U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, de algemene bespreking is geopend.

De heer Deckmyn, verslaggever, heeft het woord.

Ik verwijs naar het schriftelijke verslag en naar het verslag van de heer de Kort.

De voorzitter

De heer de Kort, verslaggever, heeft het woord.

Dirk de Kort

Mevrouw de voorzitter, heren ministers, waarde collega's, het ontwerp van decreet dat vandaag in de plenaire vergadering ter stemming voorligt, is er gekomen vanuit de algemene vaststelling dat er een tekort is aan sportinfrastructuur. Het is nodig om op dat vlak een inhaalbeweging te realiseren. Dat is meteen ook het doel van dit ontwerp van decreet. Door het opzetten van een subsidiëringsmechanisme in combinatie met het principe van publiek-private samenwerking (pps), moet het mogelijk zijn om in enkele jaren 30 percent van het totale tekort aan sportinfrastructuur weg te werken.

Het nieuwe decreet wordt in de bestaande regelgeving geïntegreerd. Het ontwerp van decreet sluit nauw aan bij het Sport voor Allen-decreet, beter bekend als het decreet Lokaal Sportbeleid, dat dit parlement vorig jaar heeft goedgekeurd. Met dit decreet wordt een volgende stap in de goede richting gezet: het voorziet in gedeeltelijke subsidiëring van nieuw op te richten of te renoveren sportinfrastructuur. De eerste inhaalbeweging zal zich hoofdzakelijk concentreren op de realisatie van kunstgrasvelden, eenvoudige sporthallen, eenvoudige zwembaden en multifunctionele sportcentra. Daar staat een budget van 225 miljoen euro tegenover.

Het nieuwe decreet heeft de bedoeling om een algemeen kader te bieden, zodat op middellange termijn het globale tekort kan worden weggewerkt. Dat laat de mogelijkheid om later ook een inhaalbeweging voor andere types van infrastructuur te realiseren.

De uitgangspunten van dit ontwerp van decreet zijn een versnelde realisatie van sportinfrastructuur dankzij private investeringen en de mogelijkheid die blijft om later in andere domeinen sportinfrastructuur te realiseren.

De Vlaamse Gemeenschap treedt op als aanbestedende overheid. Met de privépartners zullen DBFM-overeenkomsten worden afgesloten. Bij alle projecten zullen vijf selectiecriteria worden toegepast. Zo moet de sportinfrastuctuur tegemoetkomen aan een reële lokale behoefte. Er moet meervoudig gebruik zijn door sportclubs, scholen, organisaties en individuele sportbeoefenaars. De sportinfrastructuur moet voor iedereen toegankelijk zijn. Ze moet te realiseren zijn voor een bepaalde vastgestelde datum. Er moet een optimale geografische spreiding zijn over de diverse regio's.

Wat is nu de timing en planning? Het ontwerp van decreet ligt vandaag ter stemming voor. De uitvoeringsbesluiten worden voorbereid en worden geacht in september klaar te zijn. Verder wordt er ook gewerkt aan het voltooien van een beoordelingsprotocol voor de selectie en rangschikking van de aanvragen door de beoordelingscommissie. Er is de opmaak van een model van subsidieovereenkomst en van een model van DBFM-overeenkomst. Er is de opmaak van een bestek en de samenstelling van de selectieadviescommissie.

Dit jaar nog zal er een selectie gebeuren van zestig projecten voor kunstgrasvelden, vijftig projecten voor eenvoudige sporthallen, vijf projecten voor eenvoudige zwembaden en vier projecten voor een multifunctionele sportinfrastructuur. De aanbesteding zal worden gespreid over de komende jaren. Dit jaar nog zal er een aanbesteding zijn voor veertig kunstgrasvelden en twee multifunctionele sportcentra, en in 2009 voor twintig sporthallen, vijf zwembaden, twee multifunctionele sportinfrastructuurprojecten en een tweede cluster van twintig kunstgrasvelden. In 2010 volgt dan de tweede cluster van dertig sporthallen en de aanbesteding van extra multifunctionele sportinfrastructuurprojecten.

Het maximumbedrag mag jaarlijks 7,5 miljoen euro per jaar zijn als overheidstoelage in totale beschikbaarheidsvergoeding. Er werd ook verduidelijkt dat deze pps een meerwaarde zal hebben, namelijk een maatschappelijke meerwaarde, een operationele meerwaarde en een financiële meerwaarde.

Wat is het afgelegde traject? De Commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media heeft op 13 maart, 8 en 10 april vergaderd over het ontwerp van decreet. Op 13 maart heeft de minister een toelichting gegeven. Op 8 april hebben we een hoorzitting gehad met diverse deskundigen en vertegenwoordigers uit de sector. Op 10 april volgde de algemene en artikelsgewijze bespreking.

Wat waren de standpunten? We hebben duidelijk gemerkt dat er rekening is gehouden met de opmerkingen die naar voren werden gebracht tijdens de hoorzitting. De heer Deckmyn van het Vlaams Belang deelde mee dat zijn fractie het ontwerp van decreet zou goedkeuren, zij het met de nodige reserves. Het ontwerp heeft in elk geval de verdienste de achterstand in onze sportinfrastructuur weg te werken. Toch uitte de heer Deckmyn enige kritiek bij de beperking van de gemeentelijke autonomie. Bovendien schept de uitvoering met privéfinanciering verwachtingen op lokaal niveau, die niet altijd ingelost zullen worden, daar niet elk projectvoorstel zal worden geselecteerd. De heer Deckmyn had ook kritiek op het feit dat de renovatie van sportinfrastructuur minder aandacht krijgt dan nieuwbouw. Hij is ook van mening dat hier voor kleinere lokale besturen toch wel heel wat administratieve belasting bij komt kijken. Ook had hij nog enkele bedenkingen bij de pps-formule.

De heer Sauwens stelde dat het ontwerp van decreet hem een déjà-vugevoel gaf. Hij gaf een hele historische schets van de jaren zeventig en tachtig, met de cheques voor sportinfrastructuur, en verwees naar andere sectorale subsidiepotjes. Later, bij een evaluatie van deze werking, ging de volgende regering over tot de oprichting van een Vlaams Investeringsfonds, waarbij alle gemeenten trekkingsrechten kregen op basis van objectieve parameters. Vervolgens ging dat investeringsfonds op in het Gemeentefonds. De heer Sauwens had het gevoel dat we met dit ontwerp een stap terug in de tijd zouden zetten. Hij onderstreepte dat het goed is dat Vlaanderen geld heeft voor sportinfrastructuur, maar dat moet volgens hem gaan naar bovenlokale sportinfrastructuur. Het ontwerp van decreet zorgt volgens de heer Sauwens voor meer planlasten. Hij wees op de keuze voor een pps-systeem dat veel vragen oproept en bovendien een risicovolle onderneming is die dertig jaar ver reikt. Hij is dan ook van mening dat het ontwerp van decreet haaks staat op de uitgangspunten van het Gemeentefonds en op het kerntakendebat.

Aansluitend heb ik tijdens de commissievergadering de vraag gesteld of de huidige keuze voor pps wel de juiste keuze is. Ze moet de sterke kanten van de publieke en de private sector verenigen. Vers geld aantrekken mag niet het enige doel zijn. Een goed evenwicht is noodzakelijk, rekening houdende met de diverse aspecten van een dossier, maar dat is moeilijk te bereiken. Of de pps-formule wel goedkoper uitvalt voor de lokale besturen, is helaas niet onderzocht. Voor de realisatie van sportinfrastructuur zijn nog andere werkinstrumenten mogelijk. Ik heb verwezen naar intergemeentelijke samenwerking, autonoom gemeentebedrijf en goedkope gemeentelijke leningen. Lokale besturen kunnen via onderhandelingen meer maatwerk afleveren, waardoor er beter rekening kan worden gehouden met de specifieke lokale behoeften.

Ik heb nog een tweede principiële vraag gesteld. Zullen de voordelen voor de gemeentebesturen voldoende groot zijn, en wordt er dus optimaal gebruik gemaakt van de kansen die pps te bieden heeft? Ook de keuze van infrastructuurtypes roept vragen op. Waarom werd er aan de gemeentebesturen niet gevraagd welke infrastructuur zij nodig hebben? De keuze voor eenvoudige zwembaden sluit bovendien niet echt aan bij het hedendaagse gebruik van zwembaden. Tot slot wil ik hier nog beklemtonen dat het decreet veel te laat komt. De gemeenten moesten hun aanvraag indienen op een moment dat er nog helemaal geen zicht was op de decretale onderbouw van dit grootscheepse plan.

Het voorliggende ontwerp biedt volgens de heer Caron mogelijkheden aan lokale besturen en initiatiefnemers om in volle autonomie en bovendien gesubsidieerd een inhaalbeweging te doen. De mogelijkheden van de gemeentebesturen mogen echter niet opnieuw ondermijnd worden, maar de Vlaamse overheid mag wel een impulsbeleid voeren. De gemeenten zijn niet verplicht op het systeem in te tekenen. Ze kunnen ook de bestaande middelen en technieken aanwenden. Daarenboven zoekt het ontwerp van decreet naar alternatieve financieringswijzen om meer mogelijk te maken. Het komt erop aan om genuanceerd en kritisch naar pps te kijken. Het ontwerp van decreet vormt volgens de heer Caron het sluitstuk en de onderbouw van een vernieuwd lokaal sportbeleid. Het kan een serieuze vernieuwing brengen in gemeenten met een infrastructurele achterstand.

Volgens de heer Van Nieuwkerke gaat het over het algemeen niet zo goed met de sportinfrastructuur. Het Vlaamse beleid moet volgens hem een onderscheid maken tussen topsportinfrastructuur en andere sportinfrastructuur. Het ontwerp van decreet maakt dat onderscheid niet onmiddellijk, maar heeft de verdienste dat het oplossingen stimuleert. Inschrijvingen opvragen vooraleer het ontwerp van decreet is goedgekeurd, is echter een atypische werkwijze. De heer Van Nieuwkerke pleit wel voor een pragmatische houding. Het is goed dat er iets gebeurt, maar er kunnen op middellange termijn correcties nodig zijn.

Er is wel degelijk behoefte aan meer en betere sportinfrastructuur voor de gewone gebruikers, meent de heer Stassen. Maar het is volgens hem niet gemakkelijk te beoordelen of de Vlaamse overheid het geëigende niveau is om daarin het voortouw te nemen. Dit ontwerp van decreet past in elk geval in de cultuur van het centraal opleggen van een aantal maatregelen. Anderzijds staat het haaks op het voornemen van deze en de vorige regeringen om te evolueren naar een nieuw partnerschap met de gemeenten en steden, waarbij die geld krijgen om een eigen beleid te voeren. Het is in elk geval positief dat de Vlaamse Regering investeert. Alleen vreest de heer Stassen dat de volgens hem goed gevonden pps-techniek te vaak gebruikt wordt en bijgevolg de werkingsmiddelen van de komende regeringen te zeer zal beperken.

De heer Schoofs stelde duidelijk dat zijn fractie de DBFM-formule onderschrijft. Pas als het definitieve kostenplaatje bekend is, zal blijken hoeveel gemeenten effectief op het systeem zullen intekenen. Om procedurefouten te vermijden, zullen de inschrijvingstermijnen allicht verlengd worden. En zal de 30 procent subsidies van de Vlaamse overheid voor de lokale besturen voldoende zijn om de beschikbaarheidsvergoeding op te hoesten? De uitbatingsoptie is een goede zaak, aldus collega Schoofs. Private contractanten kunnen op het vlak van personeelsinzet een soepelheid aan de dag leggen die de publieke sector niet heeft. Hij onderstreepte ook dat de gemeenten wachten op informatie over de definitieve afhandeling.

Tijdens de artikelsgewijze bespreking werden heel veel vragen gesteld op basis van de opmerkingen die tijdens de hoorzitting waren geformuleerd. De antwoorden van de minister brachten veel verduidelijking, maar daarvoor verwijs ik graag naar het schriftelijke verslag. Na de artikelsgewijze bespreking van het ontwerp van decreet werden alle artikelen en ook het globale decreet unaniem aangenomen met 12 stemmen. (Applaus)

De voorzitter

De heer Deckmyn heeft het woord.

Collega's, tijdens de bespreking in commissie gaf ik al aan dat we toch wat reserves hebben over voorliggend ontwerp van decreet. Maar dit ontwerp probeert alvast tegemoet te komen aan het feit dat er een groot structureel en periodisch tekort is aan overdekte en openluchtsportinfrastructuur in Vlaanderen. Het is echter jammer te moeten vaststellen dat we nu een tekst voorgelegd krijgen, waarvan de intekening hierop ten laatste op 21 december van vorig jaar diende te gebeuren. Dat is niet echt een toonbeeld van behoorlijk bestuur.

Maar het Vlaams Belang is uiteraard absoluut voorstander van het wegwerken van de bestaande achterstand op het vlak van de sportinfrastructuur. Minister Anciaux wil dit doen door opnieuw gebruik te maken van privéfinanciering. Opnieuw komt de pps-piste in beeld. Ik heb tijdens de bespreking van dit ontwerp ook de vraag gesteld of de Vlaamse overheid het aantal financiële engagementen nog in de hand heeft die ze via diverse pps-constructies reeds heeft gecreëerd of nog gaat creëren.

Dit ontwerp van decreet schept echter ook heel wat verwachtingen op lokaal niveau. Ik hoop dat al deze verwachtingen zullen worden ingelost, maar ik vrees ervoor. Toch zijn niet enkel de lokale niveaus de begunstigden van dit initiatief. Indirect zullen de vele kunstgrasvelden de Koninklijke Belgische Voetbalbond ten goede komen. U weet, mijnheer de minister, dat ik sinds het begin van deze legislatuur bijna elke kans aangrijp om u erop te wijzen dat u elke gelegenheid moet aangrijpen om de voetbalbond onder druk te zetten om zich aan te passen aan de federale werkelijkheid in dit land. Dat is nu niet anders. Ik vrees dat ik gelijk zal krijgen en dat de voetbalbond zich nooit goedschiks zal willen aanpassen aan onze decreten.

Collega's, ik wil ook wijzen op het feit dat er in dit ontwerp van decreet geen aandacht is besteed aan de even grote nood aan renovatie van de bestaande sportinfrastructuur. Het lijkt er sterk op dat de minister deze tekst er zo snel mogelijk door wou krijgen en er daardoor toch enkele essentiële zaken uit het oog zijn verloren.

Zoals ik tijdens de commissiebesprekingen ook al zei, moeten we ook oog hebben voor voldoende financiële garanties voor de lokale besturen op lange termijn. Initiatieven in het kader van dit decreet mogen er ook niet toe leiden dat de exploitatie van sportinfrastructuur door privé-exploitanten een stijging van de tarieven in de diverse nieuwe sportcomplexen veroorzaken. Dat is belangrijk, aangezien het toch de bedoeling moet zijn om meer mensen aan het sporten te krijgen. Hogere tarieven zouden hier een rem op kunnen vormen, zeker voor mensen die het nu al moeilijk hebben om de eindjes aan elkaar te knopen.

Collega's, ik wil ook van deze gelegenheid gebruik maken om te waarschuwen voor de extra administratieve belasting die ook dit ontwerp veroorzaakt, vooral voor de kleinere lokale besturen. De kritiek die ik tijdens de bespreking hoorde met betrekking tot het feit dat lokale overheden die vroeger al hebben geïnvesteerd in sportinfrastructuur indirect benadeeld worden, kan ik zeker onderschrijven. Het ontwerp is trouwens - net zoals bijvoorbeeld het 'Sport voor Allen'-decreet - voor een deel dirigistisch. Men zorgt ervoor dat lokale overheden andere prioriteiten zullen leggen qua sportinfrastructuur en dus niet altijd tegemoet zullen komen aan de prioritaire noden van hun eigen bewoners.

Zoals ik in de commissie reeds zei, is het feit dat men via uitvoeringsbesluiten nog wijzigingen kan aanbrengen, wat mij betreft hetzelfde als mosterd na de maaltijd. Ik heb het trouwens ook met een boutade gesteld: de enige echte autonomie waarover de lokale overheden beschikken, is de beslissingsbevoegdheid om in dit toekomstige decreet in te stappen. Toch is het natuurlijk in de eerste plaats de bedoeling om het grote tekort aan sportinfrastructuur in Vlaanderen weg te werken. Ik geef grif toe dat dit ontwerp een eerste aanzet biedt, en iets is uiteraard beter dan niets.

De voorzitter

De heer de Kort heeft het woord.

Dirk de Kort

De CD&V-fractie is tevreden met de aandacht die door de Vlaamse Regering besteed wordt aan sportinfrastructuur. De terechte beleidsdoelstelling om zo veel mogelijk Vlamingen hun leven lang aan sport te laten doen, kan immers maar gerealiseerd worden als er voldoende en kwalitatieve sportinfrastructuur aanwezig is.

Zoals al bleek tijdens het verslag van de commissiebespreking dat ik zopas gaf, heeft onze fractie ook een aantal principiële bedenkingen naar voren gebracht bij de gekozen methodiek om gemeentelijke sportinfrastructuur te bouwen via het systeem van de alternatieve financiering, pps. Omdat onze bedenkingen belangrijk zijn, wil ik ze graag nog even kort herhalen.

Wordt de keuze voor pps uit noodzaak gedaan of is het echte liefde? De keuze voor pps moet om de juiste redenen gebeuren, niet alleen om effectief vers geld aan te trekken of om de ESR-begrotingsregels te respecteren. Pps mag geen doel op zich worden, het is geen ezeltje-strek-je dat blindelings ingezet kan worden. Het is geen automatisme, het betekent geen automatische garantie op een goedkope investering voor de overheid. Wij hadden wat meer duiding verwacht, een vergelijking met de bestaande formules, om te weten of het voor de gemeenten effectief een garantie is op een goedkope en degelijke sportinfrastructuur.

Mijnheer de minister, u wees er tijdens de commissiebesprekingen op dat er ook sprake kan zijn van volumekorting door schaalvergroting, omdat een aantal projecten geclusterd kunnen worden. U verwees naar de vier infrastructuurtypes: eenvoudige sporthallen, kunstgrasvelden, eenvoudige zwembaden en multifunctionele sportcentra. Maar die kunnen ook gerealiseerd worden wanneer gemeenten de handen in elkaar slaan en samen onderhandelen met private investeerders.

We leerden uit het wetenschappelijke onderzoek van professor Van Hecke dat de regionale spreiding van sportinfrastructuur veel belangrijker is dan dat elke gemeente de zogenaamde norm haalt.

Ook na de bespreking in de commissie blijft bij ons nog een principiële vraag overeind: zullen de voordelen van deze formule, financieel, logistiek en juridisch, voor de gemeentebesturen voldoende groot zijn en zal er bijgevolg optimaal gebruik gemaakt worden van de kansen die pps te bieden heeft?

We hebben ook een vraag over de keuze van infrastructuurtypes. We hadden gehoopt dat er eerst een bevraging van de gemeentebesturen zou komen over het soort infrastructuur waaraan ze behoefte hebben. We hadden ook gehoopt dat er meer aandacht zou worden besteed aan nieuwe sporttrends. We verwijzen hierbij naar skatepistes, joggingparcours, ruimtes om te boksen en moderne zwembadcomplexen. Ook zou rekening moeten worden gehouden met de tendens naar clustering van sportdisciplines onder één dak.

We kunnen ons goed vinden in de criteria die naar voren worden gebracht voor de selectie van projecten. De voorkeur wordt gegeven aan projecten met meerdere gebruikers, er is aandacht voor rationeel energiegebruik en er worden architecturale criteria uitgewerkt.

We hadden echter nog gehoopt dat bij de selectie van de projecten ook voldoende aandacht zou worden besteed aan de optimale toegankelijkheid, aan een evenwicht tussen realiseerbaarheid en behoefte, aan het potentieel en de mogelijkheden op de lokale private markt, aan renovatieprojecten en niet enkel aan nieuwbouw, en dat er ook garanties zouden worden opgenomen zodat de exploitatie van de infrastructuur door privébedrijven niet onmiddellijk zal leiden tot een stijging van de tarieven. Natuurlijk kan de nodige aandacht hier nog aan besteed worden in de uitvoeringsbesluiten.

Onze conclusie is de volgende. Zoals ook tijdens de hoorzitting werd verwoord, heeft de CD&V-fractie, net als de VVSG, nog twijfels over de formule van pps, maar we willen u het voordeel van de twijfel geven. We zullen dan ook voor dit ontwerp van decreet stemmen.

Om kans op slagen te hebben, is het belangrijk dat de uitvoering van het decreet correct verloopt en dat er geen procedurefouten worden gemaakt. We zijn bijgevolg ongerust, want u hebt al een advies gevraagd aan de Sectorraad Sport over de ontwerp-uitvoeringsbesluiten bij dit decreet, nog voor het hier vandaag wordt goedgekeurd! We herhalen wat we ook al bij de bespreking in de commissie hebben gezegd: de administratieve voorbereiding kunt u gerust al doen, maar de behandeling van de dossiers door de selectieadviescommissies en de uiteindelijke selectie van de projecten, kunnen uiteraard pas achteraf gebeuren, na de plenaire goedkeuring van dit ontwerp van decreet en de definitieve goedkeuring van de uitvoeringsbesluiten. Zowel u als wij kunnen procedurefouten missen als kiespijn, want die zullen door de 'afvallers' worden gebruikt in de juridische procedures die het hele project kunnen verlammen.

De voorzitter

Mevrouw Libert heeft het woord.

Laurence Libert

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, niemand zal ontkennen dat de noden op het vlak van sportinfrastructuur in Vlaanderen enorm zijn. Enkele jaren terug plakte een studie er een cijfer op: we zouden voor meer dan 600 miljoen euro achterstand hebben.

Voor die noden kunnen we heel wat oorzaken vinden: we hebben misschien geen echte sportcultuur in Vlaanderen, de laatste jaren is heel wat infrastructuur verdwenen - denk maar aan de zwembaden die de VLAREM-norm niet haalden -, enzovoort. Maar met het zoeken naar het waarom van ons gebrekkige aanbod aan sporthallen en zwembaden schieten we niet op. We moeten er iets aan doen, zeker nu Vlaanderen dankzij het goede begrotingsbeleid van de laatste jaren de budgettaire marge heeft.

Het decreet dat de gaten in onze sportinfrastructuur wil dichten is een goed decreet, en wel om de volgende redenen. Het decreet vindt een goed evenwicht tussen het respect voor de autonomie van de gemeenten aan de ene kant en de meerwaarde van het bundelen van krachten op het Vlaamse niveau aan de andere kant. Het decreet zet ook een pps-constructie op die toelaat om op korte termijn veel kapitaal te mobiliseren en toch de risico's goed te spreiden tussen overheid en privépartner.

Collega's, de onafhankelijkheid van de lokale besturen is belangrijk. Velen van ons zijn lokaal actief. Lokale bestuurders voelen meestal goed aan waar onze bevolking investeringen verwacht van de overheid. We moeten echter ook eerlijk durven zeggen dat we vanuit onze lokale invalshoek vaak een helikopterblik missen. Uit onderzoek blijkt dat in Vlaanderen bepaalde regio's over veel minder infrastructuur beschikken dan andere. Het blijkt dat met de aanzienlijke middelen uit het Gemeentefonds de voorliefde van gemeenten vaak uitgaat naar investeringen die ze bij de buren zien.

Langs organische weg krijgen we geen evenwichtige spreiding. En zo krijgen we dus die witte vlekken in ons aanbod. Als we een betere spreiding willen van toegankelijke sportinfrastructuur, moeten we aanvaarden dat het Vlaamse niveau hierin een belangrijke rol speelt. Geen enkele gemeente wordt verplicht om in te gaan op het aanbod, dus laat ons de gemeentelijke autonomie respecteren. Laat hen beslissen of het ter beschikking stellen van de infrastructuur voor hen de jaarlijkse vergoeding waard is.

Ik geloof dat kleinere gemeenten, die anders nooit aan de bouw van een nieuwe sporthal of een zwembad zouden durven denken, het in dit systeem zouden durven overwegen, omdat ze verzekerd zijn van de begeleiding en coaching vanuit de sportfacilitator.

Er is al veel gezegd en geschreven over de voor- en de nadelen van de pps-constructie, en ongetwijfeld leert de overheid uit de evaluatie van projecten uit het verleden. We hebben de sterke indruk dat dit decreet een win-win-winsituatie schept: voor de gemeenten, voor de Vlaamse overheid, en voor de private partner.

Eens ze weten hoeveel hun deel van de beschikbaarheidsvergoeding zal bedragen, kunnen de gemeenten voor zichzelf perfect de rekening maken of dit voor hen een goede prijs is voor een zwembad of een sporthal. De gemeenten zullen meer zekerheid hebben dan met de huidige financieringsmethode. Nu weet de gemeente immers wel hoeveel de bouw ongeveer zal kosten, maar ze weet niets over het onderhoud. Ook de reële werkingskosten zijn nu nauwelijks gekend.

Als het gemeentebestuur beslist in deze constructie te stappen, weet het exact hoeveel het zal betalen om goed onderhouden infrastructuur ter beschikking te hebben. Voor de Vlaamse overheid is het engagement even duidelijk, namelijk 7,5 miljoen euro op jaarbasis. Het gaat hier niet om een onredelijk zware belasting op de Vlaamse begroting, zeker als we weten dat ze niet geïndexeerd zal worden. Het is een aanvaardbare investering voor een dringende inhaaloperatie waarvoor op korte termijn veel kapitaal moet worden gemobiliseerd.

Dit decreet biedt met andere woorden alle randvoorwaarden om een deel van de noden aan sportinfrastructuur op korte termijn in te vullen, en dat op een transparante en efficiënte manier. Bovendien geeft deze constructie de mogelijkheid om een goede prijs-kwaliteitverhouding te bedingen voor de gemeenten.

Dit decreet maakt een raamwerk waarbinnen de publiek-private samenwerking zal gebeuren. Dat raamwerk zit goed in elkaar, maar veel hangt ook af van de contracten die met de privé-investeerders zullen worden gesloten.

Ik ben blij dat in de hoorzittingen geen enkele fractie principieel bezwaar had tegen het betrekken van privépartners bij een publiek-private samenwerking. Wel heeft men vanuit alle hoeken, de Open Vld-fractie inbegrepen, gepleit voor een goede spreiding van de risico's en de verantwoordelijkheden.

Wanneer men erin slaagt de gemeenten via de DBFM- of DBFMO-contracten een waterdichte zekerheid te geven dat ze tegen een vooraf bepaalde vergoeding voor x-aantal jaar over een perfect onderhouden sportinfrastructuur kunnen beschikken, dan zal de interesse van de gemeenten groot blijven, even groot als ze nu is. We zullen er bovendien in slagen op korte termijn wat van onze enorme achterstand in te halen.

Ik ben begonnen met de stelling dat we er niet in geslaagd zijn de burgers voldoende basisinfrastructuur aan te bieden om aan sport te doen. We, dat zijn de gemeenten en in mindere mate de provincies en de Vlaamse overheid. De noden zijn groot en ze zijn dringend.

Dit ontwerp van decreet moet ons in staat stellen op korte termijn veel middelen vrij te maken om een derde van die dringende noden in te vullen. Daarom zal de Open Vld-fractie dit decreet goedkeuren. (Applaus)

De voorzitter

De heer Van Nieuwkerke heeft het woord.

André Van Nieuwkerke

Mijnheer de minister, de sp.a + VlaamsProgressieven-fractie steunt dit ontwerp van decreet. De voornaamste conclusie uit de hoorzitting en uit de besprekingen vooraf is dat er in Vlaanderen dat beschikt over een sportinfrastructuur, ook aan sport gedaan wordt. Dat is heel belangrijk in het licht van dit ontwerp van decreet. Het gaat hier om een wetenschappelijke analyse die het voorwerp uitmaakt van het ontwerp van decreet. Het bevat de argumentatie en de motivatie om daar iets aan te doen.

Uiteraard heb ik ook bedenkingen bij het feit dat die aanvragen al volop bezig waren. In het onderwijs gebeurt net het omgekeerde. Het onderwijs krijgt altijd de kritiek te laat te zijn met omzendbrieven en met decretale aanpassingen. Sport krijgt de kritiek te vroeg in gang te schieten om het ontwerp van decreet in te vullen. We moeten erover waken dat alles in een logische volgorde verloopt.

Wij ondersteunen ten volle de basisdoelstellingen van dit ontwerp van decreet. Wat de samenwerking met de gemeenten en provincies betreft, is er altijd sprake van een kerntakendebat. We stellen op het terrein echter vast dat er niets beweegt. Dit ontwerp van decreet stimuleert om toch iets te doen. Dat is de verdienste van dit ontwerp van decreet.

Tot slot moeten we nadenken over een typische module voor de topsportinfrastructuur. Hier gaat het vooral over het Sport voor Allen-beleid. Voor de toekomst moeten we echter binnen de begroting een investering afbakenen voor de topsport. (Applaus)

De voorzitter

De heer Stassen heeft het woord.

Jos Stassen

Mijnheer de minister, in de sport wordt wel vaker gezegd dat deelnemen belangrijker is dan winnen. We nemen dan ook deel aan dit debat.

Ik wil even kort schetsen wat de sterke en de zwakke punten zijn uit dit ontwerp van decreet.

Een sterkte van het ontwerp van decreet is dat het aan een bepaalde nood, met name het tekort aan sportinfrastructuur, beantwoordt. Er komt een inhaalbeweging. Dit is ontegensprekelijk een sterkte.

Een andere sterkte betreft de mogelijkheid dossiers te bundelen. Dit betekent dat de gemeenten niet alles zelf hoeven te ontdekken. Ze kunnen samen dossiers indienen. Hierdoor zal alles sneller verlopen.

Een zwakte is de complexiteit van de materie. De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) heeft duidelijk gemaakt dat het hier een zeer ingewikkelde materie betreft. Dit blijkt ook uit verklaringen die andere mensen hebben afgelegd. Voor de gemeenten is deze materie vrij nieuw.

De complexiteit is gedeeltelijk te wijten aan het feit dat de rechtsonzekerheid meer bij de gemeenten dan bij de Vlaamse Gemeenschap wordt geplaatst. De Vlaamse Gemeenschap beschikt over een jaarlijkse beschikbaarheidsvergoeding van 7,5 miljoen euro. Daarmee moeten we het doen. Als de kosten oplopen, zullen ze naar de andere partner worden doorgeschoven. Dit betekent dat de gemeenten in dat geval moeten bijbetalen.

Dat het risico gedeeltelijk bij de gemeenten ligt, is allicht een van de redenen waarom een aantal gemeenten waarschijnlijk niet zullen intekenen. Misschien moeten we eens een enquête bij de hier aanwezige burgemeesters en schepenen houden. We zouden hen kunnen vragen of en waarom ze al dan niet willen deelnemen. Indien ze niet zouden willen deelnemen, ligt dit allicht aan het risico dat bij de gemeenten berust.

Een andere zwakte is dat de Vlaamse Regering uit een hele reeks constructies voor debudgettering kiest. Ik heb die kritiek met betrekking tot het voorliggend ontwerp van decreet al eerder geuit. Mijn fractiegenoten hebben in de commissie voor Onderwijs, de commissie voor Openbare Werken en de commissie voor Welzijn soortgelijke opmerkingen gemaakt. De Vlaamse Regering heeft beslist een hele reeks dossiers te debudgetteren en naar de toekomst door te schuiven.

Indien we de afweging maken tussen de sterktes, met name de inhaalbeweging en de mogelijkheid dossiers te bundelen, en de zwaktes, met name de onzekerheid, de ingewikkeldheid en de debudgettering, spreekt vooral de omvang van het bedrag in het voordeel van het ontwerp van decreet. De Vlaamse Regering moet jaarlijks een vrij klein bedrag, 7,5 miljoen euro, investeren.

De minister zal de Open Vld nog duidelijk moeten maken dat dit bedrag waarschijnlijk wel zal worden geïndexeerd. Indien dit niet zou gebeuren, zal het niet mogelijk zijn het totaal te betalen. Binnen 30 jaar zal dit bedrag allicht het dubbel zijn geworden. In elk geval is het bedrag van 7,5 miljoen euro op basis van de huidige waarde berekend om binnen 30 jaar te worden besteed.

Hoewel het om een relatief klein bedrag gaat, zal het mogelijk zijn een inhaalbeweging uit te voeren. Een ander positief element is het feit dat heel wat gemeenten al hebben verklaard waarschijnlijk te zullen deelnemen. Als ik goed ben ingelicht, gaat het om 150 gemeenten. Ik hoop dat omwille van het feit dat een aantal gemeenten op basis van het vorige decreet hebben verklaard in te zullen tekenen na de beoordeling later dit jaar nog meer gemeenten zullen participeren.

We zullen dit ontwerp van decreet goedkeuren omdat het bedrag en het risico voor de Vlaamse Gemeenschap relatief beperkt blijven. We zullen zeker opvolgen of de gemeenten zo massief zullen deelnemen als ze vandaag aankondigen. Ik hoop dat we binnen afzienbare tijd, tijdens de beoordeling door de commissie, zullen kunnen vaststellen dat dit ontwerp van decreet het door de minister verhoopte succes is geworden. Op die manier kunnen we binnen afzienbare tijd ook de nodige infrastructuur voor een 'Sport voor allen'-beleid in Vlaanderen krijgen. (Applaus bij sp.a + VlaamsProgressieven en bij Groen!)

De voorzitter

Minister Anciaux heeft het woord.

Minister Bert Anciaux

Mevrouw de voorzitter, aangezien we dit ontwerp van decreet in de commissie vrij uitgebreid hebben behandeld en de meeste vandaag gestelde vragen toen al zijn beantwoord, wil ik enkel op een paar opmerkingen ingaan.

Ik besef dat we moeten opletten voor procedurefouten. Ik denk niet dat alles te snel gaat. We hebben de gemeenten op basis van het decreet betreffende het lokaal 'Sport voor allen'-beleid al gevraagd om dossiers in te dienen.

Het is vanzelfsprekend dat we de procedure zullen overdoen. Op basis van het goedgekeurde decreet en de goedgekeurde uitvoeringsbesluiten zal de procedure worden opgestart. Er zijn eigenlijk twee decreten belangrijk in de procedure, met name zijn er enerzijds die dossiers die reeds op basis van het lokaal Sport voor Allen-decreet zijn ingediend en anderzijds de dossiers die op basis van dit decreet worden ingediend.

In totaal spelen nogal wat gemeenten in op deze mogelijkheid. We hebben van 150 gemeenten in totaal 168 dossiers ontvangen. Dit wil zeggen dat er een groot vertrouwen is van de gemeenten in dit decreet. De wijze waarop we proberen de begeleiding te organiseren van de gemeenten, is voldoende groot waardoor deze ingewikkelde materie op een bevattelijke manier kan worden opgevolgd. Er kan ook een goede samenwerking worden opgezet met specialisten die we ter beschikking stellen.

Ik ben het er niet mee eens dat het risico bij de gemeenten ligt. Als je wilt spreken van een risico, dan ligt dat bij de privépartner die van in het begin duidelijke financiële engagementen aangaat. Daarvoor zal een vast contract worden opgemaakt. Als een volgende regering die 7,5 miljoen euro geïndexeerd zou weglaten, dan is er nog altijd een contract afgesloten. De Vlaamse Gemeenschap heeft zich daartoe verbonden. Op dat moment is er ook een contractuele afdwingbaarheid die verder gaat dan het belangrijk engagement dat we nu geven. Het risico ligt dus niet bij de gemeenten, maar bij de privépartner en de Vlaamse Gemeenschap die zich contractueel verbindt om een derde in te lossen.

Het klopt dat uit de praktijk zal moeten blijken of het voldoende voordeel biedt voor de gemeenten. Het is natuurlijk wel de bedoeling dat we daar heel erg op toezien zodat de gemeenten er beter van worden, zodat de plaatselijke bevolking er beter van wordt. Voor alle duidelijkheid, renovatie is mogelijk, maar dan gaat het over grote renovaties. Totale renovatieprojecten zijn niet uitgesloten, hoewel ik niet verwacht dat er veel aanvragen zullen zijn.

Het kan niet de bedoeling zijn dat er een stijging komt van de tarieven. Daar zijn voldoende waarborgen voor.

Samen met de lokale partners, met de gemeenten willen we een inhaaloperatie realiseren. Met deze operatie kunnen we erin slagen om ongeveer een derde van de noodzakelijke sportinfrastructuur op relatief korte termijn te realiseren. Ik besef dat er naast de keuze voor eenvoudige sporthallen, zwembaden, multifunctionele sportcentra en kunstgrasvelden nog andere noden zijn. Het decreet laat in ieder geval toe dat in een volgende legislatuur een volgende regering de mogelijkheid heeft om bijkomende accenten te leggen, om bijkomende projecten aan te bieden en een bijkomende samenwerking te realiseren. Dit is op basis van dit decreet perfect mogelijk.

Ik was aangenaam verrast dat in de commissie unaniem is gezegd dat dit decreet een kans moet krijgen. Ik begrijp dat Groen! dit nu ook zegt. Ik ben daar dankbaar voor. Ik hoop dat dit de start kan zijn om op korte termijn de noodzakelijke inhaaloperatie te realiseren zodat we meer mensen aan het sporten krijgen.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

De voorzitter: Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het ontwerp van decreet. (Zie Parl. St. Vl. Parl. 2007-08, nr. 1541/1).

De artikelen 1 tot en met 16 worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het ontwerp van decreet houden.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.