U bent hier

De voorzitter

Bespreking (Voortzetting)

De heer Caluwé heeft het woord.

Ludwig Caluwé

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister-president, leden van de regering, collega's, de reactie van de oppositie op de krachtige Septemberverklaring klonk weer voorspelbaar. Mevrouw Vogels had het over veel blablabla. Blijkbaar heeft ze niet echt geluisterd naar de minister-president. Misschien zat ze met haar gedachten bij haar campagne? Ik heb gehoord dat 85 percent van het regeerakkoord in uitvoering is. Er zijn 34 VIA-projecten op kruissnelheid. En daar komt nog veel bij. Niet in 2010, maar nu al wordt Vlaanderen schuldenvrij. Het gaat allemaal over investeren, innoveren, actie. Mevrouw Vogels: dat is niet blablabla, maar boemboemboem!

Zoals elk jaar had de heer Dewinter het over een gebrek aan visie. Heeft hij niet geluisterd? Wou hij niet luisteren? Wie zal het zeggen. Ik zal nogmaals uitleggen welke visie sinds 2004 aan de basis ligt van het Vlaamse regeringswerk. De Vlamingen zijn tevreden over hun huidige situatie. Ze vrezen wel dat hun kinderen het minder goed zullen hebben dan zijzelf.

Deze Vlaamse Regering probeert met haar beleid die vrees weg te nemen. Om Vlaanderen welvarend te houden moeten we onze troeven in stand houden, versterken en ze volop uitspelen.

Wat zijn onze troeven? U kent de klassieke mantra uit de immobiliënwereld. Als daar de vraag gesteld wordt naar de criteria voor een investering in onroerend goed, dan komt het antwoord: "Eén: location, twee: location, drie: location". Dat parafraserend kan ik zeggen wat de troeven van Vlaanderen zijn: "Eén: location, maar twee: education, drie: motivation". We hebben een uitstekende ligging, maar we hebben ook een bijzonder goede kwaliteit van onderwijs en onze mensen hebben traditioneel een grote werkkracht en een stevige motivatie. Zij vormen de sokkel voor een zorgzame, duurzame en kwaliteitsvolle samenleving waarin men zich zeker en veilig voelt.

Als christendemocraat ben ik ervan overtuigd dat het een niet zonder het ander kan. Je kunt geen sociaal paradijs bouwen op een economisch kerkhof, maar je kunt ook geen economisch paradijs bouwen op een sociaal kerkhof. Mensen zijn minder geneigd om te ondernemen en risico's te nemen of gemotiveerd, flexibel, creatief en innovatief te werken als ze kopzorgen hebben over de betaalbaarheid van hun huis of over de opvang voor hun gehandicapte zoon of hun bejaarde moeder.

In die zin is het schrijnend dat een eigen huis voor de meeste alleenstaanden en de helft van de tweeverdieners onbetaalbaar is geworden, terwijl het aantal eigenaars van een tweede woning in het buitenland toeneemt. We moeten kost wat kost verhinderen dat we naar dit soort dualiteit evolueren. We moeten de droom van menige Vlaming - een eigen huis verwerven - leven inblazen, onder meer door de socialekredietsector te activeren en door een performant grondbeleid te voeren.

De voorzitter

Mevrouw Vogels heeft het woord.

Mieke Vogels

Ik ben het eens met wat u zegt maar dat bedoel ik nu net met veel 'blabla' en weinig 'boemboem'. Ik zou ook graag hebben dat mijn kinderen nog een betaalbare woning vinden en dat zal zo ook wel zijn omdat ik goed verdiend heb en hen dus zal kunnen helpen. Maar mijn buurvrouw kan dat misschien niet. Ik weet dat het aantal mensen dat zelfs een huurwoning niet meer kan betalen, maand na maand stijgt. Uw analyse is dus juist, maar wat gaat u eraan doen? Ik heb er in het regeerakkoord niets over gehoord. Ik heb geen enkele hoopvolle verklaring gehoord voor die vele jongeren die geen betaalbare woning meer vinden. Ik heb het niet gehoord, u misschien wel.

Ludwig Caluwé

Ik heb net gezegd dat we de socialekredietsector moeten activeren en een goed grondbeleid moeten voeren.

De voorzitter

Minister Keulen heeft het woord.

Wonen is een van de kernpunten waar de mensen mee bezig zijn. Iedereen weet dat wonen vandaag de dag peperduur is. Maar men erkent ook dat het altijd zo geweest is. Vraag het aan de generatie voor u, kijk naar uzelf. Zij die begin jaren 80 vastgoed gekocht hebben of gebouwd hebben met rentetarieven van 12 percent en meer, hebben ook keihard moeten werken. Maar tezelfdertijd worden ieder jaar opnieuw records gebroken inzake bouwvergunningen - 46.000 voor nieuwbouw, 18.000 voor renovatie - wat dus betekent dat Jan en Mie Modaal nog volop bouwen.

We zijn het enige land in de wereld, ondanks het peperdure bouwen en kopen, waar mensen op hun achtentwintigste eigenaar worden. Tien jaar geleden was dat nog op hun vijfendertigste. Eén op de acht wordt zelfs eigenaar voor zijn vijfentwintigste. Dat komt omdat mensen er keihard voor werken maar ook omdat de overheid een ongelooflijk stimulerend beleid voert. De federale overheid met de woonbonus, de Vlaamse met de verlaging van de registratie- en schenkingsrechten en het hele stelsel van sociale leningen.

In de begroting 2008 doen we er meer dan 100 miljoen euro investeringsvolume bij, precies omdat het een groot succes is. We hebben een premiezoeker ingesteld. Want als men de gemeentelijke bouwpremies, de provinciale, de Vlaamse en de federale optelt, komt men nu aan meer dan 2.000 premies, net omdat de verschillende overheden bezorgd zijn om die droom van elke Vlaming - eigenaar worden van zijn woning - te helpen realiseren. Ik erken dat de mensen zelf de grootste inspanning leveren, maar de overheid helpt. Dat betekent dat in dit land de arbeider en de bediende eigenaar worden van hun woning. In Nederland is de ambitie van die mensen op dat vlak om een heel leven te kunnen huren in de sector van de sociale huisvesting. Hier zitten we niet één stap, maar heel wat stappen verder.

Dat kan dus omdat men zo hard werkt, maar ook omdat de overheid grote inspanningen doet om er een stimulerings- en kansenbeleid voor te voeren. En met succes, tot op de dag van vandaag.

De voorzitter

Mevrouw Heeren heeft het woord.

Veerle Heeren

Mevrouw Vogels, mijnheer de minister, ik zou het toch een beetje willen nuanceren. We kunnen niet ontkennen dat er vandaag een grote groep is van alleenstaanden met kinderen - man of vrouw - die het zeer moeilijk heeft en dat is ook zo voor gezinnen waar slechts een van beide partners gaat werken. Wij willen allemaal dat die hun eigendom nog kunnen verwerven, maar op de markt vandaag - ik spreek over september 2007 - zijn de tendensen duidelijk: de rentevoeten stijgen. Daarom is het zo belangrijk dat we aan het aspect van de sociale leningen, dat ook in ons regeerakkoord staat, dit werkjaar werken, om te kunnen harmoniseren.

Ik deel wel de mening van mevrouw Vogels dat het inderdaad een groep is die het moeilijk heeft en dat we er vandaag niet voor kunnen zorgen dat zij een eigendom kunnen verwerven. Daarenboven, en dat is voor een deel ook federale materie, - en laat ons hopen dat we daar de volgende maanden ook andere inzichten krijgen - moeten we het investeren in onroerend goed opnieuw aantrekkelijk maken. We hebben in Vlaanderen niet de tools in handen om dat te doen, met alle gevolgen voor het wegkwijnen van de private markt.

Mijnheer de minister, u hebt de voorbije maanden initiatieven genomen. We hebben interessante studiedagen gehad van het kenniscentrum wonen. Men komt eigenlijk tot de vaststelling - wat degenen die de sector volgen al heel lang weten - dat de private huurmarkt alsmaar kleiner wordt, met alle gevolgen van dien. Ik vraag me af waar die mensen nog gaan wonen, want de problemen worden alleen maar groter.

We zijn volop bezig, en dat is ook een aspect van het Vlaams regeerakkoord, met de uitvoering van alles wat met ruimtelijke ordening te maken heeft. Grondbeleid is daar een belangrijk aspect van. Ook in het grondbeleid kunnen we dingen creëren om iets te doen aan de aanbodzijde, om ervoor te zorgen dat een bepaald gedeelte van die middengroep er nog in zal kunnen slagen om dat onroerend goed te verwerven. Dat zal niet gaan als we die socialeleningsector niet in zijn totaliteit aanpakken. We moeten er als overheid voor kunnen zorgen dat er één loket wordt gecreëerd - wie dat ook mag zijn - om de sociale leningen aan betaalbare tarieven haalbaar te maken voor de groep mensen die het vandaag in de samenleving moeilijk heeft.

Ik moet nu eigenlijk mijn collega Dirk Van Mechelen citeren, die bij de begrotingsonderhandelingen zei - en u kunt dat niet ontkennen - dat het in deze legislatuur is dat we de sector van de sociale leningen opnieuw gerevitaliseerd hebben. Die sector was op sterven na dood. We hebben de verkoopwaarde van de woningen fors opgetrokken, we hebben de mogelijkheid gecreëerd dat gezinnen met één kind er ook gebruik van kunnen maken en we hebben ook de inkomensgrenzen voor degenen die willen ontlenen fors opgetrokken, in die zin - en nu citeer ik de minister van Begroting - dat het systeem van binnenuit bijna ontploft, omdat er gigantisch veel mensen gebruik van maken.

Mevrouw Heeren, mevrouw Vogels, dat is eigenlijk het mooiste compliment, want dan kom ik tegemoet aan uw bekommernis, maar dat is ook de bekommernis van de hele regering. We willen de ambitie voor de eenverdiener, voor het eenoudergezin en zelfs voor degenen die aangewezen zijn op een vervangingsinkomen waarmaken. Ik heb met de directie-generaal van het Vlaams Woningfonds rond de tafel gezeten. Vandaag lenen zelfs ook mensen met een vervangingsinkomen en zij proberen op die manier hun eigendomsdroom te realiseren. Ze kopen dan weliswaar een oudere woning, die ze renoveren via de renovatiepremie, en de rest financieren ze met een sociale lening, maar ook die mensen kunnen in Vlaanderen, zei het op een bescheiden manier, die eigendomsdroom realiseren.

Dat kan omdat ze dat zelf willen, omdat ze daar grote inspanningen voor doen, maar ook omdat de Vlaamse Regering, zeker op het vlak van de sociale leningen - die jarenlang een sluimerend bestaan kenden, maar deze legislatuur een extra impuls kregen -, stimulansen creëerde. Ook dat valt niet te ontkennen. Ik wil daarmee niet zeggen dat het allemaal melk en honing is, maar het is vandaag mogelijk voor die groep mensen, terwijl dat vroeger totaal onmogelijk was. Dat kon door de voorwaarden te versoepelen en door extra geld in de leningen te pompen.

Mieke Vogels

Mijnheer de minister, we kennen u als een bevlogen minister, die altijd met heel veel overtuiging zijn beleid verdedigt. Er zegt ook niemand dat deze Vlaamse Regering nog niets heeft gedaan. Mijnheer de minister, mijnheer de minister-president, ik heb alleen de indruk dat u in snelheid wordt gepakt door de evoluties op het terrein.

Mevrouw Heeren heeft terecht verwezen naar het snelle ineenschrompelen van de private huurmarkt, met immens hoge huurprijzen tot gevolg voor kwalitatief niet heel goede woningen.

Er zijn recente studies die aantonen dat mensen nooit zoveel van hun inkomen hebben gespendeerd aan het afbetalen van hun woning. Men huurt tegenwoordig zelfs op termijnen van dertig tot vijfendertig jaar. Dat zijn duidelijke tendensen waaraan met de huidige instrumenten onvoldoende kan worden geremedieerd.

Ik verwacht dat de Vlaamse Regering met een overschot van 1 miljard euro daar een tandje kan bijsteken en in haar Septemberverklaring een visie ontwikkelt over de wijze waarop zij in Vlaanderen het kwalitatieve wonen betaalbaar en haalbaar wil maken voor iedereen die in Vlaanderen woont. Dat antwoord heb ik niet gekregen. Ik ben niet tegen sommige voorstellen die u doet, maar het is te weinig om in te spelen op de Vlaamse realiteit. In Vlaanderen, toch een van de rijkste regio's ter wereld, neemt de armoede toe als gevolg van de te hoge huurprijzen en te hoge prijzen voor wonen en nutsvoorzieningen. Ik zie niet hoe de Vlaamse Regering daar een antwoord op geeft.

Mevrouw de voorzitter, men heeft op het einde van de zitting van maandag de begroting rondgedeeld. Daarin ziet men hoe ook de sector wonen meer dan substantieel groeit. Ik ben de eerste die erkent dat de tweedeling van de samenleving uit de huisvesting blijkt en dat daaruit blijkt wie meekan en wie niet. Het feit dat er in Vlaanderen bijna 80 percent eigenaars wonen, geeft aan hoe welvarend we zijn geworden en hoe ambitieus en werkzuchtig onze mensen zijn.

Aan de andere kant is er de sector sociale huisvesting waarin de jongste jaren gigantisch is geïnvesteerd. Het geld raakt op, maar we raken ook aan de limieten van de bouwsector. Drieduizend sociale woningen op jaarbasis is de limiet, tenzij men stelt dat we geen wegen meer aanleggen, geen scholen meer bouwen of industrieën optrekken. Meer kan de bouwsector niet aan, we zitten op een topniveau. 600 miljoen euro gaat naar sociale huisvesting. De huursubsidies voor de private huursector worden opgetrokken tot 30 miljoen euro, precies om degenen die aan de voorwaarden voldoen voor een sociale huurwoning en vandaag nog geen onderdak krijgen, te helpen betaalbaar te huren op de private huurmarkt.

We verrichten een onderzoek naar de creatie van een woonbevak om opnieuw investeerders aan te sporen geld te beleggen in de bouw van private huurwoningen. Dat zijn geen tovermiddelen die alle pijn wegnemen, maar als er één domein is waar de Vlaamse overheid kort op de bal speelt, ook op andere domeinen trouwens, dan is het precies in de sector van het wonen omdat het een primaire levensbehoefte is. Artikel 23 van de Grondwet zegt dat iedereen recht heeft op fatsoenlijke huisvesting. Ieder jaar opnieuw voegen we de daad bij het woord, in de vorm van heel wat kredieten en extra middelen die in de begroting bij wonen worden ingezet.

Ludwig Caluwé

Mevrouw de voorzitter, van wonen gaan we naar het volgende discussiethema, namelijk welzijn. We schieten tekort als in onze welvarende samenleving iemand moet wachten op de zorg die hij verdient. De inspanningen die daarvoor in 2003 werden voorzien volstaan niet. Het probleem moest opgelost zijn in 2007, maar het is niet opgelost. Minister Vanackere verhoogt nu met 50 percent de inspanningen om de wachtlijsten in de gehandicaptensector weg te werken. De lokale toename van het budget bedraagt nu 54 miljoen euro. Voor Kind en Gezin stijgt het budget met 19 miljoen euro. Dat wil zeggen dat de verdere uitvoering van het globaal plan van minister Vervotte en de effectieve nieuwe toename van 3,7 miljoen euro. Ook het budget van de bijzondere jeugdbijstand neemt toe met 18 miljoen euro. Dat is een nieuwe opstap van 4 miljoen euro voor de residentiële opvang die kadert in het globaal plan. Voor pleegplaatsingen, internaat en preventieve sociale acties is 1 miljoen extra voorzien, en voor de verdere capaciteitsuitbreiding van de gemeenschapsinstellingen 3,7 miljoen euro extra. Dat moet de knik opleveren om de wachtlijsten weg te werken.

Bij de verbetering van onze waterkwaliteit, ons leefmilieu en ons natuurbeleid zijn ook de gemeenten belangrijke partners. We rekenen erop dat de Vlaamse overheid hen daarbij voldoende zal ondersteunen. We zijn er trouwens uitermate tevreden over dat de Eliaheffing, de pestbelasting bij uitstek, door de Vlaamse Regering werd afgeschaft en dat de gemeenten hiervoor volledig werden gecompenseerd. We rekenen erop dat de regering, in het kader van het fiscaal pact, voortgaat met het uit de wereld helpen van de pestbelastingen, maar ook dat dit gebeurt met een even groot respect voor de autonomie van de gemeenten.

Visie in beleid omzetten vereist een performante overheid. Het is gezond om kritisch te zijn, zeker ten aanzien van de overheid en ook van buitenaf. Als de minister-president zegt dat Vlaanderen niet zelfgenoegzaam mag zijn, dan geldt dat zeker voor de overheid zelf. En let op: een vermindering van het aantal ambtenaren is op zichzelf geen relevante doelstelling. 'Hoe minder ambtenaren, hoe beter' is een poujadistische boodschap. Een efficiëntere en effectievere overheid is echter wel een relevante doelstelling. Door de vergrijzing en de ontgroening moet er meer nadruk worden gelegd op productiviteitsontwikkeling, ook in de overheidssector. Als in de toekomst arbeidskrachten schaars worden, valt dit moeilijk te verzoenen met een stijgende werkgelegenheid bij de overheid. De Vlaamse overheid scoort niet slecht, maar moet haar efficiëntie en effectiviteit nog opdrijven. Laten we eerlijk zijn: de onverwacht sterke toename van de nieuwe beleidsruimte heeft de budgettaire druk om te heroverwegen zeker niet bevorderd. We zien de oprichting van veel steunpunten voor beleidsgericht onderzoek, maar weinig of geen echte beleidsevaluatie. We zien veel beleidsovereenkomsten passeren, maar zelden is productiviteitsvergroting daarin ook een belangrijke doelstelling. We zien ook regelmatig dat er nieuwe fysieke meldpunten, winkels en dergelijke, worden aangekondigd. Dat is allemaal goed bedoeld, maar is dat echt het beste instrument als er meer gsm's dan inwoners zijn en ondernemingen steeds meer overschakelen naar callcenters met zeer ruime openingstijden?

Tegelijkertijd wil ik echter onderstrepen dat deze regering grote inspanningen doet om de Vlamingen een kwaliteitsvol bestuur te geven. Ik denk onder meer aan RIA, een van de vrouwen van minister Bourgeois. Dan heb ik het over de invoering van de reguleringsimpactanalyse, de regelgevingsagenda en de wetgevingscellen binnen de administratie. Tussen haakjes, Vlaanderen speelt hiermee een pioniersrol in Belgisch verband. Goede en duidelijke regels maken is niet alleen een kerntaak van de overheid. Het trekt investeerders over de streep, doet ondernemingen opstarten en schept banen.

Terwijl we enerzijds de regels in toom houden, snoeien we anderzijds in de administratieve lasten. Ik verwijs hierbij naar de recente campagne voor de vermindering, vereenvoudiging en verbetering van de regelgeving voor verenigingen en vrijwilligers. Daarop moet nu zo snel mogelijk een concreet actieplan volgen. Maar er is ook MAGDA, die andere vrouw van minister Bourgeois. Dat is het Vlaamse knooppunt voor gegevensuitwisseling. Een klantvriendelijk bestuur moet ernaar streven dat de overheid de Vlaming slechts eenmaal persoons- en andere gegevens vraagt. Dit moet worden ingepast in het Vlaamse e-governmentbeleid, dat we juridisch en structureel voort willen onderbouwen, zoals onze fractie in een voorstel van resolutie heeft uiteengezet.

Onze fractie doet heel wat inspanningen voor een betere regelgeving. Daarom zijn we blij, mevrouw de voorzitter, met de aankondiging dat de commissie voor Decreetsevaluatie zal worden geactiveerd. We waren al lang vragende partij daarvoor. We steunen u ook bij uw inspanningen om ons blikveld te verruimen. Zo is het een uitstekend voorstel dat we zouden participeren in de werkzaamheden van Vleva. De voorzitter, onze collega, de heer Van den Brande, heeft me al gezegd dat hij dit zeer positief zal begeleiden.

Ook wil ik graag erkennen dat onze werkzaamheden het voorbije jaar levendiger zijn geworden. De wijzigingen aan het vragenuurtje zijn een geslaagd experiment. Onze debatten zijn boeiender. We hebben er ook naar gevraagd. De ingeslagen weg moet voort worden bewandeld. Toch willen we ervoor waarschuwen niet het essentiële met het bijkomstige te verwarren. De inhoud gaat voor op de vorm. Het stoort echt niet dat iemand een papiertje met een paar woorden bij heeft, als geheugensteuntje voor zijn gedachtegang. Uiteraard is het belangrijk helder te formuleren, maar wat iemand vertelt, is nog altijd belangrijker dan hoe hij dat doet. Een parlementair debat is geen welsprekendheidstoernooi, laat staan een spelletje Memory.

Laat me terugkeren naar de Septemberverklaring. Onder leiding van Yves Leterme heeft de Vlaamse Regering de voorbije jaren een schitterend parcours afgelegd. We legden meer opzij dan nodig. Het maakt Vlaanderen het komende jaar schuldenvrij. We zien de internationale rentevoeten stijgen, maar dat zal Vlaanderen niet deren. Kris Peeters trekt het beleid, dat Yves Leterme samen met Dirk Van Mechelen en de andere ministers gerealiseerd heeft, nu krachtig door. We steunen hem volkomen. Wij geloven dat hij met zijn eigen stijl Vlaanderen wakker kan schudden en wakker kan houden en zo onze troeven op de beste manier kan uitspelen.

Laat me die troeven nog even opsommen. Onze eerste troef is 'location' of onze ligging. In een cirkel van 500 kilometer rond Vlaanderen, een dagtraject voor een vrachtwagen, vinden we nog altijd de hoogste koopkracht ter wereld. Investeren in logistiek, in havens, in wegen, in binnenvaart en, als men het ons toestaat, ook in spoorwegen, blijft een absolute must. Niet zomaar om die grote stalen dozen hier te zien passeren, maar om er ook iets mee te doen, om er waarde aan toe te voegen, om er als Vlaming een cent mee te verdienen.

Investeren in infrastructuur betekent ook investeren in veiligheid. Minister Crevits zet het beleid van minister Peeters voort. Er werden al 213 zwarte punten weggewerkt. Dit jaar worden er nog 91 aan die lijst toegevoegd en tegen het einde van het jaar zal voor alle zwarte punten in Vlaanderen een voorontwerp van aanpakplan klaar zijn.

Voor wat onze ligging betreft, is er ook een tweede factor. Terecht riep de minister-president maandag op tot enige bescheidenheid. In de ranking van het bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking, de totaliteit van wat we op het grondgebied van het Vlaamse Gewest zelf produceren, staan we in de ranking van de Europese regio's slechts op de 27e plaats. Maar op het vlak van inkomen staan we hoger. Het verschil is Brussel. Brussel staat voor wat het BBP betreft op de derde plaats in de Europese ranking. Op de tweede plaats staat het Groothertogdom Luxemburg en op de eerste plaats staat 'Inner London'. De ranking illustreert dat Vlamingen en Walen een belangrijk gedeelte van hun welvaart uit de internationale centrumfunctie van Brussel halen.

Ik herhaal dus wat ik hier veertien dagen geleden tijdens het institutioneel debat gezegd heb. Een federale uitdaging kan er nog altijd in bestaan om Brussel, in samenspraak met de gewesten, verder uit te bouwen als internationaal centrum. Vanuit Vlaanderen spelen we hier trouwens op in met ons het START-programma. Het is echter onbegrijpelijk dat Brussel hier zelf niet meer werk van maakt. Het is onbegrijpelijk dat men dreigt met geluidsnormen om de kip met de gouden eieren te slachten. Het is onbegrijpelijk dat men er in deze omstandigheden niet in slaagt om de eigen werklozen naar de vele vacatures in Brussel en in de buurt van Brussel, in Vlaanderen, te leiden. Wij, Vlaanderen, laten in ieder geval Brussel niet los. Zo heeft de Vlaamse Regering vorige week nog enkele hinderpalen voor de toepassing van de zorgverzekering in Brussel weggewerkt. Maar misschien nog het meest illustratief is dat er op dit moment meer Brusselaars in de Vlaamse Regering zitten dan in de Franse Gemeenschapsregering.

Onze tweede troef is 'education', de kwaliteit van ons onderwijs. Terecht schenken het beleid en de Septemberverklaring er veel aandacht aan. We steunen minister Vandenbroucke in zijn vele inspanningen. Zo steunen wij ook de optie om elk talent maximaal tot zijn recht te laten komen. Het voorbije jaar werd werk gemaakt van de kostenbeheersing in het basisonderwijs, een eerste belangrijke stap in het neerhalen van financiële drempels in het onderwijs. Dit werkjaar ligt de nieuwe financiering van het leerplichtonderwijs op tafel. Het is een hele uitdaging om de schaarse middelen op de meest efficiënte manier in te zetten. De nieuwe financiering van het leerplichtonderwijs moet ertoe leiden dat elke school over voldoende middelen en personeel beschikt om elk talent van elke ingeschreven leerling alle kansen op ontwikkeling te geven. Vlaanderen wil warme en sterke scholen: dat horen we graag! Het is inderdaad ontzettend belangrijk dat we competente leerkrachten en directies kunnen inzetten die de ruimte en de kracht vinden om het beste van zichzelf te geven.

De overheid moet daartoe het kader bieden. Warme scholen zijn scholen die voldoende aandacht schenken aan alle kinderen en kinderen met speciale noden in het bijzonder. Want leren moet plezant zijn. Het moet een succeservaring zijn waarop jonge mensen kunnen bouwen en zich ontwikkelen tot sterke persoonlijkheden die geloven in zichzelf en de toekomst. Respect voor de eigenheid van elk kind is daarbij een basishouding die zowel de ouder, de school als de overheid zich moeten aanmeten.

Ten slotte is er onze derde troef: motivation. Traditioneel worden de Vlamingen geroemd om hun hoge arbeidsproductiviteit. Die is inderdaad nog altijd zeer hoog, maar alleen daarmee redden we het niet meer. Het gaat hem vooral om de wil om te werken, de wil en de durf om te innoveren, de wil en de durf om te veranderen. Terecht daagt de minister-president elke Vlaming uit, want dit hangt van ons allemaal af. Hij zegt eigenlijk: "Plus est en vous." Het is opvallend dat ook de nieuwe Waalse minister-president Demotte op de Waalse Feesten deze lijfspreuk van Gruuthuse tot de zijne heeft gemaakt. Als hij wijst op de noodzaak om te werken aan een Waalse heropleving, zegt hij: "Nous devons compter que sur nous-mêmes. L'avenir de la Wallonie dépend de notre capacité a mobiliser nos propres forces."

Dat zijn hoopvolle, nieuwe woorden. Alleen betreur ik dat hij daar niet de passende besluiten uit trekt en elke vorm van bijkomende bevoegdheden voor het Waals Gewest afwijst. Onze arbeidsmarkten bijvoorbeeld verschillen zo grondig. Het is eergisteren nog gezegd: in Vlaanderen ligt de activiteitsgraad bij de 55-plussers veel te laag. Wallonië heeft een probleem van globale en vooral jeugdwerkloosheid. Dit probleem aanpakken vereist maatwerk. Toch wil Wallonië die verantwoordelijkheid niet zelf nemen. Al hebben wij hier veertien dagen geleden duidelijk gemaakt dat we willen onderhandelen, dat wij het bestaan van een federale overheid en solidariteit niet in vraag stellen, toch blijft onze wil op vooruitgang afketsen op een "non".

Mevrouw de voorzitter, eergisteren stelde u dat als we de politiek dichter bij de mensen willen brengen, we de jongste maanden niet goed bezig zijn geweest, dat de mensen zich ergeren aan de onmacht van de verkozenen om boven de verkiezingsslogans uit te stijgen en dat als niemand toenadering wil zoeken, er nooit een federale regering gevormd zal worden.

Mevrouw de voorzitter, ik neem aan dat u uw verwijtende woorden louter tot de Franstaligen gericht hebt. Immers, vorige zaterdag nog stelde uw partijvoorzitter, de heer Somers, in Het Laatste Nieuws dat de Vlaamse onderhandelaars zich zeer redelijk tonen, maar dat de Vlamingen dit keer niet zullen buigen voor het "non" van de Franstaligen. Voor hem kan het desnoods nog honderd dagen duren. Ik kan uw partijvoorzitter alleen maar gelijk geven. We zullen als Vlamingen nog wat koelbloedigheid aan de dag moeten leggen. En trouwens, als de mensen in het verleden een afkeer gekregen hebben van de politiek, is dit in de eerste plaats omdat men na de verkiezingen volledig het tegenovergestelde deed van wat men voor de verkiezingen gezegd of beloofd had. Dat is nu niet het geval. (Applaus)

Ook de minister-president heeft het eergisteren herhaald. Er is en blijft een staatshervorming nodig. Veertien dagen geleden hebben we hier duidelijk gemaakt dat de grote meerderheid van de Vlaamse politici die staatshervorming wil bereiken via onderhandelingen. Dat debat vond plaats voor de internationale pers, maar toch heeft die boodschap de Franstaligen niet bereikt. Daarom zal ik die boodschap nu nog eens herhalen in het Frans: chers amis francophones, la large majorité des élus flamands veulent par le dialogue une réforme de l'état. Certes, une réforme de l'état qui doit être substantielle mais qui ne détruit ni le niveau fédéral, ni la solidarité. La minorité a un plan B, le "bye, bye, Belgium". Chers amis francophones, à vous le choix. (Applaus bij CD&V, N-VA en Open Vld)

De voorzitter

Mevrouw Ceysens heeft het woord.

Patricia Ceysens

Mevrouw de voorzitter, misschien heeft de RTBF alle uitzendingen onderbroken om de heer Caluwé rechtstreeks uit te zenden. Ik zal proberen om de VRT enkele quotes te bezorgen over wat wij denken over deze Septemberverklaring.

Voor de Septemberverklaring heeft de minister-president zich gebaseerd op een recente vergelijkende studie van de Vlaamse administratie. Daarin wordt Vlaanderen op een aantal sociaal-economische indicatoren gepositioneerd ten opzichte van 125 regio's uit de 25 landen van de Europese Unie. De minister-president verdient lof voor die benadering. Benchmarkoefeningen vormen een moedig instrument bij het uitstippelen van het beleid. Ze leggen immers de sterktes, maar ook de zwaktes bloot.

Wat leert ons die vergelijking? Enigszins ontgoochelend blijkt dat de Vlaamse regio zich slechts in de betere middenmoot, en niet bij de top bevindt. De Zuid-Duitse Länder, de Scandinavische landen, West- en Zuid-Nederland, maar ook een aantal Britse regio's doen het duidelijk beter dan Vlaanderen. Uit de benchmarking komen twee cruciale handicaps naar voren. Ten eerste is er de lage werkzaamheidsgraad in het algemeen, maar bij de oudere beroepsbevolking in het bijzonder. Met een werkzaamheidsgraad van slechts 65 percent in 2006 situeren we ons op de 53e plaats in de rangschikking van 125 EU-regio's. Ten tweede zijn er de hoge loonkosten die gepaard gaan met een hoge fiscale druk. In de rangschikking van lage loonkost per eenheid/product naar hoge loonkost per eenheid/product, situeert Vlaanderen zich op de 70e plaats.

Als het de ambitie van dit parlement en deze regering is om Vlaanderen van de hogere middenmoot naar de top van het Europese peloton te brengen, dan moeten we werken aan deze twee zwakheden, de lage werkzaamheidsgraad en de hoge fiscale druk. Nu weten we allemaal dat precies op deze twee domeinen ons land lijdt onder een bevoegheidsversnippering. De federale en regionale overheden delen vandaag belangrijke bevoegdheden van het arbeidsmarkt- en het fiscaal beleid. De inzet van een nieuwe staatshervorming is voor onze fractie dan ook een betere bevoegdheidsverdeling in deze domeinen door de overdracht ervan naar de regio's. Dat is trouwens in het belang van alle regio's in ons land. Mijnheer Caluwé heeft daar ook op gewezen.

De huidige gebrekkige bevoegdheidsverdeling mag echter geen alibi zijn om in deze domeinen onze bestaande bevoegdheden niet maximaal te benutten. Het zal misschien verbazen, maar vandaag doen we dat niet. Laat ik een voorbeeld geven op het fiscale vlak. Dankzij de Lambermontakkoorden is de autonomie van de gewesten op het vlak van de personenbelasting aanzienlijk verruimd. De gewesten kunnen opcentiemen heffen, respectievelijk kortingen toestaan en algemene belastingverminderingen en -vermeerderingen invoeren die verbonden zijn aan de bevoegdheden van de gewesten, weliswaar binnen een bepaalde marge. Die marge bedraagt 6,75 percent van de in het gewest gelokaliseerde opbrengst van de personenbelasting. Die bedraagt ongeveer 18,4 miljard euro.

Met de Vlaamse korting in de personenbelasting die in 2009 op kruissnelheid zal komen en met de fiscale bevoordeling van Arkimedes en de win-winlening gebruiken we maar de helft van de marge die we mogen gebruiken - slechts 600 miljoen euro -, terwijl we binnen onze bestaande bevoegdheden naar meer zouden kunnen gaan.

Het zou ons dan ook verheugen mocht iedereen die in dit halfrond zo hartstochtelijk pleit voor meer fiscale autonomie, ook vandaag de bestaande autonomie optimaal willen benutten.

Collega's, het moet onze gezamenlijke ambitie zijn Vlaanderen in het koppeloton van de Europese regio's te brengen. In de economische literatuur groeit steeds meer het inzicht dat regio's, en niet de oude natiestaten, de groeimotoren van de globaliserende economie worden. Die vaststelling spruit voort uit de zogenaamde 'global-localparadox'. Op basis van een geografische analyse van de economische mondialisering komen economen tot de conclusie dat mondialisering het belang van de regionale en lokale structuur veeleer doet toenemen dan afnemen.

Drie dimensies zijn daarbij van doorslaggevend belang: de hardwaredimensie van een regio, de softwaredimensie in de regio en ten slotte de mindware van de regio. Een grotere regionale en lokale focus is op het eerste gezicht geen vanzelfsprekendheid als men ervan uitgaat dat bedrijven door de globalisering steeds minder gebonden zouden zijn door lokale en regionale factoren. We hebben in het verleden immers al gezien dat bedrijven razendsnel kunnen delokaliseren naar eender waar. De gebondenheid aan een bepaalde plaats of regio lijkt onder druk te staan. De global-localparadox stelt evenwel dat dit pas klopt als men enkel de nadruk legt op de hardwaredimensie van een economische omgeving: veel productiefactoren zijn vandaag bijna overal ter wereld ter beschikking aan min of meer vergelijkbare kwaliteit. Infrastructuur en grondstoffen zijn daar voorbeelden van. Het is dan ook goed dat de Vlaamse Regering verder investeert in infrastructurele troeven, zoals ons wegennet, onze havens en luchthavens. We moeten dat doen om competitief te blijven.

Dit zal echter niet volstaan, want een goede infrastructuur vormt in een innovatieve kenniseconomie een noodzakelijke maar geenszins voldoende voorwaarde voor economische groei. Die wordt vandaag steeds meer geleverd door de softwaredimensie van een regio. We spreken dan over de in een lokale gemeenschap aanwezige kennis, sociale samenhang en cultuur, maar evenzeer over integratie en inburgering. Meer en meer groeit ook het besef dat de organisatorische, vereenvoudigings- en digitaliseringscapaciteiten van onze overheid van kapitaal belang zijn. Ik kan de heer Caluwé op dat vlak bijtreden: we moeten hier een tandje bijsteken.

Regio's groeien door zich te affïrmeren als centra van kennis, creativiteit en innovatie. Ondernemingen gaan zich immers inplanten waar er rechtszekerheid en flexibiliteit is en waar de vooruitzichten op een leer- en innovatieproces het gunstigst zijn. Terecht wordt in de Septemberverklaring dan ook de nadruk gelegd op de competentieagenda om elk talent tot zijn recht te laten komen. Terecht wordt ook opnieuw de budgettaire klemtoon gelegd op de uitvoering van het innovatiepact.

Collega's, naast de hardware en de software is er nog een derde dimensie in het geding, en het is stilaan misschien wel de belangrijkste: de mindware van een regio, de geestesgesteldheid in een regio, de mentaliteit, de wijze waarop men bereid is risico's te nemen, te ondernemen, oude paden te verlaten en nieuwe te exploreren. Kortom, het gaat om ondernemerschap. De minister-president stelde terecht dat ondernemingszin de zin is om het zelf te doen. Op dat vlak hebben we in Vlaanderen nog een hele weg te gaan. Nog al te vaak wordt er naar de overheid gekeken om de uitdagingen van morgen aan te pakken. Die mentaliteit veranderen vergt een voortdurende inspanning. Initiatieven zoals de ondernemersklasseweek, een van de projecten van Vlaanderen in Actie, waarbij ondernemerschap naar de klassen van het secundair onderwijs worden gebracht, genieten dan ook onze volle steun. De heer Schoofs zal deze namiddag minister Vandenbroucke overigens ondervragen over de vaststelling dat we meer creativiteit in onze scholen moeten brengen.

Collega's, de mindware in Vlaanderen keren naar ondernemerschap, creativiteit en innovatie zal pas lukken indien we mensen durven laten genieten van de vruchten van hun inspanningen. In die zin zijn we verheugd dat op 1 januari 2008 de tweede fase van de toch wel fel bevochten Vlaamse lastenverlaging zal ingaan. Ongeveer een miljoen werkende Vlamingen met lagere inkomens zullen 150 euro meer over houden. Vanaf 1 januari 2009 zullen alle werkende Vlamingen kunnen genieten van een lastenverlaging van 200 euro. Voor een gezin waar beide partners werken, en zo zijn er in Vlaanderen heel wat, betekent dat 400 euro op jaarbasis. Daarbij komt nog het wegnemen van de Eliaheffing voor bedrijven en gezinnen.

Het zijn geen megabedragen, maar het is wel een krachtig signaal van de Vlaamse Regering dat werken moet lonen en dat inspanningen gehonoreerd moeten worden. Dat is een krachtig signaal voor het creëren van de juiste mindware in Vlaanderen. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Mevrouw Gennez heeft het woord.

Mevrouw de voorzitter, dames en heren ministers, collega's, het gaat goed met Vlaanderen. Volgens de minister-president bevinden we ons ergens in de hogere middenmoot van een honderddertigtal regio's.

Mijnheer de minister-president, u hebt terecht beklemtoond dat Vlaanderen de ambitie moet hebben om hogerop te komen op die lijst. Sp.a-spirit deelt die ambitie. De vraag is natuurlijk hoe we dat gaan doen. Het antwoord van deze Septemberverklaring is eenvoudig: eigenlijk moeten we verder doen zoals we bezig zijn. We moeten verder actie voeren in Vlaanderen.

Mijnheer de minister-president, volgens u reikt onze ambitie nog veel verder. De Vlaamse Regering zal in permanente dialoog met dit parlement, de lokale besturen, het middenveld en de bevolking en in samenwerking met een sociaal-economisch forum, nieuwe projecten op het getouw zetten. De sp.a-fractie verheugt zich daarop. Daarnaast leeft echter ook de vraag naar een iets specifiekere omschrijving van de nieuwe projecten die in dialoog zullen worden opgezet. Als we Vlaanderen echt hoger willen krijgen op de lijst van goed presterende regio's, is het goed om een tandje bij te steken. De vraag is nu welk tandje, of in uw terminologie, mijnheer de minister-president, welke actie. Vooraf moeten we ons misschien afvragen hoe het komt dat bepaalde regio's het merkelijk beter doen dan andere. Wat zijn de drijfveren achter welvaart in het algemeen?

In 1992 schreef Francis Fukuyama zijn essay 'The end of History and the Last Man'. Het essay werd ijverig becommentarieerd, om al in 1993 door Huntingtons 'The clash of civilizations' naar de vuilnisbak te worden verwezen. Fukuyama is bekend geworden met zijn 'End of history' maar gelukkig heeft hij later, in 1995, wel iets intelligents geschreven, het boek met de eenvoudige titel 'Trust', dat werd vertaald met de titel 'Welvaart'.

De kern van dat boek geeft antwoorden op de vragen die u zich in uw Septemberverklaring stelt, mijnheer de minister-president. Hoe kan welvaart worden opgebouwd in een gemeenschap? Waarom functioneren sommige economieën beter dan andere en hoe we kunnen ze verbeteren? Fukuyama citeert daarvoor Alexis de Tocqueville, vader van de politieke wetenschappen: 'De kunst van het vormen van verenigingen wordt de moeder van de actie en wordt door iedereen beoefend en toegepast'. Als we Vlaanderen in actie willen zien, zullen we het middenveld nodig hebben. Zijn stelling is eenvoudig: welvaart wordt gebouwd op vertrouwen, en vertrouwen wordt gecreëerd in sterke en warme samenlevingen.

Performante en innovatieve economieën ontstaan dus niet in het ijle. Ze groeien in samenlevingen met een sterke overheid, die kaders aanbiedt en gemeenschapsvoorzieningen opbouwt, die echte vrijheid voor iedereen garandeert en maximale zekerheid aan alle inwoners biedt. Fukuyama bewijst vooral dat vernieuwing en ondernemerschap erop vooruit gaan als de samenleving socialer, krachtiger en zorgzamer wordt.

Fukuyama - overigens niet bekend als een linkse denker - toont ons een denkfout die, helaas, vaak wordt gemaakt, en waarvan ook de Septemberverklaring niet helemaal vrij is. De stelling is dat we in de eerste plaats voor een sterke economie moeten zorgen. Die sterke economie zal dan vanzelf wel voldoende rijkdom opbrengen om de gemeenschapsvoorzieningen, waar de mensen terecht om vragen, te betalen. Maar Fukuyama draait het om. We hebben eigenlijk sterk uitgebouwde gemeenschapsvoorzieningen nodig om die performante economie te kunnen hebben. Namens onze fractie zou ik dan ook graag de nadruk leggen op de uitbouw van die gemeenschapsvoorzieningen.

Ik illustreer Fukuyama's punt. De vorige ministers van Welzijn - allemaal - werden wel eens minister van Wachtlijsten genoemd. En we moeten dus opletten dat onze sympathieke minister Vanackere niet de superminister van Wachtlijsten wordt, maar wel van Welzijn of, beter nog, van Superwelzijn.

In het regeerakkoord werd afgesproken dat er tegen het eind van deze legislatuur een maximumfactuur voor de thuiszorg in de steigers moet staan. Met onze fractie hebben we daarover al overleg gepleegd met de vorige minister en een aantal concrete voorstellen gedaan. Voor de meeste prestaties voor de thuiszorg wordt van de zorgbehoevende een bijdrage verwacht die inkomensgerelateerd is. Die wordt per zorguur berekend. We willen dat systeem uiteraard behouden en zelfs uitbreiden naar die zorg die nu nog niet inkomensgerelateerd is. Daarnaast moet er, zoals ook beschreven in ons regeerakkoord, een maximumfactuur worden ingevoerd.

Ons voorstel is om die zeer eenvoudig te berekenen. We stellen gewoon dat een zorgbehoevende nooit meer dan voor 20 uur zorg hoeft bij te dragen. De aldus ingevoerde maximumfactuur is inkomensgerelateerd omdat de bijdrage per uur dat ook is. Het is ook een eenvoudig systeem dat zal zorgen voor een vermindering van de administratieve overlast. Dat is een win-winsituatie voor iedereen.

Een tweede belangrijke gemeenschapsvoorziening is de kinderopvang. We kunnen moeilijk verwachten van partners met kinderen dat ze een van de vele vacatures invullen en - terecht - een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van onze economie als ze geen oplossing hebben voor het welzijn van hun kinderen. In de Septemberverklaring staat één zinnetje over de versterking van het aanbod, maar het is niet zo duidelijk wat, hoe en wanneer we op dat front een echt innovatief beleid kunnen verwachten. Kinderopvang is voor sp.a een echte prioriteit. Een prioriteit ook waar vernieuwend denkwerk nodig is.

Zoals de voorgaande sprekers al hebben aangegeven, heeft iedereen de afgelopen dagen de resultaten gehoord van enquêtes en onderzoeken naar de prijs van het wonen. Alleenstaanden zijn niet meer in staat een eigen woning te verwerven en zelfs modale tweeverdieners moeten rekenen op de steun van mama en papa. Er bestaat een oplossing, mevrouw Vogels. Sp.a zal die ook voorstellen. Ze kan er enkel in bestaan het aanbod te vergroten.

De voorzitter

Mevrouw Vogels heeft het woord.

Mieke Vogels

Ik vind dat interessant. Ik zal die voorstellen met plezier ondersteunen. Maar, mevrouw Gennez, net voor het zomerreces hebben we in de commissie voor Wonen het voorstel van decreet in verband met de richtuurprijzen besproken en er ook over gestemd. Dat is een heel belangrijk instrument om de prijsstijgingen in bedwang te houden. Uw partij geeft dat ook toe. In de commissie was uw fractie bereid om dat voorstel te steunen. Ik heb aan de voorzitter een brief geschreven om dit voorstel ook in de plenaire vergadering te agenderen. Ik hoop echt dat u dan de daad bij het woord zult voegen. Ik zal uw concrete, goede voorstellen steunen en verwacht dat u dat met mijn concrete, goede voorstellen ook zult doen.

Wij hebben uiteraard een open geest en wij zullen elk voorstel, niet alleen federaal voor wat betreft de staatshervorming maar ook inzake de woon- en huurrichtprijzen, op zijn merites beoordelen. Waar wij het beleid in de goede richting kunnen sturen, zullen wij dat, in samenwerking met de coalitiepartners, uiteraard doen.

Wij willen inzake het decreet Ruimtelijke Ordening, dat in de Septemberverklaring wordt aangekondigd, maatregelen treffen om bij het aansnijden van woongebied de verplichting op te leggen dat een deel wordt gereserveerd voor sociale kavels. Wij willen ook het bewust en speculatief achterhouden van bouwgrond ontmoedigen, vooral als die in woonkernen ligt. Ook voor wat betreft de socialewoningbouw zal een lang aangehouden inspanning noodzakelijk zijn om het aanbod te vergroten en kwalitatief te verbeteren, bijvoorbeeld op het vlak van duurzaamheid. En tot slot accepteert sp.a niet langer dat er gemeenten zijn in Vlaanderen waar geen enkele sociale woning staat. Er moet dringend een fatsoensnorm van 5 percent komen.

Een te hoge prijs voor wonen tast de koopkracht van de gewone mensen aan. Dat geldt ook voor een te hoge kost voor energie. Wij vinden dat het Vlaamse beleid op het vlak van een faire concurrentie op de energiemarkt zich niet mag beperken tot monitoring. We zijn, mijnheer de minister-president, te weinig ambitieus. Vlaanderen is wel degelijk bevoegd voor de verdeling van gas en elektriciteit. Momenteel heeft Electrabel nog steeds een blokkeringsminderheid bij meer dan vier vijfden van de distributienetbeheerders. Het decreet Intergemeentelijke Samenwerking bepaalt dat er een volledige eigendomsontvlechting moet komen. Ook de Europese Commissie pleitte recent in haar zogenaamde 'Derde energiepakket' voor een volledige eigendomsontvlechting. Dat is exact wat het Vlaams Parlement aan de Vlaamse regering vroeg in de motie over de gevolgen van de overname van Electrabel door Suez. In die motie vroeg ons parlement de Vlaamse regering 'ervoor te ijveren dat in het distributienetbeheer geen enkele producent of leverancier een blokkeringsminderheid heeft'. Wij dringen er dan ook op aan dat de regering werk maakt van de uitvoering van deze motie. Alleen op die manier kan de concurrentie op de energiemarkt zorgen voor een faire prijs voor de consument.

De minister-president heeft ook overtuigend gepleit voor het voortzetten van de investeringen. Deze regering wil een investeringsregering zijn, en sp.a steunt dat met overtuiging. We pleiten echter wel voor voorzichtigheid. De voorbije jaren is er via PPS heel wat gedebudgetteerd en dus doorgeschoven naar de toekomst. Wat we echter niet mogen doorschuiven naar de toekomstige generaties, is de klimaatsfactuur. Dat is onverantwoord. We vragen dan ook dat de Vlaamse regering verder werk maakt van een stabiel investeringsklimaat voor groene stroom. In het regeerakkoord staat dat de regering al in 2006 de minimumdoelstelling zou vastleggen tot 2018. Dit is nog steeds niet gebeurd. Maar misschien heeft de nieuwe minister van Energie wel meer energie dan de vorige om daar eindelijk werk van te maken. (Opmerkingen)

Minister Peeters kondigde al enkele keren aan de groenestroomdoelstelling te verhogen of te verdubbelen, maar verder dan aankondigingen zijn we nog niet geraakt. Wij zijn van oordeel dat Vlaanderen dringend zijn achterstand op het vlak van groene stroom moet inhalen.

We zijn wel blij met de ontwikkelingen op het vlak van energiezuinig bouwen. Het initiatief van de minister van Onderwijs om passiefscholen te bouwen, verdient navolging, ook in de andere organisaties. De verlaagde onroerende voorheffing voor passiefwoningen moet snel werkelijkheid worden. Ook de bouw van sociale woningen en welzijnsinstellingen moet passief zijn.

Vlaanderen wil solidair zijn met ontwikkelingslanden, en we steunen de regering in haar voornemen om 35 miljoen euro extra te spenderen aan het ontwikkelingsbudget. Als we onszelf ernstig nemen, moeten we de 0,7-percentsnorm ernstig nemen. Helaas moeten we blijven vaststellen dat op een bruto regionaal product van afgerond 150 miljard euro 35 miljoen euro weliswaar belangrijk, maar toch ook veeleer bescheiden is.

Mevrouw de voorzitter, sp.a heeft de nadruk gelegd op een paar punten die voor ons echt essentieel zijn. We vinden de uitbouw van gemeenschapsvoorzieningen belangrijk om Vlaanderen ook in de toekomst een welvarende regio te houden en om de kwaliteit van het leven verder te verbeteren. Als nu federaal ook een stabiel kader wordt geschapen, dan kunnen we op de twee niveaus in ons land verder werken om deze nobele doelstellingen te realiseren. Ik ben ervan overtuigd dat de Vlaamse Regering met onze bekommernissen rekening zal houden. We zullen de verklaring daarom goedkeuren. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Mevrouw Vogels heeft het woord.

Mieke Vogels

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister-president, leden van de regering, collega's, bij ons wordt gezegd "de kop is eraf". Dat wil zeggen dat uw eerste Septemberverklaring een feit is, de eerste Septemberverklaring van de minister-president met de meest populaire achternaam in Vlaanderen. Septemberverklaringen worden traditioneel voorafgegaan door septemberinterviews, en dat was dit jaar niet anders. In die interviews sprak u ferm: u zou er een lap op geven. Het zou dit jaar geen 3 Suissescatalogus zijn.

Uw voorganger, de heer Leterme, heeft er volgens mij ondertussen steeds meer spijt van dat hij het destijds aanvroeg met zijn federale lief. Het is een beetje zoals in het gewone leven: trouwen boven uw stand loopt zelden goed af! (Gelach)

Yves Leterme komt niet meer terug. Mijnheer de minister-president, het is voor u niet simpel om de man van 800.000 stemmen te doen vergeten. Het is niet echt een geschenk om op anderhalf jaar voor de volgende verkiezingen Peeters I op de kaart te zetten. Er van meet af aan een lap op geven, zoals u in de septemberinterviews beloofde, leek me de juiste spirit. Alleen, ik heb die lap niet gevoeld. Ik ben niet opgewonden geraakt van uw toespraak. (Gelach)

Ik heb het PP, het Peeters-project, niet gevonden. Ik zal ook eens Frans spreken: "Les goûts et les couleurs ne se disputent pas." (Gelach)

Collega's, de creativiteit van communicatiedeskundigen is niet eindeloos. Met marketing en verpakking alleen blijft u de mensen niet paaien. In een bepaald interview zegt u: "Ik zal de mensen enthousiast krijgen voor mijn project met een nieuw logo, een communicatieplan en jeugdprojecten." Dit helpt niet als er geen ziel in zit. Mijn collega en uw partijgenoot, de heer Decaluwe, berekende dat de Vlaamse overheid de voorbije drie jaar liefst 5 miljoen euro heeft betaald aan communicatieadvies. Ik heb dan ook een concrete vraag voor u. Hoeveel heeft het gekost om u te adviseren om van VIA, Vlaanderen in Actie, naar AVI, Actie in Vlaanderen, over te stappen? U mag het me niet kwalijk nemen, maar dergelijke woordspelerijen bedachten we vroeger bij de scouts aan het kampvuur. Hoeveel heeft het gekost om uw nieuw logo te ontwikkelen? Ik zou dat echt graag willen weten. Trouwens - en dat is eigenlijk de grond van de zaak - een nieuwe naam en een nieuw logo om wat te illustreren? Onder de verpakking, onder het nieuwe logo zitten precies dezelfde projecten als die van uw voorganger, als deze die de vorige Vlaamse Regering naar voren schoof.

In uw septemberinterview met De Tijd komt u bij de vraag of u nu ook keuzes zult maken, niet verder dan "voor mij zijn talentontwikkeling en innovatie het dringendst". Oké, maar om wat mee te doen? Ik heb echt de indruk dat deze Vlaamse Regering niet in staat is om een akkoord te bereiken over een eigen project. Wat doe je dan? Een van de andere moderne trends - het heeft absoluut zijn waarde maar het is een echte trend - benchmarken.

Dan ga je de toestand in Vlaanderen vergelijken met andere rijke regio's. De conclusie luidt dan dat Vlaanderen het toch niet zo goed doet, maar dat Vlaanderen toch de beste wil zijn. Ik wil wel, maar die oefening geeft geen antwoord op de vraag waarin de Vlaamse Regering de beste wil zijn. Men wil de beste zijn. Maar om wat te doen?

Als het over de toepassing van de milieunormen gaat, dan hoor ik de minister-president zelden zeggen dat hij de beste wil zijn. Als het over de strijd tegen fijn stof gaat, dan zegt hij dat we goed bezig zijn als we de Europese normen respecteren. In dit geval wil hij niet de beste leerling van de klas zijn. Steeds opnieuw wordt er gemeten met een economische meetlat, en niet met een ecologische.

De ecologische waarden worden onder de mat geschoven met de dooddoener dat het allemaal 'duurzaam' moet zijn. Ook dat is een containerbegrip waar je stilaan alles kunt in onderbrengen. Een van onze stokpaardjes heeft te maken met de optie om van Vlaanderen de beste logistieke poort ter wereld te maken. Wij willen dat het grootste containerschip ter wereld naar Zeebrugge komt. En dat is ook gebeurd.

We moeten wel nadenken over waar we mee bezig zijn. Dat containerschip vervoerde vanuit Zeebrugge lege containers naar China. Ze moesten wel leeg zijn, want anders zou het schip te diep liggen en de haven niet uitkunnen. Dat schip gaat dan in het Verre Oosten allerlei hebbedingetjes zoals gsm's en iPods ophalen. Dat leidt er allemaal toe dat we in een samenleving terechtkomen waarin een gsm goedkoper wordt dan een biologisch bruin brood. Er wordt zelfs al reclame mee gemaakt! Zo is er een gsm-operator die aankondigt dat dertig uur bellen goedkoper is dan één croissant of één koffie. Dat choqueert me.

Welk soort Vlaanderen willen we? Een Vlaanderen waarin iedereen zes gsm's heeft, maar de mensen hun huishuur niet meer kunnen betalen en geen gezond brood meer vinden? Ik hoor de heer Caluwé graag zeggen dat het allemaal toegevoegde waarde moet opleveren. Hij zegt dat wellicht niet zomaar. Ik heb de indruk dat deze regering steeds meer levenskwaliteit opoffert voor de realisatie van een waanzinnig project: de uitbouw van een logistieke poort die Vlaanderen weinig of geen toegevoegde waarde oplevert. Misschien moet er een benchmarking van dit project gebeuren.

Misschien moeten we nagaan of er niet meer toegevoegde waarde kan worden gerealiseerd door te investeren in een ander soort economie. Waarom willen we altijd de beste zijn in datgene waar de anderen ook mee bezig zijn? Waarom investeren we niet in datgene waar we ook goed in zijn? 'Vlaanderen in Actie' heeft dezelfde doelstellingen als 'Actie in Vlaanderen'. We investeren in innovaties in datgene wat anderen ook doen, zoals in ICT. Maar we investeren weinig of niets in alternatieve energie en in kringloopeconomie. We zouden er beter voor kiezen om de beste te worden in het omzetten van afval in grondstof. Dat is de economie van de toekomst. Dat zou ons toegevoegde waarde opleveren en de levenskwaliteit verbeteren. Laat het waanzinnige idee varen dat dit land de draagkracht heeft om nog meer vrachtwagens over onze wegen te laten denderen, want dat zorgt alleen maar voor nog meer fijn stof en minder levenskwaliteit. De Vlaming wordt daar niet beter van.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Mevrouw Vogels, naar aanleiding van wat u zegt over het afvalbeleid wil ik u even pakken. Uw voorbeeld is mooi, want het gaat over iets waar we nu precies heel goed in zijn. Wij zijn de beste Europese regio, want er worden geen huishoudelijke stoffen meer gestort. Ons restafval bedraagt nog amper 150 kilo per jaar. We staan echt wel aan de top inzake recyclage, recyclagecapaciteit en onderzoek daarover. Uw voorbeeld ondersteunt uw redenering niet.

De voorzitter

Mevrouw Dua heeft het woord.

Vera Dua

Ik wil iets rechtzetten. We zijn ontzettend goed op het vlak van de recyclage van huishoudelijk afval. Maar wat betreft bedrijfsafval zijn we een van de slechtste. Voor de redenering van mevrouw Vogels over de noodzaak van een ecologische economie is dat dus een mooie illustratie.

Mieke Vogels

Het gaat niet alleen om bedrijfsafval. Het is geen toonbeeld van goed beheer om alles te verbranden. Er moet maximaal voor worden gezorgd om opnieuw grondstoffen te maken van afval.

En ten tweede, hoe komt het dat Vlaanderen zo goed bezig is met gescheiden ophaling van huishoudelijk afval? Die pluim mag op de groene hoed worden geschoven. Ik verneem dat uw huishoudelijkeafvalstoffenplan voor de komende jaren totaal geen ambitie heeft en gewoon stilstaan betekent.

Het hergebruiken van producten en het duurzame ketenbeheer komen in het nieuwe afvalstoffenplan zeer prominent naar voren. Ik meen me niet te herinneren dat het in het vorige het geval was. U legt een klemtoon op iets dat bijzonder innoverend en nieuw is en dat u op uw hoed wilt schuiven, wat niet juist is.

De voorzitter

De heer Daems heeft het woord.

Rudi Daems

Ik denk niet dat we hier het debat moeten gaan voeren over het afvalstoffenplan. Het afvalstoffenplan heeft door bestuurlijk beleid inderdaad ketenbeheer opgenomen, maar het blijft jammer genoeg vooral bij theorie. Dat is een heel groot mankement.

Mieke Vogels

Ik zei daarnet al dat ik het Peeters Project in deze regering niet zie. En ik kan het niet mooier verwoorden dan Het Belang van Limburg het al deed: "De Vlaamse Regering begint zich steeds meer te gedragen als een verwende rijkeluisfamilie die geen blijf weet met haar geld en dus ook geen duidelijke keuzes maakt."

Het miljard euro extra dat in 2008 op tafel ligt wordt gewoon verkaveld als zakgeld voor de drie politieke partijen. Dan breekt mijn klomp helemaal, mijnheer de minister-president, en blijkt uw zelfingenomenheid weer als u zegt: "Deze regering heeft 85 percent van haar programma uitgevoerd".

De voorzitter

Minister Van Mechelen heeft het woord.

Minister Dirk Van Mechelen

Mevrouw Vogels, ik zou voor eens en voor altijd het sprookje van het verkavelen uit de wereld willen helpen.

Deze Vlaamse Regering heeft zich bij het begin van de legislatuur, op een moment dat u zich ongetwijfeld nog kunt herinneren namelijk in 2004, geëngageerd om in een moeilijke economische situatie met tegenvallende groeiparameters en oplopende inflatieparameters, de tering naar de nering te zetten. Wij hebben die inspanning bewust en na onderhandelingen met de federale regering doorgetrokken in 2005 en 2006. We zetten die inspanning gemodereerd verder in 2007. Maar de onderhandelingen die we gevoerd hebben - ik heb ooit de kans gehad om er hier met de heer Dewinter over te debatteren - met de federale regering hebben ertoe geleid dat de begrotingsinspanningen die we geleverd hebben in het verleden, mochten verrekend worden vanaf 2008 en vooral in 2009. Dat wil dus zeggen dat begrotingsinspanningen na normdoelstellingen oplopend boven de 700 miljoen euro, in 2008 worden afgebouwd naar zegge en schrijve 35 miljoen euro in 2009, naar uiteindelijk 0 euro.

Daarom wil ik hier eens heel duidelijk zeggen dat de beleidsruimte die we hebben in de begroting in 2007 maar vooral in 2008 en recurrent in 2009, beleidsruimte is die Vlaanderen zelf verdiend heeft met een oordeelkundig en orthodox begrotingsbeleid, dat wordt gedragen door de voltallige regering en de meerderheidsfracties. Als we dit geld nu uitgeven in 2007, 2008 en 2009, dan doen we dit op de manier die we overlegd hebben in 2004 op een zeer bewust uitgavenpad. Dat hebben we doorgetrokken in meerjarenbegrotingen, waarbij men minutieus kan nakijken welke minister waarvoor geld gereserveerd heeft. Het enige wat we doen in de begroting 2008 is, daar waar we door budgettaire meevallers wat extra beleidsruimte krijgen, de overschotten bijkomend inzetten voor die dingen waarvan we maatschappelijk menen dat dit moet gebeuren. Dat gaat van onderzoek en ontwikkeling tot onderwijs en het wegwerken van wachtlijsten. Zeggen dat dit shoppen is, verkavelen en verdelen, dat is Vlaanderen onrecht aandoen. (Applaus bij CD&V, Open VLD-Vivant en N-VA)

Mieke Vogels

Ik weet niet waarom ik minister Van Mechelen zo getroffen heb. Ik heb het goede budgettaire beleid helemaal niet in vraag gesteld, integendeel, ik denk dat Vlaanderen op dat vlak op de juiste weg zit. Het gaat er mij echter om wat de regering doet met die bijkomende beleidsruimte.

Mijnheer de minister, u kunt natuurlijk zeggen dat u dat in 2004 minutieus hebt afgesproken als boekhouders en dat nu zo gaat verdelen, maar we zijn nu 2007. Het kleine debat van daarstraks over huisvesting toont aan dat er in 2007 andere noden zijn dan in 2004.

Misschien is het niet fout om, als men met een nieuwe minister-president start, een aantal nieuwe klemtonen te leggen.

De voorzitter

Minister Keulen heeft het woord.

Mevrouw Vogels, als u kijkt naar de begroting, ziet u hoe ieder departement, ook die waar wachtlijsten en problemen zijn, tientallen miljoenen euro's bij krijgt, precies omdat er zich een extra nood aandient.

Ik wil u toch eens een vraag stellen. We zetten extra geld in voor innovatie en onderwijs - bijvoorbeeld 20 miljoen euro extra voor het kleuteronderwijs - en we doen extra inspanningen op het vlak van infrastructuur, op het vlak van wonen, op het vlak van lastenverlaging en op het vlak van de schuldafbouw. Wat zou u schrappen om waar in te zetten?

U zegt dat het gewoon wat shoppen is en het een beetje met het hoofd in de wolken gebeurt, zonder rekening te houden met de realiteit en de problemen van de mensen. Wat zou u dan schrappen en waar zou u het inzetten? Want alles wat uiteindelijk werd beslist, is maatschappelijk noodzakelijk en ook maatschappelijk verantwoord. (Applaus bij de meerderheid)

Mieke Vogels

Ik denk dat het binnen de democratie logisch is dat er een verschil is tussen meerderheid en oppositie.

U bent vooral oppositie, en dat verklaart heel veel.

Mieke Vogels

Het is eigen aan de democratie dat de oppositie een ander maatschappelijk project heeft dan de meerderheid.

Ik was eigenlijk gebleven bij de uitspraak van de minister-president, dat deze regering 85 percent van haar programma uitvoerde. Mijnheer de minister-president, dan kijk ik naar een sector die mij, zoals u weet, dierbaar is: de welzijnssector. Uw partij heeft in de oppositie alle duivels ontbonden tegen paars-groen om te zeggen dat wachtlijsten onaanvaardbaar waren. Met CD&V zouden ze smelten als sneeuw voor de zon.

85 percent van het regeerakkoord is uitgevoerd. Was het maar waar, dan zouden misschien ook 85 percent van de wachtlijsten in de gehandicaptenzorg weggewerkt zijn en zouden - inderdaad, mevrouw Gennez - vaders en moeders niet steeds langer moeten wachten op kwalitatieve en betaalbare kinderopvang. Was het maar waar dat 85 percent van het regeerakkoord was uitgevoerd.

Vandaag nog wachten 7500 personen met een handicap op opvang waarop ze recht hebben. De vorige regering besliste inderdaad om 22,5 miljoen vrij te maken. Dat is onvoldoende gebleken, maar dat is ook onvoldoende, omdat men alleen met meer van hetzelfde er nooit zal komen.

Mijnheer de minister, u zegt dat er nu tien miljoen meer is. Boven op de 22,5 miljoen euro doet u er nog een smak van 10 miljoen bij. Dat is welgeteld 1 percent van de extra beleidsruimte. U zult daarmee uw verkiezingsbelofte niet waarmaken. Mijnheer Caluwé, dat is het ongeloof van de mensen in de politiek, dat men voor de verkiezingen dingen belooft die men na de verkiezingen niet doet, zoals het wegwerken van de wachtlijsten.

Wat ik zie bij deze regering - en dat is een groot verschil tussen deze regering en de vorige - is dat er geen visie is over hoe we de zorgvragen op een andere manier gaan aanpakken. Mijnheer de minister, ik wil graag met u grondig praten in de commissie over de wachtlijsten en de hele gehandicaptenzorg, maar ik heb me mateloos geërgerd aan uw uitdrukking dat we beter twaalf halve plaatsen kunnen creëren dan zes volledige.

Ik ga het een beetje op flessen trekken, maar het zou hetzelfde zijn als de Engelse regering, die kampt met lange wachtlijsten in de ziekenhuizen en waar zelfs mensen met een tumor soms zes tot negen maanden moeten wachten voor ze geopereerd kunnen worden, zou zeggen dat het beter is om twaalf halve tumoren te behandelen dan zes hele. Mijnheer de minister, ik trek het op flessen, maar eigenlijk raakt wat u zegt kant noch wal.

De voorzitter

Minister Vanackere heeft het woord.

Minister Steven Vanackere

Mevrouw Vogels, het gebeurt wel eens dat u in dit parlement zaken op flessen trekt zonder dat u het aankondigt. Wanneer u zelf begint met te zeggen dat u het misschien een beetje op flessen trekt, weten we dat we met iets in het kwadraat zitten.

We moeten deze bespreking inderdaad voortzetten in de commissie, maar ik denk dat u daarnet niet goed hebt geluisterd toen ik ten aanzien van de heer Dewinter sprak over datgene wat echt van tel is.

De voorbije drie jaar werden in totaal 11.133 zorgvragen beantwoord. Dat is het dubbele van de wachtlijsten van het jaar 2003. Op het ogenblik dat mensen, in 2003, zeiden dat ze 22,5 miljoen euro nodig hadden om de wachtlijsten weg te werken, was dat een benadering waarbij men keek naar de ruim 5500 mensen die op dat ogenblik aan het wachten waren.

Bij het bepalen van het bedrag is onvoldoende rekening gehouden met nieuwe zorgvragen. Het is evident dat er meer zorgvragen worden gesteld. Ik wil beklemtonen dat 11.133 mensen een antwoord hebben gekregen op hun zorgvragen. Tegelijkertijd is er een evolutie aan de gang wat helemaal niet verwonderlijk is, die erin bestaat dat er meer mensen vragen stellen. Dat is een eerste punt.

Een tweede punt is dat de cijfers die u citeert, ook wat op flessen zijn getrokken. U mag 10 miljoen euro niet vergelijken met de beleidsruimte. Als u de beleidsruimte als criterium hanteert, dan moet u alles vertellen en vaststellen dat er van de volledige beleidsruimte alleen al voor het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap meer dan 50 miljoen euro extra wordt ingezet. De 10 miljoen euro waarover is gecommuniceerd bewijzen dat er bovenop de inspanningen die de voorbije jaren zijn geleverd, nog een extra versnelling is aan toegevoegd. We moeten vergelijken wat vergelijkbaar is.

U hebt het over de aanpak en u citeert geloof ik onder meer mezelf. "Het zal niet volstaan om meer geld in te zetten om meer te doen van hetzelfde." Als het gaat over een andere aanpak vraag ik u om de zaken niet op flessen te trekken. Als het gaat over twaalf gehandicapte jonge mensen die vandaag zo goed en zo kwaad als het kan in hun thuisomgeving worden geholpen en kandidaat zijn om op een residentiële manier fulltime in een voorziening te kunnen verblijven, en de Vlaamse Gemeenschap heeft op een bepaald ogenblik maar zes plaatsen beschikbaar, dan heb ik inderdaad de vraag gesteld (dat is overigens niet het speerpunt van mijn beleid) of het maatschappelijk rechtvaardig is om aan zes mensen te zeggen dat zij een plaats krijgen en aan zes andere "doe maar voort zoals u kan".

Ik heb toen gezegd dat we moeten durven te onderzoeken of veel gezinnen niet gesteund en geholpen zijn met een aanbod van halftijdse plaatsen in residentiële voorzieningen. Daar worden vele gezinnen bijzonder goed mee geholpen. Dat systeem bestond trouwens onder uw regime ook al. Het gaat om residentiële ondersteuning, afgewisseld met ondersteuning in de thuisomgeving. Als u vindt dat dit onbeschaafd is, moet u mij dat in het kader van de begrotingsbesprekingen eens uitleggen, maar ik ben ervan overtuigd dat veel gezinnen zulke oplossingen verkiezen boven het antwoord dat er geen plaats is. (Applaus bij CD&V)

Mieke Vogels

Aan het betoog van de heer Vanackere houden we een hele bak flessen over. Het grote verschil is het volgende. In 2003 is er beslist om de wachtlijsten weg te werken door meer middelen te investeren, maar tegelijk ook om een totaal andere aanpak te hanteren, namelijk een vraaggestuurde aanpak. U zegt nu dat u halftijdse plaatsen over hebt, stapt ermee naar de mensen en vraagt hen of ze daarmee niet al wat zijn geholpen.

De aanpak die wij destijds samen met het hele parlement voorstonden en persoonsgebonden assistentiebudget hebben genoemd, gaat er precies vanuit dat men aan de mensen vraagt wat ze nog zelf aan zorg kunnen organiseren en hoe er op maat, eventueel via thuiszorgondersteuning, zorg kan worden verleend. Dat is een fundamenteel andere aanpak.

Patricia Ceysens

Het klopt dat we in de vorige legislatuur heel hard hebben gewerkt aan het persoonlijk assistentiebudget en aan de volgende stap, het persoonsgebonden budget. Onze fractie is de uitvoering daarvan absoluut genegen. Ik heb echter begrepen dat het zo al gebeurt, zo niet zullen we met minister Vanackere de discussie aangaan. Als hij zegt dat als er een keuze moet worden gemaakt tussen zes mensen alles geven en zes mensen niets, dan is het beter om na te gaan of er met wat assistentie in de thuissituatie al iets kan worden gedaan. U weet dat voor ons het persoonsgebonden budget nog altijd het sluitstuk is. Ik heb begrepen dat we dat ook voorts zullen uitvoeren.

Minister Steven Vanackere

Ik wil dat er inderdaad nog aan toevoegen. U hebt het over het persoonsgebonden assistentiebudget. U hebt het in uw uitleg over de andere aanpak en de drie assen waar u er eentje van uithaalt, maar u gaat toch niet ontkennen dat de zorggradatie, de zorg op maat en de sterkere sturing door de gehandicapte persoon, zelf ook deel uitmaken van het beleid.

Als bewijs dat het ons menens is, vertel ik u even het volgende. De opstap, die we voor de komende jaren plannen, vervroeg ik in tegenstelling tot de voorgaande jaren, voor één categorie. Ik laat ze niet vanaf september opstappen maar vanaf juli, en dat is precies het persoonsgebonden assistentiebudget.

Ik heb een drietal assen gedefinieerd om een andere aanpak wat sterker in de verf te zetten. Ik begrijp ook wel dat u zich toespitst op datgene waarop u kritiek denkt te kunnen leveren. Ik neem u dat ook niet kwalijk. The opposition has to oppose. Maar wat ik niet graag heb, is dat u daarbij schijnt te vergeten dat uw verhaal van zorggradatie en zorg op maat ook een deel van het betoog van mezelf en de Vlaamse Regering uitmaakt. Ik ben blij dat mevrouw Ceysens daar nog eens op wijst. U schijnt het immers voor te stellen alsof ik gewoon de zorg in stukken wil knippen en dat ik daarmee mijn verhaal heb afgehandeld. Dat is helemaal niet het geval.

Mieke Vogels

Ik ben blij met de toelichting en kijk uit naar de verdere besprekingen terzake in de commissie.

Mijnheer de minister-president, ik blijf erbij dat het niet verstandig is en een beetje arrogant overkomt als u ten aanzien van al die mensen die wachten op een sociale woning, op kinderopvang, op een plaats in de gehandicaptenzorg, zegt dat 85 percent van uw regeerakkoord is uitgevoerd. Dat is een zeer slechte boodschap, die eigenlijk past bij een verhaal dat blijkbaar het uwe is en dat vooral een economisch verhaal is, waarbij u nauwelijks wakker ligt van wat er in de Dorpsstraat gebeurt en weinig oog hebt voor het complexe, in verschil samenleven in de 21e eeuw. Bij uw voorganger was er sprake van een regeerakkoord, van een jaarlijkse Septemberverklaring en van het 'Vlaanderen in Actie'-plan, dat werd aangekondigd als een sociaaleconomisch plan. Wat me opvalt bij u en uw Septemberverklaring van eergisteren, is dat die twee laatste gewoon samenvallen: uw Septemberverklaring is een 'Vlaanderen in Actie'-plan. Uw 'Actie in Vlaanderen'-plan is een sociaaleconomisch plan. U reduceert Vlaanderen tot een sociaaleconomische ruimte, waar alles wordt afgemeten aan economische groei.

Mevrouw Ceysens, dat steeds weer wijzen op die belastingverlaging die er nu aankomt voor de tweeverdiener, voor de hardwerkende Vlaming, vormt natuurlijk het hart van uw programma. (Opmerking van mevrouw Patricia Ceysens)

Voor de laagste inkomens eerst, ja, maar niet alles is te koop. Ik geef een mooi voorbeeld. Vlaanderen zou kunnen beslissen meer te investeren zodat mensen die een pasgeboren baby hebben, langer kunnen thuisblijven. Misschien komt dat de kwaliteit van leven van moeder en kind ten goede, veeleer dan dat ervoor wordt gezorgd dat die jonge tweeverdiener meer geld heeft om kwalitatieve kinderopvang te kopen, maar hij dan wel zijn kind vanaf 3 maanden in de ratrace van het leven moet meesleuren. Dat soort debatten wordt hier veel te weinig of niet gevoerd. Niet alles is te koop. Het gaat hier vooral over de kwantiteit. De kwaliteit van het leven wordt in deze Septemberverklaring voor een groot deel onder de mat geveegd.

Patricia Ceysens

Wat de lastenverlaging betreft, beginnen we met de laagste inkomens eerst. Het gaat natuurlijk over de werkende Vlamingen. Dat is een heel bewuste keuze. Wij zijn inderdaad de notie toegenegen dat werken moet lonen. Ook wij vinden dat de minister-president heel terecht heeft opgemerkt dat arbeid uiteindelijk nog altijd de grootste dam tegen de armoede is. Daarom hebben we gekozen voor een lastenverlaging voor de werkende Vlamingen.

Mevrouw Vogels, u maakt er echt wel een karikatuur van. Ik ken gelukkig nog heel vele jonge moeders die, eerlijk gezegd, ook wel blij zijn dat ze na 3 maanden opnieuw kunnen gaan werken. Dat moeten we ook durven zeggen.

Mieke Vogels

Die keuze moet er zijn. Die is er vaak nu niet. Ik hoor u graag spreken over de werkende Vlaming, op een ogenblik dat er steeds meer 50-, 55-, 60-plussers zijn, mensen die niet meer actief zijn op de arbeidsmarkt. (Opmerkingen van mevrouw Patricia Ceysens)

Ze zijn dat alleszins toch niet als ze ouder zijn dan 60 of 65.

Patricia Ceysens

Voor deze mensen is armoede de grootste bedreiging, als ze te vroeg stoppen met werken.

Mieke Vogels

Ik heb het niet over die categorie tussen 55 en 60 jaar. Ik heb het over de mensen die ondertussen recht hebben op een volwaardig pensioen, omdat ze een voldoende aantal jaren hebben gewerkt. Die zijn met steeds meer. Er is geen plaats in het Vlaamse verhaal voor mensen die actief zijn als vrijwilliger, die als gepensioneerde hun ervaring delen. Er is geen plaats voor het belang en de rechten van kinderen in deze Septemberverklaring. Mevrouw Ceysens, alles wordt bekeken door de voorruit van de wagen van de hardwerkende Vlaming, die zich van de ene naar de andere kant van Vlaanderen haast. Wie ziek is, wie met pensioen is, wie niet meer actief is op de arbeidsmarkt, telt niet mee in dit soort Septemberverklaringen.

En collega's, - en hier rond ik helemaal mee af -, dit 'koele kikker'-Vlaanderen is niet mijn Vlaanderen. Wij zullen dus tegen deze Septemberverklaring stemmen. (Applaus bij Groen!)

De voorzitter

De heer Peumans heeft het woord.

Jan Peumans

Mevrouw de voorzitter, dames en heren van de Vlaamse Regering, collega's, het is niet altijd eenvoudig om als laatste spreker het woord te voeren. (Rumoer)

Ik vergis me alweer, ik ben blijkbaar niet de laatste.

Mevrouw de voorzitter, voor de aardigheid en ook ter attentie van mevrouw Vogels die het over een catalogus van 3 Suisses heeft gehad - en gisteren was hier ook sprake van een catalogus van Colruyt - heb ik de verklaring van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2001 even opgesnord. Die verklaring werd toen afgelegd door mijn streekgenoot, Patrick Dewael.

Mevrouw Vogels, u maakte toen deel uit van de regering, net als mijn voormalige broeders en zusters van de Volksunie. Ik zal even de titels voorlezen: 'wederzijds respect', 'afbouw van de schulden', 'steun aan bedrijven', 'verlaging van de belastingen', 'verdere staatshervorming', 'onderwijs blijft topprioriteit', 'mobiliteit bevorderen' - ik kom daar straks nog even op terug -, 'thuiswerk bevorderen', 'milieu', 'bestuurlijke doeltreffendheid', 'versterking van de gemeentelijke autonomie', 'welzijn' - met daaronder een heel verhaal over kinderopvang en zo meer -, 'inburgering', 'cultuur tegen verzuring' - daarover heeft minister Anciaux ook nu een heel verhaal geschreven - , 'Europa' en 'solidariteit over de grenzen heen'. Ik kan trouwens nog een aantal andere voorbeelden geven, ook van de vorige regering.

Voor de aardigheid heb ik ook even opgezocht wat er in 2001 in stond over de mobiliteitsbevordering. Ik durf niet alles voor te lezen, want dan word ik een beetje beschaamd. Er staat bijvoorbeeld in dat de noord-zuidverbinding in Limburg zal worden gerealiseerd. Ik heb deze week minister Crevits op de regionale televisie gezien. Als de werken in 2009 starten, dan is er goed gewerkt. Ook staat er het volgende: "de Vlaamse Regering heeft beslist om in het komende jaar in elke provincie één groot ambitieus infrastructuurwerk uit te voeren en te voltooien." Dit slaat op het wegwerken van de missing links. Men kan voor of tegen zijn, maar ik heb gezien dat deze regering er eindelijk werk van zal maken.

Ik wil hiermee aantonen dat iedereen een rol speelt naargelang de plaats die hij of zij op dit politieke toneel inneemt. Het valt me trouwens op, mijnheer Dewinter, hoe meesterlijk u er altijd in slaagt om uit heel veel kranten te citeren - misschien kunt u in de toekomst de kranten even doornemen voor de luisteraars van Radio 1. Het verheugt me dat u ook Le Soir Illustré leest, dat siert u, al is het misschien een toeval dat u het tijdschrift nu gelezen heeft. Het valt me echter ook op dat als er een technisch inhoudelijke vraag wordt gesteld, u verwijst naar uw fractiegenoten. Met alle respect, maar puur uit kranten citeren mag, maar is maar mager. Ik stel ook steeds weer vast dat er in de oppositie twee strekkingen zijn: die van degenen die wel al mee geregeerd hebben en dus boter op hun hoofd hebben, en die van degenen die nooit enige regeringsverantwoordelijkheid gehad hebben, een martelaarsrol spelen en aan de hand van platitudes komen vertellen over een 'afkooksel van mijnheer Leterme' of het hebben over een Scrabblespel. Wie aan beide kanten van de politiek gezeten heeft, begrijpt dit allemaal. Het zal wel tot het politieke spel behoren.

Mevrouw de voorzitter, ik keer terug tot de catalogus van 3 Suisses. Ik hoop dat ik mevrouw Vogels nu goed geïllustreerd heb dat de regeerverklaring of catalogus van de vorige regering niet zo verschillend was, al werden een aantal andere accenten gelegd.

Ludo Sannen

Als er niet veel verschil is, wil dat dus zeggen dat de CD&V niet veel meerwaarde biedt, laat staan dat de N-VA dat dan doet. (Gelach)

Jan Peumans

Mijnheer Sannen, ik heb gezegd dat er wel nuances zijn. Ik geef u het voorbeeld van de mobiliteit. Ik stel vast dat in de tekst van 2001 een aantal zaken staan die deze regering ook naar voren schuift.

Onze minister heeft dat proces wel in gang gezet. De vorige regering heeft er veel over gekletst maar niets aan gedaan. Dat is de realiteit, en ik volg het thema mobiliteit op de voet. Ik kan zo nog voorbeelden geven, maar dat zou ons te ver leiden. U ging even te kort door de bocht.

Is er iets mis als deze regering de nadruk legt op investeringen? Ik hoor hier beweren dat er te veel geld gaat naar stenen en te weinig naar mensen. Ik heb het mooie werkstuk van minister Van Mechelen grondig gelezen. Van de 23,5 miljard euro aan beleidskredieten gaan er 9 naar Onderwijs. Wordt dat dan in stenen gestopt? Nee, het gaat naar mensen. Welzijn krijgt 3 miljard euro. Gaat dat over mensen of over stenen? Dat gaat heel duidelijk over mensen. U kunt mij er niet van beschuldigen een betonboer te zijn, integendeel zelfs. Ik vind dat ook de oppositie de cijfers genuanceerd moet weergeven. Wees eerlijk, de staatshervormingen die we sinds 1970 hebben doorgevoerd, hebben aan Vlaanderen én aan Wallonië toegelaten een eigen visie en beleid te ontwikkelen. Als we zo voortgaan, halen we binnenkort 25 miljard euro aan eigen middelen die wij als parlement binnen bepaalde contouren autonoom en vrij mogen invullen. Dat is de financiële ruimte die ons de mogelijkheid geeft Vlaamse behoeften en vragen te beantwoorden. Vlaanderen en ook Wallonië staan voor de uitdaging om ieder op hun manier op vlak van tewerkstelling die punten aan te pakken die nog niet het verhoopte succes hebben. Ere wie ere toekomt. "Geen hoeraberichten", zegt minister Vandenbroucke over ons meerbanenplan, want we zijn nog lang niet waar we moeten zijn. De regering geeft hier fors geld uit, en dat is terecht.

Zijn er op de arbeidsmarkt verschuivingen bezig die ons ongerust maken? Professor Soete van de Universiteit van Maastricht, die in opdracht van de Vlaamse Regering binnenkort verslag uitbrengt over de doorlichting van het Vlaamse innovatie-instrumentarium, stelde gisteren in De Tijd naar aanleiding van de afvloeiingen bij Janssen Pharmaceutica, dat het grootste gevaar niet van India of China komt, maar dat het om de hoek loert. Daarvoor haalt hij Nederland aan, waar onderzoekers een plafond van 30 percent hebben bij hun personenbelasting. Hij noemt dit een paradox. "Vlaanderen, dat het meest lijdt onder het probleem, heeft wel middelen om onderzoek hier te houden, maar het kan ze niet inzetten omdat de fiscale bevoegdheden op federaal niveau zitten." Zo zitten we weer bij de staatshervorming. "Dat is aan de politici om dat uit te maken. Maar het probleem is wel nijpend", besluit Soete. Vlaanderen moet daarom inzake vennootschapsbelastingen een eigen rol en verantwoordelijkheid hebben: een verruimde fiscale en financiële autonomie. Hier is duidelijk behoefte aan een inhaaloperatie. Inzake vennootschapsfiscaliteit moet het Vlaamse Gewest bevoegd worden om fiscale, gedragsbeïnvloedende tegemoetkomingen toe te kennen. Dat zou kunnen via belastingverminderingen die te maken hebben met deelstaatbevoegdheden, bijvoorbeeld investeringsaftrekken. Collega Ceysens heeft daarnaar verwezen. Ook de ristornering van de opbrengsten van de vennootschapsbelasting is in dezen noodzakelijk. Dat staat in een resolutie van 1999. Ook qua personenbelasting kan een ruimere fiscale autonomie tot stand gebracht worden want in verschillende andere federaties is dit een concurrerende belasting: Canada, Spanje, de VS en Zwitserland om er enkele te noemen.

Ik heb nog enkele bemerkingen over de 3 Suissescatalogus. Inburgering is voor de N-VA altijd een belangrijk punt geweest. Als inspirator en stimulator van deze inburgering zijn wij blij te horen dat de regering ernaar streeft om via een systeem van sluitende aanpak jaarlijks 30.000 mensen een inburgeringstraject te laten volgen. De diversiteit van onze samenleving is een verrijking en houdt veel kansen in: zij die zich permanent in Vlaanderen willen vestigen kennen een grotere betrokkenheid dan zij die een minimale kennis van het Nederlands hebben en een inzicht in de basisregels van onze samenleving die des te meer hun samenleving is.

In het verleden kenden we programma's als Vlaanderen-Europa 2002, gelanceerd in 1993, Kleurrijk Vlaanderen, het Pact van Vilvoorde, grote ondernemingsconferenties, tewerkstellingsconferenties enzovoort? Plannen zijn en waren er in overvloed: telkens nieuwe plannen met nieuwe doelstellingen, met een nieuwe regering, die vaak over een lange termijn liepen.

'Vlaanderen in Actie' is de nieuwste boreling. Een moeilijke bevalling was het niet, maar de boreling bleef wel met enige groeiproblemen zitten omwille van verkiezingen op gemeentelijk, provinciaal en federaal vlak. Vanuit andere meerderheidspartijen mocht de vorige minister-president zich daarin niet te veel profileren vóór de verkiezingen, want dat zou stemmen opleveren.

Is dit een communicatieknipoog om met vernieuwde kracht te beginnen? De toekomst zal het uitwijzen. De speerpunten zijn duidelijk: inzetten op innovatie, talentontwikkeling, duurzame logistiek en een efficiënt werkende overheid. Niemand kan daar iets tegen hebben. De verdere uitwerking is natuurlijk de grote uitdaging en deze en de volgende regering moeten de kans krijgen om dit verder in te vullen - niet alleen met de economische actoren maar ook met het middenveld. Want 'Actie in Vlaanderen' is een verantwoordelijkheid van iedereen. De regering is en blijft uiteraard de motor van het hele verhaal.

Mijnheer de minister-president, we kijken ook uit naar de rapportering van deze investeringsregering inzake PPS. De resolutie aangenomen in dit parlement op voorstel van mevrouw Eeckhout en andere leden van de meerderheid, zal na overleg met het Rekenhof voor de eerste keer een toepassing krijgen in de vorm van een rapportering die ons moet toelaten de omvang en impact te kennen van deze nieuwe PPS-formules. Het Rekenhof zelf zal op haar wijze eveneens rapporteren aan het parlement. Een geraamde investering van 5 miljard euro is niet zonder belang voor de weerslag op de jaarlijkse begrotingen.

Staat Vlaanderen op een belangrijk keerpunt na de verkiezingen van 10 juni 2007? Ik wil als overtuigde Vlaming en met respect voor Wallonië dit parlement oproepen tot dialoog over de taalgrens met Wallonië. Minister Anciaux stelde voor, naar aanleiding van een tussenkomst van de heer Dewinter op 10 september, om een overleg te organiseren met de Franse Gemeenschapsregering. Het is uitgerekend de Franse Gemeenschap die het Vlaamse territorium niet erkent, noch de zes randgemeenten, noch het mij dierbare Voeren, waar via allerlei Franstalige vzw's betoelaging wordt gegeven om dat territorium te bevechten.

In de eerste plaats moeten we eindelijk in dialoog treden met onze Waalse broeders en zusters. Wat weten we nog van Wallonië? Welk beeld hebben we van Wallonië? En kent en weet men aan de andere kant van de taalgrens waar wij mee bezig zijn? Welke projecten en verwezenlijkingen gebeuren er aan beide zijden van de taalgrens? Welke overlegsituaties hebben wij inzake een aantal grensoverschrijdende problemen? Een hele rits samenwerkingsakkoorden die het samenleven op een aantal onderdelen gemakkelijker maken.

Welke kranten lezen wij, naar welke zenders kijken wij, welke mening en opinie vormen wij ons over Wallonië? Wie doet zich de moeite om te lezen en te luisteren naar hoe men denkt aan de andere kant? Hoe informeren we elkaar? Via een project zoals dat enige tijd geleden gebeurde tussen de Standaard en Le Soir? Sinds een half jaar ben ik een trouwe lezer van Le Soir. De dag na dat project ging Le Soir over tot de orde van de dag. Af en toe moet ik verbijten hoe sommige Vlaamse politici worden afgeschilderd in de Franstalige pers.

Hoe houden we contact? Door een permanente dialoog? Door permanent overleg? Binnenkort gaan we op bezoek naar het parlement van de Duitstalige Gemeenschap te Eupen. Ik zie niet in waarom we niet rechtstreeks in contact kunnen treden met Wallonië.

Mijnheer de minister-president, u bent overigens in Namen naar de Waalse Feesten geweest. Ikzelf ben naar Luik geweest. Ik zie niet in waarom we Wallonië niet beter zouden leren kennen.

Ik wil ook wijzen op het belang dat Wallonië heeft bij een verdere staatshervorming. Ik geef twee voorbeelden. Laten we ten eerste kijken naar hoe Wallonië grote onderhoudswerken op alternatieve wijze financiert, want het hanteert een heel eigen systeem. Ten tweede verwijs ik naar de wijze waarop Vlaanderen de jeugdwerkloosheid aanpakt en daarbij aan uitwisseling doet met Wallonië. Minister Vandenbroucke heeft daar met zijn collega, minister Marcourt, een vruchtbare gedachtewisseling over gehad. Wallonië stelt vast dat de manier waarop Vlaanderen de jeugdwerkloosheid aanpakt een aantal positieve punten heeft die men ook in Wallonië kan toepassen. Minister Marcourt heeft dat in een interview ook erkend.

Vlaanderen en Wallonië kunnen op die punten ervaringen uitwisselen en wat meer begrip opbrengen voor elkaars problemen. Nu praten we te veel langs elkaar heen.

Waar staat Vlaanderen voor met het oog op de staatshervorming die er blijkbaar niet kan of mag komen? De resoluties van het Vlaams Parlement zijn duidelijk. De voorbereiding die ter zake gebeurd is, geeft een goed onderbouwd verhaal, dat overigens door onze eigen Vlaamse administratie op een groot aantal punten geactualiseerd is. Het Vlaamse regeerakkoord is ook duidelijk.

De vraag is en blijft of wij als Vlaams Parlement verder moeten gaan. Blijft onze taak beperkt tot het herhalen van de resoluties van 1999 en het huidige regeerakkoord? Zou de uitvoering en van de resoluties en het Vlaams regeerakkoord ons niet veel verder brengen in een verhaal van autonomie voor Vlaanderen en Wallonië? Zou dit ook het Waalse volk in solidariteit met Vlaanderen niet verder helpen eigen verantwoordelijkheid te nemen met eigen middelen en mogelijkheden?

Mevrouw de voorzitter, in uw toespraak van maandag sprak u volgende woorden: "Als wij de politiek echt dichter bij de mensen willen brengen, vrees ik dat wij de afgelopen maanden niet goed bezig zijn geweest. De mensen dreigen de politiek steeds minder au serieux te nemen en ze ergeren zich aan de onmacht van de verkozenen die er niet in slagen boven de verkiezingsslogans uit te stijgen."

Er weerklonk enig gemor in de zaal toen u die woorden had uitgesproken. Net nu bewijzen een aantal partijen die aan de onderhandelingen deelnemen, dat ze het mandaat dat de kiezer hen op 10 juni gegeven heeft, proberen hard te maken in de onderhandelingen. Geloofwaardiger kan het niet. Dat stijgt heel duidelijk boven de slogans uit.

Ik heb gedurende twee maanden in een aantal werkgroepen gezeten, samen met een aantal Walen. De diepgaande discussies die daar gevoerd werden, wijzen erop dat we de slogans maar beter kunnen overstijgen bij onze visie over het nieuwe Vlaanderen en het nieuwe Wallonië. We moeten de resoluties en het regeerakkoord als uitgangspunt nemen voor onze eisen voor een verdere staatshervorming. Dat moet de geloofwaardigheid van de politiek ten goede komen. Het is mogelijk dat niet alle Vlamingen dat op die manier begrijpen, maar zij zijn soms ook met andere zaken bezig dan waar een staatshervorming om draait.

Mijnheer de minister-president, ik heb u iets meer dan drie jaar meegemaakt als minister van Openbare Werken. Wij hebben altijd op een zeer kritische maar opbouwende wijze onze mening gezegd in de bevoegde commissie. Ik ken uw kwaliteiten en die van uw regeringsleden. Sommige leden van de oppositie twijfelen aan uw inzet, maar ik denk dat u de regering Peeters I, waar wij volledig achter staan, een goede doorstart zult geven, met het oog op een goede uitvoering van de begroting 2008. (Applaus)

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron

Mevrouw de voorzitter, leden van de regering, collega's, er zijn nog zekerheden in het leven. Bij het einde van het wielerseizoen start altijd het politieke seizoen. Er zijn heel wat gelijkenissen tussen beide. Het gaat over kracht, durf, emotie, inzet, ambitie, passie. Het is het verhaal van kopmannen en knechten, van winnaars en verliezers, van goden en gevallen engelen. De koers is de spiegel van de samenleving.

De Septemberverklaring is de ronde van Vlaanderen van de politiek, de echte start van het seizoen, de eerste serieuze confrontatie. En is Kris Peeters dan de Tom Boonen van de politiek? Hij glimlacht als de beste coureur, is slim en smart maar ook snel aan de meet. Wanneer we zijn ambities horen, dan wint zijn ploeg de ronde. Wanneer we zijn retoriek horen, willen we hem wel geloven maar toch twijfelen we nog een beetje. Het is blijkbaar moeilijker voor een politicus dan voor een coureur om passie te stoppen in zijn ambitie, om het te laten spetteren, zo hard dat we hem zelfs onvoorwaardelijk geloven.

Mijnheer de minister-president, uw Septemberverklaring, die u in elk geval gepassioneerder hebt gebracht dan uw voorganger, is ambitieus. Vlaanderen mag en moet ambitieus zijn. Daar bestaat geen twijfel over. Die ambitie ligt grotendeels op het economische vlak. We willen de beste zijn, de rijkste, de meest innovatieve, de hardst werkende, de meest exporterende, de meeste brains importerende regio van de wereld. Daar is niets verkeerds mee. En dat daar nog veel werk aan is, hebben we goed begrepen. De hitparade van de Europese regio's bewijst dat.

De economie is niet alleen de basis van onze welvaart maar ook van ons welzijn. Toch is dat misschien wat eenzijdig bekeken. In de Septemberverklaring wordt Vlaanderen benaderd vanuit de sfeer van concurrentie en competitie: concurrentie tussen regio's, tussen leeftijdsgroepen, tussen bedrijven. De vraag is echter of we ook de Europese regio willen zijn die het beste scoort op het vlak van levenskwaliteit. Levenskwaliteit is meer dan welvaart. Willen we dat Vlaanderen de beste plaats wordt om te leven, te wonen en te genieten? Willen we vooral of alleen koersen winnen of vinden we fietsen zelf ook aangenaam?

Mijnheer de minister-president, u had het in uw Septemberverklaring ook over geluk. U zei dat elke mens ernaar streeft om gelukkig te zijn. Het is de essentiële opdracht van de Vlaamse Regering om de voorwaarden te creëren waarbij elke Vlaming geluk kan vinden en zijn levensplan kan realiseren. We zullen u daarbij ook steunen. We willen daarbij graag vooruit kijken en vragen dat de Vlaamse Regering ook stevige accenten legt op het brede vlak van levenskwaliteit van de mensen. We willen streven naar een nog beter evenwicht tussen leven en werken die een nog betere combinatie mogelijk maakt van gezin en werk. Daarbij moet er meer aandacht komen voor kinderen, grootouders en kinderopvang. Immers, we werken niet om te leven maar we leven om te werken, of is het omgekeerd?

Mijnheer de minister-president, dat mensen hard werken staat buiten kijf. En dat is goed. Maar mag het ook met wat minder onderlinge competitie tussen mensen? Het woord 'winnen' komt vaak voor in de Septemberverklaring. Waarom is er toch altijd die overwinningsdrang? We willen altijd de beste zijn, de mooiste prijzen winnen, maar helaas is dat niet voor elk van ons mogelijk. Onze werkzaamheidsgraad moet omhoog, maar daarnaast moeten we ook aandacht hebben voor die mensen die geen grote koersen kunnen winnen omdat ze niet slim zijn geboren, geen goede thuis hebben, minder talent hebben gekregen of gewoon pech hebben gehad.

Mijnheer de minister-president, een goede kopman - en dat bent u - kijkt regelmatig om om na te gaan of iedereen mee is. U mag niet het risico lopen dat uw ploegmakkers buiten de tijdsgrens aankomen. We willen dan ook een lans breken voor die mensen in de samenleving die zich niet kunnen realiseren in het arbeidsproces. Ik heb het dan over ouderen, gepensioneerden, personen met een handicap, kortom, voor mensen die niet zo goed mee kunnen.

Ik durf het woord 'wachtlijsten' haast niet meer in de mond te nemen. Ze zijn er echter nog, en ze zijn nog lang. We zijn blij dat de regering daar versneld aan zal werken. We moeten echter nog verder gaan. We moeten streven naar een soort zorggarantie in Vlaanderen, waarbij elkeen die zorg nodig heeft, die ook krijgt. Laten we even een vergelijking maken met het onderwijs. We garanderen elk kind, elke jongere in Vlaanderen kwalitatief onderwijs. Laat dat ook een uitdaging worden voor de zorg: garantie op zorg voor iedereen die ze ook nodig heeft.

Ik geef toe dat we daarvoor moeten werken aan de regelgeving, aan de wachtlijsten. We zullen creatief moeten zijn. Maar de ambitie moet wel zijn aan iedereen in Vlaanderen te geven waar hij nood aan heeft.

Hetzelfde geldt voor wonen. Ook daar zijn de uitdagingen talrijk, zoals tal van sprekers al hebben aangegeven. Deze week nog stond in de krant dat zelfs tweeverdieners het moeilijk hebben om een huis te kunnen kopen. Er is een erg groot tekort aan sociale huurwoningen of aan kwalitatief betaalbare huurwoningen. Het klopt dat er belangrijke inspanningen worden geleverd. Het gaat ook om een historische achterstand.

Collega's, de begroting voor 2008 is een juweeltje. Ik denk dat we nooit een mooiere begroting hebben gehad. Ik wil daarbij ook even verwijzen naar de sociale huisvesting. We doen gigantische inspanningen. Ik stuit ook telkens op de capaciteitsproblemen van, bijvoorbeeld, de bouwsector. Als we meer dan 3000 woningen willen bouwen, dan kan die sector niet meer volgen. Dat is niet omdat ze niet zouden willen. Ze zijn echter ook bezig met wegenbouw, kantoorbouw, het bouwen van privéwoningen.

Het bestaan van een wachtlijst vormt voor mij een aansporing om verder in die sector te investeren. Het moet me echter ook van het hart dat bijvoorbeeld - en ik vind dat niet uit - mensen soms drie, vier tot vijf keer een aangeboden sociale woning of sociaal appartement weigeren. Het zegt meer over woonwensen dan over woonbehoefte. Er zijn heel wat mensen die kandidaat zijn om te gaan wonen in die bepaalde woonwijk, in die deelgemeente, ook al moeten ze tien jaar wachten. Als er elders een aanbod is, dan gaan ze er niet op in.

Mijnheer Caron, we moeten dus ook enige nuances aanbrengen. Als mensen in staat zijn een aanbod te weigeren voor een woonst die één derde tot de helft goedkoper is dan op de privéhuurmarkt, en kwalitatief zelfs een stuk beter, dan ziet de zaak er toch iets anders uit. Achter de façade gaan heel wat verschillende werkelijkheden schuil.

Bart Caron

Ik ben me daarvan bewust, mijnheer de minister. Toch is het ook zo dat we eerlijk moeten bekennen dat we een aantal vormen van zorg of dienstverlening in de samenleving veel beter op elkaar zouden kunnen afstemmen. We hebben het enerzijds over mantelzorg en anderzijds over sociale huurwoningen. Ik kan u een voorbeeld uit mijn eigen omgeving geven. Een oude persoon kon de trap niet meer op. Er was een woning vrij op 150 meter van zijn dochter. Volgens het reglement van de huurmaatschappij kon hij die echter niet betrekken omdat de volgorde van de wachtlijst moest worden gerespecteerd. We moeten zorgen voor een meer geïntegreerd denken met misschien grotere maatschappijen, betere afstemmingen, socialeverhuurkantoren, de woonzorgzones, waarop minister Vanackere aanstuurt.

Dat zit er ook aan te komen. Ik verwijs naar de nieuwe erkenningen van de huisvestingsmaatschappijen. We zullen een fusieoperatie doorvoeren. Ik denk ook aan het introduceren van het levenslang wonen in de sector van de sociale huisvesting. Als het gaat over het ecologisch verantwoord bouwen, is de sector vaak de voorloper of - om het in onderwijstermen te zeggen - proeftuin voor de rest van de samenleving.

Ik sta altijd open voor suggesties. Ik ben ook de eerste om te erkennen dat er nog veel problemen zijn. Ik wil echter tegelijkertijd benadrukken dat er heel wat gebeurt. Het beeld dat steeds wordt opgehangen is dat er heel wat problemen zijn. We zijn daar iedere dag mee bezig. We worden daarin gesteund door de leden van de commissie en door de regering.

Bart Caron

Ik ben het daarmee eens. We moeten zelfs nog een stap verder gaan. Ik denk aan het beter afstemmen van de privéwoningmarkt, zodat we de woonbehoefte in Vlaanderen vollediger kunnen invullen. Er is inderdaad ook een historische achterstand. Niet alleen deze regering heeft met het probleem te maken. We dragen nu de gevolgen van een lange evolutie.

Een ander thema. Welke ambities, collega's, hebben we op het vlak van het diverse, het interculturele Vlaanderen? Bereiden we onze bevolking wel genoeg voor op die nieuwe samenleving? Dat is een belangrijke uitdaging voor morgen. Ik denk bijvoorbeeld aan de instellingen, aan de noden die de bevolking heeft in de rusthuizen, de thuiszorg, de media. Maar ik denk ook aan hoe wij, Vlamingen, met die diversiteit zullen omgaan. Hoe wij daarop zullen reageren. Het harmonieuze samenleven vormt een zeer grote uitdaging. Daar is nog veel werk aan de winkel.

Inburgering is hiervan overigens maar een facet. Als ik wat kritisch mag zijn, mijnheer de minister-president: de boodschap in de Septemberverklaring klinkt wat dat betreft nogal eenzijdig. Wij zijn het uiteraard eens met de noodzaak van inburgering en van de cursussen erbij, zeker van de kennis van het Nederlands. Maar waarom wordt zo de nadruk gelegd op de sancties? Wij moeten misbruiken tegengaan, dat is zeker. Maar de focus ligt verkeerd. Laat ons liever werk maken van het wegwerken van de problemen die de mensen ondervinden om deel te nemen aan inburgeringscursussen. De boodschap die wordt gegeven, zeker in het licht van de informatie over de hoge boetes die ons de jongste weken bereikt, komt te negatief over. Zij roept meer vragen op over wat daarna komt, dan dat zij informatie biedt over hoe wij de problemen zelf moeten oplossen.

Collega's, laat ons iets doen aan die negatieve sfeer. Laat ons vooral blij zijn dat zoveel mensen die cursus volgen en laat ons vooral werken aan het wegwerken van de belemmeringen.

Cathy Berx

Mijnheer Caron, dat is nu net de boodschap die altijd werd gegeven. Wij hebben altijd benadrukt dat zeer veel mensen vrijwillig naar de cursus gaan en daar alle baat bij hebben. Het gaat hier enkel om die enkelingen die niet willen dat hun vrouw naar de cursus gaat. Hen moeten wij kunnen treffen, wanneer zij hun vrouw binnenhouden en niet de kansen gunnen om te emanciperen en om ook deel uit te maken van de actieve kant van de samenleving. Wij hebben, terecht, die discussie zeer uitvoerig gevoerd. Vooral omdat de strafsancties, zoals zij tot op vandaag bestonden, niet werken. Er werd geseponeerd, er werd niet gesanctioneerd. De boetes zijn er niet om te straffen, maar om te stimuleren, te motiveren en te blijven motiveren. Dat was de enige reden en ik heb de boodschap ook altijd zo begrepen. Ik heb trouwens in de Septemberverklaring ontzettend vaak de klemtoon gehoord dat we kiezen voor een open en verdraagzame samenleving, dat we alle talent nodig hebben, wat ook de herkomst van dat talent is. (Applaus bij CD&V)

Ik kan, bij wijze van aanvulling, alleen maar benadrukken dat we gaan van 8000 naar 30.000 mensen die inburgering doen. Ik beheer deze portefeuille nu meer dan drie jaar. We doen dit vandaag zonder één incident op het terrein. Het is nochtans een zeer gevoelige materie. Wij hebben een breed politiek draagvlak gecreëerd, maar ook op het terrein zelf. De mensen die moeten inburgeren, vinden dit een positieve zaak. En wat de sancties betreft: je kunt overal lezen en ik heb altijd gezegd dat het over enkele hardnekkigen gaat. De grote groep is heel gretig om naar de cursus te gaan. Dat blijkt uit onderzoek door wetenschappers van de universiteiten van Leuven en Antwerpen. Zij zijn zeer tevreden over de cursus als zodanig maar ook over de kwaliteit van de lessen. Dit is dus een positieve zaak en, tussen haakjes, een zonder wachtlijsten.

Patricia Ceysens

Mijnheer Caron, ik begrijp het niet goed. Wij hebben van minister Keulen begrepen dat de sanctie een pure emancipatiemaatregel is. Het gaat puur om het geven van kansen tot emancipatie. U blijft een beetje steken in de clichés dat het gaat over sancties en hard optreden en zo. Maar het gaat puur om het emanciperen van mensen.

Bart Caron

Ik ben blij dat de reacties positief zijn en ik ben het er ook grotendeels mee eens. Ik vind ook dat wij die emancipatorische tendens moeten versterken. Maar het samen lezen van die berichten over hoge boetes met de Septemberverklaring geeft een andere indruk. Akkoord, dat kan een perceptieprobleem zijn. Ik ken echter heel veel mensen met een andere etnische achtergrond. Ik kan u met de hand op het hart verzekeren dat een aantal mensen geschrokken zijn. Dat is jammer. Ik hoop, mijnheer Keulen, dat we een andere beeldvorming kunnen krijgen.

Ik heb het nooit anders gezegd en ik heb het ook nooit anders laten opschrijven. Ik daag u uit om een voorbeeld te geven dat ik dat forser zou hebben gezegd of anders zou hebben laten neerschrijven. Ik breng mijn genuanceerde verhaal nu al meer dan drie jaar.

Cathy Berx

Mijnheer Caron, ik vind het jammer dat u de indruk wekt dat er meteen bij de eerste overtreding op het inburgeringsdecreet een sanctie volgt. Wij werken, zoals steeds, met vorken. Dan kan worden geoordeeld in functie van de ernst van de inbreuk, de persistentie, de recidive, enzovoort.

Het is dus helemaal niet juist om voor te stellen dat bij een overtreding of bij een onregelmatige afwezigheid meteen ipso facto de hoogste sanctie zal worden opgelegd. De sanctie is vooral bedoeld om ervoor te zorgen dat mensen het traject afmaken. Dat is de ambitie. Het is gewoon een stok achter de deur om ervoor te zorgen dat iedereen deelneemt aan het goede inburgeringbeleid.

Bart Caron

We zullen nog genoeg gelegenheid hebben om daarop in te gaan.

Ik wil het kort nog even hebben over innovatie en cultuur. Innovatie is in dit document vooral een economische hefboom en dat is ook belangrijk, laat dat duidelijk zijn. Het zou ons echter ook moeten helpen om de zorg te verbeteren, om ouderen toe te laten langer thuis te blijven, om de leerachterstand te helpen overbruggen, om woningen zuiniger en goedkoper te verlichten en te verwarmen - kortom, om onze levenskwaliteit te verbeteren.

Minister Fientje Moerman

Mijnheer Caron, dat is niet 'zou', maar dat is zo. Het IBBT bijvoorbeeld, het interdisciplinair instituut voor breedbandtechnologie, heeft nu al projecten lopen in die sector waarbij toezicht op ouderen met de nieuwste technieken wordt gestimuleerd. Bepaalde lichaamsfuncties worden bijvoorbeeld op afstand gemonitord, er wordt contact op afstand verzekerd, enzovoort. Er zijn ook telecombedrijven en kabelmaatschappijen die zich daarmee bezighouden. Het is dus niet 'zou', maar het gebeurt al in Vlaanderen.

Bart Caron

Ik ben het met u eens, maar stel wel vast dat het bijvoorbeeld in mijn stad heel moeilijk is om het proefproject waarbij ouderen met een webcam in contact zijn met een zorgverstrekker, financieel haalbaar te maken. Men zoekt partners om dit te kunnen realiseren. Ik zou dan ook graag hebben dat u nog een tandje bijsteekt voor dergelijke innovaties.

Ik wil eindigen met een streepje cultuur. Vandaag lazen we in de krant dat veel van onze scholen goed bezig zijn met cultuur en met kunsteducatie, maar het kan uiteraard nog beter. Minister Vandenbroucke zal daar werk van maken. Dat is uitstekend. Ik wil dit even leggen naast de inspanningen van minister Anciaux om meer Vlamingen aan cultuur en sport te laten deelnemen, ook via kunsteducatie, omdat we daar als mens en gemeenschap beter van worden, omdat cultuur het hart van Vlaanderen is, het hart van onze eigen identiteit. Dat is levenskwaliteit, dat is werken aan een beter Vlaanderen voor iedereen.

Beste mensen, ja, graag veel ambitie op vele terreinen, maar weet dat niet iedereen topcoureur kan worden, maar dat fietsen voor iedereen gezond is. Spirit zal deze ploeg dan ook van harte steunen. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Dames en heren, we zullen na de middag het debat over de verklaring van de Vlaamse Regering voortzetten.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.