U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Moens heeft het woord.

Monique Moens

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, geachte collega's, iedereen is tegenwoordig erg begaan met de dalende koopkracht van de mensen. Steeds meer mensen hebben het alsmaar moeilijker om rond te komen, laat staan de huur te betalen of een lening af te betalen. Vanmorgen kon ik mijn ogen bijna niet geloven toen ik in de kranten las dat een woning ongeveer 15.000 euro duurder dreigt te worden. Volgens de krantenberichten en volgens de bouw- en vastgoedsector zou deze stijging het gevolg zijn van een voorontwerp van het nieuwe grond- en pandenbeleid van de Vlaamse Regering.

In dit voorontwerp is voorzien dat in bijna alle nieuwbouwprojecten een deel van de kavels een sociale bestemming moet krijgen. Hierdoor zal de privésector strikt gebonden zijn aan prijzenformules die de sociale huisvestingsmaatschappijen moeten hanteren om een sociale lening te verkrijgen. Door deze strikte gebondenheid zullen projectontwikkelaars gedwongen zijn om die kosten door te rekenen bij de verkoop van de overblijvende kavels waar geen sociale woningen worden gebouwd. De mensen die geen sociale lening krijgen en die te veel verdienen om een sociale woning te kopen, worden de dupe van dit voorontwerp omdat ze meer zullen moeten betalen.

Bent u zich bewust van deze problematiek? Overlegde u reeds met de bouw- en vastgoedsector? Waarom wil de Vlaamse Regering in elk nieuwbouwproject een deel van de woningen een sociale bestemming geven? Welke garanties biedt de Vlaamse Regering aan de mensen die niet in aanmerking komen om een sociale woning te kopen, zodat ze niet meer zullen betalen voor het bouwen van een woning op net hetzelfde stukje grond voor net dezelfde woning?

De voorzitter

Minister Van Mechelen heeft het woord.

Minister Dirk Van Mechelen

Mevrouw de voorzitter, de leden van de commissie voor Ruimtelijke Ordening weten waar wij mee bezig zijn, evenals de leden van de commissie voor Wonen.

Waar staan we vandaag? U weet dat wij op 18 januari 2008 met de Vlaamse Regering een akkoord hebben bereikt rond twee belangrijke decreten: een decreetswijziging met betrekking tot het decreet van 18 mei 1999 en een splinternieuw decreet op het grond- en pandenbeleid, dat de vertaling wil zijn van zowel het Vlaams regeerakkoord als de resolutie betaalbaar wonen, die het gevolg was van nogal wat hoorzittingen - onder meer met de sector, mevrouw Moens - in de verenigde commissies voor Ruimtelijke Ordening en Wonen.

Op 11 april heeft de Vlaamse Regering het voorontwerp van decreet goedgekeurd. We hebben dan beslist om daarover een uitzonderlijk brede adviesprocedure op te starten. Dat wil zeggen dat in dit decreet de VVSG, de VVP, de SERV, de Minaraad, de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed (SARO), de Strategische Adviesraad Wonen en de Vlaamse Jeugdraad advies mogen verlenen. Die adviezen zijn ondertussen allemaal toegekomen en ze zijn zeer uitvoerig en interessant. Ook de sector, die zowel in de voorbereiding van het decreet als in de adviesprocedure was betrokken, weet vrij nauwkeurig waarover het gaat. Met de sector bedoel ik in dit geval zowel de Beroepsvereniging van de Vastgoedsector (BVS) als de Vlaamse Confederatie Bouw, die meerdere overlegmomenten hebben gehad, zowel met mezelf als met de medewerkers van het kabinet.

Dat is de procedure. Het is de bedoeling dat we het nu opnieuw voorleggen aan de regering, aangepast aan de opmerkingen van de adviesraden, en dat dan het decreet naar de Raad van State wordt gezonden. Na dat advies kunnen we het decreet eventueel als regering bekrachtigen en aan de wijsheid van u en dit parlement voorleggen. Ik verwacht u dus als een enthousiast deelnemer in onze commissie voor Ruimtelijke Ordening.

Waarover gaat het? Inhoudelijk denk ik dat ik de voorbije maanden geprobeerd heb om met de sector heel duidelijk te communiceren over wat erin staat en wat er niet in staat. Mevrouw Moens, uw vraag is nogal insinuerend. Mevrouw de voorzitter, ik verontschuldig me, maar ik zal dan ook proberen iets vollediger te zijn.

Er zijn eigenlijk twee aspecten. Het eerste aspect is dat we de overheid willen activeren. Dat wil zeggen dat we als Vlaamse overheid, als Vlaamse steden en gemeenten, gaan kijken welke gronden we op ons grondgebied in eigendom hebben, eventueel van semipublieke instellingen. Dan denken we bijvoorbeeld aan kerkfabrieken, waarvan sommige nogal welgestelde grondeigenaars zijn, naar wie we met een begerig oog gaan kijken.

Het is de bedoeling dat, waar overheden beschikken over gronden in publieke handen, een soort actieprogramma tot stand komt, waarbij het de ambitie zou zijn om op macroniveau 25 percent van deze gronden te activeren naar een bescheiden en sociaal woonaanbod. De bedoeling is dat we als overheid zelf het voorbeeld geven.

Het is de bedoeling om te komen tot een outputgericht beleid, in samenspraak met de privésector, met betrekking tot het realiseren van zowel bescheiden woningen als sociale woningen.

Bescheiden woningen krijgen een typologie vanuit de ruimtelijke ordening, waarbij we praten over kleinere kavels. Dat is een hele systematiek, die we ondertussen hebben vastgelegd in de typevoorschriften die de Vlaamse Regering en de Raad van State hebben goedgekeurd. Via ruimtelijke sturingsinstrumenten willen we ook in zones voorzien waar bescheiden woningen komen die haalbaar zijn voor de modale Vlaming, die dus met werken zijn brood verdient en een woning kan kopen of bouwen.

Het is ook de bedoeling dat we gaan kijken waar we eventueel sociale lasten op kunnen leggen. Mevrouw Moens, mocht u het niet weten: dat is wat vandaag te pas en te onpas gebeurt in Vlaanderen, zonder een algemeen kader. Wij gaan nu een algemeen kader uittekenen, dat een houvast en een instrument is, op basis waarvan gemeentebesturen en steden dat verder kunnen invullen.

Ik zeg altijd: wij zorgen voor het confectiepak en gemeenten en steden gaan dat vertalen naar een maatpak. Steden met heel veel sociale woningen zullen geen sociale verplichtingen hebben, dat spreekt voor zich, maar er zijn in Vlaanderen 140 gemeenten die merkelijk onder de norm zitten en die dus een tandje bij zouden kunnen - lees moeten - steken.

Hoe willen we dat nu doen? We willen dat doen op een manier die bijna harmonieus kan verlopen via onderhandeling en convenants. Enerzijds zeggen we dat de gemeente sociale lasten kan opleggen bij nieuwe verkavelingen. Er zijn twee voorwaarden: het moet gaan over minstens tien kavels. Het gaat dus niet over 'den bompa' die zijn stuk grond in drie kavels verdeelt. Hij moet daar geen anderhalve sociale woning op zetten. Het gaat over minstens tien kavels. Neem me niet kwalijk, dan zitten we al bij de betere categorie en vooral bij de projectontwikkelaars.

Verder praten we over een grondoppervlakte van minstens een halve hectare en over potentieel vijftig appartementen, bouw of vernieuwbouw. Vanaf een project van vijftig appartementen kan een gemeente dus sociale lasten opleggen.

Hoe gaan we die opleggen? Wat kan en wat kan niet? De bedoeling is dat dit gebeurt op basis van een gemeentelijk reglement zodat de spelregels voor iemand die een project wil ontwikkelen, duidelijk zijn. Er zijn vier mogelijkheden: het zelf doen op die plek, het zelf doen op een andere plek, het laten doen door een derde partner of het afkopen, wat ik altijd het fameuze artikel 90bis in het Bosdecreet heb genoemd, sommigen welbekend.

Ten tweede kan het via het opleggen van sociale lasten in een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Daar gaat het om nogal wat lusten die wij aan private ontwikkelaars geven, bijvoorbeeld wanneer we landbouwgrond, bosgrond, natuurgebied in sommige gevallen - want niet alle natuurgebieden zijn hard natuurgebied - omzetten naar de bestemming wonen. Een tweede grote bestemmingswijziging is een woonuitbreidingsgebied. Voor alle duidelijkheid: dat geeft geen enkel recht op bouwen, zelfs geen enkel recht op planschade wanneer de overheid zou beslissen om woonuitbreidingsgebied morgen groen in te kleuren. Wanneer men dus een woonuitbreidingsgebied via een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan vrijgeeft voor bebouwing, dan leggen we daar de zwaarste lasten op. Die variëren tussen de 10 en 20 percent bouwen van sociale woningen. Het mechanisme is duidelijk, evenwichtig en doorgepraat.

Het revolutionaire, en daarover is met de meerderheid veel gepraat, zit in het feit dat het ons niet meer interesseert wie die sociale woningen gaat bouwen. Ons interesseert het dat die sociale woningen worden gebouwd, en we plakken er een termijn op van acht jaar na het verlenen van de verkavelingsvergunning. De ontwikkelaar krijgt dus acht jaar de tijd om dat te bouwen.

Het debat vandaag in bepaalde Vlaamse kranten gaat over het volgende punt - ik wil overigens morgen wel een job beginnen in de aannemerswereld als ik met die spelregels mag beginnen bouwen. Het decreet zegt dat wanneer een overheid sociale lasten oplegt, op dat ogenblik ook een overnameplicht moet worden getekend tussen de ontwikkelaar en de sociale huisvestingsmaatschappij, en wanneer de sociale maatschappij in gebreke blijft, met de VMSW. De vraag is aan welk bedrag men zal overnemen. Vanzelfsprekend kunnen we niet beginnen met mechanismen van staatssteun, we moeten met spelregels werken die voor alle partijen gelden. In het verleden is er nogal wat discussie geweest tussen de privésector en de sociale huisvestingsmaatschappijen omdat de privésector zich tekort voelde gedaan. Nu, in het nieuwe mechanisme, zal de bouwsector kunnen bouwen met een btw van 6 percent, een beroep kunnen doen op het verminderd registratierecht van 1,5 percent, kunnen beschikken voor ze beginnen bouwen, over de overnameplicht, en indien het gaat over sociale koopwoningen, de mogelijkheid hebben om die sociale koopwoningen, mits bemiddeling van een huisvestingsmaatschappij, rechtstreeks te verkopen aan geïnteresseerden.

Aan welke prijs? Ik geef een voorbeeld. Wanneer men een sociale woning bouwt, een eengezinswoning met drie slaapkamers en een garage, voor een klassiek gezin met twee kinderen, dan praten we over een bedrag van 175.950 euro plus 6 percent btw, of 185.000 euro afgerond. Dat is de overnameplicht van de huisvestingsmaatschappij. Ik heb de gemiddelde kostprijs van woningen in 2007 eens laten nakijken. Onafgezien van ligging en grootte was die 210.000 euro. Ik daag de privésector uit om voor 185.000 euro dit soort sociale woningen te bouwen, weliswaar in overleg met steden en gemeenten en met sociale huisvestingsmaatschappijen.

De uitdaging is er, nu is het aan hen om het te doen. Daarenboven staat de macrodoelstelling van de Vlaamse Regering om de inspanningen te verdubbelen tot 2020 en in plaats van 22.000 sociale woningen, er 45.000 te bouwen in dat tijdsbestek. Ik denk dat de privésector niet zal stilvallen, dat hij geen volk zal moeten afdanken en ik hoop dat hij genoeg arbeidskrachten zal vinden om al die woningen te bouwen in Vlaanderen. (Applaus van de meerderheid)

Monique Moens

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. U hebt heel wat verduidelijkt. Ik heb me natuurlijk gebaseerd op de krantenberichten. Acht u het misschien ook niet aangewezen om een reactie op die krantenberichten de wereld in te sturen, om de mensen gerust te stellen? Er zijn immers heel veel reacties op die persberichten. Vooral jonge mensen maken zich zorgen.

Minister Dirk Van Mechelen

Het is natuurlijk moeilijk om een reactie te geven, terwijl dat nog niet goedgekeurd is door de regering. Ik denk dat er een grote meerderheid bestaat voor deze aanpak, en dat de parlementaire discussie hierover duidelijk zal zijn. Ik wil één ding doen. Een maand geleden heb ik dat ook gedaan, toen ik een toespraak hield voor de Vlaamse Confederatie Bouw. Ik heb de sector opgeroepen om, in plaats van hierop conservatief en reactionair te reageren, offensief te reageren en die woningen te bouwen. Dat is alles wat we vragen, in het belang van alle burgers van Vlaanderen. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Het incident is gesloten.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.