U bent hier

Bespreking

Dames en heren, aan de orde is de beleidsnota Binnenlands Bestuur 2009-2014.

Volgens artikel 73, punt 5, eerste lid, van het reglement wordt de bespreking gehouden op basis van de met redenen omklede moties en moties van wantrouwen die tot besluit van de in commissie besproken beleidsnota zijn ingediend.

De bespreking is geopend.

De heer Caron heeft het woord.

Minister, voel u geheel en al vrij, en spreek desnoods zonder microfoon. Ik houd van het debat. Ik wil alvast een poging doen om het debat te stimuleren door een steen in de kikkerpoel te gooien. U hebt op zijn minst een beleidsnota geschreven die tot discussie zal aanleiding geven de komende jaren. U probeert een aantal relaties tussen bestuursniveaus in dit Vlaamse land te herijken. Deze intentie staat in uw beleidsnota, en het is een zeer interessante intentie, want er valt wel wat te herijken.

Wij kunnen een aantal elementen uit uw analyse delen. U hebt het bijvoorbeeld over de ‘verrommeling’ van het bovenlokale niveau en van het bestuurlijke kader tout court, maar vooral van het niveau tussen gemeenten en Vlaamse overheid of tussen gemeenten en provincies. U hebt het over decentralisatie en subsidiariteit. Uw analyse kunnen wij grotendeels volgen.

Ik denk dat het waar is dat er meer aandacht moet worden besteed aan en dat het accent moet worden gelegd op de lokale besturen, de gemeentebesturen, want die zijn het eerste aanspreekpunt voor de burger. Wij steunen u in die intentie – laten we daar eens vol voor gaan – maar dan zal in de eerste plaats Vlaanderen een inspanning moeten doen en minder Jozef II spelen, want dat kan het vandaag nog altijd bijzonder goed. Ik hoop dat ik in u een medestander vind om wat minder keizer-kostermentaliteit te krijgen in dit op het vlak van invloed en beleid toch zo begerige Vlaanderen.

Meer accent op de lokale besturen en dus minder Vlaanderen. Maar dan is er ook de problematiek van de ‘verrommeling’ van de tussenniveaus, dat is helemaal juist, maar welke antwoorden moeten we daarop geven? Misschien moeten we een paar principes van goed bestuur opnieuw naar voren schuiven. Ik denk aan transparantie, zuinigheid, subsidiariteit, democratische legitimatie, geen concurrerende bevoegdheden en geen overlappende bevoegdheden. Als we die principes in Vlaanderen toepassen, dan is er heel veel werk aan de winkel.

Minister, als u de realiteit van de ‘verrommeling’ in kaart brengt, neem ik aan dat daar ook conclusies uit worden getrokken. Er zijn in Vlaanderen tientallen, honderden intercommunale besturen, regionaal sociaaleconomische overlegcomités (RESOC’s), lokaal overlegplatformen (LOP’s), lokaal gezondheidsoverleggen (LOGO’s) en allerhande werkgroepen, van conferenties van burgemeesters tot politiek gelegitimeerde intercommunale structuren. Het is één rommeltje, er is slecht bestuur en ze zijn vooral niet transparant, niet zuinig, ze kosten heel veel geld aan bestuursmandaten en er is heel veel personeel.

Welk antwoord moeten we daarop geven? U pleit voor een vermindering van het aantal tussenstructuren en we kunnen u daarin volgen, maar misschien moet u eens denken aan de realiteit. Vandaag zijn de lokale besturen vaak te klein of te beperkt in instrumentarium om alle taken zelf uit te voeren, maar noch bij de provincies noch bij de Vlaamse overheid is er een alternatief om al die taken over te nemen, om het in hun plaats te doen.

Ik zou u willen uitnodigen, minister, om eens na te denken over stadsregio’s en plattelandsregio’s als alternatief voor al die verrommelde structuren tussen het lokale, provinciale en Vlaamse niveau. Zouden we geen experiment doen? Er werd de afgelopen maanden wat studiemateriaal geleverd door een aantal professoren, dat gebeurde trouwens in opdracht van uw voorganger. Kunnen we niet een aantal van die elementen gebruiken en misschien zelfs een kaderdecreet maken om een aantal zaken te stroomlijnen? Want, weet u, zelfs al verminderen we morgen het aantal intercommunales en tussenstructuren, toch blijft er een tekort op het vlak van democratie, op het vlak van transparantie, op het vlak van zuinigheid en op het vlak van efficiëntie. We moeten durven doordenken en verder gaan dan vandaag.

En dan zijn er de provincies. Ik weet niet of u nog erg welkom bent op de congressen van de Vereniging van de Vlaamse Provincies (VVP), u bent er een tijdje geleden nog gaan spreken. U blaast een beetje warm en koud, minister, u schaft de provincies niet af, dat is duidelijk, maar anderzijds bindt u ze in met gesloten bevoegdheden, die door collega’s ‘sluitende bevoegdheden’ worden genoemd – ik vermoed dat daar een denkproces achter zit, mijnheer Durnez, ik hoop maar dat het geen ‘sluipend pad’ is.

Minister, u moet duidelijk zijn. Willen we provincies of niet? En willen we ze beperken tot wat u ‘grondgebonden bevoegdheden’ noemt? Ik begrijp het niet. Waarom moeten ze grondgebonden zijn? Provincies zijn buitengewoon actief op het vlak van sport, van cultuur en van onderwijs, maar dat zijn materies die niet grondgebonden zijn. Wie zal die overnemen, de lokale besturen?

Dat zijn vraagstukken die we morgen moeten oplossen, minister, en ik nodig u uit om de ‘verrommeling’ die u treffend beschrijft in uw beleidsnota, aanleiding te laten geven tot een grondig debat in de commissie en om in dit plenum te komen tot een beter georganiseerd Vlaams bestuur waarbij zowel het lokale niveau versterkt wordt, er voor de streek en voor de provincies adequate oplossingen komen en er wat minder Jozef II in Vlaanderen is.

Mevrouw De Ridder heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, de beleidsbrief bevat voor ons een aantal positieve elementen en één daarvan is de interne staatshervorming. U weet, minister, dat wij bereid zijn om daarover het debat mee aan te gaan. Gelet op het belang is het ook vanzelfsprekend dat het parlement daarvan zo goed mogelijk op de hoogte wordt gehouden en nauw wordt betrokken bij de bespreking. In de commissie hebben we al hoorzittingen gepland, met de VVSG, de Vereniging van de Vlaamse Provincies (VVP) enzovoort. Wij kijken reikhalzend uit naar het groenboek of witboek, wat het ook mag zijn, dat er tegen de zomer zou komen. Daarna zullen de fracties uiteraard resoluties kunnen indienen.

Bij andere elementen willen we toch bedenkingen maken. Eerst en vooral kanten wij ons niet tegen de vrijwillige fusies van gemeenten. We vragen ons wel af hoe u dat juist denkt te stimuleren. Dat is nog niet helemaal duidelijk. Welke incentives voorziet u? Hoe groot zullen die zijn? Denkt u dat in de tijd beperkte stimuli zullen volstaan? Bent u zich ervan bewust dat het heel moeilijk is om in de tijd beperkte acties nadien af te schaffen omdat die vaak door partners onterecht als een verworven recht worden beschouwd?

We hechten veel belang aan het afbouwen van de planlast. Onze fractie heeft in de vorige legislatuur, nog in een andere rol, een voorstel van decreet neergelegd, samen met veel collega’s van de meerderheid. Het ging erover dat lokale overheden worden belast door de opmaak van een hele reeks door hogere instanties opgelegde beleidsplannen. Soms gaat dat maar liefst over een totaal van 36 plannen. Het opstellen en redigeren daarvan is vaak heel tijdsrovend en arbeidsintensief. Dat voorstel van decreet is in 2009 voor de verkiezingen ingediend door de heer De Meulemeester onder anderen. Het wou daaraan verhelpen en stelde dat de plannen de beleidscyclus van een lokale overheid dienden te volgen. Waar mogelijk zouden de plannen moeten worden samengevoegd, bijvoorbeeld één lokaal vrijetijdsplan ter vervanging van de verschillende beleidsplannen voor sport, cultuur, jeugd en noem maar op. We zouden de plannen en de administratieve last willen beperken door het opleggen van een plafond. We roepen de meerderheid op om dit geen dode letter te laten blijven. Het decreet is nog redelijk recent. We roepen u op, minister, om hieraan uitwerking te geven.

Onze fractie dringt bij u aan, minister, dat u de lokale besturen aanbeveelt hun belastingen niet te verhogen. We zouden daar verder in willen gaan. We vragen om een nieuw fiscaal pact te sluiten met de steden en gemeenten. Dat is ook al ten overvloede in de commissie besproken. In ruil voor een gedeeltelijke schuldovername, zoals ook in het verleden is gedaan door de Vlaamse Regering, zouden de lokale besturen zich kunnen engageren om hun belastingen de komende twee jaar niet te verhogen. Op die manier willen we de beleidsruimte voor de gemeenten versterken zonder de inwoners of bedrijven daarvoor de rekening te presenteren. Zoals u zelf hebt gesteld, minister, wachten we op de eventuele meerwaarde die de Vlaamse Regering kan boeken op de lening aan bank-verzekeraar KBC. Het is een belangrijk aandachtspunt voor onze fractie. (Applaus bij Open Vld)

De heer Verfaillie heeft het woord.

Jan Verfaillie

Voorzitter, minister, collega’s, na deze twee minder positieve betogen, kan ik u voor de eerste keer wat dit beleidsdomein betreft een positief betoog geven. (Opmerkingen)

Minister, u hebt een belangrijke beleidsnota opgesteld, opgebouwd rond acht strategische doelstellingen.

Daarbij gaat u in op de belangrijkste uitdagingen waarmee de gedecentraliseerde besturen de komende jaren zullen worden geconfronteerd. De beleidsnota stelt zeer interessante denksporen voor waar velen die de organisatie van het binnenlands bestuur opvolgen zich kunnen in terugvinden.

Het creëren van een volwaardig partnerschap tussen de verschillende bestuursniveaus, het verder werken aan de uitbouw van sterke en verantwoordelijke lokale besturen, de noodzaak van een herfinanciering van de lokale besturen enzovoort, het zijn allemaal elementen die terug te vinden zijn in de beleidsnota en waar de komende jaren grondig werk van gemaakt moet worden.

Deze strategische doelstellingen sluiten overigens ook in zeer grote mate aan bij de standpunten en de krachtlijnen die CD&V de laatste jaren naar voren heeft geschoven en schuift inzake de organisatie van het Binnenlands Bestuur. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de noodzaak van de realisatie van een interne staatshervorming, de herfinanciering van de lokale besturen, het verminderen van de planlasten, het creëren van mogelijkheden tot interbestuurlijke samenwerking, de evaluatie van het decreet op de intergemeentelijke samenwerking enzovoort.

De hier ter stemming voorliggende moties concentreren zich op een aantal deelaspecten van de krachtlijnen van de beleidsnota, overgoten met een eigen saus. We lezen over de noodzaak het Vlaams Parlement te betrekken bij de werkzaamheden rond de interne staatshervorming. De bevoegde commissie heeft de werkzaamheden daaromtrent al aangevat en zal daar de komende maanden verder heel wat energie aan besteden.

Ook wat het geautomatiseerd stemmen betreft, heeft minister Bourgeois reeds in de commissie bevestigd dat de Vlaamse Regering volledig achter dat principe blijft staan. Er zijn ook verwijzingen naar opgelegde fusies, een gesloten taakstelling voor bepaalde bestuurslagen en een beperking van het aantal provincieraadsleden.

Bepaalde delen van deze moties sluiten aan bij de uitgangspunten van de beleidsnota, maar geen van de moties bevat naar ons oordeel alle nodige elementen om de grote uitdagingen van de komende jaren te plaatsen.

CD&V zal geen van de naar aanleiding van de bespreking van de beleidsnota Binnenlands Bestuur ingediende moties goedkeuren. Wij zullen er, samen met de minister en de hele Vlaamse Regering, wel over waken dat de vele initiatieven die in de beleidsnota vervat zijn de komende jaren tot een goed einde worden gebracht.

De heer Van Hauthem heeft het woord.

Joris Van Hauthem

Voorzitter, minister, collega’s, zoals elke beleidsnota staat ook deze beleidsnota vol met bijzonder goede voornemens – het zou er nog aan ontbreken. Ik heb de afgelopen 20 jaar nog geen enkele beleidsnota zien aanrukken met slechte intenties.

Het is niet mogelijk om in dit tijdsbestek elk element te becommentariëren. We hebben dat trouwens uitgebreid kunnen doen in de commissie. Ik wil echter toch even stilstaan bij wat men nu eufemistisch de interne Vlaamse staatshervorming noemt.

Minister, deze beleidsnota sluit aan bij een debat dat eigenlijk al jaren woedt in Vlaanderen, namelijk het debat over de vraag hoe we een klein beetje orde, overzicht en structuur krijgen in alle mogelijke beleidsniveaus en vormen van besluitvorming binnen Vlaanderen. In propere termen spreekt men dan over de bestuurlijke verrommeling. De Vlaamse Adviesraad voor Bestuurszaken (Vlabest) is zo vriendelijk om dit de bestuurlijke drukte te noemen.

Minister, wij maken ons al jaren druk over de overlapping van beleidsniveaus, bevoegdheden en over de besluitvorming die daardoor bijzonder ondoorzichtig wordt. We hebben het dan over het lokale gezondheidsoverleg (LOGO’s), de regionaal sociaal-economische overlegcomités (RESOC’s), de zorgregio’s, toeristische samenwerkingsverbanden, bekkencomités, regionale landschappen – los nog van de intercommunales –, andere interlokale samenwerkingsverbanden en dan nog de provincies. Dit is een kluwen waarin geen kat haar jongen nog terugvindt.

Maar zoals het adagium zegt – en ik denk dat het juist is –: kennis is macht. Hoe ondoorzichtiger het kluwen, hoe meer macht iemand krijgt wanneer hij daar zijn weg in vindt.

Het is dus niet transparant en dat geeft u toe in uw beleidsnota. Er bestaat een democratisch deficit en impliciet geeft deze beleidsnota dan ook toe dat het beruchte kerntakendebat – waar we jarenlang mee rond de oren zijn geslagen in dit parlement – tot op heden op een fiasco is uitgedraaid.

De vorige legislatuur hebben we een serieuze kans gemist om, nu we bevoegd zijn voor de organieke regelgeving inzake gemeenten en provincies, het provinciaal niveau in vraag te stellen, zo niet af te schaffen. We hebben dat niet gedaan. Er was een akkoord in de meerderheid om, wat het beleidsniveau provincie betreft, alles te laten zoals het was. Voor ons was dat toen een gemiste kans. U herinnert zich de debatten daarover.

Minister, ik denk dat u in uw beleidsnota die gemiste kans nog eens herhaalt. U zegt dat u het provinciale niveau wel wat wilt afslanken en dat u de bevoegdheden eerder wilt beperken en definiëren, als ik het zo mag uitdrukken. Voor ons gaat dat niet ver genoeg. Wat dat betreft, is de opmerking van de heer Caron terecht: u gaat het beperken tot grondgebonden bevoegdheden. Het is een aanzet om het in te perken, maar wat zijn grondgebonden bevoegdheden? Ofwel vindt men het provinciaal beleidsniveau belangrijk, ofwel vindt men het, in het kader van de ‘interne Vlaamse staatshervorming’, niet meer belangrijk.

Hoe we dit allemaal moeten doen en die beleidsniveaus gaan herstructureren, daarover laat u alle pistes open. Ik begrijp dat voor een stuk. Maar één piste laat u niet open: het eventueel afschaffen van de provincies. Die piste laat u niet open: de provincies blijven bestaan, u gaat ze wat afslanken, u gaat de provincieraden wat afslanken en u gaat de bevoegdheden wat concreter definiëren tot grondgebonden aangelegenheden. In die zin is de beleidsnota ook een gemiste kans.

Een tweede element in de interne staatshervorming is dat u zegt dat het van onderuit moet komen en dat de gemeenten een grotere draagkracht moeten hebben. Dat is juist. Ik denk dan dat u naar verplichte fusies zult moeten gaan als u dat wilt waarmaken. Ik vind toch ook dat de Vlaamse overheid moet stoppen met van bovenaf alle mogelijke samenwerkingsverbanden aan gemeenten op te leggen zoals convenanten enzovoort.

Het blijft een beetje diffuus. We gaan de volgende vier jaar naar een boeiend debat over wat VLABEST zo vriendelijk ‘de bestuurlijke drukte’ noemt. Wij kijken er naar uit. We zullen op tijd en stond onze voorstellen voorleggen.

Het bedroeft ons dat we nu een N-VA-minister van Binnenlands Bestuur hebben die geen enkele structurele maatregel in zijn beleidsnota aankondigt om onwillige gemeentebesturen – en u weet waarover ik het heb, namelijk over de faciliteitengemeenten die decreten en wetten saboteren – structureel tot de orde te roepen. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De heer De Loor heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, niettegenstaande de beleidsdomeinen Binnenlands Bestuur en Bestuurzaken op het eerste zicht niet zulke sexy beleidsdomeinen zijn, zijn ze wel heel belangrijk. Er komen grote uitdagingen op deze bevoegdheden af, die we deze legislatuur moeten vertalen in beleid en waarvoor we onze verantwoordelijkheden moeten nemen.

Uitdagingen zoals de bestuurlijke verrommeling en de interne staatshervorming, de vergrijzing van het personeelsbestand en de pensioenproblematiek, de financiering van de lokale besturen, de planlastverlaging enzovoort.

Onze fractie kan zich vinden in de ambitieuze beleidsnota en in de klemtonen die u legt.

De bestuurlijke verrommeling kan met een treinrit doorheen Vlaanderen worden vergeleken. Tijdens zulk een rit valt het op dat de Vlaamse achtertuinen met koterijen zijn volgebouwd. Het ligt blijkbaar in onze natuur steeds meer aparte structuren en koterijen te bouwen. Hierdoor eindigen we met een weinig fraai ogend en niet-transparant landschap, dat niet altijd de toets van de legitimiteit doorstaat. Ik verwijs hier naar het democratisch deficit.

De interne Vlaamse staatshervorming moet voor de bevolking, de administraties en de besturen tot meer transparantie leiden. Het moet duidelijk worden wie waarvoor bevoegd is. De verschillende beleidsniveaus moeten aan slagkracht winnen. Het subsidiariteitsbeginsel moet hierbij maximaal worden toegepast. Ik kijk dan ook uit naar het witboek over dit thema dat de minister tijdens een commissievergadering heeft beloofd.

De beleidsnota biedt opportuniteiten om een volwaardig partnership tussen de verschillende beleidsniveaus en om sterke lokale besturen uit te bouwen. De noodzaak van hun financiering komt hierbij ook aan bod.

De vrijwillige fusies van gemeenten, zoals die in de beleidsnota staat verwoord, vormen een nobele doelstelling. Ik ben echter van oordeel dat een verplichte fusie noodzakelijk zal zijn om de bestuurskracht te verhogen en om de anomalieën van de vroegere fusies weg te werken. De instelling van een minimale schaalgrootte kan hierbij een oplossing bieden.

Ik ben verheugd dat de minister een uitgebreid hoofdstuk van zijn beleidsnota aan de sterke en verantwoordelijke besturen wijdt. Het behoud van de jaarlijkse groeivoet van 3,5 percent van het Gemeentefonds is echt een absolute noodzaak. Lokale besturen moeten immers een beleid kunnen voeren en op middellange en lange termijn plannen. Dit vergt continuïteit en zekerheid op het vlak van de gemeentefinanciën en van het Gemeentefonds. Debatten die eveneens tijdens deze legislatuur aan bod moeten komen, zijn de debatten over de herfinanciering van de gemeenten en over de evaluatie van de bestaande criteria van het Gemeentefonds.

We staan tevens positief tegenover de aanmoediging van een grotere samenwerking tussen OCMW en gemeente. Als sp.a-fractie kunnen we ons uiteraard volledig achter het streefdoel scharen betreffende efficiënte en effectieve overheden op alle niveaus.

De planlast moet dalen. We moeten echter het goede van het planningsinstrument behouden. Het kan niet de bedoeling zijn dat de lokale besturen niet langer planmatig zouden werken en niet langer een middellange- en langetermijnvisie zouden ontwikkelen. Dat zou, zeker in tijdens van budgettaire krapte, onverstandig en onverantwoord zijn.

We moeten echter de administratieve overlast verminderen. We moeten de procedures en de processen vereenvoudigen. Ik bedoel hiermee dat de periodiciteit, de rapportage en de controle beter op de verschillende plannen moet worden afgestemd. In de nieuwe planprocedure wordt van een legislatuurplan uitgegaan. Deze procedure moet vanaf de volgende gemeentelijke legislatuur ingang kunnen vinden.

Tot slot wil ik het nog over de lokale en de provinciale verkiezingen van 14 oktober 2012 hebben. Tijdens een van onze laatste commissievergaderingen hebben we vastgesteld dat het in de beleidsnota vermelde uitgangspunt met betrekking tot het elektronisch stemmen tijdens de verkiezingen van 2012 hoogstwaarschijnlijk dode letter zal blijven. Ik vraag me af of er al een kentering in deze patstelling is gekomen.

Naar aanleiding van de nieuwe samenstelling van de gemeente-, provincie- en OCMW-raden is het belangrijk de nieuwverkozen mandatarissen goed te informeren en te ondersteunen. Om ervoor te zorgen dat onze gemeenten, onze provincies en onze OCMW’s professioneel worden bestuurd, is het noodzakelijk in een degelijk ondersteunings- en informatieaanbod te voorzien.

Ik ben van oordeel dat de voorliggende beleidsnota ambitieus is en dat er veel werk op ons afkomt. Mede om die reden, maar vooral omdat de beleidsnota de juiste klemtonen legt, zal de sp.a-fractie de minister bij de uitvoering steunen. (Applaus bij de sp.a)

Mevrouw Jans heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, de N-VA is ervan overtuigd dat uw beleidsnota een uitstekend werkstuk is. Samen met de andere meerderheidspartijen roepen wij u dan ook op om deze nota volledig uit te voeren en daartoe alle inspanningen te leveren. Wij vinden het essentieel dat we op het einde van de legislatuur zullen kunnen vaststellen dat er grote stappen vooruit zijn gezet naar een performantere organisatie van het binnenlands bestuur.

De interne staatshervorming bijvoorbeeld is een belangrijk denkspoor waarvoor onze partij reeds geruime tijd ijvert. In Vlaanderen zou het leeuwendeel van de bevoegdheden moeten worden uitgevoerd door hetzij lokale overheden, hetzij de Vlaamse overheid. Zoals al gesteld, zal men voor de provincies moeten evolueren naar een sluitende lijst met grondgebonden bevoegdheden. De gemeenten en Vlaanderen zijn voor ons de spil van het beleid. Zoals mevrouw De Ridder het al zei: dat zal uiteraard nog tot erg interessante discussies leiden.

Bovendien zal de uitvoering van deze beleidsnota ervoor zorgen dat de lokale besturen worden versterkt. De planlast zal sterk afnemen, ICT zal op veel plaatsen worden geïntroduceerd of versterkt en de groeivoet van het Gemeentefonds komt niet in het gedrang. Dat laatste is essentieel, want gemeenten versterken, betekent dat men geld vrijmaakt. Deze punten, plus de aandacht voor het Nederlandstalige karakter van de Vlaamse Rand zorgen ervoor dat dit een uitstekend werkstuk is.

Vandaag liggen hier ook moties van de oppositie voor. We zullen ze niet steunen, want ze stroken niet helemaal met onze visie op de uitvoering van de beleidsnota. Neem nu bijvoorbeeld de motie van Groen!. De motie bevat enkele goede zaken, maar er staan ook punten in waarmee we niet akkoord kunnen gaan. De visie van Groen! op de organisatie van de provincies strookt niet met het regeerakkoord. Groen! wil het aantal provincieraadsleden beperken tot een niveau dat niet hoger ligt dan dat van de grootste Vlaamse gemeenteraden. In het regeerakkoord wordt het engagement genomen dat het aantal provincieraadsleden zal verminderen, maar niet tot op het niveau dat Groen! voorstelt.

Ook de gedwongen fusies van gemeenten waar Groen! in de motie voor pleit, kunnen we niet steunen. De N-VA gaat voluit voor vrijwillige fusies van gemeenten. We willen faciliteiten creëren voor gemeenten die op vrijwillige basis willen fusioneren, maar gemeenten verplichten om een gedwongen fusie aan te gaan, gaat voor ons een brug te ver.

Ten slotte kan de N-VA zich ook maar half vinden in de visie van Groen! op de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. We kunnen ons helemaal achter de intentie scharen dat deze samenwerkingsverbanden democratischer en transparanter moeten worden, maar ze consequent halveren, lijkt ons een vreemde maatregel. Dat kan geen doelstelling zijn.

Ook de motie van Open Vld zullen we niet steunen. We kunnen ons zeker vinden in de vraag naar een interne staatshervorming en een vermindering van de planlasten. Dat waren en zijn voor ons erg belangrijke zaken. De reden dat we de motie van Open VLD niet zullen goedkeuren is hun vraag aan de Vlaamse Regering om zo snel mogelijk te zorgen voor de invoering van het veralgemeend geautomatiseerd stemmen. De N-VA is daar steeds vragende partij voor geweest. De minister heeft in dat verband al heel wat stappen gezet. Dat mocht enkele weken geleden nog blijken in het debat daarover in de commissie voor Binnenlands Bestuur.

De minister is reeds enkele keren gaan aankloppen bij zijn federale collega om daarover het nodige te doen. De beslissing daarover ligt immers ook en vooral op het federale niveau, waar dit dossier nu al maanden aansleept. Net daarom vinden we het eigenaardig dat Open Vld dit punt opneemt in de motie, want het is een partijgenote van Open Vld die op het federale niveau dwarsligt. Het lijkt dan ook veel zinvoller om dit punt niet in de motie op te nemen en minister Turtelboom aan te sporen om van dit dossier werk te maken.

We blijven bij ons voornemen en roepen de minister op om zijn beleidsnota volledig uit te voeren. Dat zou een grote stap voorwaarts zijn in de efficiëntie en effectiviteit van het binnenlandse bestuur.

De heer Vanden Bussche heeft het woord.

Marc Vanden Bussche

Voorzitter, geachte leden, minister, het streefdoel van uw beleidsnota kunnen we allemaal onderschrijven, denk ik, namelijk komen tot efficiënte en effectieve lokale overheden. We kunnen ook de twee sporen onderschrijven die daartoe leiden: de interne Vlaamse staatshervorming en het inzetten op sterke en verantwoordelijke lokale besturen. Bij de interne staatshervorming denkt u aan een vereenvoudigd bestuurlijk landschap tegen 2014. Ik hoop dat u 2012 bedoelt. Zoals iedereen weet, is dat het jaar van de gemeente- en provincieraadsverkiezingen. Professor Matthijs van de Vlaamse Adviesraad voor Bestuurszaken (VLABEST) vindt 2014 al niet realistisch, maar iedereen weet dat professoren al wel eens de bal kunnen misslaan. LDD had gehoopt dat met die staatshervorming meteen de afschaffing van het provinciale niveau werd bedoeld, maar we stellen vast dat u, conform de Vlaamse beleidsnota, enkel denkt aan het terugschroeven van het aantal Vlaamse provincieraadsleden. Is dit het begin van het einde van de provincies, of nog maar het einde van het begin? In elk geval zal daarmee de schoonmoeder van de gemeenten op theevisite blijven komen, niet om de koffie op te dienen, maar om op de schoot te blijven zitten van onze lokale ambtenarij. De betutteling van onze gemeenten zal aanhouden. Volgens een berekening van onze geroemde LDD-studiedienst zou het afschaffen van de provincies op kruissnelheid een besparing van 450 miljoen euro netto opleveren.

Ook het inzetten op sterke en efficiënte lokale besturen kunnen we uiteraard onderschrijven. Dat betekent dat ook de Vlaamse overheid zich niet mag bezondigen aan reglementitis en het zo geroemde belfortprincipe moet respecteren. Ik zal de discussie in de commissie hier niet opnieuw voeren, maar wil toch één speciaal facet van de beleidsnota belichten, met name het stimuleren van het Nederlandstalige karakter van de Vlaamse Rand. Het is een klucht dat, nu we de matrassen hebben gekeerd naar de aanloop van de volgende gemeenteraadsverkiezingen, de drie burgemeesters die de taalwetten niet naleven, nog altijd niet vervangen zijn door een burgemeester buiten de raad. Minister, u hebt nochtans de bevoegdheid om dat probleem in één pennentrek op te lossen, door vast te stellen dat de voorgestelde kandidaten niet kunnen worden geselecteerd. Dan kan, nadat de gouverneur heeft vastgesteld dat de gemeenten in kwestie toch de gewraakte kandidatuur blijven handhaven, worden overgegaan tot de benoeming van een burgemeester buiten de raad. We hebben daar ervaring mee. De laatste keer dat een burgemeester buiten de raad is benoemd, gebeurde dat in de gemeente Koksijde. Het volstaat dat draaiboek, destijds opgesteld door toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Tobback, in samenspraak met diens kabinetschef Vande Lanotte, opnieuw van onder het stof te halen en het mutadis mutandis te gebruiken voor Kraainem, Wezembeek-Oppem en Linkebeek.

Ten slotte pleiten we, nu ook de gemeenteraadsverkiezingen in het zicht komen, ervoor om de benoemingsperiode van de burgemeesters in het algemeen te herleiden tot een veel kortere tijdsspanne dan de huidige 3 maanden, met name tot maximum 1 maand. (Applaus bij LDD)

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De bespreking is gesloten.

Wij zullen straks de hoofdelijke stemmingen over de met redenen omklede moties houden.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.