U bent hier

De voorzitter

Mevrouw De Waele heeft het woord.

Patricia De Waele

Dit jaar zullen in vergelijking met 2008 en 2009 drie keer meer gezinnen in woonnood komen en uit hun huis worden gezet. Deze problematiek zien we jaarlijks terugkeren, maar de huurdersbond durft ook al te stellen dat het niet betalen van de huurprijs niet meer tot de prioriteiten behoort.

Ik moet er geen tekening bij maken dat een privaat verhuurder nogal wordt afgeschrikt door het feit dat mensen hun huurgelden niet langer betalen. We kennen allemaal het fenomeen van een verschraalde private huurmarkt. Als men dat koppelt aan het ontoereikende aanbod van sociale huurwoningen, zien we direct dat er heel wat gezinnen in woonnood komen.

De huurwetgeving is wel een federale materie, maar we weten dat we op het Vlaamse niveau initiatieven kunnen nemen om niet-solvabele huurders uit hun woonnood te helpen of althans bij te staan. Op die manier kunnen we ervoor zorgen dat de private verhuurder opnieuw vertrouwen krijgt.

In de commissie van 28 oktober zei u dat u zou becijferen hoe u een uitgebreid huursubsidiesysteem op poten kon stellen. U hebt krachtig nagedacht en becijferd want op 3 november konden we in De Morgen lezen dat er een voorstel van uitgebreide huursubsidie op de onderhandelingstafel ligt.

Minister, is er bij dat voorliggende voorstel ook over nagedacht dat dit huursubsidiesysteem bij acute nood een hulpmiddel kan zijn, met andere woorden, dat een inkomensgerelateerd systeem wel van essentieel belang kan zijn om dat huursubsidiesysteem doeltreffend te maken?

De voorzitter

Mevrouw Hostekint heeft het woord.

Michèle Hostekint

Voorzitter, geachte ministers, geachte leden, mevrouw De Waele heeft de problematiek geschetst. Dit jaar waren er opnieuw heel wat meer uithuiszettingen dan het jaar voordien. Het is dus wel een belangrijke problematiek, die er niet alleen een is van Wonen en Welzijn. Het gaat inderdaad om een bijkomende nood aan sociale huisvesting en over huursubsidies, maar ook over veel meer.

De situatie van de huurder op de privéhuurmarkt is precair: niemand zal dat ontkennen. Het gaat echter ook over een wooncultuur. Blijkbaar missen heel wat huurders toch een zekere wooncultuur. Mevrouw De Waele heeft het aangehaald. Ik wil niemand stigmatiseren, maar ook sociale huisvestingsmaatschappijen stellen vast dat, terwijl huurders vroeger eerst de huur betaalden en later andere kosten, het omgekeerde vandaag vaak wel eens het geval durft te zijn. Vaak is de kwestie ook dat uithuiszettingen niet omwille van een huurachterstand plaatsvinden, maar omdat huurders overlast veroorzaken in de buurt.

Anderzijds stellen we vast dat verhuurders vandaag heel wat sneller naar de rechtbank stappen en de bemiddeling overslaan. Er worden dus heel wat stappen vroeger dan voordien gezet. Mijn zorg is dan ook dat we deze problematiek preventief zouden gaan aanpakken. In dezen wil ik me richten tot minister Vandeurzen. Het gaat inderdaad over een gedeelde problematiek. Minister, ik richt me tot u omdat ik geloof dat een preventieve woonbegeleiding ter zake heel wat zoden aan de dijk kan zetten. Zoals mevrouw Coppé weet, blijkt uit resultaten van het centrum voor algemeen welzijnswerk in onze eigen regio, Roeselare, dat heel wat uithuiszettingen kunnen worden vermeden als er heel snel wordt ingegrepen, op het ogenblik dat er signalen zijn dat het fout dreigt te lopen. Die signalen komen dan bijvoorbeeld van het OCMW of Kind en Gezin. Men zou dus heel veel van die uithuiszettingen kunnen vermijden door een preventieve woonbegeleiding.

Minister, overweegt u om structurele maatregelen te nemen ter zake? In welke mate kunnen de bestaande initiatieven met betrekking tot woonbegeleiding hierin passen?

De voorzitter

Minister Van den Bossche heeft het woord.

Mevrouw De Waele, voor alle duidelijkheid: het eerste dat we moeten doen om mensen in woonnood te helpen, is hen aan een sociale woning helpen. Ik blijf ervan overtuigd dat dit het eerste is waarop we onze budgetten moeten richten. U vraagt of ik eventueel van plan ben om iets te doen aan uithuiszettingen via de huursubsidies, om dat daaraan te koppelen.

Het gaat over verschillende problemen. Er is de problematiek van mensen die een onvoldoende hoog inkomen hebben om fatsoenlijk te kunnen wonen op de privémarkt en daarom een beroep willen en moeten doen op sociale huisvesting, maar soms vrij lang op een wachtlijst staan. Die mensen hebben een bepaalde nood. Dan zijn er die mensen die voordien een redelijk inkomen hadden, maar plots met pech kregen af te rekenen, omdat ze hun baan verloren of een gezinslid ernstig ziek werd. Plots hebben ze kosten, waardoor ze de huur niet meer kunnen betalen.

De vraag is wat we zullen doen voor die specifieke groep mensen. Ik zou willen nadenken over het creëren van een soort systeem voor gewaarborgd wonen, zoals we dat ook hebben voor eigenaars, voor mensen die een hypotheek aflossen. Als die mensen een tijd lang niet meer kunnen betalen, geeft de verzekering een tegemoetkoming. Dat nadenken doe ik overigens samen met de eigenaarsvereniging, waarmee ik overleg pleeg. Ik denk dat geen enkele privéverzekeraar bereid zal worden gevonden om het risico bij privéhuur te verzekeren, zeker niet voor een redelijke prijs. De eigenaarsvereniging heeft zelf voorgesteld om eventueel, via een gesolidariseerde bijdrage van de eigenaars, een fonds op te richten dat zou kunnen worden gebruikt in gevallen van dreigende uithuiszetting. Ik heb die mensen beloofd dat idee zeker te zullen onderzoeken.

U weet ook dat ik, in het kader van de samenwerking tussen Wonen en Welzijn, samen met minister Vandeurzen projectoproepen toelaat om eventueel projectmatig een aantal dingen te proberen. Dat zou eventueel kunnen passen in het kader van dreigende uithuiszettingen. We zouden kunnen bekijken of we dat eventueel structureel kunnen verankeren. Minister Vandeurzen zal daar iets meer over vertellen.

Ik pleeg daar dus overleg over, los van de andere bestaande systemen van huursubsidie, die wellicht zullen worden uitgebreid.

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Er zijn in Vlaanderen momenteel zeven projecten met betrekking tot woonbegeleiding. Van de kant van Welzijn gebeuren die door de centra voor algemeen welzijnswerk. We zijn die projecten momenteel aan het evalueren, zowel wat betreft het type van cliënt dat daarop een beroep doet als wat de ervaringen betreft binnen de sector van het algemeen welzijnswerk en de ervaringen van de huisvestingsmaatschappijen die daarop een beroep doen.

De begeleidingen die daar nu worden aangeboden, hebben uiteraard betrekking op zowel het begeleiden van mensen die overlast en zo meer dreigen te veroorzaken, als op de problematiek van dreigende uithuiszettingen, het niet betalen van schulden en dat soort zaken. We verwachten dat we begin 2011 de evaluatie daarvan hebben. Dan kunnen we bekijken op welke manier het systeem verder kan worden ontwikkeld.

Het is belangrijk om nog eens te onderstrepen dat we voor het eerst sinds lang een taakafspraak hebben kunnen maken tussen Welzijn en Wonen. Dat betekent dat we met de welzijnssector kunnen bekijken welke ondersteuning we kunnen bieden bij de problematiek van de woonbegeleiding en de terugkeer van groepen als ex-psychiatrische patiënten en ex-gedetineerden naar de huisvestingsmarkt. Daartegenover staat de vraag naar ruimte voor bepaalde kwetsbare groepen in onze samenleving in de huisvestingssector.

We hebben daarover nu samen een oproep gelanceerd voor projecten die juist inspelen op dat element van woonbegeleiding en het elkaar wederzijds kunnen ondersteunen in een win-winsituatie. Wellicht kunnen we dan in de volgende maanden een aantal innoverende projecten met een projecttoelage de kans geven om op te starten. Zo kunnen we de ervaring in de samenwerking Welzijn-Wonen voor de volgende perioden uitdiepen en uitbreiden.

Patricia De Waele

Minister Van den Bossche, u spreekt over een systeem van gewaarborgd wonen, maar mijn vraag ging eigenlijk meer specifiek over het huursubsidiesysteem. Ik wou weten in welke mate dat zou veranderen. Vandaag is dat gerelateerd aan een zekere verhuissituatie. Het systeem van huursubsidie werkt niet echt. Het bereikt niet voor 100 percent zijn doel.


Zouden we het huursubsidiesysteem zoals we het nu kennen, ook niet kunnen uitbreiden naar een inkomensgerelateerd systeem? Het financiële gegeven is uiteindelijk een heel belangrijk element waardoor bepaalde mensen in de private markt, of zelfs in de sociale markt, hun huur niet kunnen betalen.

Het gaat er dus wel degelijk over hoe we het huursubsidiesysteem kunnen uitbreiden met een zekere inkomensgerelateerdheid.

Michèle Hostekint

Ik wil beide ministers bedanken voor het antwoord. Het verheugt mij, minister Vandeurzen, dat u een evaluatie gaat maken van de bestaande projecten. Het betreft hier wel een redelijk urgent probleem. Het gaat over 900 gezinnen het afgelopen half jaar. Ik zou dus tot bekwame spoed willen aanzetten.

Minister Van den Bossche, ik ben zeer blij dat een verzekering gewaarborgd wonen, in welke vorm dan ook, vandaag wordt onderzocht en in de maak is. We hebben daar in de vorige legislatuur zelf een voorstel van resolutie over ingediend. Ik zou het heel goed vinden mocht die er snel kunnen komen.

Wat de huursubsidies betreft, mevrouw De Waele, weten we allemaal dat zo’n veralgemeend huursubsidiestelsel, hoe mooi het ook klinkt, een aantal perverse effecten heeft op die private huurmarkt. Het dreigt de huurprijzen op de private huurmarkt namelijk op te drijven. Ik geloof meer in structurele maatregelen zoals een verzekering gewaarborgd wonen op momenten van inkomensverlies door ziekte of door het verlies van arbeid.

De voorzitter

De heer Penris heeft het woord.

Jan Penris

Ik wil de insteek van mevrouw De Waele gebruiken om het met minister Van den Bossche even over de huursubsidie te hebben. In 2004 heeft haar voorganger, de heer Keulen, al aangekondigd dat hij werk zou maken van de uitbreiding van het huursubsidiestelsel. In 2008 had hij nog gezegd dat dat in 2009 gerealiseerd zou worden. Dat is niet het geval geweest. In uw regeringsverklaring, minister, stond dat er voor 2010 een uitbreiding van het huursubsidiestelsel zou worden gerealiseerd voor huurders die langer dan 5 jaar op de wachtlijst voor een sociale woning staan.

Op 3 november laatstleden liet een van uw coalitiepartners, de heer Dehaene, in Het Nieuwsblad optekenen dat hij het daar moeilijk mee heeft. En nu vernemen we dat de uitbreiding van het huursubsidiestelsel opnieuw het voorwerp zal uitmaken van bijkomende onderhandelingen en besprekingen. Ik zou eens willen weten wat de stand van zaken is. Zal het huursubsidiestelsel worden uitgebreid en zo ja, op welke manier en wanneer?

De voorzitter

De heer De Loor heeft het woord.

Voorzitter, ik kan niet genoeg het belang onderstrepen van een goede samenwerking tussen Wonen en Welzijn. Ik ben heel verheugd dat die samenwerking er al een tijdje is en dat die door middel van de projectoproep ook verder zal kunnen evolueren.

Ik wil nog eens terugkomen op de vraag van mevrouw Hostekint en op het belang dat ze aan preventie hecht. Een groot deel van het werk ter zake is volgens mij weggelegd voor Welzijn.

Minister, u zegt dat een aantal systemen en projecten geëvalueerd worden tegen begin 2011 en ik veronderstel dat bemoeizorg daar een van zal zijn. Het komt erop neer om de uithuiszettingen te voorkomen en om zo kort mogelijk op de bal te spelen. Ik roep u dan ook op, minister Vandeurzen, om ervoor te zorgen dat indien bemoeizorg uit de evaluatie komt, het een van de ‘best practices’ is, er voldoende ondersteuning komt in de welzijnssector voor CAW’s en voor OCMW’s om hun werk te kunnen doen.

De voorzitter

De heer Hendrickx heeft het woord.

Marc Hendrickx

Voorzitter, ik denk dat we het er met zijn allen over eens zijn dat de uithuiszettingsproblematiek een belangrijke problematiek is met vele oorzaken van diverse aard. Dit werd hier al meer dan terecht gesteld door mevrouw Hostekint.

Een algemene huursubsidie zal heel doordacht moeten gebeuren, want het kan toch ook niet de bedoeling zijn dat de huurders op het einde van de maand even beroep kunnen doen op een soort pot wanneer ze in de problemen zitten.

Bij een verzekering voor gewaarborgd wonen daarentegen, zullen we moeten uitgaan van twee verschillende invalshoeken. Bij eigenaars was de reden voor de invoering ervan immers heel anders dan de reden waarom we dit nu zouden invoeren voor huurders. Ik vraag u om de nodige aandacht te besteden aan de verschillen in problematiek en in invalshoeken om zo’n verzekering uit te werken.

De voorzitter

Mevrouw Vogels heeft het woord.

Mieke Vogels

Voorzitter, ik heb een déjà vu. Vorig jaar trok de VVSG aan de alarmbel wegens het grotere aantal uithuiszettingen. De minister werd toen ondervraagd en antwoordde dat ze een systeem bestudeerde, een soort van verzekering zoals die al bestaat voor iemand die zijn werk verliest en daardoor op straat komt te staan. Ze vertelde dat de huursubsidies eventueel zouden worden uitgebreid. Ik hoor nu, een jaar later, opnieuw hetzelfde: de minister bestudeert de verzekering.

Minister Van den Bossche, het gaat om een structureel probleem. U verhelpt het niet door verder te studeren noch door, zoals de heer Penris terecht opmerkte, elk jaar opnieuw aan te kondigen dat er huursubsidies zullen komen.

Minister Vandeurzen, u verhelpt het probleem ook niet door een paar projecten te evalueren. Het gaat om een structureel probleem op de woningmarkt.

Minister Van den Bossche, in onze Vlaamse huisvestingscode staat het recht op wonen ingeschreven. Het is uw verantwoordelijkheid. Al die uithuiszettingen kunt u voorkomen als u het recht op wonen in Vlaanderen garandeert en eindelijk de huursubsidie invoert.

De voorzitter

Mevrouw Heeren heeft het woord.

Veerle Heeren

Recht op wonen, ja, maar dan moet je huur betalen. Ofwel betaal je huur, ofwel betaal je een hypothecaire lening af, maar er zijn nu eenmaal mensen in Vlaanderen die het ofwel niet kunnen, eerst huur betalen, ofwel vinden dat ze dat niet moeten doen. We zullen de huursubsidies die we vandaag hebben, uitbreiden, maar ik ben ervan overtuigd dat ze het probleem van de uithuiszettingen niet zullen oplossen. Het is zeker de moeite waard om de verzekering samen met het eigenaarssyndicaat te onderzoeken, maar dan nog zal het systeem beperkingen hebben.

Ik geloof veel meer in de begeleiding van mensen. Laten we eerlijk zijn, als er mensen uit huis worden gezet, dan is dat niet alleen erg voor de eigenaars die hun huurgeld niet krijgen, maar dan kent het OCMW het gezin of de persoon vaak al, evenals de bouwmaatschappijen – we hebben het immers vaak over uithuiszettingen in de private sector, maar ze doen zich ook voor bij bouwmaatschappijen.

Ik ondersteun toch een beetje het betoog van de heer Dehaene. Het OCMW heeft hier ook een belangrijke rol. In welke mate kan het OCMW mee participeren, ook in het huursubsidieverhaal? Ik zie beide ministers lachen, maar het OCMW is de eerste instantie bij uitstek op het lokale niveau tot wie een lokaal bestuur of een bouwmaatschappij zich kan richten. Bovendien zijn OCMW’s vaak de grootste publieke partner in de raad van bestuur van bouwmaatschappijen.

Twee weken geleden lag ik hier onder vuur omdat de OCMW’s te veel taken kregen vanuit Wonen. Ik denk aan de minimumlevering van aardgas. De week nadien werd ik geconfronteerd met een aantal commentaren van leden die wilden dat de huursubsidiesystemen niet werden uitgewerkt via de sociale huisvestingsmaatschappijen maar via de OCMW’s.

Het is natuurlijk een moeilijk spanningsveld. Mensen met een armoedeproblematiek kunnen altijd bij een OCMW terecht. De vraag is of we alle taken die bestemd zijn voor mensen die ook tijdelijk of structureel met een armoedeproblematiek worden geconfronteerd, bij de OCMW’s moeten leggen. Ik denk dat we dat voor een aantal zaken kunnen doen, zoals voor de minimumlevering aardgas, maar de huursubsidies zou je ook op een andere manier kunnen uitbetalen. Iedereen weet dat een van de pistes waarover wordt gesproken, een piste is die gekoppeld is aan wachtlijsten. Men kan dat geautomatiseerd doen. Het hoeft niet noodzakelijk altijd te gaan om iets wat heel veel administratieve overlast meebrengt voor een bepaald organisme zoals het OCMW. Ik zou daar voorzichtig in zijn. Als we het eenvoudiger kunnen doen, dan zou ik dat ook willen.

Een aantal mensen zegt dat ik voortdurend aankondigingen doe. Ik heb niets aangekondigd. Een lid van dit parlement heeft gezegd dat er werkgroepen op regeringsniveau bezig zijn met een huursubsidie. Men belt mij dan om te vragen wat ik daar van vind. Die mens is daar dan tegen. Ik antwoord daar op. Een parlementslid heeft dat in mijn plaats aangekondigd. Als die dat graag wil, dan mag hij dat doen, maar dan mag ik daar ook op antwoorden, zonder dat ik daarop moet worden afgerekend als zijnde diegene die communiceert.

Er ligt inderdaad iets ter tafel. Het is niet mijn gewoonte om te veel uit de biecht te klappen en te zeggen wat dat systeem dan is. Ik kan u wel bevestigen dat wat het niet-genoemde parlementslid in de krant heeft gezegd, lijkt op het systeem dat ik voor ogen heb. We zijn daar dus nog over aan het praten.

Mevrouw De Waele, in de begroting voor 2011 heb ik geld ingeschreven. We kunnen dus een uitbreiding doen. U vraagt om dat te veralgemenen. We komen dan bij een ander politiek thema terecht: er is een structureel inkomensprobleem bij een heel grote groep mensen. Het heeft te maken met het feit dat pensioenen, uitkeringen en vervangingsinkomens vaak heel laag zijn. Ik kan dat vanuit Wonen niet oplossen. Als ik de inkomensgerelateerde huursubsidie zou gaan veralgemenen en die bijvoorbeeld zouden toepassen op de twee laagste decielen van de inkomensgroepen, dan kost dat 180 miljoen euro per jaar. Ik heb dat geld niet. Ik denk dat het eerder te maken heeft met een algemene en structurele armoedeproblematiek en inkomensproblematiek, eerder dan een woonproblematiek.

Ik zou toch graag de link behouden met een bepaalde woonnood die wordt vastgesteld, bijvoorbeeld doordat men lang wacht op een sociale woning en daarbij dan nog de meest precaire inkomens te nemen. We moeten het budgettair beheersbaar houden en ik zou toch een duidelijke link willen leggen met de nood.

Ik ben het eens met een aantal betogen dat het mogelijk voor een aantal perverse effecten zou kunnen zorgen. Ik denk aan een aanzuigeffect op wachtlijsten. Dat is zeker waar. Mocht die piste worden gevolgd – en dat weet ik nog niet –, zullen we tegelijkertijd een aantal maatregelen moeten nemen zoals bijvoorbeeld een ruimere omschrijving van de keuze voor een sociale woning zodat men in principe minder lang op de wachtlijst zal komen te staan zodat we werkelijk die mensen bereiken die een hele hoge nood hebben.

We denken er over na. Het is niet afgerond. De werkgroepen zijn nog bezig, maar het geld is ingeschreven in de begroting.

Minister Jo Vandeurzen

Ik bevestig graag een aantal overtuigingen die hier zijn vertolkt. Het gaat onder meer over de bemoeizorgprojecten. Ik ben het er helemaal mee eens dat het een belangrijk spoor is en dat het goed is dat de samenwerking Wonen en Welzijn goed op elkaar worden afgestemd. Dat geeft inderdaad een heel erg preventief karakter. Het gaat, zoals ook mevrouw Heeren zegt, niet alleen over situaties waarin de huur niet wordt betaald, maar het gaat vaak over een bredere samenlevingsproblematiek.

De vraag is dus of we dat allemaal met het welzijnswerk kunnen garanderen. Ik vrees van niet. De middelen zijn uiteraard ook beperkt. De trend om vanuit de welzijnssector veel meer in de preventieve fase bijstand te kunnen verlenen en aanwezig te zijn, zorgt ervoor dat men een aantal zaken kan voorkomen. We dienen te proberen om de schotten tussen Huisvesting en Welzijn, maar breder ook binnen de welzijnssector weg te halen. Dat zijn wegen die we moeten bewandelen. Dan zullen we waarschijnlijk ook de OCMW’s tegenkomen.

We zijn ons er wel van bewust dat er daar een grote druk op de verwachtingen is, maar ik denk dat dit het enige spoor is dat we vanuit Welzijn kunnen volgen. Namelijk inzetten op de preventie en de samenwerking, en proberen een goede wil te vinden in de samenwerking. Vergeet niet dat er ook een vicieuze cirkel is. Daar moet ik u ook niet van overtuigen. Het feit dat men als ex-psychiatrisch patiënt en als ex-gedetineerde moeilijk toegang heeft tot de huisvesting, is dan ook weer een oorzaak van een diep armoedeprobleem. Men krijgt een win-winsituatie als we de samenleving goed organiseren.

Patricia De Waele

Mijn vraag ging natuurlijk niet over de malafide huurder, degene die niet wil betalen, maar wel over het feit dat we moeten zoeken naar oplossingen voor de insolvabele huurder. Daarmee blijf ik toch wel bij het idee dat de huidige huursubsidie zoals we ze kennen en die gerelateerd is aan een verhuissituatie en het al dan niet staan op wachtlijsten voor sociale woningen, toch haar doel voorbijschiet. Een inkomensgerelateerdheid zou meer effect hebben. Minister Van den Bossche, u zegt dat u niet over voldoende budget beschikt, maar we hebben daar natuurlijk een mooie oplossing voor. Het is een kwestie van keuzes maken. De middelen moeten meer ingezet worden op sociale huurwoningen en misschien wel minder op sociale koopwoningen en sociale verkavelingen.

Michèle Hostekint

Ik ben begonnen met te zeggen dat het een complex probleem is dat vele oorzaken kent en dat is nog maar eens bewezen door de vele opmerkingen die hier zijn gemaakt. We moeten inderdaad inzetten op sociale huisvesting, kijken hoe we het huursubsidiesysteem verder kunnen uitwerken en hoe we tot een verzekering gewaarborgd wonen voor huurders kunnen komen. Los van hoe en wie het moet gaan doen, is iedereen in deze zaal het erover eens dat we vooral op preventie moeten inzetten. Het belangrijkste is dat het gewoon gebeurt en dat we daar inderdaad voluit voor gaan, en niet wie dat moet gaan doen, de CAW’s, de OCMW’s, Wonen of Welzijn.

De voorzitter

Wat betreft het persoonlijk feit, mijnheer Dehaene, ben ik daar heel strikt in. Elke keer als de heer Verfaillie de naam Veurne hoort noemen, beschouwt hij dat als een persoonlijk feit. Ik heb u allemaal een nota gegeven van de juridische dienst waarin heel duidelijk uitgelegd staat wanneer het over een persoonlijk feit gaat. Ik citeer toch even uit de Van Dale in oud Nederlands: “ene gebeurtenis op ene vergadering waardoor de persoon van een der deelnemers wordt aangetast”. Ik weet niet of u aangetast bent, maar per uitzondering geef ik u nu het woord.

Tom Dehaene

Het persartikel is er gekomen naar aanleiding van een enquête die ik bij de OCMW’s had gedaan. Ik vond het ook jammer dat men alleen dat element eruit genomen heeft, maar soit. Uit die enquête bleek heel duidelijk dat alle OCMW’s zeer veel investeren in hun lokaal woonbeleid en dat ze erover klagen dat ze bijvoorbeeld de mensen die vandaag genieten van de bestaande huursubsidies, niet kennen. Waarom? Het is zelden of bijna nooit het geval dat er alleen maar een huurproblematiek is. Ik geef mevrouw Hostekint gelijk. Er is altijd of zeer vaak een veel gecompliceerdere situatie. We hebben er belang bij dat de OCMW’s weten wie die subsidies krijgen. Vandaar mijn oproep – en dat was de enige oproep die ik deed. Dat gaat extra werk opleveren voor de OCMW’s, maar die worden al ingeschakeld, bijvoorbeeld voor de cultuurcheques en voor het stookoliefonds. Ze krijgen daar een kleine vergoeding voor. Daar kan geen probleem zijn. Dan gaan we tenminste de totale problematiek aanpakken die vaak in die situaties heerst.

De voorzitter

Minister Van den Bossche meldt me dat ze zich niet beledigd voelt of aangetast in haar eer. Dit was nu wel een voorbeeld van geen persoonlijk feit. U brengt gewoon iets inhoudelijks in het debat in. Ik nodig u uit om de nota die de juridische dienst heeft geschreven, opnieuw te lezen, mijnheer Dehaene.

Tom Dehaene

Ik ben verkeerd geciteerd, voorzitter.

De voorzitter

De naam voorzitter wordt hier voortdurend genoemd, maar dat is ook geen persoonlijk feit.

Het incident is gesloten.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.