U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 2 december 2009, 14.02u

Actualiteitsdebat over het economische relanceplan van de Vlaamse Regering (Voortzetting)
De voorzitter

Mevrouw Ceysens heeft het woord.

Patricia Ceysens

Mijnheer de voorzitter, geachte leden van de regering, geachte leden, de, investeringen van vandaag zijn de banen van morgen. De banen van morgen zijn, laten we eerlijk zijn, de enige echte sociale bescherming van overmorgen. Dat is de economische en sociale logica die onze partij hanteert: eerst de taart bakken, dan ze uitdelen. Helaas is dat niet langer de logica van deze Vlaamse Regering. U ziet: een coalitie zonder liberalen neemt heel snel een andere logica aan, een omgekeerde logica. We zien dat deze meerderheid strijdt om de herverdeling van welvaart en er eenvoudigweg van uitgaat dat die creatie van welvaart er wel vanzelf zal komen. Niets is minder waar. De golf van ontslagen en faillissementen die de Vlaamse economie nu treft, als gevolg van de wereldwijde financiële en economische crisis, bewijst dat. Vlaanderen verliest welvaart. Banen sneuvelen. Kmo’s gaan failliet. Hoofdzetels worden verplaatst, en niet naar Indië of China, maar naar Duitsland. Dat heeft alles te maken met het feit dat Vlaanderen in deze globalisering aan concurrentiekracht verliest. Van een Vlaamse Regering zouden we dan mogen verwachten dat ze in haar regeerakkoord en in haar begroting, opgesteld in het midden van die economische crisis, de juiste keuzes maakt, dat ze vooruitblikt en fundamenten giet voor nieuwe banen en welvaart, dat ze kiest voor het herstel van de concurrentiekracht, dat ze kiest voor economische en innovatieve slagkracht.

De Vlaamse Regering doet echter niets van dat alles. Ze ondermijnt zelfs de Vlaamse concurrentiekracht, en dat op drie manieren. Ze verhoogt de belastingdruk op arbeid, door de jobkorting te schrappen. Ze schroeft investeringen in innovatie terug. Ze kiest nu ook voor het creëren van een Vlaamse schuldenberg.

Ik verduidelijk die drie punten. De belastingen op Vlaamse arbeid worden met maar liefst 635 miljoen euro verhoogd, door de Vlaamse jobkorting de facto af te schaffen. Ik had gedacht dat, in het bijzonder met de N-VA in de regering, de Vlaamse fiscale autonomie zou worden aangewend om de belastingen op arbeid te verlagen, in plaats van ze te verhogen. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat de N-VA haar nationalistische agenda laat primeren op de economische. De schrapping van de jobkorting, die de Vlaamse belastingbetaler jaar na jaar 635 miljoen euro kost, moet immers dienen om middelen vrij te maken die nodig zijn om de kiemen van een eigen Vlaamse sociale zekerheid te zaaien. Zo lezen we in het regeerakkoord dat er een basisdecreet sociale bescherming komt, met een eigen Vlaamse hospitalisatieverzekering als kers op de Vlaamse taart.

Collega’s, dat is een verkeerde strategie. Men bouwt geen sociaal paradijs op een economisch kerkhof. We moeten de branddeuren naar het federale niveau sluiten en een eigen sociale bescherming opbouwen, zo stelde de heer De Wever tijdens het parlementaire debat over de regeringsverklaring. Collega’s, het brandt vandaag in Vlaanderen, vraag dat maar aan de duizenden werknemers die hun job verliezen. Die brand zullen we niet blussen met een extra laag Vlaamse sociale zekerheid bovenop de Belgische, maar wel door werken te belonen, door de Vlaamse jobkorting te behouden en door te investeren in ondernemerschap en innovatie.

Ten tweede worden precies de investeringen in innovatie nu ook nog teruggeschroefd. De omschakeling naar een innovatiegedreven Vlaamse economie wordt gehypothekeerd. De budgetten binnen het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie slinken in 2010 met maar liefst 80 miljoen euro, dat blijkt nogmaals uit de besparingstabel die minister Muyters gisteren ronddeelde. Niet Open Vld maar het Rekenhof stelde in zijn advies dat we op geen enkele wijze in 2014 de Lissabondoelstelling zullen halen.

Nochtans is die doelstelling letterlijk opgenomen in het Pact 2020, een pact dat door u, mijnheer de minister-president, en door de minister van Begroting, weliswaar in een andere hoedanigheid, in januari plechtig werd ondertekend op een van de vele Vlaanderen in Actie-hoogmissen. Vlaanderen moest en zou een legislatuuroverschrijdende langetermijnvisie hanteren. Die langetermijnvisie heeft exact zes maanden stand gehouden.

Wie het zich wel allemaal herinnert, is de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid (VRWB). Die berekende in juli 2009 wat het betekent om de 1 percentnorm te halen: 177 miljoen euro extra elk jaar. Wat doet deze regering? Ze schroeft de budgetten terug.

U weet dat we onder impuls van de VRWB en Voka in 2006 zes clusters hebben afgebakend waarin we zouden excelleren. We hebben daar enthousiast businessplannen voor gemaakt. Als u vandaag kunt terugvallen op initiatieven uit de groene en de witte economische motor, dan is het omdat we die toen hebben uitgedacht, vormgegeven en in middelen daarvoor hebben voorzien.

Afgelopen zondag heeft de minister-president in De Zevende Dag de vlucht vooruit genomen. Voor de camera’s trachtte hij Vlaanderen opnieuw gerust te stellen. De regering zou 800 miljoen euro extra investeren. Hoe? Door dat bedrag te lenen. In de begroting 2010 is daar geen spoor van terug te vinden. Minister Muyters zei gisteren in De Tijd dat de minister-president voor zijn beurt had gesproken.

Bij zoveel daadkracht van enerzijds de minister-president en anderzijds de minister van Begroting kan natuurlijk viceminister-president Lieten niet achterblijven. Zij had het dan maar opeens over 1,2 miljard euro die we zullen zien in innovatie in Vlaanderen. Maar ook van die 1,2 miljard euro is in deze begroting geen spoor te bekennen. Gisteren kwam er enige opheldering: in 2010 is er 300 miljoen euro te lenen, in 2011 en in 2012 nog eens 200 miljoen euro.

Dat brengt me bij mijn derde punt. Door 800 miljoen euro te gaan lenen, doet de Vlaamse Regering de Vlaamse schuld opnieuw oplopen. Nadat we er 10 jaar over hebben gedaan om Vlaanderen schuldenvrij te maken, gaat deze Vlaamse Regering nieuwe schulden maken bovenop de Belgische schuldenberg.

De voorzitter

De heer Van den Heuvel heeft het woord.

Over die schulden wil ik even aan mevrouw Ceysens vragen hoeveel de Vlaamse schuld bedroeg toen minister Van Mechelen zijn portefeuille van minister van Financiën heeft doorgegeven aan de heer Muyters.

Patricia Ceysens

Die zal om en bij de 5,5 miljard euro hebben bedragen, waarvan 3,5 miljard euro voor de redding van KBC, waar geen alternatief voor was.

Ik zal u een alternatief geven voor die schuld van 800 miljoen euro. Misschien is dat interessant. Dat alternatief zal ervoor zorgen dat we geen schulden opstapelen.

Het is een fabeltje dat minister Van Mechelen ervoor heeft gezorgd dat Vlaanderen geen schulden meer heeft. Toen hij als minister vertrok, bedroeg de schuld 5,5 miljard euro. Ik denk dat het opportuun is om de helft van de meeropbrengst voortvloeiende uit de KBC-participaties – een bedrag van ongeveer 800 miljoen – te investeren in een innovatieve kennisgedreven economie. Dat zou getuigen van goed beleid. Het is een fabeltje dat daardoor de schuld zal stijgen. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters

Mevrouw Ceysens heeft het altijd over de jobkorting. De jobkorting is een zaak voor diegenen die werk hebben. Wij investeren nu om ervoor te zorgen dat mensen hun werk kunnen behouden en diegenen die hun werk verliezen zo snel mogelijk aan werk geraken. U draait nogmaals het plaatje van de jobkorting af, maar dat heeft met deze problematiek erg weinig te maken.

De voorzitter

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Eric Van Rompuy

Mevrouw Ceysens, u hebt in kranten aangekondigd dat dit een groot debat over de schuld zou worden. Gisteren is evenwel in de commissie erg duidelijk gezegd dat de opgebouwde schuld een gevolg is van de bankencrisis. De vorige regering moest toen ingrijpen, met de steun van iedereen, en terecht. Als vandaag een tekort op de begroting wordt opgetekend en er bijgevolg moet worden geleend, dan is dat een gevolg van de economische crisis. Tijdens de regeringsvorming wisten we al dat we voor 2009 een tekort van 1,1 of 1,2 miljard euro zouden hebben.

De gewaarborgde schuld is de schuld die de afgelopen twee jaar is opgebouwd. De waarborgen verleend door de Vlaamse Regering verklaren de ontwikkeling. In een krant maakt u veel kabaal over de pps-schuld van 3,2 miljard. Maar die pps-schuld slaat op de scholenbouw, de welzijnssector en de andere pps-projecten die de afgelopen periode, ook ten tijde van de vorige regering, zijn opgezet.

Er wordt beweerd dat Vlaanderen een schuld heeft opgebouwd van 5,9 miljard plus meer dan 7 miljard plus 3,5 miljard euro. Maar voor elke eurocent daarvan dragen Open Vld en toenmalig minister Van Mechelen ook verantwoordelijkheid. Terecht hoor, want de economische situatie en de evolutie op de pps-markt vereisten dat. Het is dus niet correct om te stellen dat dit een schuldenregering is. Als u dat doet, bent u intellectueel en politiek totaal onredelijk.

De voorzitter

Mevrouw De Vits heeft het woord.

Mia De Vits

Mevrouw Ceysens heeft het zeer graag over uitgaven voor innovatie. Ze heeft het dan altijd over de publieke uitgaven. Kent u de cijfers die privébedrijven aan innovatie besteden? Die gaan achteruit. Toen u minister was, en er dus iets kon aan doen, zijn ze achteruitgegaan.

Patricia Ceysens

Als u het dossier zou kennen, dan zou u weten dat de investeringen in innovatie van kmo’s zijn vooruitgegaan. De vorige Vlaamse Regering heeft daarvoor gezorgd. Het VBO heeft twee weken geleden nog bekendgemaakt dat de uitgaven van de kmo’s zijn vooruitgegaan.

Mia De Vits

De cijfers heb ik hier voor me liggen: in de privésector zijn ze gedaald van 1,83 in 2001 naar 1,46 in 2005. Dat is het resultaat van uw beleid.

Patricia Ceysens

Volgens de cijfers van het VBO zijn de Vlaamse kmo’s erop vooruitgegaan.

De voorzitter

De heer Watteeuw heeft het woord.

Filip Watteeuw

Mevrouw De Vits heeft gelijk als ze zegt dat de inspanningen van de bedrijven achteruitgaan. Maar juist dan moet de overheid meer investeren in onderzoek en innovatie. En dat gebeurt niet, ondanks de aankondigingen van mevrouw Lieten.

De voorzitter

De heer Gatz heeft het woord.

Sven Gatz

Men probeert hier een sfeer te creëren alsof wij mee verantwoordelijk zijn voor de keuzes die gemaakt zijn in de begroting voor 2010. Wij hebben tot op het einde van de vorige legislatuur mee verantwoordelijkheid gedragen, en toen was er onder druk van de financiële crisis inderdaad al een deel schuld opgebouwd, maar wij stellen nu vast dat u voor 2010 kiest voor verdere schuldopbouw. Die verantwoordelijkheid dragen wij niet, en dat hebt u ons ook niet gevraagd. Er zijn andere manieren om te besparen dan hoe u nu bespaart.

Eerst wordt er gezegd dat die 800 miljoen euro zal worden geleend, en nu krijgen we plots de oplossing van de heer Van den Heuvel, die zegt dat dat bedrag via de KBC zal worden terugverdiend. Waarom heb ik dat gisteren niet gehoord van de minister van Begroting? U moet niet allerlei verhalen rondstrooien via uw fractie. Wij krijgen heel weinig duidelijkheid van deze regering, maar misschien zult u die straks proberen te geven.

Wij zouden andere keuzes gemaakt hebben. Het gaat hier om investeren in onderzoek, innovatie en ontwikkeling. Daar laat u heel belangrijke leemtes vallen.

Mia De Vits

De norm stelt heel duidelijk: 1 percent voor de overheid, 2 percent voor de privésector. De privésector raakt daar helemaal niet, en de inspanningen gaan achteruit. Daar hoor ik u nooit over praten, mevrouw Ceysens. U praat alleen over een ander punt, namelijk wat de publieke sector moet doen. De publieke sector moet zijn inspanningen doen, maar u praat niet over de rest. Terwijl u minister was, zijn de cijfers gedaald.

Patricia Ceysens

Niet voor de Vlaamse kmo’s.

Collega’s, nadat we er tien jaar over gedaan hebben om Vlaanderen schuldenvrij te maken, gaat deze Vlaamse Regering nieuwe schulden aan. (Rumoer)

Eric Van Rompuy

Kom toch los van uw papier, mevrouw Ceysens! We hebben net aangetoond dat u daar mee aan de basis van lag.

Patricia Ceysens

Wij pleiten voor een alternatief: geen nieuwe schuldopbouw, maar wel een initiatief van de overheid om Vlaams privaat spaargeld naar Vlaamse ondernemingen en kmo’s te kanaliseren. Velen zullen zich nog herinneren dat de crisis van begin de jaren tachtig te lijf werd gegaan met de wet Cooreman-De Clercq. Die wet van de CD&V’er Cooreman en onze liberaal De Clercq stimuleerde langs fiscale weg het ter beschikking stellen van het nodige risicokapitaal aan bedrijven. Het was een groot succes.

In 2005 heeft Vlaanderen een soortgelijke regeling ingevoerd onder de naam ARKimedes. Meer dan 100 miljoen euro werd toen in een mum van tijd opgehaald. Waarom onze Vlaamse fiscale autonomie niet gebruiken om opnieuw privaat geld, dat vandaag geparkeerd staat op spaarboekjes, via een Vlaamse fiscale stimulans te kanaliseren naar risicokapitaal voor onze bedrijven? Waar wachten we op?

Collega’s, België heeft de hoogste belastingdruk op arbeid. Vlaanderen gebruikt zijn autonomie niet langer om die belastingdruk op arbeid te drukken. België investeert ondermaats in innovatie, en Vlaanderen gebruikt zijn autonomie niet langer om de budgetten voor Onderzoek en Ontwikkeling (O&O) op te drijven.

De voorzitter

De heer Crombez heeft het woord.

John Crombez

Ik vind dat een heel interessant punt, mevrouw Ceysens. We hebben recent inderdaad gezien dat de belastingdruk in België is gestegen in 2008. Ik vind dan ook dat u aan uw collega’s in de federale regering de boodschap moet geven om daar iets aan te doen. Het is immers niet zo dat wij hier besparingen moeten doorvoeren om daar met uw voorstel op in te grijpen, terwijl de belastindruk door federale maatregelen is gestegen in 2008.

Sven Gatz

Het is wel de federale regering die de btw in de bouw en de horeca verlaagt, en de Vlaamse Regering die de jobkorting wegneemt. Herinnert u zich dat goed?

De voorzitter

De heer Dewinter heeft het woord.

Ik vind dit een grappige discussie. De pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet. Het zijn net die partijen die in het verleden en vandaag in de federale regering hebben gezeten en zitten, die altijd een rem zijn geweest op iedere vorm van staatshervorming, noodzakelijk om ons de hefbomen te geven om dit op te lossen, die elkaar vandaag verwijten dat ze niet doen wat ze moeten doen.

Het is toch een beetje surrealistisch dat uitgerekend vandaag dit debat wordt gevoerd tussen partijen die zelf allemaal verantwoordelijk zijn voor de status-quo op communautair vlak. Ik vind dit bepaald pijnlijk en zeker wel surrealistisch.

De voorzitter

De heer Bothuyne heeft het woord.

Ik wil kort reageren op de wonderoplossing van mevrouw Ceysens, met name een ARKimedes bis. Wanneer u kijkt op bladzijde 22 van de beleidsnota Economie, dan ziet u dat uw wonderoplossing al in de beleidsnota is opgenomen. Er komt een nieuwe oproep voor ARKimedes. Ik begrijp dan ook niet waarom u het hier hebt over de nieuwe oplossing van Open Vld.

Patricia Ceysens

U zat op het kabinet van de minister-president toen ik dat bij de vorige regering heb aangebracht.

Eric Van Rompuy

Mevrouw Ceysens, u zegt dat we ARKimedes moeten relanceren. De heer Bothuyne zegt net dat het in de beleidsnota staat. Het is dus een nieuw aanbod dat we doen en u gaat gewoon over tot de orde van de dag en doet alsof de repliek van de meerderheid u niet raakt. U vertelt eigenlijk een onwaarheid.

Gaat ARKimedes door of niet?

Patricia Ceysens

Toen ik nog kon, heb ik gezegd dat we zouden beginnen met een nieuwe oproep voor ARKimedes. De minister heeft laten verstaan dat hij dit zou verderzetten maar wij zien dat niet vandaag. Er wordt nu 800 miljoen euro geleend. De minister heeft op 1 oktober ook gezegd dat op 1 december het plan voor de elektrische wagen op de tafel zou liggen. 1 december is gepasseerd en ik vraag dan ook dat er wordt gedaan wat nodig is. Wat wij vandaag nodig hebben, is een oproep die private middelen vrijmaakt.

Minister-president Kris Peeters

Mevrouw Ceysens, wij trekken een aantal elementen van de vorige regering gewoon door. Ik wil u zelfs de eer geven dat u gezegd hebt dat er een ARKimedes bis moet komen. Ik heb dat overgenomen in de beleidsnota. Daarnaast lenen we ook nog 800 miljoen euro. We gaan dus voor een ARKimedes bis en we lenen daar nog eens 800 miljoen euro bij. U zou eigenlijk heel tevreden moeten zijn dat we uitvoeren wat u in de vorige Vlaamse Regering hebt aangekondigd maar niet uitgevoerd. Dat zullen wij nu doen. Daarbovenop lenen we dan nog eens 800 miljoen euro.

Ik wil het even hebben over de drie kernpunten van mevrouw Ceysens. De schuldenlast neemt enorm toe. Toen de heer Van Mechelen wegging als minister van Financiën, was er 5,5 miljard euro schuld. Op het einde van 2010 verwachten wij een schuld van 5,9 miljoen euro omdat er nog een overheidstekort is van ongeveer een half miljard euro. Wat is eigenlijk het probleem? Deze regering doet geen schuldopbouw. Wanneer we KBC terug kunnen krijgen, hebben we wellicht opnieuw 5,2 miljard euro binnen.

Wat is nu eigenlijk het standpunt van Open Vld over de jobkorting? Ik heb hier een citaat van federaal vicepremier Vanhengel: “Het terugschroeven van de jobkorting is voor mij geen breekpunt. Ik vind die jobkorting een mercantiele benadering.” Ik citeer ook de toekomstige voorzitters van Open Vld, de heer Keulen: “In tijden van economische crisis pleiten voor een hogere jobkorting is ongepast en ongeloofwaardig”, en de heer De Croo: “Het leek bijna alsof we de kiezer gingen kopen. Stem voor ons en je krijgt 500 euro.”

Ik kan alleen concluderen dat er grote misverstanden bestaat over die jobkorting. Uw partij is er zelf nog niet uit hoe die jobkorting moet worden ingevuld.

Patricia Ceysens

Het is bijzonder duidelijk dat het in die gevallen telkens ging over de verdubbeling van de jobkorting. Wij staan echter volledig achter de jobkorting als lastenverlaging voor werkende mensen.

De voorzitter

De heer Strackx heeft het woord.

Felix Strackx

Mijnheer de voorzitter, mevrouw Ceysens, laten we dan maar hopen dat het geld van ARKimedes bis wat beter zal worden besteed dan dat van het oorspronkelijke ARKimedes. Ik wil eraan herinneren dat er 25 miljoen euro belegd is in collateralized debt obligations (CDO’s), in rommelkredieten dus, die vandaag zo goed als niets meer waard zijn.

Patricia Ceysens

Dat klopt, mijnheer Strackx, maar dat hebben we in de financiële crisis op nog wel meer plaatsen zien gebeuren.

Fundamenteel verschillend, mijnheer de minister-president, is dat wij ARKimedes tijdig hebben opgepikt. Wij hebben dit voorgesteld om private middelen te sensibiliseren en naar boven te brengen. Wij zullen deze middelen broodnodig hebben om ze te investeren in onze Vlaamse economie. U maakt de keuze om er 800 miljoen euro schuld bij te doen. De heer Van Mechelen heeft er tien jaar over gedaan om 6,6 miljard euro weg te werken.

‘Wat we zelf doen, doen we beter’: ik begin er ernstig aan te twijfelen en ik ben niet alleen. Een heel bekende Vlaamse econoom, Geert Noels, had het de voorbije dagen over de ‘Wallonisering van de Vlaamse economie’. Dat doet pijn aan het hart van elke liberaal. Met de N-VA in de regering klinkt dat toch bijzonder ironisch. (Applaus bij Open Vld)

De voorzitter

De heer Vereeck heeft het woord.

Lode Vereeck

Voorzitter, mijnheer de minister-president, collega’s, Vlaanderen zit in een economische storm, windkracht 7 en er vallen rake klappen. Nooit waren er zoveel faillissementen als de afgelopen elf maanden en het regent ontslagen. Ook bij onze economische paradepaardjes in onze speerpuntsectoren: Hanssen Transmissions, Janssen Pharmaceutica, Opel, DHL, Bayer.

Mijnheer de minister-president, u maakte zich enkele dagen geleden oprecht kwaad, zogenaamd op de heer Reilly omdat hij zich niet hield aan eerder gemaakte afspraken in verband met de toewijzing van de bouw van de kleine SUV aan de Opelfabriek in Antwerpen. Maar ik denk dat u eigenlijk wel beter wist. U was vooral kwaad op uzelf omdat u geen antwoord heeft op de economische uitdagingen. Die zijn ook heel groot en van internationale aard. De publieke opinie begint dat natuurlijk te voelen. De publieke opinie wil geen kapitein die de controle over het schip verliest. Dus moest u uitpakken met een plan, een supermaatregel. Het moest snel gaan. Geen tijd om de minister van Begroting in te lichten. Weg met de collegialiteit. De ‘sense of urgency’ over de ernst van de crisis is terug. Dat is, wat ons betreft, het goede nieuws van afgelopen weekend. Waarschijnlijk dacht u nog even aan een nieuwe commissie. Maar u hebt al zeven werkgroepen bij de DAM, en een expertencommissie om de vergunningstijd voor investeringen in te korten. Het moest dus wat spectaculairder en vooral daadkrachtiger ogen: 800 miljoen euro bijkomende impuls voor de relance van onze economie.

Het werd zondag even stil in de studio van De Zevende Dag. De bevolking keek vol verwachting naar een mooie toekomst. En ook bij de oppositie stond men heel even perplex. Want waar kwam dit plots vandaan? Weken zitten wij in de commissies de begroting te doorploegen om per departement efficiëntiewinsten van enkele honderdduizenden, enkele miljoenen te vinden, om te besparen en te beknibbelen, en plots is er 800 miljoen euro.

Toen brak er hoongelach uit bij de oppositie, schreef een krant. Want wat blijkt nu? Het gaat helemaal niet om 800 miljoen euro bijkomende maatregelen. Het gaat om bedragen die al ingeschreven staan in de begrotingen. Ik zou zeggen: zo kunnen wij het ook. De regering kan dan net zo goed verklaren dat ze volgend jaar 25 miljard euro in de economie pompt, want dat is de omvang van de totale begroting. En het gaat om verschillende bedragen, meervoud dus, maar dat weet u ondertussen al. Het gaat om 300 miljoen euro in 2010 en 2011 en 200 miljoen euro in 2012.

Samengevat: voor ons gaat het hier om een pr-actie regelrecht uit de handboeken van Noël Slangen. Helaas zal deze pr-actie aflopen op een sisser. De minister van Begroting was dan ook niet blij. Dat bleek uit de reactie van zijn kabinet afgelopen weekend en uit de commissiebespreking van gisteren dinsdag. Mijn collega zei het al: u had voor uw beurt gesproken.

Mijnheer de minister-president, ik wil niet zover gaan te beweren dat u de bevolking hebt voorgelogen, maar ik zou hier niet mee thuis kunnen komen.

Mijnheer Vereeck, ik was daar aanwezig, dat heb ik niet gehoord.

Eric Van Rompuy

Als voorzitter van de commissie Financiën heb ik vier uren vrij aandachtig geluisterd en heb ik minister Muyters nooit horen zeggen dat de minister-president voor zijn beurt heeft gesproken. U legt hem iets in de mond wat hij niet heeft gezegd.

Lode Vereeck

Het stond in de krant van het voorbije weekend. En u moet ook eens kijken naar de lichaamstaal van de gewaardeerde minister van Begroting. Die spreekt boekdelen.

Eric Van Rompuy

Aha, het stond in de krant. Heeft hij dat gezegd of heeft hij dat niet gezegd?

In het parlement telt alleen wat er wordt gezegd, het gesproken woord telt. Als we nu ook al lichaamstaal gaan interpreteren als politieke uitspraak… (Applaus bij CD&V en Open Vld)

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Voor alle duidelijkheid, ik vind niet dat de minister-president voor zijn beurt heeft gesproken. Moest mijn lichaamstaal enige andere uitleg hebben gegeven, dan was die fout. (Applaus bij CD&V en N-VA)

Patricia Ceysens

Tellen de knipoogjes van de minister-president nog?

Lode Vereeck

Ik zou hier in ieder geval thuis niet mee wegkomen. Ik heb het afgelopen weekend eens geprobeerd bij mijn dochter. Ik heb haar gezegd dat ze voor haar Sinterklaas 800 euro krijgt, en ik zag oprechte blijdschap op haar gezicht. Toen zei ik dat het ging om 300 euro dit jaar, 300 euro volgend jaar en 200 euro in 2012. Toen was ze al wat minder blij. Vervolgens zei ik haar dat het geld ook van haar zakgeld zou afgaan, want dat het over hetzelfde geld ging en dat ze dus niets extra kreeg. Ik heb haar dus blij gemaakt met een dode mus. Mijnheer de minister-president, eigenlijk doet u een klein beetje hetzelfde. Om het in de harde LDD-taal te zeggen: foei, foei, mijnheer de minister-president, dit is niet netjes, het ondermijnt uw geloofwaardigheid.

Terug naar de kern van het probleem: de crisis en de stijgende werkloosheid. Er zijn natuurlijk maar een beperkt aantal manieren om jobs te creëren. Een daarvan is arbeid gewoon goedkoper maken. Uit alle recente studies blijkt dat Vlaanderen een structurele loonhandicap heeft tegenover de buitenlandse concurrent. Daardoor verliezen we jaar na jaar van ons marktaandeel. En nee, het is niet het nettoloon dat te hoog is, maar de fiscale en parafiscale lasten die er bovenop komen. Wat doet u, u schaft de jobkorting af. Maar om daar vanuit Vlaanderen echt iets aan te kunnen doen, moet er een staatshervorming komen. Daar geeft deze regering voorlopig nog altijd niet thuis. De regering huldigt een nieuwe doctrine die opgang maakt, de zogenaamde De Wever-doctrine, samengevat als: ‘On n’est réalisateur de rien.’

Nieuwe jobs worden ook gecreëerd indien het ondernemingsklimaat gunstig is. Door de administratieve rompslomp is daarvan in Vlaanderen geen sprake. De regeldruk waar u zich dit weekend druk over maakte – u sprak over vadsigheid of vadsige rust – is niet de schuld van de economische crisis. Week na week en jaar na jaar hebben deze en de vorige regering beslissingen genomen, bladzijden lang, met steeds nieuwe initiatieven, nieuwe regels, nieuwe instellingen. Vrijdag nog werd het VON gelanceerd: het Vlaams Ondernemerschapsbevorderend Netwerk. Vandaag ziet een werkgroep voor windmolens het levenslicht. Mijnheer de minister-president, hebt u eigenlijk al eens iets afgeschaft?

Daarnaast hebt u ook een werkgroep opgericht die de vergunningen zal bekijken. Op zich een goede zaak maar met het gevolg dat we nu drie werkgroepen hebben om de vergunningen te bekijken. Straks moeten we nog een werkgroep oprichten om de werkzaamheden te coördineren tussen de regeringscommissie, de parlementaire commissie en de DAM-commissie. Wat ons vooral stoort, is dat die commissies zich vooral lijken toe te leggen op de verkorting van procedures voor grote infrastructuurwerken, voor overheidsinvesteringen, terwijl vooral de vele administratieve rompslomp voor bedrijven onder handen moet worden genomen. Het is vooral de regeldruk voor bedrijven die schadelijk is.

Waar blijft bijvoorbeeld de vereenvoudiging in het kader van de Dienstenrichtlijn? Waar blijft het uniek loket? Dat is een Europese verplichting. Voldoe daaraan. Snel alstublieft, voor u weer met een nieuw initiatief komt.

Minister-president Kris Peeters

De heer Vereeck moet zich natuurlijk goed informeren. Ten eerste betreft het uniek loket een beslissing van de Vlaamse Regering en ten tweede gaat de commissie die we in het leven hebben geroepen, ook over private investeringen van ondernemingen.

Dus, mijnheer Vereeck, of u hebt de teksten niet goed gelezen, of u zegt hier dingen die flagrant onjuist zijn.

De voorzitter

De heer de Kort heeft het woord.

Dirk de Kort

Mijnheer de voorzitter, ik vind het bijzonder betreurenswaardig dat een parlementslid hier vooraan zoiets verklaart over initiatieven die breed werden gedragen binnen de commissie Openbare Werken. Iedereen ging er, over de partijgrenzen heen, mee akkoord om die commissie ad hoc op te richten. Het initiatief kwam vanuit het Vlaams Parlement zelf, maar wordt nu afgedaan als “nog eens een zoveelste werkgroep”. Ik betreur dat.

De voorzitter

De heer Reekmans heeft het woord.

Peter Reekmans

Mijnheer de Kort, ik maakte ook deel uit van de commissie ad hoc en ik heb me daar niet akkoord mee verklaard. Ik kan uw eventuele vermoeden ontkrachten: het hele systeem van de werkgroepen werd minstens zwaar opgedrongen. U mag spreken namens de collega’s van de meerderheid, maar vanuit de oppositie zullen we zelf spreken! Ik ben als lid van die commissie ad hoc nooit akkoord gegaan met dat systeem, dat heeft LDD nooit gedaan.

De voorzitter

Mijnheer Reekmans, ik zal me niet in het debat mengen, maar ik wil er even op wijzen dat het een eenparige beslissing van het Uitgebreid Bureau was om over te gaan tot de oprichting van een commissie ad hoc. We zijn daar zelfs speciaal voor samengekomen.

Ludwig Caluwé

Het gaat trouwens niet louter om publieke investeringen, want in de opdracht staat uitdrukkelijk dat het gaat om publieke en private investeringen.

Lode Vereeck

Mijnheer de voorzitter, u hebt me geen kritiek horen geven op die parlementaire commissie. (Gelach)

Dat heb ik niet gedaan, ik heb alleen gezegd dat er nu verwarring is met al die andere commissies die in de schoot van de regering worden opgericht, zowel de DAM-commissie als de expertencommissie. Dit punt werd in geen geval opgehelderd tijdens de eerste bijeenkomst.

Mijnheer de minister-president, u stelt terecht dat de jobs die op de ene plaats verdwijnen, op een andere plaats moeten worden teruggewonnen en dat de jobs die verdwijnen uit de oude industrie, moeten worden gecreëerd in de nieuwe industrie. U hebt gelijk, maar ik vrees dat het niet zal lukken met de initiatieven die u aankondigde en waarover wij in de media iets mochten vernemen, want zoals u weet beschikken we nog steeds niet over een meerjarenbegroting. U noemt het een plan, maar ik ben er nog niet zo zeker van dat we er heel ver mee zullen geraken.

Van die 300 miljoen euro voor volgend jaar, besteedt u 200 miljoen aan een Vlaams energiebedrijf dat er eigenlijk geen is. Volgens ons is dat weer een nieuwe Vlaamse instelling die een aantal energieparticipaties zal beheren. Meer dan een paar extra ambtenaren, zal dat voorlopig niet opleveren.

U spreekt over de oprichting van een Medisch Centrum Vlaanderen. Wat de concrete inhoud daarvan is en hoeveel jobs dat oplevert, weet nog niemand – uzelf wellicht ook niet. Zolang de medische markt in handen blijft van de overheid, leidt een verdere medicalisering van de samenleving natuurlijk tot bijkomende parafiscale lasten.

De voorzitter

Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters

Mijnheer Vereeck, hebt u het voorstel gelezen dat ik heb uitgewerkt in het kader van Vlaanderen in Actie (ViA) inzake het Medisch Centrum Vlaanderen?

Lode Vereeck

Ja.

Minister-president Kris Peeters

Waarom zegt u dan wat u zegt? Waarom zegt u dat het Medisch Centrum Vlaanderen alleen maar dat zou betreffen en doet u alsof u niets weet van de vele andere initiatieven die eronder ressorteren?

Lode Vereeck

Bedoelt u nu alle initiatieven onder ViA?

Minister-president Kris Peeters

Neen, ik heb het over Medisch Centrum Vlaanderen, over wat daar exact mee wordt bedoeld en wat de concrete doorbraak inhoudt. Hebt u dat gelezen in ViA?

Lode Vereeck

Uiteraard, maar wat is uw vraag?

Minister-president Kris Peeters

Als u dat hebt gelezen, dan zegt u nu toch wel dingen die niet kloppen.

Lode Vereeck

Neen, daarover ben ik het niet met u eens. Als u verder inzet op de gezondheidssector zoals die vandaag georganiseerd is, dan moeten we opletten dat we niet in ons eigen vel snijden.

Minister-president Kris Peeters

Maar het gaat niet alleen over de gezondheidssector, het gaat ook over ICT en zorg, over translationele geneeskunde en over andere zaken. We hebben trouwens al initiatieven genomen met de vorige Vlaamse Regering en we willen die nu voortzetten. Minister Vandeurzen zal daarover, samen met minister Lieten, de volgende weken en maanden meer tekst en uitleg geven. Het gaat veel ruimer dan u zei, en dat weet u heel goed.

Lode Vereeck

U hebt het opnieuw over de elektrische wagen. Volgens u moeten we de testmarkt worden in de wereld. Blijkbaar heeft Vlaanderen daarvoor een uniek profiel. Dat is een beetje vreemd, want we zetten daar al jaren op in. Er is al jaren Flanders’ DRIVE, een prestigeproject, waar eigenlijk nog niet zoveel is uitgekomen, behalve een deur die minder weegt. Mijnheer de minister-president, begrijp me niet verkeerd, ik hoop dat u inzet op die elektrische wagens.

De voorzitter

Minister Lieten heeft het woord.

Minister Ingrid Lieten

Mijnheer de voorzitter, ik vind toch dat de heer Vereeck wat denigrerend spreekt over de automobielsector, die in Vlaanderen heel belangrijk is voor de tewerkstelling. Het is absoluut zo dat de elektrische wagen eraan komt, dat die een enorme meerwaarde zal betekenen voor onze maatschappij. We moeten er absoluut voor zorgen dat onze industrie en de toeleveranciers worden voorbereid om straks die elektrische wagen ook te assembleren. Op 1 oktober heb ik aan Flanders’ DRIVE gevraagd om de bestaande industrie te bevragen om te zien hoe de overheid daarop moet inspelen. Het is absoluut zo dat we een inhaalbeweging moeten doen. We zijn daar ook volop mee bezig. Het is belangrijk dat we dat niet onder de mat vegen en beschouwen als een droom. We moeten denken aan de jobs van vandaag en aan die van morgen.

Lode Vereeck

Ik ben blij dat u dat zegt, maar ik merk dat niet in de praktijk. Als we kijken naar een gelijkaardig initiatief in Nederland, zien we toch wel dat het om een heel andere orde van grootte gaat. Wat Flanders’ DRIVE tot nu toe heeft gerealiseerd, is niet van die aard dat wij in de toekomst kunnen claimen om hier die elektrische wagen te bouwen. Ik heb de cijfers bij me. In Nederland gaat het om veel grotere bedragen. Daar is men echt consequent aan het investeren in die elektrische motors, zodat de productie naar Nederland gaat. Het zal niet zijn omdat die deur 20 percent minder weegt dat al die constructeurs nu plots naar Vlaanderen zullen komen.

Wij blijven voorstander om meer, veel meer, te investeren in Onderzoek en Ontwikkeling. Daardoor kunnen in de toekomst inderdaad jobs gecreëerd worden. En helaas had minister Lieten een trieste boodschap te melden: er moet 80 miljoen euro bespaard worden. En we kunnen hier niet kritisch genoeg zijn.

Minister Ingrid Lieten

Mijnheer Vereeck, in de commissie hebben we daarover gedebatteerd. Ik heb u toen uitgelegd dat alle ministers achter die besparingen staan om ervoor te zorgen dat we dit en volgend jaar geen gat in de begroting slaan voor de toekomst en om er juist voor te zorgen dat, als er opnieuw budgettaire ruimte is, we kunnen inzetten op de toekomst. Ik heb u ook uitgelegd dat we binnen Onderzoek en Innovatie die besparingen op een slimme manier hebben gerealiseerd. Dat wil zeggen dat er niet wordt ingekort op de middelen die beschikbaar zijn voor de steun aan de bedrijven. Die budgetten blijven onveranderd. Ik heb er ook voor gezorgd dat de middelen die nodig zijn voor het basisonderzoek gehandhaafd blijven. Daarmee zullen we ervoor zorgen dat tijdens deze besparing, die moeilijk is en voor niemand aangenaam, alle projecten gecontinueerd kunnen worden. We zullen ons ook inzetten om een toekomstplan op te stellen om, zoals minister-president Peeters heeft gezegd, klaar te zijn om de volgende jaren Onderzoek en Ontwikkeling te ondersteunen.

Lode Vereeck

Mevrouw de minister, ik was aanwezig in de commissie. Wat het principe betreft, kunt u op onze steun rekenen. Alleen is het zo dat er tijdens het weekend wel iets is veranderd. Plots is er 800 miljoen euro voor een relance. En dan kan ik wel wat andere dingen verzinnen dat wat nu naar voor is geschoven. (Opmerkingen van minister-president Kris Peeters)

Om te beginnen kunt u een deel van die 800 miljoen euro doorschuiven naar minister Lieten. We kunnen niet kritisch genoeg zijn. Minister Lieten heeft niet hard genoeg op de begrotingstafel geklopt. Ze heeft wel begrepen waar het over gaat: er zitten conceptuele fouten in het O&O-beleid, waardoor open innovatie niet van de grond komt in Vlaanderen. Mevrouw de minister, u wil dat aanpakken. Als u dat doet, hebt u onze steun. In plaats van te besparen op O&O zou u bij de minister-president moeten langsgaan en vragen daar een deel van die 800 miljoen op in te zetten.

We vragen ons trouwens af waar die 800 miljoen euro vandaan komt. Het gaat immers toevallig om hetzelfde bedrag dat zou moeten worden vrijgemaakt indien de federale bevoegdheidsoverschrijdende uitgaven naar Vlaanderen zouden worden overgeheveld. We komen hier later nog op terug.

De intellectuele eerlijkheid gebiedt me te vermelden dat de vorige Vlaamse Regering in betere tijden te weinig voor de innovatie heeft gedaan. In de loop van de vorige legislatuur, die vijf jaar heeft geduurd, is de Vlaamse Regering erin geslaagd de innovatie van 0,66 percent tot 0,68 percent van het bruto regionaal product te laten stijgen. Die stijging van 0,02 percent komt uit de speurgids van de Vlaamse administratie.

Ik wil trouwens nog een kritische opmerking over het ARKimedes-Fonds maken. Dit fonds heeft 110 miljoen euro opgeleverd. Volgens onze informatie is hiervan 27 miljoen euro in rommelkredieten belegd.

Mijnheer de minister-president, de jaren van gezelligheid zijn voorbij. Het zijn barre tijden. We hebben geen nood aan een Vlaanderen in actie, maar aan een Vlaamse Regering in actie. Ik heb het dan natuurlijk niet over een pr-actie. (Applaus bij LDD)

De voorzitter

De heer Van den Heuvel heeft het woord.

Mijnheer de voorzitter, ons land is in een economische storm terechtgekomen. De slachtoffers zijn de burgers die hun job verliezen en de ondernemers die hun bedrijf over kop zien gaan. Dit jaar gaat onze economie met meer dan 3 percent achteruit. Dat is het slechtste economische resultaat sinds de jaren dertig van de vorige eeuw. Het is een slechter resultaat dan in 1974 en in 1981, de twee donkere jaren van de oliecrisis.

Veel mensen trekken zich vandaag op aan de meer hoopvolle vooruitzichten voor 2010, een stijging met 0,6 percent, en voor 2011, een stijging met 2 percent. Deze prille economische heropleving mag onze daadkracht evenwel geenszins doen verminderen. Net in deze tijden van economische nood moet ieder van ons zijn verantwoordelijkheid ten volle opnemen. De ‘sense of urgency’ mag niet wegebben. We moeten die net aanwenden om moedige maatregelen te nemen. Op die manier kunnen we in de toekomst winnen.

Er is in elk geval nood aan moedige maatregelen. Experts hebben al herhaaldelijk aangegeven dat de arbeidsmarkt nog even een slagveld zal blijven. Momenteel telt Vlaanderen ongeveer 205.000 werkzoekenden. Dat zijn er bijna 40.000 of bijna 22 percent meer dan vorig jaar. Voor 2010 wordt een stijging van de werkloosheid met meer dan 50.000 personen verwacht.

Wie deze cijfers ziet, kan enkel doordrongen worden van de nood aan een algemene mobilisatie van politici, van het middenveld, van werkgevers en hun federaties en van werknemers en hun vakbonden. Iedereen moet zich ten volle rekenschap geven van zijn verantwoordelijkheden. Samen moeten ze aan een economische heropstanding werken.

In deze moeilijke tijden is het essentieel dat politici zich tegenover de burger eerlijk durven op te stellen. We kunnen sterker uit deze crisis komen. Dit kan echter enkel indien iedereen hiertoe een bijdrage levert. We hebben in deze tijden geen nood aan politici die de burgers proberen te sussen met beloftes die ze niet kunnen waarmaken en die daardoor de noodzakelijke ‘sense of urgency’ wegnemen.

Winston Churchill was een politicus van de eerste categorie. Bij de aanvang van de Tweede Wereldoorlog zei hij: “I have nothing to offer but blood, toil, sweat and tears”. Daar heb ik respect voor. Voor politici die in volle economische crisis proberen de kiezers te paaien met onverantwoorde cadeautjes, zoals een verdubbeling van de jobkorting, heb ik daarentegen veel minder respect. Het stemt me dan ook tevreden dat onze minister-president een politicus van de eerste categorie is. Wanneer het moeilijk gaat, probeert hij de burger niet te sussen. Hij gaat ervoor. Hij wil de problemen overwinnen en hij nodigt iedereen uit om zijn verantwoordelijkheid te nemen, zoals bij Bayer in Antwerpen.

Want in geen geval mogen we de fouten uit de tweede helft van de jaren zeventig opnieuw maken, toen men te laat tot een afdoende aanpak van de economische problemen kwam. Men verdoezelde toen te lang de gevolgen van de crisis en men stelde de noodzakelijke maatregelen uit, tot men uiteindelijk moest overgaan tot draconische ingrepen.

Alle maatschappelijke spelers dienen vandaag mee te werken aan het zo broodnodige herstelbeleid. Deze oplossingen zullen moeilijke beslissingen vragen, op alle niveaus. Het is echter aan ons om in de eerste plaats naar onszelf te kijken en maximaal in te zetten op een moedig financieel en economisch beleid in Vlaanderen.

Deze regering doet dat. Want een heel sterk signaal kwam er toen deze regering zich engageerde om ook in tijden van economische crisis op korte termijn tot een begrotingsevenwicht te komen. In Europa is dit een uitzondering op de regel. Een nultekort in 2011 is en blijft een uitzonderlijke prestatie.

Daarnaast zet deze regering alles in op een ambitieus en duurzaam investeringsbeleid. We stellen evenwel vast dat in Vlaanderen belangrijke investeringsprojecten afgeremd worden door ellenlange vergunningsprocedures. Op die manier wordt het voor investeerders steeds moeilijker om binnen een redelijke termijn een project op te zetten, en viert het immobilisme hoogtij.

Beste collega’s, we hebben hierover, ook in dit halfrond, al veel gezeurd. Ik ben dan ook zeer tevreden dat deze regering dit aanpakt met de oprichting van een expertencommissie onder leiding van gouverneur Berx. Tegelijk start in het Vlaams Parlement een ad-hoccommissie die de versnelling van maatschappelijk belangrijke investeringsprojecten zal behandelen. Het is absoluut nodig dat deze commissies hun werk efficiënt en snel aanpakken zodat we in Vlaanderen vlug tot transparante, eenduidige en vooral meer eenvoudige vergunningsprocedures komen. Het investeringsklimaat kan ook zonder budgettaire stimulansen immers sterk verbeteren.

Ten derde moet men inzetten op de verandering van het DNA van de Vlaamse economie: de transformatie naar een duurzame en kennisgedreven economie. Geen kortetermijndenken en ad-hocmaatregelen zijn hiervoor nodig, wel visie en daadkracht. Gelukkig hebben we een kompas om de richting aan te geven: Vlaanderen in Actie. Met Vlaanderen in Actie hebben we ons terecht geëngageerd om Vlaanderen tegen 2020 naar de top vijf van Europese regio’s te leiden. Vandaag de dag laten wij ons immers te dikwijls in slaap wiegen door de vergelijking met Wallonië, die we meestal op economisch vlak vlekkeloos doorstaan. Maar dit is ruim onvoldoende. De regio’s waaraan wij ons wel dienen te spiegelen, liggen in Scandinavië, Duitsland, Nederland en Groot-Brittannië, en hier oogt het plaatje minder mooi. Kijk naar de studie over de arbeidsmarktprestaties: Vlaanderen bevindt zich slechts in de derde cluster van de zes. We moeten de lat dus hoog genoeg leggen, anders glijden we geruisloos af. Daarom moeten we snel werk maken van VIA. Er is geen tijd te verliezen. Daarom zijn de 800 miljoen investeringen waarin de regering heeft voorzien, broodnodig.

Is dit realistisch? “Zijn het geen spookmiljoenen?”, heb ik gisteren nog in de commissie gehoord. “We veroorzaken enkel een stijging van de schuld”, heb ik daarnet nog gehoord. Collega Gatz, dit is allemaal weerlegd. De helft van de meeropbrengst van de KBC-operatie wordt geïnvesteerd in een duurzame en kennisgedreven economie. Ik weet niet wat een liberaal daartegen kan hebben.

Sven Gatz

Mijnheer Van den Heuvel, ik ben van u beter gewoon. Het enige belangwekkende dat ik in uw speech heb gehoord, is dat u vanaf nu Kris Peeters met Winston Churchill vergelijkt. Voor de rest zijn het algemeenheden en vaagheden.

Ik ben nog maar in de helft, het beste moet nog komen.

Mijnheer Gatz, gisteren hebt u nog gezegd dat u niet wist wat de regering ging doen met die 800 miljoen euro. Welnu, 300 miljoen euro staat al ingeschreven in deze begroting.

Daarnet heeft de heer Vereeck het gezegd. 200 miljoen euro is ingeschreven om te investeren in het Vlaams energiebedrijf. 100 miljoen euro is ingeschreven om te investeren in interessante projecten die onze kennisgedreven economie ondersteunen via de ParticipatieMaatschappij Vlaanderen (PMV). De resterende 500 miljoen euro zullen in 2011 en 2012 worden aangewend en in de begroting ingeschreven.

Deze bedragen zijn meer dan nodig om in duurzame infrastructuur te investeren, om Vlaanderen uit te bouwen tot een slimme draaischijf en om het Medisch Centrum Vlaanderen te ontwikkelen. Ook in innovatie zijn investeringen nodig.

Eerst besparen om dat nultekort in 2011 te halen, beste collega’s, is hiermee niet contradictorisch. We moeten deze periode van financiële luwte of krapte aanwenden om doortastend werk te maken van de rationalisering van het innovatielandschap door het tegengaan van de bestaande versnippering, door het groeperen van middelen en inspanningen rond een aantal sterke spelers, door het consolideren van goed werkende bestaande innovatie-instrumenten en door het afbouwen van instrumenten die niet langer effect hebben. We moeten hier niet met de kaasschaaf overheen gaan, maar slimme besparingen uitvoeren, zoals minister Lieten daarnet heeft gezegd.

Die operatie, beste collega’s, was nodig. U hoeft mij daarvoor niet op mijn woord te geloven. Ik citeer hier graag een autoriteit: “We moeten in uitvoering van het rapport-Soete energie investeren in de bijsturing van ons instrumentarium, veeleer dan te investeren in een subsidiedatabank die verwijst naar een overtal van weinig gebruiksvriendelijke steunmaatregelen.” Mevrouw Ceysens is er niet, maar ik denk dat de heer Gatz zich deze uitspraak nog wel herinnert van mevrouw Ceysens als toenmalig minister van Innovatie.

Bovendien moeten we weg van een overdreven focus op de input en meer aandacht besteden aan de output van een innovatiebeleid. Om nog eenmaal de woorden van Churchill te gebruiken: “However beautiful the strategy, you should occasionally look at the results.” Ook hier, mijnheer Gatz, sta ik niet alleen met Churchill. Ook mevrouw Ceysens stelde als minister van Innovatie: “Als we maar genoeg input geven, zou onze opdracht volbracht zijn. Welnu, dat klopt niet. We mogen van input geen fetisj maken. Het gaat in onderzoek en ontwikkeling voor mij over de output.”

Inderdaad, kwaliteit telt en niet kwantiteit. Een betere output kunnen we bereiken door de juiste keuzes te maken. We kunnen niet in alles de beste zijn. Vlaanderen is niet groot, dus moeten we speerpunten en clusters bepalen. De Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid (VRWB) en ViA wijzen de weg. Houd deze als leidraad en verfijn ze verder, mevrouw de minister. Een coördinatie op het hoogste regeringsniveau is aangewezen. Kijk naar Finland, waar de topministers het innovatieproject met de gekozen speerpunten en clusters scherp bewaken en de strategische richting elke dag bepalen.

Dit neemt niet weg dat er voldoende middelen moeten gaan naar innovatie an sich en naar investeringen in een innovatieve economie. Het investeringsprogramma van 800 miljoen euro is een belangrijke stap in de goede richting. Het is evenwel aangewezen dat de regering hierop verder bouwt door een geloofwaardig groeipad uit te tekenen in de meerjarenbegroting voor de tweede helft van de legislatuur. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Watteeuw heeft het woord.

Filip Watteeuw

Mijnheer de voorzitter, collega’s, mijnheer de minister-president, u hebt net als mevrouw Ceysens waarschijnlijk Geert Noels bezig gehoord op Radio 1 naar aanleiding van uw aankondiging dat Vlaanderen 800 miljoen euro zou investeren.

Geert Noels heeft wel iets meer gezegd dan wat mevrouw Ceysens aanhaalde. Hij heeft gezegd dat we inderdaad geld moeten vrijmaken en investeren in de eigen economie. Hij heeft gesteld dat we moeten opletten dat we niet krampachtig investeren in het vasthouden van het bestaande. Dat zou volgens hem de ‘Wallonisering’ zijn van Vlaanderen. Hij gaf meteen ook een richting aan om in te investeren: de groene economie. We kunnen groene jobs creëren door te investeren in energie, milieu en chemie.

Dat betekent, mijnheer de minister-president, dat wij de extra inspanning die de Vlaamse Regering wil doen om 800 miljoen euro uit te trekken voor het herstel van de economie, ondersteunen. Het is een terechte en noodzakelijke investering. En het is goed dat het snel gebeurt. U hebt vooral verwezen naar het feit dat we moeten investeren in een kenniseconomie, een duurzame economie en in ondernemen. Voor Groen! mogen de middelen de volgende jaren nog worden opgetrokken.

Dat neemt niet weg dat we vragen hebben. Wat is de relatie tussen de besparingen die al zijn doorgevoerd en deze 800 miljoen euro? Dat is niet duidelijk. De heer Noels zei ook dat we moesten weten welke richting we uit willen gaan. Ik begrijp niet dat aan de ene kant wordt bespaard in toekomstgerichte sectoren, terwijl er aan de andere kant 800 miljoen euro wordt vrijgemaakt. Er moet worden geïnvesteerd in een kenniseconomie, maar we besparen intussen op onderzoek en ontwikkeling. De voorbeelden zijn al ruimschoots in de commissies aan bod gekomen. Het IWT, de koepel boven de innovatie-instellingen van de Vlaamse overheid, krijgt in 2010 23 miljoen minder.

De voorzitter

De heer Van Malderen heeft het woord.

Bart Van Malderen

We moeten dat tot in den treure aanhoren. Ik zal steeds antwoorden, net als in de commissies, dat er bespaard wordt door efficiëntiewinst te boeken, en niet door te besparen op onderzoek. Dat onderzoek kan op hetzelfde niveau blijven. Ik heb zelf de vraag doelbewust aan de minister gesteld en daar is bevestigend op geantwoord. Hierdoor verliest geen enkele onderzoeker zijn baan en wordt aan het onderzoek niet geraakt. Het is niet omdat er op één post wordt bespaard dat het mes in het geheel wordt gezet.

Filip Watteeuw

U zult wel begrijpen dat het toverwoord ‘efficiëntiewinst’ mij niet geruststelt. Wat daarachter schuilgaat, is heel dikwijls onduidelijk. Het VITO, ook een instelling voor innovatie en technologisch onderzoek, ziet het budget met enkele miljoenen dalen. In totaal is er al meer dan 20 miljoen minder voor innovatie in 2010, en dat op een moment dat bedrijven hun investeringen in innovatie en onderzoek inkrimpen. Net op dat moment zou de overheid ervoor moeten zorgen dat deze investeringen weer worden aangezwengeld. Wat nu gebeurt, is een mooi voorbeeld van hoe het niet moet.

Mijnheer de minister-president, u hebt ook gezegd dat u wenst te investeren in werk, maar tegelijk snijd u in arbeidsbemiddeling. De VDAB moet het met 22 miljoen euro minder doen op een moment dat er 100.000 werklozen extra worden verwacht.

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Ik heb hiervoor een identieke uitleg klaar. We kunnen binnen de VDAB zeer duidelijk aan efficiëntiewinsten geraken en efficiëntie boeken en zo hetzelfde werk verrichten met minder geld. Daarbovenop zetten we dan 22,5 miljoen neer voor een werkgelegenheidsakkoord dat specifiek is bedoeld om maatregelen tegen de crisis te nemen. Als we gewoon zouden voortdoen, zou u hier het spreekgestoelte komen vragen wanneer we met de VDAB andere dingen zouden ondernemen. Nu doen we beide tegelijk. We besparen waar kan worden bespaard en investeren waar nodig. Dit is een juiste gang van zaken. Dat telt hier net zo goed als ergens anders.

Filip Watteeuw

Mijnheer de minister, ik hoop dat u mijn bekommernissen deelt. Als het aantal werklozen stijgt, en dat zal wel het geval zijn, zal het niet zo eenvoudig zijn om hetzelfde te doen voor zoveel meer mensen met eenzelfde of zelfs met een gekrompen budget.

Uit cijfers van Steunpunt Werk en Sociale Economie die u zeker ook kent, blijkt dat Vlaanderen steeds minder een topregio is als het gaat om tewerkstelling in het algemeen, en van laaggeschoolde ouderen in het bijzonder.

Mijnheer de minister-president, u zegt ook steeds dat u wilt investeren in een groene economie, maar ondertussen wordt er bespaard op het openbaar vervoer. Het uitbouwen van een hoogkwalitatief aanbod van openbaar vervoer zou eigenlijk de plaatselijke werkgelegenheid ten goede moeten komen en levert ook een economische meerwaarde op, door het verminderen van de files. De huidige kostendekkingsgraad van De Lijn moet inderdaad beter, maar dan wel door meer mensen van het openbaar vervoer te laten genieten.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Ik denk dat ik kan verwijzen naar wat mijn collega’s ook al hebben gezegd. Ik ben vorige week zeer duidelijk geweest in de commissie. Mijnheer Watteeuw, aan het principe van de basismobiliteit wordt niet geraakt, maar ook bij De Lijn is efficiëntiewinst mogelijk. Door de manier waarop we ons openbaar vervoer organiseren, kunnen we besparingen doen. Ik heb ook gezegd dat we, als gevolg van de registratie, ook heel wat meer informatie zullen krijgen over hoe reizigers zich verplaatsen en willen verplaatsen.

In het kader van die oefeningen heeft de raad van bestuur zelf ook de handschoen opgenomen. Ze zal die efficiëntieoefening doen. Nu is het juiste moment daarvoor gekomen. Als u dus stelt dat we de basismobiliteit hard zullen aanpakken, hebt u het bij het verkeerde eind.

De voorzitter

Mevrouw Vogels heeft het woord.

Mieke Vogels

Mijnheer de voorzitter, ik vind dit toch eigenlijk een beetje lachwekkend. Eigenlijk zitten al die ministers hier nu te zeggen dat de vorige regering verschrikkelijk inefficiënt heeft gewerkt. Overal zijn immers voor miljoenen euro’s efficiëntiewinsten mogelijk.

Ik zou nog altijd wel eens graag willen weten waar die vorige regering dan zo inefficiënt is geweest. Efficiëntiewinst betekent dat de overheid een bepaald bedrag niet meer uitgeeft aan iets. Hou nu toch op met die doublespeak en zeg gewoon waar u zult besparen en waar de vorige regering niet efficiënt was.

Minister Hilde Crevits

Mevrouw Vogels, ik spreek hier uiteraard voor mijn eigen bevoegdheden. In de vorige legislatuur is enorm veel geïnvesteerd in basismobiliteit. Dat is een verdienste van de vorige regering.

Het wordt heel vaak gezegd: de middelen voor openbaar vervoer zijn enorm gestegen, zodat de infrastructuur overal zeer goed uitgebouwd is. We hebben nu al die lijnen. We hebben nu die basismobiliteit. Nu is het moment gekomen om te bekijken hoe we met dezelfde middelen dit efficiënter kunnen organiseren.

Ik geef een voorbeeld. In een bepaalde regio werd alles geautomatiseerd. Als de vergelijking wordt gemaakt tussen wat de privévervoerders en de openbare vervoerders doen, kan er misschien, door bussen op een andere manier te laten rijden, voor worden gezorgd dat er veel minder lege kilometers worden gereden. Die oefeningen gebeuren nu.

Mevrouw Vogels, dat kunnen we slechts doen nadat we de nodige infrastructuur hebben gerealiseerd. Dat is in de voorbije legislatuur gebeurd. Nu komt de oefening om te proberen dat efficiënter te maken. Dat zullen we dan ook doen.

De voorzitter

Mevrouw De Ridder heeft het woord.

Mijnheer Watteeuw, ik hoor u zeggen dat openbaar vervoer moet worden georganiseerd om werkgelegenheid te creëren. Dat is zeer verhelderend. Ik had ook niets anders verwacht van uw fractie. Voor alle duidelijkheid, voor mij moet openbaar vervoer worden georganiseerd om mensen van en naar school en van en naar het werk te krijgen, om mensen mobiliteit te geven, maar helemaal niet om werkgelegenheid te creëren.

Mevrouw de minister, ik hoor u graag zeggen dat we met dezelfde middelen efficiënter openbaar vervoer moeten realiseren. Ik blijf echter de vraag stellen hoe u dat in godsnaam zult doen zonder te raken aan de basismobiliteit. U weet heel goed wat dat decreet op de basismobiliteit betekent. Dat betekent dat er om de paar honderd meter een halte is, dat bussen worden geëvalueerd aan de hand van een bezettingsgraad van minimaal acht personen per rit. Dat is een gemiddelde per jaar. Dat is totaal onvoldoende. Zorg dan voor een efficiënter openbaar vervoer. Durf dan de overstap te maken naar bijvoorbeeld belbussen, openbaarvervoersauto’s, taxi’s, maar zeg niet dat u met dezelfde middelen een efficiënter openbaar vervoer zult realiseren, zonder te raken aan de basisprincipes. Dat is immers verkeerd. Momenteel liggen de mensen wakker over hun baan, over innovatie, over hun bedrijven, over werkcreatie, en heus niet over het geld dat daar nog steeds over de balk wordt gegooid.

Minister Hilde Crevits

Mevrouw De Ridder, ik heb uw mededeling ook zeer goed gelezen. Ik begrijp ze eigenlijk niet zo goed. Misschien moet u daar wat duidelijker in worden.

Voor sommige mensen is het openbaar vervoer de enige manier om op hun werk te geraken. Daarvan kan een baan dus wel afhangen. We moeten daar dus in investeren. U zegt voortdurend dat al die haltes gemaakt zijn. Welnu, het is goed dat ze zijn gemaakt, dat die infrastructuur er is.

In de voorbije legislatuur is er ook geïnvesteerd in netmanagement, dat betekent in frequentieverhogingen boven de basismobiliteit. We moeten die screenen. Wat is het rendement daarvan geweest? Moeten we daarin bijsturen? We moeten in het aanbod basismobiliteit nagaan op welke manier we ervoor kunnen zorgen dat er minder lege kilometers worden gereden, bijvoorbeeld kilometers van een bepaalde halte naar de stelplaats en terug. Die efficiëntieoefening kan pas wanneer men alles in één softwarepakket steekt. Dat gebeurt op dit ogenblik. De directie van De Lijn is nu de optimalisaties aan het doorvoeren. Als u beweert dat de mensen totaal niet wakker liggen van de mogelijkheden van het openbaar vervoer om op school of op het werk te geraken, dan hebt u het bij het verkeerde eind.

De voorzitter

Mevrouw De Ridder, we hebben het debat deze week in de commissie Openbare Werken gevoerd.

Ik vraag het woord wegens een persoonlijk feit, mijnheer de voorzitter.

De voorzitter

Het is niet omdat zes keer uw naam is genoemd, dat er een persoonlijk feit is, mevrouw De Ridder.

Er worden mij dingen verweten, mijnheer de voorzitter.

De voorzitter

De heer Watteeuw heeft het woord.

Filip Watteeuw

Ik zal eerst repliceren op een uitspraak van mevrouw De Ridder die de relatie niet ziet tussen de uitbouw van het openbaar vervoer en tewerkstelling. De confederatie van de bouw smeekt om een eco-keynesiaans beleid en om investeringen om de werkgelegenheid op peil te houden. Als er nieuwe tramlijnen worden aangelegd, betekent dat ook werkgelegenheid.

De voorzitter

De heer Van Mechelen heeft het woord.

Dirk Van Mechelen

Mijnheer Watteeuw, u zegt dat de bouwsector smeekt om werk. Misschien kunnen we eens aan de Vlaamse Regering vragen wanneer men start met de 1,5 miljard euro voor scholenbouw. Er moeten meer dan 230 scholen worden gerealiseerd. Als de regering gewoon haar job afmaakt en zorgt dat die scholen worden gebouwd, betekent dat 1,5 miljard euro voor de bouwsector. De 800 miljoen euro van het relanceplan, namelijk ‘deficit spending’, verbleekt daartegen compleet.

Ik ben zeer duidelijk. Voor mij moet het openbaar vervoer efficiënter worden. Het gaat niet over het afpakken van bussen en trams van de mensen. Het gaat over het geven van een betere dienstverlening, maar daar waar de burgers dat vragen. U weigert te raken aan die basisprincipes. U zegt dat het openbaar vervoer efficiënter moet worden maar we blijven uitgaan van gemiddeld acht ritten per jaar, want de basismobiliteit voorziet dat. Zo zullen we niet komen tot een meer vraaggericht openbaar vervoer. Daar vraagt de Vlaming naar. Daar ligt hij van wakker, niet van een aanbod zonder dat men weet of het nodig is.

De voorzitter

De heer Dehaene heeft het woord.

Tom Dehaene

De heer Van Mechelen heeft het over de scholenbouw. Hij moet dan eerlijkheidshalve ook verwijzen naar de honderden miljoenen die vandaag beschikbaar zijn voor de bouw van rusthuizen. Overal in Vlaanderen is men daar volop mee bezig. Dat is een zeer belangrijke maatregel die door de Vlaamse overheid is genomen om de investeringen in de bouw op gang te houden.

Dirk Van Mechelen

Mijnheer Dehaene, dat was een zeer verstandige beslissing van de vorige regering waarbij we alle bestaande dossiers hebben gehonoreerd en de helft van de subsidies van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA) hebben gebruikt voor beschikbaarheidsvergoedingen in plaats van investeringssubsidies.

De voorzitter

Minister Lieten heeft het woord.

Minister Ingrid Lieten

We moeten duidelijk weten over welk kader we spreken. De vorige regering heeft beslist om een belangrijke behoefte om scholen te bouwen, uit te voeren zonder leningen aan te gaan. Dat paste in de doelstelling van toenmalig minister Van Mechelen om de leningen weg te werken. Dat betekent wel dat we die scholen moeten financieren met een publiek-private samenwerking (pps). Iedereen, ook de leden van de vorige regering, weet dat dat een moeilijke oefening is. We zijn volop bezig om die oefening af te ronden. Ik hoop dat we samen met de ministers Muyters en Smet de volgende maanden die pps kunnen afronden. Het was veel gemakkelijker geweest voor de vorige regering om te beslissen om dat geld te lenen. Dan stonden die scholen er al, maar dan hadden we niet kunnen afsluiten met de mooie balans van 0 euro schuld. Nu gaan we via de moeilijke weg, maar ook zo zullen we ons doel bereiken.

Dirk Van Mechelen

Minister Lieten, een historicus heeft het voordeel te weten dat de geschiedenis over ons zal oordelen. Op 31 december 2008 had Vlaanderen 0 euro schuld, en dat is het resultaat van het werk van drie verschillende regeringen: een rooms-rode, een paars-groene en een tripartite. U moet nu keuzes maken. Maar wat u nu doet, is deficit spending. U leent, en onze jeugd zal dat moeten betalen. (Rumoer)

De voorzitter

Er is hier uitgebreid gediscussieerd over de schuld. Ik stel voor dat we daar nu niet meer op doorgaan; straks zal de minister-president in zijn antwoord wellicht voor een repliek zorgen.

De heer Watteeuw heeft het woord.

Filip Watteeuw

Het was een goede beslissing om de basismobiliteit in te voeren. Het grote drama is evenwel dat onvoldoende is geïnvesteerd in lijnen waarvoor een vraag bestond. Ik kan niet begrijpen hoe De Lijn zal besparen zonder aan de dienstverlening te raken, zonder de frequentie te verminderen en de nachtbussen in de steden te verminderen. Ondertussen zie ik in steden overvolle bussen rijden en stel ik vast dat de aanleg van tramlijnen op de lange baan wordt geschoven. Uw besparingen staan dus haaks op wat u zegt over de investeringen.

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Ik hoor hier grote discours over deficit spending en leningen en dergelijke. Velen onder ons dragen ook verantwoordelijkheden op lokaal niveau. Als morgen alle lokale besturen zouden beslissen om niet langer te investeren – en investeringen gebeuren vaak met leningen –, dan zal het met onze economie heel wat slechter gaan.

Er moeten doelbewuste keuzes worden gemaakt. Vrijwel alle partijen engageren zich om een schuldenvrij Vlaanderen te realiseren, maar de afgelopen maanden is in discussies hier duidelijk gebleken dat er vandaag moet worden geïnvesteerd, en de regering en de meerderheid zullen dat ook doen.

Minister Hilde Crevits

Mijnheer Watteeuw, u zegt dat het grote drama is dat niet genoeg gebeurt voor de basismobiliteit. Dat is niet juist. Er is de afgelopen jaren geïnvesteerd in basismobiliteit én in netmanagement. Dat betekent dat op de plaatsen waar er tekorten zijn extra wordt geïnvesteerd. Het is wel belangrijk dat dit netmanagement wordt geëvalueerd, en ik heb dat ook aangekondigd.

Kom me evenwel niet vertellen dat er niets wordt ondernomen. Deze week heb ik een bezoek aan Vlaams-Brabant gebracht. Ik heb er de toekomstplannen voor het openbaar vervoer bekeken. Ik heb er gezegd dat er een nieuwe vervoerlijn komt om de luchthavenregio beter te bedienen. Dat is nog een beslissing van de vorige regering.

Kom me dus niet vertellen dat er niets wordt ondernomen om de noden te lenigen. Maar de automatisering moet ervoor zorgen dat de efficiëntie verhoogt. We moeten besparen zonder dat de dienstverlening vermindert. Dat is de opdracht waar De Lijn hard aan zal moeten werken. En dat zal ook gebeuren.

Filip Watteeuw

Ik nodig u uit om samen met mij een aantal overvolle lijnen van De Lijn te verkennen. U zult dan merken dat het nodig is dat er een aantal investeringen gebeuren.

Mijnheer Van Dijck, ik heb zelf niet over deficit spending gesproken, ik voel me niet aangesproken. Ik weet dat men moet investeren en dat er dus moet worden geleend. Men moet zo nodig de fetisj van het begrotingsevenwicht opgeven. Vandaag is dat nodig, want vandaag moet de transitie naar een groene economie gebeuren.

Het is een goede zaak dat er 800 miljoen euro wordt geïnvesteerd.

De voorzitter

De heer Reekmans heeft het woord.

Peter Reekmans

Minister Lieten, u zei dat u De Lijn hebt bezocht en een nieuwe lijn wilt aanleggen om de luchthavenregio te ontsluiten. Ik vraag me dan af wat het nut is van START, het project dat dient om de luchthavenregio beter te ontsluiten en 20.000 extra jobs te creëren.

Het enige wat START volgens mij gerealiseerd heeft, zijn enkele extra buslijnen en een betere ontsluiting van het spoor op de luchthaven. De heer Watteeuw had het over volle bussen, ik kan hier gerust enkele lijnen met lege bussen opsommen. Vandaag zijn er binnen dat START-project lijnen die leeg naar de luchthaven rijden, mevrouw de minister. En u weet dat ook. Ik begrijp niet dat u in Vlaams-Brabant van De Lijn te horen hebt gekregen dat er nog lijnen naar de luchthaven moeten bijkomen. Ik vind dat een gek verhaal. Ik vraag mij af wat het project START dan wel gerealiseerd heeft. 20.000 jobs, dat is niet gelukt. Ook de bedrijventerreinen hebben immense vertragingen gehad in Vlaams-Brabant. Ik dacht dat tenminste de buslijnen er gekomen waren, maar dat is blijkbaar ook niet het geval.

De voorzitter

De heer Sabbe heeft het woord.

Ivan Sabbe

Tot nu toe heb ik in dit debat vooral gehoord dat ‘deficit spending’ en overheidsinvesteringen noodzakelijk zijn voor de bedrijfswereld en de relance van de economie. Wat vele bedrijven evenwel bezighoudt, zijn de hindernissen om het werk dat ze nu doen, goed uit te voeren. Ik richt me nu vooral tot de minister-president en minister Muyters, die vanuit hun verleden de bedrijven goed kennen en weten wat de bedrijven bezighoudt. Ik denk bijvoorbeeld aan de administratieve rompslomp en de lange wachttijden voor het verkrijgen van bouwvergunningen, verkavelingsvergunningen, RUP’s enzovoort. In plaats van hier voortdurend te spreken over ‘deficit spending’, moeten we er veel meer werk van maken om de bedrijven in hun bestaande activiteit de kans te geven om sneller te groeien.

De voorzitter

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Mijnheer de voorzitter, dit debat over het relanceplan was tot voor enkele minuten aan het afglijden naar een debat dat wij morgen nog zullen voeren in de commissie die u voorzit, de commissie Openbare Werken en Mobiliteit, waar de bespreking van de beleidsnota op de agenda staat. Al die aspecten van volle en lege bussen, START-projecten en dergelijke meer zullen daar aan bod komen. Maar nu zijn we dat debat hier al aan het voeren. Ik stel me soms vragen bij de werkwijze van dit parlement. Als nieuweling mag ik dat toch wel eens zeggen. (Applaus bij CD&V, Open Vld en sp.a)

De voorzitter

Mevrouw Brouwers, ik ben het volledig met u eens. Ik heb daarstraks al een poging ondernomen, en ik weet niet of u toen de reactie hebt gezien van sommige leden, maar die hadden mij bijna van mijn stoel weggejaagd. We hebben dit debat al gevoerd naar aanleiding van de begrotingsbespreking, en morgen voeren we het nog eens naar aanleiding van de beleidsnota in de commissie. Ik stel voor dat er geen vragen meer worden gesteld over alles wat met de beleidsnota Openbare Werken te maken heeft, en dat die morgen in de commissie worden gesteld.

Het valt mij trouwens op dat sommige mensen hier een betoog houden dat al is gehouden door andere sprekers, omdat zij toen zelf nog niet in het halfrond aanwezig waren. Ik zal hen in het vervolg ook zeggen dat ze iets aan het herhalen zijn dat al besproken is.

Minister Hilde Crevits

Ik wil toch nog heel kort reageren op de opmerkingen van de heer Reekmans. Het is misschien nuttig om eens de cijfers en de werkgeversenquête te bekijken, mijnheer Reekmans. De werkgevers zijn bijzonder tevreden over de extra lijnen van het START-project. Het aantal passagiers dat gebruik gemaakt heeft van die lijnen is op een jaar tijd met 1,9 miljoen gestegen. 1,9 miljoen mensen extra hebben gebruik gemaakt van het openbaar vervoer dankzij de start van deze lijnen.

Filip Watteeuw

Mijnheer de voorzitter, ik pleit onschuldig, ik wou maar vijf zinnen zeggen over het openbaar vervoer, maar het is wat ontspoord.

Mijnheer de minister-president, wij ondersteunen die 800 miljoen euro, maar het is wat onduidelijk waarvoor u die zult gebruiken, ondanks het betoog van de heer Van den Heuvel. Een aantal zaken was al gekend, maar wat mij vooral bevreemdt, is dat de groene auto plots een erg centrale plaats gaat innemen in dat relanceplan. In vorige discussies in de commissie heette het nog dat de groene auto een nichemarkt was waar we niet te veel mochten op steunen; een element, maar niet meer dan dat. Nu is dat opeens een enorm belangrijk gegeven.

Ik zou toch vragen dat er meer en duidelijk wordt omschreven hoe u een groene relance ziet. Dat mis ik nu. Andere regio’s spelen volop de kaart uit van de groene transitie. Vlaanderen doet dat niet. Uit alle internationale studies blijkt dat Vlaanderen een beetje achterop hinkt. Ik verwijs naar het Wuppertal Institut dat stelt dat wij wat achterop lopen ten aanzien van andere regio’s. Wij vragen dan ook dat u daar meer zou in investeren.

Minister Ingrid Lieten

Het is niet omdat er de laatste tijd veel over de elektrische auto wordt gepraat, dat het alleen daarover gaat. De Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid heeft zich volledig conform ViA gebogen over de prioriteiten waar Vlaanderen zich moet op focussen. Daar zijn zes clusters van dertig domeinen aangekaart die onder andere gaan over een aantal maatschappelijke uitdagingen. Het gaat ook over leefmilieu, de klimaatverandering, welzijn en de veroudering van onze samenleving. Dat zijn domeinen die we terugvinden in ViA en waarop wij zullen focussen, zowel wat innovatie als wat investeringen betreft.

Filip Watteeuw

Mevrouw de minister, ik hoor graag uw uitleg aan. U stelt dat die elektrische auto inderdaad niet zo heel centraal staat. Toch kunt u me er niet van overtuigen dat we die inspanningen doen om die toekomstgerichte groene regio te worden die u soms zegt te willen nastreven. Dan mogen de bevlogen passages van de minister-president wel goed klinken, er zal meer nodig zijn dan die 800 miljoen euro.

Wij steunen die investeringen van 800 miljoen euro maar we vragen dat de regering alle besparingen die in de begrotingsaanpassing 2009 en de begroting 2010 zijn opgenomen en die een hypotheek kunnen leggen op die keuze voor de groene economie, zou heroverwegen. Ik heb het dan over de besparingen in Onderzoek en Ontwikkeling, in De Lijn, in de bescherming van Vlaanderen tegen overstromingen. De regering moet voorzien in meer middelen voor energie- en milieusaneringsmaatregelen die omwille van onze internationale engagementen sowieso moeten gebeuren en die op korte termijn jobs garanderen zoals rationeel energiegebruik, warmtekrachtkoppeling, milieuzorg in de landbouw, biolandbouw en de uitbouw van warmtenetten, bodemsanering, waterzuivering en natuurherstel. Door die investeringen komen we in een groene economie terecht.

De voorzitter

De heer Dewinter heeft het woord.

Mijnheer de minister-president, too little, too late, te weinig en te laat, is de samenvatting van onze reactie op uw lening van 800 miljoen euro die een economisch relanceplan voor onze Vlaamse economie moet bewerkstelligen.

Ik heb de indruk dat uw initiatief een beetje op paniekvoetbal begint te lijken. U kiest voor de vlucht vooruit via geïmproviseerde ad-hocmaatregelen die structureel weinig meerwaarde bieden. U springt van het ene been op het andere want nauwelijks een paar maanden geleden nog kondigde u aan dat de algemene jobkorting verdwijnt en dat er 1,7 miljard euro bespaard moet worden. Vandaag wordt er dan weer 800 miljoen euro geleend. Het gaat om een lening die veeleer lijkt op een duur mediaoffensief dat bij de Vlamingen vooral de indruk moet wekken dat de Vlaamse Regering kordaat en kort op de bal speelt. Het was minister Muyters zelf die gisteren de mythe van die 800 miljoen euro extra tot zijn ware proporties heeft herleid. Volgens minister Muyters sprak u voor uw beurt, las ik in De Tijd.

Dat is een herhaling van wat daarstraks is gezegd. Ik heb daar al op gereageerd. Ik stel voor dat er wat minder van het blad wordt gelezen en dat er wordt gevolgd wat er in het debat gebeurt. (Applaus bij de meerderheid)

Ik lees ook in diezelfde krant dat een medewerker van u liet weten dat de details over het investeringsbedrag nog niet werden doorgesproken en dat het bedrag van 800 miljoen euro al langer gepland blijkt te zijn: voor 2010 en 2011 elk 300 miljoen euro en voor 2012 nog eens 200 miljoen euro.

Mijnheer de minister-president, uw lening of investering van 800 miljoen euro illustreert natuurlijk ook ten dele het failliet van Vlaanderen in Actie. Ik heb dat eind september al eens gezegd en ik doe dat nog maar eens. ViA blijft te veel een lege doos. Het is een sciencefictionroman: doelstellingen in 2020, terwijl ondertussen een steeds grotere groep van Vlamingen werkloos wordt en bedrijven in moeilijkheden raken door de economische crisis maar ook bij gebrek aan structurele maatregelen. De klaagzang, ook van Yves Leterme en nu van uzelf, dat Vlaanderen vadsig is geworden en dat beslissingen uitvoeren in dit land een ellenlange miserie is, die klaagzang kennen we. Maar wat doen we eraan? Logge procedures? Hoge loonkosten? Oké. De analyse kennen we allang. Maar waar blijven de oplossingen?

Ik heb de indruk, mijnheer de minister-president, dat we steriel rondjes blijven draaien. Uw welgemeende pleidooi over ‘sense of urgency’ wordt langzaam maar zeker een grijsgedraaide plaat. We weten wat er schort en wat er fout loopt, de diagnose van de ziekte is herhaaldelijk gesteld, maar waar blijven de remedies?

Ik ben het ermee eens dat we moeten kiezen voor innovatie. We moeten spitstechnologie in Vlaanderen ontwikkelen. We moeten, zoals u het altijd formuleert, de transformatie van het DNA van onze Vlaamse economie realiseren. Maar ik denk dat we in eerste instantie moeten proberen te behouden wat er is. Ik zou dan ook een lans willen breken voor het behoud van de maakindustrie in Vlaanderen. Als ik over de maakindustrie spreek, dan spreek ik over de ongeveer 540.000 werknemers in de chemische sector, de textielsector, de voedingsindustrie, de metaal- en auto-industrie en de bouwnijverheid. Nog eens 250.000 jobs hangen af van die maakindustrie en de bouwnijverheid. Er zijn dit jaar alleen al 17.000 jobs geschrapt in de industrie. 76 percent van de jobs die volgend jaar verloren zullen gaan, zullen ook in die sector verloren gaan. De toegevoegde waarde van de industrie zakte tijdens de recessie met 11 percent. Het aandeel van de industrie in de Vlaamse werkgelegenheid zal tussen 2008 en 2014 zakken met gemiddeld tussen de 18 en 14 procent.

Dus moeten we niet alleen inzetten op het creëren van spits- en hoogtechnologische nieuwe jobs. We moeten in eerste instantie proberen om de Vlaamse arbeiders hun jobs te laten behouden en die te garanderen. Soms ook de laaggeschoolde arbeiders, die niet mee zullen kunnen in uw hoogtechnologische ontwikkelingen.

Mijnheer de minister-president, de waarheid is dat Vlaanderen en de Vlaamse Regering nauwelijks of niet in de mogelijkheid zijn om in te grijpen in de economische beslissingsprocessen. Ik heb dat nog niet horen zeggen in dit debat. Heeft dit te maken met het feit, zoals ik dikwijls hoor, dat Vlaanderen te klein en te onbeduidend is? Neen. Vlaanderen is misschien een kleine speler op de markt, maar laten we dit zogenaamde nadeel ombuigen in ons voordeel. Een kleine speler kan snel en flexibel reageren op gewijzigde marktomstandigheden. Belangrijkste voorwaarde is echter dat we beschikken over de noodzakelijke hefbomen en instrumenten om te doen wat moet worden gedaan. Buitenlandse ondernemingen die Vlaanderen verlaten hebben het steevast over de hoge loonkosten en het weinig voordelige fiscale klimaat. In de ranking van vennootschapsbelasting scoort België met 34 percent een stuk lager dan andere Europese landen. De Belgische belastingdruk bedraagt 57,3 percent, terwijl het Europees gemiddelde 44,5 percent is. België strandt met zijn totale belastingsdruk op de 150e plaats in een wereldwijde ranking van 183 landen.

Econoom Geert Noels zegt hierover een paar dagen geleden in een krant: “We verliezen niet aan Vietnam of opkomende Oost-Europese landen, maar aan andere Europese en westerse industrielanden. Landen als Duitsland of Zwitserland voeren wel degelijk een echt industriebeleid.”

Mijnheer de minister-president, zolang Vlaanderen niet bevoegd is voor parafiscaliteit en fiscaliteit, voor arbeidsmarktbeleid, sociale zekerheid, loonvorming en afsluiten van Vlaamse CAO’s, blijven we ter plaatse trappelen. 800 miljoen euro extra is too little, too late, maar ik ben blij dat u eindelijk afstapt van de fetisj dat we niet mogen lenen, dat we geen extra schulden mogen maken. We moeten dat wel durven doen, we hebben daar in het verleden altijd voor gepleit. We doen alleen maar een voorafname op wat we nog allemaal tegoed hebben van het federale België, meer is dat niet.

Ik moet minister Muyters herinneren aan wat hij als gedelegeerd bestuurder van Voka heeft gezegd in De Tijd van 7 augustus 2008: “De regio’s moeten alle hefbomen krijgen om tegen 2020 een half miljoen nieuwe werknemers aan de slag te kunnen krijgen. Dat is nodig om de sociale zekerheid en de pensioenen betaalbaar te houden.” Minister Muyters had gelijk. Ik hoop alleen dat hij zijn uitspraken van toen nog niet is vergeten en dat hij ze in de praktijk wil brengen.

Mijnheer de minister-president, het communautaire status quo waar uw partij en ook Open Vld voor verantwoordelijk zijn op het federale niveau, sleuren Vlaanderen het economische moeras in. Als we vandaag geen antwoord kunnen bieden op de economische problemen, op de toenemende werkloosheid in Vlaanderen, het toenemend aantal faillissementen, de delokalisatie van grote bedrijven, dan heeft dat alles te maken met het gebrek aan hefbomen. Dan is het bijna crimineel te noemen dat er op het federale vlak geen enkele inspanning wordt gedaan om ervoor te zorgen dat u die hefbomen wel in eigen handen krijgt.

Mijnheer de minister-president, vandaag kiest Vlaanderen voor de vlucht vooruit, voor een dure public relations-stunt. U improviseert met bedragen, cijfers en projecten zonder structurele maatregelen te willen en te durven nemen. U weigert om de realiteit onder ogen te zien dat Vlaanderen met het Belgische blok aan het been nooit in staat zal zijn om deze en andere financiële en economische crisissen op een efficiënte manier te lijf te gaan.

Vlaanderen heeft geen nood aan een pr-stunt van 800 miljoen euro, maar aan een daadkrachtig en slagvaardig economisch beleid, waarbij we zelf onze eigen economische toekomst gestalte durven te geven en in handen nemen. Veel meer nog dan een Vlaamse president voor Europa hebben we nood aan een consequente president voor Vlaanderen. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer Crombez heeft het woord.

John Crombez

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister-president, collega’s, het is nu niet de bedoeling een analyse te maken van wat allemaal niet werkt en niet kan. In de voorbije maanden zijn er maatregelen genomen, zelfs nog door de vorige regering, om de impact van de crisis te verminderen. Deze crisis kunnen we niet voorkomen, maar we kunnen de impact verminderen. Dat is ook gelukt. De waarborgen en de woongarantieverzekering hebben de impact concreet verminderd.

De nieuwe cijfers van failissementen zien er helemaal niet goed uit. In de moeilijkheid van de voorspelling van de impact van een crisis, betekent dit dat we in staat moeten zijn om te zorgen voor een vervolg. Daar zijn we nu aan toe. De cijfers van de faillissementen in november zijn beangstigend, en zeggen dat er bijkomende maatregelen nodig zijn.

Het is ook heel erg nodig om te bekijken welk soort maatregelen dat moeten zijn. In de bouw werden al relancemaatregelen genomen en voor de horeca werden ze al lang beloofd, maar moeten ze nog worden genomen. Zeker in de bouw merken we dat ze niet volstaan, want precies daar zijn nu de meeste faillissementen.

Een overheid kan het zich niet permitteren om nu te zeggen dat er veel redenen zijn om bepaalde zaken niet te doen. Een overheid kan het zich niet permitteren om uit te leggen waarom ze zich eventjes afzijdig zal houden, zeker niet met de uitleg dat het in België of Vlaanderen minder erg is dan in de buurlanden. De overheid maakt de juiste keuze door een pakket van relancemaatregelen aan te bieden. Dat is trouwens ook een voorzichtige houding ten opzichte van de zegebulletins die we tot nu hebben gehoord, want er werd al redelijk wat aandacht besteed aan de aankondigingen dat het wel betert met de economie of dat de economie zal aantrekken, maar tot nu toe blijkt dat niet uit de cijfers.

De belangrijkste vraag is wat we ermee zullen doen. Ik zal op het einde een paar heel concrete vragen stellen. Ik ga ervan uit dat we eigenlijk met twee zaken bezig zijn. De crisis is volop bezig en we weten niet wanneer ze zal eindigen. Op korte termijn moeten we dus inzetten op de manier waarop we bedrijven overeind kunnen houden en op de manier waarop we tewerkstelling kunnen verzekeren. Dat gaat om maatregelen op de korte termijn en die staan dus los van het debat over de lange termijn, waarover het regeerakkoord heel expliciet is. Op lange termijn moeten we werken aan een vernieuwde industrie, een vernieuwde economie en naar een vergroening van de economie. Dat vergt tijd.

Ik heb hier in de betogen al een paar keer gehoord dat “alles vaag” is. Ik vind dat vreemd, want over de initiatieven is het regeerakkoord heel expliciet inzake de richting die we uit moeten gaan: naar een nieuwe en vergroende economie. Als het om de besparingen gaat, werden in alle commissies al discussies gevoerd en die gingen soms over algemene, maar soms ook over heel punctuele maatregelen. Ze staan ook in de begrotingsdocumenten. Ik krijg niet de indruk dat dit vaag is.

Mevrouw Ceysens, er waren al een aantal opmerkingen bij uw betoog, maar ik vond uw betoog bijzonder moedig, want eigenlijk roept u hier op, zoals u dat ook op de televisie deed, om het beter te doen dan in de vorige periode. Het klopt dat we inzake het beleid in verband met privé-investeringen voor innovatie, het enige land zijn dat erop achteruit is gegaan tijdens de voorbije jaren. Dat zegt de Europese Commissie. Gemiddeld is er in Europa sprake van een stijging met 8 percent, maar wij zijn 1 percent achteruitgegaan.

Patricia Ceysens

U hebt het over de commissies, over vaagheid en ook over een ongelooflijke duidelijkheid die verstrekt zou zijn.

In onze commissie hoorden we vaak antwoorden zoals: “Ik begrijp dat u niet begrijpt wat hier staat” of “ik begrijp dat u niet begrijpt wat we bedoelen, maar dat komt nog wel”. Eerlijk gezegd, inzake het Vlaams energiebedrijf en dergelijke moeten we uw uitspraak over duidelijkheid toch zwaar nuanceren, want het antwoord luidde vaak: “Ik begrijp dat u niet begrijpt wat we zullen doen, maar dat komt nog wel, vertrouw ons, geloof ons”. Vorige week heb ik al opgemerkt dat wij geen geloofsgemeenschap zijn, maar toch wordt ons hier elke week opnieuw gevraagd om te geloven.

Ik wil het nog eens hebben over mijn oproep. We zeggen ook dat we een tandje zullen moeten bijsteken op het vlak van investeringen, en u weet heel goed dat wij van mening zijn dat er in onderzoek en ontwikkeling moet worden geïnvesteerd, maar er is een fundamenteel verschil tussen de keuze die nu wordt gemaakt om te lenen – want lenen betekent schuld maken –, en de keuze die ik heb voorgesteld. Het is immers perfect mogelijk om te kiezen voor het activeren van middelen die privaat geparkeerd staan. Daarvoor kunnen we onze fiscale autonomie gebruiken.

Toen de heer Van Mechelen – maar hij kan dit misschien beter zelf vertellen – op een bepaald moment de boer op ging om geld op te halen bij privéspelers, was het onvoorstelbaar hoeveel mensen vroegen of ze meer konden intekenen. Er zijn privémiddelen die geactiveerd kunnen worden en waar we vandaag nood aan hebben. De oproep van ARKimedes was niet om nog eens een rondje te doen zoals we het kenden, maar was echt gebaseerd op het verhaal Cooreman-De Clercq om de privémiddelen op te vragen en om onze fiscale autonomie aan te wenden om dat ook te belonen.

Mevrouw Ceysens, u blijft zichzelf maar herhalen, zowel hier als in de commissie. Ik vraag me trouwens af wat er mis is met lenen om te investeren. Ieder bedrijf doet dat. We doen er alles aan om onze bedrijven te ondersteunen, om die leningen te kunnen aangaan om te investeren. Als de Vlaamse overheid leent om te investeren, lijkt me dat net een dynamisch beleid te zijn, iets wat we echt nodig hebben om de Vlaamse economie vooruit te helpen. Ik vraag me dan ook af wat daar in hemelsnaam mis mee is.

Patricia Ceysens

Dat u schulden maakt!

Bart Van Malderen

Mevrouw Ceysens heeft het over geloven en geloofsgemeenschap. Ik zou het wel eens willen hebben over geloofwaardigheid. Het is nogal moeilijk om aan te nemen dat men in jaar 1, als men minister is, alles moet zetten op de output en niet kijken naar de input, en het dan vervolgens, zes maanden later, als men minister af is, enkel te hebben over de input.

Met die bril zou ik ook willen kijken naar het voorstel om ARKimedes opnieuw op te zetten. Dat staat inderdaad al in de beleidsnota. In die zin is het goed dat de oppositie de meerderheid steunt. Ik denk echter dat we ook daar moeten kijken naar de efficiëntie en de output. Het zal zeker zo zijn dat vandaag privégeld geparkeerd staat en mensen vragende partij zijn om te investeren. Dat lijkt me logisch, maar we moeten toch nagaan of en hoe we die middelen zo efficiënt mogelijk kunnen aanwenden. Ik begrijp dat men daar nu mee bezig is. Dat is ook al heel duidelijk besproken. Ik zou zeggen: ‘U vraagt, wij draaien!’

John Crombez

Daarnet had ik het over de duidelijkheid in de commissies. Mevrouw Ceysens, ik weet niet hoe het eraan toegaat in de commissie die u voorzit. Ik had het over de begrotingsposten en de discussie op dat vlak.

Wat belangrijk is, is wat we nu specifiek moeten doen en de manier waarop dat gebeurt. In de huidige situatie, in crisistijd is er onzekerheid. Dat geldt zo voor de consumptie. Ons spaarquotum is op korte tijd gigantisch gestegen. Mensen zijn nu te onzeker om te consumeren. Dat is ook zo in de bedrijven. Bedrijven zullen nu niet investeren en aanwerven.

Als de overheid iets doet, moet ze die onzekerheid kunnen wegnemen. De aanpak van de Vlaamse Regering is goed omdat ze een perspectief biedt, waarbij op korte termijn gewerkt wordt aan efficiëntiewinsten, om dan heel snel terug een begroting te hebben die onder controle is. Dat is heel wat anders dan een regering die ervoor kiest om niet te veel op korte termijn te doen. Het grote gevaar bestaat er dan in dat niemand kan voorspellen hoe de economie zich zal herstellen. Als men deze ingrepen in de Vlaamse begroting niet doet en de economie herneemt niet, dan vraag ik me af in welke situatie we terechtkomen. Voor Vlaanderen, voor de consumenten en bedrijven is het geruststellend dat de begroting onmiddellijk onder handen wordt genomen en dus bestand zal zijn tegen een tragere herneming, iets wat we nu al een beetje zien aankomen.

Mijnheer de minister-president, ik heb een aantal concrete vragen. De eerste gaat over de invulling van het plan. Als er een beslissing is om iets te doen, zeker voor die korte termijn, is het belangrijk om zeer concreet te zijn. Het is wel zo dat de spreiding van de middelen toont dat het om een inspanning gaat die moet leiden naar een vernieuwing van de economie op langere termijn. Met concrete maatregelen bedoel ik dat ze niet versnipperd, maar gebundeld en redelijk krachtig ingezet moeten kunnen worden. Is dat inderdaad de bedoeling?

Zullen er op middellange termijn voldoende middelen zijn? In het regeerakkoord staat dat een beleid wordt gevoerd met constante aandacht voor de beheersing van de schuld. Dat is belangrijker dan de fetisj om niet te lenen. Er worden grote projecten aangekondigd, die ook gefinancierd moeten worden. Is de regering bereid om te kijken naar een systeem waarbij middelen worden opgehaald zonder de Vlaamse schuld te verhogen? Ook daarover bestaan ideeën. In het regeerakkoord staat bijvoorbeeld de idee om een veilig spaarproduct aan te bieden aan de burgers. Wij hebben dat de ‘volkslening’ genoemd. In het regeerakkoord staat dat niet zo, maar het komt wel op hetzelfde neer.

Bij de aanpak op middellange en lange termijn voor het hernemen en de hervorming van de economie is er een fenomeen dat hier nog niet is aangekaart. Sinds het begin van de crisis is er een enorme stijging van de jeugdwerkloosheid. Als we kiezen voor de vernieuwde economie, een vernieuwde industrie zelfs, en een vergroende economie, is het belangrijk ervoor te zorgen dat jonge werklozen, die voor het eerst gedurende een lange periode niet aan de bak komen en niet meteen een alternatief hebben, onmiddellijk worden ingezet bij opleidingen en trajecten, waarbij ze specialist worden in die vernieuwing, in die vernieuwde economie. Wordt daar specifiek naar gekeken? (Applaus bij sp.a)

De voorzitter

De heer Diependaele heeft het woord.

Matthias Diependaele

Mijnheer de voorzitter, toen ik hier mijn eerste stappen als Vlaams volksvertegenwoordiger zette, gaf een oud en wijs man me raad. Hij zei dat ik, telkens ik zenuwachtig was, moest denken dat ik het even goed wist als alle andere aanwezigen. (Opmerkingen van de heer Jan Verfaillie)

De voorzitter

Mijnheer Verfaillie, het ging over een oude man. (Gelach)

Matthias Diependaele

Ik moet eerlijk toegeven dat ik het van een hoogmoedige ingesteldheid vond getuigen om als snotneus tussen al deze gestelde lichamen naar voren te komen. Nu ik de toespraak van mevrouw Ceysens heb gehoord, begin ik deze wijze raad echter bijna zelf te geloven.

Langs de ene kant heeft mevrouw Ceysens verklaard dat de sleutels voor onze problemen bij de federale overheid liggen. Langs de andere kant heeft ze er geen problemen mee de N-VA te verwijten dat ze, overigens terecht, de analyse maakt dat er nood aan een verdere staatshervorming is. Begrijpe wie begrijpen kan. (Applaus bij de N-VA)

Vorige week, tijdens het debat over Opel, hebben we verklaard dat nog meer dossiers op ons zouden afkomen. De problemen bij DHL en bij Bayer vormen slechts de top van de ijsberg. We mogen ons aan nog meer verwachten. De hoofdzetels van multinationals verdwijnen. De buitenlandse investeringen in Vlaanderen gaan sterk achteruit. Blijkbaar laten vooral de Amerikaanse bedrijven ons in de steek.

De tragische gevolgen voor de individuele werknemers en voor hun families worden koel in statistieken weergegeven. Uit die statistieken blijkt duidelijk dat de werkgelegenheid in ons land sterk achteruitgaat. Deze ochtend is officieel bekendgemaakt dat de werkloosheid in november 2009 22,5 percent hoger lag dan in november 2008. Voor volgend jaar verwachten we dat niet minder dan 60.000 mensen hun baan zullen verliezen.

De heer Van den Heuvel heeft daarnet gewezen op het belang van opnieuw wakker te worden geschud. Om de nodige politieke en publieke steun voor het herstelproject van de Vlaamse Regering te krijgen, moeten we opnieuw die ‘sense of urgency’ krijgen. We moeten worden gestimuleerd om grotere inspanningen te leveren en om waakzaam te blijven.

In november 2008 heeft de Vlaamse Regering haar relanceplan gelanceerd. In januari 2009 zijn nog een paar bijkomende maatregelen genomen. Het Vlaams regeerakkoord vermeldt de overgang van het relanceplan in duurzame werkgelegenheid en investeringsplannen als doelstelling.

Afgelopen weekend heeft de minister-president een aantal uitspraken over de investering van 800 miljoen euro gedaan. Die uitspraken passen in dit kader. Het doet er even niet toe of de minister-president voor zijn beurt heeft gesproken en of dat het hier al dan niet om een voorafname gaat. De minister-president heeft onze steun. Die maatregelen lijken ons nodig. We kunnen al op het beleid wegen. Ik denk hierbij aan de oprichting van een Vlaams energiebedrijf, op de versterking van de witte economie en op een fonds voor maatschappelijke projecten.

Als Vlaamse volksvertegenwoordigers is het onze taak kritisch te zijn. Om die reden wil ik een paar constructieve kritische opmerkingen maken. De commissie Economie bespreekt momenteel de beleidsnota Economie. Ik heb deze ochtend al verwezen naar de noodzaak sterk in een efficiënte overheid te investeren.

Vaak is er een tekort aan investeringen omdat de betrokken mensen of bedrijven te weinig merken dat hun investeringen renderen. Veel hangt van de overheid af. Iedereen kent de administratitis. Er is te veel papierwerk. Op Europees niveau is afgesproken dat er binnen vier jaar 25 percent minder papierwerk zou moeten zijn. Er is, met andere woorden, nog veel werk aan de winkel.

Enkele weken geleden heeft de minister-president tijdens een rondetafelconferentie bekendgemaakt dat we een groot probleem hebben. De bedrijven kennen de steun die door de Vlaamse overheid ter beschikking wordt gesteld niet voldoende. Op dit vlak moeten zeker nog maatregelen worden genomen.

We moeten goed beseffen dat het crisis is. De heer Van den Heuvel heeft terecht naar het behoud van de ‘sense of urgency’ verwezen. We mogen tegelijkertijd hopen dat betere tijden op ons afkomen. We moeten er vooral op letten dat de kortetermijnmaatregelen die we nu willen nemen, geen hypotheek op de toekomstige heropleving van de economie leggen. De kortetermijnplanning moet vlot in een langetermijnplanning kunnen overgaan. Die planningen hebben een plaats in Vlaanderen in Actie en in het Pact 2020.

Ik heb begrepen dat de kredietcommissie, die naar aanleiding van de problemen met KBC is opgericht of ging opgericht worden, nog maar enkele weken geleden is samengekomen. Ik vraag me af hoe dat kan. We mogen op dit moment, zonder al te voortvarend te zijn, min of meer beginnen te spreken van een relatieve rust op de financiële markten. Ik ben heel voorzichtig met mijn woorden. Ik begrijp niet dat het zolang geduurd heeft vooraleer die kredietcommissie voor de eerste keer is samengekomen.

Mijnheer de minister-president, zowel ik persoonlijk als mijn fractie hebben het altijd gewaardeerd dat u een heel duidelijk persoonlijk engagement hebt genomen bij de problemen die opdoken. U hebt dat bij Opel gedaan en doet dat nog steeds. Ook bij DHL doet u dat. Ik heb begrepen dat u gisteren een delegatie van DHL hebt ontmoet. Misschien kunt u ons wat verduidelijking geven? We steunen dit ten volle en appreciëren dit ook.

U hebt ook onze steun voor het feit dat u principieel uitgaat van een puur economische logica. U hebt dat bij Opel gedaan. In de debatten met andere landen hebt u steeds gewezen op de economische logica waarom Opel Antwerpen moet openblijven. We vrezen wel dat er wel is voorbijgegaan aan de politieke logica.

Mia De Vits

U hebt DHL aangehaald. Ik zou van de gelegenheid gebruik willen maken om aan de minister-president twee zaken te vragen.

Ik wil vragen om contact te leggen met bondskanselier Merkel om de economische argumenten van DHL te ontkrachten. De knowhow zit hier.

Ik wil ook vragen dat er van het bedrijf garanties worden afgedwongen om de overblijvende activiteiten, waarin heel wat laaggeschoolden zijn tewerkgesteld, hier te houden.

Lode Vereeck

Mijnheer Diependaele, ik wou eerst wachten tot u klaar was met uw betoog, maar onderschrijft u de analyse van de heer Crombez? U zit samen in de meerderheid. Hij zegt dat de problemen zich nu vooral in de jeugdwerkloosheid situeren.

Matthias Diependaele

Gedeeltelijk wel. Elke werkloze is er één te veel, of het nu een jongere is of niet. We merken inderdaad een stijging van de Vlaamse jeugdwerkloosheid. Maar het probleem is lang nog niet zo groot als in Wallonië. U verwijst naar het banenplan van minister Milquet. In Europa ligt de jeugdwerkloosheid gemiddeld rond 15 percent. In Vlaanderen is dat 10,7 percent. Volgens ons is het fout van mevrouw Milquet om via het banenplan alle gewesten aan te pakken, terwijl het eigenlijk een typisch Brussels-Waals probleem is. Bovendien schrapt ze de middelen die er zijn om de ouderenwerkloosheid aan te pakken. We gaan er absoluut niet mee akkoord.

Lode Vereeck

Het betekent dus dat de N-VA via de minister van Economie het belangenconflict zal blijven inroepen voor het plan-Milquet?

Matthias Diependaele

Ik denk dat wij alle stappen zullen zetten van zodra er iets geweten is. Dat is op dit moment nog een probleem. Er is geen wetsvoorstel. Men kan nog geen belangenconflict inroepen. Zodra het er is, zullen we alle middelen gebruiken die ter beschikking staan.

Lode Vereeck

U bent het dus niet eens met de vorige spreker dat het probleem zich nu vooral naar de jeugdwerkloosheid verplaatst?

Matthias Diependaele

Die beweging is bezig, maar is nog niet zo dramatisch als mevrouw Milquet beweert.

John Crombez

Mijnheer Vereeck, ik ben de vorige spreker. Ik zal mijn punt nog eens herhalen want niet alles blijft hangen.

Mijn punt was dat in de periode van de crisis de jeugdwerkloosheid heel sterk is gestegen. Bij de uitstroom uit de scholen blijkt voor het eerst sinds lang dat jongeren moeilijk op de arbeidsmarkt terecht kunnen. Mijn vraag was om daar bijzondere aandacht aan te besteden.

Hoe u tot de conclusie komt dat ik mij beperk tot een probleem van jeugdwerkloosheid, weet ik niet goed. Mijn vraag is terecht om te stellen.

Bart Van Malderen

Het probleem van het jongerenbanenplan van mevrouw Milquet is niet de aandacht voor jeugdwerkloosheid. Het probleem is dat het plan inhoudt dat de bestaande doelgroepmaatregelen, ook voor Vlaamse werknemers die aan de slag zijn, zouden worden geschrapt. Het gaat niet over mensen aan het werk helpen, het gaat over mensen aan het werk houden. Dat is een heel groot verschil en daarom benaderen wij dat dossier met de grootste voorzichtigheid.

Matthias Diependaele

Ik heb nog een kritische slotopmerking voor u, mijnheer de minister-president. Beseft u dat elke keer dat u naar Opel, naar DHL of naar Bayer moet, u een crisismanager bent die van de ene crisis naar de andere hopt? Waarom kunt u geen globaal herstelplan uitwerken? Elke keer dat u met de mensen van die bedrijven moet gaan praten, blijkt dat zij u niet helemaal serieus nemen. Dat hebt u vorige week zelf bekend. U hebt u boos moeten maken op de top van GM over de beloftes in verband met SUV’s.

De N-VA betreurt dat Vlaanderen nog altijd niet de bevoegdheden heeft om echte onderhandelingen aan te knopen met die bedrijven. Ik denk aan de vennootschapsbelasting, delen van de sociale zekerheid en vooral het arbeidsmarktbeleid. U moet telkens overleggen met andere beleidsniveaus. Daar gaat tijd over, tijd die we in deze crisis niet hebben.

Eric Van Rompuy

Is de N-VA overtuigd van een ‘sense of urgency’ om te onderhandelen over die nieuwe bevoegdheden? We horen de Maddenstheorie: we hebben tijd genoeg, we kunnen nog lang wachten, we hoeven niet te onderhandelen. Ik vind wat u zegt totaal contradictorisch. Als er een ‘sense of urgency’ is, moet er op korte termijn onderhandeld worden. Dat is ‘doubletalk’.

Matthias Diependaele

Mijnheer Van Rompuy, het is grappig dat ik die vraag van u krijg. Wij volgen het Vlaamse regeerakkoord. Wij onderstrepen de ‘sense of urgency’ voor de overheveling van die bevoegdheden. Uw partij trouwens ook.

Eric Van Rompuy

Ik wens er niet over te onderhandelen. Het is hypocrisie. Als u uw laatste zin niet had gezegd, was ik niet tussenbeide gekomen. U roept op in het Vlaams Parlement tot een ‘sense of urgency’ voor het krijgen van nieuwe bevoegdheden, maar ondertussen weigert uw partij om te onderhandelen. Dat is geen eerlijke opstelling. (Applaus bij Open Vld)

Matthias Diependaele

Er is een verschil tussen niet onderhandelen over BHV en onderhandelen over een staatshervorming. Daarover is nooit onduidelijkheid geweest. (Applaus bij de N-VA)

Ik nodig u uit, mijnheer Van Rompuy, om het regeerakkoord erop na te lezen. We hebben heel duidelijk een communautaire strategie afgesproken. De Vlaamse meerderheid zegt dat ze zal onderhandelen als ze de omstandigheden daartoe rijp acht en denkt dat ze tot een goed resultaat kan komen. Neem ons niet kwalijk dat wij er vanuit ons perspectief niet zoveel vertrouwen in hebben op een moment dat, voor de eerste keer sinds 1830, een federale regering aan het bewind is die niet over een meerderheid in Vlaanderen beschikt, die zonder democratische legitimiteit bestuurt en die elke dag stemmingen doet zonder meerderheid in Vlaanderen. Dat is geen uitgangspunt voor succesvolle onderhandelingen. U mag ons niet kwalijk nemen dat wij liever een betere dag afwachten. (Applaus bij de N-VA)

Matthias Diependaele

Mijnheer de minister-president, wij hadden u en uw regering die bevoegdheden nochtans graag toevertrouwd.

Mia De Vits

Als men denkt dat men door het overhevelen van de vennootschapsbelasting naar Vlaanderen kan tegenhouden dat bedrijven hun zetels verplaatsen – wel, het tegendeel zal het geval zijn. Men zal de fiscale dumping in Europa nog verder organiseren.

Lode Vereeck

Mevrouw De Vits, dat is niet nodig. De vennootschapsbelasting brengt ongeveer 12 miljard euro op. Daar staan 7 miljard euro subsidies tegenover. U kunt door de overheveling naar het Vlaams gewest overgaan naar een gedegen verlaging van de vennootschapsbelasting, u heel wat van die subsidie-economie besparen en besparen op de beheerskosten van uw administratie.

Mevrouw De Vits, uw taal slaat misschien aan bij het ABVV, maar niet in economische kringen. De cijfers zijn duidelijk. We hebben in dit land een vennootschapsbelasting die 34 percent hoger is dan het Europese gemiddelde. De belastingdruk in dit land is 57,3 percent hoger dan het Europese gemiddelde. We staan op de 150e plaats op een wereldwijde ranking van 183 landen voor wat de totale belastingdruk betreft.

En dan komt u hier namens de socialisten verklaren dat, mochten wij de vennootschapsbelasting in Vlaanderen niet meer hebben, dat geen enkel verschil zou uitmaken voor onze concurrentiepositie. Dat is klinkklare nonsens. Ik begrijp dat niet van iemand die toch een minimum aan intelligentie bezit. Ik versta niet, mevrouw, dat u nu, in volle economische crisis, nog altijd met dat soort van argumenten blijft uitpakken. Het zijn juist de laaggeschoolden in de industriële sector die het slachtoffer worden van de hoge belastingdruk in Vlaanderen die ons door de Belgische overheden wordt opgedrongen.

Mia De Vits

De werknemerskringen hebben evenveel te zeggen over de vennootschapsbelasting als de werkgeverskringen. Hun advies is even belangrijk als dat van de werkgeverskringen. Wat u in Europa vaststelt, is dat er aan dumping tussen de lidstaten wordt gedaan. Als we er niet in slagen om in Europa een harmonisering door te voeren, dan krijgt men een situatie waarin men zetels van het ene land naar het andere overplaatst. De reden is dat het vandaag interessanter is om naar Letland of Kroatië te gaan dan naar een ander Europees land. Men moet dus harmoniseren, maar daar bent u een tegenstander van, mijnheer Dewinter, want u bent tegen Europa.

John Crombez

De heer Dewinter had niet verwacht dat mevrouw De Vits zou zeggen wat ze heeft gezegd. Ik ben echter niet verbaasd over de economische analyse van de heer Dewinter. Hij heeft al vaker economische redeneringen gemaakt die nergens op slaan. Het heeft geen zin om dat lijstje van cijfers twee keer te herhalen. Waar u het over hebt, is de effectieve belastingsvoet. De belastingen die bedrijven in België betalen, zijn de laatste jaren gedaald en zitten niet ver boven het Europese gemiddelde. Het gaat over de effectieve belastingsvoet, mijnheer Dewinter.

Een land dat daar veel verder in is gegaan, is Ierland. Ierland zit nu veel dieper in de crisis dan wij en er zijn veel grotere problemen. Dat heeft niets opgeleverd. Zij hebben de belastingen verlaagd juist om bedrijven aan te trekken. Dat waren financiële vennootschappen. De Ieren hebben een veel zwaardere impact van de crisis te verduren. Zeggen dat een belastingverlaging de oplossing is, is absoluut onwaar.

Lode Vereeck

U kunt toch niet stellen dat de problemen in Ierland mede zijn veroorzaakt door hun fiscaal beleid. Mochten de Ieren de afgelopen jaren niet het fiscale beleid hebben gevoerd dat ze hebben gevoerd, zaten ze nog veel dieper in de problemen.

De analyse klopt niet dat we alleen maar zouden verliezen aan lageloonlanden in de derde wereld en in Azië of zelfs in Oost-Europa. Economisten allerhande hebben dat de jongste dagen en weken aangetoond. Ik heb het citaat van Geert Noels in De Morgen hier aangehaald. Hij stelt dat we vooral verliezen aan landen als Duitsland, Zwitserland en andere Europese landen, die een echt industriebeleid voeren, terwijl wij dat niet doen. Dat is de realiteit. Het is natuurlijk gemakkelijk om het zo voor te stellen als was het alleen maar het gevolg van de globalisering van de economie. Het heeft ook en vooral te maken met het feit dat wij op Europees niveau niet langer concurrentieel zijn met een aantal andere belangrijke Europese industrielanden. En dat heeft te maken met de hoge loonkost en de enorme belastingdruk. Zolang we daar niets aan doen, zal het nooit lukken. Dat is de evidentie zelve.

We mogen 800 miljoen investeren of gelijk wat anders doen, maar zolang we de hefbomen niet in eigen handen hebben, vrees ik dat we aan de kant zullen blijven toekijken hoe het steeds verder slechter gaat met onze economie en tewerkstelling in Vlaanderen.

Bart Van Malderen

Ik hoor de heer Dewinter nu al minutenlang een pleidooi houden om de vennootschapsbelasting te verlagen. Hij maakt niet alleen de denkfout van alleen maar naar de belastingvoet te kijken en niet naar de vele aftrekposten. Het is een traditie die in dit land bestaat en waardoor er een groot verschil is tussen de theoretische en de reële aanslagvoet. Hij gaat ook voorbij aan de basisvaststelling die de afgelopen weken en maanden is gemaakt, namelijk dat we zeer dringend nood hebben aan een transitie in onze economie, en ook een transitie in onze industrie en in onze maakindustrie, zoals daarnet is gezegd.

Die transitie komt er niet vanzelf. Die veronderstelt het inzetten van middelen. Die middelen moeten ook worden gehaald uit de vennootschapsbelasting. Een werknemer heeft trouwens een belasting van 50 percent. Die vennootschapsbelasting is dus nodig. Die belasting lineair verlagen, komt er in wezen op neer dat we onszelf middelen ontzeggen om die transitie te stimuleren. Daarom zijn mevrouw De Vits, de heer Crombez en ikzelf daar helemaal niet voor.

De voorzitter

Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters

Mijnheer de voorzitter, geachte leden, terwijl we dit debat houden, probeert een werkgroep aan te tonen dat er een businesscase is om Opel Antwerpen open te houden. Op dit moment is er een vergadering aan de gang waarop wordt bekeken hoe er een businesscase kan worden gemaakt om te voorkomen dat DHL zijn hoofdzetel naar Bonn verplaatst.

Ik moet eerlijk zeggen dat bepaalde uiteenzettingen zo licht wogen dat ik me afvraag of ze in dit debat eigenlijk ter zake doen. Ik zal op alle uiteenzettingen antwoorden, maar we hebben er alle belang bij om dit actualiteitsdebat over de manier waarop we belangrijke dossiers aanpakken, op een goede manier te voeren. Het gaat hier dus niet over pr of discussies die in de commissies aan bod komen en er voort kunnen worden besproken.

Als het over de begroting gaat, wil ik eerst het volgende punt maken. De topprioriteit van deze Vlaamse Regering is het zo snel mogelijk in evenwicht brengen van de begroting. Dat is in 2011. Sommige leden van de oppositie menen dat het nog sneller kan, en dat het zelfs kon met het behoud van de jobkorting. We hebben daar in het verleden over gedebatteerd en aangetoond dat dit misschien goed is vanuit de oppositie, maar voor wie de beslissing moet nemen en het evenwicht realiseren, zijn er geen 1001 oplossingen. Ik ben ervan overtuigd dat uit de discussies in de commissie en de discussie met de minister van Begroting, blijkt dat we zeer zorgvuldig en met heel veel nuance deze heel belangrijke opdracht op ons hebben genomen en ook tot een goed eind zullen brengen.

Ik ben er ook van overtuigd dat we rekening moeten houden met het verleden en wat de vorige Vlaamse Regering heeft gedaan. De vorige minister van Begroting heeft met schulden de fakkel doorgegeven aan de nieuwe minister van Begroting. Dan gaat het over schulden voor de publiek-private samenwerking van 3,9 miljard euro, over 7,9 miljard euro aan gewaarborgde schulden, over directe schulden van 3,5 miljard voor KBC, van 0,5 miljard euro voor Dexia, van 0,5 miljard euro voor Ethias en van 0,3 miljard euro voor Gigarant. In totaal is dat 4,8 miljard euro. Dat zijn terechte beslissingen geweest, maar dan moeten leden hier niet komen zeggen dat de vorige Vlaamse Regering, die ik ook heb geleid, zonder schulden de fakkel heeft doorgegeven.

De voorzitter

Mijnheer Van Mechelen, ik stel voor dat de minister-president eerst antwoordt, en dat u dan repliceert.

Dirk Van Mechelen

Dan moet hij de onwaarheden tot een minimum beperken.

Minister-president Kris Peeters

Dat zijn geen onwaarheden. Dat zijn harde cijfers, waar ik mee de verantwoordelijkheid voor draag. Het is overduidelijk dat wij schulden hebben gemaakt voor een aantal terechte zorgen. Het is dus niet zo dat Vlaanderen schuldenvrij is.

Dirk Van Mechelen

Mijnheer de minister-president, gewezen collega, Vlaanderen heeft inderdaad 3,5 miljard euro schuld aangegaan voor de KBC-participatie, met de heel duidelijke afspraak dat KBC tegen 150 percent zou terugbetalen. Dat betekent dat het 5,25 miljard euro moet terugbetalen voor die 3,5 miljard euro.

U zegt dat we 0,5 miljard euro hebben geleend voor Dexia en 0,5 miljard euro voor Ethias. Volgens mijn bescheiden kennis hebben we 1 miljard euro geïnvesteerd in Dexia. Dat hebben we upfront kunnen financieren via het Toekomstfonds, waarin we de bonus van de voorbije jaren hadden ondergebracht. Voor Ethias hebben we 1 miljard euro op tafel gelegd van de beschikbare liquiditeitsopbrengsten die we toen hadden.

Minister-president Kris Peeters

De conclusie is dat de vorige Vlaamse Regering op het einde schulden had gemaakt voor terechte zaken. Met die schulden moeten we nu ook voort. We moeten die aanpakken.

Tegelijk moeten we ook de effecten van de crisis opvangen.

De heer Dewinter heeft gelijk: het gaat hier niet alleen over de nieuwe sectoren, ook in de kmo’s en in de traditionele sectoren is het belangrijk om maximaal in te zetten op het behoud van de werkgelegenheid van de arbeiders en bedienden die daar dagelijks hun brood verdienen. Daarom hebben we maatregelen genomen ten aanzien van waarborgregelingen, overbruggingskredieten en het stimuleren van ondernemerschap. Die heel belangrijke succesvolle maatregelen die de vorige regering heeft genomen, zullen wij doortrekken en aanvullen.

In 2009 werd voor een totaal van 187 miljoen euro waarborgen toegekend waardoor onze kmo’s voor meer dan 400 miljoen euro hebben kunnen investeren. Ook het feit dat overbruggingskredieten vanaf 1 januari 2010 zullen kunnen genieten van een overheidswaarborg, is een heel belangrijke maatregel. Sommige collega’s vroegen wat we kunnen verstaan onder de Gazellesprong. In Nederland bestaat dat al een hele tijd. We moeten ervoor zorgen dat we onze kmo’s, dynamische bedrijven, helpen groeien zodat het internationale spelers worden en we op die manier de dynamische verankering kunnen realiseren. Zo hangen we niet af van hoofdkantoren in Detroit of Berlijn maar laten we onze kmo’s maximaal doorgroeien, met alle positieve effecten van dien.

Collega’s, de cijfers over de werkloosheid die gisteren zijn bekendgemaakt door minister Muyters, zijn zorgwekkend. In 2010 zullen er spijtig genoeg 100.000 werklozen zijn bijgekomen. We moeten alle zeilen bijzetten om daar het juiste beleid voor te voeren en de juiste maatregelen te treffen. Mijnheer Diependaele, u hebt natuurlijk gelijk dat, als de federale overheid maatregelen neemt, ze dat moet doen met respect voor onze arbeidsmarkt, die anders is dan de arbeidsmarkt in Brussel of Wallonië. Er zijn al initiatieven en discussies geweest om ervoor te zorgen dat de federale overheid met onze arbeidsmarkt rekening houdt. Wanneer aan deze zorg geen gevolg wordt gegeven, wanneer men weigert daarop in te gaan, dan kan ik u verzekeren dat wij de nodige beslissingen zullen nemen en desnoods een belangenconflict inroepen, om ervoor te zorgen dat de maatregelen die op het federale niveau worden genomen, volledig kunnen worden toegepast op onze arbeidsmarkt en we verder kunnen inzetten op bijkomende uitdagingen, zoals de jeugdwerkloosheid en andere problemen. Ik kom daar straks op terug.

We hebben ook te maken met het feit dat de industrie al jarenlang moet inboeten op werkgelegenheid. Daarom worden bepaalde provincies zo hard getroffen. Het is een tendens die al jarenlang bezig is maar door de crisis wordt versneld. Jobs verdwijnen vooral in de industrie. We moeten daar met een zeer grote urgentie de juiste antwoorden op geven.

Ik kom terug op de aangehaalde dossiers, zoals Opel GM. Deze week heeft men nog een overzicht gegeven van de intenties van GM. We hebben nu begrepen dat op woensdag 9 december – weer een nieuwe datum – het finale herstructureringsplan zal worden toegelicht voor de Europese ondernemingsraad. De vakbonden, maar ook de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement, doen er niet alleen alles aan om dit herstructureringsplan op economische motieven te bekijken, maar we zijn er ook van overtuigd dat Antwerpen een eerlijke kans moet krijgen.

Hetzelfde geldt voor DHL, waar mevrouw De Vits naar vroeg. Ik heb gisteren samen met mijn collega’s de vakbonden ontmoet. De vakbonden zijn ervan overtuigd dat de beslissing om de hoofdzetel van DHL van Brussel naar Bonn te verplaatsen, niet op economische grondslagen is genomen. Ze zijn er zelfs van overtuigd dat DHL een slechte beslissing heeft genomen. We hebben de afspraak gemaakt dat de vakbonden een businesscase zullen opmaken met de elementen die zij kennen en dat, als die businesscase klaar is, de Vlaamse Regering opnieuw met hen rond de tafel gaat zitten.

Uw bezorgdheid dat wordt voorkomen dat dit niet het zoveelste herstructureringsplan is en dat er wordt gewaakt over de belangen van de 4.000 mensen die in de operationele diensten van dit bedrijf werken, is legitiem. We zullen pertinente vragen blijven stellen en in dit dossier de nodige stappen zetten.

Na de analyse is hier de vraag gesteld: welke actie onderneemt de Vlaamse Regering? De vraag is terecht. Ik kan u zeggen dat we met de sociale partners al verschillende keren rond de tafel hebben gezeten om een duurzaam werkgelegenheids- en investeringsplan uit te werken. Er is afgesproken dat uiterlijk op 11 december een vergelijk wordt bereikt. Als dat niet lukt – maar daar ga ik niet van uit – dan zal de Vlaamse Regering zelf de nodige maatregelen nemen. Die maatregelen moeten de positie van de mensen versterken. We willen investeren in mensen: in werknemers, werkzoekenden, schoolverlaters en ondernemers. Bijkomende maatregelen zijn nodig.

Mijnheer Crombez, we willen mensen die hun job verliezen extra vorming geven, zodat ze werk in nieuwe sectoren van de getransformeerde industrie kunnen vinden. Dat is de grote uitdaging. We hebben overbruggingspremies, maar het is ook erg belangrijk dat er overbruggingsopleidingen worden aangeboden. We moeten ervoor zorgen dat ze zo snel mogelijk terug aan het werk geraken. Ik trap een open deur in, maar mensen die te lang werkloos zijn, geraken daar nog moeilijk uit. We moeten daar alles op alles zetten, en anticiperen op de transformaties waarover ik straks nog iets meer zal zeggen.

Daartoe is 22,5 miljoen euro vrijgemaakt, bovenop alle andere maatregelen. Sommigen vragen zich af hoe we dat verklaren: we besparen op de VDAB maar toch treffen we extra maatregelen. Het is heel duidelijk dat de nood groot is om erg doelgerichte maatregelen te treffen. En het ene staat niet haaks op het andere. Ik ga ervan uit dat in de commissies de collega-ministers dat met verve toelichten als dat nodig mocht zijn.

Wij zijn ervan overtuigd dat we tezelfdertijd de crisis kunnen bestrijden en een goede, coherente begroting kunnen uitwerken. We hebben een visie, en die moet ook worden uitgevoerd. Vlaanderen in Actie zijn we niet vergeten. ViA staat niet enkel in het regeerakkoord: er wordt hard aan gewerkt om de transformatie van onze arbeidsmarkt en onze economie te realiseren. Er is de groene economie, maar ook de witte economie en de slimme logistiek. Dat zijn containerbegrippen, maar ze staan wel voor belangrijke tendensen die we concreet willen maken doorheen de doorbraken die we dankzij ViA met de 1.500 captains of society en 200 organisaties hebben bepaald. We zullen onze handtekening omzetten in daden, maakt u zich daar geen zorgen over.

Een groenestedengewest, slimme energienetten, duurzaam vervoer en medische centra: het zijn zeer belangrijke projecten die niet enkel in ViA, maar ook in het regeerakkoord terug te vinden zijn. Ook zijn er specifieke projecten die verder worden betoelaagd of gestimuleerd. Ik noem er enkele: Informatieplatform energiegeneraties, Strategisch initiatief materialen, Waterstofregio Vlaanderen, Flanders’ DRIVE, enzovoort.

We moeten nu naar een versnelde uitvoering gaan. We moeten sneller dan normaal uitvoeren wat in de pijplijn zit en wat in het Vlaamse regeerakkoord is opgenomen.

Niet alleen om een antwoord te geven op de crisis, maar ook omdat we vaststellen dat ook andere landen die versnelling doorvoeren. Als je kijkt naar wat Frankrijk doet voor zijn industrie en wat Sarkozy al allemaal heeft ondernomen, is het van groot belang dat wij ons in Vlaanderen diezelfde snelheid, of zelfs een hogere snelheid opleggen.

Dat heeft ook te maken met het hele energiedebat, waarin het Vlaams energiebedrijf een belangrijk punt is. Sommigen zetten nu alles op die elektrische wagen. In het debat over de automobielindustrie is dat een heel interessant en belangrijk gegeven. Ik ben ervan overtuigd dat Vlaanderen dé regio is waar die elektrische wagen gemakkelijk aan de man of de vrouw zal kunnen worden gebracht. Onze regio is immers beperkt in oppervlakte, en dus zijn de afstanden vrij kort.

De producenten hebben dat ook ingezien. Wij zijn met producenten gaan praten, en zij bevestigen dat ze geïnteresseerd zijn om actief te zijn op de Vlaamse markt en om de elektrische wagens hier aan de man te brengen. Onze bijkomende zorg is dan dat zij die ook hier zouden produceren. We hebben daar met Volvo al concrete initiatieven voor genomen, en we zullen dat ook met andere producenten doen. Door de smart grid en door de nodige investeringen en initiatieven kunnen we ervoor zorgen dat de elektronische wagen hier kan worden verkocht. Maar we zullen ook alles op alles zetten om die hier te produceren. Dat is de uitdaging waar we voor staan, mijnheer Watteeuw.

We zullen ook een staten-generaal voor de industrie organiseren. De automobielindustrie is daar natuurlijk een deel van, maar we hebben ook de chemische industrie en de farmaceutische industrie. Ook daar zijn er uitdagingen. We zullen diezelfde transformatie ook daar aan bod brengen en met de sector bespreken.

Mijnheer Vereeck, Medisch Centrum Vlaanderen is een zeer uitdagend project. Wij hebben een zeer uitgebreide gezondheids- en welzijnssector, en daar moet verder in worden geïnvesteerd. Maar als je ziet hoe actief onze bedrijven zijn op de markt van de technologische ontwikkelingen, is het van groot belang dat we dat ook economisch valoriseren en dat we daar de nodige dynamiek aan geven. We zien ook hoe de evolutie in de geneeskunde tegen een hoge snelheid plaatsvindt – translationeel onderzoek, de Biobank enzovoort. Met de vorige regering hebben we daar ook al initiatieven voor genomen. Ik denk maar aan Neuro-Electronics Research Flanders (NERF) en andere initiatieven. De bedoeling is om dat met Medisch Centrum Vlaanderen allemaal te bundelen en te dynamiseren, en ervoor te zorgen dat dat ook werkgelegenheid en economische welvaart creëert.

Daar zijn we volop mee bezig, mijnheer de voorzitter, collega’s. Daar willen we de volgende weken en maanden op inzetten. Dat willen wij heel concreet maken. En het is ook in dat kader dat die 800 miljoen euro moet worden geplaatst. Wij hebben natuurlijk al het een en het ander geleend, en we zullen daar ook zeer zorgvuldig mee omspringen. Wanneer bepaalde leningen worden terugbetaald of een rendement opleveren, zullen we bekijken hoe we daarmee omgaan.

Die 800 miljoen euro is trouwens niet nieuw, collega’s. Ik heb die hier al eerder vermeld, maar waarschijnlijk hebben een aantal leden toen niet opgelet. Ik vind het dan ook zeer merkwaardig dat men het hier heeft over ‘de pr-stunt van Peeters’. Indien u goed had geluisterd, zou u geweten hebben dat ik al een aantal keer heb gezegd dat we die 800 miljoen euro zouden lenen voor kapitaalinvesteringen. Het geheugen van sommige parlementsleden is blijkbaar kort. Dat heeft ook zijn voordelen.

De heer Crombez heeft gelijk wanneer hij zegt dat je het verschil moet maken tussen de korte en de lange termijn. Maar de korte en de lange termijn moeten wel op elkaar plakken. Dat moet coherent in elkaar steken. Zodoende is er van die 800 miljoen euro 300 miljoen euro ingeschreven in de begroting 2010. Bij de begrotingscontrole gaan we dan bekijken hoe we de andere 500 miljoen euro concreet zullen invullen.

Maar het is ook heel belangrijk dat dit maar een facet is. We hebben ook de klassieke begrotingskredieten. We hebben de beschikbaarheidsvergoeding voor pps en we hebben kapitaalparticipaties die worden gefinancierd door middel van leningen, de ESR-8-verrichtingen.

Ik wil zeer graag nieuwe initiatieven zoals volksleningen enzovoort bekijken. Met een grote creativiteit moeten we ervoor zorgen dat de juiste instrumenten worden ingezet voor de juiste doelstellingen.

Als we de begrotingskredieten en de beschikbaarheidsvergoedingen over heel de legislatuur zouden optellen, dan krijgen we investeringen voor meer dan 8 miljard euro. Deze Vlaamse Regering zal daarop inzetten. Ze zal ook de schoolinfrastructuur finaliseren. Het is heel goedkoop om hier te vragen hoe het daar nu mee staat. Iedereen weet immers heel goed dat er als gevolg van de bankcrisis, een aantal bijkomende zorgen en vertragingen zijn opgedoken. Wij doen er alles aan om dit zo snel mogelijk te finaliseren.

Sven Gatz

Wat de vraag betreft over hoe het daar nu mee staat, verwijt u sommige parlementsleden – en ik weet dan niet zo goed over wie u het hebt – dat ze niet weten dat die 800 miljoen euro waar u zondag naar verwezen hebt, eigenlijk al aangekondigd waren tijdens het investituurdebat in juni. Nu zes maanden vertelt u hier nog altijd dezelfde algemeenheden over die 800 miljoen euro. Hoe staat het daar nu mee? Niet veel verder als ik u goed begrijp?

Minister-president Kris Peeters

Mijnheer Gatz, ik had u niet onmiddellijk in gedachten toen het over het geheugen ging. Ik wil daar wel verder met u over discussiëren. U herinnert zich toch die 800 miljoen euro waarover ik het hier gehad heb?

Ik wil erop wijzen dat het niet enkel gaat om die 800 miljoen euro. Van dat bedrag wordt 200 miljoen euro ingezet voor het Vlaams energiebedrijf. We zullen snel duidelijk maken wat daar allemaal in zit. Minister Lieten en ook de andere collega’s zijn daar druk mee bezig en zullen dit zo spoedig mogelijk aan de regering voorleggen.

We zullen ook 200 miljoen euro investeren in innovatie en economie via kapitaalinvesteringen.

We zullen ook bijkomende middelen investeren in de infrastructuur, zowel op het vlak van beschikbaarheidsvergoedingen als op het vlak van kapitaalinvesteringen. Daarbij zullen we de slimme draaischijf Vlaanderen, een van de doorbraken van ViA en van dit regeerakkoord, waarmaken.

Ook voor het Medisch Centrum Vlaanderen zal 200 miljoen euro worden vrijgemaakt, vooral dan voor investeringen in zorginfrastructuur.

Met deze aanpak maken wij niet alleen duidelijk dat deze Vlaamse Regering niet wacht tot alles overwaait. Nochtans moeten zowel Merkel, Poetin als ikzelf, ondanks het feit dat er enorm veel geld is vrijgemaakt via overbruggingskredieten, vaststellen dat multinationale groepen beslissingen hebben genomen waarvan we enkel akte kunnen nemen. Toch willen we samen met de vakbonden onze huid zeer duur verkopen. We zijn immers overtuigd van ons gelijk.

Deze Vlaamse Regering en deze minister-president hebben de politieke moed en werken dag en nacht, terwijl velen vinden dat het een gevecht is voor een hopeloze zaak. Ik ben ervan overtuigd dat de situatie niet hopeloos is en dat het onze verdomde plicht is om er bijvoorbeeld voor de 5000 mensen die direct en indirect voor Opel Antwerpen werken, hard tegenaan te gaan en de huid duur te verkopen. Dat doen we en dat zullen we blijven doen. Meer tekst en uitleg volgt de komende weken. (Applaus bij de meerderheid)

Lode Vereeck

Mijnheer de minister-president, ik wil op twee zaken kort terugkomen. Ik begrijp dat die 800 miljoen euro eigenlijk ViA is, maar dan sneller, en zeker niet alleen de groene wagen. U hebt daar inderdaad over gecommuniceerd. Ik heb de cijfers besproken tijdens mijn betoog. We hebben een redelijk idee van wat die 800 miljoen euro is. We waren alleen verrast om u dat op zondag opnieuw te zien lanceren. Het deed een beetje denken aan de aankondigingspolitiek van de paarse regeringen van vele jaren geleden.

Voor wat betreft het Medisch Centrum Vlaanderen: ik heb nog altijd het genoegen om heel beperkt in wetenschappelijk onderzoek te participeren, onder andere met betrekking tot nanotechnologische toepassingen in de kankertherapie. Dat zou een speerpunt kunnen zijn, net zoals de slimme mobiliteit. Mijn opmerking van daarnet had gewoon betrekking op het feit dat we moeten oppassen. We zien een de-industrialisatie van onze samenleving, die in de richting van een diensteneconomie aan het evolueren is. Binnen de dienstensector wordt traditioneel een onderscheid gemaakt tussen een tertiaire en een quartaire sector. We evolueren steeds meer naar een niet-commerciële, gesubsidieerde dienstverlening, maar uiteindelijk zal toch iemand de rekening moeten betalen.

Ik ben in zekere zin altijd sceptisch als ik hier hoor spreken over het feit dat er werk wordt gecreëerd in bijvoorbeeld openbaar vervoer of de zorgsector. Uiteindelijk moet het geld dat naar die sectoren gaat worden opgehoest door de reële economie van commerciële bedrijven. Dat was mijn enige bekommernis. Medicalisering: schitterend. Openbaar vervoer: allemaal mooi. Zeker als we dat kunnen verkopen aan het buitenland, dan kunnen we daar nog geld aan verdienen. Maar ik dacht toch niet dat ik u hoorde pleiten voor een private markt in die sectoren. Als dat wel zo zou zijn, neem ik daar akte van. Maar als het niet zo is, pas dan op, want het wordt uiteindelijk via de fiscale en parafiscale lasten door de bedrijven opgehoest.

Patricia Ceysens

Mijnheer de minister-president, het klopt: die 800 miljoen euro stond ook vermeld in het artikel van De Tijd van 10 juli 2009. Daarin stond ook de verdeling: 200 miljoen euro in het Vlaams energiebedrijf; 200 miljoen euro op Economie en Innovatie; 40 miljoen euro voor fietspaden; 50 miljoen euro voor scholen; 60 miljoen euro voor De Lijn; 100 miljoen euro voor waterzuivering; 60 miljoen euro voor havens; 60 miljoen euro voor Grond en Panden; 25 miljoen euro voor regionale luchthavens; 5 miljoen euro voor Cultuur Invest.

Toen stopte het, want toen ging u op iets anders over. Toen zei u dat we 300 van die 800 miljoen euro in de begroting 2010 zien en dat we 500 miljoen euro in de begrotingscontrole zullen bekijken. Dan klopte natuurlijk uw rekening niet meer. U had toen al meer dan 400 miljoen euro uitgedeeld.

Het is zeer verwarrend als u op die manier cijfers naar voren blijft schuiven. Minister Muyters had het gisteren over 500 miljoen euro waarmee hij de volgende drie jaar iets wil doen. U had het over 800 miljoen euro: 300 miljoen euro voor 2010 en 500 miljoen euro zou voor de begrotingscontrole zijn. Dan had u het over 200 miljoen euro voor het Vlaams energiebedrijf en 200 miljoen euro voor medische innovatie, terwijl in De Tijd ‘Economie en Innovatie’ staat, wat iets totaal anders is. Toen was u al over de 400 miljoen euro, en u zei dat u maar 300 miljoen euro zou geven. Dat moet u misschien toch nog eens ophelderen. Om de verwarring compleet te maken, had minister Lieten het de dag nadien over 1,2 miljard euro. U moet misschien eens ophelderen hoe dat bedrag zich verhoudt tot de 800 miljoen euro.

Minister Lieten, u had het over de zes clusters. Dat klopt. Wij hebben die naar boven gehaald en we hebben daarover afspraken gemaakt. De heer Van Malderen heeft het graag over mijn stokpaardje output. Dat zat natuurlijk in die clusters doordat we daar zouden investeren waar er businesscases waren. Dat komt deels tegemoet aan de kritiek van de heer Vereeck, en dat is ook wat wordt bedoeld met de ‘Wallonisering van de economie’: het is natuurlijk cruciaal dat u nu niet opeens kiest waarin u innoveert en dat u opeens doet alsof u al die producten en diensten gaat maken en aanbieden.

Wij hebben er toen altijd voor gekozen dat het op basis van business cases was, omdat het alleen zou lukken wanneer we privébedrijven bereid vinden mee te investeren. Dat is de enige garantie dat dat geld, jobs en markten zal opleveren.

Minister Ingrid Lieten

De investering in het Medisch Centrum Vlaanderen is wel degelijk een gerichte investering, die belangrijk is op twee vlakken. Ten eerste worden we geconfronteerd met enorme uitdagingen in de welzijnssector inzake veroudering. Dat is een maatschappelijke uitdaging waar we allemaal moeten van wakker liggen. Ten tweede gaan we meteen van start met een innovatiecentrum, waarbij vier universitaire ziekenhuizen gaan samenwerken om een biobank te installeren. Dat moet het mogelijk maken om gerichter proeven te kunnen doen, zodat er gemakkelijker en sneller resultaten kunnen zijn om nieuwe medicijnen op de markt te brengen. Dat levert economische activiteit op en een investering in de gezondheid van onze mensen. We zoeken permanent naar die mogelijkheden, waarbij we vertrekken van maatschappelijke uitdagingen. We kijken hoe de overheid, de bedrijven en de onderzoeksinstellingen elkaar daarin kunnen vinden.

De doelstelling om drie percent te kunnen investeren hebben we samen met de bedrijven aanvaard. Tijdens mijn korte verblijf hier heb ik goed begrepen dat zowel in het parlement als in de commissie iedereen de 3 percentdoelstelling onderschrijft. Iedereen vindt dat we moeten proberen dat op het einde van deze legislatuur te bereiken. Ik heb berekend dat we, als we dat willen, tegen het einde van deze legislatuur 1,2 miljard euro extra moeten investeren. Die ambitie is hoog, en niet gemakkelijk te realiseren, maar we delen ze en we willen er geraken. We zullen heel hard onze mouwen moeten opstropen, want de voorbije jaren zijn we niet verder geraakt dan om en bij de 0,7 percent.

Filip Watteeuw

Mijnheer de minister-president, u hebt met veel overtuiging en enthousiasme aangegeven dat u de economie wilt omschakelen en zwaar wilt investeren. In het vuur van uw betoog hebt u verwezen naar de Franse president Sarkozy. Anderen verwezen naar de noordelijke landen om aan te geven dat we zwaar moeten investeren.

Dan is het wat vreemd dat uw eerste topprioriteit het begrotingsevenwicht in 2011 is. De eerste topprioriteit moet zijn: de economie omschakelen en zorgen dat die concurrentieel is. Het begrotingsevenwicht mag geen fetisj zijn. Als het nodig is om meer te investeren, dan moeten we dat doen. Ik pleit dan ook om na te gaan of we niet meer moeten doen.

In de begroting nemen efficiëntiewinsten een heel centrale plaats in. Wel, dan moeten we ook kijken naar effectiviteitsverliezen. Het zou goed zijn om in de loop van het jaar na te gaan waar besparingen het tegengestelde effect hebben, zodat we kunnen bijsturen en besparingen kunnen schrappen.

Mijnheer de minister-president, ik ben het met twee zaken uit uw betoog eens. We moeten ten eerste inderdaad opnieuw durven lenen. Een tijdlang hebben we de fetisj van een begroting in evenwicht gebruikt en misbruikt om vooral niet te investeren. Dat heeft ons parten gespeeld. We moeten durven een voorafname doen op al het geld dat we nog tegoed hebben van de federale overheid. Daarom moeten we durven lenen. Ik ben het daarom niet eens met Open Vld.

Ten tweede ben ik aangenaam verrast door uw pleidooi om de maakindustrie in Vlaanderen in stand te houden. 540.000 jobs hangen af van de chemische industrie, de voedingsindustrie, de metaalsector, de autosector en de bouwsector, en het gaat vooral om laaggeschoolden. Ik hoor het pleidooi graag over de hoogtechnologische initiatieven allerhande, maar ik meen dat er vooral moet worden ingezet op het behouden van wat we reeds hebben. Dat is een noodzaak.

Ik vrees alleen dat de 800 miljoen euro ‘too little too late’ is, of te weinig is en te laat komt. Bovendien zal het geld spijtig genoeg ook niet altijd aan de juiste initiatieven worden besteed.

Ik gruwel ook van het gebruik van het woord ‘Wallonisering’ in dit dossier. Ik weet wel wat Open Vld daarmee bedoelt, namelijk het in stand houden van industrieën en economische sectoren die geen enkele toekomst meer hebben. Dat is een foute interpretatie, dat heeft niets met walloniseren te maken, want de term betekent het geld uitgeven dat men niet heeft, het geld van een ander uitgeven om dingen te doen die geen toekomst hebben. Dat gebeurt in Vlaanderen niet! Wij geven ons eigen geld uit, het is Vlaams belastinggeld dat geïnvesteerd wordt in het behoud van de tewerkstelling van laaggeschoolden in de maakindustrie, een industrie die wel degelijk nog steeds een toekomst heeft in Vlaanderen. Iedere vergelijking met Wallonië loopt in dezen volledig mank.

Het enige dat mankeert in uw betoog, mijnheer de minister-president, is het trekken van de juiste conclusie uit de analyse van de feiten, namelijk het gegeven dat we niet de instrumenten in handen hebben om te doen wat u zo graag zou willen doen – en dat heeft alles te maken met de status-quo op communautair vlak. Hoe u het ook draait of keert, u en uw partij zijn daaraan medeplichtig, want alleen al door te zwijgen, bestendigt u het communautaire status-quo, waardoor u Vlaanderen laat besmetten met het aidsvirus van de Belgische ziekte die onze economie heeft aangetast en haar steeds verder de dieperik in sleurt.

Ivan Sabbe

Mijnheer de minister-president, er ontbreekt iets aan uw betoog en het doet me denken aan de beeldspraak van een kar waar we een extra paard voor spannen, maar waarvan we de rem op laten staan. Ik verklaar me nader.

Het faciliteren van het ondernemen ontbreekt volledig in uw betoog. Ik heb het daar in een eerste betoog al over gehad, maar ik herhaal mijn opsomming om er zeker van te zijn dat de boodschap overkomt en om te horen wat het antwoord van de Vlaamse Regering is. Ik denk aan het faciliteren van bouwvergunningen, niet voor de overheid, maar voor ondernemers, voor ondernemingen, voor kmo’s, voor zelfstandigen. Ik denk aan het faciliteren en het versnellen van een ruimtelijk uitvoeringsplan zodat mensen niet op hun honger blijven. Ik denk ook aan de administratie inzake de vergunningen en aan het faciliteren van de milieuvergunning klasse 1. Bij al deze zaken blijft de rem op staan. Die rem moet weg, maar is nog steeds realiteit.

Gisteravond was ik gastspreker bij een bevriende organisatie, het Verbond van Kristelijke Werkgevers en Kaderleden (VKW) en dat was de teneur bij de 200 aanwezigen. U kunt wel zeggen dat u extra inspanningen zult leveren, maar wat zult u doen om de rem te lossen op de wielen van de ondernemerskar?

Lode Vereeck

Minister Lieten, in een publicatie van het departement Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI), de EWI-Speurgids, wordt ook het cijfer van 1,2 miljard euro vermeld om tegen 2014 de 1 percentnorm te halen.

Als ik tabel 23 goed begrijp – en ik begrijp haar goed, want ik heb haar al aandachtig bestudeerd – dan is dat bij een negatieve groeivoet van min 2 percent. Wanneer het bruto regionaal product zou blijven dalen met 2 percent, dan moet u daar de komende jaren jaarlijks een kleine 70 à 80 miljoen euro bij doen om in totaliteit over vijf jaar, in 2014, op 1,2 miljard euro meer uit te komen. De begroting van de minister van Begroting gaat uit van 0,4. De tabel geeft allemaal verschillende groeivoeten en daaruit blijkt dat u bij ongeveer 2 miljard euro moet uitkomen.

De voorzitter

De heer Van Der Taelen heeft het woord.

Luckas Van Der Taelen

Mijnheer de voorzitter, ik zou nog even willen ingaan op die leuke polemiek over de Wallonisering. Ik ben het oneens met u, mijnheer Dewinter, als u zegt dat Wallonisering een systeem is waarbij de ene deelstaat profiteert van de andere. Dat dat nu zo zou zijn, is een ander punt van discussie. Daarover gaat het nu niet.

Onder Wallonisering moet worden begrepen dat men te maken heeft met een verouderde industrie waarin heel wat mensen zijn tewerkgesteld en die men te allen prijze wil verdedigen. Dat betekent dat men niet vooruit kijkt. En, mijnheer de minister-president, daarbij duiken er inderdaad demonen op. Het siert u natuurlijk dat u die tewerkstelling te allen prijze wil verdedigen. We mogen echter niet de historische fout maken zoals in Wallonië.

Ik herinner me nog het discours uit de jaren zeventig, toen vooraanstaande Waalse politici in hun strijd alles uit de kast haalden. Ze hadden niet de bedoeling om geld uit Vlaanderen te recupereren. Ze vertrokken van een goede instelling, namelijk het behoud van de tewerkstelling in de mijn- en staalsector. Te laat hebben ze ingezien dat er eigenlijk geen toekomst meer voor was.

De parallel met die Wallonisering zou wel eens kunnen opduiken als we in Vlaanderen veel te veel energie steken in de verdediging van een sector waarvan we kunnen vrezen, hoewel we dat niet hardop mogen zeggen, dat ze niet veel toekomst meer heeft in West-Europa. Het produceren van een SUV of van een kleine elektrische auto zal daar dan, helaas, niet veel aan veranderen. Om het met de woorden van Geert Noels zeggen, stel ik voor 100 percent in te zetten op andere economieën, en dan voornamelijk op de groene economie.

Patricia Ceysens

Daar komt nog bij dat de heer Noels vooral waarschuwt voor de etatisering van de Vlaamse economie. Ik denk ook dat dat een terechte bekommernis is. Mijnheer de minister-president, u wekt minstens de schijn op dat u met een aantal van de voorstellen – het Vlaamse energiebedrijf, de elektrische wagen – dat zelf zult doen. U zult wel begrijpen dat dat ons vreselijk pijn aan het hart doet.

Minister-president Kris Peeters

Ik ga ervan uit dat het nu duidelijk is dat we die 800 miljoen euro zullen lenen. Dat is in het verleden ook zo gezegd.

De bedragen die ik heb gegeven, zijn de bedragen die concreet een invulling krijgen. In de gegeven omstandigheden zal de begrotingscontrole van volgend jaar wel van zeer groot belang zijn om zo te zien waar we staan. Minister Muyters heeft daarover in de commissie wat meer tekst en uitleg gegeven. Ik zeg u dat het in de situatie waarin we ons nu bevinden niet alleen verschrikkelijk moeilijk is om een meerjarenbegroting op te stellen, meer dan ooit is het zeer belangrijk een begrotingscontrole te houden.

Ik moet u eerlijk zeggen dat we misschien beter op het einde van de vorige legislatuur ook een begrotingscontrole hadden gehouden. Dan hadden we toen ook maatregelen getroffen en hadden we nu niet zo diep moeten snijden. Dat is ook mijn verantwoordelijkheid, mijnheer Gatz. Ik zeg u in alle duidelijkheid dat we dat toen hadden moeten doen. De begrotingscontrole in februari zal van zeer groot belang zijn om te zien waar we staan, wat de efficiëntiewinsten hebben opgebracht en wat we verder met die 800 miljoen euro of die bijkomende 500 miljoen euro zullen doen.

Daarnet had men het over de Wallonisering. Dat is zeer interessant. Ik vind het wel een beetje goedkoop om die term hier te gebruiken. Wij doen inspanningen om onze automobielfabrieken hier te houden. Duitsland, Frankrijk, Spanje en nog een aantal andere landen doen identiek hetzelfde. Dat is het grote probleem. We houden in Europa een ‘cut throat’-competitie, waarbij we elkaar de loef willen afsteken, geld op tafel leggen om de bedrijven in eigen land te houden. Duitsland doet dat, Spanje doet dat, Engeland doet dat. En dat heeft niets te maken met wat u de Wallonisering noemt.

U hebt het over etatisering. Met Vlaanderen in Actie hebben we zeer zorgvuldig die doorbraken besproken en vastgelegd. Ook de vorige Vlaamse Regering heeft dat gedaan. Het is niet deze Vlaamse Regering die zegt waarin het bedrijfsleven moet investeren. We hebben daarover zeer zorgvuldig overleg gepleegd. We zullen zeer zorgvuldig kijken waar we zullen zorgen voor kapitaalinvesteringen om op die manier voldoende ruimte te laten voor de ondernemers. Het zijn zij die het moeten doen. Ik heb niet de behoefte om naast bankier ook nog eens ondernemer te zijn. Ik wil enkel, samen met de collega’s, het beleid dat in het Vlaams regeerakkoord is opgenomen, waarmaken.

Ik wil ook nog even ingaan op die leningen, waarvan de heer Watteeuw zei dat ze een fetisj zijn. We willen zowel zorgen voor een begroting in evenwicht als leningen aangaan of de hoogte van de leningen behouden. Als er terugbetalingen zijn, zullen we kijken hoe we die zaak aanpakken.

Mijnheer Watteeuw, efficiëntiewinsten betekenen natuurlijk dat de effectiviteit van de dienst moet gewaarborgd blijven. Het heeft geen zin efficiëntiewinsten te boeken indien de effectiviteit van de dienstverlening of van de activiteiten hierdoor zou achteruitgaan of hierdoor zou worden gehypothekeerd. Minister Crevits en de andere leden van de Vlaamse Regering hebben aangetoond dat het perfect mogelijk is efficiëntiewinsten te boeken en de effectiviteit van de dienstverlening te behouden of zelfs te verhogen.

Mijnheer Dewinter, volgens u is er een tekort van 800 miljoen euro. Ik heb proberen toe te lichten dat dit bedrag wordt geleend. We moeten de begrotingskredieten en onze initiatieven met betrekking tot de terbeschikkingsvergoedingen optellen. Het is de bedoeling in de loop van deze periode meer dan 8 miljard euro te investeren. Dat is een indrukwekkend getal. We gaan ervan uit dat we, wat gedurende de hele legislatuur kan gebeuren op een verstandige manier kunnen versnellen. Dit bedrag, 800 miljoen euro, moet in dit kader worden bekeken.

Mijnheer Vereeck, volgens u trek ik uit mijn analyse niet de juiste conclusies. We hebben meer instrumenten nodig voor het economisch beleid in Vlaanderen en om op tal van andere vlakken beter en sneller op de situatie te kunnen inspelen. We pleiten met betrekking tot die instrumenten al lang voor een staatshervorming. Ik kan de betrokken werknemers echter niet vragen even te wachten omdat de staatshervorming nog niet is gerealiseerd. We kunnen hun niet zeggen dat we wel eens zullen langskomen eenmaal dat debat is afgerond.

Ik baseer me op mijn ervaringen met de gemeenschapsdialoog. Dat staat trouwens ook in het Vlaams regeerakkoord. We mogen niet verklaren wat we zullen realiseren voor we de finaliteit van de nieuwe ronde van de staatshervorming kennen. U hebt trouwens zelf verklaard dat het belangrijk is te weten waaraan we beginnen. Om die reden is dit punt in het Vlaams regeerakkoord opgenomen. We zullen het in elk geval op de agenda van het Overlegcomité plaatsen. Op die manier kunnen we de bereidwilligheid van de Franstaligen toetsen. Daarna zullen we de nodige stappen zetten.

Mijnheer Sabbe, ik vermoed dat u iets te laat was. Aangezien het een belangrijk punt betreft, zal ik het nog even herhalen. De Vlaamse Regering heeft het initiatief genomen een expertencommissie, onder voorzitterschap van professor Berx, te vragen ons zeer snel een rapport te bezorgen. In februari 2010 zouden we moeten weten hoe we de vergunningsprocedure kunnen versnellen zonder de rechtszekerheid en de inspraak te verliezen. We moeten sneller op de bal kunnen spelen. De publieke en private investeringen moeten sneller kunnen worden uitgevoerd.

De voorzitter van het Vlaams Parlement heeft de complementariteit van deze expertencommissie en de ad-hoccommissie van het Vlaams Parlement benadrukt. Het is niet de bedoeling dubbel werk te verrichten. In februari of maart 2010 zullen we het Vlaams Parlement een aantal concrete decretale of andere beslissingen kunnen voorleggen. We zijn ons zeer bewust van uw bezorgdheid.

Mijnheer Vereeck, ik zie u naar de tabel kijken. Rebus sic stantibus, bevinden we ons in een situatie waaruit niet blijkt hoe snel de economische heropleving zal gaan. We weten niet wat er de komende maanden zal gebeuren. Indien nieuwe parameters moeten worden toegevoegd, zal dat uiteraard een effect hebben op de tabel die u zo aandachtig hebt bekeken.

Patricia Ceysens

Mijnheer de minister-president, ik heb nog een korte vraag. Doet lenen de schulden toenemen?

Minister-president Kris Peeters

Mevrouw Ceysens, ik heb geleerd dat ik mijn woorden moet wikken en wegen. (Rumoer)

We zullen dit tijdens de begrotingscontrole verder bekijken. Op zich verhogen leningen de schulden. We zullen zien hoe dit verder verloopt.

Vragen die met ja of neen moeten worden beantwoord, zijn zeer eenvoudig. (Rumoer en gelach)

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

Het debat is gesloten.

De voorzitter

Actualiteitsmotie

Door de heer Watteeuw werd tot besluit van dit actualiteitsdebat een actualiteitsmotie ingediend. Ze zal worden gedrukt en rondgedeeld.

Het parlement zal zich daarover straks uitspreken.

Het incident is gesloten.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.