U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 11 februari 2009, 14.03u

van Hans Schoofs aan minister Frank Vandenbroucke
187 (2008-2009)
De voorzitter

De heer Schoofs heeft het woord.

Hans Schoofs

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, geachte leden, ik heb in dit halfrond al eerder een uiteenzetting gehouden over de problematiek van de veiligheid op school. Mijnheer de minister, uit uw vorige reacties zijn een aantal zaken gebleken die moesten worden onderzocht. Daarom vraag ik u vandaag om een stand van zaken wat dit betreft.

Ik wil eerst even enkele gegevens op een rijtje zetten. Er is de studie die recent in de krant is verschenen. Uit de studie blijkt dat 33 percent van de jongeren in het secundair onderwijs al fysiek geweld heeft gebruikt, terwijl 50 percent van onze jongeren al eens werd bedreigd op school en 25 percent daadwerkelijk slachtoffer is geweest van lichamelijk geweld.

Geachte leden, zeven scholieren op honderd hebben wapens bij zich op school, om zich te verdedigen tegen geweld. Het is niet de bedoeling hier aan sensatiepolitiek te doen of om de situatie erger te doen lijken dan ze is, maar nog deze week werden nog andere cijfers bekendgemaakt. Zo zijn de misdaadcijfers bij jongeren tussen 14 en 17 jaar met 28 percent gestegen tussen 2003 en 2007. Ook seksueel geweld binnen de schoolmuren neemt toe. Er vindt op Vlaamse scholen één verkrachting per week plaats. Het gaat over 69 verkrachtingen en 122 aanrandingen in 2007.

Dat is een verontrustende evolutie. Nogmaals, we moeten dat in de juiste context plaatsen. Mijnheer de minister, ik heb u daar al eerder vragen over gesteld in de commissie. Ook mevrouw Van Weert heeft dat gedaan, op 3 april van vorig jaar. U zei toen dat u ook de Nederlandse situatie aan het bestuderen was. U weet dat daar een experiment met veiligheidsteams plaatsvindt. In Nederland is er ook geruime tijd al een verplichte registratie van gewelddelicten op school. Er wordt nu opnieuw op gewezen dat dit meer dan ooit een noodzaak is, om een duidelijk zicht te krijgen op die problematiek.

De voorzitter

Minister Vandenbroucke heeft het woord.

Minister Frank Vandenbroucke

Mevrouw de voorzitter, dat is inderdaad een belangrijk probleem, los van de cijfers en de vraag over hoeveel wapens het gaat en hoe vaak het gebeurt.

Elk wapen waarmee een minderjarige rondloopt, is een wapen te veel. Elke geweldpleging door een minderjarige is een geweldpleging te veel. We moeten vanaf nu duidelijk maken dat we bijzonder kordaat willen optreden ten aanzien van scholieren die rondlopen met wapens. Mijnheer Schoofs, daarom heb ik vandaag aan alle directies van alle scholen via SCHOOLdirect laten weten dat de gegevens van de enquête over Deinze waarnaar u verwijst, me tot nadenken stemmen en dat ik veronderstel dat ze ook hen tot nadenken stemmen.

Ik heb verwezen naar Antwerpen als voorbeeld van goede praktijk. Ik doel niet alleen op de burgemeester en de schepen van Onderwijs, maar ook op de politie en het parket. Men heeft daar een beleid uitgewerkt waar andere steden iets van kunnen leren.

Om te beginnen is het een zeer kordaat beleid. Is er een vermoeden van een wapen, dan moet de boekentas open. Zit daar inderdaad een wapen in, dan wordt dat afgenomen en worden politie en ouders op de hoogte gebracht. Dat staat in alle schoolreglementen van heel Antwerpen. Elke Antwerpse school hanteert hetzelfde beleid.

De betrokkenheid van de politie gebeurt op een correcte manier. Voor de scholen is het van groot belang dat ze exact weten hoe de politie optreedt en dat geen enkele school anders wordt behandeld dan de andere. Vroeger bestond er dikwijls angst bij scholen om de politie te bellen. Ze dachten dat een combi voor de deur hun reputatie zou schaden en dat dat elders misschien niet zou gebeuren. Nu zijn er duidelijke afspraken met de politie over hun tussenkomst. Als bijvoorbeeld een klas doorzocht moet worden, kan dat discreet gebeuren.

Daarbij aansluitend is er de registratie. U haalt dat punt aan. Men registreert binnen deze Antwerpse aanpak systematisch de feiten. Bezit van wapens en/of dreigen met wapens wordt geregistreerd via het Centraal Meldpunt. Ik meen overigens dat vorige week - vrijdag geloof ik - de deadline verliep om een aantal gegevens samen te brengen. Ik veronderstel dat die gegevens binnen enige tijd bestudeerd en openbaar gemaakt zullen worden. Dat is in mijn ogen een bijzonder goede actie en aanpak. Ik apprecieer ten zeerste dat alles gebeurt in overleg tussen parket, politie en stadsbestuur, en dat alle scholen dat volgen en via hun reglement laten weten aan de ouders.

Dat gebeurt tegen een achtergrond van vroegere initiatieven. Ik ben de vorige federale minister van Binnenlandse Zaken, de heer Dewael en de federale regering toch wel dankbaar voor de omzendbrief PLP 41 met betrekking tot de samenwerking tussen politie en scholen. Men heeft toen bepaald dat er in elke politiezone een aanspreekpunt kwam voor de scholen. Men stelde jeugdcriminologen ter beschikking bij de lokale politie om specifiek rond geweld op en rond scholen, steaming, pesten, wapenbezit enzovoort te werken. Die omzendbrief was heel belangrijk. Op dit ogenblik leggen mijn administratie Onderwijs en de federale administratie Binnenlandse Zaken de laatste hand aan een tekst voor onze scholen en de politieverantwoordelijken om nog enkele zaken betreffende hun samenwerking binnen de context van omzendbrief PLP 41 te verduidelijken.

Ik vernam gisterenavond op een bijeenkomst dat men erg tevreden is over de verbindingsfunctionarissen die we hebben aangesteld. Het zijn verbindingsfiguren tussen de gesloten gemeenschapsinstellingen - zoals Mol, Ruislede en Beernem - en de scholen. We proberen daarmee een brug te vormen voor zware en moeilijke gevallen. Zo wordt de school goed geïnformeerd over de geschiedenis van de leerling en is de gesloten instelling goed op de hoogte van de schoolloopbaan van de leerling.

Ik heb een goede samenwerking op punt kunnen stellen met de minister van Welzijn, mevrouw Heeren. Ik ben daar zeer tevreden over. We hebben een samenwerking afgesproken tussen scholen en CLB's aan de ene kant en residentiële voorzieningen en Bijzondere Jeugdbijstand aan de andere kant. Dat maakt het mogelijk om problemen samen te bekijken.

Volgende week is de week tegen het pesten. We nemen dan ook een aantal nieuwe initiatieven. Ik doe het in die volgorde, mijnheer Schoofs, omdat ik inderdaad denk dat het harde geweld het topje van een ijsberg is in een harde samenleving. Dat komt terug in de scholen. U hebt een punt als u vraagt of we dat niet nog beter in kaart moeten brengen. Ik zal daarover nadenken. Ik ben bereid het soort onderzoek uit te voeren waar u naar vraagt, waarbij we op een meer gedegen manier meer achtergronden proberen te begrijpen. Ik wil mij engageren om dat te doen.

Hans Schoofs

Mijnheer de minister, ik dank u omdat u voor de eerste keer duidelijk een aanzet geeft om tot beleid over te gaan. Ik weet dat u mijn bekommernis deelt. De tendens is duidelijk, we moeten er niet langer over discussiëren. Ik ben heel blij dat u ook binnen de schoolmuren een vorm van zerotolerancebeleid ten aanzien van wapens zult invoeren. Het moet duidelijk zijn dat wapens absoluut niet binnen de schoolmuren horen.

Ik blijf een beetje zitten met mijn vraag over het seksuele geweld. Het is duidelijk dat het ook op dat vlak de foute richting uitgaat. Seksueel geweld is onaanvaardbaar, ook daarover moet duidelijkheid komen binnen de scholen. Blijkbaar ontsnapt dit geweld aan de aandacht van de ouders. Ik weet niet hoe dit toenemende probleem opgelost wordt in de scholen.

Ik juich alleszins toe dat u ter zake tot actie overgaat. Ik kijk ook uit naar uw bezoek aan Nederland - of heeft dit ondertussen al plaatsgevonden?

De voorzitter

De heer Dewinter heeft het woord.

Ik noteer dat de minister graag en dikwijls zijn partijgenoten in Antwerpen feliciteert met het gevoerde beleid. Mag ik er toch op wijzen dat de eenduidige beleidsrichtlijnen er alleen maar zijn gekomen na een belangrijk steekincident in een school op het Kiel, waarbij net geen dode te betreuren viel. Het betreft bovendien alleen maar een eenduidig beleid inzake aangifte en sanctie, in de risicoscholen wordt er op geen enkel moment proactief opgetreden, er is geen sprake van actieve opsporing of van het doorzoeken van boekentassen, er zijn geen metaaldetectoren en zo meer. Nog steeds steekt men de kop in het zand.

In Antwerpen is er dan al een minimum aan eenduidigheid van beleid op het vlak van aangifte en sanctie, maar op het Vlaamse niveau ontbreekt die eenduidigheid nog helemaal, daar blijft men de kop in het zand steken.

De voorzitter

Mevrouw Poleyn heeft het woord.

Sabine Poleyn

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, vooreerst vind ik het heel interessant dat u de voorbeelden aanhaalt uit Antwerpen, want ze zijn inderdaad op jongeren gericht. Ook de link met de bijzondere jeugdzorg is interessant, men richt zich tot een specifieke groep jongeren, jongeren met eventuele wapendracht of die probleemgedrag stellen.

Maar eigenlijk moeten we meer doen dan dat. Het probleem is cultureel, het is een breder, maatschappelijk probleem van het aanvaarden van geweld en van het gebruik van geweld. Het is spijtig genoeg een probleem dat we de voorbije jaren hier in het Vlaams Parlement meerdere keren hebben moeten behandelen. We hebben moeten zoeken naar antwoorden.

Ik stel vast dat er geen pasklaar antwoord is bij het werken aan een meer vredevolle cultuur, ook op school, met minder conflicten en minder geweld, ook seksueel geweld. We hebben natuurlijk de vredeseducatie, en die is heel belangrijk, onze vakoverschrijdende eindtermen 'burgerzin' en de acties tegen pesten, maar blijkbaar hebben ze geen grote impact. Misschien moeten in de volgende regering de ministers van Jeugd, van Welzijn en van Onderwijs eens samen zitten om een gedeeld geïntegreerd plan te ontwikkelen tegen geweld op school bij, door en tegen jongeren, zodat er in de toekomst iets kan veranderen.

De voorzitter

Mevrouw Van Weert heeft het woord.

Els Van Weert

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, eerst en vooral wil ik mijn dankbaarheid uitdrukken voor het feit dat u heel ferm en heel krachtdadig stelt dat er een nultolerantie moet zijn ten aanzien van wapens, wapengekletter en geweld op school. Dat is een goed uitgangspunt.

U verwijst ook terecht naar het goede voorbeeld van Antwerpen. Ik heb dat een aantal maanden geleden in de commissie ook aangehaald. Antwerpen is weliswaar een grote stad, maar dat is niet het enige wat telt in Vlaanderen. Ook u hebt waarschijnlijk de cijfers uit de eindverhandeling voor Deinze gezien: ook in een stad als Deinze trekken behoorlijk wat jongeren gewapend naar school.

Terecht werd er door een aantal collega's al gewezen op de gecoördineerde aanpak. Die is er in Antwerpen en zou er ook in Vlaanderen moeten komen. Ik heb hier een voorbeeld bij uit Nederland. Daar wordt een volledige checklist, een handleiding als het ware, aan de scholen aangereikt, waarin staat op welke manier men zou kunnen werken, zowel op het vlak van preventie als op het vlak van controle, en op welke manier men een samenwerking met alle betrokken diensten op poten zou kunnen zetten.

Wat in Antwerpen al grotendeels in de praktijk gebeurt, zou dus ook op de andere terreinen moeten gebeuren. Ik begrijp uit uw antwoord dat u daarnaar streeft. Ik kijk ook uit naar de concrete zaken die u gaat aanreiken en naar de verbanden die u gaat leggen tussen het Vlaamse en het federale niveau voor de aanpak op het terrein. Want met woorden alleen zullen we er jammer genoeg niet komen. Sterke actie zal noodzakelijk zijn.

Minister Frank Vandenbroucke

Mijnheer Dewinter, beleid is altijd een reactie op gebeurtenissen. Ik heb al verwezen naar Patrick Dewael, die echt baanbrekend werk heeft geleverd met de omzendbrief PLP 41. We weten allemaal dat dat mede een resultaat was van het grote drama met Joe Van Holsbeeck. Door dat drama is iedereen rond de tafel gaan zitten. Dat weten we. Ik zou het wel heel erg vinden indien we op de volgende regering zouden moeten wachten voor die aanpak.

Mevrouw Van Weert, ik heb vandaag via SCHOOLdirect aan alle schooldirecties in Vlaanderen de volledige informatie bezorgd met een positieve aanbeveling rond de Antwerpse aanpak. Bovendien heb ik, eveneens via Schooldirect, aan alle schooldirecties alle elementen aangereikt om de samenwerking tussen de instellingen voor Bijzondere Jeugdzorg en de CLB's en de scholen te organiseren. We zijn daar dus wel degelijk mee bezig.

Als minister van Welzijn Heeren en ikzelf in de pers komen met een breed verhaal over samenwerking tussen Welzijn en Onderwijs, dan zijn dat geen praatjes. We zijn dat wel degelijk aan het organiseren in de praktijk.

Ik volg de mensen die zeggen dat hard geweld het topje van de ijsberg is en dat daaronder een koude samenleving zit, koude situaties van onverschilligheid en gebrek aan respect. Ik denk dat we ook daar ons best doen - ik spreek niet voor mezelf, maar voor een brede groep van mensen en vrijwilligersorganisaties - met een brede aanpak tegen pesten op school. Maar dat is dan een thema voor volgende week, want dan is er de campagneweek tegen pesten op school. Ik ben gelukkig niet de enige minister die daarmee bezig is. We moeten dat inderdaad in een brede visie aanpakken, onder meer samen met Welzijn.

Kan het beter? Zeer zeker. Maar ik vind het een beetje ondankbaar ten aanzien van de verantwoordelijken in de politiezones. Ik ben persoonlijk met hen gaan praten om te zien hoe het werkt. Het is ook ondankbaar ten aanzien van de verantwoordelijken in de Bijzondere Jeugdzorg en in scholen om hier de indruk te geven dat het allemaal nog moet gebeuren en dat we alleen nog maar aan het praten zijn. Dat is niet zo.

Mijnheer Schoofs, ik wil het onderzoek dat u vraagt, in onze onderzoekskalender steken. Ik ben zelf nog niet in Nederland geweest in verband met deze materie, maar mijn medewerkers hebben mij een zeer gedetailleerd verslag gegeven van het contact met Nederland. De registratieproblematiek zit daardoor ook meer in onze agenda.

Hans Schoofs

Mijnheer de minister, ik ben verheugd dat er effectief een actieplan op gang komt. Ik heb het nog eens nagekeken: het was op 20 februari vorig jaar dat we hier de kat de bel hebben aangebonden.

Het gaat inderdaad om een gedragswijziging die we via de school moeten lanceren naar de maatschappij. Een respectvolle maatschappij start immers op school. Zoals deze week is gebleken, is het echter ook een probleem dat zich in de schoolomgeving voordoet. Het zal wellicht moeilijker zijn om ook daar het gedrag van jongeren bij te schaven.

De voorzitter

Het incident is gesloten.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.