U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 30 juni 2010, 18.50u

De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde is de algemene bespreking van het ontwerp van decreet.

De heer Caron, verslaggever, heeft het woord.

Bart Caron

Ik zal kort verslag uitbrengen van de bespreking en de toelichting bij het ontwerp van decreet betreffende de bestuurlijk-administratieve archiefwerking. De minister leidde dit ontwerp van decreet in en stelde dat dit ontwerp de zorgdragers, dat zijn de mensen die een archief bewaren, wil laten evolueren tot performante, verantwoordelijke organisaties die hun informatiehuishouding op orde hebben en die in staat zijn te voldoen aan hun juridische en administratieve verplichtingen. Vlaanderen neemt daarmee de bevoegdheid op die door de opeenvolgende staatshervormingen aan de gemeenschappen en gewesten is toegewezen. Bovendien neemt het ontwerp van decreet de juridische onduidelijkheid weg.

De wet van 1955, de oude archiefwet, wijst de verantwoordelijkheden niet altijd expliciet en eenduidig toe. Een aantal zorgdragers was zich zelfs niet bewust van zijn plicht.

De minister schetste dan de relatief lange doorlooptijd van de voorbereiding van dit ontwerp van decreet, dat trouwens door de Vlaamse Adviesraad voor Bestuurszaken, door de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) in het RIA-rapport ( reguleringsimpactanalyse), door de Strategische AdviesRaad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media (SARC) telkens positief werd geadviseerd.

Er is wel een probleem met het advies van de Raad van State. Ik zal het citeren, want het is cruciaal bij de bespreking. “Vlaanderen is bevoegd voor alles behalve het statische archief van gemeenten, provincies, OCMW’s en kerkfabrieken.” Dit is volgens de minister een verkeerde interpretatie. Dat blijkt uit de parlementaire besprekingen van de staatshervormingen. De gemeenschappen en gewesten hebben principieel de bevoegdheid gekregen over het archiefwezen, inclusief het beslissen over statisch archief. De bevoegdheid over het Rijksarchief is federaal gebleven. Het Rijksarchief mocht niet gesplitst worden. Gewesten hebben echter de organieke bevoegdheid over de lokale besturen. Hieronder valt het stellen van regels voor het archief. Dit advies van de Raad van State staat elk coherent beleid in de weg, aldus de minister. Archiefdocumenten van een gemeente vallen volgens dit advies eerst onder een Vlaamse regeling en dan onder een federale. Dit druist in tegen alle archivistische principes van goed archiefbeheer.

Artikel 10 van de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 1980 bepaalt dat decreten rechtsbepalingen kunnen bevatten in aangelegenheden waarvoor de parlementen niet bevoegd zijn in zoverre die bepalingen noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun bevoegdheid. Volgens de minister wordt daarmee de bevoegdheidskwestie opgelost.

De inhoud van het ontwerp heeft betrekking op alle bestuursinstanties en alle administratieve rechtscolleges waar de Vlaamse overheid bevoegdheid over heeft. Dat zijn dus de genoemde zorgdragers. Dit is een ontwerp van kaderdecreet. Het zal geconcretiseerd worden door vijf uitvoeringsbesluiten.

Ik zal in het kort de standpunten weergeven van de partijen en sprekers tijdens de bespreking. Mijn fractie ondersteunt in principe dit ontwerp. Ze wijst naar de subsidiariteit van de aanpak.

Open Vld stelt dat het ontwerp van Archiefdecreet in strijd is met een aantal punten uit het advies van de Raad van State. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen het levend en het dood archief en omdat er geen afbakening is.

CD&V is bezorgd over de budgettaire impact voor de lokale besturen en ook omwille van de vorming van de personeelsleden die met de archiefzorg bezig zullen zijn.

Namens sp. a stelt de heer De Loor dat hij het eens is met de uitgangspunten van het ontwerp, dat ook door de sector wordt gesteund.

Daarna gaf de minister op een aantal heel technische vragen een antwoord. Ik zal ze hier niet herhalen.

Bij de stemming werden de artikelen aangenomen met 12 stemmen bij 2 onthoudingen. (Applaus)

De voorzitter

De heer Kennes heeft het woord.

Ward Kennes

Voorzitter, minister, collega’s, dankzij de opeenvolgende staatshervormingen hebben de gemeenschappen en gewesten de bevoegdheid verworven om het archiefwezen van de besturen waarop zij het toezicht uitoefenen, te regelen. Naar dit ontwerp wordt al een tijdje uitgekeken. In de commissie hebben we heel goede nota’s gehad van het Archief en de Biografische Dienst en van de Juridische dienst van het Vlaams Parlement, en konden we gebruikmaken van de schriftelijke reactie hierop van de minister. Op die manier hebben we een kwalitatief hoogstaande en goed onderbouwde bespreking kunnen voeren.

Terecht werd verduidelijkt dat het kabinet van de gouverneur wel onder het Archiefdecreet valt en niet onder de vrijstelling van de kabinetten. Dat was nog niet uitgeklaard bij het begin van de commissiebespreking.

Op de vragen in de commissie over de budgettaire weerslag op de besturen werd door de minister verwezen naar de RIA. Die voorziet in een forse daling van de administratieve lasten, onder meer door het gebruik van de generieke selectielijsten die worden opgemaakt door de selectiecommissies.

We mogen toch nog eens beklemtonen dat het voor het publiek beschikbaar maken door de lokale besturen en de kerkfabrieken van de archieven tussen 30 en 100 jaar oud, zeker voor die besturen een bijkomende administratieve last zal meebrengen, ook al is het niet zo eenvoudig om dat nu al helemaal in kaart te brengen. Ook met het beantwoorden van vragen van het publiek zullen kosten gepaard gaan. Vorming en begeleiding van het personeel van de zorgdragers is zeker ook een aandachtspunt om van dit Archiefdecreet een succes te maken.

De Inspectie van Financiën stelt vragen bij de budgetneutraliteit die in de RIA geponeerd wordt, en denkt daarbij aan de kosten voor de oprichting van de selectiecommissie, de actualisering van de selectielijsten, het centraal geautomatiseerde register en ook aan de werking van het steunpunt voor bestuurlijk-administratieve archiefwerking.

Een punt dat niet in de commissie aan bod kwam, maar toch aandacht verdient, is het volgende. Door het Vlaams Archiefdecreet worden de opdracht en de taakinvulling van het Rijksarchief grondig uitgehold. De andere gewesten in dit land gaan daarin veel minder ver. Het ziet er dan ook naar uit dat Vlaanderen zelf een aantal archieftaken gaat uitvoeren die ook door een federale instantie voor de gefedereerde entiteiten kunnen worden uitgevoerd. Dit betekent dat de Vlamingen voor eenzelfde dienst twee keer dreigen te betalen of dat er via de archiefwetgeving een niet-bedoelde nieuwe transfer van middelen tot stand zou kunnen komen wanneer een federale instelling met federale middelen voor de ene deelstaat taken uitvoert die een andere deelstaat zelf voor zijn rekening neemt.

Het Archiefdecreet is niet van toepassing op de archieven bij de lokale besturen die voortvloeien uit federale bevoegdheden, en dan gaat het om politie, brandweer en openbare orde. Ook de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) in Brussel valt niet onder het toepassingsgebied. CD&V onderschrijft de stelling van de minister dat omwille van de coherentie van het archiefbeleid moet worden gestreefd naar eenduidige selectielijsten ten aanzien van de zorgdragers. Niets is zo vervelend voor een zorgdrager zoals een gemeentebestuur als met afwijkende selectielijsten te moeten werken.

Het Archiefdecreet geeft zichzelf een ruim toepassingsgebied – vanuit het standpunt van het federale niveau misschien zelfs een te ruim toepassingsgebied. Alleszins via samenwerking moet worden gestreefd naar eenduidigheid voor bewaartermijnen en definitieve bestemmingen voor de archiefdocumenten die voortvloeien uit zowel de federale als de deelstatelijke bevoegdheden. Maar samenwerking neemt niet weg dat het Archiefdecreet wellicht zal worden aangevochten wegens bevoegdheidsoverschrijding. Het advies van de Raad van State geeft daar alleszins aanleiding toe. Het stelt expliciet dat voor het levend archief van gemeenten en provincies Vlaanderen bevoegd is, maar dat hun dood archief onderworpen is aan de bevoegdheid van het federale niveau en geregeld blijft door de Archiefwet.

Om uit de discussie te geraken suggereert de Raad van State om ofwel een samenwerkingsakkoord af te sluiten, ofwel om de bevoegdheid van het Rijksarchief aan te passen. Mijnheer de minister, misschien is dat laatste een suggestie die via de informateur op de juiste tafel kan terechtkomen.

AangezienVlaanderen bevoegd is voor de organieke regelgeving voor de lokale besturen, beroept u zich op de volheid van bevoegdheid om voor hen ook het archiefwezen te regelen. Pas in tweede instantie hebt u in de commissie verduidelijkt dat de theorie van de impliciete bevoegdheden aan de orde is. Ik vrees dat ook na de stemming deze avond het debat over de bevoegdheid niet gesloten zal zijn. De kans is reëel dat we op een uitspraak van het Grondwettelijk Hof zullen moeten wachten om te weten of de stelling van de Vlaamse decreetgever de toetsing aan de bevoegdheidsregels kan doorstaan. Ik noteerde tijdens de commissiebespreking in elk geval de hoop van de minister dat een dialoog met de rijksarchivaris kan worden gevoerd en dat een samenwerkingsakkoord tot stand kan komen.

De voorzitter

De heer De Meulemeester heeft het woord.

Marnic De Meulemeester

Voorzitter, ministers, collega’s, het voorliggende ontwerp van decreet schetst een kader dat het Vlaamse archiefbeheer en de Vlaamse archiefzorg op een hoger niveau zal tillen. Wallonië heeft al enkele jaren zo’n archiefdecreet, een Vlaamse regeling komt dus niets te vroeg.

Het ontwerp is een ondersteuning voor het gedecentraliseerd archiefbeheer, dat de toegankelijkheid ten goede komt. Op die manier staat het archief dicht bij de archiefvormer, maar ook bij de burger die deze openbare archieven wil consulteren. Open Vld volgt in die zin zeker de uitgangspunten van het ontwerp, al is waakzaamheid geboden: dit mag niet leiden tot al te veel versnippering.

Na de bespreking in de commissie blijven enkele praktische vraagstukken onvoldoende beantwoord. Zo is op de eerste plaats het toepassingsgebied van de regeling wel heel ruim. Zo zullen zelfs vzw’s die voor minstens de helft worden gefinancierd door lokale of provinciale overheden, moeten voldoen aan de verplichtingen van het Archiefdecreet. Dit legt veel verenigingen nieuwe administratieve lasten op. Ook de lokale besturen zelf zullen te maken krijgen met zware bijkomende administratieve lasten. Interne documenten moeten al beschikbaar zijn na 30 jaar, terwijl dat in de huidige regeling pas het geval is na 100 jaar. Ten slotte blijft er onduidelijkheid bestaan over de financiering van het voorziene steunpunt voor bestuurlijk-administratieve archiefwerking en de modaliteiten van samenwerking tussen de diverse bestuursniveaus.

Onze fractie dringt erop aan dat bij de concrete uitvoering van het decreet bijkomende administratieve overlast wordt vermeden en de financiële implicaties voor lokale besturen goed in het oog worden gehouden. Wat het voorliggende ontwerp echter problematisch maakt, zijn een reeks ernstige juridische problemen. De Raad van State heeft na maar liefst vier zittingen van de gemeenschappelijke kamers eind februari een uitgebreid en evenwichtig advies uitgebracht over dit ontwerp. Een hele reeks fundamentele opmerkingen uit dat advies worden gewoonweg genegeerd door de Vlaamse Regering. Ik som er enkele op.

De Raad van State stelt duidelijk dat de bestuurlijk-administratieve archiefwerking geen exclusieve bevoegdheid van gemeenschappen en gewesten is. Het ontwerp vertrekt nochtans van dat uitgangspunt. We kunnen dat misschien wel wenselijk vinden, maar zolang het juridisch niet is geregeld, moet de bevoegdheidsverdeling ter zake worden gerespecteerd. In diezelfde lijn gaat het ontwerp voorbij aan het onderscheid tussen dood en levend archief. De heer Kennes heeft dat daarnet ook al gesteld. Nochtans stelt de Raad van State duidelijk dat het dood archief van besturen die onder de bevoegdheid van de gemeenschappen of gewesten vallen, onder de exclusieve bevoegdheid van de federale overheid valt. Andere elementen behoren dan weer tot een gedeelde bevoegdheid, waarbij de federale overheid en het betrokken bestuursniveau samen moeten optreden. Het gaat dan bijvoorbeeld om het vastleggen van bewaringsregels en -termijnen en het vernietigingstoezicht. Het ontwerp houdt geen rekening met die juridische context. Wellicht zou een samenwerkingsovereenkomst met de federale overheid op dit vlak al veel problemen ophelderen.

Geachte leden, het is niet mijn taak om de federale overheid hier te verdedigen. Ik wijs enkel op de juridische context waarin dit ontwerp moet worden geplaatst. Het is duidelijk dat Vlaanderen niet exclusief bevoegd is om de bestuurlijk-administratieve archiefwerking te regelen. Daarmee moet op zijn minst rekening worden gehouden. Het is onze plicht als parlementsleden om kwaliteitsvolle decreetteksten goed te keuren, die juridisch correct in elkaar zitten. Door het advies van de Raad van State moeten we daar ernstige vraagtekens bij plaatsen. De voorliggende regeling voor de bestuurlijk-administratieve archiefwerking komt geen dag te vroeg. Onze fractie kan zich ook vinden in de principiële uitgangspunten ervan.

Cruciaal is echter dat de regeling ook snel in de praktijk kan worden omgezet en geen dode letter blijft. De vele onopgeloste juridische problemen in dit ontwerp hypothekeren dat echter al op voorhand. Daarom zal onze fractie zich onthouden bij de stemming. Het heeft geen zin een ontwerp van decreet goed te keuren dat juridisch onuitvoerbaar blijkt. Dan is een regeling in de praktijk nog verder verwijderd dan voordien. (Applaus bij Open Vld)

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron

Goede middag, collega’s, voorzitter. Ik ben nog niet rijp voor het archief. Ik zou nog graag een beetje bij het levende en dynamische archief horen en zeker niet bij het statische.

Ik wil vooraf zeggen dat dit decreet een uitvloeisel is van een lange weg. Al in de vorige legislatuur hebben een aantal mensen, van wie er sommigen nog zijn, anderen niet, zoals de heer Dany Vandenbossche, aangedrongen bij minister-president Kris Peeters om zo snel mogelijk een archiefregeling op het Vlaamse niveau te kunnen hebben. Dat duurt ondertussen al veel jaren en het gaat niet alleen om deze minister en deze politieke partij. Toen waren we er relatief dicht bij omdat de Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief en Documentatie (VVBAD) op vraag van de Vlaamse Regering een proeve van archiefdecreet had gemaakt. Die proeve vormde ook vandaag de basis voor de tekst die voorlag.

We hebben als volwassen deelstaat absoluut nood aan een goede archiefregeling. Er is natuurlijk een probleem van bevoegdheid. Het is een goede regeling omdat hij uitgaat van een decentrale aanpak op basis van het subsidiariteitsbeginsel. Elke zorgdrager – of het nu een gemeente is of een OCMW, of een kerkfabriek, tot en met de Vlaamse overheid – moet op zijn niveau voor het eigen archief zorgen. Dat is een goede zaak. Collega’s, ik weet dat het voor sommige gemeenten in het begin een lastige karwei zal zijn als zij niet voldoende knowhow en mensen in huis hebben. Het zal hen ook op kosten jagen. Zij het minimaal: de reguleringsimpactanalyse (RIA) laat wat dat betreft duidelijk blijken dat de kost voor alle lokale bestuurders samen zeer beperkt is.

Het is een subsidiair principe omdat je ervan uitgaat dat je het archief bijhoudt zo dicht mogelijk bij de burger en zo dicht mogelijk bij de overheid die het archief heeft gecreëerd. Los van de bedenkingen van het Rijksarchief: we hebben geen nood aan een centrale instelling die betuttelend optreedt als we volwassen lokale besturen willen hebben.

Het is een goed decreet omdat het uitgaat van verantwoordelijkheidszin en responsabilisering. We gaan ervan uit dat mensen die een archief creëren ervoor kunnen zorgen en ook voor hun verleden zorgen: een verleden dat in het begin een louter bestuurlijke functie heeft omdat het natuurlijk stukken zijn die bij dat lokale bestuur horen. Maar het is natuurlijk ook een vorm van zorgen voor ons eigen culturele erfgoed.

Het is en het was breed gedragen, mede door de VVBAD, die toch de koepel is van de archiefdiensten. Maar er was van in het begin ook altijd kritiek vanuit het Rijksarchief. Die kritiek komt ten dele terug in de Raad van State. Collega’s, ik wijs u erop dat voorafgaandelijk over een correctie op de Archiefwet is gestemd, waarvan een aantal amendementen niet zijn goedgekeurd, net met de bedoeling om de onenigheid over die bevoegdheid op te klaren. Dat blijft maar aanslepen. We moeten daar doorheen.

Het probleem dat wordt geschetst door de Raad van State bestaat. Ik ben er mij goed van bewust, mijnheer De Meulemeester, dat de kans heel groot is dat er een procedureslag zal ontstaan bij het Overlegcomité en bij het Grondwettelijk Hof over wie nu bevoegd is over het zogenaamde dode archief, het archief dat meer dan 50 jaar oud is. Moet het nu gedeponeerd worden bij het Rijksarchief? Moet men wat betreft de selectielijst afhankelijk zijn van het Rijksarchief? We moeten hier geen spelletje staatshervorming spelen. Wij moeten, zoals ook de heer Kennes zegt, een oplossing hebben.

Minister, u hebt in deze een verantwoordelijkheid, en uw partij zeker. Ik stel voor dat we dat probleem uit de wereld helpen en dat we het uitklaren. Want laat ons eerlijk zijn, collega’s, de interpretatie die de Raad van State geeft op basis van die bijzondere wet strookt niet met de toenmalige geest van het politieke akkoord. Wie wat opzoekwerk doet, weet dat het politieke akkoord wel degelijk uitging van de responsabilisering van de lokale besturen op alle niveaus. Je kunt niet bevoegd zijn voor het institutionele kader van gemeenten en provincies en OCMW’s als je tegelijk ook niet bevoegd kunt zijn over de archiefzorg van diezelfde besturen. Als je principieel bent over homogeniteit in bestuur is het derhalve heel erg logisch dat dat erbij komt. Maar je kunt het inderdaad interpreteren en ik ben mee vragende partij om het op te lossen.

Minister, een deel van die oplossing zou u ook zelf kunnen aanreiken.

De minister plant in verband met dit kaderdecreet vijf uitvoeringsbesluiten. Op een aantal vlakken zou het een goede zaak zijn te streven naar het vermijden of het oplossen van de contentieux. Ik denk hierbij aan de uitvoeringsbesluiten over het selectiebeleid en over de functie van het steunpunt.

Ook op basis van dit decreet kunnen gemeenten nog steeds hun dode archief bij het Rijksarchief deponeren. We hebben een hoge nood aan selectielijsten en -criteria. Morgen moeten we een steunpuntachtig organisme oprichten dat de lokale besturen bij de oprichting van een archief kan helpen. Het lijkt me vanzelfsprekend dat de Vlaamse overheid hiervoor met de meest evidente partner zal samenwerken.

Het Rijksarchief beschikt over ongelooflijk veel knowhow en deskundigheid. Ik stel dan ook voor dat twee initiatieven worden genomen.

Ten eerste, er zou een poging tot gesprek moeten komen. Ik weet dat dit moeilijk is. Dit gesprek is zelfs niet gevoerd. Een poging tot gesprek zou echter tot een samenwerkingsakkoord tussen de gewesten en de federale overheid kunnen leiden. Zeker voor de gedeelde bevoegdheden of minstens voor de contentieux lijkt dit me een mogelijkheid.

Ten tweede, we zouden een beheersovereenkomst met het Rijksarchief kunnen afsluiten. Hiervoor is zelfs geen samenwerkingsakkoord nodig. We zouden het Rijksarchief een aantal taken voor de Vlaamse overheid kunnen laten uitvoeren. Met de Koninklijke Bibliotheek van België is trouwens een dergelijke beheersovereenkomst afgesloten. De Vlaamse Gemeenschap heeft die overeenkomst afgesloten voor het eigen muziekarchief, waar overigens ook Brussels Philharmonic uit put. De voorwaarden voor het collectiebeheer van muziekpartituren zijn daar immers het best vervuld. Waarom zouden we op het vlak van deze gelijkaardige archieven geen gelijkaardige inspanningen leveren?

Ik doe deze oproep om een politiek opbod of een procedureslag te voorkomen. Ik probeer rekening te houden met de opmerkingen die twee eerdere sprekers naar voren hebben gebracht. Tegelijkertijd tracht ik de geest van het ontwerp van decreet te bewaren. In dialoog met alle betrokken partijen moet het mogelijk zijn in Vlaanderen naar een volwassen archiefzorg te evolueren.

Met betrekking tot een laatste punt blijf ik op mijn honger. Ik heb trouwens vandaag nog een reactie ontvangen. Tijdens de commissiebesprekingen heb ik verklaard dat het ontwerp van decreet in feite meer verbanden moet leggen met het cultureel erfgoed en met de private archieven. De uitvoeringsbesluiten kunnen ook op dit vlak de sleutel vormen.

Vlaanderen beschikt over de Archiefbank Vlaanderen en over FARO, het Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed, een steunpunt dat ter zake heel wat expertise heeft opgebouwd. Dit moet me toch van het hart. Ik ben het ontwerp van decreet genegen. Er is echter geen enkel formeel contact met die organisaties geweest. Minister Schauvliege, die het ontwerp van decreet mee heeft ondertekend, heeft geen contact met FARO gehad. Dit ontwerp van decreet past nochtans gedeeltelijk in het beleidsdomein Cultuur. Bovendien is zij de toezichthoudende minister van FARO.

De minister zou in het licht van de uitvoeringsbesluiten alsnog contact met FARO kunnen hebben. Dit steunpunt beschikt over onwaarschijnlijk veel competentie. Er zijn selectiemodellen en databanken ontwikkeld. Die ontwikkelingen kunnen ook voor publieke archieven worden gebruikt. De minister zou, samen met minister Schauvliege, een overleg moeten organiseren. De behandelingen van private en publieke archieven moeten op elkaar worden afgestemd. De expertise moet maximaal worden ingezet. Op die manier kunnen we voor dit ontwerp van decreet een zo maximaal mogelijk draagvlak creëren.

Tot slot wil ik opmerken dat dit ontwerp van decreet veel goede punten bevat. De elementen van wrijving kunnen in de loop van het aangekondigde traject worden opgelost. Aangezien we de idee gunstig gezind zijn, zullen we het ontwerp van decreet goedkeuren.

De voorzitter

Minister Bourgeois heeft het woord.

Minister Geert Bourgeois

Voorzitter, in de eerste plaats wil ik alle Vlaamse volksvertegenwoordigers danken voor de constructieve bespreking die in de commissie heeft plaatsgevonden. We hebben een goede en diepgaande bespreking gevoerd.

De diensten van het Vlaams Parlement hebben zich uitvoerig over dit ontwerp van decreet gebogen en hebben tal van vragen opgeworpen. Mijns inziens, heeft de administratie deze vragen heel deskundig beantwoord.

In de tweede plaats wil ik dan ook de administratie bedanken. Dit ontwerp van decreet is zeer helder en goed geschreven. Ik wil hier even iets herhalen dat ik ook in de commissie heb vermeld. Dit ontwerp van decreet wordt door het Interuniversitair Centrum voor Wetgeving in de opleiding wetgevingsleer als een voorbeeld van goede praktijk gehanteerd.

Ten derde wil ik dit ontwerp van decreet ook zien als een vorm van hulde aan alle parlementsleden die in het verleden werk gemaakt hebben van een eigen Vlaams Archiefdecreet. Dat zijn er heel veel geweest uit diverse partijen. De heer Caron heeft er al naar verwezen. Bij mijn opsommingen bots ik in de eerste plaats op de heer Hugo Marsoul, met in 1995 al een voorstel van decreet. In de latere periodes zijn er heel wat collega’s geweest: mijn vriend, wijlen de heer Chris Vandenbroecke, de heren Jos Stassen, Marino Keulen, Danny Vandenbossche in de vorige regeerperiode, maar evenzeer de heer Caron. Ik denk dat het toch blijk geeft van een grote gedragenheid hier in het parlement. In die zin, mijnheer Demeulemeester, noteer ik uw onthouding. U heeft zich ook onthouden in de commissie. Ik vind het een beetje jammer omdat er ook in de vorige periode mensen uit uw partij zijn geweest die erop aangedrongen hebben dat we hier onze bevoegdheid zouden uitoefenen. Ik weet dat er een discussiepunt bestaat. We kennen allemaal het advies van de Raad van State. Ik heb dat uitvoerig beantwoord in de commissie. Zoals de heer Caron zegt: als men de bijzondere wet van destijds leest in samenhang met de parlementaire voorbereiding, kan men niet anders dan concluderen dat de deelstaten de volledige bevoegdheid hebben gekregen, niet alleen voor het levende archief, maar ook voor het statische. Dat lijkt heel duidelijk.

Verder zijn we volledig bevoegd. We hebben de organieke regelgeving over de lokale besturen. Dat staat buiten kijf. Niemand betwist dat. Die organieke regelgeving bevat alleen enkele welbepaalde uitzonderingen, onder andere in verband met randgemeenten en dergelijke meer. We hebben ook in verband met het archief de volledige bevoegdheid. Ik denk dat men aan de hand van de parlementaire vorderingen en aan de hand van de artikelen niet anders kan dan tot deze conclusie te komen. Ik wil erop wijzen dat een omgekeerde lezing tot een volledig onwerkbare regeling leidt. Dan komen we tot een regeling waarbij het statische archief niet onder onze bevoegdheid valt. Dat het archief zolang het levend is en gebruikt wordt, valt onder de Vlaamse regelgeving en daarna moet overgaan tot een andere regeling, leidt tot oeverloze moeilijkheden en complicaties die niet kunnen worden opgelost aangezien men dan twee diverse regelingen heeft met diverse bepalingen, diverse modaliteiten, diverse vormen van bewaring enzovoort. Dat leidt tot onwerkbare toestanden.

Zoals al gezegd is door andere collega’s heb ik er in de commissie op gewezen dat er tot slot artikel 10 is van de bijzondere wet tot hervorming der instellingen, dat zegt dat parlementen ook voor zaken waarvoor ze niet bevoegd zijn, een regelgeving kunnen uitwerken voor zover dat noodzakelijk is om uitvoering te geven aan bevoegdheden die ze wel hebben. In dezen zijn we bevoegd voor de organieke regelgeving van de gemeenten en voor zover dit geen grote impact op de andere bevoegde overheden, in dit geval het Rijksarchief. Daar blijven we natuurlijk vanaf. We doen niets af aan de bevoegdheid van het Rijksarchief, zelfs niet voor de lokale besturen met betrekking tot de bevoegdheden die federaal gebleven zijn. Ik denk aan brandweer, politie en civiele bescherming. Ik denk dat er argumenten ten overvloede zijn en ik hoop dat het parlement doorgaat op de lijn die toch al parlementsbreed gedragen is sinds het ontstaan van dit parlement, namelijk dat we gaan voor de maximale uitoefening van onze bevoegdheden. Ik weet dat er best samenwerkingsakkoorden worden gesloten. Tot nu toe heb ik vastgesteld dat de rijksarchivaris daar niet op in wil gaan, ook al zijn er omgekeerd evenveel opmerkingen te maken over de recente wijziging van de federale Archiefwet. Daar zijn ook zware bevoegdheidsdiscussies over mogelijk en had ongetwijfeld een bevoegheidconflict kunnen worden ingeroepen, ware het niet – laat ons maar zeggen – dat het een beetje tussen de mand is gevallen van de ene regeerperiode tot de andere.

We moeten tot een samenwerking komen en misschien kunnen we denken, mijnheer Caron, aan beheersovereenkomsten. In elk geval – ik heb dat in de commissie gezegd en ik herhaal het ook –, blijf ik bereid om tot samenwerking te komen. Ik steek ook de hand uit om dat te doen. Men doet daar natuurlijk met zijn tweeën voor zijn. De heer Kennes vraagt zich af of men niet riskeert om twee keer te moeten betalen. Uiteraard niet, precies omdat het Rijksarchief niets doet, geen diensten levert voor de lokale overheden. Het komt daar ook voor uit. Het doet dat niet bij gebrek aan middelen. Het beschikt niet over de budgettaire middelen. Vandaar ook dat het belangrijk is dat we dit ontwerp van decreet uitwerken. Ik kan alleen maar vaststellen dat Wallonië geen decreet met betrekking tot de lokale archieven heeft uitgewerkt, maar dat men dan blijft in een toestand waarbij het Rijksarchief ook geen initiatieven neemt en geen moderne dienstverlening biedt.

En dus zullen we daar in theorie misschien twee keer voor betalen, maar in de praktijk is dat niet zo, omdat het Rijksarchief toegeeft daar niet het budget voor te hebben.

Voor het overige, collega’s, denk ik dat iedereen het eens is met de principes van dit ontwerp van decreet. Het gaat uit van de subsidiariteit, van een gedecentraliseerde regeling. Het is tussen haakjes niet zo dat vzw’s die voor meer dan de helft gefinancierd worden door de overheid, daaronder vallen. Het criterium is anders. Het criterium is: minstens de helft van de bestuurders hebben in de raad van bestuur van de vzw’s. Maar dat is wellicht een detail in deze discussie.

Er moeten nog een aantal uitvoeringsbesluiten komen. Precies bij die uitvoeringsbesluiten kan inderdaad gekeken worden naar samenwerking met het federale niveau, maar ook, mijnheer Caron, met andere actoren, FARO en dergelijke meer. Het is evident dat je op dat moment gebruik moet maken van de bestaande expertise en de kennis van de performante andere actoren op het terrein. Het is evident dat we die doelstelling gaan meenemen. Je moet leren van wat er op het terrein bestaat.

Ook hier zal met heel veel zorgvuldigheid werk van worden gemaakt. Net zoals dat nu gebeurd is voor dit ontwerp van decreet, zal er ook een uitvoerige reguleringsimpactanalyse worden gemaakt. Ik wil toch wijzen op die RIA, die echt wel een schoolvoorbeeld is en die echt alle kosten in detail in kaart brengt, zowel voor de lokale overheden als voor de Vlaamse overheid. Bij de uitvoeringsbesluiten is het voornemen om dat evenzeer te doen. Ik neem aan dat de mensen van onze eigen administratie, die dit ontwerp van decreet geschreven hebben, dat met evenveel kennis, kunde en zorgvuldigheid zullen doen voor wat de uitvoeringsbesluiten betreft.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

De voorzitter

Artikelsgewijze bespreking

Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het ontwerp van decreet.

De door de commissie aangenomen tekst wordt als basis voor de bespreking genomen. (Parl. St. Vl. Parl. 2009-10, nr. 547/3)

– De artikelen 1 tot en met 18 worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het ontwerp van decreet houden.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.