U bent hier

Plenaire vergadering

donderdag 30 april 2009, 14.10u

van de Vlaamse Regering
2159 (2008-2009) nr. 1
De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, de algemene bespreking is geopend.

Mevrouw Van Kerrebroeck heeft het woord.

Monica Van Kerrebroeck

Mevrouw de voorzitter, collega's, tijdens de algemene bespreking hekelden mevrouw Michiels en de heer Tavernier de vele amendementen die nog werden ingediend op het ontwerp van decreet. De heer Tavernier had vooral problemen met de amendementen over het personeelsstatuut. Hij betwijfelt of hierover zelfs informeel is overlegd.

Minister Vandenbroucke antwoordde dat alle punten die te maken hebben met personeelsaangelegenheden zijn beslist na overleg met de sociale partners. De heer Tavernier repliceerde dat dit overleg formeel had moeten zijn, zodat het parlement via een protocol zou worden geïnformeerd. Dat was, zeker gezien de omvang van de amendementen, nodig. Zonder een protocol kan men niet controleren of de uiteindelijk aangenomen tekst met het akkoord overeenstemt.

Een verzameldecreet zou volgens de heer Tavernier geen structurele veranderingen mogen doorvoeren zoals dat voor het kunstonderwijs gebeurt. Hij had de indruk dat een echt decreet over het deeltijds kunstonderwijs niet klaar was.

Amendementen moeten de toets van overleg noch van de Raad van State doorstaan. Dat houdt juridische risico's in. Verder stelde hij vragen bij het feit dat de leden van de meerderheid amendementen hebben ingediend op artikelen van koninklijke besluiten en besluiten van de Vlaamse Regering. Hij vroeg waarom de minister dit niet zelf wijzigt. De minister verwees naar zijn eerdere antwoorden over de techniek van de verzameldecreten. Hij erkende dat het over het algemeen niet aangewezen is om besluiten te wijzigen bij decreet. Hier was het echter legistiek veiliger om het aantal opleidingen in veiligheidsberoepen bij decreet te beperken.

De heer Tavernier merkte verder op dat het administratief ondersteunend personeel in het basisonderwijs bij ziekte of dergelijke blijkbaar niet vervangen kon worden tijdens de maanden juli en augustus. Hij vroeg hoe dat precies geregeld is en of de minister dat zou wijzigen. De minister antwoordde dat de administratieve medewerkers die aangesteld zijn tot 31 augustus kunnen worden vervangen. Mensen die tijdelijk in dienst zijn op 30 juni worden niet in de vervangingsregeling opgenomen. Hij vindt dat logisch.

Mevrouw Temsamani bevestigde dat het verzameldecreet samengesteld is uit maatregelen die dringend zijn en niet noodzakelijk samenhangen. Desondanks ontwaarde de sp.a-fractie een samenhang. De maatregelen passen immers allemaal in het gevoerde onderwijsbeleid.

Het gelijkeonderwijskansenbeleid wordt doorgetrokken naar het buitengewoon onderwijs. Het aanbod in het deeltijds kunstonderwijs wordt uitgebreid. De scholengemeenschappen worden versterkt. Het volwassenenonderwijs wordt gemodulariseerd. De opleiding ervaringsdeskundige in de armoede wordt uitgebouwd.

Verder zijn er nog maatregelen over de LIO-banen, worden VLIR en VLHORA samengesmolten en zijn de taalvereisten veranderd. De sp.a-fractie vindt ook de operationalisering van een aantal beslissingen belangrijk om te verhelpen aan structurele en vaak conjuncturele tekorten op de arbeidsmarkt. Het is nodig verder te zoeken naar instrumenten die de scholen in staat stellen om een modern personeelsbeleid te voeren en die het beroep van leerkracht aantrekkelijk maken.

Het is belangrijk dat de groep van de potentiële leerkrachten vergroot. Het verzameldecreet houdt maatregelen in om tegemoet te komen aan belangrijke behoeften.

Ik zal kort de belangrijkste opmerkingen doorlopen die werden gemaakt tijdens de artikelsgewijze bespreking. Op de vraag tot verduidelijking door de heer Tavernier van amendement nummer 2 dat een nieuw artikel II.13/1 invoegt, verklaarde de minister dat de programmatiestop voor type 7 van het buitengewoon basisonderwijs die voor een jaar geldt, gesteund wordt door het onderwijsveld. Een en ander vindt plaats in afwachting van de herziening van de verouderde typologie, die thans geen rekening houdt met autismespectrumstoornis.

Wat de invoeging betreft van een artikel III.29/1, amendement nummer 7, meende de heer Tavernier dat dit impliceert dat wordt afgestapt van een expliciete keuze in het Decreet Leren en Werken. Tot schooljaar 2007-2008 was de bewuste samenwerking tussen de betrokken scholen wel mogelijk. Het Decreet Leren en Werken stipuleerde uitdrukkelijk dat het vanaf dan niet meer kon. Dat betekent volgens de heer Tavernier dat men een vergissing toegeeft. Hij vreest dat een overheveling van uren en lestijden ertoe kan leiden dat de sterkste het haalt.

De heer Schoofs antwoordde dat, om het grote aantal voltijdse equivalenten optimaal aan te wenden, de maatregel nodig is en dat het een uitdovende regel maatregel is. De heer Tavernier uitte zijn twijfels daarover.

In verband met de toevoeging van een artikel III.36/1, amendement 10, vroeg de heer Tavernier waarom de beperkingen, en dus de aanwending van het aantal leraren, verschillen naargelang de categorie. Het gaat over pedagogische taken, uren leren en werken, beroepsgerichte vorming. De heer Schoofs antwoordde dat de voltijds equivalenten moeten worden aangewend voor de leerkrachten voor wie ze ook bedoeld zijn.

De heer Tavernier diende de amendementen 84 en 86 in, tot invoeging van de artikelen IV.31/1, 31/2 en 31/3, waarmee hij de aandacht wou vestigen op de problemen met de inschrijvingsgelden in het volwassenenonderwijs. Hij wou de meerderheid de kans geven om de vergissingen van het ontwerp van decreet alsnog te corrigeren. Minister Vandenbroucke antwoordde dat die amendementen samen 14 miljoen euro kosten. Maar het is volgens hem niet louter een budgettaire kwestie. Het motief voor de oorspronkelijke maatregel is dat men het shoppinggedrag en de uitval in het volwassenenonderwijs wil tegengaan. De cursisten worden geresponsabiliseerd door een beperkte verhoging van het inschrijvingsgeld. Het is de bedoeling hen te motiveren om de opleiding vol te houden en de deelname aan het volwassenenonderwijs ernstig te nemen. Voor bepaalde sociale categorieën worden er uitzonderingen gemaakt.

Door het inschrijvingsgeld te verhogen, worden ook de middelen gegenereerd om de werkingsbudgetten te verbeteren. Cursisten die een diplomagerichte opleiding met succes beëindigen, kunnen het inschrijvingsgeld terugkrijgen via een premiestelsel. Voor het nijverheidstechnisch opleidingsaanbod krijgen de centrumbesturen 30 eurocent per lesuur per cursist extra. De extra middelen worden ook gebruikt voor centra met cursisten die vrijgesteld zijn van inschrijvingsgeld. Daardoor zijn centra met veel kansarme cursisten niet langer kansarme centra. Die solidariteitsmaatregel wordt aangevuld door een extra dotatie van meer dan 6 miljoen euro in het desbetreffende fonds.

Minister Vandenbroucke stelde voor om te wachten op de evaluatie, die ingeschreven staat in het ontwerp van decreet en gepland is voor het najaar van 2009. De heer Tavemier repliceerde dat hij zo lang niet kan wachten, maar dat hij de evaluatie met veel interesse zal volgen. Hij hoort toch dat de inschrijvingsgelden in een aantal gevallen remmend werken.

Amendement 87 van de heer Tavemier handelt over artikel V.36. Hij verdedigde zijn amendement met het argument dat wijzigingen in de studieomvang meer overleg en een grondiger programmering vergen. Hij is niet absoluut tegen een verlenging maar vindt wel dat men daar voorzichtig mee moet omspringen. Zoiets mag men niet snel regelen in een verzameldecreet. Minister Vandenbroucke antwoordde dat men dat moet bekijken in samenhang met de rationalisatieplannen, waarrond een hele procedure bestaat. Die band moet blijven bestaan.

Tot slot is nog belangrijk op te merken dat amendement 72 werd ingetrokken en dat de heer Schoofs meedeelde dat de Open Vld-fractie zich zal onthouden bij de stemming over de amendementen 45 en 60.

Op dinsdag 28 april had de tweede lezing plaats. Op de vraag van de heer Tavemier welke amendementen niet aanvaard zijn, antwoordde de heer Voorhamme dat de amendementen van de heer Tavemier niet goedgekeurd zijn en dat alle andere amendementen, met uitzondering van ingetrokken amendement 72, zijn aangenomen in commissie. Op de vraag van de heer Tavemier welke amendementen niet eenparig aangenomen zijn, somde ik, als voorzitter van de commissie, de artikelen op die eenparig werden goedgekeurd.

Mevrouw Michiels vroeg waarom minister Vandenbroucke niet aanwezig was. Zijn afwezigheid was te wijten aan zijn aanwezigheid op de Bologna-opvolgingsconferentie.

Wat de tweede lezing betreft vroeg mevrouw Michiels wat het verschil is tussen het oorspronkelijke artikel II.24 en het geamendeerde artikel, na hernummering II.26. Het gaat meer bepaald om de zin in de verantwoording dat het amendement wordt ingediend "om de Brusselse basisscholen dezelfde beleidsruimte te geven als de scholen in het Vlaamse Gewest".

De heer Pelleriaux, kabinetschef, antwoordde namens de minister dat het amendement en dus het artikel enkel handelt over een stukje dat tussen aanhalingstekens staat, namelijk "naar rata van twee uur per week". Het is gewoon een technische correctie, want het was vergeten in het ontwerp van decreet. Inhoudelijk verandert er niets.

In verband met artikel III.36/1 (hernummerd tot artikel III.40) vroeg mevrouw Michiels waarom de aanwending van de overgedragen uren zo gedetailleerd wordt beschreven, terwijl op andere vlakken de autonomie van de scholen speelt. De kabinetschef antwoordde namens de minister dat het decreet Basisonderwijs de regelgeving integreert. Dat heeft ertoe geleid dat de basisscholen een heel ruime vrijheid hebben. In het secundair onderwijs worden alle aspecten bij decreet geregeld. De enige mogelijkheid om dat te wijzigen is een niveaudecreet voor het secundair onderwijs, dat een en ander vereenvoudigt en niet meer decretaal vastlegt.

De reden waarom het hier zo gedetailleerd beschreven staat, is dus gewoonte.

De heer Kris Van Dijck merkte op dat het verschil tussen Onderwijs en vele andere beleidsdomeinen is dat de bijzondere wetgeving het verplicht om alles bij decreet te regelen.

Tot slot werden nog opmerkingen gemaakt bij de verschillende amendementen nummers 78 tot 81 over de DBFM-operatie. Mevrouw Michiels vroeg wat de bedoeling is van de amendementen. De heer Tavernier wou weten in hoeverre de regeling verschilt van de herfinancieringsclausules die voor De Lijn getroffen zijn. Wat is de reden van eventuele verschillen of gelijkenissen? PPS zorgt voor nogal wat problemen. Sommigen zeggen volgens hem dat de beste constructie die van Onderwijs is. Met de nieuwe regeling neemt de Vlaamse overheid een deel van de lasten die eigenlijk naar de privésector werden doorgeschoven, terug voor haar rekening. Als de overheid een herfinancieringsverbintenis aangaat, verschuift het risico en komt de ESR-neutraliteit van de DBFM-constructie in het gedrang.

De heer Tavernier vroeg of de minister de komende weken nog verdere beslissingen zal nemen om deze artikelen uit te voeren. Dat zou volgens hem compleet onverantwoord en politiek incorrect zijn zo kort voor de verkiezingen. Als de minister niet van plan is er de komende weken iets mee te ondernemen, stelt het lid voor de regeling over te laten aan het volgende parlement en aan een volgende regering.

De heer Robert Voorhamme legde uit dat de finale onderhandelingen met degene die geselecteerd is om het DBFM-programma uit te voeren, aan de gang zijn. Ingevolge de economische crisis zijn de financieringsvoorwaarden, vooral voor langetermijnleningen, strenger geworden. Daardoor zal in de dertigjarige looptijd van de DBFM-contracten een herfinanciering nodig zijn. Als de financiële situatie dan ook slecht is, zou dat de herfinanciering in het gedrang kunnen brengen. Daarom zal er onder strikte voorwaarden een herfinancieringswaarborg worden geboden. De nieuwe regeling is nodig om nu het contract te kunnen sluiten.

De heer Tavernier wierp op dat het finale stadium al een tijdje aan de gang is. De financiële crisis is bovendien al anderhalf jaar bezig. Het lid is tegen dergelijke belangrijke wijzigingen op het allerlaatste moment. Vervolgens heb ikzelf gewezen op de noodzaak voor de scholen. Een blokkering van de regeling zullen ze niet in dank afnemen. De heer Tavernier benadrukte dat niet de parlementaire vraagstellers de regeling hinderen, maar integendeel steeds aangedrongen hebben op een snelle invoering.

Volgens de heer Voorhamme is de late regeling te wijten aan het feit dat DBFM een gigantische oefening is. De meerderheid wilde niet over één nacht ijs gaan. Het betreft hier moeilijke onderhandelingen, die zich nu in een laatste fase bevinden. De herfinancieringsgarantie is nodig om het contract definitief te kunnen afsluiten.

De heer Voorhamme is van mening dat de Vlaamse volksvertegenwoordigers een keuze moeten maken. Uit hun houding zal blijken of ze al dan niet voorstander zijn van investeringen in schoolgebouwen.

Na de stemming van de geamendeerde artikelen is het ontwerp van decreet met acht stemmen voor en vier stemmen tegen aangenomen. (Applaus)

De voorzitter

De heer Tavernier heeft het woord.

Jef Tavernier

Mevrouw de voorzitter, gezien de procedure die hier wordt gevolgd, zal ik het kort houden. Ik geloof niet dat iets anders veel zin heeft. Ik zou op een aantal vlakken nog een antwoord van de bevoegde minister willen krijgen. Ik ben trouwens ook blij dat de minister-president aanwezig is. Hij is immers bevoegd voor de coördinatie van de pps-constructies.

De vervanging van het administratief personeel in het basisonderwijs in de maanden juli en augustus blijft een probleem. Dit is een gevolg van een omzendbrief die ondertussen al enkele jaren oud is. Het is logisch dat onderwijzend personeel dat ziek is of om een andere reden in juli en augustus stopt, gedurende die maanden niet wordt vervangen. De scholen hebben tijdens de vakantieperiode echter wel heel wat administratief werk. Indien administratieve krachten na 30 juni wegvallen, moet het, in functie van de goede werking van een school, mogelijk zijn hen te vervangen. Ik heb de medewerker van de minister gemeld op welke omzendbrief dit is gebaseerd. Dit blijft voor onze basisscholen in elk geval een belangrijk probleem.

Een aantal bepalingen in verband met DBFM zijn bij amendement ingevoerd. Die bepalingen doen me sterk denken aan de bepalingen die bij amendement op het voorstel van decreet van de heren Vandenbroucke en Sauwens en mevrouw Moerman betreffende de herfinancieringsgarantie in het kader van bepaalde Vlaamse pps-projecten van de Vlaamse Vervoersmaatschappij De Lijn zijn ingevoerd.

Ik heb beide teksten met elkaar vergeleken. Hoewel ik hier niet tot een echte tekstexegese wil overgaan, is één zaak me toch sterk opgevallen. Met betrekking tot De Lijn zijn er twee elementen, met name de herfinancieringsgarantie en de doorbetalingsverbintenis. Met betrekking tot het onderwijs gaat het enkel om een herfinancieringsgarantie.

Ik heb vastgesteld dat de tekst voor het onderwijs op een aantal plaatsen met de tekst voor De Lijn verschilt. Normaal gezien, zou dit natuurlijk het onderwerp van een goede bespreking en van een reflectienota moeten uitmaken. De minister zou ons dan een goed antwoord kunnen geven op de vraag waarom er eigenlijk verschillen tussen beide teksten zijn. Ik zie niet direct een reden. Om een antwoord te krijgen, heb ik beide teksten naast elkaar gelegd en vergeleken.

Ik wil me hier ook even tot de minister-president richten. Ik vraag me af waarom de Vlaamse Regering het nodig vond om twee of drie weken geleden met betrekking tot De Lijn een doorbetalingsverbintenis in te schrijven. Dit lijkt me fundamenteel. Blijkbaar is de Vlaamse Regering er zo gerust in dat ze het niet nodig vindt die doorbetalingsverbintenis ook in dit ontwerp van decreet op te nemen.

Is de financiële markt intussen veranderd? Heeft de financiële markt meer vertrouwen in de minister van Onderwijs dan in de minister van Mobiliteit? Dat zou kunnen, maar ik gis maar. Of is het omgekeerd? Of heeft men vertrouwen in de huidige regering en weinig vertrouwen in een volgende regering? Ik weet het niet, want je weet natuurlijk nooit wie er deel van zal uitmaken.

Men zou er badinerend over kunnen doen, maar als het gaat over een contract van 1 miljard euro - dat wordt toch aangekondigd -, mogen we toch even serieus zijn. Wat betekent dit? Wat zijn de consequenties? Door dit decreet bezwaren wij de volgende regering en de volgende meerderheid. (Opmerkingen van minister-president Peeters)

Neen, het is geen late ontdekking. Ik stel vast dat dit vier jaar geleden is aangekondigd en dat we staan waar we maar staan. De vraag naar de uitvoering is belangrijk. U bent nog altijd hoofd van een niet-ontslagnemende maar wel op zijn einde lopende regering, die verantwoord omgaat met overheidsgeld en met geld van de belastingbetaler. Kan het dat een minister op dit moment of volgende maand nog belangrijke contracten voor 1 miljard euro zou afsluiten, zonder dat het parlement daar achteraf over wordt geïnformeerd? Met andere woorden, vindt u het niet normaal - en ik hoop het bijna - dat, als de minister van Onderwijs erin zou slagen om dit dossier - voor wat de theoretische kant betreft - eindelijk af te ronden, dit parlement dan, op vraag van de minister, zou worden uitgenodigd om kennis te nemen van het dossier, van de beslissingen en van de modaliteiten in het kader van wat nu in extremis - waarschijnlijk door de meerderheid - zal worden goedgekeurd?

De voorzitter

De heer Peumans heeft het woord.

Jan Peumans

Mevrouw de voorzitter, ik wil het kort nog even hebben over het amendement 78, dat door de heer Tavernier al ter sprake is gebracht.

Ik richt me nu tot de minister-president, maar ik heb de vraag ook al gesteld aan minister Van Mechelen. We zouden graag eens een overzicht hebben van alle engagementen die de Vlaamse Regering tot nu toe heeft genomen, inzake alternatieve financiering. U hebt dit trouwens toegezegd naar aanleiding van een actuele vraag. De creativiteit van deze Vlaamse Regering is wat dit betreft vrij groot en bewonderenswaardig. Het resultaat is een ander paar mouwen.

Minister Vandenbroucke, wanneer gaat er einde komen aan al de brieven die de lokale besturen krijgen met de aankondiging dat het nu gaat gebeuren en dan weer niet gaat gebeuren? Ik kan ze allemaal meebrengen. Als signaal naar de lokale besturen is dit een spijtige zaal. Wij hebben hierover van gedacht gewisseld in de commissie voor Financiën. Wij staan achter het principe van alternatieve financiering, maar minister Vandenbroucke heeft veel aangekondigd. De brieven die de lokale besturen hebben gekregen over de scholenbouw, zijn niet te tellen. Ik heb vorige week weer een brief van AGIOn gezien waarin stond dat we moesten wachten om een architect aan te stellen. Er is onzekerheid bij de lokale besturen voor hun planning.

Wij zouden graag een overzicht krijgen van alle engagementen die de Vlaamse Regering tot nu toe heeft genomen. U hebt dat trouwens al beloofd in een plenaire zitting in februari.

De voorzitter

Minister Vandenbroucke heeft het woord.

Minister Frank Vandenbroucke

Mijnheer Tavernier, de omzendbrief waar u naar verwijst en die stelt dat op het einde van het schooljaar geen vervangingen meer gebeuren in die regeling, kunt u met betrekking tot het administratief personeel beschouwen als een verouderde benadering. Ik denk ook dat die tot stand is gekomen op het ogenblik dat er veel minder of in een aantal scholen zelfs geen dergelijk administratief personeel was.

U hebt een punt. Maar waarom hebben we het niet gewijzigd, hoewel u dat punt hebt gemaakt? Dergelijke regelingen pakken we in sociaal overleg aan. Het is een omzendbrief waar we wel al eens wijzigingen in aangebracht hebben, maar altijd op basis van cao-overleg. Bovendien moeten we dan ook voorzien in bijkomende budgettaire middelen als we dat zouden versoepelen. Ik wil me daar niet achter wegsteken, want we nemen nog wel eens beslissingen waarbij we in de regering bijkomende budgettaire middelen vragen, maar ik zou het zeker niet gedaan hebben buiten een lopende cao-bespreking. Om die reden zijn we daar niet op ingegaan.

Over de DBFM kan ik alleen maar herhalen wat in de toelichting staat bij het amendement dat de heer Voorhamme heeft ingediend. De toelichting verwijst naar de situatie op de financiële markten. Het is niet zo dat we verondersteld zijn om voor een publiek-private samenwerking ten bate van de investeringen van De Lijn juist hetzelfde te doen als voor een publiek-private samenwerking ten bate van scholen die investeren. Het is licht verschillend en u hebt het verschil onderstreept, maar er is geen enkele reden waarom we per se identiek dezelfde benadering moeten hebben voor een pps voor scholenbouw en een pps voor De Lijn.

Als u vraagt waarom deze tekst er precies zo uitziet en waarom de tekst die we gehanteerd hebben voor het herfinancieringsrisico bij de operaties van De Lijn er precies zo uitziet, heeft dat te maken met de inschatting van de financiële markten. We gingen ervan uit - en het is geen geheim dat daarover overleg is geweest binnen de meerderheid en met de heer Voorhamme - dat de situatie van de financiële markten van dien aard was dat de publiek-private samenwerking inzake scholenbouw alleen maar kans op succes zou hebben indien we op deze manier het herfinancieringsrisico zouden regelen. Dat was een inschatting van de financiële markten op het ogenblik dat het amendement werd geschreven. Ik denk overigens dat die inschatting nog steeds geldig is. Die inschatting is op een ander moment gemaakt dan toen de discussies over De Lijn gebeurden, maar die hoeft ook niet hetzelfde te zijn.

Ik kan alleen maar herhalen wat in de toelichting staat. Het is gebaseerd op een inschatting van de situatie op de financiële markten. Het is die inschatting die leidt tot de precieze omschrijving in het amendement met betrekking tot de herfinancieringsproblematiek. Wij denken dat dat de kansen op succes voor het afsluiten van een conctract en een financial close met eender welke partner uit de privésector gaaf houdt. Wij denken dat het zonder met geen enkele partner mogelijk is. Dat is de inschatting van de financiële markten.

De voorzitter

Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters

Mijnheer Peumans, ik zal kijken welk overzicht van engagementen al is overgemaakt. Ik zal met minister Van Mechelen contact opnemen om te kijken wat nog moet worden aangeleverd om een antwoord op de vraag te geven.

Minister Vandenbroucke heeft al geantwoord op de andere elementen.

Jef Tavernier

Dank u voor de antwoorden. Je kunt verschillende teksten hebben ten gevolge van een evolutie of een verschillende appreciatie van de financiële markt. Maar in eenzelfde periode met gelijkaardige financieringsdossiers, is het een element van doorzichtigheid om zoveel mogelijk dezelfde tekst te gebruiken, tenzij je een reden hebt om ervan af te wijken. Het probleem is dat men zegt dat het wel een andere tekst maar dat het eigenlijk het hetzelfde is. We moeten naar doorzichtigheid gaan.

Daarnaast is er het probleem van de doorbetaling. Voor wat betreft De Lijn zijn er specifiek artikelen ingevoerd voor wat betreft doorbetaling. Ik zie die niet opduiken voor wat betreft onderwijs. Het gaat niet over twee teksten naast elkaar leggen, het gaat over een bijkomend element.

Ten slotte was er mijn vraag: wat met het parlement of de commissie ingeval er een uitvoeringsbeslissing wordt genomen door de minister?

Minister-president Kris Peeters

Tijdens de bespreking van pps hebben we duidelijk gezegd dat we maximaal naar standaardisering moeten gaan waar er initiatieven worden genomen. Langs de andere kant blijft het maatwerk naargelang het dossier dat zich aandient.

Mijnheer Tavernier, het is de traditie dat na vandaag de Vlaamse Regering in terughoudende zaken komt. Ik ga ervan uit dat we dat al jaren doen, maar we zullen met de nodige zorg ook dit dossier proberen af te ronden.

Jef Tavernier

Dan richt ik mij niet meer tot de minister-president en de minister van Onderwijs, want dat is hopeloos, maar tot de voorzitter van het parlement. Mevrouw de voorzitter, indien de regering een belangrijke beslissing zou nemen - en het toekennen van een DBFM-contract Onderwijs voor 1 miljard euro vind ik een belangrijke beslissing - dan zullen wij in elk geval de vraag stellen om op zijn minst de commissie Onderwijs daarover samen te roepen.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

De voorzitter

Artikelsgewijze bespreking

Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het ontwerp van decreet.

Ik stel aan de plenaire vergadering voor om de door de commissie in eerste lezing aangenomen artikelen als basis voor de bespreking te nemen. (Zie Parl. St. Vl. Parl. 2008-09, nr. 2159/4)

De artikelen I.1 tot en met X.3 worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het ontwerp van decreet houden.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.