U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 28 april 2010, 14.01u

van Pascal Smet, verslag door Jos De Meyer en Kathleen Helsen
202 (2009-2010) nr. 1
De voorzitter

Bespreking

Dames en heren, aan de orde is de bespreking van de beleidsnota Onderwijs 2009-2014.

Volgens artikel 73, punt 5, eerste lid, van het reglement wordt de bespreking gehouden op basis van de met redenen omklede moties en moties van wantrouwen die tot besluit van de in commissie besproken beleidsnota zijn ingediend.

De bespreking is geopend.

Mevrouw Martens heeft het woord.

Katleen Martens

Voorzitter, collega’s, minister, de bespreking en stemming van de beleidsnota Onderwijs is overbodig en ik geef u vier redenen waarom. Ik zal snel zijn, want we zijn al 1 jaar ver in deze legislatuur.

Ten eerste is er geen geld om het onderwijs in een minimummodus te laten draaien, laat staan dat er enig geld is om prioriteiten te bekostigen. Niet alleen was het onderwijs, van kleuter over buitengewoon tot hoger, al jarenlang structureel ondergefinancierd, nu moet er bijkomend 200 miljoen euro worden bespaard op posten waarop niet kan en mag worden bespaard, zoals lonen, bedrijfsstages, mentorschap. Dat bespraken we al bij de begroting.

Ten tweede, minister, daar waar u dan toch geld investeert in uw prioriteiten, valt er allerminst een heilzaam effect te verwachten van de maatregelen, omdat ze vertrekken van een misplaatste utopie, enerzijds over de samenstelling van de maatschappij en over de wijze waarop die maatschappij en het onderwijs door de overheid bestuurd worden, en anderzijds over de oorzakelijke factoren van de problemen die u wenst aan te pakken. U negeert de zogenaamd ‘politiek incorrecte’ oorzaken en investeert bijgevolg geld in a priori tot mislukken gedoemde maatregelen, zoals de gelijke financiering. Dat is ook het geval wanneer gesproken wordt over taal, spijbelen, watervaleffecten enzovoort.

Ten derde ontsnapt u in dit gemediatiseerd landschap aan elke vorm van eerlijkheid en daarmee verantwoordelijkheid. Zo staat u in de media te glunderen dat u een oplossing voor de inschrijvingsproblematiek in de grootsteden zult uitwerken, terwijl dit een speerpunt is van uw zogenaamd gelijkekansenbeleid: een communistisch beleid waarvoor u niet de verantwoordelijkheid in de media wilt opnemen. Het enige wat u daarmee bereikt, is nog meer concentratiescholen creëren en autochtone kinderen gijzelen door ze in een schoolomgeving te droppen die niet tot hun vrije keuze behoort en die hun leerkansen ontneemt.

Het vierde en laatste element in mijn oordeel is dat de bespreking hier wrang en misplaatst is. Vlaanderen is een schijndemocratie, om vele redenen, en vooral omdat media-aandacht belangrijker is geworden dan de uiteenzettingen in de commissie. Van een doorgedreven debat is geen sprake. Integendeel, er wordt de schijn gewekt voorstellen mee te nemen, maar als er parlementaire initiatieven worden genomen, worden die weggestemd, zelfs zonder de draagwijdte ervan te willen onderzoeken. Alle opmerkingen in commissie neergelegd, worden op voorhand niet eens het overwegen waard bevonden, ze worden naar de partij van de indieners beoordeeld, zelfs de occasioneel terechte opmerkingen vanuit de meerderheid want de autoritaire mentaliteit gaat voorbij aan het spel van coalitie en oppositie.

Maar goed, uw beleidsnota stelt dat uw voornaamste doel is om gelukkige kinderen in het onderwijs te krijgen. Die ambitie is een flauw afkooksel van dat van voormalig minister Vandenbroucke. Waren gelijke kansen de rode draad bij minister Vandenbroucke, dan vormen gelukkige kinderen de roze draad in uw beleidsnota. Het onderwijs dient daarentegen om een volk op een bepaald niveau te tillen, door cultuuroverdracht, kennisoverdracht en persoonlijkheidsvorming met inhoud.

Daarnaast blijft u het onderwijs misbruiken als gereedschap voor de creatie van uw utopische maatschappij met daarbinnen een enorme scheeftrekking ten voordele van de allochtone gemeenschap. De immorele kloof waar u zo graag naar verwijst, is dan wel een realiteit, ze is niet veroorzaakt door de redenen die u aanhaalt, en zal dus evenmin verdwijnen met de maatregelen die u voorstelt. Het enige wat u zult bereiken met die positieve discriminatie, is het omgekeerde. Wij waarschuwen u hier al langer voor.

Maar wees gerust, wij zullen u allerminst uitlachen wanneer het zo ver is, omdat onze bezorgdheid bij het onderwijs zelf ligt. Het onderwijs is het meest gebaat bij de grondwettelijke onderwijsvrijheid. Dat is de hoeksteen van de onderwijskwaliteit in Vlaanderen. Het devies moet luiden: maximale diversiteit – en ik meende dat u daar voorstander van was –­ in het scholenlandschap, met het oog op een maximale homogeniteit binnen de school. Laat een school zichzelf profileren en haar troeven ontwikkelen, in plaats van alles te willen nivelleren naar de onderkant. Deze non-beleidsnota leidt tot een ‘nonderwijs’, een onderwijs dat er geen meer is. Het onderwijs verwordt tot een gelijkekansenmachine maar zal niet meer in staat zijn om te onderwijzen, maar evenmin zal die natuurlijke ongelijkheid uitgevlakt worden. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

Mevrouw Vanderpoorten heeft het woord.

Marleen Vanderpoorten

Voorzitter, minister, collega’s, de beleidsnota Onderwijs in zijn totaliteit bevat heel wat items die momenteel zeer actueel zijn en die ook voor Open Vld in deze legislatuur uit- en afgewerkt moeten worden. Al te vaak echter blijft de minister in zijn voorstellen hangen bij onderzoeken, bijsturingen, evaluaties en dergelijke, zonder concreet te worden en een echt perspectief te bieden. Natuurlijk zijn evaluaties en onderzoeken nodig, maar ze mogen geen alibi zijn om op korte termijn niets te moeten voorstellen of beslissen. Noodzakelijke correcties en vernieuwingen mogen niet op de lange baan worden geschoven, daarvoor is onderwijs te belangrijk. Zeker in een steeds sneller evoluerende maatschappij mag niet gedraald worden. Onderwijs moet altijd boeiend en uitdagend blijven voor liefst alle jongeren.

In het korte tijdsbestek dat ons in deze plenaire vergadering is toegemeten, ga ik uiteraard trachten herhalingen te vermijden van wat Open Vld in de commissie bij de bespreking van de beleidsnota naar voren heeft gebracht. Ik ga alleen de accenten aanhalen waarvan wij willen dat ze nu absoluut en met hoge prioriteit door de minister en de Vlaamse Regering worden aangepakt.

Het onderwijsbeleid vergt voldoende financiële middelen. Hervormingen doorvoeren als er extra geld ter beschikking is, is natuurlijk eenvoudiger dan wanneer dat, zoals nu, niet het geval is. Maar globaal genomen zullen de behoeften en de wensen van en voor onderwijs altijd veel groter zijn dan de mogelijkheden. Prioriteiten stellen is dus aan de orde. Dat mist Open Vld in deze nota. In december, toen de nota werd besproken in de commissie, was het, na 6 maanden nieuwe Vlaamse Regering, al duidelijk dat keuzes nog niet gemaakt waren. Nu zijn we weer 5 maanden verder, de Vlaamse Regering viert bijna haar eerste verjaardag, maar veel concreter zijn de plannen van de minister nog niet geworden.

Voor Open Vld staat nochtans wél als een paal boven water waarvan dringend werk moet worden gemaakt. Wij denken hierbij aan de hervorming van het secundair onderwijs. Deze hervorming wordt al voorbereid sinds minister Van den Bossche. In de legislatuur 1999-2004 is, om de hervorming verder voor te bereiden, ‘Accent op Talent’ opgezet, waaruit de experimenteerscholen, later de proeftuinen zijn gegroeid. Vandaag staan we niet verder dan het rapport-Monard. Er wordt weliswaar een ontwerp van decreet aangekondigd tegen het einde van de legislatuur. Maar wij hebben de grootste twijfels bij de slaagkansen van een allesomvattend decreet tegen 2014, als nu niet eens het maatschappelijk debat hieromtrent echt is opgestart. Zou het niet zinvol zijn om het terrein zich te laten voorbereiden door bijvoorbeeld elementen van de hervorming, waar velen het al over eens zijn, reeds door te voeren?

De ongekwalificeerde uitstroom verminderen, het leerplezier verhogen en onze scholen afstemmen op de uitdagingen van de 21e eeuw is het doel van de hervorming. Wat wil de minster eigenlijk bereiken met dit dossier? En wanneer? Het is ons vooralsnog niet duidelijk.

Collega’s, de hervorming van het secundair onderwijs is ook het uitgelezen moment om de lerarenloopbaan een nieuw elan te geven. Minister, u hebt aangegeven dat u het lerarenloopbaanpact wil onderhandelen vanaf september, en dat gedurende 2 jaar, om dan tot conclusies te komen en tot uitvoering over te gaan. We zullen dan 2012, waarschijnlijk zelfs 2013 schrijven vooraleer u een ontwerp van decreet kunt indienen. U denkt niet aan maatregelen op korte termijn, ondanks het lerarentekort en andere alom bekende problemen bij de werving van onderwijspersoneel. Nochtans is het essentieel voor de kwaliteit van ons onderwijs dat het lerarenberoep interessant blijft, zeker ook voor gedreven en goede studenten. Open Vld pleit dan ook voor maatregelen op heel korte termijn.

Minister, in onderwijs mag nooit gedraald worden als er problemen opduiken. Daarvoor is het onderwerp té belangrijk en zijn de gevolgen bij falend of tekortkomend beleid té verstrekkend. Dat geldt zeker al voor de hervorming van het secundair onderwijs, voor de lerarenloopbaan, en dit geldt ook voor het talenbeleid. Er is een tijd geweest dat andere Europese landen naar Vlaanderen opkeken omdat wij bekend stonden voor onze goede talenkennis. Die tijd is voorbij. Andere landen zijn ons in het klassement van de talenkennis voorbijgestoken. In een steeds groter wordende Europese realiteit en voor de persoonlijke ontwikkeling van jongeren in deze Europese realiteit, is dit nefast. In uw beleidsnota lezen we hierover – opnieuw – goede intenties. Maar momenteel hebt u nog geen enkele beleidsdaad gesteld om te bewijzen dat het u menens is met uw streven naar een betere en vroegere verwerving van vreemde talen bij jongeren.

Open Vld vindt uiteraard ook dat een goede kennis van het Nederlands voor iedereen heel belangrijk is. De de facto verplichte inschrijving van vijfjarigen in het kleuteronderwijs vonden wij een goede stap en wij stellen voor om deze leeftijd verder te verlagen. Als u uw uitspraken over het belang van kleuterparticipatie meent, kunt u niet anders dan onze stelling volgen én uitvoeren.

In de vorige legislaturen is hard gewerkt aan de hervorming van het hoger onderwijs. Het voorlopige sluitstuk is de academisering waarrond momenteel een maatschappelijk debat loopt en een commissie ad hoc in dit parlement aan het werk is. Open Vld vindt dit een goede werkwijze, die ook voor andere dossiers zou moeten kunnen, maar dringt erop aan om nu snel met een duidelijke planning en timing te komen voor de implementatie van de conclusies die eraan komen.

Timing en planning vragen wij ook voor het hoger beroepsonderwijs, de leerzorg, het gelijktrekken van de financiering voor kleuters, de bijsturing van het decreet Gelijke Onderwijskansen, de studiekeuzebegeleiding, het probleem van de infrastructuur, zowel voor wat de capaciteit als DBFM (Design, Build, Finance en Maintenance) betreft, waarover morgen waarschijnlijk nog meer zal worden gezegd in de commissie.

Mijnheer de minister, er is bijna een jaar voorbij. Wellicht was dit voor u een inloopjaar. Ik hoop dat er intussen veel dossiers zijn voorbereid die in de komende maanden op onze tafel zullen terecht komen voor behandeling in dit parlement. In het begin van het volgend politiek jaar, zal Open Vld de balans opmaken en eisen dat u concrete plannen en maatregelen voorlegt. De studieronde zal dan definitief voorbij moeten zijn. (Applaus bij Open Vld)

De voorzitter

De heer Bouckaert heeft het woord.

Boudewijn Bouckaert

Voorzitter, collega’s, minister, de beleidsnota Onderwijs is een lezenswaardig document, om wat er in staat maar ook om wat er niet in staat. In de lange discussie over de beleidsnota werd in alle openheid, waarvoor ook dank aan de minister, van gedachten gewisseld over het onderwijsbeleid in Vlaanderen. Onderwijs is, hoeft het nog gezegd, de belangrijkste bevoegdheid van Vlaanderen en een van de belangrijkste aandachtsvelden van het publiek beleid als dusdanig.

De liberale politiek filosofe Hannah Arendt zei onder meer: “Educatie is waar we beslissen of we onze kinderen genoeg liefhebben om ze niet te verbannen uit onze wereld en ze aan hun lot over te laten, en hen ook de kans niet te ontnemen om iets nieuws te ondernemen, iets onverwacht voor ons, maar wel om ze voor te bereiden op hun taak om de wereld te vernieuwen.”

Het is hier niet de plaats om aan deelkritiek te doen. Dat is in de commissie uitvoerig gebeurd. Ik neem de gelegenheid te baat om een paar fundamentele vragen te stellen bij de onderwijsfilosofie die hier in de nota tot uiting komt.

In het licht van het feit dat we voor een grote hervorming staan in het secundair onderwijs is een fundamentele discussie over de kerntaak van het onderwijs wel op haar plaats. De beleidsnota besteedt uitvoerig aandacht aan een reeks taken voor ons onderwijs die eigenlijk buiten het onderwijs in de eigenlijke zin liggen. Ons onderwijs moet open, veelzijdige en sterke persoonlijkheden vormen, moet de jongeren voorbereiden op actief burgerschap, moet werken aan vredesopvoeding en herinneringseducatie, moet opvoeden tot duurzame ontwikkeling, moet de genderdiversiteit verwerken in zijn beleid enzovoort.

In zijn lezing voor het Onderwijssecretariaat van de Steden en Gemeenten van de Vlaamse Gemeenschap van 25 februari 2010 neemt professor Wim Van den Broeck, ontwikkelingspedagoog aan de Vrije Universiteit Brussel deze afwenteling van allerlei neventaken naar het onderwijs scherp op de korrel: “Het onderwijs is de vergaarbak geworden van alle problemen van de volwassenenwereld. Maar scholen hebben geen magische krachten om deze problemen even op te lossen. Motivatietechnieken en pedagogische expertise zijn geen compensatie voor de ambigue manier waarmee volwassenen omgaan met hun autoriteit. Integendeel, door alle problemen naar het onderwijs door te schuiven, wordt de baan van leraar hopeloos gecompliceerd. Als onderwijs alles wordt, dan houdt het op onderwijs te zijn. Het onderwijs moet dan ook gered worden van diegenen die er een instituut willen van maken dat alle problemen van de maatschappij kan oplossen.”

Het omvormen van scholen tot therapeutische massagesalons, zoals de Britse onderwijsssocioloog Frank Furedi het uitdrukt, vermindert het opbouwen van weerbaarheid die kinderen later in de volwassenenwereld zo sterk nodig zullen hebben. Ik citeer nogmaals de heer Van den Broeck hierover: “Vaak is de poging om kinderen te immuniseren tegen verlieservaringen een alternatief om ze te motiveren. Het motto lijkt te zijn: als je ze niet kan motiveren laat ze zich dan tenminste goed voelen over zichzelf. Alle aanhangers van dergelijke therapeutisering van het onderwijs onderschrijven de illusie dat als kinderen zich gelukkig voelen, ze meer gemotiveerd zijn om te leren. Alles wijst er echter op dat het bannen van mislukkingen in het onderwijs in feite de capaciteit van kinderen ondergraaft om te kunnen omgaan met de uitdagingen die ze tegenkomen.”

Mijn fractie zal elke gelegenheid aangrijpen om de kerntaak van het onderwijs te bewaken. Dat is niet alleen in het belang van de persoonlijkheidsvorming van de leerling maar ook in het belang van een democratische samenleving.

De Nederlandse psycholoog Hubert Duijker zei hierover het volgende. “Wie de leerplicht, dat wil zeggen de staatsmacht, gebruikt om de ‘persoonlijkheid’ van de leerlingen te ‘vormen’, respectievelijk te ‘ontplooien’ handelt niet democratisch, doch totalitair. Dit is het gevaar dat achter de omvorming van de school tot een ‘total institution’ steekt, en achter het vermelden van de ‘zelfontplooiing’ als primair doel van het onderwijs.”

Naast deze algemene bedenking wil ik nog een paar partiële bedenkingen ontwikkelen, vooreerst, wat betreft de doelstelling om het hoger onderwijslandschap vorm te geven en te rationaliseren. De beleidsnota zegt hierover: “De Europese doelstelling om 2 percent van het brp aan het hoger onderwijs te besteden hebben we in Vlaanderen nog niet bereikt. Daarom zetten we de inspanningen voort om het budget voor het hoger onderwijs in de komende regeerperiode substantieel te verhogen met een stijging van 10 percent.” Meer middelen voor het hoger onderwijs is prima, maar moet hier tegenover geen beleid staan dat ook een kwaliteitsverhoging van het hoger onderwijs nastreeft?

Professor De Grauwe stelde in de commissie ad hoc Hoger Onderwijs dat ons Vlaams universitair onderwijs hopeloos vastzit in een businessmodel met sovjettrekjes en daardoor niet hoog scoort in de rankings noch in het behalen van Nobelprijzen. Vlaanderen als kennisregio, een grapje?

In de beleidsnota wordt geen enkele aanzet gegeven inzake het probleem van de massificatie in vele eerste bachelorsjaren, de daarmee gepaard gaande hoge mislukkingsgraad en de geringe belangstelling voor studierichtingen zoals ingenieurswetenschappen en andere technische richtingen. Opnieuw, Vlaanderen als kennisregio, een grapje?

In de beleidsnota wordt aandacht besteed aan de opwaardering van het beroepsonderwijs. Wie de recente lijst van knelpuntberoepen heeft gezien, weet dat deze opwaardering niet alleen nodig is voor een hogere zelfwaardering van de jongens en meisjes en de leraars in dit onderwijs, maar ook een bittere noodzaak is om te verhelpen aan deze schrijnende mismatch op onze arbeidsmarkt. De maatregelen die in de beleidsnota worden vermeld, zoals een beleidsplan voor de leertijd in samenwerking met Syntra en het verder uitbouwen van de Regionale Technologische Centra (RTC) zijn op zich niet slecht, maar het blijft toch wat gemorrel in de marge. Het beroepsonderwijs heeft in Vlaanderen een echte boost nodig, via een structurele en financiële samenwerking met het bedrijfsleven, om het sociaal prestige ervan op te krikken en zo het watervaleffect tegen te gaan! Het Duitse model kan hier als leidraad dienen.

Ten slotte, collega’s, krijgt deze beleidsnota een onvoldoende omwille van de problemen die er niet in worden aangepakt. We hebben hier in het Vlaams Parlement al verhitte debatten gevoerd over drie hete hangijzers in ons Vlaams Onderwijs: het capaciteitsprobleem waardoor Vlaanderen een ‘klasseloze’ samenleving dreigt te worden, het probleem van de hoofddoeken dat van onze scholen in de centrumsteden het theater van een ‘clash of civilisations’ dreigt te maken, en de maximumfactuur die een wurggreep legt rond begeleidende sociaal-culturele activiteiten in de scholen en de zo geprezen verlevendiging aan het verdodelijken is.

We hebben sterk de indruk dat deze reticentie omtrent prangende problemen in ons onderwijs te maken heeft met interne ideologische blokkeringen binnen de politieke familie van de minister. Dat is spijtig voor de onderwijsvrede, want Vlaanderen heeft geen nood aan een nieuwe klassenstrijd. Om deze redenen zou ik deze vergadering dan ook vragen om de met redenen omklede motie van onze fractie over de beleidsnota Onderwijs te steunen zodat een goed signaal wordt gegeven aan de Vlaamse Regering om haar verantwoordelijkheid op te nemen in de vergeten themata en op andere vlakken haar beleid bij te sturen.

De voorzitter

Mevrouw Helsen heeft het woord.

Kathleen Helsen

Voorzitter, wij hebben in de commissie vele weken besteed aan de bespreking van de beleidsnota. We zijn zeer uitvoerig op elk element ingegaan. We hebben de minister zeer uitgebreid ondervraagd over zijn intenties voor deze legislatuur.

We hebben niet de bedoeling om alles te herhalen. Het is duidelijk waar wij voor staan. CD&V ondersteunt ten volle het gelijkekansenbeleid in het onderwijs. Wij willen enkel nog eens benadrukken dat bijkomende financiering in deze legislatuur in de eerste plaats moet gaan naar het kleuteronderwijs, de professionele bacheloropleidingen en de scholenbouw. Dit zijn voor ons drie ontzettend belangrijke dossiers. We hebben dat bij de bespreking van de beleidsnota al aangegeven.

Daarnaast vinden wij het nodig om deze legislatuur werk te maken van een decreet over leerlingenbegeleiding. Dat moet op een brede manier worden benaderd en ruimer zijn dan een bijsturing van het bestaande CLB-decreet.

De hervorming van het secundair onderwijs is uiteraard een belangrijk dossier. We willen binnen deze legislatuur komen tot een finalisering. Ook is er de realisatie van een decreet Leerzorg, dat rekening houdt met de diverse opmerkingen die we al hebben gemaakt. Dat willen we vandaag meegeven als belangrijke punten, uiteraard naast het dossier van de leerkracht, met alle aspecten die belangrijk zijn ter zake en bijzondere aandacht voor de situatie en de knelpunten die jonge leerkrachten vandaag ervaren. Dat dossier is in de plenaire vergadering ook al meermaals aan bod gekomen.

Daarmee willen we ons betoog vandaag afronden. We zijn er immers van overtuigd dat we deze legislatuur nog veel kansen zullen krijgen om onze opmerkingen opnieuw te maken, dossier per dossier en knelpunt per knelpunt.

De voorzitter

Mevrouw Celis heeft het woord.

Vera Celis

Voorzitter, minister, geachte leden, op 5 minuten reflecteren over de goedgekeurde beleidsnota is geen sinecure. Voor onze fractie bevat de beleidsnota Onderwijs een groot aantal elementen die het meer dan waard zijn om te worden gerealiseerd tijdens deze legislatuur.

Zo denk ik aan de aandacht die wordt gegeven aan alle lerenden en aan de verschillende contexten waarin die lerenden hun talenten kunnen ontplooien. De ambitie die de beleidsnota heeft om “samen grenzen te verleggen voor elk talent”, is een ambitie die we samen met u kunnen onderschrijven. Om die grenzen te verleggen, worden in de beleidsnota alle onderwijs- en maatschappelijke partners uitgenodigd om hierover mee na te denken. Onderwijs beperkt zich vandaag immers niet meer tot leerprocessen die zich alleen afspelen binnen de schoolmuren. Ook ouders, de lokale gemeenschap, leerlingen- en studentenraden, en onderwijskoepels dragen er allemaal hun steentje toe bij. Elke actor kan een bijdrage leveren om jongeren voor te bereiden op het actief burgerschap, zodat ze met verantwoordelijkheid in de samenleving van morgen kunnen participeren.

Er wordt in de beleidsnota om die reden niet alleen ingezet op meer en een betere kennisverwerving, maar er gaat ook aandacht naar kunst- en cultuureducatie, naar zowel het psychische als het fysieke welzijn van alle leerlingen. Er worden voorstellen geformuleerd om armoede te bestrijden en sociale inclusie te bevorderen. Voor onze fractie zitten hier veel mogelijkheden in om tot open, veelzijdige en sterke Vlamingen te komen die, elk met hun eigen achtergrond, kennisniveau en competenties, kansen hebben om op een succesvolle manier deel te nemen aan de arbeidsmarkt.

De beleidsnota stelt expliciet dat een taalbeleid in elke school zal worden aangemoedigd. Dat wordt ingezet op taal, en zeker op de kennis van het Nederlands, als middel om te participeren in onze maatschappij, klinkt voor onze fractie dan ook als muziek in de oren. De voorbeelden die ik net heb aangehaald, zijn enkele zaken die worden aangereikt om op een positieve manier grenzen te verleggen. Minister, voor al die initiatieven verdient u bloempotten.

Naast die initiatieven bevat de beleidsnota natuurlijk ook een aantal uitdagingen. Ik denk dan aan de capaciteitsuitbreiding voor een aantal steden en de voortgang in de scholenbouw. Hoe lossen we de grote taalachterstand van sommige leerlingen op? Ik denk ook aan de voorbereiding van een loopbaanpact voor leerkrachten. Hoe kunnen we het lerarenberoep en de lerarenopleiding opnieuw aantrekkelijk maken? Er zijn de hervormingen van hoger en secundair onderwijs. Er is het tweedekansonderwijs, het bijsturen van de examencommissie enzovoort. Er zijn vragen genoeg.

Ook vragen we – en ik verwijs hiervoor naar onze meerderheidsmotie – dat u de draagkracht van het Nederlandstalig onderwijs in Brussel versterkt en dat u erop zou toezien dat de onderwijsbevoegdheden van de Vlaamse Gemeenschap worden nageleefd in Vlaanderen en Brussel.

Minister, alle werkpunten en uitdagingen hier opsommen zou ons te ver leiden. Er is nog werk aan de winkel. Ik sluit toch graag af met de belofte om op een constructieve manier met u mee te werken aan de uitvoering van de beleidsnota, niet alleen door grote woorden te verkopen, want dat leidt tot niets, maar vooral door de nodige daadkracht te tonen. Minister, Aristoteles wist het al: “De opvoeding heeft bittere wortels, maar haar vruchten zijn zoet.”

Volgens onze fractie hebt u met deze beleidsnota de aanzet gegeven om de vruchten zo zoet mogelijk te maken. We hopen dat u de moed en de kracht kan vinden om deze ambitieuze nota verder te concretiseren. Onze steun hebt u in alle geval. (Applaus bij sp.a en de N-VA)

De voorzitter

Mevrouw Deckx heeft het woord.

Kathleen Deckx

Voorzitter, minister, collega’s, mevrouw Helsen heeft het bij het rechte eind door te stellen dat wij over de beleidsnota zeer uitvoerig hebben gedebatteerd in de commissie. Wij gaan zeker en vast nog de kans hebben om daar over alles en nog wat te debatteren. Vijf minuten zijn dan ook niet genoeg om hier de beleidsnota in extenso te bespreken.

Minister, het zal niet onverwacht zijn maar ik wil u feliciteren met de beleidsnota. Uiteindelijk worden daarin de gelijke onderwijskansen voor kinderen en jongeren, de waardering voor het lerarenberoep en het overleg met alle betrokken actoren in het onderwijslandschap, centraal gesteld. Dat is heel erg belangrijk in het onderwijsveld.

Gezien de beperkte budgettaire ruimte hebt u keuzes moeten maken, maar u boet niet in aan ambities. Uw devies luidt: ‘Samen grenzen verleggen voor elk talent’ en dat is een belangrijk statement. Het vormen van open, veelzijdige en sterke persoonlijkheden en het kansen geven aan elk talent, is de hoofdzaak van het onderwijs.

Uiteraard moeten we er voor gaan dat elk kind uitstekend Nederlands spreekt. Talen zijn zeker en vast erg belangrijk. Ook daarvoor hebt u een aanzet gegeven met het decreet dat al is goedgekeurd en dat beoogt dat ook in het beroepsonderwijs minstens één vreemde taal zou worden aangeleerd.

U hebt ook aandacht voor jonge leerkrachten en dat is zeer belangrijk, want we stellen vast dat heel wat jonge leerkrachten het onderwijs heel snel verlaten. Daar moeten we een oplossing voor vinden, anders komen er problemen.

De inhaalbeweging in de scholenbouw is ingezet. U maakt ook werk van een automatische toekenning van studietoelagen. Ik hoop dat dat zo snel mogelijk wordt gerealiseerd, want iedereen moet kunnen gebruikmaken van deze hele goede en sociale maatregel.

Het werk in het beleidsdomein Onderwijs is nooit af. U hebt geprobeerd om de besparingen zo goed mogelijk buiten de klas te houden. U staat voor heel wat belangrijke uitdagingen, zoals de hervorming in het secundair onderwijs, het hoger onderwijs en de implementatie van het hoger beroepsonderwijs.

Minister, het is heel belangrijk te blijven waken over de uitstekende kwaliteit van het Vlaamse onderwijs en de toegankelijkheid ervan. Wij zullen uw beleid dan ook ten volle ondersteunen. (Applaus bij sp.a)

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Minister, ik ga in elk geval positief beginnen. Er zijn in uw beleidsnota een aantal principes die we toejuichen, namelijk de verantwoordelijkheid van het onderwijs om kinderen en jongeren te vormen tot open, veelzijdige persoonlijkheden met de nadruk op actief burgerschap. U hebt daarvan uw eerste strategische doelstelling gemaakt en dat is iets wat ons hoopvol stemt. Het wijst voor mij op een soort accentverschuiving naar een onderwijs dat echt de volledige ontwikkeling van een kind als persoon, als mens en als burger met al zijn talenten en competenties centraal stelt en iets minder expliciet gericht is op kennis. Volgens ons is dat een goede evolutie.

Ook de aandacht die u besteedt aan Welzijn en Zorg – of ‘geluk’, zoals daarnet een beetje smalend werd gezegd – vind ik een goede evolutie. Wij juichen dat toe.

Het grootste probleem dat wij hebben, minister, is dat een aantal van die uitgangspunten lijnrecht tegenover het programmadecreet staan. U hebt een aantal mooie ideeën in de beleidsnota, maar die lijken compleet los te staan van elke budgettaire realiteit. Ik besef dat een beleidsnota iets is dat u voorstelt voor een hele legislatuur, en het is misschien wel het moment voor een minister om zijn visie tentoon te spreiden en zijn ideeën te etaleren, maar als dan op hetzelfde moment, wegens besparingen, maatregelen moeten worden genomen die regelrecht indruisen tegen wat in de beleidsnota staat, dan doet dat toch wel afbreuk aan de geloofwaardigheid van de minister.

Ik geef een voorbeeld. Uw leerkrachtenpact is inderdaad iets moois en essentieels, iets dat ook wij zeer belangrijk vinden, maar als u dan op hetzelfde moment dat u dat in uw beleidsnota voorstelt, gaat schrappen in zowel nascholing, mentorschap, bedrijfsstages als ondersteuning door het steunpunt GOK, dan vinden wij dat een bijzonder tegenstrijdig signaal.

Ik denk dat veel mensen uit het onderwijsveld, als zij enerzijds de beleidsnota hebben bekeken en anderzijds beseffen hoeveel er moet worden bespaard, zich een beetje voelen als een arm kindje voor de ruit van een prachtige speelgoedwinkel. Ze kunnen wel hopen dat de sint hun al die mooie dingen zal brengen, maar ergens beseffen ze dat dat eigenlijk niet kan.

Minister, u hebt 12 miljoen euro gekregen, en u hebt dat in de pers willen verkopen alsof u de grote winnaar was van Euro Millions, maar uiteindelijk is die extra 12 miljoen euro zeer relatief. U krijgt die pas in 2012, als we al halfweg de legislatuur zijn. U kunt nu wel wat schuiven om dingen die nu gepland waren, uit te stellen tot 2012 en de meest dringende capaciteitstekorten in Antwerpen op te lossen, maar veel verder zult u daar niet mee komen. U bent er dan natuurlijk nog niet.

Minister, ik denk dat we meer hadden gehad aan een iets minder visionaire en iets bescheidener beleidsnota, waarin u wel een aantal heel duidelijke prioriteiten naar voren had geschoven, die u echt wilt en zult realiseren tijdens deze legislatuur, binnen de beperkte beleidsruimte die u hebt.

Ik wil u alvast drie van onze belangrijkste prioriteiten meegeven. Onderwijs moet in deze legislatuur voor Groen! absoluut de hefboom zijn tot sociale mobiliteit. Wat we daar volgens ons voor nodig hebben, is eerst en vooral voldoende capaciteit en goede, degelijke infrastructuur. Dat lijkt me essentieel. Ten tweede: voldoende omkadering, vooral in het kleuteronderwijs, waar alles begint. Kleine klassen met goede zorg voor de kleuters, zodat ze een goede start kunnen nemen. Ten derde: omkadering voor leerkrachten. Dat leerkrachtenpact moet er absoluut komen.

Laat dat nu net de drie dingen zijn waar wij de voorbije weken al verschillende vragen over hebben gesteld, om van u te horen wat u eraan zult doen. Dus toch een beetje ongerustheid van onze kant. (Applaus bij Groen!)

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De bespreking is gesloten.

Wij zullen straks de hoofdelijke stemmingen over de met redenen omklede moties houden.

Mededeling van de voorzitter
van Pascal Smet, verslag door Gerda Van Steenberge
204 (2009-2010) nr. 1

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.