U bent hier

De voorzitter

Dames en heren, de minister-president is stipt op tijd binnengekomen. We gaan over tot het actualiteitsdebat over de uitspraken van de minister-president van de Vlaamse Regering over het Brusselse Gewest. Het debat is geopend.

Mijnheer Watteeuw, uw non-verbale communicatie is me niet duidelijk. De heer Dewinter heeft als eerste een actuele vraag over dit onderwerp ingediend. Daarna hebt u een actualiteitsdebat gevraagd. Maakt u zich niet ongerust.

Filip Watteeuw

Ik maak me helemaal niet ongerust.

De voorzitter

De heer Dewinter heeft het woord.

Voorzitter, minister-president, alhoewel u wellicht door uw halsoverkopreis uit Brazilië bent teruggekomen met een jetlag en u vandaag misschien de grootste CO2-uitstoot van ons allemaal vertegenwoordigt, zijn we toch tevreden dat u er bent. U vond het tijdens het voorbije weekend blijkbaar nodig om in de aloude vertrouwde Vlaamse stijl van ‘hou mij vast of ik bega een ongeluk’ nog eens de communautaire spierballen te laten rollen. Toch treft u voor wat het interview met La Libre Belgique betreft, geen enkel verwijt.

De simpele herhaling van wat in essentie ook al in het Vlaams regeerakkoord is opgenomen, vormt voor de Franstaligen een uitgelezen kans om uit te pakken met de Fédération Wallonie-Bruxelles. Ik ben samen met velen in dit halfrond en hierbuiten, niet echt verrast door de omvorming van de Franse Gemeenschap naar de Fédération Wallonie-Bruxelles.

Het gaat hier immers niet, zoals de N-VA stelt, om een provocatie of een provocatieve spielerei vanuit Franstalige hoek of, zoals de minister-president vanuit Brazilië liet weten, om een ‘simpele naamsverandering zonder inhoud’, maar integendeel om een belangrijke, eenzijdige stap van de Franstalige partijen in de richting van een onafhankelijke staat, waarbij Brussel als stad en als hoofdstad wordt ingelijfd bij Wallonië.

Deze federatie, al is het enkel semantiek, is een zet, een belangrijke zet, op ‘het einde van België’-schaakbord. De Franstalige partijen bereiden zich reeds geruime tijd strategisch voor op de Belgische ontbinding. Ze weten dat ze internationaal zwak staan met hun claim op Brussel, al was het maar omdat de internationale gemeenschap negatief staat tegenover enclaves, eilanden – ook al is het een stad – die volledig omgeven zijn door het grondgebied van een ander land. Dat telt, wanneer een mogelijke splitsing voor de deur staat.

Door Brussel terminologisch vast te klinken aan het Waalse Gewest en beide gewesten internationaal als een unité territoriale voor te stellen, rekenen zij vandaag al op de internationale goodwill op het moment van de scheiding. Met de Fédération Wallonie-Bruxelles is uitgekomen waarvoor het Vlaams Blok, het Vlaams Belang steeds heeft gewaarschuwd. Daarvoor is de partij die ik vertegenwoordig, in 1978 opgericht. Het fameuze Egmontpact en de drieledige gewestvorming, die nu leidt, hoe cynisch het ook moge klinken, tot het samenspannen van twee dominante Franstalige gewesten tegen het Vlaamse Gewest.

De traditionele partijen, mijnheer Van Rompuy, niet het minst CD&V, oogsten nu wat ze hebben gezaaid. In de drieledige gewestvorming, die wij toen al met alle mogelijke democratische middelen hebben bestreden, lagen de kiemen, dames en heren van CD&V, voor de gedroomde inlijving vandaag van Brussel bij Wallonië.

De Vlaamse Regering kan in elk geval deze eenzijdige stappen onmogelijk tolereren en minimaliseren zoals u dat hebt geprobeerd, minister-president. Uw vlucht van Brazilië naar Brussel, letterlijk en figuurlijk een vlucht, toont aan dat die minimalisering met de mededeling dat het maar een simpele naamsverandering is, uiteindelijk geen steek houdt.

De Franstalige partijen dwingen ons om mentaal afscheid te nemen van Brussel. Telkens we over de Franse Gemeenschap willen spreken, zullen we gedwongen worden om de terminologie die zij ons hebben opgedrongen te gebruiken. Ik stel vast dat intussen Brussels minister-president Picqué zich verzet tegen een gelijkaardige band met Vlaanderen. Zolang Brussel niet wordt omgevormd, moet het een ‘région à part entière’ zijn, zei hij de afgelopen dagen in de media.

De zet van de Franstalige partijen heeft overduidelijk bewezen dat zij al lang niet meer uit zijn op eerbare compromissen, maar dat zij integendeel alle federale loyauteit overboord gooien. Hierop past maar één reactie: de Vlaamse meerderheidspartijen moeten nu dringend een punt zetten achter de lopende onderhandelingen en op hun beurt overgaan tot eenzijdige stappen zoals de onmiddellijke goedkeuring van de splitsingsvoorstellen over Brussel-Halle-Vilvoorde in het federale parlement. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De Franstaligen vragen al lang niet meer naar de mening van de Vlaamse partijen, laat staan naar die van de Vlaamse Brusselaars. De Brusselse Vlamingen bestaan niet meer voor de Brusselse Franstalige ministers die gisteren symbolisch in Namen waren. De paritair samengestelde Brusselse Gewestregering werd eergisteren in Namen de facto ten grave gedragen. De Vlamingen zijn voor de Franstaligen enkel nog goed om te betalen voor de herfinanciering van het gewest. De Franstaligen geloven al lang niet meer in de goede afloop van de communautaire onderhandelingen. De Franstaligen zitten al lang in de logica van plan B. Dat bewijst die naamsverandering overduidelijk.

Het was Brussels CD&V-minister Grouwels die stelde dat de Fédération Wallonie-Bruxelles het separatisme in de derde graad is. En ze heeft gelijk. De reactie van de Vlaamse Regering moet realistisch en kordaat zijn. De Vlaamse Regering moet op haar beurt zo snel mogelijk het scenario van de splitsing van België en de oprichting van een onafhankelijke Vlaamse staat voorbereiden. Wallonië is er klaar voor, wij binnenkort hopelijk ook. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Minister-president, wat moet u nu doen? Er zijn drie dingen. Ten eerste mogen we ons niet laten intimideren door deze ultieme provocatie maar we moeten evenmin proberen ze onder de mat te vegen en te minimaliseren. Ten tweede moeten we uitdrukkelijk herbevestigen dat Brussel de zetel is en blijft van de Vlaamse instellingen. Vlaanderen laat zich niet wegjagen. Ten derde moet er een diplomatieke en internationale campagne worden gelanceerd, ook buiten Vlaanderen: ‘Brussel, hoofdstad van Vlaanderen’. Want Vlaanderen laat België met enthousiasme los maar Vlaanderen kan, zal en mag Brussel nooit loslaten. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer Van Der Taelen heeft het woord.

Luckas Van Der Taelen

Allereerst, minister-president, waarderen we het ten zeerste dat u uw reis onderbroken hebt om hier vandaag aanwezig te zijn en de niet geringe inspanning hebt ondernomen om voor een actualiteitsdebat de oceaan over te steken. Maar een minister-president moet natuurlijk in het Vlaams Parlement zijn als er naar aanleiding van een interview met hem een soort communautaire storm is losgebarsten op een moment dat een koninklijk onderhandelaar probeert een akkoord tussen strijdende partijen te bereiken.

De vraag mag gesteld worden of het opportuun was om in die gespannen context uitspraken te doen die door hun lapidair karakter moeilijk anders dan als een provocatie konden worden gezien. U hebt, minister-president, aan onwillige Franstaligen het gedroomde voorwendsel gegeven om de Vlaamse visie op Brussel karikaturaal te vervormen. Er werden u woorden in de mond gelegd die u nooit hebt uitgesproken en er zijn conclusies getrokken die op zijn minst getuigen van enige theatraliteit en vooral van veel slechte wil.

Maar met permissie gezegd, minister-president, vrees ik dat u dit toch een beetje had kunnen voorzien. Ik kan me niet indenken dat u dit bewust gedaan hebt. Maar als u zonder veel uitleg of nuance aan de journalist vertelt dat Brussel nooit een volwaardig gewest kan zijn, dan weet u toch wat de titel boven het artikel zal zijn. Het staat zelfs op de voorpagina: “Bruxelles ne sera jamais Région à part entière.” Hoe jammer dat u uw antwoord niet begonnen bent met een zin die u even later uitsprak: “Il est capital que les deux grandes communautés puissent avoir une voix importante à Bruxelles.” Ik hoef het niet te vertalen, want dat is de essentie van een tegelijk opbouwende én Vlaamsgezinde visie op onze hoofdstad: dat de twee gemeenschappen er een belangrijke inbreng hebben. Maar door eerst te stellen dat Brussel nooit een volwaardig gewest kan zijn, maken uw malafide tegenstanders daar uiteraard van dat u Brussel als gewest wil afschaffen of het wil overlaten aan een condominium van de twee gemeenschappen.

Als Vlaming en Brusselaar hoop ik dat dit niet uw visie is. We mogen de toekomst van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest niet hypothekeren door een beheersmodel te propageren dat vaag, onduidelijk en onuitgewerkt is en waarvan terecht gevreesd kan worden dat het vooral onwerkbaar zal blijken. Brussel is voor Vlaanderen uiterst belangrijk op alle vlakken, zeker op een moment dat de stad evolueert tot een belangrijk Europees centrum, op een moment dat het bevolkingsaantal een nooit geziene toename kent. In het volgende decennium zullen er ongeveer 150.000 Brusselaars bij komen. De bevolking hier in Brussel neemt dubbel zo snel toe als in de rest van het land.

De vraag die nu al gesteld wordt, is wat de plaats en invloed van de Vlamingen zal zijn in dit nieuwe Brussel. Welke rol wil Vlaanderen spelen in het Brussel van de 21e eeuw? Wat zal de plaats van het Nederlands zijn als wij nu niet massaal investeren in nieuwe scholen, om die nieuwe Brusselaars op te voeden tot drietalige burgers? Als we dat nu niet dringend doen, dreigt de groep van de Nederlandstaligen in deze stad te verschrompelen tot een verwaarloosbare minderheid zonder enige basis voor politieke invloed.

Minister-president, u moet hier nu komen uitleggen wat uw visie en die van uw regering is op de toekomst van het Brusselse Gewest. Ik zie geen contradictie tussen het openlijk aanvaarden van het statuut van een volwaardig gewest, waarin de twee gemeenschappen een grote rol blijven spreken. Die twee gemeenschappen zullen door de onvermijdelijke evolutie van de stad en haar eigenheid trouwens gedwongen worden om samen te werken.

De voorzitter

De heer Caluwé heeft het woord.

Ludwig Caluwé

Mijnheer Van Der Taelen, ik begrijp het eigenlijk niet. U zegt hier, en dat onderschrijven we allemaal, dat de Vlaamse Gemeenschap, net als de Franse Gemeenschap, een belangrijke rol te vervullen heeft in Brussel. De minister-president zegt dat in een interview in een Franstalige krant en u verwijt hem dat interview te hebben gegeven. Dat begrijp ik eerlijk gezegd niet. Leg me dat eens uit.

Luckas Van Der Taelen

Mijnheer Caluwé, ik denk dat u vooral niet goed hebt geluisterd naar wat ik heb gezegd. Ik verwijt de minister-president niet dat hij een interview heeft gegeven, maar misschien had hij wat slimmer moeten communiceren en vooral eerst die argumenten moeten geven die geen voedsel kunnen geven aan onze tegenstanders, namelijk dat wij vinden dat in dit gewest de gemeenschappen moeten blijven bestaan en blijven samenwerken. Dat is het enige dat ik heb gezegd. (Rumoer)

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Mijnheer Van Der Taelen, de minister-president heeft verwoord wat er in het Vlaamse regeerakkoord staat en wat er in de bijlage bij het Vlaamse regeerakkoord staat. Dat was toen actueel, het is vandaag actueel en wat de huidige meerderheid betreft, is het ook morgen actueel. Ik zie het provocerende karakter dus niet. Wat is nu het verschil tussen de uitspraken van de minister-president vorige zaterdag en de uitspraken die de minister-president heeft gedaan bij de installatie van deze regering?

Luckas Van Der Taelen

Mijn standpunt is dat het soms belangrijker is om gelijk te halen buiten de eigen kring dan gelijk te krijgen van politieke vrienden. Misschien moet daarbij wat meer worden nagedacht over de communicatie.

Minister-president, u wijst er in hetzelfde interview terecht op dat de Franstaligen dwalen als ze blijven stellen dat Brussel een Franstalige stad is. Ik ben het met u eens: Brussel is niet meer de stad van vroeger, die werd gedomineerd door een verfranste bourgeoisie. Neen, Brussel is een stad van vele talen en vele gemeenschappen geworden, waar in meer dan de helft van de gezinnen thuis geen Frans of Nederlands meer wordt gesproken. Met die realiteit hebben vele Franstalige politici het behoorlijk moeilijk. Nu moeten wij tonen dat Vlaanderen mee wil werken om Brussel uit te bouwen tot een dynamisch stadsgewest, waar de twee gemeenschappen de enorme uitdagingen, bijvoorbeeld op het vlak van onderwijs, gemeenschappelijk willen aanpakken. Een andere manier van werken zal niet mogelijk zijn. Dat, dames en heren, is de toekomst van Brussel.

Minister-president, uit uw interview maak ik alvast op dat u er niet aan denkt om de band tussen Brussel en Vlaanderen door te knippen. Daarmee getuigt u van wijsheid en geeft u blijk van de gave van vooruitziendheid, een bijzondere kwaliteit voor een politicus. Misschien moeten wij ook een sterk signaal geven van onze gehechtheid aan Brussel en in navolging van onze Franstalige vrienden de naam van onze gemeenschap veranderen, in Federatie van Vlaanderen en Brussel. Geachte leden, minister-president, ik kijk uit naar uw reactie. (Applaus bij Groen! en van de heer Ludo Sannen)

De voorzitter

De heer Caluwé heeft het woord.

Ludwig Caluwé

Voorzitter, minister-president, leden van de regering, geachte leden, in 2014 vindt het wereldkampioenschap voetbal plaats in Brazilië. In 2016 zijn er de Olympische Spelen in Rio de Janeiro. Tussendoor zijn er nog een aantal belangrijke evenementen: in 2013 de Confederations Cup en in 2015 de Intercontinental Cup. De over de hele wereld verspreide beelden van de Olympische Spelen van Beijing en het wereldkampioenschap voetbal in Zuid-Afrika werden in belangrijke mate geproduceerd – en soms zijn we daar te weinig trots op – door Alfacam, een Vlaams bedrijf gevestigd in Lint. Nu is het ongeveer kwart voor 3, kwart voor 10 Braziliaanse tijd. Over een uur, om 11 uur Braziliaanse tijd, opent Alfacam zijn Braziliaanse vestiging. De top van het bedrijf is er. Andere Vlaamse bedrijven uit de sport- en beeldindustrie die hopen om, in de slipstream van Alfacam, ook belangrijke bijdragen te kunnen leveren aan die evenementen en die investeringen qua sportinfrastructuur die daar de komende jaren zullen gebeuren, zijn er ook. Er zullen belangrijke Braziliaanse bedrijfsleiders zijn, en ook de staatssecretaris van Sport, die de hoofdverantwoordelijkheid draagt voor de organisatie van de Olympische Spelen van 2016.

Wie is er niet? De Vlaamse minister-president. Die is plots teruggeroepen naar Vlaanderen. Waarom? Heeft er zich een aardbeving voorgedaan? Is er een kerncentrale ontploft? Is er een nieuwe bankencrisis? Gaat er een Vlaams bedrijf over de kop? Neen, de minister-president heeft vorige week zaterdag een interview gegeven.

De voorzitter

De heer Gatz heeft het woord.

Sven Gatz

Mijnheer Caluwé, u richt zich nu waarschijnlijk tot de N-VA? Ik heb gisteren aan de voorzitter gevraagd of het zinvol is om het debat te houden zonder de minister-president, maar de mail was nog maar nauwelijks verzonden, of de minister-president zat al op zijn vliegtuig terug naar Brussel. Dat de oppositie dat debat vraagt, is niet onlogisch. Maar het debat zou er niet gekomen zijn, mocht de N-VA het niet gevraagd hebben. U richt zich nu in uw kritiek dus exclusief tot de N-VA. (Applaus bij de oppositie)

De voorzitter

De heer Watteeuw heeft het woord.

Filip Watteeuw

Mijnheer Caluwé, ik sluit me aan bij de woorden van de heer Gatz. Vijf partijen hebben onmiddellijk gereageerd en gezegd dat een actualiteitsdebat op zijn plaats was: de vier oppositiepartijen plus de N-VA. U hebt getemporiseerd en geprobeerd om niet te moeten antwoorden. Pas op het moment dat u wist dat de minister-president zou komen, hebt u gezegd dat het oké was. Blijkbaar is het onderwerp toch wel belangrijk genoeg om er een debat aan te wijden. En zeg niet dat het alleen uw nederige dienaar, in mijn persoon, is die het debat wou. Er is een duidelijke meerderheid in het parlement die dit debat wou.

Ik denk niet dat de minister-president naar hier gekomen is omdat ik het vroeg. Het was zijn eigen keuze, niets anders dan dat. Hij kon ook daar blijven en aan de viceminister-president vragen om het woord te voeren. Als de minister-president zelf de beslissing neemt om naar dit parlement te komen, wat wij waarderen, zegt hij eigenlijk dat dit debat op zijn plaats is en dat hij hier moet zijn.

Het probleem, mijnheer Caluwé, is dat de minister-president uitspraken doet die controversieel zijn, in de ogen van sommigen dan toch, en dat hij eigenlijk stokebrand speelt en dan snel vertrekt. (Opmerkingen van de heer Carl Decaluwe)

Mijnheer Decaluwe, is er deze week geen koers of zo? Omdat u hier aanwezig bent … (Rumoer. Gelach. Opmerkingen van de heer Carl Decaluwe)

Het probleem is dat de combinatie minister-president en minister van Buitenlandse Handel niet werkt. Een minister-president moet hier zijn, zeker in een regering waar er geregeld uitslaande brandjes zijn. De combinatie met minister van Buitenlandse Handel is gewoon niet mogelijk. Ik denk dat de minister-president dat gisteren ook heeft ingezien.

De voorzitter

De heer Decaluwe heeft het woord.

Carl Decaluwe

Voorzitter, het niveau van het betoog van de heer Watteeuw zegt veel over de heer Watteeuw zelf.

Ik ben hier inderdaad één keer niet geweest. We zullen de aanwezigheden in de plenaire van de voorbije twee jaar eens nakijken. Ik scoor beter dan u, mijnheer Watteeuw. Ik scoor beter dan u. (Rumoer. Gelach)

De voorzitter

De heer Vereeck heeft het woord.

Lode Vereeck

Mijnheer Caluwé, ik sluit me aan bij mijn collega-fractieleider Gatz. U moet voor de organisatie van dit actualiteitsdebat echt niet in onze richting kijken. Wij hebben met onze fractie gezegd dat we geen bezwaar hadden, maar ook geen vragende partij waren. Wat ons betreft, kon dit debat even goed op donderdag of vrijdag plaatsvinden.

Richt u tot diegenen die dit debat absoluut wilden: Groen! en de N-VA. (Applaus bij Open Vld en LDD)

Voorzitter, straks zal de heer Demesmaeker namens onze fractie het standpunt van de N-VA-fractie verwoorden. De aanleiding waarom de N-VA-fractie meent dat hierover gedebatteerd moet worden, is niet zozeer de uitspraak van de minister-president, die, zoals ik daarnet al aanhaalde, volledig conform het Vlaamse regeerakkoord is, maar wel wat er op dit moment beslist wordt door parlementen die op hetzelfde niveau staan als wij, en dat dit niet zomaar aan ons voorbij kan gaan.

Ik heb gisteren zeer duidelijk aan de heer Watteeuw gezegd dat dit debat voor mij kon plaatsvinden met eender welke vertegenwoordiger van de regering, want wat de minister-president verklaarde, was conform het Vlaams regeerakkoord. Mocht hij iets anders gezegd hebben, dan had ik hem ook zelf willen ondervragen.

Nu hekelen sommigen het Vlaams regeerakkoord, hier in dit halfrond, terwijl ze in het Brussels parlement een meerderheid steunen, en staatssecretarissen en ministers afvaardigen die deze beslissingen nemen. Vanuit die optiek was mijn fractie inderdaad vragende partij voor een discussie. (Applaus bij de N-VA)

Ludwig Caluwé

Er is dus een debat aangevraagd op basis van een interview dat zaterdag verscheen. Maandagmiddag was er een vergadering van het Bureau, en toen werd er nog niets over gezegd. Als het dan toch zo sensationeel is, zou ik verwachten dat iemand in het Bureau om een actualiteitsdebat zou vragen. Dan hadden we rustig kunnen bespreken of we dat debat effectief vandaag zouden houden, dan wel, wat net zo goed kan, morgen, wanneer de minister-president zou terug zijn.

Dinsdagmiddag hadden enkele fracties het interview blijkbaar gelezen en vroegen ze om een actualiteitsdebat. Ik heb dan voorgesteld om het Bureau samen te roepen en daarover te spreken. Blijkbaar is het makkelijker om een minister-president van Brazilië te laten terugkeren dan de fractieleiders op een dinsdagnamiddag samen te brengen. Dat kon pas op woensdagvoormiddag. Dinsdagnamiddag vond plots een meerderheid van de fracties dat de minister-president dringend moest worden ondervraagd en dat dat geen dag langer kon wachten. Als dat klopt, moeten er in dat interview toch wel echt sensationele zaken staan. Ik heb het nog eens nagelezen. Ik kan dat lezen, want ik heb gelukkig nog Frans als tweede taal gehad. (Applaus bij CD&V, sp.a en Groen!)

Wat heeft de minister-president nu gezegd? Eén, dat hij een democraat is, en dat hij vindt dat de partijen die bij de laatste federale verkiezingen de meeste stemmen haalden, deel moeten uitmaken van de Federale Regering. Wie vindt dat hier niet? Wie is het daar niet mee eens?

Twee, hij is van oordeel dat alle Vlamingen zich moeten groeperen achter de Octopusnota, om zo uit de impasse te geraken. Dat heeft hij vroeger al gezegd in de Nederlandstalige media. Het zou trouwens bijzonder nieuws zijn, mocht hij dat niet zeggen. Dit maakt deel uit van het Vlaams regeerakkoord. Ik begrijp echt niet dat u op basis daarvan een actualiteitsdebat wilt organiseren.

Drie, hij heeft gezegd dat Brussel geen gewest is als de twee andere. Dat is toch niets anders dan de bevestiging van de actuele toestand? Brussel is geen gewest zoals de andere om verschillende redenen. In Brussel kunnen de twee grote gemeenschappen, de Vlaamse en de Franse, een beleid ontwikkelen en initiatieven nemen, op het vlak van Onderwijs, Cultuur en Welzijn. Vinden wij dat dit niet meer moet gebeuren? Dat dat moet ophouden? Het is hier al aan bod gekomen, 23 procent van de leerlingen in Brussel volgt Nederlandstalig onderwijs. Sommigen vinden dat we daar nog bijkomende initiatieven rond moeten nemen. Dat maakt dat Brussel een ander gewest is dan de twee andere, de gemeenschapsbevoegdheden worden door de andere gemeenschappen ontwikkeld.

Vinden wij dat dat anders moet?

Brussel is geen gewest zoals de andere omdat de financiering anders is. Ik begrijp de Franstaligen niet als zij van oordeel zijn dat Brussel een gewest moet zijn als de twee andere. Dan zou ook de financiering op dezelfde manier moeten gebeuren. Dat betekent dat er geen compensatie meer is voor de hoofdstedelijke rol. Wil men dat? Dat willen wij niet. We discussiëren erover of er al dan niet bijkomende financiering moet zijn. Dat vormt een onderdeel van de onderhandelingen. Maar we zullen wat er is, niet terugdraaien. Daarover gaat het ook niet.

We zijn ten slotte van oordeel dat Brussel een ander gewest is dan de twee andere omdat er essentieel rekening moet worden gehouden met de tweeledigheid in structuren, die de kopie is van de tweeledigheid op federaal vlak. Wij zeggen niet dat de tweeledigheid moet versterkt worden, maar wel uitdrukkelijk dat wij daar geen afbraak van willen, dat het essentiële evenwicht in dit land is gebaseerd op het feit dat ook in Brussel die tweeledigheid bestaat. Wij willen daar verder van uitgaan.

Minister-president Peeters heeft in dat interview niet echt iets nieuws gezegd. “Much ado about nothing.” Ik heb wel vastgesteld dat er een aantal reacties op zijn gekomen. Sommigen hebben dat gebruikt om te reageren. Men spreekt over provocatie. Bij de Brusselse Franstaligen moet men daarover even nadenken. Men heeft enkele weken geleden beroep aangetekend tegen een decreet dat ons eigen Nederlandstalig onderwijs regelt. Wij hebben daar geen zware zaak van gemaakt. Maar was dat geen provocatie? Dat was het toch veel meer dan dit interview?

Wij hebben nu de discussie over de verklaring van maandag over de Federatie Wallonië-Brussel. Wat heeft dit te betekenen? Men kan het positief bekijken. Misschien wil men daarmee uitdrukken dat Brussel voor Wallonië inderdaad een essentiële rol vervult. De sociaal-economische toekomst van Wallonië is toegespitst op de twee assen: de oude as Henegouwen-Luik en de nieuwe as Brussel-Namen-Luxemburg. Brussel is daarbij een belangrijke groeipool voor de sociaal-economische toekomst van Wallonië, net zoals Brussel een belangrijke groeipool is voor de sociaal-economische toekomst van Vlaanderen. Onze structuur is gebaseerd op de Vlaamse Ruit. Die ruit bestaat uit de vier hoeken Antwerpen, Gent, Leuven en Brussel. Als het dat betekent, kunnen wij hetzelfde doen, want ook wij moeten met Brussel sociaal-economisch goed samenwerken want die vierde hoek van de ruit is ook voor ons een essentieel onderdeel om op een goede manier te groeien. Als het dat betekent, lijkt mij dat geen probleem. Wij moeten daar op een positieve manier op inspelen. Het geeft aan dat, om het met een term uit de moderne wiskunde te zeggen, in de doorsnede van de twee grote venndiagrammen Wallonië en Vlaanderen Brussel zit, dat ze delen.

Als we dit moeten interpreteren als een voorafname op een eventuele institutionele toekomst, als een soort van provocatie, waarbij men rest-België voorbereidt, dan moeten wij wijs zijn: provocaties moeten niet met provocaties worden beantwoord. Laat ons het hoofd koel houden en hun de raad geven om nog eens rustig en goed na te denken vooraleer men zich tot onzinnige avonturen laat verleiden.

De voorzitter

De heer Gatz heeft het woord.

Sven Gatz

Minister-president, welkom thuis. Ik hoop dat u op uw effen bent na uw treinreis uit Parijs, maar het zou kunnen dat u nog een beetje duizelig bent door de jetlag en dat u zich afvraagt wat u hier doet en of u wel hier moet zijn. U weet dat ik tijdens het begrotingsdebat in december een van uw scherpste criticasters was. Dat was het belangrijkste debat van het jaar, belangrijker dan dit debat. Toen vond ik dat u er beter was geweest. We zullen daarover niet meer spreken, gedane zaken nemen geen keer.

Nu was u in Brazilië aan het werk. Als u zich de vraag stelt of u hier moet zijn of daar, dan is de vraag stellen ze ook beantwoorden.

U moet natuurlijk zelf weten of de combinatie van minister-president en minister van Buitenlandse Aangelegenheden en Handel, wel een ideale combinatie is. Patrick Dewael heeft het ook gecombineerd, maar hij heeft de functie gesplitst. Ook Bart Somers en Yves Leterme hebben dat gedaan. Ik denk dat u daar moet over nadenken. U kunt niet overal tegelijk zijn. U zult het met mij eens zijn dat minister-president zijn in normale tijden een voltijdse job is, en zeker wanneer u deze ploeg bij elkaar moet houden.

Ludwig Caluwé

Ik wil geen afbreuk doen aan wat vroegere ministers van Buitenlandse Handel gepresteerd hebben, maar ik denk dat we mogen zeggen en vaststellen dat wanneer de minister-president zelf Buitenlandse Handel als bevoegdheid heeft, dit de positie in het buitenland versterkt en dat het kracht zet bij de inspanningen die Vlaanderen kan leveren.

Sven Gatz

Dat is een afweging die de minister-president zelf moet maken.

U hebt een interview gegeven in La Libre Belgique. U hebt eigenlijk twee dingen gezegd: Brussel is geen volwaardig gewest en zal het ook nooit worden, en u hebt de Octopusnota als context aangebracht. In feite hebt u aan onze Franstalige landgenoten een herhalingsles gegeven – in die zin behoort u niet tot de school van meester Vic Van Aelst – maar u hebt niet veel nieuws gezegd.

Jammer genoeg is de kous daarmee niet af. Er is wat men zegt en er is waarom men iets zegt in de politiek.

U hebt gezegd dat Brussel geen volwaardig gewest is. U hebt eigenlijk willen benadrukken wat de Vlaamse visie op Brussel is, namelijk dat de gemeenschappen een volwaardige rol, of minstens een rol, moeten kunnen spelen in Brussel. Wij zorgen mee voor het plezier in Brussel door de Ancienne Belgique, het Kaaitheater, de Beursschouwburg, de Koninklijke Vlaamse Schouwburg en andere instellingen en we nemen onze verantwoordelijkheid op inzake het onderwijs. Als u echt vindt dat dit in de toekomst ook nog moet gebeuren, moet u toch eens minister Smet aanspreken over wat het nu wordt met het verder aanbod van het Nederlandstalig onderwijs de komende weken, maanden en jaren in Brussel, anders is het een mooi interview maar volgen er geen daden. Maar onze fractie gaat akkoord met die visie. Ik denk dat de meeste parlementsleden akkoord gaan met de visie op de rol van de gemeenschappen in Brussel.

U weet anderzijds ook dat Franstaligen, wanneer het gaat over een eigen gewest vormen, hun eigen fierheid hebben, zoals wij die hebben als Vlamingen. Ik ben een mengproduct: een Brusselse Vlaming, een Vlaamse Brusselaar. Wie dien ik als heer? De Vlamingen? De Brusselaars? Ik probeer dat zo goed mogelijk te verzoenen. De Franstaligen begrijpen niet goed dat ze op de 21e verjaardag van hun gewest door Vlaanderen nog altijd niet voor vol worden aanzien. Zij interpreteren dat interview zo.

U hebt ook gesproken over de Octopusnota. Vorige week hebt u gezegd dat er een beetje ruis zit op de houding van Open Vld tegenover de Octopusnota. De Octopusnota is een beginpunt, dat door de meeste partijen in deze vergadering wordt onderschreven, maar het is natuurlijk geen eindpunt van onderhandelingen. De Franstaligen zullen er niet zomaar hun handtekening onder zetten. De Octopusnota is dus een belangrijk uitgangspunt om te onderhandelen maar wij zijn bereid om binnen bepaalde grenzen – letterlijk en figuurlijk – over het statuut van Brussel een dialoog te hebben als ook de Franstaligen bepaalde inspanningen doen, namelijk bepaalde bevoegdheden van de gemeenten naar het gewest overhevelen om een sterker bestuur te hebben en de dialoog aangaan over oplossingen voor een eventuele overheveling van de kinderbijslag en van de gezondheidszorg.

Er is de vraag naar het waarom van het interview en van uw boodschap. Ik denk dat u dat niet pedagogisch hebt willen doen. U bent de minister-president. U hebt geen educatieve opdracht ten aanzien van de andere taalgroep in dit land. U hebt dus een statement gemaakt, net zoals u altijd doet bij een interview. De grens tussen een statement en het opbod waarin we nu terechtgekomen zijn, is flinterdun.

Wat ik niet begrijp, is dat u, terwijl uw partijgenoot Wouter Beke als informateur in de vuurlinie staat, aan het front, contacten legt met de overzijde en probeert te onderhandelen in de zeer moeilijke omstandigheden die we allemaal kennen, vanuit de bunker van de generale staf een paar ‘bouletten’, kanonskogels, afschiet die een paar stevige knallen geven.

Minister-president, ik begrijp ook niet dat u niet inziet in welke mate uw verklaring tot een kettingreactie heeft geleid. Aan Franstalige kant zijn eveneens domme verklaringen afgelegd. Ik heb het dan vooral, maar niet enkel, over vicepremier Milquet, die zich in de weekendpers uw evenknie heeft getoond en die zich plots tot inspectrice van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen heeft opgeworpen. Ze heeft er ons voor gewaarschuwd dat er op het Franstalig aanbod in verband met de staatshervorming een vervaldatum staat. Na de zomer zal het niet langer voor consumptie geschikt zijn. Uw interview is, met andere woorden, in zekere mate contraproductief gebleken.

Bovendien moet u als Vlaams staatsman begrijpen dat dergelijke statements altijd een effect in Brussel hebben. Dit is moeilijk uit te leggen aan iemand die vanuit Vlaams oogpunt vertrekt. Het geldt niet enkel voor de Brusselse Vlamingen. Het geldt ook voor de Franstalige Brusselse opinie, die in de armen van de Franstalige politici wordt gedreven. Ik vraag me af of dit wel verstandig is.

Als Open Vld betreuren we dit interview niet wegens de inhoud, maar wegens de timing. Waarom moet dit nu gebeuren? We bevinden ons in moeilijke onderhandelingsomstandigheden. Na negen maanden van impasse, provocaties en stoere verklaringen aan beide zijden van de taalgrens is er geen nood aan nieuwe dergelijke verklaringen. Dit geldt voor vicepremier Milquet en voor minister-president Demotte, maar ook voor u. We vragen duidelijk om zelfbeheersing en om oplossingen. We moeten de gekende probleemstellingen niet eindeloos herhalen en herkauwen.

Minister-president, tot slot wil ik nog een korte bloemlezing geven van krantenkoppen die de voorbije twee weken zijn verschenen. Ik zuig die berichten niet uit mijn duim. Ik citeer letterlijk: “Hogere elektriciteitsprijzen door subsidies zonnepanelen”, “Vlaamse overheid is slechte betaler”, “Slechte wegen eisen nu ook dodelijk slachtoffer”, “Vlaamse rechtbanken werken niet”, “Absurd vergunningenbeleid dwarsboomt investeringen” en “Kinderdagverblijven met het water aan de lippen”.

Een minister-president die zich van deze zaken bewust is, heeft allicht andere zorgen dan het geven van interviews aan de Franstalige pers, waarvan hij weet dat een bepaalde vorm van irritatie het gevolg zal zijn. U wilt dat Brussel geen volwaardig gewest wordt. U kunt er misschien eerst voor zorgen dat Vlaanderen een volwaardig gewest wordt en dat de Vlaamse overheid haar verplichtingen nakomt, ten dienste van de burger staat en de problemen aanpakt in plaats van ze voor zich uit te schuiven. (Applaus bij Open Vld en Groen!)

De voorzitter

De heer Crombez heeft het woord.

John Crombez

Voorzitter, de vraag is wat de buitenwereld moet denken als de minister-president voor een actualiteitsdebat moet terugkomen en dan dit debat zelf ziet. Eigenlijk is het een heel sterk debat. Ik ben zeer tevreden. Ik dacht dat het niet goed zou zijn. Het is echter een goed debat. We hebben het al heel de tijd gehad over de procedures en over de vraag hoe we tot een debat komen. Dit is uitstekend. Ik ben heel tevreden. Dit debat is een opwaardering van het Vlaams Parlement.

Er is daarstraks verklaard dat vijf partijen om dit debat hebben gevraagd en dat de andere partijen hebben getwijfeld. Ik ben zeer graag bij die twijfelaars. Er is gevraagd een actualiteitsdebat over de woorden van de minister-president te houden. Ik heb gevraagd of dit veel zin heeft indien de minister-president er niet is. In afwachting van een antwoord op die vraag heb ik niet geantwoord op de vraag een actualiteitsdebat te organiseren.

Nu voeren we hier een debat over wat de minister-president heeft verklaard. De heer Gatz heeft daarnet een lijstje met punten opgesomd. We kunnen daar allerlei gedachten bij hebben. We zouden kunnen denken dat Open Vld heel wat heeft achtergelaten als het dan nu zo slecht gaat. We zouden ook kunnen denken dat de minister-president belangrijker zaken aan zijn hoofd heeft. Dat laatste was ook het geval. Dat is de reden waarom hij in Brazilië was. De heer Gatz heeft dit trouwens beaamd.

Brazilië is een zeer belangrijk land. Het is een groeiland waar veel investeringen gebeuren en waar de koopkracht het afgelopen decennium met meer dan 50 procent is gestegen. In de krant staat te lezen dat Vlaamse bedrijven in Brazilië aanwezig zijn om investeringen binnen te halen.

Als we het over belangrijke zaken moeten hebben, verwijs ik ook naar de rapporten van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de cijfers van Ernst & Young over de investeringen in Vlaanderen en België. Het zal niemand zijn ontgaan dat de cijfers slecht zijn. Er is de voorbije tijd veel goed nieuws over onze economie gebracht. De besparingen in Duitsland en in Nederland hebben ginds echter de groei vertraagd. We voelen daar de impact van.

Dat heeft hier een impact. We hebben het bijzonder moeilijk om de investeringen weer op peil te krijgen. De missie naar Brazilië is door het hele parlement goedgekeurd. Maar dan komt de minister-president terug. Het is dan een beetje flauw van de oppositie om te zeggen dat zij een spelletje speelde en dat de regering daar is in getrapt. Dat hij maar niet had moeten terugkomen. In de kranten wordt dat spelletje zo voorgesteld: de minister-president zegt iets en dan vlucht hij weg. Dat is gewoonweg belachelijk. De minister-president gaf een interview en vertrok nadien op missie, goedgekeurd door het voltallige parlement. De oppositie vraagt dan een hoogdringend actualiteitsdebat. Wat is er zo dringend? Bij monde van de heer … ik zoek hem … (Gelach. Applaus)

Dit was niet mijn bedoeling, mijnheer Van Der Taelen, ik zocht u echt. Groen! vraagt bij monde van de heer Van Der Taelen om in de communicatie iets doordachter te werk te gaan. Ik citeer niet letterlijk. Dat is de kritiek aan het adres van de minister-president.

Ik wil de fractieleider van sp.a vragen een beetje ernstig te blijven. Dat is misschien niet simpel voor een socialist, ik weet dat wel. Maar het gaat hier niet over de uitspraken van de minister-president. Als fractieleider van een oppositiepartij denk ik dat het verkeerd is om hier pijlen op de minister-president af te vuren. Hij heeft niks verkeerd gezegd. In dat interview heeft hij eigenlijk maar herhaald wat er in het regeerakkoord staat. Waarover we het hier wel moeten hebben, is het initiatief van de Franstaligen om de ‘Federatie Wallonië-Brussel’ op te richten. Dat is het echte nieuwsfeit, en het interview van de minister-president is slechts een toevallige aanleiding. Daarover moeten we debatteren.

De meerderheid wil hier het debat onder de mat vegen door het voor te stellen alsof het enkel gaat over de vraag of de minister-president wel of niet uit Brazilië moest terugkeren. Laten we het hebben over de essentie: waarom wil men die ‘Federatie Wallonië-Brussel’ oprichten? (Applaus bij het Vlaams Belang)

Ludwig Caluwé

Mijnheer Dewinter, u moet toch eens naar de agenda van deze vergadering kijken. Daar staat dat we een actualiteitsdebat houden ‘over de uitspraken van de minister-president van de Vlaamse Regering over het Brusselse Gewest’.

Uit de pers blijkt niet altijd dat wij als eersten het initiatief namen, want in die gevallen wordt dat doodgezwegen. Maar dat even terzijde. Ik was de eerste spreker. Als initiatiefnemer van dit agendapunt gaat mijn vraag niet over de uitspraken van de minister-president, maar over de ‘Federatie Wallonië-Brussel’. Dat is de essentie. Daarover wil ik de meerderheidspartijen, de minister-president en de Vlaamse Regering horen. De rest interesseert me niet. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer Van Eyken heeft het woord.

Christian Van Eyken

Mijnheer Dewinter, ik wil herhalen wat de heer Caluwé heeft gezegd: op de agenda staat een debat ‘over de uitspraken van de minister-president van de Vlaamse Regering over het Brusselse Gewest’. Het gaat dus over het interview met La Libre Belgique. Wat nadien is gezegd over de Fédération Wallonie-Bruxelles staat niet ter discussie.

Een tweede zaak, mijnheer Crombez, ik heb hier de sprekers van de andere partijen ook al gehoord. Net zoals de CD&V zegt u niets over het inhoudelijke. U zegt: “ja, het is zo” en stelt de vraag of het nodig was om de minister-president te doen terugkomen. Over de inhoud van dit debat hebt u nog geen woord gezegd. Ook de heer Caluwé heeft, voor CD&V, inhoudelijk nog niets gezegd.

Filip Watteeuw

De heer Crombez doet wat schamper over het debat en zegt dat het alleen maar over de procedure gaat.

John Crombez

Mijnheer Watteeuw, ik doe er niet ‘wat’ schamper over, maar ‘heel’ schamper.

Filip Watteeuw

Mijnheer Crombez, u stelt dus dat het debat alleen over de procedure gaat, over de discussies in het Uitgebreid Bureau over het terugkeren van de minister-president. Misschien is het u opgevallen dat de fractieleider van het Vlaams Belang daar niet over begonnen is. Misschien is het u opgevallen dat de heer Van Der Taelen het daar niet over heeft gehad. Misschien is het u opgevallen dat de heer Gatz het daar ook niet over heeft gehad. De enigen die daarover beginnen, zijn mensen uit de meerderheid, de heer Caluwé en uzelf. U begint daarover! U zorgt ervoor dat het debat daarover gaat! (Applaus bij de oppositie)

U zorgt ervoor dat de kwaliteit van het debat daalt.

Ik wil nog even de mail die ik heb gestuurd naar de voorzitter, en die u ook hebt gekregen, citeren. Ik schreef: “De uitspraken zijn er van de minister-president. De uitspraken hebben een belangrijke weerslag op de relatie tussen Vlaanderen en Brussel”. Daarover gaat het debat voor ons. Beweert u dus niet dat het ons om procedures te doen is of over de aanwezigheid van de minister-president.

Ik zou toch even willen wijzen op de chronologie der dingen. Op zaterdagmorgen verscheen het interview – en ik kan de heer Caluwé trouwens geruststellen: ook in de N-VA zijn er voldoende mensen die nog Frans kunnen lezen. Toen was er niets aan de hand. Er kwamen geen reacties van Groen!, geen van de oppositie, er stond niets in de weg. Zondagavond vertrekt de minister-president. Ook dan stond er niets in de weg.

Wanneer is er een probleem ontstaan? Dat gebeurde nadat de Franse Gemeenschap en de Brusselse Regering op maandagnamiddag een initiatief namen. Dan is het probleem aan de orde gekomen! Dat is de chronologie. Het is toen dat de vraag van Groen! is gekomen! En wat mijn fractie betreft, gaat de discussie inderdaad daarover!

Ludwig Caluwé

Ik wil even reageren op wat de heer Van Eyken heeft gezegd, namelijk dat ik inhoudelijk niet op de zaken ben ingegaan. Ik heb nochtans uitdrukkelijk gezegd dat wij er geen twijfel over willen laten bestaan dat we als Vlaamse Gemeenschap initiatieven zullen blijven ontwikkelen in Brussel. Omdat sommige Franstaligen dat niet graag hebben, maken zij daar een probleem van, maar wij zullen onze houding niet veranderen.

Ik heb ook gezegd dat we niet zullen laten tornen aan de tweeledigheid in Brussel en dat alle mogelijke voorstellen die daarover worden geformuleerd, niet kunnen. Ik begrijp dat er nu consternatie is ontstaan over het feit dat de minister-president dat heeft herhaald.

Luckas Van Der Taelen

Ik wil de heer Crombez geruststellen omdat ik ben teruggekomen, ik behoor niet tot de politici die verklaringen afleggen en dan weggaan. (Rumoer)

Grapje! Zin voor humor, heren, het was een grapje, echt waar.

Mijnheer Crombez, ik wou zeggen dat u toch een beetje onderschat wat de kracht is van communicatie, vooral de nefaste kracht ervan. De heer Van Dijck geeft daar een prachtige illustratie van. Hij zegt dat er niets aan hand was, volgens hem omdat er geen enkele Vlaamse partij iets aan te merken had op het interview van de minister-president. Wanneer is het probleem er volgens hem gekomen? Toen de Franstaligen zijn beginnen te reageren.

Dat is een goede illustratie van een van de grootste gevaren waarmee Vlaanderen wordt geconfronteerd: de zelfgenoegzaamheid van de kerktoren! Zolang er niemand in het eigen dorp kwettert, is er niets aan de hand!

Vlaanderen moet dringend eens beginnen na te denken over hoe onze communicatie met de buitenwereld is! Moeten we niet eens dringend beginnen na te denken over hoe de buitenwereld naar ons kijkt? Ik heb een vacature gezien voor een communicatiemedewerker die moet werken aan het imago van deze regering en dit gewest.

Maar misschien moeten wij, politici, ook eens beginnen nadenken over hoe mensen die ergens anders wonen dan onder onze kerktoren, naar ons kijken. Dat mag ook eens, mijnheer Van Dijck. (Applaus bij Open Vld en Groen!)

De voorzitter

De heer Bothuyne heeft het woord.

Ik wil even uiting geven aan mijn stijgend gevoel van plaatsvervangende schaamte ten aanzien van de initiatiefnemers van dit debat. Dit is een parlement onwaardig. We maken onszelf hier belachelijk mee. 124 volksvertegenwoordigers, die heel goed betaald worden, verliezen hier kostbare tijd mee. Ik vind het heel jammer dat we hierover moeten debatteren. De minister-president heeft een uitspraak gedaan die inhoudelijk door iedereen werd gedeeld. Blijkbaar moet een belangrijke handelsmissie daarvoor worden onderbroken. Ik vind het heel jammer dat we dit debat moeten voeren. Er zijn veel interessantere onderwerpen. (Applaus bij CD&V)

Luckas Van Der Taelen

Ik merk op dat bepaalde leden van deze assemblee niet vinden dat we ons belachelijk maken wanneer we drie uur lang spreken over het ontbreken van strooizout of over het gevaar van de sneeuw in Vlaanderen, maar wel als we spreken over Brussel. Ik dank u. (Applaus)

De voorzitter

De heer Reekmans heeft het woord.

Peter Reekmans

Mijnheer Crombez, u zei dat de missie naar Brazilië – dat is de buitenlandse invalshoek van uw pleidooi die ik wil invullen – werd goedgekeurd door dit parlement. Dat klopt. Maar Vlaanderen en economische missies naar Brazilië, zijn een beetje vervloekt. Ik wil graag het geheugen van de collega’s in dit parlement wat opfrissen. Minister-president, nog geen jaar geleden stond ik hier vragen te stellen over de buitenlandse economische zending van de kroonprins, voorbereid door Flanders Investment & Trade (F.I.T.), waar heel wat Vlaamse bedrijven aan deelnamen. Toen werd geen enkele Vlaamse minister bereid gevonden om mee te gaan. De meesten waren lijsttrekker en voerden op dat moment campagne. Mijnheer Crombez, die ene dag vroeger terugkomen van de minister-president, zal niet veel schade aanrichten. Een jaar geleden vonden we bijna geen federale minister om mee te gaan op een belangrijke economische zending en geen enkele Vlaamse minister. U, mevrouw Lieten, voerde toen campagne in Limburg. We moeten toch wat ernstig blijven. Een jaar geleden was het allemaal niet de moeite waard, dus moeten we het vandaag ook niet opblazen omdat er een debat is.

John Crombez

Tegen mijn gewoonte in, wil ik toch kort ingaan op wat de heer Dewinter zegt. U sprak van de ultieme provocatie. Ten eerste, als u dat debat wilt, moet u vragen om dat op de agenda te zetten. Ten tweede, waarom hebt u drie jaar gewacht om op de ultieme provocatie te reageren? Het werd aangekondigd in april 2008. U hebt verleden of deze week een vraag ingediend. Als de ultieme provocatie zo erg is, waarom wacht u dan drie jaar om dit aan te kaarten?

U hebt gelijk, collega. Behalve het debat over de investeringen heb ik niets inhoudelijks gezegd. Ik wil dat ook niet. Ik heb ooit eens een opiniestuk geschreven over de rol van Brussel. Onlangs zaten de voorzitter en ik in Luik in een debat over het communautaire. Ook daar blijkt dat de rol van Brussel waarschijnlijk de moeilijkste en belangrijkste knoop is die moet worden ontward. Maar ik zeg hier, en aantal sprekers voor mij ook, dat er een eind moet komen aan al die grote verklaringen.

Er zijn drie partijen die nu samen hebben beslist om eruit te geraken. Die drie partijen moeten in eerste instantie stoppen met verklaringen af te leggen. Zwijgen wordt de laatste tijd zwaar onderschat in de politiek. Ik vind dat er beter geen verklaringen meer worden afgelegd, niet door de PS en niet door de MR of de Vlaamse partijen. Dan kan ik hier zelf natuurlijk geen pleidooi houden over wat wel en niet kan. Als het van de Vlaamse Regering afhangt, is het duidelijk. De zaken over Brussel staan beschreven.

Mijnheer Van Der Taelen, natuurlijk is de manier waarop dat gecommuniceerd wordt, belangrijk. Er is een verschil tussen “het zal nooit een volwaardig gewest worden” en “het is al een gewest en we hebben daar belangrijke inspraak en bevoegdheden over cultuur en onderwijs”.

Wat is dan allemaal het grote verschil? Ik zal niet inhoudelijk ingaan op de vraag wat er nu moet gebeuren op korte en op lange termijn met Brussel. Ik pleit ervoor om nu en de komende weken, als men het echt meent dat er vooruitgang moet zijn, te stoppen met grote verklaringen af te leggen, welke taal men ook spreekt. (Applaus bij CD&V en sp.a)

De voorzitter

De heer Demesmaeker heeft het woord.

Mark Demesmaeker

Voorzitter, minister-president, collega’s, ik wil het even hebben over de demarche van de Franse Gemeenschap. Met de verklaringen van de minister-president hebben de Franstaligen alleen maar de stok gevonden om de hond te slaan. Voor alle duidelijkheid: N-VA staat achter de uitspraken van de minister-president in de krant afgelopen weekend omdat ze alleen maar een vertaling zijn van de Octopusnota, gedragen door een meerderheid in dit parlement.

Ik moet toch even de context schetsen want de idee van Wallo-Brux, een federatie Wallonië-Brussel, leeft al vele jaren. De recente stap hoeft niet echt te verwonderen. Zo stond het Feest van de Franse Gemeenschap afgelopen jaar nog in het teken van de versterking van de as Brussel-Wallonië. Waals minister-president Demotte herinnerde aan zijn oproep uit april 2008 om de Franse Gemeenschap te laten evolueren naar zo een federatie Wallonië-Brussel.

Begin dit jaar was er een nieuw offensief met de oprichting van een commissie Wallonië-Brussel. Die zou zich onder andere moeten buigen over een naamswijziging voor de Franse Gemeenschap. Rudy Demotte en compagnie hebben deze week een versnelling hoger geschakeld en hebben op een persconferentie met veel theater wereldkundig gemaakt dat de Franse Gemeenschap voortaan officieel ‘la Fédération Wallonie-Bruxelles’ zal heten.

Collega’s, vergeten we ook niet de ‘Note pédagogique’ van de Parti Socialiste (PS). Aanbevolen lectuur is het voor iedereen in dit halfrond en in Vlaanderen. Die is te vinden op de webstek van de Parti Socialiste. Het is een nota in het Frans, en ik begrijp Frans, dat is geen probleem. U moet ze echt wel eens lezen want daarin wordt uitgelegd waarom de Franstaligen nooit zullen instemmen met een zuivere splitsing van BHV. Ondanks de vastgelegde taalgrens verbindt Brussel-Halle-Vilvoorde namelijk Brussel met Wallonië. Een splitsing zou dat ongedaan maken. Ik citeer: “Il s’agit de ne pas hypothéquer les espaces géographiques de vie que les Wallons et les Bruxellois voient pour nos enfants et leurs descendants.”

De PS is dus bezig met zuivere geopolitiek. In één adem wordt in de nota van 2008 gepleit voor een federatie Bruxelles-Wallonie. Want, “als Vlaanderen een staat wordt, wordt de taalgrens volgens internationaal recht beschouwd als staatsgrens”. De nota staat nog altijd op de webstek van de Parti Socialiste.

Brussels minister Brigitte Grouwels, en onze collega Van Rompuy, zien dat de geschiedenis zich herhaalt. Ik citeer minister Grouwels: “De Franstalige politieke partijen zijn al in het Nirvana van post-België aangekomen waarin Brussel en Wallonië een eigen federatie opmaken.” En: “(…) het gaat hier immers om separatisme in de derde graad.” Inderdaad, mevrouw Grouwels, zij die ons als separatisten afschilderen, zijn ons, ironisch genoeg, voor met hun plan B.

Vier Franstalige partijen doen alsof zij het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest vertegenwoordigen. Mogen wij de Brusselse Franstalige ministers die op de persconferentie in Namur waren, nog wijzen op de aanwezigheid van Brusselse Vlamingen? En op de paritair samengestelde Brusselse Gewestregering? Ik neem aan dat naar de mening van die Vlaamse partijen in de regering in Brussel niet is gevraagd. En wij die dachten dat Brussel de hoofdstad van Nederlands- en Franstaligen was.

Wij moeten vaststellen dat bij elke onderhandeling het de Franstalige partijen te doen is om de taalwetgeving in Brussel te versoepelen en de garanties voor de Brusselse Vlamingen en de positie van het Nederlands in de hoofdstad te ondermijnen. Opmerkelijk is wel dat Vlamingen toch iedere keer gevraagd worden om te betalen voor de herfinanciering van Brussel. Een vraagje dat bij menig Vlaming dan op komst is: zullen de Franstaligen daar voortaan ook alleen voor instaan nu de Vlamingen ‘quantité négligeable’ zijn?

Hendrik Vuye, hoogleraar staatsrecht aan de universiteit van Namur, formuleert het vandaag in De Standaard terecht als volgt: “D e Franstalige partijen menen dat zij Brussel kunnen vertegenwoordigen, zonder rekening te houden met de Vlaamse ministers van de Brusselse regering. In een ander land zou men dit een staatsgreep noemen.”

Hoogleraar Vuye noemt het recente initiatief van de Franstalige Brusselaars kenmerkend voor de visie die ze hebben op de werking van de democratie. “Zijn de Franstaligen in de minderheid, dan prediken ze de minderhedenbescherming. Zijn ze in de meerderheid, dan is democratie 50 procent plus 1.” Het is iets waar we in de Vlaamse Rand, in de faciliteitengemeenten, goed over kunnen meepraten.

De voorzitter

De heer Bouckaert heeft het woord.

Boudewijn Bouckaert

Mijnheer Demesmaeker, u gebruikt zware woorden: een staatsgreep. Dat mag voor mijn part.

Mark Demesmaeker

Dat heb ik niet gezegd. Het komt van Hendrik Vuye. Ik heb hem geciteerd.

Boudewijn Bouckaert

U citeert hem wel met uw instemming. Het klopt voor een deel. Onze Grondwet voorziet in gemeenschappen en gewesten, en de Franse Gemeenschap, dat zijn de inwoners van Wallonië, dat is een territoriale entiteit, en dat zijn de Franstaligen in Brussel. Die naamsverandering is geen puur semantische zaak, het is een annexionistische operatie, want daardoor wordt heel Brussel in die federatie betrokken.

Mijnheer Demesmaeker, ik zie u knikken en ik ben blij dat u het met me eens bent. In dit apenland kan blijkbaar alles, ongrondwettelijke verkiezingen organiseren en ook deze vorm van staatsgreep. Gaat de Vlaamse Regering daar iets tegen doen? Ik stel deze vraag ook aan de minister-president, en hoop dat hij ze straks zal beantwoorden. Gaat de Vlaamse Regering onderzoeken of we daartegen geen belangenconflicten kunnen inroepen? Als het gaat om een administratief besluit, kunnen we naar de Raad van State trekken. Als het gaat om een decretale wijziging, kunnen we naar het Grondwettelijk Hof trekken. Het is toch de taak van Vlaanderen om ons voor staatsgrepen te behoeden, of mag dat niet van de andere coalitiepartners?

Mark Demesmaeker

De minister-president zal daar straks ongetwijfeld op antwoorden. Ik wil er nog aan toevoegen dat als klap op de vuurpijl sommige Franstaligen, de MR en zeker het FDF, ook nog extra Vlaams grondgebied opeisen, en dat vind Charles Michel banaal. De N-VA kan alleen concluderen dat minister-president Peeters gelijk had toen hij dit weekend zei dat we de positie van de Vlamingen in Brussel krachtig moeten verdedigen. Meer nog, we moeten die positie nog proberen te versterken.

De minister-president is halsoverkop teruggekeerd van een belangrijke missie in het buitenland. Voor ons hoefde dat absoluut niet. Hij vertaalde alleen wat in de Octopusnota staat. Die maakt integraal deel uit van het Vlaams regeerakkoord. De N-VA staat daar nog altijd voor het volle pond achter. Die visie gaat uit van een fundamentele tweeledigheid op basis van twee deelstaten, met daarnaast een specifiek statuut voor Brussel en een Duitstalige Gemeenschap.

Dit betekent dat de twee deelstaten in hun gezamenlijke hoofdstad volwaardig kunnen participeren aan het beleid waarvan het belang het stedelijk niveau overstijgt, een beleid dat op Brussels niveau niet functioneel is of waar de gemeenschaps- en gewestbevoegdheden erg verstrengeld zijn. Ook voor de uitbouw van de hoofdstedelijke en internationale functie van Brussel is een samenwerkingsverband nodig tussen de deelstaten, het Brusselse Gewest en de federale overheid.

De keuze van de Franstalige partijen legt de diametraal tegengestelde visies op het toekomstig samenleven nogmaals bloot. Voor de Franstalige politici bestaat het toekomstige België uitsluitend uit gewesten. Voor enige samenwerking tussen Brussel en Vlaanderen is er in dit model weinig plaats. In de Franstalige visie is de Brusselse deelstaat zo goed als taalhomogeen Franstalig. Daar laten de Franstalige Brusselse ministers geen twijfel over bestaan. Laten we wakker worden. Zij woonden namens Brussel het uitroepen van de nieuwe federatie in Namen bij.

Tot slot wil ik er nog even op wijzen dat dit actualiteitsdebat er komt, onder andere op vraag van Groen!. Intussen laten zowel Brussels minister Vanraes van Open Vld als gewestelijk staatssecretaris De Lille van Groen! zich lijdzaam en openlijk door hun Franstalige collega’s uit de Brusselse Regering degraderen tot aanschuivers. Misschien moeten we ons afvragen wat er zou gebeuren indien Vlaanderen en de Vlamingen in Brussel de federatie Vlaanderen-Brussel zouden uitroepen. Het land zou in rep en roer staan. Nu zien we alleen onbegrijpelijke Vlaamse apathie. (Applaus bij de N-VA en CD&V)

De voorzitter

De heer Gatz heeft het woord.

Sven Gatz

Mijnheer Demesmaeker, ik kan niet spreken voor de heer De Lille, maar ik kan wel iets zeggen voor minister Vanraes die volgens mij gisteren terecht heeft opgeroepen om het hoofd koel te houden. Men kan natuurlijk persmededelingen de wereld insturen met allerlei ronkende titels om de kettingreactie waar ik het daarnet over had, aan te houden. Dat is het gemakkelijkste wat men als politicus kan doen. Die reactie tot stilstand brengen is het moeilijkste, maar voor mij ook het moedigste scenario.

Ik wil even ingaan op dit ‘Wallo-Brux’-verhaal. Enerzijds is die zaak meer dan een semantische aangelegenheid, maar anderzijds moeten wij ook proberen te begrijpen wat de Franstaligen hebben gedaan. Wij hebben als Vlamingen destijds nooit de toestemming gevraagd aan de Franstaligen om van Brussel onze hoofdstad te maken. Dat moest niet, we hebben dat ook niet gedaan, waarom zouden we? We hebben destijds de fusie van ons parlement, het gemeenschaps- en gewestparlement, niet gevraagd aan de Franstaligen. Dat moest niet, waarom zouden we? Zij vragen ook niet de toestemming om de as Wallonie-Bruxelles sterker uit te bouwen.

Hoewel er veel kritiek is van sommige burgemeesters, uit Leuven en andere, op de Dansaert-Vlamingen die te veel verbrusselen, voelt een Brusselse Vlaming zich doorgaans nog altijd een Vlaming en maakt hij dus deel uit van de Vlaamse Gemeenschap. In die zin probeer ik samen met vijf collega’s hier de Brusselse belangen in Vlaanderen en de Vlaamse belangen in Brussel te behartigen. Noem de Franstalige Brusselaars geen Walen of je krijgt een mep voor je kanis. Zij willen geen Walen genoemd worden. Met andere woorden, de Franse Gemeenschap is een schoen die hen moeilijk past. Zij willen verder gaan dan alleen een onschuldige naamsverandering, dat heeft gisteren de ‘grande messe’ in Namen bewezen.

We moeten dus op onze hoede zijn. Zij dromen nog altijd van gebiedsuitbreiding en vooral van het sluiten van de corridor tussen Wallonië en Brussel. Ik kan dat niet begrijpen. Wat ik echter wil aangeven, is dat sommige zaken die wij vanzelfsprekend vinden, voor hen aanstootgevend zijn. Andere zaken die zij vanzelfsprekend vinden, zijn dan weer aanstootgevend voor ons. In zulke omstandigheden is het voor mij belangrijker het hoofd koel te houden dan op elke stelling te gaan reageren, met als gevolg dat het nooit stopt.

Luckas Van Der Taelen

Ik sluit me aan bij de heer Gatz. Wij zijn Brusselaars en kennen de Brusselse politiek een beetje. Ik wil opmerken dat staatssecretaris De Lille heeft opgeroepen tot kalmte en tot een constructief debat. Het is natuurlijk veel gemakkelijker om vanuit Vlaanderen op te roepen tot een soort politiek waarbij men om de anderhalve dag met slaande deur en zwaaiende vlag vertrekt uit de Brusselse Regering. Ik denk dat men op die manier niet veel bereikt voor de Vlaming in Brussel.

Mijnheer Demesmaeker, u had het daarnet over de Vlaamse Regering en over de positie van de Vlamingen in Brussel. Ik weet niet volgens welke recept u dat zult doen. Ik heb daarnet in mijn toespraak gezegd dat er de volgende jaren 150.000 nieuwe Brusselaars zullen bijkomen. Ik stel vast dat de Vlaamse Regering vooralsnog geen initiatief heeft afgekondigd over bijvoorbeeld het aantrekken van die nieuwe mensen tot ons onderwijs. De Vlaamse Regering weigert nog altijd nieuwe capaciteiten te geven om van die mensen eventueel nieuwe drietalige Brusselaars te maken. Dat zijn echt Vlaamsgezinde initiatieven. Wij kijken uit naar dat soort initiatieven van de Vlaamse Regering.

De voorzitter

De heer Sabbe heeft het woord.

Ivan Sabbe

Als ik dit debat hoor, heb ik het gevoel dat de uitspraak ‘als twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen’ straks en misschien ook tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 2012 een mogelijk scenario wordt.

Ik denk dat weinig Vlaamse parlementsleden de moeite doen om eens Schaarbeek, Sint-Joost-ten-Noode, Molenbeek, Anderlecht en andere gemeenten van het Brusselse Gewest te bezoeken. Als dat zou gebeuren, zouden we hier misschien het debat voeren om te zien hoe we Brussel behouden als een Belgische stad en hoe we de islamisering van deze stad tegenhouden, en daarvoor concrete acties ondernemen. Na verkiezingen volgen bepaalde reacties. Na de gemeenteraadsverkiezingen van 2012 zal men de zaak helemaal anders bekijken.

De voorzitter

Minister Smet heeft het woord.

Minister Pascal Smet

Voorzitter, er is hier al een beetje Frans gesproken, ik zal dat nu ook doen. Mijnheer Gatz en mijnheer Van Der Taelen, ça suffit! U doet alsof de Vlaamse Gemeenschap niets doet in het Brusselse onderwijs. Ik wil daar nu eens drie dingen over zeggen.

Ikzelf en de minister-president hebben van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en de Franse Gemeenschap moeten afdwingen dat er een gemeenschappelijke taskforce over het onderwijs komt. Het is een historisch feit dat de Vlaamse Gemeenschap aanvaardt dat het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest over een bevoegdheid die het eigenlijk niet heeft, de coördinatie mag uitoefenen om gezamenlijk het onderwijsprobleem of de uitdagingen in Brussel aan te pakken. Ik stel vast dat de tandem Picqué-Vanraes erin geslaagd is om die taskforce één keer op ministerieel en één keer op ambtelijk niveau bijeen te laten komen. De afgelopen vijf maanden zijn we niet meer bij elkaar geweest, ondanks herhaaldelijke vragen.

Ik moet lezen in de krant dat ik als minister van Onderwijs in deze Vlaamse Regering enkel maar over de problemen in het Antwerpse onderwijs, dat dan blijkbaar voor sommigen niet meer belangrijk is, spreek, en dat we enkel de capaciteitsproblemen in Antwerpen willen oplossen. Deze Vlaamse Regering heeft vorig jaar 7 miljoen euro uitgegeven voor de capaciteitsproblematiek in Antwerpen. We hebben – mijnheer Gatz, leer uw dossiers – 3,3 miljoen euro uitgegeven in Brussel. 3,3 miljoen euro! Daar komt gedurende de volgende tien jaar nog eens recurrent 2 miljoen euro per jaar bij. Dat is 23,3 miljoen euro extra voor het Brusselse onderwijs. Ik krijg eindelijk, na één jaar, van minister Vanraes een lijst.

Sven Gatz

Leugenaar! Dat mag opgenomen worden in het verslag.

De voorzitter

Mijnheer Gatz, de minister heeft het woord. U kunt daarna repliceren.

Minister Pascal Smet

Voorzitter, ik noteer dat de heer Gatz me een leugenaar noemt. Ik zal met bewijzen aantonen dat wat ik zeg juist is. Daar zijn, mijnheer Gatz, ook mails bij van het kabinet van minister Vanraes. In uw plaats zou ik me heel ongemakkelijk beginnen te voelen.

U zit in een politiek spel waaraan ik niet wil meedoen. Deze Vlaamse Regering wil de onderwijsproblematiek in Brussel oplossen. Wij hebben ons geëngageerd. We doen dat ook tijdens de begrotingsopmaak 2011. Lees het verslag er maar op na. We hebben geld uitgetrokken. We hebben gezegd dat we tijdens de begrotingscontrole op basis van concrete dossiers opnieuw extra geld zullen uittrekken voor Brussel. Dat is de weg die we nu bewandelen.

Hier dus komen vertellen dat de Vlaamse Gemeenschap haar verantwoordelijkheid niet opneemt voor het onderwijs in Brussel, is niet eerlijk, is onjuist. We doen dat wel, zowel op het vlak van het engagement als in cijfers. We zullen dat ook in de toekomst doen.

Mijnheer Gatz, wij zijn nu met een oefening bezig. Het gaat er niet alleen om schooltjes te vullen met kinderen. We moeten ze ook goed onderwijs geven. U bent zeer veel bezig met beeldvorming. Deze Vlaamse Regering is niet bezig met beeldvorming, maar is bezig de problemen ten gronde op te lossen. Daarom zal ik me ook niet verlagen om met u politieke spelletjes te spelen. (Applaus)

Sven Gatz

Veel woorden, weinig daden. Minister, schaam u!

De voorzitter

Ik heb niet gehoord wat u hebt gezegd.

Sven Gatz

Veel woorden, weinig daden. Minister, schaam u!

Minister Pascal Smet

Dat zegt de man die kopstoten uitdeelt!

De voorzitter

De heer Delva heeft het woord.

Paul Delva

Ik debatteer liever over het Nederlandstalig onderwijs in Brussel dan over de rest dat hier aan bod is gekomen, omdat ik het Nederlandstalig onderwijs in Brussel zeer interessant vind. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat het parlement vandaag, waarschijnlijk onbewust, door heel wat collega’s wordt gebruikt als een soort van megafoon voor een aantal uitspraken van Franstalige politici. En ik kan me ook niet van de indruk ontdoen dat als we vandaag niet spreken over de uitlatingen van de minister-president, zoals nu het geval is, de agenda van dit parlement werd vastgelegd door een aantal Franstalige politici. Ik betreur dat. We verdienen veel beter dan dat. (Applaus bij CD&V en bij de N-VA)

De voorzitter

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Ann Brusseel

Ik wou nog even reageren op wat de minister daarnet vol passie heeft gezegd. Minister, cher Pascal, ça suffit. (Rumoer)

Die discussie over de capaciteitsuitbreiding duurt inderdaad al een jaar, en nu komt u me in alle hevigheid vertellen dat u alle moeite van de wereld doet? Ik heb één eenvoudige vraag voor u. Als u dan al die moeite doet, waarom hebt u dan doodleuk aan een Brusselse krant verklaard dat het plan van minister Vanraes wat vaag is? Excuseer, dat plan is niet vaag! Het is duidelijk becijferd. Als u vorig jaar geld hebt uitgegeven aan het Brusselse onderwijs, dan was dat omdat het nodig was, omdat die kinderen anders vandaag op straat zouden zitten! U moet het probleem van het Brusselse onderwijs onder ogen willen zien. Ik stel voor dat we het hier niet verder uitvechten, want u voert hier een spel van politique politicienne op voor de camera’s! Dat moet gedaan zijn! Ik zou graag hebben dat we hierover een grondige discussie voeren in de commissie, dat u echt uw beloftes nakomt, dat u geen verklaringen in de pers aflegt over de lijsten van minister Vanraes, maar dat u die ernstig neemt en dat we er echt aan werken om al die kinderen een plaats te geven. Dat moeten we niet doen om er verkiezingen mee te winnen, maar omdat die kinderen recht hebben op onderwijs!

De voorzitter

De heer Vereeck heeft het woord.

Lode Vereeck

Voorzitter, geachte leden, o senhor minstro-presidente, querido Kris, bem-vindo no Flandes e obrigado pela sua presença no parlamento, e tambem obrigado pela sua missão comercial. (Gelach. Applaus)

Esperamos uma boa cooperação econômica com o Brasil.

Minister-president, welkom terug in Vlaanderen. Dank voor uw aanwezigheid in het parlement, maar ook voor het leiden van de handelsmissie. Wij hopen op een vruchtbare economische samenwerking met Brazilië, mede dankzij uw missie. Ook mijn fractie, de LDD-fractie, heeft maandag overwogen om een actualiteitsdebat aan te vragen, maar heeft dat uiteindelijk niet gedaan, omdat volgens ons de kosten van het vroegtijdig stopzetten van deze handelsmissie groter zijn dan de baten van het per se vandaag willen houden van dit debat. Slechts 0,77 procent van de Vlaamse export gaat naar Brazilië, terwijl uitgerekend Brazilië een van de sterkste groei-economieën is. Vlaamse bedrijven mogen daar dus zeker niet ontbreken.

Kijk, ofwel is een handelsmissie belangrijk, en dan blijft men, ofwel is ze dat niet, en dan wordt ze simpelweg niet georganiseerd. Het is een kwestie van prioriteiten, van het maken van een goede kosten-batenanalyse. Er wordt hier in Vlaanderen al genoeg geld verspild, bijvoorbeeld aan de verwijlintresten of de oversubsidiëring van zonne-energie.

Minister-president, ik vind het jammer dat u uw handelsmissie in Brazilië hebt moeten onderbreken, al was het maar – het is daarnet al gezegd – om de CO2-uitstoot van nutteloze vliegtuigverplaatsingen te beperken. Het debat had voor ons dus ook perfect op donderdag of vrijdag kunnen plaatsvinden. Ik weet niet wie dit debat heeft aangevraagd, maar in ieder geval niet LDD. Ik heb dit debat nu al anderhalf uur aanhoord, en ik zou zeggen: collega’s, er zijn vier politieke nooduitgangen in dit parlement, twee aan de achterzijde en twee hier opzij. (Gelach)

Naar de inhoud dan. Aangezien de waarheid haar rechten heeft, zal ik velen in dit halfrond verbazen door – en hopelijk niet eenmalig – de minister-president te verdedigen. Minister-president, bij mijn weten hebt u met uw uitspraak dat Brussel geen volwaardig gewest is en kan worden, enkel verwezen naar het specifieke statuut van het hoofdstedelijke gewest dat door de wet van 1989 werd ingevoerd, en hebt u enkel verklaard wat er in de Octopusnota staat: niets meer, niets minder. Elk zinnig politicus weet dat het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest een speciaal statuut en speciale structuren heeft wegens de specifieke communautaire situatie, die in de twee andere gewesten niet bestaat. De minister-president heeft bij mijn weten nergens gezegd dat Brussel in de toekomst onder de voogdij van de Franse of Vlaamse Gemeenschap zou komen te staan. Het is dan ook zonder meer grotesk om, zoals Waals minister Lutgen doet, te beweren dat de minister-president zou hebben gezegd dat de Brusselaars “des sous-hommes” zouden zijn.

Spijtig genoeg is het omgekeerde wel waar. Kijk naar de situatie in de Brusselse ziekenhuizen, waar Vlamingen nauwelijks in hun eigen taal terechtkunnen. Als de Franstaligen via hun Federatie Wallonië-Brussel ook nog de intentie hebben om de legitieme rechten van de Vlamingen in Brussel te beknotten, dan worden de Brusselse Vlamingen wel degelijk ‘sous-hommes’ in Brussel. En dat zullen we nooit dulden.

Minister-president, het probleem zit niet in uw uitspraken over Brussel, die niet eens controversieel te noemen zijn, maar wel in het gebrek aan cohesie van uw ploeg. Ik vraag mij af of er nog wel een ploeg is. Die ploeg speelt in ieder geval geen Braziliaans sambavoetbal, maar begint meer te lijken op de Franse ploeg tijdens het WK in Zuid-Afrika, met al zijn geruzie. Na de gelekte mail van minister Lieten, sp.a, waarin ze uw collega’s afbrandde als betonnen en teflonnen karikaturen en over het paard getilde macho’s, gaat het de laatste weken van kwaad naar erger. Carl Decaluwe, CD&V, schopt minister Lieten, sp.a, tegen de schenen als de zwakste Mediaminister in vijftien jaar. Yamila Idrissi, sp.a, tackelt minister Schauvliege, CD&V, voor haar totale gebrek aan visie op cultuur.

Mijnheer Crombez, mijnheer Smet, wat is in godsnaam het standpunt van sp.a? Steunt u de minister-president en staat u achter het standpunt over Brussel, zoals vervat in de Octopusnota, of steunt u Vande Lanotte en Gennez, die pleiten voor een federatie met vier deelstaten? Het is kiezen of delen voor de socialisten. Wat wilt u? Wat wil deze Vlaamse Regering? De idee dat het ene een langetermijnproject is en het andere een middellangetermijnproject, kopen we echt niet. We don’t buy it. U zult echt eens kleur moeten bekennen. Gaat u voor die federatie van vier, of gaat u voor de Octopusnota met de twee gemeenschappen? Dat is de hamvraag.

Hand in hand met kameraad Luc Van den Bossche, sp.a, pleit LDD al sinds zijn ontstaan voor een confederale staat waarbij alle bevoegdheden maximaal naar de deelstaten gaan en daarna pas beslist wordt wat er nog samen wordt gedaan. Maar ook in zo’n Belgische confederatie – dat geef ik toe, beste collega’s – botst men op Brussel. Is Brussel een van de deelstaten, of is het een van de zaken die we nog samen doen? Laat het heel duidelijk zijn: zonder een confederaal Belgisch bestuur van Brussel is er geen gemeenschappelijk project meer en komt de scheiding van het land wel heel snel dichterbij. Anders gezegd, als Brussel een autonoom gewest wordt, dan is dit het einde van België. Hoe kan een gewest immers de hoofdstad zijn van een ander? Waarom zouden de Vlamingen dan nog 500 miljoen euro extra pompen in Brussel, zoals gevraagd werd tijdens de onderhandelingen?

Hoogleraar Staatsrecht Hendrik Vuye, die hier vandaag al eerder geciteerd is, stelt vandaag in de Standaard: “Een opdeling van België is welhaast uitgesloten zolang Brussel de gemeenschappelijke hoofdstad blijft. Indien de Franstaligen hun droom van een taalhomogeen Franstalig Brussel kunnen verwezenlijken, dan spat België binnen de kortste keren uit elkaar. De oprichting van de Federatie Wallo-Brux past dan ook volledig binnen de strategie van het plan B.” Ik kan die visie alleen maar beamen. Daarom wil ik nog eens herhalen wat mijn collega Bouckaert daarnet zei: wat is hierop de reactie van de Vlaamse Regering? (Applaus bij Open Vld, de N-VA en LDD)

De voorzitter

De heer Van Eyken heeft het woord.

Christian Van Eyken

Minister-president, het is misschien jammer dat u halsoverkop bent moeten terugkeren van Brazilië voor dit actualiteitsdebat, maar als u zulke uitspraken doet, moet u er toch rekening mee houden dat er iets zal gebeuren en dat die uitspraken gevolgen kunnen hebben.

Want – en dat is nog niet gezegd – de minister-president heeft zich met die uitspraak niet gehouden aan het regeerakkoord. Ik wil teruggaan naar een paar weken geleden. We hebben hier te maken, collega’s, met een strijd binnen CD&V. (Rumoer)

Jawel. Een paar weken geleden zei Yves Leterme dat de N-VA wel de verkiezingen had gewonnen, maar sindsdien, al acht maanden lang, niets had gedaan. (Rumoer)

Daarmee vroeg hij eigenlijk aan de N-VA of ze wel een akkoord willen. Dat doet ook al de ronde, en aan Franstalige kant wordt dat vaker gezegd. Het is niet meer zeker dat de N-VA een akkoord wil. (Opmerkingen)

MR wil een akkoord, wees gerust. We zullen nog wel zien welk.

Wat is er gebeurd? De heer Caluwé heeft ernaar verwezen: in het interview staat dat de N-VA in de regering moet zitten, als grootste partij, als winnaar van de verkiezingen. Dat staat in mijn ogen tegenover de uitspraken van Yves Leterme. Er is een machtsstrijd aan de gang tussen de twee. (Opmerkingen)

Nee, hij zegt niet juist hetzelfde. Minister-president, het is niet de eerste keer dat u door uw uitlatingen druk zet op de federale onderhandelingen. CD&V – ik blijf erbij – neemt weer een dubbelzinnige houding aan. Aan de ene kant is Brussel geen gewest zoals de andere, maar sinds het begin, sinds 1989, zit CD&V wel in die regering. De belangrijkste minister van die regering was Jos Chabert. Ga nooit aan Jos Chabert zeggen dat hij minister was van een minderwaardig gewest. Hij was minister van een volwaardig gewest, van een volwaardige regering. Jos Chabert was geen minister in een ‘bij-regering’.

Ik weet dat het soms moeilijk is om af te wisselen tussen het Frans en het Nederlands. Om elke spraakverwarring te vermijden, ‘niet volwaardig’ wil niet zeggen ‘minderwaardig’. Wat mij betreft, is er in dit land geen enkel minderwaardig bestuursniveau.

Christian Van Eyken

Neen, maar in Brussel heeft men toch niet dezelfde constitutionele bevoegdheden? Dan zegt men dat het minderwaardig is. (Rumoer)

Waarom zegt u dan niet dat het geen... (Rumoer)

Dat is wat de minister-president heeft gezegd: Brussel kan geen ‘région à part entière’ zijn. Dat betekent ‘geen eigen gewest’ zoals de andere. Dat is een verschil.

Brussel is niet Vlaanderen en ook niet Wallonië. Het heeft zijn eigenheid, zijn eigen problemen, zijn eigen kenmerken. We hebben hier al gedebatteerd over het onderwijs in Brussel. Dat moet samen worden aangepakt. Het gaat over het onderwijs van de Brusselse kinderen. Het zijn typische problemen die we moeten aanpakken in Brussel. Daarom zeg ik: Brussel moet een volwaardig gewest blijven.

De voorzitter

Kunt u afsluiten, mijnheer Van Eyken? (Opmerkingen van de heer Christian Van Eyken)

U krijgt als eenmansfractie vijf minuten spreektijd. U bent ruim bedeeld, vind ik.

Christian Van Eyken

Brussel staat in het middelpunt van de onderhandelingen. Het is al jaren een twistappel. Vergeet niet, collega’s, Brussel zorgt wel voor de welvaart in dit land. Een groot deel van de inkomsten van de mensen die werken in Brussel, gaat naar de gewesten. Al die pendelaars! We zouden eens kunnen overwegen om Brussel een deel van de inkomsten te geven van al die mensen die in Brussel werken. Dat zou beter zijn voor de financiën van Brussel.

Dan zijn er ten slotte de mobiliteitsproblemen. Men heeft op Vlaams niveau een plan uitgewerkt voor de Brusselse ring. Pas toen alles uitgewerkt was, is men Brussel gaan vragen om een advies. Dat is niet de manier om de zaak aan te pakken.

De voorzitter

De heer Van Overmeire heeft het woord.

Karim Van Overmeire

Voorzitter, minister-president, collega’s, ik zal met uw goedvinden de toespraak van de heer Van Eyken niet voortzetten, maar een enigszins andere invalshoek hanteren.

Minister-president, indien dit debat werkelijk over uw uitspraken over Brussel gaat, zou ik het onbegrijpelijk vinden dat u daarvoor uit Brazilië terugkeert, want u hebt inderdaad niets nieuws gezegd. Collega’s, er is hier toch geen mens die gelooft dat de proclamatie van de Federatie Wallonie-Bruxelles ook maar iets te maken heeft met uitspraken van de minister-president? Die federatie werd al drie jaar voorbereid. Maar reeds tien jaar geleden was er sprake van de Communauté française Wallonie-Bruxelles. Niemand minder dan professor Senelle noemde die een “constitutionele staatsgreep”. Hij ergerde zich over het feit dat er daarop vanuit Vlaanderen zo weinig reactie kwam.

Eergisteren werd er een kwalitatieve stap gezet want, minister-president, dit is veel meer dan een naamsverandering van de Franse Gemeenschap. Dit is een structurele samenwerking tussen twee gewesten. Dat zeggen die twee minister-presidenten. Dat zeggen de vertegenwoordigers van de vier Franstalige politieke partijen die daar aanwezig waren.

Aan de vele collega’s hier die nog gehecht zijn aan de Belgische constructie vraag ik: hoe is die nieuwe ‘fédération’ te rijmen met de Grondwet van de Belgische federatie? De eerste drie artikels geven de indeling van de Belgische federatie en de naam van de gefedereerde entiteiten, en nergens maar dan ook nergens wordt er gewag gemaakt van de mogelijkheid van een federatie in de federatie. Het enige voorbeeld in Europa van een federatie van twee binnen een federatie met drie is de republiek Bosnië-Herzegovina – ik hoop dat dit niet het voorbeeld is dat men in Namen wil volgen.

Collega’s, de Franstaligen zijn met hun initiatief openlijk en doelbewust buiten de Belgische grondwettelijke ordening getreden. De hoofdstedelijke functie van Brussel wordt opgegeven. Dat gebeurt in de feiten al heel lang, maar nu gebeurt het ook geformaliseerd. De vorming van die ‘fédération’ gebeurde zonder de instemming van de Brusselse Vlamingen. Dat is de essentie: dit komt bovenop al de rest. Dit is geen alleenstaand feit. Dit komt bovenop het oneigenlijke gebruik, het systematische misbruik van belangenconflicten. Dit komt bovenop ongrondwettelijke verkiezingen. Dit komt bovenop een regering in lopende zaken die zich de facto als een volwaardige regering gedraagt. Nu is er die ongrondwettelijke nieuwe constructie. Het gaat hier niet om een provocatie of een speldenprik. Het gaat hier om een doelbewuste, lang en goed voorbereide stap die kadert in een post-Belgisch scenario.

Minister-president, ik heb twee vragen voor u. Ik kan het bijna niet geloven, maar klopt het dat u zegt dat dit een naamsverandering is waarover het parlement van de Franse Gemeenschap zelf mag beslissen? Terwijl die twee minister-presidenten, die vertegenwoordigers van de vier Franstalige partijen, mensen uit uw eigen partij en grondwetspecialisten zeggen dat dit veel meer is? Als dit zo is, komen wij dan in een situatie waarin de Vlaamse Regering, de Vlaamse administratie en het Vlaams Parlement de terminologie zullen overnemen? Zullen wij hier binnenkort ook spreken over de Fédération Wallonie-Bruxelles? Of komen we in een Macedonisch scenario? U kent Macedonië. De Macedoniërs noemen zich Macedoniërs, de Grieken spreken over de Former Yugoslav Republic of Macedonia (FYROM). Collega’s, komen wij in een situatie waarin er zelfs geen consensus meer is over het aantal gefedereerde entiteiten en hun naam? Minister-president, hoe zult u dat nog in Brazilië en elders in het buitenland uitleggen?

Professor Senelle stelde naar aanleiding van het lanceren van de Communauté française Wallonie-Bruxelles 10 jaar geleden: “Het is betreurenswaardig dat geen enkele Vlaamse minister van de Federale Regering en van de Vlaamse Regering de moed heeft opgebracht om tegen de Communauté française Wallonie-Bruxelles protest aan te tekenen en op de ongrondwettelijkheid ervan te wijzen.” Dat was tien jaar geleden het standpunt van professor Senelle.

Minister-president, net zoals ik het onbegrijpelijk vind dat u zou terugkomen omwille van uw uitspraken over Brussel, zou ik het onbegrijpelijk vinden dat u gewoon kalm, sereen, lijdzaam, apathisch, machteloos – schrappen wat niet past – akte neemt van het feit dat twee collega’s minister-presidenten openlijk en manifest buiten het kader van de Grondwet treden. Dit zou in mijn ogen nog veel onbegrijpelijker zijn. (Applaus bij Vlaams Belang en N-VA)

De voorzitter

Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters

Voorzitter, collega’s, ik heb het debat zeer aandachtig gevolgd. Ik moet zeggen dat het soms een wat Braziliaans tintje had, ook de temperatuur doet aan Brazilië denken.

Ik wil een aantal dingen duidelijk maken. De zending naar Brazilië is verschillende keren overgemaakt aan dit Vlaams Parlement, net zoals alle zendingen die ik gepland heb. Op 3 september 2010 en 19 januari 2011 zijn de brieven verstuurd aan de voorzitter.

Het is vanzelfsprekend dat Brazilië voor Vlaanderen erg belangrijk is. We zien er onze export stijgen, godzijdank. We hebben er heel belangrijke contacten gehad voor sporttechnologie en logistieke activiteiten.

Door toedoen van een oppositiepartij, namelijk Groen!, die gesteld heeft dat Peeters een aantal uitspraken doet en dan met de noorderzon verdwijnt zodat het parlement monddood wordt gemaakt, heb ik gisteren telefonisch contact gehad met de voorzitter. Ik heb begrepen dat een fractievoorzitter gevraagd had om donderdag te vergaderen, wat niet kon. Al deze elementen indachtig, heb ik zelf de beslissing genomen, niet om de handelsmissie volledig stop te zetten zoals sommigen zeggen, maar om versneld af te reizen zodat ik hier tekst en uitleg zou kunnen geven bij de vragen die de oppositie en mogelijk ook anderen hadden bij het interview in La Libre Belgique.

Ik moet eerlijk zeggen dat Brazilië heel belangrijk is en de commissie Buitenlandse Aangelegenheden mij aanvankelijk had willen versterken. Dat is niet doorgegaan, maar in Brazilië kijkt men uit naar de volgende reis van de commissie om Brazilië te bezoeken. Ik heb ze daar sterk warm voor gemaakt. Het is een volgende belangrijke etappe in de relatie tussen Vlaanderen en Brazilië.

Ik wil ook nog even duidelijk maken dat ik met groot respect voor dit Vlaams Parlement geoordeeld heb dat het beter was om hier zelf te zijn om tekst en uitleg te geven over mijn uitspraken in het interview.

Ik was zelf verrast dat er zoveel commotie was over de antwoorden die ik heb gegeven over de positie van Brussel.

Enkele weken geleden heeft minister Magnette verklaard dat het positief is te weten vanuit welke posities Vlaanderen vertrekt en dat de Octopusnota voor de Vlaamse partijen het uitgangspunt vormt.

Wie het gedeelte van de Octopusnota over Brussel leest, zal merken dat Brussel een bijzonder statuut heeft. Dat staat trouwens ook in het Vlaams regeerakkoord. Brussel is een gewest sui generis vanwege het grondwettelijk vastgelegd tweetalig karakter en vanwege de hoofdstedelijke, Europese en internationale rol. Ik wil, voor alle duidelijkheid, even die belangrijke passage aanhalen: “Onze visie op Brussel wordt bepaald vanuit onze visie op de staatkundige evolutie van België. Die visie gaat uit van een fundamentele tweeledigheid op basis van twee deelstaten, met daarnaast een specifiek statuut voor Brussel en een Duitstalige gemeenschap. Dit betekent dat de twee deelstaten in hun gemeenschappelijke hoofdstad volwaardig kunnen participeren in het beleid waarvan het belang het stedelijk niveau overstijgt.” Dit staat in de Octopusnota. Minister Magnette heeft verklaard dat hij het positief vindt te weten dat dit voor de Vlaamse partijen het uitgangspunt vormt.

Dit is trouwens niets nieuws. Ook vorige regeringen, die door andere meerderheden werden gevormd, hebben deze positie gedurende jaren verdedigd en tijdens debatten aangehaald. Bepaalde oppositiepartijen vragen zich af of ik dat net nu moest zeggen. Wat ik heb gezegd, klopt op zich, maar ze vinden dat ik op die manier olie op het vuur heb gegooid.

Mij lijkt het belangrijk dat de Franstalige partijen exact weten waar we voor staan. Het is een van de taken van een minister-president dat duidelijk te maken wanneer hem hierover vragen worden gesteld. Ik betreur dan ook ten zeerste dat bepaalde partijen, in het bijzonder Open Vld, verklaren dat ik dat allemaal beter zou doodzwijgen. Ik kan daar beter niet over spreken. Ik zou immers gesprekken met een mogelijk positief gevolg hypothekeren.

Ik ga ervan uit dat die gesprekken positieve gevolgen zullen hebben. Dat neemt niet weg dat we de Franstaligen duidelijk moeten maken waar het voor ons op staat. Ik heb in het interview verklaard dat de twee grote gemeenschappen een belangrijke stem in Brussel moeten behouden.

Ik heb eveneens verklaard dat Brussel met enorme uitdagingen wordt geconfronteerd. We hebben daarover al debatten gevoerd. Minister Smet heeft daarnet nog uitgelegd dat Brussel grote noden inzake onderwijs en armoede kent. Ook met betrekking tot de werkloosheid moet een samenhangend beleid worden gevoerd. Die zorgen worden terecht in het Vlaams Parlement aangehaald. We krijgen terecht het verzoek daar antwoorden op te formuleren.

Het is mijn vaste overtuiging dat de visie van de Vlaamse Regering, die ook in de Octopusnota staat, de juiste visie is. Op die manier kunnen we de krachten bundelen om de uitdagingen aan te gaan. Dat is in het belang van iedereen en in de eerste plaats in het belang van de mensen die in Brussel wonen.

De Vlaamse Regering heeft in en voor Brussel steeds haar verantwoordelijkheid opgenomen. We zullen dat, in partnerschap met de Vlaamse Gemeenschapscommissie, ook blijven doen. Dat betekent dat we moeten blijven werken. Dat vergt inspanningen. We zorgen voor een kwalitatief hoogstaand aanbod inzake scholen, welzijn, gezondheidszorg, instellingen, culturele centra, jeugd, sport en dergelijke.

Tijdens de vorige legislatuur hebben we instrumenten als de Brusselnorm en de Brusseltoets ontwikkeld. We voorzien in financiële middelen voor de invulling van het beleid ten aanzien van Brussel. Elk jaar laten we 670 miljoen euro naar onze hoofdstad Brussel stromen. In het Vlaams regeerakkoord staat dat een ambtelijke taskforce zou worden opgericht. Die taskforce is ondertussen zeer actief en brengt alle financiële stromen van Vlaanderen naar Brussel in kaart.

Uit de recentste cijfers blijkt dat we elk jaar 670 miljoen euro in onze hoofdstad investeren. We halen de Brusselnorm, die neerkomt op 5,45 procent van de totale Vlaamse gemeenschapsuitgaven. We investeren dit allemaal in Brussel.

Gezien de noden van Brussel kan men over dat bedrag discussiëren, maar ik wil toch benadrukken dat het een aanzienlijke som geld is.

Wij streven ook naar een goede samenwerking tussen Vlaanderen en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest in concrete dossiers die voor de Vlamingen en iedereen die in Brussel woont belangrijk zijn. Ik geef één voorbeeld: de goede samenwerking tussen de VDAB en het Brusselse ACTIRIS bij de uitwisseling van vacatures. En ook voor mobiliteit, havenbeleid en leefmilieu kan de samenwerking worden versterkt.

De institutionele relatie tussen Vlaanderen en Brussel is bepalend voor de wijze waarop Vlaanderen een beleid voor en in Brussel kan voeren. De institutionele discussie moet dan ook nauwlettend worden opgevolgd. Ik doe dat ook, om te vrijwaren dat de institutionele evenwichten worden gerespecteerd. Ons uitgangspunt is de verbondenheid van Vlaanderen en Brussel. De Brusselse Vlamingen en alle Brusselaars die ervoor kiezen, maken integraal deel uit van de Vlaamse Gemeenschap. Vlaanderen moet in Brussel zijn bevoegdheden maximaal uitoefenen en een belangrijke beleidspartner voor en in Brussel zijn.

ViA besteedt bijzondere aandacht aan de plaats van Brussel. Dat is erg belangrijk, want in een geglobaliseerde kennis- en diensteneconomie is onze hoofdstad, met zijn internationale bekendheid, een heel belangrijke troef die Vlaanderen volop moet uitspelen. Dat is onze visie en die heb ik in het interview verwoord. Ik ga ervan uit dat dit Vlaams Parlement eensgezind daarvoor gaat. Ik ga ervan uit dat we Brussel niet loslaten, en ook dat men dat zeer goed weet. Natuurlijk moeten we dat concreet maken, en ik gaf u de voorbeelden die aantonen dat we dat ook effectief doen.

In het debat kwam nog een ander element aan bod: de Federatie Wallonië-Brussel. Ik heb duidelijk gezegd dat de bekendmaking geen juridische gevolgen heeft. Er zijn geen gevolgen voor de bevoegdheidsverdeling. De Grondwet kent immers enkel gemeenschappen en gewesten, waaronder de Franse Gemeenschap en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Als het de bedoeling zou zijn om met die federatie ook institutionele wijzigingen door te voeren en een federatie binnen het federale België te creëren, dan kan ik u zeggen dat dit tot belangrijke institutionele en politieke problemen leidt.

Ik zeg daarmee niets nieuw. Op 6 mei 2008 stelde de heer Eric Van Rompuy mij de vraag hoe ik tegen een federatie tussen Brussel en Wallonië aankijk. Ik herhaal wat ik toen heb gezegd. Ik sta nog volledig achter dat standpunt. Ik stelde toen duidelijk dat dit concept een verregaand en bizar voorstel is dat afbreuk doet aan de bestaande institutionele evenwichten, en dus geen goede zaak is voor de stabiliteit van het land. Het probeert immers “het beste van twee werelden (…) realiseren. Enerzijds wil het van Brussel een volledig autonoom en volwaardig derde gewest maken via een structurele herfinanciering die moet gebeuren via de federale en dus ook via Vlaamse middelen. Anderzijds wil het een Waals-Brusselse federatie tot stand brengen binnen de Belgische federatie, zonder rekening te houden met de hoofdstedelijke functie en zonder voorts rekening te houden met de Brusselse Vlamingen en hun aanwezigheid en participatie in de Brusselse politieke instellingen.” Dat is dus in strijd met de Octopusnota.

Het concept is nog onduidelijk. Ik heb begrepen dat men nog geen beslissing heeft genomen. Men zou eventueel een resolutie kunnen aannemen, maar belangenconflicten inzake een resolutie inroepen is mijns inziens niet mogelijk.

Dit standpunt, dames en heren, dat ik gegeven heb in mei 2008 op de vraag van de heer Van Rompuy, is nog altijd volledig van kracht en blijft ook het standpunt.

Ik sluit af met de doelstelling van de Vlaamse Regering, die wil ik hier nog eens in alle duidelijkheid meedelen, want er werd ook naar gevraagd. We laten Brussel niet los. We vullen onze gemeenschapsbevoegdheden in Brussel ten volle in en we streven naar een versterkte Vlaamse-Brusselse samenwerking op het gebied van gewestbevoegdheden, maar liever op basis van concrete dossiers dan van grote verklaringen. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Gatz heeft het woord.

Sven Gatz

Voorzitter, ik dank de minister-president voor zijn antwoord. Ik dank hem trouwens ook voor zijn terugkomst. Ik heb inhoudelijk niet direct opmerkingen te maken en ik zie ook geen spanningsvelden, maar wel over de methode, want daarover zullen we het toch oneens blijven.

Minister-president, ik begrijp dat u als minister-president van Vlaanderen zegt dat u wilt dat de andere partijen of de tegenpartijen – hoe we ze ook noemen – op de hoogte zijn van de draagwijdte van de Octopusnota. Ik denk toch dat de methode van de publieke interviews, zeker in deze gevoelige tijden, niet noodzakelijk de beste is. Met andere woorden: als het er u echt om te doen is de goede boodschap te verkondigen – en dat kan inderdaad zo zijn –, dan zijn er mogelijkheden om daarover gesprekken te voeren met uw ambtsgenoten of met de partijvoorzitters. Voor mijn part doet u het zelfs met een ronde van Wallonië of de Franse Gemeenschap – of moeten we nu zeggen: ‘Wallonie-Bruxelles’?

Een andere methode heeft een heel andere connotatie dan de interviews die u, evenals andere mensen en ook aan de overzijde van de taalgrens, geeft om een statement te maken. Het risico is dat de methode die u hanteert, de inhoud die u eigenlijk duidelijk wilt maken, ondergraaft.

Meer wil ik niet zeggen, want ik ga mijn betoog van daarnet tijdens het debat niet herhalen. Ik zou toch willen vragen om daar nog eens over na te denken.

De voorzitter

De heer Dewinter heeft het woord.

Minister-president, bedankt voor uw antwoord. Open Vld en Groen! hebben geprobeerd om u een schuldcomplex aan te praten, alsof u verantwoordelijk zou zijn voor de Fédération Wallonie-Bruxelles. Maakt u zich zorgen, u bent daar niet verantwoordelijk voor, niet omdat u niet zwaar genoeg weegt om daar verantwoordelijk voor te zijn, maar omdat het plan al langer bestond, al een paar jaar – we weten dat, het werd ook in het debat een paar keer opgemerkt.

Nu wordt het uiteindelijk gerealiseerd in het vooruitzicht van de mogelijke splitsing van dit land. Zij hebben daarbij de bedoeling om in een situatie van twee tegen één te kunnen spelen, wat natuurlijk in hun voordeel is, maar ook om hier internationaal hun voordeel bij te doen. Dat laatste is hier nog niet aan bod gekomen. We hebben het veel gehad over handelsmissies, naar Brazilië en elders, maar niet over het internationale effect van een dergelijke federatie. Uiteindelijk zullen ze zich als dusdanig profileren ten aanzien van het buitenland. Er zal een campagne mee gepaard gaan en men zal dit alles vertalen via diplomaten en aanverwanten in het buitenland in de hoop om dit daar ook verkocht te krijgen.

Mijn vraag is wat de Vlaamse Regering ter zake doet. Ik heb dat ook van op het spreekgestoelte gevraagd. Een tegenoffensief is absoluut noodzakelijk om duidelijk te maken dat we – zoals u hebt gezegd en waarvoor ik u dank – Brussel niet loslaten, maar ook dat Brussel onze hoofdstad is en blijft, dat we op geen enkel moment kunnen aanvaarden dat er drie volwaardige gewesten naast elkaar zouden zijn en dat we uitgaan van het principe van de twee deelstaten op weg naar zelfstandigheid. Ik hoop dat u dat nog zult willen meenemen in uw beleid van de komende weken en maanden. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer Vereeck heeft het woord.

Lode Vereeck

Minister-president, zoals ik in mijn betoog van daarstraks al zei, hebt u perfect logische en perfect plausibele dingen gezegd waar onze fractie u ook in steunt. Het betreft de toepassing van de Octopusnota.

U blijft natuurlijk wel met een majeur politiek probleem zitten, namelijk dat uw coalitiepartner, de sp.a, u daarin niet volgt. Ik zou de volgende vraag wel willen stellen aan minister Smet of aan de heer Crombez. Bent u het eens met de fundamentele tweeledigheid van het land die beschreven wordt in de Octopusnota en daarnet werd herhaald door de minister-president? Of gaat u voor de Belgische unie met vier volwaardige gewesten?

Dat is niet ‘out of the box’ denken. Dat gaat niet over een lange, nog langere of kortere termijn. Het is het een of het ander. Ik zou graag willen dat de sp.a kleur bekent op dat vlak.

De voorzitter

De heer Crombez heeft het woord.

John Crombez

We kunnen hier misschien elke week de plenaire vergadering mee beginnen. Vorige week was de vraag van de heer Vereeck aan ons net dezelfde. Het antwoord toen was heel duidelijk, u kunt er de verslagen op na lezen. Ik kan alleen verwijzen naar de twee teksten uit het antwoord van de minister-president. We hebben die twee teksten samen gemaakt, en zeker het regeerakkoord. Ik begrijp niet waar u de tegenstelling ziet tussen wat de heer Vande Lanotte gisteren nog voor de camera heeft gezegd – ook dat kunt u herbekijken – en wat de minister-president daarstraks heeft uitgelegd.

De voorzitter

De heer Van Der Taelen heeft het woord.

Luckas Van Der Taelen

Minister-president, ik wil u bedanken voor uw grote inspanning en uw duidelijk antwoord. Ik ben van oordeel dat u geen schokkende verklaringen hebt afgelegd. Maar ik moet wel vaststellen dat het Vlaamse standpunt op veel onbegrip stuit, niet alleen van perfide dagbladcreaturen.

De Fédération Wallonie-Bruxelles werd inderdaad al jaren aangekondigd en is een bedenksel van de vermaledijde Antoinette Spaak, voor wie ik overigens zeer weinig respect heb. We kunnen er echter niet omheen dat we eens moeten bekijken hoe wij worden gepercipieerd. U kunt hier natuurlijk, briljant zoals u dat altijd doet, aantonen dat u niets schokkends hebt gezegd. Ik leef in Brussel, praat weleens met de Franstalige medemens, lees de pers en kijk televisie. Ik stel dagelijks vast dat wij toch wel zeer verkeerd worden begrepen. Dat is niet uw fout of de onze, maar het is wel een probleem. Het heeft er zelfs niets mee te maken of wij al dan niet willen dat dit land verder blijft bestaan. Ik stel enkel vast dat wij niet altijd even goed worden begrepen en op dat vlak wel eens een tandje mogen bijsteken. Het is niet moeilijk om in eigen kerk gelijk te halen, maar een paar dorpen verder is het al wat moeilijker.

Minister-president, ik wil ten slotte opmerken dat ik het een beetje betreur dat u te weinig naar de toekomst van Brussel kijkt. De uitdaging van Brussel is enorm. U hebt de cijfers genoemd, die zijn indrukwekkend. Alleen weten wij dat er een Brusselnorm bestaat. Daar moeten we eens een grondige discussie over voeren. De Brusselnorm stelt dat de Brusselse instellingen, zoals Onderwijs, toegankelijk moeten zijn voor 30 procent van de Brusselse bevolking. Het is jammer dat minister Muyters er niet is, want hij zou dit snel kunnen uitrekenen. Wat betekent dit concreet bij een bevolkingstoename van 13 procent? Als er 150.000 Brusselaars bijkomen, hoeveel Brusselaars moeten dan gebruik kunnen maken van de Vlaamse instellingen? Voor Onderwijs zijn die consequenties nogal groot, ook financieel. Ik denk dat we een verregaand debat moeten voeren over het al dan niet verder naleven van de Brusselnorm.

De voorzitter

De heer Demesmaeker heeft het woord.

Mark Demesmaeker

Ik sluit mij volledig aan bij het antwoord van de minister-president.

Mijnheer Van Der Taelen, de minister-president kan enkel zijn best doen om het Vlaamse standpunt duidelijk te maken. Ik denk ook dat het nodig is dat men aan de overkant de Vlaamse standpunten kent en begrijpt. Dat is het enige dat de minister-president wou doen, zoals ik in mijn betoog al heb gezegd.

We weten inderdaad dat het concept van de Federatie Wallonië-Brussel al langer werd voorbeid en dat het past in een bepaalde strategie. Het is goed dat de minister-president de jaarlijkse financiële stroom van 670 miljoen euro nog eens heeft genoemd. Dat is inderdaad niet niks. Het is zo dat heel Brussel er alle belang bij heeft om in goed nabuurschap en goede samenwerking samen te leven met Vlaanderen en zich niet af te keren van Vlaanderen. In dit opzicht is de stap die de Franstalige partijen nu willen zetten, “zeer bizar”, om het met de woorden van de minister-president te zeggen.

De voorzitter

De heer Van Overmeire heeft het woord.

Karim Van Overmeire

Minister-president, ik dank u voor uw antwoord. Eergisteren waren in Namen twee ministers-presidenten en vier vertegenwoordigers van Franstalige politieke partijen bezig met semantiek en met wat u “een verregaand en bizar voorstel” noemt.

Ik noteer ook dat als ze vasthouden aan die benaming ‘Fédération Wallonie-Bruxelles‘– en ik zie niet in waarom ze op dit moment nog zouden terugkrabbelen – de Vlaamse Regering en de Vlaamse administratie die naam niet zullen overnemen en dat we in dit onzalige land naar een situatie gaan waar er zelfs geen consensus meer is over het aantal gefedereerde entiteiten en de benaming van die gefedereerde entiteiten.

Lode Vereeck

Voorzitter, ik wil aan de heer Crombez nogmaals meedelen dat ik het echt niet begrijp. Ofwel zitten we met vier gewesten, ofwel zitten we met twee gewesten, met een speciaal statuut voor Brussel met een tweeledigheid. Het is ofwel twee plus één ofwel vier. Het is ofwel de Octopusnota ofwel het plan-Vande Lanotte. Ik denk niet dat er een tussenweg is. Minister-president, ik denk dat u toch nog met een probleem zit.

De voorzitter

De heer Van Eyken heeft het woord.

Christian Van Eyken

Voorzitter, ik wil kort reageren op wat de minister-president heeft gezegd. Minister-president, uw houding tegenover Brussel is betuttelend, zo voel ik het aan. U wilt van Brussel een soort Washington D.C. maken, zoals indertijd Louis Tobback wilde.

Ik heb daarstraks iets niet kunnen zeggen. De Fédération Wallonie-Bruxelles is effectief een antwoord op wat er zich afspeelt in Vlaanderen. Een aantal partijen zegt effectief dat ze een Vlaamse onafhankelijkheid wensen. Wel, dan is dit het antwoord van de Franstaligen.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

Het debat is gesloten.

De voorzitter

Actualiteitsmoties

Door de meerderheid, door Groen! en door het Vlaams Belang werden tot besluit van dit actualiteitsdebat actualiteitsmoties aangekondigd. Ze moeten uiterlijk om 17.15 uur zijn ingediend. Het parlement zal zich daarover straks uitspreken.

Het incident is gesloten.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.