U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 10 december 2008, 14.09u

Actualiteitsdebat over de crisis in de mediasector en het antwoord van de Vlaamse Regering hierop
De voorzitter

Dames en heren, het debat is geopend.

De heer Stassen heeft het woord.

Jos Stassen

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister-president, collega's, besparingen, saneringen en ontslagen in de mediasector zijn niet nieuw. Het feit dat dit nu massaal gebeurt, is wel opvallend.

Vorig jaar waren er al een aantal maatregelen bij de Vlaamse Mediamaatschappij, waren er ontslagen bij SBS, de inrichters van VT4 en VIJFtv. De VRT heeft laten weten dat 150 mensen niet zouden worden vervangen. Bij Corelio worden 60 mensen ontslagen. De Persgroep ontslaat 26 mensen bij de redactie van De Morgen. Verder zijn er ook geruchten over maatregelen bij Roularta en de VMMa.

Bij de bespreking van de beleidsbrief Media waren er nog geen beslissingen genomen. We vroegen de minister-president wel iets te ondernemen omdat een aantal zaken op ons afkwamen. Ik ben blij dat er intussen een en ander is gebeurd. Het lijkt me echter nuttig dat een aantal zaken op een rij worden gezet. De eerste vraag is of de Vlaamse Regering de mediasector moet ondersteunen. Die vraag moet worden beantwoord. Niet alleen de mediasector is immers in crisis, maar ook andere sectoren. Waarom zou de Vlaamse Regering bij uitstek die sector moeten ondersteunen? Op die vraag kan een drieledig antwoord worden gegeven.

Vlaanderen heeft een sterk medialandschap. We hebben een sterke openbare omroep en sterke commerciële omroepen, die met elkaar de concurrentie aangaan op basis van kwaliteit, nieuws en Vlaamse producties. Er is ook een divers landschap van weekbladen en kranten, met kwaliteitskranten, kwaliteitsweekbladen en populaire kranten en weekbladen. Het is ook een sector die, om terug te grijpen naar de terminologie van de heer Van den Brande, Vlaams verankerd is, op Sanoma en SBS na. Het zijn, bij wijze van spreken, allemaal Vlaamse krantenboeren die al generaties lang bezig zijn in hun bedrijf. De situatie is niet te vergelijken met, pakweg, Franstalig België, met de dominante positie van RTL of, in andere landen, waar de Murdoch's en Berlusconi's van deze wereld de commerciële sector sterk bepalen. In Vlaanderen is dat niet het geval. Dat is één reden waarom het belangrijk is dat die sector wordt ondersteund.

Het is een sterk, maar ook een precair landschap. Het evenwicht is labiel. De concentratie van de media in Vlaanderen nadert haar grens. Alle kranten die vroeger in moeilijkheden zijn geraakt, zijn allemaal verdwenen of hebben onderdak gekregen bij de grote spelers: Gazet van Antwerpen bij Concentra, Het Volk is opgegaan in Corelio, De Tijd bij de Persgroep. Als de concentratie nog sterker wordt, dan zitten we in Vlaanderen met een probleem.

De pluriformiteit in het landschap is er wel. Er mag echter niet veel gebeuren vooraleer ze wordt aangetast. Zo is de positie van De Morgen belangrijk om die pluriformiteit te benadrukken. Ook daarom moet de Vlaamse overheid de media in Vlaanderen ondersteunen.

De belangrijkste reden waarom dat moet gebeuren, is echter dat de media en de pers niet alleen economisch bedrijvig zijn. Ze zijn echter in eerste instantie vanuit cultureel en democratisch oogpunt belangrijk. De media bepalen voor een deel de kleur van de gemeenschap. Dat gebeurt via de televisie, de radio, het internet, de kranten, de weekbladen. Ze bepalen ook mee het democratische gehalte van een gemeenschap. Als onafhankelijke vierde macht moeten ze hun rol kunnen spelen.

Om deze drie redenen is het belangrijk dat we positief antwoorden op de vraag of de Vlaamse overheid deze sector moet ondersteunen.

En welke steun moeten we dan geven? Er bestaat al een en ander. Zo is er de algemene steun aan bedrijven. Ik denk aan het Eco Print Center van de Persgroep in Lokeren, dat terecht heel wat ecologiesteun heeft gekregen omdat het om een vooruitstrevend industrieel project gaat. Daarnaast is er ook steun aan de mediasector voor vernieuwende ICT-projecten, de Krant in de Klas, de advertentieruimte die de Vlaamse overheid koopt voor het verspreiden van mededelingen en de steun aan de onderzoeksjournalistiek via het Fonds Pascal Decroos. De vraag is of dat voldoende is, of ze verder moet worden uitgebouwd en, zo ja, onder welke voorwaarden. Ik hoop dat niemand vandaag zal pleiten voor een structurele ondersteuning van de media in Vlaanderen zonder voorwaarden.

In welke mate we zicht moeten krijgen op de cijfers van de mediagroepen is een andere vraag. Een aantal zaken die nu gebeuren, maken dat we enkele bedenkingen hebben. De afbouw van bepaalde redacties bij de Persgroep en Corelio staan toch wel in tegenstelling met de resultaten van de getroffen kranten. De oplagen zijn sterk gestegen, zeker bij De Morgen. Toch wordt daar ingegrepen. Ik weet ook wel dat de oplage maar een deel van de inkomsten uitmaakt. Het blijft echter moeilijk te begrijpen dat dergelijke zaken gebeuren. Daarover moet toch de nodige uitleg gegeven worden.

Er is inderdaad een probleem met de inkomsten via advertenties. Iedereen die daarmee bezig is, weet dat ook en kan dat volgen. Specialisten zeggen echter dat dat niet zal leiden tot moeilijkheden op termijn. De kranten hebben nogal snel advertentieruimte ter beschikking. Daarin zal men blijven investeren.

De ondersteuning van de perssector in Vlaanderen moet aan bepaalde voorwaarden worden gekoppeld.

Het moet in de eerste plaats om een versterking van de diversiteit en de pluriformiteit van het medialandschap gaan. Dit betekent op zijn minst dat we het bestaande moeten behouden. Indien iets zou verdwijnen of in een ander orgaan zou opgaan, zouden we met pluriformiteitsproblemen worden geconfronteerd. Het moet om een versterking van het medialandschap en om het behoud van de pluriformiteit gaan.

Verder moeten we ook de bestaande kwaliteit behouden. We moeten een aantal garanties in verband met de kwaliteit durven eisen.

We moeten tevens de redactionele onafhankelijkheid verzekeren. Momenteel worden binnen alle mediagroepen redacties geconcentreerd. De VRT, die de redacties van radio-, televisie- en internetredacties heeft samengezet, heeft dit eigenlijk als eerste gedaan. We moeten in die geconcentreerde redacties evenwel ook in een grote redactionele onafhankelijkheid voorzien.

We moeten in een minimale bezetting van de redacties voorzien. Zonder die bezetting is het onmogelijk de kwaliteit en de onafhankelijkheid te bewaren. Dit is een terechte vraag.

Tot slot moet voldoende aandacht gaan naar de mensen die het moeilijk hebben. Ik denk hierbij in eerste instantie aan de fotografen, die terecht aan de alarmbel hebben getrokken. Uit een vergelijking met de vroegere en de huidige tarieven blijkt duidelijk dat we hier met een probleem zitten. De freelancers kampen met soortgelijke problemen.

Ik vind het belangrijk dat de minister-president reeds een aantal betrokkenen heeft uitgenodigd. Ik vergelijk dit graag met de automobielsector. Er moet een rondetafel komen. De heer Goossens heeft het in dit verband over een staten-generaal. Alle betrokken actoren uit de mediasector moeten hieraan deelnemen. Ik denk hierbij vooral aan de mediabazen, aan de werknemers en aan de belangenorganisaties van journalisten.

We moeten de voorwaardelijkheid van de steun zo snel mogelijk en zo duidelijk mogelijk bepalen. Steun is belangrijk. De aan deze steun verbonden voorwaarden moeten voor iedereen duidelijk zijn.

Ik wil nog even twee voorbeelden van concrete voorstellen overlopen. Het eerste voorbeeld betreft het aankoopbeleid en het tweede voorbeeld betreft de advertentieruimte.

Het aankoopbeleid ten aanzien van kranten omvat momenteel vooral kranten voor klassen. We kunnen dit verder uitbreiden naar andere actoren binnen het onderwijs, zoals het hoger onderwijs. De kranten bieden studenten van het hoger onderwijs nu al verlaagde abonnementstarieven aan. De Vlaamse overheid kan dit mee financieren. We kunnen de kranten ook ter beschikking stellen van andere actoren. Ik denk hierbij onder meer aan bibliotheken en aan de organisaties in de inburgeringssector. Op die manier verlenen we door middel van de aankoop van een gedeelte van de oplagen rechtstreeks steun.

De Vlaamse overheid kan tevens advertentieruimte aankopen en ter beschikking van bepaalde organisaties stellen. Het zou dan om ngo's en om organisaties uit de culturele sector kunnen gaan. Ik pleit er niet voor die ruimte voor regeringsmededelingen te gebruiken. We kunnen een bepaald stramien creëren. De betrokken sectoren zouden dit stramien kunnen gebruiken om te communiceren. Nu verloopt die communicatie met behulp van zelf aangekochte ruimte in kranten en in weekbladen.

Ik rond af met de vaststelling dat al een eerste aanzet is gegeven. De rondetafel of staten-generaal van de mediasector moet ons in staat stellen structureel in te grijpen. De structurele steun moet in elk geval door een bepaling van de voorwaardelijkheid worden onderbouwd.

Deze maatregelen mogen de Vlaamse overheid wat geld kosten. Gezien het belang van de mediasector voor de democratie in Vlaanderen is deze steun in elk geval belangrijk. (Applaus bij Groen! en bij sp.a + VlaamsProgressieven)

De voorzitter

De heer Decaluwe heeft het woord.

Carl Decaluwe

Mevrouw de voorzitter, we hebben hier de afgelopen jaren meermaals over de pluriformiteit van het medialandschap gedebatteerd. Tijdens een van de recentste debatten is de overname van De Tijd door De Persgroep ter sprake gekomen. We hebben ons toen afgevraagd wie de volgende zou zijn. Indien er nog iemand zou volgen, zou de mediaconcentratie problematisch worden.

Gelukkig hebben we de mediasector tijdens die voorgaande debatten nooit als een economische sector in crisis moeten beschouwen. Nu blijkt echter dat ook deze sector in de klappen deelt.

In de eerste plaats is er een terugval van de reclame-inkomsten. Het is mogelijk dat er meer aan de hand is. We stellen immers vast dat alle mediabedrijven hun strategieën bijstellen. We stellen tevens vast dat er overal ontslagen vallen.

We hebben enkele weken geleden tijdens de bespreking van de beleidsbrief Media onder impuls van de heer Vandenbossche al gedebatteerd over de dreigende economische problemen in de mediasector. Mijnheer de minister-president, toen verwees u in uw antwoord al naar het feit dat er initiatieven werden genomen om de kwalitatieve journalistiek te ondersteunen. U hebt ondertussen de uitgevers, de journalisten en de vakbond ontmoet. Ik veronderstel dat we straks iets zullen vernemen over mogelijke concrete suggesties of resultaten.

De heer Stassen had het over de omvang van de crisis en de gevolgen voor de tewerkstelling. Wij moeten zeer alert zijn. Het ene mediabedrijf is het andere niet. Bijvoorbeeld Roularta is nogal sterk in de prints, Sanoma maakt tijdschriften, De Persgroep kranten… Je zit hier met een diversiteit, zoals in de textielsector. Ook hier moeten we dat onderscheid maken.

Ik heb enkele jaarverslagen bekeken. Wat is de financiële situatie van die mediagroepen? Ik weet: de jaarverslagen zijn van 2007 en er is ondertussen veel gebeurd. Maar het is toch een indicatie. Corelio had in 2007 een nettowinst van 6,4 miljoen euro, Roularta 15,9 miljoen euro, De Persgroep 34 miljoen euro. Van Sanoma, een internationaal bedrijf, heb ik geen Belgische cijfers gevonden. Van Concentra had ik het jaarverslag niet. Ik veronderstel dat ook daar grote winsten werden geboekt.

We lezen ook dat een mediabedrijf als De Persgroep een kwart van de redactie van De Morgen ontslaat en tezelfdertijd onderhandelt over de overname van een Nederlandse krant. Dat kan haaks op elkaar staan. Ik zeg wel: 'kan'.

Het is voor mij en voor mijn fractie niet duidelijk waarom vooral de krantenredacties het eerst in de klappen delen. Uit een interview met een vertegenwoordiger van de Belgische adverteerders, Chris Van Roey, onthoud ik dat de terugval in de reclameadvertenties, waarnaar de heer Stassen al verwees, veel sterker wordt gevoeld in de beeldmedia en de magazines, en veel minder in de kranten en op de internetsites. Dit is een nuchtere vaststelling.

Waarom vragen de directies van de mediabedrijven geen steun aan de Vlaamse overheid? Op een bepaald ogenblik was het een hype: men moest samenkomen. Minister-president Peeters heeft het initiatief genomen. Maar ik denk toch dat heel wat collega's verrast waren dat de uitgevers niets vroegen. Zij vragen geen steun zoals, bijvoorbeeld, de automobielsector. Spelen ze blufpoker als ze daar samen zitten bij de minister-president, of hebben ze echt geen steun nodig?

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron

Suggereert u met het noemen van de winsten van De Persgroep en andere bedrijven dat de uitgevers gebruik maken van de sfeer van economische recessie om een deel van hun journalistieke korps te ontslaan, om daarop te saneren? Ze maken winst, en ze komen ook geen steun vragen aan de Vlaamse Regering. What's going on?

Carl Decaluwe

Mijnheer Caron, ik suggereer niets. Ik ben bezig met mijn analyse. Straks zullen we een aantal concrete voorstellen horen. Ik suggereer niets, ik stel gewoon vast.

Collega's, ik vond het ook tekenend dat de hoofdredacteurs-marketeers in Terzake de besparingsoperaties van hun directies kwamen verdedigen. Waar is de tijd dat hoofdredacteurs het verzet aanvoerden als er op hun redacties ontslagen vielen? Misschien kunt u, mijnheer de minister-president, in uw antwoord iets meer vertellen over de zorgen van die mediadirecties aangezien u deze week hierover een gesprek had?

Mijnheer de minister-president, wij zijn tevreden dat u ook geluisterd hebt naar het standpunt van de vakbonden en van de Vlaamse Vereniging van Journalisten. In tegenstelling tot de uitgevers dringen zij wel aan op steunmaatregelen. Dat las ik toch in de krant.

Vooraleer we hier dieper op ingaan, wil ik stilstaan bij de huidige steunmaatregelen. De Vlaamse overheid subsidieert de pers vooral onrechtstreeks via overheidsadvertenties. In een periode van verminderde commerciële inkomsten is dat een zeer aangename steun.

De vraag is of de minister eventueel inhoudelijke voorwaarden voor het plaatsen van dergelijke advertenties kan opleggen. Bijvoorbeeld, enkel adverteren in kranten met een statuut dat de onafhankelijkheid van de redactie waarborgt, waar de directie zich houdt aan de collectieve overeenkomsten voor redacteurs en freelancers en die respect hebben voor beroepsjournalisten, beroepsfotografen en freelancers of waar het redactiestatuut ook van toepassing is op de hoofdredactie.

Ook het succesvolle project Krant in de Klas moet zeker behouden blijven. Ik steun ook het voorstel van de heer Stassen. Waarom kan dit project niet uitgebreid worden tot nieuwe doelgroepen? Men heeft al verwezen naar de bibliotheken, maar waarom kan het niet uitgebreid worden tot kansarmen, tot mensen die de middelen niet hebben om kranten te kopen of tot een buurtnetwerk. Het is gewoon een open vraag.

De voorzitter

De heer Vandenbossche heeft het woord.

Dany Vandenbossche

Een aantal jaren geleden heeft dit parlement een resolutie aangenomen over het statuut van de freelancer - naar aanleiding van discussies in dit parlement - waarbij bij de subsidiërende overheid aangedrongen wordt om geen subsidies meer te verlenen aan eender welk bedrijf dat het statuut van een freelancer niet eerbiedigt.

Carl Decaluwe

Dat klopt. Maar de vraag is of het ook wordt toegepast, want dat is nog iets anders.

Mijnheer de minister-president, in de toelichting bij de begroting voor Media 2009 kan men lezen dat er inderdaad in 1 miljoen euro is voorzien voor steun aan de geschreven pers. Dat is een uitloper van het eerste protocol dat in 1998 vanuit een bezorgdheid voor pluriformiteit naar voren werd gebracht. Intussen is dat protocol eind 2007 opgeheven en vervangen door een nieuw protocol, met ingang van het werkjaar 2008, dat op een andere manier de nodige steun geeft aan de geschreven pers.

Ik heb proberen op te zoeken naar waar de middelen gegaan zijn. Noch op de website van de administratie, noch in begrotingsdocumenten, heb ik enig overzicht gevonden van wat er in 2008 met die middelen is gebeurd. Kunt u hierover enige toelichting geven?

Ik steun volledig de vraag van de Vlaamse Vereniging van Journalisten (VVJ). De VVJ vraagt om bij de voortzetting van dit steunbeleid aan de Vlaamse pers, effectief rekening te houden met de nood aan degelijk bezette redacties en behoorlijke werkvoorwaarden voor alle journalisten, inclusief freelancers en persfotografen. Als CD&V-fractie steunen wij deze vraag volmondig.

Sommige oudgedienden weten dat in het begin de meeste kranten hier aanwezig waren bij alle debatten. Vandaag zien we voor de meeste debatten geen enkele journalist. Ik neem hen dat ook niet kwalijk, omdat er een probleem van bezetting is op de redactie. Men kan ook niet aan de journalist vragen om 's morgens een verslag te maken van een ingewikkeld technisch onderwijsdebat, 's middags van het Mestactieplan en in de namiddag alle tussenkomsten van de heer Peumans over de BAM te aanhoren. Men kan niet in alles gespecialiseerd zijn. Wij pleiten dus voor mensen die het algemeen beeld zien, maar ook voor specialisten op elke redactie.

Wij hebben wel vragen bij de efficiëntie van de steun zoals hij momenteel wordt gegeven aan de geschreven pers. Ik wil dan ook een aantal kleine suggesties doen. We moeten de nadruk leggen op kwalitatieve projecten die ook effectief controleerbaar zijn. Ik hoor dat de vorming van journalisten niet perfect verloopt. Ook in Wallonië geeft men 6,7 miljoen euro steun aan de Waalse pers, waar duidelijke voorwaarden aan verbonden zijn.

We praten hier natuurlijk over private bedrijven. Criticasters kunnen stellen dat steun een aantasting zou kunnen zijn van de persvrijheid.

Ik vind dat persoonlijk een non-argument. Want dan moeten we alle steun aan alle media stoppen. De openbare omroep, collega's, leeft hoofdzakelijk van subsidies. Dat is toch niet de minst vrije nieuwszender in Vlaanderen. Die doet zijn job correct, wat bewijst dat het correct loopt.

Ik wil wel verwijzen naar een recente toespraak van Tony Blair. Hij zegt: "Ik ben ervan overtuigd dat de relatie tussen het publieke leven en de media zo zwaar beschadigd is dat ze hersteld moet worden. De huidige kredietcrisis zou een aanleiding kunnen zijn om een dubbel herstelplan voor de media te ontwerpen. Een financieel en, vooruit dan maar, een moreel. De persvrijheid hoort per definitie ten dienste te staan van de democratie en in het huidige bestel staat de persvrijheid al te vaak ten dienste van aandeelhouders van mediagroepen."

Ik denk dat daar voor een deel waarheid in zit. Vandaar, mijnheer Caron, dat ik een aantal cijfers heb geciteerd. Het kwalitatieve en inhoudelijke wordt blijkbaar onder druk gezet.

De belangrijkste vraag in dit debat is: op welke manier kunnen we vanuit de Vlaamse overheid een ondersteuningsbeleid blijven voeren en tezelfdertijd tegemoetkomen aan de verzuchtingen van de journalisten, binnen de beleidsruimte die ook de Europese Commissie toelaat inzake overheidssteun, want dat is ook niet evident. Zal Europa zijn beleid aanpassen in het kader van deze economische crisis?

Ik verwijs ook naar het gelijkaardige debat in Nederland, waar men heeft gesuggereerd om een soort investeringsfonds en innovatie in de journalistieke infrastructuur naar voren te schuiven. Journalisten hebben het misschien ook vaak moeilijk om mee te zijn met de nieuwe mediaontwikkelingen. Kan daarvoor geen steun worden gezocht?

Mijnheer de minister-president, de vraag geldt ook voor de federale regering. Dat kan misschien een deel van de oplossing zijn. Men zou het beroep van journalist kunnen erkennen als een creatief beroep, in vergelijking met de toepassing van het kunstenaarsstatuut, waarvoor er een loonlastenverlaging is. Dat kan misschien ook een steun zijn. Ook voor de sociale bescherming van freelancers kunnen we daar misschien iets uithalen. Bent u bereid dat in overleg met uw federale collega naar voren te brengen?

Mijnheer de minister-president, we zijn tevreden dat Flanders Media, een soort permanente overlegstructuur, werd opgericht, waar mediadirecties, journalisten en de overheid samen kijken hoe het evolueert. Er zal daar ook gesproken worden over de nieuwe media en de relatie met de openbare omroep. Ik wijs in dat kader op een spanningsveld inzake de websites. De websites van de private kranten zijn in feite concurrenten van de website van de VRT, die met overheidsgeld wordt gesubsidieerd. We moeten kijken hoe we daar in de toekomst mee omgaan.

Mijnheer de minister-president, ik denk dat het belangrijk is om in het kader van Flanders Media echt een oproep te doen aan alle redacties van alle kranten om op een creatieve manier voorstellen te doen, in debat te gaan met de uitgevers en de overheid, om in het belang van de pluriformiteit en de kwaliteit van de media het goede medialandschap dat we vandaag hebben, te behouden en in de toekomst te versterken. (Applaus bij de meerderheid en Groen!)

De voorzitter

De heer Verstrepen heeft het woord.

Jurgen Verstrepen

Mijnheer Decaluwe, als ik uw betoog over Flanders Media goed hoor, wil ik, voor de duidelijkheid, weten of u nu eigenlijk oproept dat journalisten initiatieven nemen en moeten praten over de commercialiteit en de financiering van de mediagroepen? Of zie ik dat verkeerd? Kunt u dat even toelichten? Ik vind het toch een zeer vreemde redenering dat journalisten moeten gaan praten over hoe de sector uit de financiële crisis zou geraken.

Carl Decaluwe

U hebt me niet goed begrepen. Als we praten over Flanders Media is het vanzelfsprekend dat de journalisten en de redacties vertegenwoordigd zijn en samen creatieve voorstellen uitwerken inzake kwaliteit, journalistiek, vorming enzovoort. Ik zeg niet op welke manier men de financiële balansen moet analyseren en versterken. Daar gaat het niet over. Als we vanuit de overheid op een of andere manier steun geven, moeten er waarborgen en garanties zijn dat die ten goede komt van de kwaliteit van de journalistiek en een rem zet op het verder uithollen van de redacties, in het belang van de democratie.

Jurgen Verstrepen

Zegt u nu dat de kwaliteit er niet is en dat daar werk van moet worden gemaakt?

Carl Decaluwe

Als men dit doorvoert en diezelfde tendens laat verder gaan, dan zal de kwaliteit hoe dan ook onder druk komen. Nu is de werkdruk van de journalisten op een aantal vlakken zeer groot. Als men nog meer redacties gaat halveren en die moeten hetzelfde publiceren, zal dat ten koste gaan van de kwaliteit. Dat moet men proberen te voorkomen.

Jurgen Verstrepen

De kwaliteit van de redacties is dus gedaald in de afgelopen tien jaar, terwijl ze meer hebben geproduceerd, meer pagina's hebben gemaakt, meer nieuws hebben gegeven en er meer redactionele inhoud was met minder mensen? U zegt dat de kwaliteit is gedaald. Ik volg even de redenering.

Carl Decaluwe

Als men redacties blijft halveren, dan is er een probleem in de toekomst. De vraag is natuurlijk: wat is het verschil in kwaliteit tussen nu en tien jaar geleden? Ik stel vast dat De Standaard van tien jaar geleden niet meer De Standaard van vandaag is. Men kan zo een aantal andere vragen stellen. Mijn grote bekommernis voor de toekomst is vooral dat wanneer men de redacties blijft halveren, we naar mogelijke problemen gaan met inhoud en kwaliteit.

De voorzitter

De heer Marginet heeft het woord.

Werner Marginet

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister-president, collega's, ik denk dat niemand hier zal ontkennen dat er zich een probleem voordoet in de mediasector. Alleen vraag ik me een beetje af in hoeverre dit onderwerp diende verheven te worden tot een heus actualiteitsdebat. De mediasector heeft inderdaad te kampen met dalende inkomsten en verwachtingen door ondermeer een krimpende advertentiemarkt. Maar is de mediasector de enige sector in Vlaanderen die het heden ten dage moeilijk heeft? Ik denk dat als we in deze moeilijke economische tijden elke woensdag in een actualiteitsdebat telkens een sector die het moeilijk heeft aan bod zouden laten komen, de tijd die ons deze legislatuur nog rest, te kort zal zijn.

Is het mijn bedoeling om het probleem te minimaliseren?

Dany Vandenbossche

Ik zal geen debat beginnen over welk thema een actualiteitsdebat rechtvaardigt. Mijn vraag is: zegt u dat nu uit frustratie of meent u dat nu echt?

Carl Decaluwe

Ik luister naar wat de heer Marginet zegt. Het is of we enkel over de mediasector praten. We hebben al debatten gehouden over de automobielsector, de telecom, textiel, metaal, informatietechnologieën. Alle sectoren die een debat willen of die een aanvraag doen voor begeleiding, steun of gesprek, kunnen we toch niet weigeren? We kunnen er toch niet naast kijken dat er procentueel bekeken een belangrijk aantal mensen op straat wordt gezet?

Werner Marginet

Het zou handig zijn indien men mij liet uitspreken, dan zou men de rest van mijn tekst ook meekrijgen en weten dat ik ook dit zou zeggen.

Willen we het minimaliseren? Helemaal niet. We worden inderdaad geconfronteerd met jobverlies in de sector. En dat is erg. Wat zeg ik? Voor de betrokkenen is dat rampzalig, is dat ronduit een drama. Maar we mogen niet aan het feit voorbijgaan dat deze individuele drama's in deze barre tijden niet de enige zijn. Wanneer krijgen we hier - ik zeg maar wat - het Sony-debat? Daar staan wereldwijd 20.000 jobs op de tocht, waaronder een goede 150 in Vlaanderen.

Collega's, ik ken de argumentatie van sommigen. Probeer me niet te onderbreken want ik zal onmiddellijk zelf het antwoord geven op de vragen die u eventueel zou stellen, namelijk dat de mediasector anders is dan alle andere. De media maken als zogenaamde vierde macht deel uit van onze democratie. Zij moeten objectief kritisch onze beslissingen communiceren. Wel, in het belang van het debat wil ik anders wel even meegaan in dit argument, maar is subsidie vanwege de overheid dan niet uit den boze? Komt de onafhankelijkheid van de media dan niet op de tocht te staan? Is dat geen verwijt dat vaak wordt gemaakt als we kijken naar sommige andere landen?

Komt daar nog bij dat de uitgevers van verschillende kranten en bladen die afgelopen maandag een gesprek hebben gehad met de Vlaamse minister voor Media, minister-president Peeters, zelf geen vragende partij zijn voor overheidssteun.

Ik ben het ermee eens dat de Vlaamse overheid een kader moet scheppen waarin de media hun ding kunnen doen. Ik heb er dan ook geen enkel probleem mee dat er zoiets is als een 'Flanders Media' of dat er, zoals vandaag in de krant stond, een staten-generaal voor de media zou worden opgericht. Wie kan er immers tegen een overlegplatform zijn, waarin bekeken wordt wat de toekomst is van een steeds sneller veranderend medialandschap en wat ter zake de rol van de overheid moet zijn? Waarom ook niet? Ik deel ter zake echter het standpunt van de minister-president: de herstructureringen zijn de zaak van twee privébedrijven en daar heeft de overheid zich niet mee te bemoeien. Ik wil sommige leden eraan herinneren dat ze met betrekking tot de gebeurtenissen aan de Reyerslaan, een bedrijf dat eigendom is van de belastingbetaler, een bedrijf waarvan de Vlaamse overheid de eigenaar is, steevast zeggen dat dergelijke zaken de taak van het management zijn. De politiek mag zich daar niet mee bemoeien, zeggen ze. Waarom dan wel bij herstructureringen in privébedrijven?

Dany Vandenbossche

Mijnheer Marginet, ik wil het debat over de VRT niet openen, maar ik denk dat u de bal volledig misslaat. De discussie over wat de VRT is, is een totaal andere discussie dan die over wat de privéondernemingen in de media zijn. Of beweert u nu dat, omdat de VRT gesubsidieerd is, elke vrijheid in die omroep weg is? Of is dat de bedoeling?

Werner Marginet

Hebt u me dat horen zeggen? Ik veronderstel van niet. Dat is een retorische vraag.

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Mijnheer Marginet, u hebt in ieder geval wel gesteld dat overheidssteun objectiviteit en onafhankelijkheid in het gedrang kan brengen. De overheidsomroep werkt vrijwel volledig met overheidsgeld. Betekent dit dat daar geen enkele objectiviteit is? (Opmerkingen bij het Vlaams Belang/Rumoer)

Werner Marginet

Dat hebben we, als Vlaams Blok destijds en als Vlaams Belang nu, ervaren. Dat ondergaan we vandaag nog steeds. Daar hebt u groot gelijk in.

Mevrouw de voorzitter, ik dacht dat ik het woord had. Er is sprake van een dubbel debat. Het gaat niet alleen over de banen ter zake. Dat is natuurlijk belangrijk. Maar het lijkt me ook belangrijk dat we ons anno 2008 eens goed bezinnen over de rol van de media en welke toekomstkansen die media hebben, ook omdat ze sterk evolueren. Dat zal straks ook mijn punt zijn.

De media zijn niet meer wat ze zijn geweest. De vraag is wat we anno 2008 bedoelen met pluriformiteit in de media. Daarover moeten we ons bezinnen. Niet alleen de politieke wereld moet dat doen, maar ook de mediawereld. Dat is het belang. Dat speelt zeker een rol in ons democratisch bestel. We moeten ter zake ook onze verantwoordelijkheid nemen. Het maatschappelijke debat moet immers op de eerste plaats hier in het parlement worden gevoerd.

Jos Stassen

Het debat over de openbare omroep is voor een andere keer, denk ik. Mijnheer Marginet, u zegt eigenlijk dat vanaf het ogenblik dat de overheid ingrijpt, er een risico op inmenging is. Dat is uw logica. U stelt dat we dat moeten vermijden door niet in te grijpen. Dat is natuurlijk een ultraliberale vorm van vrije markt. Het is de vrije markt die dat bepaalt. De redenering die ik heb proberen op te bouwen en waarvan ik hoop dat ze wordt gesteund door de rest van het parlement, is dat er heel wat redenen en argumenten te geven zijn waarom onze pers zo belangrijk is in onze samenleving. Dat belang vergt een beleid, zeker in tijden van crisis en nood. Dat is alleszins het argument dat andere leden hanteren. U zegt eigenlijk dat de overheid zich er niet mee moet bemoeien en dat we de pers maar moeten laten doen wat ze wil. Uiteindelijk zal de sterkste dan wel overwinnen. Dat is uw argumentatie.

Carl Decaluwe

Zoals ik daarnet heb gezegd in mijn betoog, kunnen criticasters beweren dat steun een aantasting van de persvrijheid is. Ik heb ook gezegd dat dit een non-argument is. Mijnheer Marginet, vergeet niet dat de regionale tv-omroepen ook onrechtstreeks steun krijgen van de Vlaamse overheid. Beweert het Vlaams Belang nu dat de regionale omroepen niet objectief zijn? Het is goed dat u dat hier verklaart. Dat is belangrijk.

Jan Penris

ATV!

Carl Decaluwe

Gaat u hetzelfde zeggen over VTM? VTM krijgt ook overheidssteun. Is zij dan ook niet objectief? Dan is in de ogen van het Vlaams Belang niemand die steun krijgt objectief. Het is belangrijk dat dat nog eens in het verslag staat.

Jurgen Verstrepen

Ik volg de heer Decaluwe. Als men beweert dat elke overheidssteun de journalistiek beïnvloedt, gaat men heel kort door de bocht. Collega's van het Vlaams Belang, waarvoor dient de raad van bestuur van de VRT dan? Wat zitten uw mensen daar dan te doen? Vullen ze gewoon de zitjes in? Controleren ze de openbare omroep niet? Ze zijn toch afgevaardigd door de politiek?

Werner Marginet

U hebt die vraag in de commissie al twintig keer gesteld. Ik heb er al twintig keer op geantwoord!

Jurgen Verstrepen

U kunt het onderwerp daar gerust aankaarten. U komt vertellen dat de omroepen volledig afhankelijk zijn. Ik denk dat u het verkeerde debat voert. Ik wil nog meegaan in het vermoeden dat we een gekleurde berichtgeving hebben. Maar dan moeten we een debat voeren zoals in Nederland. Dan moet men in het overlegcomité - of welk instrument dan ook - het lef hebben om te gaan praten over de kleur van de journalistiek en van de individuele journalisten. Hoeveel percent volgt een bepaalde strekking? Is er een correctie mogelijk? In Nederland kan men daar heel nuchter over discussiëren. (Opmerkingen van de heer Werner Marginet)

Misschien moeten we daarover debatteren. Als u beweert dat overheidssteun automatisch leidt naar volledige beïnvloeding, dan gaat u heel kort door de bocht. Dan moet u concluderen dat alle media - en alle mensen die daar werken - die op een of andere manier overheidssteun krijgen, een politieke agenda hebben. Dat zegt u toch?

Werner Marginet

Tot hier toe stellen we vast dat dat heel vaak het geval is. Ik heb zelf vijf jaar in de raad van bestuur van de VRT gezeten, samen met de heer Leen. We gingen daar vragen stellen en dossiers inkijken. We kregen gewoon een 'njet'. We stonden voor gesloten deuren. (Opmerkingen)

Bart Caron

Mijnheer Marginet, misschien kunt u de discussie over uw particuliere situatie heen tillen? (Opmerkingen van de heer Werner Marginet)

Maak eens een vergelijking met de kunstensector. Het zijn mantra's: de kunst is vrij, de kunst moet autonoom zijn. Vindt u dat kunst vrijer was toen er nog geen overheidssteun bestond? Toen kunstenaars van mecenassen afhankelijk waren? Vindt u dat de overheid vandaag waardevolle ontwikkelingen in de samenleving kan steunen en daar een grote vrijheidsgraad aan geven? Meent u dat elke vorm van pluraliteit en persvrijheid en media onder bedreiging komt als de overheid ze steunt? Of net het omgekeerde? Spreek u eens uit.

De voorzitter

De heer Dewinter heeft het woord.

Wat ons betreft, leggen inderdaad heel weinig media in dit land enige objectiviteit en neutraliteit aan de dag in hun politieke berichtgeving. Wij zijn op dat vlak ervaringsdeskundigen. Wij weten wat het is om door de media geboycot te worden. (Rumoer)

Wij weten wat het is om uitgesloten te worden. Wij weten wat het is om tendentieus voorgesteld te worden in de media, ook op de openbare omroep. (Rumoer)

Ik ben blij dat dit debat deze wending neemt. Inderdaad, via overheidssteun, en natuurlijk zit daar een verborgen politieke agenda achter, koopt men de politieke correctheid van de media af. Dat is de realiteit. En dat gebeurt met belastinggeld, ook van die mensen die belastingbetalers, onze kiezers, die permanent geboycot en gemuilkorfd worden. Wat wij willen is het Franse systeem, met een hoge raad voor de media die niet alleen centen van de overheid uitgeeft en controleert, maar ook toeziet op de objectiviteit van diezelfde media.

Die objectiviteit wordt daar gemeten. Hier zegt men mij altijd dat objectiviteit niet gemeten kan worden. De persvrijheid is hier heilig zolang die maar niet op een neutrale manier bericht over alle partijen.

Objectiviteit kan wel worden gemeten en dat gebeurt in Frankrijk op een heel nauwgezette manier: maandelijks, met publieke rapporten die worden gepubliceerd en die heel duidelijk aangeven hoeveel, wie, wat, waar en waarover. Er wordt nauwgezet op toegezien en zo zou dat hier ook moeten gebeuren.

Alleen maar centen uitdelen en er geen enkel criterium voor objectiviteit en neutraliteit aan verbinden, dat betekent dat men belastinggeld gebruikt om de politieke correctheid van de media af te kopen. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Mevrouw de voorzitter, ik heb de indruk dat we met dit debat een rare weg opgaan. Ik heb hier al termen horen gebruiken, zoals 'objectiviteit' of 'pluriformiteit' en die zijn inderdaad belangrijk. Wij politici zijn in een sector actief waardoor we al eens vloeken door wat er gezegd of geschreven wordt, maar is het ons alleen te doen om objectiviteit alleen? Een medium dat opiniërend is en derhalve ook een standpunt inneemt, mag en moet voor mij ook een plaats krijgen.

Mijnheer Marginet, ik zou me er ook tegen verzetten indien we zomaar miljoenen zouden uitdelen om de media overeind te houden, maar dat is volgens mij nu niet het geval. Het gaat in dit geval - en er werd door velen al opgemerkt dat het vandaag niet daarover gaat - alleen over een serieus bedrag voor de openbare omroep, want voor de anderen - en ik zal straks een oplijsting maken - betreft het alleen maar kleine, ondersteunende maatregelen. Hier een beeld ophangen van een overheid die de vele kranten en mediagroepen overeind houdt, vind ik toch wel een beetje overdreven.

Werner Marginet

Mevrouw de voorzitter, ik heb juist uitgelegd waarom de politiek zich daar niet mee zou mogen moeien. Gebeurt het misschien omdat de journalisten het vragen? Ik heb hun redeneringen gelezen, en tussen de regels kunnen we lezen dat de mediagroepen de saneringen vooraf onderling hebben afgesproken, dat er een 'perverse agenda' achter schuilgaat. De minister-president ontkent dit zeer openlijk na een gesprek met de uitgevers. Vanuit journalistenkringen wordt gesuggereerd dat de kwaliteit, de onafhankelijkheid en de pluriformiteit - ja, daar is ze weer - van de media in het gedrang komt.

Collega's, mag ik daar als Vlaams Belanger eens feestelijk mee lachen? Objectiviteit, waar en wanneer dan? Het Vlaams Belang werd door die objectieve, kwaliteitsvolle en pluriforme media nog nooit objectief bejegend, integendeel. En trouwens, los van onze persoonlijke ervaringen, dit gegeven geldt niet alleen voor het Vlaams Belang. Ik ken hier een collega die het de afgelopen jaren steevast aandurfde om zich kritisch op te stellen tegenover de VRT, en dat deed hij niet onterecht. Vraag hem maar eens hoe hij bejegend wordt door die objectieve kwaliteitsvolle journalisten bij de VRT.

Ik stel dus vast dat de uitgevers geen vragende partij zijn voor extra middelen vanwege de overheid. En dat ze de situatie ook niet echt als problematisch ervaren. Waarom heeft minister-president Peeters dan een gesprek met de sector? Ik zal het u zeggen: omdat de journalisten hem ter zake het vuur aan de schenen leggen - of hoe sommige journalisten hun bevoorrechte positie in de politieke wereld gebruiken, misbruiken voor een oratio pro domo.

Trouwens, collega's, doet de Vlaamse overheid dan niets voor de sector? Laten we het eens over de cijfers hebben, over wat de Vlaamse overheid rechtsreeks of onrechtstreeks doet voor de sector. Zo is er bijvoorbeeld het project Krant in de Klas. Dat is een project waar ik als gewezen onderwijzer uiteraard achter sta. Gelet op hoe de journalistiek in dit land te werk gaat, kunnen we onze jongeren hier niet vroeg genoeg op voorbereiden. In de begroting 2009 die we volgende week in dit gremium bespreken, wordt 1.259.000 euro uitgetrokken voor dit project, een budget dat de afgelopen jaren steevast de hoogte inging.

Ook wordt opnieuw in 1 miljoen euro voorzien voor projecten die bijdragen tot de vrijwaring, bevordering en ondersteuning van een pluriforme en gediversifieerde Vlaamse sector van de geschreven pers. In die subsidies vielen alle persgroepen de afgelopen jaren in de prijzen.

Trouwens, de vereniging die het felst van de overheid eist dat er wordt ingegrepen, de Vlaamse Vereniging van Journalisten (VVJ), mag ook nog eens rekenen op de gulheid van deze overheid voor een bedrag van 248.000 euro. En dan wil ik het nog niet hebben over de ondersteuning van de vzw Fonds Pascal Decroos, over de ondersteuning van allerhande media-initiatieven, de overheidsadvertenties enzovoort. Stellen dat deze overheid te weinig doet voor de mediasector, lijkt me wel erg kort door de bocht.

Mevrouw de voorzitter, collega's, het klopt dat de sector het moeilijk heeft, maar dan samen met alle sectoren in dit land. Dat de Vlaamse overheid zorgt voor een goede omkadering waarin de mediasector kan werken, beaam ik volmondig. Ik heb dus geen probleem met het overlegplatform Flanders Media. Maar rechtstreekse overheidssubsidie voor de uitgevers en journalisten? Neen, dat niet.

De tijd dat bepaalde kranten door de politiek in het algemeen en bepaalde politieke partijen in het bijzonder gered moesten worden ligt ver achter ons. Laten we dat zo houden. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Eric Van Rompuy

Ik waan mij in de jaren negentig, als ik de discussie hoor die de heer Marginet opent. De rechtstreekse overheidssteun is afgeschaft in het midden van de jaren negentig en vervangen door het protocol van 1998. De laatste die toen steun gehad heeft, was De Morgen. Ik herinner mij nog levendig dat de redactie van De Morgen is komen pleiten om die subsidie te behouden. Die is toen afgeschaft. Daarna is men begonnen met indirecte steun. In die periode is dat idee tot stand gekomen.

Ik weet niet tot wie u zich richt, mijnheer Marginet, maar op dit ogenblik is er niemand die rechtstreekse steun aan kranten bepleit. Over de pluraliteit van de pers woedde er in de loop van de jaren negentig trouwens ook een hele discussie. Al die kranten zijn binnen Belgische groepen gebleven - De Persgroep, Corelio en Concentra zijn Vlaamse groepen. De grote titels zijn dus in Vlaamse handen gebleven. Bovendien zijn titels als De Morgen en Gazet van Antwerpen binnen een grote groep toch zichzelf gebleven. Laat ons geen verkeerd debat voeren. Ik heb de indruk dat men een debat wil voeren alsof de politiek en de overheid geld rechtstreeks aan kranten willen geven.

Overigens, objectiviteit bestaat niet. Een moderne journalist brengt verslag uit binnen een bepaalde context. We gaan toch niet terugkeren naar de Belgaberichten van de jaren zestig? Het zal altijd vanuit een bepaalde context en met bepaalde accenten gebeuren. Objectiviteit bestaat niet.

De voorzitter

Mevrouw Hermans heeft het woord.

Margriet Hermans

Mevrouw de voorzitter, collega's, de discussie is inderdaad al wat uitgedeind. We mogen vandaag evenmin het debat over de VRT voeren. We moeten ons nu beperken tot het segment waar de crisis de laatste dagen enorm heeft toegeslagen, namelijk de geschreven pers en meer bepaald de kranten, waarover de vreemdste berichten verspreid werden.

Kranten blijven mediaproducten, maar het blijven ook economische producten. Ze moeten verkocht worden en hebben dus een publiek nodig. In die zin zijn ze dus al verschillend van de Amerikaanse kranten, die niet door het publiek worden betaald en die zo op de markt worden gegeven. Je hoort hier en daar al vergelijkingen met de VS, maar dat is dus een vergelijking die totaal niet opgaat.

Kranten zijn vooral ook culturele producten, want hun inhoud heeft een serieuze maatschappelijke lading.

Deze crisis heeft een gevolg: de inkrimping van de reclamebudgetten. Dat leidt bij sommige mediaspelers tot een inkrimpscenario. Niemand is daar blij mee. Niemand ziet graag ontslagen. Sommige krantengroepen gaan over tot het ontslagen van medewerkers en journalisten. Het is vreemd dat uitgerekend twee succesvolle krantentitels, die hun oplage de laatste jaren zagen stijgen, een besnoeiing plannen.

Het fenomeen is niet enkel Belgisch. Sarkozy recentelijk in Frankrijk en Blair destijds in Groot-Brittannië maakten zich ook ongerust. Ze wezen op de angst voor een verpaupering van de journalistiek en slecht uitgeruste en onderbetaalde journalisten.

Er is ongerustheid in de sector over de uitvoering van het journalistenberoep indien de opdracht steeds ruimer wordt, het aantal gespecialiseerde journalisten inkrimpt en ook hun vergoeding inkrimpt. Het vertrouwen in de journalist zal er niet groter op worden, ook al omdat die niet langer de kans zal hebben om zijn informatie aan een tweede of derde bron te toetsen.

Sommige kranten hadden de crisis voelen aankomen en hebben een analyse gemaakt van hun opdracht. Nu worden ze allemaal met hun neus op de realiteit gedrukt en zullen ze hun opdracht - een kwaliteitskrant maken - met minder mensen moeten uitvoeren.

Vraagt deze sector steun? We hebben bepaald dat we niet rechtstreeks steun geven. Door bepaalde opdrachten geven we een vorm van ondersteuning. Ik kan enkel beamen wat Christian van Thillo en Klaus Van Isacker beweren, namelijk dat economische onafhankelijkheid de beste manier is om ook redactioneel onafhankelijk te zijn. Beide heren hebben ons in een tv-debat verzekerd dat niet aan de kwaliteit van hun berichtgeving geraakt zal worden.

Al was het maar om een eerlijke analyse te kunnen maken van de stand van zaken, moeten wij werk maken van het overlegplatform. Ik las in de krant dat het Flanders Media zou heten. Ik vind het een ongelukkige naam, maar het is waarschijnlijk slechts een suggestie. Mijnheer de minister-president, hoe concreet is het overlegplatform? Wie gaat erin zetelen? Wie zijn de eventuele partners? Uiteindelijk gaat het erom dat wij in dialoog treden met de sector.

Het traditionele informatiemiddel, namelijk de kranten, staat onder druk. Er is een sterke versnippering van het media-aanbod als gevolg van de technologische evolutie. Het model waarbij betaald wordt voor content staat onder druk. Internetsites bieden vaak gratis nieuws aan. De VRT heeft een eigen gratis nieuwssite. Dat maakt het niet gemakkelijker.

Adverteerders kijken almaar meer uit naar alternatieven. Specifieke advertentiecategorieën worden zwaar getroffen. Kijk maar naar de zoekertjes, die dalen tot 80 percent. De personeelsadvertenties zijn gedaald tot 50 percent. De grote boosdoener zou het internet zijn, net als de meer gespecialiseerde pers. De economische crisis zal zich laten voelen in dergelijke advertenties.

Mediabedrijven hebben te kampen met vaste kosten die niet gemakkelijk te verlagen zijn. Dat is de realiteit waarmee we geconfronteerd worden.

Het internet is de nieuwe grote mediaspeler. Maar de redactie van dat nieuwskanaal moet wel hetzelfde niveau kunnen halen als de gedrukte kanalen. Zo niet voegen we weinig toe aan het informatielandschap. Ik ben er zeker van dat de uitgeverijgroepen zich hiervan bijzonder goed bewust zijn.

Moeten we ons ongerust maken? Niet meteen. Moeten we waakzaam zijn? Ja. Het belang van degelijke informatie en pluriformiteit is ieders bekommernis, ook de onze.

De voorzitter

De heer Vandenbossche heeft het woord.

Dany Vandenbossche

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister-president, collega's, het ligt niet voor de hand dat we in dit huis over de mediasector praten in zijn bedrijfseconomische bestaan. In dit huis wordt heel veel en grondig gediscussieerd over de openbare omroep, zelfs over het huis-, tuin- en keukengedrag van sommigen, maar het is nieuw dat we over de anders spelers in de mediasector praten en de bedrijfseconomische toestand onder de loep nemen.

Er werd hier al een paar keer verwezen naar de VRT. De situatie daar is van een andere soort dan die van de privéomroepen en de privémediasector. Het gaat om een volledig gesubsidieerde instelling. Karl van den Broeck heeft me verrast met een blogpost, die hij onlangs op de Knackwebsite schreef. Hij stelt daarin dat het feit dat er subsidies worden verstrekt aan de VRT, niet betekent dat dat geen vrij persorgaan zou zijn en dat het ene weinig met het andere te maken heeft. In deze zaak is dat de minst verdachte bron als het over de VRT gaat.

Er is niet alleen een crisis in de printsector, er is een crisis in de volledige mediasector. Dat bleek ook in de commissie voor Media naar aanleiding van het bezoek aan de VRT vorige week, waar ook de onafhankelijke productiehuizen steen en been klagen omdat er minder bestellingen zijn. De omroepen doen het gewoon niet zo goed op dit ogenblik.

Binnenkort zullen we het debat over de mediaconcentratie voeren omdat de Vlaamse Regulator voor de Media zijn rapport hierover zal publiceren. Ik hoor de heer Dewinter zeggen dat er een Franse raad bestaat, maar er zijn ook in Vlaanderen heel wat raden die de objectiviteit van de pers controleren. Mijnheer Dewinter, ik dacht dat u Vlaanderen zou kennen, maar u verwijst naar Frankrijk.

De aanleiding van zo'n debat is een ingreep bij Corelio en De Persgroep, nadat bij de VRT 150 mensen zouden moeten afvloeien. Dit vormt een pijnlijke illustratie van de situatie in de geschreven pers, die niet alleen maar conjunctureel is. Het gaat om een structurele crisis. Sommigen beweren dat de ingrepen die men nu doet te wijten zijn aan het feit dat er ook conjuncturele elementen zijn.

Er is een probleem met de print. Heel recentelijk is in een survey over digitaal gebruik gebleken dat internet de eerste bron is als het op informatie aankomt, televisie de tweede en de print komt helemaal achteraan. Er is een structureel probleem, dat nu vermengd is met een conjunctureel probleem, namelijk een daling van de advertentie-inkomsten. Dat structureel probleem is de reden waarom men ingrijpt aan de kant van de werknemers. We moeten het debat voeren. Gaat het enkel om een costcutting operatie, een maximaliseren van de winst, of is er meer aan de hand? Dat is de vraag die we ons kunnen stellen.

Jos Stassen

Mijnheer Vandenbossche, ik volg uw redenering, maar een aantal feiten spreken dat toch tegen. Eerst is er het historische feit dat elk nieuw medium dat er bijkomt, dreigt de andere media weg te duwen, maar dat dat uiteindelijk nooit gebeurt.

Men had gedacht dat de bioscoop de krant zou wegduwen, dat de televisie de bioscoop zou wegduwen, maar dat gebeurde niet. Mensen maken steeds meer gebruik van media. Wanneer ik de krantencijfers bekijk, zowel van De Standaard als van De Morgen, dan stel ik vast dat het probleem niet de oplage is. Er is sowieso een soort van interne concentratie bij de mediagroepen. Wanneer we de kwaliteitskranten bekijken, dan kloppen die gegevens niet met de realiteit.

Dany Vandenbossche

Mijnheer Stassen, ik verwijs u naar de digital influence index, die heel recent is verschenen. Daaruit blijkt dat men ervan uitgaat dat internet op dit ogenblik als informatiebron als tienmaal sterker dan de printmedia wordt beschouwd. Wat informatievergaring betreft, is er dus meer interesse voor internet dan voor de geschreven pers. Het is inderdaad zo dat de oplage van De Standaard en zeker die van De Morgen met vijftien percent is gestegen. Een stijging van het aantal lezers betekent echter niet dat de krant het op financieel vlak wel stelt. Gecombineerd met een groeiende belangstelling voor internet, zitten we dus met een structureel en niet enkel met een conjunctureel probleem.

Jurgen Verstrepen

Ik wil even een correctie aanbrengen in het verhaal over de oplages. Ik denk dat er meer onderzoek nodig is om te kunnen stellen dat het aantal lezers stijgt wanneer een oplage is verkocht. Tegenwoordig voert elke krant acties met dvd's, bons, tickets enzovoort. Ik heb het dan over de commercialisering van de kranten. Ook de weekendedities zijn dubbel zo dik. Zij bevatten commerciële stukken, stukken over lifestyle, boxen met boeken enzovoort. Het is één grote merchandising. Ik vind het nogal gemakkelijk om een hogere oplage gelijk te stellen aan meer lezers. Ik zou op dat vlak dan ook een gedetailleerd onderzoek willen zien, met de vraag of het niet veeleer omwille van de Plopkalender dan om de inhoud is dat bepaalde kranten meer verkopen.

Eric Van Rompuy

Het beschikken over internet is ook een vorm van pluralisme. Ik heb het dan over het feit dat er nu sites van die kranten maar ook andere nieuwssites bestaan. Het pluralisme of de mogelijkheden die de media bieden in de geschiedenis, zijn nog nooit zo groot geweest. Het feit dat kranten punctueel minder advertenties krijgen omdat men steeds meer via het net probeert te adverteren, is een economisch gegeven. Destijds heeft de opkomst van de televisie en van de verschillende kanalen ook gedeeltelijk geleid tot een andere manier van positioneren van de kranten. We zitten nu in een overgangsperiode. De kranten zullen ook tijdens de komende jaren blijven bestaan maar ze zullen op een andere manier aan berichtgeving moeten doen. Online beschikt men via internet in een eerste fase over een bepaalde vorm van informatie. Ik vind het echter niet de taak van een overheid om nu compensaties te geven voor die nieuwe ontwikkelingen via internet. De overheid moet zich niet moeien met de wijze waarop mediabedrijven zich organiseren. Ik vind het totaal niet de taak van een overheid om zich daarmee te moeien. Wij moeien ons toch ook niet met het feit dat er meer of minder journalisten op de redacties van vtm of VRT zitten. Het aantal journalisten bepaalt niet de kwaliteit. Ik vind dit een totaal vreemd debat waarbij wij proberen ons in de plaats te stellen van de mediabedrijven.

Dany Vandenbossche

U zou misschien kunnen beginnen met te luisteren. Niets van wat u aanhaalt, heb ik gezegd. U geeft alleen uw interpretatie. Ik heb hier nog niemand horen pleiten voor een ondersteuningsmaatregel voor het internet of om er voor te zorgen dat er meer journalisten zitten bij die kranten. Ik geef alleen de oorzaken van wat er nu aan de hand is, niet meer en niet minder.

De financiële crisis of de crisis in de printmedia is niet nieuw. Al voor we hierover een debat hielden, voerden de VMMa en SBS al ingrepen door. Ook bij bepaalde tijdschriften waren er ingrepen. Ik denk dan aan Sanoma. Dat het er aan zat te komen, dat had men bij de betrokken kranten eigenlijk al lang door. We moeten dan ook teruggrijpen naar de discussies in de commissie voor Media over de begroting voor Media. We hebben toen ook een vraag gesteld aan minister-president Peeters, waarop hij ook is ingegaan. Niemand heeft overigens gevraagd om steunmaatregelen. We hebben aan minister-president Peeters gevraagd om overleg te plegen met de betrokken sector. Vorige maandag en dinsdag heeft dat ook plaatsgevonden. Meer dan dat is in de commissie niet gevraagd. Voor zover ik het begrijp, heeft minister-president Peeters ook niets meer gedaan.

Bij de kranten en tijdschriften is er sprake van een en ander dat het gevolg zou zijn van een structurele en conjuncturele crisis. Dat leidt natuurlijk tot ongerustheid bij de redacties van betrokken kranten en tijdschriften, en omroepen. Daar kunnen ook oorzaken voor gegeven worden. De discussie gaat er nu echter niet over of dat klopt. Het gaat hier over mensen en niet over machines. De heer van den Broeck heeft dat in zijn fameuze blog ook geschreven. Het gaat over de situatie op redacties en over de situatie van een economisch product, want dat is het geworden, met toch een andere strekking, met name de pers, die toch belangrijk is in onze democratie.

Als men brute cijfers meedeelt over afvloeiingen bij kranten en tijdschriften, dan zeggen die eigenlijk niets over de reële situatie achter de schermen van de betrokken kranten en tijdschriften. Er zijn namelijk niet alleen maar mensen die afvloeien en afgedankt worden. Ook de freelancers slaken een alarmkreet. We hebben eigenlijk geen zicht op het aantal freelancers dat nog aan de bak zalen komen nadat de kranten en tijdschriften hun besparingen hebben doorgevoerd en, vooral, over de positie van die freelancers. De discussie is in dit huis al diverse keren gevoerd. Ze heeft trouwens geleid tot een voorstel van resolutie. De freelancers trekken - terecht - aan de alarmbel omdat ze de directe slachtoffers zijn zonder dat ze in die cijfers voorkomen. De vraag is wat men al dan niet nog zal bestellen bij zelfstandige journalisten.

Het wordt helemaal belachelijk als men kijkt naar de freelancefotografen, die zo maar van de kaart worden geveegd door een krant. Iedereen kan digitaal fotograferen, luidt de argumentatie. In de toekomst moet dan ook geen beroep meer worden gedaan op beroepsfotografen. Begrijpt men dan niet dat een vereniging van beroepsfotografen kwaad wordt van een perscommuniqué van een van de grootste kranten van Vlaanderen?

Men kan de discussie over de pers niet voeren door het alleen over de bedrijfseconomische situatie te hebben. Ik verwijs naar het boek 'De miljoenen van De Morgen', waarin de auteur stelde dat een krant maken gelijk staat met het verkopen van papier. Dat betekent dat het papier zo goedkoop mogelijk moet worden gekocht en zo goedkoop mogelijk gevuld. Eenmaal het beschreven is, moet het zo vlug en zo duur mogelijk verkocht worden. Dat betekent dat een krant meer lezers, maar vooral meer adverteerders moet hebben.

Hoewel het hier een economische sector betreft, gaat het volgens mij toch om meer dan om een louter economisch product. We moeten ons bezinnen over de rol van de pers in Vlaanderen. Zoals de heer Stassen daarnet al heeft vermeld, heeft heel die pers, op een paar kleine uitzonderingen na, nog een band met Vlaanderen.

We hebben het enkele jaren geleden al eens over de freelancers gehad. Volgens mij wordt terecht voor een redactiestatuut gepleit. Dat is voor die mensen zeer belangrijk. Bovendien moeten redactieraden worden opgericht en moet er een ernstig en structureel sectoraal overleg komen. We ondersteunen dan ook het initiatief van de minister-president om een forum op te richten dat alle betrokkenen de kans biedt aan bod te komen.

Deze morgen heeft het Fonds Pascal Decroos gereageerd. Ik begrijp die reactie ten volle. Dit fonds houdt zich bezig met de inhoud en niet met het product. Dit fonds waakt erover dat de beroepsjournalistiek in Vlaanderen kan blijven bestaan. Ik heb deze ochtend gelezen dat het Fonds Pascal Decroos terecht vraagt bij dit overleg te worden betrokken. Het Fonds Pascal Decroos houdt zich meer met inhoud dan met het bedrijfseconomische aspect bezig.

De Vlaamse Vereniging van Journalisten (VVJ) en de vakbonden hebben het initiatief genomen samen een mediaplatform op te richten. Ik heb de twee vragen gelezen. Ze streven naar een standaardcontract voor freelancers. Ik denk dat ik het hier al eerder over heb gehad. Ze willen tevens een aantal toekomstige federale initiatieven die uiteindelijk tot een gemeenschappelijk paritair comité moeten leiden. Ze streven naar een groot paritair comité voor de hele sector van de geschreven pers.

Mijn vragen hebben betrekking op het overleg dat de minister-president heeft georganiseerd. De conclusies van het verslag zijn in de pers verschenen. Ik vraag me evenwel af welke maatregelen zich opdringen. Hebben de vertegenwoordigers van de sector zelf een plan voorgesteld? Ik heb de indruk dat dit niet het geval is.

Ik pleit hier in geen geval voor de vorm van steun die hier daarnet nog karikaturaal is voorgesteld. Hoewel ik een gewezen communist ben, hoeft de tijd van de Pravda voor mij niet terug te keren. Indien de minister-president de Pravda wil uitgeven, zal ik hem echter opnieuw lezen. (Gelach)

Welke begeleidende maatregelen wil de minister-president ten aanzien van de ontslagen werknemers treffen? Minister Vandenbroucke heeft aangeboden van de beschikbare instrumenten gebruik te maken.

De begroting voor het beleidsdomein Media omvat een gemoduleerde steun aan de geschreven pers. Is de minister-president van plan die steun aan de geschreven pers te heroriënteren? (Applaus bij sp.a + VlaamsProgressieven, CD&V en Groen!)

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Mijnheer de minister-president, opnieuw werd hier zeer veel gezegd. Ik kreeg al de kans om bij bepaalde punten mijn klemtoon te leggen. Het probleem dat hier naar voren komt, is ingegeven door het feit dat in bepaalde bedrijven en meer bepaald in de krantenredacties afvloeiingen worden aangekondigd.

Mijnheer de minister-president, u was in eerste instantie verrast. U zegt in een aantal krantenartikels: "Ik heb pas nog met uitgevers rond de tafel gezeten en er werd mij geen probleem gemeld." Daaruit blijkt dat er an sich geen structureel probleem bestaat binnen deze sector van ondernemers. Maar er is wel een probleem en het is van tweeërlei aard. Er is het conjuncturele, zoals de heer Vandenbossche aanhaalde, maar we mogen niet ontkennen dat ook het element recessie hier duidelijk een rol speelt. Men haalt aan dat er minder inkomsten zijn uit advertenties. Men haalt aan dat er een gevoelig hogere kost is voor energie, papier en dergelijke. Dat probleem kan niet ontkend worden.

Men vroeg hier daarnet welke maatregelen worden genomen. Mevrouw de voorzitter, sta mij toe ze nog even op een rijtje te zetten. De meeste zijn hier al aan bod gekomen.

De steun aan de geschreven pers bedroeg in 2008 1 miljoen euro. Daaraan zijn een aantal voorwaarden en kwaliteitseisen verbonden. De laatste klemtonen werden door de vorige minister van Media, de heer Bourgeois, gelegd. Er werden journalistieke domeinen aangehaald waar meer kwaliteit diende te worden beoogd. Het gaat dan met name over de buitenlandberichtgeving. We hebben ook het project Krant in de Klas. In de laatste begroting werd het bedrag hiervoor opgetrokken van 0,5 naar 1,2 miljoen euro. Ook voor het Fonds Pascal Decroos, dat inzet op kwaliteit en dat werkbeurzen uitkeert voor journalistieke projecten, was er een verhoging in 2006 van 186.000 naar 250.000 euro. Ten slotte is er de steun aan de Vlaamse Vereniging van Beroepsjournalisten en de Raad voor de Journalistiek. Ook deze steun werd hier al genoemd, zij het iets kritischer door de Vlaams Belang-fractie. Ook de steun aan de Raad voor de Journalistiek is verdedigbaar want hij doet wel degelijk zijn werk.

Mijnheer de minister-president, intussen is het duidelijk dat u met de actoren rond de tafel wilt gaan zitten. Zoals ik daarnet in het debat al zei: dit is inderdaad nodig. Er zijn hier termen gevallen uit het verleden, bijvoorbeeld 'de Pravda'. Wij mogen bepaalde termen niet door elkaar haspelen. 'Pluriformiteit' heeft ook met de dragers te maken. Gaat het om een krant, gaat het om internet? 'Pluriformiteit' kan ook met de inhoud, de opinie te maken hebben. Vroeger was dat heel duidelijk: je had katholieke, socialistische en liberale kranten, waarvan de hoofdredacteurs soms ook nog eens in het parlement zaten. Laat ons daar niet naar terugkeren. De discussie over pluriformiteit in de media is vandaag helemaal anders. Het verschil in meningen is belangrijk, maar gelukkig is de tijd van het hokjesdenken voorbij. Hiervan zijn de voorbeelden legio. Het was tot twintig jaar geleden ondenkbaar dat een politicus als Bart De Wever opiniestukken zou hebben mogen schrijven in een krant als De Morgen.

Ik heb dat in ieder geval niet begrepen, mijnheer de minister-president. Misschien kunt u dat seffens even herhalen? Ik wil maar zeggen dat er ruimte moet zijn voor de verschillende meningen.

Marie-Rose Morel

Mijnheer Van Dijck, ik ben heel blij voor Bart De Wever dat hij opiniestukken in De Morgen mag schrijven. Het is hem van harte gegund. U haalt wel net iets aan dat me mateloos stoort. Mensen van het Vlaams Belang, die een behoorlijk deel van de Vlaamse bevolking vertegenwoordigen, mogen in geen enkele krant een opiniestuk publiceren, mogen zelfs geen lezersbrief publiceren. Wij moeten zelfs juridisch procederen om een recht van antwoord over een fout te krijgen.

Ik vind het heel goed dat Bart De Wever in De Morgen mag publiceren, maar we rijden niet allemaal voor onszelf. Ik zou het ontzettend appreciëren mocht de N-VA loyaal zijn tegenover andere Vlaamse verkozenen die ook een aantal Vlamingen vertegenwoordigen.

Het is hoegenaamd niet mijn bedoeling om mij in de plaats van de redactie van De Morgen te stellen. Mevrouw Morel, dat is net het fundament van het debat: de redacties kiezen zelf. De redacties hebben een autonomie. Daarvoor pleit ik. Ik haal dit voorbeeld aan, maar ik zou ook andere opinieschrijvers kunnen citeren in andere kranten. Dit was een voorbeeld.

Carl Decaluwe

Het is inderdaad de redactie die bepaalt wat er in de krant komt.

Ik lees alle dagen, in alle kranten, lezersbrieven van Vlaams Belangers.

Dany Vandenbossche

Dat redactievrijheid zo geïnterpreteerd wordt, verwondert mij ten zeerste. Ik pleit voor een vrij redactiestatuut. Als u zich benadeeld zou voelen, dan moet u zich wenden tot de betrokken raden en instanties. (Opmerkingen van het Vlaams Belang)

Ik protesteer bij dezen dat ik nog nooit een opiniestuk in 't Pallieterke heb mogen publiceren.

Mijnheer Van Dijck, iedere krant, ieder medium, ieder weekblad, mag voor mijn part publiceren wat het wil of niet publiceren wat het wil.

Ik heb hier 't Pallieterke bij. Het bestaat al 63 jaar en heeft nog nooit een frank van de overheid ontvangen. Er staan nauwelijks advertenties in. Er worden iedere week tienduizenden exemplaren verkocht, zonder probleem. Het is dus perfect mogelijk. En men schrijft wat men wil, men laat toe wat men wil en men laat niet toe wat men wil.

Maar daar gaat het niet over. Het gaat erover dat, zodra men overheidsgeld - belastinggeld - ontvangt, er andere regels moeten gelden. Dan moeten er regels van objectiviteit en neutraliteit gelden. Dat doet de overheid nooit. Men deelt het geld uit aan de media en men vraagt niets in ruil. Als het gebeurt met het geld van de belastingbetaler, dan moeten we een aantal eisen durven stellen. Als de media persvrijheid willen, dan is dat prima maar niet op kosten van de belastingbetaler. Als men dingen wil publiceren die de regels van de neutraliteit en de objectiviteit met de voeten treden, dan moet men het zelf betalen en zorgen dat er een markt voor is. Die uitdaging durven de kranten en de media blijkbaar niet aan.

Carl Decaluwe

Als we in de commissie voor Media debatteren over erkenningen, hebben we het altijd over een redactiestatuut. Dat is toch voldoende.

Jullie willen zelf ingrijpen op wat er daar gebeurt. Dat is de realiteit. (Opmerkingen bij het Vlaams Belang)

Jullie willen zelf bijsturen. Jullie willen zelf journalist spelen. Dat is jullie bedoeling.

Als je het zelf betaalt, mag je alles schrijven wat je wilt. Betaal het zelf en zorg dat er lezers voor zijn.

Mijnheer Dewinter, u maakt er een karikatuur van.

Er wordt niet met geld gesmeten. Ik heb net de bedragen genoemd. Het gaat amper over 2 miljoen euro per jaar.

U zegt: "Als je het zelf betaalt, dan kan je schrijven wat je wilt." Ik zou daar maar goed over nadenken, want je moet oppassen met schrijven wat je wilt.

Mevrouw de voorzitter, ik wil waarschuwen voor een aantal terminologieën die voor een deel achterhaald zijn. De media zijn geëvolueerd, en ook de manieren waarop de media zich aan ons aanbieden.

Bijna alle kranten zijn ook op internet actief, maar tv en radio zijn ook op internet actief. We hebben dus media die elkaar tegenkomen, maar vanuit een ander oogmerk vertrekken. Toen werd aangehaald dat we internet toch niet kunnen verbieden voor die kranten, was het antwoord 'neen'. Maar bij mijn weten zijn die internetkranten nog steeds niet winstgevend. Zij kosten meer dan ze opbrengen, maar het is evident dat ze ook op die markt meespelen, omdat die aan belang wint.

Internet staat ook open voor andere gebruikers, wat we wel eens de burgerpers zouden kunnen noemen. Daarstraks werd aangehaald dat er grote krantenredacties nodig zijn voor de kwaliteit. Men zou kunnen zeggen dat men afdankt, maar toch de kwaliteit garandeert. Maar eenieder is op dit moment een media-actor; ook de mensen hier in de zaal schrijven, hebben een blog, zijn dus een actor in het mediagebeuren en medespeler. Heel de media-evolutie is anders en kan niet door de bril van de jaren negentig, laat staat van de jaren tachtig, worden bekeken.

Dat wil niet zeggen dat media en pers geen belang meer hebben, integendeel. Daarom blijven elementen van kwaliteit hun belang hebben. Wat is kwaliteit in de media? Ik denk dat dat inderdaad zeer moeilijk te bepalen is. Daarvoor is ook een overleg, een staten-generaal, een rondetafel, waar alle actoren bij betrokken zijn, belangrijk.

Eén actor heb ik nog niet gehoord. Laat ook de academische wereld een rol spelen. Ook binnen de academische wereld zijn er mensen met visies, die de evoluties op de voet volgen en Vlaanderen nieuwe stimulansen kunnen geven.

Mijnheer de minister-president, wat voorligt, is een grote uitdaging. Daarom verdient het ook een actualiteitsdebat. Maar we mogen er ook geen karikatuur van maken. Ik denk dat we geen politieke beïnvloeding willen wat de journalistieke vrijheid betreft. In het recente verleden hebben we in het parlement duidelijke stellingen ingenomen, onder andere over redactiestatuten. Dat moeten verworven rechten blijven.

Ik denk wel dat we als politiek mee het voortouw moeten nemen om te bepalen wat de rol van de media in het algemeen kan zijn, vandaag, morgen en overmorgen. We moeten openstaan voor de evoluties en zorgen voor een zo breed mogelijke pluriformiteit. Daarvoor geven we vanuit N-VA deze staten-generaal wel degelijk alle kansen. (Applaus bij de meerderheid en de N-VA)

De voorzitter

De heer Verstrepen heeft het woord.

Jurgen Verstrepen

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister-president, we hebben geen kranten nodig. Terwijl we dit debat voeren, komt via de digitale media het persbericht binnen dat VTM 28 banen schrapt in de televisieafdeling. Dat lezen we dan morgen waarschijnlijk wel in de krant.

Een citaat uit 2007: "De Vlaamse persboeren moeten zich stilaan afvragen waarom mensen kranten of weekbladen lezen." Dat is een citaat van ongeveer twee jaar geleden. Vandaag hebben we een discussie over een crisis. Maar het is toch een beetje een vreemd debat en het gaat alle richtingen uit. Toen ik de agenda voor vandaag bekeek, dacht ik dat het boeiend zou worden, en het blijft boeiend.

Is er wel een crisis? Zijn de ontslagen in de mediasector een nieuwe situatie? Dan stel ik meteen de vraag welke media, welke mediagroepen, kranten en internet. Ik hoorde ook vroeger geen debat, toen er herstructureringen waren vanwege reorganisaties bij de redacties, waarbij men ging naar één werkvloer en bepaalde functies overbodig werden. Alle vakjes werden op één vloer samengebracht bij alle redacties die modern zijn. Dat zien we bij de VRT en zelfs bij de weekbladen.

Daar zijn toen ook mensen afgevloeid. Toen sprak men niet over crisis, toen sprak men over innovatie. Dat is nieuw, dat gaat snel, er is rechtsreeks contact, één desk. Maar nu is het een crisis.

Gaat het slecht in de sector? Ja. De kwartaalvooruitzichten voor de reclame-inkomsten bij de media zijn slecht. Dat gaat samen met de economische toestand. Er zijn ook tegengestelde berichten. Bij Corelio lopen de sales waanzinnig goed, en daar maakt men zich op dat vlak geen zorgen. Aan de andere kant moeten er dan weer mensen buiten. Dan krijg je toch een zeer vreemd vermoeden. Is het zo dat mensen buitengezet worden vanwege economische factoren?

Als je de lijst maakt, is het vreemd om te zien dat grote persbedrijven mensen op straat gooien, zogezegd omdat ze financieel in de problemen zitten. Ga dat maar eens uitleggen als je De Persgroep heet en AD NieuwsMedia, de groep rond het Algemeen Dagblad in Nederland overneemt. Dat gebeurt nu. Met die overname is 80 miljoen euro gemoeid, en 200 van de 500 banen zullen daarbij sneuvelen. In 2002 heeft de heer Van Thillo de Nederlandse krant Het Parool overgenomen voor amper 4 miljoen euro. 40 mensen moesten vertrekken. De Persgroep had ook geld in 2004. In 2005 is het radiostation Noordzee 100.7 FM, dat is Q Music Nederland, overgenomen van Talpa van John de Mol. Vorig jaar boekte Persgroep Publishing een omzet van 278 miljoen euro.

Dan is er de concurrentie. Corelio, uitgever van De Standaard en Het Nieuwsblad, heeft niet stilgezeten. De groep Editions de l'Avenir, uitgever van de krant Vers l'Avenir, werd overgekocht. Ook de uitgever van The Bulletin ging naar Corelio, alsook de drukkerij Nevada-Nimifi in Anderlecht en Minoc Business Press, die u kent als uitgever van bladen als Clickx en PC Magazine. Overnames. Uitbreiding. Centen.

De derde groep rond Gazet Van Antwerpen en Het Belang van Limburg, Concentra, heeft ook niet stilgezeten. Op haar shoppinglijstje stonden recent nog de Nederlandse krantengroep Typische Uitgaven en daarvoor de Trompetter Groep en TV Limburg, beide uit Nederland. De Koopjeskrant had ze in 2007 al gekocht. Om eerlijk te zijn: bij deze groep is er geen sprake van ontslagen.

Enerzijds is men in de krantenwereld bezig aan een rondje shopping om de posities op de markt te versterken, anderzijds vallen er ontslagen, vermoedelijk ook om de posities te versterken. Moet een overheid deze sector ondersteunen? Dat is de hamvraag. De optelsom is onrechtstreeks de advertentieruimtes en de communicatie. Het zijn fameuze budgetten die de overheid geeft. Dat is geen steun aan de pers, dat is eigenlijk steun aan de aandeelhouders. Er staat niet duidelijk omschreven wat daarvoor moet terugkomen. Hoe kan je een gesprek over steun vanuit de overheid, onder welke vorm dan ook, aan de media en de pers verdedigen, als je zelf als overheid verantwoordelijk bent voor een situatie waarbij de commerciële groepen die het wat moeilijker zullen hebben, niet voluit kunnen gaan? In plaats van steun aan de privémedia, zou u misschien die gelden kunnen gebruiken om de VRT 100 percent te financieren vanuit de overheid en laat de commerciële groepen maar commercieel zijn, dan krijgen die weer een wat grotere markt en kunnen zij proberen de verminderende reclame-inkomsten op te krikken. Dat is een klare lijn: reclame voor de privémediagroepen, overheidsgeld voor de openbare omroep, een overheidsinstelling.

De krantenredacties blijken te moeten besparen. Stop dus die overheidssteun en subsidies voor commerciële mediabedrijven en zorg voor een evenwichtig landschap waarbij de commerciële groepen voluit kunnen gaan. Minder restricties, meer liberalisering en minder enge decreten zouden al heel snelle stappen kunnen zijn in een eerste fase om ervoor te zorgen dat dat landschap concurrentieel blijft.

Dany Vandenbossche

Mijnheer Verstrepen, over de verhouding tussen de openbare omroep en de vrije omroepen en de privésector van de pers: u weet toch dat de privésector zelf heeft gevraagd om de reclame op de radio van de VRT te behouden, maar die niet op de televisie te brengen? Ik hoor u zeggen: volledig reclamevrij. Die stelling klopt niet helemaal.

Carl Decaluwe

Er is de stelling om de openbare omroep een meer gezonde gemengde financiering te geven met minder commerciële inkomsten dan vandaag. Vandaag is de verhouding 68/32. Dat zou anders moeten worden ingevuld.

Wij vinden echter tegelijk dat dit dan op de ene of andere wijze moet worden gecompenseerd. Daarin verschillen we grondig van mening, denk ik. We kunnen niet zomaar een bedrijf doodmaken, bij manier van spreken. U zou gewoon vinden dat er niet moet worden gecompenseerd, dat dit bedrijf maar moet afslanken. Wij zien dat anders. U hebt echter een punt: de commerciële inkomsten moeten inderdaad meer naar de commerciële sector gaan en een overheidsbedrijf als de VRT moet minder afhankelijk zijn van de commerciële inkomsten. Dat is net een van de oorzaken van de huidige moeilijkheden. In de toekomst moeten we dat vermijden.

Jurgen Verstrepen

Mijnheer Vandenbossche, inderdaad, maar u moet er dan ook bij zeggen dat die mensen er belang bij hebben dat de radioreclame bij de VRT blijft, omdat ze niet willen dat er nog een commerciële concurrent bij zou komen. Zij hebben alle baat bij een duopolie op de radio. Ze verkiezen dat die reclame bij Donna of Studio Brussel zit en niet bij, bijvoorbeeld, een concurrent. Die zou, door deze mogelijkheid van de commerciële markt die zich opent, misschien wel eens een andere landelijke zender kunnen brengen. Die discussie wil ik gerust eens voeren, met alle gegevens die er zijn. We pleiten daadwerkelijk voor een volledige decommercialisering van de VRT, omdat dan alle commerciële middelen in de markt worden gelaten en die markt zich dan voort kan ontwikkelen.

Tot daarnet ging het over de televisieafdeling van vtm, maar we hebben het vandaag over de kranten. De radio's zijn de goudhaantjes van de groepen. Zij maken in verhouding de grootste winsten. Daar worden ook andere activiteiten mee betaald. Tot nu toe maakt televisie geen verlies: er is alleen sprake van minder inkomsten. Dat is toch een zeer belangrijke nuance. Er is sprake van een minder goede projectie voor het laatste kwartaal en het eerste kwartaal. Men ziet hoeveel boekingen de reclameregieën nu doen en men wacht af. Laten we dus niet te snel gaan wat dat betreft.

De saneringen waren sowieso gepland. Dat wisten de mediasector en de productiesector al langer. Ze zijn gewoon versneld en vanuit het oogpunt van de perceptie komt het nu - voorzichtig uitgedrukt - gelegener.

Tot nu toe heb ik niets gehoord over een nieuwe crisis bij de nieuwe media of het internet. Daar wordt niet over gediscussieerd. Daarnet werd gesproken over de beleidsruimte en de beleidsmiddelen. Het totale bestedingsbudget voor Media van de voorbije jaren vertoont een vreemde curve. Dat budget is eigenlijk niet toegenomen, terwijl de media steeds meer aanwezig zijn als economisch geheel in Vlaanderen. Er is een elan. Het is een groeiende economie met steeds meer mogelijkheden. Mijnheer de minister-president, dat mediabudget is echter niet fenomenaal gestegen en het budget voor andere dingen, zoals het openbaar vervoer, wel. Dat is een kwestie van prioriteiten. De sector wordt steeds belangrijker, maar het totaalbudget wordt afgetopt, zo zien we.

De overlegstructuur Flanders Media is aangehaald. Dat mag geen praatbarak zijn. Als we een dergelijk systeem in het leven roepen, dan moeten we er wel voor zorgen dat dit resultaten oplevert. Dat is toch onze bekommernis. We zijn daar helemaal niet tegen. Overleg is goed. Het ware misschien interessant om het in één moeite door eens te hebben over een charter tussen de commerciële mediagroepen en de openbare omroep.

Waarde leden, u bent bang dat journalisten ontsporen en verpauperen. Dat heb ik hier gehoord. Het niveau zakt. De kwaliteit daalt. Als u daar bang voor bent, zorg dan daadwerkelijk voor een beter statuut voor de journalistiek in het algemeen. Zorg er dan voor, met al uw politieke gewicht, dat de journalisten en de freelancers meer poten hebben om op te staan, dat ze niet zo afhankelijk zijn van de almacht van de mediabonzen en de aandeelhouders.

Wie is immers de zwakste schakel in deze kwestie? Dat zijn de journalisten. We voeren dit debat omdat de journalisten lawaai hebben gemaakt en hebben gezegd dat er een en ander gebeurt op de redactie. Het is ook gezegd: de mediabazen zelf zaten niet te wachten op een ontmoeting met de minister-president over deze crisis. Het zijn de journalisten die hebben verklaard het niet leuk te vinden dat er afvloeiingen zijn.

Overheidsfinanciering in de media gebeurt sowieso: laten we daar niet hypocriet over doen. Inderdaad, iedereen, ook in dit huis, heeft blijkbaar een potje: een jeugdjournaal op vtm, op SBS, een fruitboerdrama gefinancierd door een provincie, een regionale zender die ook geld krijgt van de provincie en de stad enzovoort.

Eigenlijk is het een ondoorzichtig bos vol onrechtstreekse financieringen geworden. Op dit ogenblik is er voldoende financiering. Eigenlijk zou men die moeten afbouwen en het kader creëren waarin de openbare omroep volledig reclamevrij wordt, de reclame moet verhuizen naar de privéondernemingen. Ik vind dat de verantwoordelijkheid van de politiek. Daar zullen wij naar streven, nu en in de volgende legislatuur.

De voorzitter

Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters

Mevrouw de voorzitter, collega's, ik heb aandachtig geluisterd naar dit zeer boeiende actualiteitsdebat. Ik zal eerst tekst en uitleg geven bij de contacten die ik had. Ik zal u ook vertellen wat ik de komende dagen en weken ga doen. Ik ga ervan uit dat we dat in de commissie voor Media nog uitgebreid bespreken en opvolgen.

Er is hier beweerd dat ik mij bezighoud met de media. Maar natuurlijk houd ik me in deze economisch moeilijke tijden ook bezig met de automobielsector, met de houtindustrie, met de textiel enzovoort. Deze sectoren zijn belangrijk voor Vlaanderen betreffende toegevoegde waarde en werkgelegenheid. Dat geldt ook voor de mediasector. Het is een Vlaamse sector par excellence met aanzienlijke tewerkstelling. In de geschreven pers spelen elementen als kwaliteit en pluriformiteit, die ik in mijn beleidsbrief verdedigd heb, een rol.

Ik heb verschillende betrokkenen uitgenodigd om te praten over de situatie in de media, en meer nog over de toekomst ervan. Ik heb op 8 december de mediagroepen ontvangen, op 9 december de vakbonden en de Vlaamse Vereniging van Beroepsjournalisten en vandaag de gedelegeerd bestuurder van de VRT. De volgende dagen zie ik nog andere belanghebbenden, om dan te komen tot een voorstel - met inbreng van uw suggesties - om de staten-generaal van de Vlaamse media of Flanders Media vorm te geven.

De mediagroepen verklaarden dat ze zoals alle bedrijven op onze kleine markt kampen met stijgende onkosten. Dat gaat dan over loonkosten, grondstoffen en dergelijke. Ze worden sinds enkele maanden geconfronteerd met een daling van de advertentie-inkomsten. De herstructureringen bij De Persgroep en bij Corelio vormden de aanleiding voor de gesprekken. Deze twee spelers hebben allebei verklaard dat de herstructureringen geen oorzakelijk verband hadden met de economische crisis en de vermindering van de advertentieruimte. Er is uitdrukkelijk gezegd dat er geen afspraken zijn gemaakt. Er werd immers beweerd dat men in het medialandschap met een groot 'complot' bezig was. De mediagroepen hebben me duidelijk gezegd dat ze geen bijkomende middelen of subsidies vragen.

Ik heb hun gevraagd - dat kwam ook hier aan bod - of de herstructureringen gevolgen hadden voor de kwaliteit van de krant. De uitgever moet er alles aan doen om die kwaliteit hoog te houden. Als minister van Media moet ik dat bewaken. Wat heeft het voor nut om kranten op de markt te brengen die de lezer als onvoldoende kwaliteitsvol beschouwt? De persgroepen hebben mij gegarandeerd dat de kwaliteit gevrijwaard blijft. Er wordt niet ingeleverd op de kwaliteit van de producten, noch op de onafhankelijkheid, noch op de pluriformiteit. Dat hebben zij onderstreept.

Ik heb gisteren de vakbonden en de journalisten ontvangen en toen was er natuurlijk een andere invalshoek bij hetzelfde dossier en hetzelfde probleem. Zij maken zich grote zorgen over de acties en herstructureringen die aan de gang zijn. Vandaag heeft zelfs ook VTM bijkomende ontslagen of afvloeiingen aangekondigd. Men heeft een aantal pertinente opmerkingen gemaakt - ze zijn hier trouwens ook al aan bod gekomen. Men stelt niet alleen vragen over de journalisten in verband met de druk en de kwaliteit, maar er werd bijvoorbeeld ook gevraagd hoe het zit met de persfotografen. Degenen die op zelfstandige basis werken voor een aantal van die mediagroepen, bevinden zich in een moeilijke situatie. Men krijgt 16 euro voor een kleurenfoto en heeft af te rekenen met een heel grote concurrentie. Hoe kunnen wij ervoor zorgen dat dit probleem wordt aangepakt? Men heeft me gezegd dat men bang is dat de kwaliteit en de autonomie in gevaar komen. Ik heb die twee groepen dus ontvangen en ik deel u bijna letterlijk mee wat ze me hebben gezegd.

Wat is nu de conclusie van die twee contacten - er zullen er trouwens nog volgen? Ten eerste, iedereen gelooft in de toekomst van de mediasector. Dat is heel belangrijk. Ik kom er straks nog op terug.

Ten tweede moeten de kwaliteit, de onafhankelijkheid en de pluriformiteit gewaarborgd worden. Al die mensen zeggen dat dit belangrijke elementen zijn waar de nodige aandacht aan moet worden besteed en waarvoor de nodige garanties moeten worden gegeven. Ik heb al opgemerkt dat een krant niet is zoals een ander product dat door een gewoon bedrijf wordt geproduceerd, een krant bevat een element van democratisch gehalte en van de dynamiek van de samenleving, die ons allen dierbaar is.

Ik heb ook heel duidelijk geconcludeerd dat ik voor wat herstructureringen betreft, ook niet tussenbeide kom bij andere grote herstructureringen in andere bedrijven. Er werd al verwezen naar De Tijd en naar andere bedrijven, maar ik denk niet dat het de taak van een minister is om heel actief tussen te komen indien herstructureringen worden gelanceerd. Dat betreft een debat tussen de werkgever en de werknemers, die heel duidelijk op hun verantwoordelijkheid zijn gewezen. Ik moet onderstrepen dat het bij herstructureringen niet de taak is van de minister om tussen te komen.

Ten slotte - maar dat heb ik al gezegd - zijn de journalisten en de anderen geen vragende partij om in een situatie terecht te komen waarbij wij bijkomend geld zouden geven aan de verschillende groepen om het probleem van de herstructurering op te lossen.

Ik zal nog contacten hebben, maar ik heb begrepen dat iedereen dat al in de media heeft gelezen. Ik geef dat toch nog even kort mee.

De vraag is nu welke maatregelen en acties zullen worden ondernomen. Ik denk dat we acties moeten hebben op heel korte termijn, op korte termijn en op lange termijn. Wat de heel korte termijn betreft, is het bij deze herstructurering natuurlijk zo dat we, natuurlijk samen met collega Vandenbroucke, zoals bij elke andere herstructurering, de instrumenten die we hebben volop zullen inzetten. Er is ook een uitdrukkelijke vraag om er ook voor te zorgen dat de zelfstandigen, de persfotografen en anderen die toeleveren, niet over het hoofd worden gezien en dat ook voor hen de instrumenten worden ingezet die we voor andere herstructureringen inzetten. Dat zal dus gebeuren in afspraak met minister Vandenbroucke en wel op heel korte termijn, ervan uitgaande dat de plannen doorgaan en dat erover wordt overlegd binnen de ondernemingen zelf.

Op korte termijn zal ik tegen eind januari, begin februari een initiatief nemen. Wordt dat een staten-generaal van de Vlaamse media en kan daar dan een platform Flanders Media of Vlaanderen Media, in het mooi Nederlands, uit voortvloeien?

Eind januari, begin februari zal ik dat initiatief nemen. Het zal worden opgebouwd rond de heel duidelijke vraag hoe we de toekomst van de media in al hun facetten kunnen versterken, en hoe kunnen we daar op langere termijn maatregelen voor kunnen treffen. Ik heb aan de uitgevers gevraagd om mij te zeggen wat zij belangrijk vinden om de toekomstgerichte visie voor de media te kunnen uittekenen. Aan de journalisten en de vakbonden heb ik gevraagd welke elementen volgens hen belangrijk zijn om mee te nemen in het debat.

Verschillende sprekers hebben de suggestie gedaan om aan de steun die we nu geven - de steun van 1 miljoen euro, de steun aan Krant in de Klas, en de ondersteuning van kwaliteitsvolle journalistiek - een aantal voorwaarden te koppelen. Ik wil dat meenemen. Dat mogen uiteraard geen voorwaarden zijn inzake inhoud of redactionele inmenging. Men heeft onder meer verwezen naar het voorbeeld van de Franse Gemeenschap.

Dat heeft mijns inziens te maken met de manier waarop je met toeleveranciers en persfotografen omgaat, en met de onafhankelijkheid van de journalisten. Ik heb begrepen dat zelfs de oppositie ermee akkoord gaat dat we dergelijke voorwaarden verder onderzoeken.

In januari of februari volgt dus de staten-generaal met alle betrokkenen. Ik heb begrepen dat bijvoorbeeld ook de VRT daarbij betrokken moet worden. Daarnet had men het over de relatie tussen de openbare omroep en de privésector. Wie doet wat, en onder welke voorwaarden? Ook dat is een heel belangrijk en interessant debat.

Er is daarstraks ook verwezen naar het statuut van kunstenaars. Moeten we in die richting decretale initiatieven nemen? Ik sluit dat allemaal niet uit. Ik neem ook de eventuele uitbreiding mee van het initiatief Krant in de Klas, dat mijn voorganger heeft opgestart. Men heeft voorgesteld om de doelgroep uit te breiden, bijvoorbeeld naar de werkzoekenden. Ik sta daarvoor open.

De rechtstreekse steun aan de geschreven pers is door niemand gevraagd, en ik denk ook niet dat het de bedoeling kan zijn dat we in die richting verdergaan. We moeten wel kijken hoe we deze belangrijke sector verder in kaart kunnen brengen en hem een toekomst kunnen garanderen. Niet alleen voor de werknemers uit de sector, maar ook voor alle klanten, lezers en dergelijke. Ik heb het dan niet alleen over de geschreven pers, maar ook over het internet enzovoort. Alle elementen kunnen daarbij betrokken worden.

Met dit initiatief geven we een antwoord op de verzuchting die hier geformuleerd is. We gaan een aantal duidelijke richtingen uit. Zowel de journalisten, persfotografen als anderen hebben bepaalde verwachtingen. Ik ga ervan uit dat we een goede samenstelling zullen vinden voor de staten-generaal. Men heeft onder meer voorgesteld om er de academische wereld bij te betrekken. Wij zullen dan ook een voorstel in die richting formuleren.

We zullen ook de nodige overlegmomenten en debatten organiseren in dit parlement en in de commissie Media. (Applaus)

Jos Stassen

Mijnheer de minister-president, ik dank u voor uw duidelijke en hoopgevende antwoord. Het is belangrijk dat u de redenering volgt dat de mediasector bij uitstek een sector is die onder een aantal voorwaarden onrechtstreeks gesteund moet worden. Dat kan en moet verder worden uitgewerkt.

In dat kader, mevrouw de voorzitter, kondig ik een actualiteitsmotie aan ter ondersteuning en ter uitbreiding van het antwoord van de minister-president.

Jurgen Verstrepen

Ik heb geluisterd naar de uitleg van de minister-president. Ik blijf wat op mijn honger zitten. Maar we zullen afwachten.

Ik wil benadrukken dat de mediasector steunen iets heel anders is dan de kranten steunen. De kranten zijn als medium altijd verwend. In de verkiezingsperiode zijn de kranten het enige medium dat politieke reclame mag plaatsen. Andere media zoals radio en televisie waren ook vragende partij. Enkel de kranten halen grote budgetten binnen bij de politieke partijen.

Elk initiatief om kranten te verspreiden, betekent dat je als overheid de kranten koopt en ze dan verdeelt, aan Brussels Airlines of noem maar op. In 2006 hebben alle overheden 87 miljoen euro aan reclame in de media gespendeerd, en dan heb ik het nog niet over overheidsbedrijven zoals Belgacom en de VRT. De geleverde inspanningen voor de media zijn toch al ruim voldoende. Je moet opletten dat je niet nog meer geeft.

Minister-president Kris Peeters

Ik dank u voor de positieve tussenkomsten. Obama heeft de verkiezingen gewonnen voornamelijk via het internet en niet via de geschreven pers.

Jurgen Verstrepen

Mijnheer de minister-president, als u die discussie met mij wilt aangaan, met veel plezier. Mag ik u erop wijzen dat de funding die Obama heeft aangetrokken via het internet opmerkelijk groter was, maar dat het effect ervan niet vaststaat? De verkiezingen winnen via het internet is een beetje te gemakkelijk. Dan gaan we heel veel investeren in het internet.

In Vlaanderen mag men voor politiek reclame voeren op het internet en in de kranten, maar niet via andere media. Die scheeftrekking verdient uw aandacht, mijnheer de minister-president.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

Het debat is gesloten.

De voorzitter

Actualiteitsmotie

Door de heer Stassen werd tot besluit van dit actualiteitsdebat een actualiteitsmotie aangekondigd. Ze moet uiterlijk om 16.43 uur zijn ingediend.

Het parlement zal zich daar straks over uitspreken.

Het incident is gesloten.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.