U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 12 mei 2010, 14.00u

De voorzitter

Bespreking

Dames en heren, aan de orde is de beleidsnota Energie 2009-2014.

Volgens artikel 73, punt 5, eerste lid, van het reglement wordt de bespreking gehouden op basis van de met redenen omklede moties en moties van wantrouwen die tot besluit van de in commissie besproken beleidsnota zijn ingediend.

De bespreking is geopend.

De heer Penris heeft het woord.

Jan Penris

Voorzitter, minister, collega's, we zijn aan het einde van een lange calvarietocht gekomen. Van collega’s heb ik begrepen dat de bespreking van de beleidsnota’s niet de gemakkelijkste en ook niet de meest vanzelfsprekende politieke oefening is. Het Bureau moet misschien de opdracht krijgen hoe we met dit gegeven in de toekomst beter kunnen omgaan. Morgen is het Hemelvaart, zeven en een halve maand na de opening van het parlementaire jaar, en we zijn nog altijd bezig met de bespreking van een aantal beleidsnota’s. Het formuleren van die bedenkingen is op zich al steriel, want een debat wordt er hier niet meer aan gewijd.

Ik pleit ervoor om bedenkingen bij beleidsnota’s niet enkel in de commissie maar ook in de plenaire vergadering te uiten, zeer snel, bij de aanvang van het politieke werkjaar, op het ogenblik dat ze aan ons worden gepresenteerd. Want dat is het ogenblik wanneer het nog politiek relevant is; vandaag is het dat minder.

Ik wil toch alle collega’s die in het debat over deze en de volgende beleidsnota’s het woord hebben genomen, bedanken voor hun inbreng. Zo hebben we het debat desalniettemin toch een beetje kunnen voeren. Ten slotte wil ik ook de mensen bedanken die de verslagen hebben gemaakt. Uiteraard zijn dat de commissieleden die daarvoor formeel werden aangesteld, maar in het bijzonder toch ook onze vaste verslaggever, secretaris Van Vinckenroye en de ploeg die in alle stilte achter hem staat. Want u weet wat de Duitse dichter over hen zegt: “ Denn die einen sind im Dunkeln/ Und die andern sind im Licht/ Und man siehet die im Lichte/ Die im Dunkeln sieht man nicht.” Zonder de mensen die in het donker staan, zouden wij niet hebben wat hier vandaag voorligt.

Dit debat komt te laat, wat me ertoe noopt om erg kort te zijn. Vorige week hebben we in het interessante actualiteitsdebat een voorzet mogen geven. Toen zijn de standpunten van de verschillende partijen erg duidelijk geworden. Ik denk dat we allemaal dezelfde bekommernissen delen. Een: ik denk dat niet één fractie wil dat de energievoorziening van Vlaanderen in het gedrang komt. Twee: wij willen die energievoorziening zo veel mogelijk Vlaams houden. We zijn een beetje gechoqueerd door de cijfers die de minister en haar administratie ons hebben gegeven. We zijn energieafhankelijk – van het buitenland of van buitenlandse groepen. 92 percent is niet niks. We hebben met zijn allen de ambitie om die energievoorziening meer in Vlaamse handen te krijgen en te houden.

De tweede ambitie die we hebben, zo is ook duidelijk geworden in de debatten, is dat de energievoorziening betaalbaar moet blijven in Vlaanderen. We willen niet dat er in ons land een soort energiearmoede zou ontstaan. En dus moeten we er alles aan doen om de kosten van de energievoorziening te bewaken, zeker voor de zwaksten in onze samenleving en onze bedrijven, maar in het algemeen ook voor iedereen die energiebehoeftig is, en dat zijn we allemaal.

En dus moeten we er niet alleen voor zorgen dat de energieproductie betaalbaar blijft en dat daar de vrije markt kan spelen en de concurrentie zijn werk kan doen, maar moeten we er ook voor zorgen dat de energiedistributie betaalbaar blijft. En daar wil al eens iets aan schorten.

Ik heb vorige week een nogal stoute suggestie gedaan, in de zin van: zouden we er niet kunnen over denken om in Vlaanderen ambitieus te zijn en een Vlaamse energieproducent gestalte geven? Die Vlaamse energieproducent moet het niet alleen doen met wat mijn goede vriend Freddy Van Gaever destijds ‘goedbedoeld breigoed’ noemde, de hernieuwbare energie. Dat zou ook wel eens een producent kunnen zijn die met die heel oude kernenergie werkt.

De heer Sanctorum heeft mij toen terecht gevraagd wat dat kost. Ik heb daar toen niet op geantwoord, want ik kon en moest daar niet op antwoorden. Maar ik daag alle collega’s die in het onderwerp geïnteresseerd zijn, uit om over die vraag mee na te denken. Want ook de heer Sanctorum weet niet wat dat zal kosten. Hij weet ook niet wat het goedbedoelde breigoed uiteindelijk zal kosten. Maar laat ons als commissie de ambitie hebben om het energievraagstuk, waar we niet helemaal bevoegd voor zijn, toch naar ons toe te trekken.

Zoals Baden-Powell destijds zei: “Be prepared.” Die bevoegdheden over Energie gaan we nog wel eens krijgen, maar laat ons, als Vlamingen, als Vlaams Parlement en als commissie Energie, voorbereid zijn op het grote ideologische debat dat we ongetwijfeld zullen moeten voeren. Ik houd mij in elk geval aanbevolen.

De voorzitter

De heer Martens heeft het woord.

Bart Martens

Voorzitter, minister, collega’s, we hebben in de commissie inderdaad een goed debat gehouden over de beleidsnota. Dat geeft ons de kans om hier kort te zijn. Ik wil kort nog eens herhalen dat onze fractie volmondig achter de visie staat die in de beleidsnota vervat zit. Die visie stelt dat de problemen waar we vandaag mee kampen – klimaatopwarming, uitputting van fossiele brandstoffen, toenemende afhankelijkheid van een aantal politiek instabiele regio’s voor de aanvoer van onze energiedragers – niet alleen bedreigingen zijn, maar ook opportuniteiten bieden, de kans om eigen technologieën te ontwikkelen die ons kunnen losmaken van die fossiele brandstoffen, die daar veel zuiniger mee kunnen omspringen, die ons kunnen losmaken van de oligopolies die de Europese energiemarkten vandaag beheersen.

Het biedt ook de kans om eigen bedrijven in de markt te zetten die straks op die zeer grote golf van hernieuwbare energie en energie-efficiëntie kunnen meeliften en enorme exportmarkten doen opengaan. Dat vergt natuurlijk investeringen in onderzoek, ontwikkeling en innovatie. Dat is niet meteen uw bevoegdheid, minister, maar die van minister Lieten. Wij hebben de indruk dat ze daar ook wel goed mee bezig is, in de schoot van het Vlaamse energiebedrijf en de oprichting van Energyville.

Gisteren stond in de krant De Tijd nog een proefproject dat de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) wil opstarten, mijnheer Penris, voor het benutten van die andere kernenergie die in onze aarde zit. Geen goedbedoeld breigoed, maar ondergoed, zou ik zeggen. Dat zou in staat zijn om met een investering van niet minder dan 7,5 miljard euro, de kostprijs van anderhalve kerncentrale, 30 percent van de Vlaamse elektriciteit te produceren. Het voordeel van dergelijke technologie is natuurlijk dat we daar eigen technologie in kunnen ontwikkelen en dat de eigen Vlaamse bedrijven dat kunnen vermarkten. VITO is vandaag al met een Chinees bedrijf op de Chinese markt om dergelijke technologie verder te ontwikkelen, in tegenstelling tot de oude kernenergie waar u naar verwijst. Daar zijn het de Fransen en de Amerikanen die de technologie in huis hebben, en spijtig genoeg geen Vlaamse bedrijven.

Dus moeten we investeren in onderzoek en ontwikkeling, in innovatie, in het creëren van incubatiekamers door onze kenniscentra, door de researchcentra van onze bedrijven waar de nieuwe technologieën kunnen ontkiemen. We moeten ook investeren in een kinderkamer om die technologieën tot hun volle wasdom te laten komen en op dit vlak, minister, hebt u wel een verantwoordelijkheid, hebt u wel een taak. Via systemen en markten die we creëren, via groenestroomcertificaten, via warmtekrachtkoppelingcertificaten, zorgen we ervoor dat die technologieën hier ook kunnen worden toegepast, dat ze hier een eerste markt kunnen krijgen, dat ze op eigen benen kunnen leren staan. Wat dat betreft, zien we in uw beleidsnota een stuk continuïteit, een voortzetten van het beleid van uw voorganger, maar ook een verbetering ervan. Vorige week hebben we hier de discussie gevoerd over de groenestroomcertificaten, en we hebben gezien dat er nog een besparingspotentieel is, dat we de oversubsidiëring hier en daar wat kunnen beperken om de kosten beheersbaar te houden.

We zien ook dat het beleid op het vlak van energieprestaties van gebouwen door u wordt voortgezet, maar ook wordt verbeterd, dat de energieprestatieregelgeving wordt uitgebreid naar andere gebouwen, sportinfrastructuur, ziekenhuizen, rusthuizen, bioscopen en noem maar op, en dat gelijktijdig met het goedkoper worden van de technieken op het vlak van duurzaam en energiesparend bouwen, we ook de normering verscherpen. U hebt dit jaar de normering al met 20 percent aangescherpt: woningen die vandaag worden gebouwd, zijn minstens 20 percent zuiniger dan woningen die vorig jaar werden gebouwd. Uw ambitie is om tegen 2012 naar de E60-norm te gaan en om woningen en gebouwen neer te poten die 40 percent zuiniger zijn dan die die vorig jaar nog werden opgetrokken. We staan daar volkomen achter.

We zien ook continuïteit op het vlak van de energieconvenanten, benchmark, auditconvenanten en zo meer.

Het voortzetten en het verder optimaliseren van het bestaande beleid is één grote krachtlijn, maar we zien gelukkig ook nieuwe accenten. Nieuwe accenten worden gelegd op het vlak van de slimme netten, want het ontwikkelen van al die hernieuwbare energie, warmte-krachtkoppeling, is heel goed, maar die moet ook op het net ingeplugd kunnen worden. Als we dat op de klassieke manier doen, dan moeten we leidingen bij aanleggen. Het is veel interessanter om de bestaande netten slimmer aan te sturen en om de stromen in verschillende richtingen te sturen. Net zoals de wegeninfrastructuur ook beter benut kan worden door de verkeersstromen beter te sturen, moet dat ook gebeuren voor onze elektriciteitsstromen.

Er zijn ook nieuwe accenten op het vlak van groene warmte, van het stroomlijnen van de verschillende steunmaatregelen, door de goedkope leningen van het federaal Fonds ter Reductie van de Globale Energiekost zo breed mogelijk te maken en uit te smeren over heel Vlaanderen. We denken dat met dergelijke nieuwe accenten alle drempels kunnen worden weggewerkt om investeringen in hernieuwbare energie en in energiebesparing alle kansen te geven.

Samen met het Vlaams energiebedrijf, samen met het ruimtelijk afwegingskader dat uw collega, minister Muyters, aan het opmaken is voor windmolens, denken we dat we dit beleid in de steigers moeten zetten om onze energievoorzieningen echt op een duurzame leest te kunnen schoeien en om de Vlaming minder afhankelijk te maken van eindige energievoorraden en van de oude monopolisten. (Applaus bij sp.a en bij de CD&V)

De voorzitter

Mevrouw Homans heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, de heer Penris heeft een punt: het is inderdaad een beetje zinloos om hier nog heel de discussie over te doen. Het is bovendien geen discussie, we mogen hier gewoon ons ding komen vertellen, maar niemand mag reageren.

Het klopt dat we een goede discussie en een goed gesprek hebben gehad in de commissie. Ik denk dat er heel veel constructieve inbreng is geweest van zowel de meerderheid als van de oppositie en ook van onze voorzitter, maar ik meen dat er in het Bureau eens moet worden nagedacht over hoe we dit in de toekomst het best kunnen aanpakken.

Ik heb onze motie nog eens bekeken, en ik zou toch graag ook een aantal inhoudelijke punten belichten. Voor onze partij, voor N-VA, is energie een basisbehoefte. Ik denk dat dat bijna voor iedere partij hier aanwezig, geldt. We vinden het bestrijden van energiearmoede een lovenswaardig initiatief, maar in dit kader vinden we het heel belangrijk dat de vrije keuze van energieleverancier nog meer wordt aangemoedigd.

Ik weet dat er op de webstek van de VREG een simulator staat. De minister heeft toegelicht dat die simulator goed wordt gebruikt en dat de bezoekersaantallen van de webstek goed zijn. We weten echter ook dat niet iedereen toegang tot het internet heeft. Een groot gedeelte van de bevolking schrikt nog steeds terug voor een overstap. Ik heb tijdens een commissievergadering het voorbeeld van mijn oma aangehaald. De meeste mensen vrezen dat een overstap een grote administratieve rompslomp met zich meebrengt en besluiten dan maar te blijven waar ze zijn. Dit is een belangrijke zaak. Nu de markt is vrijgemaakt, is het belangrijk dat de consument de vrije keuze tussen leveranciers heeft. De mensen moeten een beetje worden aangemoedigd om die keuze te maken.

Tijdens de commissiebesprekingen heb ik in dit verband een suggestie naar voren gebracht. Ik weet dat het om een druppel op een hete plaat gaat. In het kader van de sociale economie leggen de energiesnoeiers huisbezoeken af. Indien ze bij de mensen thuis een besparende douchekop kunnen promoten, kunnen ze hen ook wegwijs maken in de wereld van de verschillende energieleveranciers.

Ik wil het hier ook nog even over het Vlaams energiebedrijf hebben. De heer Martens heeft dit punt ook al aangekaart. Ik weet dat dit geen bevoegdheid van minister Van den Bossche is, maar dit punt kan niet in een beleidsnota Energie ontbreken. Dit geldt minstens voor de doelstellingen die de minister in de loop van deze legislatuur wil bereiken. De N-VA is van mening dat een Vlaams energiebedrijf twee even belangrijke klemtonen moet leggen: we moeten investeren in hernieuwbare energie en we moeten rationeler met energie kunnen omgaan.

We weten allemaal dat we over een vrij beperkt budget beschikken. Het gaat slechts om 200 miljoen euro. We zijn er evenwel van overtuigd dat de Vlaamse overheid in verschillende productie-eenheden van hernieuwbare energie en in hernieuwbare-energietechnologiën moet participeren. Dit zou door middel van een rollend fonds kunnen gebeuren. Zodra de participaties levensvatbaar zijn, kan de overheid ze weer afstoten of van de hand doen. Met het vrijgekomen geld kunnen vervolgens nieuwe participaties worden aangegaan. We vrezen enkel dat het Vlaams energiebedrijf, dat over 200 miljoen euro zal beschikken, op die manier een subsidievehikel zal worden. Dit willen we absoluut vermijden.

Een andere belangrijke taak van het Vlaams energiebedrijf bestaat erin ervoor te zorgen dat de Vlaamse overheid een voorbeeldfunctie kan vervullen. Ik weet dat dit niet onder de bevoegdheden van de minister van Energie valt. Ik ga er echter van uit dat het haar toch interesseert. De Vlaamse overheid moet inzake de rationele omgang met energie het goede voorbeeld geven.

Indien de creatie van een Vlaamse energy service company (ESCO) het mogelijk maakt al onze overheidsgebouwen en aanverwante gebouwen, zoals scholen en rusthuizen, energiezuinig te maken, zullen we na verloop van tijd winst op de energiefacturen maken. We zouden stookkelders moeten isoleren en dubbele beglazing moeten plaatsen. Uit het debat dat we hier vorige week hebben gevoerd, is gebleken dat niemand een stijging van de energiefacturen wil. Die kleine inspanningen kunnen het mogelijk maken na verloop van tijd effect te sorteren. Het meten en het weten kan echter pas na verloop van tijd een aanvang nemen. Deze investering vergt wat tijd. Indien de Vlaamse overheid het goede voorbeeld zou geven, zullen anderen na verloop van tijd volgen. Dit lijkt me een goede zaak voor iedereen.

Tijdens de commissiebesprekingen heeft iedereen, niet het minst onze voorzitter, erop gewezen dat we met betrekking tot het beleidsdomein Energie regelmatig met federale materies te maken krijgen. Het federale beleid werkt niet.

Als voorbeeld hiervan verwijs ik naar de injectietarieven. Het Vlaams Parlement heeft unaniem een resolutie aangenomen waarin we de CREG vragen de injectietarieven niet toe te passen. De CREG heeft onze redenering niet gevolgd. Dit betekent dat we nog steeds financiële middelen in hernieuwbare energie investeren en tegelijkertijd met een federale belasting worden geconfronteerd.

Ik hoop dat alle partijen zich na de komende federale verkiezingen bewust zullen zijn van de noodzaak van een staatshervorming en van de overheveling van bepaalde bevoegdheden. De deelstaten moeten over homogene bevoegdheidspakketten kunnen beschikken. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

De heer Decaluwe heeft het woord.

Carl Decaluwe

Voorzitter, minister, ik dacht dat ik 15 minuten spreektijd kreeg. Ik had dat goed voorbereid. Ik zal moeten schrappen. (Gelach)

Minister, de meerderheid heeft een motie ingediend. Ze omschrijft de kernopdrachten van een correct en concreet energiebeleid. Die moeten voldoen aan een bepaalde energiefilosofie, zijnde energie-efficiëntie, potentieel hernieuwbare energie maximaal benutten, verhoogde efficiëntie, duurzaamheid, de Europese en mondiale doelstellingen, onderzoek en ontwikkeling, beschikbaarheid en betaalbaarheid. Dat lijkt me de goede aanpak. Uiteraard moeten we de balans in evenwicht houden tussen het economische, het sociale en het ecologische. We staan voor bijzonder belangrijke uitdagingen. De heer de Kort zei het al in de commissie, uw beleidsnota geeft daartoe een zeer goede aanzet. We zullen moeten voortbouwen op de realisaties van de vorige regeringen, zoals marktwerking, rationeel energieverbruik, stimuleren van hernieuwbare energie.

Verschillende collega’s hebben al verwezen naar de kwestie van het Vlaams energiebedrijf. Dat is de bevoegdheid van minister Lieten. Als we dat eens nuchter analyseren, zien we dat we met een Vlaams energiebedrijf drie kanten op kunnen. Ofwel gaan we investeren in distributie. Dat is volgens mij geen goed idee. Ofwel gaan we investeren in transmissie. Dat is evenmin een goede keuze. Dus moeten we kiezen voor productie. De bedragen zijn hier al genoemd. We moeten bescheiden zijn op dat vlak. De heer Penris had het over nucleaire energie. Dat is niet onze ambitie. Een gas- of steenkoolinstallatie al evenmin.

Hernieuwbare energie valt wel binnen onze ambities. Ik geloof niet in zonnepanelen en fotovoltaïsche cellen, maar misschien wel in windenergie, op termijn. We moeten dat eens bestuderen. Ik denk dat het een illusie is om een eventueel Vlaams energiebedrijf voor te stellen als de zware concurrent van de grote spelers. Ik denk dat de grote spelers zelfs nog sterker zouden kunnen worden. De eerste slachtoffers zouden wel eens de kleine spelers kunnen zijn. We moeten oppassen dat we de grote niet nog groter maken. We zullen alles goed moeten overwegen.

We hebben al verwezen naar de centrale productie waar ons distributienet toch rond wordt gebruikt. We hebben vorige week gediscussieerd over de ‘solidarisering’. Hoe moeten we daarmee omgaan?

We moeten de betaalbaarheid van energie blijven garanderen. Ik kijk eens naar de commissievoorzitter, we zouden met de ad-hoccommissie Energiearmoede een tussentijdse stand van zaken moeten geven. We moeten de balans eens opmaken. De vorige regering, uw voorgangers, minister, hebben daar echt werk van gemaakt. Er stonden vandaag weer cijfers in de krant. Het aantal gedropte klanten neemt almaar toe. Minister, wij vragen naar evaluatie en efficiëntie.

We hebben nog een lange weg af te leggen naar de Europese 20-20-20-doelstellingen. We weten dat we niet over de ideale geografische omstandigheden beschikken om snel werk te maken van hernieuwbare energie. Het is telkenmale trekken en sleuren op alle vlakken. We moeten verder het maatschappelijk draagvlak aftoetsen en versterken. We moeten het maximum aan potentieel inzetten. Dat is een belangrijke doelstelling.

Minister, we weten ook dat we op het vlak van de productie van groene energie nooit echt zullen uitblinken binnen de EU: we zijn immers te klein en hebben onvoldoende ruimte. We moeten echter wel inspanningen leveren. Mijn fractie benadrukt dat we qua onderzoek en ontwikkeling met eigen technologie zelf toegevoegde waarde moeten proberen te creëren, ook naar buiten uit. Dat is niet onbelangrijk.

Ik heb ook de moties ingediend door andere partijen bekeken. We zullen de moties van Open Vld en Vlaams Belang niet steunen, omdat we vinden dat ze een minder goed evenwicht hebben tussen de sociaal-economische en de ecologische aspecten. Ik stel vast dat het Vlaams Belang een aantal federale thema’s aan bod brengt en ik vind dat we het hier moeten houden bij de thema’s waarvoor we bevoegd zijn. We gaan hier niet praten over fiscaliteit, de btw die daalt en de kerncentrales. We blijven daar bewust af. Daarom zullen we die motie niet goedkeuren.

In de motie van Open Vld lees ik een aantal dingen met betrekking tot de distributienettarieven. Er wordt gesproken over de algemene middelen. De vraag is: met welke middelen? Er is het weglaten van de solidarisering. We moeten ter zake zoeken naar een gezond evenwicht.

Het pleidooi van Open Vld met betrekking tot een standaard qua passiefwoningen verbaast me enigszins. Betaalbaarheid lijkt me belangrijk. We moeten die normen geleidelijk strenger maken, maar dit alles moet betaalbaar en haalbaar blijven. We moeten daar de nodige aandacht aan besteden. We willen niet zo ver gaan.

Ik heb ook grote vragen bij het pleidooi alle actoren in de samenleving aan te sporen tot een jaarlijkse reductie van het energieverbruik met 3 percent en tot een energie-efficiënt bedrag. De vraag is waar Open Vld die 3 percent haalt. Maar goed, dat debat zullen we misschien voortzetten in de commissie. Vandaag werken we immers niet met vraag en antwoord.

Van Groen! heb ik geen tekst gevonden en van LDD al evenmin. Waarschijnlijk hebben ze geen tijd gehad. Mijnheer Sanctorum, ik veronderstel wel dat u een visie hebt, maar waarschijnlijk hebt u niet de tijd gehad om ook een motie in te dienen.

Minister, er is dus sprake van zeer goede aanzetten. Het zal nu inderdaad de kunst zijn om stap voor stap alles in concrete daden om te zetten, zodat we onze doelstellingen van het regeerakkoord daadwerkelijk kunnen halen. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Mevrouw De Knop heeft het woord.

Irina De Knop

Voorzitter, minister, geachte leden, de beleidsnota Energie staat in het teken van de traditionele thema’s van het energiebeleid: energiebesparing, het bevorderen van hernieuwbare energie, slimme netwerken, het aanpakken van energiearmoede en de correcte werking van de markt. De strategische en operationele doelstellingen en het gebruikte instrumentarium blijven de volgende jaren eigenlijk grotendeels dezelfde als in de voorbije jaren. Hooguit wordt er hier en daar wat versneld. Overigens moet het Vlaamse energiebeleid vanzelfsprekend worden ingepast in de Europese doelstellingen op vlak van klimaat, hernieuwbare energie en energiebesparing. Vlaanderen moet tegen 2020 13 percent hernieuwbare energie produceren. Die problematiek heb ik hier al meermaals aangekaart, door middel van een actuele vraag.

De filosofie van de beleidsbrief lijkt vooral te zijn: meer van hetzelfde. Voor Open Vld worden er weinig echte, fundamentele keuzes gemaakt. Recent is er inderdaad weer wat discussie geweest over het beleid om hernieuwbare energie te stimuleren. Het subsidiebeleid, met name voor zonne-energie, wordt – wat ons betreft terecht – in vraag gesteld. Een aantal leden hebben er ook al naar verwezen.

Het is inderdaad zo dat het energiebeleid de voorbije jaren werd gekenmerkt door een explosie van maatregelen, instrumenten, subsidies en verplichtingen. Het innovatiebeleid heeft een gelijkaardige evolutie doorgemaakt. Heel het instrumentarium werd in opdracht van toenmalig minister Ceysens doorgelicht. Het resultaat was het rapport-Soete. Misschien is een gelijkaardige evaluatie ook op zijn plaats voor het energiebeleid. We moeten ons de vraag durven stellen of het beleid soms zijn doel niet voorbij schiet. Als het stimuleren van hernieuwbare energie leidt tot meer energieverbruik, dan zijn we misschien op de verkeerde weg.

Ook het simpelweg doorrekenen van deze ondersteuningsmaatregelen in de tarieven moet onder de loep worden genomen. De sector van hernieuwbare energie neigt naar oversubsidiëring. Dit, gecombineerd met het doorrekenen van de tarieven, maakt de energiefactuur onbetaalbaar.

Een hervorming van het systeem van groenestroomcertificaten is wat ons betreft eveneens aan de orde. Er moet worden gewerkt aan een marktconform systeem van groenestroomcertificaten waarbij deze prijs niet vastligt maar kan schommelen naargelang de vraag en het aanbod. Groenestroomcertificaten zouden verhandeld moeten kunnen worden. Op die manier zou men ervoor kunnen opteren de jaarlijkse doelstelling te vervangen door een algemene doelstelling aan het eind van de periode.

Men kan zich eveneens afvragen of onze bijdrage aan de strijd tegen de opwarming van de aarde niet groter zou kunnen zijn indien we, in tegenstelling met wat sommigen onrealistische productiedoelstellingen achten, toch zouden opteren voor ambitieuze consumptiedoelstellingen op het vlak van groene stroom. Hierbij kan men in het kader van het energiebeleid toepassing maken van een van de Kyotomechanismen. Men kan de CO2-emmissies reduceren waar de kost het laagst is. Met andere woorden, produceer groene stroom in die landen waar de kost het laagst is. Bijgevolg is de vraag of we niet moeten opteren voor een aanzienlijke toename van de aankoop van groene stroom bij andere Europese lidstaten.

De beleidsnota voorziet in een implementatieplan voor een verstrengd eisenplan op lange termijn voor woningen en kantoren. Wat de lange termijn is, wordt helaas niet gedefinieerd. Open Vld is van mening dat we op het vlak van de energieprestaties van woningen echt wel ambitieus mogen zijn. Ik hoorde dat de collega van CD&V het daar niet helemaal mee eens is. We zijn het echter ook van hen gewoon dat ze altijd een beetje van dit en een beetje van dat doen. Wij vinden dat men moedig moet zijn en keuzes moet maken. Die keuzes houden echter ook consequenties in.

In deze sector kunnen we trouwens op de meest efficiënte manier nog veel vooruitgang boeken op het vlak van CO2-reductie. Binnen 5 à 10 jaar moet het mogelijk zijn om te evolueren van het zwakke broertje tot de Europese top. Dat moet onze doelstelling en onze drijfveer zijn.

Nieuwbouw zou op termijn alleen kunnen via passiefwoningen. In dit kader is het uiteraard positief dat ook handelsgebouwen, ziekenhuizen enzovoort een dergelijke energiepeileis krijgen. Verder zou ik opnieuw een lans willen breken voor systemen van derde betaler. Momenteel is er inderdaad het Fonds ter Reductie van de Globale Energiekost. Wij staan achter de doelstellingen op zich maar het systeem is te weinig succesvol. Reden waarom de Vlaamse Regering heeft voorzien in een waarborgregeling voor lokale entiteiten.

Open Vld stelt voor om het systeem van derde betaler universeel ter beschikking te stellen van gezinnen en bedrijven. Vele gezinnen, maar ook bedrijven en scholen, willen wel energiebesparende investeringen doen, maar hebben daartoe niet altijd de nodige financiële middelen. Volgens ons heeft dit systeem meer kans op slagen omdat de verbruiker op geen enkel moment een meerkost heeft. Dit systeem kan bovendien ook gelden voor kleine bedrijven.

De minister wil het systeem van gratis kilowattuur behouden terwijl al lang niet meer duidelijk is of het een sociaal en ecologisch verantwoorde maatregel is. De kostprijs ervan wordt doorberekend in de distributienettarieven. De kost van deze maatregel wordt bijgevolg gedragen door alle eindafnemers die aangesloten zijn op het laagspanningsniveau. Het gaat hier dan opnieuw om particulieren.

Met de invoering van de gratis elektriciteit beoogde men een sociale correctie. Deze maatregel schiet zijn doel voorbij. Wij stellen dan ook voor dat deze maatregel aan een grondige evaluatie wordt onderworpen.

Tot slot maakt de beleidsbrief geen melding van het Vlaams Energiebedrijf. Ook minister Lieten blijft vaag. Het werkt niet alleen de oppositie maar ook N-VA blijkbaar op de zenuwen. Het is nodig dat de regering hierin klaarheid schept. Steunt u de voorstellen van N-VA? Hoe ziet u concreet de uitwerking van dit project?

Ik ben helemaal nog niet aan het einde van mijn tekst. Ik wil eindigen met het pleidooi om te investeren in een slim netwerk, net zoals de heer Decaluwe dat daarnet heeft gedaan. Elektriciteit kan men niet opslaan. Het vormt een natuurlijke hinderpaal. De elektrische wagen kan wat ons betreft een oplossing zijn en ervoor zorgen dat het niet verbruikte deel opnieuw op het net kan worden geplaatst. Op die manier zouden pieken kunnen worden afgevlakt.

We hopen dat u daarin kunt en wilt investeren, samen met de Vlaamse Regering. Het is duidelijk dat er nog heel wat werk aan de winkel is.

De voorzitter

De heer Reekmans heeft het woord.

Peter Reekmans

Voorzitter, minister, collega’s, beleidsnota’s hebben altijd een zekere vaagheid en algemeenheid als belangrijkste kenmerk. Deze energienota scoort op de wolligheidsschaal voortreffelijk. We zijn nu ruim 10 maanden ver in deze Vlaamse legislatuur en de tijd heeft niet stilgestaan. Het energiethema heeft wereldwijd aan belang gewonnen, want door de ontwikkelingen in Rusland als aanbieder en China als steeds grotere vrager, is er sprake van heuse geopolitiek omtrent het thema energie.

Ook federaal was het item nooit uit de actualiteit, met onder andere de discussies over het al dan niet en hoe dan wel sluiten en heropenen van de kerncentrales. Maar het thema energie stond blijkbaar lager op het prioriteitenlijstje van deze Vlaamse meerderheid.

Overigens kent zelfs de lokale politiek meer dan ooit de impact van energie, want elk OCMW-bestuur kampte afgelopen winter meer dan ooit met acute situaties van steeds moeilijker betaalbare gas- en elektriciteitsfacturen. Want zo mochten we een week geleden nog vernemen dat Eandis de totale stroomfactuur de komende jaren wil laten stijgen, de distributienettarieven zouden tot 30 percent extra klimmen. Reden daarvoor: de woekerende subsidiepolitiek voor grote zonnepanelenprojecten en dito windturbineparken.

De modale consumenten zien hun energiefacturen jaar na jaar stijgen. Mattheus is nu ook in het energiebeleid hyperactief. De studie ‘The Day After’ van denktank Itinera waarschuwde er nochtans vorig jaar al gedetailleerd en nauwkeurig voor, en marge op de elektriciteitsprijzen is er vandaag geenszins. Ons land was reeds één van de duurste landen op vlak van energieprijzen. Onlangs werden door Test-Aankoop nog de energieprijzen in 8 Europese landen vergeleken. België kwam uit de bus met markante cijfers: 43 percent duurder dan de buurlanden voor een gemiddelde alleenstaande, 17 percent hoger voor een gezin met een doorsneeverbruik. Dat zijn harde cijfers, collega’s.

Ook Elia zit intussen met de handen in het haar. De hoogspanningsbeheerder staat voor een massa extra kosten als gevolg van vooral de offshorewindparken, de distributie- en transporttarieven zouden voor Elia zelfs met 50 percent moeten stijgen. Dit is een typisch voorbeeld van hoe ondoordachte staatsbemoeienis compleet averechts kan werken. Vlaanderen investeert ten onrechte in elektriciteitsproductie die tot 10 keer duurder is dan klassieke opwekking. En de onrechtstreekse kosten die daardoor worden veroorzaakt, swingen de pan uit. Het ergste moet nog komen, maar uw beleidsnota, mevrouw de minister, steekt vakkundig de kop in het zand.

Bovendien komt de helft van de groenestroomcertificaten uit biomassa. Daarom heeft men bijvoorbeeld in Duitsland deze sector al volstrekt uitgesloten, en dat voorbeeld moeten we volgens mijn partij hoogdringend volgen. Wat heeft het in Vlaanderen opstoken van Braziliaanse notenschelpen te maken met duurzame groene energie, minister?

Trouwens, er loert nog meer onheil voor de Vlaamse gezinsportemonnees om de hoek. De uitrol van de slimme energiemeters is gestart. Bedragen van 1,5 miljard euro kosten voor dit project, bij Eandis alleen al. Te betalen door, opnieuw, de doorsneeburger. U zou er misschien voor kunnen zorgen dat alvast deze factuur bij de juiste verantwoordelijken zou terechtkomen.

En wie legt tegen ten laatste 2018 de 1 miljard euro op tafel om Electrabel eindelijk uit alle gemengde intercommunales van de Eandis-groep te kopen? Vorige week antwoordde u mij: “We zullen dat dan wel zien.” Het is nu 2010, het is toch belangrijk om een visie op lange termijn te hebben, ook al is deze regering in 2010 misschien niet meer de meerderheid.

We berekenden eerder al dat op amper 1,5 jaar tijd de distributienettarieven onverklaarbaar met 35 percent stegen. Ik gooi het niet op een hoopje, mijnheer Decaluwe, maar we blijven de ongelijkheid in de distributienettarieven aanklagen. Ook daar gebeurde niets. De energieintercommunales zijn zo’n beetje Vlaams beschermd erfgoed geworden.

En dan is er nog het Vlaams energiebedrijf. Naar het schijnt zal na Sint-Juttemis alles veranderen. Maar wat de gouden hoorn van het Vlaams energiebedrijf over de Vlamingen zal uitspreiden, blijft een mysterie.

Minister, deze regering is bijna een jaar oud, kom to the point met dit Vlaams Energiebedrijf of zwijg zedig over dergelijke spookinstituten. LDD zou u maar al te graag steunen als dat bedrijf het enige zou doen wat écht verandering zou brengen voor de energiefactuur van elke Vlaming, namelijk een eigen Vlaamse kerncentrale uitbaten die CO2-vrije kernenergie opwekt en dus zes keer goedkoper is dan de aanmaak van stroom uit gasturbines.

Energie besparen écht aanmoedigen zou natuurlijk een andere optie zijn om de uiteindelijke energiefactuur binnen de perken te houden, maar enige aandacht voor bijvoorbeeld passiefwoningen is in uw nota ver zoek. Er wordt qua energiebesparing voortgeborduurd op steeds dezelfde afgezaagde maatregelen van vandaag, ook al zit de belangstelling ervoor vaak onder het nulpunt.

Minister, waar wilt u als energieminister eigenlijk het verschil maken? Ik stelde u die vraag vorige week ook al en ik kreeg er geen antwoord op. Baken prioriteiten af en leg de accenten op realistische en betaalbare projecten. Sta aan de kant van de modale consument. Maar daarvan is vandaag niets te zien. De enige zekerheid die u de Vlamingen biedt, is steeds meer betalen voor niets meer aan service of kwaliteit. Als minister van Consumentenzaken zou u in het verleden dit beleid als volstrekt onvoldoende beoordeeld hebben. Welnu, wij doen hetzelfde. (Applaus bij LDD en het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer Sanctorum heeft het woord.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Mijnheer Decaluwe, ik begrijp dat u onze visie nodig had om uw betoog voor te bereiden. De volgende keer zullen wij u daarbij helpen, dat is bij dezen beloofd.

Mijnheer Penris, ik zou aan uw opmerking van daarnet nog iets willen toevoegen. Mijn vraag van vorige week was in essentie: wie gaat die nieuwe kerncentrale betalen? In de discussie in de plenaire zitting werd zo ongeveer gesteld dat de consument niet mag opdraaien voor de kosten van groene stroom. Maar gaan wij die redenering dan ook toepassen voor kernenergie? Ik vrees dat kernenergie dan toch geen oplossing zal blijken te zijn. Ik begrijp dat wij daarover in de commissie verder zullen discussiëren.

Minister, ik wil positief beginnen. Uw beleidsnota is goed geschreven. Hij bevat minstens een duidelijk overzicht van de knelpunten en geeft een aanzet tot oplossingen. Ik denk onder meer aan de energieprestatie van gebouwen waarnaar al werd verwezen. U wilt tegen 2012 een verstrenging naar E60. Dat zou toch de bedoeling zijn, maar ik begrijp dat het nog niet helemaal vaststaat. De nota gaat ook over het stroomlijnen van premies en het oprichten van een enkel loket. En met betrekking tot het ondersteunen van buitengevelisolatie hebt u duidelijke engagementen aangegaan.

Maar over de grote uitdagingen blijft u vrij vaag. Een eerste belangrijke uitdaging is het verfijnen van het systeem van de groenestroomcertificaten. Over het uitzuiveren van de bijstook in inefficiënte centrales en afvalverbranding hebben we het verleden week al gehad. U hebt toen aangekondigd dat u het systeem zult evalueren en bijsturen. Dat is een goede zaak. De vraag is ook of we ons eigen systeem van de groenestroomcertificaten zullen aanhouden. Of zullen we evolueren naar een ‘feed-in’-systeem naar Duits model, waarbij het tarief onder meer jaarlijks afneemt voor nieuwe investeringen? Oversubsidiëring wordt hierbij min of meer vermeden. Als de elektriciteitsprijs toeneemt, blijft het ‘feed-in’-tarief gelijk en neemt het verschil af. Het geeft in elk geval duidelijkheid en zekerheid aan de sector. Een volledige en bruuske omschakeling is zeker niet eenvoudig en misschien zelfs niet wenselijk. Toch is het interessant om een aantal aspecten van die Duitse succesformule over te nemen.

Een tweede uitdaging is het bereiken van de Europese doelstellingen inzake hernieuwbare energie. Minister, binnenkort moet u samen met uw federale collega’s en met uw collega’s van de andere gewesten een nationaal actieplan indienen.

Ik vind het eigenaardig dat we kort voor de deadline nog steeds niet weten welk ‘billijk aandeel’, zoals het staat in het regeerakkoord, Vlaanderen op zich zal nemen.

Vorige week heb ik gesteld dat de discussie weggaat van: zullen we de Europese doelstellingen halen? Ze verschuift naar: hoe zullen we de doelstellingen halen? Daarbij is het belangrijk om strenge criteria voor vaste en vloeibare biomassa te hebben. Voor vloeibare biomassa heeft Europa al duurzaamheidscriteria. Die zijn redelijk beperkt. Criteria voor vaste biomassa worden voorlopig aan de lidstaten overgelaten. We zullen zien hoe dat verder evolueert. Het is belangrijk dat Vlaanderen dit op Europees niveau mee in het oog houdt zodat we, bij wijze van spreken, geen tropisch bos rooien om in eigen land onze doelstellingen voor hernieuwbare energie te halen.

Er bestaat nog veel onduidelijkheid over. Bovendien vraag ik mij af welk effect de federale situatie heeft op de spreiding van het aandeel van Vlaanderen in die 13 percent en het indienen van een nationaal actieplan. Zullen we de deadline van 30 juni voor het indienen van het actieplan bij de Europese Commissie halen?

Minister, hoe zult u de prioritaire aansluiting voor groene stroom realiseren en het aandeel van hernieuwbare energie in de transportsector? Wat met smart grid en smart meters? Het zijn fundamentele zaken waarover de discussie nog moet worden gevoerd en de beslissingen nog moeten worden genomen.

Een andere grote uitdaging is het valoriseren van groene warmte en koeling. U haalt dat zeer terecht aan in uw beleidsnota. Maar het blijft vaag wat we precies zullen doen. Er wordt een aanzet gegeven, onder meer met bouwvoorschriften. Er zou een aandeel groene warmte worden opgelegd, maar het blijft vaag.

Uw beleidsnota is een heel goede aanzet. Op dat vlak ben ik positief. Maar het moeilijkste moet nog komen. Ik kijk uit naar de komende parlementaire discussies over dit onderwerp.

De voorzitter

Minister Van den Bossche heeft het woord.

Ik dank alle parlementsleden voor hun opmerkingen hier en vooral in de commissie, waar we een heel leerzaam en constructief debat hebben gevoerd, dat mij zeker zal helpen om de beleidsnota verder vorm te geven.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De bespreking is gesloten.

Wij zullen straks de hoofdelijke stemmingen over de met redenen omklede moties houden.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.