald, zo niet dendert de VRT onvermijdelijk naar de afgrond. De huidige ontwikkelingen zullen dat nog urgenter maken. Ik ben ervan overtuigd dat de openbare omroep nog een toekomst heeft, maar dat zal enkel zo zijn wanneer de VRT met de commerciële zenders het verschil maakt. En dat kan maar met goede informatie, goede duiding, goed nieuws, goede onderzoeksjournalistiek en meer buitenlandse correspondenten.

Dat kan ten koste gaan van een aantal dure sportrechten en dure shows. Tezelfdertijd hoop ik dat VT4 ook in nieuws investeert. Dat alles zal hopelijk ten goede komen van de pluriformiteit en de informatieverschaffing, en dus van de kijker en uiteindelijk ook van de democratie. De Vlaamse Regering en de openbare omroep zullen echter meer keuzes moeten maken, en die boodschap heb ik onvoldoende gehoord. Men kan niet langer denken dat men alles kan doen en op alle gebieden marktleider kan zijn. Die tijd is voorbij. Wie dit zegt, is niet tegen de VRT: dat is gewoon een realistische houding, met de budgettaire context voor ogen.

Uiteraard moeten we steeds opnieuw keuzes maken. In uw antwoord hoorde ik een aantal belangrijke elementen waarvan we vinden dat die in de beheersovereenkomst moeten terechtkomen. Ik kijk alvast uit naar het debat dat we daarover zonder uitstel in de schoot van de meerderheid en ook in de commissie zullen voeren.

In mijn uiteenzetting stelde ik u specifieke vragen over de rechten en over het archief. Uiteraard verwacht ik vandaag geen antwoord. Ik hoop dat u daar wel later op antwoordt, eventueel schriftelijk.

Bart Caron

Minister, dank u voor uw antwoord, waarmee ik in grote lijnen kan instemmen. Het is een goed antwoord. Twee elementen vallen mij op. U zegt dat u geen krimpscenario wilt in de volgende beheersovereenkomst en dat we maar 48 euro per Vlaming betalen voor kwaliteit. Het is goed dat u het zelf eens zegt. We zitten niet in de kop van het peloton, ook niet in de staart. Wij rijden mee in de tweede helft van het peloton en daar krijgen we veel kwaliteit voor.

Ik hoop voor u, minister, dat u het uitstel dat we u aangeboden hebben, niet nodig zult hebben. Maar als ik mag afgaan op de tijd die de meerderheid nodig heeft om overeenstemming te vinden om een resolutie in te dienen over de krijtlijnen waaraan een nieuwe beheersovereenkomst zal moeten voldoen, vrees ik dat u toch uitstel zult moeten vragen. Er liggen vandaag alleen resoluties voor van de oppositie en niet van de meerderheid. Dat betreur ik.

Minister, u bent uiteraard geen lid van dit parlement. Ik had heel graag gehad dat er een zeer brede meerderheid zou zijn voor een aantal principes. Vandaag blijkt uit het debat ook dat er een breed draagvlak is voor bepaalde principes van een nieuwe beheersovereenkomst. Dat hoor je in de opmerkingen van mezelf, de heer Decaluwe en de heer Tommelein. Ik denk bijvoorbeeld aan de prioriteitstelling: de tekst van het decreet brengt een nuance of rangschikking aan tussen nieuws, duiding en cultuur versus sport en entertainment.

Ook ik ben het eens met de globale benadering of reactie van de directie van de VRT. Maar wat nu gezegd wordt over Man bijt hond geeft mij toch een andere indruk. Ik wil dat onderscheid maken. De globale reactie deel ik. Ik vind het grootmoedig en groothartig van de VRT om zo’n belangrijke partner een goede vaart te wensen. Dat is sportief en dat is prima. De VRT heeft er ook zelf veel aan te danken. Maar dan de dag daarop lijkt ze toch een venijnig tikje mee te geven, een beetje zoals in het voetbal.

Veli Yüksel

Aanvullend op wat de heer Decaluwe gezegd heeft, minister, wil ik nog meegeven dat we niet aan paniekvoetbal moeten doen. Maar toch heeft Woestijnvis heel lang in de keuken van de VRT gestaan. Onderschat deze zaak niet. Zeker de mensen van de Reyerslaan mogen dit niet onderschatten. Ik vind dat u als bevoegd minister de mensen op de Reyerslaan moet wakker schudden.

De VRT mag absoluut geen nichezender worden. De collega’s hebben het over het optrekken van de dotaties voor het multimediale. Mijnheer Tommelein, dat is waar, maar als er één zender is die vandaag niet multimediaal is, is het de VRT. Het is de kunst voor de VRT om in die multimediale omgeving overeind te blijven.

Wat de kerntaken betreft – informatie, cultuur, sport enzovoort –, moeten we naar een gezond evenwicht tussen kwaliteit en bereik. Bereik is niet absoluut, maar we mogen dat niet loslaten.

Ik doe een oproep om de zaak niet te onderschatten. Dit zal verstrekkende gevolgen hebben. Op de Reyerslaan mogen ze het absoluut niet onderschatten.

Minister Ingrid Lieten

Mijnheer Wienen, ik heb hier heel goed gehoord – en dat is niet nieuw, dat hebben we ook al in de commissie gehoord – dat geen enkele partij vragende partij is om het Mediadecreet en de taak die daarin staat voor de VRT te wijzigen. Daarover zijn we het eens. Dat heb ik ook nog eens benadrukt.

De nuances van de invulling en de evenwichten, daarover zijn we het misschien niet eens. Ik ben niet voor een krimpscenario. Ik ben er ook niet voor dat de VRT alleen dat moet doen wat de marktspelers niet doen. De VRT moet uiteraard prioritair inzetten op nieuws en cultuur, maar ook op sport en entertainment. Daarin verschillen we misschien van mening. Daarin heb ik misschien ook een perceptieverschil met de heer Decaluwe. Maar wij hebben af en toe een perceptieprobleem met elkaar.

Mijnheer Vandaele, u vraagt naar de rechten. De discussie over het verleden hebben we al een paar keer gevoerd.

Wat ik belangrijk vind, is hoe zij in de toekomst zullen omgaan met de rechten. Wij hebben het management in die zin gestimuleerd en zij zullen dat opnemen. Zij hebben in de raad van bestuur zeer duidelijk bevestigd dat zij evolueren naar een systeem van openbare calls waaraan alle productiehuizen kunnen deelnemen en waarbij duidelijk zal worden bepaald volgens welke criteria men zal kiezen, maar ook hoe de rechtenverdeling op voorhand zal vastgelegd worden. Dat zal gebeuren op een transparante manier, met duidelijke criteria en met een gelijkwaardige behandeling van de mensen die op dezelfde manier producties zouden aanleveren. Ik vind dat positief. Ik ondersteun dat. Het is ook een duidelijk engagement van het management. Wij moeten inderdaad vermijden dat wij in de toekomst nog dergelijke problemen zouden hebben.

Mijnheer Verstrepen, ik heb af en toe het gevoel dat wij permanent communicatiestoornissen hebben en dat u niet hoort wat ik zeg, maar ik zal mijn best blijven doen om het te herhalen. Ik vind het belangrijk dat we blijven kiezen voor een gemengd model. Het is niet de bedoeling dat er veel geld uit de markt wordt gehaald. Maar het feit is dat het VRT-management geresponsabiliseerd blijft zijn om creatief te zoeken naar eigen inkomsten binnen de marges die wij stellen. Die marges zijn nu ook vastgelegd: ze staan in de beheersovereenkomst. Ze zullen ook in de volgende beheersovereenkomst moeten staan. Wij zullen misschien wijzigingen aanbrengen in functie van de uitkomst van de debatten die wij daarover voeren, maar ik vind wel belangrijk wat de adverteerders zeggen, naar wie ik ook goed heb geluisterd. Zij zeggen dat de VRT soms ook marktcreërend werkt. Het is een voordeel voor de private zenders dat die marktcreatie gebeurt. Wij zullen dat subtiele evenwicht moeten bewaken, ook in deze nieuwe context.

Beste collega’s, wij hebben ons in dit debat uiteraard gefocust op de VRT. Wij moeten de strategie van andere mediaspelers niet bepalen. Wij moeten wel vooruitkijken naar de evolutie in het medialandschap. Ik nodig u allen uit op de Staten-Generaal die binnen enkele weken plaatsvindt en waar deze debatten gevoerd zullen worden.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

Het debat is gesloten.

De voorzitter

Actualiteitsmoties

Door het Vlaams Belang, door LDD, door Open Vld en door Groen! werden tot besluit van dit actualiteitsdebat actualiteitsmoties aangekondigd. Ze moeten uiterlijk om 17.30 uur zijn ingediend.

Het parlement zal zich daar straks over uitspreken.

Het incident is gesloten.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.