U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, de algemene bespreking is geopend.

De heer Van Malderen, verslaggever, verwijst naar het schriftelijke verslag.

Mevrouw Van der Borght heeft het woord.

Vera Van der Borght

Heren ministers, mevrouw de voorzitter, collega's, met dit voorstel van decreet beogen de indieners tegemoet te komen aan een nood die vandaag bestaat en die deel uitmaakt van het probleem van de vergrijzing.

Vergrijzing is hét thema van de komende decennia. De vergrijzing, de groeiende groep van ouderen, is het resultaat en eigenlijk ook de bekroning van onze welvaartsstaat. Ondanks het feit dat de zelfredzaamheid van ouderen de afgelopen jaren in het algemeen is toegenomen, brengt de vergrijzing toch ook heel wat uitdagingen mee voor de organisatie van de zorg.

We moeten daarbij ook rekening houden met wat ouderen zelf wensen. Uit het leefsituatieonderzoek in Vlaanderen leren we dat ouderen zo lang mogelijk de regie van hun leven in handen willen houden en het liefst ook zo lang mogelijk thuis willen blijven wanneer ze zorgafhankelijk worden.

In de afgelopen jaren heeft Vlaanderen de verdienste gehad te investeren in een brede waaier van voorzieningen zodat de keuze voor ouderen bij afhankelijkheid niet meer lag tussen de extremen van zorg thuis of zorg in een rusthuis. We hebben heel wat tussenvormen gecreëerd zoals het wonen in serviceflats, de zorg in het dagverzorgingscentrum en het kortstondig verblijven in de centra voor kortverblijf.

Tegelijkertijd ondervonden we in Vlaanderen echter ook heel wat problemen om de programmatiecijfers voor kortverblijf en dagcentra ingevuld te krijgen. Elk jaar worden meer gelegenheden voor kortverblijf en dagverzorging gecreëerd, maar het gaat te traag en het aanbod blijft onvoldoende.

We willen dus sneller in meer aanbod voorzien omdat centra voor kortverblijf het noodzakelijke verlengstuk zijn van de thuiszorg.

In Vlaanderen hebben we altijd sterk de nadruk gelegd op thuiszorg. Dat betekent dat we heel erg een beroep doen op het engagement van de mantelzorger. Recentelijk wordt veel aandacht aan het statuut van de mantelzorger besteed. Wil de mantelzorger zijn engagement ook waar kunnen maken over een langere periode, dan moet de overheid in respijtzorg investeren. Dit wil zeggen dat we tijdelijk de zorg van de mantelzorger volledig overnemen en deze de gelegenheid geven om de batterijen op te laden. Centra voor kortverblijf spelen dus een cruciale rol.

De realiteit leert ons bovendien dat centra voor kortverblijf niet alleen worden gebruikt voor tijdelijke opvang van ouderen om de mantelzorger even te ontlasten, maar evenzeer als een tijdelijke oplossing - of moet ik zeggen noodoplossing - in afwachting van het vinden van een definitieve woonplaats in een rustoord. Ook dat leidt ertoe dat plaatsen in de centra voor kortverblijf schaars zijn geworden.

Het voorliggende decreet heeft één doelstelling: meer plaatsen creëren in centra voor kortverblijf. Daartoe bewandelen we twee pistes. De eerste is een vraag van onze fractie om rustoorden die de juridische vorm van een handelsvennootschap aannemen, de mogelijkheid te bieden om een centrum voor kortverblijf op te richten. Op die manier hopen we extra plaatsen in kortopvang te creëren. Dit komt tegelijkertijd tegemoet aan een verzuchting van Open Vld om discriminaties van commerciële rustoorden ten opzichte van vzw's en openbare besturen weg te werken. Daarnaast sleutelen we ook aan de minimumnorm voor het aanbieden van kamers voor kortverblijf. Voor rustoorden met minder dan 40 kamers wordt de minimumnorm verlaagd van drie plaatsen naar één. Zo hoeft een rustoord niet noodzakelijk grote werken uit te voeren om toch een kamer voor kortverblijf te kunnen aanbieden.

Ik hoop dat we met dit voorstel van decreet zullen komen tot heel wat bijkomende plaatsen in de centra voor kortverblijf, zowel in de rustoorden met een vzw-statuut of georganiseerd door openbare besturen als in rustoorden die de vorm van een handelsvennootschap hebben. Ik dank u voor uw aandacht. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Dehaene heeft het woord.

Tom Dehaene

Mevrouw de voorzitter, leden van de regering, dames en heren, ik wil me grotendeels aansluiten bij mevrouw Van der Borght. We vinden dit een zeer belangrijke erkenning van de mantelzorgers. Het Vlaamse niveau moet al het mogelijke doen om mantelzorgers te erkennen en te ondersteunen. Erkennen doen we door bijkomende plaatsen te creëren en ze de mogelijkheid te geven om ook eens een time-out te nemen. Dat is al verschillende jaren een belangrijke vraag van onze partij. We hebben het trouwens verschillende keren tot een speerpunt van onze campagnes gemaakt.

De uitbreiding zal gedeeltelijk worden gerealiseerd door het wegwerken van de VIPA-wachtlijst. Tot nu toe is maar 30 percent van de programmatie voor kortverblijf ingevuld. Door het wegwerken van de wachtlijst zullen we sowieso op 73 percent van de programmatie komen. Dat is al een zeer belangrijke stap, waardoor er een aanzienlijke uitbreiding zal komen.

We vinden het belangrijk dat elk rusthuis een kamer kortverblijf kan aanbieden. Mevrouw Van der Borght, ik wil een correctie aanbrengen bij wat u zegt. Ik denk dat u het niet verkeerd bedoelt. Alle rusthuizen kunnen één kamer aanbieden, dus ook rusthuizen die meer dan 40 kamers hebben. Het minimum van drie is dus herleid tot één. Het is wel zo dat rusthuizen tot 40 kamers maximum drie plaatsen kortverblijf kunnen aanbieden.

Het is een belangrijke grens die we ook willen aanhouden omdat we ons zeer bewust zijn van de administratieve lasten en de werklast die kortverblijven opleggen. We zijn ervan overtuigd dat het rusthuis een zekere grootte moet hebben om die plaatsen kortverblijf met de nodige kwaliteitsgarantie te kunnen aanbieden. Vandaar de grenzen. Belangrijk is ook dat we de grens terugbrengen naar 1 omdat zo verschillende rusthuizen kunnen inspelen op de mogelijkheid tot het creëren van een kortverblijf. Vaak moeten daarvoor immers geen grote infrastructuurwerken gebeuren. Een belangrijk neveneffect ervan is dat het misbruik door sommige spelers op de markt van kleine kamers die voor korte duur worden verhuurd, op die manier wordt tegengegaan.

Ik heb nog een belangrijke bedenking. Bij de uitvoeringsbesluiten moeten de administratieve lasten in de gaten worden gehouden. Ik geef een voorbeeld. De centra voor kortverblijf moeten vandaag een administratief handboek samenstellen, terwijl de rusthuizen dat ook moeten doen. Als het centrum voor kortverblijf aan een rusthuis wordt gekoppeld, stel ik voor over te gaan naar één administratief handboek zodat een deel van de administratieve lasten wordt weggewerkt.

De voorzitter

Mevrouw Roex heeft het woord.

Elke Roex

Ik sluit mij aan bij wat collega Dehaene zei. Het is heel belangrijk dat dit voorstel in het decreet op de residentiële zorg wordt geïntegreerd. Initieel was het kortverblijf geïntegreerd in het decreet op de thuiszorg. We hebben gewezen op het gevaar voor commercialisering van die sector van de thuiszorg en van de opening van dat decreet naar commerciële initiatieven en handelsvennootschappen. Vandaar dat wij hebben beslist het te integreren in het decreet op de residentiële zorg. Daar zijn handelsvennootschappen op dit moment al toegestaan.

Tot slot heeft onder meer het Vlaams Welzijnsverbond gevraagd om een grondig debat te organiseren over de gevaren van commercialisering van de thuiszorg. Wij hebben dat eerder ook al aangevraagd omdat de vergrijzing een belangrijk thema is dat we niet uit de weg kunnen gaan. De vraag zal in de toekomst immers stijgen en het debat over de commercialisering van die sector moet open en bloot worden gevoerd. Zo kunnen we de gevaren goed inschatten. Ik hoop dat we dit debat binnenkort in onze commissie zullen houden.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron

Collega Roex heeft het belangrijkste gezegd. We zijn met de meerderheid na heel wat gesprekken tot dit voorstel gekomen en dat is een goede zaak. Het beantwoordt aan een reële nood in de samenleving. We hebben op het vlak van het kortverblijf nood aan meer plaatsen dan er vandaag voorhanden zijn. Ik sluit mij aan bij mijn collega en wens te benadrukken dat we via het decreet op de residentiële zorg een opening hebben gecreëerd. Bij de discussie wie de plaatsen aanbiedt, is het belangrijk de rollen duidelijk te definiëren.

Het levert een goed voorbeeld op van de wijze waarop de overheid enerzijds de aansturing van het beleid in handen houdt en het kader ervoor creëert - wat ook in het decreet is voorzien, en anderzijds aan verschillende initiatiefnemers, zowel publieke als private, de mogelijkheid biedt om initiatieven te nemen. Dat sluit aan bij de realiteit in vele andere welzijnssectoren. Ik denk aan de kinderopvang waar heel wat zelfstandige initiatieven aan de orde zijn. Ik benadruk wel dat er een evenwicht nodig is tussen het private handelen en de rol van de overheid bij de aansturing ervan. We hebben hier een belangrijke stap gezet die beantwoordt aan maatschappelijke noden.

De voorzitter

Minister Vanackere heeft het woord.

Minister Steven Vanackere

De totstandkoming van het voorstel van decreet heb ik als collega vrij nauw kunnen volgen. Namens de Vlaamse Regering wil ik hier stellen dat we het voorstel van decreet verwelkomen. Voor de oproep van de heer Dehaene betreffende de uitvoeringsbesluiten en de problematiek van de administratieve lasten zal ik extra attent zijn. Ik zal ervoor zorgen dat deze nieuwe opportuniteit voor het kortverblijf, door de heer Caron en de andere leden in de verf gezet, in de waaier van het aanbod voldoende aan bod komt en niet onder een nodeloze administratieve last wordt bedolven. We zullen er extra op letten.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

De voorzitter: Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het voorstel van decreet. (Zie Parl. St. Vl. Parl. 2006-07, nr. 1176/1).

- De artikelen 1 tot en met 26 worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen om 16 uur de hoofdelijke stemming over het voorstel van decreet houden.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.