U bent hier

Dinsdag 25 februari zijn de website en de webservices niet beschikbaar

Op dinsdag 25 februari zijn de website www.vlaamsparlement.be en de webservices niet beschikbaar.
Er is een technisch onderhoud van alle informaticasystemen.
De werken starten om 09:00u en duren waarschijnlijk de hele dag.
Om de impact van de onderhoudswerken te beperken, is dit in het krokusreces ingepland.
Onze excuses.

De voorzitter

De heer Reekmans heeft het woord.

Peter Reekmans

Mijnheer de voorzitter, dames en heren ministers, collega's, er zijn problemen bij het Departement Openbare Werken en Mobiliteit. We hadden de zwarte verkeerspunten. We hadden recent het personeelsbeleid bij De Lijn; op de ene plaats waren er chauffeurs te weinig, op de andere te veel. Nu is er het fietsroutenetwerk in Vlaanderen.

Mevrouw de minister, u weet, en dat is de reden waarom u in het weekend de vlucht vooruit nam in de media, dat dit departement rammelt. Waarom rammelt uw departement? De reden is heel eenvoudig: het fietsroutenetwerk is niet goed. Dat weten we al een hele tijd.

Op 8 mei 2008, net voor de verkiezingen, kwam u met het eerste rapport over de fietspaden in Vlaanderen. Daarin zegt u dat slechts 11 percent van de fietspaden in slechte staat is. U hebt daarvoor zelfs 6000 kilometer laten afrijden door ambtenaren van de dienst Wegen en Verkeer, met de fiets inderdaad, om de toestand van de fietspaden te laten controleren. Dit weekend zei u zelf dat slechts 23 percent van de 11.000 kilometer fietspaden in Vlaanderen in goede staat is. Dat zijn contrasterende cijfers.

In de vorige legislatuur realiseerde u het fietsvademecum. Vandaag wilt u de Mobiliteitsraad (MORA) opdracht geven om terug te gaan bepalen wat een goed en wat een slecht fietspad is. Waar moeten al die studies voor dienen? Het is niet de eerste keer dat LDD al die studies aan de kaak stelt. Er worden constant studies uitgevoerd. Het zijn studies om de studies, en een nieuwe studie moet een oude vervangen.

Mevrouw de minister, we moeten echt iets gaan doen aan dit beleid. U bent degene die dat kan aanpakken. Het ligt niet aan de steden en gemeenten. U kunt het oplossen door de steden en gemeenten middelen te geven. We hebben het nog niet eens over de fietspaden in die steden en gemeenten. Dit gaat enkel nog maar over de fietspaden van de gewestwegen. De cijfers spreken voor zich. Sinds 2000 werd er tweederde van de begrote 350 miljoen euro niet benut. U kunt niet beweren dat dit goed bestuur is. Wat gaat u doen? Hoe snel gaat u het doen? Wanneer komt er eindelijk eens een initiatief dat onze infrastructuur aanpakt?

De voorzitter

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, sinds 2000 staat een budget van 350 miljoen euro ter beschikking voor de aanleg van nieuwe fietspaden en het herstel van bestaande. Uit de media heb ik vernomen dat er 265 miljoen euro tot op heden niet werd gebruikt. Van lokale mandatarissen heb ik vernomen dat de procedures voor het verkrijgen van de subsidies te omslachtig zijn. Er is nog heel veel werk in Vlaanderen aan de fietspaden, en voor de veiligheid van onze fietsers. U wilt de procedure hervormen, mevrouw de minister. Op welke manier? Binnen welk tijdsbestek?

De voorzitter

De heer Watteeuw heeft het woord.

Filip Watteeuw

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, de heer Reekmans heeft het eigenlijk nog te zacht uitgedrukt. Hij zegt dat tweederde niet gebruikt werd, maar het is bijna drievierde. Van de 350 is er slechts 94 miljoen euro gebruikt. Er ligt 256 miljoen euro gereserveerd voor fietspaden. Mevrouw de minister, blijft dat bedrag gereserveerd? In tijden van besparing zou nogal eens de neiging kunnen ontstaan om dit ook binnen te halen.

Het feit dat 256 miljoen euro blijft liggen, is verbazingwekkend. Ik dacht dat we in Vlaanderen een krachtdadig fietsbeleid voerden en dat er in de vorige legislatuur nogal wat initiatieven genomen werden. Als ik me niet vergis, ging het om een Fietsfonds, een Totaalplan Fiets en een Pendelplan, en hebben we recreatieve netwerken, functionele netwerken, modules, convenanten enzovoort. Er zijn dus ongelooflijk veel initiatieven, maar nu blijkt dat ze toch niet worden vertaald in fietspaden.

Dit verbaast me ook omdat dit al heel veel werd aangekaart door collega-parlementsleden. In de vorige legislatuur heeft vanuit onze fractie de heer Glorieux dit een aantal keren aangekaart, maar ook vanuit uw fractie heeft mevrouw Franssen dit meerdere keren aangekaart. Het probleem is dus gekend, maar toch zegt u dat u een inventaris wilt opmaken. Dat is niet nodig, het probleem is gekend en de procedures zijn loodzwaar, vooral het stukje dat over onteigening gaat, het aankoopcomité, want daar zijn wat moeilijkheden bij: de dossiers blijven er liggen. Een tweede probleem is natuurlijk dat het voor de gemeenten een loodzware opgave is om hierin tussen te komen.

Ik vraag me dus af of u nog een inventaris moet maken. Het probleem is gekend. Ik denk dat u maatregelen moet nemen op korte termijn.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Dames en heren, ik heb net vernomen van de voorzitter dat ik zes minuten krijg om te antwoorden in plaats van twee, want drie maal twee is zes - ik kan goed rekenen. (Gelach)

Die zes minuten bieden me de gelegenheid om even het kader van het fietsbeleid te schetsen, want de heer Reekmans gooit een aantal cijfers op een hoopje, en ik heb daar wel begrip voor. In Vlaanderen is er, door samenwerking tussen de provincies, de gemeenten en de Vlaamse overheid, een vrij gebiedsdekkend bovenlokaal functioneel fietsroutenetwerk van 11.000 kilometer. Dat zijn dus niet noodzakelijk fietspaden, maar het is een fietsroutenetwerk. Daarvan is 40 percent eigendom van het Vlaamse Gewest, en 60 percent van de wegen waarlangs het fietsroutenetwerk loopt, zijn eigendom van de gemeenten. De provincies hebben geen aandeel meer, we hebben dat vorig jaar overgenomen.

De eerste vraag die daarbij rijst; is hoeveel percent van dat netwerk perfect in orde is. Het gaat dus niet altijd om fietspaden, heel veel wegen die tot het fietsroutenetwerk behoren, zijn landelijke weggetjes die ideaal zijn als functioneel fietspad. Een functioneel fietspad is een fietspad dat of een fietsweg die goed geschikt is voor woon-werkverkeer of om naar school te fietsen. Dat is de inventaris, als ik het heb over inventariseren, dan gaat het daarover: wat is de stand van zaken, hoeveel percent is perfect in orde?

Het klopt dat we een fietsvademecum hebben, maar dat gaat vooral over de aanleg van een nieuw fietspad. De geschiktheid van een weg voor gemengd verkeer om groen te worden ingekleurd op het bovenlokaal functioneel fietsroutenetwerk, werd, zeker op lokaal vlak, nog niet voldoende bekeken. Ik heb dit besproken met de provincies, de VVP, en die hebben de handschoen opgenomen om tegen halverwege volgend jaar, samen met de gemeenten, een perfecte screening te maken van het bovenlokaal functioneel fietsroutenetwerk voor wat de eigendom van de gemeenten betreft. Er zal worden bekeken wat de precieze stand van zaken is.

Voor de 40 percent die eigendom is van het Vlaamse Gewest, gaat het in heel veel gevallen over echte fietspaden, want bij een gewestweg voor gemengd verkeer moet meestal een fietspadproject gemaakt worden. Vorig jaar heb ik voor de eerste keer - en ik denk dat dat heel goed was - een inventaris laten maken van de staat van die fietspaden. Die inventaris bekijkt of een fietspad geschikt is, of er daar vuile dingen, zoals afval, zijn, en of er ingrepen of kleine onderhoudswerken nodig zijn. Dat is nodig omdat we merkten dat de controles tot drie, vier jaar geleden wel werden uitgevoerd, maar niet per fiets: men deed ze visueel, met de wagen. We merken nu dat het grote deel van de bestaande fietspaden vrij goed zijn en in de categorie 'voldoende' zitten, maar dat er in een aantal gevallen herstelwerken moeten gebeuren. Het gaat dus om een stand van zaken van de bestaande fietspaden.

Ik kom tot de communicatie van afgelopen weekend. Die had betrekking op een heel bijzondere categorie van fietspaden. Je hebt fietspaden die langs gewestwegen worden aangelegd, en waarvoor niet het gewest het initiatief neemt, maar wel de gemeente. Die procedure is jaren geleden uitgevonden, mijnheer Watteeuw. Minister-president Peeters heeft dat dan rechtgezet. In de jaren 2000 tot 2002 legde men dergelijke projecten heel gemakkelijk vast. Er waren onder meer nog geen mobiliteitsplannen. Men kreeg een vastlegging, maar de procedure was helemaal nog niet doorlopen. En dat is een belangrijk pijnpunt. Sinds 2007 kan dat niet meer. Als je zulke projecten hebt, gaat het over projecten waarvoor er al een projectnota is goedgekeurd en waarvan je dus weet dat het zal worden gerealiseerd. Met die oudere projecten is dat niet zo. We vinden nu zelfs dossiers waarbij het wellicht niet meer de bedoeling is om nog een fietspad aan te leggen, omdat er allerhande knelpunten zijn.

Er zijn echter ook een aantal objectieve problemen. Ik citeer er vier en zal meteen ook de oplossing meegeven. Het eerste probleem is de procedure. In 2007 hebben we een belangrijke vereenvoudiging gehad. Vroeger zat dat niet goed in elkaar en was het een ondoorzichtige procedure. Sinds 2007 is er pas vastlegging als er een projectnota is.

In 2007 hebben we ook het Fietsfonds gelanceerd. En daar zien we dat we nu al projecten gerealiseerd krijgen na nauwelijks twee jaar. Hoe komt dat? Als je een project realiseert met het Fietsfonds - een fietspad langs een gemeenteweg - leg je de middelen pas vast op het ogenblik dat de aanbesteding eraan komt. Nog later, dus. Je weet dus al zeker dat je je middelen nodig zult hebben. Dat is nog niet zo bij de module 13-projecten. Misschien kunnen we die wijziging nu nog aanbrengen, om zo nog zekerder te zijn dat er snel middelen worden vrijgemaakt.

Het tweede probleem is de combinatie met de rioleringswerken. Je hebt een aantal dossiers waarin de gemeente zeer ambitieus is. Men wil een fietspad aanleggen, maar er wordt een rioleringsproject aan gekoppeld. In de jaren 2003-2004 was er nog geen koppeling tussen de twee. Rioleringsprojecten hadden voorrang, waardoor je als gemeente soms niet boven aan de ranking raakte. Sinds twee jaar doen we dat anders en krijgen gecombineerde projecten voorrang. En we zien dat de dossiers zo gedeblokkeerd raken. Die oude dossiers van 2003 en 2004 zijn echter nog niet op die manier gedeblokkeerd kunnen worden.

Het derde probleem zijn inderdaad de onteigeningen. Maar ook op dat vlak zien we dat het regeerakkoord een duidelijke kapstok bevat. Er staat een passage in die stelt dat we gaan kijken of het kan via een versnelde grondinname en of we op die manier deblokkeringen kunnen veroorzaken. Er is ook de piste, die hier in het verleden trouwens al eens gelanceerd is, om nauwer samen te werken met landmeters. Ik verwacht daar in de komende maanden duidelijkheid over.

Een laatste bemerking betreft de procedure zelf. Het klopt dat de doorlooptijd ook vandaag nog te lang is. Een gemeente die een fietspad wil aanleggen langs een gewestweg, moet nu eerst een oriëntatienota maken, wat anderhalf à twee jaar duurt. Dan volgt nog een projectnota, wat nog eens anderhalf à twee jaar duurt. Dat is goed, als je nog moet beslissen of er een fietspad komt langs beide kanten, dan wel een dubbelrichtingsfietspad aan één kant. Maar dat is slecht in dossiers waarin het eigenlijk evident is hoe je het moet doen. En bij al die dossiers moet het mijns inziens mogelijk zijn om de procedure met de helft in te korten en die twee fases te vervangen door één fase. Ook dat wordt nu besproken met de VVSG en de VVP.

Peter Reekmans

Mevrouw de minister, elke keer als ik een interpellatie tot u richt, zegt u dat ik nieuw ben in het parlement en het dus niet weet van de vorige legislatuur. Vandaag zegt u dat ik niet goed weet waarover het gaat. Ook al zou ik het zelf niet weten, ik ben gezegend met excellente medewerkers, mevrouw de minister. Maar ik weet wel degelijk waarover het gaat.

U hebt vandaag zelf een mistgordijn opgetrokken, want u haalt er nu de dossiers van de gemeenten bij. Maar daar heb ik het niet over. (Opmerkingen van de heer Carl Decaluwe)

Ik weet wel degelijk waarover het gaat, mijnheer Decaluwe.

De module 11 en de module 13, daar wil ik het eens over hebben. Met onze gemeente hebben we ingetekend op module 11. Op het grondgebied van Glabbeek krijgen we dus een nieuw fietspad. Het is een gewestweg. De gemeenten die niet aansluiten, krijgen geen fietspad.

Daar zit het grote probleem, mevrouw de minister. U moet vanuit het gewest het initiatief nemen om fietspaden te vernieuwen langs de hele gewestweg. Uiteraard duurt het vandaag lang nu de gemeentes het initiatief moeten nemen. Binnen vijf jaar zult u het budget nog steeds niet hebben opgemaakt als u zelf geen initiatieven neemt. Dat neemt LDD de Vlaamse Regering en u als bevoegde minister kwalijk. U moet meer initiatief nemen. Dat is pas een toonbeeld van goed bestuur in Vlaanderen.

Mevrouw de minister, ik had het graag nog even over de gemeentedossiers gehad. U zegt dat de huidige procedure te lang is. Ik ben blij dat u de bedoeling hebt om de duur voor de oriëntatie- en projectdossiers te halveren. Liever had ik wel concreet gehoord welke termijn u het maximum vindt voor eenvoudige dossiers. U hebt het ook over de geblokkeerde dossiers die al vele jaren lopen. Ik ben blij dat u zegt dat u die zult aanpakken. Ik zal dat opvolgen. Ik hoop dat u er werk van zult maken.

Filip Watteeuw

Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. De heer Reekmans heeft in zijn stijl vrij harde woorden gezegd, maar uiteindelijk heeft hij wel gelijk dat het Vlaamse Gewest de zaken in handen moeten nemen. Het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) moet zelf meer initiatief nemen. Het laten aanbrengen van fietspaden langs gewestwegen door gemeenten is geen succes geworden. We moeten daarvan af. Het is geen goede zaak.

U hebt volkomen gelijk in wat u zegt over het verkorten van procedures. Dat moet inderdaad gebeuren. Als het gaat over onteigeningsprocedures, lijkt het mij duidelijk dat dit volledig naar de gewesten moet komen. In afwachting daarvan - want dat kan lang duren als we moeten wachten op een staatshervorming - moet er van u een initiatief komen om met de betrokken federale overheid een samenwerking op poten te zetten zodat de procedure ook voor de onteigening sneller kan gaan. Daar stropt het momenteel ongelofelijk.

De voorzitter

De heer Decaluwe heeft het woord.

Carl Decaluwe

Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, collega's, ik kijk naar de partijen die jaren geleden aan de macht waren. Mijnheer Watteeuw, toen was er vooral veel perceptie en weinig realisatie. Er is nooit zoveel gecommuniceerd over fietspaden als in de periode 1999-2004, maar er zijn er nooit zo weinig gerealiseerd. Geen 10 kilometer op vijf jaar!

Intussen zijn er aanpassingen gebeurd. Het convenantenbeleid is aangepast. Er is een Fietsfonds. Er zijn punten gerealiseerd. Mijnheer Reekmans, ik heb goed geluisterd. Bepaalde dingen die u zegt zijn juist, andere niet. U haalt dingen door elkaar. (Opmerkingen van de heer Reekmans)

Mevrouw de minister heeft perfect geantwoord dat er inderdaad op een bepaald luik een probleem is en dat er nu hard gewerkt wordt om dat effectief te doen. In 2001 en 2002 was er 60 en 54 percent onbenut. Het is een oud probleem.

Ik heb nog een bijkomende vraag en sluit me op dat vlak aan bij wat de heer Watteeuw vraagt. Er zijn voor de problematiek van de onteigeningen al inspanningen gedaan op Vlaams niveau. Zelfs de heer Stevaert heeft daarvoor destijds pogingen gedaan, nog gerefereerd naar het oude Dijkendecreet. Dat is uiteindelijk niet doorgegaan. Misschien kan er toch met de federale regering worden bekeken hoe, in afwachting, een en ander beter op elkaar kan worden afgestemd.

Mevrouw de minister, u zet samen met uw voorganger, minister-president Peeters, dingen recht. Maar op twee, drie jaar kan men niet rechtzetten wat men vijf jaar verkeerd heeft gedaan. (Opmerkingen van de heer Reekmans)

De voorzitter

De heer Roegiers heeft het woord.

Jan Roegiers

Ik heb over dit onderwerp ook een vraag om uitleg ingediend. Dit onderwerp is een debat waard, en ik hoop dat we in de commissie daar tijd voor vrijmaken. Hier wil ik een paar woorden zeggen over het laatste punt van de minister: over de doorlooptijd van de procedures. In de krant van vandaag staat een interview met de burgemeester van Gent. Hij doet een gelijkaardig beklag: een project aan de Brugse Poort dat negen jaar geleden op stapel is gezet, is nog altijd niet afgewerkt. Dat is in grote mate het gevolg van de lange doorlooptijd van de procedures. Daar knelt het schoentje heel vaak. Er zetelen hier genoeg burgemeesters en schepenen die dat al in concreto hebben meegemaakt.

Ik roep dus op om in alle rust en sereniteit na te gaan hoe we belangrijke procedures kunnen inkorten, precies om aangekondigde projecten ook op relatief korte termijn te kunnen realiseren. Niets is immers zo frustrerend, voor beleidsmakers maar ook voor burgers, dat men zaken aankondigt, er geld ter beschikking is maar dat de procedures zo lang aanslepen dat er uiteindelijk weinig of niets van in huis komt.

De voorzitter

De heer Vanden Bussche heeft het woord.

Marc Vanden Bussche

Ik heb een paar opmerkingen. Mevrouw de minister, het kan ook dat onmiddellijk duidelijk is dat een dubbel fietspad langs één kant van de weg kan worden aangelegd. Soms is het niet nodig om gedurende een paar jaar de zaak te bestuderen. Ik noteer dat u de formaliteiten wilt versoepelen. Ik kijk ernaar uit, want dat zou al veel problemen wegwerken. Verder zou het nuttig zijn uw ambtenaren te zeggen dat er wel degelijk geld is. Soms krijgen we in discussies met hen de indruk dat er nog prioriteiten moeten worden gesteld en dat we nog moeten aantonen dat een fietspad langs een openbare weg onder beheer van de Vlaamse overheid echt wel noodzakelijk is. En ook enige inschikkelijkheid vanwege de ambtenarij kan de afhandeling van de dossiers vergemakkelijken. Ten slotte nog dit: als u echt niet weet wat u met de centen moet aanvangen, dan kunt u ze misschien gewoon doorsluizen naar de gemeenten, zij weten er wel raad mee.

De voorzitter

Mevrouw Heeren heeft het woord.

Veerle Heeren

Ik denk dat de afgelopen jaren veel inspanningen zijn geleverd ten voordele van het fietsbeleid. Dat is positief. Maar ik geef een voorbeeld uit eigen ervaring. We kondigen inmiddels al tien jaar aan dat er bij ons, op een gewestweg, een fietspad komt. De zaak zit vast bij het aankoopcomité. Er zijn honderd eigenaars betrokken partij. Er is een federaal luik aan die zaak. Ingaand op de suggestie van de heer Watteeuw zou ik willen vragen om met dat niveau na te gaan hoe dat kan worden versneld. Het is onverantwoord dat we al tien jaar een fietspad langs die gevaarlijke weg aankondigen en dat het dossier bijna elke maand op de gemeenteraadszitting ter bespreking voorligt, maar de realisatie uitblijft. Het schoentje knelt vaak bij het aankoopcomité.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron

Mijnheer Decaluwe, ik heb erg veel moeite met uw tussenkomst. Waarom zijn er zo weinig gemeenten die voortuintjes onteigenen? Dat is een delicate kwestie. Uw partij is in heel veel gemeenten vertegenwoordigd, maar toch gebeurt dat te weinig. Er loopt iets fundamenteels mis. Op lokaal niveau onteigenen is lastig. Veel gemeentebesturen hebben de moed niet om dat te doen. Er is een fundamentele oplossing nodig. (Rumoer. Opmerkingen van de heer Jan Verfaillie)

Minister Hilde Crevits

Mijnheer Reekmans, ik ben ontgoocheld. U hebt zelf gezegd dat ik verschillende cijfers hanteer. Ik leg mijn cijfers uit en u verwijt me dat ik mijn cijfers uitleg. Dat is heel vreemd. Ik heb geprobeerd u in een notendop het kader te schetsen van mijn beleid. Ik hoop dat dit thema nog uitgebreid aan bod zal komen naar aanleiding van de beleidsnota. Dit moet worden verdiept, want er ging maar één actuele vraag en twee vragen om uitleg over.

Ik ga akkoord met de mensen die zeggen dat de administratie zelf initiatief moet nemen. Het gebeurt ook, maar misschien niet genoeg. Ik ga niet akkoord om vandaag zomaar te zeggen dat we al die convenants in de vuilbak moeten gooien. Er zijn veel gemeenten die goede projecten hebben, die initiatief willen nemen en sterk geïnteresseerd zijn in zo'n samenwerking. We moeten de procedure inderdaad verkorten op een aantal punten, maar we moeten ook bereid zijn om ten bate van het fietsbeleid eieren te breken. Dat betekent dat als een fietspad langs een natuurgebied of een waterweg loopt, we ruimtelijk de keuze moeten durven maken om het daar aan te leggen. (Applaus bij CD&V)

De voorzitter

Mijnheer Reekmans, u hebt nu één minuut om uw slotopmerkingen te maken.

Peter Reekmans

Mevrouw de minister, ik hoor u graag spreken over eieren breken en omeletten bakken, maar als ik zie met hoeveel hevigheid en daadkracht de CD&V-fractie op dit onderwerp ageert, dan zeg ik, collega's, begin de fietspaden aan te pakken in uw eigen gemeente. U voert het beleid in het merendeel van de Vlaamse gemeenten, waar wacht u op om dat goed bestuur uit te dragen en de fietspaden te vernieuwen? (Opmerkingen bij CD&V)

Mijnheer Decaluwe, u bent blijkbaar de voorbije vijf jaar vergeten. Bij mijn weten zat uw partij de voorbije vijf jaar in de meerderheid. Ik heb weinig fietspaden gezien, buiten de vademecums. U corrigeert mij als ik iets verkeerd zeg. Ik heb dat van u geleerd. Ik ga die wijze les doortrekken.

Mevrouw de minister, u hebt in 2008 honderden ambtenaren van de dienst Wegen en Verkeer ingezet om de fietspaden per fiets te berijden. Zet in 2009 die ambtenaren in om de dossiers voor te bereiden en uit te voeren, en het zal snel in orde komen. (Applaus bij LDD)

Ik concludeer dat de steden en gemeenten aan het springen zijn om van die subsidies gebruik te maken. Ik hoop dat u woord houdt en snel werk maakt van de verkorte procedures. Mijn fractie zal het opvolgen. Ik wens u veel succes toe en ben bereid om mee te werken. (Applaus bij CD&V, Open VLD en Groen!)

Filip Watteeuw

Mijn fractie wil vooral dat het vooruitgaat voor de fietsers. De fietsers hebben al lang genoeg gewacht om enig fietscomfort te krijgen. Wij willen dat het vooruitgaat. Als u nieuwe stappen zet, dan zullen wij u daarin ondersteunen. Laat dat duidelijk zijn.

We hopen alleen dat het niet blijft bij een aankondigingsbeleid. We hebben dat in de vorige legislatuur iets te veel gezien. Ik hoop dat u dingen realiseert.

Mijnheer Decaluwe, enige aandacht voor de fietsers is iets van het begin van de jaren zeventig. Dat is veertig jaar geleden. In die veertig jaar moet u mij eens zeggen hoelang uw partij in de regering zat. U verwijst altijd naar de vijf jaar paars-groen, maar uw partij zat 35 jaar in de regering. (Opmerkingen van de heer Carl Decaluwe)

U hebt heel veel laten liggen. Ik vraag me af of u eigenlijk af en toe eens met de fiets rijdt. (Applaus bij Groen!)

De voorzitter

Het incident is gesloten.

Motie van orde
Regeling van de werkzaamheden

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.