U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 28 mei 2008, 14.05u

De voorzitter

De heer Vandenbroucke heeft het woord.

Joris Vandenbroucke

Mevrouw de voorzitter, collega's, mijnheer de minister, begin deze week heeft Greenpeace de Europese autoconstructeurs in een rapport en via een mediagenieke actie op de korrel genomen. Net zoals wij gisterenavond in de commissie voor Mobiliteit stelt Greenpeace vast dat we de uitstoot van broeikasgassen en van fijn stof door het toenemende wegverkeer niet onder controle kunnen krijgen, terwijl het eigenlijk vijf voor twaalf is op het vlak van de klimaatverandering en de zorg over onze gezondheid.

Greenpeace stelt dat die autoconstructeurs geen milieuvriendelijke wagens op de markt brengen. In elk geval gebeurt dat niet snel genoeg. Meer nog, zo stelt de organisatie, de constructeurs lobbyen bij de Europese Commissie om geen te strenge eisen op te leggen.

De autoconstructeurs van hun kant antwoorden daarop door te stellen dat de consument helemaal niet geïnteresseerd is in milieuvriendelijke wagens. Ze vragen zich af waarom zij, als privéondernemingen, zouden moeten investeren in onderzoek op dat vlak.

Het klopt voor een deel dat de consument niet geïnteresseerd is in die wagens. Dat geldt alleszins voor ons land. Het marktaandeel van milieuvriendelijke wagens in België is in 2007 gedaald ten opzichte van 2005 van 5,2 percent naar 4,5 percent. Met milieuvriendelijke wagens bedoel ik die voertuigen waarvoor de federale overheid een fiscaal voordeel geeft.

Het bieden van een fiscaal voordeel is natuurlijk geen goed instrument om het aankoopgedrag van mensen te stimuleren. Ze voelen dit voordeel immers pas meerdere maanden of zelfs twee jaar na de aankoop.

De belasting op inverkeerstelling (BIV) is een veel beter instrument. De mensen moeten die belasting immers onmiddellijk na de aankoop van een wagen betalen. Indien we die belasting aan de milieukenmerken van de voertuigen koppelen, kunnen we hier een signaalfunctie aan verbinden.

Dankzij de vorige staatshervorming is de Vlaamse Regering bevoegd voor het bepalen van de aanslagvoet van de BIV. Op 20 juni 2006 heeft de Vlaamse Regering beslist de BIV voortaan aan de milieukenmerken van de voertuigen te koppelen. Het gaat dan meer bepaald om de ecoscore, een door de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) ontwikkeld instrument dat de impact van een wagen op het klimaat, op de luchtkwaliteit en op het omgevingsgeluid in rekening brengt. De ecoscore is een zeer geïntegreerd instrument. Op 16 oktober 2007 heeft de Vlaamse Regering dit standpunt bevestigd. Ik citeer het document: "De Vlaamse Regering wenst voort te gaan met de hervorming van de autofiscaliteit in de richting van een grotere variabilisering van de kosten in functie van de gereden kilometers en in functie van de ecoscore van de wagens".

In januari 2008 heb ik minister Crevits een vraag om uitleg over de stand van zaken gesteld. Die koppeling was voor 2008 voorzien. Minister Crevits heeft toen geantwoord dat de Vlaamse overheid die deadline niet zou halen en dat het voor 1 januari 2009 zou zijn.

Op 29 februari 2008 heeft de Vlaamse Regering beslist dit dossier in een stroomversnelling te brengen. Minister Crevits heeft de opdracht gekregen een voorstel op tafel te leggen. Een paar weken later heeft de Vlaamse Automobilisten Bond (VAB) cijfers over de verdieseling van het wagenpark naar buiten gebracht. Volgens de VAB is het dringend nodig ons wagenpark duurzamer te maken. U, mijnheer de minister en minister Crevits hebben hier in de pers op gereageerd.

Aangezien die reacties niet geheel gelijklopend waren, heb ik de commissie een interpellatie gehouden. Minister Crevits heeft me toen gelukkig bevestigd dat de ecoscore een zeer goed instrument is om de BIV aan te koppelen. Volgens haar moesten wel een paar technische aanpassingen worden doorgevoerd. Ze voorzag 1 januari 2010 als datum voor de invoering van de nieuwe BIV.

Mijnheer de minister, u bent bevoegd voor de technische implementatie. Wat is de stand van zaken? Zullen we de deadline, 1 januari 2010, halen? Kunt u bevestigen dat de ecoscore de heffingsgrondslag van de vernieuwde BIV zal vormen?

De voorzitter

Minister Van Mechelen heeft het woord.

Minister Dirk Van Mechelen

Mevrouw de voorzitter, aangezien de heer Vandenbroucke niet vertrouwd is met de werking van de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën en Begroting, zal ik eerst een paar opmerkingen maken.

Op 8 april 2008 heeft de heer De Kort een vraag om uitleg over de toekomst van de BIV gesteld. Dit heeft tot een zeer gedegen debat in de commissie geleid. Als de heer Vandenbroucke de stand van zaken wil kennen, kan ik hem het verslag van deze vergadering aanbevelen.

Ik wil ook even toelichten hoe we met fiscaliteit omgaan. Fiscaliteit bestaat uit twee onderdelen, met name een conceptueel en een operationeel onderdeel. Indien het om het conceptueel gedeelte gaat, ben ik meestal de driver. Ik denk hierbij aan de registratie-, de schenkings- en de successierechten. Indien het evenwel gaat om de verkeersbelasting en om een koppeling, niet enkel aan fiscale paardenkrachten, maar ook aan ecokenmerken, spelen de minister van Leefmilieu en de minister van Mobiliteit ook een belangrijke rol. De Vlaamse Regering heeft dan ook besloten dat we met betrekking tot de verkeersbelasting alle drie een rol moeten spelen.

Momenteel lopen er drie belangrijke dossiers. Het eerste dossier betreft de kilometerheffing voor vrachtwagens ter vervanging van het eurovignet. We hebben hier in het Vlaams Parlement trouwens al enkele malen over gediscussieerd. Het tweede dossier betreft de verkeersbelastingen. Het gaat dan om de klassieke verkeersbelasting en om de BIV. We willen deze belastingen aan ecokenmerken koppelen. Het derde dossier betreft de mogelijkheid een en ander te operationaliseren. Het is belangrijk dat Vlaanderen zelf bevoegd wordt om de verkeersbelastingen te innen. Er moet bijgevolg een overdracht van deze bevoegdheden vanuit de federale overheidsdienst (FOD) Financiën komen.

Aangezien het determineert in welke mate we kunnen doen wat we willen doen, zal ik met dit laatste dossier beginnen. Wie vandaag het systeem wil hervormen en de FOD Financiën vraagt de verkeersbelasting vanaf nu op basis van ecokenmerken te innen, zal allicht van een kale reis terugkomen.

Vandaar dat we met de Vlaamse Regering besloten hebben om deze verkeersbelasting zo snel mogelijk over te hevelen, zij het dat er een technisch probleem is met de uitvoering van artikel 68ter van de Bijzondere Financieringswet. Dat stipuleerde dat de federale minister van Financiën voor 2003 de parameters moest vastleggen waarmee de overdracht van de inning - zij het personeel en de daarbijhorende kosten - zou gebeuren. Dit is tot op heden niet gebeurd. Er zijn gesprekken lopende met de minister en de FOD Financiën, die ondertussen een waarnemingspost hebben opgericht waar de heer Laes de dienst uitmaakt. Een laatste gesprek heeft maandag jongsleden plaatsgevonden met andermaal de conclusie dat er geen akkoord is. Het Overlegcomité zal nu de knoop doorhakken. Ik zal de Vlaamse Regering volgende week vrijdag vatten met een voorstel dienaangaande: wat mij betreft, insourcing van de verkeersbelasting als instrument om een nieuwe techniek van berekening vanuit Vlaanderen te kunnen implementeren omdat dit federaal nooit kan.

Voor de wijziging van de verkeersbelasting is er in dit land een samenwerkingsakkoord nodig. We moeten met een gedragen voorstel gaan praten met Brussel en Wallonië. De contacten met Brussel lopen vrij goed, de contacten met Wallonië lopen klassiek vrij stroef. Bekijk dit ook in het licht van de discussie over de kilometerheffing en het eurovignet. Vandaar dat tussen de drie ministers is beslist om op basis van een nota die zou worden voorbereid door de administratie LNE, een informele discussie te voeren die de basis zou vormen van de voorbereiding van een nota voor de regering. Dat debat heeft plaatsgevonden op 28 april op het kabinet van minister Crevits. Daar is vastgesteld wat de knelpunten zijn en welke vragen voorafgaandelijk moeten worden opgelost om tot een regeling te komen.

Ik kom nu tot de gemaakte werkafspraken. Het opstellen van het stroomschema insourcing en de aanduiding van het moment van de koppeling met de hervorming, zal gebeuren door mijn departement. Juridisch advies met betrekking tot de ecoscore zal worden nagekeken door het departement LNE. Europa spreekt altijd van de euronorm. Kunnen we kiezen voor de ecoscore op basis van homologatiedossiers die zijn gebeurd in Europese context voor de euronormbepaling? De aanvullende inschattingen op het effect van de ontvangsten zal gebeuren door het departement LNE samen met VITO. Beide zullen een beperkte sociale-impactanalyse maken. In Vlaanderen onderzoeken we dus of we eenzijdig mogen kiezen voor de ecoscore en wat daar de gevolgen van zijn. We zullen dit moeten aanmelden aan Europa. We bereiden een draagvlak voor om een samenwerkingsakkoord tot stand te brengen. De timing is tegen het einde van het jaar. De datum voor de insourcing van de verkeersbelasting zal worden vastgelegd op 1 januari 2010. Deze datum wordt door de collega overgenomen om het nieuwe systeem te implementeren.

Ik wil het tot slot hebben over de sociale correcties. Ik wil een paar cijfers noemen die aantonen dat dit geen eenvoudig debat is. Het klinkt populair om te zeggen dat we met de ecoscore zullen werken. Ik heb een paar wagens met elkaar vergeleken. Ik neem een dienstvoertuig waarvan er een paar voor de deur staan. Daar vermindert de verkeersbelasting van 527 euro naar 190 euro. Ik heb ook gekeken naar een jeep, een grote wagen, met 2499 cc. Daar vermeerdert de verkeersbelasting van 455 euro naar 8522 euro. Ik hoor u al denken en ik denk met u mee: "Het zal me een zorg wezen!" Ik neem dan een topklassewagen van een bekend merk met een mooi design en 4293 cc. Daar daalt de verkeersbelasting van 1611 naar 699 euro. Om het sociale aspect toe te lichten nog een voorbeeld. Ik neem een kleine, vrij populaire wagen in Vlaanderen die ooit is gemaakt door een bedrijf in Vilvoorde. De verkeersbelasting stijgt van 240 euro naar 1408 euro. Mocht u eraan twijfelen: er is nog wat werk aan de winkel!

Joris Vandenbroucke

Zoals steeds gaf u een zeer uitgebreid en concreet antwoord. In het debat met de heer de Kort was het allemaal minder concreet. Ik heb het verslag daarvan uiteraard nagelezen maar daarin geen concrete informatie over de consequenties inzake timing gevonden. U plaatste vraagtekens bij de ecoscore. U zei niet of de ecoscore een goed uitgangspunt is. U hebt het vandaag over ecokenmerken, terwijl ecoscore een specifiek, door de VITO uitgewerkt systeem is dat er kwam op vraag van de Vlaamse Regering. Dat gaf aanleiding tot de creatie van een website, en de mensen worden aangespoord die eerst te raadplegen vooraleer ze een wagen aankopen. Ik ga ervan uit dat dit de aanpak blijft.

Ik ben wel blij met de toelichting over de problemen met de FOD Financiën. Ik betreur die problemen. Daarover waren ook al sporen terug te vinden in het antwoord aan de heer de Kort. Toen had u het over de specifieke leeftijdspiramide van het personeel en het feit dat er mensen actief zijn die niet gewend zijn om met pc's te werken. Dat is in de 21ste eeuw toch onwaarschijnlijk.

Het is niet altijd een populair debat, en het kan populistisch worden gevoerd, zoals u met uw voorbeeld aantoont. Had u het over de verkeersbelasting of de belasting op de inverkeerstelling (BIV)?

Minister Dirk Van Mechelen

Ik had het over de verkeersbelasting, maar ze worden samen bekeken.

Joris Vandenbroucke

Ik had het over de eenmalig te betalen BIV. Dat is een instrument om mensen bij de aankoop een prikkel te geven. Ik vind het verdedigbaar dat de huidige tarieven worden opgetrokken voor mensen die per se willen kiezen voor een milieuonvriendelijk voertuig en verlaagd voor mensen die kiezen voor een milieuvriendelijk voertuig. Hoe dat technisch moet gebeuren, met welke plafonds en minima, is iets wat u in de regering moet oplossen. Dat zijn evenwel problemen waarover we al sinds medio 2006 kunnen nadenken. Ik vind het straf dat dit probleem pas nu, in 2008, wordt gesteld.

De voorzitter

De heer Daems heeft het woord.

Rudi Daems

Ik dank de minister voor zijn antwoord. Zoals de heer Vandenbroucke denk ook ik dat uw cijfers een beetje een vertekend beeld van het volledige plaatje geven. Ik denk dat het debat zowel op basis van de verkeersbelasting als de belasting op de inverkeerstelling moet worden gevoerd. In Nederland is dat gebeurd, en daaruit blijkt dat het allemaal geen financiële achteruitgang hoeft te betekenen als tenminste wordt gekozen voor een wagen met een beperkte uitstoot en als men bovendien ook niet overdrijft met het aantal gereden kilometers.

Ik zou vooral duidelijkheid willen over wat we deze legislatuur nog mogen verwachten. U hebt al in vroegere debatten verwezen naar de moeilijke overname van de federale administratie. U verwees al naar het samenwerkingsakkoord, dat ook nog problemen zal opleveren. Wat zal er nog tijdens deze legislatuur gebeuren? Er bestaat al tweeënhalf jaar een principeakkoord dat we zullen werken op basis van een ecoscore. Komt er nog deze legislatuur een kader, zoals minister Crevits in een antwoord op een interpellatie heeft gezegd? Op basis van welke sleutels zal die ecoscore worden ingevoerd? Ik hoop daarover duidelijke antwoorden te krijgen.

In dat verband is het misschien nuttig eens te kijken naar onze Waalse buren. Ze hebben onlangs per decreet een systeem ingevoerd waarbij een burger die ervoor kiest om een wagen te kopen met een hogere uitstoot dan zijn vorige wagen een malus of boete betaalt, terwijl in het omgekeerde geval de burger een bonus via de belastingen ontvangt.

Minister Dirk Van Mechelen

Vlaanderen was de eerste regio die het initiatief heeft genomen om voor de aankoop van euro-4-normwagens een korting te geven. Ondertussen is dat achterhaald, want die norm is de standaard geworden. Ik wil geen technisch debat voeren over de toepassing van de ecoscore op de BIV. Ik geef een voorbeeld. Dat heeft implicaties bij de aankoop van tweedehandsvoertuigen die doorgaans een veel lagere euronorm hebben. Als men het systeem onverkort zou toepassen, dan zou men de groep belasten die men misschien niet direct wil aanpakken. Dat soort van technische knopen moeten door minister Crevits worden ontward. Ieder zijn job!

Twee: Juridisch advies van de Europese commissie: mogen wij autonoom dit systeem invoeren?

En ten derde, en dat mogen we niet onderschatten: we proberen het vriendelijke akkoord te krijgen van mijn Waalse vriend, beter bekend als de heer Michel Daerden, om samen te werken.

De voorzitter

Het incident is gesloten.

van Jurgen Verstrepen aan minister Kathleen Van Brempt, beantwoord door minister Kris Peeters
310 (2007-2008)

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.