U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Minister, in De Standaard van 12 april 2010 konden wij opnieuw een staaltje smaken van de mooie eensgezindheid van deze regering. Wij konden daar lezen dat u verkondigde dat uw partij 12 miljoen euro had binnengerijfd om wat extra containerklassen te plaatsen en er zo voor te zorgen dat u uw belofte kon waarmaken dat op 1 september ieder kind een plaats zou hebben in het onderwijs. De N-VA reageerde daarop in hetzelfde artikel. Er stond geschreven dat dat een typisch voorbeeldje was van uw stijl. U probeert door iets aan te kondigen in de pers uw gelijk te halen en het op die manier binnen te rijven. U gaat dus de confrontatie aan.

Minister, als ik zoiets lees, komt mijn politieke verontwaardiging pas echt naar boven. Het probleem met de kleine en overvolle kleuterklassen is zo schrijnend dat ik vind dat daarbij absoluut geen politiek spel mag worden gespeeld. Het is niet de eerste keer dat het probleem hier ter sprake komt, het begint op een soap te lijken en elke keer, na een volgende instapdatum, moeten wij hier alweer hetzelfde herhalen. Er zijn kleuterleidsters die aan de alarmbel trekken omdat ze met overvolle kleuterklassen met 30 à 40 kleuters worden geconfronteerd en dan maar zelf creatieve oplossingen bedenken: kleuters worden doorgeschoven naar de tweede kleuterklas, kinderverzorgsters staan alleen voor de kleuterklassen en allerhande toestanden van dien aard.

Het is bijzonder paradoxaal, want u hebt zelf gezegd dat u wilt inzetten op het kleuteronderwijs en dat het kleuteronderwijs prioritair is voor deze regering, dat staat ook in uw beleidsnota, maar toch trekt u er niet de nodige middelen voor uit. U pakt uit met 12 miljoen euro – als u die al krijgt – maar u hebt zelf gezegd dat er eigenlijk recurrent 50 miljoen euro nodig is om de grootste noden te lenigen. U pakt wel uit met die 12 miljoen euro voor infrastructuur, maar wanneer gaat u echt iets doen aan die omkadering? Wat bent u van plan om daaraan te doen?

De voorzitter

Mevrouw Martens heeft het woord.

Katleen Martens

Voorzitter, minister, collega’s, hier staan we weer met onze vraag naar een oplossing voor de overvolle kleuterklassen. Uw voorganger en partijgenoot, Frank Vandenbroucke, heeft in de vorige legislatuur het Jaar van de kleuter ingericht en hij heeft in het kader daarvan tal van maatregelen genomen ten voordele van de kleuterscholen, onder andere de aanpassing van het systeem van de instapklassen. Helaas bleken al die maatregelen onvoldoende, want ook aan het einde van de legislatuur was er nog steeds de problematiek van de overvolle kleuterklassen. Als we dan vroegen om structurele maatregelen, werden we met cijfers om de oren geslagen over het aantal voltijdequivalenten dat toegenomen was, het aantal lestijden dat toegenomen was en zo meer, en dat allemaal om te bewijzen dat de kleuterscholen eigenlijk weinig reden hadden tot klagen.

Minister, het was wel een nobel doel van uw voorganger om de kleuterparticipatie te verhogen, maar het was tegelijkertijd ook een onrealistisch doel, niet alleen door de oorzaken van een niet-participatie ongemoeid te laten, maar ook omdat er noch op infrastructureel, noch op onderwijzend vlak voldoende capaciteit is om die klasgrootte te herleiden tot een werkbaar of een aanvaardbaar maximum.

Minister, vandaar dat ik hoop dat ik dadelijk in uw antwoord niet opnieuw een opsomming zal krijgen van de maatregelen die reeds getroffen zijn of de cijfers over de lestijden en voltijdse equivalenten die zijn toegenomen, maar wel de bijkomende maatregelen die u zult nemen om dit probleem structureel op te lossen. Zoals u weet, worden kleuters, in tegenstelling tot de lageronderwijskinderen niet voor de volle 100 percent meegerekend wanneer het gaat om de toekenning van lestijden of van werkingsmiddelen.

Er zijn eerste stappen gezet in de vorige legislatuur en ik zou graag even citeren wat uw voorganger tot slot van zijn antwoord heeft gezegd: “Er is dus een grote inspanning geleverd.” Daarna kwam er een hele opsomming van de maatregelen die doorgevoerd waren, maar dan stelde hij: “Zijn we daarmee aan het einde van het verhaal? Neen, ik hoop dat dit verhaal in de volgende legislatuur door de Vlaamse Regering verdergezet zal worden”.

Minister, gaat u verder vasthouden aan die onderfinanciering of ondertoekenning van lestijden of zult u maatregelen nemen – en welke, op welke termijn – om kleuters en lagereschoolkinderen als evenwaardig te beschouwen als het gaat over de toekenning van lestijden en werkingsmiddelen?

De voorzitter

Mevrouw Celis heeft het woord.

Vera Celis

Voorzitter, minister, beste collega’s, wanneer er een oproep komt inzake kleuterscholen, dan moeten we daar allemaal aandacht voor hebben, want kleuters vormen bij mijn weten nog steeds de meest kwetsbare groep en kunnen alleen maar door de volwassenen vertegenwoordigd worden. Wanneer dan kleuterleidsters aan de alarmbel trekken, zullen die daar in elk geval redenen voor hebben. De vorige sprekers hebben een aantal van die redenen al aangehaald.

Er zijn zeven instapmomenten in een schooljaar, er zijn er al zes gepasseerd. De nood is hoog en het zevende instapmoment komt er nog aan, na Hemelvaart is er nog zo’n moment.

We moeten even het verschil tussen de kortetermijn- en de langetermijnmaatregelen maken. De minister zal op zeer korte termijn met een oplossing op de proppen moeten komen. Het water staat de scholen aan de lippen. Ik heb vernomen dat in sommige klassen 42 kindjes zitten. Ik heb steeds gedacht dat dergelijke cijfers op Brussel, Antwerpen en de grootsteden betrekking hadden. Bij het artikel dat gisteren in De Standaard is verschenen, stond echter een grote foto van een kleuterklas in Retie. Retie is een van de meest landelijke gemeenten in de Kempen. Dit heeft me de wenkbrauwen doen fronsen.

Minister, wat kunt u op korte termijn ondernemen om het bestaande probleem alvast wat te verlichten?

De voorzitter

De heer Bouckaert heeft woord.

Boudewijn Bouckaert

Voorzitter, het is een hele eer na de drie vrouwelijke kleuterspecialisten het woord te mogen nemen. Het Vlaams Parlement heeft ook zijn eigen K3. (Gelach)

Ik weet dat mijn verhaal enigszins eentonig wordt. Multatuli parafraserend moet ik steeds weer op het capaciteitsprobleem in Vlaanderen terugkomen. IJsland heeft een vulkaan met een onuitspreekbare naam. Vlaanderen heeft een spreekwoordelijke vulkaan met een uitspreekbare naam: het capaciteitstekort in ons onderwijs.

Dat het om een probleem gaat, is opnieuw gebleken op 13 april 2010. Die dag zijn 13.000 kleuters ingestapt. Ze stappen over van een omgeving met een omkadering van 1 op 7 naar een omkadering van 1 op 22. In de krant staat echter te lezen dat in bepaalde klassen dertig tot veertig kleuters zitten.

Ik wil hier hulde brengen aan de inventiviteit van onze kleuterleiders en -leidsters. Ze proberen de problemen zo goed en zo kwaad mogelijk op te lossen. Ze doen me denken aan de burgers in de Sovjet-Unie, die in de planeconomie hun plan moesten trekken. Ze doen dit door, bijvoorbeeld, klassen samen te voegen. Door de instapklas bij de eerste kleuterklas en de tweede kleuterklas bij de derde kleuterklas te voegen, kunnen ze met leerlingen schuiven. Niet alles kan worden gepland. Indien een kleuteronderwijzeres de kindjes moet vragen die dag niet in hun broek te plassen omdat ze er alleen voorstaat, blijkt dat dit niet kan worden gepland.

Minister, het capaciteitsprobleem is in de pers goed belicht. Het wordt tijd dat u uw beloftecultuur in realisaties en in concrete maatregelen omzet. Mijn vraag bestaat uit twee componenten.

Op 1 september 2010 is er een nieuwe instapdatum. Hebt u cijfergegevens over het aantal kleuters dat op die dag naar het kleuteronderwijs zal stromen? Voorziet u in concrete maatregelen om een eventuele overbezetting tegen te gaan?

De meerderheidspartijen in het Vlaams Parlement hebben een actualiteitsmotie goedgekeurd waarin de Vlaamse Regering wordt opgeroepen om onmiddellijk binnen de Vlaamse administratie een taskforce op te richten om de problematiek en de noden inzake schoolinfrastructuur op korte en lange termijn in kaart te brengen. De term ‘onmiddellijk’ is zeer duidelijk. Wat hebt u op dit vlak al gedaan? (Applaus bij LDD)

De voorzitter

Minister Smet heeft het woord.

Minister Pascal Smet

Voorzitter, ik deel natuurlijk de hier geuite bekommernis. De te kleine omkadering van de kleuterklassen in het bijzonder en van het basisonderwijs in het algemeen vormt een historisch probleem. We hebben dit in de commissie en in dit halfrond al meermaals besproken. Dit is een erfenis van de afgelopen 30 jaar. Ik vind dat niemand het mij of de Vlaamse Regering na 9 maanden kwalijk kan nemen dat we al deze problemen nog niet hebben opgelost. Het gaat hier om een historische verantwoordelijkheid, niet enkel van dit parlement, maar van alle voorafgaande regeringen.

De realiteit is dat de omkadering van het basisonderwijs en van het kleuteronderwijs in het bijzonder te klein is.

Ik erken dat. Ik heb dat hier al publiekelijk erkend, en op mijn rondes bij kleuteronderwijzeressen – helaas te weinig kleuteronderwijzers – en dat is niet het probleem. Uiteraard zijn we ons daarvan bewust. Telkens als er een nieuwe instapdag is, komt het probleem opnieuw op de proppen, maar het is niet overal even groot. Misschien hebt u vandaag ook in de krant gelezen dat een kinderjuf me uitnodigt naar haar kleuterklas, en zegt dat haar kleuterklas niet te groot is. Het is dus een genuanceerd verhaal.

De gemiddelde klasgrootte op 1 februari is 22 kleuters per klas. Als ik daar de instaplestijden bijtel, kom ik uit op 21 kleuters. Ik weet ook wel dat er in Vlaanderen klassen zijn met grotere aantallen. Zodra we klassen hebben van 30 en meer kleuters, ligt de verantwoordelijkheid ook bij de keuzes die de school maakt in de omkadering en hoe ze de middelen inzet. Het is heel belangrijk te weten dat er vrij onderwijs is, dat de schooldirecteurs beslissen hoe ze middelen inzetten, en vanaf het moment dat ze kleuterklassen van meer dan 30 kleuters hebben, dit ook een verantwoordelijkheid is van de organisatie.

Mevrouw Martens, ik zal alle maatregelen die in het verleden zijn genomen, niet opnieuw opsommen. U kent die ongetwijfeld ook uit het hoofd. Het zijn er heel wat. Ikzelf en de hele regering zijn ons er goed van bewust dat we daar in de komende maanden en jaren moeten aan werken. Daarom staat het ook in ons regeerakkoord en in mijn beleidsnota. We zullen de kleuters beter omkaderen en financieren.

U leeft toch ook in de realiteit en weet dat op dit moment de financiële situatie van die aard is dat we geen valiezen vol geld hebben, waarmee we plots alle problemen kunnen oplossen. Mijnheer Bouckaert, u hebt hier de vorige keer gezegd dat we nog veel meer moeten besparen in onderwijs. Wel, dat gaan we nu dus niet doen.

Mevrouw Meuleman, ik denk niet dat ik met de N-VA of met anderen spelletjes speel over de bouw van bijkomende capaciteit voor de kleuters. First things first. Mijn belangrijkste bekommernis nu is ervoor te zorgen dat niet mijn belofte, maar de verantwoordelijkheid van de Vlaamse samenleving wordt opgenomen, en dat we de kinderen op 1 september een klas kunnen aanbieden op de plaatsen waar een probleem is. De Vlaamse Regering heeft beslist om daarvoor de nodige middelen uit te trekken. Dat zal de komende dagen en weken duidelijk worden.

Ik ben me bewust van het feit dat we te grote kleuterklassen hebben. Dit is een historisch gegeven dat we in 9 maanden niet kunnen oplossen, maar we zullen wel een stap vooruit zetten tijdens deze legislatuur.

Minister, ik kan niet geloven dat u dit nog probeert te minimaliseren en dat u zegt dat het een genuanceerd verhaal is. Het is een verhaal van structurele onderfinanciering die al jaren aan de gang is. Daar is niets genuanceerds aan.

Minister, u kunt niet blijven zeggen dat kleuterparticipatie een prioriteit is, dat u zo veel mogelijk kleuters zo vroeg mogelijk naar school wilt krijgen. U zegt dat in uw beleidsnota en in de regeringsverklaring, maar u trekt er geen conclusies uit en u maakt er geen geld voor vrij. De regering maakt geld vrij voor infrastructuurwerken, voor missing links en weet ik veel wat, maar niet voor kleuterparticipatie. Dat is geen prioriteit. U kunt dit niet blijven volhouden, dit is intellectueel oneerlijk, dit is aankondigingsbeleid. Wij pikken dit niet langer.

Katleen Martens

Er is inderdaad een historische uitleg waarom kleuters nooit ten volle hebben meegeteld. Als het beleid ervoor kiest om de kleuterparticipatie te verhogen, dan moet daar iets tegenover staan. De enige oplossing is structureel: laat de kleuters voor evenveel lestijden en werkingsmiddelen meetellen als de kinderen in de lagere school.

Vera Celis

Minister, u hebt gelijk dat het over een structureel probleem gaat, dat we tijdens deze legislatuur moeten oplossen, en liefst bij hoogdringendheid.

Als de scholen vragende partij zijn, moet u op korte termijn alles in het werk stellen om hen zo veel mogelijk tegemoet te komen. Scholen en directies zijn zeker creatief genoeg om problemen binnen de perken te houden. Oudste kinderen worden bijvoorbeeld opgeschoven naar een volgende klas, maar er zijn ook scholen met graadklassen waar er niet meer kan worden opgeschoven.

Alles wat u op korte termijn kunt doen om dit probleem op te lossen, moet u doen. Dan hebt u daarna nog de tijd om structurele maatregelen te nemen.

Boudewijn Bouckaert

Minister, ik heb gehoord dat u naar een katholieke school bent geweest waar men u waarschijnlijk heeft gezegd dat u niet mag liegen. Ik heb niet gezegd dat er in globo op het budget van Onderwijs moet worden bespaard. Ik heb alleen gezegd dat er intern in de enveloppe van Onderwijs eens moest worden onderzocht waar er bespaard zou kunnen worden. Ik heb gezegd dat de middelen voor het GOK-decreet eens herbekeken mogen worden. Dat is alles wat ik daarover heb gezegd.

U zegt dat er 22 kleuters per klas zijn. Als dat het gemiddelde in Vlaanderen is, dan weet u ook zeer goed dat er op bepaalde plaatsen zeer hoge pieken zijn. Dat is onaanvaardbaar. Wetenschappelijk gezien spreekt men van een optimaal gemiddelde van 15 kinderen. In uw beleidsnota – waar zeer goede dingen in staan – wordt ook gezegd dat er een betere omkadering van het kleuteronderwijs moet zijn en dat de participatie van de kleuters aan het onderwijs moet worden gemaximaliseerd. Dat wil zeggen dat er nog een grotere instroom zal zijn.

Minister, Lijst Dedecker zal u volop steunen wanneer u van minister Crevits miljoenen euro’s vraagt die afgetrokken worden van het budget waarmee men lege bussen laat rondrijden, zodat er geld is voor normale volle klassen in het kleuteronderwijs. (Applaus bij LDD)

De voorzitter

Mevrouw Helsen heeft het woord.

Kathleen Helsen

Voorzitter, minister, collega’s, op 24 februari hebben wij dezelfde problematiek besproken in de plenaire vergadering. Op 10 maart hebben we het specifiek gehad over de capaciteitsproblematiek, die het scherpst is in het kleuteronderwijs.

Op 24 februari heb ik gevraagd om een integrale aanpak op korte termijn te realiseren waarin verschillende facetten worden meegenomen. Telkens opnieuw stel ik vast dat er vooral aandacht is voor de capaciteitsproblematiek en de omkadering, en dat is terecht. Maar minister, hebt u al een visie op uw aanpak om voldoende personeel te vinden, personeel dat opgeleid is om ingezet te worden in het kleuteronderwijs? In het Arbeidsmarktrapport wordt vastgesteld dat er tekorten zijn. We kunnen iets doen aan de capaciteitsproblematiek, maar als er onvoldoende leerkrachten zijn, dan blijft er een probleem.

Minister, hebt u al concrete stappen gezet om dit probleem aan te pakken? Wat wilt u daarvoor in de toekomst doen?

De voorzitter

Mevrouw De Knop heeft het woord.

Irina De Knop

Voorzitter, ik wil graag een opmerking maken aan LDD. Ik moet samen met u vaststellen dat zij vandaag nogal in een kleutersfeer vertoeven. Zelfs onze commissievoorzitter durft het aan om de vrouwelijke commissieleden te vergelijken met K3. Voorzitter, ik zou willen oproepen om hiermee toch voorzichtig te zijn en om onze eigen geloofwaardigheid niet onderuit te halen. (Rumoer)

Wij vrouwen kunnen wel tegen een grapje. Mijnheer Bouckaert, als ik de volgende keer in de commissie naar u kijk, zie ik Samson en Gert voor mij zitten.

De voorzitter

Mevrouw De Knop, uw spreektijd is wel bijna om. (Gelach. Applaus)

Hebt u nog een vraag voor de minister?

Irina De Knop

We mogen toch eens een grapje maken?

Minister, moeten we ook de discussie niet voeren of het gaat over extra kleuterjuffen of extra kinderverzorgsters? Hebt u daarover zelf al een duidelijk en helder standpunt bepaald?

De voorzitter

De heer Reekmans heeft het woord.

Peter Reekmans

Voorzitter, ik ga het niet over Bumba en soortgenoten hebben en zeker geen inhoudelijke vraag stellen, want de heer Bouckaert doet dat al perfect. Maar ik wil de minister toch even confronteren met zijn eigen woorden.

U zei daarnet, minister, dat het een historisch probleem is en dat u na 9 maanden nog niet mag worden afgerekend. Maar was u het niet die bij uw eedaflegging als minister van Onderwijs zei dat u het beleid van uw voorganger en partijgenoot Frank Vandenbroucke zou voortzetten? Ik meen dat u dat zo gezegd hebt, dat het een goed beleid was en dat u dat zou voortzetten. Ik dacht ook dat uw partij ondertussen geen 9 maanden, maar 5 jaar en 9 maanden op de stoel van Onderwijs zat.

Minister, ik heb daarnet een actuele vraag aan de minister-president gesteld over de superbacterie, maar ik wil het parlement nu ook waarschuwen voor de supermicrobe die op komst is. Wij krijgen namelijk meer en meer ministers die aan de microbe van aankondigingspolitiek lijden. Wat ik u kwalijk neem, minister, is dat er in Vlaanderen scholen zijn die hun dak niet kunnen herstellen, maar dat u intussen rondrijdt om her en der nieuwe scholen aan te kondigen die de komende jaren zelfs niet gebouwd zullen worden. Stop met die aankondigingspolitiek, minister, en doe wat u gezegd hebt: het beleid van uw voorganger voortzetten.

De voorzitter

Minister Smet heeft het woord.

Minister Pascal Smet

Voorzitter, we zijn nu echt wel in een kleuterklas beland, als ik de heer Reekmans bezig hoor. U mag nu eens één verklaring van mij zoeken waarin ik iets heb aangekondigd dat ik niet zou doen. (Opmerkingen van de heer Peter Reekmans)

Mevrouw Meuleman, de kindjes van Antwerpen zullen zich herinneren wat u zegt. Ik heb op deze tribune inderdaad gezegd dat ik als vertegenwoordiger van de Vlaamse samenleving vind dat alle kinderen in september naar school moeten kunnen gaan. U noemt dat aankondigingspolitiek. Ik noem dat: verantwoordelijkheid opnemen. We zijn dat nu aan het doen.

Ik heb de lach op uw gezicht gezien, mevrouw Meuleman. U vindt het spijtig dat we die problemen aan het oplossen zijn. Dat is heel erg. Wij zullen er nu prioritair voor zorgen dat we een paar duizend plaatsen bij creëren in Antwerpen, om ervoor te zorgen dat de Antwerpse kleuters een klas vinden. Dat is voor mij nu de prioriteit. Dat is in budgettair moeilijke omstandigheden niet zo evident, maar we doen het. Als u dat aankondigingspolitiek noemt, dan noemt u dat maar zo. Maar ik vind het al ver gekomen dat men het nu ook al aankondigingspolitiek noemt wanneer een minister zijn bevoegdheid uitoefent.

Ik ben mij bewust van het historische gegeven dat in ons basisonderwijs de omkadering al vele jaren te laag is. Ook deze regering is zich daarvan bewust. Dat is de reden waarom we daar de komende jaren ook iets aan zullen doen. U hoort mij niet zeggen dat dit probleem morgen opgelost is, omdat ik dat ook niet kán zeggen. Mochten we valiezen met geld hebben, dan zou dat geld daar prioritair naartoe gaan, maar die valiezen met geld zijn er niet meer. Ik zorg ervoor dat de kinderen in september naar school kunnen gaan en dan zullen we er in de komende maanden en jaren voor zorgen dat die omkadering aangepast wordt.

Mevrouw Helsen, u hebt ook de uitleg van de arbeidsmarkt gehoord, dat we de komende 2 à 3 jaar naar een tekort dreigen te gaan van een 300- à 400-tal kleuteronderwijzers of kleuteronderwijzeressen. Moeten dat nu kleuteronderwijzeressen zijn? Liefst wel, want als we op de markt van de kinderverzorgsters gaan, verschuiven we het probleem naar mijn collega Vandeurzen. We roepen de mensen op om, als ze beroepskeuzes maken, te kiezen voor de beroepen waar er een toekomst is. En ik denk dat een toekomst in het onderwijs een heel mooie toekomst is. We moeten de komende maanden bekijken hoe we mensen kunnen overtuigen – want je kunt mensen niet dwingen – om voor dat beroep te kiezen.

In het kader van de taskforce zijn we nu bezig om alles stad per stad in kaart te brengen – hoeveel vacatures zijn er, wat is het aanbod? – om een stille, slapende reserve en de gekende reserve op elkaar af te stemmen. Die gegevens worden nu samengebracht, zodat we, als we voor de capaciteit gezorgd hebben, ook kunnen proberen om voldoende kleuteronderwijzers en -onderwijzeressen en eventueel kinderverzorgsters te hebben.

Tot slot, deze regering en ikzelf zullen onze verantwoordelijkheid opnemen. We zijn even bekommerd als de vraagstellers om naar kleinere klassen te gaan, maar mijn prioriteit is om de bestaande capaciteitsproblemen, voornamelijk in Antwerpen, tegen september op te lossen. Daar zijn we mee bezig.

Minister, u ziet de lach op mijn gezicht als ik over de problemen spreek?! Dat is laag. Dat is een lage uitspraak. U speelt op de man. Ik speel niet meer mee. (Applaus bij Groen!)

Katleen Martens

Ik vind het heel erg. Iedereen is bekommerd om die overvolle kleuterklassen, maar als er in de commissie een voorstel van decreet ter stemming voorligt, trekt de meerderheid haar staart in. Als het erop aankomt de berekeningscoëfficiënt van de werkingsmiddelen en lestijden te verhogen, stemmen de meerderheidspartijen gewoon tegen. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

Mag ik nogmaals vragen dat degenen die overleg willen houden, zich naar het Koffiehuis begeven? Degenen die willen luisteren en zich in het debat mengen, kunnen hier blijven.

Vera Celis

Voorzitter, minister, dames en heren, ik ben misschien geen grote lawaaimaker, maar ik heb zeer goed geluisterd naar iedereen. Als men denkt dat met kwaad worden en roepen de problematiek van de overvolle kleuterklassen opgelost raakt, zitten we met een serieus probleem.

Ik verwijs naar de uitspraken van mevrouw Helsen. We hebben de discussie op langere termijn zeker al gevoerd. Er moeten structurele maatregelen komen. Die zullen er tijdens deze legislatuur alvast komen, maar op dit moment moet men echt met maatregelen voor de pinnen komen om de overvolle kleuterklassen te ontlasten. Minister, ik hoop dat u de gepaste maatregelen zult nemen. (Applaus bij de N-VA)

Boudewijn Bouckaert

Mevrouw De Knop, het verwondert me helemaal niet dat u zich aangesproken voelt door mijn grapje over K3. Mijn collega’s hier voelden zich niet aangesproken.

Minister, ik deel de gramschap van mevrouw Meuleman. Ik heb veel respect voor u, minister, voor uw gedrevenheid, dat zeg ik in alle duidelijkheid. Maar u moet eens stoppen met allerlei intenties in de mensen hun schoenen te schuiven. U doet dat bestendig bij Lijst Dedecker. Naar aanleiding van het hoofddoekendebat zei u dat wij erop uit zijn onrust te stoken. Dat is niet waar! Dat mevrouw Meuleman blij is dat er problemen zijn in het kleuteronderwijs, is niet waar! Wij zoeken vanuit de oppositie op onze manier naar goede oplossingen. U moet daarbij aanvaarden dat wij soms kritiek hebben op uw beleid. Ik wil u vragen om daar echt mee te stoppen.

De voorzitter

Mijnheer Bouckaert, uw tijd is om. Het spijt me.

Boudewijn Bouckaert

Minister, ik vraag u met concrete maatregelen naar voren te komen. We wachten daar nu al zo lang op. We hebben voor het onderwijs in het algemeen gebouwen en leerkrachten nodig.

De voorzitter

Mijnheer Bouckaert, u kunt geen bijkomende vraag stellen. U kunt enkel een slotbemerking maken.

Boudewijn Bouckaert

Leg eens uit hoe we dat gaan verkrijgen. Anders zult u het ideaal van de socialisten realiseren, namelijk een ‘klasseloze’ samenleving. (Applaus bij LDD)

De voorzitter

Het incident is gesloten.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.