U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 3 december 2008, 14.04u

van de Vlaamse Regering, verslag door Marleen Van den Eynde, Jos De Meyer en Karlos Callens
1816 (2007-2008) nr. 1
De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, de algemene bespreking is geopend.

Mevrouw Van den Eynde, verslaggever, verwijst naar het schriftelijke verslag.

De heer De Meyer, verslaggever, heeft het woord.

Jos De Meyer

Mevrouw de voorzitter, de Commissie voor Openbare Werken, Mobiliteit en Energie behandelde op dinsdag 7 en dinsdag 14 oktober het zogenaamde verzameldecreet inzake leefmilieu en energie, en meer in het bijzonder de hoofdstukken Energie en Aslasten. Het decreet beoogt het doorvoeren van een aantal wijzigingen aan diverse decreten met betrekking tot leefmilieu, energie, openbare werken en landbouw. Het onderdeel Energie in het verzameldecreet behelst vier afzonderlijke punten. Er is de machtiging aan de Vlaamse Regering om, na advies van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt (VREG), de openbaredienstverplichtingen voor de netbeheerders te verduidelijken op het punt van kennisgeving en overleg bij toevoeronderbrekingen, de kwaliteit van stroom en aardgas, aansluitings- en behandelingstermijnen, vragen en klachten en dienstverlening aan leveranciers.

Verder wordt het groenestroomquotum in het vervolg pas in het jaar na de vaststelling van de in de het vorig jaar uitgereikte certificaten en de verbruikte elektriciteit aangepast. Zo wordt aan de leveranciers meer tijd gegeven om nog op zoek te gaan naar bijkomende groene stroom, in plaats van gewoon de boete wegens te weinig productie te betalen.

Ook krijgt de VREG de bevoegdheid om marktpartijen te verplichten tot het naleven van niet alleen het Elektriciteitsdecreet en Aardgasdecreet, maar ook het oprichtingsdecreet van de VREG en de bijbehorende uitvoeringsbesluiten.

Ook wordt in het REG-decreet de rechtsgrond gecreëerd voor de publicatie en de inhoud van een energierapport dat jaarlijks door het Vlaams Energieagentschap zal worden opgemaakt.

Naast een aantal puur technische rechtzettingen worden aan het Aslastendecreet twee inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd. Eén: de onmiddellijk geïnde administratieve geldboete wordt bij vervolging van het parket niet meer terugbetaald. Twee: ieder die instructies heeft gegeven of daden heeft gesteld die hebben geleid tot een inbreuk, kan in het vervolg op dezelfde manier gestraft worden als de eigenlijke overtreder. Want vaak rust de verantwoordelijkheid voor overladingsmisdrijven niet enkel bij de chauffeur maar bijvoorbeeld ook bij de verlader die het voertuig geladen heeft of bij de opdrachtgever.

De heer Glorieux sloot zich aan bij de opmerkingen die de Minaraad geformuleerd heeft: de figuur van een verzameldecreet is een handige formule om wijzigingen door te voeren aan diverse decreten maar met dit voorliggende ontwerp zijn de grenzen van de transparantie bereikt.

De heer Peumans stelde de vraag naar de meerwaarde van de grote investering in weeginstallaties die werd gedaan. Minister Hilde Crevits repliceerde dat de pakkans ligt in de ordegrootte van achttien overladingen op honderd controles.

Het ontwerp van decreet werd goedgekeurd met acht stemmen voor bij vier onthoudingen. Tot daar het verslag van de commissie voor Openbare Werken.

De voorzitter

De heer Callens, verslaggever, heeft het woord.

Karlos Callens

Mevrouw de voorzitter, dames en heren, ik breng het verslag van de commissie voor Leefmilieu. Dit ontwerp van decreet werd uitgebreid besproken in de commissie. Het ging vooral over inhoudelijke wijzigingen in bestaande decreten en de correcte omzetting naar de Europese regelgeving. Daarnaast waren er een klein aantal technische verbeteringen. Ik zal een paar zaken verduidelijken.

Er stonden in het ontwerp van decreet bepalingen over het Drinkwaterdecreet. Er moest namelijk een reguleringsinstantie worden opgericht binnen de Vlaamse Milieumaatschappij. Wat het integrale waterbeleid betreft, was het belangrijkste dat het begrip initiatiefnemer moest worden ingevoerd bij onteigeningen voor de realisatie van waterbeheersplannen. Bij het Bosdecreet ging het hoofdzakelijk over de garantie van toegankelijkheid van bepaalde bossen. Bij het Natuurdecreet ging het voornamelijk over aanpassingen conform de Habitat- en de Vogelrichtlijn.

Er werden aanpassingen op het Jachtdecreet besproken. Het ging vooral over een verbetering van de bestaande decreten waarbij bepaalde jachttechnische voordelen worden toegekend, rekening houdend met het verstandige wild- en natuurbeheer.

Het Mestdecreet besloeg een groot hoofdstuk. Onder andere de definitie Noordzeekustzone moest worden bepaald. Daar mag op zaterdag geen bemesting gebeuren. Ander punt: de Mestbank moet de landbouwers tijdig verwittigen bij bodemstaalname na een bepaalde datum. We bespraken de voorstellen van wijziging bij het toewijzen van de nutriëntenemissierechten (NER's) en de tijdelijke nutriëntenemissierechten (TNER's) wanneer dit gebeurt in natuurgebied. Daarna bespraken we de aanpassingen inzake de overname van bedrijven vóór de inwerkingtreding van het Mestdecreet.

En dan hadden we als laatste punt nog een aantal wijzigingen bij het Bodemdecreet, hoofdzakelijk in verband met de overdraagbaarheid van een vrijstelling van de saneringsplicht, want dat is heel belangrijk. Bij de OVAM hadden we de bedoeling om de bevoegdheid te geven om de termijn te bepalen van het bodemonderzoek, maar tevens wordt daarbij in de mogelijkheid voorzien om een beroepsprocedure in te stellen. We hadden het ook over de verplichtingen van een exploitant bij het sluiten van een risico-inrichting en - ook belangrijk - over de informatieplicht van de curator.

Mevrouw de voorzitter, na een interessante bespreking met de heren Sintobin, Martens, Callens, Daems, Van Nieuwkerke, De Klerck, de dames Dua, Rombouts en de minister, en onder de deskundige leiding van de voorzitter, de heer Lachaert, werd het ontwerp van decreet met de nodige amendementen in de commissie goedgekeurd met tien stemmen voor en één stem tegen.

De voorzitter

De heer Daems heeft het woord.

Rudi Daems

Mevrouw de voorzitter, collega's, ten eerste wil ik opmerken dat we ten aanzien van de besprekingen in de commissie voor Openbare Werken, Mobiliteit en Energie geen opmerkingen hebben gemaakt. We hebben dat wel gedaan in de commissie voor Leefmilieu en Natuur.

Ik wil het eerst hebben over de procedure. Ik heb dit reeds gedaan in het Uitgebreid Bureau en mijn collega, mevrouw Dua, heeft dit in de commissie ook al gedaan. Tijdens de laatste vergadering van de commissie voor Leefmilieu hebben de meerderheidspartijen een pak amendementen ingediend - ik meen dat het om een vijftigtal bladzijden ging. Bij die amendementen was er geen advies, noch van de Raad van State, noch van de adviesraden. Gelukkig heeft de verzamelde oppositie geprotesteerd en dat heeft geleid tot een intrekking van deze amendementen en de indiening als apart een voorstel van decreet. Dit is een goede zaak, maar eigenlijk vind ik dit alles een parlementaire werking onwaardig. Ik wou dit procedurele punt toch nog eens maken, mevrouw de voorzitter.

Ik kom tot de inhoud. We hebben geen problemen met de technische aanpassingen, en er zitten er heel wat in, maar er werden ook een aantal inhoudelijke aanpassingen gedaan. Ik zal niet het volledige commissiedebat herhalen, ik wil me beperken tot drie kernpunten.

Ten eerste is er de reguleringsinstantie. Door de keuze van de meerderheid wordt de reguleringsinstantie geïncorporeerd in de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). Ik vind dit geen goede beslissing. Het was volgens mij logischer geweest om een aparte, onafhankelijke reguleringsinstantie te hebben. We kennen allemaal het verdienstelijke werk dat de reguleringsinstantie Energie op Vlaams niveau en zelfs op federaal niveau levert. Ze hebben enige autoriteit opgebouwd, los van alle administraties. Dat was een betere keuze geweest. Voor alle duidelijkheid: dit is geen motie van wantrouwen ten aanzien van de VMM, want die verricht haar taken heel goed. Mijn punt is dat een reguleringsinstantie van behoorlijk goede huize moet zijn, wil die enig tegengewicht hebben tegenover de watermaatschappijen. We krijgen de laatste jaren allemaal flinke waterfacturen in onze brievenbus. De prijzen blijven almaar stijgen en de prijsvorming door de watermaatschappijen is vaak ontransparant. We beschikken ter zake over een schitterend rapport van de SERV. Die stelt dat er onverklaarbare verschillen zijn in de waterprijzen voor bijvoorbeeld iemand die in Zuienkerke woont en iemand die in Mol woont. Ik vind het antwoord van de regering onvoldoende, zeker als we weten dat de reguleringsinstantie zich in de eerste plaats zal bezighouden met een soort internationale benchmark, alweer een studie dus, in plaats van iets te doen aan het tarievenbeleid van de watermaatschappijen.

Mijn tweede punt gaat over het Milieuvergunningendecreet. Op basis van de wijzigingen aan het decreet en het uitvoeringsbesluit VLAREM, heeft de regering beslist om over te gaan tot een flinke wijziging van de klassenindeling voor de klasse 1-, klasse 2- en klasse 3-bedrijven: 7000 bedrijven verhuizen van klasse 2 naar klasse 3 en 1000 bedrijven verhuizen van klasse 1 naar klasse 2.

Ik heb tijdens de bespreking de zorg geuit dat dit een serieuze verschuiving van taaklast inhoudt ten aanzien van gemeenten. Vooral landelijke gemeenten zijn onvoldoende uitgerust voor de extra taken die op hen afkomen in het kader van vergunningsdossiers.

Bovendien wordt hier opnieuw een vorm van stilzwijgende weigering van vergunningen ingevoerd. Als een gemeente of provincie niet tijdig antwoordt op een verzoek van een bedrijf tot aanvulling of wijziging van de vergunningsvoorwaarden, dan wordt dat verondersteld geweigerd te zijn. Ik dacht dat de tijd van stilzwijgende weigeringen voorbij was. Het gaat in tegen alle huidige trends om opnieuw een stilzwijgende weigering in te voeren, ondanks het voorzien in een beroepstrap bij de minister.

Mijn laatste punt gaat over de wijzigingen die zijn aangebracht aan het Bosdecreet. Mensen kunnen centen krijgen indien zij percelen wensen te bebossen, maar de voorwaarde die daaraan wordt verbonden, is dat het perceel in kwestie in bosgebied gelegen moet zijn. Wij vinden dat een discriminatie ten aanzien van eigenaars van andere percelen, die wensen te bebossen buiten bosgebied. We hebben immers heel veel zonevreemde bosgebieden in Vlaanderen. En dit zal geen antwoord zijn op dat probleem, mevrouw de minister. We moeten 10.000 extra hectare bos aanleggen, maar op deze manier zullen we er niet komen.

Daarom zullen wij dit ontwerp van verzameldecreet niet goedkeuren. (Applaus van de heer Eloi Glorieux)

De voorzitter

De heer Martens heeft het woord.

Bart Martens

Mevrouw de voorzitter, mevrouw de minister, beste collega's, ik wil vooreerst de twee verslaggevers bedanken, die op een uitmuntende manier verslag hebben gedaan van de werkzaamheden in de commissies.

Ik wil hier nog even inzoomen op een aantal wijzigingen die we vanuit de commissie via amendementen hebben aangebracht. Een eerste punt is de reguleringsinstantie. We hebben er met een amendement voor gezorgd, mijnheer Daems, dat de Vlaamse Milieumaatschappij meer armslag krijgt. Die kan bijvoorbeeld administratieve boetes uitschrijven als ze niet de nodige informatie krijgt om haar reguleringstaak te kunnen vervullen.

Het is niet zozeer de plaats waar we die reguleringsinstantie onderbrengen, maar wel de bevoegdheden van zo'n instantie die maken of zo'n reguleringsinstantie haar werk kan doen. Wat dat betreft, mevrouw de minister, kijken we uit naar wat al was afgesproken in het kader van de eerste fase van de staatshervorming, namelijk de regionalisering van het prijzenbeleid inzake de distributie van leidingwater. Pas als de regulator ook hier in Vlaanderen bevoegdheid heeft over het prijzenbeleid, kan hij bepaalde onrechtmatige kosten verwerpen. Vandaag is dat geenszins het geval.

We hebben vanuit de commissie ook belangrijke wijzigingen aangebracht aan het Bosdecreet. Een eerste wijziging zit in het systeem van de boscompensatieplicht. Totnogtoe was het zo dat natuurverenigingen die ontbosten in eigen gebieden, werden vrijgesteld van boscompensatieplicht. Dat werd door veel burgers als onbillijk ervaren. Een gezin of een bedrijf dat wil ontbossen, moet ofwel de gekapte bomen in natura compenseren ofwel geld storten in het Boscompensatiefonds. Dat de natuurverenigingen daarvan waren vrijgesteld, veroorzaakte heel wat wrevel.

Aan de andere kant hebben we wel een vrijstelling van de boscompensatieplicht ingevoerd voor burgers en bedrijven die moeten compenseren vanwege een aantal door Europa opgelegde natuurverplichtingen.

We hebben een netwerk van Europese Habitat- en Vogelrichtlijnen, waarvoor instandhoudingsdoelstellingen moeten worden opgemaakt. Als men in het kader van die doelstellingen verplicht wordt om te ontbossen, stellen wij burgers en bedrijven vrij van compensatie.

Mevrouw de minister, dat zal per saldo leiden tot meer boscompensatie. We moeten zo snel mogelijk zicht krijgen op die instandhoudingsdoelstellingen, die het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek of INBO moet opmaken. Er zijn heel veel bossen die ook een overlap als vogel- of habitatrichtlijngebied hebben gekregen, denk maar aan de Vlaamse Ardennen. Het zal niet leiden tot grote ontbossingen. Duidelijkheid over de doelstellingen zou vrezen die leven in de bosbouwsector kunnen wegnemen.

Mevrouw de minister, het zou ook goed zijn om een bosbalans op te maken om de evolutie te kunnen bewaken. Natuurpunt is daarmee gestart in zijn eigen gebieden. Het zou niet slecht zijn mocht het INBO voor alle ontbossingen in het kader van de instandhoudingsdoelstellingen een bosbalans opmaken.

Een andere belangrijke wijziging aan het Bosdecreet is het creëren van een rechtsgrond voor bijkomende subsidies. De heer Daems heeft daar ook al op gewezen. Ik moet opmerken dat de beperking tot de gebieden die bestemd zijn of worden voor bossen enkel geldt voor de kapitaalsubsidies. Landbouwers die met steun van het PDPO, ons plattelandsontwikkelingsprogramma, hun landbouwgronden willen bebossen, kunnen dat blijven doen. Die rechtsgrond hebben we destijds in een programmadecreet gecreëerd. Daar verandert niets aan.

De kapitaalsubsidies bieden gemeentebesturen, provinciebesturen, kerkfabrieken, OCMW's en dergelijke de mogelijkheid voor subsidies bij de aankoop van terreinen voor bebossing. Het gaat erom dat we die kapitaalsubsidies beperken tot gebieden die bestemd zijn of worden als bos. Wat mij betreft, horen daar ook de groengebieden bij. Minstens gedeeltelijk zijn die bestemd om bos te kunnen worden. We kunnen en moeten nog veel verduidelijken in het uitvoeringsbesluit.

De rechtsgrond die we nu gecreëerd hebben kan er, samen met de mogelijkheid om middelen uit het boscompensatiefonds te gebruiken om bossen te creëren via de lokale besturen, toe leiden dat er in Vlaanderen veel meer bos komt. Vandaag ligt spijtig genoeg in het boscompensatiefonds 15 miljoen euro te slapen. Er wordt heel wat ontbost in Vlaanderen, meer dan er vanuit dat fonds bebost wordt. De 15 miljoen euro geraakt niet uitgegeven omdat enkel het Vlaamse Gewest die middelen kan gebruiken en blijkbaar onvoldoende terreinen vindt.

De lokale besturen zullen het geld uit het boscompensatiefonds door onze amendementen nu kunnen aanwenden om eigen gebieden aan te kopen en te beplanten. Dat kan een belangrijke activering van het boscompensatiefonds met zich meebrengen. Dat was ook de doelstelling van ons Bosdecreet. Elke boom die gekapt wordt, zou worden gecompenseerd. Door het slapende fonds werd die doelstelling uitgehold. We hopen dat we dat fonds met deze amendementen kunnen activeren. We willen lokale besturen met bosambities stimuleren om in hun ruimtelijke uitvoeringsplannen bijkomende bosgebieden aan te duiden en die met middelen van het gewestelijke compensatiefonds te realiseren.

Mevrouw de minister, dit kan tegemoet komen aan een kritiek die vooral in de provincies Antwerpen en Limburg opgang maakte tegen het boscompensatiesysteem van het Bosdecreet. Beide provincies zijn de grote sponsors van dat fonds. In de periode 2001-2007 heeft de provincie Antwerpen 9 miljoen euro aan dat fonds gegeven, terwijl er maar 1 miljoen euro terugkwam. Hetzelfde gebeurde in Limburg, de meest bosrijke provincie. Ze zagen dat ze dat fonds aan het sponsoren waren, terwijl ze er niets uit terugkregen en andere provincies met de prijzen gingen lopen.

Johan Sauwens

Het is altijd hetzelfde: wij moeten de bossen van Vlaanderen sponsoren.

Bart Martens

Mijnheer Sauwens, ik denk dat de amendementen die we hebben doorgevoerd en die hier straks hopelijk groen licht krijgen, ervoor kunnen zorgen dat provinciebesturen die dat willen, de middelen van dat fonds in eigen provincie kunnen houden, als ze via provinciale RUP's extra ruimte voor bos in hun provincie creëren. Op die manier kan het bosbestand in elke provincie op peil worden gehouden, en wat ons betreft, zelfs worden uitgebreid.

Mevrouw de minister, ik moet er u niet aan herinneren dat de weg nog lang is. In het RSV hebben we samen afgesproken dat er 10.000 hectare bos zou bijkomen in Vlaanderen. We zijn er nog lang niet. Wat ons betreft moet die doelstelling worden gerealiseerd. Dat zal niet meer lukken tegen de planhorizon van het ruimtelijk structuurplan, maar uitstel mag zeker geen afstel worden.

Ik hoop dat we het uitvoeringsbesluit, dat de activering van het boscompensatiefonds in de praktijk brengt, snel te zien zullen krijgen. Ik hoop ook dat we snel zicht krijgen op de concrete instandhoudingsdoelstellingen voor de verschillende Europese habitat- en vogelrichtlijngebieden, zodat we daaruit kunnen afleiden in welke mate er in het kader van natuurdoelstellingen nog ontbost moet worden. Mevrouw de minister, ik hoop dat u positief gevolg zult geven aan ons verzoek om een bosbalans in het leven te roepen, die de balans van ont- en bebossingen in het kader van de instandhoudingsdoelstellingen zal tonen.

Voor de rest hoop ik dat dit ontwerp van decreet met alle amendementen een overtuigende meerderheid zal krijgen bij de stemming. (Applaus bij sp.a)

De voorzitter

De heer Lachaert heeft het woord.

Patrick Lachaert

We sluiten ons aan bij de tussenkomst van de heer Martens en verwijzen ook naar de zeer lange en grondige bespreking in de commissie over de opmerkingen van de heer Daems die niet nieuw zijn voor ons.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Het verslag was zo volledig dat ik er amper nog wat aan kan toevoegen. Het was een boeiende discussie in de commissie. Ik dank de aanwezigen daarvoor.

Inzake de reguleringsinstantie zijn we voor de keuze van de regulator niet over één nacht ijs gegaan. De VMM oefent vandaag het economisch toezicht uit en heeft zich daarvoor goed georganiseerd. De VMM is dan ook de meest geschikte partner om die regulering op zich te nemen. Het moet efficiënt, met voldoende controlemogelijkheden en in volle onafhankelijkheid gebeuren. Daarover zal nauwgezet worden gewaakt.

Het is gratuit om te beweren dat benchmarks geen zin hebben. In Nederland heeft een benchmarking geleid tot 20 percent meer efficiëntie in het beleid. Dat is toch niet onbelangrijk.

Volgende week is er een overleg met alle partners waar het ontwerp over de instandhoudingsdoelstellingen wordt doorgelicht door externe wetenschappers. Als de resultaten positief zijn, zal ik het besluit zeer snel kunnen agenderen op de ministerraad.

Mijnheer Sauwens en mijnheer Martens, dit kan een instrument worden om soepel om te springen met het boscompensatiefonds.

Het is de bedoeling dat het middelen genereert die opnieuw ingezet kunnen worden voor het doel waarvoor ze bestemd zijn. Ik zal erop toezien dat het uitvoeringsbesluit zo snel mogelijk wordt geagendeerd op de Vlaamse Regering.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

De voorzitter

Artikelsgewijzebespreking

Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het ontwerp van decreet.

De door de commissie aangenomen tekst wordt als basis voor de bespreking genomen. (Zie Parl. St. Vl. Parl. 2007-08, nr. 1816/9).

De artikelen 1 tot en met 163 worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het ontwerp van decreet houden.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.