U bent hier

De voorzitter

De heer Bothuyne heeft het woord.

Voorzitter, als er geen entertainment op televisie is, is er entertainment in het Vlaams Parlement. (Opmerkingen van de heer Jurgen Verstrepen)

We zijn hier gelukkig niet in Oekraïne.

We hebben het daarnet, naar aanleiding van de reconversie van Opel Antwerpen, al over de automobielindustrie gehad. Er is uiteraard meer dan enkel Opel Antwerpen. Het is belangrijk dat we blijven investeren in de toekomst van de meer dan 80.000 werknemers die in de automobielsector actief zijn.

Gisteren heeft de Europese Commissie haar actieplan schone voertuigen voorgesteld. In dat actieplan staan de maatregelen opgesomd die de Europese Commissie wil nemen om zich onder meer op de komst van de elektrische auto voor te bereiden. De Europese Commissie wil een actieve rol spelen en wil hier ook middelen tegenover stellen. Het gaat om middelen uit het Europees Sociaal Fonds voor de omscholing en de bijscholing van de werknemers die deze nieuwe voertuigen moeten produceren en om middelen van de Europese Investeringsbank voor de oplaadinfrastructuur. De Europese Commissie wil ook in onderzoek en ontwikkeling investeren. Het gaat dan onder meer om de batterijtechnologie. Het is tevens de bedoeling de recyclageregelgeving aan te passen. Door middel van deze maatregelen wil de Europese Commissie een afstemming tussen de diverse lidstaten tot stand brengen en voor een Europese standaard voor de oplaadinfrastructuur zorgen. Dit zijn allemaal zinvolle projecten.

Tot slot wil men ook een elektromobiliteitsproject – een demonstratieproject voor elektrische voertuigen – uitwerken. Dat doet me heel sterk denken aan de Vlaamse proeftuin voor elektrische wagens die u eerder al hebt aangekondigd.

Europa wil een snelle uitvoering van zijn actieplan. Ook Vlaanderen wil actie ondernemen, met de proeftuin. Er zijn ook de voorstellen van Flanders’ DRIVE en de innovatieregiegroep die u in de schoot van d e Vlaamse Raad voor Wetenschap en Innovatie ( VRWI) in het leven wilt roepen.

Wat is de stand van zaken van onze Vlaamse initiatieven? Hoe wil de Vlaamse Regering inspelen op het Europese actieplan, zodat de Vlaamse automobielindustrie optimaal gebruik kan maken van de Europese middelen?

De voorzitter

Minister Lieten heeft het woord.

Minister Ingrid Lieten

Voorzitter, collega’s, we hebben het daarover hier en ook in de commissie al een paar keer gehad. Ik verwijs in dat verband naar mijn antwoord op de recente vraag van de heer Chris Janssens, waarin ik de stand van zaken heb uiteengezet. Wellicht samen met u ben ik verheugd dat de Vlaamse Regering al veel zaken in beweging heeft gebracht om goed in te spelen op de transformatie van onze autoindustrie die niet enkel nodig is, maar ook veel opportuniteiten biedt. Er zijn de initiatieven van Flanders’ DRIVE en er is de proeftuin, en de steden zijn volop bezig met de voorbereiding ervan. Men steekt veel tijd en energie in het betrekken van de stakeholders uit de privésector en de steden en gemeenten daarbij. Met de buurregio’s wordt nagegaan of samenwerking mogelijk is.

Gisteren was een kabinetsmedewerker op de commissievergadering aanwezig om er uit de eerste hand informatie te krijgen. Wat daar is gezegd, ligt volledig in het verlengde van wat wij bezig zijn. Wij zijn intensief bezig met het voorbereiden van concrete projecten, die we hopelijk ten dele zullen kunnen financieren met budgetten van de Europese Commissie (EC). In de regering is al een paar keer gesproken over de transformatie van de automobielindustrie. Binnenkort kunnen we aan de concretisering van de projecten beginnen en daarover dan met de EC dialogeren.

Ik dank u voor het antwoord. Het lijkt me belangrijk om nu kort op de bal te spelen. Er zijn een aantal landen in en buiten Europa die al concrete initiatieven hebben genomen. We hebben het daar al vaak over gehad, maar tot vandaag is nog maar heel weinig daadwerkelijk opgestart. Zoals u het zelf zegt, zijn er een aantal actoren die klaarstaan met concrete projecten. Er zijn zowel Vlaamse als Europese middelen. We hebben dus geen tijd te verliezen.

De voorzitter

De heer Peeters heeft het woord.

Dirk Peeters

Minister, uw antwoord op deze interessante vraag is vrij technisch. U geeft een overzicht van alles waar het Vlaams Parlement mee bezig is. U zegt dat we mikken op innovatie en de transformatie van de automobiliteit en de autoindustrie.

Het lijkt me belangrijk dat de transitie van de automobiliteit – wat iets anders is dan de transformatie van de automobielsector – gebeurt met respect voor een pak randvoorwaarden. Als we elektrisch gaan rijden, kunnen we een toename van het verkeer verwachten. We moeten dus een beleid voeren inzake de mobiliteit, het openbaar wegennet en de fiscaliteit. We moeten ook klaar zijn voor een decentralisatie van ons elektrisch energieaanbod. Voor ons is het ook een must dat de stroom voor die elektrische wagens groene stroom is.

Op die punten moet de Vlaamse Regering een tandje bijsteken, en daar hoor ik in uw antwoord niets over. Houdt u met die belangrijke randvoorwaarden rekening bij de uitwerking van uw beleid?

De voorzitter

De heer Diependaele heeft het woord.

Matthias Diependaele

Voorzitter, ik sluit mij aan bij de vraag van de heer Bothuyne. Europa heeft hier inderdaad met onder andere de standaardisering van onder meer de veiligheid en de oplaadpunten een belangrijke horde genomen. Ik heb een bijkomende, concrete vraag: betekent dit nu dat Europa definitief de weg heeft gekozen van de elektrische wagen als enige alternatief voor de verbrandingsmotor? We weten allemaal dat er in Europa en in Vlaanderen meerdere onderzoeken zijn naar andere alternatieven zoals de hybride. Ook op de perfectionering van de verbrandingsmotor wordt nog ingezet. Heeft Europa nu definitief uitgemaakt om alleen deze weg te kiezen en volgt Vlaanderen dat ook? Of blijven er nog andere alternatieven open? Dat laatste zou volgens mij zeker moeten gebeuren.

Minister Ingrid Lieten

Ik geef wat aanvullende informatie. Ik ga eerst in op de vragen van de heer Peeters.

In het Vlaamse regeerakkoord staat de juiste hiërarchie. We gaan in eerste instantie ijveren voor een modal shift naar duurzamere mobiliteitstoepassingen. Maar als we in de hiërarchie een stapje lager zetten, hebben we natuurlijk een heel belangrijke bijdrage van het autoverkeer en dan is het de doelstelling om het in de toekomst liefst zo duurzaam mogelijk te maken. Als we kijken vanuit de maatschappij, vanuit de gemeenschap, vanuit de leefkwaliteit in de steden en gemeenten, hebben elektrische auto’s daar heel wat te bieden. Ze gaan in de eerste plaats zorgen voor heel wat minder uitstoot van CO2 en roetdeeltjes. De leefkwaliteit in de steden, onder meer inzake geluidshinder, zal heel wat verbeteren. Ik ben het met u eens dat er nog een meerwaarde zou kunnen worden gerealiseerd indien wij die stroom op een goede manier zouden kunnen produceren. Maar daar hebben wij nog heel veel werk te doen. Dat heeft ook te maken met de manier waarop we onze stroom zullen produceren en hoe we de evolutie naar meer groene stroom zullen kunnen bewerkstelligen. Daar is minister Van den Bossche volop mee bezig.

In de proeftuin, die het Vlaams Instituut voor Mobiliteit (VIM) aan het ontwikkelen is, proberen we juist volop in te zetten op alles wat te maken heeft met de transformatie van onze omgeving. We hebben twee initiatieven. Flanders’ DRIVE zet volledig de bril op van onze automobielindustrie en daarin zoekt het naar opportuniteiten voor tewerkstelling. De andere invalshoek is die van het VIM, dat onderzoekt hoe het tempo van de intrede van de elektrische auto in onze gemeenschap kan worden versneld. Wat moet er gebeuren inzake infrastructuur? U haalt het terecht aan: we hebben het over elektriciteitsinfrastructuur, over distributie. Dat schept enorme uitdagingen, ook in verband met de distributie van de distributienetbeheerders.

Ook lokaal zijn er uitdagingen. Niet elke burger heeft de mogelijkheid om zijn auto in een garage te parkeren en hem in het stopcontact te steken. Heel veel mensen in de steden hebben geen garage. We moeten onderzoeken hoe we daar in een oplaadinfrastructuur kunnen voorzien. We moeten de infrastructuur in onze steden bekijken. Dat betekent ook dat we moeten bekijken welk beleid de overheid kan voeren om de intrede van de elektrische auto’s, die vermoedelijk in het begin een hogere kostprijs zullen hebben, te stimuleren. U haalt terecht de mogelijkheid aan van een fiscaal beleid. Al deze zaken worden mee opgenomen in de proeftuin. Daar wordt onderzoek naar verricht. Er wordt ook onderzocht welke acties de ons omringende regio’s, die er al meer mee bezig zijn, ondernemen en wat daarvan de evaluaties zijn.

Ik kan u geruststellen. Er wordt rekening gehouden met uw bezorgdheden in de oefening die het VIM aan het maken is.

Mijnheer Diependaele, ik denk niet dat de Europese instellingen alles op de elektrische auto zetten. Er is een traject dat voor ons als gemeenschap veel meer waarde vertegenwoordigt wanneer de hybride auto’s zullen worden geproduceerd. De snelheid van de technologie, van de productie en van de manier waarop de consument daarmee zal omgaan, zal bepalen hoe snel die evoluties zullen gaan. Daarnaast denk ik niet dat de Europese instellingen alle andere alternatieve aandrijfmogelijkheden, bijvoorbeeld waterstof, waarover we hier al eens hebben gehad, afschrijven. Wij doen dat zeker ook niet. Wij bekijken dat allemaal met open vizier en houden daarbij rekening met de stand van zaken vandaag.

Minister, uw laatste opmerking is zeer terecht. Het innovatiebeleid moet kaderen in het brede mobiliteitsbeleid van de Vlaamse Regering. De afstemming van de acties van de Vlaamse ministers die in dezen bevoegd zijn, is zeer belangrijk.

De voorzitter

Het incident is gesloten.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.