U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 10 maart 2010, 13.30u

van Lies Jans aan minister Jo Vandeurzen
192 (2009-2010)
van Vera Van der Borght aan minister Jo Vandeurzen
193 (2009-2010)
van Griet Coppé aan minister Jo Vandeurzen
194 (2009-2010)
De voorzitter

Mevrouw Jans heeft het woord.

Lies Jans

Voorzitter, minister, ik schrok vorige week vrijdag enorm van de voorpagina van De Standaard. Ik las dat negen op de tien rusthuizen of, zoals men moet zeggen, woonzorgcentra, een probleem hebben om verpleegkundigen te vinden. Op basis van een studie van de Federatie van Onafhankelijke Seniorenzorg (FOS) werd gesteld dat een op de vier directies het eerste jaar de vacatures niet ingevuld krijgt. Drie op de tien woonzorgcentra krijgen het eerste jaar zelfs geen enkele sollicitant-verpleegkundige te zien.

Ik was niet zozeer geschrokken van het feit dat er een gebrek aan personeel in de verpleegkunde of de verzorging is. Dat fenomeen is gekend. De verpleegkundigen en verzorgers staan met stip genoteerd op de lijst van knelpuntberoepen. Iedereen hier weet dat er, zeker in de ouderenzorg, ook een imagoprobleem is. Al te vaak worden de taken in de ouderenzorg als negatief gepercipieerd, terwijl dat integendeel zeer belangrijke beroepen zijn. Ik was vooral geschrokken doordat de cijfers zo dramatisch zijn. Zeker als we dit koppelen aan de vergrijzing: we weten dat de volgende jaren de vergrijzing zich alleen maar zal voortzetten, zeker in de hoogste leeftijdscategorieën. Het gebrek aan personeel zal alleen maar groter worden.

Ik weet dat de Vlaamse Regering de ambitie heeft om dat probleem aan te pakken. Volgens de FOS zou dat niet voldoende zijn of zelfs te laat komen.

Minister, erkent u dat het probleem van het gebrek aan verpleegkundigen inderdaad zo groot is in de sector van de ouderenzorg? Wat gaat u daar op korte termijn aan doen?

De voorzitter

Mevrouw Van der Borght heeft het woord.

Vera Van der Borght

Minister, ik zal niet herhalen wat mijn collega heeft gezegd. Het feit dat we hier vandaag met drie staan, wijst erop dat wij worden geconfronteerd met een belangrijk probleem. Mevrouw Dillen fluistert mij in dat het geen nieuw probleem is. Het gaat al meerdere legislaturen mee. Ik kan alleen maar spreken van de legislatuur waarin ik hier was. We hebben inderdaad in 2007-2008 uw voormalige collega’s daarover ondervraagd. Dit aandachtspunt kwam bij de bespreking van de beleidsbrief telkenmale opnieuw in de picture. Er was telkens een lauw engagement van de zetelende ministers. Zij zegden: “Ja, inderdaad, er is daar een probleem, een imagoprobleem, we zullen eraan werken, we gaan een tandje bijsteken, we zullen een informatiecampagne voeren, we zullen een promotiecampagne voeren.”

Ik vrees, minister, dat we nu structureel zullen moeten optreden. Het zal niet meer lukken met promotie en informatie, maar we moeten structurele oplossingen aanbieden. In Vlaanderen hebt u, samen met de federale collega, de bevoegdheid voor de personeelsnorm. Vlaanderen heeft ook de bevoegdheid over de vorming, het onderwijs en de opleiding. Wij kunnen structureel ingrijpen, en ik meen dat er nu structurele maatregelen nodig zijn indien we willen voorkomen dat we afstevenen op dramatische situaties.

Minister, mijn vraag is dan ook heel duidelijk. Welke structurele maatregelen zult u nemen, samen met uw federale collega en samen met uw collega, bevoegd voor Onderwijs? In eerste instantie had ik graag van u vernomen welke structurele maatregelen u zult nemen.

De voorzitter

Mevrouw Coppé heeft het woord.

Griet Coppé

Voorzitter, minister, collega’s, ik zou nog iets willen toevoegen aan deze vraag. In de beleidsnota staat dat we werk willen maken van de witte economie, dat we willen bekijken hoe we meer verzorgenden en verpleegkundigen tout court, kunnen aantrekken in de zorgsector.

Het toeval wil dat ik in West-Vlaanderen bezig ben met een enquête. Ik heb reeds de eerste resultaten voor de opleiding bachelor verpleegkunde. De resultaten tonen aan dat van de derdejaars, die dit jaar in juni zullen afstuderen, 52 percent verder wil studeren. Ze kiezen dus voor een master ziekenhuiswetenschappen of voor een andere opleiding, bijvoorbeeld een spoedafdelingopleiding. Dat wil zeggen dat een groot deel nog niet op de arbeidmarkt komt in juni, maar ervoor opteert om dit nog eventjes uit te stellen.

Anderzijds is het zo dat 17 percent aangeeft wel te willen werken met senioren, en dat is toch tamelijk positief. 83 percent kiest ervoor om te werken in een algemeen ziekenhuis, wat ook pas bij de gespecialiseerde opleiding, maar 17 percent wil werken met senioren. Het is wel zo dat daarvan 13 percent aangeeft te willen werken in een woonzorgcentrum.

Daarom wil ik u vragen, minister, om zorg te willen dragen voor die kleine 13 percent die aangeeft wel te willen werken in een woonzorgcentrum. Een vraag is natuurlijk dat er voor wie afstudeert als bachelor, eerst een taakuitzuivering van de diensten van verpleegkundige komt. We moeten duidelijk bepalen wat de taak is van een verpleegkundige, wat de taak is van een verzorgende en wat de taak is van een logistiek helper in een woonzorgcentrum. Dat zal belangrijk zijn om de mensen in de woonzorgcentra te kunnen houden om daar te werken. Via het Woonzorgdecreet dat werd goedgekeurd, zijn er zeker nog mogelijkheden om de taakinhoud van verpleegkundigen te optimaliseren en te verfijnen. Dit zou volgens mij een van de maatregelen kunnen zijn.

Minister, ik stel dezelfde vragen als de collega’s. Wat willen de ministers van Welzijn en van Onderwijs doen om er effectief werk van te maken om meer personeel in de zorg te krijgen in de woonzorgcentra?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Voorzitter, dames en heren, uiteraard is dit een heel belangrijke aangelegenheid. Ik onderken het probleem uiteraard voor de volle 100 percent. Dat is ook de reden waarom er van bij de start in het regeerakkoord, maar ook in de beleidsnota, nogal expliciet naar verwezen wordt. Ik kan u in dit korte tijdsbestek en zonder dat ik daarmee de volledigheid beoog, een aantal elementen van aanpak meegeven.

We moeten absoluut met de federale overheid spreken. We hebben op het einde van vorig jaar een protocol kunnen maken met de federale overheid en met minister Onkelinx in het bijzonder, waarbij we de taakuitzuivering wat regelen in de gezinszorg en de thuiszorg. Het is een protocol dat belangrijk is geweest omdat het ons heeft toegelaten om een aantal juridische geschillen tussen de federale overheid en de Vlaamse overheid stop te zetten. We hebben een aantal dingen kunnen afwerken, en dat heeft ons de basis gegeven voor verder overleg. Er zijn inderdaad nogal wat thema’s die te maken hebben met de instroom in de zorgberoepen en het kunnen werken in woonzorgcentra, in ziekenhuizen en in de thuiszorg. We zullen dat overleg zeker nog moeten intensifiëren.

Ook de problematiek van normen, van de werklast enzovoort is deel van een overleg met de federale overheid. Er kondigt zich stilaan een evaluatie aan van het protocol 3 met de verdeling van de RVT-bedden enzovoort, alsook de opmaak van een volgende negotiatieronde met de federale overheid. Die moet ons aangeven op welke manier ook vanuit de ziekteverzekering de prioriteit voor meer ouderenzorg kan worden gerealiseerd.

Uiteraard heb ik onmiddellijk met de collega’s die zijn betrokken geweest in de onderhandeling omtrent het Vlaams werkgelegenheidsplan, afgesproken dat in dat plan een substantieel hoofdstuk moet worden gewijd aan de instroom in de zorgberoepen. Dat is gerealiseerd. In 2010 en 2011 zal daarvoor telkens ongeveer 1,3 euro beschikbaar zijn. Op dit moment plant de VDAB zeer concreet een aantal nieuwe opleidingen die moeten toelaten dat ongeveer, uit het hoofd gezegd, 800 to 850 mensen kunnen worden toegelaten naar opleidingen voor verzorgende, zorgkundige en verpleegkundige via de tussenkomst van de VDAB. Dat is zeer concreet en is nu in uitvoering. Het staat op de agenda van de volgende maanden.

Omdat de instroom en het behoud van mensen die werken in de sector zo belangrijk is, is dat ook een centraal actiepunt in het programma Vlaanderen Medisch Centrum geworden. ‘Zorg om talent’ is daar een belangrijk hoofdstuk in. We zijn bezig met het samenstellen van een wat groter actieplan met een aantal structurele elementen en een aantal punctuele acties om op dat vlak de volgende maanden iets op het terrein te kunnen realiseren. Dat moet met Onderwijs worden besproken en met de minister van Werk. Er zijn tal van contacten nodig.

Ik geef een paar elementen die in voorbereiding zijn in de plannen. Wij weten dat een aantal imagocampagnes hun effect niet hebben gemist. We gaan proberen daaromtrent een aantal nieuwe dingen te doen, meer gefocust op de ouderenzorg, niet alleen in de woonzorgcentra maar ook in de thuiszorg en in de geriatrische afdelingen. Iets meer dan 80 percent van de laatstejaarsstudenten laten hun keuze afhangen van de stages die ze hebben gelopen. Dan is de vraag of we op een kwaliteitsvolle manier ook stages in de ouderenzorg daarin kunnen verdisconteren. Daarover moet met de minister van Onderwijs onderhandeld worden.

Uiteraard moeten we de woonzorgcentra aanzetten om een vernieuwend humanresourcesbeleid te voeren en ervoor zorgen dat ze mensen in de sector kunnen houden en motiveren en aan een goede taakafbakening kunnen doen. Sommige mensen willen wel een verpleegkundige job in de ouderenzorg als ze een aantal logistieke taken niet moeten opnemen. We moeten een aantal dingen klaar zien in verband met de manier waarop de taakafbakening kan worden verzekerd. Dat zijn een aantal elementen van het plan. Dat is in volle ontwikkeling.

Daarnet is er gedebatteerd over de vraag of je iets moet aankondigen voor het gerealiseerd wordt. Het is niet mijn bedoeling om dat plan helemaal aan te kondigen omdat er nog met velen over moet worden overlegd. Gelet op de urgentie van de thematiek, is dat plan al opgestart en is dat in het kader van Vlaanderen in Actie meegenomen als een van de dingen die de volgende maanden hun beslag moeten krijgen.

Lies Jans

Minister, de maatregelen die u voorstelt, zijn structureel. Als bevoegd minister zult u de juiste aspecten aanpakken, namelijk de instroom en de uitstroom. Het is nu zaak om daar concrete acties aan te koppelen om op het terrein tot resultaten te komen. Het is een urgent probleem. De maatregelen en acties moeten zeker strikt worden opgevolgd zodat men onmiddellijk ziet welke effecten er zijn op de tewerkstelling, de instroom en de uitstroom en ze, waar nodig, onmiddellijk kunnen worden bijgestuurd. Dat is een essentieel element in het verhaal.

Vera Van der Borght

Ik dank de minister voor zijn antwoord. Daaruit blijkt dat hij de problematiek erkent.

Minister, we zijn daar sinds 2007 constant mee bezig. We plannen nu opnieuw, maar we moeten echt gaan uitvoeren. U hebt enkele punten opgesomd die u bij wijze van spreken onmiddellijk kunt omzetten in daden. Ik pleit ervoor dat te doen.

Ik denk aan twee heel specifieke voorbeelden die u zelf hebt aangekaart. Ten eerste zijn er de stages. Als u de verslagen nakijkt van de commissiebesprekingen, dan ziet u dat ik er telkenmale op heb aangedrongen om de stages te verplichten in een rusthuis, niet alleen in het eerste jaar Verpleegkunde maar zeker ook in het laatste jaar.

Een ander project waarover u, denk ik, structureel zult moeten nadenken, samen met uw federale collega, is het project 600. Dat is een heel belangrijk project, dat kansen biedt om structureel in te grijpen. Het geeft mensen uit de rusthuissector een formidabele kans om zich op te werken via een bijkomende studie. Aan hen mag worden gevraagd dat ze iets teruggeven aan de maatschappij. Een mogelijkheid is hun bijvoorbeeld te vragen 3 jaar terug te gaan naar de plaats in de ouderenzorg waar ze vandaan komen, zodat ze kunnen proeven hoe het is om als verpleegkundige in die ouderensector te werken. Dan grijpen we inderdaad structureel in.

Griet Coppé

Minister, ik dank u eveneens voor uw antwoord. De andere leden hebben al veel gezegd. Ik kan daarmee instemmen. Het gaat echter niet over de woonzorgcentra. U haalt dat terecht aan. Ook in de thuiszorg zijn verzorgenden en verpleegkundigen meer dan nodig. Het juiste hrm-beleid zal moeten worden gevoerd binnen de woonzorgcentra en in de verpleging in het algemeen. Ik hoop dat we volgend jaar dit debat niet opnieuw moeten voeren, maar dat we gezamenlijk kunnen constateren dat er dan toch geleidelijk een grotere instroom in de zorgberoepen komt, zodat de vergrijzing en de zorg die zich daarmee aandient, kunnen worden opgevangen.

De voorzitter

Mevrouw De Vits heeft het woord.

Mia De Vits

Voorzitter, de leden en ook de minister hebben het gezegd: dit probleem is niet nieuw. Het rijst niet alleen in de rusthuissector. Zo hebben we bijvoorbeeld ook problemen in de ziekenhuissector. Minister, u beaamt dat er structurele maatregelen moeten komen. Op korte termijn kan de taakuitzuivering inderdaad wat soelaas brengen. We zien ook experimenten in de ziekenhuissector. Een voorbeeld is het Ziekenhuis Netwerk Antwerpen (ZNA). Dat kan positief zijn. Op die manier kan men ook aan laaggeschoolden een aantal taken in de zorgsector geven. Ik wil alleen vragen dat u ook aandacht zou hebben voor de controle daarop. De meeste experimenten gebeuren met goede bedoelingen, maar ze mogen niet tot gevolg hebben dat een heel aantal taken worden geoutsourcet, buiten de zorgsector, of dat veel meer dan nodig een beroep wordt gedaan op uitzendkrachten. Dit is dus positief, maar er moet toch enige controle op zijn op het terrein.

De voorzitter

Mevrouw De Waele heeft het woord.

Patricia De Waele

Voorzitter, geachte leden, er is inderdaad een tekort aan verpleegkundigen, maar niet alleen in de rusthuissector. Om onze gezondheids- en bejaardenzorg in de toekomst veilig te stellen of aantrekkelijk te houden, moeten er natuurlijk wel wat maatregelen worden genomen. Het is positief dat uit onderzoek blijkt dat de sector toch ook wel wat voordelen heeft qua flexibiliteit in de arbeidsinvulling. Ik heb dat toch kunnen lezen. Daar moeten we voort op blijven inzetten, zodat die flexibele arbeidsvoorwaarden uitermate belangrijk worden.

Anderzijds blijkt uit getuigenissen dat er hoofdzakelijk een tekort aan hoger opgeleiden is. Ook uitzendkantoren laten dat duidelijk weten. Daaraan zouden we toch ook wel meer aandacht moeten kunnen besteden.

Minister, dames en heren, in de commissie heb ik er meermaals op gewezen dat men ook al begint te rekruteren in het buitenland. Ik zou nog eens extra de aandacht willen vestigen op de taalvereisten. Er moet echt worden gewaakt over de taalvaardigheid van buitenlanders zodat onze gezondheidszorg daar niet onder te lijden heeft.

De voorzitter

Mevrouw Dillen heeft het woord.

Marijke Dillen

Ik sluit me aan bij dit interessante debat op de vooravond van – naar ik verwacht – een boeiende discussie. Minister, ik hoop dat u morgen ook het woord zult voeren over deze problematiek. En die is al ouder dan 2007, mevrouw Van der Borght.

Misschien is het interessant om nog eens na te lezen, minister, ik heb hier voor mij een boeiend voorstel van resolutie van uw fractie toen ze destijds in de oppositie zat. Van daaruit is het natuurlijk altijd gemakkelijk om uitgebreid eisen te stellen. In elk geval is het de moeite waard om dat eens door te nemen. Er staan veel goede suggesties in.

U verwijst naar het plan van de Vlaamse Regering voor Vlaanderen Medisch Centrum. Ik ga ervan uit dat daar zeer interessante aspecten over deze problematiek in zitten, maar ik zou in afwachting van de uitvoering van dat centrum toch durven aan te dringen op een versneld actieplan. Dat moet vooral een andere taakinvulling van de verpleegkundigen omvatten. Er moeten veel betere werkomstandigheden komen. Er zijn al veel inspanningen geleverd, maar er moet zeker een betere nacht- en weekendvergoeding komen. Het moet maatregelen bevatten om een vroegtijdige uitstroom te voorkomen of minstens te verminderen. Heel belangrijk, ik heb het al talrijke malen gezegd in de commissie, is de aandacht die u samen met uw collega van Onderwijs moet besteden aan de laatstejaars in het secundair onderwijs om hen te stimuleren en warm te maken voor een beroep in de zorgsector. Dit laat vandaag heel veel te wensen over.

Minister Jo Vandeurzen

Ik kan alleen maar een aantal bekommernissen onderschrijven. (Opmerkingen van mevrouw Sonja Claes)

De voorzitter

Ik pas gewoon het reglement toe, mevrouw Claes. De enige fractie die nog mocht reageren was Groen!. Als ik van het reglement afwijk, krijg ik weer klachten. Ik doe dat niet meer, het spijt me voor u. Ik ben daarvoor al op de vingers getikt door een paar fracties en sindsdien ben ik daar heel voorzichtig in.

Minister Jo Vandeurzen

Ik houd me beschikbaar in De Koffiekamer om het gesprek voort te zetten. Daar vinden trouwens toch alle belangrijke gesprekken plaats. (Opmerkingen van de voorzitter)

Veel zaken onderschrijf ik. Het is geen nieuw en plots probleem, het zal evenmin plots opgelost zijn. Het debat gaat altijd over de kwaliteit. Waar legt men de lat? Hoe kan men dat realiseren met de instroom van minder geschoolde of minder gekwalificeerde mensen? Welke carrièreperspectieven biedt men?

De opleiding tot zorgkundige is een relatief groot succes. Heel wat mensen volgen de opleiding. Het is een voortdurend zoeken naar evenwicht. Het concept van zorgkundige is precies, mevrouw De Vits, dat men hem of haar een aantal taken toevertrouwt onder supervisie of betrokkenheid van een verpleegkundige. Dat is het achterliggende idee. Ik ben het er helemaal mee eens dat men moet zoeken naar een evenwichtig voorstel of concept. Ik ben persoonlijk nogal optimistisch over het effect van campagnes, zoals door mevrouw Dillen ook gesuggereerd, in secundaire scholen. Dat gebeurt vaak op regionaal niveau met hogescholen waar een opleiding wordt gegeven. Ik merk ook op dat de ‘toelijning’, de doorschakelmogelijkheden, vaak een complex kluwen is geworden. Men moet soms echt al wat expertise hebben om te zien hoe iemand van polyvalent verzorgende naar een andere functie kan evolueren. Het project 600 is daar een voorbeeld van.

Ik denk dus dat de boodschap erin moet bestaan om op dat vlak eenvoud, transparantie en duidelijkheid te creëren, en daarover dan goed te communiceren. Ik probeer dit in dat plan, na het nodige overleg, geregeld te krijgen. Zoals gezegd: de VDAB heeft niet gewacht om initiatieven te nemen, en ze zullen de komende maanden worden uitgevoerd.

Lies Jans

De bekommernis van zowel meerderheid als oppositie bestaat erin dit prangende probleem weg te werken. U hebt gelijk als u zegt dat dit niet van vandaag op morgen kan. Het is echter belangrijk dat er stappen vooruit worden gezet. Er is dus zowel letterlijk als figuurlijk werk aan de winkel.

Vera Van der Borght

Niet enkel in de koffiekamer, maar zeker in de commissie worden er goede debatten georganiseerd. Ik suggereer iedereen om de verslagen te lezen en onze bekommernissen te bekijken. Als we met zijn allen daar aandacht voor opbrengen, kunnen we de zaken op structurele wijze aanpakken. Ik kijk met veel belangstelling uit naar uw actieplan. En ik hoop dat we hier volgend jaar niet opnieuw moeten staan en vrij snel, via vragen in de commissie, inzicht krijgen in de evolutie van de implementatie van het actieplan. We hopen op een ernstige vooruitgang.

Griet Coppé

Afgaande op wat hier is gezegd, wordt het voor u een grote uitdaging om ervoor te zorgen dat goede acties worden ondernomen. We hebben het volste vertrouwen dat u daarin zult slagen. We zullen dit dossier in de commissie uiteraard blijven opvolgen.

De voorzitter

Het incident is gesloten.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.