U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 12 maart 2008, 14.02u

Actuele vraag van de heer Filip Dewinter tot de heer Marino Keulen, Vlaams minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering, over het toezicht op het personeel van de vzw¿s uit de integratiesector
De voorzitter

De heer Dewinter heeft het woord.

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, stellen dat er een probleem is met het toezicht van de overheid op de ontelbare vzw's die zich bezighouden met onthaal, diversiteit en integratie, is een open deur intrappen.

Af en toe klapt er wel eens iemand uit de biecht, en zeker als dat gebeurt door een partijbestuurslid van sp.a maakt dat ophef. Vandaag lezen we in Knack het verhaal van die man, onder de titel 'Ooit wordt hier de sharia ingevoerd'. Hij heeft als onthaalwerker gewerkt bij het Antwerpse provinciale onthaal- en diversiteitsbureau Prisma, en was daarna straathoekwerker in Boom, Mechelen en ook elders. Wat hij vertelt, is ophefmakend: "De integratiesector is geïnfiltreerd door moslimfundamentalisten" en "Ik zal het maar eens scherp stellen. Ik zie dat veel van die zogenaamde leidinggevende integratiewerkers Arabieren zijn en geen Berbers. En dat zij geïnfiltreerd zijn in de integratiesector om allochtonen een bepaalde boodschap mee te geven. Als het er al zo toegaat in Boom, hoe is het dan gesteld in gemeenten als Sint-Jans-Molenbeek? Hoe wil je in godsnaam dat jonge allochtonen hier kansen grijpen als ze bevestigd worden in hun slachtofferrol en gehersenspoeld worden met fundamentalistische prietpraat?"

Nu, mijnheer de minister, dit is niet het enige verhaal. Ik citeer Marij Uijt den Bogaard, integratiewerkster in Antwerpen, die de laan werd uitgestuurd toen ze soortgelijke rapporten opstelde voor de overheid. Dat past niet in het multiculturele plaatje. Dergelijke verhalen worden liefst zo snel en vakkundig mogelijk onder de mat geveegd. Dat zal bij dit verhaal ook wel weer het geval zijn.

Mijnheer de minister, u hebt de sector niet onder controle. U bent een roepende in de woestijn, een kamergeleerde, die hier in het parlement spreekt van waarden en normen. Hoe past u dat toe met allerlei vzw's waar u geen enkele greep op hebt? Hoe handhaaft u dit soort zaken in het concrete beleid? Niet hier, maar op het terrein waar het moet gebeuren. Dat gebeurt dus niet, en meer nog, we krijgen een infiltratie van fundamentalisten en anderen die blijkbaar de weg hebben gevonden naar de brede subsidiepot.

U zegt nu naar aanleiding van dit interview, ook in kranteninterviews en elders in de media, dat u alle integratiewerkers cursussen zult aanbieden over waarden en normen. Het antwoord komt al van de betrokkenen zelf, die stellen dat cursussen geen enkele zin hebben. Deze heerschappen kennen de waarden en normen beter dan wij. De vraag is niet of ze ze wel kennen, de vraag is of ze deze waarden willen overdragen en in de praktijk toepassen, en dat gebeurt niet. Er zal wel wat meer moeten gebeuren dan het geven van de onvermijdelijke cursussen om ervoor te zorgen dat uw beleid ook in de praktijk op het terrein wordt vertaald.

Ik denk dus dat men komaf moet maken met de hele sector van vzw's en aanverwanten waar geitenwollensokkendragers en halfzachten allerhande de dienst uitmaken, die traditioneel in de progressieve hoek moeten worden gesitueerd en helemaal niet van plan zijn uw beleid uit te voeren. Ze schuiven vanuit een multiculturele gedrevenheid de problemen onder de mat en laten dergelijke zaken toe omdat ze blind en doof blijven voor de echte problemen. De sector marcheert niet om uw beleid in de praktijk te brengen.

Een andere structuur is noodzakelijk en zou nuttig zijn. Maar als u toch voortwerkt met deze structuren, hoe kunt u dan deze integratiewerkers tot iets verplichten? Het zijn immers geen ambtenaren, maar medewerkers van vzw's die ruim worden gesubsidieerd. Hoe verplicht u ze om uw beleid in de praktijk te brengen? Met een cursus? Nee, zeker niet. Er zal meer moeten gebeuren. Misschien een soort van eed zweren? De vraag is of dergelijke zaken wel zin hebben. Het heeft wel zin om deze mensen te screenen voor ze als straathoekwerker, buurtwerker of sociale assistent worden ingezet. Daar dring ik op aan, en ik hoop en ben ervan overtuigd dat u de problemen inziet en er zeer snel werk van zult maken. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

Minister Keulen heeft het woord.

Mevrouw de voorzitter, mijnheer Dewinter, op de eerste plaats dank ik u voor uw vraag op basis van het artikel dat in Knack is verschenen. Ik heb het samen met u en nog andere collega's vandaag gelezen. Het is een artikel waarin een mikmak wordt gemaakt van drie zaken. Het gaat aan de ene kant over de inburgeringsector, aan de andere kant over de integratiesector en daarnaast nog over een aantal privéorganisaties, vzw's en zo meer die van niemand subsidies krijgen, ook niet van ons en gewoon op een en dezelfde hoop worden gegooid.

Wat betreft de inburgering of het aanpakken van nieuwkomers die hier in de Vlaamse samenleving terechtkomen, hebben we op korte tijd heel opmerkelijk werk gepresteerd dankzij de sector, het beleid en de doelgroep. Het is het verhaal van rechten en plichten, van mensen kansen geven en ze tegelijk ook responsabiliseren en aanspreken om deze kansen te grijpen.

Daar bestaat vandaag een breed draagvlak voor in de politiek, maar ook bij de doelgroep zelf. De idee van de verplichte inburgering stelt niemand nog in vraag, en zeker niet de betrokkenen zelf, want ze zien er kansen in, een mogelijkheid tot emancipatie. Ze willen de taal aanleren, weten hoe de samenleving in elkaar zit, waaraan ze zich hier moeten houden of een opleiding volgen bij de VDAB.

In 2004 waren er bijna geen mensen die de inburgeringscursus volgden, in 2006 hebben 7000 mensen verplicht ingeburgerd. Voor 2007 waren er al 12.000 mensen en in 2009 zullen het er 24.000 per jaar zijn. Het loopt goed en er is een behoeftedekkend aanbod. Maar vooral, de betrokkenen, die verplicht zijn in te burgeren, doen massaal spontaan mee. Ze zien er het positieve van in.

Inburgering wordt hier verweven met integratie en het werk van privéorganisaties. Over een paar weken leg ik een nota voor aan de Vlaamse Regering over het handboek voor maatschappelijk oriëntatie (MO). Maatschappelijke oriëntatie staat een beetje in de schaduw als het gaat over inburgering. Iedereen vindt het aanleren van de taal fantastisch. Iedereen vindt het geweldig dat mensen opleidingen volgen bij de VDAB zodat ze een kans maken op de arbeidsmarkt. Maar MO gebeurt een beetje in de schaduw terwijl ik het heel cruciaal vind.

Die mensen komen uit alle hoeken van de wereld. In een cursus MO leren ze hoe onze samenleving georganiseerd is, leren ze de regels van de rechtsstaat maar ook een aantal basisbeginselen waarop we nooit een millimeter zullen toegeven, zoals de gelijkwaardigheid van man en vrouw, de scheiding van religie en overheid, de vrijheid van meningsuiting. Dat zijn voor ons kardinale principes waarop we nooit zullen terugkomen. Sommigen zeggen dat hier ooit de sharia zal heersen, maar daar zal ik me met hand en tand tegen verzetten. Ik heb de indruk dat vele nieuwe Vlamingen dat ook doen net omdat ze beseffen dat de regels van de rechtsstaat en de basisprincipes, diversiteit mogelijk maken. Diversiteit en multiculturaliteit kunnen maar bestaan als er een aantal basisregels door iedereen worden toegepast. Het beleid geeft alleen maar dat signaal.

In de loop van het najaar wordt aan het parlement een nieuw decreet voor de integratiesector voorgelegd. Ik heb er vorige week een aantal vragen over gekregen in de commissie voor Inburgering. Die sector werd doorgelicht door de inspectie van Financiën, die niet de reputatie heeft om licht over iets heen te gaan. De inspectie was positief over de integratiesector. Via convenanten en meerjarenplannen is er een binding met de sector. De sector krijgt ook maar geld in de mate dat de engagementen waartoe men zich wettelijke en contractueel heeft verbonden via de convenanten en meerjarenplannen, resultaten opleveren. Het principe 'voor wat hoort wat' bestaat daar dus ook.

Er zijn ook nog privéorganisaties op het terrein actief. Ze krijgen geen subsidies, en dus weet ik daar ook niets over. U vraagt of ze niet een aantal wetten en basisprincipes van dit land in gevaar brengen of schenden. Politie en justitie moeten natuurlijk hun werk doen. Iedereen heeft zijn rol en zijn verantwoordelijkheid. In een rechtsstaat werkt het gerecht volkomen onafhankelijk. Herinner u het terreuralarm rond de jaarwisseling. Het geeft aan dat het parket, de politie en het gerecht op een ernstige manier met hun werk bezig zijn. Dat staat los van de inspanningen die bij ons gebeuren.

Als u zou weten dat er in de sector die Vlaams belastinggeld krijgt, dingen zouden gebeuren die de principes van de rechtsstaat schenden, dan mag u mij dat meteen melden en zal ik politie en gerecht inschakelen.

U mag dat ook zelf direct aan parket en politie melden en vragen om daartegen op te treden. Het is wel gevaarlijk dat we een sfeer creëren waarbij alles als halfzacht, en dan in de pejoratieve betekenis, wordt afgeschilderd.

In de periode dat Parijs in brand stond en er op rustige nachten 5000 of 6000 wagens brandden, maakten wij dat gelukkig niet mee. Toen zei iedereen dat het misschien toch goed is dat we die straathoekwerkers hebben. Zij staan kort bij dat publiek, kennen de mensen en kunnen hen op hun verantwoordelijkheid wijzen. Als men praat over de samenleving, over respect voor regels en het handhaven van de rechtsstaat - en dat is wat mij op de eerste plaats bekommert - heeft iedereen zijn plaats en zijn taak.

We hebben duidelijke regels en we handhaven die ook.

Mijnheer de minister, uw discours ken ik. U herhaalt het als een soort mantra bijna wekelijks. Het is niet de vraag om dat nog eens te herhalen, tot we allemaal geïndoctrineerd zijn, maar ik wil te weten komen hoe u dat discours laat toepassen in de praktijk op het terrein.

Nu zijn er allerlei verhalen van allerlei mensen. Ik lees dat Tarik Fraihi hetzelfde vertelt, evenals Marijke Bogaert, integratiewerkster en verantwoordelijke voor die werking in het district Berchem van de stad Antwerpen. Nu is er weer iemand die een boekje opendoet over zijn ervaringen. Het gaat niet alleen over privé-vzw's, maar ik lees hier ook verhalen over het Provinciaal Integratiecentrum voor Culturele Minderheden Antwerpen, afgekort Prisma. Dat is een niet-onbelangrijke instelling. Ze wordt betoelaagd a rato van 1.149.000 euro, alleen al voor het diversiteitsbeleid, en nog een paar andere miljoenen euro's voor het onthaalbeleid. Daar werken twintig gesubsidieerde medewerkers. Ook daarover lees ik allerlei verhalen, waarbij de betrokkene zegt dat in de praktijk de integratiewerkers van Prisma niet de moeite doen om het democratisch bestel uit te leggen aan nieuwkomers. Dat gebeurt niet, want de medewerkers zijn bang om mensen voor het hoofd te stoten. Als het ramadan is, moet betrokkene met zijn boterhammen in een aparte zaal gaan zitten, om de allochtone medewerkers niet te choqueren. Mijnheer de minister, hier gebeurt net het omgekeerde van wat u hier altijd met verve belijdt.

Mijnheer de minister, hoe past u die heilige principes, waar ik het ten dele mee eens ben, toe? Ik ben blij dat u hier komt zeggen dat de sharia er nooit komt in ons land. Perfect, maar hoe past u dat toe? Op het terrein is er een belangrijk deel van de integratiewerkers dat met uw centen uiteindelijk net het omgekeerde discours bepleit. Dan schort er toch iets. Als de minister wit zegt, en op het terrein wordt het zwart, is er een probleem.

Mijnheer de minister, welke maatregelen zult u nemen om ervoor te zorgen dat al die gesubsidieerde medewerkers uw discours ook vertalen op het terrein? In de krant zegt u dat u een cursus zult organiseren voor alle integratiewerkers. Ik wil meer dan dat. Die mensen moeten gescreend worden, we moeten weten met wie we te maken hebben en wie we dit soort dingen laten doen. Dit trekt een bepaalde groep aan, die natuurlijk ook wel weet waar ze mee bezig is en wat ze wil. Ze profiteert handig van de middelen die ter beschikking zijn en infiltreert als een soort paard van Troje, om dan haar ding te doen.

Screening moet er zijn. Er moeten cursussen zijn, maar er moet ook de finaliteit zijn dat men zich daartoe verbindt, niet alleen om de wetenschap in zich op te nemen, maar ook om dat in de praktijk te brengen. Als men dat niet doet, gaat men eruit. Het toedekken met de multiculturele mantel der liefde van alle problemen die er zijn en zeggen dat het een bric-à-bracartikel is en dat het nergens op slaat, hoor ik iedere keer. Er zijn ondertussen te veel getuigenissen van de schaarse mensen die durven getuigen, want het vraagt moed om dat te doen. Er zijn te veel getuigenissen die op hetzelfde wijzen, om deze mensen - die absoluut niet in mijn kamp thuishoren - niet te geloven.

De voorzitter

Mevrouw Dua heeft het woord.

Vera Dua

Mijnheer de minister, u hebt vanuit uw ambt het goede antwoord gegeven en u kunt de nodige antwoorden geven als bepaalde zaken niet goed gaan.

Ik wil reageren op de heer Dewinter omdat hij op de hem eigen populistische en ongenuanceerde manier een hele groep mensen over één kam scheert. Ik kan alleen maar zeggen dat ik veel contacten heb in het middenveld met mensen die bezig zijn met zowel inburgering als integratie en met mensen die zich vrijwillig inzetten. Ik wil me aansluiten bij de woorden van de minister dat heel wat mensen ongelooflijk veel goede energie steken in die problematiek, en dat we blij mogen zijn dat er zoveel engagement bestaat in deze sector.

Iedereen moet zijn taak en zijn verantwoordelijkheid opnemen. Ik doe dat als minister van Inburgering. Ik doe het zielsgraag, met volle overtuiging en met de moed van mijn overtuiging.

Als er één sector echt het verschil maakt in de kwaliteit van het samenleven, is het wel het departement Inburgering. Daar zit je in het kloppend hart van de samenleving. Daarnaast is er de federale minister die verantwoordelijk is voor Binnenlandse Zaken, en dan hebben we het over de politie en de ordediensten, alsook mijn federale collega die bevoegd is voor Justitie, en dan hebben we het over de parketten en het gerecht. In dit land brengen we het er al bij al niet slecht van af, als ik het vergelijk met de soms gespannen en gepolariseerde situaties in bijvoorbeeld Nederland of Frankrijk, hoewel ik weet dat het niet zo gepast is om op een tribune een vergelijking te maken met het buitenland. Is het bij ons ideaal? Neen. Is het voor verbetering vatbaar? Ja.

Mijnheer Dewinter, u zegt dat we niet alles verdacht moeten maken, maar daarna praat u een kwartier iedereen aan de galg, ook mensen die het goed menen en zich dagelijks inzetten voor de kwaliteit van de samenleving, die ervoor zorgen dat de diversiteit, die onomkeerbaar is, leefbaar is voor iedereen, voor oude Vlamingen en voor nieuwe Vlamingen. De inspanningen die de sector, het beleid en het doelpubliek leveren, brengen meer zoden aan de dijk dan degenen die alleen maar aanklagen en teren op problemen die er gelukkig maar in heel beperkte mate zijn. De problemen die er zijn, moeten we aanpakken, zonder taboes. Je lost problemen niet op door iedereen over een beschuldigende kam te scheren.

Mijnheer de minister, u laat weer eens een open kans liggen om te doen wat u moet doen. Dat is niet de boodschapper executeren, maar luisteren naar de boodschap. Hier ben ik het niet eens de boodschapper: de boodschapper is iemand die uit de sector komt, die partijbestuurslid was van sp.a en een aantal dingen aanklaagt. Ik doe dat samen met die man. Dan komt u af met: teren op problemen, populisme enzovoort.

Ik begrijp het niet goed. Ik probeer u alleen maar te helpen, want ik ben van mening dat een deel van uw discours ook mijn discours is. Ik vraag me af hoe we dat handhaven op het terrein als we dergelijke verhalen lezen. Permitteer me toch om kritisch te zijn. We geven per jaar 93 miljoen euro uit aan allerlei projecten en vzw's, waar allerlei mensen gesubsidieerd worden, en waar we blijkbaar weinig vat op hebben.

Aan die subsidies zijn duidelijke voorwaarden gekoppeld.

Mijnheer de minister, het gaat over 93 miljoen euro: 75 miljoen euro voor de onthaalbureaus, 13,5 miljoen euro voor de integratiebureaus en nog 5 miljoen euro voor de managers van diversiteit. Als ik dergelijke verhalen lees, ben ik verontrust, zeker in een land - en dat zal dan ook wel weer demagogie zijn zeker - waar ik het boek lees 'Brussel: Eurabia' van een linkse Nederlandse onderzoeksjournalist die een jaar in het milieu is ondergedoken; zeker in een land waar de overheid, zij het de federale, erin slaagt om van een terrorist die zes mensen heeft gedood in ons land, een informant van de staatsveiligheid te maken.

Laat me toe dat ik soms twijfel aan de efficiëntie van de overheid ter zake en van de kennis die de overheid heeft van de mensen die op het terrein dit soort beleid in de praktijk moeten omzetten, zeker als ik dergelijke getuigenissen lees, van - ik herhaal - een notoir socialist. Wat kan iemand meer autoriteit en geloofwaardigheid geven dan lid te zijn geweest van het partijbureau, het sanhedrin, de sovjet van sp.a?

Dan zegt men dat hij een zeveraar is, dat het gaat over een bric-à-bracartikel, dat het weer allemaal gelogen is.

Het is natuurlijk inderdaad gezever als u de situatie met Belliraj gaat gebruiken om het proces te maken van de inburgerings- en integratiesector. Dat is de illustratie bij uitstek van kwade wil van uw zijde. (Applaus bij de meerderheid)

Mijnheer de minister, ik heb concrete maatregelen gevraagd. Screent u ze? Er komt geen antwoord. Zult u ze screenen? Er komt geen antwoord. Zult u cursussen geven of niet? U geeft een heel verhaal over waarden en normen, maar geen antwoord. Indien blijkt dat die mensen hun werk niet doen en op het terrein het omgekeerde bepleiten van wat u wilt, zult u hen dan ook bestraffen? Er komt opnieuw geen antwoord. Ik heb geen boodschap aan het ideologische traktaat dat u hier telkens debiteert om applaus te krijgen. Ik heb een boodschap aan concrete antwoorden, en die heb ik vandaag ook niet gekregen. Het zij zo. Iedereen kan de getuigenis van deze man nalezen, maar u hebt daar geen boodschap aan. (Applaus bij het Vlaams Belang)

U praat daarover. Wij handhaven de rechtsstaat en zorgen er uiteindelijk voor dat het recht zegeviert.

De voorzitter

Het incident is gesloten.

Actuele vraag van de heer Johan Sauwens tot de heer Geert Bourgeois, Vlaams minister van Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme, over de dreigende onrust bij de diensten van de Vlaamse overheid na het afspringen van de onderhandelingen voor een nieuw sectoraal akkoord
Actuele vraag van de heer Jan Verfaillie tot de heer Marino Keulen, Vlaams minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering, over de mogelijkheid om elektronisch te stemmen bij de verkiezingen in 2009 en de noodzakelijke ontwikkeling van een nieuw systeem

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.