U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 7 juli 2010, 14.10u

van Karin Brouwers, Jan Roegiers, Jan Peumans, Dirk de Kort, Bart Martens, Sophie De Wit en Griet Smaers, verslag door Jan Roegiers en Sas van Rouveroij
582 (2009-2010) nr. 1
van Filip Watteeuw en Dirk Peeters, verslag door Jan Roegiers en Sas van Rouveroij
543 (2009-2010) nr. 1
De voorzitter

Bespreking

Dames en heren, aan de orde zijn de voorstellen van resolutie van mevrouw Brouwers, de heren Roegiers, Peumans, de Kort en Martens en de dames De Wit en Smaers betreffende de nieuwe beheersovereenkomst 2010-2014 van de Vlaamse Vervoermaatschappij – De Lijn, van mevrouw De Ridder, de heren van Rouveroij, Keulen en De Gucht, de dames De Vroe en Van Volcem en de heer Gatz betreffende de nieuwe Beheersovereenkomst 2010-2014 van de Vlaamse Vervoermaatschappij – De Lijn en van de heer Watteeuw betreffende de nieuwe beheersovereenkomst 2010-2014 van de Vlaamse Vervoermaatschappij – De Lijn, die door de commissie in samenhang zijn behandeld, met dien verstande dat het voorstel van mevrouw Brouwers, de heren Roegiers, Peumans, de Kort en Martens en de dames De Wit en Smaers als basis voor de bespreking werd genomen.

Wij volgen hier dezelfde werkwijze.

De bespreking is geopend.

De heer van Rouveroij, verslaggever, heeft het woord voor een mondeling verslag.

Sas van Rouveroij

Voorzitter, ik heb met de heer Roegiers afgesproken dat ik zou starten met het verslag. Zo dadelijk geef ik het estafettestokje van de verslaggeving dan aan hem door.

Voorzitter, collega’s, de Commissie voor Mobiliteit en Openbare Werken besprak op 24 juni en 1 juli drie voorstellen van resolutie betreffende de nieuwe beheersovereenkomst van de Vlaamse Vervoermaatschappij – De Lijn voor de periode 2010-2014. Eerder hield de commissie op 10 en 24 juni ook al een gedachtewisseling over de evaluatie van de beheersovereenkomst van De Lijn.

De drie voorstellen van resolutie werden volgens de artikelen 26, punt 2 en 55, punt 4 van het reglement in samenhang geagendeerd en behandeld. Het voorstel van resolutie van eerste indieners mevrouw Brouwers, de heren Roegiers, Peumans, de Kort en Martens en de dames De Wit en Smaers werd als basis genomen voor de tekstbespreking.

Overeenkomstig artikel 36, punt 2, derde lid van het reglement besliste de volstrekte meerderheid van de commissie dat er een mondeling verslag zou worden uitgebracht. Dat gebeurt niet vaak, heb ik begrepen. De heer Penris protesteerde daarbij tegen wat hij ‘een improviserende aanpak’ noemde en verklaarde de vergadering te zullen verlaten bij de stemming.

Net zoals de heer Peeters daarstraks, zal ik geen letterlijke lezing geven van het verslag, maar zal ik samenvattend te werk gaan, zonder uiteraard de objectiviteit uit het oog te verliezen, collega’s. Het voorstel van Open Vld, met als eerste indiener mevrouw De Ridder, werd door mezelf toegelicht. Ik verwees naar het verslag van het Rekenhof van januari 2009 over de evaluatie van de basismobiliteit bij De Lijn. Daaruit bleek toen dat er onvoldoende informatie ter beschikking was om de efficiëntie en de effectiviteit van de basismobiliteit naar behoren te beoordelen.

Dat is nu anders, onder meer dank zij de benchmarkstudie van 2009, die het Vlaamse openbare vervoer vergeleek met dat in andere, vergelijkbare Europese regio’s. De resultaten van die studie geven de kans de nieuwe beheersovereenkomst goed te ijken.

Samenvattend trok ik volgende conclusies uit de benchmarkstudie. Eén: de kostendekkingsgraad is in Vlaanderen zeer laag, 16 percent, in vergelijking met regio’s als Zuid-Nederland met 33, Nordrhein-Westfalen met 63 en Schotland – alstublieft – met 110 percent. Twee: ondanks het aanbod van goedkope netabonnementen met een groot bereik, is het aandeel van het openbaar vervoer in het verplaatsingsgedrag van de Vlamingen nog altijd veel beperkter dan in de andere benchmarkregio’s. Drie: het is niet goed dat De Lijn zelf de bezettingsgraad en het aantal reizigers monitort. Vier: de manier waarop de vraag inspeelt op het aanbod wordt niet voldoende gemonitord.

Ik vestig er de aandacht op dat in 10 jaar tijd de exploitatiedotatie bijna vertienvoudigd is, en de investeringsdotatie bijna verdubbeld. Dat staat in schril contrast met de evolutie van het aandeel van het openbaar vervoer in het algemene verplaatsingsgedrag; dat aandeel is met amper 1,3 percent gestegen tot 11,5.

In het voorstel van resolutie beklemtoont Open Vld dat de huidige kostendekkingsgraad omhoog moet, en dringt aan op een spoedige invoering van de ‘smartcard’. Ze zijn ervan overtuigd dat die manier van registreren veel objectievere gegevens zal leveren waarmee het aanbod beter kan worden afgestemd op de vraag.

Voor de projecten basismobiliteit en alle lijnen met een te lage bezettingsgraad moet een kantelmoment worden vastgesteld. Er moeten meer en betere verbindingen en aansluitingen komen van trein op tram en bus.

Ten slotte noemde ik een goed uitgebouwd en eenduidig tactisch niveau een kritische succesfactor. Cruciale opdrachten op tactisch niveau zijn het monitoren van verplaatsingsgedrag, de prijszetting afgestemd op de gebruiker en het type vervoersbewijs en het afstemmen van het aanbod op de vraag. Open Vld vraagt deze tactische functie expliciet en exclusief te reserveren voor de overheid en niet af te staan aan De Lijn zelf. Bij het uitvoeren van die opdracht kan de overheid uiteraard wel externe specialisten inschakelen.

Het voorstel van resolutie van Groen! met als eerste indiener de heer Watteeuw, werd toegelicht door de heer Peeters. Hij zei dat de overheid bij haar investeringen moet kiezen tussen de auto en het openbaar vervoer. Groen! kiest onomwonden voor het openbaar vervoer. Het openbaar vervoer is een essentiële factor bij de noodzakelijke duurzame transitie van de mobiliteit in Vlaanderen. De indieners willen nadrukkelijk af van de jaarlijkse dotaties aan De Lijn en willen per decreet – zoals het gangbaar is bij de spoorwegen – een tienjarige investeringsinspanning verankeren in een tienjarenplan. Dan kan daar ook een resultaatsverbintenis aan worden gekoppeld.

De heer Peeters benadrukte namens Groen! de keuze voor een vertramming van stedelijke buslijnen, een betere doorstroming met actieve verkeerslichtenbeïnvloeding, meer comfort voor de reizigers, een betere integratie van bus, tram en spoor, en een veel betere ontsluiting door De Lijn van bedrijventerreinen.

Tot slot kant het voorstel van resolutie zich tegen besparingen op het aanbod van de dienstverlening van De Lijn. Er wordt integendeel gevraagd om in plaats van al te grote meet- en registratiekosten te maken, die middelen rechtstreeks te investeren in een opwaardering van het aanbod en de dienstverlening.

Vervolgens werd het voorstel van decreet van de meerderheidspartijen toegelicht. Daarover zal de heer Roegiers verslag uitbrengen.

Namens Open Vld noemde ik het voorstel van de meerderheid een lovenswaardige poging, maar toch iets te voorzichtig. Als de meerderheid bereid zou zijn enkele amendementen te aanvaarden op haar voorstel, dan is de Open Vld-fractie bereid het meerderheidsvoorstel mee te steunen. Drie punten van het meerderheidsvoorstel zouden moeten worden aangescherpt. Ik overloop ze kort.

Punt 4 moet het ook hebben over een betere afstemming tussen aanbod en vraag, en dus het begrip ‘lege bussen’ invoeren.

Ook punt 8 was veel te vrijblijvend uitgedrukt. Er zou een kantelmoment moeten worden ingebouwd: een moment waarop, als een onderbezetting wordt vastgesteld, De Lijn overgaat naar een andere vervoerswijze.

Bij punt 14 refereerde ik aan mijn twintigjarige loopbaan als schepen van Gent en noemde De Lijn “soms potdoof en even soepel als de sporen van haar trams”. De steden en gemeenten worden nu al actief betrokken maar dat helpt niet veel, zij moeten echt een doorslaggevende rol krijgen.

Mevrouw Brouwers verklaarde zich namens de meerderheid bereid om enigszins in te gaan op de tekstaanpassingen die ik suggereerde.

De heer Bart Martens stond een beetje argwanend tegenover mijn suggestie om de lokale besturen een doorslaggevende rol te geven bij de evaluatie van bestaande lijnen en bij de invoering van nieuwe lijnen. Die beoordeling mag naar zijn mening geen monopolie worden van steden en gemeenten. Het verminderen van het aanbod op onderbezette lijnen mag volgens de spreker geen blind automatisme worden. Er moet in ieder geval concreet worden gezocht naar de redenen van de onderbezetting.

Ten slotte had de heer Martens ook nog een opmerking over de kostendekkingsgraad. Hij wees erop dat de tarieven van De Lijn worden vastgesteld door de Vlaamse Regering, en dit op voorstel van de raad van bestuur van De Lijn met inachtname van bepaalde regels van indexatie en van na te streven graden van kostendekking. Zo staat het in het regeerakkoord. Het tarievenbeleid hoeft dus, aldus de heer Martens, niet te worden opgenomen in de beheersovereenkomst. Overigens toont de benchmarkstudie aan dat De Lijn perfect slaagt in het beperken van haar exploitatiekosten.

Gezien de bereidheid van de meerderheid om haar voorstel van resolutie aan te passen, verklaarde ik namens Open Vld bereid te zijn om amendementen op te stellen.

Het voorstel van de heren Watteeuw en Peeters noemde ik niet realistisch. Al die zaken die aan de Vlaamse Regering worden gevraagd, vormen een onbetaalbaar geheel. Bovendien stelt het voorstel expliciet dat besparingen moeten worden vermeden. De grote leemte van het voorstel van Groen! is dat er geen keuzes worden gemaakt.

Mijnheer Watteeuw, u merkt dat ik heb samengevat, ik heb het beeld niet meer gebruikt van het groen nirwana. (Opmerkingen van de heer Filip Watteeuw)

De heer Watteeuw beaamde dat het beleid keuzes moet maken. Gent biedt daarvan een goed voorbeeld, zei hij: “In Gent heeft collega van Rouveroij als schepen de keuze gemaakt voor een groot voetgangersgebied en voor het openbaar vervoer. Maar hij heeft ook gekozen voor de auto. Er is dus niet gekozen. Het resultaat is dat de files niet zijn verkort en dat de verkeerscongestie nog altijd een probleem is. In tegenstelling daarmee kiest Groen! voor het openbaar vervoer.”

Laat dit een bewijs zijn, voorzitter, van de objectiviteit van het verslag.

De heer Peeters noemde het meerderheidsvoorstel te technisch van aard en te veel ingaand op details.

Mevrouw Brouwers zei te zijn geschrokken van het voorstel van Groen!. De heren Watteeuw en Peeters vragen volgens haar eigenlijk om de toekomstvisie 2020 en het investeringsprogramma van De Lijn ook effectief binnen de aangegeven tijdspanne uit te voeren. Dat is binnen tien jaar 800 kilometer nieuwe tramsporen: een miljardeninvestering. Nog afgezien van de resultaten van de kosten-batenanalyse, die nog moet gebeuren, is dat volgens haar financieel een onmogelijke opdracht.

De heer Peeters repliceerde dat er vrijblijvend hoogdravende beleidsdoelstellingen worden gemaakt, maar dat ze toch niet worden gehaald. Het voorstel van resolutie wil daar komaf mee maken.

De heer Peumans wees erop dat de mobiliteitsvisie 2020 nergens is goedgekeurd, niet door het parlement, maar ook niet door de regering. Er moet ook nog een maatschappelijke kosten-batenanalyse worden gemaakt.

Mevrouw Crevits, minister voor deze materie, legde uit dat de mobiliteitsvisie 2020 wel degelijk werd goedgekeurd door de raad van bestuur van De Lijn. Het regeerakkoord stelt dat het een leidraad is, maar dat er nog een maatschappelijke kosten-batenanalyse moet gebeuren. De minister meent niet dat de Vlaamse Regering de toekomstvisie moet gaan goedkeuren, wel de prioriteitenlijst van de projecten die uit de maatschappelijke kosten-batenanalyse als het nuttigst naar voren komen.

Ik omschreef de toekomstvisie als een wensnet, zonder timing en zonder financiering. Hoe kan een gemeentebestuur daar efficiënt op inspelen? Voor de minister is het evenwel belangrijk dat ook voor een wensnet wordt nagegaan of daarvoor een draagvlak is en wat de prioriteiten zijn.

De heer Martens begreep dat de heer Peeters aandringt op een langetermijnplanning, maar daarvoor is het aangekondigde Mobiliteitsplan Vlaanderen geschikt. Hij acht het dus niet nodig om voor die langetermijnplanning nog een extra decreet te maken.

Vervolgens werd de commissiezitting geschorst en werden de amendementen van de Open Vld met de meerderheidspartijen doorgepraat en definitief verwoord. Tijdens de daaropvolgende zitting, en dan bedoel ik niet de onmiddellijk aansluitende zitting, maar die van een week later, werden de amendementen van Groen! weggestemd en die van de Open Vld goedgekeurd. Het gewijzigde voorstel van resolutie werd aangenomen met 10 stemmen bij één onthouding.

Minister Crevits verklaarde heel verheugd te zijn met de kamerbrede consensus over een voorstel van resolutie dat inspeelt op de nakende nieuwe beheersovereenkomst van de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn.

De voorzitter wikte zijn woorden, maar noemde het toch historisch dat er op voorhand en proactief een advies wordt gegeven door het Vlaams Parlement over een beheersovereenkomst.

Mevrouw De Ridder herinnerde eraan – terecht volgens mij, maar dit woordje ‘terecht’ staat niet in het verslag – dat het door de commissie goedgekeurde voorstel van resolutie er gekomen is naar aanleiding van het voorstel van haarzelf en haar fractiegenoten dat al in januari 2010 werd ingediend.

Zo konden de commissiewerkzaamheden in schoonheid worden beëindigd.

Zoals beloofd, geef ik nu het estafettestokje door aan de heer Roegiers. (Applaus)

De voorzitter

De heer Roegiers, verslaggever, heeft het woord voor een mondeling verslag.

Jan Roegiers

Oprechte dank aan de heer van Rouveroij voor het uitgebreide, objectieve en correcte verslag. We hebben inderdaad geen schriftelijk verslag om op terug te vallen, daarom was de mondelinge verslaggeving van de heer van Rouveroij des te belangrijker. De heer van Rouveroij en ik hebben afgesproken dat ik het uiteindelijke voorstel van resolutie voor mijn rekening zou nemen, waarbij werd meegewerkt door Open Vld.

Onze commissie Mobiliteit heeft een krachtig signaal gegeven met betrekking tot de af te sluiten beheersovereenkomst. Vanuit de meerderheidsfracties en later ook door Open Vld zijn zaken naar voren geschoven die we erg belangrijk vinden voor die beheersovereenkomst. De meerderheid heeft zich gebaseerd op het decreet betreffende het mobiliteitsbeleid, op het decreet personenvervoer, de Mobiliteitsvisie 2020, de internationale benchmarkstudie, het rapport van de ombudsman en de evaluatie van de beheersovereenkomst. Dat laatste heeft gemaakt dat we pas later op het jaar tot een definitieve bespreking van de resoluties zijn gekomen. Het was de afspraak binnen de commissie om de evaluatie en de aanstelling van het nieuwe management af te wachten. Op die manier zijn we in de commissie in schoonheid geëindigd.

Het voorstel van resolutie is door mevrouw Brouwers toegelicht namens de meerderheid. Zij verwees naar de lijst van punten die het voorstel van resolutie vraagt aan de Vlaamse Regering. Verschillende van die punten gaan wel in detail, maar de spreekster meende dat als het parlement wil wegen op het beleid, men niet te veralgemenend mag zijn. Zij beperkte haar toelichting tot enkele van die punten. Heel belangrijk vond zij het eerste punt. De indieners willen een snelle realisatie van het Retibo-project (registratie, ticketing en boordcomputer). Binnen de lopende legislatuur zouden de eerste resultaten moeten worden bereikt.

Uit de andere punten haalde mevrouw Brouwers onder meer naar boven: de noodzaak aan een visie op comodaliteit, een betere doorstroming, het minimaliseren van de lege kilometers, het inspelen op het woon-werkverkeer, het verbeteren van de kostendekkingsgraad zonder in te boeten op dienstverlening en comfort, een modelmatige planning, het omgaan met onder- en overbezette lijnen en het verzamelen van de noodzakelijke beheersgegevens. Een grote nadruk wensen de indieners te leggen op een ‘masterplan groen vervoer’.

Mevrouw Brouwers vroeg namens de indieners, en zo staat het ook in de resolutie, dat de uitvoering van de beheersovereenkomst jaarlijks zou worden geëvalueerd door het Departement Mobiliteit en Openbare Werken en niet door De Lijn zelf. Die evaluatie zou dan eveneens in de bevoegde commissie van het Vlaams Parlement moeten worden besproken.

Tot slot vragen de indieners aan de Vlaamse Regering om de communicatie en de marketingacties van De Lijn te evalueren en zo nodig bij te sturen. Zo wensen zij dat er meer gebruik wordt gemaakt van de nieuwe media om de klant te informeren. Toegankelijkheid blijven de indieners heel belangrijk vinden.

De heer van Rouveroij heeft de amendementen al toegelicht. Er was een brede consensus in de commissie bij de eindstemming. Iedereen stemde voor en er was één onthouding van de collega van Groen!.

Als u het mij toestaat, ga ik nu even in op wat mijn fractie in deze resolutie erg belangrijk vindt. In de inleiding zei ik al dat we rekening hebben gehouden met de mobiliteitsvisie 2020. De heer van Rouveroij zei al dat er in de commissie nogal wat is gediscussieerd over wat het statuut van dat document is. Het is door de raad van bestuur van De Lijn goedgekeurd, maar ook alleen maar door dat orgaan. Desalniettemin vinden we dat het belangrijk is om met dat document rekening te houden en het als referentie in onze resolutie op te nemen. Als socialisten vinden we dat niet onbelangrijk.

Wat we het allerbelangrijkste vinden, staat in punt 5. U doet allemaal lang genoeg aan politiek om te weten dat een resolutie die de meerderheid heeft uitgewerkt maar nadien is aangevuld door mensen van Open Vld, een compromis is waarin iedereen zijn gading kan vinden. Punt 5 vinden wij het allerbelangrijkste: wij vragen De Lijn te blijven streven naar een stijgend aantal reizigers. Men zou bijna vergeten dat dit de belangrijkste doelstelling van de openbaarvervoersmaatschappij is, en daarom is het goed dat die ambitie in de resolutie is opgenomen.

Wij denken ook dat de doorstroming een erg belangrijk punt is in het beleid van De Lijn. In het beschikkend gedeelte staat het ook, onder meer dat de doorstroming moet worden verbeterd dankzij de digitalisering van het vervoerbewijs en de boordcomputer, maar ook door in te zetten op innovatieve systemen en de efficiëntie van het vervoersysteem. Doorstroming is voor ons een absolute prioriteit van het beleid van De Lijn.

Wij vinden het ook belangrijk dat er op overbezette lijnen in extra capaciteit wordt voorzien. Een aantal andere fracties zullen de nadruk leggen op het vermijden van ‘lege kilometers’. Dat is ook belangrijk. Maar wij vinden het ook belangrijk dat extra capaciteit op overbezette lijnen wordt aangeboden. Dat kan door de frequentie te verhogen, aangepaste voertuigen in te schakelen en werk te maken van een verdere ‘vertramming’ van het openbaar vervoer, zoals ook in het bestuursakkoord staat.

Wat mevrouw Brouwers in haar inleiding op de resolutie zei, vinden wij ook belangrijk: in de nieuwe beheersovereenkomst moet een masterplan groen vervoer voor het hele net van De Lijn worden opgenomen.

Ten slotte moeten de lokale overheden actief worden betrokken bij de evaluatie van de bestaande lijnen en de invoering van nieuwe lijnen. In de bespreking was dat een discussiepunt. Aandachtige commissieleden zullen weten dat dit ook een niet onbelangrijk discussiepunt was tussen onze fractie en de minister. Wij hebben toch wel wat vragen over de betrokkenheid van steden en gemeenten in het verleden bij de aanpassing van het aanbod van De Lijn. Dat had te maken met de samenstelling van de provinciale openbaarvervoercommissies: wij pleitten er altijd voor om te overleggen met de brede provinciale openbaarvervoercommissies, wat De Lijn niet altijd heeft gedaan, integendeel. Wij rekenen er daarom op dat steden en gemeenten worden betrokken bij aanpassingen van het aanbod, want zij spelen een toonaangevende rol in de uitbouw van een meer vraaggestuurd aanbod.

Tot zover gaat het verslag over de resolutie zelf, en een overzicht van wat sp.a in de resolutie belangrijk vindt. Wij hopen dat de resolutie kamerbreed wordt goedgekeurd. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Ik zal proberen het kort te houden want de verslaggevers waren heel uitgebreid. Ik vind het wel heel goede verslagen.

De beheersovereenkomst dateert al van 2003. Ze is pas een kleine maand geleden geëvalueerd in de commissie. Het is duidelijk gebleken dat de bestaande beheersovereenkomst er een van de eerste generatie is. De nieuwe zou een meer concrete en meetbare opvolging mogelijk moeten maken.

De bespreking van dit voorstel van resolutie is bijzonder op twee gebieden. Het is de eerste keer, zoals ook de heer Peumans in de commissie stelde, dat dit parlement richtlijnen meegeeft aan de regering, nog voor er zelfs maar sprake is van een ontwerp van nieuwe beheersovereenkomst tussen een extern verzelfstandigd agentschap en de regering. We moeten toegeven dat het voorstel van Open Vld dat er al maanden lag zonder dat het besproken kon worden, de meerderheid wakker hield. De meerderheid heeft er echter van bij het begin voor geopteerd om zelf pas een voorstel van resolutie in te dienen na de evaluatie van de bestaande beheersovereenkomst, waar we redelijk lang op hebben moeten wachten. We hebben ons dus moeten haasten. Ik ben echter heel blij, samen met de collega’s-indieners dat we met dit voorstel van resolutie nog voor het reces kunnen landen, en dus ook voor het nieuwe ontwerp waar de regering en de raad van bestuur van De Lijn het nu stilaan over moeten hebben.

De tweede zaak die dit voorstel van resolutie bijzonder maakt, lijkt me de ruime meerderheid voor dit voorstel, althans in de commissie. Ik hoop dat die zich morgen bij de stemming doorzet, door de steun alleszins van de collega’s van Open Vld, weliswaar na amendering van onze tekst. Ik vind dat een belangrijk signaal voor de regering. Ik ben persoonlijk heel tevreden dat we met die vier partijen de discussie over lege, onderbezette en overvolle bussen enigszins hebben kunnen uitklaren.

Het voorstel van resolutie omvat 21 punten die hier al voldoende aan bod zijn gekomen. Ik zal ze dus zeker niet meer allemaal overlopen. Ik wil wel nog even het allerbelangrijkste herhalen, met name punt 1, de snelle digitalisering van het vervoersbewijs en de invoering van de boordcomputer. Dat zal het mogelijk maken om naar één vervoersbewijs te gaan dat voor alle openbarevervoersnetten in ons land gebruikt zal kunnen worden. Ik heb het dan over de zogenaamde smartcard. Daardoor kan ook veel meer de focus worden gelegd op een vraaggestuurd model. Het betekent ook een verbetering van de doorstroming. Die boordcomputer maakt het mogelijk dat de bussen van De Lijn via die machine aan verkeerslichtenbeïnvloeding kunnen doen.

Verder komen in het voorstel van resolutie nog een aantal andere belangrijke zaken naar voren die we op een evenwichtige manier hebben willen weergeven. Zo worden standpunten ingenomen over de kostendekkingsgraad en het tarievenbeleid. Er wordt ook gevraagd naar een masterplan groen vervoer, en speciale aandacht voor toegankelijkheid en reizigersfraude.

Bij amendement is ook aandacht gevraagd voor de arbeidsomstandigheden van de chauffeurs, ook bij de exploitanten. Voor CD&V is het van het allergrootste belang dat er naar meer en naar een grotere betrokkenheid wordt gestreefd van steden en gemeenten bij het openbaarvervoersbeleid op hun grondgebied. Wij vinden dat bijzonder belangrijk, net als de andere fracties die hier al aan bod zijn geweest. Wij hopen dat de minister en bij uitbreiding de regering zich gesteund zal weten door dit voorstel van resolutie om met De Lijn een degelijke beheersovereenkomst van de tweede generatie te sluiten.

De voorzitter

De heer Penris heeft het woord.

Jan Penris

Voorzitter, ik wil ook de twee verslaggevers bedanken voor de ernstige inspanning die ze vandaag hebben geleverd. Ik weet dat het niet gemakkelijk is een mondeling verslag uit te brengen. Ik heb echter vastgesteld dat ze dat zeer accuraat hebben gedaan, althans voor zover ik de besprekingen heb kunnen bijwonen.

Voorzitter, collega’s, gelieve mij te verontschuldigen dat ik niet alle besprekingen heb bijgewoond. Het initiatief werd ingediend in januari 2010. Men heeft het wijs geoordeeld om de beheersovereenkomst zelf af te wachten. Men heeft die overeenkomst uitgebreid laten toelichten en daarover dan van gedachten gewisseld. Ik was daar niet bij omdat mijn goede collega, mevrouw Van den Eynde, die vandaag helaas wegens nogal ernstige familiale ontwikkelingen verhinderd is, dat soort werkzaamheden opvolgt.

Ik heb zo goed en zo kwaad het ging de werkzaamheden van mevrouw Van den Eynde na de besprekingen over de beheersovereenkomst proberen mee te volgen. En, voorzitter, ik was dan toch geërgerd over het amateurisme dat op het einde van de rit soms aan de dag werd gelegd. Ook de heer van Rouveroij heeft daar melding van gemaakt. Open Vld en de meerderheidsfracties hebben het nuttig gevonden – en de inspanningen werden misschien ook beloond – om de teksten in elkaar te laten vloeien. Op zich is dat een heel mooie denkoefening. Maar ik, als oppositielid, stond erbij en keek ernaar. Mijn tijd werd wat geüsurpeerd. De voorlaatste vergadering werd geschorst. Ik kwam terug op het moment dat ik dacht dat de schorsing opgeheven was, maar men was nog volop bezig met het overleg. Dat is een soort toestand dat men zelfs als parlementslid van de oppositie liefst niet al te veel meemaakt.

Ik was ook een beetje gegeneerd tijdens de laatste zitting bij de stemming. Ook dat heeft heel veel tijd in beslag genomen. Op dat moment zaten belangrijke gasten te wachten op de behandeling van hun initiatief. Voorzitter, ik heb u toen gezegd dat ik gegeneerd was dat mensen van de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM), van het Rekenhof, van de burgerbewegingen, van de pers, die aanwezig waren voor de bespreking van de vijftiende voortgangsrapportage, uiteindelijk meer dan 2 uur hebben moeten antichambreren. Dat is een tijd die zelfs in Afrika buiten alle proporties is.

Ik ga nu over tot de bemerkingen ten gronde. Kunnen we leven met voorstel dat hier voorligt? Ja, voor een deel wel. Ik zie niets waar ik het niet mee eens kan zijn. Ik heb zelf tijdens mijn opleiding het genoegen gehad om een belangrijk deel aan transporteconomie te mogen besteden. Ik heb altijd geleerd dat als openbaar vervoer succesvol wil zijn, het aan vijf parameters moet voldoen: het moet betaalbaar zijn, het moet betrouwbaar zijn, het moet zorgen voor een frequente bediening over een zo ruim mogelijk grondgebied, het moet comfortabel zijn en het moet veilig zijn. Ik heb de indruk dat de indieners van het voorstel van resolutie en ook van degenen die het achteraf geamendeerd hebben de nodige inspanningen hebben willen doen rond betaalbaarheid, rond betrouwbaarheid, rond frequentie en gebiedsdekking, rond comfort van het openbaar vervoer. Ze hebben dat ook tot uiting gebracht in de 21 punten.

Maar collega’s, over veiligheid wordt in uw voorstel van resolutie met geen woord gerept. Ik kan u verzekeren dat er heel wat mensen afhaken als gebruiker van het openbaar vervoer omdat het openbaar vervoer niet veilig is. Ik zeg wel degelijk dat het niet veilig is, niet dat het als onveilig wordt aangevoeld. Er zijn ook heel wat chauffeurs bij De Lijn. Ik vind het heel goed dat men over het comfort van de chauffeurs spreekt. In het laatste aandachtspunt gaat het over de arbeidsomstandigheden van De Lijn die verbeterd moeten worden. Maar er zijn heel wat chauffeurs van De Lijn die bij mij komen klagen – en, als ze eerlijk zijn, ook bij u, minister – over de onveilige omstandigheden waarin zij moeten werken.

Als we het openbaar vervoer nog succesvoller willen maken – en daar streven we allemaal naar, de heer Roegiers heeft nog eens uitdrukkelijk gezegd dat dat het belangrijkste punt is van het voorstel van resolutie –, dan moeten we ook in de veiligheid investeren. Ik vind dat dat minstens een aandachtspunt zou moeten zijn. U hebt 21 aandachtspunten. Het zou niet te veel gevraagd zijn om er een 22e aan toe te voegen dat op dat aspect ingaat. Ik verzeker u: als u de veiligheid op het openbaar vervoer verbetert, dan zult u heel wat klanten die u verloren bent of misschien nooit zou winnen, wel terugwinnen of voor de eerste keer binnenhalen.

Voorzitter, als u me toestaat, zal ik morgen alsnog een poging doen om daaraan te verhelpen. Ik zal een amendement indienen dat aan die bekommernis tegemoetkomt. Maak u niet ongerust, het zal niet in al te scherpe bewoordingen geformuleerd zijn, zo kent u mij. Ik denk dat in het belang van een goede openbaarvervoersmaatschappij, waar we allemaal voor staan, een krachtige Lijn, we de veiligheid niet uit het oog mogen verliezen. Ik hoop dat u voor die suggestie open staat. Als u het er moeilijk mee hebt dat zo’n initiatief door een vermaledijde partij als het Vlaams Belang moet worden genomen, dan nodig ik u uit om zelf een initiatief te nemen of eventueel het initiatief dat wij morgen zullen nemen, over te nemen. Ik denk dat we er alle belang bij hebben om samen te doen wat De Lijn verdient. (Applaus bij het Vlaams Belang en LDD)

Jan Roegiers

Voorzitter, ik wil eerst als verslaggever het woord voeren en de heer Penris tegenspreken als hij zegt dat de mensen die vorige week in de commissie aanwezig waren, 2 uur hebben moeten wachten op de bespreking van De Lijn. Er waren eerst vier vragen geagendeerd, en we hebben enkel het stukje over De Lijn voor de bespreking van de BAM genomen. Ik denk niet dat ik overdrijf als ik zeg dat dat ongeveer 20 minuten in beslag heeft genomen.

Over uw tweede punt betreffende de veiligheid voor de gebruikers van De Lijn, heb ik zelf al een aantal keer het woord gevoerd. Ik vind dit belangrijk, en het is jammer dat u het in de bespreking niet hebt ingebracht. Ik ben in elk geval bereid – ik kijk naar de mede-indieners – te bekijken of het niet opportuun is dat met de hoofdindieners en degenen die het voorstel van resolutie hebben gesteund uit Open Vld, nog te amenderen. Ik wil wel ingaan op die suggestie.

De voorzitter

De heer Penris heeft een punt. Ik heb de schuld als voorzitter op mij genomen en heb me er trouwens voor verontschuldigd dat die mensen 2 uur hebben moeten wachten alvorens we aan de voortgangsrapportage konden beginnen. Dat heeft te maken met het feit dat ze eerder zijn uitgenodigd, maar ik zal in het vervolg met uw terechte opmerkingen rekening houden, mijnheer Penris.

Mevrouw De Ridder heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, voor onze fractie is dit voorstel van resolutie een enorm belangrijk document, zoals trouwens ook de nieuwe beheersovereenkomst 2010-2014 dat is. U weet allemaal dat we de afgelopen jaren steeds zeer kritisch zijn geweest voor De Lijn en dat op onze vraag een externe benchmark heeft plaatsgevonden van het openbaarvervoersbeleid in Vlaanderen. Die is vorige zomervakantie opgeleverd en nadien besproken. Die externe benchmark heeft ons heel wat nuttige cijfers en gegevens bezorgd, net zoals andere evaluaties, onder meer van het Rekenhof en de interne evaluaties. Ze hebben heel wat pijnpunten blootgelegd. Ik denk bijvoorbeeld aan het feit dat het Rekenhof heeft gewezen op het gebrek aan transparantie in de communicatie van de evaluaties van De Lijn. Ik denk ook aan de internationale benchmark die naar voren heeft gebracht dat De Lijn in Vlaanderen de laagste kostendekkingsgraad realiseert van alle vergelijkbare openbaarvervoerregio’s. Dat heeft uiteraard te maken met de politiek die men heeft gevoerd.

Nu is de tijd aangebroken om met die vaststellingen en gegevens ook iets te doen en ze te vertalen in initiatieven die wij in dit halfrond kunnen nemen. Dit voorstel van resolutie is voor ons enorm belangrijk omdat eindelijk, en beter laat dan nooit, een brede consensus lijkt te groeien over de partijgrenzen heen in de richting van een beter, efficiënter en vraaggerichter openbaarvervoersbeleid in Vlaanderen.

In het verleden hebben we de luxe gehad dat er binnen een vrij ruime budgettaire context kon worden gewerkt. Nu is die context heel wat minder rooskleurig. Daarom is het zo belangrijk dat we duidelijke prioriteiten naar voren schuiven. Al jaren dringen we aan op een beter en meer vraaggericht openbaar vervoer, dat kwaliteitsvolle diensten levert. Daarom heeft de Open Vld-fractie in januari – laten we eerlijk zijn – de knuppel opnieuw in het hoenderhok gegooid, door zelf een voorstel van resolutie in te dienen. Nu de nieuwe beheersovereenkomst inmiddels volop in voorbereiding is – dat hoop ik althans – bij zowel de administratie als de minister, zijn we van mening dat het parlement een heel duidelijk, krachtig en liefst ruim gedragen signaal moet geven aan de Vlaamse Regering, waarbij we stellen wat nu voor het parlement de prioriteiten zijn en vragen dat ze daar rekening mee zou houden.

Collega’s van de meerderheid, als we het voorstel van de resolutie van de meerderheid dat nu ter stemming voorligt, erop nalezen, dan kunnen we niet anders dan concluderen dat ons eigen voorstel van resolutie toch wel een zeer belangrijke inspiratiebron moet zijn geweest. Mijnheer Roegiers, ik zie u lachen. Het gaat hier ook niet over het toelichten van het verslag, maar onze persoonlijke uiteenzetting. Dat heeft ons ertoe gebracht het voorstel van resolutie mee te steunen, uiteraard op voorwaarde dat er een aantal amendementen zouden worden aangebracht.

Voor Open Vld is het volgende erg belangrijk in het voorstel van resolutie, dat we volmondig zullen goedkeuren. Om te beginnen wordt er onomwonden gepleit voor een snelle realisatie van Retibo, het systeem van registratie, ticketing en boordcomputer. Tijdens de commissiebesprekingen heeft de minister zich er bovendien uitdrukkelijk toe geëngageerd ter zake een strikte timing te zullen aanhouden, en ook een strikte timing voor het uitrollen van Retibo op te zullen nemen in het nieuwe beheerscontract. Dat is belangrijk. We moeten natuurlijk weten waar er een vraag is naar openbaar vervoer, om daarop te kunnen inspelen met een aanbod. Om de beide op elkaar af te stemmen en te werken aan een vraaggericht openbaar vervoer moeten we natuurlijk eerst meten.

We zijn ook tevreden dat het streven naar efficiëntieverbeteringen niet langer vrijblijvende oefeningen zullen zijn. Dankzij ons tweede amendement op punt 8 van het oorspronkelijke voorstel van resolutie moet er voortaan steeds worden gestreefd naar het inzetten van het meest efficiënte vervoermiddel, waarbij de inschakeling van belbussen en taxi’s op structureel onderbezette lijnen voortaan de regel wordt, waar mogelijk. Dat wil dus zeggen dat moet worden bekeken of in de streek of regio in kwestie taxifirma’s aanwezig en actief zijn. Dat betekent dat dit natuurlijk niet langer vrijblijvend is. De taxisector is al jarenlang vragende partij om opdrachten te mogen uitvoeren voor VVM De Lijn. Vlaanderen loopt op dit vlak wel een zekere achterstand op. Er is sprake van het oprichten van een werkgroep, maar voor het overige is het ter zake nog even op meer wachten. We hopen dan ook dat daar in de nieuwe beheersovereenkomst rekening mee wordt gehouden, dat er verandering komt, dat er een betere afstemming komt van aanbod en vraag door het inschakelen van andere modi.

In het verleden rustte er ook nog een absoluut taboe op het vermelden van lege bussen. Dankzij ons amendement 1 vragen alle partijen nu letterlijk maatregelen te nemen om de bezettingsgraad op te trekken, met als doel lege bussen te vermijden. Ik wil de leden die verontrust zijn, ook geruststellen. Voor ons is het even belangrijk dat ook bij overbezetting extra capaciteit wordt ingeschakeld. Het kan niet dat bepaalde lijnen overbezet zijn, en dat daar geen extra capaciteit bijkomt. Het gaat ons erom dat vraag en aanbod op elkaar worden afgestemd, en die afstemming kan voor ons nog heel wat beter.

Nog een ander punt waarop onze fractie heeft aangedrongen, maar dat we uiteraard, net als het punt van de lege bussen, terugvinden bij het voorstel van de meerderheid, is het geven van een belangrijke rol aan de gemeenten bij de evaluatie van bestaande lijnen en de invoering van nieuwe lijnen. Ook zal de Vlaamse overheid een grotere verantwoordelijkheid toebedeeld krijgen voor een aantal essentiële taken, zoals het zelf monitoren van de impact van het tarievenbeleid op de kostendekkingsgraad. We merken dat gemeenten zich momenteel af en toe gepasseerd voelen. Ze vinden dat ze af en toe bijzonder weinig impact hebben op de lokale beslissingen en ook op het lokale overleg met De Lijn. Dat kan nog heel wat beter. Daarom pleiten we ook voor een belangrijkere rol voor die gemeenten.

Dan zijn er de prioriteiten van Mobiliteitsvisie 2020. Enkele leden zijn daar al op ingegaan. Voor ons is het belangrijk dat het voorstel van resolutie stelt dat er prioriteiten zullen worden bepaald. Daarmee is ook het signaal gegeven dat men er niet in gelooft dat die Mobiliteitsvisie 2020 in de huidige moeilijke budgettaire context zomaar volledig zal kunnen worden gerealiseerd. Het gaat over een verdubbeling wat de investeringen betreft en over een verdrievoudiging wat de exploitatie betreft. Dat lijkt me momenteel enigszins een utopie, maar het is wel belangrijk voor ons dat de prioriteiten worden bepaald en naar voren geschoven.

Er was nog een amendement van de meerderheid dat wij volmondig kunnen steunen. Het gaat over de kwaliteitsvolle arbeidsomstandigheden. In de commissie is ons verduidelijkt dat het niet zozeer gaat om de cao op zich, maar wel om de sanitaire mogelijkheden. Ik zou durven te veronderstellen dat onder kwaliteitsvolle arbeidsomstandigheden ook de veiligheid valt. Ik heb er uiteraard geen probleem mee om, samen met de meerderheid, eens na te gaan of we hierover nog een apart amendement kunnen indienen. Voor mij valt veiligheid ook onder kwaliteitsvolle arbeidsomstandigheden.

Voorzitter, collega’s, omwille van de aangehaalde redenen zullen wij uiteraard het voorstel van resolutie van de meerderheid, en zoals het door ons ook nog gewijzigd is, volledig mee steunen, wel met het achterliggende idee dat het werk hiermee niet ten einde is. Het komt erop aan ervoor te zorgen dat de prioriteiten die wij hier met meerderheid maar ook oppositie naar voren schuiven, geen dode letter blijven. Minister, u hebt zich hiertoe al geëngageerd in de commissie, maar wij hopen dat u deze prioriteiten echt en actief meeneemt in de te onderhandelen nieuwe beheersovereenkomst, zodat we eindelijk tot een meer vraaggericht, een meer kwaliteitsvol en een meer efficiënt openbaar vervoer kunnen komen.

Voorzitter, minister, zoals altijd zal de Open Vld-fractie u hier kritisch maar constructief op afrekenen. (Applaus)

De voorzitter

Mevrouw Eerlingen heeft het woord.

Tine Eerlingen

Voorzitter, ik wil de verslaggevers nog eens bedanken voor het uitstekende verslag. Ik ben zeer tevreden dat verschillende partijen zich aansluiten en dat we met dit voorstel van resolutie op één lijn zitten.

Ik zou graag kort een aantal punten toelichten waar de N-VA-fractie een bijzonder belang aan hecht, zijnde de kostendekkingsgraad, een verbetering van de bezettingsgraad, de efficiëntieverhoging waarbij het comfort en de klantvriendelijkheid niet wordt vergeten en ook stiptheid. Waar nodig moet er, zoals ook al eerder aangehaald, een capaciteitsverhoging komen. We moeten niet alleen lege bussen vermijden, maar ook meer bussen inzetten op lijnen die overbezet zijn. Op bepaalde plaatsen zijn er toch wel problemen.

Een goede afstemming met andere actoren vinden wij ook heel belangrijk: de spoorwegen, autodelen, fietspunten, andere vervoersmaatschappijen. Alleen zo krijg je extra klanten op het openbaar vervoer. Als de afstemming beter is, zullen meer mensen geneigd zijn het openbaar vervoer te gebruiken.

Tot slot is er ook een transparante evaluatie en monitoring nodig om op basis daarvan bijsturing mogelijk te maken. Ook dit punt is al eerder aangehaald, maar het is belangrijk om die monitoring snel in gang te kunnen zetten. (Applaus)

De voorzitter

De heer Peeters heeft het woord.

Dirk Peeters

Voorzitter, ik dank de verslaggevers. Ze hebben het met z’n tweeën moeten doen, wat ook een beetje duidt op het belang van dit voorstel van resolutie.

Groen! vindt dit voorstel van resolutie ook belangrijk. Ik wil nog even onze insteek herhalen: we zien het openbaarvervoerbeleid en het aanbod van openbaar vervoer als een belangrijke stap in de transitie van het wegverkeer. Niet alleen het openbaar vervoer is ermee gebaat, maar er is ook een stuk winst te creëren op het vlak van innovatie en hoogwaardige en milieuvriendelijke technologie. Daarom hebben we er ook voor gepleit om bij decreet het tienjarenplan voor investeringen en beleid vast te leggen. Dan zijn er meetbare doelstellingen en evalueerbare doelstellingen, kortom iets wat beter te controleren is vanuit alle posities.

De verslaggevers hebben een goede oplijsting gemaakt van onze voorstellen voor meer vertramming en een betere doorstroming door verkeerslichtenbeïnvloeding. We willen ook niet inboeten op het comfort van de reiziger. We pleiten voor integratie van bus, trein en autodelen. We vinden het heel belangrijk dat het aanbod van De Lijn en de diensttijdenregeling voor de bediening van industrieterreinen, wordt verbeterd.

De ombouw van het voertuigenpark naar milieuvriendelijkere voertuigen en geproduceerde groene stroom is bij ons een flink onderdeel van het groene plan dat door de meerderheid in het vooruitzicht werd gesteld. Wanneer de heer Penris het heeft over veiligheid, steun ik hem daarin want in onze voorsteltekst stond ook daarover een passage. Iedereen moet het maar invullen zoals hij het wil. Wij pleiten voor de permanente kaartjesknipper, een tweede persoon op de bus, en dat niet alleen om het sneller te regelen maar ook met het oog op de sociale veiligheid.

In haar geheel hebben wij de resolutie van de meerderheid natuurlijk niet goedgekeurd. Maar wij hebben haar ook niet verworpen omdat wij wat erin staat niet negatief vinden. Wij vinden het een beetje een gemiste kans om wat ambitieuzer te zijn. Daarom hebben wij ons onthouden in de commissie en zullen wij dat ook morgen doen in de stemming.

Wij hebben ook een voorbehoud gemaakt tegen de overdreven technische details die in deze resolutie zijn voorgesteld. Wij vrezen ook dat overdreven investeringen in bijvoorbeeld Retibo, waarvan is toegezegd dat het dit jaar in één beurt zou worden aanbesteed, wel eens andere belangrijke investeringen zouden kunnen doen verschuiven. Wij vrezen dat daardoor een kwaliteitsaanbod voor de reiziger in het gedrang komt.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De bespreking is gesloten.

We zullen morgen de hoofdelijke stemming over het voorstel van resolutie houden.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.