U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 21 april 2010, 14.01u

Actuele vraag van de heer Peter Reekmans tot de heer Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, over initiatieven om de opmars van de nieuwe ESBL-superbacterie tegen te gaan
De voorzitter

Het antwoord wordt gegeven door minister-president Peeters.

De heer Reekmans heeft het woord.

Peter Reekmans

Voorzitter, minister-president, collega’s, microbiologen lieten onlangs weten dat er een opmars bezig is van een nieuwe superbacterie – ook de resistente ESBL-bacterie genoemd – die zowel bij de mens als bij de dieren aan het toenemen is. De bestrijding ervan zou volgens wetenschappers veel moeilijker zijn dan de ziekenhuisbacterie die we al kennen. De medeverantwoordelijkheid van de toename van deze bacterie zou ook te wijten zijn aan het gebruik van een verboden antibioticum dat sinds 2000 niet meer gebruikt mag worden: het zogenaamde Ceftiofur bij kuikens.

Wat ik heel opmerkelijk vond, minister-president, was het verhaal dat we te horen kregen toen dit bekend raakte. Eigenlijk viel de Boerenbond uit de lucht en zei dat dit antibioticum al jaren niet meer gebruikt wordt – terwijl in Nederland ten minste gezegd werd dat dit inderdaad medeverantwoordelijk is voor de opmars van de bacterie. De Boerenbond in Vlaanderen zei dat het niet meer wordt gebruikt, maar de controle van het Federaal Voedselagentschap sprak dit onmiddellijk tegen. De controlecijfers van dit agentschap zijn zeer duidelijk: bij controles op 20 bedrijven zijn er 8 gevonden die in overtreding waren met het gebruik van dit verboden antibioticum en bij sommige bedrijven waren er sporen.

We moeten natuurlijk geen paniek gaan zaaien. Het is ook niet de bedoeling om dat vandaag met mijn tussenkomst te doen. We moeten wel voorzichtig zijn. Deze nieuwe bacterie zou vooral ons als mens immuun maken voor bepaalde antibiotica.

Minister-president, preventie is dus noodzakelijk bij de mensen. De huisartsen in Vlaanderen hebben hun best al gedaan. Het voorschrijven van antibiotica is de voorbije jaren met 30 percent gedaald. Nu komt het erop aan om in te zetten op preventie in de landbouwsector.

Welk stappen nam u al, minister-president, of zult u nemen om aan preventie te doen bij die landbouwbedrijven? Een belangenorganisatie als de Boerenbond weet het niet en deed nog niets.

De voorzitter

Mevrouw Eerlingen heeft het woord.

Tine Eerlingen

Geachte collega’s, minister-president, de ESBL-bacterie scheidt een enzym af, waardoor een resistentie tegen een aantal antibiotica ontstaat. Er zijn nog antibiotica die werken tegen die bacterie. Er moet nog geen paniek worden gezaaid. De bacterie is ook niet nieuw, ze bestaat al jaren, maar is de laatste tijd wel meer in het nieuws gekomen. Naast de ESBL-bacterie zijn er nog andere, zoals de MRSA-bacterie, de zogenaamde ziekenhuisbacterie. Die is vergelijkbaar. Op dit moment is er misschien nog geen probleem, maar we moeten wel vermijden dat er in de toekomst één komt en dat er zich echt een superbacterie zou ontwikkelen die tegen alles resistent is. We moeten nu actie ondernemen.

Die bacteriën komen voor op drie niveaus: in de ziekenhuizen, in de gewone gemeenschap en in de veterinaire sector. Artsen hebben hun voorschrijfgedrag van antibiotica al aangepast. De ziekenhuizen zijn ook bezig met de bestrijding van die bacterie. Blijkbaar is er een overmatig antibioticumgebruik in de veeteeltsector. Bepaalde bedrijven gebruiken nog steeds verboden antibiotica. Daar stelt zich een probleem. De Boerenbond geeft toe dat er in veel bedrijven nog heel veel antibiotica worden gebruikt.

Minister-president, hoe gaat u het probleem in kaart brengen? En hoe gaat u het aanpakken?

De voorzitter

De heer Peeters heeft het woord.

Dirk Peeters

Minister-president, om het in landbouwtermen te zeggen, we oogsten wat we zaaien. In de sector is er veel concentratie van dieren op een kleine oppervlakte. Dat is een gevoelige, kwetsbare situatie. Het is een probleem op het vlak van milieu en dierenwelzijn. Door de aanpak en de medicatie van de dieren wordt het ook een probleem van volksgezondheid.

Ik verwijt geen enkele landbouwer of bedrijfsvoerder dat hij al dan niet iets zou hebben gedaan dat niet mag. De verantwoordelijkheid ligt bij het beleid: bij een Europees beleid vertaald in een Vlaams. Professionalisering, schaalvergroting, technische uitvoering, bedrijfsvoering en meer industrialisering van de landbouw leiden tot dit soort problemen. In uw beleidsnota opteert u ook voor die piste. Bij de bespreking heb ik u erop gewezen dat er een probleem is in de Noorderkempen met megastallen voor varkens. De concentratie leidt niet enkel tot milieuproblemen, maar ook tot economische problemen als daar iets gebeurt. We moeten de kwestie voorzichtig aanpassen. Het gaat niet enkel om dierenwelzijn en volksgezondheid, het kan ook economisch een probleem betekenen voor de landbouwsector.

Eerst zegt de Boerenbond dat het niet zo erg is. Wanneer blijkt dat ook de kuikens preventief worden ingeënt, zegt de bond dat hij dat niet wist en dat het toch wel een probleem is. Het Federaal Voedselagentschap wil die mensen rond de tafel zetten en mogelijk sanctioneren. Ik denk dat er meer moet gebeuren.

Minister-president, kunt u van het luik inenting en antibioticagebruik op een bedrijf een aspect maken van de milieuvergunning? Kunt u bij het toekomstige voorzitterschap van Europa deze problematiek op dat niveau brengen? Het is duidelijk geen Vlaams probleem, maar een probleem van de landbouwsector als geheel. Vlaanderen moet nu het voortouw nemen.

De voorzitter

Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters

Voorzitter, collega’s, ik kan vrij kort zijn en desalniettemin duidelijk.

Het algemene beleid moet het overmatige gebruik van antibiotica beperken, zowel bij de mensen als bij de dieren. Wij moeten een streng antibioticabeleid invoeren in de humane geneeskunde maar ook in de dierengeneeskunde. U weet dat op federaal niveau een federaal comité werkt aan de verbetering en bijsturing van het antibioticabeleid op die twee vlakken. Daarover worden grootschalige campagnes gevoerd.

In de humane sector zijn al preventieve acties en sensibiliseringsacties opgezet. Die moeten worden voortgezet op allerlei vlakken, zeker met betrekking tot handhygiëne en dergelijke. In de humane sector zijn zeker al initiatieven genomen, maar die moeten worden opgevolgd en doorgezet.

Ook in de dierlijke sector hebben we al initiatieven genomen en moeten we bijkomende acties ontwikkelen. Mijnheer Peeters, ik ben het met u niet helemaal eens. Ik heb vanmorgen in de commissie Landbouw daarover ook met uw collega, de heer Sanctorum, gesproken. Het dierenwelzijn en de gezondheidstoestand van de dieren zijn belangrijk. Niet de grootte van het bedrijf telt, wel in welke mate de gezondheidstoestand kan en moet worden geoptimaliseerd. Want men geeft natuurlijk antibiotica omdat die gezondheidstoestand mogelijk niet optimaal is.

Recent is op Europees niveau de dierenwelzijnswetgeving, in het bijzonder voor pluimvee, strenger gemaakt. Denk aan de lage bezettingsgraad die daarmee gepaard gaat en die de gezondheidstoestand van die dieren verbetert.

Collega’s, wij hebben deze informatie, die plots naar boven is gekomen, niet afgewacht. Het proefbedrijf voor pluimveehouderij in Geel – ik ga ervan uit dat het u bekend is – heeft vanuit het landbouwbeleid een aantal preventieve acties ondernomen via studiedagen en demonstratiedagen voor pluimveehouders. Men gaat daar ook in de richting van aangepaste stalinrichting en stalcondities enzovoort. We hebben niet gewacht op dit incident om vanuit het Vlaams Investeringsfonds extra financiële middelen ter beschikking te stellen voor inspanningen voor het verbeteren van hygiënische omstandigheden en dierenwelzijn. Dat is een goed kanaal.

Rekening houdend met het feit dat we daarmee geconfronteerd zijn en dat men natuurlijk kan vragen welke actie wij daar ondernemen, kan ik u zeggen dat wij in de loop van de volgende dagen in samenwerking met het proefbedrijf in Geel de pluimveesector zullen uitnodigen. Wij zullen nagaan hoe de situatie is en wij zullen bijkomende acties afspreken met de sector en het proefbedrijf om er absoluut zeker van te zijn – want het is een ernstig probleem voor de landbouw – dat we daar alle inspanningen leveren om niet alleen iedereen de juiste informatie te geven maar ook de informatie over hoe men met antibiotica moet omgaan en over hoe men met de steunmaatregelen die nu al bestaan de gezondheidstoestand van de dieren kan verbeteren. Men heeft dus die antibiotica niet of heel miniem nodig, gezien de ernst van de gevolgen op het humane vlak.

Voorzitter, dit zijn, heel concreet, de acties die wij zullen ondernemen naar aanleiding van deze vraagstelling en naar aanleiding van de informatie die deze week werd bekendgemaakt.

Peter Reekmans

Minister-president, als ik u zo bezig hoor, bent u er al lang mee bezig en is alles onder controle. Maar ik ga er toch van uit dat als u als bevoegd landbouwminister hieromtrent initiatieven neemt en hiermee bezig bent en dit onder controle hebt, dat op zijn minst de belangrijkste belangenorganisatie van de landbouw, de Boerenbond, toevallig een onderdeel van de zuil van uw ideologische strekking, niet uit de lucht valt op het ogenblik dat in de media artikels verschijnen over het probleem. Collega’s, 5 tot 10 percent van de Belgen is vandaag al met deze bacterie besmet, en in Nederland is al 80 percent van het kippenvlees besmet. Dat is toch iets wat we niet mogen verwaarlozen en waarbij we vandaag niet kunnen zeggen dat alles onder controle is. U kunt zich niet verschuilen achter de federale taskforce die ermee bezig is.

Ik dacht toch altijd dat de preventie van volksgezondheid een Vlaamse materie was – maar misschien is uw collega Dehaene daarover aan het onderhandelen. Ik dacht nog altijd dat preventie Vlaams was.

Ik kan niet begrijpen dat aangaande zo’n belangrijke materie de Boerenbond, als belangrijkste belangenorganisatie, uit de lucht valt en in een eerste reactie aan de media zelfs zegt dat er niets aan de hand is en dat het product niet meer wordt gebruikt, terwijl het federaal Voedselagentschap op dat ogenblik aantoont dat de Boerenbond verkeerd zit.

Minister-president, ik raad u aan om dringend aan de tafel te gaan zitten met de Boerenbond om hen op de hoogte te brengen, want ze weten blijkbaar niet waarover het gaat.

De voorzitter

Mijnheer Reekmans, de repliek is één minuut, maar u staat al op twee minuten. Ik zeg u dit toch even voor de duidelijkheid.

Tine Eerlingen

Minister-president, ik ben blij dat er een aantal initiatieven genomen zijn. Het is belangrijk dat er heel duidelijk cijfermateriaal bestaat over het gebruik van antibiotica en dat er verder onderzoek gebeurt naar de relatie tussen antibiotica en de resistente bacteriën. Misschien is er een taak weggelegd voor onze universiteiten. Misschien kan men ook eens in het buitenland kijken naar de onderzoeken die hierover al zijn gebeurd. Ook in Nederland en Denemarken zijn er al antibioticavrije stallen opgestart waaruit blijkt dat die dieren effectief veel gezonder zijn door een aantal hygiënemaatregelen toe te passen en een alternatieve bestalling. De dieren zijn gewoon gezonder, ze hebben minder medicijnen nodig en ze groeien beter, wat een economisch beter rendement oplevert. Het is misschien interessant om dit eens verder te bekijken, ik weet niet in welke mate er al contacten met het buitenland zijn.

Dirk Peeters

Minister-president, ik dank u voor uw antwoord, maar ik wil toch even reageren op uw uitspraak dat de schaalgrootte op zich niet verantwoordelijk is voor het welzijn van de dieren, want dat is wel het geval: de kwetsbaarheid verhoogt door zo veel dieren op een beperkte oppervlakte samen te zetten waardoor men preventief zal inenten om ziektes te voorkomen. Het een is wel het gevolg van het ander.

Een ander aspect is dat zowel Piet Vanthemsche in een vorig leven, als de Wereldgezondheidsorganisatie al voor deze problematiek hadden gewaarschuwd. Als ik het goed heb, gebeurde dat in 1997 voor de eerste keer, dat is al eventjes geleden. Nu zeggen dat we verder zullen praten met de sector, is onvoldoende. In Nederland opteert men voor een convenantenmodel en wil men het toedienen van antibiotica in de sector bij wijze van convenant regelen. Ik denk dat er iets meer nodig is dan een gesprek en dat er echt structurele maatregelen nodig zijn om tot een verbetering en sanering te komen van de sector als geheel.

Het is voor mij als consument trouwens niet logisch dat één kilo kattenvoer in de winkel evenveel kost als een kip. Ik ben best bereid, en ik meen samen met mij vele anderen, om voor een gezonde kip de boer een eerlijke prijs te geven. We moeten eerder voor dat model opteren dan voor de grootschaligheid waarvoor nu wordt geopteerd.

De voorzitter

De heer Sintobin heeft het woord.

Voorzitter, minister-president, het is natuurlijk zo dat we deze problematiek ernstig moeten nemen, maar ik wil toch een beetje proberen om een nuance aan te brengen.

Het moet in de eerste plaats inderdaad de bedoeling zijn om geen paniek te zaaien. Ik heb de heer Reekmans bezig gehoord: eerst zei hij in zijn vraagstelling dat hij geen paniek wil zaaien, maar in zijn repliek was dat al enigszins anders – sommige collega’s wijten dat aan de gekkekoeienziekte.

Ten tweede kan het ook niet de bedoeling zijn om zomaar, zonder 100 percent zekerheid, een volledige sector, de pluimveesector, met de vinger te wijzen alsof het om een bende misdadigers zou gaan. Zoals u terecht stelt, werd er al gezegd dat er in het verleden verschillende maatregelen werden genomen, maar ik ben het ermee eens dat het eigenaardig is dat men niet weet in welke mate antibiotica worden toegediend in de pluimveesector. Zoals we hier altijd plegen te zeggen: meten is weten. We zullen er ook in dezen voor moeten zorgen dat het antibioticagebruik in de pluimveesector in kaart wordt gebracht.

Ik heb nog een laatste puntje, voorzitter. Het is natuurlijk wel zo dat de regelgeving nu al wordt toegepast in de pluimveesector, en net zoals in andere sectoren, ook in niet-landbouwsectoren, zullen er altijd wel cowboys bestaan en het zijn juist zij die altijd zorgen voor de problemen en die moeten worden gestraft.

Tot slot wil ik erop wijzen dat deze materie, zoals we deze voormiddag in de commissie al hebben verklaard, eigenlijk op het niveau van de Europese overheid zou moeten worden geregeld.

De voorzitter

De heer Callens heeft het woord.

Karlos Callens

Voorzitter, ik zou hier graag nog iets aan toevoegen. In feite zoeken we hier nu al een zwart schaap. Volgens mij zouden we dit best nu niet doen. Niet iedereen kent de oorzaak van wat er is gebeurd. Wij weten dit in elk geval niet. Het lijkt ons dan ook best eerst die oorzaak te zoeken.

Indien het de bedoeling is die oorzaak te vinden, lijkt het me interessant niet enkel met de sector te praten. De minister-president zou ook eens met de veterinaire sector moeten praten. Die sector ligt allicht gedeeltelijk aan de basis van het probleem. De veterinaire sector zou dan moeten toelichten waarom een bepaald product is voorgeschreven. Het is mogelijk dat andere producten even goed werken en minder schadelijk zijn. Als we willen ontdekken hoe we dit probleem kunnen oplossen, kunnen we best ook eens met de veterinaire sector praten.

De voorzitter

Mevrouw Robeyns heeft het woord.

Voorzitter, volgens de heer Callens kennen we de oorzaak van het probleem niet. Iedereen weet echter dat veel of oneigenlijk gebruik van antibiotica de resistentie van bacteriën in de hand werkt. We moeten oneigenlijk of overmatig antibioticagebruik door mensen of door dieren dan ook vermijden en voorkomen.

De minister-president heeft verklaard dat hij in functie van het dierenwelzijn preventieve maatregelen wil treffen. Die maatregelen zouden de hygiënische omstandigheden in de landbouwsector moeten verbeteren. We kunnen dit enkel toejuichen.

Mij lijkt het echter ook belangrijk over objectieve cijfers te beschikken. Meten is weten. We moeten effectief weten hoe het met het antibioticagebruik in de landbouwsector zit. Tegen onoordeelkundig of zelfs verboden antibioticagebruik moeten we streng optreden. We kunnen dit niet toelaten. Indien verboden antibioticagebruik wordt vastgesteld, moet tot een bestraffing worden overgegaan.

Zoals hier daarnet al is vermeld, wordt in Nederland of in Denemarken bewezen dat antibioticavrije stallen mogelijk zijn. We moeten eens nagaan of Vlaanderen op dit vlak ook het goede voorbeeld kan geven.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer

Voorzitter, ik veronderstel dat iedereen het eens is over het belang van de gezondheid en de kwaliteit van voeding. Hoewel het hier aangehaalde probleem deels onder de federale bevoegdheden valt, lijkt het me logisch dat de Vlaamse minister van Landbouw hierop wordt aangesproken.

Ik wil er, voor alle duidelijkheid, nog even op wijzen dat de problematiek zich niet zozeer bij de pluimveebedrijven situeert. Het gaat vooral om de zogenaamde broeierijen. Om die reden vraag ik hier bijzondere aandacht voor het voorschrijfgedrag van sommige veeartsen.

De inspanningen die we met betrekking tot de preventie, de hygiëne en het wetenschappelijk en toegepast onderzoek leveren, moeten zeker worden voortgezet. We moeten een duurzaam beleid voeren. We moeten zeker en vast geen steekvlambeleid voeren dat naar aanleiding van bepaalde probleemsituaties tot stand komt. Dit alerte, duurzame beleid zou door de Vlaamse, federale en Europese overheden moeten worden gevoerd.

Mijnheer Reekmans, ik heb een suggestie. U zou eens rond de tafel moeten zitten met de heer Vanthemsche, die in binnen- en buitenland als een autoriteit op dit vlak wordt beschouwd.

Minister-president Kris Peeters

Ik kan vrij kort zijn. Ik ken de manier waarop de heer Reekmans een aantal vragen afvuurt. Dat is natuurlijk zijn verantwoordelijkheid. Wij nemen onze verantwoordelijkheid. We brengen de mensen van de sector zo snel mogelijk bij elkaar. Dat zal een van de komende dagen gebeuren. Het proefbedrijf in Geel heeft ons in staat gesteld expertise te verzamelen. We zullen over de nodige ‘facts and figures’ beschikken. We zullen ons materiaal aan de gegevens van de sector toetsen. We zullen hierover ook communiceren. Hierdoor zullen we weten waarover het precies gaat.

De heer Reekmans viseert de Boerenbond. Deze organisatie neemt de verantwoordelijkheid die een dergelijke organisatie moet nemen. Hij doet maar wat hij niet laten kan.

Ik verschuil me niet achter de federale bevoegdheden. Het betreft hier een federale materie. De federale overheid is bevoegd voor het antibiotica- en het antibioticaresistentiebeleid. Dit is een zeer belangrijk beleid. We moeten hier zeker de nodige aandacht aan besteden.

Ook het preventieve nemen we op ons. Alle bijkomende suggesties in het overleg zijn welkom. Mijnheer Callens, we zullen nagaan of we daar de veterinaire sector kunnen bij betrekken. Dit is een ernstig probleem, dat we met de hele sector moeten aanpakken. We moeten het niet overroepen, maar ook niet onder de mat vegen. Met deze actie doen we wat van ons wordt verwacht, namelijk dit probleem op een juiste manier aanpakken.

Peter Reekmans

Minister-president, ik krijg sterk de indruk dat, als ik aan één van de zuilen in Vlaanderen durf te raken, u de man speelt en niet meer de inhoud. Ik stel vast dat u denigrerend doet over mijn actuele vraag. Mijn vragen waren heel duidelijk. De heer De Meyer zegt: “Het voorschriftverdrag van de dierenartsen moet in vraag worden gesteld.”

Jos De Meyer

U citeert me niet correct, mijnheer Reekmans.

Peter Reekmans

Het is niet alleen de man die wordt gespeeld, binnenkort mag de man ook niet meer spreken. U viseert niet alleen de dierenartsen. 2 weken geleden zei de Boerenbond dat er niets aan de hand was. In Nederland was er wel degelijk iets aan de hand.

Ik wil absoluut geen paniek zaaien. Als de oppositie zulke vragen stelt, dan wil de meerderheid het oppositielid destabiliseren. LDD vraagt dat de Vlaamse Regering, die de preventie moet voeren inzake gezondheidszorg, niet dezelfde fout maakt als 30 jaar geleden ten tijde van de ziekenhuisbacterie. Toen stonden we erbij en keken we ernaar.

Minister-president, ik hoop dat u dringend werk maakt van preventie en de Boerenbond op de hoogte brengt van de problemen. (Applaus bij LDD)

Tine Eerlingen

Minister-president, ik hoop dat u er bij uw federale collega’s op aandringt dat de overtreders van de regelgeving worden bestraft. De rest van de sector draagt die stempel mee.

Daarnaast is het heel belangrijk om nu actie te ondernemen, zodat onze boeren zich kunnen voorbereiden en de tijd hebben om alternatieven op te nemen in hun systeem en die geleidelijk door te voeren. De veehouders moeten worden gewapend, en we moeten samen met hen werken aan een antibioticavrije toekomst. ‘Vrij’ is gemakkelijk gezegd, het zal nooit zonder antibiotica gaan, maar we moeten er toch naar streven.

Dirk Peeters

Meten en weten moeten we doen, dat is stap één. Maar laten we ook de volgende stap zetten. Dat is een krachtdadig beleid voeren, de sector eventueel bijsturen en oriënteren waar mogelijk. Daar zit de volksgezondheid op te wachten.

De voorzitter

Het incident is gesloten.

Actuele vraag van de heer Joris Van Hauthem tot de heer Kris Peeters, minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, over de betrokkenheid van de Vlaamse Regering bij de lopende onderhandelingen over het dossier Brussel-Halle-Vilvoorde, in het licht van het Vlaams regeerakkoord
Actuele vraag van de heer John Crombez tot de heer Kris Peeters, minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, over de bonussen van de bankiers

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.