U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 5 november 2008, 14.06u

van Anne Marie Hoebeke aan minister Kris Peeters
47 (2008-2009)
van Sabine Poleyn aan minister Kris Peeters
48 (2008-2009)
van Piet De Bruyn aan minister Kris Peeters
49 (2008-2009)
De voorzitter

Mevrouw Hoebeke heeft het woord.

Anne Marie Hoebeke

Mijnheer de minister-president, mevrouw de voorzitter, geachte collega's, de toestand in Oost-Congo ligt ons nauw aan het hart. De voorbije dagen kwam Congo weer op een schrijnende manier in de media. De beelden van de mensen op de vlucht, de getuigenissen van voornamelijk vrouwen, de schrijnende beelden van kinderen die met twee koekjes twee dagen moeten overleven en voor de rest moeten afwachten wat de vluchten van bevriende staten hun brengt, zijn niet meer weg te wissen van ons televisietoestel of uit de kranten.

Verschillende overheden en internationale hulporganisaties hebben al initiatieven genomen om hulp te bieden in de getroffen regio. Er is een onmiddellijke behoefte aan dekens, aan zeilen om zich te beschermen tegen water en kou, aan vitaminerijk voedsel. Daarnaast is er het gevaar van het seksuele geweld dat als een middel in de oorlog wordt gebruikt.

We lezen in de krant dat diegene die aan de poorten van Goma staat, zegt dat, als hij niet vlug een gesprek met de president heeft, Goma maar een doorgangsplaats zal zijn en dat hij dan naar het westen - Kinshasa - zal uitwijken. Als mensenrechtenorganisaties hem om uitleg vragen, dan zegt hij dat het Internationaal Hof van Den Haag de pot op kan. We weten dus wat de bevolking die zich eventueel tegen hem zou verzetten, te wachten staat.

Mijnheer de minister-president, wat gaat de Vlaamse Regering doen voor de getroffen regio? Zullen de voorvechters van de strijd tegen het seksuele geweld als oorlogswapen, steun krijgen van de Vlaamse Regering? Zal de Vlaamse Regering de bestraffing van dergelijke misdaden steunen?

De voorzitter

Mevrouw Poleyn heeft het woord.

Sabine Poleyn

Mijnheer de minister-president, mevrouw de voorzitter, geachte collega's, op een moment dat alle ogen van de wereld gericht zijn op de Verenigde Staten - nu met de presidentsverkiezingen, maar daarvoor met de financiële crisis - ontstaat er in het zuiden van de wereld, in Oost-Congo, een dramatische situatie. Door het oplaaiende geweld tussen de regeringstroepen en de rebellen van Nkunda, dreigt er opnieuw een burgeroorlog. Die heeft als eerste gevolg dat er mensen op de vlucht zijn, zonder have of goed, voor het geweld.

60 percent van de ontheemden zijn kinderen. Dat is een grote bekommernis voor ons. Verder sluiten we ons ook aan bij de bekommernis van mevrouw Hoebeke over het seksuele geweld als gevaar, ook voor de kinderen en de meisjes.

Er is dringend nood aan meer noodhulp. Het probleem is dat er versperringen zijn op de wegen. Toch denk ik dat we onze rol moeten spelen als Vlaamse overheid. Er zijn een aantal Vlaamse organisaties die initiatieven genomen hebben: Artsen Zonder Grenzen heeft haar team versterkt, Caritas International is gestart met humanitaire hulp, UNICEF België neemt een initiatief. De federale overheid heeft middelen vrijgemaakt. Ik zou aan u als minister van Buitenlandse Aangelegenheden willen vragen om Vlaamse middelen voor noodhulp vrij te maken en om op de Europese ministerraad van volgende week de problematiek van Oost-Congo en het oplaaiende geweld zeker hoog op de agenda te laten plaatsen.

De voorzitter

De heer De Bruyn heeft het woord.

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister-president, collega's, eigenlijk betreur ik dat we hier vandaag vanuit drie fracties moeten staan met de vraag wat Vlaanderen gaat doen om het probleem in Oost-Congo zo snel mogelijk te helpen oplossen.

De beelden zijn duidelijk en schrijnend. De collega's hebben dat belicht. Het gaat natuurlijk niet om een wedstrijd wie eerst is, het meest geeft en het gulst is. Daar gaat het niet om, maar ik denk dat het voor iedereen die het dossier kent, duidelijk was de voorbije dagen dat Vlaanderen hier een bijdrage kan - en moet, zou ik bijna zeggen - leveren.

We hebben dat overigens ook in het verleden gedaan. We hebben expertise ter zake, we hebben vaak heel snel, als een van de eersten - zonder er een doel op zich van te maken - een kleine, bescheiden, maar essentiële bijdrage kunnen leveren.

Wat gaat Vlaanderen doen? Op welke termijn kan die hulp ook geëffectueerd worden?

De voorzitter

Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters

Mevrouw de voorzitter, collega's, het is niet zo dat we hebben gewacht op deze vragen om tot actie over te gaan. Ik wil eerst onderstrepen dat het oplaaiend geweld in Oost-Congo zeer ernstig is en te betreuren valt. Er zijn 1,6 miljoen mensen op de vlucht. Dat is enorm en zeer schrijnend. Zoals mevrouw Hoebeke, mevrouw Poleyn en de heer De Bruyn hebben onderstreept, is er nood aan dekens, voedsel, proper water en gezondheidszorg.

We hebben in het verleden - en de heer Bourgeois is aanwezig - voor Congo ook al heel wat inspanningen gedaan. In 2008 besteedde Vlaanderen al 1.645.000 euro aan noodhulp. Dat doen we, zoals steeds, via de internationale organisaties.

Mevrouw Hoebeke, het was mijn voorganger die ook in 2008 300.000 euro expliciet heeft vrijgemaakt om de slachtoffers van seksueel geweld te beschermen. Ik denk dat dat een zeer wijze en belangrijke beslissing is geweest en dat het bedrag heel goed is besteed.

We hebben niet gewacht op deze vraagstelling om bij de nieuwe confrontatie, die we allemaal betreuren, zo snel mogelijk duidelijk te maken, op Europees niveau, dat de confrontatie beëindigd moet worden. Vanuit Vlaanderen, vanuit dit Vlaams Parlement en vanuit de Vlaamse Regering zeggen we: doe zo snel mogelijk alle inspanningen om het geweld een halt toe te roepen.

De vraag is ook of Vlaanderen nog iets extra kan doen, boven op wat al gedaan is. We hebben contacten gelegd met een aantal internationale organisaties, ik denk aan Caritas en Artsen Zonder Grenzen en zelfs UNICEF heeft zich aangeboden. We zullen vrij snel een extra budget vrijmaken, in totaal 200.000 euro, om, samen met de organisaties, in deze heel benarde situatie voor 1,6 miljoen vluchtelingen in Oost-Congo, niet alleen met woorden maar ook met acties extra inspanningen te leveren.

Mevrouw de voorzitter, beste collega's, ik denk dat we op deze wijze nog eens extra onderstrepen dat Vlaanderen solidair is met de mensen die, in dit geval in Oost-Congo, geconfronteerd worden met geweld en ook bijspringen met de hulp en de middelen die daarvoor vrijgemaakt kunnen worden. Dat zal binnenkort ook officieel door de Vlaamse Regering verder worden geconcretiseerd.

Anne Marie Hoebeke

Mijnheer de minister-president, ik dank u voor uw antwoord. Financiële hulp is natuurlijk altijd meegenomen. Ik zou vanuit onze fractie toch willen aandringen dat u overleg pleegt met uw federale collega en met de mensen die voor Europa - onder andere EU-commissaris Michel - op het terrein de nodige instrumenten bij elkaar leggen om de dialoog op te starten.

Ik wil ook uw blijvende aandacht vragen voor de vervolging van degenen die zich misdragen en zich schuldig maken aan een vorm van genocide die op het seksuele vlak wordt uitgevochten tegen het zwakste segment in Congo, namelijk de jonge meisjes en de vrouwen. De jonge meisjes en de vrouwen in Zwart-Afrika zijn trouwens degenen die de basisbehoeften voor het gezin bij elkaar brengen. Als dat segment er onderdoor gaat, gaat de hoop voor vele Afrikaanse huisgezinnen teniet.

Sabine Poleyn

Mijnheer de minister-president, ook van mijn kant dank dat u kunt ingaan op de vraag naar noodhulp. Dat is wat de Vlaamse overheid het gemakkelijkste en duidelijkste kan doen. Onze bevoegdheden ten aanzien van het buitenlands beleid zijn beperkt, maar toch durf ik vragen of u kunt blijven onderzoeken, eventueel in de wandelgangen wanneer u collega's van het federale en het Europese niveau ontmoet, hoe we vanuit Vlaanderen en Europa kunnen bijdragen tot vrede en hoe er zoveel mogelijk inspanningen kunnen worden gedaan om het diplomatieke overleg tot een vredevol resultaat te brengen. Daartoe moeten we uiteindelijk komen, zodat we niet nog eens noodhulp zouden moeten leveren.

Ik ben uiteraard tevreden te horen dat er 200.000 euro noodhulp wordt vrijgemaakt. Ik wil mijn pleidooi herhalen om dat zo snel mogelijk te formaliseren en te communiceren omdat het ook voor de ruimere bevolking een belangrijk signaal is. Wat er in Oost-Congo aan de hand is, is wel degelijk ernstig en dramatisch. Onze overheid stelt terecht noodhulp ter beschikking. We weten allemaal hoe genereus Vlaanderen kan zijn. De organisaties die nu hulp inzamelen en die vragende partij zijn om meer hulp in te zamelen, kunnen daar wel bij varen.

De voorzitter

De heer Vrancken heeft het woord.

John Vrancken

Mevrouw de voorzitter, ik ga ermee akkoord dat er noodhulp naar Oost-Congo gaat. Wij vragen ons wel af of er ook controle wordt uitgevoerd op die financiële hulp. We werden al meermaals geconfronteerd met noodhulp, giften en dergelijke, die achteraf in verkeerde handen bleken terecht te komen. We vragen een daadwerkelijke en efficiënte noodhulp. Het eerste konvooi met noodhulp dat in de streek toekwam, bestond uit bruine zeep. We kunnen ons vragen stellen als dat de prioriteit is van de noodhulp. Er kan dus wel aan de efficiëntie worden gewerkt.

Wat betreft het seksueel geweld, sluit ik me aan bij de collega's. Het seksueel geweld moet te allen tijde zwaar aangepakt worden. Er moet een sterk internationaal signaal gegeven worden tegen alle seksueel geweld, of het zich nu in Oost-Congo voordoet of in andere regio's. Mevrouw Poleyn verbindt de noodhulp aan het seksueel geweld. Ik zie het verband daartussen niet zo goed. Hetzelfde gebeurt ook in Zuid-Afrika. Alle dagen worden daar kinderen en vrouwen verkracht, maar daar heb ik nooit een signaal over gehoord.

De voorzitter

De heer De Cock heeft het woord.

Dirk De Cock

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister-president, ik steun mevrouw Hoebeke in haar bezorgdheid met betrekking tot het seksueel geweld dat daar als wapen wordt gebruikt om hele dorpsgemeenschappen en leefgemeenschappen te ontwrichten. Het is een heel groot en complex probleem. Het gaat over de Banyamulenge, de Oost-Congolese Tutsi's, Tutsi's die niet alleen in Rwanda maar ook in Burundi, Uganda, Oost-Congo enzovoort een minderheidsgroep vormen. Het is een multi-etnische smeltkroes in Oost-Congo, waarvan we als wereldgemeenschap moeten verlangen dat die mensen daar vreedzaam naast elkaar leven. Hoe kunnen die vreedzaam naast elkaar leven wanneer twee grote belangenconflicten met elkaar botsen: de francofone Afrikanen en de anglofone Afrikanen, die alle grondstoffen die daar in de grond zitten, op een zo goedkoop mogelijke manier naar de westerse industrie willen draineren? Dat is de kern van de zaak. Ik denk dat we daar heel veel aandacht aan moeten besteden. Daar moeten we de vinger op de wonde leggen. Mijnheer de minister-president, ik dank u echt voor de hulp die u aanbiedt vanuit Vlaanderen, dat is heel erg belangrijk.

De wonde is echter het feit dat men daar ongereglementeerd grondstoffen kan ontginnen. Als dat niet zal worden gereglementeerd, zal het als een kanker blijven uitdijen. Ik hoop dat we er met de wereldgemeenschap in zullen slagen om dat gebied te pacificeren.

Minister-president Kris Peeters

Mijnheer de voorzitter, het lijkt me duidelijk dat we seksueel geweld kamerbreed afkeuren. Ik wil nogmaals herhalen dat dat ook sterk en duidelijk moet worden geformuleerd met alle collega's op de diverse niveaus. Daar twijfelt niemand aan. Mevrouw Hoebeke, ik zal bekijken of er nog bijkomende initiatieven moeten worden genomen, naast deze die we nu al hebben genomen.

Mijnheer Vrancken, natuurlijk werken we via organisaties. We doen dat niet zelf ter plaatse. We rekenen natuurlijk op de organisaties waarmee we tot nu toe hebben samengewerkt en die ik daarnet heb genoemd, namelijk Caritas, Artsen Zonder Grenzen en UNICEF. Niet alleen hebben ze een zeer grote knowhow, ze zijn ook aanwezig op het terrein. U kent die organisaties ook. Ze staan garant dat dat efficiënt in de praktijk gebeurt.

Mijnheer De Bruyn, wat de communicatie betreft, heb ik tot vandaag gewacht. Ik had hierover ook gisteren kunnen communiceren, maar dan had u gezegd dat ik het parlement weer voor ben en dat ik niet heb gewacht. Ik heb dus gewacht op uw vraag om ook wereldwijd bekend te maken dat we die kleine bijdrage zullen doen.

Het is heel belangrijk dat het Vlaams Parlement en de Vlaamse Regering ook daar de vinger op de wonde leggen, ook daar duidelijke taal spreken en daar ook geld voor op tafel leggen. Net als mijn voorganger zal ik dat onverkort blijven doen. Ik maak dus 200.000 euro extra vrij voor de situatie in Oost-Congo op dit ogenblik.

De voorzitter

Het incident is gesloten.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.