U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 4 juli 2007, 10.05u

van de Vlaamse Regering
1217 (2006-2007) nr. 1
De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, de algemene bespreking is geopend.

Mevrouw Merckx, verslaggever, heeft het woord.

Trees Merckx-Van Goey

Mevrouw de voorzitter, heren ministers, collega's, voor dit verslag veroorloof ik me om een iets uitgebreidere uiteenzetting te houden.

Het is een ontwerp van decreet inzake medisch verantwoorde sportbeoefening. Ik wil de commissie danken, omdat ik - ik ben geen vast of plaatsvervangend lid van de Commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media, maar nu en dan toch passante - mijn interesse voor het ontwerp van decreet medisch verantwoorde sportbeoefening, niet alleen door aanwezig te zijn en het woord te nemen, maar ook als verslaggever kon opnemen. Dat is een taak die ik in 1991, maar toen vanuit de commissie voor Welzijn en Gezondheid, ook kon waarnemen. Op dat ogenblik werd het eerste decreet over de medisch verantwoorde sportbeoefening in deze assemblee goedgekeurd.

Collega's, met dit ontwerp van decreet werd een mooi parcours doorlopen. Het is een belangrijk decreet. Binnen dit decreet komt zowel de regeling over de gezondheid van de sporters als de hele dopingregeling aan bod. Ik denk dat het een gepast moment is - begin juli, als de Ronde van Frankrijk begint - om nog eens de precieze spelregels die daarover in Vlaanderen, maar ook op wereldniveau, thans gelden, duidelijk te maken.

Het ontwerp van decreet is een tweede stap. Een eerste stap werd al gezet toen deze assemblee unaniem een internationale conventie van de UNESCO tegen het dopinggebruik in de sport heeft goedgekeurd. Deze conventie had als bijlage de WADA-code, die eigenlijk, op voorstel van internationale, maar ook van Vlaamse en nationale verenigingen, opgeeft welke regels men inzake dopinggebruik zal hanteren.

Ondertussen was het evenzeer noodzakelijk om deze regelgeving op te nemen in ons ontwerp van decreet en het decreet van 1991 daaraan aan te passen.

Er zijn verschillende uitgangspunten. Het eerste uitgangspunt is dat een regeling wordt opgenomen die voor alle sporters geldt. Of het nu om beroepssporters, elitesporters of breedtesporters gaat, het ene decreet geldt voor alle sporters, weliswaar met twee thema's. Aan de ene kant is er de doping en aan de andere kant de medisch verantwoorde sportbeoefening, de medische keuring van sportgeschiktheid, de paramedische begeleiding van sporters en de preventie tegen letsels en overbelasting.

Doping gaat niet uitsluitend over het effect ervan op de gezondheid, maar slaat ook op de kunstmatigheid en manipulatie van de prestatiebevordering, met als gevolg competitievervalsing. We moeten de gezondheid van de sporter en de volksgezondheid beschermen maar anderzijds sportethische waarden verdedigen. Dit staat in dit ontwerp van decreet voor alle sporters, zelfs al maakt men een onderscheid in de wijze waarop de tuchtregeling en de handhaving geregeld wordt tussen de breedtesport en de elitesport. Dit is vooral belangrijk voor de tucht. De breedtesporters worden tuchtrechtelijk behandeld door de Vlaamse Gemeenschap terwijl de elitesporters tuchtrechtelijk behandeld worden door de sportvereniging of sportfederatie. Voor de breedtesporters is de Vlaamse Gemeenschap rechtstreeks bevoegd en kan zij actief optreden. Ten aanzien van de elitesporters staat de Vlaamse Gemeenschap passiever, namelijk door het opvolgen door middel van het erkenningsbeleid van sportorganisaties die zelf disciplinaire organen oprichten. Er is dus één vangnet voor alle sporters. Het enige onderscheid is dat voor de breedtesporters er een disciplinaire commissie voor medisch verantwoorde sportbeoefening wordt opgelegd, naast een disciplinaire raad voor hoger beroep.

De taken zijn in dit ontwerp van decreet heel mooi verdeeld tussen enerzijds de overheid en anderzijds de sector zelf, namelijk de sportfederaties. Elke sportfederatie moet krachtens dit ontwerp van decreet in een procedure voorzien. Ondanks het onderscheid tussen de sportverenigingen en de overheid, is er een toepassing van dezelfde spelregels, namelijk de gezamenlijke benadering van medisch verantwoorde sportbeoefening met een uniform begrippenapparaat dat gesteund is op de bepalingen van de UNESCO-conventie en de WADA-code, met een geharmoniseerde implementatie van de principes en systematiek inzake doping.

Het ontwerp houdt een gedeeltelijke depenalisering van dopingpraktijken in voor sporters. Het doet evenwel geen afbreuk aan de federale drugwet. De depenalisering geldt enkel onder strikte voorwaarden. Er is dus geen sprake van een algemene depenalisering. Dit is de bevestiging van wat Vlaanderen in 1991 na een lange discussie als denkpiste heeft gekozen. We vinden het een goede zaak dat deze denkpiste ook overgenomen is door de internationale sportfederaties en conform de WADA-code is.

Vlaanderen heeft in het verleden hierin steeds het voortouw genomen. Het is internationaal aangemoedigd door de voorzitter van het IOC, Jacques Rogge. Door de twee gezette stappen, waaronder dit ontwerp van decreet, is Vlaanderen zeker voorbereid op de nieuwe wereldantidopingcode die eind 2007 van kracht wordt.

Dit is een belangrijk principe, dat strookt met de traditionele Vlaamse visie dat het de sporter zelf is die overtuigd moet raken van de negatieve gevolgen van doping voor zijn eigen gezondheid en het imago van de sport. Hij moet eigenlijk kunnen ervaren dat doping gelijkstaat met competitievervalsing. Doping moet evolueren naar een maatschappelijk onaanvaardbaar en dus te laken feit. Dit ontwerp blijft enerzijds trouw aan het oorspronkelijke decreet van 1991, met de depenalisering en het opnemen van de verantwoordelijkheid door Vlaanderen. Anderzijds is het volledig in overeenstemming met de WADA-code en de internationale reglementering ter zake.

Tijdens de bespreking hebben de diverse fracties hier gunstig op gereageerd. Het beantwoordt aan de verwachtingen. We hebben een uitgebreide hoorzitting kunnen houden, waar vooral gewezen is op de verschillen met het decreet van 1991. Ook werd aangegeven wat de mogelijke conflicten zouden kunnen zijn tussen een gedepenaliseerde, een tuchtrechtelijke, een strafrechtelijke, een sociaalrechtelijke, een disciplinaire en een deontologische aanpak. Al deze verschillende soorten aanpak blijven ook wel mogelijk. Professor Hendrickx heeft tijdens de hoorzitting perfect kunnen aantonen hoe deze diverse convergerende manieren van aanpakken toch nog naast elkaar zouden kunnen blijven bestaan. Volgens hem hoeven we ons geen zorgen te maken over een mogelijke schending van het non-bis-in-idemprincipe, dat inhoudt dat men niet tweemaal voor hetzelfde feit kan worden gestraft.

Tijdens de hoorzitting hebben een aantal mensen uit de praktijk, zoals magistraat De Croock en de vertegenwoordigers van de Vlaamse Sportraad, hun bezorgdheden geuit. Toch werd er telkens sterk gepleit voor het zo goed als ongewijzigd aanvaarden van dit ontwerp van decreet.

De Vlaams Belangfractie heeft enkele amendementen ingediend. De fractie vindt het een interessante mogelijkheid initiatieven te nemen om internationale geneesmiddelenfabrikanten ertoe aan te zetten een speciaal symbool aan te brengen op geneesmiddelen die op de WADA-lijst staan. De minister stelde deze opmerkingen te zullen overmaken aan de internationale instanties. Dit is immers een federale bevoegdheid. De geneesmiddelenproblematiek is niet iets dat louter en alleen door de Vlaamse overheid moet worden geregeld.

Een belangrijk element dat het Vlaams Belang aankaartte tijdens de bespreking, was de bekommernis dat, hoe sluitend de aanpak van het ontwerp wel zou zijn, sportverenigingen, die een verantwoordelijkheid hebben en moeten optreden, in gebreke zouden blijven. De heer De Croock had ons daar ook al op gewezen, tijdens de bespreking. Hij had een amendement voorgesteld. Het is dit amendement dat de Vlaams Belangfractie heeft ingediend. Dit was zeker een zorg voor alle fracties, maar de minister heeft ons er tijdens de bespreking van kunnen overtuigen dat het huidige decreet en de in de reglementering opgenomen bestraffingsmogelijkheden met betrekking tot de sportverenigingen voldoende mogelijkheden geven om op te treden. Zo kunnen sportverenigingen worden geschrapt van de lijst tot het organiseren van activiteiten. Ook de internationale sportverenigingen, die mee die WADA-code hebben onderschreven, hebben een verantwoordelijkheid ter zake. Eigenlijk gaat het over hun privécode die door ons, door de publieke sector, werd overgenomen. Die internationale federaties zullen erop moeten toezien dat dit in alle lidstaten wordt gerespecteerd.

Enigszins ondersteund vanuit de hoorzitting, heeft de minister in de commissie geprobeerd om ons te overtuigen dat amendement niet te aanvaarden. Dat is ook niet gebeurd.

Een andere bekommernis van de VLD-fractie was de grote verantwoordelijkheid van de sportverenigingen. Mevrouw Libert stelde zich de vraag of alle sportverenigingen wel voldoende capaciteit hebben om deze instanties op te richten. In die zin werd een amendement voorgesteld. Mevrouw Libert dacht dat vooral de kleinere sportverenigingen er de voorkeur aan zouden geven om dit samen te organiseren. De verplichtingen van het decreet nakomen via een samenwerking tussen sportverenigingen is ook als amendement in de tekst weerhouden.

Op het ogenblik van de bespreking in de commissie was de minister in het bezit van een brief van 20 juni namens het WADA. In die brief werden op de valreep nog bepaalde verduidelijkingen gevraagd over de definities en de verwijzing naar internationale normen, om de WADA-conformiteit nog te verhogen. Deze brief is in bijlage toegevoegd aan het verslag, net als het antwoord van de minister dat na de bespreking in de commissie is overgemaakt. In de brief kunt u lezen dat alle opmerkingen van het WADA worden beantwoord. Omdat we er kennis van hebben genomen op het ogenblik van de bespreking, hadden we nog de kans om bij enkele artikelen amendementen in te dienen. Die amendementen hebben het wezen van de artikelen niet gewijzigd. Ze vormen zeker geen aantasting van de uitgangsprincipes, maar wel een verduidelijking opdat er helemaal geen discussie meer zou kunnen zijn. Ze geven ook het signaal dat het parlement de WADA-conformiteit heel belangrijk vindt. De WADA-conformiteit is dus een belangrijk element geweest in de bespreking van dit ontwerpdecreet.

Bij de bespreking brachten alle fracties naar voren dat men over de wijzigingen duidelijk zal moeten communiceren naar de sporters, aangezien de medisch verantwoorde sportbeoefening zo belangrijk is voor zowel de internationale als de Vlaamse autoriteiten. Dat heeft betrekking op de hele bevolking. 'Breedtesporter' is een heel ruim begrip. Of men nu sport in competitieverband of erbuiten, iedereen kan en zal te maken hebben met dit decreet. In sommige bepalingen wil men streng optreden en stelt men een hele infrastructuur ter beschikking om de naleving ervan te bewerkstelligen. De bepalingen moeten ook zeker een preventief effect hebben opdat iedereen die aan sport doet, rekening zou houden met deze principes.

Collega's, tot hier het verslag. In naam van mijn fractie heb ik hier niet zo heel veel aan toe te voegen. We zijn blij dat nog over het ontwerp van decreet kan worden gestemd en dat erover, van zodra de uitvoeringsbesluiten klaar zijn, kan worden gecommuniceerd. Voor onze fractie is ook de WADA-conformiteit een belangrijk punt. Uiteraard zullen we de uitvoering van het decreet nauwgezet blijven opvolgen, inclusief de rechtspraak. Indien nodig zullen we het decreet aanpassen, dat is ook de opening die de minster heeft gemaakt, want deze sector is permanent in evolutie. We zullen zeker ook het preventieve luik van het decreet opvolgen, want dat is even essentieel. En we zullen zeker ook in de gaten houden dat in de nodige middelen wordt voorzien, mijnheer de minister.

Misschien kunnen er nog een aantal opmerkingen gemaakt worden over de precieze samenstelling van de tuchtorganen waarin magistraten en medici vertegenwoordigd zijn. Zowel de Vlaamse Sportfederatie als de Vlaamse Sportraad pleiten ervoor dat de organen geen wereldvreemde instanties worden. Ik neem aan, mijnheer de minister, dat niet alleen mensen met een juridische of een medische bagage nuttig en zinvol kunnen optreden in een dergelijk tuchtorgaan. Maar goed, dit valt onder uw verantwoordelijkheden. We wilden het alleen nog even ter sprake brengen.

Mijnheer de minister, Vlaanderen is vooralsnog enkel een waarnemer bij de conferentie van de partners van WADA. De plaats van Vlaanderen binnen de conferentie van de partners is meer dan verantwoord, niet alleen omdat we in het verleden voortrekkers waren en omdat onze reglementering nu op punt staat, maar ook wegens onze betrokkenheid. We mogen niet uitsluitend afhankelijk zijn van wat internationaal boven onze hoofden wordt beslist. Eenmaal alle procedures achter de rug zijn, hopen we dat we zo snel mogelijk door u op de hoogte worden gebracht van goed nieuws hierover.

Collega's, mijn excuses voor het ietwat lange verslag, maar dit ontwerp van decreet loont zeker de moeite. Het raakt ons allen, als bestuurders, als betrokkenen, als burgers en als sporters. We hebben in het verleden al geschiedenis geschreven. Nu hebben we niet moeten vitten of discussiëren over de vraag of Vlaanderen bevoegd is om een beleid en een visie uit te werken. In 1991 hebben we wel uitdrukkelijk strijd moeten leveren, samen met toenmalig minister Weckx. U ziet dat we daarvan nu de vruchten kunnen plukken. We rekenen op u, mijnheer de minister, en op de voltallige regering om ook in de toekomst voor een verdere invulling te zorgen. (Applaus bij CD&V, sp.a-spirit en de N-VA)

De voorzitter

De heer Deckmyn heeft het woord.

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, collega's, mevrouw Merckx heeft in haar verslag de belangrijkheid van dit ontwerp van decreet al uitvoerig toegelicht. Zelf heb ik er tijdens de bespreking van het ontwerp van decreet inzake medisch verantwoorde sportbeoefening in de commissie op gewezen dat het Vlaams Belang dit voorliggende ontwerp van decreet erg belangrijk vindt. De focus ligt vooral op de bestrijding van doping in het kader van medisch verantwoord sporten. Hiertoe werd de harmonisatie met de beginselen van de WADA-code nagestreefd.

Naar aanleiding van de bespreking van dit ontwerp van decreet werden er hoorzittingen georganiseerd die - wat mij betreft - een grote meerwaarde boden aan het debat en meer inzicht gaven in bepaalde aspecten van dit ontwerp van decreet.

Zo was er de hele discussie over de verhouding tussen tucht- en strafrecht en het principe non bis in idem. De minister stelde tijdens de bespreking al vast dat dit ontwerp van decreet ter zake rekening heeft gehouden met de opmerking van de Raad van State.

Een andere belangrijke opmerking werd er tijdens de hoorzitting gemaakt bij het artikel 50 van dit ontwerp van decreet. Er werd opgemerkt dat bij afwezigheid van een sportvereniging of wanneer de erkenning wordt ingetrokken, er geen regeling is uitgewerkt voor wie de elitesporter moet berechten. Daarom stelde de heer De Croock voor dit ontwerp van decreet bij artikel 50 te amenderen met als doel de berechting op tijdelijke basis en op kosten van de sportvereniging over te laten nemen door de disciplinaire commissie en de disciplinaire raad, vernoemd in de artikelen 32 en 33. Om aan deze bezorgdheid tegemoet te komen, diende ik samen met collega Van Dijck amendement nummer 2 in.

De minister vond dit amendement overbodig en gaf hiervoor enkele argumenten aan die onze fractie alvast niet volledig konden overtuigen. We vinden het dan ook jammer dat dit amendement werd weggestemd.

Het Vlaams Belang vroeg tijdens de bespreking van dit ontwerp van decreet of de minister geen initiatieven kon nemen om internationale geneesmiddelenfabrikanten aan te zetten om een speciaal symbool aan te brengen op de medicatie die op de WADA-lijst staat. Een sporter weet de dag van vandaag immers niet altijd of een product dat hij of zij gebruikt of aanbevolen krijgt, geen risico op bestraffing inhoudt. Uiteraard is het niet de bedoeling om dit enkel in Vlaamse context te doen. Internationale initiatieven op dat vlak zijn erg belangrijk. Dat de minister zich engageerde om een brief te schrijven om het WADA te vragen om daarover afspraken te maken met de geneesmiddelensector, is alvast een stap in de goede richting.

Ik wil hierbij verwijzen naar een artikel dat na de besprekingen in de commissie verscheen in het juninummer van het tijdschrift Folia Pharmacotherapeutica met betrekking tot doping in de sport. Daar wordt gesteld dat in verband met geneesmiddelen en doping nu reeds in het Gecommentarieerd Geneesmiddelenrepertorium twee symbolen worden gebruikt. Enerzijds is er het symbool D, dat duidt op producten die altijd verboden zijn, en anderzijds is er het symbool d, dat wijst op toegelaten producten die toch een positieve dopingcontrole kunnen geven.

Mijnheer de minister, collega's, ik zou ten slotte willen wijzen op het feit dat een goede informatieronde met betrekking tot het ontwerp van decreet inzake medisch verantwoorde sportbeoefening meer dan noodzakelijk is, zowel voor de elitesporters als voor de breedtesporters. Ik vraag evenwel uw bijzondere aandacht voor de breedtesporters die - per definitie - minder professioneel worden bijgestaan en bijgevolg gemakkelijker geconfronteerd worden met de consequenties van daden die ze verkeerd hebben ingeschat. Ik heb het hierbij onder andere over het artikel 3, ten achtste, dat voor de begeleiders van sporters ook zware gevolgen kan hebben.

Het Vlaams Belang zal dit ontwerp van decreet goedkeuren. Sporters hebben het recht en ook de plicht om hun sportieve activiteiten te beoefenen in medisch verantwoorde omstandigheden. De federaties dragen hierin een grote verantwoordelijkheid. Dit ontwerp van decreet is daarom een erg belangrijke stap vooruit. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

Mevrouw Libert heeft het woord.

Laurence Libert

Mevrouw de voorzitter, heren ministers, collega's, het is spijtig dat de termen medisch verantwoorde sport en doping bijna lijken samen te vallen. Maar zo is het nu eenmaal. Het wielrennen bijvoorbeeld - onze tweede nationale sport - komt deze dagen meer in het nieuws door dopingverhalen dan door de echte competitie. Enkele sponsors hebben zich de voorbije jaren al teruggetrokken, de tv-gelden dalen. De verliezer is de sport.

De overheid heeft de taak hier iets aan te doen. Ten eerste omwille van het aspect gezondheid: sporters hebben het recht om te wedijveren in gezonde omstandigheden. Ten tweede willen we allen een eerlijke competitie waar de winnaar uiteindelijk degene is die het meeste talent heeft en het hardst heeft getraind, en niet de best 'geprepareerde'.

Ten derde spiegelen jongeren en breedtesporters zich aan de heroïsche prestaties van topsporters. We moeten absoluut tegengaan dat ze daaraan automatisch het gebruik van doping zouden koppelen.

Een goed beleid op het vlak van medisch verantwoorde sportbeoefening, dat dus helaas vooral strijd tegen doping moet voeren, moet anno 2007 aan drie voorwaarden voldoen. Ten eerste moet het passen in een internationale aanpak. We mogen ons hoofd niet in het zand steken: sport is een belangrijke bedrijfstak in de geglobaliseerde economie geworden. De belangen die er spelen, overschrijden nationale grenzen. De aanpak van doping moet daar rekening mee houden. Vandaar dat de WADA-code en de UNESCO-conventie zo belangrijk zijn. We zijn tevreden dat Vlaanderen met dit decreet die internationale consensus bevestigt en versterkt.

Ten tweede moet het beleid van de overheid uitgaan, maar in nauwe samenwerking met de sportwereld. Als we de voeling verliezen met de individuele sporters en met hun federaties is de dopingstrijd verloren. Ook van dit principe gaat het decreet uit, door de WADA-code te implementeren.

Ten derde mag het beleid niet enkel op de repressie focussen, maar moet het ook en vooral preventie en sensibilisering voeren. Dit is eigenlijk niet echt onderwerp van dit ontwerp van decreet. Voor topsporters kan dit overbodig lijken: zij worden geacht op de hoogte te zijn van de gezondheidsrisico's. Toch zet de lichtzinnigheid waarmee sommige gevaarlijke producten worden genomen, aan tot nadenken. Preventie en sensibilisering zijn echter vooral belangrijk bij breedtesporters. Bij hen kan het onderschatten van gezondheidsrisico's - zowel dopinggebruik als onverantwoorde prestaties - fatale gevolgen hebben. We vertrouwen erop, mijnheer de minister, dat u deze poot van het beleid ernstig zult nemen.

Het voorlichten van recreatieve sporters over hoe gezond en zonder doping aan sport te doen, moet meer aandacht krijgen, zonder dat we daarbij willen vervallen in het andere uiterste, zoals verplichte medische attesten voor iedereen die recreatief wil sporten.

In ieder geval zorgt dit ontwerp van decreet ervoor dat Vlaanderen een voortrekker blijft in de internationale strijd tegen doping. We vinden dat de fundamentele keuzes die in het ontwerp van decreet gemaakt worden, de juiste zijn. Alle sporters in Vlaanderen en alle Vlaamse sporters, dus zowel de topsporters als de recreatieve sporters, moeten dezelfde dopingregels respecteren. Alleen zo kunnen we een faire sport krijgen, op alle niveaus. Ook moet het dopingtuchtrecht waar mogelijk - bij de topsporters, dus - wel worden uitbesteed aan de federaties. Op die manier kunnen ook zij hun verantwoordelijkheid nemen en wordt de sportwereld zelf ernstig genomen in haar voornemen om het dopingspook te lijf te gaan.

Ook het feit dat dopinggebruik strafrechtelijk gedepenaliseerd blijft, net zoals dat onder de huidige decreetgeving het geval is, is een goede zaak. We moeten van de sportvrouw of -man die over de schreef gegaan is in het najagen van een droom, ook geen crimineel maken. Helaas gebeurt dat nu vaak na een proces in de media. Sensibilisering en preventie blijft natuurlijk wel enorm belangrijk.

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, de VLD-Vivant-fractie zal dit decreet van harte steunen. Het is nodig dat de Vlaamse overheid de strijd tegen doping daadkrachtig blijft voeren, aangepast aan de internationale afspraken.

We zijn ook tevreden omdat we het oorspronkelijke ontwerp van decreet nog hebben kunnen verfijnen. Inzichten uit de hoorzittingen hebben tot een aantal nieuwe inzichten geleid en de commissie heeft een aantal amendementen aanvaard. Om er maar één te noemen: het decreet verwijst nu expliciet naar de mogelijkheid dat de sportfederaties de disciplinaire procedures gezamenlijk uitvoeren. Wij hebben daarop aangedrongen, omdat het lang niet zeker is dat de kleinere federaties die topsporters onder hun leden hebben, wel in staat zijn om die procedures goed te laten verlopen, zeker als men weet welke belangen soms op het spel staan en hoe juridisch sluitend het dus allemaal moet gebeuren. Het oorspronkelijke ontwerp van decreet bleef onduidelijk over het bundelen van de krachten onder federaties. Deze aanpassing is dus een goede zaak. Mijnheer de minister, we hopen nu dat u de belangrijkste federaties hierover snel zult contacteren, zoals u aangekondigd hebt in de commissie. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Mevrouw Robeyns heeft het woord.

Mevrouw de voorzitter, heren ministers, beste collega's, sportliefhebbers worden de laatste weken weer volop geconfronteerd met het dopinggebruik in de sport. Doping vormt een van de grootste bedreigingen voor de sport. Het is nefast voor de sporter en tegen de fair play, en vervalst de resultaten van wedstrijden en competities. Het veroorzaakt bijgevolg onherstelbare schade aan de sport.

Het dopinggebruik is een belangrijk probleem dat voortdurend evolueert. We moeten dan ook streven naar een transparant en uniform internationaal dopingbeleid. De afstemming van het decreet medisch verantwoord sporten op de reglementering van het WADA en de UNESCO is daarvoor essentieel.

Mijn fractie vindt het belangrijk dat dit ontwerp van decreet probeert te voorzien in een totaal vangnet. Voor een aantal onderdelen wordt wel het onderscheid gemaakt tussen elite- en breedtesport, maar ondanks dit onderscheid wordt duidelijk gestreefd naar een geharmoniseerde aanpak van de antidopingregels.

Ook de responsabilisering van sportverenigingen en federaties in het dopingtuchtrecht voor elitesporters is een goede zaak. Zij worden verplicht elitesporters te bestraffen en zullen zelf hun verantwoordelijkheid moeten dragen. Belangrijk hierbij is de mogelijkheid voor sportverenigingen om gezamenlijk via een samenwerkingsverband een disciplinair orgaan op te richten. Dat heeft als voordeel dat de deskundigheid niet in elke sportvereniging apart moet worden opgebouwd. De oprichting van één groot tuchtorgaan van alle federaties zou ideaal zijn.

Het ontwerp neemt de definitie van dopingpraktijk over uit de WADA-code, maar gaat verder door ook de entourage van de sporter te responsabiliseren. Het is nodig dat ook de omkadering van de sporter kan worden aangepakt. Dat is een sterk punt in dit ontwerp van decreet dat ik namens mijn fractie alleen maar kan aanmoedigen. Het is een grote stap in de richting van ethisch verantwoord sporten.

In de commissievergaderingen en tijdens de hoorzitting is meermaals gezegd dat communicatie over deze nieuwe regelgeving zeer belangrijk wordt. Alle sporters en federaties moeten immers voldoende geïnformeerd worden. Wat kan er, wat kan niet, ben ik een elitesporter of niet enzovoort? Duidelijkheid is zo veel mogelijk gewenst.

Mevrouw Merckx heeft zonet gezegd dat dopingbestrijding moet beginnen bij de sporter zelf. Ik kan me daar alleen maar bij aansluiten. De sporter moet overtuigd raken van de negatieve effecten van doping, zowel voor zijn eigen gezondheid als voor het imago van zijn sport. Elke sporter, elke begeleider en elke sportvereniging valt nu binnen het toepassingsgebied van de regelgeving. Dat is een belangrijke stap om doping maatschappelijk onaanvaardbaar te maken. Wij moeten echter waakzaam blijven voor nieuwe evoluties en tijdig ingrijpen. De permanent wijzigende omstandigheden van dopinggebruik maken dat dit nooit een definitief decreet is.

Naast het hele dopingluik dreigt het preventieve luik medisch verantwoord sporten wat tussen de plooien te vallen. We mogen dit echter niet uit het oog verliezen. Preventie is en blijft ontzettend belangrijk. Een positieve benadering en het geven van stimulansen voor gezonde sportbeoefening moeten een blijvend aandachtspunt vormen.

Met dit ontwerp van decreet bewijst Vlaanderen dat het verder het voortouw wil nemen in de strijd tegen doping en verder wil streven naar een algemeen medisch verantwoord sporten. Mijn fractie steunt dit ontwerp van decreet dan ook volop. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Mevrouw de voorzitter, mijnheer de minister, de boodschap die ik wil meegeven, heeft ook mevrouw Robeyns op het einde van haar betoog gebracht. De Vlaamse Gemeenschap heeft altijd een voortrekkersrol gespeeld, maar niet iedereen is daar altijd van overtuigd.

Ik vind het goed dat we in dit ontwerp van decreet niet alleen spreken over doping, want dat aspect krijgt altijd het meeste aandacht. Dit ontwerp van decreet heeft echter ook aandacht voor het medisch verantwoord sporten. Het gaat om een geheel van maatregelen die ervoor zorgen dat sporten kan op een gezonde manier.

Mijn fractie vindt het ook heel belangrijk dat de overheid haar verantwoordelijkheid blijft nemen voor de brede sportbeoefening. Wat de elite- en competitiesport betreft, geven we de verantwoordelijkheid in grote mate aan de federaties. Zij moeten optreden als er sprake is van bijvoorbeeld competitievervalsing. Die verantwoordelijkheid moeten we duidelijk vastleggen in een decreet. Dat zou betekenen dat de federaties hun kop niet langer in het zand kunnen steken en hun verantwoordelijkheid ontlopen.

De voorzitter

Minister Anciaux heeft het woord.

Minister Bert Anciaux

Beste collega's, ik ben erg verheugd over de behandeling en de bespreking van dit ontwerp. Ik wil toch wel beginnen met de verslaggever te bedanken voor het volledige overzicht van alle punten die aan bod zijn gekomen in de commissiebespreking. Ze heeft dat op een vlotte en erg objectieve wijze gedaan.

Tegelijkertijd dank ik ook alle fracties. Mevrouw de voorzitter, in de media staat nogal eens negatieve kritiek over wat dit parlement allemaal uitricht. Het gaat dan over de saaiheid en banaliteit in dit huis. Als een spontaan tegengif hiertegen heb ik destijds, na de behandeling van dit ontwerp in de commissie, op mijn weblog gewezen op de schitterende sfeer en schitterende samenwerking in de commissie en het daaruit volgende resultaat, dat heus wel mag worden gezien.

Met dit ontwerp nemen we opnieuw de voortrekkersrol op, zoals Vlaanderen dat in het verleden steeds heeft gedaan. Dat is belangrijk, hoewel ik besef dat het werk nu pas begint. Zo ben ik het er volledig mee eens dat een uitgebreide communicatie moet worden gevoerd. We zullen daar ook voor zorgen. We gaan er niet van uit dat het straks goedgekeurde ontwerp, dat in eerste instantie bedoeld is voor de bevolking, en daaruit afgeleid voor alle mogelijke sporters, bij iedereen bekend is. De juridische realiteit komt niet altijd overeen met de werkelijkheid. We willen daar iets aan doen. We willen ruim bekend maken wat de gevolgen zijn van dit ontwerp.

We beseffen dat we de strijd tegen doping of voor medisch verantwoord sporten niet alleen via een decreet zullen winnen. We krijgen ongetwijfeld goede instrumenten in handen. We zullen weer een voortrekkersrol kunnen spelen. We moeten echter nog bijkomende stappen zetten. Alle sprekers hebben erop gewezen dat het werk niet af is met dit ontwerp. We moeten voortdurend nagaan hoe we de strijd voor meer verantwoord sporten kunnen voeren.

Daarom wil ik ook vrij snel een tweede fundamentele aanpassing doorvoeren. Ze zal nog meer ingrijpen op de entourage. Daardoor zullen ook meer middelen en mogelijkheden ter beschikking worden gesteld, zodat niet alleen de sporter wordt aangepakt of bestraft bij dopinggebruik. Dat stuit me immers nogal eens tegen de borst. Op dit moment worden degenen die al jarenlang de spil zijn van dopingnetwerken vrij weinig gestraft. Jaren later opereren ze nog altijd in het sportmilieu. We willen dat onmogelijk maken.

Tegelijkertijd willen we, nog meer dan vandaag, de nadruk leggen op het medisch verantwoord sporten. Onder anderen mevrouw Robeyns en mevrouw Libert hebben daar daarnet ook al op gewezen. Naast het medisch verantwoord sporten moet er ook aandacht gaan naar ethisch verantwoord sporten. Heel vaak zijn beide met elkaar verweven.

Ik besef dat we een absolute mentaliteitswijziging moeten realiseren binnen de sportwereld en binnen de publieke overheid. Ook dat is een realiteit. Hier bestaat dan wel een kamerbrede consensus over het feit dat we het dopinggebruik moeten aanpakken, maar de media banaliseren dat nogal eens. 'Waar houden die zich mee bezig?', vragen ze zich af.

Het gaat niet alleen over het medisch onverantwoord dopinggebruik, maar ook over het ethische aspect. Het gaat ook over de volledige competitievervalsing. Het belangrijkste probleem is dat het vandaag ook gaat over de gezondheid van kinderen en jongeren. De grote kwaal van het dopinggebruik verschuift zich op dit ogenblik naar die groep. Dat gebeurt onder druk van malafide personen in de sportwereld maar ook, beste collega's, onder druk van ouders die voor hun kinderen alleen maar prestatiegericht denken in de sport. De strijd tegen dopinggebruik en voor meer medisch verantwoord sporten blijft dan ook een belangrijke opdracht voor de Vlaamse Gemeenschap.

Dat vereist ook een mentaliteitswijziging.

Tot slot, voorzitter, is het vanzelfsprekend dat Vlaanderen nu ook een plaats kan krijgen in de conferentie van partners, waar we, weliswaar als waarnemer, al actief aanwezig zijn. We zullen ook initiatieven nemen om te komen tot één tuchtrechtelijk orgaan, dat in naam van alle of zoveel mogelijk sportfederaties kan spreken. Dat werd heel uitdrukkelijk gevraagd door de Open VLD-fractie. Ik besef dat het anders voor kleinere sportfederaties een probleem kan vormen. Daarop werken we op dit ogenblik heel hard. Ik kan alleen maar bevestigen dat het preventieve luik voor het medisch verantwoord sporten onze prioriteit blijft, zonder blind te zijn voor de dopingbestrijding, waar we altijd opnieuw nieuwe instrumenten zullen moeten krijgen om mee te kunnen met de stropers in het bos of in het peloton of waar dan ook.

Mevrouw de voorzitter, ik vind de samenwerking in de commissie en in het parlement een schoolvoorbeeld van hoe het parlement een verbetering van het beleid kan realiseren. Ik dank u daarvoor.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

De voorzitter: Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het ontwerp van decreet.

De door de commissie aangenomen tekst wordt als basis voor de bespreking genomen. (Zie Parl. St. Vl. Parl. 2006-07, nr. 1217/5).

De artikelen 1 tot en met 57 worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen om 16 uur de hoofdelijke stemming over het ontwerp van decreet houden.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.