U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, het ontwerp en het voorstel van decreet werden in de commissie in samenhang behandeld, met dien verstande dat het ontwerp van decreet als basis voor de bespreking werd genomen. Wij volgen hier dezelfde werkwijze.

De algemene bespreking is geopend.

Mevrouw Schauvliege, verslaggever, heeft het woord.

Mevrouw de voorzitter, mevrouw de minister, collega's, de Commissie voor Leefmilieu en Natuur, Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid en Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed heeft gelijktijdig zowel het ontwerp van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XVI 'Toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen' en het voorstel van decreet van mevrouw Dua en de heer Daems houdende wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake het milieubeleid en houdende aanvulling ervan door toevoeging van een titel inzake handhaving en veiligheidsmaatregelen besproken. Ik zal de inhoud van zowel het ontwerp als van het voorstel toelichten. Mevrouw Van den Eynde zal daarna iets dieper ingaan op de bespreking in de commissie.

Het voorliggende ontwerp van decreet is het resultaat van een langdurig proces, waar meer dan tien jaar aan is gewerkt. Het ligt nu ter stemming voor. Dat is een historisch moment. Hopelijk kunnen we de zaak vandaag tot een goed einde brengen. Er is hard aan gewerkt. Door veel overleg in de commissie hebben we goed werk kunnen leveren. Zowel het ontwerp als het voorstel werden grondig besproken.

Vooreerst harmoniseert het ontwerp de bepalingen inzake het toezicht, de sancties en de veiligheidsmaatregelen voor negen belangrijke milieuhygiënewetten en -decreten, zoals die over afval, water, bodem, lucht, geluid en milieuvergunningen. Op één milieuhygiënedecreet zal het toekomstige milieuhandhavingsdecreet voorlopig niet van toepassing zijn, met name op het nieuwe mestdecreet.

Daarnaast zal er een gecoördineerd milieuhandhavingsbeleid komen door de oprichting van een Vlaamse Hoge Raad voor Milieuhandhaving. Het is de bedoeling dat deze raad een centraal adviserende en beleidsondersteunende opdracht krijgt, onder meer door het afsluiten van handhavingsprotocollen.

Ten slotte gaat in dit ontwerp ook veel aandacht naar de bestuurlijke handhaving via het opleggen van bestuurlijke maatregelen en bestuurlijke geldboeten, en via de oprichting van een administratief rechtscollege, het milieuhandhavingscollege.

Een van de voornaamste uitgangspunten van het voorliggende ontwerp ligt in de versterking van de bestuurlijke handhaving. Er zullen drie vormen van bestuurlijke maatregelen worden ingevoerd: het bevel tot staking, het bevel tot regularisatie en de bestuursdwang. Kenmerkend voor al deze bestuurlijke maatregelen is dat ze geen sancties vormen. Ze voegen met andere woorden geen leed toe aan een individuele dader, maar zijn uitsluitend gericht op een herstel van het geschonden leefmilieu.

Naast de mogelijkheid tot het opleggen van bestuurlijke maatregelen door de bevoegde toezichthouders, zullen eveneens bestuurlijke sancties kunnen worden opgelegd. Deze bestuurlijke sancties zullen de vorm aannemen van alternatieve, dan wel exclusieve bestuurlijke geldboeten. Het verschil in bestuurlijke geldboete hangt ook samen met een onderscheid dat moet worden gemaakt tussen milieumisdrijven enerzijds en milieu-inbreuken anderzijds.

Als we het over milieumisdrijven hebben, hebben we het over gedrag dat in strijd is met de milieuhygiënewetgeving die op grond van het milieuhandhavingsdecreet moet worden gehandhaafd, en dat op grond van datzelfde decreet strafrechtelijk kan worden gesanctioneerd. Als we het over milieu-inbreuken hebben, hebben we het over gedrag dat in strijd is met de milieuhygiënewetgeving die op grond van het milieuhandhavingsdecreet moet worden gehandhaafd, maar dat niet in aanmerking voor een strafrechtelijke sanctionering komt. In feite gaat het hier om een depenalisering. Bij milieumisdrijven zal een alternatieve bestuurlijke geldboete worden uitgeschreven, bij milieu-inbreuken gaat het om een exclusieve bestuurlijke geldboete.

Het milieuhandhavingscollege vormt een belangrijk aspect van het ontwerp van decreet. De overtreder kan bij een nieuw Vlaams administratief rechtscollege, met name het milieuhandhavingscollege, een beroep instellen tegen de beslissingen van de gewestelijke entiteit die een alternatieve of een exclusieve administratieve geldboete kan opleggen. Het milieuhandhavingscollege zal een sleutelrol in het milieuhandhavingsbeleid spelen. Het moet zich uitspreken over de beroepen die tegen de door de gewestelijke entiteiten opgelegde administratieve geldboetes worden ingesteld. Dit houdt in dat tegen de beslissingen van het milieuhandhavingscollege een administratief cassatieberoep kan worden ingesteld.

De commissie heeft lang gediscussieerd over de oprichting van een Vlaams administratief rechtscollege. Volgens de minister gaat het om een weloverwogen beslissing. We houden hierbij rekening met de juridische voorwaarden die in dit verband van kracht zijn. De eerste voorwaarde luidt dat de te beslechten geschillen politieke rechten moeten betreffen. Het gaat hier om geschillen tussen personen en overheden over het al dan niet betalen van een administratieve geldboete die wegens een niet-naleving van de milieuhygiënewetgeving is opgelegd. De tweede voorwaarde houdt in dat een gewest enkel tot de decretale oprichting van een administratief rechtscollege kan overgaan indien deze beslissing binnen de impliciete bevoegdheden van de gewesten kadert. In onze ogen is het milieuhandhavingscollege essentieel om de gewestelijke bevoegdheden en regelgeving inzake het leefmilieu op een effectieve en efficiënte wijze uit te voeren en te handhaven.

Mijn volgend punt betreft de strafrechtelijke handhaving. Om alle mogelijke bevoegdheidsdiscussies op basis van het federale strafrecht en strafvorderingsrecht te vermijden, is het essentieel de eenheid in het strafrecht te vrijwaren. We hebben er dan ook nauwlettend op toegezien dat het Vlaams milieustrafrecht maximaal op het federaal strafwetboek is afgestemd.

Ik kom tot mijn besluit. Dit ontwerp van decreet moet een mijlpaal van het Vlaams milieuhandhavingsbeleid voor de komende decennia worden. Een snellere, effectievere en efficiëntere handhaving van het milieuhygiënerecht moet binnen afzienbare tijd realiteit worden. Aangezien we hier gedurende tien jaar over hebben gediscussieerd, is het vandaag een belangrijke dag.

Vervolgens wil ik het over het voorstel van decreet van de heer Daems en mevrouw Dua hebben. Op 5 juli 2007 heeft de heer Daems dit voorstel van decreet in de commissie voor Leefmilieu toegelicht. Volgens hem is het voorstel van decreet op dezelfde filosofie als het ontwerp van decreet gebaseerd. Beide documenten bouwen voort op het werk dat destijds door de interuniversitaire commissie tot herziening van het milieurecht in het Vlaamse Gewest en door de universiteiten van Gent, Maastricht en Leuven is verricht. De heer Daems heeft toen evenwel ook de verschillen tussen het voorstel van decreet en het ontwerp van decreet met betrekking tot de structuur en het instrumentarium van het handhavingsbeleid benadrukt.

Ik zal even het kader van het voorstel van decreet van de heer Daems en mevrouw Dua schetsen. De eerste prioriteit van het voorstel van decreet betreft het creëren van een goed handhavingsbeleid dat op het terrein goede resultaten boekt. Hiertoe moet een handhavingsmodel worden gecreëerd.

Volgens de heer Daems moet de regelgeving met betrekking tot de rechtshandhaving op een duidelijke visie op de taakverdeling tussen publiekrechtelijke en privaatrechtelijke handhaving en tussen strafrechtelijke en bestuurlijke handhaving steunen. Het moet duidelijk zijn hoe en waarom van bepaalde mogelijkheden gebruik wordt gemaakt.

Dit tekstvoorstel is uitgewerkt op basis van het volgende handhavingsmodel: publiekrechtelijke afhandeling primeert boven privaatrechtelijke afhandeling, strafrechtelijke afhandeling is in hoofdorde bestraffend gericht, bestuurlijke afhandeling is in hoofdorde gericht op het ongedaan maken van de inbreuk en zijn gevolgen, strafrechtelijke afhandeling is bijkomend gericht op het ongedaan maken van de inbreuk en zijn gevolgen, en bestuurlijke afhandeling heeft bijkomend een zuiver punitieve dimensie.

De doelstellingen van het voorstel van decreet van de heer Daems zijn de volgende: de wil om een uniforme regeling uit te werken die is aangepast aan de handhaving inzake milieuhygiëne en natuurbehoud; de wil om deze regeling optimaal doelmatig en doeltreffend te maken; de wil om een regeling uit te werken waarin de rechtsbescherming van de burger sterk is uitgebouwd; de idee om continuïteit met de bestaande wetgeving te betrachten in de mate waarin dit kan bijdragen tot de werkbaarheid van de nieuwe regeling; de wil om een kosteneffectieve wetgeving te ontwikkelen.

De heer Daems wees tot slot in zijn toelichting nog eens op het grootste pijnpunt inzake milieuhandhaving. Volgens hem is het gebrek aan capaciteit, knowhow en daardoor slagkracht van de lokale besturen een groot probleem op het vlak van handhavingsbeleid. Hij stelt dat in sommige gemeenten de politieke wil ontbreekt om effectief aan handhaving te doen. Hij wijst daarbij op de jaarverslagen van de ombudsdienst die ook ieder jaar in onze commissie worden besproken.

We hebben in de commissie heel wat uren gespendeerd aan dit ontwerp en voorstel van decreet. Op 17 en 19 september 2007 hielden we hoorzittingen met diverse deskundigen: de heer Van den Berghe, ondervoorzitter in de rechtbank van eerste aanleg in Gent, de heer Bouckaert van het advocatenkantoor Stibbe, de heer De Smedt van LDR Milieuadvocaten en het Centrum voor Milieurecht van de Universiteit Gent, professor Michiels van Tilburg en professor Faure van de rechtsfaculteit van Maastricht. We hebben dus ook geluisterd naar ervaringen van mensen over de grenzen. Uiteraard is ook het middenveld in Vlaanderen bij de bespreking betrokken. Er werden ook vertegenwoordigers gehoord van de SERV, Minaraad en VVSG. Op basis van deze hoorzittingen hebben we nog een aantal belangrijke amendementen goedgekeurd.

Mevrouw Van den Eynde neemt de verslaggeving van de bespreking in de commissie voor haar rekening. (Applaus)

De voorzitter

Mevrouw Van den Eynde, verslaggever, heeft het woord.

Marleen Van den Eynde

Mevrouw de voorzitter, mevrouw de minister, dames en heren, mevrouw Schauvliege heeft u zonet de doelstellingen van het ontwerp van decreet toegelicht. Het zal dan ook duidelijk zijn dat dit ontwerp inhoudelijk zeer sterk is en zeer belangrijk, waarvoor samen met het ontwerp van milieuschadedecreet twee hoorzittingen werden georganiseerd. Ik breng verslag uit over de werkzaamheden in de commissie. Na de hoorzittingen waar acht sprekers werden uitgenodigd, werden de besprekingen geopend.

Mevrouw Rombouts gaat namens CD&V in op een aantal punten om aan te tonen dat dit ontwerp inhoudelijk erg sterk is. Ze meent dat door middel van dit ontwerp van decreet met de oprichting van de Vlaamse Hoge Raad voor de Milieuhandhaving een gecoördineerd handhavingsbeleid mogelijk is. CD&V steunt dit ontwerp van decreet. Het zal voor snellere, effectievere en efficiëntere handhaving zorgen. De heer Peumans is het niet eens met de bewering dat veel lokale besturen weigeren op te treden tegen milieuovertredingen, en ook de heer Lachaert meent dat kleine gemeenten niet altijd over de nodige ambtenaren met de noodzakelijke kennis en ervaring beschikken. Ondanks het feit dat de minister een deel van de bezorgdheid van de Groen!-fractie deelt en hiervoor naar uitvoeringsbesluiten verwijst, blijft de heer Daems van mening dat fundamentele kansen worden gemist. Hij verwijst naar het niet invoeren van de bestuurlijke dwangsom en op de omvang van het op te richten milieuhandhavingscollege. Hij meent eveneens dat de amendementen van de meerderheid teleurstellend zijn, zeker als rekening wordt gehouden met de gefundeerde opmerkingen tijdens de hoorzittingen en de standpunten die de heer Martens van de sp.a-spiritfractie tijdens de algemene bespreking heeft ingenomen. De heer Bex stelt dat hij tevreden is dat het ontwerp van decreet op een aantal punten werd bijgestuurd en dat de minister inmiddels een aantal toezeggingen heeft gedaan. Voor zijn fractie is de balans van de behandeling van het ontwerp van decreet dan ook positief.

Ten slotte stelde ik zelf, namens het Vlaams Belang, dat mijn fractie steeds vragende partij is geweest voor een degelijk milieuhandhavingsdecreet. Ik wees er wel op dat de werkbaarheid van het nieuwe systeem nog steeds valt of staat met de medewerking van de procureurs. Ik benadrukte dat een aantal problemen over de werkbaarheid van het decreet zich niet zouden voordoen als Vlaanderen zelf bevoegd zou zijn voor justitie. Uiteindelijk werd het gewijzigde ontwerp van decreet aangenomen met negen stemmen voor bij vier onthoudingen. Tot zover het verslag.

Ik verwoord nu het standpunt van het Vlaams Belang. Elk jaar bij de bekendmaking van het jaarlijkse milieuhandhavingsrapport hebben mijn collega's en ik de opeenvolgende ministers van Leefmilieu geïnterpelleerd over het falende milieuhandhavingsbeleid. De Vlaamse Milieu-inspectie stelde vast dat de parketten soms meer dan 70 percent van de prioritaire pv's seponeerden. De magistraten wezen dan weer op de complexiteit en inflatie aan regelgeving inzake ruimtelijke ordening en leefmilieu, en op een geregeld falend gemeentelijk en Vlaams handhavingsbeleid. Het is duidelijk dat het parket en de Milieu-inspectie inzake milieuhandhaving in het verleden niet op dezelfde golflengte zaten. De vraag is of dit na de invoering van het decreet wel het geval zal zijn.

We kunnen niet ontkennen dat onze ingewikkelde milieuwetgeving, met zijn sectoriële milieuwetgeving en bijbehorende handhavingsregels het toezicht op het naleven van de milieuwetgeving steeds moeilijker maakt. Daardoor bleven soms een aantal zware milieuovertreders ongemoeid. Het was dan ook voor iedereen duidelijk dat een nieuw milieuhandhavingsdecreet zich opdrong. Met andere woorden: als Vlaanderen zijn leefmilieu wil beschermen en zijn eigen milieuwetgeving niet wil ondergraven, dan is Vlaanderen dringend toe aan een nieuw milieuhandhavingsdecreet.

Precies daarom is onze fractie in zekere zin tevreden dat het ontwerp van milieuhandhavingsdecreet eindelijk op tafel ligt. Het heeft immers de bedoeling om enerzijds de betrokkene te waarschuwen dat zijn activiteiten niet worden uitgevoerd zoals de milieuwetgeving voorschrijft, maar anderzijds moet het decreet ook als verdienste hebben dat de échte verontreinigers voortaan kunnen worden aangepakt.

U zult het me niet kwalijk nemen dat onze fractie zich momenteel afvraagt of dit nieuwe milieuhandhavingsdecreet wel voldoende zekerheid biedt. Kan het nagestreefde doel ook gerealiseerd worden? De verdienste van dit decreet is vooral dat het ontwerp de handhaving van de tien belangrijkste milieuhygiënewetten en decreten harmoniseert. Op die manier wordt de handhaving van de milieuregelgeving transparanter, want ze wordt losgekoppeld van de sectorale aanpak die het milieurecht kenmerkt. Hierdoor zal de diversiteit in de toezichtsbepalingen en sancties in de milieuhygiënewetten worden weggewerkt. Ook de belofte om het Mestdecreet in de loop van de huidige legislatuur mee op te nemen in de algemene milieuhandhavingsregelgeving is voor ons belangrijk.

Het tweede positief punt voor ons is dat voortaan een onderscheid zal worden gemaakt tussen milieu-inbreuken en milieumisdrijven. Dankzij dit onderscheid zullen bepaalde schendingen van administratieve verplichtingen worden gedepenaliseerd, terwijl vandaag in de milieuhandhaving nog voornamelijk gebruik wordt gemaakt van strafrechterlijke sancties. Wegens onze ingewikkelde milieuregelgeving is voor het Vlaams Belang een strafrechterlijke sanctie voor administratieve formaliteiten onaanvaardbaar. Het depenaliseren van de administratieve verplichtingen en de introductie van een bestuursrechterlijke handhaving zal de milieuhandhaving niet alleen rechtvaardiger maken, maar zo zal ook de zogenaamde administratieve overtreder in de toekomst beter worden gewezen op zijn tekortkomingen ten aanzien van de milieuregelgeving. Vandaag wordt deze vorm van overtreding gewoonweg geseponeerd.

We blijven nog steeds argwaan koesteren tegenover de grondwettigheid van het milieuhandhavingscollege. De Raad van State stelt duidelijk dat de noodzakelijkheid voor de oprichting van het milieuhandhavingscollege onvoldoende is gemotiveerd. Volgens de Raad van State kan een onvoldoende motivering leiden tot de oprichting van eender welk rechtscollege. Wij vinden het dan ook een spijtige zaak dat de Vlaamse Regering op een ondoordachte manier omgaat met de rechtsbescherming. Een bestuurlijke boete is immers een maatregel die tot doel heeft om leed te veroorzaken. Zo wordt dus leed veroorzaakt aan een persoon zonder dat een voorafgaande tussenkomst van een rechter is vereist. Artikel 6 van het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens vereist in dergelijk geval dat er een beroep mogelijk is bij een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie. Wegens de te algemene motivering van de noodzakelijkheid van de oprichting van het milieuhandhavingscollege is het hele boetesysteem volgens ons dus onwettig.

Het tweede negatief punt in dit decreet is voor ons het systeem van de alternatieve boete. Dit is een administratieve boete die wordt opgelegd als de procureur meedeelt dat hij een milieumisdrijf niet strafrechterlijk wenst te behandelen. Wij menen dat hierdoor rechtsongelijkheid wordt gecreëerd, omdat alternatieve boetes alleen zullen worden opgelegd in rechtsgebieden waar de procureur zijn intenties aangaande de strafrechterlijke behandeling van milieumisdrijven tijdig meedeelt. In rechtsgebieden waar dit niet het geval is, zullen alternatieve boetes onmogelijk zijn.

Het systeem van de alternatieve boetes staat of valt met de medewerking van de parketten. Vlaanderen is niet bevoegd op justitioneel gebied en kan dus ook het vervolgingsbeleid niet sturen. Daarmee toon ik des te meer aan dat ook het milieubeleid in Vlaanderen voor een groot deel afhankelijk is van het federale beleid. Een overheveling van justitie naar Vlaanderen is geen natte droom, maar in afwachting van de ontbinding van deze staat de ultieme oplossing om voortaan aan een degelijk milieuhandhavingsbeleid te kunnen doen.(Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Mevrouw de voorzitter, mevrouw de minister, beste collega's, vanuit onze fractie wil ik graag een aantal accenten leggen.

In eerste instantie wil ik toch wel even stil staan bij dit memorabele moment. Zoals mevrouw Schauvliege reeds zei, krijgt tien jaar discussie momenteel een orgelpunt. Eindelijk zijn er keuzes gemaakt en knopen doorgehakt, heel bewust en met veel inspraak. Het milieuhandhavingsdecreet heeft een heel parcours afgelegd alvorens hier op de banken te belanden. Voorafgegaan door een ruime studie, overlegd met heel wat specialisten, ruim bevraagd tijdens twee rondetafelconferenties en adviezen van Minaraad, SERV en Raad van State. Er was kortom heel veel inspraak. Na al deze inspraak zijn wij ervan overtuigd dat het decreet krachtige handhavingsinstrumenten aanreikt die werkbaar zijn, bevattelijk en niet 'over the top'. Er wordt nergens met een kanon op muggen geschoten.

Inhoudelijk is dit een zeer sterk decreet. Het werd hoog tijd dat er een harmonisering kwam inzake toezicht, sancties en veiligheidsmaatregelen voor het milieuhygiënebeleid. En zoals mevrouw Schauvliege reeds zei, is het mestdecreet niet opgenomen in dit ontwerp, maar als indiener van het mestdecreet heb ik er begrip voor dat deze oefening op dit moment te moeilijk was, zeker gezien de delicate onderhandelingsprocedure met de Europese Commissie.

Vooral de mogelijkheid om eindelijk te komen tot een gecoördineerd milieuhandhavingsbeleid door de oprichting van de Vlaamse Hoge Raad voor de Milieuhandhaving kan naar onze mening uitgroeien tot een van de sterkste punten uit dit decreet.

Door ook veel aandacht te besteden aan de bestuurlijke handhaving via de oplegging van bestuurlijke maatregelen, bestuurlijke geldboeten en de oprichting van het milieuhandhavingscollege houden we het handhavingsbeleid op een bevattelijke schaal en aangepast aan de specifieke noden op het terrein. Het lijkt ons een krachtig signaal dat deze Vlaamse Regering en dit Vlaams Parlement het handhavingsbeleid au sérieux nemen en de nodige armslag willen geven.

In de commissie is nog even gediscussieerd over minnelijke schikkingen en dwangsommen. CD&V is zeer tevreden dat we de keuze hebben gemaakt om deze maatregelen niet te integreren in dit ontwerp van decreet. Onderzoek heeft uitgewezen dat aanmaningen en raadgevingen tot 80 percent van de gevallen kunnen oplossen zonder dat hierbij een minnelijke schikking of dwangsom bij komt kijken. Om voor al deze gevallen in de hele administratie, oplegging en inning van een minnelijke schikking te voorzien, waarbij de kost meestal hoger zal liggen dan de opbrengst en bovendien hetzelfde resultaat wordt bereikt als bij een aanmaning, vinden wij van het goede te veel.

Het handhavingsbeleid focust terecht met krachtige instrumenten op die overige 20 percent van de gevallen waarin een aanmaning of raadgeving niet werkt. We zijn tevreden dat er niet met kanonnen op muggen wordt geschoten. Dit ontwerp van decreet heeft niet de bedoeling om geld in te zamelen, maar wel om een mentaliteitswijziging te creëren bij de mensen, namelijk dat regels belangrijk zijn en gehandhaafd moeten worden.

Wat nog een heel belangrijk punt is voor CD&V in dit ontwerp van decreet, is dat de gemeentelijke administratieve sancties na de goedkeuring van dit ontwerp van decreet niet meer in de illegaliteit verkeren. Vanaf vandaag kan een gemeente dus officieel een gemeentelijke administratieve sanctie voor sluikstorten opleggen. Dit is een heel belangrijk instrument om onze gemeenten proper te kunnen houden, wat trouwens al is gebleken. We mogen ook eens benadrukken dat de gemeenten zeker inspanningen leveren om de handhaving zo goed mogelijk uit te voeren. Ik hoef u niet uit te leggen dat dit niet evident is.

Onze fractie steunt dit ontwerp van decreet van de Vlaamse Regering. Uit een waaier aan mogelijkheden zijn keuzes gemaakt om het milieuhandhavingsbeleid een nieuw elan en de nodige armslag te geven. Proficiat hiervoor aan de Vlaamse Regering. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Martens heeft het woord.

Bart Martens

Mevrouw de voorzitter, mevrouw de minister, beste collega's, ik zou in de eerste plaats hulde willen brengen aan de verslaggevers en aan de voorzitter van de commissie, die ons heeft toegelaten om dit ontwerp van decreet en het voorstel van decreet van de oppositie aan het oordeel van vele experts te onderwerpen.

Via hoorzittingen hebben we experts laten opdraven uit binnen- en buitenland, uit de academische wereld, uit het maatschappelijk middenveld en uit de gerechtelijke wereld. Ik denk dat dit ertoe geleid heeft dat we, via amendering, van dit ontwerp van decreet een goed stuk hebben kunnen maken. Ik denk dat we binnen de commissie echt goed werk hebben geleverd. We zijn niet over één nacht ijs gegaan. We hebben goed geluisterd naar alle opmerkingen en suggesties van de verschillende experts en we hebben als parlement onze stempel kunnen drukken op het eindresultaat van dit ontwerp van decreet.

Collega's, ik denk dat het belang van een handhavingsbeleid niet onderschat kan worden. We zouden ons kunnen afvragen wat het nut is van dit parlement als de decreten en de regels die hier worden goedgekeurd, uiteindelijk niet worden nageleefd. Wat zitten we hier te doen als men in de praktijk onze decreten en de uitvoering daarvan zomaar naast zich neer zou leggen? Een beleid van straffeloosheid stelt ook ons eigen nut en ons existentieel belang in vraag.

Het is uiteraard ook nodig, in het bijzonder in het milieubeleid, dat er van een goede handhaving werk wordt gemaakt, om te voorkomen dat enorme facturen - die misschien klein economisch gewin opleveren voor diegenen die milieuovertredingen begaan, maar een gigantische kost met zich meebrengen voor de maatschappij - op de maatschappij worden afgewenteld. Want dan wordt de maatschappij achteraf geconfronteerd met de kosten van de sanering en opruiming van de milieuverontreiniging, voor zover dat dan nog mogelijk is. Schade die veroorzaakt wordt aan de volksgezondheid bijvoorbeeld, is in veel gevallen niet te herstellen. Om die reden vinden wij het van cruciaal belang dat we werk kunnen maken van een slagkrachtig en slagvaardig handhavingsbeleid.

Milieuhandhaving is ook noodzakelijk om oneerlijke concurrentie te kunnen tegengaan. We moeten voor alle economische actoren een gelijk speelveld creëren. Ik denk dat we niet kunnen dulden dat bepaalde economische actoren, bepaalde bedrijven, die het minder nauw zouden nemen met de milieuwetgeving, daardoor een economisch voordeel zouden krijgen en, bij wijze van spreken, hun marktaandeel zouden kunnen vergroten ten koste van bedrijven die het wel nauw nemen met de opgelegde regels.

Daarom zijn we blij dat na tien jaar discussie eindelijk werk kan worden gemaakt van een Vlaams milieuhandhavingsbeleid die naam waardig. Het is belangrijk dat we naast het strafrechtelijk spoor in de milieuhandhaving nu ook een heel duidelijk uitgebouwd bestuursrechtelijk spoor krijgen, dat in de eerste plaats is gericht op het voorkomen en het herstel van milieuschade. Dat kan, hopen we, een einde maken aan de straffeloosheid die er voor een deel is door de hoge seponeringsgraad van milieudelicten door onze parketten.

We vinden het ook van uitermate groot belang dat met dit ontwerp van decreet het milieuhandhavingsbeleid planmatiger kan gebeuren, door de oprichting van de Vlaamse Hoge Raad voor de Milieuhandhaving, die het toezicht en de vervolging van milieudelicten beter zal kunnen stroomlijnen en, naar we hopen, ook beter richting kan geven aan het toezicht dat nodig is op lokaal vlak.

Mevrouw de minister, u bent de vorige weken nogal onder vuur genomen, onder andere door de Vlaamse Vereniging voor Steden en Gemeenten, omdat u in het kader van de nieuwe samenwerkingsovereenkomst met de lokale besturen extra eisen oplegt voor het toezicht op de Klasse-2-inrichtingen die vergund worden door de colleges van burgemeester en schepenen. We steunen u in uw voornemen om effectief werk te maken van een versterkt toezicht op dat niveau omdat er op het terrein heel wat aan schort, zoals de heer Daems heeft aangehaald en zoals is gebleken uit het verslag. We moeten geen steen werpen naar al onze steden en gemeenten, maar de steden en gemeenten die werk maken van een structureel goed toezicht op de Klasse-2-inrichtingen, zijn zeldzame voorbeelden. Het is zeer goed dat we in het kader van de samenwerkingsovereenkomst de lokale besturen stimuleren om hun toezicht verder uit te bouwen en ervoor te zorgen dat op lokaal vlak de milieuhinderlijke inrichtingen beter worden gecontroleerd zodat hun milieuhinder kan worden beperkt.

Het planmatiger aanpakken van het milieuhandhavingsbeleid is een zeer goede zaak. Ook een goede zaak is de uniformiteit en harmonisering die wordt gecreëerd in alle regels wat betreft toezicht, strafbepalingen en dergelijke meer. We zitten nu in de praktijk met zeer uiteenlopende handhavingsregimes. Elk milieuhygiënedecreet heeft zijn eigen hoofdstukje met toezicht-, handhavings- en strafbepalingen. Het is goed dat deze vervangen kunnen worden door één heel duidelijk handhavings- en toezichtregime.

We kijken ook uit naar de uitbreiding van dit decreet naar het milieubeheersrecht. Het moet gezegd dat dit decreet de stroomlijning creëert voor milieuhygiënewetgeving, met uitzondering van het Mestdecreet. Mevrouw de minister, we hebben goed begrepen dat u nog deze legislatuur een voorontwerp op tafel zult leggen om het toepassingsgebied te verruimen naar het milieubeheersrecht, het Natuurdecreet, het Bosdecreet en noem maar op. Dat is een goede zaak omdat de stroomlijning, uniformisering en harmonisering van ons handhavingsbeleid daardoor nog verder kan worden doorgezet.

Nog een woordje over de verschillende instrumenten. Het instrument van de administratieve dwangsom hebben we vooralsnog niet ingevoerd. We hebben begrip voor de argumenten die onder andere de minister daarvoor aanhaalt. Het is onder andere zo dat we ook nu al ambtshalve kunnen optreden, mochten bepaalde bedrijven of actoren hun opgelegde herstel- of veiligheidsmaatregelen niet opnemen. De overheid kan ambtshalve optreden en de factuur naar de overtreder doorschuiven. Dat kan in belangrijke mate een alternatief vormen voor de administratieve dwangsom.

Mevrouw de minister, we hebben ook via amendering kunnen verkrijgen dat we de evaluatie zullen vervroegen en dat we op het ogenblik van de evaluatie van dit decreet, een opportuniteitsafweging zullen maken of het instrument van de administratieve dwangsom toch kan worden ingevoerd. We zullen dat laten afhangen van de evaluatie die op dat moment wordt gemaakt.

Wat de bestuurlijke transactie betreft - zeg maar de minnelijke schikking die we ook kennen in de verkeerswetgeving - hebben we begrepen dat u op het ogenblik dat u met een voorstel zult komen om het toepassingsgebied van het decreet te verruimen naar het milieubeheersrecht, u dat instrument op zijn minst al voor het milieubeheersrecht zou invoeren. We kijken daar met veel belangstelling naar uit.

Het is echter belangrijk dat we nu van start kunnen gaan met de gereedschapskist zoals we die hebben uitgetekend. Het zal voor heel wat actoren in het handhavingsbeleid al een hele uitdaging zijn om met die nieuwe instrumenten van start te gaan.

We zijn ook erg blij dat we door amendering een oplossing hebben kunnen bieden voor de gemeentelijke administratieve sancties voor vergrijpen die misschien wel klein zijn, zoals sluikstorten, maar toch veel overlast en ergernis teweegbrengen bij de bevolking. Veel gemeenten en steden passen met veel succes die gemeentelijke administratieve straffen toe om overlastfenomenen zoals sluikstorten het hoofd te kunnen bieden, maar ze deden dat eigenlijk op illegale wijze. We werden al geconfronteerd met vonnissen van politierechtbanken die stelden dat een gemeentelijke administratieve sanctie voor het beteugelen van dergelijke kleine overlastvormen niet kon worden toegepast. We hebben dat nu wel mogelijk gemaakt. We hebben een decretale basis gecreëerd waardoor de gemeentelijke administratieve sanctie uit de illegaliteit wordt gehaald. We hopen dat gemeenten en steden die die met succes toepassen, dat ook in de toekomst zullen blijven doen en erin zullen slagen door een echt lik-op-stukbeleid dergelijke overlastproblemen het hoofd te bieden.

Dit ontwerpdecreet is een mijlpaal in het Vlaamse milieuhandhavingsbeleid. De gereedschapskist om aan handhavingsbeleid te doen, is aanzienlijk uitgebreid. Er zit nog niet alles in wat denkbaar en mogelijk wenselijk is, maar mij lijkt het glas hier halfvol in plaats van halfleeg. Er wordt een evaluatie in het vooruitzicht gesteld om eventueel die gereedschapskist aan te vullen met nieuwe handhavingsinstrumenten, zoals de administratieve dwangsom. We kijken ook uit naar de uitbreiding met de bestuurlijke transactie.

Voor mijn fractie is dit dus een belangrijke stap. We vinden dat die moet worden gezet. Mijn fractie zal dit ontwerp van decreet alleszins volledig steunen. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Daems heeft het woord.

Rudi Daems

Mevrouw de voorzitter, mevrouw de minister, geachte leden, ook mijn fractie dankt de verslaggevers voor het goede verslag. Ik wil trouwens ook de commissiesecretaris bedanken. Hij heeft een helse karwei gehad aan het maken van een synthese, zowel uit de amendementenslag als uit de hoorzitting.

Ik heb de hele bundel nog eens doorgenomen. We hebben inderdaad een heel traject afgelegd. Het was ook een mooi traject. Het begon met de commissie-Bocken. Er was de studie van een aantal universiteiten. Er was het voorstel van Groen!, en er was het - weliswaar stevig opgekuiste - voorstel van deze meerderheid. Twee jaar hebben we enkele grote rondetafels gehad. Als apotheose hebben we een hoorzitting gehad die kwalitatief toch wel best in orde was. Ik apprecieer dat de commissievoorzitter daartoe de ruimte heeft gegeven.

Wat heeft dit proces echter opgeleverd? We hebben honderden ervaringsdeskundigen, mensen van het terrein bijeengebracht: inspecteurs, rechters, mensen van de milieubeweging en weet ik wie nog allemaal. Die hebben daar zeer veel energie aan besteed. Mijn fractie heeft ook twintig bladzijden aan amendementen ingediend. U mag daar straks zelf over oordelen, maar ik meen dat ze qua inhoud een behoorlijke kwaliteit hadden. Ook was er de auteur van het huidige decreet, die ondertussen kabinetschef is geworden en heel dicht bij de minister, bij de regering stond. De basisingrediënten voor een goed menu waren er, maar helaas is het resultaat niet goed.

Ik ben het niet eens met de heer Martens die zegt dat het glas halfvol is, voor mij is het met veel moeite halfleeg.

Een aantal punten uit het oorspronkelijke voorstel van decreet en uit de filosofie van de commissie-Bocken werden niet behouden. Van de twintig amendementen werd een half amendement van onze fractie uiteindelijk met eigen bewoordingen opgenomen. U vertelde nochtans, mevrouw de minister, dat u de bezorgdheid van onze fractie ter harte zou nemen en dat u zo veel mogelijk ervan in een uitvoeringsbesluit zult opnemen. Dat uitvoeringsbesluit is er nog niet, en dus kunnen we er nog niet over oordelen.

Jammer genoeg ben ik na dit toch wel intensieve proces een illusie rijker. Ik ben echter een positief ingesteld mens, en ik heb voor mezelf een denkoefening gemaakt. Ik vroeg me af wat we aan het begin van het proces wilden bereiken. Ik heb vier vragen gesteld en ik meen - u moet mij straks maar tegenspreken als ik het verkeerd zie - dat die vragen ook voor de meerderheidspartijen van cruciaal belang waren en dienden als basis voor een goed decreet.

Ik overloop die vier doelstellingen, vertaald in vragen. Ten eerste was het de bedoeling van deze Vlaamse Regering, maar ook van de oppositie om een antwoord te bieden indien de parketten niets doen, stilzitten, seponeren of niets van zich laten horen. We wilden dat er in dat geval iets zou gebeuren. We hebben een vrij goed werkende milieu-inspectie op Vlaams niveau, en hier en daar zijn er ook goed werkende milieudiensten of milieuambtenaren die toezicht uitoefenen, al zijn die al een pak zeldzamer. We hadden echter een antwoord nodig op de vraag wat we zouden doen in het geval de parketten zouden stilzitten. We hebben maar een gedeeltelijk antwoord geformuleerd. Er is een administratief apparaat met geldboetes, op Vlaams niveau, maar ik vind het resultaat te pover. Ik blijf herhalen dat het een gemiste kans is, want als een parket een pv ontvangt en na twee keer 180 dagen, dat is dus na één jaar, nog steeds niet van zich laat horen, dan blijft alles nu zoals het is en hebben we geen stok achter de deur.

U antwoordde in de commissie, mevrouw de minister, dat dit niet mag gebeuren, dat er alles aan moet worden gedaan om deze mogelijkheid tegen te gaan. Ik geloof dat niet. Het mooiste bewijs is dat er nog altijd een lange lijst van verzoeken van de Milieu-inspectie op de tafel van het kabinet en van de minister ligt - dat is niet alleen tijdens deze regeerperiode het geval, maar ook al tijdens de vorige. De Milieu-inspectie vraagt de schorsing of wijziging van de bepaalde vergunningen, maar jammer genoeg gebeurt daar niets of te weinig mee.

De tweede vraag is de volgende. Als we ervoor opteren om op Vlaams niveau een handhavingsapparaat uit de grond te stampen, dan moeten we ervoor zorgen dat we daarbij niet in dezelfde fouten of problemen vervallen als bij de federale handhavingsinstanties het geval is. We moeten ervoor zorgen dat ons handhavingsapparaat efficiënt en effectief is. Ik twijfel over het antwoord op de vraag of we daarvoor gezorgd hebben. Ik weet het niet, maar - en ik denk nu weer aan het voorbeeld van de parketten - als een beroep wordt ingesteld bij de minister tegen bestuurlijke maatregelen en de minister doet niets binnen de vooropgestelde termijn, dan creëren we opnieuw een stilzittend beleid. Dat had noch onze fractie noch de meerderheid voor ogen. Jammer genoeg biedt het ontwerp van decreet weinig soelaas bij dit soort problemen.

Is het trouwens wel zo verstandig om een behoorlijk log orgaan uit de grond te stampen, namelijk een college van rechters op Vlaams niveau bestaande uit één voorzitter, één ondervoorzitter, zes bijzitters en zes plaatsvervangende bijzitters? In het verslag lees ik dat de beginwedde 700.000 euro per jaar is. Dat is niet niets, dat is het niveau van de Raad van State. En wat moet het college doen? Het moet zich buigen over beroepen inzake administratieve geldboetes. Op zich is het nuttig dat dit proces doorlopen wordt, maar, mevrouw de minister, soms is trop te veel. U kondigde wel al aan dat u bereid bent om te onderzoeken of we dit heel grote orgaan van acht rechters niet in meerdere kamers kunnen indelen. We kijken dus ook hier uit naar het uitvoeringsbesluit.

Een derde doelstelling was om op Vlaams niveau een stevige ambtelijke handhavingsmachine te creëren met voldoende wapens om de strijd aan te vatten. Jammer genoeg zijn enkele belangrijke wapens juist uit handen genomen, zoals de dwangsom en de bestuurlijke transactie. Mevrouw de minister, over drie jaar komt er een evaluatie. Die zit in het ontwerp van decreet vervat. Dan wordt nagegaan of die beide instrumenten worden opgenomen. Ik zou u willen vragen om intussen nog eens naar Nederland te kijken. In een hoorzitting zei de Nederlandse professor Michiels dat de dwangsom het meest effectieve middel is. We moeten het niet eens zo ver gaan zoeken. Ook minister Van Mechelen zei vorige week, naar aanleiding van zijn beleidsbrief Ruimtelijke Ordening, dat de resultaten van de toepassing van dwangsommen indrukwekkend zijn. Misschien is overleg met de minister van Ruimtelijke Ordening zinvol om de bewuste instrumenten te introduceren.

Mijn vierde vraag is ook mijn stokpaardje. Zal dit ontwerp van decreet een antwoord bieden op het grootste pijnpunt, het schromelijke tekort aan handhaving op Klasse-2- en Klasse-3-bedrijven door de gemeenten? Ik zeg het met heel veel schroom en terughoudendheid: ik vrees van niet. De heer Martens zei in de commissie en ook nu hetzelfde: ik vrees dat we de gemeenten zullen opzadelen met extra handhavingstaken, maar zonder de nodige capaciteit. Ik heb vernomen dat er volgende vrijdag een VLAREM-herziening op de agenda van de ministerraad staat, waardoor de gemeenten ook een extra pakket opdrachten zullen toegewezen krijgen. Ik vrees dat de basisvoorwaarden voor een sterk lokaal handhavingsbeleid niet vervuld zullen worden aangezien de meeste - en vooral de landelijke - gemeenten onvoldoende capaciteit hebben.

Het is een goede zaak dat er een Vlaamse gecoördineerde handhavingsprogrammatie komt, maar ook hier is de gemeentelijke poot te zwak. Ze hebben te weinig ruimte en te weinig stuwende middelen om ervoor te zorgen dat ze hun job inzake preventieve handhaving goed kunnen doen. Er zijn te weinig harde engagementen - u moet me maar tegenspreken - om het gemeentelijke handhavingsapparaat te versterken. U wilt dat bekijken in functie van het kerntakendebat, de milieudiensten en de budgettaire mogelijkheden, maar er is te weinig fundament gegoten. Dat is voor mij het belangrijkste punt in mijn analyse.

Ik kom tot mijn conclusie. Veel collega's zullen het met me eens zijn dat dit ontwerp van decreet het belangrijkste is dat deze legislatuur in de commissie voor Leefmilieu is behandeld. Nochtans zouden we dat niet zeggen, te oordelen aan de lage opkomst hier in de plenaire vergadering. (Opmerkingen van de heer Jan Peumans en mevrouw Trees Merckx-Van Goey)

Inderdaad, kwaliteit telt.

Ik denk dat de sp.a-spirit-collega's het met me eens zijn dat er in dit ontwerp van decreet een heleboel gemiste kansen zijn. Ik heb vaak de analyse gehoord van de heer Martens. Die was op een paar accenten na identiek aan de onze. Ik ben een beetje teleurgesteld in uw fractie, mijnheer Martens, omdat zij de voorbije jaren al diezelfde analyse heeft gemaakt. Dat deed ook de milieubeweging, eergisteren nog maakte ze een vrij scherpe analyse van dit ontwerp van decreet. Dat deden ook inspecteurs van het terrein, rechters en federale personen.

Na een proces van twee jaar zijn uiteindelijk slechts een aantal kleinigheden gewijzigd. Dat is niet slecht, maar het is veel te beperkt.

Het exploitatieverbod is na veel discussie opnieuw uit de kast gehaald. Over drie jaar zal op basis van een evaluatie worden beslist of de dwangsom en de transactie er wel of niet komen.

Ik heb niets gezegd over de juridische basis van het Vlaamse handhavingsbeleid. Daar zit heel wat stof voor discussie in. Inzake de conformiteit met de bijzondere wet is er een probleem. Als lid van het Grondwettelijk Hof zal mevrouw Merckx dat probleem binnenkort voorgeschoteld krijgen. We zullen het resultaat dan wel vernemen.

Voor ons geniet dit ontwerp van decreet op enkele punten het voordeel van de twijfel, zoals het aankomende uitvoeringsbesluit, waarvan ik heel veel verwacht, zoals de beleidsprogrammatie, die voor het Vlaamse niveau veelbelovend klinkt, en zoals de harmonisering van de strafbepalingen. Niettemin is dit ontwerp van decreet jammer genoeg een vat vol gemiste kansen. Onze fractie kan dit dan ook niet steunen.

De voorzitter

De heer Lachaert heeft het woord.

Patrick Lachaert

Mevrouw de voorzitter, mevrouw de minister, collega's, dit ontwerp van decreet is opnieuw een belangrijk werk van de commissie voor Leefmilieu. In het verleden hadden we het bodemsaneringsdecreet, het zeer delicate mestdecreet, de asbestresolutie, en nu volgt één van de belangrijkste werken.

Dit ontwerp van decreet kende een lange voorgeschiedenis van tien jaar. Alle wetenschapslui en politici die in deze sector actief zijn, hebben zich erover gebogen. Het was niet altijd eenvormig en eenduidig, maar het kwam er voor de wetgevende en uitvoerende macht op aan om tot een goede besluitvorming te komen.

Een belangrijk aandachtspunt is de dubbele piste. Enerzijds zijn er de kleine milieu-inbreuken, die meestal veroorzaakt worden door een gebrek aan kennis. Die worden met een administratieve beteugeling afgehandeld. Anderzijds zijn er de zware inbreuken, en die worden strafrechtelijk vervolgd.

In deze sector worden de belangrijkste inbreuken - een prof sprak van 80 percent - veroorzaakt door een gebrek aan kennis. Het zijn niet de politici die dit zeggen, maar de wetenschapslui. Dat is een ander gegeven dan in de ruimtelijke ordening. Daar gaat het vaak om een gewilde overtreding, met kennis van zaken. Dat is een heel ander uitgangspunt omdat de milieusector met bedrijven of zelfstandigen te maken heeft, die meestal onbeslagen zijn in die materie. De hele grote bedrijven plegen geen milieu-inbreuken omdat ze de centen hebben om mensen in dienst te nemen die daarvoor bevoegd zijn.

Het grote probleem is het niet weten. We moeten dus niet schieten met een kanon, maar de mensen trachten te helpen bij het zoeken naar een oplossing. Dat is een goed uitgangspunt.

Er werd gekozen voor de Vlaamse Hoge Raad voor de Milieuhandhaving. Daar kunnen we juridisch veel vragen bij stellen, bijvoorbeeld of we wel of niet bevoegd zijn. De juristen hebben daar meestal een verschillende mening over. In de memorie van toelichting zijn er tien bladzijden juridische ondersteuning voor de Vlaamse Hoge Raad voor de Milieuhandhaving.

Daarbij kan men stellen dat wij in Vlaanderen misschien een eigen milieuproblematiek hebben, anders dan in andere landsgedeelten.

De gemeenten zaten te wachten op een behoorlijke regeling voor de gemeentelijke administratieve sancties. Die sanctie werd gemeente per gemeente geregeld, maar als de betrokkene de retributie van het sluikstorten, opgelegd via een beslissing van de gemeenteraad, niet wou betalen, werd hij of zij voor een politierechtbank vrijgesproken. Dat was een juridische lacune. Men is op een juridisch inventieve manier omgegaan met dat probleem en heeft getracht het federale niveau daar niet bij te betrekken, omdat het anders nog lang zou aanslepen. Er is nu een eigen, Vlaamse juridische omkadering, zodat het probleem van de kleine overlast onmiddellijk een juridisch antwoord kan krijgen.

Uit diverse hoorzittingen met deskundigen uit de sectoren bleken nog een aantal aanvullingen noodzakelijk. Een aantal hiaten moesten nog worden opgevuld. Via een nauwkeurige amendering, in samenspraak met de minister en haar kabinet en de parlementsleden van de meerderheid, is op een ordentelijke juridische manier aan die bezwaren tegemoetgekomen. Zo zijn we tot een goed ontwerp van decreet gekomen, dat aanvaard wordt door de mensen op het terrein, en dat niet op het eerstvolgende wetenschappelijke academische colloquium bekritiseerd zal worden. Het ontwerp van decreet is zowel technisch, juridisch als feitelijk goed onderbouwd.

Ik wens dan ook mijn uitdrukkelijke dank uit te spreken aan de minister en haar kabinet. Ik dank ook de leden van de commissie voor hun deskundige inbreng en - zoals steeds - hun grote inzet. Ik dank ook de commissiesecretaris en zijn medewerker voor de snelle en technisch correcte afhandeling.

Mijnheer Daems, het klopt dat u een aantal zaken opgemerkt hebt die volgens uw filosofie inderdaad correct zijn. De meerderheid heeft mijns inziens getracht om zowel feitelijk als juridisch af te wegen of uw opmerkingen een plaats hadden in onze politieke en technische zienswijze op dit ontwerp van decreet. Wij hebben niet altijd dezelfde mening, dat moet u respecteren. Voor ons is het glas meer dan halfvol, voor u is het vaak halfleeg. Dat is begrijpelijk, aangezien u in de oppositie zit. U mag echter niet stellen dat we geen antwoord gegeven hebben op uw altijd goed onderbouwde uiteenzettingen. Telkens als u een amendement aanbracht, werd daar binnen de meerderheid over vergaderd en werd er naar een degelijk antwoord gezocht.

Als voorzitter van de commissie wil ik tot slot zeggen: op naar een volgende uitdaging voor onze commissie. Wellicht wordt dat de aanpassing van de VLAREM-reglementering, wat geen eenvoudige klus zal zijn. Wij kijken ernaar uit. Ik dank iedereen in elk geval dat we dit ontwerp van decreet op een zeer goede basis tot stand hebben kunnen brengen. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Mevrouw de voorzitter, collega's, aan deze dag is tien jaar van studie en gesprekken voorafgegaan. Na al die jaren van onderzoek breekt er ook eens een moment aan waarop er geland moet worden.

Vandaag zijn we zover. We hopen om in het milieuhandhavingsrecht tijdelijk te kunnen landen.

Diverse collega's hebben gewezen op de amendementen op het huidige ontwerp van decreet. Ik wil eveneens wijzen op de vrucht van tien jaar onderhandelen, op de zware inspanningen die zijn geleverd door de administratie en tal van juridische experts om tot het voorliggende ontwerp van decreet te komen. Tijdens de voorbije maanden heeft ook de commissie Leefmilieu ettelijke vergaderingen besteed aan dit belangrijke ontwerp van decreet. Niet ten onrechte, want dit ontwerp van decreet markeert een cruciale fase in de verdere evolutie van het milieurecht in Vlaanderen.

Met de goedkeuring van dit ontwerp van decreet door het parlement zal een eerste belangrijke stap gezet zijn naar een totaal vernieuwde aanpak van de milieuhandhaving. De op te richten Vlaamse Hoge Raad voor de Milieuhandhaving, de gewestelijke entiteit en het Milieuhandhavingscollege moeten daarin de eerste viool spelen.

Er zijn een aantal opmerkingen gemaakt over de werking van onze parketten en de samenwerking tussen de verschillende entiteiten. Ik wil daarbij wijzen op de belangrijke taak die wordt toebedeeld aan de Vlaamse Hoge Raad voor de Milieuhandhaving. Hij zal de stuwende motor moeten zijn in het gestructureerd overleg tussen en met alle bevoegde handhavingsactoren. Daarmee bedoel ik de inspectiediensten, de parketten en de politiediensten. De afspraken die uit dat overleg zullen volgen, kunnen worden vastgelegd in zeer goed opvolgbare protocollen. We verwachten daar heel wat van in de toekomst.

Niet ten onrechte hebben sommige collega's tijdens de besprekingen in de commissie Leefmilieu erop gewezen dat de beide ontwerpen, en misschien nog meer het ontwerp van Milieuhandhavingsdecreet, de belangrijkste ontwerpen van decreet zijn waarover de commissie de afgelopen jaren heeft gedebatteerd. Toch wil ik beklemtonen dat er nog een lange weg moet worden afgelegd voor het Milieuhandhavingsdecreet zijn eerste vruchten zal kunnen afwerpen.

Nu moeten dringend de nodige uitvoeringsbesluiten worden opgemaakt om het ontwerp van decreet te operationaliseren. Mijn administratie is daar volop mee bezig. Het is de bedoeling dat het Milieuhandhavingsdecreet eind 2008 in werking treedt.

Tezelfdertijd wordt ook gewerkt aan de verdere uitbreiding van de toepassing van het Milieuhandhavingsdecreet tot het Mestdecreet en het milieubeheersrecht, met inbegrip van de bos- en natuurwetgeving. Ook deze operatie moet afgerond kunnen worden voor het einde van deze legislatuur.

Een aantal knelpunten die hier zijn vermeld, waaronder het al dan niet invoeren van extra maatregelen zoals de dwangsom, kunnen deel uitmaken van een eerste evaluatie. Uit de besprekingen in de commissie, uit de talrijke vragen die daar zijn gesteld en antwoorden die daar zijn gegeven, blijkt dat er op dit moment een goed evenwicht is bereikt. Uiteraard zal het toezicht dat de lokale actoren in de toekomst zullen uitoefenen, een heel belangrijke uitdaging blijven. Diverse sprekers hebben hun bezorgdheid hierover geuit. Ik onderschrijf deze bezorgdheid maar ik wijs er ook op dat in het voorliggende ontwerp van decreet de basis wordt gelegd voor een goede ondersteuning en voor een permanente vorming van de provinciale en lokale toezichthouders. Het is de bedoeling om de normen voor het toezicht parallel en gradueel op te bouwen naargelang er middelen worden uitgetrokken voor ondersteuning en vorming. Op die manier krijgen de gemeenten de nodige slagkracht om hun toezichttaak uit te oefenen.

Zoals gezegd, is dit niet het einde maar wel het startpunt. Ik wil in het bijzonder de commissieleden van harte bedanken voor de medewerking. Ik wil ook de voorzitter bedanken. We kennen hem als iemand die al ettelijke jaren bijzonder veel debat in de commissie toelaat. Ik ken ook de leden van de commissie al ettelijke jaren als zeer dynamische, kritische en volhardende parlementsleden. Ik ben er dan ook van overtuigd dat er constructief zal kunnen worden gewerkt aan degelijke uitvoeringsbesluiten.

De evaluatie van het toekomstige decreet is een belangrijke zorg. Het enige doel dat we hebben, is een eenvormige, eenduidige, goede en correcte handhaving van het milieubeleid in Vlaanderen. (Applaus)

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

De voorzitter: Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het ontwerp van decreet.

De door de commissie aangenomen tekst wordt als basis voor de bespreking genomen. (Zie Parl. St. Vl. Parl. 2006-07, nr. 1249/5)

De artikelen 1 tot en met 43 worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het ontwerp van decreet houden.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.