U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 29 april 2009, 14.07u

De voorzitter

De heer Tavernier heeft het woord.

Jef Tavernier

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, in een poging om in het onderwijsbeleid niet zelfgenoegzaam te zijn maar kritisch, moeten we even verwijzen naar de resultaten van de PISA-studie en de opvolgingsonderzoeken. Daarin wordt duidelijk gesteld dat het resultaat van het onderwijs in Vlaanderen globaal goed is. Maar we zitten met het probleem van het verschil tussen degenen die mee zijn, en een belangrijke groep die niet mee is. Allochtone studenten zetten duidelijk een slecht resultaat neer, gebaseerd op een aantal elementen: taal, sociaaleconomische situatie en het beleid van bepaalde scholen. Een studie in opdracht van de Koning Boudewijnstichting stelt dat ons systeem de segregatie en uiteindelijk de kansenongelijkheid wat stimuleert en niet tegengaat.

In een eerste reactie hebt u daarop gezegd dat u dat opvangt via een aantal financiële incentives en dat u dat wat probeert te sturen. Ik ontken niet dat dat belangrijk is. U moet ook scholen voldoende financiële mogelijkheden geven, zeker voor groepen, al dan niet allochtonen, die het sociaaleconomisch moeilijker hebben.

Maar dat is onvoldoende. Moeten we niet verder gaan, in de richting van structurele ingrepen? Ik denk aan uitstel van studiekeuze of bijkomende inspanningen rond taal om ervoor te zorgen dat we in het onderwijs een echte kansengelijkheid krijgen. We moeten dat dreigende maatschappelijke probleem opvangen van een groep die ondanks de kwaliteit van ons onderwijs niet in dat onderwijs slaagt. Welke structurele maatregelen stelt u voor?

De voorzitter

Minister Vandenbroucke heeft het woord.

Minister Frank Vandenbroucke

De heer Tavernier verwijst naar een interessant onderzoek van april-mei 2006, dat ons een nieuw inzicht geeft in de allerlaatste cijfers die internationaal vergelijkbaar zijn. We stellen opnieuw vast dat ons onderwijs het over het algemeen erg goed doet, maar dat de kloof tussen de leerlingen die uitstekend presteren ­- ze zijn gelukkig met veel - en de leerlingen die minder goed presteren in Vlaanderen groot is. Bovendien is de thuisomgeving, de plaats dus waar de wieg gestaan heeft, daarin zeer bepalend. Dat is onrechtvaardig. Kinderen zijn verschillend in de wieg gelegd. Daar leven we mee en we proberen er het beste van te maken. Maar dat de plaats waar de wieg staat zo bepalend is moeten we uit de wereld helpen.

Ik ben het helemaal met u eens dat het financiële daarin eigenlijk maar een eerste stap is. De voorbije jaren heb ik regelmatig het beeld gebruikt van de tienkamp, een zeer inspannende en langdurige atletische oefening. Dit uitstekende onderwijs voor alle kinderen laten renderen, is een tienkamp. De eerste proef van de tienkamp is de wijziging in de financiering die we doorgevoerd hebben, de wijziging in de manier waarop we schoolbudgetten betoelagen. Maar er volgen er negen andere. Dit stond ook deze ochtend in de krant. We geven iets meer geld aan scholen die meer dan andere scholen te maken hebben met kinderen van wie die wieg bij wijze van spreken ver af stond van de wereld van de school, omdat hun ouders zelf weinig school gelopen hebben, met financiële problemen zitten of geen Nederlands kennen. Ik hoop dat het een aanmoediging is voor die kinderen om het zo goed mogelijk te doen en een aanmoediging om met die kinderen te willen werken.

Maar u hebt volkomen gelijk: dat is slechts de eerste stap. Er zijn nog negen andere proeven, en twee daarvan gaan over taal. We moeten de taalarmoede absoluut uit de wereld bannen en ervoor zorgen dat kinderen op het einde van het basisonderwijs voldoende goed Nederlands kennen om in het secundair onderwijs te kunnen slagen. Er is nog veel werk te verrichten. We hebben een taalbeleid uitgebouwd en samen met u de eindtermen herzien. Dat moet allemaal in de praktijk worden gebracht.

We hebben stappen gezet in de kleuterparticipatie. We verschillen een beetje van mening of die stappen voldoende zijn, of anders gesteld, u zegt eerder dat het glas half leeg is, terwijl ik eerder zal zeggen dat het half vol is. In elk geval is er nog werk aan de winkel, zoals inzake de opbouw van een onderwijsniveau tussen het secundaire niveau en de hogescholen. Het decreet over het hoger beroepsonderwijs is vorige week goedgekeurd, maar het moet nog worden gerealiseerd. Er is dus nog bijzonder veel werk aan de winkel.

Negen van de tien proeven van die tienkamp voor gelijke onderwijskansen gaan over mentaliteit, inspanningen, aspiraties, onderwijscultuur en aanpak en betrokkenheid van ouders. Ik denk dat we tien jaar nodig hebben om die tienkamp tot een goed einde te brengen. We hebben er vijf achter de rug. Ik denk dat de Vlaamse overheid nog eens vijf jaar nodig heeft om die tienkamp helemaal af te ronden. Dat is geen werk van één dag. Ik hoop dat de volgende Vlaamse Regering het werk afmaakt, en daar zal ongetwijfeld vijf jaar voor nodig zijn.

Jef Tavernier

Ik ben in elk geval blij dat ik vijf van die tien jaar heb mogen meemaken. Ik denk dat we nog maar aan het begin staan van een lange weg. Ik heb nogal schrik van obsessies. Maar ik ben van mening dat in onderwijs één obsessie moet worden gekoesterd: de obsessie om te vermijden dat een groep van leerlingen, die goed te omschrijven is, niet mee zal zijn. Om dat te realiseren, zullen we niet alleen de ouders en de leerlingen moeten aanspreken, maar ook een aantal scholen op hun verantwoordelijkheden wijzen. Ze mogen zich niet alleen richten naar leerlingen die relatief gemakkelijk zijn. Los van de financiële consequenties hebben ze een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Verder moeten we creatief zijn om ook leerlingen van wie de moedertaal niet het Nederlands is, en ook hun ouders, te betrekken bij het onderwijsbeleid en de onderwijsloopbaan, zodat die voor henzelf maar ook voor de samenleving met succes kan worden beëindigd.

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, mijnheer Tavernier, ik kan zowel de vraag als het antwoord volgen. Wel is het zo dat in de staart van de repliek van de heer Tavernier het venijn schuilt. Ik kom er nog op terug.

Het antwoord van de minister doet me denken aan een vraag die ik enkele weken geleden heb gesteld. U antwoordde toen dat het onderzoek gaat over kinderen die in het verleden school liepen, maar dat er nu een beleid met verschillende krachtlijnen is uitgebouwd dat in het parlement op een brede meerderheid kan bogen. We weten heel goed wat we willen en we willen iedereen mee hebben. We moeten die weg verder bewandelen, en ik hoop dat we na het zomerreces veel bondgenoten zullen vinden om dat beleid voort te zetten.

Wat het venijn van de heer Tavernier betreft, wil ik opmerken dat ik het betoog over de taalkwestie van de minister volledig onderschrijf. Inzake de thuistaal moeten we volop de kaart van het Nederlands trekken. Want die kinderen zullen later, als jong- en oudvolwassenen, met het Nederlands in de gemeenschap actief zijn. Voor het onderwijsbeleid kunnen we in dit parlement in elk geval steunen op een zeer breed draagvlak.

De voorzitter

Minister Vandenbroucke heeft het woord.

Minister Frank Vandenbroucke

De heer Van Dijck snijdt een belangrijke kwestie aan. Het onderzoek gaat inderdaad over kinderen die zijn geboren in 1991 en 1992.

Dat bewijst hoe veel tijd er nodig is wanneer we het voor de kinderen van de toekomst beter willen doen wanneer ze die leeftijd zullen bereiken. Dit is een lang proces. Het is een volgehouden inspanning die we nodig hebben. U hebt dat zelf onderstreept, mijnheer Tavernier.

Mijnheer Tavernier, het is waarschijnlijk de laatste keer dat we hier zo samen staan. U was lid van de oppositie. Er zijn mensen met wie ik soms van mening verschil maar die ik toch graag heb als oppositie. U was daarbij. Vanuit mijn perspectief hebt u dat uitstekend gedaan. Als ik herverkozen ben en u niet, zal ik u missen in dit halfrond. (Applaus)

De voorzitter

Het incident is gesloten.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.