U bent hier

De voorzitter

De heer De Craemer heeft het woord.

Gino De Craemer

Mevrouw de voorzitter, mijn vraag is uiteraard gericht aan minister-president Peeters.

Mijnheer de minister-president, collega's, zowat alle landen staan in feite voor eenzelfde dilemma. Enerzijds moeten we de crisis counteren met taken of opdrachten op korte termijn. Er moet geïnvesteerd worden, het geld moet rollen. Anderzijds moet er ook bespaard worden voor de lange termijn. En daarmee bedoel ik dat onder andere de kosten voor de vergrijzing moeten worden opgevangen.

Terwijl in zowat alle buurlanden relance- en besparingsmaatregelen worden aangekondigd en opgestart, reageert de Belgische regering op enkele maanden van de verkiezingen als een struisvogel: ze steekt de kop in het zand, zonder ook maar enige vorm van - echt - relanceplan op te starten, laat staan dat er sprake zou zijn van een besparingsplan.

Minister Reynders antwoordt nogal cynisch. Misschien nog wachten tot na de zomer om actie te ondernemen en zien of de economie zich niet herpakt, zo luidt zijn cynisch antwoord. We mogen niet te snel gaan, zegt hij - alsof er één zinnig mens is die de federale regering daarvan zou verdenken. Voor LDD is die gang van zaken volstrekt onaanvaardbaar.

De Hoge Raad van Financiën voorspelt dat als de federale regering niet ingrijpt, we volgend jaar een Belgisch begrotingstekort van 4,5 percent zullen hebben. De jaren daarna zou het zelfs 5 percent - 17 miljard euro - bedragen. Terwijl we elke dag nog dieper in dat moeras wegzinken, zegt Reynders doodleuk dat we ervoor moeten zorgen niet te snel te gaan. Voor hem is er dus blijkbaar geen probleem.

Maar geen paniek, mijnheer de minister-president. Federaal staatssecretaris Wathelet heeft de oplossing blijkbaar voorhanden. Vanmorgen lazen we in De Standaard dat hij onomwonden stelt dat niet alleen de federale regering zal moeten besparen, maar dat ook de regio's mee zullen moeten besparen om de begrotingstekorten op Belgisch niveau op te lossen. Hij wordt hierin gevolgd door de heer De Gucht, die op VRT-Radio 1 schaamteloos zegt dat de gemeenten en regio's zullen moeten bijdragen om die federale begroting bij te springen.

Mijnheer de minister en mijnheer de minister-president, ik heb echt geen glazen bol nodig om te zien dat de vraag binnenkort zal worden gesteld.

Eric Van Rompuy

LDD wil 2 miljard euro onroerende voorheffing afschaffen voor de eerste woning en zo het gat met nog 2 miljard euro meer vergroten. En u komt hier spreken over besparingen!

De voorzitter

Mijnheer Van Rompuy, de heer De Craemer had het woord. Als u het woord wilt, moet u straks aansluiten.

Gino De Craemer

Mijnheer de minister, mijnheer de minister-president, ik heb geen glazen bol nodig om te weten dat die vraag van de federale regering om bij te springen zal worden gesteld aan de Vlaamse Regering.

Mijn vraag is dan ook logisch. Hoe zal de Vlaamse Regering hierop reageren? Zal de Vlaamse Regering hierop ingaan? Zal ze het stellen van die vraag gebruiken om eindelijk werk te maken van de overheveling van bijkomende bevoegdheden?

De voorzitter

De heer Peumans heeft het woord.

Jan Peumans

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, ik ga even in op wat de voorgaande spreker zegt. Men kan zich afvragen of het geloofwaardig is als je op een verkiezingscongres zegt dat je 2 miljard euro onroerende voorheffing op de eerste woning zult afschaffen, waardoor je 20 percent van de inkomsten van de gemeenten wegneemt. Als dat de oplossing is voor de slechte gemeentefinanciën, dan gaan we echt serieuze problemen tegemoet. Mijnheer De Craemer, ik ben al 27 jaar verantwoordelijk voor de gemeentefinanciën, maar ik heb nog nooit grotere onzin horen vertellen. (Opmerkingen de heer Gino De Craemer)

Ik zeg hier nog altijd wat ik wil zeggen, ik moet niet aan u vragen wat ik hier moet zeggen.

Mijnheer de minister van Financiën, u bent verstandig genoeg. Mijn vraag is heel simpel. U hebt naar aanleiding van een vraag om uitleg van de heren Bourgeois, Van den Heuvel en Van Rompuy gisteren heel duidelijk een aantal antwoorden gegeven. Ik heb met veel plezier het verslag gelezen.

Ik ben echter geschrokken door de uitspraken van een zekere Karel De Gucht. Die schijnt vicepremier te zijn, die schijnt jaren in de federale regering mee geregeerd te hebben, en die wil nu laten uitschijnen dat alle problemen die we nu hebben, de schuld zijn van de gemeenten, de gewesten en de gemeenschappen. Je moet maar durven, als je er eerst gedurende jaren een puinhoop van hebt gemaakt - sorry dat ik het zeg, want het is een partijgenoot van u. Ik zeg dat niet, professor De Grauwe zei dat al in 2007 en er zijn heel wat professoren die dat zeggen. Maar nu zei de heer De Gucht gisterenavond in TerZake: "De uitgaven zijn de laatste tien jaar twee keren sneller gestegen op het niveau van de gewesten en gemeenschappen, dus op regionaal niveau, dan op federaal niveau. Daar kunnen ze niet gestegen zijn om de doodeenvoudige reden dat daar geen geld meer is."

Dan zijn de ambtenaren en de exponentiële uitgavenstijgingen van de gewesten en gemeenten de schuldigen. Ik vind dat een uiterst merkwaardige uitspraak. Mijnheer de minister, de N-VA heeft vorig jaar een brochure uitgegeven om aan te tonen dat de Bijzondere Financieringswet, die zogezegd de oorzaak was van het armlastig zijn van de federale overheid, dat niet is. De oorzaak ligt in een aantal maatregelen die zijn genomen door de toenmalige paarse regering, waarin niet alleen de liberalen zaten, maar ook de socialisten, die nu opvallend zwijgen.

Ik heb maar één vraag, en ik weet dat u daar altijd een heel goed antwoord op kunt geven: klopt de stelling van de federale vicepremier dat het huidige federale begrotingstekort te wijten is aan de exponentiële uitgavenstijging van onder meer Vlaanderen?

De voorzitter

Minister Van Mechelen heeft het woord.

Minister Dirk Van Mechelen

Mevrouw de voorzitter, deze actuele vraag bouwt voort op de discussie die we gisteren in de commissie hebben gevoerd. Eigenlijk is de grond van de zaak de verdeling van de lasten en lusten in dit koninkrijk.

We moeten steeds onder ogen zien dat het gisteren ter beschikking gesteld verslag van de Hoge Raad voor Financiën de evolutie van de globale entiteiten in kaart brengt. Het gaat, met andere woorden, over de evolutie van alle entiteiten in dit land. Die entiteiten zijn enerzijds de federale overheid en de sociale zekerheid, en anderzijds de regio's en de gemeenten.

De vraag is of Vlaanderen zijn huiswerk heeft gemaakt. Ik heb hier een tabel met de norminspanningen die Vlaanderen in het kader van het Stabiliteitspact voor de periode 1999-2009 met de federale overheid heeft afgesproken. Deze tabel is tot en met vorig jaar bijgewerkt. De voorziene norminspanning bedroeg 3,756 miljard euro. We hebben 6,403 miljard euro gerealiseerd. Er is dus een overschot van 2,646 miljard euro. Vlaanderen heeft dus beter gedaan dan de federale regering als inspanning in het kader van het Stabiliteitspact had gevraagd.

Iedereen weet wat we met dat overschot hebben gedaan. We hebben dat geld aangewend om de Vlaamse schuld tot 0 euro te herleiden. Gisteren hebben we in de commissie nadrukkelijk gesteld dat dit in het licht van de financiële en economische crisis die op Vlaanderen afkomt eigenlijk het beste uitgangspunt vormt. De Vlaamse begroting is schuldenvrij. Ik maak hier even abstractie van het geld dat voor de KBC-operatie is opgehaald. Vlaanderen heeft 2,6 miljard euro meer gerealiseerd.

Ik pleit niet voor een emotioneel debat. Ik heb, meer dan wie dan ook, inzicht in de problemen van de federale overheid. De federale overheid heeft problemen met haar schuldpositie en met de groeiende uitgaven in de sociale zekerheid.

Ik heb in de rekeningen en de jaarverslagen van de Nationale Bank globale cijfers gezocht die ons een houvast zouden moeten bieden. In 1999 bedroegen de ontvangsten van de overheid 118,1 miljard euro. In 2008 bedroegen die ontvangsten 167,2 miljard euro. Het aandeel van de dotaties bedroeg in 1999 22,9 miljard euro en in 2008 29,6 miljard euro. Dit betekent dat de gemeenschappen en de gewesten proportioneel in 1999 19,39 percent en in 2008 17,73 percent van de totale ontvangsten hebben ontvangen. Dat is minder dan in 1999. In 2004 hebben we dit percentage bereikt. Het is in de loop der jaren lichtjes opgelopen, met name van 17,05 percent tot 17,26 percent, 17,18 percent, 17,39 percent en 17,73 percent. Het percentage van de totale ontvangsten dat we hier genereren, is sinds 2004 dan ook haast constant gebleven.

Dit staat trouwens ook op pagina 36 van het verslag van de Hoge Raad voor Financiën te lezen: "De effecten van de totale eigen ontvangsten van elke entiteit voor fiscale overdrachten moet worden geacht gestabiliseerd te zijn op de verwachte ratio ervan". De Hoge Raad voor Financiën ziet hier, met andere woorden, ook een stabilisatie.

Er is een probleem. De vraag is of het hier enkel een probleem van de federale overheid betreft. Dit is het debat dat federaal minister De Gucht, die trouwens uitstekend kan tellen, wil voeren. In 1999 ging 51,6 miljard euro van de overheidsontvangsten naar de sociale uitkeringen. Dat is 43,75 percent. In 2008 ging het om 79,8 miljard euro, oftewel 47,75 percent van de overheidsontvangsten. Niet enkel het gewicht van de sociale uitkeringen ligt veel hoger dan de dotatie aan alle gewesten en gemeenschappen, de stijging is structureel ook een stuk sterker.

We zitten in dit land met een probleem, mocht iemand dit nog niet onderkennen. De schuld gaat de volgende maanden en jaren zeer zwaar wegen. Volgens het rapport is dat in 2008 3,7 percent van het bbp, in 2015 wordt dat 4,6 percent bij ongewijzigd beleid. In centen betekent dit dat er 2,7 miljard euro meer rente-uitgaven zullen moeten worden verricht, en dat met een vergrijzende bevolking.

Als je dit in kaart brengt, dan schommelt het tekort van de gemeenschappen en de gewesten rond 1 percent, met een knik in 2011 en 2012. Die correctie voert de raad door omwille van het feit dat gemeenten in verkiezingsperioden meer schuld opnemen. De groene lijn is het tekort dat de federale overheid genereert in diezelfde periode. Ik laat u raden waar er werk aan de winkel is.

Als ik in dit rapport één paragraaf heb gelezen die vanaf nu voor eenieder de bijbel van de Hoge Raad zal zijn, dan is het wel dat we steeds meer tot de conclusie komen - dat is ook wat Karel De Gucht stelt - dat het zo niet verder kan met de staatshuishouduitgaven, om de heel eenvoudige reden dat, zonder een grondige en vooral een doordachte staatshervorming met absoluut noodzakelijke bijkomende financiële verantwoordelijkheden van en voor de regio's, het opstellen van een begroting en het opstellen van een stabiliteitspact volgens mij totaal onmogelijk wordt in dit land.

De Hoge Raad schrijft op pagina 11: "De omvang van de vereiste budgettaire sanering houdt onvermijdelijk een evenwichtige en samenhangende verdeling in, zowel bij de ontvangsten als bij de uitgaven, over het geheel van de overheidsniveaus." Entiteit 1 en entiteit 2 dus. En dan zegt de Hoge Raad: "Dit houdt dus tevens de definitie en de uitwerking van institutionele en/of budgettaire akkoorden in die dit evenwicht en die samenhang duurzaam moeten kunnen verzekeren."

De slotsom is: zonder een grondige staatshervorming, met een duidelijk nieuw financieringsmechanisme, is dit land volgens mij, op termijn onbestuurbaar.

Gino De Craemer

Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord.

De Vlaamse Regering heeft zich inderdaad gehouden aan het Stabiliteitspact. Men heeft de schuld tot nul herleid. Men heeft een begrotingsevenwicht. Men heeft besparingen gedaan. Men heeft investeringen gedaan. Dat er nu nog bijkomende inspanningen worden gevraagd door het federale niveau, dat tot op dit moment geen klap uitvoert, is onaanvaardbaar, onvoorstelbaar en is eigenlijk een crimineel feit.

Dat het federale België niet meer werkt, is een feit, maar Vlaanderen moet hiervoor niet opdraaien. Vlaanderen mag hiervoor niet het gelag betalen. Er moeten dringend structurele maatregelen worden genomen: een drastische staatshervorming, zoals u voorstelde. Een drastische staatshervorming, waarbij de federale overheid eindelijk stopt met taken uit te voeren op domeinen die van de gemeenschappen en de gewesten zijn. Een drastische staatshervorming, waarbij de Senaat en de provincies worden afgeschaft. Dat is ook al een serieuze besparing. Ik ga u nog een derde besparing geven waarbij het overheidsapparaat wordt afgeslankt. Dat zal u als Vld'er goed in de oren klinken. Minder ambtenaren dus, zeker op federaal niveau maar eventueel ook op Vlaams niveau. Wederom een besparing. De laatste en de grootste besparing is: een drastische staatshervorming waarbij de deelstaten zelfstandig worden en maximale bevoegdheden krijgen. Ze zullen verantwoordelijk zijn voor hun uitgaven, maar ook voor de financiering ervan. De deelstaten moeten dus autonoom worden en bevoegd zijn voor fiscaliteit, voor het arbeidsmarktbeleid en voor de volledige sociale zekerheid.

Mijnheer de minister-president, dat zijn structurele maatregelen en het is het enige antwoord dat de Vlaamse Regering kan geven op de vraag van minister Wathelet.

Jan Peumans

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw overtuigend antwoord, dat toch een beetje een ander licht werpt op de discussie die gisteren is gevoerd in de commissie voor Financiën. Ik denk dat dit een duidelijke aanvulling is.

Als men dit criminele feiten gaat noemen, maar de gemeenten 2 miljard euro wil afpakken, kan men zich afvragen of dat ook geen crimineel feit is. Maar daar gaan we het hier verder niet over hebben.

Mijnheer de minister, ik ben wel een beetje verwonderd dat u zegt dat minister De Gucht goed kan tellen. De cijfers die u gegeven hebt voor de periode 1999-2008 waren wel indrukwekkend. Als u de inkomsten ziet die de Belgische staat gekregen heeft en datgene dat uiteindelijk naar gewesten en gemeenschappen is gegaan, nodig ik u uit om dat ook eens aan minister De Gucht duidelijk te maken. De mythe moet worden doorprikt dat de bijzondere wet en wat tot de bevoegdheden van de gewesten en gemeenschappen behoort, aanleiding heeft gegeven tot de situatie van de Belgische staat, die al lang failliet is, maar nu nog meer. Dat kunnen we dus niet ontkennen.

In een depressieve bui heeft minister De Gucht ook uitspraken gedaan over Lambermont. Hij zei, wat eigenlijk een aanfluiting was van zijn toenmalige premier, dat het een stommiteit is geweest. Maar dat is een andere discussie.

Mijnheer de minister, ik hoop vooral dat u minister De Gucht er duidelijk op wijst dat hij zomaar op een gratuite wijze zaken vertelt aan de gemeenschap die in de verste verte niet kloppen met de realiteit.

Dit Vlaams Parlement keurt elk jaar een budget goed van 23 of 24 miljard euro. Het is goed dat deze materies al zo geregionaliseerd zijn, want anders zou het met de crisis in dit land nog veel erger gesteld zijn.

Mijnheer De Craemer, ik ben het volledig met u eens dat we niet ver genoeg kunnen gaan met de regionalisering van welke bevoegdheden dan ook.

De voorzitter

De heer Van Hauthem heeft het woord.

Joris Van Hauthem

Mijnheer de minister, we zitten een beetje in een patsituatie. Minister De Gucht en staatssecretaris Wathelet vragen besparingen en inspanningen van de gemeenschappen en de gewesten. Wellicht zoals we de voorbije jaren de vraag kregen om een beetje van de begroting opzij te zetten en niet uit te geven, zodat het globale begrotingsplaatje klopt.

Mijnheer de minister-president, u en minister Van Mechelen hebben gezegd dat u de middelen wilt houden en meer bevoegdheden wilt, waar we ook geld in zullen moeten investeren. Dat is een beetje een patsituatie, want wie kan dat doen? Wie kan meer bevoegdheden op zich nemen, zonder dat er opnieuw middelen worden overgedragen? Wij kunnen dat misschien. Maar het Brusselse Gewest, bijvoorbeeld, kan dat niet. Ik vraag me af of het Waals Gewest dat kan en nog meer of de Franse Gemeenschap dat kan.

We zitten dus in een patsituatie. U pleit voor een staatshervorming, waarbij u zegt dat de Financieringswet ongewijzigd blijft, maar we meer bevoegdheden krijgen, zodat die middelen op federaal niveau niet meer uitgegeven moeten worden. De andere gemeenschappen en gewesten kunnen niet volgen. Die patstelling is er. Dat weet u, want u bent veel slimmer dan ik, maar daarop hebt u in feite geen antwoord gegeven. Op die patstelling zou ik graag een antwoord hebben.

De vraag van de federale regering is om een financiële inspanning te doen. Het antwoord daarop is, op korte termijn, nog altijd niet duidelijk. Zeker niet wat de andere gewesten en gemeenschappen betreft.

De voorzitter

De heer Bourgeois heeft het woord.

Geert Bourgeois

Mijnheer de minister, u hebt eigenlijk op een andere manier aangetoond wat de N-VA al heeft gezegd. Het federale deuntje dat de hele schuldproblematiek en de federale moeilijkheden te wijten zouden zijn aan het feit dat gemeenschappen en gewesten te veel geld hebben, klopt niet.

U hebt dat aangetoond door te bewijzen dat in de periode die u hebt vermeld, het relatieve aandeel van de dotaties zelfs gedaald is: van 19,39 percent naar 17,5 percent.

Wij hebben aangetoond dat van de hele budgettaire ruimte die paars-groen had en van de meeruitgaven die paars-groen heeft gedaan, maar 14,5 percent in Lambermont is gegaan. Al de rest is door paars-groen uitgegeven, met rampzalige gevolgen.

Het primaire saldo is in die acht jaar Verhofstadt-Vande Lanotte gedaald. België is daarmee ongeveer het enige land in Europa dat die prestatie heeft neergezet, waar we nu de prijs voor betalen. De Hoge Raad van Financiën is duidelijk: wij gaan opnieuw, net als onder Dehaene, zware, zware besparingen tegemoet. Dat zal gebeuren na de verkiezingen van juni natuurlijk, met een scenario van minimum 4 jaar lang zware inleveringen, anticrisismaatregelen en noem maar op. Dat is een drama voor Vlaanderen. Was Vlaanderen autonoom geweest en hadden we voortgedaan met de maatregelen-Dehaene, niks meer en niks minder, de broeksriem niet meer aangehaald dan toen, met de maatregelen uit de jaren negentig tot nu, was Vlaanderen onder het Europees gemiddelde inzake staatsschuld, maar helaas het is niet zo.

Hoe geraken we daaruit? Ik heb het al gezegd: plan B van de minister-president lukt niet. Het was ook het scenario-Caluwé op de studiedag vorige week. Het kan niet dat Vlaanderen zonder overdracht van middelen nieuwe bevoegdheden op zich zou nemen. Lambermont heeft onze inkomsten gekoppeld aan de evolutie van het bnp. Maar dat werkt ook negatief: uw meerjarenbegroting klopt dus niet meer, gelet op de krimp van de economie. We hebben dat gisteren aangetoond. We hebben 1 miljard minder ontvangsten omdat we ook negatief mee evolueren met het bnp.

Welke bevoegdheden kunnen we overnemen zonder bijkomende middelen? Een paar marginale bevoegdheden, misschien het grootstedenbeleid, en dat is het. Dat de bulk van bevoegdheden op het federale niveau naar Vlaanderen kan komen zonder middelen, klopt niet. Bovendien, als er middelen zijn in Vlaanderen, is dat de verdienste van alle opeenvolgende Vlaamse regeringen en niet van de federale. De Franse Gemeenschap heeft die niet. Het Waalse Gewest heeft die niet. Het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest heeft die niet. Als er overschotten zijn geboekt, is dat aan ons te danken. De enige oplossing is volledige fiscale autonomie met responsabilisering. Het consumptiefederalisme werkt niet. Minister De Gucht zegt zelf: België is onbestuurbaar. Als hij een conclusie wil trekken, is dat niet dat het de schuld is van de gewesten en gemeenschappen. De juiste conclusie is: volledige autonomie.

De voorzitter

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Eric Van Rompuy

Mevrouw de voorzitter, we hebben daar gisteren al uitvoerig in de commissie over kunnen debatteren. Ik betreur dat we dat nu op een paar minuten moeten bespreken, terwijl we daar gisteren meer dan een uur de tijd voor hebben gehad.

De analyse die men maakt, is heel technisch. Ik wil enkele beschouwingen geven. De federale overheid heeft structurele tekorten. Men kan discussiëren over wat daar de oorzaken van zijn. Een zaak is voor onze begroting van belang, namelijk dat 80 percent van de middelen nog komen van de federale staat. Als alle entiteiten samen 4 tot 5 percent van het bnp moeten besparen in de volgende jaren, dan heeft dat natuurlijk gevolgen voor ons, dat is onvermijdelijk.

Dan zijn er twee mogelijkheden. Ofwel geef je die entiteiten meer fiscale autonomie, ofwel verminder je de dotaties. De optie die door onze fractieleider is verdedigd, is dat de fiscale autonomie moet worden gegarandeerd. We weten ook - dat is een belangrijk moment voor het Vlaams Parlement - dat in de volgende jaren, zelfs bij fiscale autonomie, wij niet moeten denken dat wij daardoor meer middelen zullen hebben. Wat ook het resultaat is van de herziening van de Financieringswet, wij zullen de tering naar de nering moeten zetten. De waarheid is immers dat de middelen die Vlaanderen heeft gekregen de jongste jaren sneller zijn gegroeid dan het bnp. De reële stijging was de laatste vijf tot zes jaar 1,5 tot 2 percent. Dat zullen we onmogelijk de volgende jaren kunnen realiseren.

Voor de Vlaamse Gemeenschap is het een keerpunt. Essentieel is dat we niet kunnen leven met een scenario waar we in een federaal systeem blijven zitten en waar de dotaties worden aangepast om het structurele deficit te verminderen, waarbij men zegt dat wij minder middelen krijgen en men dat zal doen 'ne varietur', zonder de wijziging van de Financieringswet. Dat is voor ons niet bespreekbaar. We moeten naar een systeem gaan waar we meer fiscale autonomie moeten krijgen, maar dat betekent niet noodzakelijk dat wij daardoor meer middelen zullen hebben.

Ik zit nu al meer dan 25 jaar in het Vlaams Parlement, en ook in de commissie voor Financiën en Begroting. De komende jaren zullen er minder middelen zijn en zullen we meer prioriteiten moeten stellen wat onze uitgaven betreft. We kunnen niet meer die cijfers qua reële groei handhaven die we in het verleden hebben gehad.

De voorzitter

De heer Sannen heeft het woord.

Ludo Sannen

Mijnheer de minister, in eerste instantie wil ik u danken voor uw duidelijk antwoord. U hebt ook duidelijke cijfers gegeven, en bepaalde evoluties.

Dat zorgt echter ook voor meer zorgen. Er is niet alleen het striemende rapport van de Hoge Raad van Financiën. Lees ik de krantenkoppen van vandaag in De Tijd over de federale schuldopbouw, dan maak ik me zorgen. Er kan ook niet worden ontkend dat de federale regering momenteel niet overgaat tot een begrotingscontrole. We hebben nog nooit zo'n gemakkelijke begrotingscontrole gehad, stelde deze regering in februari. De federale regering verklaart in de herfst wel eens te zullen bekijken wat ze kan doen. Als het over de fiscale fraude gaat, dan moet ze er ook nog eens even over nadenken hoe ze dat zou kunnen aanpakken. Daar gebeurt momenteel dus niets, maar tegelijk stelt minister De Gucht wel dat, als we de problemen willen oplossen, Vlaanderen een bijdrage zal moeten leveren en een rol moeten spelen. Ik vind dat een vrij perfide houding en een vrij perfide redenering. De federale regering neemt immers haar verantwoordelijkheid niet. Nochtans moet men steeds de tering naar de nering zetten.

Ik sluit me ook bij de heer Van Rompuy aan wat dat betreft: ook in Vlaanderen zullen we de tering naar de nering moeten zetten. Vlaanderen heeft met de middelen die het de voorbije jaren had, ook meer beleidsruimte ingevuld. Dat was terecht, maar we hebben er wel voor gezorgd dat we tegelijk onze schuld afbouwden en dat we onze verplichtingen inzake het Stabiliteitspact naleefden. We hebben echter ook meer beleidsruimte gecreëerd.

Als het economisch zo blijft gaan, zullen we in de toekomst waarschijnlijk ook meer en duidelijkere keuzes moeten maken. Dat lijkt me de logica zelf. Dat is de tering naar de nering zetten. Ik verwacht dan ook dat een federale regering dat op dit ogenblik doet. Ze wil dat niet doen. Mijnheer de minister, u stelt dat, als Vlaanderen al een rol kan spelen en de federale last enigszins kan verlichten, dat via een duidelijke en grondige staatshervorming zal moeten gebeuren. Ik steun u daarin.

Vier elementen zijn belangrijk bij die federale afspraken. De usurperende bevoegdheden, waarover de minister-president het altijd heeft, moeten integraal naar Vlaanderen komen. Dat kan op heel korte termijn. Nieuwe bevoegdheden en opdrachten moeten gekoppeld zijn aan bijkomende fiscale verantwoordelijkheden, ook voor de regio's. Wat dat betreft, sluit ik me aan bij de heer Van Rompuy. Dat lijkt me de meeste gezonde benadering. Zo blijven we niet louter afhankelijk van dotaties.

We zullen ook nieuwe afspraken moeten maken over een nieuw Stabiliteitspact. Mijnheer de minister, mijnheer de minister-president, dit signaal moet nu al naar de federale regering worden gestuurd. We kunnen niet wachten op de federale regering, die blijkbaar bezig is België in het moeras te laten wegzinken tot in de herfst, om dan maar te hopen dat Vlaanderen niet anders kan, omdat we anders allemaal zouden verdrinken, dan de federale regering bij te springen. Op dit moment, nog voor de verkiezingen, moet de Vlaamse Regering een duidelijk en sterk signaal geven aan de federale regering.

De voorzitter

Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters

Mevrouw de voorzitter, geachte leden, ik sluit me volledig aan bij wat minister Van Mechelen heeft gezegd. Mijnheer Sannen, u hebt gelijk: we zullen allemaal de tering naar de nering moeten zetten. Ook in Vlaanderen zullen de periodes waarin we beschikten over een bijkomende beleidsruimte van 1,5 à 1,7 miljard euro, jammer genoeg achter ons liggen en de volgende jaren niet meteen terugkeren. De federale regering moet natuurlijk doen wat ze moet doen, net als wij. Het is dus heel belangrijk dat iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt.

We hebben hier in het verleden discussies gehad toen de vorige premier vroeg dat Vlaanderen een extra inspanning zou doen om het algemene structurele tekort op te lossen. Toen hebben we daar heel duidelijk negatief op geantwoord. We zouden dat niet doen zonder dat we bijkomende elementen en bevoegdheden zouden krijgen. We staan hier nu voor een heel belangrijke uitdaging. Voor de eerste maal is het heel duidelijk dat een budgettaire staatshervorming essentieel is om federaal en ook in de andere deelstaten tot oplossingen te komen. Vlaanderen stelt heel duidelijk dat het gesprek moet worden aangegaan over een dergelijke staatshervorming, met alle elementen die aan bod zijn gekomen, dus niet alleen de usurperende bevoegdheden, maar ook fiscale autonomie en dergelijke meer.

Zolang dat niet duidelijk is, is de budgettaire staatshervorming natuurlijk heel moeilijk, laat staan dat bijkomende verminderingen van onze uitgaven, waar sommigen aan denken, aan de orde zijn.

Mijnheer Van Hauthem, entiteit 2 betreft zowel het lokale als het Vlaamse niveau, maar ook de Franstaligen en het Waalse Gewest. Als wij een bijdrage zouden leveren aan dat globaal structureel tekort, moeten zij natuurlijk ook een bijdrage leveren.

U hebt gelijk. In het rapport van de Hoge Raad voor Financiën is sprake van 2013-2019. Wij hebben liever dat het in 2013 is dat het structureel tekort wordt opgelost, maar de vraag is natuurlijk in welke mate het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschap dat kunnen. Ook daarover zal het debat gaan. Het is natuurlijk zo dat men niet alleen naar Vlaanderen kan kijken in het geheel dat men zal moeten bespreken. Het biedt ons de mogelijkheid om op tafel te leggen wat we hier in het parlement al een aantal maanden geleden hebben onderstreept: als men extra inspanningen vraagt aan Vlaanderen, kan dat niet zonder daar, zoals minister Van Mechelen opmerkte, de problematiek van de staatshervorming bij te betrekken.

Minister Dirk Van Mechelen

Ik wil nog een paar kleine elementen aan het debat toevoegen. Laten we duidelijk zijn: een groot deel van de extra beleidsruimte die we de voorbije twee jaar hebben opgebouwd, hebben we zelf verdiend. We hebben de voorbije tien jaar 6,6 miljard euro schuld afbetaald waardoor we 400 miljoen euro minder rentelasten hebben die structureel uitgegeven kunnen worden.

We hadden een begroting met substantiële overschotten: 600 miljoen euro en 450 miljoen euro. We zijn geëvolueerd naar een begroting zonder overschot, een begroting in evenwicht, maar zonder schuld, waardoor we de facto bijna 1 miljard euro aan beleidsruimte hebben gecreëerd.

De schuld is een Belgische schuld, maar jammer genoeg, mijnheer De Craemer, kunnen we niet doen alsof we daar niets mee te maken hebben, want de Belgische schuld wordt door nogal wat Vlamingen gedragen.

Als we het over een staatshervorming hebben, vraag ook ik meer fiscale autonomie. U zegt dat de federale overheid moet doen wat ze moet doen. Dat klopt, de federale overheid moet geen grootstedenbeleid voeren, maar de regio's zullen niet ontsnappen aan het debat om een stuk verantwoordelijkheid op zich te nemen voor bijvoorbeeld de pensioenlasten van hun extra ambtenaren. Ook dat debat zal op tafel terechtkomen.

Tot slot wil ik nog stellen dat Vlaanderen de volgende jaren ervoor moet zorgen dat we ten eerste ons engagement om een begroting in evenwicht te realiseren, waarmaken. Ten tweede, zoals gisteren werd besproken, mijnheer Van Rompuy, moeten we in het kader van de intertemporele neutraliteit overschotten boeken, dat geld sparen en dat geld dan gebruiken voor de verdere opbouw van zowel ons Zorgfonds als van ons Toekomstfonds.

Gino De Craemer

Mijnheer de minister-president, mijnheer de minister, bedankt voor het antwoord.

Mijnheer de minister, u hebt gelijk, de Belgische staatsschuld blijft inderdaad en Vlaanderen zal moeten bijdragen aan het wegwerken ervan. Ik ben het eens met de minister-president die stelt dat we ook op Vlaams niveau de tering naar de nering moeten zetten. We moeten inderdaad keuzes maken, en daarom bepleit LLD onder andere de afschaffing van de onroerende voorheffing. (Opmerkingen van de heer Jan Verfaillie)

Mijnheer de minister-president, ik herhaal mijn vraag om niet in te gaan op de federale vraag die er komt. Er zijn structurele tekorten op Belgisch niveau. Wel, er moet een structureel antwoord gegeven worden en er moeten structurele maatregelen worden genomen en dat kan met een staatshervorming. (Opmerkingen van de heer Jan Verfaillie)

Ik probeer af te ronden, mevrouw de voorzitter, als ik daartoe de kans krijg, want hier is een gebrek aan respect voor iemand die op de tribune staat. (Rumoer. Opmerkingen van de heer Jan Verfaillie)

We moeten praten over een structurele maatregel, en dat is een staatshervorming. Daar is op federaal vlak moed voor nodig, mijnheer de minister en mijnheer de minister-president, en in alle regio's, met de nadruk op 'alle', is daar verantwoordelijkheidsgevoel voor nodig.

Als er niet kan worden gepraat over een staatshervorming, die nochtans het Belgische begrotingsdebacle zou kunnen oplossen, dan is het voor LDD heel simpel: dan moeten we enkel nog praten over een boedelscheiding.

Jan Peumans

Collega's, ik stel voor dat er volgende week een vraag om uitleg wordt ingediend over de onroerende voorheffing in relatie tot de gemeentebesturen, dan kunt u allemaal aan bod komen.

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, ik vond het boeiend dat twee ex-ministers, een fractieleider én de minister-president zich bij dit debat hebben aangesloten. Ik heb uit dit debat geleerd, mijnheer de minister, dat het feit dat de federale overheid in financiële moeilijkheden zit, niet het gevolg is van deze weliswaar moeilijke bijzondere Financieringswet, maar wel van het slechte begrotingsbeleid van de laatste acht à negen jaar. Daarom vond ik uw tussenkomst ook zeer merkwaardig, mijnheer Sannen. Het feit dat we nu in zo'n moeilijke positie zitten, is het gevolg van een paars beleid waarbij men nooit heeft gespaard en altijd heeft uitgegeven. (Opmerkingen van de heer Ludo Sannen)

Mijnheer Sannen, u bent zelf begonnen over de federale overheid. U hoeft zich daar niet zo kwaad over te maken. Uw partij heeft jaren in de meerderheid gezeten. Ze heeft het tekort niet afgebouwd. U moet maar eens lezen wat een aantal u goed gezinde professoren zeggen over het paarse begrotingsbeleid.

Dáár ligt de oorzaak, niet bij het feit dat de gewesten meer bevoegdheden en meer geld hebben gekregen. (Opmerkingen van de heer Ludo Sannen. Applaus)

Eric Van Rompuy

Het blijft de schuld van paars? Van paars-groen! (Rumoer)

De voorzitter

Het incident is gesloten.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.