U bent hier

Bespreking

Dames en heren, aan de orde is de beleidsnota Inburgering en Integratie 2009-2014.

Volgens artikel 73, punt 5, eerste lid, van het reglement wordt de bespreking gehouden op basis van de met redenen omklede moties en moties van wantrouwen die tot besluit van de in commissie besproken beleidsnota zijn ingediend.

De bespreking is geopend.

De heer Creyelman heeft het woord.

Frank Creyelman

Voorzitter, minister, geachte leden, de beleidsnota Inburgering bevat weinig nieuws tegenover het beleid van de vorige Vlaamse Regering. Zoals dat vroeger al het geval was, wordt van allochtonen en immigranten in realiteit niet verwacht dat ze zich inpassen in onze Vlaamse en Europese modelcultuur. De uitgangspunten van dit inburgeringsbeleid zijn interculturaliteit en diversiteit. Volgens de beleidsnota is de culturele en etnische diversiteit in onze samenleving een feit en zal Vlaanderen als gevolg van de aanhoudende immigratie voort verkleuren. Dat laatste is zeker juist: de federale overheid zadelt Vlaanderen op met allerlei exotische volkeren uit al even exotische culturen. Indien deze regering het federale niveau niet kan overtuigen het roer drastisch om te gooien, zal onze samenleving inderdaad voort verkleuren en zal Vlaanderen de financiële en maatschappelijke kostprijs van die Belgische verkleuringswoede voort blijven betalen.

Het federale immigratiebeleid lijkt in dezen wel een middel om de volkseigenheid van Vlaanderen op langere termijn kapot te maken. Misschien hopen sommigen in dit land uit de chaos en de mengelmoes die ontstaat, ooit nog eens een echte Belg te scheppen, iemand die geen voeling heeft met de cultuur of met het verleden van dit land.

De beleidsnota gaat enerzijds uit van juiste feitelijkheden: Vlaanderen wordt inderdaad overspoeld door mensen met een andere culturele en maatschappelijke achtergrond. Het multi-etnische Vlaanderen is een feit, en op zich – als het niet verder uit de hand zou lopen – valt daar misschien nog mee te leven. Het Vlaams Belang heeft natuurlijk niets tegen andere kleuren of tegen andere etnische groepen. Maar waar we wel wat tegen hebben, is dat u weigert een andere al even juiste feitelijkheid door te drukken. Die andere feitelijkheid is dat wij in Vlaanderen onderdeel zijn van de Europese beschaving met eigen normen en waarden, gewoonten en tradities. Vlaanderen is als het ware ons stukje op de planeet dat ons volk generatie na generatie heeft vormgegeven en geboetseerd. Ons land zegt wie wij zijn en wat onze plaats is in die Europese beschaving. Dat land is niet perfect, maar het is wel óns land. Men zou dus toch mogen verwachten van allochtonen en vreemdelingen dat ze daar enig respect voor hebben én dat ook de beleidsnota Inburgering door een zekere vaderlijke strengheid ervoor zou zorgen dat zij worden geholpen – lees: verplicht – om in te burgeren.

Maar daar wringt het schoentje. U gaat uit van een maatschappijmodel waarin mensen samenleven op grond van gelijkwaardigheid met respect voor ieders eigenheid. Uiteraard zijn alle volkeren gelijkwaardig, maar onze Vlaamse en Europese modelcultuur moet vooraan staan. Dat is onvoldoende het geval. Democratie, vrije meningsuiting, gelijkwaardigheid van man en vrouw zijn in eerste instantie Europese normen en waarden, die niet overal ter wereld voet aan wal hebben gekregen. Met name de islamitische wereld is als de dood voor deze Europese beschavingsuitingen. Het zijn precies deze mensen – of ze nu al enkele decennia in ons land verblijven of pas zijn geïmmigreerd – die de meeste problemen kennen om zich in te burgeren.

Ook de beleidsnota geeft trouwens voorzichtig toe dat het inburgeren van moslims zeer moeilijk is. Voor onze fractie is dat niet zozeer zeer moeilijk, maar eerder bijna onmogelijk. Dat geldt natuurlijk niet voor die moslims die hun religieuze achtergrond als een stukje meegebrachte cultuur beschouwen, en er zich verder niet al te veel van aantrekken. Daar is meestal geen probleem mee, maar dat is niet de meerderheid. En het is zeker niet de groep die het sterkst ageert. Voor die andere groep moslims is integreren onmogelijk, omdat zij de Koran letterlijk nemen en de eigen cultuur als alleenzaligmakend beschouwen. Ik heb deze middag trouwens een delegatie Berbers gesproken die – als ervaringsdeskundigen – zelf zeggen dat de islam aan een kolonisatie van Europa bezig is.

Maar het inburgeren van die groep moslims is niet alleen daarom onmogelijk. Het is ook onmogelijk omdat het inburgeringsbeleid niet is gericht op resultaatsverbintenissen, maar op een inspanningsverbintenis. Het is al voldoende dat men een poging onderneemt om Nederlands te leren en naar de inburgeringscursus komt, en men is zogenaamd ingeburgerd. De cijfers bewijzen dat. Heel het effectief afdwingbaar inburgeringsbeleid is in de praktijk een lachertje, met duizenden die zich straffeloos onttrekken aan hun inburgeringsverplichtingen en belachelijk lage straffen.

Wij vragen dat verplichte inburgering wordt gekoppeld aan de toekenning van de verblijfsvergunning. Laat immigranten niet enkel een cursus afleggen maar ook zichzelf bewijzen via een inburgeringsexamen. Maar daar zien we allemaal niets van in deze beleidsnota. Er is in de praktijk totaal geen sprake van enige verscherping van het inburgeringsbeleid.

Minister, laten we eindelijk ophouden met de vaagheid die kenmerkend is voor het huidige inburgeringsbeleid en overschakelen naar een duidelijk beleid van assimilatie aan de Vlaamse en westerse modelcultuur. Vul eindelijk deze beleidsnota aan met concrete eisen inzake strenge beperkingen aan de gezinshereniging, het sluiten van achterpoortjes voor misbruik van de asielwetgeving en stel in deze harde eisen aan de federale regering. Probeer eindelijk de noodzakelijke aanpassingen door te voeren in het inburgeringsbeleid om de doelgroep van de verplichte inburgering nog uit te breiden en een echt inburgeringsexamen in te voeren, gekoppeld aan een verblijfsvergunning. Zorg er eindelijk voor dat de integratie-industrie zich 100 percent kan inschakelen in het inburgeringsbeleid in plaats van tegen te werken en de islamisering van onze steden nog hand- en spandiensten te bewijzen.

Minister, als u dat allemaal kunt realiseren, dan kunnen wij zowel aan de autochtone inwoners van dit land als aan de nieuwe inwoners een toekomst bieden. Anders blijft het dweilen met de kraan open. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De heer Anthuenis heeft het woord.

Filip Anthuenis

Voorzitter, het zal u plezieren dat ik zeer kort zal zijn. Ik zal me beperken tot de essentie, wat toch de bedoeling is van dit debat. Het zal waarschijnlijk ook de minister plezieren dat Open Vld als oppositiepartij het inburgeringsbeleid van de Vlaamse Regering steunt. Vriend en vijand zullen natuurlijk toegeven dat het huidige en toekomstige inburgeringsbeleid verder borduurt op dat van de vorige minister, onze goede collega Marino Keulen. Dat mag toch ook wel gezegd worden.

Wat we een beetje jammer vinden – en dat is niet alleen uw fout, minister –, is dat er niet één enkele minister is voor maatschappelijke integratie. Het zou beter geweest zijn indien men Inburgering, Diversiteit en Gelijke kansen in één departement had gebundeld. Beter bestuurlijk beleid noemen we dat.

Er zitten nieuwe ideeën en doelstellingen in uw beleidsnota, zoals inburgeringscursussen in het land van herkomst. Er komt ook een ontmoedigingsbeleid van transnationale huwelijken van tweede- en derdegeneratiemigranten. Dat zijn lovenswaardige doelstellingen maar ze zijn gebaseerd op vrijwilligheid. Er zal ook veel medewerking nodig zijn van ambassades en consulaire diensten. Het zal niet zo eenvoudig zijn.

Ik stel voor dat we ons focussen op de inburgering in Vlaanderen, in de Vlaamse steden en gemeenten. Geloof me vrij, ik weet wat ik zeg, ik kom uit een ‘inburgeringsgevoelige’ stad, er is nog veel werk in Vlaanderen. Er zijn nog veel veel uitdagingen. (Applaus)

De heer Kennes heeft het woord.

Minister, de beleidsnota sluit aan bij de visie van de christendemocraten om mensen kansen te geven in onze samenleving. Nieuwkomers in Vlaanderen krijgen kansen door Nederlands te leren en zich in onze gemeenschap in te burgeren via cursussen maatschappelijke oriëntering, maar ook via onderwijs en toeleiding naar de arbeidsmarkt. Daarom maken we ons ernstige zorgen over de wachtlijsten die thans ontstaan om Nederlands te leren, een zorg die we in deze vergadering een aantal weken geleden nogmaals hebben vertolkt. Een gebrekkige kennis van onze taal is een ernstige hinderpaal in contacten met buren en de overheid, in het onderwijs en om werk te vinden.

Inburgering heeft een belangrijke sociaal-economische invalshoek, maar heeft ook te maken met respect voor onze waarden en normen, met wederzijdse openheid en begrip en met respect voor ieders identiteit. Identiteit is een brandend actueel thema dat ook in onze buurlanden hoog op de agenda staat en aanleiding geeft tot een debat waar ook landgenoten zich in mengen en soms hun vingers aan verbranden. Mensen hebben een individuele identiteit, maar ook gemeenschappen hebben een identiteit. Identiteit is voor christendemocraten geen kwestie van uitsluiten, maar van delen. Vlaanderen is al eeuwenlang een open regio, een gebied van handel, doorvoerroutes en culturele contacten. Als Vlaamse gemeenschap staan we open om onze taal en ons samenlevingsmodel van inspraak, persoonlijke verantwoordelijkheid en sociale bescherming te delen. We mogen dan ook van nieuwkomers verwachten dat zij op dit aanbod ingaan. We willen dit beleid voortzetten, verbreden en verdiepen.

CD&V staat daarom achter de doelstellingen van de beleidsnota die via kennis van het Nederlands en inburgering van zowel nieuw- als oudkomers wil komen tot een actief burgerschap. Vanuit onze positieve benadering van zingeving en religie vindt mijn fractie het positief dat u het debat over de rol van de islam wilt aangaan, en de vertegenwoordigers van de erkende moskeeën zult uitnodigen om een rol op te nemen in het meebouwen aan de Vlaamse samenleving. Het gaat daarbij voor CD&V ook over de zichtbare uitingen van geloof in een open en verdraagzame samenleving. Ook de herhaalde aandacht in de beleidsnota voor de huwelijksmigratie, die risico’s inhoudt op kansarmoede en schoolachterstand vindt mijn fractie in dit licht terecht. Dit raakt natuurlijk de private levenssfeer, maar is daarom niet minder maatschappelijk relevant.

We onderschrijven uw doelstelling, minister, om de doelmatigheid van het aanbod te verbeteren door het voeren van een actief taalpromotiebeleid – ook naar de oude Vlamingen –om de standaardtaal te gebruiken, door een inburgeringsaanbod uit te werken op maat van de heterogene doelgroep, door maatschappelijke participatie te stimuleren, door te werken aan een vlotte overgang van het primaire naar het secundaire inburgeringstraject en door de verdere uitbouw van de sector van het sociaal tolken.

Wat de projectoproep ‘Managers van diversiteit’ betreft, vragen we om rekening te houden met de resultaten van het onderzoek van de Koning Boudewijnstichting en de opmerkingen van de Inspectie van Financiën. We zijn ook voorstander van een evaluatie van het sanctiesysteem in functie van de efficiëntieverhoging van het inburgeringsbeleid, en van de verdere versterking van de rol van de lokale besturen. We vragen u ook om, in overleg met de sociale partners en het middenveld, werk te blijven maken van een verhoging van het civiele effect van de inburgering.

Een volwaardige deelname van personen met een allochtone achtergrond in de diverse maatschappelijke domeinen zoals economie, arbeidsmarkt, politiek en onderwijs is voor CD&V een belangrijke doelstelling. We staan dan ook achter de oprichting van de commissie Integratie, het geïntegreerd actieplan Integratie dat zij zal opstellen, en de Staten-Generaal voor Inburgering en Integratie, die dit jaar wordt samengeroepen. CD&V heeft het belang van een inclusief en gecoördineerd beleid, met meetbare doelstellingen en een systematische opvolging en evaluatie van de resultaten in de verschillende domeinen, steeds onderstreept. Een meetbaar inburgeringsbeleid waarbij input en output in evenwicht zijn, moet uw en onze bekommernis zijn. (Applaus bij CD&V)

De heer De Loor heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, de uitgangspunten van de beleidsnota Inburgering en Integratie zijn interessant. Het integratiebeleid moet een horizontaal beleidsdomein zijn en dus wegen op andere beleidsdomeinen. Dit is heel belangrijk aangezien eenieder zich verantwoordelijk moet voelen voor een sociale en warme samenleving. Er moeten muren worden afgebroken, zowel bij allochtonen als bij autochtonen. Alle burgers dienen mee te werken aan het succes van inburgering en integratie.

Naast de nieuwe accenten die de minister legt, wordt in de beleidsnota voortgewerkt op de krachtlijnen en de basis die werd gelegd voor het inburgeringsbeleid van zijn voorganger. Hierdoor wordt de continuïteit in het beleid geboden, wat heel belangrijk is.

Inburgering en integratie zijn instrumenten van gelijke kansen. Het is echter ook een aangelegenheid van rechten en plichten. De taal beheersen is de eerste voorwaarde om kansen te krijgen in de maatschappij. Een kwaliteitsvol NT2-onderwijs en een verdere professionalisering van de onthaalbureaus zijn noodzakelijke voorwaarden. Ook de achterstand op de arbeidsmarkt, in het onderwijs, op het vlak van huisvesting enzovoort moet worden aangepakt. Onthaalbureaus moeten ouders stimuleren hun kinderen naar school te sturen, maar het is even belangrijk – en daarin volg ik de Vlaamse Jeugdraad – dat ouders ook gestimuleerd worden om hun kinderen deel te laten nemen aan vrijetijdsactiviteiten en aan het verenigingsleven. Het jeugdwerk kan daarin een partner zijn.

In zijn memorandum pleit het Kinderrechtencommissariaat voor een minderjarigenwerking in elk onthaalbureau, dat onder meer informatie kan geven over vrijetijdsbestedingsmogelijkheden. Voor wat betreft het verhogen van het civiel effect van de inburgering door het invoeren van een inburgeringscertificaat moet er nog verdere uitklaring komen in de volgende jaren zodat – in weerwil van de ongetwijfeld goede intenties – vermeden wordt dat een mattheuseffect zou ontstaan.

Minister, inburgering en integratie zijn positieve zaken, en zo moeten we er ook blijven tegen aankijken. Maar het moet mij van het hart: we mogen dit moeilijke debat niet uit de weg gaan en het mag zeker niet worden geradicaliseerd en vanuit een negatieve invalshoek worden benaderd zoals een aantal collega’s van het Vlaams Blok daarnet nog, maar ook gisteren en de voorbije maanden in onze commissie, hebben gedaan.

Inburgering is een moeilijke en complexe materie, maar tegelijkertijd een materie met grote uitdagingen, die we met een open geest moeten aanpakken. Sp.a wil hier haar verantwoordelijkheid opnemen en steunt daarom de beleidsnota Inburgering en Integratie.

De heer Segers heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, de inburgeringsector is een jonge sector. Er zijn de afgelopen jaren reeds heel wat stappen gezet. Nu moeten we verder professionaliseren, verbreden en uitbouwen. Met deze beleidsnota heeft de minister ter zake alvast een degelijke basis gelegd voor de komende 5 jaar.

Om dat te doen lukken, legt de N-VA een aantal aandachtspunten. Ten eerste: de kennis van de taal en het Nederlands als tweede taal (NT2). De taal neemt terecht een belangrijke plaats in in het beleid van de Vlaamse Regering, niet alleen wat betreft inburgering, maar ook op het vlak van werk, onderwijs, wonen enzovoort. Taal is immers een voorwaarde om je aanvaard te voelen in de samenleving waarin je terechtkomt.

Ten tweede: inburgering in het land van herkomst, het inlichten over en het voorbereiden op een komst naar Vlaanderen. Dat is niet onbelangrijk. Ten derde: de versterking van het civiele effect. De inspanning van de inburgeraar moet ook maatschappelijk worden beloond. Ten vierde: het belang van maatschappelijke oriëntatie en cursussen daaromtrent. Nieuwkomers moeten zo goed mogelijk betrokken worden bij onze samenleving. We moeten voorkomen dat ze zich terugplooien op de eigen gemeenschap. Inburgering en integratie gaan ook over normen en waarden, vandaar het belang van die maatschappelijke oriëntatie. Ten vijfde: de hervorming van de integratiesector en de samenwerking met de inburgeringsector, en de uitbouw van het Vlaams Expertisecentrum Migratie en Integratie (VLEMI) tot motor en ondersteunings- en coördinatiecentrum voor heel het integratie- en inburgeringsgebeuren.

Dat is onze visie op het totale integratiebeleid. Het inburgeringsdebat kan echter niet los worden gevoerd van het migratiedebat. Het uitbouwen van een efficiënt en kwalitatief inburgeringsbeleid op Vlaams niveau is moeilijk als er op federaal vlak geen of een gebrekkig migratiebeleid wordt gevoerd. De recente initiatieven van de minister daartoe, zoals de plannen voor sensibilisering inzake gezinshereniging, of het protest tegen het huidige spreidingsplan, zijn in dit kader enerzijds toe te juichen, maar anderzijds spreekt het voor zich dat dat niet de juiste manier van werken kan zijn.

Uiteraard staan wij achter deze beleidsnota en zullen we hem straks ook goedkeuren. We delen de items uit de beleidsnota in vier delen in. Ten eerste: de N-VA-standpunten die ik daarnet al heb vertolkt. Ten tweede: een aantal interessante elementen, zoals het bestuderen van de rol van de islam en de Vlaamse samenleving, het uitbreiden van het inburgeringstraject met een participatieluik en het oprichten van een commissie Integratiebeleid. Ten derde: enkele onduidelijkheden – of als je het positief bekijkt: uitdagingen of kansen – zoals de verhouding tussen certificaten en attesten, de aanpassing en vernieuwing van de kruistpuntbank rond inburgering, de uitvoering van het Integratiedecreet, en zeker en vast de situatie in Brussel.

Ten vierde: de hervorming van de integratiesector via uitvoeringsbesluiten, met het oog op efficiëntieverhoging, een betere samenwerking tussen alle verschillende integratie- en inburgeringsinstanties, en dat met meer doelmatigheid tot gevolg, de uitbouw van het VLEMI als spilfiguur in dit verhaal, en werk maken van een discours dat integratie ook van de ontvangende samenleving moet komen.

Die vier categorieën van redenen staan in deze beleidsnota. Daarom, minister, beste collega’s, zal de N-VA de beleidsnota ook goedkeuren. (Applaus bij de N-VA)

De heer Caron heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, er staan in de beleidsnota Inburgering heel wat goede zaken, laat mij dat eerlijk en duidelijk zeggen bij het begin van mijn korte betoog. Ik wil vijf aspecten aanhalen die wij zeker delen met de minister.

Minister, u legt heel erg het accent op de kennis van het Nederlands. En dat is terecht. De kennis van het Nederlands is een absolute voorwaarde voor inburgering. Dat steunen we voluit. Ik weet dat u er niet alleen verantwoordelijk voor bent, maar er zijn opnieuw een aantal wachtlijsten voor cursussen Nederlands, bijvoorbeeld in Antwerpen. Ik hoop dat die snel kunnen worden weggewerkt. U legt er ook de nadruk op dat nieuwe Vlamingen kansen moeten krijgen op het vlak van onderwijs, werk, sociale contacten enzovoort. Uiteraard kunnen wij dat steunen.

Misschien wel de belangrijkste uitspraak die u in uw beleidsnota doet, is deze: “Inburgering is geen eindpunt, maar een opstap naar een verdere integratie in de samenleving.” Dat is inderdaad juist.

In die zin blijven we met vragen en twijfels achter. Minister, in uw beleidsnota pleit u bijvoorbeeld voor certificering. U wilt cursussen en trajecten van mensen in de inburgering certificeren. Wij twijfelen daaraan. Dat heeft mogelijk positieve effecten. Sommige mensen kunnen daardoor kansen krijgen en een stap vooruit zetten. Het beloont mensen die zich extra inspannen en dat is positief. Anderzijds is het een nieuw instrument dat al snel tot uitsluiting kan leiden. Voor heel veel mensen kunnen fysieke toegang, externe hinderpalen of capaciteiten een zo ernstig probleem vormen dat ze die certificering niet kunnen halen. Hoe gaan we daar mee om? We zijn niet noodzakelijk tegen, maar een certificaat zou iets moeten zijn dat iedereen met een normale, redelijke inzet zou moeten kunnen behalen.

Minister, u bent erg open in uw beleidsnota en positief ten aanzien van de mensen die bij ons komen wonen, maar we missen de dimensie: wat met de autochtone Vlaming in heel dat proces? Inburgering is ook een zaak van de autochtone bevolking. Wij moeten er ook voor open staan. U haalt het in de inleiding aan, maar voor de rest hebt u geen enkele lijn uitgezet over hoe dit zou kunnen gebeuren. De collega’s van het Vlaams Belang beseffen het misschien nog altijd niet, maar we krijgen geen exclusief witte, eentalige en monolitische samenleving morgen. We krijgen een pluralistische, diverse, gekleurde samenleving en dat vergt een inburgeringstraject van iedereen.

Minister, we zouden graag hebben dat u in de inburgering vooral accenten legt op de secundaire inburgeringstrajecten. Laten we proberen zoveel mogelijk mensen toe te leiden naar het reguliere onderwijs, naar de voortgezette vorming, naar de beroepsopleiding van de VDAB enzovoort, zodat mensen een normaal circuit van toegang tot de samenleving, de arbeidsmarkt, het onderwijs en het wonen kunnen realiseren. In die zin willen we dit soort stappen in belangrijke mate ondersteunen.

We hopen dat de werking en de hervorming van de integratiecentra en -diensten – u bent bezig met het uitvoeringsbesluit ter zake – snel kunnen gebeuren ten bate van zoveel mensen. Deze maanden worden er heel wat mensen geregulariseerd in het kader van de algemene federale regularisatiecampagne. We moeten ons vanuit Vlaanderen inzetten opdat die mensen zich zo snel mogelijk kunnen inburgeren in onze Vlaamse samenleving. (Applaus bij Groen!)

De heer Vereeck heeft het woord.

Lode Vereeck

Voorzitter, minister, collega’s, de grootschalige aanwezigheid van mensen met diverse culturele en etnische achtergronden stelt de sociale samenhang van onze samenleving ernstig op de proef. Het behouden van een sterk en homogeen burgerschap, beleefd door alle Vlamingen, ongeacht hun origine, is dan ook een enorme uitdaging. Inburgering dient voor de LDD-fractie een dwingende uitnodiging te zijn om actief aan onze samenleving deel te nemen. Rechten impliceren immers ook plichten. Onze uiteindelijke bedoeling moet er dan ook in bestaan de inburgeraars zo zelfredzaam mogelijk te maken, waarbij iedereen maximaal in onze samenleving wordt geïntegreerd, in de allereerste plaats door inschakeling op de arbeidsmarkt.

Minister, als LDD-fractie zijn we er dan ook van overtuigd dat inburgeringscursussen een noodzaak zijn, maar we zijn er eveneens van overtuigd dat deze cursussen geen finaliteit op zich zijn, maar slechts een middel tot, of om het in de bewoordingen van uw beleidsbrief te zeggen: “Inburgering is geen eindpunt, maar een eerste opstap naar integratie.”

Laat het duidelijk zijn dat, wat LDD betreft, integratie enkel optimaal kan geschieden via de daadwerkelijke inschakeling van de inburgeraars op de arbeidsmarkt. Kortom, wat ons betreft, is het motto: werk, werk en nog eens werk. Iedereen is welkom in dit land om er te werken.

Daar knelt nu precies het schoentje. Om maar één cijfer uit uw beleidsnota te noemen: de werkloosheidsgraad bij niet-EU-burgers ligt maar liefst vijf keer hoger dan bij Vlamingen met de Belgische nationaliteit. In die optiek zou het ons inziens niet meer dan correct zijn om de resultaten van het inburgeringsbeleid mee af te meten op basis van de arbeidsmarktparticipatie. Een dergelijke concreet meetbare resultaatsverbintenis staat helaas niet in de beleidsnota.

Via burgerschapsvorming zou eenieder die zich in Vlaanderen wil vestigen een integratiebewijs moeten kunnen voorleggen. Daartoe moeten we bewerkstelligen dat er door de inburgeraars een inburgeringstraject moet worden gevolgd en dat onze taal moet worden aangeleerd. Het inburgeringsbeleid voor minderjarige nieuwkomers verdient daarbij onze bijzondere aandacht. Inburgeraars er maximaal toe aanzetten hun inburgeringscursus regelmatig te volgen en te beëindigen, vereist een efficiënt en effectief handhavingsbeleid. Het vroegtijdig, zonder geldige redenen stopzetten van het inburgeringstraject moet bovendien daadwerkelijk worden beboet via administratieve geldboetes en niet, zoals voorheen het geval was, via penale geldboetes. Wat dat betreft, delen wij volledig uw analyse.

Het volstaat evenwel niet om enkel het Vlaamse beleid scherp te stellen. We dienen immers ook een optimale afstemming na te streven van het federale migratiebeleid op het Vlaamse inburgeringsbeleid, waarbij er een stevige koppeling moet worden gemaakt tussen migratie, nationaliteitsverwerving en het inburgeringsbeleid van Vlaanderen. In de zogenaamde snel-Belgwet is er tot op heden immers geen sprake van inburgering of taalkennis. Dit is volstrekt onaanvaardbaar! In het afgelopen halfjaar heeft de LDD getracht om via belangenconflicten vanuit Vlaanderen onze wensen op het federale niveau duidelijk te maken en hard te maken. We zijn daarin helaas niet gevolgd.

Om de doeltreffendheid en efficiëntie van het beleid te verhogen, zijn de onthaalbureau’s, de Huizen van het Nederlands en de VDAB uitgegroeid tot de belangrijkste spelers op het terrein. We zullen er dan ook voor ijveren dat er effectief gestalte wordt gegeven aan de verdere professionalisering van het inburgeringsbeleid. In die optiek kan het enkel worden toegejuicht om aan potentiële nieuwkomers de mogelijkheid te bieden om zich reeds in het land van herkomst voor te bereiden op hun komst naar Vlaanderen zonder dat het volgen van dit aanbod de al dan niet afgifte van een verblijfsvergunning kan en mag beïnvloeden. Er moet ook werk worden gemaakt van een inburgeringsexamen of integratietest zodat we daadwerkelijk kunnen nagaan of de inburgeraar voldoende Nederlands kent en voldoende op de hoogte is van alle mogelijkheden, rechten en plichten die hij of zij hier heeft. Er zijn een aantal Scandinavische landen waar dat het geval is. Het inburgeringsexamen of integratietest moet vervolgens worden gekoppeld aan het bekomen van een definitieve verblijfsvergunning.

Volkomen terecht wordt er in uw beleidsnota wat betreft de bestaande “projectsubsidies inzake diversiteitsdenken buiten de structurele kaders” gesteld: “Er moet echter wel worden bekeken of de subsidiekaders leiden tot de meest optimale besteding van de middelen.” Deze intentie moet wat ons betreft zo snel mogelijk hard worden gemaakt door de werking van de reeds bestaande organisaties voor allochtonen die worden gesubsidieerd door de Vlaamse overheid, aan een grondige audit te onderwerpen. Daarbij moet de klemtoon liggen op de maatschappelijke relevantie en meerwaarde van de initiatieven. Dat is overigens een vraag die ook uitgaat van goed geïntegreerde allochtonen. Van die grondige audit moeten de resultaten vervolgens consequent geïmplementeerd worden door de subsidies die geen of onvoldoende maatschappelijke meerwaarde genereren, gewoon af te schaffen. Als de regering daadwerkelijk efficiëntiewinsten wil boeken, dan liggen op dit domein ook kansen om woorden in daden om te zetten. (Applaus bij LDD)

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De bespreking is gesloten.

Wij zullen straks de hoofdelijke stemmingen over de met redenen omklede moties houden.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.