U bent hier

De voorzitter

De heer Deckmyn heeft het woord.

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister-president, gisteren heeft de Vlaamse Regering het rapport besproken over de mogelijke nieuwe locatie voor het voetbalstadion van Club Brugge.

De Vlaamse Regering zal nu opnieuw overleg plegen met de betrokken gemeenten en de stad Brugge. Wat mij betreft, zijn de posities vrij duidelijk. Club Brugge zelf opteert, in samenwerking met projectontwikkelaar Uplace, voor een nieuw stadion in Loppem. Mijnheer de minister-president, zoals u weet, heeft ook de gemeenteraad van Brugge, weliswaar met een nipte meerderheid, gekozen voor een nieuwe locatie in Loppem. De gemeente Zedelgem verwijst in de besluitvorming eigenlijk naar het standpunt van de Vlaamse Regering ter zake.

Het plan-MER dat gisteren werd besproken, omvat vijf verschillende locaties, die u ook op uw website hebt vermeld: De Spie, Blankenbergse Steenweg West, Chartreuse, Oostkampse Baan in Loppem en de uitbreiding van de huidige locatie, het Jan Breydelstadion.

De posities zijn eigenlijk al bepaald. Ik begrijp natuurlijk wel dat er enige vorm van overleg moet zijn, maar eerlijk gezegd denk ik dat de bal nu toch in het kamp van de Vlaamse Regering ligt. De enige communicatie die we ontvangen, is de mededeling dat men opnieuw naar de stad Brugge en de betrokken gemeenten gaat om alles nog eens te overleggen, onder andere de financiële implicaties.

Daarnaast heeft minister van Sport Anciaux begin dit jaar aangegeven dat er in Vlaanderen nood was aan een acht- tot negental nieuwe of vernieuwde voetbalstadions. Dit werd ondersteund door een behoefte- en haalbaarheidsstudie over multifunctionele sportinfrastructuur in Vlaanderen. Vervolgens werd er een Overlegcommissie Voetbalstructuur Vlaanderen opgericht om de resultaten van die behoeftestudie te bestuderen.

Mijnheer de minister-president, wat is het standpunt en de houding van de Vlaamse Regering over de nieuwe inplanting van het voetbalstadion voor Club Brugge? Is er al een coherente totaalvisie op de behoefte aan nieuwe of vernieuwde voetbalinfrastructuur in Vlaanderen?

De voorzitter

Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters

Mijnheer Deckmyn, ik dank u voor deze vraag, want zo kunnen we het parlement informeren over de stand van zaken in dit dossier.

Als u zegt dat alle standpunten vastliggen, dan verwijst u mogelijk naar bepaalde actoren, maar zeker niet naar de Vlaamse Regering. Wij hebben kennis genomen van het ontwerpplan-MER. Dat wordt opgemaakt door een MER-deskundige, en moet worden ingediend bij de MER-cel. De MER-cel heeft vijftig dagen tijd om het ontwerpplan-MER definitief te aanvaarden of niet.

De bevoegde minister van Ruimtelijke Ordening Van Mechelen is ook aanwezig, want het plan-MER is in het kader van de afbakening van het stedelijk gebied gevraagd. De Vlaamse Regering heeft zich gebogen over het ontwerpplan-MER. Daar moet over gesproken worden, want u zegt terecht dat we het dossier niet moeten laten aanmodderen en de nodige stappen vooruit moeten zetten. In een gelijkaardig dossier, namelijk het voetbalstadion in Antwerpen, hebben we ook een procedure opgestart, waarover tot hier toe alle betrokkenen zeer tevreden zijn. Daarin wordt de locatie gekozen in samenspraak met de stad Antwerpen. We willen ook het stadion van Club Brugge, dat voor de stad Brugge niet onbelangrijk is, op eenzelfde manier aanpakken. Club Brugge is wat anders gestart, spijtig genoeg. Men heeft onmiddellijk gezegd dat men alles al bij elkaar had, namelijk de locatie en het geld, en dat het alleen nog maar moest worden goedgekeurd.

Zo eenvoudig is dat echter niet. We hebben kennis genomen van het ontwerpplan-MER. Of de MER-cel dat definitief zal aanvaarden, moeten we nog afwachten. U hebt terecht gezegd dat men komt van vijftien locaties die bij de start in aanmerking werden genomen. Er zijn er tien gesneuveld en er blijven er vijf over: De Spie, Blankenbergse Steenweg West, Chartreuse, Oostkampse Baan en de uitbreiding van de huidige locatie Jan Breydel. Over die vijf locaties gaat het nog steeds.

Een tweede afspraak die we heel duidelijk hebben gemaakt, is dat we met de stad Brugge in een gelijkaardige procedure als met de stad Antwerpen, op basis van die vijf locaties en de elementen die vanuit het ontwerpplan-MER worden aangereikt, een verdere selectie zullen maken om tot één locatie te komen. We doen dat volgens hetzelfde stramien als in Antwerpen. Ik denk dat dat een goede aanpak is, ook van minister Van Mechelen die daar terecht veel zorg aan besteedt.

Wat communicatie betreft, zijn we wat voorzichtig, dat zeg ik u oprecht, omdat we niet nu al discussies willen hebben in het openbaar. We willen dat samen met de stad Brugge op een ordentelijke wijze verder ontwikkelen. Ik denk dat dit een goede aanpak is. Er is vooruitgang in het dossier. Alle leden van de Vlaamse Regering zouden al graag verder staan in de procedure, maar het is belangrijk dat we de procedure met de nodige zorg volgen, en zeker dat dat gebeurt in overleg met de stad Brugge en ook de andere betrokken gemeenten.

Volgende week vindt een vergadering plaats, aan de hand van de net door mij geschetste methodiek en de elementen waarvan we kennis hebben genomen.

Dan was er de vraag over PMV en het plan van minister Anciaux voor een Vlaamse totaalbenadering van de diverse voetbalstadions, gerenoveerd of nieuw. Daar is nood aan. In het verleden hebben we het daar al over gehad. Ik heb daar informatie over ingewonnen. Het is zeer duidelijk dat we daar participeren in het kapitaal. Dat is de bedoeling. Er is sprake van een cofinanciering. PMV heeft daar hard aan gewerkt. PMV zal binnenkort een voorstel voorleggen over hoe we die cofinanciering concreet zullen aanpakken, en op basis van welke dossiers. Volgens mijn informatie zal dat begin volgende maand gebeuren. Het is dus kort dag. Dat moet nog worden voorgelegd aan de regering, die dat voort zal bespreken. Ook daar zijn er dus stappen voorwaarts gezet, mijnheer Deckmyn.

Ten slotte zullen ook het decreet met betrekking tot de sportfederaties en het daarmee samenhangende voorstel van resolutie dat in dit parlement is goedgekeurd, in het kader van die totaalaanpak mee in overweging worden genomen, om dit dossier af te ronden. Ik dacht dat u ook daarnaar zou verwijzen, mijnheer Deckmyn, maar ik zal het dan maar zelf doen. Dit is een belangrijk dossier. Het is delicaat op een aantal vlakken.

Samenvattend en tot besluit kan ik dus stellen dat er vooruitgang is in dit dossier, en ook in andere dossiers. Ook wat de totaalaanpak betreft, worden de zaken voorbereid. Ik ga ervan uit dat u de vooruitgang ter zake samen met mij zult volgen, en dat u daar desgevallend nog bijkomende vragen over zult stellen.

Mijnheer de minister-president, ik dank u alvast voor uw antwoord. Het verheugt me natuurlijk dat u al in mijn plaats verklaringen begint af te leggen. Dat belooft voor de toekomst.

Ik heb inderdaad gezegd dat de standpunten gekend zijn. Het was inderdaad een feit dat het standpunt van de Vlaamse Regering nog niet echt gekend was. Daarom heb ik mijn vraag gesteld. U blijft nog altijd een beetje terughoudend wat dit betreft. De sleutel van dit hele dossier bevindt zich echter uiteraard in de handen van de Vlaamse Regering.

U verwijst naar een procedure die is opgestart in Antwerpen en gelijkaardig is aan de procedure in Brugge. Dat klopt, maar volgens mij bewijst dat net wat ik in het tweede deel van mijn vraag wou bewijzen. In Antwerpen en in Brugge werden procedures opgestart. Als andere steden ook nieuwe sportinfrastructuur willen hebben en ook op de ene of andere wijze hun eigen procedure opstarten, dan raakt het plaatje enigszins zoek. Daarom vraag ik een coherente totaalvisie op voetbalinfrastructuur in Vlaanderen.

De voorzitter

De heer De Craemer heeft het woord.

Gino De Craemer

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister-president, geachte leden, dit gaat over het dossier van Club Brugge, maar we moeten dat uiteraard ruimer bekijken. Wat het dossier van Club Brugge betreft, is er inderdaad weinig maatschappelijk draagvlak voor nog een winkelcentrum in de streek van Brugge. We hebben al het B-Park aan de Blauwe Toren. Er is inderdaad tegenkanting vanwege de gemeente Oostkamp. Er is geen duidelijke uitspraak vanwege Zedelgem. Er is een nipte meerderheid pro in Brugge. Er is grote tegenkanting van milieugroeperingen, en in feite ook van alle handelskringen in Brugge. Er bestaat dus geen maatschappelijke consensus over. Het is dan ook goed dat de Vlaamse Regering niet zomaar een beslissing neemt, onder druk van belangengroepen. Dat zou nefaste gevolgen hebben. Ik ben dus een voorstander van het geplande gesprek van volgende week tussen de betrokken gemeenten en de Vlaamse Regering. Daarbij zullen alle factoren nogmaals onder de loep worden genomen. Dan gaat het over ruimtelijke ordening, milieu, mobiliteit, de effecten op de handelsbuurten en ook over de financiering.

Het ontwerpplan-MER moet worden afgewacht. Vijf locaties blijven over. Ik spreek me niet uit over deze of gene. Het zit nu in een tempoversnelling. Er komt een oplossing. Club Brugge verdient een nieuw stadion, maar samen met Cercle Brugge, dat heb ik al gezegd. Er moet voor beide een oplossing komen.

Er is een globale visie rond ruimtelijke ordening nodig, en daarbij aansluitend een globale visie rond handelsvestigingen. Waar kan men vandaag nog grootschalige detailhandel toelaten? Dat moet in een globaal kader worden onderzocht. Misschien kan de regionalisering van de IKEA-wet daartoe bijdragen. Dat zou het voor de Vlaamse Regering makkelijker maken om dergelijke besluiten te nemen.

Ten slotte is er ook zonder meer een plan nodig voor sportstadions in Vlaanderen waarbij locaties en financiering worden vastgelegd in een pps-constructie.

De voorzitter

De heer Callens heeft het woord.

Karlos Callens

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister-president, dames en heren, het spreekt vanzelf dat andere actoren, buiten de sport, proberen mee te spelen in deze inplanting en evolutie voor wat de investeringen betreft. Uiteindelijk wil ik benadrukken dat het gaat om een stadion voor de sport, voor de sportliefhebbers, voor de sportclubs. Dat moeten we in gedachten houden. Dat de economie, de middenstand, het sociale weefsel daar rondhangt, daar moeten we rekening mee houden.

Maar wat is het gevolg van al die problemen? Het zal een tijd duren voor de beslissing genomen wordt. Dan zitten we nog met het probleem van veiligheid. Door de Europese verplichtingen voor veiligheid in de stadions is de kans groot dat we voor grote matchen moeten uitwijken naar Noord-Frankrijk. Dat zou ik niet graag willen. Ik zou graag willen dat de procedure wat vooruit gaat, zodat we ons niet schuldig moeten voelen omdat we te laat kwamen.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister-president, dames en heren, los van de vele bedenkingen inzake milieu en mobiliteit, moeten we een zeer merkwaardige tendens vaststellen. Topvoetbal wordt afhankelijk van de economische randactiviteiten. Ik zou zelfs durven zeggen dat topvoetbal de randactiviteit van economische activiteiten wordt, door de link die men legt met het winkelcentrum van Loppem. Ik zal daar niet over oordelen. Dit heeft natuurlijk alles te maken met geld. Hoe gaat men die grote voetbalstadions afbetalen?

In de krant lezen we over het ontwerpplan-MER. Ik zou daar graag meer duidelijkheid over krijgen. Maar ik heb ook een intentionele vraag. In welke mate is het ontwerpplan-MER een bepalend element bij de eindbeslissing over de locatie? Is dat een van de weinige bepalende factoren? Of is het dominerend?

Klop het dat Loppem eigenlijk de minst geschikte locatie is van allemaal?

Ik vernam op de trein dat winkelcentra in dat ontwerpplan-MER compleet uit den boze zijn en op geen enkele manier een oplossing kunnen creëren. In dat geval moeten we dezelfde principiële vraag stellen als uw partijgenoot Belet in een vrije tribune. In Nederland zijn alle stadions gebouwd met inbreng van alle overheden, van verschillende niveaus. Is het geen uitdaging voor de Vlaamse Regering om de tendens te keren, de leiding te nemen en de financiële verantwoordelijkheid van de Vlaamse overheid te versterken?

De voorzitter

De heer Tavernier heeft het woord.

Jef Tavernier

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister-president, ik wil mijn appreciatie uitdrukken voor het feit dat u niet zomaar gezwicht bent voor een promotor die geen voetbalstadion plus een winkelcentrum wilde bouwen, maar een winkelcentrum annex voetbalstadion, met het stadion als een soort van glijmiddel.

Uit wat we nu al weten van het plan-MER, werd het aantal locaties gereduceerd van vijftien tot vijf. Dat wil zeggen dat er tien wat te fantaisistisch waren. Het interesseert ons natuurlijk om het volledige plan-MER te kennen. De vijf genoemde locaties zullen wat realistischer zijn.

Ik hoop dat u de goede conclusies trekt en dat wordt geopteerd voor een voetbalstadion met eventueel complementaire activiteiten in de sportsector. Ik heb de indruk dat er in nogal wat dossiers, waarin zogezegd met pps wordt gewerkt, allerhande zaken worden bijgenomen om het geheel toch maar rendabel te maken, maar dat het gaat om zaken die helemaal niets met het voetbalstadion te maken hebben.

Ik ben blij dat men de zaken wat heeft herleid, maar wanneer krijgen wij de volledige studie ter inzage zodat we hierover mee kunnen discussiëren? Het zou iets te makkelijk zijn om, omdat er iemand met geld staat te zwaaien, een keuze te maken, in de nodige middelen te voorzien en alle principes van ruimtelijke ordening op te bergen. Dat moeten we absoluut vermijden.

Minister-president Kris Peeters

Mevrouw de voorzitter, dames en heren, ik weet dat dit parlement heel erg geïnteresseerd is in ontwerprapporten. Ik heb vorige week ook een aantal van die vragen mogen beantwoorden.

Mijnheer Tavernier, ik verwachtte deze vraag al, maar, voor alle duidelijkheid: het gaat om een ontwerpplan-MER dat nog door de MER-cel moet worden goedgekeurd. Ik ben ervan overtuigd, net zoals mijn collega's, dat het dit debat niet ten goede zou komen indien we nu al het ontwerpplan-MER, bij wijze van spreken, op de straatstenen gooien. Dat zou veel commotie opleveren en velen zouden al posities innemen. We willen met de stad Brugge en met alle betrokkenen verder een debat voeren.

Mijnheer Caron, het plan-MER is een belangrijk document voor de afweging. Als dat niet zo zou zijn, zouden we geen plan-MER moeten maken. Als het definitief is, zal het direct aan de voorzitter worden overgemaakt zodat iedereen er kennis van kan nemen. Laat daar geen misverstand over bestaan.

Ik herhaal nog eens - en ik verdedig dit punt ook - dat de Vlaamse Regering met enige terughoudendheid over de inhoud van het ontwerpplan-MER communiceert. Ik begrijp immers goed dat sommigen er een versterking van hun positie in zullen vinden en anderen een verzwakking. Laat ons het debat nu eerst sereen voeren met de stad Brugge en met de anderen. Het plan-MER is een belangrijk document en een belangrijk element in de overweging.

Mijnheer Caron, u moet toch opletten met de geruchten die u hoort op de trein. U moet niet elk gerucht direct in het parlement komen toetsen - maar dit terzijde.

Mijnheer Deckmyn, ik wil nog eens onderstrepen - want misschien heb ik dat nog onvoldoende gedaan - dat we zowel in Antwerpen als in Brugge in een procedure voor stedelijke afbakening zitten, van de heer Van Mechelen, de minister van Ruimtelijke Ordening. De procedure is de directe aanleiding. Het is niet dat we zomaar eerst met Brugge beginnen en dan ook eens met Antwerpen, maar alles past in de procedure waarmee minister Van Mechelen bezig is.

Ik heb al gezegd dat ook minister Anciaux naar de regering is gekomen met een nota, die er ook werd goedgekeurd, met een algemene visie op het aantal voetbalstadions dat er in Vlaanderen kan komen, gerenoveerde of nieuwe. Daarbij werd toen ook een bedrag van ongeveer 50 miljoen voorgesteld - maar over dit bedrag werd nog niet definitief beslist door de Vlaamse Regering - om participaties te nemen in het kapitaal of om te cofinancieren. Ik heb al gezegd dat PMV, die onder de bevoegdheid valt van minister Van Mechelen, het vehikel is om de modaliteiten verder uit te werken.

Mijnheer Callens, u weet dat ik liever te vroeg dan te laat kom. Ik begrijp dat ook u ervoor opteert om niet te laat te komen, maar liever wat vroeger dan verwacht. Ik deel uw zorg. Ik heb ooit eens in een programma gezegd dat ik dacht dat we in april 2008 een beslissing zouden kunnen nemen in dit dossier. Maar goed, er is vertraging met het plan-MER.

Ik denk dat we zorgvuldig te werk moeten gaan. Ik apprecieer dat die zorgvuldigheid door het parlement wordt gewaardeerd. We nemen een beslissing niet halsoverkop om dan achteraf vast te stellen dat ze verkeerd was. Dat vraagt wat meer tijd dan we graag willen, want de gevoeligheden in dit dossier zijn heel groot. Ik ga ervan uit dat deze aanpak de goede is. Dit ontwerpplan-MER zal ik overmaken als het definitief is. We gaan de voor- en nadelen van de locaties afwegen om een definitieve keuze te maken als we de procedure hebben afgehandeld.

Ik ben voorstander van een zekere zorgzaamheid in dit dossier, maar ik treed de heer Callens bij, die op spoed aandringt. Het wordt tijd dat de Vlaamse Regering kleur bekent in het dossier over het voetbalstadion van Brugge, maar ook in de nood aan een coherente totaalvisie over voetbalinfrastructuur in Vlaanderen.

De voorzitter

Het incident is gesloten.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.