U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 5 maart 2008, 14.03u

van Patrick Lachaert, Karlos Callens, Erik Matthijs, Jan Peumans, Bart Martens en Jos Bex
1504 (2007-2008) nr. 1
De voorzitter

Bespreking

Dames en heren, de bespreking is geopend.

Mevrouw Rombouts, verslaggever, heeft het woord voor een mondeling verslag.

Voorzitter, collega's, na de stemming van dit voorstel van resolutie vorige week donderdag, heeft de commissie voor Leefmilieu beslist om mij mondeling verslag te laten uitbrengen over de bespreking ervan. Door die werkwijze kan sneller een signaal worden gegeven aan de Vlaamse Regering over de wijze waarop het beleid inzake de sanering van afvalwater verder moet worden uitgewerkt. Er beweegt momenteel immers heel wat, zowel op het terrein als op het beleidsvlak, en het is belangrijk dat het Vlaams Parlement met deze resolutie kort op de bal kan spelen.

Het voorstel van resolutie vloeit voort uit een reeks gedachtewisselingen en hoorzittingen die de commissie voor Leefmilieu organiseerde van november 2007 tot januari 2008 en waarin diverse belangrijke actoren van de watersector werden gehoord. Over deze hoorzittingen wordt verslag uitgebracht in het parlementair stuk 1537/1 van dit zittingsjaar.

Na deze gedachtewisselingen concludeerde de meerderheid al snel dat het technisch en financieel onmogelijk is om alle afvalwater tegen 2015 te saneren. Om een correcte planning te kunnen opmaken, is het volgens de indieners wenselijk een realistisch tijdschema aan te houden en de werkzaamheden ter uitvoering van de Europese richtlijn Stedelijk Afvalwater en de kaderrichtlijn Water te spreiden over een ruimere periode.

Wat de inhoud betreft, heeft de heer Matthijs het voorstel van resolutie van de meerderheidsfracties, dat oorspronkelijk zestien vragen aan de Vlaamse Regering bevatte, toegelicht in de commissie. Ik zal me hier beperken tot een korte samenvatting van de aanbevelingen.

Gelet op de hoge kosten en de praktische haalbaarheid vragen de indieners om snel duidelijkheid te verschaffen over de exacte invulling van de Europese richtlijnen en op basis daarvan, in voorkomend geval, een uitzonderingstermijn voor het Vlaamse Gewest aan te vragen.

Een belangrijke aanbeveling, misschien wel de belangrijkste, is dat de indieners inzake de gemeentelijke saneringsplicht een zo identiek mogelijke financiële behandeling vragen van alle burgers ongeacht de wijze van saneren: door een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI), door een kleinschalige waterzuiveringsinstallatie (KWZI) of door individuele behandeling van afvalwater (IBA). Dezelfde vraag geldt voor bedrijven die niet milieuvergunningsplichtig zijn en 'met huishoudelijk afvalwater gelijkgesteld afvalwater' lozen.

Wat de burgers betreft, kan dit onder meer gebeuren door de plaatsing en exploitatie van de IBA's te incorporeren in de saneringsplicht van de drinkwatermaatschappijen en door de IBA-plichtigen via de eengemaakte waterfactuur een bijdrage te laten betalen die overeenkomt met de bijdrage betaald door de rioollozers.

Een andere in het oog springende aanbeveling is de vraag om het overnamepunt van de gewestelijke en gemeentelijke saneringsplicht voor elk project te wijzigen met inachtneming van het meest economische en meest ecologische rendement. De bedoeling is de gemeentelijke saneringsplicht met ongeveer 25 percent te verminderen. Dit betekent aanzienlijk minder financiële lasten voor de gemeenten en, zo hopen de indieners, een vluggere realisatie van de Europese doelstellingen. De nv Aquafin zou derhalve de opdracht krijgen om ongeveer 25 percent van de overgenomen gemeentelijke saneringsplicht conform de huidige beheersovereenkomst uit te voeren.

Verder wordt gevraagd om nu zo snel mogelijk tot gebiedsdekkende uitvoeringsplannen te komen en de lokale actoren zo veel mogelijk financieel en administratief te ondersteunen in de realisatie daarvan. Nog andere aanbevelingen betreffen een financiële doorlichting en een handhavingskader voor de uitvoering van de gemeentelijke saneringsplicht.

Er worden inspanningen gevraagd voor de maximale afkoppeling en het hergebruik van hemelwater. Dit kan door een betere invulling van de openbaredienstverplichting van de drinkwatermaatschappijen, de invoering van een eventuele regulerende en vermijdbare heffing op verharde oppervlakken (die niet van het riool zijn afgekoppeld) en een betere handhaving van de afkoppelingsplicht.

Het decretaal bepaalde toezicht op de watermaatschappijen moet worden ingevuld en een benchmark van hun kostenefficiëntie moet worden uitgevoerd. Wat de verschillende taken van Aquafin betreft, moeten rechter-en-partijsituaties worden vermeden.

Ik zal nu kort ingaan op enkele discussiepunten in de commissie. De heer Daems ziet goede en minder goede punten in het voorstel van resolutie. Het lid heeft vragen bij de aanbeveling dat de gelijke behandeling van burgers wat de saneringsplicht betreft, ook zou gelden voor bedrijven die 'met huishoudelijk afvalwater vergelijkbaar afvalwater' lozen. De heer Daems betwijfelt of dit rechtvaardig is en conform het Europese beginsel van de kostenterugwinning.

De aanbeveling over het vragen van uitzonderingstermijnen op de Europese doelstellingen die in 2015 moeten worden bereikt, is volgens de heer Daems voorbarig. Er is volgens het lid bovendien geen uitzondering mogelijk voor de maatregelen die vallen onder de Europese richtlijn Stedelijk Afvalwater. Wat de kaderrichtlijn Water betreft, moet een uitzondering per waterlichaam worden aangevraagd. Daartoe ontbreken echter nog maatregelenprogramma's en een economische analyse. Het lid vraagt zich verder af of een uitzondering vragen wel raadzaam is wanneer nog een procedure van ingebrekestelling voor niet-naleving van de richtlijn Stedelijk Afvalwater loopt.

De heer Daems heeft begrip voor de financiële motieven voor het verschuiven van het overnamepunt tussen gemeentelijke en gewestelijke taken, maar vraagt zich af of die maatregel de waterkwaliteit wel ten goede zal komen. Heel wat RWZI's zijn nu al hydraulisch overbelast en sommige overstorten treden te veel in werking. Het lid vraagt of er andere dan financiële gronden zijn om het takenpakket van Aquafin uit te breiden. Waarom vragen de indieners niet meer middelen voor de gemeenten in functie van hun prestaties en meer stimulansen om de afkoppeling en infiltratie op privaat terrein te realiseren? Is daar geen grotere milieuwinst te verwachten?

De voorgestelde aanpak is nog steeds een aanpak van de monding naar de bron. De heer Daems vindt ook dat onvoldoende wordt aangedrongen op meer transparantie vanwege Aquafin, dat nu zijn levensduur aanzienlijk verlengd ziet.

Het lid vraagt dat eerst een onafhankelijk onderzoek zou worden verricht naar het meest wenselijke scenario voor de toekomstige waterzuivering in Vlaanderen. In afwachting van de resultaten van dat onderzoek moet de beheersovereenkomst van Aquafin worden gewijzigd door de opname van economische en ecologische resultaatsverbintenissen. De heer Daems vraagt zich ook af of de Vlaamse Milieumaatschappij in haar huidige vorm de taken van economische en ecologische regulator wel aankan.

De indieners van het voorstel van resolutie hebben in de commissie al geantwoord op de voornaamste bezwaren van de heer Daems, maar ik neem aan dat er nog meningsverschillen blijven bestaan.

De heer Martens antwoordde op de opmerkingen over de bedrijven dat de filosofie van het afvalstoffenbeleid met de notie 'met huishoudelijk afval vergelijkbaar bedrijfsafval' naar het afvalwaterbeleid wordt doorgetrokken. Het gaat om een gelijke behandeling van kleinere bedrijven die niet milieuvergunningsplichtig zijn en geen individuele saneringsplicht kregen opgelegd. De heer Matthijs geeft kantoorgebouwen als voorbeeld.

De heer Martens benadrukt ook namens de indieners dat het vanzelfsprekend is dat het verzoek om uitzonderingstermijnen toe te kennen, in voorkomend geval zal worden ingediend met inachtneming van alle Europese bepalingen ter zake. In de eerste aanbeveling wordt daarom al aangedrongen op het uitwerken van investeringsplannen om een economische analyse te kunnen maken. De dossiers moeten in eerste instantie grondig worden voorbereid om zicht te krijgen op de juiste investeringsopgave.

Wat het kostenaspect betreft, dringt het voorstel van resolutie aan op het invullen van het decretaal bepaalde toezicht op de drinkwatermaatschappijen en een benchmarking van de kosten voor het leveren van drinkwater en het vervullen van de saneringsplicht.

De heer Lachaert pleit voor een pragmatische benadering van het overnamepunt. Naast de financiële overwegingen is het volgens de heer Lachaert vooral een technische discussie. Aquafin heeft een zeer grote operationele knowhow verworven en kan in veel gevallen beter werk leveren dan de gemeenten. Over het algemeen zijn de RWZI's volgens het lid nog onderbenut. Het is logisch dat eerst zoveel mogelijk gezinnen op de collectoren worden aangesloten omdat daarmee de grootste milieuwinst kan worden geboekt. In het buitengebied kan de nadruk worden gelegd op afkoppeling. Het uitgangspunt is dat er een snellere uitvoering komt die voor iedereen betaalbaar is.

De heer Martens stelt dat door het uitbreiden van het werkingsgebied van Aquafin dit bedrijf nu zelf de hydraulische overbelasting kan aanpakken en parasitaire debieten kan afkoppelen. Aquafin kan niet langer de verantwoordelijkheid doorschuiven naar de gemeenten, en de gemeenten zelf krijgen meer ruimte om te investeren in het gemeentelijke niveau. Het lid benadrukt verder dat het vastleggen van het overnamepunt volgens de indieners moet gebeuren met inachtneming van het meest economische en meest ecologische rendement.

Wat de transparantie van Aquafin betreft, laten de indieners nog opmerken dat het bedrijf nu in handen is van het Vlaamse Gewest. In het voorstel van resolutie wordt aangedrongen op het onderscheiden van de decretaal opgelegde en de commerciële taak van Aquafin en het vermijden van rechter-en-partijsituaties. De heer Lachaert stelt dat aan dat laatste in de praktijk al gevolg werd gegeven.

Mevrouw Van den Eynde staat positief tegenover het verzoek om de uitvoeringstermijn te verlengen en de poging om het prijskaartje van het geheel te berekenen. Positief is ook dat een flink deel van de lasten van de gemeenten naar het Vlaamse Gewest worden doorgeschoven. Een stapsgewijze aanpak is belangrijk zolang er geen duidelijk zicht is op de Best Beschikbare Technologie voor individuele zuivering. De fractie van mevrouw Van den Eynde zal in de commissie het voorstel van resolutie steunen omdat een gelijke behandeling wordt gevraagd van burgers die individueel moeten zuiveren en burgers die op riool lozen. De indieners streven ernaar dat de IBA-plichtigen dezelfde factuur moeten betalen als de rioollozers, en daar staat het Vlaams Belang achter.

De heer Bex wijst erop dat ongeveer een vierde van de berekende kosten van de gemeentelijke saneringsplicht, 6,9 miljard euro, door het gewest zal worden overgenomen. De rest zal nog altijd door de gemeenten moeten worden betaald. De burgers mogen zich dus nog aan een grote waterfactuur verwachten.

Zelf heb ik in de commissie al gezegd dat het voorstel van resolutie belangrijke stappen voorwaarts zet in de sanering van het afvalwater. Ik accentueerde vier punten. De aandacht voor realistische uitvoeringstermijnen is belangrijk. De gemeenten zijn nu hun planning aan het opmaken. Het is dus belangrijk dat hen tijdig een correct tijdsperspectief wordt geboden.

Een tweede belangrijke punt is dat alle burgers en gemeenten gelijk worden behandeld. Er wordt gevraagd om rekening te houden met de investeringen die al werden gedaan. Daarnaast vroeg ik nog eens expliciet de aandacht voor meer landelijke gemeenten die momenteel vaak met resterende kleinere vuilvrachten zitten. De soorten investering zullen misschien wel anders zijn, aangezien we ook verstandig moeten omgaan met het feit dat misschien niet de laatste, maar vooral de vuilste druppel moet worden gezuiverd. Die gemeenten mogen niet achteraan op de lijst verdwijnen.

Als derde punt is de ondersteuning voor de gemeente erg belangrijk en geeft het verschuiven van het overnamepunt meer ademruimte. Er wordt aan getwijfeld of Aquafin zijn taak goed zal invullen. Het is onze verantwoordelijkheid om erop toe te zien dat Aquafin zijn opdracht goed en correct uitvoert.

Ten slotte waardeer ik ook de aandacht die in het voorstel van resolutie gaat naar het afkoppelingsbeleid. Door de bespreking van de zoneringsplannen in de verschillende gemeenten had ik de indruk dat dit naar de achtergrond dreigde te verschuiven.

Een kritische bedenking is wel dat de discussies in de hoorzitting veel ruimer gestart zijn dan enkel over afvalwaterzuivering. In de resolutie is zo bijvoorbeeld de aanbeveling van de SERV over de kostenanalyse en kostenterugwinning van de gehele watersector niet meer terug te vinden. Dit leek me een gemiste kans, aangezien ik en enkele andere leden van de commissie tijdens de hoorzitting de mening van de SERV zeker deelden. Dit is intussen rechtgezet middels een amendement. Dat is nu het achttiende punt van het voorstel van resolutie.

Zo komen we bij de amendementen die in de commissie werden besproken. De heer Daems diende negen amendementen in, die u kunt raadplegen in parlementair stuk 1504/2. Zoals al uit de discussie bleek, was er in de commissie geen steun voor de amendementen van de heer Daems over het schrappen van punt 2 van het laatste streepje over het vragen van uitzonderingstermijnen en het vervangen van punt 6 over het verschuiven van het overnamepunt. Ook op andere amendementen werd niet ingegaan, omdat de meerderheidsfracties van mening zijn dat de tekst al voldoende duidelijk is.

De amendementen van de heer Daems met de nummers 5, 6, 7 en 9 werden wel unaniem aangenomen. In punt 14 wordt nu gesteld dat concrete voorstellen moeten worden uitgewerkt om de kosten voor de zuivering van afvalwater te internaliseren. Die internalisering is een principe waarop de heer Bex vaak hamerde in de commissie en dat ook tijdens de hoorzittingen geregeld ter sprake kwam.

Door de aangenomen amendementen worden ook drie nieuwe aanbevelingen opgenomen. Zo wordt in het nieuwe punt 15, na hernummering, gevraagd om het ecologische en economische toezicht op de drinkwatermaatschappijen, Aquafin en de gemeentelijke rioolbeheerders verder te ontwikkelen en te versterken. Er moet worden nagegaan of er synergie mogelijk is met de toezichthouders en regulatoren voor andere nutsvoorzieningen.

In het nieuwe punt 18 wordt de Vlaamse Regering gevraagd een evaluatie te maken van de huidige financieringsinstrumenten in het licht van de verplichtingen en doelstellingen uit de kaderrichtlijn Water en richtlijn Stedelijk Afvalwater. Op basis daarvan moeten voorstellen worden ontwikkeld die resulteren in een planmatige, doordachte en transparante prijszetting en kostenstructuur voor de komende jaren. In punt 19 wordt aan de regering gevraagd om een objectief beoordelingskader te ontwikkelen voor het al dan niet aanleggen van gescheiden rioleringssystemen.

Tot slot wil ik nog even vermelden dat in de tekst, aangenomen door de commissie, nog een technische correctie werd aangebracht in punt 2 van het eerste streepje. De correctie betreft enkel de datum van de hoorzitting en de lijst van gehoorden. Het gewijzigde voorstel van resolutie werd in de commissie, met tien stemmen voor, unaniem aangenomen. (Applaus)

De voorzitter

Mevrouw Van den Eynde heeft het woord.

Marleen Van den Eynde

Mevrouw de voorzitter, collega's, het is hier al meermaals gezegd, maar het is nu eenmaal een feit dat de Europese regelgeving meer dan ooit een belangrijke factor is geworden in vele beleidsdomeinen in Vlaanderen, en zeker wat betreft Leefmilieu. Zo heeft ook de Europese kaderrichtlijn Water en de richtlijn Stedelijk Afvalwater ertoe geleid dat de Europese lidstaten, maar ook Vlaanderen, hun afvalwaterzuiveringsbeleid grondig zullen moeten bijsturen om aan de verplichtingen van de richtlijn te voldoen. Dat houdt in dat we tegen 2015 een goede oppervlaktewatertoestand en een goede grondwatertoestand moeten bereiken in onze Vlaamse waterlopen.

Dit is voor Vlaanderen een bijzonder zware opdracht. Door het ruimtelijkeordeningsbeleid of -wanbeleid, noem het zoals u wilt, is ons Vlaamse landschap enorm versnipperd, waardoor in een landelijk gebied een woning niet altijd kon worden aangesloten op het rioleringsstelsel. Bijgevolg wordt het huishoudelijke afvalwater geloosd in de naburige waterlopen, met alle gevolgen van dien voor de waterkwaliteit van de waterloop.

In de discussie over het tekort aan riolering in bepaalde gebieden stellen we vast dat in het verleden vele gemeentebesturen niet altijd even graag investeerden in ondergrondse projecten, omdat een mooi sportcentrum, prachtige speeltuinen of straten veel beter oogden en electoraal ook beter uitkwamen. Gelukkig is daar de laatste jaren een kentering in gekomen, en hebben vele gemeentebesturen begrepen dat er inspanningen nodig zijn om ons milieu te beschermen. Het talmende beleid heeft er in elk geval toe geleid dat er in vele gemeenten nog een grondige inhaalbeweging moet gebeuren.

De termijn waarbinnen Vlaanderen moet voldoen aan de Europese richtlijn komt met rasse schreden dichterbij. Vandaag rest ons nog een zevental jaren om een goed zuiveringsresultaat te krijgen. Er is dus nog veel werk aan de winkel, want in dit dossier is niet alleen door een aantal gemeentebesturen maar ook door de voormalige groene ministers te lang getalmd en zijn er vele kostbare jaren verloren gegaan.

We erkennen dat er de laatste jaren vooruitgang is geboekt. De zoneringsplannen werden verder uitgewerkt onder leiding van de VLM. Door deze zoneringsplannen werd uiteindelijk duidelijk welke woningen voorzien moeten worden van een individuele waterzuivering en welke woningen in de toekomst nog kunnen aansluiten op het rioleringsstelsel.

Na het plannen komt de periode van uitvoeren. Daar bestaat binnen de beleidsbrief 2008 nog heel wat onduidelijkheid over. Zo blijft de minister in de beleidsbrief heel vaag over het financiële luik, meer bepaald over de financiering van de IBA's.

De VVSG was echter wel duidelijk. Zij stelde voor dat de gemeentebesturen de IBA's zouden aankopen en onderhouden om zo het gelijkheidsbeginsel niet te overtreden. Volgens de VVSG betaalt een afgelegen woning evenveel voor een huisvuilzak als een woning in het centrum. Deze lijn moet ook doorgetrokken worden voor de afvoer en sanering van huishoudelijk afvalwater.

De overgrote meerderheid van de gemeenten zag dit voorstel van de VVSG niet zitten wegens financieel onhaalbaar. En zo werd de hete aardappel of met andere woorden de financiële last voor de aanleg van een individuele waterzuivering of IBA in veel gemeenten doorgeschoven naar de individuele burger. Voor ons is dat onaanvaardbaar.

Het Vlaams Belang heeft in de commissie meermaals laten blijken dat in dit dossier het gelijkheidsbeginsel niet uit het oog verloren mag worden. Daar mag niet aan getornd worden.

Via de samenwerkingsovereenkomst bestaat er een subsidiestelsel waardoor de individuele burger een subsidie kan ontvangen indien zijn gemeente het samenwerkingsakkoord ondertekend heeft. Maar dit subsidiestelsel was onvoldoende, want er bestaat geen enkele subsidie wanneer het gemeentebestuur de samenwerkingsovereenkomst niet ondertekend heeft. Voor het Vlaams Belang was het dan ook zeer duidelijk dat die hete aardappel of de factuur voor de IBA niet aan de individuele burger mocht worden voorgeschoteld.

Het zal u niet verbazen dat het Vlaams Belang positief staat tegenover dit voorstel. We zijn tevreden dat de meerderheid is tegemoetgekomen aan de opmerkingen van het Vlaams Belang. Het is een ultieme poging, mijnheer Matthijs, om het dossier over de waterzuivering te ontmijnen. Dat is misschien een zwaar woord. Wanneer we echter de burgers gelijk willen behandelen en vooruitgang willen boeken in de loodzware taak die ons nog te wachten staat, dan is een initiatief zoals dit noodzakelijk.

Naast het financiële luik van deze resolutie geven wij ook onze steun aan het uitstel dat bij Europa gevraagd moet worden voor het halen van de deadline. Het is volgens ons belangrijker om vol enthousiasme maar op een degelijke manier te werken aan het doel dan hals over kop te werken tegen de klok om de deadline te halen maar niet het kwalitatieve doel, meer bepaald een goede waterkwaliteit.

Dit voorstel van resolutie is een belangrijke aanzet om vooruitgang te boeken op het terrein en niet op papier. Ik hoop dat de minister dit voorstel van resolutie snel zal uitvoeren. Verder moet ook worden nagedacht over de noodzaak aan een communicatiebeleid. Sinds een aantal maanden worden in heel wat gemeenten infovergaderingen gehouden, waarbij duidelijk werd gemaakt welke burgers zelf voor de waterzuivering moeten instaan en dus een IBA moeten plaatsen.

Diezelfde gemeenten hebben opnieuw een belangrijke taak om hun burgers ervan de hoogte brengen dat het gemeentebestuur en niet de individuele burger zal moeten instaan voor het plaatsen van de IBA en het onderhoud ervan, en dat voortaan dezelfde saneringsbijdrage zal geïnd worden als bij de medeburgers die wel zijn aangesloten op het rioleringsstelsel.

In ieder geval, wat ons betreft mag er zo snel mogelijk uitvoering worden gegeven aan dit voorstel van resolutie. We hopen alvast dat Vlaanderen vooruitgang zal boeken inzake een betere waterkwaliteit. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer Lachaert heeft het woord.

Patrick Lachaert

Mevrouw de voorzitter, collega's, ik wil beginnen met de verslaggeefster te bedanken voor het omstandig verslag. Ik bedank ook de leden van de commissie voor het vele werk dat ze hebben geleverd, en de commissiesecretaris.

Wat voorligt, is een belangrijk voorstel van resolutie. We hebben vandaag heel wat gedebatteerd over onderwijs. Daarnaast zijn er echter nog andere beleidsdomeinen. In het voorstel van resolutie gaat het om 80 miljard Belgische frank, of 2 miljard euro aan uitgaven voor het gewest of de gemeenten.

Er is een objectieve doorlichting gebeurd van de saneringsplicht en de watersector. Op basis van diverse hoorzittingen hebben we vastgesteld dat het moeilijk zal zijn om in 2015 te voldoen aan de twee Europese richtlijnen. Dat is ook de reden waarom we aan de Vlaamse Regering vragen om een evaluatie door te voeren. We weten echter wat het resultaat zal zijn: het zal niet haalbaar zijn om de norm te halen.

Om een oplossing te bieden, moeten we een operationeel en een financieel kader creëren, zodat we kunnen voldoen aan de kaderrichtlijn Water en de richtlijn Stedelijk afvalwater. Misschien moeten we twee uitzonderingstermijnen van zes jaar vragen.

Bovendien is het uitgangspunt van het voorstel de gelijke behandeling. Het gaat daarbij om de saneringsplichtigen, de overheid en de financiering van de sanering.

Voor de gemeenten zal het financieel onmogelijk zijn om de gestelde datum te halen. Er is 6,9 miljard euro in het spel om de gemeentelijke taak in te vullen. Het gewest moet nu nog 0,9 miljard aanwenden om, via Aquafin, de gewestelijke taak te realiseren. Het budget daarvoor is beschikbaar. De gemeenten zullen daar echter niet in lukken.

Eén van de belangrijkste elementen uit het voorstel is dat ongeveer 25 percent van de gemeentelijke taak naar het gewest wordt overgedragen, zodat het gewest zowel voor de financiering als voor de uitvoering van de infrastructuur instaat. Dat is geen illusoir gegeven. Er is een aftoetsing gebeurd. U vindt de gegevens onder punt zes van het lokaal fiscaal pact. Daarin is een jaarlijks bedrag opgenomen van 100 miljoen euro over twintig jaar om die 25 percent van de gemeentelijke taak over te dragen naar het gewest.

We hebben het voorstel dus niet zomaar ingediend. We hebben het financiële plaatje bekeken. De collega's van de meerderheid weten dat er interkabinettenwerkgroepen (IKW's) gehouden zijn en dat de Vlaamse Regering zal besluiten om in 2008 al de eerste 100 miljoen euro te investeren.

Daarnaast moeten natuurlijk nog een hele reeks randvoorwaarden worden vervuld om deze taakstelling uit te voeren. Ik denk hierbij onder meer aan het handhavingskader. Geen enkele gemeente is happig om dit zelf op te stellen. Zo is het, bijvoorbeeld, mogelijk dat in een straat een nieuw gescheiden stelsel wordt aangelegd. Indien iedereen zijn vuil water achteraan in de beek laat stromen, moet het gemeentebestuur de mensen verplichten in een aansluiting aan de straatzijde te voorzien. Aangezien weinig meerderheden dit een politiek interessante aangelegenheid vinden, heeft de commissie geoordeeld dat we hiervoor best vanuit het Vlaamse Gewest een decretaal handhavingskader creëren. Dit kader moet het mogelijk maken in heel Vlaanderen objectief te werk te gaan.

Een ander element is de grote discussie over de IBA's. De IBA's spelen in het geheel van de sanering slechts een zeer ondergeschikte rol. In Vlaanderen gaat het in totaal om 40.000 tot 70.000 IBA's. Hoewel dit vanuit bepaalde hoek soms wordt beweerd, zijn die installaties zeker niet doorslaggevend om de bepalingen in de Europese richtlijn na te leven. De commissie heeft een oplossing voor de IBA's gevonden. De commissieleden zijn unaniem van mening dat de realisatie van de IBA's, wat ongeveer 6000 euro per IBA kost, en de exploitatie van de IBA's, wat per installatie jaarlijks ongeveer 300 euro kost, best op een eenvormige manier gebeurt en wordt gecontroleerd. Wie 6000 euro met 40.000 vermenigvuldigt, zal zien dat het hier om een vrij grote investering gaat. We moeten ervoor zorgen dat die investering niet teloorgaat of na een paar jaar zonder voorwerp wordt. Dit is één van de belangrijkste elementen van het voorstel van resolutie. We willen de watermaatschappijen met de realisatie en het onderhoud van de IBA's belasten.

Ik wil hier afronden. Ik bedank alle leden van de commissie voor het goede, verstandige en objectieve werk dat ze hebben verricht. Heel de commissie, meerderheid en oppositie, heeft dit voorstel van resolutie goedgekeurd. (Applaus)

De voorzitter

De heer Matthijs heeft het woord.

Erik Matthijs

Mevrouw de voorzitter, eerst en vooral wil ik de verslaggeefster voor haar uitgebreid en duidelijk verslag en de commissievoorzitter voor het leiden van de commissiewerkzaamheden bedanken. Ik zal het hier kort houden en niet in herhaling vallen.

Nu de meeste steden en gemeenten een openbaar onderzoek hebben verricht en vervolgens hun zoneringsplan hebben besproken en goedgekeurd, wordt de door de waterzuiveringsproblematiek gestelde uitdaging duidelijk. De uitvoeringsplannen moeten worden opgemaakt. Die plannen moeten vermelden welke investeringen of vervangingsinvesteringen moeten gebeuren, een tijdsschema of faseringsprogramma bevatten, prioriteiten aanduiden en de financiering bekijken.

Voor schijnbaar alle steden en gemeenten is het heel duidelijk welke enorme uitdaging de Europese richtlijn Stedelijk Afvalwater en vooral de kaderrichtlijn Water betekenen. Tegen 2015 moet ons oppervlakte- en grondwater van goede ecologische kwaliteit zijn. Eerst en vooral kunnen we vaststellen dat de bij de implementatie van de Europese richtlijn Stedelijk Afvalwater uit 1991 opgelopen achterstand ondertussen sterk is verminderd. Ingevolge de gerichte en pragmatische aanpak die tijdens deze legislatuur is gevolgd, is de toestand rechtgetrokken. Vorig jaar heeft Aquafin voor 190 miljoen euro aan projecten kunnen opstarten. Hierdoor zijn momenteel bijna alle aansluitingsverplichtingen in agglomeraties met meer dan 10.000 inwoners gerealiseerd. Het rioleringsnet moet echter nog verder worden uitgebouwd. Dit is hoofdzakelijk een taak van de steden en de gemeenten. De totale investering zou 6,9 miljard euro bedragen. Dit is financieel en operationeel bijzonder moeilijk haalbaar.

Om die reden hebben de meerderheidspartijen dit voorstel van resolutie ingediend. De commissie voor Openbare Werken heeft dit voorstel van resolutie unaniem goedgekeurd. Hoewel alle negentien punten in het voorstel van resolutie belangrijk zijn, som ik even onze voornaamste aandachtspunten op.

We vragen een inspanning van alle betrokken partners. Om een goede ecologische toestand van het oppervlaktewater tot stand te brengen, vragen we alle overheden, met name de gemeenten, de steden en het Vlaamse Gewest, de gezinnen, de landbouw en de industrie een inspanning te leveren.

We willen een strakke timing en planning voor de investeringsprogramma's. Dit moet leiden tot een ambitieus, maar realistisch maatregelenpakket. Dit pakket moet ons in staat stellen de Europese Commissie een verlenging van de implementatietermijn te vragen. Samen met de commissie Integraal Waterbeleid, moeten we die aanvraag goed onderbouwen en motiveren.

We vragen aan de Vlaamse Regering een duidelijke afbakening van de verantwoordelijkheden, waarbij het gewest in het vastleggen van het overnamepunt tussen gemeenten en steden enerzijds en het gewest anderzijds bijkomende investeringslasten opneemt zodat Aquafin ongeveer 25 percent van het investeringsvolume van steden en gemeenten overneemt. Op die manier worden de investeringen voor de gemeenten financieel haalbaar en betaalbaar.

In de uitvoeringsplannen moeten de noodzakelijke maatregelen op het vlak van riolering, afkoppeling, berging en infiltratie van regenwater worden opgenomen en in een prioriteitenlijst worden gerangschikt. We vragen ook dat drinkwatermaatschappijen die saneringsplichtig zijn sedert het programmadecreet van december 2004, de IBA's aankopen, installeren en onderhouden. Het gelijkheidsbeginsel moet hier primeren. We vragen ook een duidelijke handhaving en afdwingbaarheid omdat we absoluut resultaat willen bereiken.

Deze punten moeten steden en gemeenten aanzetten tot een realistische, en op termijn gespreide maar aangehouden inspanning om aan de kaderrichtlijn te voldoen door samenwerking met Aquafin en onder toezicht van de Vlaamse Milieumaatschappij. Onze fractie zal dit voorstel van resolutie dan ook met overtuiging goedkeuren. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Martens heeft het woord.

Bart Martens

Mevrouw de voorzitter, dames en heren, ik wil de verslaggeefster danken voor haar uitmuntende verslag van de werkzaamheden in de commissie. Dat bespaart me veel tijd. Ik wil nog enkele punten benadrukken die voor onze fractie van belang zijn.

Met dit voorstel van resolutie geven we een aanzet voor een sociaal rechtvaardige, praktisch haalbare en milieudoeltreffende riolering en zuivering van afvalwater. Het is voor ons belangrijk dat we de verantwoordelijkheden van eenieder op het vlak van inzameling en zuivering van afvalwater heel duidelijk hebben afgebakend, zowel voor de burger, de lokale besturen als het Vlaamse Gewest.

Wat de lokale besturen betreft, is het van het grootste belang dat na de zoneringsplannen die in elke gemeente aangeven waar afvalwater collectief moet worden ingezameld via riolering en waar individueel moet worden gezuiverd, er ook uitvoeringsplannen komen. Die moeten voor elke gemeente bindend opleggen wanneer er gerioleerd moet worden. Dat zullen we nodig hebben als we de Europese doelstellingen willen halen. Die leggen ons op om in al het oppervlakte- en grondwater een ecologisch goede toestand te bereiken.

Het is voor ons ook van belang dat de lokale besturen ondersteund worden in het nemen van hun verantwoordelijkheid via een wortel en een stok. De wortel houdt in dat de RIO-subsidies - de subsidies die het Vlaamse Gewest toekent - effectief worden gekoppeld aan de prioriteiten die worden vastgelegd in de verschillende uitvoeringsplannen. De stok maakt dat gemeentebesturen die ook na aanmaning niet aan hun verplichting tegemoetkomen en niet aan het rioleren willen gaan, kunnen worden geconfronteerd met het Vlaamse Gewest dat zich ambtshalve in de plaats zal stellen van lokale besturen. Op rekening van die besturen nemen ze de rioleringstaken dan over. Die wortel-en-stokbenadering zal essentieel zijn in de uitbouw van de rioleringen om de Europese verplichtingen te kunnen nakomen. We helpen de gemeenten niet alleen door in middelen te voorzien via het RIO-fonds, maar ook door een deel van de investeringslast over te dragen naar het gewest. We willen 25 percent van de investeringslast op het vlak van riolering overgenomen zien door het Vlaamse Gewest om het op die manier voor de lokale besturen haalbaar en betaalbaar te maken.

Ook op het vlak van verantwoordelijkheden van de burger hebben we belangrijke aanbevelingen voor de Vlaamse Regering.

Samen met andere collega's die het daarover al hebben gehad, vinden we dat de verplichting tot installatie van een individuele afvalwaterbehandelingsinstallatie moet verschuiven van de burger naar de drinkwatermaatschappijen. We willen dat die verplichting wordt geïncorporeerd in de saneringsplicht die de drinkwatermaatschappijen is opgelegd. We vinden het immers niet eerlijk dat de ene burger, die het geluk heeft een riool voor zijn deur te hebben of te krijgen, tegen een lage prijs de aansluiting kan krijgen, terwijl een andere burger wordt verplicht een installatie van ongeveer 6000 euro aan te kopen. Voor veel gezinnen is dat niet te dragen.

Wij stellen dus voor om de verantwoordelijkheid voor de installatie van dergelijke installaties op de schouders van de drinkwatermaatschappijen te leggen. Zij kunnen zorgen voor de collectieve aankoop van dat soort van installaties en ze via rechten van opstal bij de burgers installeren. Op die manier worden de kosten solidair over alle burgers uitgespreid, en zullen alle burgers via de saneringsbijdrage op de drinkwaterfactuur hetzelfde bedrag betalen. Of men nu in een riool loost of niet: we vinden dat elke burger hetzelfde bedrag moet betalen voor de inzameling en zuivering van het afvalwater.

Onze fractie waardeert het ook dat de commissie het eens is geworden over de principes van de maximale afkoppeling, berging, hergebruik en infiltratie van hemelwater. We willen ze ook echt realiseren door de Vlaamse Regering te vragen om de openbaredienstverplichtingen terzake die we voor de drinkwatermaatschappijen via een amendement in het programmadecreet hebben ingeschreven, eindelijk in te vullen. Dat kan. Naar analogie met de energiebesparingsdoelstelling voor de energiedistributiemaatschappijen willen we de drinkwatermaatschappijen een waterbesparingdoelstelling opleggen, zodat ze met premies voor waterbesparende maatregelen hun jaarlijkse waterbesparingsnorm kunnen halen.

Wij pleiten ook voor de invoering van een eventueel regulerende en dus vermijdbare heffing op niet van de riolen afgekoppelde verharde oppervlakten. Dat kan de burgers ertoe aanzetten om hemelwater van het afvalwater af te koppelen. Ten slotte pleiten we voor de aanpassing van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening, die oplegt dat voor nieuwe verharde oppervlakten het hemelwater wordt gebufferd, geborgen en waar mogelijk ook geïnfiltreerd.

Als de Vlaamse Regering onze aanbevelingen in dit voorstel van resolutie opvolgt, denken we dat het nakomen van onze Europese verplichtingen op een rechtvaardige, sociaal aanvaardbare, betaalbare manier dichterbij wordt gebracht. Het zal zowel voor de burger als voor de lokale besturen veel duidelijker zijn wat van hen wordt verwacht, en welke verantwoordelijkheid zij moeten opnemen in het schoonmaken van ons oppervlakte- en grondwater. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Daems heeft het woord.

Rudi Daems

Mevrouw de voorzitter, collega's, ook wij danken de verslaggever voor het uitgebreide en goede verslag. Het is al even gezegd: dit voorstel van resolutie is het resultaat van een grondige discussie tijdens drie namiddagen van hoorzittingen in de commissie voor Leefmilieu en ook van een afrondende discussie die vorige week onder de commissieleden is gevoerd. Het kostte enige moeite om dat debat te laten doorgaan, maar het heeft toch resultaat gehad. Want uiteindelijk heeft de meerderheid vier van onze amendementen aanvaard. Ik som ze op.

Ten eerste: we willen een sterkere regulator, niet alleen voor de waterbedrijven maar ook voor Aquafin en de gemeentelijke rioolbeheerders. Ten tweede: er is afgesproken dat de huidige financiering van het waterbeleid wordt geëvalueerd. We moeten proberen ernaar te streven af te stappen van de jaarlijkse programmadecreetjes.

Ten derde is er een concretisering van het internaliseringsprincipe van milieukosten in de waterprijs aanvaard. En tot slot is er een beoordelingskader afgesproken voor het al dan niet aanleggen van gescheiden rioleringen in stedelijk gebied. Dat zijn vrij belangrijke aanvullingen.

Onze fractie zal dit vorstel van resolutie steunen. Zelf zal ik mij onthouden, mijnheer Van Rompuy, omdat een aantal amendementen en één belangrijk amendement niet zijn aanvaard.

De meerderheid gaat ietwat licht over het principe heen dat we nu al werk moeten maken van de uitzonderingen die de Europese wetgeving in 2015 toestaat. Dat is nogal gemakkelijk. De voornaamste reden voor mijn onthouding is dat ook in het debat vorige week in de commissie mij geen overtuigend argument is aangereikt over het verschuiven van de saneringsplicht van de gemeenten naar Aquafin. We hebben dat debat al meermaals gevoerd. De financiële overweging vind ik ondergeschikt aan de ecologische overweging. De prestaties van Aquafin in het verleden zijn ook niet altijd van een aard geweest om over naar huis te schrijven.

Wat wij hadden gevraagd, was op zijn minst een vergelijkend onderzoek: ofwel de saneringsplicht naar Aquafin verschuiven ofwel de gemeenten meer instrumenten en centen in handen geven om zelf dat waterzuiveringsbeleid uit te voeren. Ik vind het jammer dat dit laatste punt niet is weerhouden. Ik geef u nog de kans om u te bedenken, collega's, we hebben de amendementen die niet zijn aanvaard nog eens ingediend en vragen hierover de stemming. Hopelijk zullen jullie deze vijf amendementen vooralsnog goedkeuren.

De voorzitter

De heer Bex heeft het woord.

Jos Bex

Mevrouw de voorzitter, collega's, mevrouw de verslaggeefster, ik dank u. Ik wil zeker niet herhalen wat hier allemaal al is gezegd. Ik begin met een waarschuwing. Het is niet omdat wij vandaag beginnen met een voorstel van resolutie goed te keuren dat we euforisch moeten doen over de uitvoering ervan. Ik wil ook het misverstand dat bij sommige mensen zou kunnen ontstaan, rechtzetten. Het gaat niet alleen over de IBA's. Het gaat over veel meer. Het gaat over het afkoppelen en het saneren van elke woning in Vlaanderen. Dat is veel meer dan wat IBA's doen. Ik wil uit een zeer recent document de VVSG citeren. Zij stelt dat als de Vlaamse overheid een vierde van de kosten zou overnemen, de saneringsplicht die voor ons ligt, nog enorm veel inspanningen zal vereisen, ook financiële.

Ter illustratie zal ik u een bedrag meegeven. Voor een gemeente van 20 000 inwoners met een vrij grote rioleringsgraad is er een berekening gemaakt. De kostprijs zou 1,8 miljoen euro bedragen en dit gedurende 20 jaar. Dat zijn enorme bedragen. Als we het hebben over ontdubbelen, hebben we het niet alleen over het ontdubbelen van de riolering in de straat. Iedereen moet het voor zijn eigen gemeente maar eens natrekken. Het is onmogelijk om zelfs met twee keer een verlenging van 12 jaar, tegen 2027, in al onze straten de riolering ontdubbeld te krijgen. En zelfs als dat zou gaan, is de privaat eigendom nog niet ontdubbeld. De vraag is hoe we dat moeten afdwingen en wie dat gaat betalen. Daarover zijn ook al berekeningen gemaakt, mijnheer Peumans. Dat zou 3.000 à 5.000 euro kosten per woning. Dat bedrag komt bovenop de prijs die ik zonet heb vernoemd.

Wij - de Vlaamse overheid, de gemeenten, de mensen zelf - zullen dus nog enorm creatief moeten zijn om te bekijken hoe we deze rekeningen betaald gaan krijgen. Een voor de hand liggende mogelijkheid om de kosten deels te verminderen, is zeer creatief omgaan met ons regenwatergebruik. Op dit ogenblik gebruiken we voor 40 percent kostbaar drinkwater om het toilet door te spoelen en andere dingen te doen waarvoor we perfect regenwater kunnen gebruiken, dat we gratis uit de hemel krijgen.

De heer Daems heeft tijdens de commissievergadering gezegd dat ik niet meer moet aandringen op het principe van de internalisering. Hij zegt dat dit verworven is en stelt in zijn amendement dat we nu maar eens concrete voorbeelden moeten gaan zoeken ter zake. Welnu, mijnheer Daems, ik stel voor dat we eens gaan kijken in de pesticidensector en de sector van de was- en onderhoudsproducten. Ik denk dat daar iets mogelijk is qua internalisering en dat we misschien een deel van de kosten kunnen recupereren. (Applaus bij de meerderheid en bij Groen!)

Marleen Van den Eynde

Ik wil even een repliek geven op het betoog van de heer Daems. Ik vind het enorm zwak dat de Groen!-fractie dit voorstel van resolutie nu niet mee zal goedkeuren, temeer daar ze vijf jaar lang zelf een groene minister heeft kunnen leveren. Ze is er niet in geslaagd die zoneringsplannen op te stellen of de problematiek van Aquafin op te lossen, terwijl minister Peeters daar in drie jaar wel in is geslaagd. Dat moet toch ook wel eens worden gezegd. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Rudi Daems

Mevrouw Van den Eynde, we hebben dat debat al gevoerd in de commissie. Ik meen ook dat u niet goed hebt geluisterd naar wat ik heb gezegd. Onze fractie zal dit voorstel van resolutie goedkeuren. Zelf zal ik me, om redenen die ik daarnet uit de doeken heb gedaan, onthouden.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De stemmingen over de amendementen van de heer Daems blijven aangehouden.

De bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het voorstel van resolutie houden.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.