U bent hier

De voorzitter

Bespreking

Dames en heren, aan de orde is de beleidsnota Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid 2009-2014.

Volgens artikel 73, punt 5, eerste lid, van het reglement wordt de bespreking gehouden op basis van de met redenen omklede moties en moties van wantrouwen die tot besluit van de in commissie besproken beleidsnota zijn ingediend.

De bespreking is geopend.

De heer Sintobin heeft het woord.

Voorzitter, minister-president, collega’s, gezien de beperkte spreektijd zal ik een algemene beschouwing over het beleidsdomein Landbouw geven, veeleer dan gedetailleerd in te gaan op de beleidsnota. Daar zullen we in de commissie Landbouw in de toekomst nog voldoende tijd voor hebben.

Minister-president, ik wil beginnen met twee opmerkingen die ik ook al in de commissie heb gemaakt. Ik vind het belangrijk om ze hier nog eens te herhalen. Ten eerste vond onze fractie het een goed idee om bij het begin van de legislatuur van de commissie Landbouw een volwaardige commissie te maken. Ten tweede vond ik het ook een goed idee dat het beleidsdomein opnieuw aan dezelfde minister werd toevertrouwd, waarmee we natuurlijk voor een zekere continuïteit zorgen.

In de optiek van die twee opmerkingen wil ik een oproep doen aan de leden van de Commissie voor Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid. Ik wil pleiten voor een nauwe samenwerking over de partijgrenzen heen, met de commissieleden, met de minister-president en met de landbouworganisaties. Want over één ding zijn we het, denk ik, allemaal eens: 2009 was een jaar zonder voorgaande, waarschijnlijk een van de slechtste boerenjaren in decennia. In de periode 2008-2009 werd de Vlaamse land- en tuinbouw getroffen door een van de ergste crisissen in vele jaren. Ik denk onder meer aan het inkomen van de landbouwer. We hebben deze morgen nog een toelichting gekregen van het departement over de situatie in de landbouw, en dat was een weinig positief verhaal.

Er staan heel wat goede intenties in de beleidsnota Landbouw, maar hij heeft ook veel weg van een 3 Suissescatalogus: voor elk wat wils, goede intenties en veel beloftes. Maar net zoals bij een 3 Suissescatalogus weet je pas als je het product in handen hebt, of het goed is, dan wel of je het eventueel kunt terugsturen. Ik zal er verder niet op ingaan, maar in onze motie staan heel wat goede ideeën en suggesties.

Wat de visserij betreft, steunen wij u in het streven naar meer duurzame en milieuvriendelijke technieken en in uw streven om tot een structurele samenwerking te komen tussen de vismijnen aan onze Vlaamse kust. Ook hiervoor verwijs ik naar onze motie ter zake.

Verder moet er een duidelijke strategie komen met betrekking tot het Vlaamse platteland. Ik heb tijdens de vorige legislatuur al gesteld dat het huidige plattelandsbeleid al te zeer versnipperd is over de diverse beleidsdomeinen en ministers. Alles wat te maken heeft met het plattelandsbeleid, moet worden gegroepeerd onder één minister.

Dé grote uitdaging voor het plattelandsbeleid van de komende jaren is de oprichting van een plattelandsfonds. U zult zich ongetwijfeld herinneren, voorzitter, dat ik er tijdens de vorige legislatuur diverse malen voor heb gepleit om, naar analogie van het Stedenfonds, een plattelandsfonds op te richten. Ik was dan ook aangenaam verrast dat dat plattelandsfonds, mede op uw initiatief, werd opgenomen in het regeerakkoord. Alleen zal de uitwerking ervan heel wat denkwerk vergen. Wie, wat, waar, hoeveel: het zal geen gemakkelijke opdracht worden. Ik wil er in ieder geval voor pleiten om alle actoren maximaal te betrekken bij de oprichting van het plattelandsfonds. Het kan het politieke en maatschappelijke draagvlak voor dat fonds alleen maar vergroten.

Minister-president, zorg ervoor dat het plattelandsfonds niet dezelfde weg opgaat als het fameuze Zilverfonds van de sp.a, namelijk een lege doos. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer

Voorzitter, minister-president, collega’s, CD&V is tevreden met de voorliggende beleidsnota Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid. Vele voor ons belangrijke accenten vinden we in deze nota expliciet terug. Het plan wil de troeven van onze Vlaamse landbouw en visserij versterken en als uitgangspunt staat het verder ontwikkelen voor een duurzaam beleid voorop: gaan voor een rendabele land- en tuinbouw in harmonie met de omgeving en met aandacht voor alle mensen die er hun brood mee verdienen.

We willen actief meewerken aan een hervorming van het Europees landbouwbeleid met als kerngedachte het behoud en de verdere verduurzaming van het Europese landbouwmodel. De landbouw heeft ook een specifieke rol te vervullen in het kader van de WTO-besprekingen en kan een bijdrage leveren aan de oplossing van de wereldvoedselproblematiek door technologieoverdracht.

Het VLIF is en blijft de motor voor nieuwe investeringen in vernieuwing, innovatie en verduurzaming in de sector. Onderzoek, innovatie en ontwikkeling zijn uiterst belangrijk om onze land- en tuinbouw blijvend te verzekeren van goede technologische vooruitgang. De ervaring van de voorbije crisis leert ons dat we moeten blijven inzetten op een betere en transparante prijsvorming.

We blijven geloven in VLAM als instrument voor de exportbevordering en promotie van een duurzaam voedingspatroon. Aandacht voor het positieve imago van de sector gaat onder andere samen met de verdere uitvoering van het actieplan biologische landbouw en de promotie van de hoeve- en streekproducten. Zorgen voor rechtszekerheid en voldoende ruimte voor onze bedrijfsleiders is een voortdurend aandachtspunt. De taakstellingen voor land- en tuinbouw zoals gepland in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen moeten worden gehaald bij de diverse afbakeningsprocessen.

Absoluut noodzakelijk is ook de wettelijke onderbouwing van een flankerend landbouwbeleid bij grote infrastructuurwerken en de verdere eerlijke uitvoering van de regelingen voor kapitaalschade en gebruikersschade.

Inzake visserijbeleid willen we de ingeslagen weg naar een duurzame toekomst voor de Vlaamse vloot voortzetten en meewerken aan de hervorming van het Europese visserijbeleid na 2012.

Leefbare landbouw loopt samen met een leefbaar platteland. CD&V pleit resoluut voor een dynamisch plattelandsbeleid. Van belang is de goede opvolging en inbreng in de herziening van het programma voor plattelandsontwikkeling. Positief vinden we dat er werk wordt gemaakt van de oprichting van het plattelandsfonds waarvoor dan vanaf volgend jaar de nodige kredieten worden uitgetrokken. We hopen dan ook dat de minister-president de volgende jaren het voorliggende plan consequent zal uitvoeren ter ondersteuning van onze land- en tuinbouwsector. (Applaus bij CD&V en de N-VA)

De voorzitter

Mevrouw Robeyns heeft het woord.

Voorzitter, minister-president, collega’s, zowel in de landbouwsector, de visserij als op het platteland staan er in de komende legislatuur heel wat uitdagingen voor de deur. Hier in 5 minuten alle belangrijke elementen overlopen is onbegonnen werk. Daarom ga ik me beperken tot een paar punten die voor mij en mijn fractie essentieel zijn.

Om te beginnen wil ik de nadruk leggen op de aanpak van de verdoken armoede die zowel in de landbouwsector als op het platteland alsmaar toeneemt. Minister-president, voor onze fractie moet de aanpak van die verdoken armoede een absolute prioriteit zijn, worden en blijven. Naast de economische crisis spelen hier vooral het gebrek aan opleiding en vorming enerzijds en transparante prijsvorming anderzijds een belangrijke rol. Deze twee elementen, opleiding en transparante prijsvorming, kwamen vorige week ook naar voren tijdens onze gedachtewisseling met de mensen van de vzw Boeren op een Kruispunt. Daar moet volgens ons dan ook prioritair aan worden gewerkt.

Op het platteland moeten we volop inzetten op het versterken van ons sociaal weefsel. Zeker in de strijd tegen eenzaamheid en sociaal isolement bieden initiatieven zoals buurtwinkels, dorpsrestaurants, volkscafés enzovoort een belangrijke meerwaarde en verdienen ook zij onze steun.

Een tweede element, mijnheer de minister-president, dat ik hier namens mijn fractie wil benadrukken en dat ook aansluit bij de verdoken armoede, betreft het voortbestaan van de kleine familiale landbouwondernemingen. De hedendaagse landbouwbedrijven worden immers almaar groter en professioneler. Op zich is deze evolutie naar grootschalige professionele landbouw niet noodzakelijk slecht, maar voor onze fractie is het voortbestaan van de familiale landbouw zeker ook belangrijk. Die komt immers steeds meer onder druk te staan. Daarom moeten wij vanuit het beleid speciale aandacht hebben voor de specifieke noden van die familiale ondernemingen, en wij moeten erover waken dat ook zij investeren en innoveren en dat ook zij daarvoor gebruik maken van de middelen die de overheid hiervoor ter beschikking stelt. Het kan niet de bedoeling zijn dat enkel de grootschalige professionele landbouwbedrijven hun weg daarnaar vinden: ook de familiale landbouw verdient onze steun.

Tot slot, mijnheer de minister-president, wat de landbouw betreft, staan er deze legislatuur ook op Europees niveau een aantal belangrijke beslissingen voor de deur. De belangrijkste is zonder twijfel de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid dat na 2013 zal worden gevoerd. Met het nakende Europese voorzitterschap moeten wij hier een actieve rol in spelen. Voor onze fractie moet hier de nadruk gelegd worden op duurzaamheid en innovatie. We moeten er bovendien over waken dat de belangen van alle sectoren behartigd worden, dus ook die van de kleintjes. In het verlengde hiervan moeten we er ook op toezien dat in de bijstellingen en herzieningen van het plattelandsontwikkelingsprogramma werk wordt gemaakt van een verdere verbreding en verduurzaming van de landbouwsector.

Mijnheer de minister, in uw beleidsnota staan ook nog talrijke andere belangrijke elementen zoals streekproducten, biolandbouw, zorgboerderijen enzovoort, die zeker onze aandacht verdienen maar waar ik nu, gelet op het korte tijdsbestek, niet verder op in zal gaan.

Over de visserij staat er in de beleidsnota niet spectaculair veel nieuws, het is in grote mate een voortzetting van het gevoerde beleid. Onze fractie gelooft alleszins rotsvast in de toekomst van de visserijsector. Om die veilig te stellen, moeten we de nadruk leggen op verduurzaming, performantie en nieuwe energiezuinige en milieuvriendelijke technieken.

In het plattelandsbeleid is het voor ons belangrijk dat we op een gecoördineerde manier werk maken van de uitdagingen waarmee we op het platteland geconfronteerd worden en dat iedere minister binnen zijn bevoegdheden er de nodige aandacht voor heeft. Belangrijk voor ons is dat we nieuwe economische dragers zoals de paardenhouderij en het hoevetoerisme, de nodige kansen geven om zich te ontwikkelen.

Daarnaast vormt ook de bestuurskracht van de kleine landelijke gemeenten een belangrijk aandachtspunt. Als wij werk willen maken van een geïntegreerd plattelandsbeleid, dan moeten wij ook hier de nodige aandacht voor hebben en in extra ondersteuning voorzien. In dat kader, mijnheer de minister-president, kijken ook wij reikhalzend uit naar het plattelandsfonds dat in 2011 operationeel zou zijn.

Tot zover, mijnheer de minister-president, kort een aantal punten die ik namens onze fractie wou benadrukken. Nu is het vooral belangrijk dat wij erover waken dat alle goede intenties uit uw beleidsnota ook effectief uitgevoerd worden. Alleszins zullen wij uw beleidsnota en de moties goedkeuren. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Mevrouw Eerlingen heeft het woord.

Tine Eerlingen

Voorzitter, minister-president, collega’s, in onze motie worden de belangrijkste punten al aangehaald. Ik zal me beperken tot de aspecten die voor onze fractie belangrijk zijn.

Een groot deel van ons landbouwbeleid past in een Europees verhaal. De Europese Commissie werkt momenteel aan een visie op het Europese landbouwbeleid van na 2013, zoals de collega’s al hebben aangehaald. Het is belangrijk dat we vanuit Vlaanderen actief meewerken aan die hervorming zodat het een duurzaam Europees landbouwbeleid wordt waarin de familiale dimensie aan bod komt en waarin aandacht is voor voedselveiligheid, dierenwelzijn en leefmilieu, maar waarbij ook de concurrentiepositie van onze landbouwers bewaakt wordt.

Voor Vlaanderen is het van belang dat er ook aandacht wordt besteed aan begeleiding, opleiding en vorming. Ik trap een open deur in als ik zeg dat de financiële druk zeer groot is, zeker in deze tijden van algemene crisis.

Landbouwers bevinden zich echter vaker dan andere ondernemers in een onzekere rechtspositie. Hun beroepsleven is vaak erg verstrengeld met hun eigendom en hun gezinsleven. Privé en bedrijf zijn dus niet altijd duidelijk te scheiden, wat voor de nodige problemen zorgt. Uit een gedachtewisseling met de vzw Boeren op een Kruispunt blijkt dat een gebrek aan vorming en opleiding een van de belangrijkste oorzaken is van problemen bij landbouwers. Landbouw wordt immers ook een steeds complexere aangelegenheid en de steeds strengere regelgeving op diverse niveaus, maar ook de beschikbaarheid van nieuwe technieken en dergelijke, zorgen ervoor dat landbouwer zich continu moeten bijscholen om hun bedrijf goed te laten draaien. Vandaar het belang van degelijke ondersteuning, opleiding en vorming, om onze landbouwers te wapenen tegen gewijzigde omstandigheden en hun concurrentiepositie te kunnen versterken.

We moeten het onze landbouwers daarnaast niet moeilijker maken dan het al is. De landbouwactiviteiten moeten centraal blijven. Er moet dus werk worden gemaakt van administratieve vereenvoudiging. Het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) zal die uitdaging dan ook moeten aangaan. Ook op het vlak van onderzoek, innovatie en ontwikkeling moeten de inspanningen worden versterkt. Het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) kan ter zake een grote rol spelen, en het VLIF kan de motor zijn om op het terrein de vernieuwing, innovatie en verduurzaming te versterken. De noodzaak van een duurzame landbouw kan niet genoeg worden benadrukt. In onze motie komt die dan ook veelvuldig aan bod. Ik vind het een positieve evolutie dat er ook meer aandacht wordt geschonken aan leefmilieu, voedselveiligheid en dierenwelzijn. Dat zijn natuurlijk zaken die ook op Europees en federaal vlak zullen moeten worden bekeken. We zien echter dat er bij de investeringen die worden ondersteund door het VLIF, al zeer veel aandacht gaat naar die aspecten.

Ook het voortzetten van het Strategisch Plan Biolandbouw vinden we een positieve zaak. De biolandbouw heeft een complementaire rol, naast de reguliere landbouw, maar er is nood aan meer bioboeren om aan de vraag naar bioproducten te kunnen voldoen. Ik hoop dan ook dat veel landbouwers de omschakeling nog zullen maken. Maar ook hier weer is vorming een noodzaak. Ook de promotie van hoeve- en streekproducten sluit daarbij aan. Door lokale productie en verkoop via de korte keten heeft ook dat een duurzaam karakter. Dit kan plaatsvinden binnen Plattelandsbeleid, maar we zien ter zake ook een mogelijkheid tot samenwerking met het beleidsdomein Toerisme. De Vlaamse overheid zou haar voorbeeldrol moeten vervullen door ook in de catering streek- en bioproducten op te nemen. We hebben dat deze ochtend al besproken in de commissie. Bijvoorbeeld in Nederland moeten alle aankopen van administraties duurzaam zijn en voor 40 percent uit biologische producten bestaan.

Wat Visserij betreft, vinden we het belangrijk dat het zou gaan om een duurzame visserij binnen de Europese context, met aandacht voor nieuwe technieken en wetenschappelijk onderbouwde visquota, om te voorkomen dat de vispopulatie in de wereld te sterk zou afnemen.

Op het gebied van Plattelandsbeleid zitten we met een beleidsplan dat pas een 5-tal jaar geleden ingang vond en nu volop verder zal worden uitgevoerd. Een goed plattelandsbeleid vraagt ook een continu overleg tussen de diverse actoren van het platteland. Onze open ruimte is immers zo beperkt en die schaarse open ruimte wordt vanuit diverse hoeken geclaimd. De taakstelling met betrekking tot open ruimte, zoals vastgelegd in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen en verankerd in het regeerakkoord, moet worden gehaald.

Voor de landbouwsector is ook een belangrijke taak weggelegd als beheerder van landschap en natuur. Het spreekt voor zich dat daarbij moet worden gewaakt over de leefbaarheid van de bedrijven. Rechtszekerheid en het koppelen van de nodige middelen aan de gevraagde inspanning zijn daarbij belangrijke uitgangspunten.

Kortom, om een krachtig plattelandsbeleid te kunnen voeren, is er nood aan een goede afstemming met andere betrokken beleidsdomeinen, zoals Economie, Toerisme, Ruimtelijke Ordening, Mobiliteit en ga zo maar door. Daarnaast is de oprichting van een plattelandsfonds een bijkomende impuls. Dat fonds is belangrijk voor ons, omdat zo de minder draagkrachtige gemeenten kunnen worden ondersteund in hun opdracht. De uitwerking ervan zal natuurlijk zorgvuldig moeten worden onderzocht. De criteria moeten zorgvuldig worden geselecteerd, om zo tot een functioneel fonds te komen.

Voorzitter, geachte leden, we steunen deze beleidsnota en uiteraard ook de door de meerderheid ingediende motie. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Peeters heeft het woord.

Dirk Peeters

Voorzitter, minister-president, collega’s, gelet op het gevorderde uur wil ik mijn bijdrage beperken tot zes thema’s die we belangrijk vinden in het gevoerde landbouwbeleid zoals het door de minister-president is voorgesteld in zijn beleidsnota.

Ik begin met het mestbeleid. Op het raakpunt van landbouw- en milieubeleid is dat een belangrijk item in het landbouwbeleid zoals de minister het voorstelt. We zien daar een probleem ontstaan. Hoewel het nog is gebleken uit de voortgangsrapportage in de commissie Leefmilieu dat we het op Vlaamse schaal goed doen wat betreft de nitraat- en de ammoniakemissies, moet ik toch vaststellen dat door de concentratie van nieuwe projecten en van megastallen in bijvoorbeeld de Noorderkempen en in het Noorden van Limburg en West-Vlaanderen, we daar dreigen naar lokale problemen te gaan op het vlak van vermesting zoals we dat vroeger hebben gekend.

In die concentratie van de grote hoeveelheid en van die grote bedrijven onder het mom van verbreding en uitbreiding van de landbouw, zien we een bedreiging voor het milieu enerzijds en anderzijds ook voor de familiale landbouw. Ik heb uit een interview met de minister-president begrepen dat hij ook de toegankelijkheid tot het beroep van de landbouwer hoger wil inschalen en er een drempelverhogend effect aan wil toevoegen. Ik denk dat dat voor de familiale landbouw geen goede zaak is. Als we dat soort bedrijven, nv’s en bvba’s, willen laten primeren boven de familiale landbouw, denk ik dat we een groep mensen die economisch actief zijn op het platteland, toch beter moeten ondersteunen. Ons voorstel is eerder dat de Vlaamse Regering aan de profamiliale landbouw toch structuurondersteunende maatregelen aanbiedt en die niet af gaat zwakken.

De voorzitter

Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters

Ik weet niet waar u naar verwijst. Ik onderstreep dat familiale landbouwbedrijven voor mij een heel belangrijke prioriteit zijn, die ook wat de steun betreft bepaalde specifieke omkadering krijgen. Mocht u om een of andere reden van een ander gedacht zijn wat mij betreft, wordt dat hierbij rechtgezet.

Dirk Peeters

Des te beter. Ik heb het over een interview in Vilt (Vlaams infocentrum Land- en tuinbouw) waarbij u dat toch verklaard had. Ik had begrepen dat economische landbouw en verbreding prioriteit kregen op de familiale landbouw. Ik vind dat geen goede evolutie.

We stellen ook voor om meer werk te maken van een geïntegreerd en horizontaal beleid waardoor het Vlaams biologisch landbouwareaal ten minste het Europees gemiddelde zou bereiken. Dat is nu niet het geval. Daaraan gekoppeld willen we ook meer investeren in beheersovereenkomsten voor duurzame landbouw die ook de biodiversiteit ten goede komt, zeker in het jaar 2010, waarin we dat Europees ook centraal willen stellen.

Om die reden ook betreuren we dat het Vlaamse beleid op het vlak van de genetisch gemodificeerde gewassen, de zogenaamde ggo’s, de steun heeft verleend aan het toegankelijk maken van de maïs die Europa ook heeft toegestaan. We hadden van Vlaanderen een iets rabiatere houding verwacht om dat tegen te gaan, zoals collega’s uit Wallonië dat wel hebben gedaan. Dat is een beleidsvoornemen dat we niet ondersteunen.

Wat we wel ondersteunen, is het advies van de Minaraad terzake, die er ook op gewezen heeft dat de regelgeving zoals die nu voorligt, nog niet beschermd genoeg is voor die gebieden en de afstandsregels tussen de gronden met ggo’s en die zonder ggo-planten.

Wat we wel goed vinden in uw beleidsnota, is het vierde deel over plattelandsontwikkeling. Ik heb dat ook gezegd bij de bespreking in de commissie. Het is een beleidsdocument dat heel veel kansen heeft voor een dynamiek op het platteland met veel ingangspoorten en kansen waaraan iedereen kan participeren. We zien dat gedeelte zeker zitten.

In dat verband vragen we wel extra aandacht om meer gebruik te maken van de geïntegreerde gebiedsvisie waarbij land- en natuurinrichting aan bod kan komen, compensatieregelingen voor landbouwers kunnen worden toegepast en waarbij beheersovereenkomsten ook een belangrijk beleidsinstrument zijn. We zien dat eerder als een kans op het platteland dan het zogenaamde ruilverkavelingmodel dat we te eenzijdig en te technisch op de landbouw gericht zien.

Met betrekking tot het plattelandsbeleid vragen we ook uitdrukkelijk aandacht voor de verwezenlijking van de stiltegebieden. Het gaat er niet zozeer om te stellen dat het verboden is te brommen of te crossen: stilte is ook een cultureel gegeven. Dit biedt kansen om tot een recreatief medegebruik van het platteland te komen. De stiltebeleving biedt kansen om het toeristisch element op het platteland te versterken.

We vragen tevens aandacht voor twee punten die zich op het bestuurlijk vlak situeren. We hebben alle lof voor het voornemen een plattelandsfonds op te richten. Dit nieuwe instrument zal misschien niet volstaan om de lokale besturen de bestuurskracht te geven die ze in deze moderne tijd nodig hebben. Het plattelandsbeleid en de kleinere gemeenten hebben het moeilijk om al hun taken uit te voeren. Dit fonds is bedoeld om hen te ondersteunen. We vragen tevens aandacht voor een probleem dat ik zelf, in mijn eigen streek, heb ervaren. Er is nog steeds veel verdoken armoede op het platteland. In het licht van de bestuurlijke opdracht mogen we dit aspect zeker niet uit het oog verliezen.

Tot slot stellen we voor dat de Vlaamse Regering in de duurzame visserij blijft investeren. Dit is belangrijk. Het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) moet nauw worden betrokken bij de uitwerking van de voorstellen om de klimaatswijziging in de visserijsector op te vangen.

De voorzitter

De heer Callens heeft het woord.

Karlos Callens

Voorzitter, zoals de meeste andere sprekers kan ik hier slechts een klein deeltje van de beleidsnota bespreken. Aangezien ik niet veel tijd heb, geldt dit ook voor mij.

Zelden hebben de landbouw en de visserij tijdens de besprekingen van de beleidsnota’s zo’n cruciale rol opgeëist. Dit is tegelijkertijd een goede zaak en een teken aan de wand. Omwille van de klappen die de sector in de loop van het afgelopen jaar heeft moeten opvangen, heeft hij veel aandacht nodig. De instorting van de melkprijs is het voorbeeld dat het meest tot de verbeelding spreekt. De stijging van het aantal Boeren op een Kruispunt vormt hiervan de bevestiging. Het gaat hier immers om boeren in moeilijkheden.

Als Open Vld steunen we het uitgangspunt van de minister van Landbouw. Hij streeft naar een competitieve Vlaamse landbouw in een Europese en internationale context. Algemeen gesproken, durven we toegeven dat hij met betrekking tot de landbouw een aantal waardevolle denksporen bewandelt. Hij kan zich echter niet aan de lineaire besparingsinspanningen voor de vastleggingskredieten onttrekken. Die besparingen bedragen ongeveer 3,6 percent ten opzichte van 2009. Dergelijke beslissingen beperken natuurlijk de manoeuvreerruimte.

We zijn verheugd dat het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) binnen deze begroting de grote uitzondering vormt. De vastleggingen zijn verhoogd. Ik wil er bij de minister-president dan ook op blijven aandringen de dossiers van het VLIF met een uitermate grote precisie te behandelen en de correcte goedkeurings- en uitbetalingstermijnen te respecteren.

Ik zeg dit vooral omdat de federale regering bij het opstellen van haar eigen begroting voor 2010 een aanzienlijke inspanning heeft geleverd. Om de hele landbouwsector in deze moeilijke tijden te steunen, heeft de federale regering in een enveloppe van 20 miljoen euro voorzien. Die enveloppe kan worden aangewend voor de lang verwachte defiscalisering van de steun van het VLIF aan natuurlijke personen, voor de defiscalisering tot 5 percent van de steun aan vennootschappen en voor de daling van 16,5 percent tot 12,5 percent van de aanslagvoet voor de bedrijfstoeslagrechten en de zoogkoeienpremie.

Helaas is er nog geen oplossing voor de kalverpremies en blijft de in het federaal regeerakkoord voorgenomen carry-backregeling voor de land- en tuinbouwers nog een ambitie. We blijven daar ook bij de federale regering op aandringen. Er is een belangrijke stap gezet, maar de huidige maatregelen zijn slechts tijdelijk. Een reden te meer waarom er met de behandeling van VLIF-dossiers niet mag worden getalmd, en men zich zeker niet mag verschuilen achter de dooddoener dat de dossiers zogezegd niet volledig werden ingediend, maar het blijft onze ambitie om de defiscalisering van de VLIF-steun te bestendigen.

Voorzitter, minister, liberalisering van de wereldhandel en een liberaal landbouwbeleid worden soms gemakshalve en onterecht op één hoopje gegooid. Men vergeet echter dat de belangrijkste Vlaamse subsectoren met het hoogste aandeel in de toegevoegde eindproductwaarde precies die sectoren zijn die opereren in een relatief vrijgemaakte markt. Met andere woorden: laten we de concurrentiepositie en de potentie van onze Vlaamse land- en tuinbouw om overeind te blijven in internationale context, niet onderschatten. We moeten erover waken dat die positie niet verslechtert, maar het liefst nog verbetert. Met deze constructieve geest hebben we ook de beleidsnota van de minister willen lezen.

Het is evident dat een land- en tuinbouw die zich moeten wapenen in een steeds vrijere en concurrentiëlere markt op wereldschaal, steun van de overheid verdient. Maar we hebben het dan niet over blinde subsidiëring, maar des te meer over verantwoorde, doelgerichte investeringssteun, bevorderen van onderzoek, een doorgedreven en assertieve promotie van onze land- en tuinbouwproducten en tijdelijke steunmaatregelen in tijden van acute crisissituaties. In dat verband willen we opmerken dat niemand in dit halfrond zich heiliger dan de paus moet wanen. De maatregel die de minister bijvoorbeeld heeft genomen met betrekking tot de overbruggingskredieten was zonder twijfel goedbedoeld, maar kende een geringe respons omwille van de moeilijke uitvoeringsmodaliteiten.

Voorzitter, minister, ten slotte wil ik nog een woord zeggen over de visserij. Het wordt hoog tijd dat we meer respect en zichtbaarheid voor het zware beroep van zeevisser betonen, onder andere door te investeren in het onderwijs voor zeevisserij zodat het maximaal kan beantwoorden aan de hogere mate van techniciteit, door specialisatie en professionalisering van de visserij, en via de organisatie van een jaarlijkse nationale themadag van de zeevisserij.

Tot slot willen we een lans breken om de samenwerking tussen de vismijnen te intensiveren. Die krijgt bij voorkeur vorm via een overkoepelende structuur waarin plaats is voor overleg, en die elke vismijn de ruimte biedt om zich te profileren op haar sterke punten. (Applaus bij Open Vld)

De voorzitter

De heer Vanden Bussche heeft het woord.

Marc Vanden Bussche

Voorzitter, minister-president, dames en heren, ik zal me, gezien de korte spreektijd, beperken tot één facet van het plattelandsbeleid en tot de speerpunt van dat beleid, het Plattelandsfonds.

In zijn beleidsnota kondigt minister-president Peeters de oprichting van een plattelandsfonds aan dat in bijkomende middelen zal voorzien voor de plattelandsgemeenten. Alveringem is zo’n typevoorbeeld van een plattelandsgemeente, gemeente van onze achtbare collega van de N-VA Danielle Godderis-T’Jonck. Onze parlementsvoorzitter heeft deze gemeente in de zomer bezocht. Alveringem is een Westhoekgemeente van net geen 5000 inwoners, met negen fusiedorpen en een oppervlakte van 8000 hectare. Er zijn geen industriële activiteiten, behalve een ambachtelijke zone van 5 hectare nuttige oppervlakte. Als enige fabrieken zijn er zeven kerkfabrieken. De gemeente telt gelukkig 300 landbouwbedrijven en, minder gelukkig, 200 kilometer landelijke wegen. De gemeente zit aan de limiet van de fiscale mogelijkheden met 8 percent aanvullende gemeentebelasting en 2250 opcentiemen.

Voor zulke gemeenten is uiteraard een plattelandsfonds nodig. Alle plattelandsgemeenten kampen met dezelfde problemen: teloorgang van de lokale winkels en buurtcafés, teloorgang van de postkantoren, moeite om huisdokters aan te trekken, problemen om dorpsscholen in stand te houden, mobiliteitsproblemen voor vooral ouderen die niet mobiel genoeg zijn om naar de opstapplaatsen van de belbus te gaan. Voeg daarbij nog de slechte staat van het woningbestand en u zult begrijpen dat er geld nodig is voor een efficiënt plattelandsbeleid.

We stellen vast dat het plattelandsfonds slechts een ‘plattebeursfonds’ is. De begroting van 2010 voorziet in een wel zeer zuinig bedrag van 79.000 euro, dan nog voor een studie om de criteria en de afbakening van de plattelandsgemeenten vast te leggen. Nochtans hoeft er geen bijkomende studie te komen. Het probleem wordt voldoende in kaart gebracht door de provincie West-Vlaanderen en kan door de ambtenaren gemakkelijk mutatis mutandis worden toegepast op heel Vlaanderen.

Er is dus voor 2010 geen geld voor de werking van het fonds vrijgemaakt. Nochtans zijn de plattelandsgemeenten door de crisis in de landbouw het meest hulpbehoevend. Zij hebben recht op bijkomende Vlaamse steun. Bovendien lijden de plattelandsgemeenten nog het meest onder de betuttelingsdrang van de ambtenaren van de Vlaamse overheid en de provincie. De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) pleit zelfs voor een inleefstage van de ambtenaren zodat ze zich meer bewust zouden worden van de problemen van deze gemeenten.

De instelling van een plattelandsfonds wekt grote verwachtingen bij de plattelandsgemeenten. Voor 2010 is het al een maat voor niets, maar in 2011 zal men kleur moeten bekennen. Ofwel wil men de plattelandsgemeenten kansen geven en hun de nodige financiële middelen geven evenals de nodige infrastructuur om naar behoren te functioneren en om te overleven. Ofwel laat men hen aan hun lot over en verplicht men de plattelandsgemeenten noodgedwongen om op te gaan in grotere bestuurseenheden, met andere woorden over te gaan tot een noodgedwongen fusie.

Minister-president, de bal ligt dus in uw kamp. Wij kijken uit naar het aantal doelpunten dat u zult scoren, of zal het een teleurstellende owngoal worden? (Applaus bij LDD)

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De bespreking is gesloten.

Wij zullen straks de hoofdelijke stemmingen over de met redenen omklede moties houden.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.