U bent hier

De voorzitter

De heer Verfaillie heeft het woord.

Jan Verfaillie

Mijnheer de minister, we worden op dit moment geconfronteerd met een economische crisis. Terwijl de vooruitzichten voor België nog licht positief zijn, merken we dat de economische groei in heel wat landen van Europa en van de wereld in 2009 negatief zal zijn. Er zijn problemen met de banksector. Als we kijken naar de automobielsector in de Verenigde Staten, zien we dat we evolueren naar de slechtst mogelijke economische toestand sinds 1929. Het IMF heeft dat ook aangegeven. Het is inderdaad al een hele poos geleden dat we nog geconfronteerd werden met een dergelijke zware economische crisis.

Mijnheer de minister, in dat geval zullen de privébedrijven minder of helemaal niet meer investeren, zullen ze vervangingsinvesteringen uitstellen en spreiden op de lange termijn. Persoonlijk ben ik geen voorstander van 'deficit spending'. Toch denk ik dat de overheden hier een taak te vervullen hebben. Zo kan de Vlaamse overheid versneld een aantal infrastructuurwerken uitvoeren, versneld een aantal scholen bouwen enzovoort.

Los van de financiële situatie van de lokale besturen, die het vandaag ook niet gemakkelijk hebben, kunnen ook zij inspanningen leveren door projecten die ingeschreven zijn op de meerjarenplanning wat versneld uit te voeren. Ze kunnen bij de banken langs gaan om de extra centen te lenen om een aantal projecten te realiseren.

Maar, mijnheer de minister, dat is nu net het probleem. In goede economische tijden voor Vlaanderen hebben we een Lokaal Pact afgesloten met de Vlaamse Regering. Een van de voorwaarden om dat pact te onderschrijven, was dat gemeenten zich moesten verbinden om de globale schuldenlast van alle lokale besturen samen in 2009 niet te verhogen. Als ik merk dat ongeveer de helft van de publieke investeringen in Vlaanderen gebeurt door de lokale besturen - het gaat om ongeveer 1,4 miljard euro -, dan kunnen ze nog wat extra inspanningen leveren. Dat betekent echter ook dat we extra moeten lenen. Dat staat echter in tegenstelling met de uitgangspunten van het Lokaal Pact, waarin is opgenomen dat de globale schuld van de lokale besturen in 2009 niet mag stijgen.

Mijnheer de minister, wat is uw houding op dat vlak? Denkt u aan oplossingen? Kunnen de lokale besturen voor 2009 eventueel extra schulden aangaan bij financiële instellingen om bepaalde investeringen te doen?

De voorzitter

Minister Keulen heeft het woord.

Mevrouw de voorzitter, geachte leden, dit is een pertinente vraag. In deze tijden moeten we erover waken dat iedereen het hoofd koel houdt, ook de gemeentebesturen. Dat lijkt me geen enkel probleem, want dat zijn onze beste besturen. Het zijn natuurlijk ook heel belangrijke besturen voor de bouwsector. Heel wat aannemersbedrijven leven als het ware van opdrachten van gemeenten en OCMW-besturen. In dit parlement kennen we allemaal de begrotingen voor openbare werken, wegenbouw, infrastructuur in de vrijetijdssector, rioleringen enzovoort. Honderden bouwbedrijven in Vlaanderen zijn daarmee bezig. Al die opdrachten komen van het lokale niveau.

Mijnheer Verfaillie, dat de schuld niet mag stijgen, gold voor 2008. Anderzijds wil ik toch ook waarschuwen voor deficit spending. Vandaag is het grootste probleem voor de gemeentebesturen eigenlijk het vinden van aannemers om projecten uit te voeren of van technische medewerkers indien ze projecten in eigen regie willen realiseren. De zorg van de gemeenten wat financiën betreft, is ook de zorg van de Vlaamse Regering. De minister van Financiën en Begroting is hier aanwezig. Hij heeft eveneens een groot hart voor de lokale besturen. Voor 2009 bevat het Gemeentefonds 1,9 miljard euro. Ten opzichte van 2008 komt er volgend jaar dus 64 miljoen euro bij. Dat komt overeen met de integrale begroting voor Inburgering. Dit jaar was er het Lokaal Pact, waardoor Vlaanderen een flink deel van de gemeenteschulden heeft overgenomen. Dat creëert eigenlijk ook financiële ruimte. Wat heel weinig in het nieuws komt, maar toch ook gebeurt, is dat we dit jaar en de komende jaren een extra inspanning zullen doen van 100 miljoen euro op jaarbasis voor de financiering van het aanleggen van rioleringen op gemeentelijk niveau.

Ik ben er vooral bekommerd over dat we niet in de val zouden stappen die de Belgische staat in de jaren zeventig heeft gemaakt. Er werd een gigantische overheidsschuld gecreëerd, waardoor men jaren bezig is geweest het geld dat vrijkwam te besteden aan de aflossing van de schuld. Ook is op een zeer kunstmatige wijze overheidstewerkstelling creëren geen goede zaak voor de toekomst en de toekomstige budgetten van de gemeenten. Toen ik pas in het parlement kwam, in het midden van de jaren negentig, zeiden de leden die uit de stad Antwerpen kwamen dat zij, de generatie die daar toen politieke verantwoordelijkheid moest dragen, uitsluitend nog de belastingen mochten verhogen en schulden afbetalen. We moeten erover waken dat een dergelijk doembeeld, dat ooit de realiteit was in onze metropool aan de Schelde, zich niet uitbreidt naar gemeenten als Veurne en andere lokale besturen in Vlaanderen.

Mijnheer Verfaillie, bij de vorming van de volgende Vlaamse Regering zal wie ook rond de tafel zit, hoe dan ook opnieuw de financiering van de gemeenten in ogenschouw moeten nemen, naast de toch wel grote financiële inspanningen die deze Vlaamse Regering deze legislatuur heeft gedaan ten aanzien van de lokale besturen. Dat is goed besteed geld. Mijnheer Peumans, ik heb het dan vooral over extra financiering. Ik blijf erbij dat wat lokaal wordt opgelost, goed is aangepakt. Daar moeten we ons in Brussel niets meer van aantrekken. Dat is mijn innige overtuiging. Iedereen is daarbij een winnaar, over de hele lijn.

Jan Verfaillie

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. U hebt het over het Gemeentefonds. De cijfers van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) tonen heel duidelijk aan dat de groeivoet van 3,5 percent, althans voor 2008, eigenlijk een verarming betekent voor de lokale besturen.

Er is ook jaren een surplus geweest.

Jan Verfaillie

De inflatie zal in 2008 immers hoger zijn dan 3,5 percent.

Ik leid uit uw antwoord af dat we voor 2009 als lokale besturen vrij over de ruimte beschikken om de nodige investeringen door te voeren. U hebt het over een krapte op de arbeidsmarkt en stelt dat het heel moeilijk is aannemers te vinden. Mijnheer de minister, ik voorspel dat, indien deze economische crisis zich doorzet, er meer aannemers ter beschikking zullen zijn om een aantal werken uit te voeren. Dat zal automatisch leiden tot meer concurrentie en tot prijsdalingen.

Mijnheer de minister, 2009-2010 zou wel eens het moment kunnen zijn voor lokale besturen om een aantal investeringen uit te voeren aan een minimumkostprijs.

De voorzitter

De heer Peumans heeft het woord.

Jan Peumans

In de commissie heeft minister Keulen heel duidelijk die 3,5 percent uitgelegd en dat deze regering daarin geen maatregelen neemt. Ik begrijp de vraag niet. Ik sta al 25 jaar in voor gemeentefinanciën. Wij hebben een aardig potje gekregen van de Vlaamse Regering. Die 100 euro per inwoner creëert juist de mogelijkheid om investeringen te doen zonder de schuld te verzwaren. De Vlaamse Regering heeft een goede inspanning gedaan.

We mogen niet in de val trappen, zoals mevrouw Onkelinx en de heer Demotte beweren in de Franstalige pers, om nu alles op alles te zetten en heel veel te investeren. Dan gaan we investeringen doen waarvan we achteraf zullen zeggen dat we het beter niet hadden gedaan. De politiek van de Vlaamse Regering is op dit moment heel duidelijk en creëert de mogelijkheid voor de gemeenten om bijkomende investeringen te doen.

De voorzitter

De heer Van den Heuvel heeft het woord.

Ik sluit me aan bij de waarschuwing om niet te veel aan deficit spending te doen. Dat lijkt me een heel terechte opmerking van de minister. Maar we mogen niet alles op een hoop gooien door al te snel te verwijzen naar eind jaren zeventig, begin jaren tachtig. Dat was deficit spending op basis van consumptie-uitgaven. Dat is van de baan. Iedereen beseft dat dat niet kan. Deficit spending voor investeringsuitgaven is van een andere soort.

Mijnheer Peumans, we hebben inderdaad een extraatje gekregen van de Vlaamse Regering. Dat is van groot belang. Het was geen kleinigheid. Dat moet worden erkend. De lokale besturen verdienen dat ook. Het fiscaal pact wordt bijvoorbeeld bijna voor de helft opgegeten doordat wellicht volgend jaar geen Dexiadividend wordt uitgekeerd. De financiële crisis geeft ook minnen. De lokale besturen staan ook voor een grote uitdaging bij de vergrijzingskosten. Ik denk aan het verschil tussen statutaire en contractuele pensioenen.

Duitsland heeft wel een impulsfonds opgericht om lokale investeringen te ondersteunen. Die piste kunnen we in het achterhoofd houden.

Ik pleit ervoor om het gezonde verstand te bewaren. Naast de zuiver financiële bekommernis, moeten we ook kijken hoe we administratieve procedures kunnen vereenvoudigen om openbare werken sneller te realiseren. Vandaag ben je vaak zes jaar bezig voor het minste werk op het lokale niveau. Als we sneller projecten kunnen realiseren, kunnen we meer investeren en sneller resultaten aan de bevolking tonen.

Jan Verfaillie

Mijnheer de minister, daar ligt een belangrijke taak voor de Vlaamse overheid. Er zitten hier veel burgemeesters en schepenen. Als wij een lokaal rioleringsdossier wensen uit te voeren, zitten er al snel zes tot tien jaren tussen de eerste contacten met de administratie en de realisatie. Leg dat maar eens uit aan de inwoners. Het blijft mijn visie dat investeren in gebouwen investeren is in de toekomst van uw stad en uw regio.

De voorzitter

Het incident is gesloten.

van de Vlaamse Regering, verslag door Hilde Eeckhout, Karlos Callens, Pieter Huybrechts, Tom Dehaene, Felix Strackx, Martine Fournier, Sabine Poleyn, Joris Vandenbroucke, Marnic De Meulemeester, Roland Van Goethem, An Michiels, Paul Delva, Elke Roex, Greet Van Linter, Michèle Hostekint, Dominique Guns, Anissa Temsamani, Margriet Hermans, Jef Tavernier, Dirk De Cock en Patrick De Klerck
19-B (2007-2008) nr. 1
van de Vlaamse Regering, verslag door Tom Dehaene, Felix Strackx, Martine Fournier, Jos De Meyer, Marnic De Meulemeester, Roland Van Goethem, Karlos Callens, Paul Delva, Dominique Guns, An Michiels, Anissa Temsamani, Margriet Hermans en Hilde Eeckhout
1824 (2007-2008) nr. 1

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.