U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde zijn het ontwerp van decreet houdende de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2011, het ontwerp van decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2011 en het ontwerp van decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2011.

Het Uitgebreid Bureau stelt voor om de algemene besprekingen van de drie ontwerpen van decreet samen te voegen tot één enkele algemene bespreking. Is het parlement het hiermee eens? (Instemming)

De algemene bespreking is geopend.

Mevrouw Smaers, verslaggever, heeft het woord.

Griet Smaers

Voorzitter, ministers, collega’s, in totaal werden vijf commissiezittingen van de commissie Financiën en Begroting gewijd aan de toelichting en bespreking van de begroting 2011, het advies van het Rekenhof dienaangaande en het ontwerp van programmadecreet, namelijk op 9, 16, 23, 30 november en 7 december 2010. De bespreking van de beleidsbrief werd tegelijkertijd en gekoppeld aan de begrotingsbespreking gevoerd. Zowel over het ontwerp van decreet houdende de middelenbegroting voor het begrotingsjaar 2011, het ontwerp van decreet houdende de algemene uitgavenbegroting als het ontwerp van programmadecreet ter begeleiding van de aanpassing van de begroting 2010, werd gestemd in de commissie van 7 december 2010.

In mijn verslag houd ik deze volgorde aan: één, ik zal een korte toelichting geven bij de middelen- en uitgavenbegroting conform de uitgebreide toelichting van minister Muyters in de commissie – er is een duidelijke powerpointpresentatie gevoegd bij het verslag, dus daar kunt u ook terecht ­–; twee, beknopte toelichting bij het verslag van het Rekenhof; drie, verslag van de algemene besprekingen in de commissie met eerst een reactie van de oppositiepartijen, vervolgens die van de meerderheid en tot slot enkele punctuele antwoorden van de minister; en vier, een zeer beknopt verslag van de toelichting en de bespreking van het programmadecreet.

Ten eerste, de middelen- en uitgavenbegroting 2011, betreffende de ontvangsten. Na twee zwakke jaren vertoonden de ontvangsten 2011 een opvallend herstel. De geconsolideerde ESR-ontvangsten (Europees Systeem van Nationale en Regionale Rekeningen) liggen in 2011 1,5 miljard euro of 6,3 procent hoger dan in 2010. Die stijging is voornamelijk gesitueerd bij samengevoegde en gedeelde belastingen en heeft gedeeltelijk met verschuivingen te maken. In 2010 was er een negatieve afrekening van 369 miljoen euro met betrekking tot 2009 en in 2011 een positieve afrekening van 154 miljoen euro met betrekking tot 2010.

Met de overige ontvangst is er het wegvallen van de eenmalige terugstorting in 2010 van 500 miljoen euro via het Vlaams Egalisatiefonds. Daar staat tegenover dat de Vlaamse Regering in 2011 voor de eerste maal een storting van dividend op de kapitaalsparticipatie in KBC verwacht ten belope van 297,5 miljoen euro. Verder was er de verkoop van onroerend goed aan Aquafin ten belope van 181,8 miljoen euro, wat een extra aan registratierechten betekent van 18,2 miljoen euro.

Bij de voorstelling van de begroting 2011 in de commissie van 9 november, dus de eerste keer dat we daarover bespreking hielden in de commissie, deelde minister Muyters mee dat voor de late mededeling van parameters, die worden gebruikt in de Bijzondere Financieringswet de raming van de samengevoegde en gedeelde belastingen was gebaseerd op verouderde parameters. Vooral de fiscale capaciteit werd neerwaarts aangepast. Daardoor is er een totaal negatief effect op de afrekening 2010, maar ook op de dotatie 2011, van in totaal een kleine 94 miljoen euro.

De Vlaamse Regering zou nog hangende de besprekingen beslissen op welke manier ze die 93,7 miljoen euro goed zou maken om opnieuw tot een begroting in evenwicht te komen. Commissievoorzitter Van Rompuy vroeg minister Muyters bij aanvang van de toelichting dat nog hangende de besprekingen de Vlaamse Regering duidelijkheid zou verschaffen over haar intentie om tot een begroting in evenwicht te komen.

Op 23 november bevestigde minister Muyters dat de Vlaamse Regering amendementen zou indienen, ten eerste om de jobkorting vanaf 2011 op nul te brengen – dat levert een besparing op van 75 miljoen euro – en ten tweede om zich te richten op de federale ramingen van de gewestbelastingen, waardoor de begroting er 73 miljoen euro bij wint. Het Breitsohl-effect resulteert daarenboven in 42 miljoen euro minder inkomsten, het vorderingensaldo wordt per saldo bijgesteld met 2 miljoen euro, waardoor de Vlaamse begroting aldus in evenwicht blijft.

De geconsolideerde ESR-uitgaven stijgen met een goede 500 miljoen euro na de 376 miljoen euro aan bijkomende besparingen. Er zijn 95 miljoen euro nieuwe beleidsaccenten terug te vinden in de begroting 2011 bovenop de nieuwe beleidsaccenten uit de begroting 2010. Voor constant beleid stijgen de betalingskredieten met 645 miljoen euro. Daarnaast wordt er 200 miljoen euro vrijgemaakt voor facturen van het expansief beleid uit het verleden.

Het verschil tussen geconsolideerde ontvangsten en uitgaven bedraagt bijna 1 miljard euro. Naast een verbetering van het vorderingssaldo met 495 miljoen euro tegenover 2010, is ook de gebudgetteerde onderbenutting afgenomen met 465 miljoen euro tegenover de budgetcontrole 2010.

De Vlaamse Regering heeft in het regeerakkoord naar voren gebracht dat ze een aantal bijkomende kapitaalsparticipaties ging doen. In 2010 was dat 300 miljoen euro, voor 2011 zal dat ook 300 miljoen euro zijn en voor 2012 zal dat nog eens 200 miljoen euro zijn. Voor begrotingsjaar 2011 geeft dat dus 300 miljoen euro bijkomende kapitaalparticipaties.

Daarbovenop heeft de regering bij de begrotingsbesprekingen beslist om 10 miljoen euro uit te trekken voor investeringen in de spin-offs van de vier strategische onderzoekscentra: het Vlaams Interuniversitair Instituut voor Biotechnologie (VIB), het Interuniversitair Micro-elektronicacentrum (IMEC), het Interdisciplinair Instituut voor Breedbandtechnologie (IBBT) en de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO).

Wat betreft de toelichting van de minister over de betaalkredieten, betaalkalender en impliciete schuld, verwijs ik naar het verslag en in het bijzonder naar pagina 64 en 65 van dit verslag.

Daarna kregen we een toelichting van het Rekenhof bij de begroting 2011. Ik geef kort een verslag. Het Rekenhof heeft de vooruitzichten 2011 zoals blijkt uit de meerjarenbegroting die werd ingediend in april 2010, vergeleken met die in de algemene toelichting bij de initiële begroting 2011. Daaruit blijkt dat de ontvangsten 480 miljoen euro hoger worden geraamd, onder voorbehoud van de 94 miljoen euro. De uitgaven stijgen met 293 miljoen euro. Beide documenten spreken van een vorderingensaldo van nul. Het verschil zit in de onderbenutting die in de meerjarenbegroting nog werd geraamd op 174 miljoen euro. Inclusief de correcties voor de jobkorting, wordt dat een overbenutting van 9 miljoen euro. Zelfs abstractie makend van de middelen voor de jobkorting, vermindert de geraamde onderbenutting sterk van 345 miljoen euro in de budgetcontrole 2010 naar 120 miljoen euro in de budgetontvangsten 2011. Afgewogen tegen de geraamde geconsolideerde betaalkredieten ten belope van 25 miljard euro, betekent dat een onderbenutting van 0,5 percent, wat historisch laag is. Het gemiddelde lag de vorige jaren op 1,37 percent. Daarvan zou de minister de 40 percent besparing, door te voeren zowel in 2010 als 2011, aftrekken.

Daarmee erkent de Vlaamse Regering dat de besparingen ook doorwerken op de niet benutte kredieten. Zo worden die een betere afspiegeling van de realiteit. Het Rekenhof meent dat de Vlaamse minister van Financiën daarmee een goede beslissing heeft genomen.

Het Rekenhof vindt het streven naar een begrotingsevenwicht positief, al mag de schuldontwikkeling in het plaatje niet ontbreken. Sommige verrichtingen tellen niet mee voor het vorderingensaldo, met name vooral die met ESR-code 8. Die uitgaven voor participaties moeten ook gefinancierd worden. De schuld stijgt in 2011 daarom met 375 miljoen euro in functie van de betalingskalender van de code 8-verrichtingen in 2010-2011. Het Rekenhof herinnert aan de Europese nadruk op schuldafbouw, naast het verminderen van het vorderingentekort.

De impliciete schuld groeit in 2011 minder aan dan in 2010, namelijk 124 miljoen euro tegenover 346 miljoen euro. De impliciete schuld bedraagt ongeveer 9 miljard euro en staat voor de stock van niet-betaalde verbintenissen. De berekening ervan houdt volgens het Rekenhof nog geen rekening met de verbintenissen in het kader van PPS en alternatieve financiering. De raming van de ontvangsten is volgens het Rekenhof voorzichtig, onder voorbehoud van de 94 miljoen euro, conform de ramingen in de federale begrotingsdocumenten en die van het federaal monitoringcomité.

In 2011 zijn er geen nieuwe eenmalige ontvangsten, tenzij de reeds in de meerjarenbegroting aangekondigde: de dividenden van KBC en de verkoop van rioolwaterzuiveringsstations aan Aquafin die 181,8 miljoen euro oplevert, exclusief registratierechten. De kritiek van het Rekenhof daarbij blijft die zoals bij de begrotingscontrole 2010. Een eenmalige ontvangst wordt omgezet in een extra uitgave voor de volgende 20 jaar die de begroting ook zo lang belast. Het verheugde het Rekenhof dat er voor 2011 geen bijkomende eenmalige maatregelen zijn vooropgesteld of ontvangsten die de lasten naar de toekomst doorschuiven.

Bij de analyse van de uitgaven gaat het Rekenhof vooral na of er voldoende betalingskredieten worden aangegaan voor alle bestaande verbintenissen. Het Rekenhof vond die oefening moeilijk omdat het geen inzage kreeg in hoe de kredieten worden samengesteld. Het kreeg geen inzage in de documenten van de diverse departementen en agentschappen, in de bilaterale verslagen, in de adviezen van de Inspectie van Financiën. De intenties uit de beleidsbrieven zijn vaak moeilijk te koppelen aan de kredieten in de begroting. Het Rekenhof geeft als voorbeeld de beleidsbrief Openbare Werken waarin wordt gesproken van extra inspanningen voor fietspaden. In de begrotingsdocumenten en toelichtingen is daar moeilijk een spoor van te vinden. Hetzelfde geldt voor het structureel wegenonderhoud.

Het Rekenhof vraagt zich af of er in voldoende betaalkredieten wordt voorzien om de aangegane verbintenissen na te komen. Het Rekenhof vond indicaties dat wat betreft het Fonds voor Lastendelging, IWT en VDAB in te weinig betalingskredieten is voorzien. Het onderzoek inzake het IWT is afgerond, laat het Rekenhof weten, en de tegensprekelijke procedure met de minister loopt.

Het Rekenhof heeft ook een analyse gemaakt van zestien aanbevelingen van het Rekenhof over de begrotingsrapporteringen door de Vlaamse Regering. Ik ga daar vandaag niet op in. De begrotingsrapportering zal bij de parlementaire behandeling van het Rekendecreet opnieuw ter sprake komen. De auditeurs van het Rekenhof hebben de boeken van het IWT grondig bekeken en kwamen tot de vaststelling dat er eind 2009 een betalingsachterstand was van 48 miljoen euro. In alle contracten is wel expliciet opgenomen dat de uitbetaling alleen gebeurt bij aanwezigheid van beschikbare begrotingskredieten. Daarmee is het IWT volledig ingedekt voor gerechtelijke procedures, aldus het Rekenhof.

Ik ga nu over tot het verslag van de eigenlijke besprekingen in de commissie. Eerst en vooral geef ik een overzicht van de kritieken van de oppositiepartijen, namelijk Open Vld, LDD en het Vlaams Belang enerzijds, en Groen! anderzijds.

Open Vld merkt op dat de Vlaamse Regering bij haar aantreden stelde dat ze de begrotingstekorten voor 2009 zou beperken tot 1 miljard euro. Het werd 1,2 miljard euro. Voor 2010 zou het nog slechts om 500 miljoen euro gaan. Vanaf 2011 zou er weer worden gestreefd naar een begrotingsevenwicht. De doelstellingen werden geformuleerd op een ogenblik waarop compleet andere macro-economische parameters golden voor groei en inflatie. Als men rekening houdt met de betere economische groei en inflatie, dan levert dat 774 miljoen euro extra aan middelen in de begroting op in vergelijking met het bedrag vooropgesteld bij de vorming van de Vlaamse Regering in 2009. Bovendien zijn ook ontvangsten uit de gewestbelastingen hoger dan voorheen werd geraamd.

Open Vld vraagt zich af of de Vlaamse Regering in die omstandigheden geen ambitieuzer begrotingsbeleid kon voeren. De stijging is niet alleen te vinden in de middelen uit de Financieringswet en de gewestbelastingen. Er is ook de cheque van KBC, een dividend van 297,5 miljoen euro. Het wordt opgenomen in de begrotingsontvangsten. Desondanks wordt er in geen euro voorzien voor provisies, reservevorming, voor bijvoorbeeld het Zorgfonds, waarnaar Open Vld verwijst, of voor de aflossing van de schuld. Met de gevolgen voor de begroting van een eventuele staatshervorming wordt helemaal geen rekening gehouden. Voor Open Vld kan het niet door de beugel dat er, zonder enige terughoudendheid of verantwoordelijkheid, bijkomend wordt geleend voor kapitaalparticipaties. Er wordt gewaarschuwd voor het toeziend oog van Europa, dat dergelijke constructies nauwlettend in de gaten houdt. Het gevaar van een herkwalificatie door Eurostat loert om de hoek.

Open Vld is teleurgesteld omdat de minister expliciet zou hebben verklaard dat vanaf 2011 de betaalkredieten de beleidskredieten weer zouden overschrijden. De beleidskredieten liggen echter weer 156 miljoen euro hoger dan de betaalkredieten.

Open Vld herinnert aan de aftastende gesprekken over de Vlaamse jobkorting bij de eerste onderhandelingen over de vorming van een Vlaamse Regering. Voka, het Vlaams netwerk van ondernemingen, en de Unie van Zelfstandige Ondernemers (UNIZO) gingen akkoord met een schrapping van de jobkorting op voorwaarde dat het geld zou worden geheroriënteerd naar innovatiebeleid, maar dat is volgens Open Vld niet gebeurd. Er wordt een kindpremie ingevoerd van 34 euro per jaar per kind en dat op het ogenblik dat de inkomensgebonden zelfstandige kinderopvang wordt drooggelegd. De 7 miljoen euro behelst een symbolisch dossier, aldus Open Vld.

De slechte toestand van de wegen is een voorbeeld waar er afstemming moet zijn van de beleidsbrieven op de begrotingsperspectieven. Minister Crevits kondigde aan dat ze voor het wegwerken van de onderhoudsachterstand en het normaal structureel onderhoud van snelwegen en gewestwegen jaarlijks 220 miljoen euro nodig heeft. In de begroting wordt jaarlijks slechts 170 miljoen euro uitgetrokken, dus een beweerdelijk tekort van 50 miljoen euro.

Open Vld vraagt zich verder af hoe het met de monitoring van de uitvoering van de begroting 2010 is gesteld. In 2010 zit men nog met de onderbenuttingsbuffer. Men moet nagaan of die operationeel moet worden gemaakt of niet. Welke impact zal dat hebben? Wat zal het effect daarvan zijn op de begroting 2011? Volgens Open Vld zou het goed zou zijn om via normale rapportering aan het Rekenhof en het Vlaams Parlement een stand van zaken op te maken. De monitoring zou blijkbaar niet langer meer via formele weg gebeuren, namelijk door agendering op de Vlaamse Regering.

De schrapping van wat er rest van de jobkorting vindt Open Vld geen goede keuze. Open Vld heeft anderhalf jaar geleden gezegd dat in moeilijke tijden de jobkorting in slagkracht kon worden verminderd. De regering heeft dat dan wel zeer letterlijk genomen door in 2010 meteen 90 procent af te schaffen. De lagere inkomens konden er wel nog van genieten. Met het verminderde bedrag had de jobkorting misschien wel een kleinere impact op de werkloosheidsval, maar toch altijd nog een impact. Die minstens symbolische invloed schrapt de Vlaamse Regering nu.

Ook LDD vindt het begrotingstraject 2009-2014 zoals door de Vlaamse Regering uitgetekend, onvoldoende ambitieus. Men had veel sneller, met name in 2010 al, opnieuw een evenwicht kunnen bereiken. De gevolgen van het feit dat de Vlaamse Regering die keuze niet heeft gemaakt, laat zich intussen al voelen in 221,5 miljoen euro aan rentelasten. LDD blijft erbij dat er voldoende ruimte was. De inspanning bij ongewijzigd beleid die tussen 2009 en eind 2010 moest worden geleverd, beloopt 2 miljard euro. Een groot stuk ervan, namelijk 325 miljoen euro, was in 2009 het gevolg van meevallende evoluties, vooral de inflatie. In 2010 bestond het vooral uit een inflatieverhoging, het grotendeels beperken van een jobkorting en een aantal eenmalige maatregelen. Documenten van SERV en het Rekenhof wezen duidelijk uit dat de echte besparingen slechts een kwart uitmaakten van de totale begrotingsinspanning. Heel wat van het begrotingsresultaat is gegenereerd door verkoop van de onroerende goederen van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) aan Aquafin.

De daling van de uitgaven is voor LDD altijd onvoldoende structureel geweest. Er is een onvoldoende ‘sense of urgency’, om het met de woorden van de heer Vereeck te zeggen. Het gevoerde beleid en uitgavenpad dat door vorige regeringen was uitgezet, is nooit echt in vraag gesteld door de huidige. De begroting 2011 gaat uit van een begrotingsevenwicht, een doel dat de Vlaamse Regering zich al bij de regeringsvorming had gesteld. De economische vooruitzichten waren toen veel minder rooskleurig. Dat uit zich echter niet in een ambitieuzer doel qua vorderingensaldo.

LDD meent dat alles te wijten is aan het feit dat er in 2009 en 2010 onvoldoende structureel werd bespaard. Als dat wel was gebeurd, dan had Vlaanderen nu middelen gehad om te kunnen investeren in de wachtlijsten, onderzoek en ontwikkeling (O&O), infrastructuur, onderwijs en nog veel andere zaken. Er zou een enorme beleidsruimte gecreëerd zijn, aldus LDD.

Dat de 94 miljoen euro aan minderontvangsten proactief aan de commissie werd gemeld, stelt LDD wel op prijs. De minister verklaarde dat de minderinkomsten te wijten zijn aan parameterwijzigingen met betrekking tot de denataliteit en de fiscale capaciteit. Dat laatste zou aan de Vlaamse Regering gemeld zijn op 7 september. De melding inzake de leerlingenaantallen zou gebeurd zijn op 8 oktober. Beide momenten liggen echter nog voor de indiening van de begroting in het Vlaams Parlement. LDD vraagt zich dan ook af waarom de parlementsleden dan niet de juiste begroting kregen. LDD vraagt zich tot slot af hoe zeker de betaling van de vergoeding door KBC is.

Het Vlaams Belang wijst er eveneens op dat de inkomsten voor 2011 ruimschoots de verwachtingen overstijgen van enkele jaren geleden. De begrotingsdoelstellingen zijn echter niet bijgesteld. De minister van Begroting gaat ervan uit dat de onderbenutting afneemt als er bespaard wordt, wat er volgens het Vlaams Belang op wijst dat er niet structureel wordt bespaard. De Vlaams Belangfractie herhaalt de reeds gemaakte bemerkingen inzake onderzoek en ontwikkeling, wegenonderhoud, kinderpremie, betalingskredieten voor het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (AGIOn) en de onzekerheid van de KBC-dividenden. De Vlaams Belangfractie wijst erop dat er nog heel wat onduidelijkheden blijven inzake de geplande hervorming van de verkeersfiscaliteit.

Volgens Groen!, die als laatste oppositiepartij toch wel wat andere kritiek gaf dan de eerder genoemde oppositiepartijen, is de kaasschaafmethode een relatief gemakkelijke methode omdat er weinig keuzes gemaakt moeten worden door de regering. Dat levert een som van kleine besparingen op die uiteindelijk leiden tot een begrotingsevenwicht. Maar de besparingen zijn voor kleine verenigingen harde noten om te kraken. Heel wat organisaties en projecten komen in gevaar omdat de regering geen keuzes durft te maken.

Als blijkt dat het begrotingsevenwicht dan toch niet gehaald wordt, schrapt de regering dan maar de jobkorting. Deze methode is illustratief voor de manier waarop de regering werkt. Als de regering met een plotse wijziging geconfronteerd wordt, flanst ze volgens Groen! snel een argumentatie in elkaar. Opeens blijkt de jobkorting geen effectief middel te zijn om de werkloosheidsval te bestrijden. Groen! was tegen de oorspronkelijke jobkorting. Het was goed dat ze een jaar geleden selectief gemaakt werd en enkel gold voor de laagste inkomens. De regering zag dat trouwens als het bewijs dat ze stond voor een warm Vlaanderen. Dat wordt nu volgens Groen! allemaal overboord gegooid.

De andere besparingen plegen roofbouw op de toekomst. Groen! begrijpt dat er bespaard moet worden, dat een begrotingsevenwicht belangrijk is, maar niet dat de besparingen zo gebeuren dat ze op korte termijn de uitgaven verminderen, maar op langere termijn geld zullen kosten. Groen! maakt zich tot slot ook zorgen over de schuld in het licht van de vergrijzing.

Tot zover de kritieken van de oppositiepartijen. Nu geef ik de reacties van de meerderheid. CD&V wees op de inconsequenties in sommige oppositiekritieken. Die stelt dat de Vlaamse Regering geen duidelijke besparingskeuzes maakt en haar toevlucht neemt tot de zogenaamde kaasschaafmethode. Nochtans is het schrappen van de jobkorting een duidelijke keuze. De jobkorting blijkt geen effectieve maatregel tegen de werkloosheidsval te zijn: minder dan de helft van de rechthebbenden kreeg immers een korting, van amper 20 euro per jaar. Bovendien kon de regering de bezwaren van Europa tegen de jobkorting niet negeren. Als de jobkorting niet voldoende helpt de werkloosheidsval te bestrijden, is de schrapping een goede zaak.

Verder gaat oppositie zeer licht over de beginpositie van deze regering heen. Bij het aantreden van de regering was er een gat van 2 miljard euro in een begroting van ongeveer 25 miljard euro. De regering moest dus bijna 10 procent besparen. Op twee jaar tijd een begroting in evenwicht bereiken, is een mooie prestatie. In Europa zijn er weinig andere landen of regio’s die voor 2011 een begroting in evenwicht kunnen indienen. De Vlaamse Regering heeft gekozen voor de kaasschaafmethode om de economische groei en de binnenlandse consumptie en investeringen in Vlaanderen te sparen en volop te ondersteunen, en dus niet voor maatregelen die de economische groei zouden afremmen. Sommigen zeggen dat de besparingen niet wezenlijk zijn. Anderen zeggen dan weer dat ze veel mensen pijn doen. Er is weinig coherentie in de kritieken van de oppositie.

Het feit dat de regering een onverwachte tegenvaller van 94 miljoen euro wegwerkt, is een bewijs van ernstig werk en transparantie. De regering staat erop een echte begroting in te dienen. Sommige critici zijn overigens kort van geheugen gebleken: eind 2008 heeft het Vlaams Parlement een begroting voor het begrotingsjaar 2009 goedgekeurd met een positief groeicijfer van 1 procent, terwijl iedereen wist dat dit groeicijfer niet zou worden gehaald. De Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) zegt dat zeker in 2009 de Vlaamse begroting een groeipad heeft aangehouden dat ver uitsteeg boven de structurele groei van de ontvangsten. Dat heeft vandaag en de volgende jaren nog gevolgen voor de betalingen van de Vlaamse overheid.

De sp.a-fractie stelde dat de grootste verdienste van deze begroting is dat ze in evenwicht is. Toen bleek dat er moest worden bijgestuurd, naar aanleiding van de gewijzigde parameters, heeft de regering dat dadelijk gedaan. Dat is niet alleen belangrijk om de schuldopbouw te stoppen, maar ook om Vlaanderen een stevige financiële uitgangspositie te geven als een staatshervorming de financiën van dit land en de regio’s volledig hertekent. Vorig jaar was de kaasschaafmethode de juiste werkwijze. Deze methode is voor dit jaar misschien nog te verdedigen, zo stelt sp.a, maar voor de daaropvolgende begrotingen mag ze niet meer worden toegepast. Sp.a is nooit een groot voorstander geweest van de jobkorting. De partij vond die korting enkel verantwoord voor de laagste inkomens uit arbeid, als ze een bijdrage zou leveren tot het verkleinen van de werkloosheidsval. De jobkorting blijkt een kleinere invloed op de werkloosheidsval te hebben dan eerder gedacht. Volgens sp.a is het verrassend dat Groen! de jobkorting verdedigt, terwijl Groen! er vorig jaar nog tegen fulmineerde omdat de korting geen voordeel opleverde voor de laagste inkomens.

De N-VA vindt dat het de Vlaamse Regering siert dat ze, ook nadat de officiële parameters waren bekendgemaakt en nadat de initiële begroting was opgemaakt, haar werk nog op de valreep heeft aangepast aan belangrijke wijzigingen. Ondertussen heeft onder meer de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) haar verwachtingen over de groei van de Belgische economie bijgesteld. Volgens de organisatie zal de Belgische economie in 2010 groeien met 2,1 procent en in 2011 met 1,8 procent. De OESO is daarmee iets optimistischer dan het Federaal Planbureau, dat rekent op een groei van 1,8 procent in 2010 en 1,7 procent in 2011. Volgens de N-VA zou zonder de wijziging in inkomsten de Vlaamse jobkorting allicht niet op deze wijze zijn afgeschaft. De essentie is echter dat de jobkorting niet beantwoordt aan de doelstellingen. Voor mensen die deeltijds werken, beloont de korting soms zelfs het niet-werken. De N-VA wil de werkloosheidsval aanpakken, maar er zijn te veel indicaties dat de jobkorting daar niet het geschikte middel voor is. Het is beter op zoek te gaan naar andere maatregelen om werken aantrekkelijk en lonend te maken. Voor mensen met een laag verdienpotentieel, zoals laaggeschoolden, speelt de werkloosheidsval sterk. De Vlaamse Regering kiest ervoor om het budget doelmatiger in te zetten voor een compenserende maatregel, zoals een extra investering in de kinderopvang.

Volgens de oppositie moet de Vlaamse Regering ambitieuzer zijn op tal van domeinen. De regering moet investeren in wegen, in onderzoek en ontwikkeling, in innovatie, in scholenbouw, in de zorgsector, in meer plaatsen in kinderopvang en thuiszorg, enzovoort. Alles samen moet de regering op zowat 90 percent van de begrotingsposten ambitieuzer zijn. Tegelijk zegt dezelfde oppositie dat de regering niet alleen een begroting in evenwicht moet nastreven, maar ook reserves moet aanleggen en de schuld afbouwen. Er zijn aldus volgens de N-VA partijen die warm en koud tegelijk blazen. De oppositie maakt volop gebruik van haar voordeel geen keuzes te moeten maken, geen coherent verhaal te moeten presenteren. In de huidige economische context is het onmogelijk de schuld sneller te laten dalen en daarbovenop meer uitgaven te doen en de provisies aan te dikken.

De actuele begrotingsproblemen in een aantal beleidsdomeinen en agentschappen hebben ook te maken met het beleid van de vorige regering, waar ook de N-VA deel van uitmaakte. De zogenaamde impliciete schuld is immers het resultaat van beslissingen en onderbenutting uit het verleden. Ook het Rekenhof stelt vast dat de huidige Vlaamse Regering komaf maakt met die praktijk door extra geld te bestemmen voor betaalkredieten en zo de kloof tussen beleids- en betaalkredieten fors te verminderen. Dat is een goed voorbeeld van de budgettaire orthodoxie waarvoor ook het Rekenhof zijn appreciatie heeft uitgedrukt.

De meeste Vlaamse departementen, agentschappen en beleidsdomeinen krijgen voor het eerst in hun bestaan te maken met een structurele besparingsoperatie. Voorheen was het vooral een kwestie van het verdelen van bijkomende middelen en het bespreken van diverse nieuwe voorstellen. Besparen zonder iemand pijn te doen is onmogelijk.

Sommigen bekritiseren de kaasschaafmethode wegens het bloedige resultaat en het arbitraire karakter. Niemand wil graag besparen, maar blijkbaar vindt de oppositie dat er in 90 percent van de beleidsdomeinen niet mag worden bespaard. De enige realistische en efficiënte besparingsmethode is generieke besparingsprincipes afspreken en die vervolgens door elke minister in zijn of haar beleidsdomein laten toepassen. De ministers kunnen hierbij weloverwogen via interne compensaties en verschuivingen bepaalde posten vrijwaren. Elke minister kan dus accenten leggen in zijn of haar beleidsdomein. Het is dus geen blinde besparing, maar wel degelijk een responsabilisering van de diverse ministers en beleidsdomeinen. Deze werkwijze leidt volgens N-VA daarenboven tot een hogere benutting van de resterende kredieten. Daarom schat de begroting de onderbenutting extra voorzichtig in. De regering heeft rekening gehouden met de terechte zorg die bij de bespreking van de begrotingscontrole 2010 in dit parlement werd geuit over de mogelijk te hoge inschatting van de onderbenutting.

Tot hier de verdediging van de N-VA. Zo kom ik bij de antwoorden van minister Muyters op enkele punctuele vragen. Ik beperk mij tot drie antwoorden die ik met betrekking tot de begroting 2011 belangrijk vind.

De Vlaamse Regering stelt voor het begrotingsjaar 2011 een krediet van 300 miljoen euro ter beschikking voor kapitaalsparticipaties. Er komen hiervoor meerdere projecten in aanmerking, onder meer het Transformatie, Innovatie en Acceleratie Fonds (TINA-fonds). Er zal pas tot een finale bestemming worden overgegaan als de operatie voldoende concreet is en als de classificatie van de investering als ESR-8-operatie verzekerd is. Daarvoor dient de regering telkenmale na te gaan of een investering voldoende rendement en/of rente oplevert. De controle op dat criterium zal worden nagetrokken en bijgevolg verzekerd zijn bij het definitieve besluit van de Vlaamse Regering.

Minster Muyters verzekert dat alle betaalkredieten worden gehonoreerd. Eventuele problemen zullen bij de budgetcontrole 2011 worden opgelost. In het overzicht van de bijkomende uitgaven blijkt dat de instellingen met betaalproblemen, zoals het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT), het Hermesfonds en het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (AGIOn), al bijkomende middelen krijgen. Als die middelen niet volstaan, worden ze bijgepast in de budgetcontrole 2011, aldus minister Muyters.

Op basis van een belangrijk staal van rechthebbenden is nagegaan wat de gemiddelde jobkorting per maand is. Het gemiddelde bedraagt 4,8 euro; het maximum is 10,4 euro. Dat maximum haalt slechts een klein aantal mensen. Het doel van de jobkorting is het activeren van werkzoekenden. De bedragen bewijzen dat andere maatregelen dat op een efficiëntere manier zullen doen.

Een van de maatregelen is de inkomensgerelateerde kinderopvang. In 2012 zullen er bijkomende maatregelen met een activerend karakter genomen worden. Minister Muyters neemt de tijd om samen met de sociale partners te onderzoeken welke maatregelen aangewezen zijn. Hij is er zeker van dat andere maatregelen efficiënter zijn dan de jobkorting. Kinderopvang gericht op activering maakt deel uit van de plannen.

De jobkorting wordt nu geschrapt omdat studies uitwijzen dat ze niet effectief is maar ook omdat er minder inkomsten waren. Het is de beleidskeuze die nog niet nodig was bij de initiële begrotingsopmaak om een begroting in evenwicht te hebben. Deze regering vond dat de kaasschaafmethode niet meer volstond om de bijkomende 94 miljoen euro te vinden. Samen met de budgettaire meevaller van de gewestbelastingen, zorgt dat, ondanks de Breitsohlverrekening, voor een begroting in evenwicht. De keuze werd geschraagd door de vaststelling dat de jobkorting geen activerend effect had.

De belangrijkste delen uit het programmadecreet die met de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën en Begroting verbonden waren, hadden betrekking op de belasting op spelen en weddenschappen enerzijds en de overname van de dienst van de verkeersbelastingen anderzijds. Begin 2010 heeft de federale wetgever de Kansspelwet van 7 mei 1999 ingrijpend gewijzigd, mede om deze aan te passen aan de technische evolutie. Weddenschappen, mediaspelen en kansspelen via de informatiemaatschappij-instrumenten worden uit hun bestaande vacuüm gehaald. Ze krijgen een eigen vergunning. Het gaat om onder meer onlinepoker, kansspelen via internet, en belspelletjes.

Het Vlaamse Gewest is niet bevoegd voor de kansspelen zelf, maar heeft sinds 1 januari 1989 wel de exclusieve bevoegdheid over de aanslagvoet, de heffingsgrondslag en de vrijstelling van belasting op spelen en weddenschappen. Artikel 27 van het ontwerp van programmadecreet voert een tarief in van 11 procent op de brutomarge die voor de spelen en weddenschappen via de informatiemaatschappij-instrumenten wordt ingevoerd. De brutomarge is de som van de ingelegde gelden of omzet min de uitbetaalde winsten. Vlaanderen komt daarmee op één lijn met wat al sinds 22 juli 2010 van toepassing is in het Waalse Gewest.

Aandacht werd ook besteed aan de eigen inning en invorderingsbevoegdheid van het Vlaamse Gewest voor de verkeersbelastingen vanaf 1 januari 2011, nu heel binnenkort. In het programmadecreet zijn een aantal technische bepalingen opgenomen om de procedures in deze en andere Vlaamse gewestbelastingen uniformer en coherenter te maken. Minister Muyters kondigde aan verder werk te zullen maken van het uniformiseren en van de vergroening van deze verkeersfiscaliteit. Het belangrijkste item, namelijk de afschaffing van de jobkorting, gebeurde door een amendement van de Vlaamse Regering.

Tot slot geef ik nog een toemaatje voor de liefhebbers. Op mijn vraag werd een bijlage aangehecht aan het verslag van de begrotingsbesprekingen in de commissie Financiën en Begroting over de toelichting gegeven binnen het Departement Financiën en Begroting over gender budgeting. U kunt dat nagaan in de verslagen van de bespreking van de begroting in de commissie. Dat was heel boeiend en interessant.

Ik wens iedereen een boeiende bespreking. (Applaus)

De voorzitter

Mevrouw Smaers, dank u wel. U hebt bewezen dat u een waardige opvolgster bent van de heer Matthijs.

Zijn er verslaggevers die het woord willen nemen in verband met het programmadecreet? (Neen)

Dan gaan we over tot de standpunten van de fractievoorzitters.

De heer Caluwé heeft het woord.

Ludwig Caluwé

Voorzitter, leden van de regering, waarde collega’s, laat me beginnen met me aan te sluiten bij de lof van de voorzitter ten aanzien van onze verslaggeefster, mevrouw Smaers, die met haar uitstekend verslag heeft aangegeven dat we in dit parlement al heel wat werk hebben verricht over deze begroting. Ze heeft ook aangegeven dat de begroting voor het jaar 2011 nog altijd de gevolgen van de crisis ademt. Laat ons hopen dat het de laatste is.

Immers, na de financiële crisis waren 2008, 2009 en de aanvang van 2010 een economische rampperiode. Zoals verwacht, hebben we dat gemerkt in onze ontvangsten. Waar in de oorspronkelijke begroting voor het jaar 2009, hier goedgekeurd, nog een stijging werd verwacht van 1,2 miljard van inkomsten tegenover 2008, kwamen we finaal voor 2009 uit op een half miljard minder inkomsten dan in 2008, dus 1,7 miljard minder inkomsten.

Ook in 2010 ligt de stijging van de ontvangsten lager dan in een normaal jaar te verwachten valt. Hierdoor zitten de ontvangsten in 2010 ongeveer op het nominale niveau van de ontvangsten in 2008.

Indien we geen maatregel zouden hebben genomen, zouden de uitgaven ten gevolge van de inflatie en als resultante van beslissingen uit het verleden in de loop van die twee jaar natuurlijk wel hun normaal groeiritme hebben behouden. Dit betekent dat we zonder die maatregelen nu met een tekort van ongeveer 2 miljard euro of 10 percent van onze begroting zouden zitten.

Op zich zou dit tekort niet bijzonder zijn. Ten gevolge van de crisis bevindt elke staat en elke deelstaat in Europa zich in een dergelijke situatie. Wat bijzonder is, is dat deze meerderheid bij de start van de legislatuur heeft besloten dit tekort niet op lange termijn maar meteen, in een periode van twee jaar, weg te werken. Dit brengt onze uitgaven opnieuw in overeenstemming met onze inkomsten.

Zoals ik al eerder heb verklaard, zijn we daarmee, op Beieren na, uniek in Europa. Ik wil dit blijven herhalen. Tijdens de bespreking van de Septemberverklaring heb ik cijfers uit de ontwerpbegrotingen van een aantal buurlanden gegeven. Nu kan ik cijfers geven die in de verschillende parlementen ter stemming voorliggen of al zijn goedgekeurd.

Uit die cijfers blijkt dat Nederland in 2011 een tekort van 4,1 percent van het bnp verwacht. In Frankrijk gaat het om 6 percent. Het Britse tekort zal nog 10 percent bedragen. In Duitsland, het land waarvan wordt gezegd dat het de crisis het best heeft doorstaan, dient de federale regering een begroting in met een tekort van 48 miljard euro op 305 miljard euro aan uitgaven. Als we naar de Duitse deelstaten kijken, vinden we grote tekorten, die 5 tot 10 percent of zelfs meer van het budget bedragen. In totaal bedragen de tekorten van de Duitse deelstaten voor 2011 22 miljard euro. Dat is slechts 1 miljard euro minder dan in 2010. De Duitse deelstaten brengen hun totaal tekort dit jaar terug van 23 miljard euro tot 22 miljard euro. De enige uitzondering hierop en de enige deelstaat die ons volgt, is Beieren.

Er valt te discussiëren over de vraag of het zo belangrijk is dit evenwicht zo snel te bereiken. Ik zal proberen duidelijk te maken dat Vlaanderen geen keuze heeft. De eerste reden is natuurlijk dat we in een Belgische context leven. We hebben een torenhoge staatsschuld. Bijkomende schulden vormen geen optie. Elke bijkomende schuld betekent dat we elk jaar veel intresten moeten betalen voor zaken die op dat ogenblik geen nut hebben.

Een snelle sanering heeft natuurlijk ook nadelen. Om op korte termijn een dergelijk bedrag weg te snijden, kunnen we niet anders dan lineaire maatregelen nemen. Die maatregelen komen soms bot over. Het is wellicht oordeelkundiger de overheidsuitgaven op termijn met goed uitgekiende structuurhervormingen te verlagen, maar dat levert geen onmiddellijk rendement op. We hebben bijgevolg geen andere keuze dan de kaasschaaf te hanteren en voor de loonkredieten, de apparaatkredieten en de facultatieve en structurele subsidies verschillende, maar relatief beperkte besparingspercentages te gebruiken.

Het voordeel van deze aanpak is dat de besparingen breed worden gespreid. Het nadeel is dat er soms ongewilde problemen ontstaan. Er zit immers niet overal even veel vet. De Vlaamse Regering heeft reeds verklaard dat de kaasschaaf na twee jaar haar grenzen heeft bereikt.

Wat we in Vlaanderen doen, is klein bier vergeleken met sommige besparingen in het buitenland. In Groot-Brittannië worden de inschrijvingsgelden voor studenten verdrievoudigd tot bedragen van 10.000 euro. Mijn generatie heeft ooit nog tegen ‘de tienduizend’ betoogd. Het ging toen echter om Belgische franken en niet om euro’s. De voorbije dertig jaar is dit bedrag hoogstens ten gevolge van de inflatie gestegen. Niemand hier denkt eraan nog iets aan het inschrijvingsgeld toe te voegen.

Er worden trouwens uitdrukkelijk bepaalde sectoren ontzien. Er komen extra middelen voor de gehandicaptensector, de besparing op subsidies heeft geen betrekking op kinderopvang, jeugdwelzijn, thuiszorg, sociale werkplaatsen en huursubsidies.

Er is kritiek. Sommige begrijp ik. Maar mag ik toch ook even wijzen op de studie die vandaag verscheen in Het Laatste Nieuws? Daarin zeggen vierduizend expats dat België de beste plek is om uw kinderen te laten opgroeien.

Collega’s, deze regering wil er geen dubbelzinnigheid over laten bestaan, ze wil in 2011 een begroting in evenwicht afleveren. Ze heeft er terecht voor gekozen om meteen rekening te houden met de gewijzigde parameters voor de inkomsten en nog tijdens de parlementaire begrotingswerkzaamheden de geraamde inkomsten en uitgaven met een amendement gewijzigd. Strikt genomen had de regering dit niet moeten doen. Ze had kunnen wachten tot de begrotingscontrole. Het valt niet uit te sluiten dat we de inkomsten tegen dan een aardig stuk hoger mogen ramen. We zien inderdaad dat de groei opnieuw aantrekt. Als we in de spiegel kijken, zien we geen zieke man.

Volgens het IMF-team dat ons recent bezocht, presteert België in 2010 economisch beter dan voorzien. Zo zal de groei 2 procent bedragen, wat hoger is dan het gemiddelde van de eurozone. Die groei komt er dankzij een sterke toename van de export en de voorraadopbouw. Ook de externe handelsbalans is verbeterd. Het IMF stelt vast dat de werkgelegenheid opnieuw begint toe te nemen en de werkloosheid onder het Europees gemiddelde bleef. Verder merkt het IMF op dat onze economische fundamenten goed zijn. Het wijst daarbij op de hoge spaarquote en de sterke externe positie. Het IMF bevestigt dat België zijn overheidsdeficit heeft afgebouwd van 6 procent van het BBP in 2009 tot 4,8 procent in 2010, en merkt op dat de overheidsschuld veel minder groeide dan eerst verwacht. Voor 2011 zal het tekort bij ongewijzigd beleid naar min 4,7 procent evolueren bij een economische groei van 1,7 procent.

Volgens een gisteren verschenen studie van Ernst & Young zal de groei echter ook in 2011 voor België meer dan 2 procent bedragen. Ernst & Young ziet in de eurozone enkel Duitsland, Oostenrijk, Finland en België dat cijfer halen. We kunnen twisten over de vraag of dit allemaal dankzij het beleid is. Maar als men kritiek geeft als het verkeerd gaat, mag men ook eens een pluimpje geven als er goede resultaten zijn.

België en Vlaanderen hebben de crisis aangepakt door eerst maatregelen te treffen om het financieel systeem in stand te houden. Zo heeft Vlaanderen mee gezorgd voor de redding van KBC, Dexia en Ethias, ook al betekende dit het aangaan van schulden. Daarmee hebben wij, net zoals de federale overheid en vele andere overheden in de wereld, gedaan wat moest. Dit snel en gepast ingrijpen heeft ervoor gezorgd dat we de crisis van de jaren 30 niet hebben overgedaan. Vervolgens werden maatregelen getroffen om ons economisch weefsel overeind te houden en zoveel mogelijk jobs te redden. Dat gebeurde onder de vorm van betere waarborgregelingen, overbruggingskredieten en dergelijke. De federale overheid heeft de tijdelijke werkloosheid voor arbeiders, een systeem dat het buitenland ons benijdt, uitgebreid naar bedienden. Het zorgt ervoor dat de bedrijven hun werknemers in dienst gehouden hebben en dat ze nu de groei opnieuw aantrekt, geen nieuwe mensen moeten zoeken, maar onmiddellijk met ervaren krachten kunnen voortgaan. Niet alles wat gebeurt in de economie, is een gevolg van wat de overheid doet, maar in dit geval heeft het toch geholpen.

Door niet extreem te handelen, zowel qua stimuleren, als qua besparen, werd er niets gebruuskeerd en werd de trein van het herstel niet gemist. Alles kan beter, maar rustige vastheid heeft zijn waarde bewezen. Natuurlijk, alles heeft zijn voor- en nadelen. Sommigen menen dat als er geen schokken zijn, er geen gevaren zijn. De sense of urgency lijkt dan velen te ontsnappen. Ook al valt de economische situatie beter mee dan velen tot voor kort dachten, de uitdagingen blijven groot.

“Rijke landen moeten zeker nog twee jaar puin ruimen”, dat was de krantenkop toen de OESO begin november haar economische vooruitzichten presenteerde. Wie zijn we om daaraan te twijfelen? Dat is ook wat het IMF zegt. België mag dan op het pad van het herstel zitten, er dreigen toch gevaren. De onzekerheid op de financiële markten zou zich om psychologische eerder dan om reële redenen tegen België kunnen keren vanwege de hoge schuldenlast en de politiek onzekere situatie op federaal vlak. Dat dreigt dan ook op Vlaanderen af te stralen. Zo moeten we toch het bericht begrijpen met betrekking tot de rating van Standard & Poor’s.

De beste manier om daarop te antwoorden is volgens het IMF de begrotingsdoelstellingen verhogen en al onder 4 procent te gaan in 2011 en 3 procent voor 2012 voorop te stellen, zodat niemand eraan twijfelt dat het evenwicht voor alle Belgische overheden in 2015 ook een realistisch doel is. Wij hier in Vlaanderen geven daar alvast het juiste signaal voor. We gaan niet voor dat evenwicht in 2015, maar we gaan naar een evenwicht in 2011. Dat is dan ook de tweede reden waarom het absoluut belangrijk dat we in Vlaanderen dat evenwicht bereiken en zo vermijden dat die speculatie tegenover België zou ontstaan.

En laat ons realistisch blijven. Ook nadien zullen we het sober moeten houden. Er is geen geld te veel. Die tegeltjeswijsheid, die men in Nederland op tegeltjes in Delfts blauw kan terugvinden, zou op alle nieuwjaarskaarten moeten staan. De middelen van de overheid zijn altijd schaars en dat is nu zeker zo, ook voor de Vlaamse overheid. Het manna van de ontvangsten uit gewestbelastingen zal ons geen tweede keer – zoals bij de immobiliënboom in 2005-2008 – uit de nood helpen. Iedereen zal met zuinigheid moeten leren leven, op alle domeinen. We hebben in de voorbije legislatuur op tal van terreinen een uitbreidingsbeleid gevoerd. Er is opnieuw een impliciete schuld opgebouwd. We hebben ook belangrijke doelstellingen in het regeerakkoord ingebouwd. Om daar allemaal te kunnen aan werken in de komende drie jaar is het belangrijk dat we het komende jaar kunnen vertrekken van een begroting in evenwicht.

We hebben de voorbije jaren een ernstige crisis meegemaakt op wereldvlak, maar niets sluit uit dat dergelijke crisissen in de toekomst sneller zullen voorkomen dan in het verleden het geval was. We maken metereologisch een klimaatsverandering mee, dus wellicht maken we die ook economisch mee. De globalisering leidt ertoe dat we van veel meer afhankelijk zijn. Het is niet vergezocht om te zeggen dat de natuurlijke klimaatsverandering effecten heeft op de economische klimaatsverandering en dat de transities die de economie op wereldvlak moet doorstaan, haalbaar zijn, maar dat ze wel gepaard zullen gaan met een groot aantal crisissen.

Ik wil trouwens even terzijde opmerken dat Vlaanderen van het Europese voorzitterschap gebruikgemaakt heeft om Europa en de wereld op het juiste klimaatpad te houden en verder te brengen. Tot in het Europees Parlement was men niet anders dan lovend voor de wijze waarop minister Schauvliege in tandem met eurocommissaris voor Milieu Janez Potocnik, de Europese delegatie leidde op de conferentie over biodiversiteit in Nagoya. Hetzelfde werd gezegd over de aanpak samen met eurocommissaris voor Klimaat Connie Heddegaard in Cancun. En dan zwijg ik nog over het feit dat Vlaanderen het duurzaam materiaalbeheer, dat heel belangrijk is in de transitie van de economie, op de Europese kaart gezet heeft.

Een laatste reden waarom het belangrijk is dat we nu een begroting in evenwicht hebben, is dat we klaar moeten zijn voor de staatshervorming die er hoe dan ook moet komen. Die staatshervorming kan inhouden dat er bijkomende bevoegdheidsoverdrachten zullen zijn, die niet helemaal worden gevolgd door een overeenkomstig aantal middelen. Die staatshervorming kan ook inhouden – en als men wijs is, doet men dat – dat de uitdagingen op het vlak van de vergrijzing niet alleen gelegd worden bij de federale overheid, maar dat die gespreid worden over de federale overheid en de deelstaten, en dat de bevoegdheden met betrekking tot de vergrijzing - waarvan we weten dat de uitgaven in de komende jaren sneller zullen stijgen dan de andere uitgaven - ook aan de deelstaten worden toevertrouwd. Maar dan moeten we daar natuurlijk klaar voor zijn. Dat is ook een bijkomende reden om ervoor te zorgen dat we dit jaar een begroting in evenwicht indienen.

Collega’s, ik behoor tot de generatie die in zijn jeugd politici hoorde zeggen dat het overheidstekort er vanzelf was gekomen en dus vanzelf wel zou weggaan. Met schade en schande hebben we moeten vaststellen dat dit niet het geval was. Dat heeft geleid tot dertig jaar saneren. Het heeft gezorgd voor een overheid die meer uitgeeft aan intrestlasten dan aan onderwijs.

Het is onze plicht om dit de volgende generatie te besparen. Dat zorgt voor moeilijke en bekritiseerbare maatregelen, maar er is geen andere weg. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Mevrouw Dillen heeft het woord.

Marijke Dillen

Voorzitter, ministers, collega's, ik dank in de eerste plaats de verslaggever. Verslaggeving van begrotingsbesprekingen boeiend en correct brengen, is geen gemakkelijke opdracht. Mevrouw Smaers is hierin geslaagd.

"10 jaar Vlaamse belastingpolitiek: geen voorbeeld van goed bestuur. (...) De Vlaamse kortingen werden in 2001 en 2009 telkens voor 1 jaar toegepast en dan weer afgeschaft. Ook voor de volgende jaren moet men zich weinig illusies maken. De betalingsnoden in sectoren als welzijn (de wachtlijsten), scholenbouw, wetenschappelijk onderzoek, waterbeleid, onderhoud wegen, sociale huisvesting, enz. zijn enorm. De alternatieve financiering en PPS-constructies om de Antwerpse mobiliteitsplannen te financieren (3,2 miljard euro) en de scholenbouw (1,5 miljard euro) zijn gebouwd op een bijzonder wankele financiële basis en zullen de Vlaamse begroting in de toekomst zwaar belasten. (…) De nulschuld van eind 2008 hield maar enkele weken stand... Daarenboven kampt de Vlaamse begroting met een belangrijke impliciete schuld van 8,6 miljard euro.

In 2008 en 2009 is er forse toename geweest van de impliciete schuld van 1,2 miljard of 15 % door een te expansief begrotingsbeleid. Het gaat hier om een structureel probleem dat de Vlaamse begroting een groeipad heeft van haar primaire uitgaven dat ver uitstijgt boven de structurele groei van de ontvangsten. (...) De Vlaamse Regering is dezer dagen niet goed bezig. (...) Ze deed behoorlijk werk met de besparingsoperaties (in 2011 opnieuw 376 miljoen euro met de zgn. kaasschaafmethode) maar elke dag duiken berichten op van betalingsnoden in o.m. kinderopvang, IWT, AGION, socio- culturele sector.

In het Vlaams Parlement moet de Vlaamse Regering zich bijna wekelijks verantwoorden voor uitschuivers van haar ministers en ze heeft duidelijk niet de middelen om een aantal beloftes na te komen. Het valt bovendien met de dag meer op dat ze geen duidelijk project heeft.

Vlaanderen in Actie (VIA) mist visibiliteit en werkt te versnipperd over tientallen projecten en is niet erg mobiliserend. De Vlaamse regering heeft nog 3,5 jaar voor zich maar is duidelijk op zoek naar haar ‘tweede adem’ of beter ‘eerste adem’.”

Voorzitter, collega's, ik ken alvast één lid van de meerderheid die met dit lange citaat akkoord gaat. Het is de begrotingskritiek van niemand minder dan de eminente voorzitter van de commissie Financiën en Begroting, onze sympathieke collega Eric Van Rompuy.

Collega's, de voorzitter van de commissie Financiën en Begroting besluit zijn tekst met een uitsmijter die kan tellen. In vijfentwintig jaar lidmaatschap van de commissie Financiën en Begroting heeft hij het nog nooit meegemaakt dat een in het parlement ingediende begroting in de daaropvolgende weken nog ingrijpend door de regering werd gewijzigd nog vóór erover werd gestemd en zonder enig overleg tussen de meerderheidsfracties.

Voorzitter, collega's, de vraag is of met een dergelijke opstelling binnen de meerderheid van dit parlement er nog wel oppositie nodig is. De analyse van de heer Van Rompuy is hoe dan ook pijnlijk correct. Deze begroting is kunst- en vliegwerk van de ergste soort.

Een van de absolute dieptepunten was de vaudeville over het al dan niet bereiken van het evenwicht in de begroting 2011. Eind september deelde u ons mee dat de Vlaamse Regering haar doelstelling om in 2011 een begroting in evenwicht te bereiken, zou behalen en dit vooral door een sterke stijging van de ontvangsten met 1,5 miljard euro ten opzichte van 2010 vanwege de aantrekkende economie maar ook doordat het uitgestippelde besparingsplan op kruissnelheid is gekomen. U deelde toen ook mee dat volgend jaar in totaal voor 376,6 miljoen euro besparingen zouden worden doorgevoerd. Er zou in 2011 zelfs 95 miljoen euro ter beschikking zijn voor nieuw beleid, waarvan ongeveer de helft naar de welzijnssector gaat, onder meer naar bijkomende plaatsen voor personen met een handicap.

Verder sprong vooral de belofte van de Vlaamse kindpremie of de Vlaamse kinderbijslag in het oog, goed voor 7 miljoen euro in 2011. Maar deze begroting was nog niet ingediend of plotseling kwam minister Muyters met het bericht dat Vlaanderen 94 miljoen euro minder dotaties dan verwacht van de Federale Regering krijgt. Er werd dan maar vlug beslist om, na het schrappen vorig jaar van de algemene jobkorting, de beperkt toegepaste jobkorting definitief naar de geschiedenisboeken te verwijzen.

Hierbij kwam ook nog eens het nieuws dat de inkomsten uit de gewestbelastingen beter meevallen dan verwacht waardoor – eind goed, alles goed zou men zeggen – de Vlaamse begroting voor 2011 dan toch in evenwicht zal zijn zonder dat er een extra besparingsronde moet komen en dit ondanks de nieuwe btw-regels voor sleutel-op-de-deurwoningen in plaats van de Vlaamse registratierechten, die de Vlaamse schatkist uiteraard ook middelen kosten.

Ondanks het begrotingsmatig bereiken van een evenwicht in 2011 hebben veel politieke watchers en heel wat Vlamingen minstens de indruk dat deze Vlaamse Regering niet goed bezig is. Onze fractie heeft zich vorig jaar akkoord verklaard met het uitgestippelde begrotingstraject. We konden ons vinden in een aantal besparingen maar de vraag is of de lineaire besparingen, de zogenaamde kaasschaafmethode die men heeft toegepast en nog zal toepassen, de juiste methode is. Bovendien werd het beoogde 500 miljoen euro tekort in de begroting 2010 ook slechts bereikt via een aantal eenmalige maatregelen, indexmeevallers en een belastingverhoging via het afschaffen van de algemene jobkorting.

De besparingen zijn doorgevoerd zonder een algemene visie. Ze zijn niet echt structureel. Deze regering heeft het zeer moeilijk met het nemen van beslissingen. Als ze dan beslissingen neemt, is het vaak improviseren geblazen, zoals het definitief afschaffen van de eerst zo geroemde jobkorting.

Een editorialist heeft het in De Morgen goed omschreven: “Uit de praktijk blijkt dat de kaasschaaf van de Vlaamse Regering meer werkt als een mandoline, een razend gevaarlijke snijmachine met een scherpe mesrand waaraan al menig vingertopje is verloren gegaan. Het grote nadeel van de kaasschaaf of toch van de manier waarop deze regering ze hanteert is dat ze blind snijdt. Dat geldt ook voor beleidsdomeinen waarin investeringen in de toekomst zo niet rendabel, dan toch noodzakelijk zullen blijken te zijn. Dat is het geval voor de aanleg van overstromingsgebieden, maar bijvoorbeeld ook voor innovatie.”

Er is vandaag opnieuw de terechte kritiek van de universiteiten, die waarschuwen dat veel onderzoekers hun heil in het buitenland zullen zoeken, waardoor Vlaanderen opnieuw veel expertise zal kwijtraken. Ik wil ook wijzen op de kritiek van het Rekenhof. In zijn begrotingsadvies merkt het Rekenhof op dat de kredieten voor onderzoek en ontwikkeling dalen. Hoe zal deze regering tegen 2014 daarvoor 1 percent van het bruto binnenlands product vrijmaken?

Over de kaasschaaf wordt niet altijd duidelijk gecommuniceerd. Fondsen worden afgesloten, potjes geleegd, waarna de bevoegde minister, na terecht protest van de betrokken maatschappelijke actoren, het telkens in dit parlement mag komen uitleggen. Het is een soort ‘stop and go’-beleid. De voorbeelden zijn legio: de subsidiëring van de zelfstandigen in de kinderopvangsector, de facturen voor de scholenbouw, de afbouw van de subsidies voor zonnepanelen enzovoort.

Collega’s, het gaat onze fractie niet altijd om de inhoudelijke appreciatie van deze beslissingen, maar wel om de manier waarop ze tot stand komen en vooral waarop erover wordt gecommuniceerd. Het is duidelijk dat deze regering er maar niet in slaagt een aantal heel belangrijke maatschappelijke noden structureel aan te pakken. De wachtlijst voor opvang voor gehandicapten bijvoorbeeld is het voorbije jaar andermaal fors aangegroeid. Eind juni telde die 21.304 mensen. Dat is een stijging met 12 procent in één jaar tijd. Het aantal dringende zorgvragen steeg zelfs met bijna 25 percent en verdubbelde in vijf jaar tijd. Voor de persoonlijkeassistentiebudgetten steeg de wachtlijst het afgelopen jaar van 4.802 naar 5.470, een toename van 14 procent.

De begroting 2011 van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) blijft ver verwijderd van de meerjarenanalyse. Die analyse maakte duidelijk dat het budget van het VAPH sowieso, zonder uitbreidingsmiddelen, zou moeten stijgen. Die stijging zou moeten neerkomen op 33 miljoen euro per jaar, zo luidde de analyse. Maar in de begroting 2011 van het VAPH – en ik put hierbij uit het verslag van het Rekenhof – stellen we vast dat de middelen slechts stijgen met 22 miljoen euro, het uitbreidingsbeleid inbegrepen.

Ook op andere vlakken van het welzijnsbeleid stelt het Rekenhof dat het door de vorige regering vooropgestelde groeipad niet meer wordt gerespecteerd. Ik verwijs bijvoorbeeld naar het urencontingent van de diensten voor gezinszorg – de thuiszorg, dus. Deze besparing is meer dan alleen maar het niet toekennen van een index op de werkingskosten. En dan zwijg ik nog over het absolute gebrek aan een echt gezinsbeleid. Het is gemakkelijk, collega’s van CD&V, om gisteren in de media luid te verklaren dat de Vlaamse Regering ook in tijden van besparingen moet investeren in gezinnen. Terecht, want gezinnen zijn inderdaad de economische motor van onze samenleving. Maar voeg dan ook de daad bij het woord! U hebt de minister voor Gezin in handen, maar deze Vlaamse Regering steunt onze gezinnen niet.

Collega’s, het begrotingsevenwicht is zeer wankel. Mijn collega Erik Tack zal daar dieper op ingaan tijdens zijn betoog. In ieder geval is het begrotingssaldo voor volgend jaar nog steeds negatief en is er van schuldafbouw geen sprake. Er zijn ook nog een aantal belangrijke onzekerheden. Hoe zal het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) de deelnemingen in de begrotingen 2010 en 2011 beoordelen? Stel dat er een herkwalificatie naar echte uitgaven gebeurt, dan zal het saldo slechter worden. Bovendien liet het kredietratingagentschap Standard & Poor’s vorige week weten een ratingverlaging voor Vlaanderen te overwegen. Als de Belgische ratingvooruitzichten worden verlaagd, worden de Vlaamse prognoses automatisch herzien. Men mag ook niet vergeten dat men bij de regeringsonderhandelingen in de zomer van vorig jaar van andere economische parameters is uitgegaan dan de huidige. De groeivooruitzichten zijn ondertussen meermaals opwaarts bijgestuurd.

Minister, onze fractie heeft zich vorig jaar initieel akkoord verklaard met uw begrotingstraject, omdat men heeft gesteld dat men de volgende jaren niet zal streven naar extra overschotten om de globale Belgische begroting te redden. U hebt de voorbije jaren terecht vastgesteld dat de andere regio’s en de federale regering hiervoor op zijn zachtst uitgedrukt veel meer hun tijd nemen en voor 2015 zelfs geen begrotingsevenwicht beogen. Nochtans zijn er de voorbije maanden, en dan vooral van aftredend federaal minister van Begroting Vanhengel, verschillende provocaties geweest om Vlaanderen aan te sporen tot meer besparingsijver. Herinner u nog dat minister Vanhengel in mei meer controle op de Vlaamse begroting wilde. Op het Overlegcomité heeft de federale regering aan Vlaanderen zelfs formeel gevraagd om eventuele overschotten niet uit te geven indien de economische groei inderdaad groter zou uitvallen dan verwacht. Ondertussen weten we uit de prognoses en cijfers van de Nationale Bank dat dit inderdaad het geval is.

De minister-president heeft toen, gezien de besparingsijver van Vlaanderen, terecht de boot afgehouden. Toch heeft ontslagnemend vicepremier Vanhengel vorige week nog eens gesteld dat de federale begroting in staat moet zijn om het overheidstekort te laten dalen tot 3 procent in 2012 en hierbij een gelijkaardige inspanning te vragen aan de deelstaten.

Tegelijkertijd heeft premier Leterme in het weekend verklaard dat er volgend jaar extra kan worden bezuinigd en dat hij daarover contacten heeft gehad met minister-president Peeters. Het zou de bedoeling zijn om 0,3 tot 0,4 procent van het bruto binnenlands product extra te bezuinigen, met andere woorden 1 tot 1,5 miljard euro. Ik had graag vernomen of er hier vanwege de Vlaamse Regering al toezeggingen zijn gebeurd.

Het is ook pijnlijk duidelijk dat deze Vlaamse Regering budgettair niet voorbereid is op een staatshervorming. De minister-president heeft zich enkele weken geleden terecht zorgen gemaakt over de nota-Vande Lanotte. Hij heeft toen gesteld dat Vlaanderen niet om het even welke bevoegdheidsoverdracht mag aanvaarden en dat de budgettaire gevolgen voor Vlaanderen goed in kaart moeten worden gebracht. Bevoegdheidsoverdrachten zonder een afdoende fiscale autonomie zodat Vlaanderen over genoeg ruimte beschikt om zelf verantwoordelijkheid te dragen, beantwoorden niet aan de Octopusnota.

Mocht ik de Vlaamse Regering zijn, ik zou mij nog meer zorgen maken. De gesprekken rond de Financieringswet hebben geresulteerd in een ‘zespuntenplan’. Men heeft blijkbaar het ei van Columbus gevonden. De eerst zo geroemde werkmethode van Vande Lanotte draaide de voorbije weken enkel en alleen nog maar uit op een discussie over een techniek om belastingen op te halen en te verdelen over de overheidsentiteiten. Wie dacht dat de koninklijk bemiddelaar zou streven naar volwaardige responsabilisering en hefbomen, gelooft in sprookjes. Het ‘zespuntenplan’ blijft immers uitgaan van het Belgisch kader. Zo mogen de supplementaire ontvangsten uit de personenbelasting, boven op de economische groei, niet vrij worden aangewend door de entiteiten maar moeten ze worden aangewend voor schuldafbouw. Vanaf 2016 moeten de deelstaten een bijdrage voor de pensioenen van hun statutaire ambtenaren betalen maar ze krijgen wel maar de helft van de supplementaire ontvangsten als gevolg van de progressiviteit van ons fiscaal systeem. De deelstaten mogen wel autonoom hun belastingtarieven vastleggen en kortingen en kredieten toekennen maar enkel binnen een bepaalde bandbreedte. Dit is voor ons absoluut onaanvaardbaar.

Merkwaardig genoeg heeft niemand het nog over de omvang van de fiscale autonomie. Voka-voorzitter De Bruyckere was recent zeer duidelijk: “Wat nu voorligt, lijkt geen stap vooruit in de responsabilisering en houdt de fiscale beleidsruimte van de gewesten beperkt. (...) Wanneer de deelstaten blijvend fiscale opbrengsten ontnomen worden om de federale overheid bijkomend te financieren, is het zeer de vraag of de federale overheid zelf wel geresponsabiliseerd wordt.”

Ondertussen spreekt niemand meer over de splitsing van onderdelen van de sociale zekerheid, de vennootschapsbelasting of de volledige personenbelasting. De resoluties die in maart 1999 door dit parlement werden goedgekeurd, zijn blijkbaar al lang vergeten en enkel nog goed om in verkiezingsprogramma’s te worden afgedrukt.

Er wordt nu al maanden gediscussieerd over de hervorming van de Financieringswet, maar die regelt uiteindelijk slechts een fractie van de geldstromen naar de regio’s. Professoren van het aan de K.U.Leuven verbonden studiecentrum Vives hebben nog eens duidelijk gemaakt dat er inzake transfers jaarlijks 5,7 miljard euro vanuit Vlaanderen naar Wallonië vloeit. Hiervan is maar 1 miljard euro een transfer vanuit de Bijzondere Financieringswet. Maar over de andere interregionale geldstromen die het gevolg zijn van de federale begroting en vooral de grote sommen die via de sociale zekerheid worden overgedragen, daar wordt door niemand met een woord meer over gerept.

De grootste transfers situeren zich bij de sociale zekerheid, maar uit berekeningen blijkt dat ook inzake ambtenarensalarissen er een transfer is vanuit Vlaanderen naar het Waalse Gewest. Vlaanderen betaalt massaal mee voor de Waalse werkloosheidsuitkeringen. Elke Vlaming is jaarlijks voor 920 euro solidair met de Walen.

Inderdaad, zoals collega De Wever terecht stelt: “Geld mag toch geen infuus zijn, zoals drugs dat voor een junkie zijn.” Maar deze uitspraak mag zich niet beperken tot stoerdoenerij in Der Spiegel. Uit de realiteit van de lopende onderhandelingen blijkt dat de Vlaamse onderhandelaars zich al lang neergelegd hebben bij de betonnering van de sociale zekerheid op federaal niveau en dus bij het blijven doorsluizen van geld naar Wallonië.

Collega’s van de N-VA, u werd door de kiezer gemandateerd met een opdracht om meer Vlaams zelfbestuur te realiseren. Vandaag, meer dan zes maanden later, is hiervan nog steeds niets gerealiseerd. Terecht noemde de heer De Wever vorige week de staatshervorming nog een langzame staatsontbinding en omschreef hij België als de zieke man van Europa. België functioneert niet, België is een mislukt land.

Maar zoals hoofdredacteur Rik Van Cauwelaert het in Knack terecht heeft omschreven: op deze wijze speelt de N-VA “het aloude Belgische dupespel mee”. Van Cauwelaert citeerde ook wijlen Frans Verleyen, die al in de jaren 90 schreef: “Het Belgische systeem ligt aan de ketting van de wederzijdse grondwettelijk georganiseerde gijzeling – dit land wordt bijeengehouden door chantage.” Dit oude citaat werd vorige week eigenlijk de facto perfect bevestigd door Elio Di Rupo, die zei: “In België is het normaal dat compromissen een mix zijn van verschillende oplossingen.”

Collega’s, België zal dus niet op een bepaald moment vanzelf in rook opgaan, zeker niet wanneer de Vlaamse politici, inclusief de sterkste Vlaamse partij, binnen de lijnen van het Belgische onderhandelingskader blijven kleuren. Dit Vlaams Parlement kan bij meerderheid beslissen om het pad van de Belgische grondwettelijkheid te verlaten en resoluut de weg in te slaan naar Vlaamse soevereiniteit.

Voor het Vlaams Belang kan een echte oplossing alleen maar bestaan uit een ordelijke opdeling. Collega’s van de N-VA en CD&V, wacht niet langer tot er een zogenaamde vette vis in uw schoot valt. Durf de Belgische ketting die rond deze onderhandelingen ligt, te breken. De Vlamingen hebben op 13 juni aan de V-partijen meer dan 45 procent van de stemmen gegeven. Ga dus niet in de rij van de politiek wachtenden staan. Toon aan dat u geen sjacheraars bent en niet tevreden zult zijn met een zoveelste staatshervorming en Financieringswet die Vlaanderen opnieuw aan de federale ketting zal leggen. Zeg aan de Franstaligen dat de Vlamingen genoeg hebben van het huidige – zoals de Ierse voorman James Connolly het ooit noemde – “ruling by fooling”. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer Gatz heeft het woord.

Sven Gatz

Voorzitter, waarnemend minister-president, dames en heren ministers, collega’s, alvorens mijn begrotingsspeech te beginnen, zou ik graag mijn nieuwsgierigheid willen bedwingen. Ik loop, onder invloed van VRT-programma’s, namelijk al geruime tijd rond met de vraag wie nu het allerslimste parlementslid ter wereld is. Met uw goedvinden zou ik deze vraag eerst willen stellen aan het halfrond om te zien wie dat nu eigenlijk is. (Opmerkingen van de heer Kris Van Dijck)

Inderdaad, mijnheer Van Dijck, ik vreesde het al, u bent er niet bij. Voor het allerslimste parlementslid ter wereld is het nog wat vroeg.

Erik Van Looygewijs zult u mij dit rijmelarijtje vergeven als inleiding op mijn quizvraag: Kris Peeters vindt zijn Vlaamse begroting niet zo erg, hij beklimt liever een Argentijnse berg. Op wie zal de oppositie nu dan moeten schieten? Ze zit daar al te blinken, viceminister-president Ingrid Lieten. Maar wat weet u over deze Vlaamse Regering?

Kaasschaaf.

Sven Gatz

Ping, kaasschaaf.

Belastingen.

Sven Gatz

Ping, belastingen.

Ann Brusseel

Stilstand.

Sven Gatz

Ping, stilstand.

Sas van Rouveroij

Ermee leren leven.

Sven Gatz

Ping, ermee leren leven.

Vera Van der Borght

Wachtlijsten.

Sven Gatz

Ping, wachtlijsten.

Collega’s, ik denk dat we twee zaken uit deze korte quiz kunnen leren: de slimste parlementsleden zitten in de Open Vld-fractie. (Applaus)

Maar anderzijds, de Vlaamse Regering heeft ook een probleem. Ik probeer als oppositielid telkens ook iets positiefs in mijn toespraken te stoppen en ik zal dat ook nu doen, maar deze vijf kernwoorden tonen toch aan dat er een aantal hypotheken zijn die deze Vlaamse Regering en de werking ervan ernstig bezwaren.

Wat is het positieve nieuws? Er is een begroting in evenwicht. (Opmerkingen van de heer Ludo Sannen)

Ja, u hebt het goed begrepen, Ludo Sannen, dit was een ingestudeerd nummertje. (Applaus)

U bent het allerslimste parlementslid ter wereld.

De voorzitter

De heer Sannen heeft het woord.

Ludo Sannen

Ik wilde duidelijk maken dat Open Vld toch niet zo slim was, want dat ze alles eerst goed moeten instuderen.

Sven Gatz

Mijnheer Sannen, wij komen beslagen ten ijs.

Wat voor positiefs valt er te zeggen over deze begroting? Ze is in evenwicht, maar dat is enkel gerealiseerd door een last minute kunstgreep. Er zijn inderdaad bepaalde belangrijke beslissingen genomen – ik denk aan de Oosterweelbeslissing –, maar tot welke prijs? De Vlaamse Regering geeft in bepaalde gevallen haar fouten toe, bijvoorbeeld wanneer ze de beslissing om subsidies voor zonnepanelen op daken ernstig bijstuurde. Dan heeft ze enkele weken later de verzachting van de maatregelen aangekondigd.

Nadat zeer abrupt de subsidies voor de inkomensgerelateerde kinderopvang werden stopgezet, heeft ze dan toch besloten om in de begroting meer middelen in te schrijven voor dergelijke initiatieven. Maar goed, om fouten toe te geven, moet men ze wel eerst maken. En er worden er nogal wat gemaakt.

Ik kom bij mijn eerste punt: de kaasschaaf. Het gaat over het algemeen begrotingsbeleid. Het is hier nog niet als dusdanig vernoemd, maar er is een substantiële verhoging van de inkomsten dit jaar. Op een begroting van zegge en schrijve ongeveer 25 miljard euro is er 1,5 miljard euro aan bijkomende inkomsten. Dat is toch veel. De situatie is heel anders dan het afgelopen begrotingsjaar. En toch wordt het begrotingsevenwicht maar met de hakken over de sloot bereikt.

Ik wil nog iets aanbrengen, en ik zal dat bij elk begrotingsdebat tot vermoeiens toe aanhalen. Er worden geen provisies aangelegd. Er worden geen spaarpotjes, hoe klein en bescheiden ook – men moet ergens beginnen –, aangelegd. Er is geen appeltje voor de dorst. Van een toekomstfonds is er al lang geen sprake meer. Conjunctuurprovisies? Connais pas. En bij de voorbereiding op de staatshervorming, waarbij men toch mag verwachten dat er misschien een aantal bevoegdheden overkomen die niet volledig worden gefinancierd via de bijhorende middelen en dat we een deel zelf zullen moeten ophoesten, valt de minister-president uit de lucht en zegt hij dat hij niet in een dergelijke staatshervorming had voorzien. Die voorbereiding is niet zoals ze moet zijn.

Met de directe en indirecte schuld gaat het niet de goede kant uit. De directe schuld wordt niet afgebouwd, zelfs niet een heel klein beetje. En ik weet het, men moet ergens beginnen. De heer Van Mechelen is daar tien jaar geleden mee begonnen. Als we er vandaag mee beginnen, zal het ook zeker tien jaar of meer duren. Maar men moet ergens beginnen. Maar nee, men heeft de directe schuld zelfs bijkomend laten oplopen met 375 miljoen euro. En de schulden van vandaag zijn de belastingen van morgen. Ik denk dat dat ook een citaat is van de heer Van Mechelen.

De indirecte schuld oogt ook niet goed. Het verschil tussen de beleidskredieten die de Vlaamse Regering in haar begroting heeft ingeschreven en de betaalkredieten verkleint wel, maar toch blijft de kloof nog altijd belangrijk. Met andere woorden, men maakt op een bepaald ogenblik beloftes over een beleid dat op een bepaald moment zal worden uitgevoerd. Op een gegeven moment, na een aantal weken, na een aantal maanden, moet men dan echter betalen. Die kloof is nog steeds onrustwekkend groot. Wij vrezen dat het eind 2011 echt een probleem wordt. De heer Van Mechelen heeft in onverdachte tijden, namelijk zes maanden geleden, gezegd dat we elkaar dan rendez-vous geven. Ik hoop dat we geen gelijk krijgen, want daar hebben we absoluut geen plezier in. Maar het zou kunnen dat de kleine betaalproblemen waarmee we nu worden geconfronteerd, binnen een jaar exponentieel zullen stijgen.

Ik zal het nu hebben over de methode van de kaasschaaf zelf. Voor een eerste jaar van besparingen is dat misschien een goede methode. Men gaat overal een klein beetje afschrapen. Maar nu zijn we aan het tweede jaar, en men begint hier en daar al een beetje vel en bloed mee te hebben. De pijn wordt gevoeld. Er worden weinig keuzes gemaakt. Van alles gaat er een beetje af, maar er is geen duidelijke richting. Ik heb de indruk dat deze Vlaamse Regering wacht tot de moeilijke crisis overwaait en de conjunctuur weer aantrekt. Dan zal alles weer vanzelf gaan. Ik hoop voor u dat dat snel gebeurt, maar ondertussen worden er te weinig keuzes gemaakt.

Wat de belastingen betreft, was er vorig jaar al een duidelijke lastenverhoging door de afschaffing van de jobkorting. De Vlaamse middenklasse kreeg plots een negatief cadeau. Een werkend gezin in Vlaanderen kreeg 600 euro minder. Toen zei men dat het moeilijke tijden waren, dat er zwaar geknipt zou worden in de jobkorting, maar ook dat men zeker de essentie van de jobkorting overeind zou laten. Zo staat het ook letterlijk in de beleidsbrief van minister Muyters, die we enkele weken geleden hebben besproken in de commissie. Daarin staat dat de jobkorting zou worden teruggebracht tot haar essentie en dat de werkloosheidsval zou verkleinen voor de lage inkomens. Zeker voor die mensen zou de jobkorting nog mogelijk zijn. Misschien is het een bescheiden aanmoediging – tot 125 euro per jaar –, maar er zou in elk geval nog een aanmoediging zijn, waarbij werken beloond wordt.

Maar nu – en dat heb ik nog nooit meegemaakt – spreekt de Vlaamse Regering in haar eigen begroting tegen wat in haar beleidsbrief Financiën en Begroting staat. Normaal gezien geven beleidsbrieven en beleidsnota’s een kader aan, dat dan weerspiegeld wordt in concrete begrotingsuitvoeringsmodaliteiten. In dit geval is er een volledige tegenstrijdigheid, en dat heb ik nog nooit gezien.

Anderen zegden dat het goed was dat men van die jobkorting af was: het was een cadeautje van de Vlaamse Regering, van de liberalen. Als dat al zo is, dan worden er nu nieuwe cadeautjes uitgedeeld. Voor de Vlaamse kindpremie, de symbolische voorloper van de splitsing van de gezinsbijslag tot ze een Vlaamse gezinsbijslag wordt, gaat men plots 7 miljoen euro vinden.

En als wij dan horen in welke richting het zou gaan – want dat is nog niet helemaal beslist –, namelijk om aan elk kind dat in Vlaanderen wordt geboren, gedurende zijn eerste drie levensjaren een Vlaamse kindpremie te geven, en we delen dat bedrag, die 7 miljoen euro, door de normale nataliteit in Vlaanderen, dan komen we uit op 30, 34, 35 euro per kind per jaar. Is dat dan geen cadeautje? Is dat dan niet symbolisch? Welke boodschap probeert de Vlaamse Regering hier eigenlijk mee te geven? Is ze misschien een beetje in de seventies blijven hangen: ‘Make love but don’t go to work.’? Kinderen maken wil men belonen, maar werken veel minder. Wat moet ik daarvan denken?

Een derde lastenverhoging of belasting die aan de horizon opdoemt, is het wegenvignet. We hebben natuurlijk de pech dat we het debat over het rekeningrijden niet meer in de diepte kunnen voeren door de terughoudendheid van de Nederlandse regering. Dus wordt er gekozen voor een wegenvignet. Maar een wegenvignet heeft een andere finaliteit dan het rekeningrijden. Het rekeningrijden heeft een bepaalde fiscale eigenschap: men zal moeten betalen naargelang men een bepaald mobiliteitsgedrag vertoont, maar tegelijkertijd wil men daarmee ook bepaalde mobiliteitsstromen een beetje sturen. Of dat met een wegenvignet het geval zal zijn, is zeer de vraag. Ik vraag me af of het niet gewoon een verkapte belasting zal zijn, en ik verwijs hiervoor naar het debat dat enkele weken geleden door de heer van Rouveroij werd aangezwengeld door u met een studie te confronteren die weinig goeds voorspelt, zeker voor de Vlaamse transportsector. Er is nog niets beslist, maar wegens de zaken waarover u in het verleden al hebt beslist, hebben wij er absoluut geen goed oog in.

Wachtlijsten vormen het derde kernpunt waarmee deze Vlaamse Regering wordt geassocieerd. Goed, wachtlijsten waren er al voor de vorige verkiezingen, maar het probleem is dat de wachtlijsten alsmaar toenemen en bovendien in verschillende sectoren. Uiteraard zijn ze al lang bekend in de welzijnssector, maar ook daar stijgen ze jaar na jaar. In de sector van de opvang van de gehandicapten, staan er meer dan 20.000 Vlamingen op een wachtlijst en het voorbije jaar was er een stijging met 12 procent. Dat creëert een ongelofelijke druk op de instellingen voor de opvang en op de zorgvragers. De Vlaamse Regering heeft gezegd dat ze een uitwijking zoekt via het persoonlijkeassistentiebudget (PAB) zodat gehandicapten met die middelen voor een stuk zelfredzaam kunnen worden, maar ook daarvoor is er een wachtlijst van meer dan 5000 personen en was er een stijging te noteren van 14 procent.

Ook in de geestelijke gezondheidssector worden de wachtlijsten langer. En dat is ook zo voor de sociale woningen. Dat is natuurlijk een oud zeer, maar waarom zou men niet op een meer doorgedreven manier kunnen samenwerken met de privésector om het aanbod sneller en groter te maken? Dat doet men nu heel terughoudend en daardoor blijven de wachtlijsten wat ze zijn.

Ook in Nederlands als tweede taal (NT2) en inburgering in de regio’s Mechelen en Antwerpen zijn er wachtlijsten. Ze zijn nog niet heel lang, maar ze zijn er en ze geraken heel moeilijk weggewerkt. Ook in de scholenbouw lopen de wachtlijsten op, nu de Vlaamse Regering zes weken geleden heeft beslist om een aantal lopende subsidiedossiers voor renovatie abrupt stop te zetten. Het probleem is dat die wachtlijsten in de scholenbouw het volgende jaar nog groter dreigen te worden omdat de beleidskredieten nog groter zijn dan het vorige jaar en de betaalkredieten – zie mijn vorige kritiek – wellicht niet zullen kunnen volgen.

Ermee leren leven, dat is een delicaat punt in dit halfrond. Ik zal niet het hele debat overdoen dat we hier hebben gevoerd over de wateroverlast en over de heel onhandige communicatie erover door de Vlaamse Regering ten aanzien van de Vlaamse bevolking. Ik wil er u wel aan herinneren dat het de oppositie is die het initiatief heeft genomen om via een verenigde commissie – weliswaar geen bijzondere commissie, maar een verenigde is bijna even goed – de wateroverlast te monitoren en op te volgen, te bekijken wat er in het verleden fout is gegaan en wat we in de toekomst kunnen doen om dergelijke rampen te vermijden. Dat is heel wat anders dan ‘ermee moeten leren leven’.

Het hoger onderwijs gaan we hervormen. We hebben daarvoor de basis gelegd in juni-juli van vorig jaar met de commissie ad hoc, hier in het Vlaams Parlement. Nu moeten natuurlijk de concrete hervormingen volgen. Dat is wat we van bovenaf willen doen. Van onderaf zien we dat de democratisering van het onderwijs nog steeds op volle toeren draait en dat is een goede zaak, want nooit eerder hebben zo veel leerlingen en studenten zich ingeschreven aan de universiteiten en de hogescholen. Maar wat zien we? Het aantal professoren om aan al die studenten de juiste opleiding te geven, blijft al jaren gelijk. En wat zegt de minister van Onderwijs? “Leer ermee leven en ga harder werken, dames en heren professoren.”

Een heel ander voorbeeld is de onrustwekkende stijging van het aantal mensen met een hiv-besmetting. Dit is een gevoelig onderwerp: u zult me misschien vergeven dat ik het aanhaal. Mevrouw De Knop heeft dit hier al meermaals aangehaald. Ik beweer niet dat minister Vandeurzen daar niets aan doet. Hij zegt dat hij doet wat hij kan met het preventiebudget dat hij heeft, maar hij ziet niet goed in wat hij nog meer zou kunnen doen. Uit de hoorzitting van vorige week in de commissie Welzijn is duidelijk tot uiting gekomen dat andere landen en regio’s rondom ons meer doen qua hiv-preventie. De budgetten zijn er groter.

Ook belangrijke spelers op het middenveld, zoals Sensoa... Ik had bijna Senseo gezegd. (Gelach)

Ik hoop dat u er ook een campagne van krijgt. (Gelach)

Sven Gatz

Dat is goed. We zullen straks samen een kopje koffie gaan drinken, tijdens de pauze.

Belangrijke middenveldspelers als Sensoa geven aan dat ter zake meer zou moeten kunnen gebeuren. We hoeven hier dus niet mee te leren leven.

Tot slot is er de stilstand. Ik wil het dan niet hebben over de sneeuwfiles waarmee we de jongste dagen werden geconfronteerd. Dat is een moeilijk debat, dat zeer veel emoties oproept en zelden tot goede parlementaire debatten leidt. Ik zal dat dus even uit de weg gaan. Maar of het nu sneeuwt of regent of droog weer is, de files blijven wel bestaan. In het Oosterweeldossier werd er zogezegd een beslissing genomen. De brug was niet perfect, maar het voordeel was dat die klaar was. Er was tien jaar aan gewerkt en voorbereid. Men heeft niet gekozen voor een brug en kiest nu voor een tunnel. Allemaal goed en wel, maar wanneer komt die er en wat zal de kostprijs zijn? We horen daar bitter weinig over. De heer Van Mechelen heeft daar twee weken geleden een parlementaire vraag over gesteld. Hij heeft ter zake toch wel een aantal onrustwekkende berichten gekregen van de minister-president. Diens antwoorden waren ook niet altijd duidelijk. Mocht de heer Van Mechelen die vraag niet hebben gesteld, dan zou er nauwelijks nog over worden gesproken. We zien dat de kostprijs langzaam de hoogte in gaat en dat het eindpunt daarvan nog niet is berekend.

Het dossier van de Brusselse ring kruipt voort. Zelfs al veracht ik de valse studies van Greenpeace, toch is die organisatie momenteel actiever dan de Vlaamse Regering. Ik denk dat we al blij zullen mogen zijn als er op het einde van deze legislatuur – toch nog drieënhalf jaar verwijderd – een soort masterplan op papier zal zijn, waarin staat wat er eventueel zal gebeuren. Verder zullen we echter zeker niet gekomen zijn, en ondertussen blijven de files in en rond Brussel maar aanslepen.

Er is niet alleen stilstand op de weg, maar ook in het beleid. De voorbeelden de jongste twee maanden van een abrupte stilstand van maatregelen van de Vlaamse Regering zijn legio. Veel burgers worden daardoor getroffen. De subsidies voor het installeren van zonnepanelen op het dak worden gevoelig beperkt. Ik zei het daarnet al: de initiatieven van kinderopvang worden plots stopgezet. De subsidies voor inkomensgebonden kinderopvang worden stopgezet. De energie-investeringen voor sociale verhuurkantoren worden stopgezet. Veel dossiers met betrekking tot scholenbouw worden stopgezet.

De voorzitter

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Eric Van Rompuy

Mijnheer Gatz, ik heb een kwartier geluisterd en ik ontwaar een fundamentele tegenstelling in uw betoog. U bent uw betoog begonnen met de stelling dat deze regering niet genoeg bespaart. U vindt immers dat ze reserves moet aanleggen, dat ze de schuld moet afbouwen. Ze moet eigenlijk bijna naar overschotten gaan om die schuld de komende jaren te reduceren. Anderzijds bent u echter tegen het afschaffen van de jobkorting: Open Vld is immers voor lastenverlaging. U vindt die afschaffing een grote fout en wilt in de toekomst die lasten verder verlagen. Ook hoor ik u nu al tien minuten pleiten voor meer uitgaven in de welzijnssector, de milieusector, de scholenbouw... Ik kan het bijna niet meer opsommen. U vindt dat men in elke sector te weinig doet. Er wordt bespaard op wetenschappelijk onderzoek, op gezondheidspreventie. Wat is echter de coherentie van het discours van Open Vld?

U zegt dat er betalingsnood is. Welnu, in 2008, onder minister Van Mechelen, is de impliciete schuld met 1,2 miljard euro gestegen. Dat is het grootste stijgingspercentage van de jongste tien jaar. Nu komen er natuurlijk die betalingen die twee à drie jaar geleden zijn gebeurd. Goed, wij maakten toen ook mee deel uit van die meerderheid. U kunt kritiek hebben op de begroting, maar aan het betoog dat u nu brengt, kan ik kop noch staart krijgen. U spreekt uzelf voortdurend tegen.

Sven Gatz

Ik dacht nochtans dat u ook een van de slimste parlementsleden ter wereld was.

Eric Van Rompuy

Die ambitie heb ik nooit gehad.

Sven Gatz

Dat is waar.

Ik heb hier al gezegd dat wij bereid waren om voor de jobkorting een aantal jaren minder uit te geven. Maar de afschaffing van de jobkorting voor de allerzwaksten hebben wij nooit gewild.

Met betrekking tot de afbouw van de schuld en de provisies zeggen wij niet dat er onmiddellijk een provisie kan worden aangelegd van 100 of 200 miljoen euro of nog meer. Maar er wordt zelfs geen begin mee gemaakt. Er wordt zelfs geen 5 of 1 miljoen euro voor uitgetrokken om aan te tonen dat men daarop een visie heeft. U verwijt mij een gebrek aan coherentie. Deze Vlaamse Regering heeft een gebrek aan visie.

Eric Van Rompuy

De historische waarheid is dat we het in de volgende jaren, ook met een staatshervorming, in Vlaanderen met minder middelen zullen moeten doen.

Sven Gatz

U bent een van de weinigen die dat durft te zeggen.

Eric Van Rompuy

Dat is een gevolg van de economische crisis. Dat is een gevolg van uitgavemechanismen die werden opgezet in perioden toen we de middelen hadden. Nu hebben we de middelen niet meer. Als u denkt dat Vlaanderen, ook met de staatshervorming, meer middelen zal hebben en wij een aantal dingen zullen kunnen doen, dan is dat een illusie. Fiscale verantwoordelijkheid betekent niet automatisch meer geld. Dat is de waarheid die we de voorbije maanden hebben gevolgd. We zullen waarschijnlijk meer bevoegdheden hebben met minder middelen. We staan dus voor een periode waarin het zeer moeilijk zal zijn. Er zullen keuzes moeten worden gemaakt. Nu komen beweren dat er een lastenverlaging mogelijk is en voor elke sector meer uitgaven bepleiten, dat is een illusie creëren, dat is echt oppositiepraat. Mijnheer Gatz, ik had meer van u verwacht. Indien ik daar zou hebben gestaan, zou ik het op een heel andere manier hebben aangepakt.

Sven Gatz

Ja, ik herinner het mij hoe u oppositie hebt gevoerd, de eerste vijf jaar in de paarse regering. Ik herinner mij dat levendig.

Eric Van Rompuy

Mijn slogan was: “Als je bijt, moet je vlees hebben.” We hadden elke keer vlees.

Sven Gatz

U beet niet veel. Er kwam een stukje stof mee, maar geen vlees.

Ludo Sannen

Mijnheer Gatz, ik hoop dat u uw nummertje goed hebt ingestudeerd. U hebt nog de kans om het helemaal af te maken. U vraagt conjunctuurprovisie en een versnelde schuldafbouw. U vraagt middelen opzij te zetten voor een komende staatshervorming. Daarnaast vraagt u ook, zoals de heer Van Rompuy zegt, bijkomende middelen op bepaalde beleidsdomeinen, bijvoorbeeld dat van Cultuur. Nu hoop ik dat u in het laatste deel van uw ingestudeerd nummertje ook zegt waar die middelen vandaan moeten komen en waar er moet gesnoeid worden. Anders hebt u helemaal geen begroting in evenwicht.

Filip Watteeuw

Voorzitter, de heer Van Rompuy heeft gelijk. (Gelach)

Als de staatshervorming verder gaat, zal de federale schuld toch ergens heen moeten. Dat betekent dat het verkeerd is om het begrotingsevenwicht naar voren te schuiven als de ultieme trofee, als het ultieme bewijs dat deze regering aan goed bestuur doet. Het begrotingsevenwicht is belangrijk. Men moet het nastreven. Maar het gaat niet alleen daarom. Kijk naar de andere zaken waarop je moet beoordelen. Is deze regering bezig met de transitie van de economie? Is deze regering bezig met armoede? Is deze regering bezig met klimaat en milieu? Ik moet ‘neen’ zeggen. Het enige wat men kan voorleggen, is een begrotingsevenwicht. Dat is relatief, als je ziet wat er op ons afkomt.

Sven Gatz

Ik vraag zelfs geen versnelde schuldafbouw, mijnheer Sannen. Ik vraag het begin van een schuldafbouw. Die is er nu zelfs niet, hoe klein en bescheiden ook.

Ik zie dat er een aantal heilige huisjes zijn voor deze Vlaamse Regering. Waar moeten bepaalde besparingen vandaan komen? Wat ik nu zeg, zal zelfs niet alles oplossen. Bijvoorbeeld het aantal mensen dat voor de Vlaamse overheid werkt, moet stabiel blijven. Daar willen jullie niet aankomen. Met andere woorden: met de kaasschaaf moet overal een klein beetje af, maar aan een aantal zaken wordt niet geraakt. In die zin heeft de heer Van Rompuy gedeeltelijk gelijk. Er moeten keuzes gemaakt worden. Maar ze worden niet gemaakt.

De voorzitter

Minister Bourgeois heeft het woord.

Minister Geert Bourgeois

Voorzitter, het is duidelijk dat het betoog van de heer Gatz en van Open Vld langs alle kanten rammelt. Mijnheer Gatz, u zegt dat we de schuld moeten afbouwen, dat we spaarpotjes moeten aanleggen, dat we de jobkorting moeten behouden. Ik hoor het in ongeveer elke commissie waarin ik als minister aanwezig ben en ik hoor het ook van mijn collega’s: de parlementsleden klagen de besparingen aan. Er mag nergens bespaard worden. Er moet overal op hetzelfde elan worden doorgegaan.

U vraagt meer geld voor scholen, voor welzijn, voor openbare werken, voor kinderopvang, voor zonnepanelen. U zegt niet waar dat vandaan moet komen. U beweert nu dat we niet structureel besparen, maar alleen de kaasschaafmethode gebruiken. Dat is een miskenning van het regeerakkoord.

Deze regering heeft moedige beslissingen genomen en structurele besparingen gedaan. Mijnheer Gatz, we zitten op dit ogenblik aan een besparing op personeel, afhankelijk van departement tot departement en van agentschap tot agentschap, van 6 tot 8 procent. Dat zijn structurele, recurrente besparingen. We zitten op een besparing van 7,5 procent op de werkingskosten. Op de gereglementeerde subsidies weet u dat wij bespaard hebben met 4 procent, op de facultatieve subsidies met 10 procent, op consultancy met 30 procent. Dat zijn allemaal recurrente besparingen.

U houdt een pleidooi voor meer uitgaven. Het kan niet genoeg zijn. We moeten tegelijkertijd spaarpotjes aanleggen en de schuld afbouwen. Nergens zegt u waar we het geld moeten halen. U beweert dat wij niet structureel ingrijpen. Wel, de feiten bewijzen het omgekeerde. Lees de beheersovereenkomsten die nu overal aan bod zijn: ze leggen structurele, recurrente besparingen op. We hebben ook maatregelen genomen. Het is zeer gemakkelijk om met een ingestudeerd, zeer goedkoop nummertje te komen en vervolgens oppositietaal te laten horen die geen enkel alternatief brengt.

De heer Van Rompuy heeft het aangetoond. U wilt uit alle ruiven tegelijk eten. Er moet meer worden uitgegeven op alle terreinen. Er mag niet bespaard worden. Dat klaagt u permanent aan. U beweert tot overmaat van ramp dat we alleen de kaasschaaf toepassen, wat niet waar is. Deze regering doet voor het eerst echt structurele en recurrente besparingen op het apparaat, die ons ertoe brengen dat we een begroting in evenwicht krijgen en klaar zijn voor nieuwe uitdagingen. U ziet dat allemaal niet, maar dat is de realiteit. (Applaus bij de N-VA)

Collega’s, een klein beetje intellectuele eerlijkheid. (Opmerkingen van de heer Eric Van Rompuy)

Mag ik iets zeggen, mijnheer Van Rompuy? Heb ik u onderbroken, mijnheer Van Rompuy?

Ik heb mijn collega niet horen pleiten om op alle vlakken meer uit te geven. Ik heb hem wel heel duidelijk horen zeggen dat de bruuske stopzettingen van een aantal subsidies tot neveneffecten leiden die geen enkel alternatief zijn van de kant van de regering. Minister Bourgeois, u reageert met te zeggen: u vraagt meer subsidies voor zonnepanelen. Hebt u de heer Gatz dat horen zeggen? (Opmerkingen van minister Geert Bourgeois)

Neen, minister, hij heeft aangeklaagd dat er een bruuske afbouw was van de subsidies voor zonnepanelen. U maakt daarvan – zo zitten jullie in elkaar – dat hij meer subsidies vraagt voor zonnepanelen. Dat is niet correct. Ik doe alvast in mijn commissie wat ik moet doen. Ik ondersteun minister Lieten ten volle in de besparingen die ze bij de openbare omroep moet uitvoeren. Ik heb op geen enkele manier gevraagd dat ze meer zou uitgeven. Waar of niet, minister? (Instemming van minister Ingrid Lieten. Applaus bij Open Vld)

Minister Geert Bourgeois

Ik heb de uiteenzetting van de heer Gatz goed beluisterd. Hij had het over meer geld voor onderwijs, meer geld voor wegen, meer geld voor welzijn, meer geld voor kinderopvang. Ik heb begrepen dat hij kritiek heeft op de afbouw van de subsidies voor zonnepanelen, mijnheer Tommelein. Als dat niet zo is, dan mag hij dat intellectueel eerlijk bevestigen, en zeggen dat dat een goede maatregel is.

De voorzitter

De heer Sanctorum heeft het woord.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Minister, een kleine correctie. U begint telkens over de subsidies voor de zonnepanelen. Die subsidies voor de zonnepanelen hebben geen enkel effect op de Vlaamse begroting. Geen enkel!

Sven Gatz

Dat was ook mijn punt omdat ik bezig was over stilstaan. Ik kloeg aan, zoals de heer Tommelein zegt, dat een aantal maatregelen abrupt worden stopgezet. Ik doe dat niet alleen, de ombudsman heeft er u ook over aangesproken, nietwaar?

Een ander domein waar het beleid dreigt tot stilstand te komen, is cultuur, waar er door een gebrekkige communicatie van de minister met de sector een grote demotivatie op het terrein ontstaat. In wetenschappelijk onderzoek, waar mevrouw Moerman straks nog uitgebreid zal op ingaan, zien we vandaag opnieuw dat de noodkreet van op het terrein zeer groot is. Dat zijn zaken waar we duidelijk uit kunnen afleiden dat de Vlaamse Regering niet in actie of in beweging is, maar eerder tot stilstand komt.

Voorzitter, het is mogelijk dat mijn lange opsomming een aantal mensen heeft geïrriteerd. Ze is langer dan gewoonlijk. Ik heb nog niet eens alles opgesomd. Ik heb me tot een selectie beperkt. Ik word niet vrolijk van die lange opsomming. Ik wil dan ook besluiten met de volgende quote: “De federale regering is er een van lopende zaken. Dat is erg. Maar de Vlaamse Regering is er een van foutlopende zaken en dat is zo mogelijk nog erger.” (Applaus bij Open Vld)

De voorzitter

De heer Crombez heeft het woord.

John Crombez

Voorzitter, ik wil mijn bijdrage tot de algemene bespreking met iets anders beginnen. Het zal niet met een spelletje zijn zoals Open Vld. Ik vind de vaststelling ongelooflijk dat de Vlamingen minder vertrouwen in het Vlaams Parlement dan in justitie hebben. Ik vind dat we ons dat moeten aantrekken. De pers komt nog iets na het Vlaams Parlement. Ik vind dat we het niet bij deze vaststelling mogen laten.

Blijkbaar zeggen de mensen hierbuiten dat het Vlaams Parlement niet goed functioneert. Ik vind dat we daar iets aan moeten doen. Ik ben niet zeker dat het imiteren van televisiespelletjes op de banken tijdens een algemene bespreking van het beleid en van de begroting daarbij helpt. Ik ben niet zeker dat collega’s die hun boodschap over de essentie van het beleid enkel door middel van slogans, gedichten of wat dan ook brengen, daarbij helpen. De slogans raken makkelijk in de pers. De pers kan zich dan beklagen over wat in het plenum gebeurt. Ik heb zelf al eerder verklaard dat ik het werk in de commissies beter vind dan het werk in plenaire vergaderingen.

We moeten dit verbeteren. Uiteindelijk moeten we hier een discussie voeren over wat er in het land en in onze regio gebeurt. We moeten een beeld geven van wat voor de mensen essentieel is. We beperken ons te veel tot slogans en onjuistheden. Ik hoop dat we hier in de loop van het debat nog op kunnen terugkomen. We voeren, als verkozenen, discussies in de media over pertinente onjuistheden.

Sven Gatz

Mijnheer Crombez, bent u het ermee eens dat we in de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën en Begroting een uitgebreid en diepgaand debat hebben gevoerd? Hierbij zijn politieke en technische elementen aan bod gekomen. Het lijkt me niet nodig die droge discussies tijdens de plenaire vergadering opnieuw te voeren. We mogen hier het debat over de hoofdlijnen voeren. Dat is wat we nu doen. Vergis ik me daarin?

Mijnheer Crombez, ik geef u gelijk. We moeten daar iets aan doen. We moeten ons dat aantrekken. Ik denk niet dat het aan spelletjes, ludieke en af en toe creatieve elementen ligt. Vorige week heeft uw minister echter verkondigd dat ze niet met haar teksten naar het Vlaams Parlement moest komen en dat ze eerst naar de media mocht stappen. Ik heb u toen niet gehoord. Ze heeft haar medewerkers de opdracht gegeven de leden van het Vlaams Parlement als laatsten in te lichten. Waar was u toen? Zult u, als fractieleider, uw minister in de toekomst tot de orde durven te roepen of zult u zwijgen als vermoord? Vorige week was het alvast stilte in alle talen. (Applaus bij Open Vld)

De voorzitter

Minister Lieten heeft het woord.

Minister Ingrid Lieten

Voorzitter, ik was even gelukkig omdat de heer Tommelein mijn beleid steunde. Blijkbaar deed hij dat niet van harte. Ik vind dit in elk geval niet eerlijk. De Open Vld spreekt over intellectuele eerlijkheid. Ik vind dat we die hier ook aan de dag moeten leggen. Ik kom naar de commissie. Ik heb mijn nota, die een insteek vormt voor een debat dat nog van start moet gaan, aan iedereen in Vlaanderen bezorgd. De heer Tommelein is gewoon een beetje gekwetst omdat ik ze niet eerst aan hem heb bezorgd. Ik heb die bezorgd aan de mensen in Vlaanderen. Ik vind dat zij ook de kans moeten krijgen hun mening over de VRT te geven. Ik vind het niet correct dat hij dit hier nu weer oprakelt. (Applaus bij sp.a)

De voorzitter

Ik stel voor dat we het debat over de VRT voeren als het beleidsdomein Media aan bod komt. Het gaat nu over de algemene beleidslijnen. Dit punt kan opnieuw aan bod komen zodra we het over de media hebben.

Minister, we kunnen over bepaalde zaken van mening verschillen. Ik vind u een vriendelijke en charmante dame. Ik neem het echter niet en ik zal het nooit nemen dat u uw medewerkers de opdracht hebt gegeven het Vlaams Parlement als allerlaatste in te lichten. U zegt dat dit niet waar is. U liegt.

De voorzitter

De heer Wienen heeft het woord.

Wim Wienen

Minister Lieten zou inderdaad wat meer eerlijkheid aan de dag mogen leggen. Minister, u wist zeer goed dat de commissie Media een agenda aan het opstellen was om die beheersovereenkomst met de VRT voor te bereiden. U hebt ons nooit gezegd dat u aan een visienota werkte. U hebt ons in het ongewisse gelaten en geprefereerd om uw rol als minister van Media te spelen op radio en tv, en niet in het parlement. Ik betreur dat evenzeer als de heer Tommelein.

De voorzitter

Minister Lieten, we zullen daar nog op terugkomen. De plenaire vergadering heeft het trouwens vorige week al besproken.

John Crombez

Mijnheer Gatz, misschien omdat dat het belangrijkste is. Ik denk dat ik hetzelfde gezegd heb als u net.

Het is mijn appreciatie dat veel collega’s veel werk verzetten in de commissies. Maar ik merk dat het bijzonder moeilijk is om de inhoudelijke discussies van daaruit te exporteren of de pers ervoor te interesseren. Misschien moeten we ons afvragen waarom we die debatten in de plenaire wel belangrijk vinden, en dat is zeker zo in de tijdspanne van twee uur dat de camera’s hier staan. Dan kunnen we allemaal excelleren in een quote, een grap of een spelletje. Al het werk in de commissies verschuift dan gemakkelijk naar de achtergrond.

Inzake het beleid, mijnheer Gatz, wil ik ook iets blijven herhalen. Ik ben een begroting in evenwicht dit jaar altijd blijven verdedigen. Ik zal dat blijven doen. Ik zal ons niet vergelijken met Beieren, die vergelijkingen lopen vaak mank. Een overheid moet er alles aan doen om op korte termijn stabiliteit te garanderen. Niemand wil op dit moment weten wat er gaat gebeuren als het misloopt met Europa. Hopelijk gaan we dat nooit weten. Er is maar één vaststelling mogelijk op dit niveau: een begroting in evenwicht is een begroting die een duw kan hebben. Op andere niveaus is dat niet zo.

Verschillende fracties hebben hier al herhaaldelijk gezegd wat er allemaal moet gebeuren – de heer Van Rompuy heeft het aangehaald –: we moeten meer uitgeven, we moeten meer besparen, en er moeten meer provisies komen. Ik stel vast dat we in dit land momenteel een belangrijke discussie voeren over de inspanningen die nog moeten gebeuren. Er is maar één niveau van de vele in dit land dat het beter doet dan verwacht. Op andere niveaus, waar diezelfde fractie de minister van Begroting heeft geleverd, staan we nog nergens. In Brussel gaat het nog slechter dan verwacht, en de federale overheid heeft nog een tekort van 14 miljard euro. Die vergelijking vind ik bijzonder interessant als we weten dat we nog een hele oefening te maken hebben. Eigenlijk pleit ik voor een beetje nederigheid bij degenen die denken dat ze deze regering lessen moeten leren, terwijl ze snel naar een evenwicht gaat.

Het is natuurlijk belangrijk, daar hebben we het vaak over, om snel over te schakelen naar groei om ons te wapenen tegen toekomstige schokken. Die zullen er altijd zijn, hopelijk niet zo erg als twee jaar geleden. Hoe gaan we dat doen? Momenteel besparen alle overheden. We hebben gelukkig niet de felle effecten zoals in het onderwijs in Engeland en in de cultuursector in Nederland. Maar onze ondernemingen investeren nog altijd niet op hun normale niveau, onze gezinnen consumeren nog altijd niet op hun normale niveau. Bij het minste of geringste valt die groei terug. In het derde kwartaal van dit jaar is de groei in de landen die besparingen hebben gedaan, teruggevallen. Dat geldt voor Duitsland en in Nederland is hij zelfs negatief gegaan.

Na de besparingen opnieuw overstappen naar groei is mijn grootste bekommernis. We buigen ons hier nu al een tijd over de mogelijke manieren om projecten te financieren. We mogen ook een positieve noot brengen.

Minister Muyters heeft een alternatief gebracht en aangekondigd dat hij via de beurs publieke spaarmiddelen zou kunnen inzetten met een overheidsgarantie zodanig dat de gezinnen in België veilige spaarproducten hebben, maar dat we tegelijkertijd grote projecten kunnen uitvoeren om die groei te verzekeren omdat er weinig andere bronnen van groei zijn. Ik denk dat we daar dringend een debat over moeten voeren. Andere landen schieten ook tekort als ze niet op zoek gaan naar ander financiële middelen om als overheid groei te kunnen bewerkstelligen. Het enige wat ik zie dat snel herstelt, is eigenlijk de werkwijze van de banksector. Die hersnelt snel, net als de te hoge prijzen van de energiesector. Kijk naar de analyse van de Nationale Bank in december. De hele maatschappij – zowel de gezinnen, de kmo’s als de zelfstandigen – wordt opnieuw getroffen door veel te hoge energieprijzen, die allemaal snel herstellen na een crisis. Het is evident dat heel wat zelfstandigen, kmo’s en gezinnen in moeilijkheden komen als er zulke grote prijsschokken zijn. We moeten snel overgaan naar die groei.

Ik wil zeker ook nog iets zeggen over Welzijn in deze algemene bespreking. Het klopt absoluut dat er wachtlijsten zijn. Die zijn er ook al heel lang. De meeste fracties die mee hebben geregeerd, hebben ze allemaal weten ontstaan of hebben vastgesteld dat ze moeilijk gereduceerd worden. Het feit dat er wachtlijsten zijn – en we hebben dat gezien in het debat over de kinderopvang –, toont ook aan dat de vraag naar onze voorzieningen soms zeer sterk toeneemt. Dat is het geval in de kinderopvang. Er zijn meer geboortes, maar er zijn ook meer ouders die een vraag naar kinderopvang hebben. De kwaliteit van die voorzieningen en diensten is vaak goed, wat de vraag doet toenemen. Dat is de goede kant van het verhaal. Ik wil er ook wel op wijzen dat heel belangrijk is dat een regering van in het begin zegt dat ze heel sterk gaat voor het evenwicht en met de kaasschaafmethode – en met wat bloed – ook serieus in het apparaat gaat snijden, maar dat ze tegelijkertijd ook in meer geld voor kinderopvang en het gehandicaptenbeleid gaat voorzien. We moeten die diensten blijven versterken. Het euvel met de inkomensgerelateerde kinderopvang moeten we proberen te vermijden, want die communicatie brengt schade toe aan de vraag ernaar. Hetzelfde geldt voor een grondige discussie over De Lijn, die er in de commissie zeker zal zijn. We vinden dat de gratis tarieven moeten blijven bestaan. Er is daarover in de zomer wat onduidelijkheid over geweest. Als er gratis tarieven moeten worden afgeschaft, dan alleen voor de parlementsleden. (Applaus bij sp.a)

De voorzitter

De heer Keulen heeft het woord.

Voorzitter, het is goed om mensen te laten uitspreken. Maar het probleem is dat, als men een punt wil maken over een onderdeel van het betoog van de heer Crombez, het al wat voorbij is.

Als men nederigheid bepleit, mijnheer Crombez, is het ook altijd goed om zijn geschiedenis te kennen. Geen enkele partij heeft meer bestuursverantwoordelijkheid gedragen in Vlaanderen en op federaal vlak dan uw eigenste partij, sp.a, al was het maar op de post Begroting. Dus vind ik het eigenlijk wat goedkoop als u de rekening maakt van zowel de Federale als de Brusselse Hoofdstedelijke Regering. Zeker als men weet dat sp.a – en u was daar zelf heel nauw bij betrokken – acht jaar de verantwoordelijkheid voor de federale begroting heeft gedragen en in Brussel vanaf het prille begin tot en met 2009 in de regering heeft gezeten. Ook wat dat betreft: nederigheid past iedereen, maar dan past het ook om de geschiedenis te kennen als men begint met feiten te citeren, punten te maken of anderen de rekening te presenteren.

De voorzitter

Mijnheer Keulen, nu hebt u weer kritiek op het feit dat ik u het woord niet heb gegeven. Ik laat eerst de heer Crombez zijn redenering afmaken. Ik krijg altijd het verwijt dat ik sprekers laat onderbreken als ze een redenering aan het opbouwen zijn. Ik laat nu de heer Crombez een redenering opbouwen, geef u nadien het woord en het is weer niet goed. Luister, ik word wat dat betreft met de dag ongelukkiger. (Opmerkingen van de heer Marino Keulen)

De heer Sven Gatz heeft het woord.

Sven Gatz

Ik vind dat de collega’s toch een aantal dingen moeten beseffen wanneer we het hebben over de begrotingen van andere deelstaten in dit land. We besparen nu ongeveer anderhalf procent op deze Vlaamse begroting en we zien al dat dit een bepaalde pijn met zich meebrengt. De Brusselse begroting is voor het tweede opeenvolgende jaar niet in evenwicht. Niemand is daar vrolijk om, maar u moet wel goed weten dat men daar al twee jaar na elkaar 13 procent bespaart. Dat is wel iets anders. Ik wil alleen maar zeggen dat we allemaal voor de eigen deur moeten vegen. Dat lijkt me het beste.

John Crombez

Ik vraag niet liever dan dat iedereen voor zijn eigen deur veegt. Het bedrag waarvan hier sprake is, 2 miljard euro, komt op meer dan 1,5 procent uit. We zitten echter met een structureel probleem. De heer Van Rompuy heeft er daarstraks al naar verwezen. De komende jaren zullen er geen cadeaus uit de lucht vallen, het zal moeilijk blijven.

Het punt is dat hier een begroting in evenwicht wordt ingediend, maar dat er elders nog een hele weg moet worden bewandeld. Het debat wie waarvoor verantwoordelijk is, zal niet evident zijn. Sommigen zullen met een groot tekort vertrekken. Ik heb het van dichtbij meegemaakt. Zeker de laatste jaren zijn cruciaal gebleken. We hebben net een crisis achter de rug. Er wordt overal zwaar bezuinigd. We moeten de vergelijking maken met de periode daarvoor. Sinds de crisis is er op het vlak van de begroting niet veel verschoven. Er is maar op één niveau gewerkt aan een begroting die versneld in evenwicht is ingediend.

Ik wil het begrotingsdebat hier niet voeren. Op Defensie gebeuren er echter fundamentele verschuivingen die allemaal in de richting gaan van terugdringen van uitgaven, investeringen, werkingskredieten en personeelskredieten. Men kan de situatie niet vergelijken met vroegere perioden. Ik voer hier een neutraal voorbeeld aan van een partijgenoot van de meerderheid. De eerlijkheid gebiedt mij om het hier aan te halen. Dat is een structurele oplossing, die op het federale niveau naar voren wordt geschoven.

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Voorzitter, leden van de regering, collega’s, ik dank eveneens de verslaggeefster die zeer uitvoerig de besprekingen van de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën en Begroting heeft gerapporteerd.

We zijn fier met het voorliggende regeringsdocument. De Vlaamse Regering en minister van Begroting Muyters hebben puik werk afgeleverd. Een begroting opmaken binnen het vooropgestelde plan, een begroting in evenwicht in 2011, is niet evident. Het is niet zoals we in Vlaanderen al eerder hebben meegemaakt, dat we extra budgettaire ruimte konden verdelen tussen de verschillende departementen. Nu was het besparen en snoeien over de verschillende departementen heen en tegelijk die sectoren die een echte wissel op de toekomst vormen, in enige mate ontzien.

Collega’s, wij als parlementslid, staan midden in het leven en voelen de polsslag van de maatschappij. We zijn actief in het middenveld of dragen verantwoordelijkheid in verenigingen. Ook ons valt het zwaar dat er moet worden bespaard. We zijn dat echter onszelf en de toekomstige generaties verplicht.

Een begroting opmaken is keuzes maken. In dit land werden in het verleden al te veel putten gegraven. Vlaanderen bewijst nu dat een begroting in evenwicht mogelijk is. Wij zijn daarbij uniek, samen met Beieren. Het is daarstraks al aangehaald. Een aantal jaren geleden heeft toenmalig parlementsvoorzitter De Batselier ooit gewaarschuwd dat Vlaanderen geen Beieren aan de Noordzee mocht worden. In ieder geval halen de socialisten in Beieren meer stemmen dan in Vlaanderen. Dat is een grapje. We moeten in ieder geval samen het goede voorbeeld geven.

Ik ben niet overmoedig, mijnheer Van Rompuy. Een begroting in evenwicht is de beste wissel op de toekomst. Tijdens de debatten in de commissie, en niet alleen in de commissie maar ook in de plenaire vergadering, werd er nogal wat gebikkeld over de minderontvangst van 94 miljoen euro.

Vlaams Belang heeft het daarnet al vermeld maar ook Open Vld sprak in dezen van een kunstgreep. Er werd zelfs verwezen naar een tekst van de heer Van Rompuy.

Het moet zeer duidelijk zijn dat die ingreep die de Vlaamse Regering nog heeft gemaakt niet nodig was. Ik heb ook in de commissie gezegd dat die ingreep niet nodig was. We hadden evengoed kunnen wachten op de begrotingscontrole 2011. Want een begroting opmaken gebeurt nu eenmaal op basis van de parameters die voorhanden zijn. We doen dat op een veilige manier. Het Rekenhof merkt trouwens in zijn verslag op dat de gehanteerde parameters bij deze begroting 2011 voorzichtig en realistisch zijn, wat in het verleden, nog altijd volgens het Rekenhof, niet altijd het geval was.

Bij de begrotingsopmaak 2009 ging de vorige minister van Begroting eind 2008 nog uit van een groei van het bbp van 1 procent in 2009, terwijl als gevolg van de wereldwijde financieel-economische crisis die was losgebarsten in het najaar van 2008, eerder negatieve groeicijfers te verwachten waren.

Een begroting maken is keuzes maken. Het is dan aan de regering en de meerderheid om die keuzes te verdedigen en aan de oppositie, mijnheer Van Mechelen, om ze te kraken en te zeggen hoe slecht het allemaal wel niet is. Zowel in de respectieve commissies als vandaag in de plenaire vergadering merk ik daar geen verschil in. Ik moet echter wel bekennen dat we verheugd mogen zijn hier niet een document van de oppositie te moeten bespreken.

Ik mis in dit debat toch een beetje ernst. Enerzijds is er het verwijt dat deze Vlaamse Regering een gebrek aan visie of daadkracht heeft. Gisteren en ook vandaag is er sprake van een regering van foutlopende zaken. Ik heb het dan ook moeilijk om de kritiek van de oppositie naast elkaar te leggen.

De voorzitter

De heer Sanctorum heeft het woord.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Mijnheer van Dijck, u hebt al meermaals gezegd dat er keuzes moeten worden gemaakt. Ik ben het daar volledig mee eens.

Ik ben zelf opgegroeid in de Vlaamse Rand. Ik heb dan ook een grote Vlaamse gevoeligheid. Wanneer ik echter kijk naar de verenigingen en ik zie welke keuzes de Vlaamse Regering maakt, dan stel ik vast dat bijvoorbeeld de milieuverenigingen zwaar moeten besparen. Verder zie ik dat vzw ‘de Rand’ een hogere toelage krijgt dan vorig jaar. Dat heeft te maken met de keuzes van de Vlaamse Regering. Betekent dit dan dat milieu aan belang inboet en dat het Vlaamse thema aan gewicht toeneemt? Is dat dan de conclusie?

Als lid van N-VA zou ik me er gemakkelijk vanaf kunnen maken en zeggen: inderdaad. Dat is onze stempel op het beleid. Maar, mijnheer Sanctorum, ik wil niet zo kort door de bocht gaan want ook het milieubeleid willen wij ernstig nemen. Het gaat niet alleen over het snoeien in de middelen maar ook over het efficiënter inzetten van de middelen. Toen ik daarstraks verwees naar tal van organisaties waarvan ook wij als parlementsleden de dienst uitmaken, had ik het juist over zulke organisaties waar ik in de bestuursvergadering moet vertellen dat de buikriem moet worden aangespannen en dat er maatregelen moeten worden genomen met het oog op een begroting in evenwicht. Het gaat er inderdaad om keuzes te maken en die op het terrein te verdedigen.

De voorzitter

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Eric Van Rompuy

Mijnheer Sanctorum, u hebt de kans gehad om te zwijgen. Wij geven subsidies aan milieuverenigingen die nepstudies maken en die aan studiebureaus gaan vertellen dat Zaventem en Diegem Doel moeten nalopen.

We geven dus subsidies aan milieuverenigingen die eigenlijk heel het beleid van de Vlaamse Regering in een bepaald daglicht proberen te stellen en te diaboliseren en proberen de mensen angst aan te jagen. Greenpeace wordt ook gesubsidieerd. Dus hier nu bepaalde subsidies in de Vlaamse Rand daartegen komen afwegen…

U had vorige week trouwens een vraag om uitleg in de commissie Leefmilieu, maar u bent niet komen opdagen. U had over dit thema beter gezwegen. (Applaus bij CD&V)

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

De subsidies voor de milieuverenigingen gaan natuurlijk over veel meer dan over de milieuverenigingen zelf. Het gaat over een zeer breed gamma. Bovendien vind ik het heel flauw wat u nu aanhaalt.

Ik stel alleen vast, mijnheer Van Rompuy, dat u dit als reden aangrijpt om de volgende keer misschien nog dieper te snijden bij de milieuverenigingen. Ik kijk al uit naar de begroting van 2012.

Filip Watteeuw

Mijnheer Van Rompuy, u zou uw voorbeelden beter moeten kiezen. Greenpeace staat er nu toevallig op om geen subsidies te krijgen. Heel uw vergelijking klopt dus niet. Die actie kan misschien ongelukkig geweest zijn, ze had voornamelijk als doel om een problematiek onder de aandacht te brengen. Er zijn andere mensen die dat op andere manieren doen. Zelfs de minister-president zit nu ongepast in Argentinië om de aandacht te vestigen op een andere problematiek. Dat is dus absoluut toegelaten.

De voorzitter

Minister Bourgeois heeft het woord.

Minister Geert Bourgeois

Ik neem er akte van dat Groen! de versterking van de Vlaamse Rand niet belangrijk vindt. Investeren in mensen, in het Vlaamse karakter van de Rand is niet belangrijk.

Ik wijs erop, mijnheer Gatz, dat de begrotingsverhoging er onder andere toe dient om het Felix De Boeckcentrum uit te bouwen, waar ook natuurbeleving ingebouwd is. Minister Schauvliege en ikzelf maken in de Vlaamse Rand verder werk van de groene rand, het versterken van het groene karakter en de natuurbeleving in de Vlaamse Rand. Dat is blijkbaar allemaal niet belangrijk voor Groen!

De voorzitter

Minister, ik weet niet of ze naar u geluisterd hebben, want iedereen heeft aandacht voor iets anders.

Minister Geert Bourgeois

Ik verwijs naar het betoog van de heer Crombez daarstraks. Ik begrijp dat er op dit ogenblik belangrijker dingen zijn. Helaas. (Gelach)

Het is nochtans ook maar in de rand. (Gelach. Applaus)

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron

Minister, sofistische redeneringen, heet zoiets. U schaft de onderhoudspremie af voor beschermde gebouwen van lokale besturen. Dus vindt u ook andere terreinen belangrijker dan het erfgoed, zou je kunnen redeneren. Dat soort redeneringen maakt u, maar ze kloppen niet.

Collega’s, ik mis de ernst van de discussie in het verwijt over de keuzes die we maken. U zult zich misschien herinneren dat ik in de commissie heb moeten vaststellen…

De voorzitter

Mag ik aan de fotografen vragen dat iedereen op zijn plaats gaat zitten? Ofwel moet u zich uit het halfrond verwijderen. Dat geldt voor iedereen die hier op bezoek komt in het parlement: ofwel neemt u plaats, ofwel verlaat u het halfrond. (Applaus)

Collega’s, ik heb tijdens de commissievergaderingen een oplijsting gemaakt en vastgesteld dat we in 90 procent van de huidige begrotingsposten ambitieuzer moeten zijn. En dan krijg je inderdaad de drie vragen, mijnheer Gatz: meer uitgeven en investeren, meer sparen en reserves aanleggen en meer schuldafbouw. Dat is drie keer ‘meer’. Wie biedt meer?

Ik heb in de commissie ook de vrees uitgedrukt dat we dan blijkbaar het verschil maar moeten maken in die 10 procent van de begrotingsposten waarin we geen extra uitgaven zouden moeten doen. Collega Sanctorum, excuseer, maar zit het dan in leefmilieu? Moet het in cultuur? Of in het overheidsapparaat, wat ook anderen aanhalen?

Collega’s, waar het kan, moet inderdaad worden ingegrepen en dat gebeurt ook. Het is ook duidelijk dat niet elke ambtenaar die afvloeit, zomaar wordt vervangen. Minister Bourgeois heeft al een aantal percentages naar voren geschoven. Maar wat wil men dan eigenlijk in de praktijk? Dat we morgen een aantal leerkrachten of mensen in de welzijnssector doen afvloeien? Of dat we in de VDAB minder begeleiders inzetten? In ieder geval, de groei van het aantal ambtenaren in verschillende bevoegdheidsdomeinen is vooral op het einde van de vorige regeerperiode toegenomen.

De voorzitter

Mevrouw Van der Borght heeft het woord.

Vera Van der Borght

Voorzitter, ik vind het een beetje triest dat de meerderheid het zo moeilijk heeft om de zaken in een juist perspectief te plaatsen.

Mijnheer Van Dijck, u hebt het zelf gezegd, maar er is ook zoiets als keuzes maken. Er zijn twee soorten keuzes. Er zijn globale keuzes die men kan maken en er zijn de keuzes die elke minister binnen zijn departement kan maken. Daar is het ons om te doen: de juiste keuzes maken.

We hebben er nog nooit voor gepleit om meer uit te geven of om mensen op straat te zetten. Dat hebben we nog niet gedaan. Het is zoals in een huishouden: je hebt een budget en daarmee moet je het doen. Binnen dat budget moet je keuzes maken. En dat moeten wij ook leren: keuzes maken.

De voorzitter

De heer Sannen heeft het woord.

Ludo Sannen

Voorzitter, ik ben het eens met wat de collega zegt, maar ik verwacht die keuzes van Open Vld. Ik heb ze nog niet gehoord. Ik heb nog niet gehoord waar Open Vld die middelen dan zal halen.

Vera Van der Borght

U krijgt die keuzes vanmiddag. Ik hoop dat u dan goed zult luisteren.

De voorzitter

De heer Van den Heuvel heeft het woord.

Voorzitter, ik had eigenlijk dezelfde opmerking als de heer Sannen. Ik zou van de mensen van Open Vld graag eens willen weten, sector per sector – de heer De Gucht voor Cultuur, mevrouw Van der Borght voor Welzijn, de heer Keulen voor Binnenlandse Zaken, de heer Gysbrechts voor Armoede – waar men meer gaat uitgeven en waar men minder gaat uitgeven. We kijken ernaar uit waar de plusjes en waar de minnetjes gaan komen.

De voorzitter

Mevrouw Van der Borght, u bedwingt zich tot deze namiddag.

Vera Van der Borght

Voorzitter, enfin.

Collega’s, mocht het niet duidelijk zijn, dan was dit net het punt dat ik wou maken. Mevrouw Van der Borght, in 90 procent van de beleidsdomeinen is het meer, meer, meer. Ik trek dus de conclusie dat in de overige 10 procent het gelag zal moeten worden betaald. Maar goed, we wachten met belangstelling af te horen waar het wel had gekund.

Een andere bron van kritiek – en daar wil ik het dan bij houden – zijn de actuele betalingsproblemen in een aantal beleidsdomeinen en agentschappen. Beste collega’s, hier worden we vandaag en morgen geconfronteerd met het resultaat van het beleid van het verleden. De zogenaamde ‘impliciete schuld’ waarmee we anno 2010 en 2011 geconfronteerd worden in de Vlaamse begroting is immers het resultaat van de uitvoering van beslissingen en uitgestelde facturen uit het verleden. Want tegelijk stelt het Rekenhof vast dat de huidige Vlaamse Regering komaf maakt met deze praktijk door in extra geld te voorzien voor betaalkredieten, en zo de kloof tussen beleids- en betaalkredieten fors te verminderen.

Beste collega’s, dit is een duidelijk voorbeeld van budgettaire orthodoxie waarvoor ook het Rekenhof haar appreciatie heeft uitgedrukt. Dit betekent niet dat we blind blijven voor een aantal opmerkingen en aanbevelingen van het Rekenhof met betrekking tot de Vlaamse begroting. Het Rekenhof benadrukt dat de Vlaamse Regering fundamenteel goed zit met de keuze voor een begrotingsevenwicht in 2011, maar signaleert als minpunt het tekort aan focus op de schuldontwikkeling en vraagt voor de toekomst een betere transparantie, een betere koppeling tussen de beleids- en begrotingscyclus. Het Rekenhof zegt ook dat in een meerjarenperspectief moet worden voorzien in voldoende betalingsmiddelen voor de reeds aangegane verbintenissen.

Dit zijn voor de N-VA belangrijke aandachtspunten bij de opmaak en opvolging van de Vlaamse begroting in de komende jaren.

Van bijzonder groot belang in dit verband is het engagement van de Vlaamse Regering om een eigen Vlaamse structurele nulnorm, dus een eigen Vlaamse stabiliteitsnorm, uit te werken die het evenwicht van de Vlaamse begroting op lange termijn kan waarborgen. In dit kader kunnen we desgevallend ook rekening houden met het resultaat van de lopende onderhandelingen over de hervorming van de Bijzondere Financieringswet. Ook het recente pleidooi van de Vlaamse minister-president dat de internationale kredietratingbureaus zoals Standard & Poor’s in de toekomst een onderscheid zouden moeten maken bij de inschatting van de kredietwaardigheid tussen de federale overheid en de deelstaten in België, past voor ons in dit kader.

Een belangrijke mijlpaal voor het Vlaamse begrotingsbeleid is het ontwerp van Rekendecreet dat in november 2010 werd goedgekeurd door de Vlaamse Regering en reeds werd overgemaakt aan dit parlement. Hiermee leggen we de basis voor een modern financieel management binnen de Vlaamse overheid. Vanaf 2012 kunnen de Vlaamse ministeries een bedrijfseconomische dubbele boekhouding voeren met kostenanalytische component. Door in een zogenaamde prestatiebegroting de financiële informatie te koppelen aan de geleverde prestaties en bereikte effecten, wordt een sterkere verantwoording aan dit parlement mogelijk.

Beste collega’s, vandaag ligt een Vlaamse begroting in evenwicht voor, dit mede dankzij een belangrijke tweede besparingsronde in 2011 van in totaal 376 miljoen euro. Tegelijk maken we in 2011 voor 95 miljoen euro ruimte vrij voor nieuwe beleidsaccenten. Men kan daar smalend over doen, maar een vaststaand feit is en blijft dat we met deze begroting in evenwicht niet alleen tot de beste leerlingen van de Europese klas behoren, maar dat niemand in België in onze nabijheid komt.

We beseffen dat de besparingen die we doorvoeren, soms pijn doen. Maar we zijn er tegelijk van overtuigd dat de bevolking deze soms moeilijke beslissingen van ons verwacht. Ik ben ervan overtuigd dat de zogenaamde kaasschaafmethode de enige realistische en efficiënte manier is om effectief en efficiënt te besparen. Door generieke besparingsprincipes af te spreken, en vervolgens elke bevoegde minister binnen elk beleidsdomein zijn of haar huiswerk te laten maken, kan men weloverwogen compenseren binnen bepaalde posten. Men kan begrotingsposten vrijwaren en verschuiven om efficiëntiewinst te boeken.

De Vlaamse Regering maakt in 2011 ruimte voor 95 miljoen euro nieuw beleid, waaronder 45 miljoen euro voor het wegwerken van de wachtlijsten in de voorzieningen voor personen met een handicap. We kiezen dan ook heel doelbewust voor de nodige sociale accenten in de besparingen. Geen blinde besparingen, maar zelfs een groeipad in de uitgaven voor personen met een handicap, kinderopvang en thuiszorg.

We zorgen in 2011 ook voor 300 miljoen euro extra kapitaalparticipaties en 10 miljoen euro extra investeringen in spin-offs van wetenschappelijke onderzoekscentra. Vlaanderen levert vandaag belangrijke inspanningen, en velen vinden dat maar normaal. Maar als alle betrokken overheden in België dezelfde inspanningen zouden leveren als Vlaanderen, zouden de kaarten in elk geval anders liggen. Dat is dan ook de boodschap die we vandaag vanuit dit Vlaams Parlement kunnen meegeven aan de onderhandelaars voor de federale regeringsvorming.

We hopen dat de budgettaire orthodoxie die we vandaag in Vlaanderen aan de dag leggen, kan inspireren om dat ook op het federale niveau te doen. Daarnaast is het duidelijk dat de noodzakelijke copernicaanse omwenteling er enkel kan komen als we via een zesde staatshervorming kunnen zorgen voor een overheveling van een aantal cruciale sociaal-economische hefbomen naar de deelstaten.

Dankzij het verschuiven van de besparingsinspanning naar 2010 en een snelle terugkeer naar een begroting in evenwicht vanaf 2011 kan de Vlaamse overheid deze noodzakelijke sociaal-economische staatshervorming met vertrouwen tegemoet zien. Deze overheveling van bevoegdheden kan echter niet losgezien worden van de nodige financiële verantwoordelijkheid, van de nodige fiscale autonomie en dus zeggenschap over de eigen uitgaven en inkomsten.

Collega’s, voor de N-VA-fractie is deze volgehouden, structurele besparingsinspanning wat de bevolking van haar verkozen volksvertegenwoordigers en van de diverse regeringen in dit land mag verwachten. Ik heb me hier vooral gefocust op de begroting zelf en de omgevingsfactoren. Maar achter die cijfers zit natuurlijk een beleid. Achter die cijfers zitten de keuzes. In de debatten die volgen, zal de N-VA-fractie zich focussen op die punten die voor ons belangrijk zijn, op die punten die voor ons het verschil maken en waarmee de Vlaamse Regering bewijst wel degelijk goed werk te leveren. Mijn fractie is klaar om het inhoudelijk debat aan te gaan. (Applaus bij de meerderheid)

Motie van orde
Regeling van de werkzaamheden

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.