U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, de algemene bespreking is geopend.

De heer Verstreken, verslaggever, heeft het woord.

Johan Verstreken

Mevrouw de voorzitter, beste collega's, op 19 juni werd het voorstel van decreet houdende het voeren van het Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid toegelicht door een van de indieners, de heer Vandenbroucke.

De heer Vandenbroucke deelde mee dat het voorstel van decreet het huidige decreet van 29 maart 2002 op het Vlaamse jeugdbeleid en het decreet van 15 juli 1997 houdende instelling van het kindereffectenrapport en de toetsing van het regeringsbeleid aan de naleving van de rechten van het kind zal vervangen.

Het decreet is ontstaan als een voorontwerp van decreet, maar werd door de parlementsleden van de meerderheidsfracties ingediend uit respect voor de jeugdsector, die anders onvoldoende tijd zou krijgen om zijn beleidsplannen in te dienen.

De wijzigingen die worden aangebracht, werden al in het tweede Vlaamse jeugdbeleidsplan van de Vlaamse Regering aangekondigd. Het gaat om een duidelijke ordening van de instrumenten waarover de Vlaamse overheid beschikt of zou moeten beschikken om de ingeslagen weg van een categoriale beleidsvoering voor de jeugd meer slagkracht en impact te geven en om de integratie van het jeugd- en kinderrechtenbeleid. Daarnaast is er een relatief rustige, beperkte en vooral op planlast en comfort gerichte aanpak van de subsidiesystemen. Aandachtspunten zijn de integratie van de subsidies kinderrechten en de probleemstelling rond de politieke jeugdverenigingen.

Wat de integratie van het kinderrechtenbeleid en het jeugdbeleid betreft, maken zowel de beleidsnota Jeugd 2004-2009 als het tweede jeugdbeleidsplan een onderscheid tussen enerzijds de kinderrechten als wettelijk en ethisch referentiekader en anderzijds de concrete integratie van de instrumenten van het kinderrechten- en jeugdbeleid, alsook de integratie van diverse doelstellingen en acties die vanuit het jeugdbeleid en/of het kinderrechtenbeleid zouden worden opgenomen.

Dit voorstel van decreet maakt concreet werk van deze dubbele integratiebeweging. Het voorstel van decreet geeft daarom aan hoe de Vlaamse Regering de monitoring van de rechten van het kind, zoals gewaarborgd door het International Verdrag voor de Rechten van het Kind, organiseert en coördineert.

Wat de wijzigingen aan de subsidiesystemen betreft, was het aangewezen om een aantal belangrijke aspecten te evalueren en een aantal zaken bij te schaven.

Het voorstel van decreet is opgebouwd uit de volgende delen: de basisinstrumenten voor een Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid, de bepalingen voor de Vlaamse Jeugdraad, de werkingssubsidies voor de instellingen die de Vlaamse overheid ontwikkelt voor haar jeugdbeleid, de werkings- en projectsubsidies voor een aantal particuliere jeugdactoren alsook de bekroning van de lokale besturen voor het door hen gevoerde jeugdbeleid.

Ik geef de verschillende hoofdstukken met de belangrijkste wijzigingen. Er is het hoofdstuk over de basisinstrumenten voor het Vlaamse jeugd- en kinderrechtenbeleid. Met die basisinstrumenten wordt bedoeld het Vlaamse jeugd- en kinderrechtenbeleidsplan, de kind- en jongere-effectrapportage, de aanspreekpunten en co?dinerende administratie en de monitoring. De belangrijkste wijziging is de uitbreiding van de kindeffectrapportage (KER), naar een jongeren-en kindeffectrapportage (JOKER). Bovendien wordt voorgesteld om de procedure te schrappen die het de Vlaamse Regering mogelijk maakte af te wijken van haar verplichting om een kindeffectrapport op te stellen. Verder wordt door de Vlaamse Regering verplicht om in te staan voor de financiering van een jeugdmonitor (de zogenaamde staat van de jeugd) die de evolutie van de leefsituatie van kinderen en jongeren meet.

In het voorstel van decreet worden een aantal reeds bestaande organisaties gegroepeerd onder de naam ´Vlaamse instellingen jeugd en kinderrechtenbeleid´. Elk van deze organisaties krijgt van de Vlaamse overheid een specifieke inhoudelijke taak toebedeeld en bevindt zich qua aansturing dichter bij de overheid dan andere actoren uit het particuliere veld. Concreet gaat het over het Kenniscentrum kinderrechten, het Steunpunt Jeugd, de Vereniging van Vlaamse Jeugddiensten en -consulenten, het Vlaams Informatiepunt Jeugd en het Vlaams co?rdinatieorgaan voor internationale jongerenwerking voor internationale mobiliteit.

Op vraag van de Vlaamse Jeugdraad worden een aantal bepalingen uit het decreet van 29 maart 2002 een beetje versoepeld. Nog steeds moet bij de aanvraag van het mandaat van de jeugdraad ten minste een op drie leden jonger zijn dan 25 jaar. Bij eventuele vervanging in de loop van het mandaat hoeft deze verhouding niet langer te worden gerespecteerd. Bovendien moet de jeugdraad nog slechts om de drie jaar in plaats van om de twee jaar een congres organiseren. Daar tegenover staat dat de vzw die de jeugdraad ondersteunt, een beleidsplan zal indienen. Tot slot werden bepalingen ingevoerd met betrekking tot onverenigbaarheden tussen het lidmaatschap van de jeugdraad en een aantal andere functies.

Het gaat hier om werkings- en projectsubsidies van de landelijke georganiseerde jeugdverenigingen: werkingssubsidies voor verenigingen, participatie en informatie, werkingssubsidies voor cultuureducatieve verenigingen, projectsubsidies voor experimentele jeugdwerkinitiatieven en projectsubsidies voor jeugdcultuur en internationale jongerenprojecten.

Met de wijzigingen wordt gestreefd naar een harmonisering van bepalingen tussen de verschillende in het decreet opgenomen subsidieregelingen. Verder werd ook getracht om de administratieve lasten te verminderen. Ook de subsidies voor kinderrechten werden geïntegreerd door middel van een aanpassing van het gedeelte participatie en communicatie van het decreet Vlaams jeugdbeleid.

Voor politieke jongerenbewegingen werden twee subsidiëringsmogelijkheden behouden: via de regeling voor landelijk georganiseerde jeugdverenigingen of via de subsidiëring van verenigingen voor informatie en participatie. Daarnaast werd de mogelijkheid ingesteld om een of meerdere gemeenten te bekronen als jeugd- en kindvriendelijke gemeente.

Op 24 juni werd een hoorzitting georganiseerd. Het Kinderrechtencommissariaat, waarvan mevrouw Ankie Vandekerckhove aanwezig was, beoordeelt het voorstel van decreet overwegend positief, maar staat afwachtend ten aanzien van bepaalde punten. Het voorstel van decreet stelt de noodzakelijke, maar daarom nog niet voldoende, voorwaarden voor een sterk jeugd- en kinderrechtenbeleid. De inhoudelijke garanties en de toepassing van bijvoorbeeld de principes van het kinderrechtenverdrag blijven vaag.

Mevrouw Karin Maes, voorzitter van de raad van bestuur van de Kinderrechtencoalitie Vlaanderen, sluit zich aan bij de opmerkingen van het Kinderrechtencommissariaat. De Kinderrechtencoalitie heeft zelf ook nog een aantal opmerkingen. Zo heeft ze zich van meet af aan verzet tegen de basisdoelstelling van dit decreet, namelijk de integratie van het kinderrechten- en jeugdbeleid. Men had ook gehoopt dat het werk van de Kinderrechtencoalitie een specifieke decretale basis zou krijgen.

Tom Dierckx, coördinator bij de Vlaamse Jeugdraad, stelde dat voor die raad de vooropgestelde doelstellingen grotendeels bereikt zijn in het voorliggende voorstel van decreet. De jeugdsector is ook voldoende betrokken bij het opstellen van het decreet. In het algemeen is er dan ook voldoende rekening gehouden met de standpunten die de Vlaamse Jeugdraad in de loop van het proces heeft aangereikt. De raad heeft echter ook een aantal bedenkingen, bijvoorbeeld bij het wegvallen van de verplichting om een beleidsplan te maken. De raad benadrukt ook dat er nood is aan een meer fundamentele denkoefening over het decreet. De jeugdsector is vragende partij voor een fundamentele decreetswijziging.

Op 26 juni vonden dan de bespreking en stemming plaats. De heer De Bruyn van de N-VA vindt het zeer positief dat de decretale verankering tot meer transparantie leidt. Er krijgen meer organisaties dan voorheen een plaats in het decretale kader. De vermindering van de planlast blijft terecht een aandachtspunt. De beoordelingscriteria worden duidelijk omschreven. Belangrijk is volgens hem ook de vastlegging en structurele subsidiëring van het kenniscentrum Kinderrechten. Ook de integratie van kinderrechten in het jeugdbeleidsplan is een positief punt. De invoering van een beleidsnota voor de Vlaamse Jeugdraad zal zelfreflectie stimuleren. De inkorting van de repliektermijn met betrekking tot het preadvies is administratief verdedigbaar, maar mag geen extra drempel vormen. De opmaak van een Staat van de Jeugd is een interessant beleidsinstrument.

Zelfs na een lange discussie is men er helaas niet in geslaagd om tot één subsidiekanaal voor de politieke jongerenbewegingen te komen. De heer De Bruyn heeft echter begrip voor het compromis. Volgens hem mag het optrekken van de KER-leeftijd van 18 tot 25 jaar niet de bedoeling hebben om voortaan minder aandacht te hebben voor de min-18-jarigen. Zijn fractie zal de inspanningen ter zake mee in het oog houden. Aan de bezorgdheid om de jeugd voldoende te betrekken bij het voorbereiden van het jeugdbeleid, wordt in een amendement tegemoetgekomen. Het is volgens hem belangrijk om het voorstel van decreet nog voor het zomerreces goed te keuren, maar anderzijds wil hij ook ingaan op de vraag van de Vlaamse Jeugdraad om op termijn de indeling van het jeugdbeleid samen met alle betrokken organisaties grondig te bekijken.

Dan ga ik in op het standpunt van de heren Marginet en Arckens namens de Vlaams Belangfractie. De heer Marginet merkt op dat niet alle politieke jongerenorganisaties worden gesubsidieerd. De regels zijn voor de jongerenafdeling van zijn partij zo strikt gemaakt dat dit geen sinecure blijkt te zijn. De heer Arckens deelt mee dat het Vlaams Belang tegen het voorstel van decreet zal stemmen en zich bij de amendementen zal onthouden. Hoewel het ontwerp van basisdecreet een aantal voordelen biedt, kan het Vlaams Belang zich niet verzoenen met de gehanteerde logica en subsidiëring. De fractie vreest voor een oversubsidiëring. Het wordt voorgesteld alsof er een beleidsbrief wordt geschreven door de meerderheid, en de vzw's die dat beleid gaan uitvoeren, pakken de poen.

Namens de Open Vld-fractie benadrukt mevrouw Libert dat het voorliggende voorstel van decreet de categoriale benadering van het decreet Vlaams Jeugdbeleid integreert met het kinderrechtenkader dat minderjarigen rechtsbescherming wil bieden. Het is volgens haar logisch dat het jeugd- en kinderrechtenbeleid in één decreet worden geïntegreerd. Beide zijn horizontale beleidsdomeinen, in die zin dat elk beleidsdomein raakvlakken heeft met de rechten en belangen van kinderen en jongeren. Het voorliggende voorstel van decreet heeft een positieve inslag, in die zin dat bestaande instrumenten qua jeugd- en kinderrechtenbeleid decretaal worden verankerd. Er wordt een jeugdmonitor ingesteld, waardoor het mogelijk wordt om systematisch gegevens te verzamelen over de leefsituatie van kinderen en jongeren. Een aantal reeds bestaande organisaties wordt gegroepeerd onder de naam Vlaamse Instellingen Jeugd- en Kinderrechtenbeleid. Ze krijgen door dit voorstel van decreet een specifieke inhoudelijke taak toebedeeld, waardoor die basisinstellingen in een gestructureerd geheel worden geplaatst. Met de wijzigingen in de werkings- en projectsubsidies van de jeugdactoren wordt gestreefd naar een harmonisering en transparantie van de bepalingen binnen het decreet. Bovendien zijn een aantal maatregelen genomen om de overlast te beperken.

Een van de gevolgen van de integratie is de uitbreiding van KER naar JOKER. Er moet over worden gewaakt dat door de uitbreiding van de leeftijd de aandacht voor de allerjongsten niet afneemt. Daarnaast moet erover worden gewaakt dat elk departement over een aanspreekpunt inzake het jeugd-en kinderrechtenbeleid beschikt. Die aanspreekpunten verdienen bovendien een goede omkadering, wil men die taken op een behoorlijke manier kunnen uitwerken. Tot slot vraagt mevrouw Libert zich af of de omkadering van de administratie wel voldoende is om de bijkomende taken naar behoren uit te voeren.

Mevrouw Rombouts vertolkte het CD&V-standpunt. De CD&V-fractie vraagt aan de minister om na de goedkeuring van het voorstel van decreet de wijzigingen meteen aan de sector te communiceren.

De CD&V-fractie is tevreden over het voorstel van decreet vanwege de volgende verbeteringen. Er zijn vereenvoudigingen. Er komt meer eenduidigheid in de timing voor het indienen van erkenningsaanvragen en beleidsnota's. Er worden beoordelingscriteria vastgelegd om het subsidiebedrag te bepalen. De jaarlijkse verplichting om een begroting aan de administratie te bezorgen valt weg, evenals de verplichting om een beleidsnota op te maken voor wie enkel een basissubsidie aanvraagt.

Er komt een grondiger voorbereiding van het preadvies door de adviescommissies en de administratie. Er is geen aparte regeling voor politieke jongerenorganisaties. CD&V vraagt wel dat de administratie en de adviescommissies respect hebben voor de keuze van de politieke jongerenorganisaties.

De invoering van de Staat van de Jeugd is belangrijk, maar CD&V blijft prioriteit vragen voor de uitvoering van het Vlaamse Jeugdbeleidsplan. Ter voorbereiding van een volgend Vlaams jeugdbeleidsplan is een wetenschappelijke monitoring van de leefsituatie van kinderen en jongeren uiteraard belangrijk.

De integratie van de horizontale bevoegdheid kinderrechtenbeleid en jeugdbeleid via een decretale verankering van de basisinstrumenten is een lovenswaardige doelstelling. Maar CD&V wil hier de kritische opmerking maken dat kinderrechten en jeugdbeleid twee complementaire, aanvullende benaderingen zijn die van een ander uitgangspunt vertrekken. CD&V blijft een pleidooi houden om de bestaande visie op het jeugdbeleid in Vlaanderen te laten uitdragen door heel de Vlaamse Regering en tegelijkertijd wil de fractie erop wijzen dat het Kinderrechtenverdrag verder gaat dan het jeugdbeleid.

De CD&V-fractie zal de integratie van beide benaderingen in het voorstel van decreet waakzaam opvolgen en wil de minister vragen om de effecten van deze decreetswijziging nauwgezet te monitoren zodat men dit bij een volgende evaluatie van het voorstel van decreet in rekening kan brengen.

De CD&V-fractie sluit zich aan bij het pleidooi van de kinderrechtensector om bij de samenstelling van de adviescommissies expliciet deskundigen inzake kinderrechten op te nemen. Zij diende daarvoor trouwens een amendement in.

Er zijn in het voorstel van decreet ook aanpassingen aan de bovenbouw Jeugd. De eerste is de decretale verankering van de Vlaamse Vereniging van Jeugdconsulenten. De CD&V-fractie blijft er om principiële redenen voorstander van om dit op termijn op te nemen in het decreet Lokaal Jeugdbeleid.

Positieve elementen in verband met de Vlaamse Jeugdraad zijn de verplichting om ook met een beleidsnota te werken en de versoepeling in de samenstelling van de algemene vergadering.

Verder zal de CD&V-fractie nog enkele bedenkingen uit de hoorzitting via amendementen honoreren.

Mevrouw Rombouts besluit dat dit niet het ultieme wijzigingsdecreet is, maar dat was ook niet de bedoeling. Want het decreet van 2002 is nog te jong om de effecten nu al grondig te kunnen evalueren. Samen met de Vlaamse Jeugdraad blijft de CD&V-fractie echter uitdrukkelijk vragende partij om tijdens de komende legislatuur een grondige evaluatie te houden van het jeugdbeleid en om in samenspraak met de jeugdsector een volledige en fundamentele herziening van het basisdecreet voor te bereiden.

De heer Stassen van Groen! is blij met het voorliggende voorstel van decreet. Hij herinnert aan de voorgaande fasen: het Jeugdwerkdecreet en het decreet Jeugdbeleid. De evolutie naar de integratie van kinderrechten is logisch. Hij heeft in dit verband enkele amendementen ingediend die tegemoetkomen aan de opmerkingen die door de Kinderrechtenorganisaties werden geformuleerd tijdens de hoorzitting.

De heer Stassen merkte ook op dat niets verhindert dat de jongerenorganisaties van het Vlaams Belang intekenen op het voorstel van decreet. Het is aan de beoordelingscommissie en de minister om de aanvraag te beoordelen.

De heer Stassen stelt verder een evolutie naar gezonde deregulering vast. De meerderheid koos er terecht voor om de decretale regeling zo beperkt maar duidelijk mogelijk te maken. Tot slot pleit de heer Stassen voor decretale rust.

Mevrouw Robeyns sprak namens de sp.a-fractie. Zij vindt het heel belangrijk dat het voorstel van decreet nog voor het zomerreces wordt goedgekeurd. Voor de inhoud sluit ze zich aan bij de andere sprekers.

De heer Caron ging er namens VlaamsProgressieven van uit dat het voorstel van decreet het categoriale denken over Jeugd breder en integraler versterkt dan ooit tevoren. De jeugd wordt erkend als belangrijke groep in de samenleving met een eigen stem. Het voorstel van decreet bouwt op een positief geloof in jonge mensen en legt het accent op participatie en interculturaliteit. Tegelijkertijd wordt de planlast verminderd.

De indieners delen de zorgen van de sprekers van de hoorzitting, maar ze maken niet altijd een wijziging van het voorstel van decreet nodig. De kinderrechtencommissaris pleitte voor de opname van het kinderrechtenverdrag in het voorstel van decreet, maar daar dient een decreet niet voor. We moeten ervoor zorgen dat de aandacht voor kinderen als aparte groep niet vermindert.

De Kinderrechtencoalitie heeft specifiek gevraagd de kinderrechtenactoren een bijzondere en aparte plaats in het voorstel van decreet te geven, deels met het oog op profilering, deels ook met de vraag naar een helder regelgevend kader. Het voorstel van decreet probeert aan beide vragen tegemoet te komen. Zo krijgen de actoren een kans om zichzelf te profileren, al moeten ze dat zelf bewerkstellingen. Dat gebeurt niet door ze een aparte plaats toe te kennen binnen het decreet.

Er was ook nog de vraag naar de plaats van de Kinderrechtencoalitie. Onder 'werkingssubsidies Vlaamse instellingen voor het jeugd- en kinderrechtenbeleid' ressorteren de organisaties die dicht tegen de overheid aanleunen. Dit lijkt niet de plaats voor de Kinderrechtencoalitie omdat die meer autonomie moet kunnen behouden. De Vlaamse Jeugdraad heeft al een bijzonder statuut naast de sectorale adviesraden. Toch vindt de heer Caron coalitievorming en alternatieve rapportering zeker zinvol. Het gaat echter om particulier verenigingswerk van een bestaande ngo. Via het voorstel van decreet kan dit perfect worden ondersteund.

De heer Caron weerlegde ook dat er plots minder instrumenten zouden zijn voor het kinderrechtenbeleid. Hij weerlegde de vragen van de Vlaamse Jeugdraad. Er werd aangedrongen om in het kader van de procedure van advisering de repliektijd op de preadvisering, die in het voorstel van decreet is teruggebracht tot veertien dagen, te verlengen. De beperking van de tijdspanne is volgens de heer Caron echter wel voldoende.

De Vlaamse Jeugdraad wenste tevens dat zou worden opgenomen in het voorstel van decreet dat ze kan adviseren in alle materies inzake jeugd- en kinderrechtenbeleid. Het begrip 'alle' voegt voor de indieners van het voorstel van decreet echter niets toe aan de potentiële rol van de Vlaamse Jeugdraad. In artikel 42 wenste de Vlaamse Jeugdraad dat 'een thematisch informatieaanbod voor de jeugd aanbieden' zou worden veranderd, omdat sommige organisaties hun informatieaanbod ook uitwerken op basis van een vormingsaanbod. Die term toevoegen zou volgens de heer Caron onduidelijkheid scheppen.

Er werd ook verzocht om de beleidsnota's voor iedereen te verplichten. In het voorstel van decreet is enkel het onderscheid gemaakt tussen de criteria voor een basissubsidie en die voor een variabele subsidie, waarvoor een beleidsplan vereist is. Dat belet niemand om een beleidsplan te schrijven. Voor een basissubsidie is er enkel niet in een decretale verankering voorzien.

Voor de artikelsgewijze bespreking verwijs ik graag naar het schriftelijke verslag. In de eindstemming werd het voorstel van decreet houdende het voeren van een Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid aangenomen met 7 stemmen tegen 4. (Applaus)

De voorzitter

De heer Marginet heeft het woord.

Werner Marginet

Mijnheer Verstreken, het verslag was heel uitvoerig; er moet nog weinig aan worden toegevoegd. Toch nog dit: ook voor ons zijn jeugd- en kinderrechten heel belangrijk. We stellen ons wel de vraag of er niet te veel wordt gestructureerd en of het Vlaams InformatiePunt Jeugd, waarmee de Vlaamse overheid via het decreet van 23 december 2005 een convenant sloot, niet voldoende was, zeker ook omdat de aanspreekpunten jeugd- en kinderrechtenbeleid en het Kenniscentrum kinderrechten binnen haar diensten valt.

Kan dit alles niet beter eenvoudiger worden gecoördineerd tot een groot geheel, in plaats van te overreglementeren? Is dit geen versnippering van krachten en financiële middelen? Er zijn zoveel werkingssubsidies voor zoveel Vlaamse instellingen dat we ons afvragen of dit wel zinvol is.

De subsidiëring voor politieke jongerenbewegingen wordt beoordeeld op een ingediende beleidsnota en op hun werking. Dit voorstel kiest dus niet voor een aparte categorie voor de politieke jongerenbewegingen, maar erkent hen wel als bijzondere werkvormen die via twee verschillende subsidiesystemen een structurele ondersteuning kunnen ontvangen.

Wie zal dit beoordelen? Wie zal zeggen wat goed of slecht is? Zijn er garanties tegen een dubbele subsidiëring?

Samengevat: we vrezen een beetje dat een en ander niet op objectieve wijze zal of kan worden beoordeeld. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer Stassen heeft het woord.

Jos Stassen

Mevrouw de voorzitter, ik wil de verslaggever bedanken voor zijn uitgebreid verslag. Er valt weinig aan toe te voegen. Zoals in het verslag werd gezegd, zullen we voor het voorstel van decreet stemmen op basis van de argumentatie die werd gegeven.

Ik denk dat er nog één formele zaak moet gebeuren. De Vlaamse Regering moet nog zeggen dat ze het een goed voorstel van decreet vindt, want dat is nog niet kunnen gebeuren in de commissie. Er was immers nog geen standpunt van de regering op het moment van de bespreking, en de tijdsdruk legde een stemming op voor 10 juli. Ik weet wel dat dit een herwerkt ontwerp van decreet is, maar misschien is het goed dat de minister formeel antwoordt dat de regering het voorstel van decreet zoals het werd ingediend door de meerderheid, zal uitvoeren.

De voorzitter

Minister Anciaux heeft het woord.

Minister Bert Anciaux

Mevrouw de voorzitter, dames en heren, de Vlaamse Regering is bijzonder verheugd met dit voorstel van decreet. De Vlaamse Regering ondersteunt het ten volle en is heel blij dat er een grote consensus bestaat binnen het Vlaams Parlement.

Dit voorstel is een belangrijke stap naar een nog beter Vlaams jeugdbeleid. Wat de Vlaamse Regering betreft, kan er niet genoeg worden geïnvesteerd in kinderen en jongeren en kunnen we niet genoeg mogelijkheden en middelen geven om de kinderen en jongeren hun ding te laten doen, om hen ruimte te geven in de ruimste betekenis van het woord.

Dit voorstel van decreet is belangrijk omdat het jeugd en jeugdbeleid centraal plaatst. Daarvoor zijn een aantal belangrijke nieuwigheden in het decreet opgenomen. De integratie van kinderrechten in het jeugdbeleid vormt een belangrijke vernieuwing waar de regering volmondig achter staat. De Vlaamse Regering engageert zich niet alleen om ten volle de rechten van kinderen te respecteren, maar doet meer dan dat. Ook binnen het systeem van verslaggeving en monitoring moet de regering een actieve promotor zijn van die rechten en van het afdwingen ervan. Voor het jeugdbeleid vormen de kinderrechten een cruciaal wettelijk en ook ethisch kader. De actoren en projecten die ze ontwikkelen, vinden herkenbaar onderdak in het nieuwe decreet.

Zoals ik ook ergens in de pers las, is dit een decreet dat de jeugd zelf en de minister van Jeugd meer mogelijkheden biedt. Dat klopt, want de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement kiezen ervoor dat via een aantal nieuwe instrumenten het horizontale jeugdbeleid, waarvoor alle ministers verantwoordelijkheid dragen, ook krachtig kan worden aangestuurd door de minister van Jeugd en de minister die bevoegd is voor kinderrechten. Dat is belangrijk. Het is een bevestiging van het Vlaams Jeugdbeleidsplan dat centraal staat, een jeugdbeleidsplan waarin de Vlaamse Regering bij elke nieuwe legislatuur heel uitgebreid moet vertellen wat ze over al haar domeinen heen wil doen ter voordele van jeugd- en kinderrechten. Het is een belangrijk instrument indien het goed wordt ingevuld, indien er goed over wordt overlegd en gediscussieerd. Het draagt de verantwoordelijkheid van alle collega's van de Vlaamse Regering.

Het voorstel van decreet regelt meer, het regelt ook een netwerk van ambtelijke aanspreekpunten 'jeugd'. Ook dat is belangrijk, zodat elk onderdeel van de administratie actief en voortdurend nadenkt over de gevolgen, over wat goed is voor de jeugd en wat essentieel is op het vlak van het naleven van kinderrechten. Vanzelfsprekend is een voortdurende betrokkenheid, een voortdurende raadpleging van kinderen en jongeren essentieel.

Ook is er de introductie van het JOKER, het Jongeren- en Kindereffectenrapport, waarin de Vlaamse overheid zich engageert om bij voorbaat haar decreten af te toetsen aan de belangen van jongeren.

Tot slot is er de jeugdmonitor, die om de zoveel jaar een staat van de jeugd opmaakt en een duidelijke vergelijking kan maken van hoe die jeugd in enkele jaren tijd evolueert. Dat moet via een samenwerkingsverband van universiteiten ook een schat aan informatie en vergelijkende rapporten kunnen opleveren over het welzijn en het welbevinden van de Vlaamse jeugd.

De verslaggever en de verschillende sprekers hebben er al op gewezen dat een aantal instellingen en aantal subsidieregelingen worden aangepast. Ook de Vlaamse Jeugdraad krijgt een heel uitdrukkelijke en belangrijke plaats.

Mevrouw de voorzitter, collega's, het Vlaamse jeugdbeleid vertrekt vanuit een positieve visie op jeugd, gebaseerd op vertrouwen in en het geven van kansen aan jonge mensen. Centraal in dit nieuwe voorstel van decreet staat de visie op jeugd en jeugdbeleid waarbij jonge mensen worden beschouwd als volwaardige mede-eigenaars van de samenleving. Als dragers van rechten en plichten vragen kinderen en jongeren terecht medezeggenschap.

Dit voorstel van decreet is gebaseerd en gebouwd op een hoopvolle, optimistische benadering van jonge mensen, gekoppeld aan de verdere ontwikkeling van een dwarsverbindend jeugdbeleid. Dit moet leiden naar meer en betere kansen voor de optimale ontwikkeling van kinderen en jongeren als individu, in groep en als categorie.

De rode draad blijft: ruimte geven, in fysieke, maar ook in mentale zin. Respect opbrengen. Wij verwachten in de toekomst verschrikkelijk veel van onze kinderen en jongeren. Ze zullen grote verantwoordelijkheden moeten dragen. Het komt erop aan hen in hun jeugd en in hun kindertijd te koesteren en ruimte te bieden voor alle mogelijke experimenten, ook als die soms stom zijn - ze leren er alleen maar betere zaken uit. We zullen ze later allemaal verschrikkelijk hard nodig hebben. Bedankt. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

De voorzitter: Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het voorstel van decreet.

De door de commissie aangenomen tekst wordt als basis voor de bespreking genomen. (Zie Parl. St. Vl. Parl. 2007-08, nr. 1698/4).

De artikelen 1 tot en met 56 worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het voorstel van decreet houden.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.