U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 1 oktober 2008, 14.04u

Actualiteitsdebat over de gevolgen van de kredietcrisis en de medewerking van de Vlaamse Regering aan de reddingsoperatie voor de bank Dexia
De voorzitter

Dames en heren, aan de orde is het actualiteitsdebat over de gevolgen van de kredietcrisis en de medewerking van de Vlaamse Regering aan de reddingsoperatie voor de bank Dexia.

Het debat is geopend.

De heer De Reuse heeft het woord.

Herman De Reuse

Mevrouw de voorzitter, geachte leden van de regering, collega's, het debat dat op onze agenda staat, is naar mijn aanvoelen alleen maar een gedeeltelijk debat. Ik denk dat we het over een aantal zaken roerend eens zijn.

Wat is er gebeurd? Er was en is de financiële crisis in Amerika, met de vraag alom naar de precieze implicaties voor België en andere landen. Natuurlijk zagen we tekenen, zoals de beurskoersen, dat het ook bij ons niet allemaal in orde was, zeker niet met de koersen die de banken leden. Daartegenover deden de topmensen uit die bankwereld alsof hun neus bloedde. De CEO van Dexia zei dat vorige week niemand kon voorzien dat dit weekend verschillende banken zodanig in de problemen zouden komen.

Ook bij Fortis waren er problemen, maar een kapitaalsinjectie vond men niet nodig. Zelfs minister-president Peeters zei dat hij enkele weken geleden nog heeft gepraat met toppers uit de bankwereld, en ook zij zeiden dat er eigenlijk niets aan de hand was.

Maar dan ontploft de bom. Eerst bij Fortis, dat 11,2 miljard euro steun krijgt, daarna bij Dexia, dat 6,376 miljard euro steun ontvangt. De federale regering treedt snel op en geeft geld dat de crisis moet bestrijden.

Het Vlaams Belang keurt de principiële beslissing om de banken in deze problemen tegemoet te komen, goed. We zouden hetzelfde gedaan hebben. We zijn ervan overtuigd dat de overheid, een beetje tegen ons rechtsgevoel in, het mes op de keel werd gezet. We konden terechtkomen in de totale chaos in de financiële en economische wereld, en dus ook de sociale wereld, want elke burger zou hieronder lijden, maar dat kon de overheid niet laten gebeuren.

Vandaag zegt de minister-president in De Standaard dat het eigenlijk niet correct is dat het geld bij de bevolking wordt gehaald. Het moet een eenmalige ingreep zijn en we moeten proberen dat in de toekomst te voorkomen. Ondanks onze principiële goedkeuring heb ik toch enkele vragen bij wat er precies is gebeurd. Sinds wanneer is de regering op de hoogte van de huidige problemen? Kent de regering de oorzaken van de crisis? In het geval van Fortis horen we spreken over Lehman Brothers en ABN AMRO. Voor Dexia zal het ook wel aan Lehman Brothers liggen en FSE, en aan het algemene wantrouwen. De regering, die heeft onderhandeld over het geven van de steun, zou ons toch moeten kunnen zeggen wat de analyse is. Als u steun geeft, dan hebt u toch het recht om te weten waar het kalf gebonden ligt.

Een ander probleem is het gebrek aan een correct toezicht, en daar komt de rol van de CBFA in het gedrang. Maar dat is niet onze bevoegdheid. De verantwoordelijkheden moeten worden vastgelegd. Er wordt een onderzoekscommissie gevraagd op het niveau van de federale regering. Nu we mee betrokken zijn in deze zaak, willen we graag weten of dat een interparlementaire commissie wordt. Hoe ziet u dat?

U hebt voor die aandelen 140 percent van de waarde betaald. Bij een kapitaalsverhoging koopt men normaal aandelen aan onder de dagprijs, maar u geeft er 140 percent voor. Ik vraag me af wat de motivatie daarvoor kan zijn.

Iemand - en niet de eerste de beste - fluisterde mij in dat de grootste eigenlijke aandeelhouder het ACW is. Het ACW heeft er het grootste belang bij dat de prijs zo hoog is.

Als men voor zo veel geld zo weinig aandelen en vertegenwoordiging krijgt en als men centen nodig heeft, dan moeten die wel van ergens komen. En dan zien we de Caisse des Dép?ts et Consignations opnieuw verschijnen: een stukje Franse staat in vermomming. Die wordt nu aandeelhouder en zal meer dan 25 percent van de aandelen verwerven. Dat is een bijzonder belangrijke beslissing.

Mijnheer de minister, in alle kranten konden we al een tijdje lezen dat Dexia naar Parijs zal verhuizen. Daar komt het op neer. Dat is niet zo nieuw. Collega Vermeiren is hier spijtig genoeg niet aanwezig. Hij werd hierover al ondervraagd, maar hij zei niet te geloven dat Dexia naar Parijs zal verhuizen. Daar is al een tijdje sprake van, want hij zei dit op 29 mei 2008 in De Standaard. Hij stelde ook dat de Gemeentelijke Holding daar in elk geval tegen zal ageren, maar hij vertelde niet op welke manier. Dit is een van de resultaten van de transactie, van het toeschuiven van de middelen, waarbij uitzonderlijk veel geld werd ingebracht door de Franse staat.

Ik moet kort zijn, de spreektijd is feitelijk veel te beperkt om dergelijk onderwerp te bespreken, maar ik wil zeker nog een laatste element aanhalen. Waar haalt de Vlaamse Regering dit geld? U haalt het uit het Toekomstfonds en u zult me antwoorden: ?Wij geven geld en, in tegenstelling tot de Waalse en de Brusselse regeringen, moeten wij niet lenen, want het geld is voorhanden, wij hebben het op een vrij behoudsgezinde manier en op korte termijn belegd in het Toekomstfonds en dus kunnen we het geld er zomaar uitnemen.?

Dit staat in schril contrast met wat u ooit over dat Toekomstfonds hebt gezegd, mijnheer de minister-president. Het Toekomstfonds was een van uw paradepaardjes. Sedert twee jaar stelt u tijdens de begrotingsbespreking: ?Kijk eens wat wij doen. Deze regering is in dit land de beste van allemaal, want wij sparen voor de toekomst, wij leggen middelen vast, wij zullen financieel voorbereid zijn op een mogelijke staatshervorming, op het klimaatdossier, de vergrijzing en de pensioenen. Daarvoor hebben wij dat geld en daarom hebben wij het ernstig geparkeerd in het Toekomstfonds.? Nu wordt dat geld aangewend in een dubieuze situatie.

U zult wel zeggen dat we het geld niet kwijt zijn. Natuurlijk zijn we niet alles kwijt. (Opmerkingen van minister Marino Keulen)

Ik weet natuurlijk al wat u zult antwoorden. U begint met 140 percent te betalen. U begint dus met aandelen boven de prijs. Wat zal de toekomst van die aandelen zijn? Ik hoor natuurlijk ook de premier in dit land zeggen dat we dividenden zullen trekken en zo meer. We zullen dat echter allemaal nog moeten zien. Ik hoor de heer Leterme zeggen dat er voor meer dan 100 miljard euro deposito´s zijn bij Fortis - ik ken geen cijfers van Dexia. (Opmerkingen)

We mogen er niet aan denken dat iedereen om zijn centen gaat. En blijkbaar kunnen we niet veel meer geven dan de bedragen die nu in de banken gepompt worden. De federale regering moet gaan lenen. De Vlaamse Regering is de enige die dat geld uit het verkeerde potje leent, maar die er niet moet voor gaan lenen. Maar eigenlijk is het op. Het is gedaan met geld geven.

De voorzitter

Minister Keulen heeft het woord.

Vindt u dan dat we niets hadden moeten doen, mijnheer De Reuse?

Herman De Reuse

U hebt niet geluisterd naar wat ik in het begin heb gezegd, mijnheer de minister.

Aan de ene kant zalft u, aan de andere kant slaat u, dan zegt u dat we aan het speculeren zijn. Wat is dan uw alternatief? Op het ogenblik dat de nood hoog is, op het ogenblik dat het over de spaargelden van de mensen en over de toekomst van de financiële instellingen in Vlaanderen en België gaat, wat is dan uw alternatief?

Herman De Reuse

Mag ik nog kritisch zijn, mijnheer de minister? Ik wil u confronteren met wat u vroeger altijd hebt gepredikt en wat u nu moet loslaten. Want daar gaat het om. Ik ben begonnen met te zeggen dat wij, inderdaad met het mes op de keel, niets anders zouden hebben gedaan dan wat u nu hebt gedaan. Wij zouden tegemoetgekomen zijn.

Maar wat wij niet gedaan zouden hebben, is 1,4 keer de waarde van die aandelen betalen. Dat is wat er fout zat in de onderhandelingen. De Franse participatie laten vergroten, zodat ze een blokkeringsminderheid hebben, dat zouden wij ook niet gedaan hebben. (Opmerkingen van minister Marino Keulen)

CDC heeft centen. Het geld dat zowel vanuit de federale regering als vanuit de deelregeringen kon worden gegeven, dát was het probleem. Wallonië en Brussel moeten al gaan lenen. Wij hadden misschien wat meer kunnen geven.

De vraag is natuurlijk ook of die bijna 6,4 miljard euro volstaat en of de problemen daarmee opgelost zijn. Volgens mij niet. Men heeft nu tijdelijk de problemen opgelost. Ik geef toe dat men dat ook moest doen. U kon niet anders. U kon geen economisch, financieel en sociaal bloedbad laten plaatsvinden. Maar we moeten nu ook eens gaan onderzoeken wie daarvoor verantwoordelijk is. Die moeten tot de orde worden geroepen. Wij moeten leren uit de fouten uit het verleden. Dat is de evidentie zelf. Die kritiek en die suggesties wil ik in dit betoog formuleren.

Ik ga akkoord met wat u hebt gedaan, maar wees dan toch zo nederig om te zeggen dat het niet allemaal koek en ei was en dat u een noodoplossing hebt moeten toepassen. Als u die nederigheid aan de dag legt, en als u daar de nodige gevolgtrekkingen uit haalt, dan kan ik volledig met u akkoord gaan. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer Tavernier heeft het woord.

Jef Tavernier

Mevrouw de voorzitter, dames en heren ministers, geachte collega's, de gebeurtenissen van de afgelopen dagen staan natuurlijk niet los van de gebeurtenissen van de laatste maanden, maar evenmin van een evolutie van de laatste jaren in de financiële sector. De gebeurtenissen staan evenmin los van de rol van de overheid in die financiële sector.

We hebben de laatste jaren een evolutie meegemaakt van wat je een liberalisering van de economische en de financiële sector kunt noemen. De overheid heeft zich teruggetrokken uit de financiële sector. Denken we in eigen land maar aan de ASLK, die intussen deel uitmaakt van Fortis. De overheid heeft zich teruggetrokken uit de financiële sector en heeft gezegd: we laten dat over aan de vrije markt, maar we gaan wel een aantal regels opleggen. We gaan ons opstellen als de regelgever, degene die ook controleert.

En we zorgen ervoor dat er in die financiële sector geen dingen gebeuren die echt niet kunnen. Die sector vormt immers een belangrijk element binnen onze economie. We hebben vastgesteld dat er binnen die financiële sector een aantal afspraken zijn gemaakt en dat er een aantal codes zijn opgesteld waaronder de code-Lippens.

In de loop van de jaren stelden we vast dat met die nieuwe regelgeving en die nieuwe context, stilaan de band tussen de financiële sector en de reële economie werd losgelaten. Er ontwikkelde zich een bepaalde dynamiek in de financiële sector waardoor die steeds meer op zichzelf ging staan. Sommigen vonden dat een heel mooi speelveld. Er werden nieuwe producten ontwikkeld en men bereikte een grote interferentie tussen de financiële instellingen. Dit mondde uit in een ondoorzichtig kluwen.

Samen met die nieuwe producten werden er nieuwe hefbomen zoals hedge funds en swaps gecreëerd. Uiteindelijk kwam men in een financiële toestand terecht die in de financiële kranten werd omschreven als "Opgelet, spelende kinderen!". Men ontdekte immers steeds nieuwe zaken waarmee geld kon worden verdiend.

Een aantal van die financiële instellingen vestigden zich in een adagium dat niet groot genoeg kon zijn. Groot, groter, grootst. Eigenlijk is Fortis een beetje onderuitgegaan aan de drang om de grootste te zijn. Overnames doen terwijl de financiering nog niet rond is, is op zijn zachtst gezegd gevaarlijk. Ik denk daarbij aan die trouwe ASLK-spaarder van weleer. Wie al zijn vertrouwen legde in de overheid, moet zich na al die jaren toch wel gepakt voelen. Vroeger op school mocht men elke week 20 frank meebrengen om op het spaarboekje te zetten. Die mensen zitten nu bij Fortis en zij zien wat er nu van hun bank is geworden.

Die toestand zal misschien veranderen, want de overheid stapt in Fortis. Ik heb het dan over de Belgische, de Nederlandse en de Luxemburgse overheid. Mijn vraag is wat die overheid daar gaat doen. Zal zij de financiële logica voortzetten zoals die bezig was? Zal zij enkel garanderen dat de mensen geen geld zullen verliezen? Zal zij na al die jaren dat de privésector veel geld verdiende, zeggen dat de eventuele verliezen door de overheid zullen worden gedragen? Dat zou totaal onvoldoende zijn.

De overheid moet niet alleen kapitaal in Fortis stoppen, zij moet daar ook iets te zeggen hebben, al was het maar om te vermijden dat de winsten voor de privésector zijn en de verliezen voor de overheid.

Op die manier kom ik ook bij Dexia. Daar gaan men nog een stap verder. Het verschil tussen Fortis en Dexia is dat er bij Dexia nog altijd een belangrijke overheidspoot zit. Zo is er de Gemeentelijke Holding als belangrijke aandeelhouder. Verder zijn er Ethias en de financiële poot van een sociale organisatie.

En dan is eigenlijk mijn vraag hoe het zover is kunnen komen met Dexia. Sommige collega's vertegenwoordigen die Gemeentelijke Holding in Dexia. Hebben die mensen daar niets anders gedaan dan bankiertje gespeeld? Hebben ze als bestuurder maar laten begaan? En speelt Dexia hetzelfde spel als Fortis, ING of een andere financiële instelling? Als men de gemeenschap vertegenwoordigt via de gemeenten, via een sociale organisatie, via een verzekeringsmaatschappij, dan mogen we toch iets anders verwachten van onze bestuurders dan dat ze alleen maar bankiertje spelen, meegaan in dat financiële raderwerk en het adagium 'groot, groter, grootst' volgen. Dan wordt een wonderboy aangetrokken, die de internationale toer opgaat, waarbij men toch wel een aantal risicovolle participaties of leningen geeft aan grote internationale financiële instellingen, zoals aan Lehman Brothers.

Ik denk dat de overheid, of de mensen die de overheid vertegenwoordigen, daar niet alleen moeten zetelen als bestuurder om te 'cashen'. Ze moeten er ook zitten om een bepaald idee of een bepaalde visie uit te dragen. Daarover moet ook echt gediscussieerd worden. Anders is het niet zinvol dat ze daar zitten.

Ik vind het dan ook belangrijk dat als de Vlaamse overheid, als de Gemeentelijke Holding, als anderen bijdragen leveren en kapitaal steken in Dexia, ze zich de vraag stellen wat daarmee gebeurt. Die dienen niet alleen om het financiële systeem en de kleine spaarder te redden, maar ook om een bepaalde maatschappelijke opdracht uit te voeren, om ervoor te zorgen dat er transparantie is, om ervoor te zorgen dat een instelling als Dexia zich ook meer concentreert op haar kerntaak, en niet zomaar de internationale toer opgaat. Daarmee wil ik niet zeggen dat men niet internationaal moet kijken. Men moet zich wel even de vraag stellen wat men doet in de raad van bestuur, wat de doelstelling is van de financiële instelling, wat de kerntaak, de corebusiness is. Men moet zich ook eerst op die corebusiness concentreren. Dat is toch wel een belangrijk gegeven.

Ik denk dat we die vraag ook mogen stellen aan alle bestuurders, ongeacht of het nu gaat om een financiële instelling of kapitaalverschaffende instellingen, zoals PMV. We mogen de vraag stellen wat die mensen daar doen en welke missie, welke opdracht ze hebben. Dat ontbreekt nu duidelijk.

En dan kom ik bij de kapitaalsverhoging.

De voorzitter

Minister Vanackere heeft het woord.

Minister Steven Vanackere

Mijnheer Tavernier, u zegt heel wat behartigenswaardige dingen, die ik zeker niet wil tegenspreken. U brengt een aantal interessante zaken naar voren. Voor de volledigheid en om geen verkeerde indruk te wekken, is het goed dat u ook benadrukt dat Dexia Holding bestaat uit drie takken: de zakenbank in Luxemburg, de retailbank, die een voorzichtig beleid voert in België en in Vlaanderen, en die fameuze Crédit Local, waar u bij het begin van uw verhaal naar verwezen hebt. U hebt de internationale constructies uitvoerig beschreven.

U hebt het over verantwoordelijkheid van bestuurders. Ik denk dat we met een aantal zaken rekening moeten houden. We moeten in alle klaarheid zeggen dat het ogenblik waarop het hele internationaliserende verhaal in deze groep binnen is gekomen, overeenkomt met het moment dat er een alliantie is ontstaan met Crédit Local de France. Zonder dat ik iets wil afdoen van wat u hebt gezegd, gebiedt de eerlijkheid toch dat we die zaak in rekening brengen. Daarbij moet gezegd worden dat de Belgische, de Vlaamse activiteit die op deze thuismarkt gebeurt, wel degelijk getuigt van een bijzonder voorzichtige, solide en gedegen manier van bankieren, die veel sterker aansluit bij wat u de 'corebusiness' noemt.

Ik spreek de heer Tavernier niet tegen. Ik denk enkel dat de eerlijkheid gebiedt om er tijdens dit debat op te wijzen dat de holding uit drie onderdelen bestaat.

Jef Tavernier

Minister Vanackere heeft gelijk. Het spreekt voor zich dat we met bepaalde onderdelen van de holding geen enkel probleem hebben. We moeten evenwel ook het geheel voor ogen houden. Bestuurders zijn niet enkel verantwoordelijk voor bepaalde elementen. Ze zijn verantwoordelijk voor het geheel en ze mogen ook op hun verantwoordelijkheid worden gewezen.

Indien we een aantal lessen willen trekken, moet het toezicht worden verbeterd. Ik vind dat de idee een onderzoekscommissie in het leven te roepen, absoluut moet worden ondersteund. Men moet daaruit conclusies trekken in verband met het toezicht, de CBFA enzovoort. Bestuurders van een vennootschap zouden over meer informatie moeten beschikken dan een toezichthouder. Ze zijn vooral verantwoordelijk voor de grote lijnen van de evolutie van de instelling. Daarover moeten we een duidelijk debat durven voeren.

De voorzitter

De heer Peumans heeft het woord.

Jan Peumans

Mevrouw de voorzitter, ik heb met plezier naar de uiteenzetting van de heer Tavernier geluisterd. Ik ben nu al 25 jaar schepen van Financiën in een relatief kleine gemeente. Ik heb de dienstverlening van Dexia altijd goed bevonden. Ik zou echter een paar andere vragen willen stellen.

Ten eerste, wie zijn eigenlijk de bestuurders die ons in de gemeentelijke holding vertegenwoordigen? (Opmerkingen)

Ik heb geen tijd om dat allemaal op te zoeken.

Ten tweede, welke vergoedingen ontvangen die mensen?

Ten derde, welke signalen hebben die bestuurders uitgezonden om aan te geven dat het met Dexia de verkeerde kant uitging? Ik hoop dat de minister daar een duidelijk antwoord op kan geven. Minister Vanackere heeft opgemerkt dat de holding uit drie onderdelen bestaat.

Ten vierde, mijn gemeente is, net als zovele gemeenten, medeaandeelhouder. Dat betekent dat we jaarlijks een dividend van ongeveer 50.000 euro ontvangen. Wat zal dat voor de gemeenten financieel betekenen? We hebben een schuldaflossing van 600 miljoen euro gekregen. We zijn de Vlaamse Regering hier nog steeds dankbaar voor. Indien dit zo blijft voortgaan, vrees ik echter dat we niet veel dividenden van die publieke holding meer zullen krijgen.

Wat me het meest interesseert, is de vraag welke signalen die bestuurders hebben uitgezonden om aan te geven dat het de verkeerde kant uitging. Die bestuurders vertegenwoordigen de gemeenten. Ik richt me tot minister Keulen, die onrechtstreeks het toezicht over dergelijke instellingen uitoefent. Indien hij daar geen duidelijk antwoord op geeft, zullen we dat straks opnieuw vragen.

Jef Tavernier

Ik vind de vragen van de heer Peumans volledig complementair met mijn eigen vragen.

Ik denk dat we hier meteen duidelijk over kunnen zijn. Ik denk dat minister Vanackere duidelijk is geweest. Er is geen enkel probleem met de Belgische tak van de holding. Het probleem situeert zich bij de Franse tak, meer bepaald bij de aanwezigheid van FSA, dat zogenaamde rommelkredieten heeft gekocht. Hierdoor is het virus in de structuur terechtgekomen. De Belgische tak is fundamenteel gezond en solide. Er was en is geen reden tot paniek. De reacties op de beurzen tonen aan dat onze vertrouwenwekkende maatregel, met name de intrede in de aandelenstructuur, goed is geweest en een kalmerend effect sorteert.

Dit lijkt me niet het ogenblik voor politieke afrekeningen. Daar gaat het vandaag niet om. Die mensen konden dat niet weten. Bovendien kan iedereen hen dat zelf vragen.

Jef Tavernier

Mijnheer de minister, dat is een beetje te gemakkelijk. Ze hebben verklaard dat het goed gaat. Ze zijn echter bestuurders. Ik heb me laten vertellen dat ze daarvoor goed worden betaald. Ze dragen de verantwoordelijkheid voor de hele groep. Het gaat om belangrijke politieke figuren die door verschillende politieke partijen zijn aangeduid om in de raad van bestuur van een groep te zetelen. Ze kunnen nu niet beweren dat ze niet wisten waarover het gaat. Ze zijn medeverantwoordelijk. Indien ze geen signalen hebben gegeven, is dat hun en niet onze verantwoordelijkheid.

Iedereen weet dat de gemeenten veel te lang de Gemeentelijke Holding als melkkoe hebben beschouwd en dat ze ervan zijn uitgegaan dat alles in orde was zolang ze geld kregen. Het geldt niet alleen voor hen maar ook voor alle anderen in andere raden van bestuur: men moet een keer zijn politieke verantwoordelijkheid voor het gevoerde beleid beginnen op te nemen.

De voorzitter

De heer Verstrepen heeft het woord.

Jurgen Verstrepen

Mevrouw de voorzitter, ik sta toch te kijken van wat minister Keulen zegt over de politieke verantwoordelijkheid in deze zaak. U zegt, mijnheer de minister, dat de bestuurders in de raad van bestuur het niet konden weten omdat het werd beslist in een buitenlandse tak. Dat is heel kort door de bocht en heel gemakkelijk. Kijk naar de balansen, daar ziet u wat er voor de vergoedingen van die bestuurders wordt voorzien. We weten niet specifiek wie welk bedrag krijgt, maar we weten wel uit de balansen dat voor de vergoedingen van bestuurders 9,5 miljoen euro is voorzien. En je hebt in die raad van bestuur politici zitten zoals een Gabriels, een Demeester, een Patrick Janssens, een Lachaert, een Van Parijs. Dat zijn allemaal collega's. Ik vraag mij af: waarom zitten zij daar dan? Als we die redenering doortrekken, dan zullen alle bestuursleden van de raden van bestuur waar de Vlaamse overheid ook maar een vingertje in de pap te brokken heeft, kunnen zeggen dat ze van niks wisten. Dat vind ik heel gemakkelijk. Vooral omdat het niet gratis is want die mandaten worden goed betaald. Dat betekent dat zij een verantwoordelijkheid hebben.

De Vlaamse overheid heeft daar niemand zitten. (Opmerkingen van de heer Jurgen Verstrepen en mevrouw Mieke Vogels)

Jef Tavernier

Als de Vlaamse overheid daar niet in zit, zie ik ook niet in, mijnheer de minister, waarom u die mensen verdedigt.

Omdat ik het heel gemakkelijk vind en ook een beetje populistisch.

Jef Tavernier

Ik vind dat zeer, maar dan ook zeer fundamenteel. Als je namens een bepaalde groep in een raad van bestuur zit en je wordt daar goed voor betaald, dan moet je je verantwoordelijkheid opnemen en niet zeggen dat je van niets wist omdat het een internationale kwestie was. Dat kan niet.

Vraag het aan de betrokkenen zelf.

Jan Peumans

Mijnheer Keulen, ik weet niet of u het woord 'populistisch' gebruikt voor de heer Tavernier. Hij verdient dat niet. En ik verdien dat ook niet. U kunt de uitleg geven dat er drie poten zijn. Ik ken dat verhaal en het verhaal van de holding enzovoort. Waar het mij om gaat is dat de bestuurders van Dexia - en daar zijn dus een aantal Vlaamse volksvertegenwoordigers bij - de verantwoordelijkheid hebben om tijdig signalen uit te zenden. Daar worden ze goed voor betaald. En door dat beleid zal het rendement, dat in die gemeentelijke holding uiteindelijk niet zo hoog is, een weerslag hebben voor de gemeenten, die daardoor minder inkomsten zullen hebben. Nu kunt u het draaien of keren zoals u wilt, maar wat daar populistisch aan is, weet ik niet. Dat is allesbehalve populistisch. Maar het gaat wel om de portemonnee van u en van mij en van alle inwoners van die gemeenten.

Mijnheer Peumans, we zullen zien wat de aandelen binnen afzienbare tijd finaal zullen opbrengen.

Jan Peumans

Mijnheer Keulen, die aandelen waren een jaar geleden nog 25 euro waard. Dat is nu nog 7 of 8 euro. Moet ik er een tekening bij maken, wat daarvan de repercussie is?

Jurgen Verstrepen

Mijnheer de minister, inderdaad, wat zullen de aandelen opbrengen? Ik lees hier: "op aandelen gebaseerde betalingen aan de bestuurders en sommige werknemers". De bestuurders waren onder meer de politici die we daarnet hebben opgesomd. Dan ontstaat bij mij toch enige twijfel. U zegt dat we zullen zien wat die aandelen zullen opbrengen. Het gaat om politici die in dit parlement zitten en die er eigenlijk alle baat bij hebben dat die aandelen blijven stijgen. We moeten misschien vragen aan de heren Gabriels en Lachaert wat ze daar hebben zitten doen. Het gaat hier om politieke verantwoordelijkheid. U weet dat dat zeer belangrijk is.

De voorzitter

De heer Gabriels heeft het woord.

Jaak Gabriels

Ik vind het eigenaardig dat sommigen insinueren dat wij in de gemeentelijke holding niet bezig zijn geweest met wat op ons af dreigde te komen. Deze confrontatie is al verscheidene maanden aan de gang. Wij hebben telkens de algemene bestuurders uitgenodigd om uitleg te komen geven over de evoluties die er op wereldwijd niveau, vooral door de crisis in de Verenigde Staten, op gang zijn gekomen. Wij hebben dus wel degelijk onze verantwoordelijkheid opgenomen. Ik zou aan de heer Peumans willen zeggen: trek nu nog geen voorbarige conclusies want ook die bezorgdheid, welke dividenden wij aan de gemeenten kunnen uitbetalen, is het uitgangspunt geweest van de discussies van de afgelopen dagen. Ik denk dat er nu geen enkele reden is om te veronderstellen dat ze lager liggen dan gisteren.

Jef Tavernier

Ze zullen hoe dan ook door iemand moeten worden betaald. Ik vraag mij af door wie.

Ik wil afsluiten met enkele vragen aan de minister van Begroting of de minister van Binnenlandse Aangelegenheden. De Vlaamse participatie zou worden betaald uit het Toekomstfonds. Verloopt dat volledig volgens de afspraken en de beperkingen in de statuten van het Toekomstfonds? Zit Aquafin in dat verhaal verweven, zoals ik links en rechts opvang? Wat is het mogelijke gevolg ervan voor de gemeentefinanciën?

Als het de gemeente niets kost, zou het wel eens kunnen dat het de gemeente ook niets oplevert. Als Gemeentelijke Holding kan er alleen maar worden ingestapt op basis van een lening of op basis van eigen middelen. De winst kan dan niet worden uitgekeerd. Ik denk dat er hoe dan ook gevolgen zullen zijn voor de gemeentelijke financiën.

We moeten streven naar een veel grotere transparantie. Dat moet in de federale regelgeving en in de CBFA opgenomen worden. Er moet ook een grotere en duidelijkere verantwoordelijkheid voor de bestuurders worden afgesproken. En er moet een discussie worden gehouden door de democratisch verkozen organen over de richting die sommige instellingen uit moeten gaan.

Jaak Gabriels

Ik vind het ongehoord om nu ongerustheid te wekken bij de gemeenten en de mogelijkheid te opperen dat er minder dividend zou worden uitgekeerd. We hebben gisterenavond nog een raad van bestuur gehouden en daaruit blijkt net het tegenovergestelde. Ik vind het onverantwoord om nu paniek te zaaien in een brede waaier van de Vlaamse gemeenten. Het zal juist het tegenovergestelde zijn, mijnheer Tavernier. Het is ongehoord om dat hier zomaar vrijblijvend te beweren.

Jef Tavernier

Ik ben benieuwd naar het plaatje dat u voorstelt. Het gaat om het volgende. Als de Gemeentelijke Holding zakt, en wij instappen in de kapitaalsverhoging of er een participatie in nemen, en dat zou de gemeenten helemaal niets kosten, is de vraag waar je het geld vandaan haalt? Dat geld komt uit de winsten die niet worden uitgekeerd, ofwel wordt er een lening aangegaan en dan moeten er interesten worden betaald. Dat betekent toch minder inkomsten. Sommige financiële instellingen creëren op een bepaald moment geld - er bestaan coëfficiënten voor zoals multiplicatoren en zo meer - maar op een bepaald moment komt daar een einde aan en wordt dat soms zelfs gevaarlijk. Ik ben benieuwd of dit de gemeenten niets zal kosten. Iemand moet er toch voor betalen. Immers 'there is no such thing as a free lunch', en u weet dat dit zo werkt in de economie. (Applaus bij Groen!)

De voorzitter

De heer Bourgeois heeft het woord.

Geert Bourgeois

Mevrouw de voorzitter, leden van de regering, collega's, in Nederland informeert de regering de Tweede Kamer per brief over de gezamenlijke actie van de Benelux-landen met betrekking tot Fortis. Ik denk dat het een goede zaak is dat de Vlaamse Regering tekst en uitleg verschaft over de gevolgen van de zaak Dexia voor de spaarder, de belegger, de gemeenten en voor de Vlaamse overheid, ook al gebeurt dit hier op vraag van de oppositie.

De wereldwijde kredietcrisis slaat heel diepe wonden. Het sterk verweven bankennetwerk waarvan we allemaal dachten - laten we eerlijk zijn - dat het een heel veilig netwerk was, blijkt in wezen uitermate fragiel. Eigen vermogen blijkt ook voor specialisten onduidelijk te zijn. Als we Jean-Louis Duplat vandaag mogen geloven, bestaat dat vermogen zelfs bij sommige bankinstellingen uit wat hij noemt 'complexe schuldvorderingen'.

Corporate governance wordt heel vaak alleen lippendienst bewezen, de controle op beleggingen en overnames is absoluut onvoldoende. Sommige zaken werden volgens minister Wouter Bos buiten de balans van Fortis gehouden. Wouter Bos zegt vandaag dat hij de overname van ABN AMRO opnieuw wil laten onderzoeken. Begrippen als casinokapitalisme, rommelkredieten, superbonussen zullen vanaf 2008 voor een hele tijd in ons woordenboek staan.

Er zijn termen teruggekeerd -je zou weggelachen zijn als je het een tiental jaren geleden had voorspeld - als nationalisatie, waar het de hele tijd alleen maar de privatisering was die aan de orde was.

De hybris - je kan het moeilijk anders noemen - van Fortis, dat ABN AMRO om te beginnen veel te duur overnam, het daarna onmiddellijk is beginnen te ontvlechten - met alle gevolgen van dien voor werknemers, voor toeleveranciers, voor vrije beroepen, voor accountants, voor kantoornetwerken enzovoort - en dat bovendien geen middelen bleek te hebben om die overname te betalen, is heel zwaar afgestraft. Mag ik nochtans even herinneren aan de superlatieven die ook in Vlaanderen en in België geuit werden op het moment dat Fortis erin slaagde om ABN AMRO over te nemen. Het woordenboek schoot tekort om met superlatieven te zwaaien. De hybris is nu afgestraft, de hoofdactoren zijn van de scène verdwenen - met stille trom, niet met slaande trom - vaak met heel grote bonussen waarover heel wat ongenoegen bestaat. De kleine spaarder en de kleine belegger bleven ontdaan achter.

De federale regering heeft gedaan wat ze moest doen, heeft gedaan wat ook andere regeringen in en buiten Europa doen of zullen moeten doen, om de kleine spaarder te proberen redden. En ook de Vlaamse Regering deed haar duit in het Dexiazakje. Laat ons hopen dat daarmee een eerste doelstelling bereikt is, met name het veiligstellen van de belangen van de spaarder.

Maar daarmee is de kous niet af. Blijven over de vele gedupeerden, de vele kleine beleggers, de vele kleine Vlaamse beleggers die massaal veel geld verloren hebben. Blijft over de verantwoordelijkheid van managers en bestuurders, maar ook van overheden voor falend toezicht, ontbrekende regelgeving, zeker op Europees vlak.

Ook uit dit debacle moeten lessen worden getrokken. Ik ben heel blij dat het voorstel van collega Jan Jambon voor een parlementair onderzoek maatschappelijk heel veel steun krijgt. Alleen verneem ik tot mijn ongenoegen dat de meerderheidspartijen op federaal niveau niet geneigd zijn om daarop in te gaan. Ik denk nochtans dat er dringend structurele en maatschappelijke lessen moeten worden getrokken uit dit debacle. Er moet dringend op federaal niveau een beter toezicht komen, er moet nagegaan worden of dit toezicht moet worden gesplitst tussen bank- en beurstoezicht, er moet dringend nagedacht worden over een Europese regelgeving. Europa kijkt op alles en nog wat toe - concurrentie, mededinging, staatssteun - maar blijft in gebreke als het gaat om grote overnames. Grote spelers kunnen overnames doen waarvan ze achteraf moeten toegeven dat ze niet eens beschikken over voldoende middelen om die overname te financieren en dit uitgerekend in de banksector.

Er moeten dus lessen worden getrokken en vragen worden gesteld over wat er moet gebeuren, ook door de Vlaamse Regering, na de doorgevoerde nationalisaties. Mijns inziens moet de overheid niet bankieren, maar moet de overheid wel de kleine spaarder en de kleine belegger beschermen en zorgen dat de spelregels rigoureus worden nageleefd, dat er toezicht en controle is, dat er sanctiemechanismen zijn, dat er voldoende eigen vermogen is, dat er waarborgen zijn enzovoort.

Het is gebleken dat zelfregulering in deze niet werkt, dus moet de overheid niet dereguleren, maar - zeker op Europees vlak - ook reguleren, wat niet gelijk staat aan een pleidooi om administratieve overlast te creëren. Het is een debat dat wij vaak verwarren: administratieve vereenvoudiging en deregulering zijn twee aparte debatten. In deze zijn er regels tekort en mag de overheid niet terugtreden want er is een sterke overheid nodig.

Ik heb een zestal vragen voor de Vlaamse Regering, die aandeelhouder van Dexia wordt en die, naar ik aanneem, bekommerd is om de Vlaamse spaarder, bekommerd is om de Vlaamse belegger, bekommerd is om de Vlaamse ondernemer en om de gemeentelijke financiën.

Mijnheer Gabriels, dat is absoluut geen onterechte vraag: wat zijn de gevolgen voor de gemeenten? Dat is niet de mensen angstig maken. Gemeenten, ook zonder de vragen hier in het parlement, zullen zich vragen stellen. Ik hoor u graag zeggen dat dit een zorg is geweest van de raad van bestuur en dat die bezorgdheid deel uitmaakte van het overleg van de voorbije dagen. Ik zou graag van de regering vernemen wat de uitkomst is van dat overleg, wat het antwoord is op de bezorgdheid die leeft, los van de vragen die hier worden gesteld.

Wat is de weerslag van dit alles voor de kapitaalstructuur, voor de eigendomstructuur en voor het aandeelhouderschap van de gemeenten? Wat zijn de vooruitzichten voor de gemeentelijke inkomsten, voor hun dividenden?

De minister-president pleit voor verankering, maar het is de Franse overheid die met haar Caisse des Dépôts et Consignations (CDC) nu de macht gegrepen heeft en een blokkeringsminderheid heeft verworven. Dat kan tellen, collega's. Na de machtsgreep van Frankrijk op onze energiesector, zien we dat deze crisis gebruikt is - ik vraag me af hoe het zover is kunnen komen - door de Fransen, die het heel cool gespeeld hebben, om een blokkeringsminderheid te verwerven in Dexia.

Leden van de regering, mag ik vragen of hier nog andere zaken bij bedongen zijn? Ik denk dat dit uitermate belangrijk is. Zijn er afspraken gemaakt tussen de nieuwe aandeelhouders? Verhuist de zetel van Dexia inderdaad naar Parijs? Komt er een nieuw, Frans management? Heeft de CDC een voorkooprecht bij het uittreden van de aandeelhouders? Ik hoor dat de Vlaamse Regering zegt dat zij er niet voor eeuwig in blijft. Dat zegt de minister-president vanuit Japan. Heeft de CDC een voorkooprecht, of is er niets over bedongen? Dat zijn zaken waarover we, denk ik, uitleg mogen krijgen. Tot slot, zijn er andere afspraken gemaakt die we behoren te weten?

Gaat de Vlaamse Regering in het Overlegcomité nu een aantal zaken aankaarten? Ik vind het uitermate belangrijk dat er een verscherpt toezicht, wellicht een gesplitst toezicht, komt binnen de CBFA en dat Europa eindelijk ook zijn verantwoordelijkheid opneemt. We zitten in een internationale markt, in een mondiale markt, we hebben mondiale spelers, maar er is alleen maar toezicht op mededinging en op staatssteun, men kan overnames doen zonder dat men de centen heeft om zulke reusachtige overnames te bepalen. Vlaanderen heeft zijn banden met Europa. Ik vind dat dit via het federale niveau minstens moet worden aangekaart, dat er structureel maatregelen moeten komen.

De voorzitter

De heer van den Abeelen heeft het woord.

Marc van den Abeelen

Mijnheer Bourgeois, mijnheer Peumans, als u de vraag stelt over de gemeenten, denk ik dat u het niet goed hebt gelezen. In principe verandert er voor de gemeenten niets, aangezien ze via de gemeentelijke holding, met de kapitaalsverhoging, procentueel hetzelfde aandeel houden in Dexia, want zij gaan mee participeren in de kapitaalsverhoging.

Indien Dexia winst zal maken, zal hun aandeel hetzelfde blijven. Indien het dezelfde winst is, gaan ze hetzelfde behouden. Ik zou me daar absoluut geen zorgen over maken. Ik denk trouwens dat het voor de Vlaamse Gemeenschap wel eens een goede zaak zou kunnen worden. Zij heeft een prijs bedongen voor de aandelen waarmee ze instapt, die de markt wat ondersteunt. Ik denk dat in de toekomst dat geld heel goed is besteed en, indien men het opnieuw investeert voor de burger en vooral in het Toekomstfonds, denk ik dat we zelfs een goede zaak doen.

Jan Peumans

Mijnheer van den Abeelen, ik weet dat u op het gebied van financiën en staatsfinanciën een heel wijs man bent. Ik heb daar alle respect voor. Maar ik zie hier een bericht van de VVSG, van Jan Leroy, die over het feit dat het aandeel van de gemeentelijk holding in Dexia zakt naar 14 percent, zegt: "Uiteraard zal deze lichte verwatering een invloed hebben op het Dexia-dividend dat via de gemeentelijke holding en rechtstreeks via de certificaten naar de gemeenten gaat. Voor een precieze raming van de dividenden die de gemeenten in 2009 mogen verwachten, is het vandaag te vroeg. Daarvoor spelen ook andere elementen mee, zoals de verwachte resultaten van Dexia, het eventueel gewijzigde dividendbeleid van de bank en de gemeentelijke holding en de financieringswijze door de holding van de kapitaalinbreng van 500 miljoen euro in Dexia."

Hij zegt er nog bij dat de Gemeentelijke Holding blijkbaar gisteren op 30 september opnieuw is bijeengekomen en dat die er vandaag meer informatie over zou geven. De VVSG zegt dus toch wel dat er iets aan het veranderen is.

Geert Bourgeois

Mevrouw de voorzitter, ik denk dat de regering tekst en uitleg kan geven. Blijft het aandeelhouderschap percentueel hetzelfde, dan nog blijft de vraag naar de waarde van dat aandeelhouderschap, die enorm is gedaald. Het is nodig dat de regering tekst en uitleg geeft.

Ik kom tot een laatste punt, namelijk de voorbeeldfunctie van de regering in deze aangelegenheid. De regering stapt in Dexia, en wordt aandeelhouder voor meer dan 2 percent. Ik stel samen met u vast dat hele grote aandeelhouders, waarvan je mag verwachten dat die zich laten leiden door een aantal duurzame ethische principes, niet hebben kunnen verhinderen dat er bij Dexia een aantal aberraties zijn gebeurd. Het ACW is via Arco een van de grote aandeelhouders met meer dan 18 percent. De heer Renders zit in de raad van bestuur. De Gemeentelijke Holding heeft meer dan 17 percent in de Dexia-holding. Daar zitten heel wat publieke en semipublieke aandeelhouders in. Niettemin is geïnvesteerd in rommelkredieten, niettemin is er een Amerikaanse dochter FSA die een molensteen is aan de hals van Dexia.

Als u nu intreedt, moet u meteen een krachtig signaal geven, onafgezien van wat er gebeurt. Ik hoop dat dat gebeurt op Europees en Belgisch vlak, maar wij moeten het voortouw nemen inzake corporate governance. Wij moeten zeggen dat we gaan voor een transparante vennootschap. Als de Vlaamse Regering daarin participeert, dan moet transparantie in het vervolg de regel zijn. Ik vraag dat de Vlaamse Regering als niet onbelangrijke aandeelhouder voortaan een uiterst strikte transparantie vraagt. Ik vraag ook dat u erop staat dat Dexia een voorbeeldfunctie zou gaan ontwikkelen inzake verloningsbeleid, bonussenbeleid en deugdelijk bestuur en tot slot dat Dexia een voorbeeld wordt inzake duurzaam ondernemen met een correct beleggingsbeleid en, voor zover dat ooit nog aan de orde zou zijn, met een correct overnamebeleid.

Ik verwijs naar de resolutie van de heren Sannen, Gatz, Van den Heuvel en Peumans, die het Vlaams Parlement heeft aangenomen en die met betrekking tot het Toekomstfonds vraagt dat de regering een aantal principes zou naleven: dat er alleen maar defensieve belangen zouden genomen worden; dat er niet te veel aandelen zouden worden genomen; dat vooral de klemtoon zou worden gelegd op duurzaam ondernemen. Als er structureel iets gebeurt ten aanzien van de beleggerswereld, ten aanzien van de aandeelhouders, ten aanzien van het vertrouwen van de burger, dan kan deze regering het voorbeeld nemen en kan ze aantonen dat in zulke bankinstellingen deugdelijk bestuur of corporate governance aan de orde kan zijn. Mevrouw de voorzitter, ik vraag dat wij daaromtrent een stand van zaken krijgen en dat er structureel een voortgangsrapportage zou worden gemaakt. (Applaus bij de N-VA en Groen!)

De voorzitter

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Eric Van Rompuy

Mevrouw de voorzitter, geachte leden van de regering, collega's, ik vind het belangrijk dat we op dit moment in het Vlaams Parlement een debat houden over de beslissing die is genomen door de Vlaamse Regering om te participeren in Dexia. Onze fractie steunt de actie van de gezamenlijke overheden, regionaal en federaal, om het hoofd te bieden aan de financiële crisis en op die manier de continuïteit van banken zoals Fortis en Dexia te garanderen. Uiteindelijk gaat het immers om een garantie ten aanzien van beveiliging van spaargelden.

De wereldwijde crisis die via Amerika en het Verenigd Koninkrijk, ook in onze regio's is terechtgekomen, vroeg een onmiddellijke aanpak. Het feit dat de overheid zo kordaat een aantal maatregelen heeft kunnen nemen, is heel belangrijk geweest als je ziet dat er gisteren en vandaag onmiddellijk positief op is gereageerd op de beurzen.

Dat de Vlaamse overheid hier ook mee een rol heeft willen spelen, is eveneens belangrijk. Er wordt veel over de gemeenten gesproken, waarvan de Vlaamse Regering de voogdijoverheid is. Het was natuurlijk van het grootste belang dat de Vlaamse Regering ook hier haar verantwoordelijkheid nam. Belangrijk is ook dat de Vlaamse Regering die kon nemen. Het begrotingsbeleid van de jongste jaren heeft geleid tot een opbouw van reserves in het Toekomstfonds. We hebben conjunctuur- en andere provisies aangelegd. Daardoor beschikten we over het nodige kapitaal, zonder een beroep te doen op de kapitaalmarkt en zonder dat we daarvoor prioriteiten in onze eigen begroting moesten wijzigen, om een bijdrage te leveren aan wat een geslaagde reddingsoperatie is geweest. Het is natuurlijk voorbarig om grote toekomstprojecties te maken, maar de beurswatchers en de experts zeggen unaniem dat dit een geslaagde operatie is.

Die participatie is aan onze zijde gebeurd via de beschikbare liquiditeiten en binnen het Vlaamse Toekomstfonds, dat gelukkig 500 miljoen euro ter beschikking kan stellen. Dat bewijst dat de Vlaamse Regering, niet alleen door het schuldenvrij maken, maar ook door het aanleggen van reserves, dat geld op het juiste moment kan inzetten waar dat nodig is. Als dat Vlaamse Toekomstfonds ergens voor dient, dan is dat toch om het spaargeld van de burgers maximaal te vrijwaren. Als we bekijken welke gevolgen dit zou hebben gehad voor het spaargeld, maar ook eventueel voor de gemeenten, dan lijkt het me heel belangrijk dat we daar kordaat hebben kunnen ingrijpen. Dat was een heel belangrijke beslissing, en onze fractie steunt die dan ook volledig.

Dat die participatie van tijdelijke aard is, is ook duidelijk. We gaan niet opnieuw de discussie voeren over de rol van de overheid in de financiële sector. Die discussie was er op het einde van de jaren tachtig, toen de privatisering van de openbare kredietinstellingen, zoals de ASLK, de NMKN enzovoort, aan bod is gekomen. Ik zetelde toen ook in het parlement. Ik denk niet dat dat tot de kerntaken van de overheid behoort. Daarom moeten, wanneer de marktomstandigheden het toelaten, die participaties opnieuw ten gelde worden gemaakt, zonder dat er sprake is van waardevermindering en een mogelijk verlies van belastinggeld.

De voorzitter

De heer Tavernier heeft het woord.

Jef Tavernier

Mijnheer Van Rompuy, u zegt dat dit tijdelijk is, dat het niet de kerntaak van de overheid is. Wat is dan volgens u wel de kerntaak van de overheid in die financiële sector? Is dat alleen maar brandjes blussen, of gaat dat verder?

Eric Van Rompuy

Ik kom daar straks nog op terug. De kerntaak van de overheid in de financiële sector is het creëren van het kader, van de spelregels, niet alleen op lokaal nationaal vlak, maar ook op Europees en wereldvlak. Heel deze financiële crisis is immers een virus dat komt uit de grootste economie en de internationale instellingen. Het is een illusie te denken dat we hier lokaal in België, dat uiteindelijk een minimarkt is vergeleken met die internationale operaties, de spelregels kunnen wijzigen.

Ik wil de vergelijking maken met de jaren dertig, met de grote conjunctuurcrisis. Hoe zijn er uiteindelijk spelregels tot stand gebracht? Op het einde van de jaren dertig was er de Tweede Wereldoorlog, maar in 1945 hebben onder meer Keynes en Jan Tinbergen, de eerste Nobelprijswinnaar voor economie, aan de basis gelegen van Bretton Woods en de General Agreement on Tariffs and Trade. Toen is de Wereldbank tot stand gekomen. Die internationale financiële en economische wereld is na de Tweede Wereldoorlog gestabiliseerd.

Dat heeft stand gehouden tot in 1971, toen Bretton Woods ter ziele is gegaan en met vlottende wisselkoersen is gewerkt. Sindsdien heeft men niet meer dat internationale kader kunnen creëren waarin de spelregels zijn vastgelegd.

Voor mij is het niet de taak van de overheid om te bankieren. De heer Bourgeois vindt dat de overheid, eens ze een participatie neemt, zich moet bezighouden met het soort kredieten dat wel of niet wordt gegeven en hoe een bank moet worden gerund. Ik ben ooit in de onderzoekscommissie over de scheepskredieten moeten verschijnen. Gimvindus is toen geliquideerd. De grote conclusie van het parlement was toen dat het niet de taak van de overheid was om in dat soort financiering een rol te spelen. Ik werd toen verantwoordelijk gesteld voor iets waar ik absoluut niets mee te maken had. Het waren kredieten van twintig jaar tevoren.

U vraagt naar de rol van de overheid. Het is niet haar rol om opnieuw bankier gaan spelen. We hebben de GIMV geprivatiseerd. U zat toen met Agalev in de Vlaamse Regering. Het is een internationale marktspeler geworden. Ook daar heeft de overheid zich uit teruggetrokken. Het is de taak van de overheid - niet alleen lokaal maar internationaal en Europees - om 'codes of conduct' af te spreken en een controle uit te werken.

De recente reddingsoperatie werd gedragen door de Belgische en de Vlaamse overheid, maar de Fransen en Nederlanders waren erbij betrokken. Als het om een andere bank gaat, zullen daar misschien Spanjaarden moeten bij zijn. Het is duidelijk een internationale ontwikkeling. De verkeerde conclusie zou zijn dat we hier een ideologisch debat gaan voeren.

De voorzitter

De heer Sannen heeft het woord.

Ludo Sannen

Mijnheer Van Rompuy, ik begrijp uw stelling dat we geen bankier moeten gaan spelen. Maar de overheid moet toch reguleren en controleren? Ze moet toch zorgen voor meer transparantie? We hebben de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen (CBFA) die hierin verantwoordelijkheid draagt en moet opnemen. We hebben deze commissie niet gehoord tot vóór enkele dagen toen de crisis bij Fortis en Dexia zich aandiende. Er waren nochtans voldoende indicatoren dat er een probleem was. De CBFA, een controlemechanisme in het leven geroepen door de overheid, hebben we niet gehoord. We kregen geen enkele waarschuwing. Of die waarschuwing is niet tot ons doorgedrongen. Misschien kregen de beleidspolitici wel een waarschuwing. Maar minister Reynders heeft vorige week op een vraag in de Kamer nog geantwoord dat er geen enkel probleem was. Hij beweerde dat alle Belgische banken in orde waren, dat er geen enkele failliet kon gaan. Als de overheid niet die verantwoordelijkheid neemt, als de CBFA niet die verantwoordelijkheid neemt, moeten we daar dan geen conclusies uit trekken?

Geert Bourgeois

Mijnheer Van Rompuy, u hebt mij volledig verkeerd begrepen. Ik heb uitdrukkelijk gezegd dat het niet de taak is van de overheid om te bankieren. Ik vind dat de overheid op dat vlak terug moet treden. Ik heb daar wel vragen bij gesteld. Zijn er voorkooprechten bedongen voor de Franse aandeelhouder? Dat is één.

Bovendien vind ik dat er moet worden gereguleerd. Er is onvoldoende regulering. Daarin mag de overheid niet terugtreden. Dat is een taak voor het federale en het Europese niveau.

Ten derde wil ik beklemtonen dat als de Vlaamse overheid een niet onbelangrijke aandeelhouder wordt en intreedt in een reddingsoperatie, ze daarvan moet gebruikmaken om te tonen dat er wel duurzaam en open ondernomen kan worden, ook in banksector. Ze moet aangeven dat er transparantie moet zijn, dat er een remuneratiebeleid moet worden gevoerd dat mensen onder ogen kunnen zien en dat er inzake beleggingen algemene ethische, duurzame regels moeten zijn. We kunnen het niet maken dat een holding waarin het ACW zit, waarin de gemeentelijke overheidsholding zit, waarin nu ook de Vlaamse overheid en de Belgische staat zitten, inzake beleggen en ondernemen geen ethische en duurzame regels hanteert. Dat is heel wat anders dan zeggen dat de overheid moet bankieren.

Eric Van Rompuy

We zeggen eigenlijk hetzelfde. Ik zeg dat er internationale en Europese en misschien ook meer lokale spelregels moeten worden afgesproken in een sereen klimaat.

Ik zie het hier al gebeuren. Het ACW, de PS die de schuld bij Reynders legt, het casinokapitalisme, ik zie al een onderzoekscommissie tot stand komen in het federale parlement, waar persoonlijke afrekeningen gebeuren, waar het proces wordt gemaakt van bepaalde banken. Dat is absoluut niet aangewezen.

Onze fractie heeft zich deze morgen publiekelijk uitgesproken tegen een onderzoekscommissie die een partijpolitieke afrekening moet worden. De heer Di Rupo heeft het idee gelanceerd om minister Reynders verantwoordelijk te stellen. Als we op dat niveau gaan beginnen, dan zal dat opnieuw onrust onder de spaarders veroorzaken. Wat we nu hebben kunnen bereiken door een eendrachtige operatie, zal verzanden in onderzoekscommissies waar de partijpolitiek de bovenhand haalt.

De voorzitter

De heer Tavernier heeft het woord.

Jef Tavernier

Mijnheer Van Rompuy, praten over een bepaalde financiële instelling met een raad van bestuur en je vragen stellen over verantwoordelijkheden van afgevaardigden uit de publieke sector die in de raad van bestuur zitten en daarvoor worden vergoed, wetende dat die raad van bestuur de meeste kleuren vertegenwoordigt, is dat een politieke afrekening? Dat heeft daar niets mee te maken. Vragen stellen over de CBFA, over de werking ervan, is dat een politieke afrekening? Er zijn natuurlijk een aantal mensen benoemd, ook met instemming van anderen, is dat een politieke afrekening? Neen, dat is vragen stellen over verantwoordelijkheden van mensen die aangeduid zijn. Dat is iets totaal anders dan wat u er wilt achter zoeken, en misschien wilt verbergen.

Ludo Sannen

Mijnheer Van Rompuy, we zijn eendrachtig in het oplossen van de problemen, maar dat mag ons niet beletten om de oorzaken ervan, die voor een deel internationaal zijn en waar we in België wellicht te weinig hebben op ingespeeld, te onderzoeken. Als we willen controleren en reguleren, dan moeten we ons durven afvragen hoe het komt dat de CBFA haar rol niet heeft gespeeld.

De voorzitter

De heer De Reuse heeft het woord.

Herman De Reuse

Het is toch vanzelfsprekend dat een onderzoekscommissie die wordt aangesteld, in een open debat met de bestuurders en met de topambtenaren, van Dexia in dit geval, tot een onderzoek komt, waarin iedereen kan zeggen wat hij of zij wil, en waar men bij meerderheid tot een besluit zal komen. Dat is geen politieke afrekening. Als het dat wel zou zijn, wat u vreest, mijnheer Van Rompuy, dan zou dat zijn omdat het over politiek benoemden gaat. Daar moet u eens over nadenken. Als u daar zou ingrijpen, dan zou u niet moeten zeggen wat u hier zegt. U zou geen onderzoek moeten vrezen. Dat is de essentie. Als u dat uit de weg gaat, dan staat u open beleid en transparantie in de weg. Dat kan toch niet.

Eric Van Rompuy

Ik vrees niets, mijnheer De Reuse, ik ben hier als iemand die gekozen is door de bevolking. In moeilijke omstandigheden, waarin spaarders dreigen massale verliezen te lijden, heeft de Vlaamse overheid haar verantwoordelijkheid genomen.

Ik ben bang voor de komende dagen. Niemand weet wat er in de komende maanden zal gebeuren. Wat me het meeste bekommert, zijn de gevolgen voor de reële economie, de kredietschaarste die kan optreden, het feit dat beleggers tot 80 miljard euro waardevermindering hebben geleden. Men spreekt nu al over een groei die lager ligt dan één percent.

First things first. Als we er met beperkte ingrepen in het financiële systeem voor kunnen zorgen dat de instellingen honderden miljoenen euro aan spaargeld beveiligen en dat de financiële markten positief reageren, dan sluit niets uit dat in de toekomst op parlementair niveau, maar niet het onze...

De voorzitter

De heer De Reuse heeft het woord.

Herman De Reuse

U zegt zelf dat niemand weet wat er in de toekomst zal gebeuren. Ik ben het daarmee eens, maar we zouden dat eigenlijk niet mogen zeggen, want u zegt dat we geen paniek mogen veroorzaken. Ik denk niet dat een van de sprekers al aanleiding heeft gegeven tot paniek. Of we er nu al dan niet mee akkoord gaan dat de officiële instanties moeten ingrijpen, we hebben allemaal gezegd dat het niet anders kon. Ik heb de woorden gebruikt: "met het mes op de keel". Ook de minister-president heeft gezegd dat dit een uitzondering moet blijven, dat dit niet de normale gang van zaken is.

Maar goed, het is gebeurd en we zijn het er in dit parlement vrij algemeen over eens dat het goed is dat er een interventie is geweest, maar dat belet toch niet dat we er vragen over mogen stellen, dat we er kritische noten aan mogen toevoegen?

Nu zegt u dat niemand weet wat er binnenkort zal gebeuren, en ik ben het daarmee eens. Maar is het dan correct dat de minister-president van dit land stelt dat dit toekomstperspectieven biedt? Is het correct dat ik tijdens mijn betoog merk dat men van op de regeringsbanken wil zeggen: "Ah kom, zever niet, u doet alsof het geld uit het Toekomstfonds verdwenen is, maar het is niet weg, het zal renderen."

Ik heb gezegd dat het Toekomstfonds vast moet zijn. Dat heeft de regering in het verleden ook altijd gezegd. Dat weten we niet meer. Nu zijn we - misschien gedwongen door de omstandigheden de speculatieve toer aan het opgaan. Dit is zeker niet de taak van de regering. De regering kan zeggen dat dit niet goed is, maar dat ze de ingreep heeft gedaan wegens de omstandigheden. Het is echter niet goed te doen alsof die in de toekomst tot groot profijt zal leiden. Daarover gaat het. We moeten de waarheid vertellen aan de burger, we mogen de zaak niet verbloemen. We mogen echter ook geen paniek creëren, en ik hoop en denk dat dit op dit ogenblik ook niet nodig is. Ik herhaal dat we de situatie niet mogen verbloemen door te stellen dat wat gebeurd is een oplossing is en goed is, want we weten nog niet of dit finaal de oplossing zal zijn.

Ik wil aan de regering ook nog vragen wat ze van plan is als blijkt dat dit niet volstaat. Zijn er nog reserves? Waarin werd voorzien? Als we zien wat er al gebeurd is, moeten we ons toch eens afvragen wat er nog kan gebeuren. Moeten we daarop anticiperen? Ik heb deze vraag niet gesteld tijdens mijn betoog omdat de tijd te kort was, maar volgens mij moet de regering die vraag toch eens beantwoorden.

De voorzitter

Minister Ceysens heeft het woord.

Minister Patricia Ceysens

Ik ben het roerend eens met de heer Van Rompuy. Hij heeft vandaag heel goed verwoord wat de situatie was en wat de ingreep inhoudt.

In eerste instantie ging het natuurlijk over een breed maatschappelijke bekommernis inzake spaarders en aandeelhouders. De heer Van Rompuy brengt het debat heel terecht naar een volgende afgeleide, namelijk naar de economische betekenis ervan. We weten dat er sowieso, wegens een aantal factoren, een groeivertraging zat aan te komen. Dit komt er nu natuurlijk nog extra bij.

Ik wil ook meegeven dat ik met een decreetswijziging inzake de waarborgregeling naar het parlement zal komen. Er zijn immers indicaties dat onze ondernemers zich afvragen of ze nog voldoende kredieten zullen kunnen bekomen. Ze vragen zich af hoe het de komende maanden zal zitten met het nemen van risico's en met de kredietverschaffing. De Vlaamse overheid beschikt met de waarborgregeling over een heel performant instrument waarmee we tot 180 miljoen euro op jaarbasis kunnen verschaffen.

Het systeem was wat rigide en daardoor onderbenut. Voor de komende maanden, en de mogelijke gevolgen die we nog gaan zien in de reële economie, die al tegen een groeivertraging aankeek, is het belangrijk dat we die waarborgregeling opnieuw naar voren schuiven. We moeten er bij de banken nog eens op aandringen dat dit een goed instrument is waar ze gebruik van kunnen maken om ondernemerskredieten te verschaffen.

Er is zeker één concrete versoepeling aan de orde. We werken nu met contingenten die niet altijd worden opgenomen. We willen dat systeem flexibel maken, zodat de bedragen die wij als Vlaamse overheid ter beschikking hebben om in de markt te zetten, ook daadwerkelijk kunnen worden opgenomen en benut in de komende periode van groeivertraging, met het bijkomende gegeven van deze actuele kredietcrisis. De effecten daarvan op onze reële economie zullen zich nog laten gevoelen eens we door deze periode heen zijn.

De voorzitter

De heer Verstrepen heeft het woord.

Jurgen Verstrepen

Ik heb zeer aandachtig geluisterd naar het betoog van de heer Van Rompuy, maar ik vind dat hij een aantal rare bochten neemt. CD&V en Open Vld willen geen onderzoek instellen, omdat dat onrust zou verwekken. Ik weet niet of u het gemist hebt, mijnheer Van Rompuy, maar die onrust is er al lang, en ik denk niet dat die hier in de politiek wordt gecreëerd.

We steken niet onder stoelen of banken dat de overheid goed is opgetreden, maar je kunt je toch vragen beginnen te stellen bij de raad van bestuur en bij de politiek benoemden. Hoe is het zover kunnen komen? Waarom waren die alarmbellen er niet? Waarom is er niet vooraf gewaarschuwd, zodat deze ad-hocbeslissing niet nodig was geweest? Ik vind het heel fijn dat u de liberale principes onderschrijft en dat u pleit voor minder overheid in de banksector. Dat is al een goed teken. Dat gaat de goede richting uit.

Iedereen doet alsof er geen waardedaling was, maar er zijn wel degelijk mensen die geld verloren hebben. U hebt zelf aangehaald dat de crisis elke Belg al 7300 euro heeft gekost, en dat er een verlies is van 78 miljard euro. Dat zijn waardeverminderingen. Daarom vind ik dat de burgers, de spaarders en beleggers die hun geld in waarde hebben zien dalen door deze crisis, het recht hebben om te weten hoe het zover is kunnen komen.

Vertrouwen wekken is daarbij zeer belangrijk. Als je ziet dat sinds begin deze week al 100 miljoen euro is weggehaald bij Dexia door ongeruste klanten, denk ik dat het verhaal nog niet ten einde is. Het is geen kwestie van onrust of paniek zaaien. De burger heeft nood aan duidelijkheid en een vast kader. Er ís onrust, en het is de taak van de overheid om die onrust weg te nemen. Dat kan alleen maar door klare wijn te schenken, en te zeggen dat u zult onderzoeken hoe het zover is kunnen komen. Dat is waar de burger recht op heeft.

De voorzitter

De heer Van den Heuvel heeft het woord.

Ik wil er even op wijzen dat er gisteren ook in het Nederlandse parlement een grote discussie is geweest over dit thema. Premier Balkenende heeft daar opgeroepen om de stabiliteit te waarborgen en heeft gezegd dat dit de partijpolitieke grenzen overstijgt. Laten we dat in ons eigen land ook doen. Laten we nu geen politieke spelletjes spelen. Dit overstijgt alle partijpolitieke grenzen. (Applaus)

Er wordt hier gezegd dat het om politiek benoemden gaat en dergelijke meer. Maar dit is een wereldwijde crisis. Dit gaat niet om een Belgische bank. De Ierse banken moeten deels worden genationaliseerd, idem dito voor de IJslandse en de Italiaanse banken. Vanavond wordt er in de Verenigde Staten hopelijk 700 miljard dollar vrijgemaakt om het banksysteem te redden. Dit is dus geen Vlaams of Belgisch probleem, maar een wereldwijd probleem. Ik wil dus oproepen om die partijpolitieke spelletjes achterwege te laten. Laten we nu denken aan de stabiliteit en de rust van de Vlaamse kleine man die zijn spaargeld heeft belegd.

Dat wil evenwel niet zeggen dat we moeten overgaan tot de orde van de dag. We móeten hier lessen uit trekken. We moeten uiteraard eens bekijken of we niet wat meer moeten reguleren - correct reguleren, niet overreguleren. Natuurlijk moeten we de controlemechanismen verbeteren en efficiënter maken. Dat zijn de lessen die we daaruit moeten trekken. Maar we mogen ons niet bezighouden met partijpolitieke afrekeningen. Dat moeten we voor ogen houden.

Er zit 510 miljoen euro in het Vlaams Toekomstfonds. Het is de verdienste van deze regering om die buffer te hebben. Daardoor kunnen we Dexia mee ondersteunen zonder dat we extra fondsen moeten aanspreken. Er zijn andere regeringen die daarvoor extra fondsen moeten aanspreken met de nodige gevolgen inzake intresten. Dankzij het Toekomstfonds kunnen wij dat doen zonder extra lasten op de toekomst te leggen.

De voorzitter

Mevrouw Vogels heeft het woord.

Mieke Vogels

Ik wil even reageren op de liefde tussen minister Ceysens en de heer Van Rompuy. Minister Ceysens, ik ben blij met uw reactie. Sinds een week, heb ik, wanneer er wordt gepraat over de problemen in de bankwereld, alleen nog maar mannen gezien. Het is onwaarschijnlijk. Ik vind het goed dat vrouwen zich daar ook eens mee moeien.

Ik wil geen partijpolitieke spelletjes spelen. Mijnheer Van Rompuy, ik zou u willen confronteren met de basisredenering. Jaren aan een stuk hebben aandeelhouders op wat vandaag gebakken lucht blijkt te zijn, massa's geld verdiend. Ik ben niet te beroerd om hier het woord casinokapitalisme in de mond te nemen, want dat is het ook. Op dat moment zei iedereen dat het geen kerntaak van de overheid is om zich met de financiële wereld te moeien.

Ik zie nu regelmatig mensen in talkshows op tv die ik nog nooit heb gezien, maar die blijkbaar toch heel wat touwtjes in handen hadden. Vandaag, nu de ballon gesprongen is, hoor ik u zeggen dat het plots wel een kerntaak van de overheid is om in te springen en de spaarder te verzekeren dat hij zijn spaargeld niet kwijt is. En hoe gaan we dat doen, mijnheer Van Rompuy? Door het belastinggeld van de spaarder te gebruiken als pasmunt. Dan breekt mijn klomp helemaal. Als het dan morgen opnieuw beter gaat, zegt u, en er weer winst kan worden gemaakt, dan gaan wij die aandelen weer verkopen en dan is dat plots geen kerntaak van de overheid meer.

Die discussie wil ik hier ten gronde voeren. Die discussie dateert uit de jaren negentig. Op dit moment is er nog altijd een wet, die in 1992 door Willy Claes is voorgesteld, die bepaalt dat in de vier grote banken van België, er een soort van golden share vanuit de overheid zou moeten zijn. Als we een onderzoekscommissie instellen - en wat mij betreft komt die er liever gisteren dan morgen -, dan zullen we die wet opnieuw moeten bekijken.

Ik ben niet bereid om dit spelletje mee te spelen. Als het goed gaat, is het geen kerntaak van de overheid. Als het slecht gaat, is het wel een kerntaak van de overheid. Deze discussie moet de politiek ten gronde voeren, en dat heeft niets met partijpolitieke spelletjes te maken.

Ludo Sannen

Ik zal straks verklaren waarom ik deze ingreep belangrijk vind, omwille van de spaarder. Ik wil echter ook onderstrepen dat het belangrijk is dat we onderzoeken wat er is misgegaan, los van wat er op internationaal vlak fout is gelopen. Het gaat hier niet over politieke spelletjes, mijnheer Van den Heuvel, want dat zou inderdaad misplaatst zijn. Maar we mogen ons toch vragen stellen bij de werking van bijvoorbeeld de CBFA en onze controlemechanismen. We moeten die nu evalueren om ervoor te zorgen dat eventuele toekomstige problemen sneller worden gedetecteerd.

Mijnheer Van den Heuvel, het is Nederlands financiënminister Bos die heeft gezegd dat hij wil onderzoeken hoe de overname van ABN AMRO door Fortis is verlopen. Hij heeft gisteren in datzelfde parlement gezegd dat sommige dingen om nader onderzoek vragen. Onze CBFA heeft geen enkele kritische bedenking geformuleerd bij deze overname die nochtans de grondslag is van de huidige problemen van Fortis.

De voorzitter

Ik zou willen vragen dat de heer Van Rompuy zijn betoog kan afmaken.

Ik zal heel kort zijn. Ik heb daarnet heel duidelijk gezegd dat we natuurlijk lessen moeten trekken om de regulering te verbeteren en om de controlemechanismen efficiënter te laten verlopen. Ik doe echter een oproep de partijpolitieke spelletjes achterwege te laten. De afgelopen dagen zijn er toch wel uitspraken gedaan door mensen die de partijpolitieke toer op gaan.

De voorzitter

De heer Peumans heeft het woord.

Jan Peumans

De heer Sannen verwijst voortdurend naar de CBFA en misschien ook de Nationale Bank van België. Ik speel hier geen politiek spel. Als men echter bestuurder wil zijn, moet men ook de consequenties dragen. Die bestuurders moeten zich dan ook maar eens verantwoorden.

Mijnheer Sannen, u zegt dat we de toezichtorganen zo weinig hebben gezien. Ik vraag me af wat die bestuurders gezien hebben.

Eric Van Rompuy

Mevrouw de voorzitter, we zullen ons hier beperken tot het onderwerp van het debat, namelijk de rol van de Vlaamse overheid. Mijnheer De Reuse, als die 500 miljoen euro uit het Toekomstfonds er mee voor heeft gezorgd dat een zo belangrijke financiële instelling als Dexia nog toekomstkansen heeft en dat er een garantie is voor honderden miljarden euro aan spaargeld, dan heeft de Vlaamse overheid een heel juiste en goede houding aangenomen.

Dat in de toekomst de financiële sector niet meer zal zijn wat hij was, is ook duidelijk. Dat heeft niets te maken met de rol van mijnheer x of y bij Dexia of bij Fortis. Het virus komt uit de Verenigde Staten. Het ageert worldwide. De Amerikaanse financiële en politieke wereld staat voor cruciale uren en dagen. Een meerderheid of minderheid in de Kamer of Senaat kan beslissen of het vertrouwen in dat mondiaal systeem behouden blijft.

Hoe het zover is kunnen komen, is een andere zaak. Die discussie is voor een deel ideologisch. Ik wil die niet uit de weg gaan. Nu is het echter 'first things first', zoals dat in Amerika het geval was en zoals dat in concertatie met de betrokkenen en de Vlaamse en federale regering is gebeurd. Ze hebben de juiste beslissing genomen.

We staan voor grote veranderingen. Dat is zo in de financiële sector en ook in de budgettaire sector. Over drie of vier jaar moet er bij de begroting rekening gehouden worden met de pensioenlasten die op ons afkomen. Ook institutioneel staan er veranderingen op til. We beleven niet alleen een financiële maar ook een institutionele crisis. Dit land zal op vele vlakken hervormd moeten worden, net zoals er in de wereld ook hervormingen doorgevoerd moeten worden.

Op dat moment moet men geen partijpolitieke spelletjes spelen en verwijzen naar organisatie x, mijnheer y en onderzoekscommissies vragen. We hebben ervaring met onderzoekscommissies. Heeft de onderzoekscommissie betreffende Sabena ons iets bijgebracht? Integendeel! Ze heeft geleid tot het afdekken van verantwoordelijkheden en ervoor gezorgd dat een aantal analyses niet zijn gemaakt.

Ik heb zelf ook deel uitgemaakt van verscheidene onderzoekscommissies. Als er een wordt opgericht, dan moet ze nagaan hoe men in de toekomst een betere wetgeving tot stand kan brengen, hoe men een evaluatie kan maken van de stand van zaken. De N-VA, Groen!, de PS enzovoort spelen vanuit bepaalde partijpolitieke motieven op dit moment spelletjes, terwijl het nu gaat over het vertrouwen in het financiële systeem. De Vlaamse overheid heeft de juiste verantwoordelijkheid genomen. (Applaus bij CD&V)

Jef Tavernier

Mijnheer Van Rompuy, u gaat eens te meer wat kort door de bocht. Niet alleen politieke partijen of fracties stellen die vraag, maar ook de consumentenorganisatie en Deminor. Uit de commentaren over de financiële crisis maak ik op dat ook financiële experts stellen dat we op dit moment nauwelijks zicht hebben op de mechanismen en de instrumenten die gebruikt worden op de financiële markten. En het is juist door die ondoorzichtigheid dat we in de problemen gekomen zijn. Dat lossen we niet zomaar op via gewoon wat gesprekken en commissievergaderingen. Men stelt dat we daarvoor een aantal mensen die verantwoordelijk zijn, moeten kunnen ondervragen over wat er is gebeurd, welke mechanismen ze gebruiken.

Het gaat hier niet om partijpolitieke spelletjes. We moeten nagaan welke gegevens we nodig hebben om met het oog op de toekomst de juiste maatregelen te nemen en de juiste regels uit te vaardigen. (Applaus bij Groen!)

De voorzitter

De heer Gabriels heeft het woord.

Jaak Gabriels

Mevrouw de voorzitter, tijdens de studiereis die ik, samen met een aantal andere Vlaamse volksvertegenwoordigers, naar de Verenigde Staten heb ondernomen, heb ik een aantal interessante gesprekken gevoerd. De mensen die er toen bij waren, herinneren zich allicht de gesprekken met de mensen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank. De subprime crisis was daar toen al in volle gang. Die experts hebben ons toen verteld dat Europa hier ook mee zou worden geconfronteerd. Volgens hen situeerde 60 percent van de weerslag zich in de VS en mocht Europa nadien 40 percent van de weerslag verwachten.

Dit is eigenlijk vrij logisch. Er is immers sprake van een wereldwijde betrokkenheid binnen onze economie en onze financiële instellingen. Het is eigenaardig vast te stellen dat sommige experts deze ongerustheid iets te gerust opzij hebben geschoven. Ze deden dit wellicht om paniek te vermijden.

Ondertussen zijn we natuurlijk door de gebeurtenissen ingehaald. Dat de Vlaamse overheid en de verschillende aandeelhouders snel en goed hebben gereageerd, kunnen we enkel toejuichen. We steunen de maatregelen van de Vlaamse Regering ten volle. Daar gaat het debat vandaag tenslotte over. De reacties op de beurs van de voorbije twee dagen bewijzen overigens dat het hier een goede maatregel betreft. We mogen natuurlijk niet te euforisch worden. We hopen dat het om een ommekeer gaat. In welke mate die ommekeer definitief zal zijn, zal tijdens de volgende dagen moeten blijken.

De enige bezorgdheid van de Vlaamse Regering behelst wellicht het beschermen van miljoenen spaarders en van onze economie tegen paniekreacties en paniekvoetbal. Zoals reeds gesteld, heeft de Vlaamse Regering hiertoe 500 miljoen euro uit het Toekomstfonds tijdelijk ter beschikking gesteld. Dit lijkt me de beste investering in de toekomst.

Die beslissing was nodig voor het voortbestaan van de markt, voor de bescherming van veel gewone spaarders, kortom, voor de toekomst van het economisch en financieel weefsel in Vlaanderen. Die middelen zijn goed besteed.

We moeten uit deze gebeurtenissen tevens de juiste lessen trekken. De globalisering is een feit. Ook op het financiële vlak zitten we vanzelfsprekend met een schaalvergroting. Bij ons heeft dit ertoe geleid dat slechts weinig mensen nog in een bank langslopen. Ze doen aan home banking, en alle manoeuvres worden thuis uitgevoerd. Vroeger leek het rechtstreeks contact tussen de loketbediende of de bankier en de klant een evidentie. Het herstel van meer menselijk contact mag zeker een van de aanbevelingen zijn. Volgens mij hebben de mensen daar behoefte aan.

Ik wil hier ook waarschuwen tegen diegenen die uit deze gebeurtenissen lessen willen trekken die inhouden dat de principes van de vrije markt in vraag worden gesteld. De vrije markt heeft niets met ongebreideld kapitalisme te maken. Er mag geen terugkeer zijn naar het verdoken of open collectivisme dat zijn ondeugdelijkheid doorheen de geschiedenis voldoende heeft bewezen.

Open Vld is het compleet eens met de verklaring die de heer Van Miert gisteren heeft afgelegd: hoe meer we de vrije markt toelaten, hoe noodzakelijker transparantie en controlesystemen zijn.

Ik zou de Vlaamse Regering dan ook willen vragen om samen met de federale regering een gezamenlijk standpunt uit te werken. Dit standpunt moet vervolgens op het Europese forum worden bepleit. Er moet werk worden gemaakt van de transparantie en van de controle. We zitten er middenin. Fortis is een aangelegenheid van de hele Benelux. Dexia is een Belgisch-Franse aangelegenheid. Ik denk dat we Frankrijk, als voorzitter van de Europese Unie, gerust mogen aanporren om wat alerter te zijn en om wat assertiever op de feiten te reageren.

De Vlaamse Regering kan ook, onder meer via de formules van de rondetafels, de financiële wereld samenbrengen. Ik heb dat destijds als minister gedaan. Ik weet dat die sector verscheiden is. En ik weet dat de problematiek wereldwijd is. Maar het is heel belangrijk de neuzen in de zelfde richting te doen wijzen. Ik juich zeker toe wat minister van Economie Patricia Ceysens net heeft aangehaald: dat het decreet op het flexibeler maken van de waarborgen daarbij een heel belangrijk instrument kan zijn.

Ik denk dat de Vlaamse Regering op dit ogenblik met gezag kan optreden. Zij kan op de verschillende fora, zowel op federaal als op Europees niveau, als een van de misschien weinige regio's praten over een gezond financieel beleid. Schuldenvrij: wie kan dat in Europa zeggen, ook namens de regio's? Wij weten natuurlijk dat er op dat vlak een Europa met twee snelheden bestaat, maar laat ons dan beginnen met het Europa van de vijftien landen die in de Eurozone gevat zijn, om te bewijzen dat men ten opzichte van deze uitdagingen een efficiënt antwoord kan geven.

Wij willen trouwens ook aan de leden van de commissie Financiën en Begroting voorstellen om dit in de commissie op de voet te volgen. Wij willen ook de leden van de Gemeentelijke Holding, waarover hier een aantal vragen werden gesteld, uitnodigen in die financie- en begrotingscommissie van ons parlement zodat wij daarin voluit kunnen debatteren.

Ik denk, collega's, dat wij allemaal willen dat er over de partijgrenzen heen op Europees niveau een efficiënt en transparant controlemechanisme op touw wordt gezet, dat uiteindelijk ten aanzien van de ongerustheid van miljoenen mensen in Europa een definitief en deugddoend antwoord kan geven. Als we daartoe in staat zijn, zijn wij in staat om uit deze crisis de nodige lessen te trekken. (Applaus bij de meerderheid)

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.